Verandering

16 juli 1984

We gaan dit jaar afsluiten. Natuurlijk is er vanavond weer een gastspreker voor u, dat hoort er zo bij. Ons onderwerp, ons thema is vreemd genoeg verandering. Misschien wel een beetje passend bij deze tijd.

De gastspreker is een filosoof uit de middeleeuwen, laatste incarnatie in Italië. Zijn denkwijze is deels alchemistisch, deels Grieks-filosofisch. Dat is dan zijn opleiding.

Zijn huidige status: behoorlijke lichtsfeer, het gouden licht.

“Wat bent u van plan te gaan vertellen, dan kan ik dat inleiden.”

Toen zei hij: “Ik vertel nooit.”

Ik zei: “Wat doet u dan?”

Hij zei: “In elke mens zijn bepaalde versleutelde begrippen. Een filosoof die ze kan aanvoelen kan misschien gedachten een vorm geven, waardoor de mensen die sleutel een beetje gemakkelijker te pakken krijgen.” Ik zeg: “Is er iets wat ik over u moet vertellen?”

Hij antwoordde: “Ach, over mijn zonden spreek ik niet graag. Met mijn deugden kun je ze niet lang genoeg bezighouden en alles over mijn omgeving kunnen zij in een geschiedenisboekje vinden.”

En daar zit ik dan weer zoals de laatste tijd gebruikelijk, met een gastspreker, die mij eigenlijk een beetje in mijn geestelijke hemd laat staan. Daarom zal ik maar op mijn manier iets vertellen over verandering, omdat je als geest toch ook wel wat veranderingen doormaakt.

Een verandering is iets, waarvan je zelf eigenlijk heel weinig merkt. Het is een soort metamorfose die in een rustperiode plaatsvindt. Dat is iets, wat we allemaal zullen doormaken ook in het stoffelijke leven en daarna.

Er komt een ogenblik dat je eigenlijk bijna lusteloos bent. Je valt een beetje terug; je vraagt je af wat je nu eigenlijk moet gaan doen. Dan denk je dat je geen kant uit kunt. Maar in feite moet je op dat ogenblik juist daadloos zijn. In die daadloosheid verandert je wezen. En als je eruit komt zie je de wereld anders.

Je bent ook zelf anders; je mogelijkheden zijn ook anders geworden en door dat anders zijn begrijp je pas dat je veranderd bent. Dat is heel eigenaardig. De meeste mensen denken: ach, alles blijft zoals het is. Zoals ze vroeger zeiden: Eens een dief, altijd een dief. Dat is natuurlijk grote onzin. Elke mens verandert.

In het menselijk leven zijn er gemiddeld 3 tot 4 fasen, soms meer, waarbij je kunt zeggen: die mens is helemaal veranderd. Zijn denken is een beetje anders, zijn gedrag wijzigt zich wat, maar zo’n mens zelf en ook zijn omgeving is zich daarvan meestal niet bewust. Het voltrekt zich eigenlijk zo geleidelijk.

Dan ineens sta je ervoor en zie je in de wereld de dingen toch anders. Je beleeft de dingen anders en je weet vaak niet eens waar je ermee naar toe moet. En dan, op dat ogenblik pas, ga je zeggen: Ik ben dus niet meer zoals ik was.

In de geest is dat veel ingrijpender. Want bij u blijft uw wereldje gelijk, bij ons verandert ook je wereld. De dingen die je ziet zijn anders. De dingen die je voelt, die je beleeft, die je hoort zijn anders. Je zou haast zeggen: waar je vroeger een hele kudde vee had, heb je nu genoeg aan drie geiten en bokjes en je hebt precies hetzelfde. Dus op deze manier kom je in een reeks situaties te verkeren, waarbij je je gaat afvragen: waarheen en waarom.

Mijn eigen eerste verandering was zo geleidelijk dat ik het eigenlijk niet opmerkte. Het is in de sferen gebeurd. Ik leefde op een bepaalde sfeer, straal of golf en altijd waren er voor mij dus nog wel vormen en begrippen. Ik was vaak druk bezig met de hele wereld en wat er allemaal gebeurde. Op een gegeven ogenblik was het eigenlijk net of al die vormen een klein beetje in de mist zaten, maar ik zat zelf niet in de mist. Ik was voor mezelf volkomen helder en duidelijk zoals altijd.

Ik ontmoette personen die ook helder en duidelijk waren. Ik had ze zelfs vaak nog niet zo helder en duidelijk ontmoet. En terwijl zo langzaam maar zeker alles naar de achtergrond verdween begon ik ook mijn belangstelling voor die werelden een beetje te veranderen. Eerst was ik erg geïnteresseerd in bepaalde mensen, in bepaalde situaties. Nu ging ik mij eigenlijk meer bezighouden met massalere eenheden: een land, een volk, een economische verandering, een natuurkundige crisis misschien.

Al die dingen gingen mij ineens heel anders aanspreken. Ik wist zelf eigenlijk nog niet eens goed dat ik veranderd was, totdat ik in een contact met anderen om mij heen keek. Waar eens voor mij velden, bosjes en boompjes waren geweest, daar zag ik nu eigenlijk alleen maar een soort kleurenspel. Maar het gekke was, dat kleurenspel was veel vollediger; het vertelde veel completer wat er eigenlijk mogelijk was dan alle vormen, die ik vroeger had gezien.

Toen zei ik tegen mezelf: hé, ik ben veranderd. En ja, dan kun je erover gaan vechten op welke straal zit ik en hoe ver reikt mijn inwijding. Maar ach, het zijn allemaal slechts termen. Zolang je hetzelfde blijft ervaren, zolang je hetzelfde blijft denken en op dezelfde manier blijft reageren, kun je zoveel stralen optellen als je wilt, je blijft toch dezelfde. Maar als je wereld ook maar iets verandert, wanneer je de dingen iets anders gaat begrijpen en zien dan komt er een ogenblik dat je zegt: hé, ben ik nog wel dezelfde? En dat je gelijk hebt.

