Veranderingen in deze tijd

image_pdf

9 januari 1962

Wij zullen deze avond weer besteden aan esoterische beschouwingen. Ik moet echter allereerst een aankondiging doen. Wij verwachten vanavond een gastspreker. Wij vermoeden dat deze in het tweede gedeelte de taak kan overnemen, maar zijn daarvan niet volledig zeker, zodat het mogelijk is dat ik mijn betoog zal moeten afbreken of verkorten.

Over deze spreker kan ik u niet veel mededelen. Ik kan u er alleen op wijzen, dat hij zeer waarschijnlijk geen gebruik kan maken van direct contact, zodat er een tussenschakel zal zijn, met de u ongetwijfeld bekende mogelijkheid tot minder levendigheid en minder persoonlijke uitdrukking dan u anders gewend bent. Ik hoop dat u hiermede rekening wilt houden.

Bij onze beschouwingen over de innerlijke weg wil ik deze keer gaarne uitgaan van de tijd zelf, waarin u leeft. De bijzondere omstandigheden, die op het ogenblik voor menigeen bestaan, veroorzaken veel sterker exoterische spanningen dan gebruikelijk. Elke mens ziet zich in deze tijd geplaatst voor reeksen van beslissingen, vernieuwingen en veranderingen. Het is duidelijk dat dit alles op het innerlijk leven een grote invloed heeft en dat het daarnaast ook wel degelijk zin moet hebben.

Begrijp me wel: een zinloze wereld zou betekenen een zinloos innerlijk bestaan. Wij kunnen niet uitgaan van het standpunt, dat ook maar iets, wat in de wereld geschiedt, zonder inhoud en betekenis is. Zijn wij zover gekomen, dat wij dit werkelijk menen te mogen stellen, dan heeft onze innerlijke wereld al evenmin zin en betekenis. Het zinvol zijn der dingen – en daarop mag, naar ik meen, juist in deze dagen in het bijzonder de nadruk worden gelegd – is noodzakelijk voor ons.

Het zinloze betekent verwarring en ondergang. Wij kunnen dus ook niet gaan stellen, dat al hetgeen buiten ons gebeurt voor ons innerlijk van geen betekenis is; dat hetgeen buiten ons gebeurt zonder een directe betekenis of zin is; ofwel dat wij een definitieve deling moeten maken, waarbij wij een zinloze buitenwereld tegen de alleen zin hebbende innerlijke wereld stellen. U weet dat alles natuurlijk zeer wel. Maar, in deze dagen moet dit ons punt van uitgang zijn: De zin der dingen.

Het is gemakkelijk om onmiddellijk in te haken bij het alarmisme, dat een groot gedeelte van de wereld op het ogenblik overspoelt. Te stellen dat een derde wereldoorlog onvermijdelijk is.

Te stellen dat het einde der tijden is gekomen en het laatste oordeel, de ondergang van de wereld, de totale en plotselinge verandering van stand van de aardas, een explosie van de zon en wat voor rampen u nog meer van verschillende zijden voor deze dagen worden aangekondigd. Maar deze dingen zouden inderdaad zinloos zijn.

Alarmisme wil zeggen: het wekken van en het exploiteren van vrezen, hetzij omdat men innerlijk een behoefte heeft aan een vlucht voor zichzelf, zelfs in de verschrikking; hetzij omdat men hoopt iets, wat men wenst, hierdoor te bereiken. U zult begrijpen dat dat geen zin heeft.

Wanneer ik deze wereld van heden zie, dan komt mij allereerst het beeld voor ogen van de totale verandering, die – als een schok werkende – een mens kan doen ontwaken tot een realiteit, die hij niet besefte. Een plotselinge schok doet het vreemde wezen, dat in je gegroeid is aan de hand van gewoonte, aan de hand van de sleur der dagen, plotseling omslaan. Het verdrijft het misschien tijdelijk of zelfs voor goed.

Dat er in deze dagen schokkende dingen gebeuren, is wel zeker. Dat het geen wereldomvattende rampen zijn, is al even zeker. Maar wanneer wij nu op het ogenblik staan aan de grens van een dergelijke reeks grotere gebeurtenissen, zo mogen wij ons afvragen: Hoe mogen en kunnen wij dit innerlijk verwerken? Welke zin heeft dit voor ons en op welke wijze zal daaruit onze bewustwording kunnen resulteren?

De eerste vraag: Wat is de zin voor ons persoonlijk?

Om werkelijk en persoonlijk te komen tot een nieuw aanvaarden van het leven, moet je worden losgescheurd uit de gewoonten. Zelfs wanneer je innerlijk nog zo intens geestelijk streeft, zal elke blijvende gewoonte beletten, dat je bepaalde delen van het leven werkelijk ziet, ervaart en kent. Het maakt je ook innerlijk blind voor mogelijkheden die in jezelf schuilen, voor wegen die je kunt gaan en zelfs voor krachten, die je gaarne zouden willen beroeren. Het is dus duidelijk, dat voor ons de grote betekenis van het gebeuren allereerst kan liggen in het vinden van een andere visie, een andere zienswijze; niet alleen t.o.v. onze wereld, maar t.o.v. al wat ons beweegt; zo goed t.o.v. onze God en ons beeld van de kosmos, als ons beeld van het ik en van de betekenis, die dat ik kan hebben voor anderen. Herzie uzelf. Ontwaak uit de gewoonten, uit de sleur, uit uw vastgeroest dossier van oude uitdrukkingen en voorstellingen tot een nieuwe wereld.

Een andere vraag: Hoe kunnen wij dit voor onszelf verwerken op een juiste manier?

Het innerlijk pad (en dat wil ook zeggen: de realisatie van hetgeen in ons leeft) is afhankelijk van ons huidig vermogen. Ik herinner u er aan, dat wij niets kunnen erkennen, herkennen of ons voorstellen, waarvan niet tenminste een deel in ons aanwezig is. Wij kunnen alleen werken met de krachten rond ons en de veranderingen rond ons, wanneer zij worden gebaseerd op hetgeen in ons leeft, met een gelijktijdig terzijde stellen van elke vast aanvaarde volgorde daarin.

Wij doen daarom verstandig – vooral bij meditatie en innerlijke overweging – ook onze eigen terminologie aanmerkelijk te herzien. Ik zou haast willen zeggen: het wordt tijd je innerlijk denken te vereenvoudigen. Want het pad, dat we gaan, is zo persoonlijk en zo vreemd, dat wij al snel geneigd zijn om de meest buitengewone uitdrukkingen te gaan gebruiken en dan doen wij dat op christelijke basis of op antroposofische, theosofische of zuiver oosterse. Elke grondslag is ons goed. Maar die termen zijn ledig. Wanneer ik u spreek over Christusliefde of Christusgeest, dan is dat mooi. Maar wanneer ik het in mijzelf gebruik, is het een dode term geworden, het leeft niet.

In deze dagen word ik geconfronteerd – zelfs in de geest en dus zeker ook in de stof – met voortdurende schokken, met veranderingen van waarden en waarderingen, het ineenstorten van illusies misschien. Wanneer dit gebeurt, dan dienen wij allereerst de eenvoud terug te vinden. Het innerlijk pad moet in deze dagen worden teruggebracht tot zo eenvoudig mogelijke termen, tot eenvoudige, begrepen en gekende termen. Al hetgeen vreemd is, boven ons begripsvermogen gaat of door ons slechts onvolledig wordt beseft, is in deze dagen – juist in ons innerlijk leven – eerder gevaarlijk en waardeloos dan belangrijk.

Hoe vind ik in deze dagen dan een nieuwe innerlijke bewustwording?

Ik heb reeds gesteld dat wij moeten uitgaan van een vereenvoudiging. De eenvoud, waarin wij leven en denken, is bepalend. Die eenvoud is echter aangepast aan de kern van ons eigen zijn, zowel geestelijk als stoffelijk.

Daarom begint men in deze dagen het pad eerst werkelijk goed en bewust te gaan, wanneer men uitgaat van datgene, wat men in zichzelf is en erkent. Weten wat je bent is natuurlijk belangrijk, maar het kan soms even belangrijk zijn te erkennen wat je niet bent. Velen van ons erkennen bepaalde punten omtrent hun eigen innerlijk wezen. Soms is deze erkenning volledig juist, soms is zij niet geheel rationeel, niet geheel in overeenstemming met de feiten. Maar wanneer wij uitgaan van wat wij weten te zijn, dan zullen wij dit vaak laten overheersen op alle andere dingen. Wanneer ik voor mijzelf het idee heb dat ik licht ben en ik ga op het pad over tot meditaties van licht en licht en licht, dan kan er een ogenblik komen, dat ik in het lichte met het duister word geconfronteerd. Kan ik dit duister niet aanvaarden, dan zal mijn gehele pad verder of afbuigen, dan wel – wat ook mogelijk is – mijn innerlijke ontwikkeling tot stilstand komen. Ik kan niet uitgaan van één waarde. Ik moet uitgaan van datgene, waarvan ik zeker ben dat ik het niet ben.

