Verandering van de innerlijke werkelijkheid

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Dit hangt samen zowel met de innerlijke eenwording van stof en geest als ook met het vermogen van projectie van het ik en de belevingen van het ik. Als wij namelijk dromen, dan bestaat er in ons een werkelijkheid. Je kunt later zeggen: Het is schijn geweest. Maar op het ogenblik dat je ermee verbonden bent dan is het wel zo, als je bang bent, ben je werkelijk bang, als je vreugde ervaart, ben je werkelijk blij. Kortom, het is gewoon een wereld die in je bestaat.

Nu is die droomwereld gereleerd aan de herseninhoud. Maar er zijn ook dromen bij die verder gaan dan dit en die een deel van een andere wereld omvatten of die een gebeuren omvatten dat men zich eigenlijk heel anders had voorgesteld.

Soms laten dromen ook dingen ervaren die zich niet op aarde afspelen, maar ergens anders in ruimtelijke verhoudingen of zelfs in tijd. Ook deze zijn werkelijk. Daaruit zou je de conclusie kunnen trekken: er bestaat in ons een werkelijkheid. Die werkelijkheid staat echter niet vast, ze is vaak variabel.

Nu wordt in de droomwereld een groot gedeelte van de droom medebepaald door het lichaam, Maar als wij dat lichaam enigszins tot rust kunnen brengen en beheersen en wij kunnen ook de gedachten een beetje uitschakelen, dan krijgen we een situatie waarin de geest eigenlijk de dromer wordt.

Die geest kan dan dingen projecteren in je die niet echt zijn. Maar ze kan ook proberen een beeld te scheppen van wat je zou kunnen doen en zou kunnen zijn zonder daarbij aan de stoffelijke mogelijkheden voorbij te gaan. Op dat ogenblik ervaar je eigenlijk een integratie van stof en geest. De geest is zich bewust van de stoffelijke wereld en haar mogelijkheden. Het lichaam echter neemt boodschappen en signalen op die in feite tot de wereld van de geest behoren.

Hier is dus een innerlijke wereld. Die wereld wordt dan zelfs als de geest aan het woord is, toch medebepaald door zekere stoffelijke tendensen. Als u schuldbewust bent of innerlijk ontevreden, dan zal uw droom maar heel zelden er een zijn van verrukkelijke werelden of van vrede en rust of een ontmoeting met de een of andere hoge kracht. Omgekeerd, als u rustig en tevreden bent, dan zal uw droom u heel vaak brengen naar werelden die voor u die rust en vrede vertegenwoordigen. Daarin komen dan soms bepaalde boodschappen voor.

Als je je dat realiseert, dan zeg je: In die toestand is er dus een mogelijkheid dat stof en geest in balans zijn. Want het is de stof die de mogelijkheden voor de hersenen bepaalt. De hersenen kunnen al­leen die signalen opnemen en verwerken die in overeenstemming zijn met de tendens die daarin geheerst heeft. Aan de andere kant is het de geest, die daarin dan haar boodschap, haar vertaling of haar mededeling kwijt kan.

Op het ogenblik, dat een mens dit beseft, kan hij beginnen met een op zichzelf niet zo moeilijke procedure, namelijk een beeld te krijgen van een innerlijke werkelijkheid. Dat zal gewoon een droom zijn. De een droomt dat hij in een donkere circustent aan de trapeze heen en weer slingert, bijna mist en het toch nog net haalt. Een droom die vaak een betekenis heeft van angst tot falen. Een ander droomt misschien dat hij in een auto rijdt of dat hij andere lichamelijke of geestelijke bezigheden verricht.

