Veranderende waarheid versus illusie

Dinsdag, 26 januari 1982

De veranderende waarheid, dat is een erg moeilijke kwestie omdat er natuurlijk maar één waarheid is. Die is onveranderlijk. De moeilijkheid voor ons is, dat wij die waarheid niet kennen. Juist daardoor verandert in onze ogen de waarheid voortdurend.

In uw titel zet u er verder de illusie bij. Illusies zijn datgene wat wij voor onszelf koesteren omdat we de waarheid niet weten of niet willen kennen. In deze dagen veranderen normen. Heel vaak denken wij, dat normen, die veranderen betekent, dat de waarheid verandert. Is dat eigenlijk wel denkbaar?

Wanneer u de laatste twintig a dertig jaar overziet is er bijvoorbeeld in uw sociaal denken enorm veel veranderd. Welke veranderingen vinden er in feite plaats? We kunnen zeggen, dat vele zaken, die vroeger bestonden en niet openlijk erkend werden, worden nu wel openlijk erkend. Dat is aanvaardbaar. Maar, dan is er eigenlijk niets veranderd buiten de manier waarop u deze dingen zelve weet, bewust weet, in plaats van te doen of ze er niet zijn.

Anders gezegd: de illusie is een beetje veranderd. Bepaalde dingen, die vroeger ondenkbaar waren zijn tegenwoordig misschien aanbevelenswaardig. Dat komt echter alleen omdat u uw illusie ten aanzien van uzelf een beetje veranderd hebt. Wie zoekt naar innerlijke waarheid komt al heel gauw tot de conclusie, dat die waarheid alleen kan bestaan in en voor hemzelf.

Dat is heel erg moeilijk voor mensen, die gedreven door zendingsdrang, voortdurend proberen anderen te onderwerpen aan de onzekerheid die ze in zichzelf hebben omgewerkt tot geloof, wat in mij waar is en zeker is, is mijn persoonlijke leidsnoer. Op het ogenblik, dat ik uitga van de veronderstelling, dat de gehele wereld mijn innerlijke zekerheid als juist moet erkennen, bouw ik een illusie op.

Ik ben helemaal niet tegen mensen, die gelovig zijn, integendeel. Ik neem aan, dat ik het zelf volgens uw normen ook ben omdat ik vele nog niet bewezen zaken als een innerlijke zekerheid pleeg te beschouwen. Kan ik tegen u zeggen: God heeft de wereld geschapen wanneer ik het niet bewijzen kan. U kunt wel zeggen, dat hij het niet heeft gedaan, u kunt echter ook geen bewijzen aanvoeren. Op het ogenblik, dat wij deze illusies (want dat zijn het), deze stellingen blijven handhaven, maken we het elkaar onmogelijk tot begrip te komen. Dat hebben we nodig. In de moderne maatschappij heeft zich een bepaalde mentaliteit ontwikkeld die ik (u zult het mij vergeven) egocentrisme zou willen noemen. Het ik staat in het middelpunt van de wereld. Het ik kijkt naar alle kanten en het ik decreteert wat juist is en – dat is het erge – verwacht, dat de wereld zich eraan onderwerpt.

In feite is dat natuurlijk dwaas. we kunnen nu wel spreken over het kwade van Amerika of van Rusland, maar uiteindelijk wat Rusland doet en wat Amerika doet verschilt niet zo heel veel. Alleen de één doet het bijvoorbeeld op het ogenblik in Afghanistan, de ander doet het in bepaalde bananenrepublieken, dat is het verschil.

We kunnen zeggen, dat de mensen elkaar bedreigen, maar waarom?  Niet omdat ze daardoor beter worden. Iedereen weet, dat wanneer er een oorlog komt, ze elkaar vernietigen. Ze vernietigen elkaar om te voorkomen, dat hun eigen illusie van juistheid zal worden doorbroken.

Wanneer je innerlijke bezig bent met het zoeken naar de waarheid kom je al heel gauw tot de conclusie – voor zover het mijn persoonlijke waarheid betreft – dat ik mij niet bezig kan houden met de wereld buiten mij. Vandaar dat we in menige esoterische groep en menige inwijdingsschool te horen krijgen, dat de leerling eerst moet sterven voordat hij in staat is binnen de gemeenschap werkelijk te functioneren. Men neemt dan aan, dat die gemeenschap de juiste leiding kent. Dit kan waar zijn zolang iedereen daarin gelooft. Gelooft iemand daarin niet meer, dan moet hij buiten de gemeenschap gaan anders wordt de gemeenschap verbroken.

