Veranderingen op aarde

14 januari 1980

De situatie waarin we ons op dit ogenblik met de hele wereld be­vinden is er één van uitermate versnelde ontwikkeling en gelijktijdig van een toenemende conflictsituatie.

Juist wanneer je de moeilijkheden op je af ziet komen – en ik denk dat er onder u wel zijn die dat vermoeden – is het misschien goed om daarover een visie te horen van iemand, die de geestelijke elementen en – ik zou haast zeggen – de Goddelijke elementen beseft die in al deze dingen verborgen zijn en de manier waarop ze werken.

Ik heb zelf natuurlijk ook een klein interview gehad – dat gaat meestal zo – en ik ben zo vrij daarover de gekuiste versie te geven. Want krachttermen zijn kennelijk één van de belangrijke delen ge­weest van het repertoire van de late Druïden. Ik vroeg hem: “Wat denkt u van de situatie op aarde?

Hij zei iets heel eigenaardigs: “Voor de geboorte beginnen de weeën.”

Vraag: “Hoe lang duurt het voor de geboorte?” Antwoord: “Het kan elke dag komen, maar het kan ook nog een weekje duren.”

Vraag: “Wat wordt er geboren?” Antwoord: (het leek wel een filmtitel): “Een kind van de zon.”

Voor u waarschijnlijk een beetje een rare gedachtewisseling. Maar wanneer u het interpreteert moet u het als volgt zien. Eén van de belangrijkste krachten die ook in het Druïden denken een rol speelt is de zon. De zon, bepaalde sterren en de maan zijn de heersers van hemel en aarde. Wanneer je zegt: “Een kind van de zon”, dan kun je net zo goed zeggen: “Een kind van God. “Wanneer je zegt: “Het zijn de geboorteweeën” dan denken wij misschien dat de maatschappij moet beginnen aan zwangerschapsgymnastiek of zoiets. Maar de werkelijkheid is, dat je zegt: Er zijn tekenen waar­bij allerlei situaties opeens veranderen. De opgeblazenheid die de maatschappij op het ogenblik kenmerkt, kan op zeer korte termijn weg­vallen. De relatie tussen de mensen wordt een andere. Bovendien – het kan misschien een paar jaar duren of op korte termijn, zeg binnen een jaar gebeuren – moeten we er rekening mee houden dat de wereld a.h.w. een nieuwe leiding ontvangt. Dat haar hele situatie zeer sterk veran­dert.

Nu voel ik natuurlijk niet zo erg veel voor veranderingen die op de oude wijze gebeuren. D.w.z. met bloed, vuur, zweet en tranen. Tegen zweet heb ik niet zo veel bezwaar, ik heb er toch geen last meer van. Maar de bloed-, tranen- en vuurcyclus doet mij nooit sympathiek aan.

Het zal u duidelijk zijn dat ik ook daar een paar toespelingen op heb gemaakt en de visie van onze vriend was ongeveer als volgt: Zonder tranen geen verlossing. Maar tranen kunnen van binnen vallen, je kunt ze uiterlijk hebben, maar je kunt ze ook omzetten in een woede. En dat wordt dan een berserker woede. Met andere woorden: de wereld kan het in zichzelf verwerken. Ze kan zich uiterlijk beklagen. Maar ze kan ook in opstand komen tegen het in wezen onvermijdelijke. Ze kan in een roes geraken.

Ik vroeg hem natuurlijk wat de kans is op een dergelijke roes en dat werd gelukkig laag aangeslagen. Als ik het heel vrij vertaal – ik heb het u al gezegd, ik kuis het een beetje – dan zou je het ongeveer zo kunnen zeggen: Bezopen gedrag, berserker woede was meestal een roes. Dat kun je op het ogenblik overal zien. Dus wanneer dat nog een keer komt valt het niet eens meer op. Ik denk dat het de innerlijke tranen zullen zijn. Dat wijst op een innerlijke verandering. Nu laat ik verder het interview rusten en ga ik mijn eigen visie ontwikkelen.