De verandering in sferen is een beetje moeilijk om uit te drukken. Je kunt niet zeggen zoals dat theoretisch heel vaak gebeurt: je krijgt een groter overzicht. Ik zou eerder zeggen: het zijn net stukjes van een caleidoscoop die op een andere manier gegroepeerd een even symmetrisch maar zinrijker patroon gaan vertonen. De stukjes vallen op een andere manier op hun plaats.

Elke keer als je dat beleeft is er die periode van beënging, een beetje van opgesloten zijn. Je ziet al het nieuwe, je denkt nog in de termen van het oude en op één of andere manier kun je er niet helemaal doorheen komen. Dat is dan een van die bekende poorten, u weet het wel: de poorten van inwijding enz. Daar hebt u al zo vaak van gehoord.

Ik heb dat nu tweemaal in de sferen mee gemaakt, dus in mijn laatste situatie hier. En nu begin ik pas te begrijpen dat het me vroeger ook vaak gebeurd is. Verandering schijnt inherent te zijn aan ons bestaan. Op het ogenblik dat we niet meer veranderen zijn we waardeloos of volmaakt. Iets anders bestaat er niet.

De mensen hebben heel bepaalde opvattingen over wat je wel mag doen en wat je niet mag doen, hoe je het wel moet doen en hoe je het niet moet doen. Vergeet al die dingen nu maar. U moet leven met de mensen, dus u zult er rekening mee moeten houden, maar die opvattingen hebben eigenlijk geen werkelijke betekenis. Als je je daaraan vastklampt sta je eigenlijk grotendeels stil. Dan maak je het jezelf onmogelijk om verder te kijken en voort te gaan.

Wanneer je zegt: ik laat me er niet door beëngen, dan maak je ook fouten. Natuurlijk. Je zult het ook op een verkeerde manier interpreteren en pas later gaan begrijpen dat het toch anders kan liggen. Maar is dat zo erg? Ik denk, dat het beter is om voort te gaan en desnoods eens wat onder de modderspatten te zitten, dan stil te staan en schoon te blijven en nergens te komen.

Verandering is voor ons gewoon een noodzaak. Wanneer je zelf niet verandert zal je je wereld niet begrijpen. Wanneer je zelf wel verandert zal je je wereld beter begrijpen, maar de vraag is of je wereld jou nog begrijpt. En dan zal je zien, dat alles op een andere manier benaderd kan worden. Ik denk dat dat een van de meest opvallende punten is van elke verandering.

Je kunt de dingen anders benaderen, je kunt het anders doen. Je bent eigenlijk een beetje anders en daardoor verandert de hele betekenis van de kosmos. Het is natuurlijk heel leuk om te gaan praten over noem ze maar op; de Heren van licht, van wijsheid, de spiraal van de tijd en al die dingen meer. Ze zijn er wel, maar wat betekenen ze voor je?

Het is reuzeleuk als je zegt: ja, er is een spiraal van tijd en het lot herhaalt zich incarnatie na incarnatie, maar in een progressieve vorm en in een versnelling. Ja, heel mooi. Maar wat heb ik eraan? Het is een weet. Goed. Wat heb je eraan als je de weg weet in Bangkok en je zit toevallig in Wassenaar of in Den Haag, of in Amsterdam of Rotterdam? Dan heb je niets aan een wegenkaart van Bangkok.

Heel veel van de wijsheid die wij opdoen is op een gegeven ogenblik voor ons als een wegenkaart van een andere stad. Je hebt ze wel en het is leuk om het te weten. Natuurlijk. Maar wat doe je ermee? Niets! Op het ogenblik heb je er niets aan. De verandering is nu juist dat we ons niet meer op die kaart oriënteren, maar dat we zelf de feiten gaan overzien.

Ik heb Den Haag nu als een van de voorbeelden genoemd. Stel dat je in staat bent boven Den Haag te gaan hangen, een soort luchtfoto te maken met je ogen en je bewustzijn, dan weet je hoe het in elkaar zit en dan kun je beneden je weg vinden. Het is een tweeledigheid geworden: aan de ene kant overzien; aan de andere kant toch leven in datzelfde milieu. Maar je bewegingsmogelijkheid verandert, je inzicht verandert en vooral: je maakt minder fouten.

Nu is het natuurlijk niet erg om fouten te maken, ik heb dat al eerder gezegd. Want als je geen fouten maakt leer je ook niet. Maar aan de andere kant is het natuurlijk prettiger om de meest flagrante fouten een beetje te vermijden en dat kun je. Zodra je boven de feiten staat, zodra je boven die lijnen van leven en lot en wereld komt te staan en in een verandering, waardoor je vrij wordt van deze dingen, bereik je gelijktijdig dat je in staat bent om je beslissingen beter, zuiverder en duidelijker te nemen. Dan zal je nog heel vaak zeggen: ja, ik had het toch nog anders willen doen, maar je hebt het in ieder geval beter gedaan dan het anders zou zijn gegaan.

Mensen denken ook: we moeten perfect zijn. Nou dat lukt niet. Onze verandering is niet de verandering van imperfectie naar perfectie; het is de verandering van een imperfectie naar een minder imperfecte vorm, waardoor onvolledigheden en onjuistheden veel duidelijker beleefd en erkend worden. Dat brengt ons allemaal, of we het willen of niet, op het punt waar we zeggen: ja maar, als ik dan verander en ik weet er niets van, waarom verander ik dan eigenlijk?