Het is natuurlijk niet mogelijk alles te omschrijven wat je niet bent. Maar je weet voor jezelf bv. heel goed, dat er in jezelf zekere duistere of stoffelijke elementen schuilen. Je weet voor jezelf heel goed, dat je naast al je pogen tot werkelijk bewustzijn ook nog een dosis eigenwijsheid bezit. Je weet zeer zeker wel, dat bepaalde dingen je niets zeggen of je absoluut niet kunnen beroeren. Te weten waarmee je niet in harmonie bent, wat je niet op dit moment a.h.w. als een deel van het ik beroeren kan, is in deze dagen wel zeer voornaam.

Want wanneer uiterlijke spanningen bestaan, vrienden, wanneer voortdurende veranderingen op allerhande terrein zich afspelen, verbluffende ontwikkelingen, dan laat je je maar al te vaak verleiden om innerlijk zowel als uiterlijk een taak op je te nemen, die je niet aankunt, omdat ze niet behoort tot datgene, wat in jouw wezen bestaat. Het is goed om actief te zijn.

Bewustwording is een voortdurend werkzaam zijn, waarbij zowel uw eigen wereld als uw innerlijk wezen voortdurend in het geding zijn. Maar dat houdt nog niet in, dat u nu maar elke taak kunt aanvaarden. Dat betekent ook, dat u niet elke stoffelijke mogelijkheid kunt ontkennen of voor uzelf moogt opeisen. U moet weten waar u staat. Zo kan worden gezegd: Wij gaan in deze dagen het innerlijk pad het beste door voor onszelf steeds weer de vraag te stellen, wanneer buiten ons een behoefte of een noodzaak ontstaat: Is er iets in ons, dat hierop antwoord geeft? Wij mogen nimmer uit zuiver cerebrale overwegingen (uit zuiver verstandelijk denken dus) overgaan tot een reeks van handelingen, “want die zijn goed.” Neen. Wij moeten aanvoelen, dat iets goed is. Dit aanvoelen is voor ons in de bewustwording op het ogenblik de weg en de wet. Want voel ik aan, dat iets goed is, dan kan ik – alleen reeds mediterende daarover, eventueel ondersteund door mijn handelingen – in mijzelf een harmonie verkrijgen met het hogere. Dan berust mijn verdergaan niet alleen meer op eigen vermogen en licht, maar ontmoet ik voortdurend kosmische waarden, die mij duidelijk maken waar ik ben en waarheen ik mij begeef. Mijn denken zal dan ook niet verward zijn en ofschoon het niet altijd geheel redelijk is, houdt het ongetwijfeld voor zover het mij persoonlijk betreft toch een vaste regel in en is het op zichzelf consequent. Het consequent zijn in deze dagen is ook belangrijk. Belangrijker dan menigeen beseft.

Ik heb hiermee allereerst op een drietal punten, een drietal vragen een – zij het wat beperkt – antwoord gegeven. Nu moet u zich echter goed voorstellen wat er gebeurt.

Uw eigen wereld is in oproer. Direct kenbaar of minder direct kenbaar is er een voortdurende wijziging, een voortdurend zoeken naar een climax, een voortdurend zoeken naar de oplossing van problemen, waarmee zijn en niet-zijn gemoeid schijnen te zijn. U kunt zich realiseren, dat dit nimmer alleen stoffelijk kan bestaan. Wanneer dit een kosmische invloed is, dan moet zij ook bestaan op bv. astraal terrein. Dan moet zij bestaan in elke wereld, waarin uw wezen een deel heeft, terwijl die wereld nog behoort tot of in harmonie is of kan zijn net uw eigen stoffelijke wereld.

Wij ontmoeten dus deze spanningen, deze druk niet alleen maar in de stof. Wij ontmoeten ze in de geest evenzeer en omdat wij die geestelijke problemen en vragen niet zo gemakkelijk kunnen omzetten in stoffelijk denken, zal bij menige meditatie, bij menig zelfonderzoek, een verwardheid optreden, een onzekerheid. Het is alsof wij ten dele blind zijn; of er ergens in het gamma van kleuren een enkele ontbreekt, maar wij weten niet welke. Wanneer u deze toestand ontmoet, dan is het goed om als volgt te denken: Dat wat mij ontbreekt behoort tot mijn geestelijke wereld. Het is stoffelijk niet te erkennen, het kan zich hoogstens – waarschijnlijk via het onderbewustzijn – aan mij openbaren. Ik zal misschien tekenen, dromen, impulsen en inspiraties ontvangen, waarvan mij de zin, de achtergrond niet geheel duidelijk is. Dan kunnen deze dus voortkomen uit de geestelijke controversen, waarin wij – evenals op aarde dus met stoffelijke – nu eenmaal gemoeid zijn en die ook ons betreffen.

Nu zult u zich waarschijnlijk gaan verwonderen over wat ik verder zeg: Wanneer wij niet zeker zijn van wat er ons geestelijk ontbreekt, dan kunnen wij, zover dit ons stoffelijk streven betreft, daarmee geen rekening houden. Wij kunnen slechts een beroep doen op het gevoel, op het onderbewuste, om ons duidelijk te maken wat er precies gaande is. Dat zal zich altijd uitdrukken in gevoelens, die eigenlijk onredelijk zijn. Ik kan er u enkele opnoemen.

Je kunt immers een gevoel hebben van verlaten zijn, verzonken zijn in een bodemloze put van stilte; iets wat bijna duister is. Wanneer die emotie ontstaat, dan betekent dit, dat u op een gegeven ogenblik zoekt naar harmonie op een hoger niveau. Een harmonie, die – gezien de op dat niveau bestaande spanningen – door u niet bereikt wordt. Maak u daar niet ongerust over.

Negeer voor zover u dit mogelijk is dit gevoel door stoffelijk en verstandelijk, meditatief en actief, alles te doen wat u kunt om dit gevoel bij uzelf te delgen. Daardoor zult u bewust of onbewust waarschijnlijk juist die daden stellen, juist die gedachten bij uzelf opwekken, die ook voor de geest belangrijk kunnen zijn; een belangrijke stimulans om op haar eigen niveau zich aan te passen aan de bestaande condities.

Het aspect van een andere wereld en uw eigen wereld is voor een mens meestal moeilijk te verwerken. Ik kan nu wel gaan zeggen, dat er rond u vijf of zes verschillende werkelijkheden zijn, maar daaraan hebt u weinig. Maar misschien kan ik u iets duidelijk maken op de volgende wijze.

Wij, die zoeken naar het pad, nemen aan dat er één oerkracht is, één begin, één werkelijkheid, één kracht, die leeft in alle dingen, die alles voortstuwt tot een ontwikkeling en alles brengt tot zijn einddoel. Wanneer wij dit aannemen, dan doen wij dit, omdat wij zonder dat niet kunnen leven, omdat wij innerlijk een zekerheid hebben omtrent deze op zich zelf onbewijsbare stelling. en wij nemen verkeerdelijk aan, dat een ieder van ons dus in dezelfde wereld leeft, in dezelfde werkelijkheid bestaat. Dat is natuurlijk niet juist.

Het is op het ogenblik voor u niet alleen interessant maar ook belangrijk te beseffen, dat 4, 5, 6 verschillende werkelijkheden naast elkaar kunnen bestaan in uw eigen wereld, zonder dat degenen, die tot die verschillende werkelijkheden behoren, zich ervan bewust zijn, dat er tussen hen en anderen een scheiding bestaat. Wanneer u gelooft op een bepaalde wijze, wanneer er voor u een bepaalde reeks van wetten als onomstotelijk en vaststaand geldt, dan kunnen die wetten voor u metterdaad bewezen worden. Ze worden gemanifesteerd, ze worden tot fenomeen.

Maar …. een ander gelooft aan andere wetten. Hij heeft een totaal andere waardering van de wereld. Hij kent zelfs aan delen van die wereld geheel andere eigenschappen toe. en voor hem gelden zijn eigen wetten. Wetten die voor u niet bestaan, zijn voor deze mens absoluut bindend. Zij werken op zijn leven direct in en zij vormen voor hem de motivering van zijn handelingen en daden, maar ook de enige mogelijkheid tot geestelijke bewustwording.

Het is duidelijk, dat wanneer u beiden elkander ontmoet, elk van u uitgaat van de veronderstelling, dat de ander zijn eigen wereld en wetten aanvaardt. Wanneer hij dat niet doet, dan zegt men niet: “Dan is die ander dus klaarblijkelijk niet deel van mijn werkelijkheid”, maar men zegt: “Die ander is dom of dwaas of hij moet leren.”

Dat is theoretisch erg aardig. Praktisch brengt het heel wat moeilijkheden met zich mee.

Wanneer ik op het ogenblik bewust wil worden, dan heb ik in mijzelf wel degelijk een reeks van meningen, een geloof. Ik heb wetten, waarop ik vast vertrouw en die zich voor mij voortdurend openbaren. Alleen degenen, die op precies dezelfde wijze kunnen reageren, die dezelfde voorstelling en hetzelfde geloof hebben, kunnen in de huidige tijd met mij harmonisch zijn. Ik kan slechts dat tot stand brengen, wat past binnen mijn eigen werkelijkheid en alleen voor degenen, die daadwerkelijk hiertoe behoren. U kunt dus niet iets magisch of geestelijks doen voor iemand, die tot een andere werkelijkheid behoort. Want voor hem gelden andere wetten. Wat voor u licht is, is voor die mens misschien duister. Wat voor u goed is, is voor hem demonisch en omgekeerd.