Innerlijke tranen, d.w.z. dat je afscheid moet nemen van veel dingen omdat je weet dat het leven ineens anders gaat worden, dat kan weleens pijnlijk zijn. Maar je krijgt er ook veel voor in de plaats.

Het is voor de heren misschien moeilijker te begrijpen, maar als er een kind gebaard wordt, verandert daarmee de hele situatie- in een gezin. Of bij een vrouw, of bij een man en vrouw. Je bent niet meer met elkaar, maar je bent in de eerste plaats verplicht tegenover een nieuweling. Ik geloof dat dat een verschuiving is die in deze wereld een grote rol kan gaan spelen.

Tot nu toe heeft men gedacht: We hebben alleen met elkaar te ma­ken en we zullen het wel uitvechten als het nodig is. Maar nu kom je tot de conclusie dat er een nieuwe factor geboren is. Er is iets nieuws aan de gang en dat nieuwe vinden we misschien niet eens helemaal prettig. Maar aan de andere kant kunnen we het niet in de steek laten. We worden langzaam maar zeker gedwongen om die innerlijke factoren dan toch een kans te geven. We moeten rekening houden met wat er in de mensheid gebeurt en kunnen het niet alleen meer van bovenuit, boven de mensheid heersende a.h.w. vanuit onszelf regelen.

Het is niet mijn taak om – dat begrijpt u wel – hier met allerlei prognoses aan te komen dragen. Bovendien, elke prognose die je geeft heeft een z. g. onzekerheid in de tijdsfactor en dat kan zo veel jaren verschuiven dat je dat niet kunt overzien. Maar wanneer u in deze tijd staat zijn er toch wel symptomen van datgene wat er geestelijk aan de gang is. Laat me een voorbeeld geven.

Veel mensen hebben op het ogenblik dromen waarin ze dolen door iets, achtervolgd worden door iets. Ze hebben dromen van beproevingen, van overwinningen en maar heel weinig mensen hebben dromen van rust. Werkelijk, de rust van een droom die je je herinnert, komt bijna niet voor op het ogenblik. Dat wil zeggen dat er ook astraal gezien heel veel invloeden werkzaam zijn, die die innerlijke rust verstoren.

Het is of de mens gedwongen wordt tot een keuze en bijna tegen wil en dank een keuze doet, omdat hij beseft: dat is het enige wat me overblijft. Van al het andere weet ik dat het niet veel voort zal brengen. Dus blijft die ene keuze over die volgens mij goed is. Het kan een hele tijd duren voor je dat verwerkt hebt.

Maar wanneer het in de mensen zo’n belangrijke rol speelt gaat het ook doorklinken in uw gedrag naar buiten toe. Het is een verandering van zekerheden. En in die verandering van zekerheden blijkt ook weer dat iedereen behoefte heeft aan bepaalde elementen van hulp, verdediging of zekerheid.

In het westen zien we dat die bijvoorbeeld heel vaak de vorm krij­gen van een zwaard en dan heel vaak een vlammend zwaard. Daarnaast vaak kruisen. Dat zijn nu eenmaal de heilige tekenen van uw cultuur. Wonderlijk genoeg ook vaak een soort magische cirkel of ring en die is meestal dan weer goudlichtend.

Wanneer je die elementen ontleedt dan zie je dat die mens dus be­grijpt dat hij het verleden opzij moet zetten. Want het zwaard is dat­gene wat staat tussen de mens en het paradijs. Maar wanneer je het zwaard zelf hanteert dan wil dat zeggen dat je daarmee de toegang tot het paradijs kunt vinden. Het is of de mens droomt van een hernieuwd Eden, maar er niet aan durft geloven.

Dan het kruis. Het kruis is een symbool – dat weet u allemaal – niet alleen van Jezus’ lijden. Dat heeft men er wel van gemaakt, maar het kruis is ouder. Het is vooral het kruis van de nieuwe dimensie, de nieuwe weg. En als zodanig is het kruis in die dromen heel vaak een soort middel, waardoor men in staat is hindernissen te ontwijken. Of waardoor men ineens rust en vrede kan krijgen. Zo een kruis impliceert dus dat de mens voelt, dat hij vooral innerlijk een andere weg moet inslaan.