We hebben in onszelf een programmering. Sommigen noemen het karma, wat niet helemaal juist is, anderen zeggen noodlot of de wil Gods of zoals sommige mensen in de Egyptische buurt duala (?). Het is doodgewoon zo: wij hebben een aantal mogelijkheden. Die mogelijkheden moeten we invullen. Maar het invullen van die mogelijkheden is niet alleen maar afhankelijk van wat er aanwezig is, maar ook nog wat wij daarvan realiseren.

Nu is het vreemde, wanneer wij punt A gerealiseerd hebben, dan ligt er hier een punt dat is niet meer realiseerbaar. Dan moeten wij verder of we willen of niet. Maar hoe beter wij beseffen welke punten er liggen op onze lijn van keuze, hoe bewuster wij die keuze in ieder geval kunnen doen, hoe groter het aantal factoren in ons wezen dat wij kunnen leren kennen. Dan blijven er altijd hiaten, maar als we op de juiste manier kiezen kunnen we die hiaten voor een groot gedeelte opvullen Ik denk, dat onze gast met zijn veranderingen en zijn metamorfosen toch eigenlijk ook wel enigszins daarop doelt.

Ik denk, dat hij het wel alchemistisch zal vertellen. Zo in de stijl van: je neemt de zwarte sulfer, je neemt de rode sulfer en je voegt ze toe aan het kwik en dan gebeurt er dit en dan gebeurt er dat. Maar waarom zouden we niet heel simpel menselijk zijn en zeggen: nou ja goed, of je nu zegt: ik neem levenskracht plus besef en ik voeg deze bij de wil plus de bestaanskracht dan krijg ik daaruit: enz.

Misschien zouden we het nog veel simpeler moeten doen en zouden we gewoon kunnen zeggen: wanneer ik de krachten die in mij zijn en de mogelijkheden die in mij bestaan, volgens mijn besef en op dit ogenblik op de juiste wijze combineer, dan kom ik tot de ervaring die mij het grootst aantal bewustwordingsmogelijkheden geeft. En het grootst aantal bewustwordingsmogelijkheden is vreemd genoeg gelijktijdig weer de grootste kans om geestelijk te veranderen, om a.h.w. vrijer te worden ten aanzien van de werelden waarin we normaal vertoeven.

Misschien vinden sommige mensen het jammer dat die metamorfose innerlijk is. Aan de buitenkant zou het natuurlijk veel leuker zijn. Dan zou je de schoonheidsinstituten ook kunnen uitsparen. Elke innerlijke verandering is niet alleen maar een verandering van je innerlijke krachten of je mogelijkheden of je harmonie. Het is gelijktijdig een verandering t.a.v. alle geestelijke werelden waarmee je als mens in contact kunt komen.

Er is dus een verschuiving in de contacten die ontstaan. We kunnen niet meer met dezelfde beelden en dezelfde voorstellingen ons werkelijk geestelijk bestaan uitdrukken. En dan begint het interessant te worden. Want dan moeten wij dus nieuwe termen en nieuwe beelden vinden om ons eigen geestelijk beleven voor onszelf nog als mens — en wat dat betreft vaak ook als geest nog in een van de minder lichtende sferen — duidelijk te maken. Je moet de woorden hebben voordat je iets kunt uitdrukken. Geestelijk gezien moet je de ervaring en het begrip hebben voordat je zelfs maar tot een benoeming kunt komen van de dingen die voor jou belangrijk zijn.

Wat deed Adam toen hij in het paradijs kwam? Bijna het eerste wat hij deed was alle dingen benoemen. Hij gaf alles een naam. Waarom? Omdat je als mens pas in jezelf een beeld kunt maken wanneer de dingen een naam hebben. Dan kun je meer plaatsen gelijktijdig beleven. Als je de woorden nog niet hebt is dat allemaal te vaag, te chaotisch. Dan is het een fluïde wereld; je kunt ze niet uitkristalliseren tot een bepaald beeld of beleven.

Op die manier is het dus geestelijk erg belangrijk dat je in de verandering ook weer de termen en de beelden vindt. Terugvallen op oude beelden heeft over het algemeen meer nadelen dan voordelen. Wanneer je voelt dat iets niet helemaal zuiver meer zit, dan moet je niet zeggen: ik zit verkeerd; dan moet je je afvragen: wat stel ik mij in mijn wereld verkeerd voor. Dan krijg je een aantal hiaten. Die hiaten ga je langzaam aanvullen doordat je er nieuwe associaties voor vindt en beelden die er wel bij passen.

Zo verandert je hele wereldbeeld ook innerlijk. En op grond daarvan kun je dan bewust gebruik gaan maken van de mogelijkheden, die je in die verandering hebt verkregen. Wat wij dus heel vaak moeten doen is eerst de dingen een naam durven geven. Ik zeg durven, want het is verrekt moeilijk om — als je een heel leven met een bepaald dogma of een bepaalde voorstelling of wet hebt geleefd — nu ineens te zeggen: dus die bestaat niet, dan accepteer ik maar iets anders en geef ik een andere naam. Dan denk je: ja maar, zou ik de zaak niet aan kunnen passen, dan kan ik dat beeld toch nog wel gebruiken. Neen, dat gaat niet. Wat eenmaal als onvolledig of als niet geheel juist ervaren wordt, moet uit jouw bewustzijn verbleken, moet vervangen worden door iets anders.

Zo geef je elke keer eigenlijk als je een verandering ondergaat aan alle dingen opnieuw een naam. Kun je dan de eenheid erkennen die bestaat in alles wat je een naam gegeven hebt, nu, dan zitten we weer in het paradijsverhaal, want dan wandel je met God. Als je wandelt met God ben je niet gelijk aan God en je weet niet wat God zegt, maar je begrijpt de dingen op een ander plan.

Met andere woorden: wandelen met God is in feite een wisselwerking met een hogere wereld, die je nog niet kent en niet kunt omschrijven. Maar in die wisselwerking krijg je de kracht om je huidige wereld zoals je haar benoemd hebt juister te beleven en beter te begrijpen wat er mogelijk in is.