Als u zo’n beeld steeds in u voelt opkomen in halve waaktoestand, dus zo tegen het insluimeren in, dan is het belangrijk om daar eens aantekening van te maken om uzelf duidelijk te maken wat eigenlijk uw ervaring is. Juist in die aanloopperiode naar de slaap, wanneer alle levensritmen nog wel op gang zijn maar er toch een toestand van wereldvervreemding een beetje optreedt. Een dergelijk beeld is een basisbeeld, ­ geen symbool. Het geeft iets weer van onze innerlijke wereld en het re­presenteert voor ons dan ook wel een deel van onze innerlijke werkelijk­heid.

Als je in die periode droomt van donkere werelden, van onweer e.d. dan kun je natuurlijk zeggen dat je mistroostig bent of geneigd om pes­simistisch te zijn, maar het zegt toch wel iets meer. Het zegt in feite: ik ben niet in staat om de andere kant te zien, maar dan kan ik die ook niet ontvangen. Dan kan ik alleen in die termen mijn geestelijke waarhe­den, voor zover ze optreden uitdrukken. Bij uittredingen zal ik mede be­paald worden, voor een groot gedeelte althans, door dit sfeertje dat in mijn gedachteleven, in mijn gemoedsleven hangt.

Daarom kun je proberen om die innerlijke werkelijkheid een beetje aan te passen. Wanneer er een onweer is, stel je dan voor dat de wolken erg mooi zijn; dat de wind ze wegjaagt, dat er hier en daar een zonne­straal over het land valt. Het vraagt een beetje fantasie om dat te doen. Het beeld heeft ook niets met werkelijkheid te maken, het is gewoon droom, dagdroom in dit geval. Maar het verandert je eigen ervaring en daarmee je eigen afstemming.

Doe je dit regelmatig, dan zul je ontdekken dat je automatisch toch vervalt in een andere beeldwerking. Als je dan je ogen dicht doet en je droomt zo’n beetje weg en die dagdroom komt nog even op, dan heeft ze een ander karakter, vaak een andere inhoud. Dat is belangrijk.

Op deze manier veranderen wij eigenlijk de afstemming, van ons brein. Voor een mens is dat brein noodzakelijk om zich bewust te kunnen worden van alle gebeurtenissen waarbij geestelijke waarden een rol spelen, zeker in de periode van de slaap.

Dan komt er een moment, dat die wereldvoorstelling een vaste is, ze is gefixeerd. Als je zo’n twintig – dertigmaal het vergelijkbare in je voelt opkomen als een halve droom, dan kun je wel zeggen: Dat is mijn af­stemming van dit ogenblik. Je gebruikt dit dan om daarin die elementen aan te brengen die voor jou op dit moment belangrijk zijn.

Wil je iemand ontmoeten, droom die figuur daarin. Zet hem in dat landschap. Breng hem in de actie die misschien bepalend is voor die droombeleving. Zodra je dit doet, stem je af op die persoon. In feite projecteer je een deel van je bewustzijn naar die persoon van wie je de voorstelling hebt gevormd.

Je kunt zeggen: Ik heb behoefte aan kracht. Het komt wel eens voor dat een mens zegt: Ik ben zo slap. Of: Ik heb geestelijke of li­chamelijke kracht nodig. Als het een landschapsdroom is waarmee u wordt geconfronteerd, stel u dan gewoon voor dat op de een of andere manier de zon u koestert. Probeer die afstemming vol te houden. Als dat beeld intens genoeg is en daarachter schuilt de wil om met het licht of met de kracht geconfronteerd te worden, dan zult u daardoor innerlijk die afstemming veel beter bereiken en is dus de kans, dat zo’n rustperiode een directe overdracht van kracht voor u betekent, veel groter geworden.

Als u meer droomt van huizen, van kamers en dergelijke stel u dan maar voor dat u de blinden opent of dat u een grote lamp aansteekt. Kortom, u moet het beeld licht verwerken in deze halfdroom. Daardoor is de afstemming op het licht veel gemakkelijker te bereiken.