Wanneer u dit beseft, dan zult u ook begrijpen, dat de bewustwording van deze tijden dus gelijktijdig een aantal sterk verschillende inhouden en sterk verschillende mogelijkheden met zich brengt. Ik kan, wanneer ik mijn innerlijk pad ga, mij daarin en daarbij niet baseren op datgene, wat anderen zijn of denken. Ik kan mij slechts baseren op datgene, wat in mijn eigen leven – en dan zoveel mogelijk ook metterdaad en direct kenbaar – zich heeft getoond. Ik kan alleen afgaan op de fenomenen, die voor mij gelden; niet op de mening, die anderen daaromtrent hebben.

Op den duur zal het u duidelijk worden, dat het aantal werkelijk verschillende werelden of werkelijkheden, dat op uw aarde bestaat, gering is. Zoals gezegd, het kunnen er 5 of 6 zijn.

Wanneer u dus gelijkgestemden ontmoet, dan zult u volgens die gelijkgestemden en uw gezamenlijk, inzicht moeten handelen, denken en mediteren. U kunt aan die anderen geestelijke steun brengen, zolang zij behoren tot uw eigen werkelijkheid. en omgekeerd In deze tijd kan inwijding, bewustwording, een bereiking op. het innerlijk pad, het doorschrijden van één der poorten van bewustzijn, alleen geschieden door hen, die volledig gelijk zijn. Want de invloeden, die op het ogenblik werken in de sferen zowel als op aarde, hebben zo sterk verschillende reacties geschapen, dat degenen, die zelfs maar een ander wereldbeeld hebben, zeer moeilijk met elkaar tot overeenstemming kunnen komen. Hieruit volgt dat het dwaas is op het ogenblik te dromen van een wereld verenigende gedachte, die ligt binnen het menselijk bevattingsvermogen. Dat het dwaas is te dromen van een oplossing voor de wereldse problemen van het ogenblik vanuit eigen standpunt.

Wij moeten doordringen tot de hogere weg, de hogere waarheid. Hoe hoger wij komen in de geest (hoe dichter wij dus bij het Goddelijke komen), hoe minder verschillen er zullen zijn tussen ons en anderen. Het zijn a.h.w. stralen, die samenlopen naar één middelpunt.

De zon, het licht – of moet ik zeggen het leven – noemen wij God. Wij kunnen in die God geloven als een God van rechtvaardigheid, een God van liefde en ook een God met willekeur. Wanneer wij uitgaan van één bepaalde keuze, die voor ons naar ik aanneem gemiddeld zal zijn een God van Liefde, dan betekent dit, dat wij uit de kosmos alleen antwoord zullen krijgen volgens deze instelling op de liefde. Al het andere gaat ons voorbij, kan door ons niet worden beïnvloed en beroert ons ook niet. Dan, kunnen wij dus de liefde Gods zien als het regerend beeld van ons leven en daaruit trachten bepaalde formuleringen en wetten te vinden, die voor zover wij kunnen nagaan op elk niveau van geestelijk bestaan hieraan beantwoorden.

Die dus in overeenstemming zijn met dit geloof en deze instelling. Is dit aanvaardbaar?

Dan wil ik u dus alleen vanuit dit standpunt trachten enkele regels te geven, die in deze tijd werken. Wetten, die op het ogenblik volledig gelden.

In de eerste plaats: De goddelijke liefde ligt niet in de uiting zelf, maar in de innerlijke beleving, die zij oproept. Dat moeten wij goed onthouden. Niet wat er buiten ons gebeurt, maar datgene, wat het in ons wekt, is belangrijk. Dus zo wreed en vreemd als het misschien moge klinken: uw spoorwegramp is voor ons niet belangrijk om hetgeen zij feitelijk is (doden, gewonden, een verwrongen massa staal)., maar om het gevoel van saamhorigheid, van naastenliefde, de eenheid op geestelijk en stoffelijk niveau, die daaruit voortkwam.

Dan is het tweede punt. Alles wat ik in mijzelf erken moet ik zien als een openbaring van deze liefde. Wat in mij bestaat is dus uit het lichtende en het Goddelijke, naar kan alleen geuit worden volgens mijn eigen begrippen van dit liefdevolle. Ik kan al wat in mij leeft uiten, mits het beantwoordt aan mijn beeld van God.

Den derde wet, die misschien nog vreemder klinkt, is dit: Wanneer ik uitga van de liefde Gods en daarin volledig geloof, daarop vertrouw en daaruit handel, zal alleen datgene, wat de directe liefde Gods inhoudt, voor mij manifest zijn, voor mij zich openbaren. Het zal mij brengen in situaties, die ik misschien niet rationeel kan verklaren, maar waarin ik mij zowel gesteund weet door als de uiting weet van een liefdekracht. Naarmate ik mijzelf minder een oordeel hierover aanmatig en mij met vollediger vertrouwen daarin begeef, zal ik grotere resultaten bereiken. Deze resultaten zijn innerlijk zowel als meer uiterlijk. Naarmate ik mijzelf in voller vertrouwen leef en dit vollediger openbaar, zal bij het wegblijven van een op stoffelijke waarden gebaseerd oordeel de zin der dingen duidelijk worden en de kracht mij voortdurend gegeven zijn boven mijn eigen vermoeden, kennen, weten of vermogen.

Dan is er een volgend punt, waarvan ik eigenlijk niet weet of ik het een wet of een regel mag noemen, of dat ik moet zeggen: dit is alleen een beleving.

Uit het Al zal mij alles tegemoet treden volgens mijn eigen instelling. Wanneer mijn eigen instelling juist is, dan zal het Al mij beantwoorden door het z.g. gevoelen of voorgevoelens, dat het mij mogelijk maakt de niet met mijn wezen en weg overeenstemmende waarden en belevingen van mij af te stoten, voordat ik mij op enigerlei wijze daaraan gebonden heb.

Terwijl ik anderzijds al wat voor mij harmonisch is zal kunnen erkennen, zelfs wanneer het zich niet op opvallende wijze als mogelijkheid of gelegenheid biedt. In mijzelf betekent dit (en daarop moet u ook even letten), dat ik tussen alle geestelijke krachten en werkingen, die ik op mijn innerlijk pad ontmoet, voortdurend zal moeten kiezen aan de hand van mijn eigen instelling. Dat wat daar niet mee harmonisch is – hoe groots, hoe schoon, hoe majestueus ook – is voor mij teruggang, gevaar, verwarring en niet bereiken. Ik voel dit aan. Ik mag mij nimmer door de verschijnselen of verschijning laten overbluffen. Al datgene, wat met mij harmonisch is – ook als het mij misschien onbelangrijk of klein lijkt – zal een bevordering van mijn eigen streven inhouden, mijn bewustwording vergroten en zo mijn contact met het totaal Goddelijke intensifiëren.

Dat zijn enkele regels, die nog betrekkelijk algemeen zijn. Daaruit volgt voor u als mens op aarde op het ogenblik: Ik kan aan de hand van mijn eigen instelling en geloof weten, waar ik moet gaan, wat ik moet doen, wat ik moet laten. Ik dien deze dingen te accepteren.

Aanvaarding krachtens deze innerlijke stem of dit innerlijk weten is de eerste noodzaak, wil men in deze dagen stoffelijk zowel als geestelijk ten goede kunnen verdergaan. Laat u door niets vrees aanjagen. Niets kan u bedreigen, vernietigen, verderven, zolang gijzelf positief zijt, zolang gij in overeenstemming zijt met datgene, wat voor u werkelijk is.

Ofschoon de wereld onafhankelijk van uw wezen een grote reeks verschijnselen kan vertonen, zult ge voor uzelf alleen datgene eruit beleven, wat voor u aanvaardbaar en reëel is. Dat waarin ge niet geloven kunt, dat wat ge niet aanvaarden kunt en dus ook niet vreest of verwacht, zal nimmer bestaan.

In vele gevallen zult ge het gevoel hebben, dat gij alleen een bepaalde taak moet verrichten; of dat aan u in het bijzonder is opgelegd om een bepaalde gedachtegang te volgen, een bepaalde reeks handelingen te verrichten. In vele gevallen kunt ge u daarbij verlaten gevoelen. Tenminste indien ge uitgaat – wederom – van uw menselijk denken. Daarom is het noodzakelijk voor degene, die esoterisch streeft in deze dagen, zich voortdurend in te stellen op de innerlijke kracht en de innerlijke wet. De enige beperking hiervoor kan voortvloeien uit zijn menselijke rede, zover deze op het met anderen gedeelde wereldbeeld betrekking kan hebben. Wij zijn verplicht om redelijk te handelen. Wanneer wij op de wereld leven, dan is menselijke redelijkheid één van de normen van beleving en ervaring. Maar dit is slechts een begrenzing en het mag nimmer een vast voorschrift worden.