Dan blijft nog de cirkel. Een lichtende cirkel is heel lang het teken voor de zon geweest en de zon is zoals u weet weer het stoffe­lijk symbool van wat wij heel vaak als het licht, het Goddelijk Licht beschouwen, namelijk de Scheppende Kracht zelf. De mens zegt kennelijk: “Wanneer ik geen raad weet omring ik mij met de Scheppende Kracht en niets kan mij deren.” Al die dingen bij elkaar wijzen op een geestelijke ommekeer.

O zeker, ik weet wel, de symbolen die ik heb genoemd zijn de meest voorkomende. Er zijn ook andere vergelijkbare dromen. Sommige krijgen een inwijdingskarakter. Andere hebben weer een beproevingskarakter. Over het algemeen zijn al die dromen wel een beetje een binnengaan in de wereld van je eigen illusies. Maar die tendens tot verandering bestaat.

Ik heb al gezegd: Omdat het dromen betreft is die tendens zeker ook astraal aanwezig. Wat astraal aanwezig is kan alleen voorkomen uit hetzij een lagere hetzij een hogere geestelijke wereld.

Wanneer ik kijk naar wat de Witte Broederschap op het ogenblik doet, valt me ook alweer wat op. Ze zeggen namelijk bijna niets meer over hun plannen en dit is heel opvallend. Ze hebben over het alge­meen precies verteld wat ze zouden gaan doen. Nu zeggen ze alleen wie ze gaan helpen en dat zijn heus niet altijd de helden in uw verhaal. Het zijn soms de boosdoeners. De rede daarvan is dat zij zoeken naar een bewustwordingsmogelijkheid, terwijl u zoekt naar een zekerheid. En dat zijn twee verschillende dingen.

Op het ogenblik is hun totale instelling er vooral een van: “laat nou eindelijk die tegenstellingen maar eens even duidelijk worden. Want als de mensen niet begrijpen waar ze mee af te rekenen hebben zullen ze het nooit kunnen.”

Ik neem aan dat veel van die dromen wel degelijk ook mede vanuit de lichtende sferen a.h.w. gestuurd worden en dat ze daar direct mee te maken hebben. Een situatie waarin de mens zich toch weer van zijn eigen onvermogen bewust wordt. Heel vaak dromen van vluchten, dolen of trekken door woeste landstreken geeft aan, dat de mens zichzelf nog niet bewust is van zijn innerlijke gaven en zijn innerlijke kwaliteiten. Dat alles samenvoegende zou je dus kunnen zeggen: Er wordt op het ogenblik heel druk gewerkt aan een soort geestelijk reveille, maar dan op een onderbewust niveau.

De wordingsgang is te vergelijken met een zonsopgang, dacht ik. Het is misschien een beetje een gekke vergelijking. Maar we bevinden ons in een periode waarin het er naar buiten toe nogal duister en som­ber uitziet. Maar iedereen weet, dat er even een vals licht komt voor de zon opgaat en dan wordt het weer duister. Pas na die laatste golf van duisternis krijg je de dag, het werkelijke licht. Ik geloof dat, wat wij op het ogenblik zien als duisternis, als valse duisternis kan worden beschouwd. Er is namelijk een enorme omkeer mogelijk. De technische mogelijk­heden op het ogenblik zijn geweldig. De wetenschappelijke potentialen die aanwezig zijn, zijn zodanig groot, dat de mensheid ook al haar schijnbaar niet te overwinnen problemen in een redelijk korte tijd – ik denk in zo’n 10 à 15 jaar – zou kunnen oplossen. Het is dus helemaal niet zo fataal of zo negatief als je denkt.