Op dezelfde manier geldt ook geestelijk. Ik kan u nu wel hele verhalen ophangen over de wijze waarop onze geestelijke werelden en voertuigen samenhangen, maar het meest eenvoudige is het om het zo te stellen:

Datgene wat ik innerlijk als waarheid beschouw – bewust of onbewust – is datgene wat ik in mijn wereld erken. Dit geldt waar ik ook ben en wat ik ook ben, wat ik dus ontvang uit mijn wereld is alleen maar een antwoord op mijzelf.

Op het ogenblik, dat ik mijzelf niet meer tot de rechter maak, de beoordelaar, maar als waarnemer mijn eigen gelijk niet meer laat prevaleren boven al het andere, zal ik ontdekken, dat er dingen bestaan, die met mij verwant zijn. Deze verwantschap maakt het mij mogelijk mijn wereld ruimer te maken. Ik ontvang dan in mijzelf nieuwe beelden. Er ontstaan nieuwe voorstellingen, zekerheden zeg maar. Zijn die zekerheden nu waarheden. In feite niet. Ze omvatten nog steeds maar een zeer klein geheel van de werkelijkheid. U weet, dat de grootste leugen een deel is van de waarheid. Zo zou je kunnen zeggen: de grootste illusie is de wereld, die je meent te beleven omdat je niet in staat bent verdere werelden waar te nemen.

Ik probeer – en als het niet lukt moogt u mij daar rustig op attent maken – om het kort en bondig te formuleren. Waarheid in zichzelf betekent ook onveranderlijkheid. Er kan geen veranderende waarheid bestaan. Daar waar verandering denkbaar is, bestaat geen absolute waarheid. Al datgene wat je als mens en wat dat betreft als geest in vele werelden, kent als waarheid is conditioneel. Het is onderworpen aan je eigen bestaan en de mogelijkheden van je eigen persoonlijkheid.

Wanneer je zoekt naar waarheid en je leeft daarin, is de wereld, die je als waar ervaart in feite een illusie. Niet omdat ze niet bestaat, maar omdat je een groot gedeelte van de werkingen en de factoren die daarin aanwezig zijn, niet kunt beseffen. Hierdoor ontgaan je de samenhangen. Toch is het belangrijk voor werkelijk begrip eerst samenhangen te begrijpen. Laat mij het als volgt formuleren:

Daar waar ik feiten zie en niet begrijp hoe zij onderling samenhangen, zal ik nooit waarheid vinden en zal mijn illusie voortdurend verstoord worden. Alle feiten, die voor mij kenbaar zijn staan met elkaar in verband. Zelfs de erkenning van dit verband zonder het besef van de werkelijke waarde die bindend optreedt, betekent voor mij al een verruiming van mijn mogelijk­heden en een vergroting van mijn begrip. Het brengt mij dichter naar de waarheid, maar de enige waarheid, die voor mij toegankelijk is en blijft, is de waarheid omtrent mijzelf.

U weet nu allemaal wat een illusie is, neem ik aan. Om een illusie te noemen: de groeiende economie. Een groeiende economie is namelijk daarom een illusie, dat zij niet onbeperkt kan groeien, daar zij economisch maar een bepaalde ruimte beslaat. Daar de economie groter dreigt te worden dan de ruimte, die beschikbaar is voor al datgene waaruit die economie bestaat, inclusief productie, handel, afzet, zal de economie zichzelf versmoren en daarmee het geheel van haar mogelijkheden teniet doen en levensvatbaarheid verstoren. Dit verstoren ontstaat omdat zij alleen al nog maar wil en kan functioneren in een begrip van groei, dat onmogelijk is geworden. Kunt u dat volgen?