En dan ten laatste en misschien wel als het meest positieve op het ogenblik voor u: Degene die beseft, dat uiterlijk en innerlijk beleven op het ogenblik intens samenvloeien, zal zien dat uit bepaalde stoffelijke belevingen directe geestelijke mogelijkheden ontstaan. En door deze niet te beschouwen als een nieuw en van stoffelijk gebeuren onafhankelijk beleven, kunnen zij als gelijktijdige werkelijkheid in ons worden ervaren. Er is geen scheiding van niveau meer voor ons tussen bepaalde geestelijke sferen en voertuigen – tenzij ten hoogste uit het standpunt van het menselijk begripsvermogen – zolang wijzelf deze maatstaven niet stellen. Wij kunnen onszelf, onze wereld en onze weg intens leren kennen door geen enkele scheiding te maken tussen het geestelijke of iets van een bepaalde sfeer en ons eigen wezen.

Wanneer ge gelooft aan de liefde Gods of aan een Christusgeest of wat voor naam ge er ook aan geeft, dan kunt ge u realiseren, dat ge daarmee één zijt. Ook nu! Dat is geloof, ik weet het wel. Het is een instelling, die redelijk moeilijk verklaard wordt. Maar het is een instelling, die absolute resultaten waarborgt, die u in staat stelt om alle schokken van deze tijd goed te verwerken en – wat belangrijker is – uw heroriëntatie in de wereld te doen plaatsvinden door uw geestelijk licht en bewustzijn, waardoor uw eigen bewustwordingsgang versneld wordt en het bereiken van uw innerlijk licht eenvoudiger en ook in de stof meer direct beleefbaar.

Dan wil ik nog als slot wijzen op ons eigen innerlijk leven, ons uitstralen van gedachten en al, wat daarmede samenhangt. Het is praktisch onmogelijk om op het ogenblik de eigen wil innerlijk (dus een kwestie van bewustwording) zowel als meer uiterlijk geheel duidelijk te manifesteren. Wij kunnen dit nu eenmaal niet. Laat ons dan ook wat manifest is, op dit ogenblik kan worden beschouwd als niet-bestaand. Wat wij op het ogenblik aan bewustwordingsmogelijkheid vinden is zeer weinig misschien; maar het weinige dat er is, is van een zo grote doordringingskracht, dat het de basis kan worden voor een totaal nieuw beleven en een totaal nieuwe wereld.

Uit het weinige en het kleine, dat mij nu tijdens deze schokkende gebeurtenissen en veranderingen mogelijk is, kan ik een totaal nieuwe wereld opbouwen. Ik mag niet uitgaan van wat was, maar slechts van hetgeen zich nu voor mij kenbaar en voelbaar maakt. Alleen op die manier zult u zonder grote storingen, zonder ook alarmist te worden, zonder te grote zenuwspanningen deze tijd doorkomen.

Let wel, die spanningen komen niet zozeer voort uit hetgeen er gebeurt, als wel uit hetgeen men daarmede verwant denkt. Het is uw eigen denken, dat u uw grootste spanningen oplegt.

Het is uit het denken van de mensen, dat de grootste gebeurtenissen in feite voortkomen. Wij kunnen nu zeggen: We gaan een gedachtekracht uitstralen. Die gedachtekracht kan ten goede gericht zijn volgens algemeen menselijke beelden. Maar ook dan blijft ze alleen maar bruikbaar voor degenen, die binnen mijn werkelijkheid staan, die dus in het totaal van levenservaring en Godservaring met mij harmonisch kunnen zijn. Het is dus niet verstandig om, wanneer er ‘allerhande omwentelingen beginnen, u te gaan richten op alle mensen. Richt u in deze dagen in de eerste plaats niet meer op het totaal van de wereld, maar speciaal op de krachten of kringen, waarmee u meent harmonisch te zijn.

In de tweede plaats: Probeer al deze dingen ook direct en in eigen omgeving tot uitdrukking te brengen. Het is op het ogenblik ook voor het eigen ik en eigen innerlijke bewustwording vaak belangrijker iets te doen – al is het nog zo onbelangrijk – dan 1000 maal te mediteren. Want alleen datgene, waarin u intens opgaat, intens beleeft, is op het ogenblik waardevol.

U moet zelf kiezen. Dat kan niemand voor u doen. Wanneer u kiest, dan ontstaat ongeveer het volgende beeld. In u ontstaat bij een redelijke rust een klimmende energie; stijgende energie dus. U komt uit een schijnbare overspannenheid en lusteloosheid tot een steeds meer doelbewust handelen en denken. Dit doelbewust leven, dit bezitten van energie, vormt in uzelf een reeks flitsen, een reeks zeer korte brokstukken van – hoe moet ik dat zeggen dromen of uittredingen of wat anders, die samen zullen vallen na verloop van tijd tot een begrijpelijk beeld. Verwacht niet, dat u op het ogenblik ineens alles kunt weten of beseffen.

Wees ook niet ongeduldig, wanneer die innerlijke inwijding of bewustwording, waarop u zo lang hebt gewacht, op het ogenblik niet onmiddellijk komt. Verzamel al de brokstukken, die u op het ogenblik bereiken. Wanneer u dit doet, dan zal – wanneer de spanning en de energie (de spanning buiten u, de energie in u) een hoogtepunt bereiken – het merendeel van deze flitsen samenvallen tot één samenhangend beeld. Het innerlijk beeld, het innerlijk beleven van de grote kracht, wordt dan totaal vernieuwd, doordat wij een z.g. andere visie hebben. Het ik maakt een soort ommekeer, een halve, draai links of rechts bij wijze van spreken en kan in een andere richting verdergaande gemakkelijker en beter succes behalen.

Bedenk wel, dat ofschoon een zeer snelle stijging in deze dagen innerlijk mogelijk is, het pad zelf kan worden vergeleken met een serpentine weg. Men slingert zich van links naar rechts en van rechts naar links door de invloeden van de tijd plus de kosmische en geestelijke invloeden, die binnen het ik bestaan. Men gaat dus zijn richting van denken en streven veranderen in een schijnbare tegenstrijdigheid soms met een voorgaande ontwikkeling. Dit is niet belangrijk, omdat men verder stijgt. De directe weg, het direct en rechtstreeks stijgen, is gezien de verwarrende invloeden rond u plus uw onvermogen tot totale oriëntatie in uw eigen wereld – op het ogenblik praktisch onmogelijk en zeer gevaarlijk. Stel u ermee tevreden om telkenmale een nieuw beeld van de wereld te krijgen en uw streven te veranderen.

Wees ook niet hang om een oud beeld voor een nieuw te verwisselen. Dit is vaak noodzakelijk, wilt u zich op de juiste wijze kunnen bewegen. Elke keer, wanneer u door een schijnbare volte face komt tot een ander streven, zult u ontdekken, dat ook daarin het Goddelijke in u zich sterker openbaart, dat u in uzelve een juister beleven krijgt van het licht, een beter begrip a.h.w. een grotere kracht. Gebruik alles, wat u op deze wijze uiterlijk wordt gegeven, om volgens uw eigen geloof en denken het innerlijk contact met het Goddelijke zo goed en zo intens mogelijk tot stand te brengen.

Schaam u niet om te bidden, wanneer u dat op een ogenblik de weg lijkt. Schaam u niet om te mediteren of te filosoferen, wanneer u dat de weg lijkt. Maar streef bij al deze dingen voortdurend naar het licht. Dan zullen de wisselingen van deze tijd voor u betekenen, dat u met een aanmerkelijke vergroting van uw beleving en ervaring en daardoor op den duur met uw vermogen om anderen te begrijpen, binnen uw eigen werkelijkheid stijgt; tot een samenwerking met andere mensen, die een totaal andere werkelijkheid hebben, mogelijk wordt en zo het gezamenlijk streven naar het licht gepaard, kan worden aan het innerlijk streven, dat wij noemen: de esoterische bewustwordingsgang.

0-0-0-0-0-0

Gastspreker

Wanneer wij bijeen zijn hier met de gedachte het geestelijk streven innerlijk te bevorderen, is het voor ons belangrijk, dat wij de heersende ontwikkelingen en ontstaande gedachtegangen op esoterisch en godsdienstig terrein verder kunnen nagaan. Het is daarom, dat ik wil trachten u aan de hand van de thans bestaande geestelijke centra een overzicht te geven van al hetgeen geschiedt en zich ongetwijfeld ook verder zal ontwikkelen.

Het zal u duidelijk zijn dat een groot gedeelte van de huidige verwarringen op zowel geestelijk als stoffelijk terrein voortkomt uit een verkeerde vorming van milieus, van omgeving. Het is eveneens duidelijk, dat de geestelijke achtergronden, die zo worden geschapen, niet in overeenstemming kunnen zijn met één kosmisch en daarom belangrijk principe. De huidige vorming van geestelijke centra heeft nu ten doel allereerst de eigen levenshouding en geestelijke werkzaamheid van degenen, die daarvoor rijp zijn, te wijzigen in een meer juiste richting. Het is in deze dagen onmogelijk een meer op persoonlijkheid gebaseerd Godsgeloof met een verstoffelijkte God, nog verder voort te zetten. Wij kunnen niet meer aannemen dat er een God is, die een mens gelijkt; dat er een Godheid is, die de menselijke eigenschappen bezit — zij het dan misschien in een vorm van volmaaktheid. Daarom zal allereerst het Godsbegrip zelf zich moeten wijzigen.