Maar om het licht te kunnen aanvaarden moet je er ook naar kijken. Iemand die zich verschuilt, omdat hij bang is voor het duister, ziet het opkomen van de zon niet. Wij moeten kijken naar de lichtende waarden en de lichtende krachten die op dit ogenblik aanwezig zijn. We moeten vanuit die waarden putten. We moeten met die waarden werken. En wanneer dat in het verleden nog wel eens betekende, dat je je kon gaan bemoeien met zaken op aarde door middel van geestelijke kracht, zo geloof ik dat die mogelijkheden steeds beperkter worden. Wat we nu nodig hebben is eerder het werken op een zuiver geestelijk terrein. Het werken met de verschillende lichtkrachten.

Wanneer ik onze gast van vanavond mag geloven, zijn vooral 3 stralen belangrijk, t.w. de straal van het witte licht waardoor alles openbaar wordt. De straal van het blauwe licht waardoor alles hanteerbaar en begrijpelijk wordt. De straal van het paarse licht, waarbij de mys­tieke invloeden een transmutatie mogelijk maken van het materiële naar het geestelijk bewuste.

Nu ben ik, wat dat laatste betreft misschien niet zo optimistisch als onze gast. Ik zit ook niet zo hoog en kan dus niet zo gemakkelijk zien. Maar ik krijg toch wel het gevoel, dat de drie door hem genoemde krachten het komende jaar heel sterk gaan beheersen.

Ik weet dat het witte licht niet altijd welkom wordt geheten. Het witte licht onthult erg veel wat gekleurd licht zo lekker bemantelt. Wanneer je precies moet zeggen wat je meent en je er niet om heen kunt praten dan moet je een keuze doen die je liever zou vermijden. Wanneer je geconfronteerd wordt met je eigen leven moet je ook op een gegeven ogenblik beslissingen nemen. En die beslissingen vallen ook niet altijd mee, want je moet a.h.w. het verleden afschrijven en met de nieuwe situatie werkelijk totaal opnieuw beginnen. Dat betekent volgens mij dat de ontwikkeling, zeker voor de komende periode, – dat zal waarschijnlijk ten minste 11/2 jaar zijn vanaf heden, – voornamelijk een esoterische is.

Wij moeten proberen om met de innerlijke krachten te werken. We moeten ons bewust worden van onze werkelijke persoonlijkheid, als ik het zo eens mag zeggen. Wij moeten leren om niet alleen te kijken naar wat het licht onthult, maar ook naar datgene wat het licht ons biedt.

We moeten bereid zijn om onze eigen wegen te gaan kiezen, maar nu met de wetenschap van wat daaraan verbonden is. Niet alleen maar met: op aarde is dit nu eenmaal beter dan dat. Maar: innerlijk weet ik dit is voor mij op dit moment de enig juiste weg.

Daar is een grote mate van zelfbezinning voor nodig en zeker voor een groep als deze denk ik, dat de mogelijkheid gebruik te maken juist van deze krachten en deze invloeden heel erg groot is.

Nu was onze gast wat mij betreft nogal erg optimistisch ofschoon hij hier en daar wel gekke dingen zei. Hij zei bv.: “Vrede met de Goden wordt vaak gesloten door een bloedoffer.” Ik heb natuurlijk ge­probeerd om een beetje uit te vissen wat hij daarmee bedoelde. Hij zei dit: “Een verandering waarbij hogere krachten dichter bij je komen kan niet bereikt worden zonder offers.” Toen wist ik nog niet veel. Ik heb geprobeerd om daarvan een definitie te pakken te krijgen en hij zei letterlijk dit: (en nu geef ik u heel kort iets weer van wat hij mij heeft gezegd in deze communicatie)

“Je kunt een nieuwe wereld niet betreden zonder de oude achter te laten. Je kunt geen nieuwe waarheid ontvangen zonder van de oude afscheid te nemen. Je kunt geen nieuw leven vinden zonder eerst te sterven wat het oude leven betreft. Dat zijn die offers die gebracht moeten worden.