Wanneer ik dat zeg van de economie, dan zegt een deel van de aanwezigen vriendelijk hm hm, dat betekent ja, ja. Wanneer ik dat nu eens geestelijk ga zeggen, wat dan? Er zijn mensen, die uitgaan van de noodzaak om voortdurend en volledig voor je naaste te zorgen. Ze noemen dat soms naastenliefde, ofschoon het een doodgepraat woord is. Heel vaak is naastenliefde voor hen een synoniem voor bemoeizucht. De werkelijkheid is deze: Het geheel van de waarneembare schepping – dit geldt voor mij zeer zeker in een uitgebreidere zin dan voor u – is gebaseerd op tweeledigheid, een strijdelement. Kennelijk is dit dualisme noodzakelijk omdat we zonder dit de waarde waarin we leven niet kunnen beseffen. Het betekent niet, dat de tweeledigheid van waarden zoals wij ze beleven niet gelijktijdig voort kan komen uit een eenheid, maar dat weten we eenvoudig niet. Wanneer ik aanneem, dat het strijdelement overal voorkomt en het is aan te tonen dat het zelfs voorkomt in een zogenaamd ledige ruimte, zoals het aan te tonen is voor alle dierenleven, alle plantenleven, voor alles wat u zich maar voorstellen kunt, zelfs voor een grote reeks van de chemische reacties, die in de aardkorst plaatsvinden, dan moet ik aannemen dat naastenliefde beperkt moet zijn. Je kunt je naasten nooit meer liefhebben dan jezelf. Je kunt je naasten alleen liefhebben gelijk jezelf. Vertaal dit geestelijk: Ik kan iemand aanvaarden als gelijkwaardig. Ik kan niemand aanvaarden als meerwaardig zonder daardoor mijn eigen bewustzijn ten gronde te richten.

Er zijn een hele hoop mensen, die zeggen: Ja maar, de grote meesters dan? De grootste meester kan u een weg tonen, die u zelf moet gaan. Geen meester kan uw weg voor u afleggen. Een meester kan u duidelijk maken wat belangrijk is in uw leven. Geen meester kan voor u leven. Anderen zeggen: ja maar God dan? God is de onbekende. God is datgene wat we niet omschrijven kunnen. Het is mogelijk, dat die God ons zou kunnen dragen wanneer hij net zou willen. Wanneer echter net geheel van de voor ons kenbare schepping duidelijk maakt, dat we ergens toch ook voor onszelf op moeten komen, dan moeten we ook zo vrij zijn om aan te nemen, dat ditzelfde zal gelden in de wereld van de geest en in de stof.

Het aanvaarden van een ander als je gelijke, het werken voor en met de ander is noodzakelijk. Alleen kunnen we het niet. Maar dat betekent nog niet, dat de ander ons tot zijn lastezel mag maken. Degene, die uit naastenliefde de lastezel van een ander wordt is letterlijk een ezel en zal ongetwijfeld uit zijn dierlijke koppigheid en stupiditeit ontwaken, opnieuw moeten zoeken naar een juistere vorm van bestaan.

*  Wat bedoelt u nu met lastezel zijn voor een ander in dit geval met naastenliefde?

Dat is heel eenvoudig. Wanneer u de lasten voor uw naasten draagt….. wanneer iemand ziek is is hij hulpeloos. Dat je voor die zieke zorgt is aanvaardbaar. Maar wanneer die zieke er nu aan gewend is en je blijft voor hem zorgen, ben je een lastezel. Met andere woorden: je draagt dingen voor die ander, die hijzelf zou moeten verwerken en dragen. Daarmee schaadt je jezelf, want je bent niet meer in staat om je eigen ervaringen volledig te ondergaan en juist te beleven en je schaadt de ander door deze de noodzaak tot ervaren en beleven te ontnemen, die hij ongetwijfeld eveneens nodig heeft om tot een juister besef van zichzelf te komen.

Nu weet ik wel, dat dit niet erg lief is. Tegenwoordig moeten we allemaal solidair zijn. Ik heb wel ontdekt, dat in de moderne tijd solidariteit betekent, dat je bereid bent voor iedereen op te komen zolang een ander de kosten betaalt. Aan dergelijke leuzen hebben we toch niets? We kunnen over onszelf gaan spreken als de ontwaakte Osiris, de welbehouwen steen, degene die door de elementen heen is gegaan tot de werkelijkheid van de zon, maar wat hebben we aan die termen? Die termen zijn niets anders dan illusies. Hij die zegt: ik ben Meester, liegt. Maar hij, die zegt: ik zoek de waarheid en tracht u een weg te banen, kan waarheid spreken. Daar ligt het grote verschil. Niemand kan uw meerdere zijn buiten de onbekende kracht. Niemand is uw mindere, ook al meent u dit te kunnen aantonen, want u weet niet wat het geheel van het bestaan van die ander betekent.