Dit kan het best geschieden door het woord “God” te veranderen in betekenis en het voor elke mens te maken tot een uitdrukking van eigen gevoelsinhoud t.o.v. het onbekende. Hierbij zullen vele waarden van bestaand geloof en vooral bestaande godsdiensten worden aangetast.

Maar eerst wanneer wij God niet meer zien als een mens-gelijk wezen, benaderbaar aan de hand van menselijke gedachten en eventueel te bewegen tot handelingen op grond van menselijke ruilovereenkomsten, is te verwachten dat de instelling van de mens t.o.v. het kosmische juist kan worden.

Naast deze poging om de inhoud van het begrip God te herzien, moeten ook de begrippen van persoonlijk contact met God, bewustwording, daadwerkelijk geloof en godsdienst herzien worden. Wij menen, dat via de geestelijke centra en de leiding, daar gegeven, men er in zal slagen om de gemeenschap, die op dit ogenblik in vele kringen, geestelijk erkend wordt, over te brengen op een praktische, stoffelijke basis. Dit houdt in, dat door het stoffelijk werken en beleven de godsdienst zelf levend wordt en deel gaat uitmaken van het dagelijks bestaan.

Ook geloven wij, dat de mens in feite behoefte heeft aan een leefwijze, waarin hij zichzelf volledig kan geven en niet in strijd met zijn omgeving, maar in voortdurende binding en waardering met die omgeving bestaat. Wij menen dat de gekozen weg, (het vestigen van geestelijke centra, om door gedachten zowel als door stoffelijke leringen deze ideeën uit te dragen) buitengewoon goed en dienstig is.

De basis moet echter niet worden gezocht in de nu bestaande systemen. Zowel het z.g. kapitalistisch of democratisch systeem als het marxistisch of communistisch systeem en de dictatoriale tussenvormen zijn niet geschikt om een innerlijk Godsbeleven en -erkennen tot uiting te brengen. Daarom bereiden wij voor een reeks van kleinere groepen, die tot op zekere hoogte leven in de gemeenschap van goederen en belangen, die door het communisme gepredikt wordt, met een volledige vrijheid voor elk van hen voor zich bepaalde delen of rechten te reserveren. Een samenwerking en dienstbaarheid in vrijheid kan n.l. voeren tot een wegvallen van alle verschillen tussen godsdienstige instelling, ras, stand of bekwaamheid, zoals deze op het ogenblik uw wereld in hun greep hebben.

De grote kracht, die ons hierbij geestelijk voorgaat (ook wel genoemd de nieuwe wereldleraar), heeft reeds o.m. door het prediken van bepaalde versies van oorzaak en gevolg en het weer zuiver stellen van de begrippen naastenliefde, verdraagzaamheid etc. getracht om de mensheid reeds nu geestelijk en zonder grotere bindingen voor te bereiden en – wat meer is – een nieuwe weg voor eigen leven te tonen.

Het is niet mijn taak op deze bijeenkomst u hierover verder in te lichten. Dit zal zo dadelijk door één van uw eigen sprekers geschieden. Voor mij echter is het belangrijk u te kunnen zeggen: Alle krachten, die op dit ogenblik samenwerken in de geest, in de stof en buiten de stoffelijke ontwikkelingen in de kosmos, hebben als brandpunt een zelf beleving door uiting in anderen. Dit is alleen mogelijk, wanneer een persoonlijk contact met het Goddelijke op de achtergrond staat. Om dit te kunnen bereiken zullen wij dan ook trachten in elke mens, die zich daarvoor juist instelt, op de voor hem of haar juiste ogenblikken een deel van lichtende of goddelijke kracht duidelijk kenbaar te maken.

Het gaat er om d.m.v. deze gevoelsbeleving en de daaruit voortvloeiende redelijke gedachten de mens te conditioneren, zodat hij zonder tegenstand en met begrip voor de leer, voor de nieuwe kracht of godsdienst, zichzelf aanpast binnen het geheel der mensheid.

Om dit geheel der mensheid nog sterkere impulsen te geven, werd verder besloten de mens ook enkele tekenen te geven van leven buiten, deze wereld – en wel publiekelijk kenbaar – op het ogenblik, dat de tijd daarvoor rijp is. In uw tijd vermoedelijk na nog wel iets meer dan 14 maanden.

Uit dit alles tezamen hopen wij een intense beleving te bereiken van de eenheid, die de basis is van alle kosmisch bestaan.

De bron van alle dingen is het “onbekend Stuwende”, dat men God noemt. In deze bron bestaat een band tussen alle waarden, verschijningsvormen en bewustzijnsvormen, ongeacht hun verschil in wereld, ontwikkeling, bewustzijn en geestelijke graad. Deze eenheid moet noodzakelijk gemanifesteerd worden op elk terrein. Vandaar dat wij reeds nu tot u kunnen zeggen: Indien gij in uzelf zoekt naar de juiste weg om naastenliefde aan anderen te geven, niet zoekt naar een omschrijven of kennen van een persoonlijke God, maar in vertrouwen die Kracht aanvaardt, zal deze Kracht voor u kenbaar worden gemaakt in uzelf. Gij zult kunnen ervaren, hoe de eeuwige Kracht elke verandering in het ik tot stand brengt, die noodzakelijk is. Gij zult erkennen, hoe de eenheid van al het levende de verschillen tussen het levende kan opheffen.

Gezien de moeite, die deze verbinding niet slechts uw medium maar ook anderen bezorgt, zal ik het woord thans overlaten aan één van uw eigen sprekers, die een aanvulling op deze mededelingen door mij verstrekt zal geven.

Ik wens u kracht en licht.

0-0-0-0-0-0-0

Zoals u bemerkt hebt, is het moeilijker geweest een juist contact tot stand te brengen dan wij hadden vermoed. Wij hebben geprobeerd zoveel mogelijk ideeën af te drukken, maar het omzetten daarvan stuitte op moeilijkheden. Vandaar ook vaagheden en belemmeringen in de verklaring van deze spreker. Ik zal gaarne trachten u nu verder voor te lichten aan de hand van hetgeen door ons werd opgenomen en verder daaromtrent gekend werd.

De kwestie van deze verandering van inzicht is wel in de eerste plaats gebaseerd op het erkennen van uw eigen plaats in de schepping. Wanneer u zich voortdurend gaat bezighouden met het wezen van uw God, dan kunt u persoonlijk daarmede niet verder komen. Wanneer een vlo probeert een olifant op ware grootte te tekenen, kan zij misschien daarin slagen, maar het zal haar leven verteren en haar andere mogelijkheden ontnemen. Zo ook voor u.

Wat intens belangrijk is, is echter datgene, wat u in uzelf kunt ervaren. De nieuwe wereldleraar heeft daarover reeds veel gezegd en heeft geprobeerd de mens duidelijk te maken hoe zijn persoonlijk beleven, zijn persoonlijke contacten met medemensen, zijn juist handelen – ongeacht de daaraan verbonden gevolgen of consequenties, ongeacht datgene wat anderen daarop zullen antwoorden – de juiste weg is.

Hij heeft getracht de mensen te vertellen wat vrede werkelijk is. Vrede . is niet het ontkennen van de mogelijkheid van geweld, maar wel het ontkennen van de mogelijkheid tot geweld of gewelddadigheid voor jezelf.

Hij heeft getracht de mens duidelijk te maken wat rechtvaardigheid is. Rechtvaardigheid is niet het beantwoorden aan de eisen van anderen, maar het beantwoorden aan de eisen van dat, wat je in jezelf voelt als recht en noodzakelijk.

Vrijheid speelt in de leringen van onze nieuwe meester een grote rol. Een leer, die op het eerste gezicht misschien gevaarlijk is. Maar zo gevaarlijk als menigeen haar wil zien is zij toch niet. Want hoe kunnen vele kleine stoffelijke gebeurtenissen van belang zijn, zolang zij geen direct storende achtergrond hebben?

Een gedachte vol met verkeerd gericht begeren is erger dan een feitelijke diefstal. en zo kunnen wij verdergaan. Want de mens, die voortdurend met dit onderdrukt begeren rondloopt, zal op den duur zichzelf niet meer zijn. Hij verliest zichzelf geestelijk en stoffelijk, hij kan tot niets komen en hij is voor anderen over het algemeen een belemmering op hun pad.

Degene, die gestolen heeft, is misschien schuldig volgens de wetten der mensen, maar hij heeft de mogelijkheid om door teruggeven en boete doen de diefstal ongedaan te maken. Hij heeft de mogelijkheid verder om – wanneer het rechtvaardig is in zijn eigen ogen – daarvan de juiste vruchten te plukken. Hij zal bij een juiste instelling die vruchten dan toch met anderen willen delen. Daarom dus wordt het zo voornaam geacht, dat de mens op het ogenblik zich niet meer met de Allerhoogste Kracht zelf bezighoudt en daar nutteloos zijn tijd aan verspilt, maar dat hij leert persoonlijk juist en goed te leven.