Verder leven betekent een nieuw lichtend begin maken. Dit betekent dat de wereld zijn bestemming kan gaan vervullen. Maar om dit te be­reiken zal ze veel moeten achterlaten wat ze op dit ogenblik als on­misbaar en buitengewoon waardevol beschouwt.”

Nu daar zit je dan. Want dat is geestelijk allemaal heel erg waar. Ik vroeg hem: “Komt er dan oorlog?”

Antwoord: “Wanneer er oorlog komt dan is het omdat de dwazen liever de geestelijke dood sterven dan het geestelijk leven te aanvaarden. Dan zit je nergens.”

Toen heb ik hem op de man afgevraagd: “Dus er komt oorlog?”

Antwoord: “Zonder strijd heeft de mensheid nooit geleefd. Maar zich vernietigen zal zij nog niet.” Nou, daar zit je dan!

Vraag: “Maar hoe wilt u dat dan weer koppelen aan de esoterie, want het is een esoterische club waar we naar toe gaan.”

Antwoord: “Omdat de innerlijke verandering nodig is om de uiterlijke verandering mogelijk te maken. Wanneer de waardering in het ik verandert, zal de mogelijkheid van het ik naar buiten toe veranderen. De mens moet leren dat een bewuste mens op zijn eigen voeten staat.”

Ik ben het daar werkelijk volledig mee eens. We moeten leren om op onze eigen voeten te staan. Het is zo gemakkelijk om te werken met de krachten van deze of gene geest, of guru?  God, maar we hebben ook onze eigen krachten. Ik geloof dat we moeten leren om vooral op die krachten te betrouwen. De hulp die we krijgen zal altijd alleen in overeenstemming zijn met wat wij zijn. Dat betekent dat het toch altijd weer neerkomt op wat wij kunnen, wat wij zijn wat wij tot stand brengen. Daarom moeten we weten wat we zijn, want anders kunnen we niet streven.

Op je eigen voeten staan is niet nodig wanneer er een ander besluiten voor je neemt. Wanneer je a.h.w. achter de leider aan kunt sjokken. Maar als er geen leiders zijn, als je zelf je weg moet zoe­ken, dan moet je toch weten wat je kunt. Dan moet je weten waar je naar toe wilt. Dan moet je beseffen wat je mogelijkheden zijn. En dat kun je alleen vinden in jezelf.

Dat wil zeggen dat het onderwerp als je het zo bekijkt, toch wel erg esoterisch is. Het is geen kwestie van: wat gebeurt er in Afghanis­tan? Afghanistan is eigenlijk een politiek dreigement plus een afleidingsmanoeuvre. Want in wezen is er niet veel veranderd behalve voor de mensen in Afghanistan. Die hebben wat minder vrijheid gekregen. Maar politiek gezien is de verandering praktisch nihil. Dat moet je gewoon kunnen begrijpen. Dat moet je kunnen aanvaarden.

Je moet niet zeggen: “O, mijn God, wat gaat er nou gebeuren?” Zoals je van Iran kunt zeggen: er is weer een Imam opgestaan. Een grote geeste­lijke leider. Dat die grote geestelijke leider toevallig nog een paar honderd jaar in het verleden leeft met zijn denken betekent nog niet dat hij daarbij geen beroep kan doen op enorme geestelijke en niet alleen maar op emotionele of stoffelijke krachten. Wanneer hij leert hoe je dat moet doen is datgene wat hij doet een verandering ten goede voor de wereld en niet ten kwade. Maar ja, dat mag je natuurlijk niet zeggen. Een Ayatollah is tegenwoordig een vloekwoord. Maar het gaat om de geestelijke verandering.

Wanneer een mens leven kan uit zijn God en daarbij de materie onbelangrijker gaat achten dan komt hij toch dichter bij een geestelijke werkelijkheid. En wanneer geestelijke krachten en astrale invloeden samen aan het werk zijn, om voor die mensheid de mogelijkheid tot groter eenwording te bouwen, dan zou ik zeggen: de innerlijke broederschap komt dichterbij.