Misschien kan een lepralijder, een bedelaar, een nar meer betekenen voor de mensheid dan een vorst, een financier, een grote uitvinder.

Dat de mensen dat niet begrijpen is duidelijk. Voor de mens is de waarheid een materiële waarheid, om niet te zeggen een materialistische. Wanneer je tot hem zegt, dat wanneer hij zich goed concentreert en hij doet bepaalde dingen, hij bewuster zal worden. Men vraagt dan wat dat oplevert. Men probeert dus altijd als mens een relatie te scheppen tussen wat de wereld jou geeft en wat jij dan in die wereld eventueel doet. Is dat reëel? Ik denk, dat het een illusie is, dat je loon naar verken kunt krijgen. Of je dat nu stelt ten aanzien van de eeuwigheid of ten aanzien van deze wereld. Loon naar werken bestaat niet. Loon naar innerlijke bereiking, dat bestaat. Wanneer je in jezelf veel weet en veel kunt op aarde, doodgewoon op aarde, dan kun je op aarde een zekere claim leggen op datgene wat anderen doen. Je kunt echter nooit zeggen, dat je meer bent dan een ander. Je kunt zeggen, dat je iets meer weet of dat je iets handiger bent dan de ander. Voor mij is het verschil tussen de hartchirurg en degene, die een leertje zet in een lekkende kraan uiteindelijk alleen maar een onderscheid van de noodzakelijke bekwaamheid, maar niet van de werkelijkheid van de functie. Beiden doen in wezen hetzelfde. Ze zorgen, dat de kleppen van een doorlaatorgaan goed functioneren. Er zijn mensen, die zeggen, dat dat niet kan. Dat kan wel. Zo zijn er mensen, die zeggen, dat een gewijde priester meer is dan een gewoon mens. Dan zeg ik waarom? Omdat hij gewijd is? Een priester is een mens, niet meer en niet minder. Wanneer hij in zichzelf een besef heeft – hoe dan ook – van een hogere werkelijkheid en u daarin kan laten delen, dan is hij op dat ogenblik voor u een soort meester, een helper, maar allen op dat ogenblik. Om het heel eenvoudig te zeggen: een priester, die een zegen uitspreekt kan werkelijk krachten losmaken wanneer hij innerlijk juist is ingesteld, wanneer hij in zich de bereiking heeft en niet alleen maar uiterlijk de formulering kent. Wanneer hij de zegen uitspreekt is hij degene, die geeft. Als zodanig moet je hem op dat moment aanvaarden. De aanvaarding van de priester betekent niet het begrip van zijn innerlijk, het betekent alleen, dat hij op dat ogenblik voor u functioneert als een gever. Als ontvangende ben je dus passief ten aanzien van de actie van de ander. Als die man dan de deur door gaat van de kerk en hij begint te denken aan de vraag of het vandaag schapenbout zal worden of kalkoen of mijnentwege spam  of alleen maar radijs, dat kan ook voorkomen, op dat ogenblik is hij precies zoals u. (Spam is een soort worst, die naast ham gelegen heeft en er aan geroken heeft) Wanneer een plechtigheid of een ritueel plaats vindt, dan is het mogelijk dat iemand meer weet dan de werkelijke wetten, die buiten uw kenbare natuur bestaan. De occultist, de mysticus, de magiër. Zolang hij op dat punt werkzaam is en u niet in staat bent om te begrijpen of te controleren, kunt u alleen kijken naar de resultaten. Zijn de resultaten goed, dan moet je zijn werk als goed erkennen. Je mag dan geen kritiek hebben op de manier waarop  gewerkt wordt. Zodra die plechtigheid is afgelopen, moet je niet zeggen, dat hij meer is. Hij kan meer, maar op een ander terrein kan hij wel veel minder kunnen. Ik herinner mij één geval van iemand, die als medium buitengewoon vereerd werd in de USA. Dat was in een tijd, dat ook wij soms door dit medium spraken. Men beschouwde deze man als een soort moderne profeet en heilige. Maar hij heeft ook een keer geprobeerd een foxtrot te dansen. Kijk, op dat terrein was hij minder dan een leerling, hij was een gevaar voor anderen…… We mogen het één niet wegstrepen tegen het ander, maar wij moeten begrijpen, dat waar hij op de dansvloer komt, wij voor hem moeten zorgen tot op het ogenblik – dit voor de dames – dat u vreest voor een blijvende fractuur, dan zou ik hem toch rustig aan de kant zetten. Dat betekent, dat hij van zich uit een verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van u, maar alleen voor zover het zijn werk betreft. Wat u er mee doet, gaat hem weer niets aan. Degenen, die op die manier bezig zijn vragen zich af waar we blijven met de inwijding. U hebt dat even te berde gebracht met de titel van de avond: in samenhang met…. Het is in feite heel eenvoudig. Een inwijding bestaat doodgewoon uit het overdragen van kennis. Je kunt de schoolmeester niet aansprakelijk stellen voor de fraude, die de leerling pleegt, die hij eens rekenles heeft gegeven. Zover het gaat om het juist leren rekenen is hij aansprakelijk. De meester in geestelijk inzicht, de meester die u probeert innerlijk bewust te maken of bepaalde krachten in u te ontplooien, is aansprakelijk voor de juistheid van het proces, maar verder niet. Wanneer u in de klas komt eist de onderwijzer van u een mate van rust en volgzaamheid, gehoorzaamheid zeg maar. Dat is natuurlijk, want zonder dit kan hij geen kennis overdragen. Een meester, die een ander inwijdt, zal van deze gehoorzaamheid eisen. Dat is zolang het proces van overdracht duurt, gerechtvaardigd, daarna echter niet meer. Een goeroe kan u helpen om een inzicht te verwerven; zolang u dat inzicht voor uzelf nog niet hebt afgesloten, bent u inderdaad leerling, u bent gebonden aan uw goeroe.