Het proces is niet zo moeilijk. Het is in feite een voortzetting van wat de meest mensen in de halfslaap een beetje fantaseren en ten­slotte in die fantasie steeds weer bepaalde beelden op de voorgrond brengen. Je gaat alleen die beelden aanvullen en je gaat ze richten. Dat is een procedure die we suggestief kunnen noemen. Het is een sug­gestieve afstemming van de persoonlijkheid.

Nu kan er een ogenblik komen dat we bepaalde dingen in deze we­reld of in een andere wereld willen weten. Dan kunnen wij precies deze afstemming gebruiken om dat te bereiken. Wij kunnen dus onze persoonlijkheid a.h.w. projecteren naar een andere plaats op aarde en daar gaan waarnemen.

Het is een proces als uittreden, maar hier is het belangrijke het waarnemen. Het is dus perceptievermogen dat wordt geprojecteerd. Het behoeft niet de hele persoonlijkheid te zijn. Dit geeft ons de moge­lijkheid om bepaalde personen op afstand te ontmoeten, te weten hoe het met hen gaat, ook al zullen ze u niet zien of kennen. Voor u komen zo­veel dingen naar voren die feitelijk zijn, dat u weet: ik heb inderdaad geestelijk een contact.

Realiseer u dat elke projectie naar andere personen gepaard kan gaan met ervaringen, die niet uw eigene zijn maar die van de persoon waarin u projecteert. Het is een afstemming op de persoonlijkheid. Dus als die persoon in een ziekenhuis ligt, kijk dan niet gek als u wakker wordt met pijn in de arm. Of als de ander bv. voor de blinde­darm is geopereerd, u dan zegt: Wat trekt mijn lidteken. En dan ont­dekt u dat u er geen heeft en de pijn verdwijnt. Het zijn dingen waarmee u zeer veel van de ander ontvangt.

Als u dan nog iets bekwamer hierin wordt, dan ontdekt u ook dat u a.h.w. de gedachtewereld van de ander voor een deel kunt ontvangen. Soms gebeurt dat ook in de vorm van lichamelijke ervaringen, ik heb het koud, ik heb het warm. Maar veel vaker is het eigenlijk een soort twee­gesprek dat u met uzelf voert, waarin echter de woorden die u aan de an­der toeschrijft in overeenstemming zijn met bewustzijnsinhoud van die per­soonlijkheid. Dit kunt u op aarde doen, maar u kunt het ook in de geest doen.

Nu zou u geestelijk gezien volledig vrij moeten zijn. Maar wie is dat? U bent opgevoed in een bepaald milieu. U leeft in een maatschappij met bepaalde normen. U heeft misschien een geloof of in uw jeugd een geloof gehad dat u eveneens in een bepaalde richting stuurt. Die dingen zijn voor u wetten, ze bepalen uw mogelijkheden. U kunt dus niet in de droom dingen gaan doen, die u normaal niet zou kunnen willen of dur­ven doen.

Dit is ook weer een heel belangrijk punt. Want op het ogenblik dat wij die grenzen overschrijden, ontstaat er voor ons een werkelijkheidsver­werping; d.w.z. wij wijken af van een realiteit en we beginnen daarvoor vaak wensdromen in de plaats te stellen. Dat is niet belangrijk, dat is niet interessant en het is vaak ook nog misleidend op de koop toe. Probeer dus uzelf te blijven in uw dromen.

Projecteer u nooit als superman of supervrouw die alles kan, want dat kunt u niet, daar gelooft u niet in. Dan bent u in een fanta­siewereld zonder meer. Probeer u gewoon te zien zoals u bent, te han­delen zoals u bent ook in die droomwereld. Er gaan dan toch wel be­paalde grenzen verschuiven, maar het is niet meer iets waarin u zelf niet gelooft en dat brengt u tot een ontwijken in de onmogelijkheid.