Ik weet het wel, ik zit nu bijbels te kletsen. Maar als je zo bijbels zit te kletsen moet je je toch ook eens afvragen hoe het eigenlijk zat met die zondeval in dat paradijsverhaal. Je kunt wel zeggen het was niet nodig geweest. Maar aan de andere kant, als hij er niet was geweest zou er geen mensheid zijn geweest. Wanneer Adam zijn volmaaktheid niet tijdelijk verstoord had zou er geen mogelijkheid voor hem zijn geweest om die volmaaktheid bewust te beleven en te vinden; om a.h.w. een strijd te beginnen om die volmaaktheid bewuster en op een ander niveau te gaan beleven. Ik denk, dat dat voor ons eigenlijk dezelfde waarde heeft.

Ook wij moeten elke keer weer ons paradijsje, onze zekerheden, onze veronderstelde verworvenheden enz. verlaten. En dan voelen we ons uitgestoten. Dan denken we: krijg ik dat nou voor al mijn goede werken en goede zorgen? Maar daardoor ontstaat er een heel nieuwe wereld. Het is niet de zondeval alleen maar als een uitstoting uit het paradijs, nee, het is ook de zondeval als oorzaak van de geboorte in de wereld.

Het is niet alleen maar de engel, die met het vlammende zwaard voor het paradijs staat, maar het is ook het verleden dat zich afsluit, omdat we eerst in de toekomst de werkelijkheid van het verleden kunnen vinden. Zo kunnen we eigenlijk terwijl we soms menen voortgejaagd te worden in een richting, die we niet eens zelf willen, alles waar gaan maken wat nodig is om te beseffen wat we feitelijk waren, wat we feitelijk volbracht hebben en wat onze feitelijke bestemming is.

Nu mag ik zo langzamerhand gauw afsluiten. Het zijn gedachten van mij. Ik ben geen groot filosoof. Ik vraag me alleen maar af: waarom zou je de dingen moeilijk maken? Waarom zou je niet toegeven, dat je verandert en dat die verandering onstuitbaar is?’ Waarom zou je proberen om alles, je wereld en jezelf, steeds in een en hetzelfde beeld, in hetzelfde plaatje te blijven persen terwijl je voelt dat de werkelijkheid daar niet meer mee strookt?

We moeten leven in een werkelijkheid. Die werkelijkheid zal elk ogenblik anders zijn. Wanneer wij meegroeien met de werkelijkheid waarin we leven worden we bewuster. Hoe bewuster we worden, hoe groter de eenheid is die zal ontstaan tussen alle delen van ons wezen en hoe groter de mogelijkheden dus waarover we ook beschikken. Maar we zullen pas een werkelijke voleinding kennen op het ogenblik dat we niet meer zeggen: gisteren of morgen, maar in het heden en de verandering die heden is voor ons, gelijktijdig iets van die eeuwigheid gaan bespeuren.

Het is niet zo dat God ons zoekt, zoals sommige mensen wel zeggen. Het is waar dat wij God zoeken. Wij zoeken God niet om nou eens een keer lekker boven Jan te raken of zo; we zoeken God omdat dat de vervulling is van ons eigen wezen, de eindelijke uitblussing van ons gevoel van falen, van onvolkomenheid, van “het zou anders moeten”.

Voor mij is een verandering in ieder geval een soort tocht naar zelfkennis en zelfaanvaarding tegelijk. U moogt er anders over denken. Onze gastspreker zal er zo dadelijk ook wel weer anders over denken. Ik ben eraan gewend als ik zeg: hij zal dit wel zeggen, dat hij precies wat anders zegt. Ook wat dat betreft vraag ik mij weleens af of de meest gastsprekers vrouwen zijn geweest. Neem mij niet kwalijk dames, maar het is zo. Als u A zegt bedoelt u ook meestal B. Het gaat mij er doodgewoon om: ik heb nu mijn denkbeelden voorgelegd. Maar ik heb ook veranderingen ondergaan. Wanneer dat dan niet strookt, onthoudt u dan één ding: verandering zal voor iedereen anders zijn en een andere betekenis hebben. Maar het is beter voor jezelf te weten wat ze is en betekent voor jou, dan om alle wetten van de wereld te kennen zonder dat je ze in jezelf kunt herbeleven.

Wat mij betreft hartelijk bedankt voor uw geduld, uw aandacht en uw gehoor. De gastspreker zal zeer waarschijnlijk direct doorkomen. Nogmaals: wat hij zal zeggen weet ik niet, maar hij is van plan om sommigen van u dat ene woord te geven of die ene trilling, of die ene klank, die voor hen op dit ogenblik belangrijk is. Dingen die hij sleutels noemt. Als u er een tegenkomt kunt u toch op zijn minst de moeite nemen om even te kijken op welk gesloten vakje in uw persoonlijkheid hij past.

De Gastspreker

Spreken met de mensen op aarde heeft voor mij op dit moment wel enige bezwaren. Vergeef mij daarom mijn onvolkomenheden.

Een groot gedeelte van mijn tijd heb ik doorgebracht met het bezien van de veranderingen die het bewustzijn in vele verschillende persoonlijkheden, niet alleen mensen, teweegbrengt. Elke verandering is in feite een teruggaan naar een oudere vorm waarbij je uiteindelijk de oervorm weer bereikt.

Het veranderen in zichzelf wordt vaak als een minder aangenaam proces ervaren. Want degene, die in zich een verlichting ervaart, zal in vele gevallen daardoor juist terecht komen in een wereld die hij niet kan aanvaarden.