Wanneer een meester ontdekt, dat zijn leerling niet juist functioneert en toch verder gaat om vaardigheden, kundigheden en innerlijke kennis bij te brengen, dan is deze meester hierdoor zozeer schuldig, dat hij aan de gevolgen gebonden is en zo zijn meesterschap verliest.

Mag ik een heel ander voorbeeld nemen? In vergelijk: een ex-minister wordt één van de directeuren van een groot concern. Hij probeert dat concern te stimuleren op dezelfde manier waarop hij eens politiek heeft bedreven. Het concern gaat failliet. Waar ligt de schuld? Bij degenen, die meenden, dat een politicus een goed directeur kan zijn. De politicus is namelijk gewend zijn idealen op kosten van anderen te verwezenlijken. De directeur van een concern moet het mogelijke verwezenlijken met de middelen, die op dit moment werkelijk aanwezig zijn. Iemand, die gewend is aan dienstauto’s en ambtenaren heeft over het algemeen – zolang het goed gaat – als directeur ook een aardig gezicht. Wat die directeur nodig heeft is niet alleen maar zolang het goed gaat leiding kunnen geven. Hij moet beslissingen kunnen nemen, hij moet hard kunnen zijn. Hij moet onmiddellijk reageren, hij moet niet eerst een aantal commissies van beraad instellen en hij moet, wetende wat hij wil, de mogelijkheden zo zeer duidelijk kunnen ontleden, dat hij anderen er toe beweegt juist te handelen ten aanzien van de groep waarvoor hij staat en niet alleen maar ten aanzien van de idealen, die de leden van die groep misschien onderling koesteren. Laten we daar niet over doorgaan anders komen we aan de bekende uitspraak: er zijn op deze wereld vele politici en helaas zeer weinig staatslieden. Een staatsman is iemand, die in het besef van de mogelijkheden en noodzaken van de staat datgene doet wat noodzakelijk is. Een politicus is degene, die met enig besef van de mogelijkheden en noodzaken van de staat, datgene doet waardoor hij zijn eigen zetel zeker kan stellen. Het is misschien hard gezegd, maar het is waar.