De geestelijke centra, die gesticht zijn – daar is over gepraat – zijn hoofdzakelijk te zien als kernen van mensen (en soms ook zijn er entiteiten aan toegevoegd), die gezamenlijk proberen hun omgeving op de juiste wijze te beïnvloeden. Ze zijn geen organisatie en geen godsdienst, maar zij proberen de mens, die dreigt vast te lopen in zijn streven, een nieuwe impuls ten goede te geven: hem te wijzen hoe hij zijn moeilijkheden kan oplossen, te wijzen misschien hoe voor hem de juiste weg ligt.

Nu zult u misschien de eerste spreker met zijn verschillende werkelijkheden, die naast elkaar op aarde bestaan, hiermede enigszins strijdig vinden. Toch behoeft dat niet zo te zijn. Want wanneer wij op een terrein komen, waarbij wij voldoende onzelfzuchtig zijn, kunnen wij elke andere wereld benaderen en aanvaarden. De begrenzing van de mens is gelegen in zijn denken. Wanneer je zegt dat je iets niet kunt, zul je het zeker niet kunnen. Wanneer je denkt dat iets onmogelijk is, maak je het daarmede vaak onmogelijk. Wanneer je zegt, dat iets in een bepaalde vorm alleen waar is, zul je blind zijn voor alle andere vormen van diezelfde waarheid, die optreden. Daarin ligt dus het belangrijke punt.

Om nu deze mensen te helpen, kun je natuurlijk wel iets doen. Want degene, die geestelijk betrekkelijk hoog staat, kan een ander in zijn denken of zijn bewustzijn en beleving laten delen. Eet zal u wel bekend zijn, hoe bekende mahatma’s en goeroe’s de gewoonte hadden rond zich hun leerlingen te verzamelen in gezamenlijke meditatie, en zij, die waardig werden geacht, mochten dan een bijzondere meditatie meemaken, waarbij zij a.h.w. een hoger bewustzijn in zich voelden, een vrede of een kracht, die niet uit henzelf voortkwam, maar die zij deelden met hun meester.

U zult inzien, dat wanneer een situatie zo spannend wordt als in deze dagen en wanneer bovendien de mogelijkheid tot vernieuwing zo groot is, door de geest ook alles zal worden gedaan, wat men maar doen kan. Ook dus het scheppen van geestelijke groepen, die een zo hoog mogelijk bewustzijn wekken van de feitelijke, de kosmische kracht, de Godheid, om deze te delen met de daarvoor rijp zijnde mensen op aarde.

Nu moet u niet denken, dat dit een grote verandering in uw leven behoeft te zijn. Het is niet altijd het neergeslagen worden door het Licht der openbaring. Dat ligt helemaal aan uzelf. Wel is het zeker, dat al deze belevingen in overeenstemming zullen zijn met uw eigen karakter.

Iemand, die gewelddadig en driftig, is en hard, zal dit Licht ongetwijfeld gewelddadig en hard en misschien ongeduldig ervaren. Iemand, die lijdzaam en erg geduldig is, zal het eerder zien als een zonsopgang, een langzame groei van licht. Maar door die meditaties, door deze instelling dus op zo hoog mogelijk niveau, is het mogelijk de mensen licht te geven. en dat licht kan dan weer worden gebruikt om die mensen te sterken. Want dit licht kan alleen gegeven worden, wanneer ze door hun eigen daden en hun eigen wijze van leven tot de juiste instelling komen.

Niet een ieder kan de uitstraling van een goeroe of een meester opvangen. Zo kan ook niet iedere mens deel hebben aan zo’n uitstraling van een bepaalde groep geesten. Er zijn er meerdere en een ieder die ten goede streeft, heeft dus de kans, de zeer grote kans, om – wanneer hij of zij maar volledig streeft volgens zijn eigen beste weten zonder daarbij alleen aan zichzelf te denken – dit lichte, dit ogenblik van verrukking door te maken.

U weet hoe het is: wanneer je eenmaal iets van een zaligheid hebt geproefd, iets van het Grote, dan is er het verlangen om het terug te vinden. Dus dan zullen die mensen zich vanzelf willen gaan aanpassen aan de voor hen juiste leef- en denkwijze.

De hervorming, die zo wordt gebracht, is misschien het best te karakteriseren als het vinden van het Koninkrijk Gods. Er zijn heel veel mensen die denken; het Koninkrijk Gods is iets, wat nog niet bestaat, iets wat nog komen moet. Maar in feite is het een fase van harmonisch zijn met het Hogere; met God of zo ge wilt met Jezus, met Christus, met Boeddha, of hoe ge het noemt. Elke uitdrukking is daarvoor juist.

Nu kunt u dus dit Koninkrijk a.h.w. vinden. U kunt voor uzelf een eenheid gaan vormen, waarbij de grote kosmische heersers, die de goddelijke kracht direct tot uiting brengen, zich eigenlijk gemakkelijker in u openbaren. Want een nieuwe godsdienst stichten – wat ongetwijfeld gaat gebeuren -is op zichzelf onbelangrijk. Belangrijk is alleen, dat ze zo wordt gesticht, dat de mens daarin een zo groot mogelijke vrede vindt, een zo sterk mogelijk voortbestaan.

Onze wereldleraar sticht een levensleer. Het is nog niet een godsdienst en dat kan ook niet, want de grondwaarden daarvoor zijn nog niet aanwezig. Een nieuwe godsdienst heeft geen kans, geen mogelijkheden, geen plaats tussen de vele grote godsdiensten, die op het ogenblik als machthebbers op aarde regeren. Hier wordt dus pas de eerste voorbereiding getroffen voor het stichten van een bepaalde leefwijze, die overgaat in een soort godsdienst en t.z.t. door een speciaal daarvoor gezondene dus haar eigen vorm en inhoud verder zal verkrijgen.

Hier hebt u dan een poging om in het kort verder te verklaren, wat onze gast en vriend heeft gezegd. Nu zijn de achtergronden natuurlijk heel wat groter dan dit alles, wat ik u op dit ogenblik voorleg. Hier kan ik niet meer teruggrijpen op de gedachten, die hij direct ter overbrenging uitzond en moet, ik dus aanvullen uit hetgeen wij ook in de Orde menen te weten.

Wanneer wij onverschillig welke kracht zien, dan heeft zij twee kanten, twee uitingen en omdat zij twee uitingen heeft, kan elke kracht dus op minstens twee wijzen worden gebruikt.

Het is niet belangrijk, dat wij alleen op de juiste kracht aansturen, het is belangrijk, dat wij de juiste kracht bereiken; dat wij die op de juiste manier gebruiken en dan nog op de juiste tijd.

Nu kunt u zich misschien de wereld voorstellen als een soort trein, een lange reeks van wagons. Noemt u elke wagon één dag. In elke wagon is een bepaalde toestand. Omdat die toestand overal verschilt, zal in een bepaalde wagon iets wel mogelijk zijn, wat in een andere niet mogelijk is. Degene, die gebonden is aan zijn eigen wagon, aan zijn eigen moment van werkelijkheid alleen, zal dus bepaalde dingen nooit kunnen doen of kunnen bereiken. Maar degene, die zich weet te bewegen langs de trein, zal wel dat ogenblik kunnen bereiken. Hij vindt wel de toestand, waarin een bepaalde kracht geopenbaard wordt.

Nu is de grote fout, die de doorsnee mens maakt, dat hij niet alleen maar vasthoudt aan hetgeen hij het heden noemt in de wereld, maar dat hij dit heden fixeert volgens de gang van zijn eigen wereld. Hij kan zich niet voorstellen, dat men vandaag in één seconde net zo veel kan doen als anders in tien minuten en morgen in tien minuten nog niet zoveel als anders in één seconde. en toch zult u allen ervaren hebben, dat dit ongetwijfeld wel eens waar is.

Wanneer ik een aantal handelingen verricht binnen de daarvoor normaal geldende tijd, ben ik daardoor op mijn omgeving a.h.w. vooruitgelopen. Ik heb dan een toestand geschapen, die eigenlijk overeenkomt met een wagon, die ik “toekomst” zou kunnen noemen. Ik leef dus niet echt in de toekomst, maar ik heb een situatie geschapen, zoals die normaal alleen toekomstig zou kunnen bestaan.

Wanneer ik dit steeds volhoud (ik ben dus steeds iets vlugger), dan kan ik op een gegeven ogenblik weken of maanden op anderen voor raken. en de situatie van mij uit is dan ook anders, dan zij bij een gelijkmatig verdergaan zou kunnen bestaan.

Op andere ogenblikken kan ik, terwijl anderen normaal verdergaan, zeggen: “Ja, maar dit is niet juist; dit kan ik op het ogenblik nog niet verwerken.” Ik ben daadloos. Ik vervul dus niet het van mij verwachte deel in het gebeuren. Door dit uitstel ontstaat eveneens de mogelijkheid, dat ik a.h.w. een verleden vind, iets wat eigenlijk al voorbij zou moeten zijn. Ik kan een toestand vinden, waarin ik veel kan corrigeren. Ik kan dan plotseling ingrijpen en dan door versneld voort te gaan toch weer mijn eigen punt in de tijd bereiken.