De moeilijkheid ligt bij ons altijd weer in de tweeledigheid van ons wezen. Enerzijds is er het zijnde zelf, anderzijds is er onze omschrijving van hetgeen wij denken te zijn. Het verschil tussen deze beide is zeer groot. Maar wij niet in staat zijn onze omschrijvingen voortdurend aan te passen, komen we haast vanzelf tot een voortdurend toenemend verschil tussen de werkelijkheid die wij beleven en onze pogingen om die alsnog te omschrijven

De waarheid is voor ons allen, dat wij keer op keer een spanning ondergaan die wij niet geheel kunnen begrijpen. Wij trachten die dan in onze eigen termen op te lossen, maar dit slaagt niet omdat de spanning die wij gevoelen niet te maken heeft met het heden in zijn huidige vormen en verhoudingen, maar te maken heeft met een werkelijkheid die we zijn. Je kunt nu eenmaal de eeuwigheid niet in tijdelijke zaken uitdrukken, zomin als je tijdelijke zaken nog op een belangwekkende en belangrijke wijze kunt inpassen in een eeuwigheid, waarin zij hun betekenis alleen maar ontlenen aan al dat andere wat eveneens gebeurd is, wat eveneens beleefd is.

De kern van elk wezen is ongetwijfeld een kracht, al kan ik dit nog niet uit eigen ervaring en in volledigheid bevestigen. Hoe dichter wij komen bij datgene wat we werkelijk zijn, bij ons oerwezen, hoe groter echter onze mogelijkheden en onze vermogens worden. Wij kunnen ons onttrekken aan de vele dwaasheden die wij veroorzaken door al onze gevoelens en spanningen toe te passen op onze eigen wereld.

We kunnen in plaats daarvan, wat eens spanningen waren omzetten in een kracht, die ons juist de mogelijkheid geeft om meer onszelf te zijn en ons niet meer verwart in een strijd tegen onszelf.

De dingen die je vanbinnen bent, de dingen waar je aan denkt, zijn heel vaak meer echt dan de dingen die je doet. Het is verwonderlijk. Mensen, levend in hun wereld, houden zich bezig met de uiterlijkheden. Maar die uiterlijkheden zijn minder belangrijk dan datgene wat er in je bestaat. Want dat wat er in je bestaat is blijvend. Het gaat voort, altijd weer. Datgene echter, wat je doet, verwaait met de wind van de tijd.

Uw tijd is een andere dan de laatste periode dat ik op aarde was. Schijnbaar is er veel veranderd, maar alleen schijnbaar. Want een mens moet om te veranderen wijder gaan denken, bewuster en ruimer gaan leven. Maar juist dit zal altijd weer beperkt worden door de gemeenschappelijkheden van een samenleving waarin je bent, de gebruiken van een stand waartoe je behoort.

Ik heb gezocht naar de grote geheimen van het leven. Lange tijd heb ik doorgebracht in bibliotheek en laboratorium. Al datgene wat ik zocht te vinden heb ik nu gevonden omdat ik nu besef dat het menselijk niet bestaat.

U zoekt naar het elixer des levens? Het bestaat in u. Maar zo lang u niet zelf verandert, kan de kracht van het leven in u zich niet volledig uiten. Dan is er geen verlenging van leven, dan is er geen toename van levenskracht. Maar verander je zelf, dan voltrekt het alchemistisch proces zich in je eigen wezen doordat de verschillende delen die eens gescheiden waren op een wonderlijke wijze zich met elkaar verbinden en nieuwe waarden creëren, waarvan je wel gedroomd hebt, maar die je nooit gekend hebt.

Het is zo gemakkelijk om van lood goud te maken; maar als je van lood goud hebt gemaakt heb je een element een beetje veranderd, je hebt in de ogen van anderen een heel klein beetje eraan bij gevoegd van, zullen we zeggen, waarde. Maar het is en blijft metaal. De vergankelijkheden van lood en goud verschillen niet veel van elkaar en de menselijke betekenis ervan is uiteindelijk driekwart illusie.

Wanneer je innerlijk goud maakt probeer je het eeuwige licht, de lichtende kracht, die in je wezen bestaat a.h.w. te versmelten met de vorm die je nu bent, opdat het lichtende sterker worde.

Wie zoekt moet weten wat hij zoekt. Want al heeft men geleerd; “zoekt en gij zult vinden”, ik zeg u: vraag u af wat gij zoekt, opdat u de mogelijkheid tot vinden gegeven wordt.

Niets kan onbewust geschieden. In onze onbewuste processen als mens voltrekken zich ongetwijfeld zaken, die geestelijk wel bewust zijn en dan zullen zij geestelijk hun betekenis hebben. Maar wat je niet beseft daar kun je toch niet mee leven en werken? Dat overkomt je.

Wanneer ik u zeg: mensen, gij zijt geladen met de hoogste kracht, dan zult ge denken: was het maar waar, of misschien het is waar. Maar kunt ge daardoor die kracht gebruiken? Het beeld dat ge u hebt gemaakt van de kracht zelf verhindert u om haar te gebruiken, want de kracht is een wezensstrijd, het is een natuurlijk gebeuren in je eigen persoonlijkheid. Eerst wanneer je je eigen besef zover hebt veranderd, dat het innerlijke als een natuurlijke uiting in je eigen wereld meespeelt; dan kun je de kracht die in je leeft inderdaad overdragen. Dan kun je de waarden, de werkelijkheden die voor je bestaan zonder meer, zonder enige voorbehoud zelfs, zien kristalliseren in feiten.

Iemand heeft in mijn tijd eens gezegd, dat een gebeurtenis een gekristalliseerd stukje van de eeuwigheid is. Ik zou het willen omdraaien en zeggen, de eeuwigheid is het kristal van het zijn, waarbij elke gebeurtenis slechts een poging is tot kristalliseren.