*  Mag ik nog even op het uitgangspunt terugkomen? Jezus en zijn leerlingen. Jezus is toch niet verantwoordelijk voor wat van hen geworden is of wel?

Neen, hij is er niet voor verantwoordelijk omdat – en nu zeg ik iets waar waarschijnlijk veel christenen mee in moeilijkheden komen, maar goed, u vraagt het – omdat Paulus niet zijn directe leerling was en niet direct door hem werd ingewijd, terwijl datgene wat het christendom geworden is bepaald wordt door het Paulinisme en niet door de feitelijke leer van Jezus zelf. Alleen al daarom kun je hem niet schuldig achten. Iets anders is, dat Jezus – zoekende naar de weg voor het geheel van de mensheid – gebonden blijft aan die weg, zolang er iemand is, die hem wil gaan. Dan bestaat de relatie ten aanzien van degenen, die werkelijk willen proberen die weg te gaan en niet ten aanzien van het geheel van degenen, die zich op Jezus beroepen terwijl ze hem in feite als een machtsfactor gebruiken om hun eigen zin door te zetten. Het zou misschien heel goed zijn voor sommige meesters en leerlingen wanneer ze dat zouden begrijpen.

Om terug te komen op het punt waar het mij om ging, een inwijding is iets waarbij we veel illusies moeten opofferen. Ook de illusie, dat een ander voor ons meer kan doen dan wijzelf. Een ander kan tonen wat wij aan en met onszelf kunnen doen, maar hij kan niet voor ons de veranderingen aanbrengen, die wijzelf niet tot stand kunnen brengen.

Een ritueel zoals dat vaak bij inwijdingen voorkomt, heeft dan ook niet ten doel feitelijk een gave te bevestigen vanuit de meester en de leerling, maar om een situatie te scheppen waarin de leerling zijn eigen mogelijkheden voor zich kan realiseren. Wat is dan de waarheid hiervan? De waarheid is, dat ons bewustzijn beperkt is, dat ons bewustzijn echter groeien kan. Wij kunnen steeds meer zaken overzien. Die waarheid is ook, dat wanneer wij zoeken naar het negatieve, wij het negatieve voor onszelf waarmaken, want wij vinden het terug in de wereld waarin wij leven. Er is een heel bekende stelling in één van de Upanishaden, die zegt: al wat je bent kaats je uit naar het scherm om je heen, dat je wereld noemt en dat wat terugkeert uit die wereld en jou wordt aangedaan is een illusie, want zij kan je alleen bereiken als jij in die wereld bent, hetzij door daden, gedachten en door je wezen.

Deze waarheid moeten we dan wel voor ogen houden.

Wij leven allemaal in een persoonlijk universum of we het toegeven of niet. Een groot gedeelte van de dingen, die we onderling hebben afgesproken, zijn voor ons weliswaar echt en waar, maar ze zijn niet feitelijk waar. Een simpel voorbeeld: u hebt een girorekening. U schrijft over en u denkt, dat hiermee geld wordt getransporteerd. Er komt echter geen geld aan te pas. Het is gewoon een kwestie van cijfertjes. Omdat u onderling overeen bent gekomen, dat die verandering van cijfertjes gelijk staat aan het overdragen van ruilmiddelen, draagt u ruilmiddelen over. Het is dus de illusie, die u gezamenlijk koestert, waardoor iets van u een tijdelijke werkelijkheid wordt. De grote moeilijkheid is, dat wij in een tijdelijke werkelijkheid vaak de waarheid uit het oog verliezen. Er zijn heel veel mensen, die denken dat de staat een soort super Sinterklaas is, die dan weliswaar belastingen heft, maar die eigenlijk toch wel aansprakelijk is daarvoor, voor het welzijn van elke burger. Dat is absoluut onjuist. De waarheid is deze: elke regering komt voort uit een volk. Een volk, dat een regering niet aanvaardt zal ofwel deze niet zien als iemand, die hen iets geven moet, dan wel die regering omverwerpen om er een ander voor in de plaats te stellen. Het lukt soms niet. Dan krijg je soms zo’n programma van pool tot pool en dan komt er toch weer een tweede waarheid, die niet overeenstemt met het staatsbeeld, dat u hebt. Die illusie is dus, dat die staat iets zelfstandigs is. Zolang je die illusie handhaaft, maak je de staat steeds zelfstandiger. Op het ogenblik, dat je beseft, dat zij het product is van alle mensen van alle burgers, ben je in staat om dat hele organisme, met al zijn regels, zijn instellingen, dat je hebt voortgebracht – jij en niet een ander – terug te brengen tot de norm waarop het weer controleerbaar wordt. Wanneer mensen dit niet doen, gaat de staat de mensen overheersen. De mens heeft dan geen menselijke vrijheid meer en hij kan dan kiezen tussen verzet, dat zijn ondergang op dit vlak van bestaan betekent of een zich onderwerpen, waarbij het geheel van zijn menselijke mogelijkheden en ontwikkelingen wordt teruggebracht tot een zeer beperkte mogelijkheid, die door anderen voor hem bepaald is. Wanneer we dat zeggen over een staat kun je dat ook zeggen over een kerk. Een kerk is een gemeenschap van gelovigen. De kerk is geen gezag, dat onafhankelijk van de gelovigen bestaat; zij is in feite het zoeken van de gelovigen, uitgekristalliseerd in een gezag waaraan men zich onderwerpt om zekerheden te verwerven, die men innerlijk misschien zonder dit niet zou bezitten.