Een van de grote problemen bij een zelfprojectie naar de sferen is vaak dat een mens die sferen niet wil aanvaarden zoals ze zijn. Hij gaat uit van zijn eigen conditioneringen. Daarom moeten bv. alle geesten: in witte jurken met zilveren zoom lopen. Nu is dat niet zo erg, het is maar een symptoom. Want een dergelijke ontmoeting zal ook nooit het gehele wezen van de ander doen aanvoelen en begrijpen. De aankleding is tevens een norm voor een mogelijke uitwisseling van signalen. Dat moet u gewoon vermijden. Door uzelf te zien zoals u bent, bereikt u dat u de wereld waarin u dan terecht komt althans zoveel mogelijk aanvaardt zoals ze is.

De contacten die dan geestelijk worden gelegd, zijn volkomen reëel. Ze kunnen zelfs zo ver gaan dat men na een dergelijke beleving, gevoelens van lichamelijke aanwezigheid heeft t.a.v. iemand die er niet is of misschien niet meer is. Het kan zo ver gaan dat u boodschappen ontvangt en dat u weet: laat mij dat nu maar niet doen, dat zou deze of gene niet leuk vinden.

Als u verder hierbij nog uw beeld van God in het geding gaat bren­gen en dat kan erg belangrijk zijn, dan moet u dat zo weinig mogelijk personifiëren. Maak van God geen persoonlijkheid. Maak er een ontmoeting van met een kracht, met een stem, of een kleurenschouwspel dat u iets zegt. Als U zich afstemt op die niet gedefinieerde God, is de kans dat u doordringt tot een wereld waarin zeer hoge krachten zich manifeste­ren en werkzaam zijn veel groter.

Denk niet dat u God Zelf ontmoet. U zou het niet eens kunnen, want de totaliteit van die God kunt u niet bevatten. Het is altijd maar een deel van de goddelijke werkelijkheid die u kunt ervaren. Maar een relatie met die God betekent wel een uitwisseling tussen de in het ik bestaande wens en wenselijkheden en de goddelijke mogelijkheid. Er ont­staat een correctie t.a.v. uw eigen gedrag, maar ook t.a.v. de krach­ten waarover u beschikt, het aanvoelen of weten dat voor u belangrijk is.

U ziet het, door een beetje onze innerlijke werkelijkheid te diri­geren kunnen we dus erg veel doen. Onszelf geheel kennen, wij hebben het al gezegd, is voor ons bijna niet mogelijk. Maar wij hebben toch een beeld van onszelf. Als wij dat beeld nu aanpassen voor zover wij dit kunnen aan hetgeen voor ons ideaal is, dan zien wij een zelfbevestiging. Zelfbevestiging is de eerste basis voor contacten met hogere waarden en sferen.

Iemand die zegt: Ik ben maar een arme zondaar, die is misschien wel nederig op zijn manier, maar hij zegt gelijktijdig: Ik kan dus die hoge wereld niet bereiken, want dat is erin geïmpliceerd. Die hoge wereld kan mij bereiken, maar ik kan die hoge wereld niet bereiken. Zeg je: Ik ben onvolmaakt, maar ik streef naar het goede, dan heb je daaren­tegen een positieve benadering. Je kunt die hoge wereld wel benaderen en begrijpen en je kunt gemakkelijker contact ermee opnemen. Dat zal voor veel mensen erg ongeloofwaardig klinken, denk ik, maar het is een feit. Innerlijke rust, innerlijke werkelijkheid zijn belangrijke factoren. Maar een mens, die zichzelf niet kan bevestigen, die zichzelf of een deel van zichzelf niet kent, die wijst daardoor niet alleen stoffelijke delen van zichzelf of van zijn beleving af. Hij wijst wel degelijk een groot gedeelte van zijn contactmogelijkheden in de geest en met geeste­lijke middelen af. Daarom zou ik zeggen

Mensen, begin met jezelf te aanvaarden zoals je bent. En dan kun je nog heel anders zijn, dan je denkt te zijn. Dat is helemaal geen punt. Maar dat wat je beseft te zijn, moet je aanvaarden en dat moet je posi­tief bekijken. Je moet zien wat er aan goeds in zit, nooit wat er aan kwaads in zit.