U leeft. Maar hoe leeft u? Wat is uw leven? Wat betekent uw leven? Oh, u heeft uw eigen denkbeelden. Maar zijn die denkbeelden dan aangepast aan de feiten? Hoeveel ontkent u van de feiten voor uzelf? Hoeveel van uzelf ontkent u voor uzelf? Hoeveel onwaarheid mengt u in de waarheid van uw bestaan?

Ik heb vele veranderingen gezien en altijd weer heb ik gezien, dat in die verandering de onwaarheid moet sterven. Waar de onwaarheid blijft bestaan, daar zal je tijdelijk verstarren of je wereld wordt kleiner, beperkter en benepener. Maar deelhebben aan de werkelijkheid kun je alleen in de waarheid.

Alle dingen die wij kennen en vermoeden behoren tot ons bestaan. Verandering wil niets anders zeggen dan dat we meer delen van onze eigen werkelijkheid aanvaarden. Dat we meer delen, die niet tot ons behoren van ons afwijzen.

Velen van ons handelen als vorsten die een groots feest geven. Ze laten schitterende beelden vervaardigen van gips, want ze zijn maar even nodig. En in de schijn van het marmer liggen de scherven van morgen al begraven.

Wij bouwen voor onszelf tonelen en taferelen op, die onze heerlijkheid moeten uitdrukken en die gelijktijdig alleen maar bestemd zijn om even te bestaan. Eerst wanneer wij daarvan afstappen, wanneer wij terugkeren tot die misschien onaangenamere, maar zoveel meer omvattende werkelijkheid die wij zijn, begint het proces van beseffen, van leren, van ervaren zich in ons te ontwikkelen.

In de vaagte van onze dromen zullen we soms onze angst ontmoeten voor de werkelijkheid en soms de vreugde van een niet meer denken over de werkelijkheid. Dan zeggen we dat we zijn opgegaan in de heilige geest of dat wij een ogenblijk de hemelse vreugde hebben beleefd. Maar zij bestaan in ons.

Wie zegt dat hij zelf het Al maakt heeft ongelijk. Maar wie zegt dat alle beelden van alle leven dat hij erkent door hemzelf is gemaakt, heeft gelijk. Wij bouwen de beelden. Eerst wanneer wij de beelden terzijde schuiven ontwaakt in ons de werkelijkheid.

De gang die de ziel maakt is vaak een wonderbaarlijke. Vanuit een menselijk standpunt lijkt het of zij vanuit de eeuwigheid zelf, de verbondenheid met het oneindige afdaalt van wereld tot wereld, van sfeer tot sfeer, om uiteindelijk in de schijnbare chaos zichzelf te hervinden en dan weer op te stijgen, wereld na wereld en dan toch weer haar bewustzijn te verliezen in de enige Scheppende Kracht die er bestaat.

Maar is dat wel waar? O, menselijk is het waar, maar het is niet wezenlijk waar. Want op het ogenblik, dat ik de chaos ervaar ben ik gelijktijdig deel van het hoogste licht. Op het ogenblik, dat ik denk af te dalen naar de wereld ontstijg ik haar. Want er is geen verschil tussen deze dingen. De schijn van een cirkelgang is niets anders dan een grenslijn die getrokken is rondom onze mogelijkheid van beseffen en beleven.

Verandering betekent voor mij aan de hand van vele ervaringen, dat je eindelijk niet meer de lijn volgt, maar het vlak beziet. Zolang je nog de trap der filosofen probeert te bestijgen, trede na trede moeizaam steunend, achterlatend en verwervend, bereik je alleen maar een verandering van je kennis, niet van je wezen. Maar op het ogenblik, dat je een trap der filosofen zou kunnen bestijgen en de laagste treden in je blijvend bevat en terwijl je langzaam de hoogste mede tot je eigendom maakt, dan heb je het geheim der filosofen gevonden. De eenheid waarin alle dingen hun zin, hun betekenis en hun plaats hebben.

Wie spreekt over de grote geheimen spreekt al snel over de bezieling van sterren, over de krachten die leven achter de wolken, over misschien de onzichtbare krachten die regerend optreden uit ongekende werelden. Maar hoe kan een kracht mij regeren? Tenzij ik mij aan die kracht overlever om geregeerd te worden. Hoe kan een wezen, een kracht levend en stervend in een planeet mij dwingen om anders te zijn dan ik ben?

Ik kan alleen mijn eigen waarde en waardigheid ontkennen en mij overleveren aan het andere omdat ik vrees te zijn wat ik ben. Houd op met te vrezen voor uzelf, voor het gebeuren van het leven en voor de dood en in uw onbevreesdheid zult ge plotseling veranderd zijn. Gij zult plotseling een nieuw leven kennen dat niet eindig is. Gij zult opeens een besef vinden, dat zijn betekenis niet meer ontleent aan kleine incidenten, die de tijd aaneenrijgt als een kind wat kralen aan een snoer. Dan is er een eenheid.

Verandering is een stap in de richting van de eenheid. Alle leven, alle kracht zijn één. En wie zich daardoor laat geleiden en zegt: “ik wil uit die kracht en ik wil uit dit geheel leven” vergist zich. Want zij denkt aan zichzelf als iets, waarin het andere zich uiten moet en beseft niet, dat zoals hij is, hij mede uiting is van dit geheel.

Eeuwigheid is voor een mens tijd verlengd tot in het oneindige. En toch, geestelijk bestaan verliest de tijd naarmate je dichter komt bij die werelden van licht, waarin de werkelijkheid zich voor ons nog verborgen houdt.

Voor mij was het verliezen van tijd misschien de grootste verandering, die ik heb ondergaan. Ik heb geleefd in tijd en nu bestaat er geen tijd meer, alleen nog maar mijn beleven. En zelfs het beleven nu, waarbij ik spreek tot mensen op aarde, is verenigd met de deinende lichtkracht van de wereld waarin ik normaal vertoef en tussen beide schijnt geen scheiding aanwezig. Voor mij niet.