Deze gehele kwestie kunt u nu als volgt formuleren: In mij bestaat het innerlijk weten omtrent de juiste tijd. Ik erken altijd – ook al ben ik mij er niet van bewust – een situatie, die met mijn innerlijke toestand overeenkomt. Wanneer deze situatie optreedt, dan kom ik tot handelen, zelfs al wil ik dit eigenlijk niet eens. Want mijn gehele wezen overrompelt mijn redelijkheid, mijn instincten zelfs en brengt mij tot het stellen van een daad, brengt mij tot een realisatie of een opvatting, die mijzelf later kan verbazen.

Wanneer ik dus weet, dat deze mogelijkheid bestaat en er is voor mij een situatie, waarbij blijkt dat bv. de traagheid van anderen voor mij niet meer aanvaardbaar is, kan ik op twee manieren reageren. Ik kan zelf traag worden, maar dan ontstaat praktisch stilstand. Ik kan echter ook beginnen om uit mijzelf – en dus schijnbaar onredelijk – snel te reageren en dingen, die ik normaal met een tussenruimte zou doen, a.h.w. direct op elkaar te laten volgen.

Ik versnel iets. Dat kan gewoon zijn met handelingen, maar het kan ook heel vaak zijn met bv. esoterie. Dus dingen die ik normaal zou uitstellen.

Bv.: Ik heb vandaag zoveel gewerkt aan mijn geest en nu zou ik eigenlijk dat de volgende dag moeten doen. Ik voel, dat ik dit a.h.w. moet versnellen, want ik kom niet verder. Dan ga ik dus die dingen achter elkaar doen. Dan ontstaat wat men noemt een cumulatief effect, wat in feite is: mijzelf verplaatsen in een ander moment van de tijd. Voor mijzelf. Mijn eigen situatie qua bewustzijn, mijn verhouding t.o.v. geesten en sferen en van mijn wereld verandert. Die verandering, die ik door dit snel achtereenvolgend verwerken van impulsen en daden tot stand breng, geeft mij de mogelijkheid om a.h.w. meer bewust de situatie na te streven, waarin ik geheel mijn wezen kan uiten en openbaren.

Deze consequentie dus van werken en streven trekt de wereldleraar ook. Alleen zegt hij het wat anders dan ik het zeg. en hij probeert de mensen duidelijk te maken, dat zij onafhankelijk van hun omgeving, alleen door te handelen volgens hun eigen mogelijkheden in hun eigen tempo, in de wereld voor henzelf zeer veel kunnen bereiken, wat onbereikbaar lijkt. Dat zij het onmogelijke mogelijk kunnen maken. en wat meer is: wanneer men zijn leer goed beluistert, dan ontdekt men, dat dit ook voor het geestelijk terrein precies hetzelfde is.

Nu zijn er heel veel mensen in deze dagen, die gaarne een geestelijke ommezwaai willen meemaken. “Maar”, zeggen zij, “ik kan dat op het ogenblik niet in mijn omgeving, in mijn milieu.” Dan is de vraag: Heb ik nu niet verkeerd gehandeld?

Vraag u eerst af: Ben ik misschien te snel geweest met bepaalde gevolgtrekkingen? Of ben ik te vlug geweest met bepaalde handelingen? Zo ja, laat ik dan nu rusten, laat ik absoluut passief blijven, tot ik voel: hier komt de mogelijkheid tot handelen. Ik ben misschien anderen vooruit geweest.

Op een ander ogenblik krijg ik het idee: Iets komt niet vooruit. Ik heb misschien iets nagelaten. Dan ga ik dus niet zeggen: Ik maak een sprong. Ik ga niet ineens iets nu maar doen, maar ik ga mijn voorbereidingen daarvoor zo snel op elkaar laten volgen, dat zij het mij mogelijk maken a.h.w. de normale reeks van ontwikkelingen in een korte spanne tijds samen te brengen. Dan blijkt heel vaak, dat ik eigenlijk achter was bij mijn omgeving; dat ik dus nu wel de juiste reactie bereik.

Doe ik dit goed, dan kan ik dus in het tijdsgebeuren veel wijzigen. Ik kan mijn geestelijke ontwikkeling, wanneer die niet helemaal harmonisch is met bv. de kosmische heerser van het ogenblik, door versnelling en soms ook door vertraging aanpassen. Ik kan aan de hand hiervan harmonisch zijn met de hoogste principes, die ik in mij ken en draag en gelijktijdig zo harmonisch mogelijk met mijn wereld, zover ik die beïnvloeden kan.

Dan zal ik op deze wijze dus in staat zijn gesteld om volledig kosmisch juist te handelen op elk terrein, elk niveau. Daarmee bereik ik een eenheid met anderen. Een eenheid, die wij dan uitdrukken in God, het Koninkrijk Gods.

Deze bekende term betekent niets anders dan een zodanige harmonie, dat elke hoogste kracht, die voor het ik bevatbaar is, binnen het ik direct geuit wordt. Daardoor stijg je dus innerlijk veel hoger. Je geest wordt veel vrijer. Je bewustzijn omvat meer. Je eigen zienswijze wordt ruimer, je begripsvermogen groter. En vele stoffelijke vermogens zullen zich daar enigszins bij kunnen aanpassen.

Maar omdat ik ook stoffelijk deze harmonie tot uiting breng, intensifieer ik steeds mijn contact met God. Dan heb ik het niet meer nodig om door een goeroe of door een ander te worden opgenomen in zijn gedachten; maar ik krijg een misschien wat kleiner en wat zwakker maar voortdurend contact met die innerlijke kracht. en die kracht geeft mij het begrip voor al wat in en rond mij gebeurt.

Uit deze wijze van streven naar het harmonische komt de grote wijsheid voort, de kosmische: wijsheid. Wanneer voldoende mensen deze kosmische wijsheid bezitten, zijn zij in staat om deze wereld en de geestelijke sferen, die met deze wereld in direct contact zijn, om te vormen tot zij volledig beantwoorden aan de heerser van deze tijd, de goddelijke wetten en de kosmische wetten, zoals die nu gelden. Dan wordt dus een maximale bewustwording, een optimale innerlijke bereiking mogelijk voor een ieder.

Dit grote doel wordt nagestreefd. Ik weet niet of u kunt begrijpen hoe groot de activiteit is, die men zich daarvoor moet getroosten. en wanneer bij wijze van experiment iemand, die zich daar direct mee bezighoudt, zich ook dus via ons medium wilde uiten, dan vinden wij het erg jammer dat het niet mogelijk was daar direct al die ideeën in uit te drukken. Maar wij vinden het aan de andere kant ook een bewijs van de inspanning, die men zich getroost, wanneer zelfs betrekkelijk kleine groepen als de uwe zoveel mogelijk in kennis worden gebracht hiermee.

Wanneer zoveel mogelijk mensen beïnvloed worden, dan kan het niet anders of dit moet – en zelfs in betrekkelijk korte tijd – veel veranderingen mogelijk maken. en dan kunt u misschien zeggen: Dit is niet allemaal esoterie, een groot gedeelte is exoterisch. Maar, juist door dit alles kunt u ook innerlijk verder komen. Want wat wij hier bereiken aan harmonie krachtens ons gehele wezen, bestaat voor ons gehele wezen tot de hoogste sfeer. Dan zullen wij volledig harmonisch zijn in de hoogste sfeer, waarin wij nog bewust kunnen zijn.

Alle geheimen, die in de tussenliggende sferen liggen, worden voor ons kenbaar – al zijn ze misschien niet allemaal in menselijke taal en beelden omschrijfbaar. Wij krijgen dus een bewustzijn, dat zo groot is, dat wij van daaruit nog hogere krachten gemakkelijker benaderen en begrijpen.

Dit is dus het doel, dat men zich heeft gesteld op deze wereld. Misschien is het wel een beetje de achtergrond van vele gebeurtenissen, die men toelaat. Want vergeet u één ding niet. In Holland zegt men naar ik meen: Je kunt geen roereieren maken zonder de eierschaal te breken en om deze uitdrukking ook hier te gebruiken: Het is niet mogelijk de grote kracht, die in de mensheid en de wereld schuilt op dit ogenblik, te openbaren en op de juiste wijze tot uiting te brengen zonder de schaal (de verschijnselen, die de mens zelf heeft geschapen om dit innerlijk te beschermen) eerst te breken. Het is ook de verklaring voor veel geweld, voor veel angst. Het is echter wel degelijk vooral de verklaring voor het afwijken van de gangbare normen van filosofie, van esoterie, van godsdienst, die op het ogenblik steeds weer optreden.

Verbaas u niet, wanneer die dingen gebeuren. Zorg ervoor dat uw eigen innerlijke harmonie zo groot mogelijk wordt. Je kunt daarbij dus zo nodig gebruik maken van het kleine aanwijzing, dat ik u zo-even erbij heb gegeven. Wanneer wij maar met voldoend hoge krachten op de juiste wijze in contact zijn, dan is al het andere vanzelf eenvoudig. Niet dat wij daarmede zelf niets meer behoeven te doen. Maar u weet het misschien zelf: Sommige taken zijn zeer zwaar; maar wanneer je weet waarom je het doet, dan werk je hard en met vreugde. Wanneer je weet dat je bv. een huishoudelijke taak, die je anders vervelend en zwaar vindt, nu kunt verrichten omdat daarmede dan bv. een groot feest begint, dan doe je dit vol animo. Je wordt daardoor gestimuleerd.