Een innerlijke werkelijkheid veranderen kan namelijk niet vanuit een negatief standpunt zonder dat wij gelijktijdig daarbij onszelf geestelijk verlammen en ten dele ook tot angstdromen verdoemen. Positiviteit is erg belangrijk.

Een opbouw van zo’n innerlijke werkelijkheid zal in het begin hoofd­zakelijk bestaan uit droomvoorstellingen die delen van het onderbewuste kenbaar maken en soms ook een paar geestelijke elementen. Maar als je steeds weer geestelijke ervaringen opdoet, als je uittredingservaringen doormaakt, dan wordt er aan je bewustzijn steeds meer toegevoegd dat niet behoort tot je zuiver stoffelijke werkelijkheid. Je wereld groeit. Als je nu die innerlijke wereld steeds blijft onderwerpen aan de rede­lijke normen, dan kom je niet verder.

De rede is een werktuig, maar de intuïtie, het aanvoelen, is toch de bepalende factor: Dat is trouwens voor de meeste mensen ook in de praktijk het geval. Zelfs de wetenschapper wordt door zijn gevoelens ge­leid en komt daardoor tot de interpretatie van feiten die hij consta­teert, zodat zijn rationaliteit voor een deel emotioneel gericht blijft. Bij u is dat zeker ook het geval.

Dan bestaan er duizend en één recepten. Recepten voor hoe u dit en hoe u dat kunt doen. Meestal werken ze wel, maar je moet er eerst in geloven. Wat is nu het belangrijkste dat u heeft?

U bent uzelf. U moet eerst in uzelf geloven om tot grote mogelijk­heden te komen. Dit geloven in uzelf geeft die geestelijke ervaringen, deze aanpassing van herinneringen, dit tijdsbesef, soms zelf incarnatie­besef, waardoor u langzamerhand van binnen een wereld krijgt waarin zoveel elementen die geestelijk zijn een rol spelen, dat u een nieuwe wer­kelijkheid begint te betreden.

Hoe belangrijker die werkelijkheid wordt, des te gemakkelijker het ook is om al datgene wat daarin wordt verworven, geleerd en beleefd, over te dragen naar uw stoffelijke wereld. U weet dat u een stoffelijke wereld niet zonder meer kunt beschouwen als een norm voor een stoffe­lijk bestaan.

Als wij u dingen proberen te leren, dan trachten wij altijd praktisch te blijven. Maar er zijn zoveel verschillende mensen. Er zijn zoveel ver­schillende omstandigheden. Er zijn zoveel verschillende ik beelden, dat het altijd een wat vage, te algemene benadering blijft die voor velen werkt maar nooit voor allen.

Maar als je nu je innerlijke wereld gaat aanpassen, dan heb je ook die raadgevingen van buitenaf veel minder nodig. Je gaat innerlijk weten wat je zou moeten zijn. Gelijktijdig besef je, je ik beeld is toch nog stoffelijk wat het kan zijn. Het leven wordt een compromis waardoor de innerlijke wereld zoveel mogelijk, maar volgens de normen van ik en mate­rie, zoals ik die zie, wordt geuit. Hoe meer ik het uit, des te groter de parallelliteit tussen ervaringen in de stof en dat wat geestelijk be­langrijk is. Er is een steeds grotere overdracht van waarde van de geest naar de stof en omgekeerd.

Het beeld dat ontstaat is er één van een ego waarin de stof aanwe­zig is zonder dat iets van de geestelijke waarde wordt ontkend. Dit impliceert dat met dit beeld een projectie mogelijk is tot in zeer hoge we­relden. Je kunt de werelden van licht en kracht, ja, de wereld van de zgn. Heren (Heer van wijsheid enz.) kun je daarmee betreden. Je kunt ze beleven.