Wanneer ik rond mij zou zien, ik zou mijzelf zien in vele werelden tegelijk. Ik zou zien hoe vele tijden samenvloeien en daar eveneens staan ontelbare gestalten, sommige edel, andere verwerpelijk, stoffelijke vormen die ten gronde zijn gegaan, maar die als voorstellingen in mijn wezen voortleven, omdat zij tezamen mee uitmaken mijn mogelijkheid tot beseffen.

Vrees geen veranderingen. De schijnveranderingen van de tijd worden tenietgedaan door een werkelijkheid die gij zult betreden. De schijnveranderingen die u thans schijnen te bedreigen zijn alleen maar kleine accenten in een straal licht die alles omvat.

U zoekt naar geheimen, de magische geheimen, de esoterische geheimen zoals zo vele mensen doen, dan zoekt gij naar formules die nooit kunnen uitdrukken wat gij zelf zijt. Maar wanneer gij uzelf beleeft, zijt gij alles wat die formules pretenderen te kunnen waarmaken. Wanneer gij ijverig zoekt naar het binnenste van uw wezen en probeert de totaliteit van uw wezen te ondergaan, dan zijt gij bezig om u los te maken van de werkelijkheid. Maar wanneer gij in een volledige aanvaarding zonder enige ontkenning van al wat gij zijt en denkt en droomt: slechts zo besta ik, dan zijt gij een eenheid.

Onze verandering is altijd weer een poging die eenheid beter en vollediger te realiseren. Het is een poging los te komen van werelden die zwaar gebonden zijn aan regels; aan wetten, aan vormen, aan gestalten, aan relaties, die zo zegt men voor de eeuwigheid zijn vastgelegd. Dan probeer je over te gaan tot een versmelting. Een versmelting, waarin alle tijden samenvloeien, alle bindingen die je eens hebt gekend of ontkend mede samen aanwezig zijn.

Daar, waar Al ophoudt mij te beïnvloeden omdat ik het erken als deel van mijzelf, daar vind ik de vrijheid om waar te worden. Waar worden is mijn eerste stap naar het verliezen van de illusie en het bewust deel zijn van een totale werkelijkheid.

Woorden geven slechts een klein deel weer van wat ik probeer u over te dragen. En wanneer ik u bind alleen aan de betekenis van deze woorden, zal veel van hetgeen ik zeg u zinloos zijn. Maar wanneer gij zegt kracht te hebben en gij twijfelt soms aan uw eigen kracht, zijt gij dan niet zwak? Wanneer gij niet denkt aan uw eigen kracht maar leeft als deel van de totale kracht en verder gewoon uzelf zijt, zult gij dan niet sterk zijn? Wanneer gij zoekt naar antwoorden op vele vragen, zullen de vragen u dan niet beletten te beseffen hoezeer gij de antwoorden in uzelf draagt?

In de schijn van tegenstelling openbaart zich de eenheid, maar in de opgelegde schijn van eenheid creëert de mens voor zich de tegenstellingen die hij niet kan overwinnen.

Leer onbelangrijk te zijn. Want onbelangrijk zijn is het belang van het geheel erkennen, beleven en vervullen. Maar probeer belangrijk te zijn en gij beperkt het deel dat gij zijt van het geheel. Vraag niet hoe de wereld u beziet, want de wereld ziet uw werkelijkheid niet. Vraag u niet af hoe ge uzelf ziet, want dan zult gij altijd delen willen vergeten van hetgeen gij beseft te zijn.

Besta en leef kracht, leef licht, dan zult ge telkenmale weer veranderen. Wanneer er een ogenblik komt dat alles schijnt stil te staan, dat in een golf van gebeurtenissen misschien op uw eigen wereld het u niet meer gegeven is om innerlijk die vrede of rust te vinden die gij zoekt, dan zeg ik u: vergeet die wereld en ken uw rust. Want als gij uw rust kent zal uw wereld die rust weerkaatsen.

Alles wat in u leeft vindt antwoord in het andere. Elk antwoord dat gij in het andere meent te vinden leeft in uzelf. Gij kent de oplossing van uw raadselen, maar u wilt ze niet kennen. Gij twijfelt aan uzelf. Gij wilt door anderen bevestigd zien wat gij hoopt of vermeent dat de waarheid is. Maar ik zeg u: dat wat gij hoort van die anderen is slechts datgene wat u zelf wenst te horen tot de verwerping toe die u zozeer kwetst. Dat is uw waarheid.

Men heeft mij u aangekondigd als een esoterische kring. Wat wilt ge dan? Wilt ge de wereld vrede geven? Alleen het feit, dat ge probeert dit te doen, bewijst hoezeer gij in onvrede zijt in uzelf. Wees vrede in uzelf en uw wereld zal vrede kennen. Maar vrees voor het bestaan van de vrede en de onvrede overheerst reeds alle dingen.

Gij zoekt de kracht om het goede te zijn en te doen. Maar gij zijt deel van de kracht. Wanneer ge zoekt naar de vervulling van een denkbeeld, maakt ge de vervulling van de werkelijkheid onmogelijk. Wees werkelijk; Roep de wereld niet toe: dit weet ik, maar leef wat uw zekerheid is. Roep de wereld niet toe: dit is uw fout, maar leef het goede zoals ge dit zelf ervaart. Verloochen uzelf niet, maar verloochen de dingen, die het u onmogelijk maken uzelf te zijn

Wie veranderen wil, wie de langzame verandering bewust wil mee beleven zal moeten uitgaan van het Al en niet van zichzelf. Hij mag niet denken aan het Al, maar hij moet zichzelf zijn als deel van het Al.