Op het ogenblik, dat je vrij en innerlijk gaat zoeken naar waarheid, zal blijken, dat je die kerk niet meer kunt aanvaarden zoals ze is. Je gaat dan proberen de kerk te veranderen. Wanneer je die kerk verandert, leeft ze. Wanneer ze echter – zoals heel vaak gebeurt – zich steeds weer op het oude blijft baseren, blijken er steeds minder mensen te zijn om de zogenaamde waarheden van de kerk te stellen boven de innerlijke beleving van waarheid. Dan worden die kerken leeg. We bevinden ons in een tijd – als u mijn afwijking nog verder toestaat – waarin de illusie van vele machthebbers en politieke partijen in kerken, zelfs in bepaalde sferen, wordt getoetst aan de werkelijkheid. Wanneer zij bereid zijn te erkennen waaruit hun macht, hun mogelijkheid, hun kracht, hun wezen in feite ontstaan is, zo zullen zij verder als een soort spits van het geheel, de richting van het geheel deels kunnen bepalen, mits ze zich aan het geheel aanpassen. Wanneer ze dit echter niet willen en kunnen doen, zullen zij ontdekken, dat zij steeds meer alleen komen te staan en dat zelfs hun decreten een ledige halm weergalmen omdat degenen, die zouden kunnen horen, luisteren naar andere zaken.

Wanneer u spreekt over de waarheid en de illusie als een soort tegenstellingen, vergeet u één ding. Veel van de menselijke waarheid is een illusie. Om die illusie te beperken moet je de waarheid omtrent jezelf aanvaarden en beseffen. Moet je bereid zijn jezelf terug te brengen ook van het mooie beeld, dat je misschien zo graag maakt, tot dat wezen wat je werkelijk bent. Wanneer je bereid bent om dat te doen, ontstaat de uitbreiding van bewustzijn en zul je iets meer van een kosmische waarheid aanvaarden. Dan bouw je wel weer illusies op; die zul je weer moeten vernietigen voor je verder kunt gaan. Het gehele proces van bewustwording, het gehele proces van groei, is gebaseerd op het verliezen van illusies. Het vechten met jezelf en het erkennen van datgene wat in jezelf leeft. Alleen op grond daarvan kun je die andere waarden buiten je langzaam maar zeker gaan aanvaarden als een deel van je eigen bestaan, je eigen leven. Alleen op die manier kun je juist functioneren in een geheel dat groter is dan de beperking van je illusie je ooit toegaf te laten erkennen.

*  Wat is bijgeloof?