Elke wereld die je betreedt echter, daar moet ik u voor waarschu­wen, heeft altijd twee aspecten. De God die u ontmoet, kan ook een de­mon zijn. Omdat dat wat u zoekt als God niet de totale God is en de andere eigenschappen u dus als vijandig aan uw godsbeeld tegemoet schijnen te treden. Vrees deze dingen niet. Ze hebben alleen macht over u als u ze vreest, als u zich eraan onderwerpt of u erdoor laat beïnvloeden of beheersen.

Elk wereldbeeld van een andere wereld is niet alleen maar zonne­schijn; er is altijd licht en schaduw, Zelfs in het mooiste Zomerland zijn er tussen alle superbloemen die er bloeien hier en daar nog vleeseten­de planten waar je je vingers beter van af kunt houden. Besef dit. Weet, dat de verschijningsvorm niet de juiste is, maar dat het voor u door uw onderscheid een verschil in werking of verschijning betekent.

Zoek in die innerlijk wereld voor uzelf symbolen te vinden die voor u belangrijk zijn. Voor sommige mensen zal dat zijn de jonge Boeddha op een lotusblad ergens middenin een vijver. Voor een ander is het misschien een zegenende Jezus. Dat hindert niet. Een dergelijk symbool is niet echt.

Als u Jezus ontmoet bij een uittreding in de sferen, is het een kans van één op vele miljoenen dat u met de Christusgeest een werkelijk con­tact heeft. Maar dat is niet belangrijk. Het symbool op zichzelf verte­genwoordigt instelling of afstemming. Het symbool wordt daardoor een middel voor de juiste zelfprojectie. Daarom is het helemaal niet zo erg, als in uw droombeelden religieuze symbolen een rol spelen. Maar begrijp, ze zijn nooit absoluut.

Als demonen en duivels daarin ook een rol spelen, dan is dat ook niet erg, zolang u niet daartegen in verweer wilt komen, u daaraan wilt onderwerpen of daar bang voor bent. Deze dingen bestaan, maar u begrijpt ze niet. Uw enig doel is licht.

De eenwording met lichtende werelden kan stoffelijk nooit worden uitgedrukt. Wij hebben daarover al het een en ander gezegd o.a. ten aan­zien van mystieke beleving, Maar het doel van de geestelijke projectie van het ik is opgaan in dat deel van de goddelijke en tijdloze werkelijk­heid dat je op dit moment in tijd representeert. Dat houdt in dat er uittredingen zijn, reële projecties van het ik die stoffelijk niet her­innerbaar zijn.

En dan moeten wij ons afvragen, heb ik dan droomloos geslapen? Neen, zomin als veel mensen zich dromen die een sfeer bevatten, zul­len herinneren omdat ze op de een of andere manier het bestaan van die sfeer of wereld in twijfel trekken of niet verstandelijk kunnen aanvaar­den, zo zult u een ervaring overhouden, maar u zult daarvan geen voor­stelling aan overhouden.

Dan kom ik nu aan het laatste stukje van dit betoog.

Ik stel het volgende. Een beeld van het ik dat voor het ik aanvaard­baar blijft en tevens wordt gezien in contact met hoogste kracht en wereld veroorzaakt een uitermate diepe rust of slaaptoestand; of als men het wakend probeert te doen een meditatie, die in een soort trance overgaat. Op dat ogenblik ontstaan relaties met het niet uitdrukbare. De kracht van dit niet uitdrukbare beleeft u wel in uzelf. Wanneer u weer terugkeert tot de werkelijkheid, kunt u het gevoel hebben dat uw haren te berge rijzen of dat u a.h.w. onder een zware statische lading staat. U kunt het gevoel hebben dat de hele wereld zo goed is dat u haar wilt omhelzen. Eén raad begin daar niet aan want u krijgt er last mee.