Er zijn levende waarheden; maar de mensheid heeft steeds weer elke levende waarheid geëxecuteerd, terzijde gesteld, onmachtig gemaakt omdat mens‑zijn nu eenmaal angst voor waarheid in zich draagt. Want ge zegt: ik moet dan zijn als deze. En dat is juist hetgeen nooit van u gevergd kan worden. Er wordt van u geëist dat ge uzelf zijt.

Ge zegt: “Ja, wanneer mij een leiding gegeven wordt, dan zal ik volgen.” Maar ge moet uzelf zijn. Het zoeken naar een leiding op zichzelf betekent zelfmisleiding. Dat betekent afstand doen van iets wat je zelf bent om iets niet te verkrijgen wat je meent dan te kunnen bezitten.

Wees geen dwazen. Elk van u verkeert weer in een ander stadium. Elk van u heeft bepaalde delen waarheid achter zich gelaten, jaagt bepaalde delen waarheid na. Maar hoevelen van u aanvaarden de waarheid die zij zijn?

Veranderen wil zeggen; anders zijn dan je nu bent. Maar je kunt niet anders zijn dan je nu bent. Je kunt alleen anders en juister leren beseffen wat je bent en misschien waarom.

Wanneer je de veranderingen doorloopt zal je vaak de vele vormen, die je eens gekend hebt voor jezelf, weer zien oprijzen. Je zult zien dat ze met elkaar verbonden zijn, dat er geen sprake is van duizend gestalten die je eens op aarde geleefd hebt of eens in een sfeer hebt waargemaakt. Er is sprake van één gestalte. Maar wel een gestalte met vele gezichten omdat zij zichzelf telkens anders ziet en beschrijft.

Keer terug naar de rust die gij zijt. Keer terug naar de vrede die uw werkelijkheid is. Dan zal uw besef zich veranderen. Als uw besef verandert, verandert de wereld. Als de wereld verandert, verandert God. En als God verandert doven de lichten der misleiding en komt de eerste heldere straal van werkelijkheid tot u.

Verwerp de kennis niet, maar besef dat kennis heel vaak ballast is, wanneer je eraan blijft vasthouden en je erdoor blijft bepalen.

Een collega van mij had eens een kostbaar boek verworven, handelend over de geheimen van een bepaalde Griekse alchemist. Hij had het doorgebladerd en toen ik weer kwam had hij het gebruikt onder de poot van een tafel opdat deze evenwichtig zou staan. Toen ik hem daarop wees en zei: “Het is zo kostbaar… “, haalde hij de schouders op en zei: “Wat het mij niet kan geven, geeft het de tafel, daarom geef ik het de tafel.”

Misschien zouden wij zo wijs moeten zijn. Vele van onze kostbaarheden zijn zinloos tenzij ze op de juiste plaats hun eigen functie kunnen vervullen en dat zal niet altijd de functie zijn, die ze pretenderen te bezitten. Onze groei naar waarheid begint altijd met het leren, dat soms de hoogste wijsheid het best geschikt is om een tafel in een vast evenwicht te plaatsen.

Denk daaraan wanneer gij leeft. Want nu leeft u nog in de wereld van de stof en zijt gij u maar ten dele van uw werkelijkheid bewust. Maar zo dadelijk komt het ogenblik, dat ge met die werkelijkheid wordt geconfronteerd. Als ge dan wegvlucht in uw angstdromen, wanneer ge dan uw schijngestalten opricht tussen uzelf en datgene wat ge zijt, dan zal de verandering voor u een beperking betekenen. Dan zult ge ontkennen wat ge zijt en terugvallen tot werelden, die in de dofheid van herhaling en een matheid van lichtloosheid u voortjagen naar weer een herhaling van een stoffelijk bestaan.

Wees vrije geesten door te gedogen dat uw wezen verandert en te beseffen, dat uw wereld niet uw wezen, maar uw wezen uw ervaren van de wereld bepaalt. Dit is het grote geheim. Wanneer gij alle schijn van waarheid; alle denkbeelden van leven samen versmelt in de ketel van uw werkelijk beseffen, wanneer u de kracht van licht, die in u woont gebruikt om de totale hitte te veroorzaken waarin de versmelting mogelijk wordt, dan bezit ge goud van waarheid, een innerlijke, levende kracht, die niet teniet gedaan kan worden. Leg de delen naast elkaar en bewonder ze en zonder versmelting blijven zij de vergankelijkheid die zij altijd geweest zijn.

Daarom probeer ik u duidelijk te maken dat uw wezen verandering is. Dat u zonder het veranderen niet uzelf kunt zijn. Dat het geen zin heeft te vrezen voor wat is geweest of wat zal komen. Dat het slechts zin heeft te zijn en dat wat je als waarheid in jezelf nu beseft niet verder te omschrijven, maar zich te laten vervullen in datgene, wat je nu als leven en bestaan voor jezelf doormaakt.

Dit is de sleutel tot de werkelijke vrijheid. Dit zijn de sleutels tot de werkelijke kracht. Dit is geen openbaring. Gij kunt alleen in en aan uzelf openbaren. Maar het is een weg die ik gegaan ben. Het zijn ervaringen die ik geregistreerd heb en in het besef van de beperktheid van mijn registratie en waarneming zeg ik tot u: durf te leven in de verandering die u voortdurend beheerst. Durf waar te zijn wat ge innerlijk wezenlijk zijt, opdat ge de waarheid moogt beseffen waarmee ge altijd en onverbrekelijk verbonden zult blijven.

Wat kan ik u meer zeggen? In de onvolkomenheid van woorden, in een projectie van wat krachten heb ik getracht mijzelf aan u te openbaren. Niet in de hoop dat ge mij zou erkennen, maar in de hoop dat iets van uw eigen wezenlijkheid zou spiegelen in hetgeen ik u toezond. Moge de versmelting u gelukken tussen alle schijnbaarheid en werkelijkheid, opdat in u de waarheid geboren worde.