Bijgeloof is een geloof, dat door de gelovigen niet als juist geloof beschouwd wordt. Met andere woorden: alle geloof is bijgeloof op het ogenblik, dat er niet voldoende gelovigen zijn om er een geloofsrichting van te maken. Verder kunnen we nog zeggen, dat bijgeloof over het algemeen in de westerse wereld – door zijn beperking – al datgene is waardoor wij beïnvloedingen aannemen, die niet rationeel zijn en die niet algemeen als juist erkend zijn. Laat ik het zo zeggen: ik gooi zout over mijn schouder wanneer ik zout gemorst heb om te voorkomen, dat er ongelukken komen. Bijgeloof. Psychologisch gezien niet. Met die actie werp ik namelijk onzekerheid van mij af. Magisch gezien ook niet, want zout is een reinigend iets, tenminste zeezout, dat is van een zuivere samenstelling en demonen werend. Een mens, die bang is voor iets wekt in zichzelf demonen op. Hij kan ze buiten zich ook nog aantrekken, maar hij moet er eerst zelf mee beginnen. Angst betekent beheersing door denkbeelden ook wanneer ze buiten je op een ander vlak bestaan. Het laatste is wel een feit, maar het wordt niet algemeen erkend. Wel wordt er bijvoorbeeld zout gebruikt in doopwater, wist u dat? As en zout. Daar is het dus weer geloof, maar als u het doet is het bijgeloof. Op het ogenblik, dat iemand tot de conclusie komt, dat je met een dergelijke handeling inderdaad iets bereikt, blijkt, dat het bijgeloof het begin is van een these. Die these is dus geen bewezen waarheid, maar ze is het begin van een onderzoek naar mogelijkheden op grond van veronderstelde en deels aantoonbare werkingen en feiten.

*  Waarom kunnen we wel zeezout gebruiken en geen jodiumhoudend zout?

U weet wat straling is, nietwaar? U moet het zo eens voorstellen. Elke kristal heeft ook een eigen frequentie, straalt dus uit. Vooral gecompliceerde kristallen zoals die van zeezout omvatten een heleboel elementen. Er zit van alles in tot aurum (goud) toe. Juist die elementen zijn juist in steenzout niet of in veel mindere mate aanwezig omdat door de druk en eventuele verwerking een deel van die stoffen uitgekristalliseerd zijn of weg zijn. Het zeezout heeft dus over het algemeen meer van die bestanddelen en daardoor een wat andere straling. Het reageert of een andere frequentie. Als je er nu jodium bij doet en je doet er teveel bij en dat gebeurt nog al eens, dan krijg je echt het gevoel dat er teveel wordt bijgedaan en dat het anders is. Dat kan op uw lichaam dan wel weer een goede inwerking hebben. Bepaalde stoffen bijgevoegd aan zout hebben bijvoorbeeld wel weer op een deel van de aura een inwerking. Ze kunnen direct niet werkzaam zijn, wel indirect. Ze hebben eerst een omzetting en interactie nodig.

Narede:

U leeft met illusies. Het is onmogelijk zonder illusie te bestaan. Het is niet erg wanneer je maar weet wat illusies zijn. Wanneer je steeds weer achter alle illusies zoekt naar die feiten, die onveranderlijk lijken. Bewust worden is niet opeens veranderen. Bewustwording is als een kiem- en groeiproces, waardoor je langzaam en bijna onmerkbaar steeds meer waarheid tot jezelf kunt gaan trekken en waardoor je steeds meer werkelijk kunt zijn ten aanzien van het ware om je heen.

Het onderscheid kennen, het is moeilijk. Verwijt het uzelf niet wanneer u soms door illusies wordt meegesleurd. Blijf zoeken naar waarheid. Wees vooral bereid elk van uw zekerheden te ondervragen, u afvragende: ik neem dit wel aan, maar is dit zo? Wanneer u dan heel diep in uzelf komt, zult u geconfronteerd worden met een waarheid, die niet veel meer is dan stilte. Een diepe stilte en een diepe vrede. In die vrede vindt u de kracht waardoor u de waarheid later anders kunt zien. Niet meer als een strijd, maar eerder als een herboren worden, als een ontwaken. Dit is voor ons allen – niet voor een enkeling, maar voor allen – bestemd. Niemand zal uiteindelijk ondergaan in de spiegelwereld van de illusie. Niemand zal ooit worden uitgeblust, zodat er niets meer overblijft. leder van ons zal moeten zoeken naar de waarheid. Wanneer je je wezen teveel op illusies baseert, zal soms lijken of je moet sterven voor je opnieuw de weg kunt gaan naar een steeds groter besef waarvan je deel uitmaakt en waarin je leeft.