U kunt het gevoel hebben dat de kracht a.h.w. overal uit uw li­chaam spat. Zeg dan niet: Dat is alleen maar een illusie. U heeft dan iets ervaren. U heeft door de harmonie die bij de projectie ontstond bepaalde residuen uit die hogere wereld overgebracht naar het licha­melijke. Stof en geest zijn ook in dit opzicht tot een groter eenheid gekomen.

Er zijn veel oosterse wijsgeren die zeggen dat je niet moet denken dat dat de ideale vorm van mediteren is. Hun leerlingen denken er dan ook erg veel over na hoe ze niet moeten denken zodat ze om niet te denken voortdurend denken aan niet denken en zo in hun gedachten bijna ten onder gaan.

Niet denken is voor een mens praktisch onmogelijk. Vrede ervaren is iets anders. Op het, ogenblik dat de gevoelswereld (gesublimeerd eventueel) in toenemende mate je wezen begint te doordringen: vervlak­ken de gedachten. Ze blijven wel, maar ze zijn niet belangrijk meer. Het punt bereiken waarop het denken even onbelangrijk is als het gemur­mel van een menigte terwijl je net met iets bezig bent is de meest ideale toestand die je kunt bereiken. Als je deze goed bereikt, heb je daarmee een groot aantal geestelijke mogelijkheden voor jezelf geopend.

Ook dan is het nodig dat het ik of delen van het ik bewust wor­den geprojecteerd. Dit kan geschieden door de oefening een vast omschre­ven doel te geven, zoals je je fantasie van de innerlijke wereld aanvult met die elementen waar je naartoe wilt. Het is de methode om grote de­len van je persoonlijkheid in contact te brengen met werelden die je op dit moment althans nog niet als concrete werkelijkheid kunt beleven of bevatten.

Elke mens behoort tot vele werelden, ook u. Bijna elke mens maakt het zich onmogelijk het contact met die werelden ook maar enigszins be­wust te beleven door zijn wereldbeeld en ik- voorstelling.

Elke mens kan op het ogenblik dat hij vertrouwt in het ik beeld dat hij heeft, zonder het te beoordelen, zonder bezig te zijn met schuld en verdienste, dit gebruiken om hoge werelden te ervaren. Van een bewust stoffelijk beleven zal altijd maar in beperkte mate sprake zijn. Dat houdt in dat hetgeen ik heb gezegd ook voor u geldt. Het geldt voor elke mens, omdat het in feite is gebaseerd op grondeigenschappen die in elke mens aanwezig zijn, geestelijk zowel als stoffelijk. Maar u kunt het alleen uitvoeren op uw eigen manier, niet op de manier van een ander.

Er zijn bepaalde vormen van godsdiensten, van yoga, waarbij seksualiteit (de westerling zegt uitspattingen) gebruikt wordt om tot de toe­stand van zelfaanvaarding en wereldvergetelheid te komen.

Er zijn andere sekten en groepen die de bergen in trekken en in ab­solute eenzaamheid misschien maandenlang achtereen met minimale voeding mediteren en proberen zowel lichaam als geest te beheersen. Die wegen zijn schijnbaar heel anders, maar ze komen op hetzelfde neer het berei­ken van een toestand van zelfaanvaarding die een zelfvergetelheid bijna gelijkkomt, omdat het ik beeld een zuiver automatisch ervaringspunt is geworden en niet meer een relatie vertegenwoordigt met de wereld of met de geest. Deze wordt eenvoudig aanvaard.

Het is in deze aanvaarding dat de werkelijkheidsbeleving kan optreden. Het is door deze aanvaarding dat de projectie van het ik naar een tevoren gesteld doel mogelijk wordt. En het is vanuit deze zelfaanvaarding (de ik­-projectie), dat het zelfs mogelijk is om de grenzen van de tijd tijdelijk uit te schakelen zolang het die zaken betreft waarbij je zelf betrokken bent.

Daarmee heb ik de les voor vandaag beëindigd.