Wanneer u weet wat de zin is van vele dingen in uw eigen leven, dan zult u ze ook met meer animo doen. U zult – de drijfveren begrijpende – bewuster werken, beter werken en met moer vreugde en zo uw eigen vernieuwing en die van de wereld ongetwijfeld versnellen. Laten wij niet vergeten: Hoe meer van het nieuwe geuit wordt, hoe minder schalen er gebroken behoeven te worden.

Ik hoop dat u zich niet gekwetst voelt, omdat ik u deze verduidelijking nog heb gegeven. Het is een poging om juist ook deze kring, met haar wil althans tot esoterisch denken en streven, de meer praktische achtergronden van haar eigen streven te tonen en haar mogelijkheden.

Dan nog iets. Mag ik u één raad geven voor deze dagen? Want wij geven natuurlijk deze lessen juist nu niet voor niets. Laat u nimmer tot overhaasting dwingen in deze tijd. Wanneer u loopt, zoals anderen van u willen of zoals u meent dat men van u verwacht, dan loopt u dood. Maar wanneer u loopt, zo volgens uw eigen normen en tempo, zodat het harmonisch is en zo doelmatig mogelijk, dan kunt u het meeste volbrengen.

Wees rustig en werk gestadig. Laat u door niemand opjagen. Maar verwijt ook niemand, dat hij van u veel verlangt. Ga rustig uw eigen weg zo goed gij kunt en zo harmonisch mogelijk. Dan zult ge ontdekken, dat deze dagen heus niet alleen onaangename dagen behoeven te zijn, maar dat deze dagen, die door zovelen worden gevreesd, voor degenen die juist leven en handelen eigenlijk ook nog iets feestelijks hebben.

Want alle krachten hebben twee zijden, ook de kracht die nu werkt. Wie het demonische en vernietigende daarin zoekt, zal het ondergaan. Maar wie zich op de juiste wijze beheerst en op de juiste wijze harmonisch is, zal de keerzijde vinden. En als de verwachtingen van rampen zo groot zijn bij velen, hoe moogt u – wanneer u zich juist instelt – dan ook niet grote vreugden verwachten!

0-0-0-0-0-0-0-0

Meditatie

Willekeur 

Willekeur. Het is een eigenaardig woord. Heb je er wel eens over nagedacht? Keur is het merk.

Wil is in feite de affectie van ons, het beheersende verlangen. Dus willekeur is het stempel, dat de ons beheersende verlangens kunnen zetten op de wereld rond ons.

Wanneer ik met willekeur in het leven mijn doel kies en niet mijzelf verlies in onbetekendheid, dan word ik door dat eigen ik tot een juiste keuze geleid. Mijn wil, mijn streven komt immers voort uit al, wat ik door alle eeuwen, alle levens, alle sferen, alle tijden ben geweest? En daarom kan ik onbevreesd mijn ware wil steeds volgen. En stel ik dan deze wil als kracht t.o.v. al, wat mij omringt, totdat als hamerslag klinkt het dwingen van mijn wezen, dan noemt de wereld dat misschien wel willekeur. Maar is het niet de uiting van een waarheid, die ik beleef en van het doel van mijn leven, van mijn bestaan?

Te denken dat ergens ook maar iemand leeft, die zonder willekeur en volgens vaste maat en regel, niet uit het “ik” geschapen, zich aan de wereld geeft, hem stelt het leven zwaar teleur.

Want bedenk wel: Juist uit de wil, de behoefte, het bewustzijn, de drang, dat alles tezamen, wordt de wijze van leven geschapen.

Daarom is willekeur niet, zoals men zegt, het verderfelijke wapen, waarbij iemand zichzelf oplegt aan anderen en de wereld wil veranderen naar zijn eigen wezen. Maar in feite is het zonder vrezen jezelf zijn ….. misschien ten koste van de pijn, die de wereld er onder lijdt.

Maar het is een beantwoorden aan verleden tijd en een streven naar de eeuwigheid tegelijk en daarom vind ik willekeur nog niet zo dwaas.

De willekeurigheid is vaak het onbesef, het niet beseffen van de regel, de volgorde, die er ligt in de menselijke wegen. U bent ééns uit de eerste krachten, naar men zegt, lichtend en misschien wel snel uitgegaan. Ik neem tenminste van mijzelf aan, dat ik met een flinke vaart mijn baan begonnen ben. Alleen …. ik was wat onbezonnen en ik ben wat afgeremd.

Ik stond dan ook dikwijls in mijn hemd. Maar uiteindelijk heb ik toch door ’s Heren zegen iets van mijn beweeglijkheid teruggekregen en ik ga naar het einddoel voort, omdat het zo is en schijnbaar zo hoort.

Let wel, u bent dus van die eerste kracht in de schepping uitgegaan en u heeft zo uw bewustzijn gebouwd. Alles wat op uw baan lag, wat ge hebt aanschouwd, hebt ge in uzelf opgenomen. Daaruit zijn gevormd uw angst en uw vrees, uw begeerten, uw dromen, de werkelijkheid en zelfs de schijn, waarvoor ge vreest. Alles komt voort uit wat ge hebt beleefd, wat ge hebt erkend, wat ge zijt geweest. Kan er dan een willekeurigheid bestaan? Alles is uit het verleden voortgekomen. Het volgt uit de baan, die ge voor u zelf erkent.

Slechts dat, wat je bent te midden van het onontkoombaar zijn, te midden van feiten, waaraan je weinig of niets kunt veranderen; dat wat je bent in eigen denken en streven voor jezelf en voor anderen, dat kan bepalen of de willekeur van het lot en de willekeur van jezelf – de willekeur misschien van God, zoals jij het ziet – voor jou wordt tot besef en licht of tot een terugvallen in het niet van onbewustzijn.

Daarmee wil ik maar zeggen,  dat er tegen willekeur heel wat te zeggen is, maar dat er ook heel wat vóór te zeggen is. De willekeur (dat moet u goed onthouden!) wordt pas vreemd en onbewust een tocht naar duister, naar de kust der onderwereld, wanneer je willekeurig bent ondanks jezelf en tegen jezelf. Wanneer je jezelf wendt, schijnbaar willekeurig, maar in verzet, tegen wat in jezelf leeft en tegen wat rond je gestalte geeft aan het leven en aanzijn geeft aan het bestaan.

Kort en goed. de willekeurigheid van mensen is de waan, dat ze meester zijn over zichzelf en hun eigen lot bepalen. Zij die dralen hun werkelijk lot te vervullen, zij kunnen willekeurig zijn. Daarom zou ik de conclusie willen trekken: Alle dingen, ook die je niet begrijpt, zijn voortgekomen uit een noodzaak, uit een behoefte, uit een begeerte. Zij worden door een wil geschapen.

En moge u de houding van anderen, het gebeuren in de wereld, willekeurig schijnen in de zin van zinloos, toevallig en misschien speels, onthoud, dan altijd; ook wanneer u het niet beseft, hebben de dingen een reden.

Ge kunt deze willekeur alleen verdragen, zo lang ze uw eigen wezen niet schaadt, dat is waar.

Want uw eigen wil en uw eigen wezen zullen zich vaak tegen die van anderen moeten verzetten, wanneer uw eigen vrijheid en uw eigen weg daardoor in gevaar komen. Maar zolang ge het kunt, verdraag dan willekeur van anderen, omdat gijzelf immers in uw eigen streven en denken even willekeurig zijt en even weinig rekening houdt met anderen.

Er bestaat niets dat geen reden heeft, of je het beseft of niet. Neem daarom steeds aan, dat alles een bepaalde reden, een bepaalde drijfveer heeft. Ga daarvan uit. en tracht dan alleen datgene te veranderen of te bestrijden, dat ingaat tegen de werkelijke kern van je eigen wezen, je eigen leven en je eigen wil.

God is willekeurig; maar mensen willen niet beseffen dat ook zij willekeurig zijn. De willekeur van anderen zien wij steeds, van onszelf kunnen we ze niet beseffen. Wij verheffen ons op redelijkheid en noemen diezelfde redelijkheid bij anderen willekeur, omdat we niet beseffen hoe vaak gevoel en wezen en ingeschapen lot met onze rede strijden, wanneer ze in een ander worden geopenbaard, of een uiting worden van God, die we niet begrijpen.

Mag ik het hierbij laten?

Het al mijn pogen – en hier en daar waarschijnlijk ook falen – is er in deze hele uiteenzetting ook een zekere willekeur te zien; want ik heb willekeur geïnterpreteerd zoals ik ze zie. Maar als u ze nu begrijpt, wordt uit mijn willekeur voor u zin. En als u zin vindt in de willekeur van de natuur, van God, van mensen en daardoor zelfs iets meer van uzelf beseft, is er geen willekeur in ongunstige betekenis, maar alleen een voortdurende bewustwording uit alle dingen.

image_pdf