Nu kun je wel gaan zeuren over de manier waarop je dat zeggen moet, zoals bv. de ruwe steen wordt behouwen – en het is een onbehouwen geschiedenis als je ziet hoe het gebeurt – maar het gebeurt tenminste.

Je kunt ook uitroepen dat eindelijk het verborgen rijk in de openbaarheid treedt. Ja, maar ze beginnen wel met belasting te heffen, want zo is het. Er gebeurt iets, maar het kost te veel vanuit het huidige standpunt, tot je gaat begrijpen wat het in wezen is. Je moet naar die innerlijke waarheid toe.

Vereenvoudig de zaak dan maar een beetje. We kunnen het natuurlijk allemaal heel ingewikkeld maken, vol van zwaarwegende wereldomvattende problemen. Vol van emotionele problemen waar je bijna niet meer uitkomt. De sociale situatie waar geen oplossing in te vinden is.

Maar je kunt het ook vereenvoudigen. Je kunt jezelf gewoon afvragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Als je dat doet kom je als vanzelf in die trend van de vernieuwing.

De nieuwe tijd breekt werkelijk aan. Over een tiental jaren zal de beslissing vallen: de broederschap of de vernietiging. Ik denk dat de broederschap het wint. Ook wanneer ze op het ogenblik nog vormen aanneemt, waarbij ze eigenlijk nog niet helemaal te herkennen is.

Heel veel mensen denken dat broederschap solidariteit is. Neen. Broederschap is het ondanks alles verwant zijn. Niet het dankzij ge­meenschappelijke belangen je verwant gevoelen. De werkelijke broeder­schap openbaart zich steeds meer. Maar in vormen die we nog niet kun­nen aanvaarden. Die we nog niet kunnen verwerken wanneer we op aarde leven.

Wanneer we echter die innerlijke kracht grijpen naar die inner­lijke waarheid, dan worden plotseling de nieuwe wegen en mogelijkheden wel duidelijk, wel kenbaar. Dan komt uit de spanningen en de tegenstellingen wel degelijk het betere en nieuwe naar voren. Dan wordt je duidelijk wat je allemaal zult kunnen waarmaken. Niet alleen met han­den en voeten of met je hoofd, maar vooral met je ziel, met je geest, met je innerlijke kracht en vermogens.

Ik meen dat onze gast van vandaag aangepast is aan de gevoelens van veel mensen in het begin van dit nieuwe jaar. Iedereen zit te zuchten en te steunen. Alles wordt duurder. De belastingen gaan voor­lopig nog niet naar beneden. De kans is eerder dat ze hoger worden. Er komt niet meer olie. De wereld is een hele tijd in de olie geweest omdat ze dacht: ik heb energie genoeg dus ik kan eigen energie sparen. Nu zal ze haar eigen energie moeten gebruiken om energie te be­sparen. Dat zijn allemaal de problemen van deze dagen waar men tegen­aan zit te hikken.

Wat moeten we doen met al de werkelozen? Laten we om te beginnen eerst maar aanvaarden dat ze er zijn.

Wat moeten we allemaal beginnen met het sociale probleem? Nou, gewoon zo sociaal zijn, dat wij het langzaam maar zeker op kunnen los­sen. Het is niet allemaal onoplosbaar. Het is niet allemaal dodelijk. Het is geen dodelijk ontbindingsverschijnsel van de maatschappij. We hebben te maken met een verandering van omstandigheden, waarbij de mens zelfs beter dan voorheen kan leven, wanneer hij innerlijk de ver­andering tot stand brengt die past bij zijn nieuwe mogelijkheden.

We weten hoe het altijd gaat als er rassen zijn die óf met aan­passing óf met ondergang worden bedreigd. We zien dan een ontstellend groot aantal mutaties in die soort voorkomen. Zeker, de oude vorm ver­dwijnt. Maar in de nieuwe vorm kan het ras dan ook weer aangepast voort­bestaan.

Er komt een nieuwe era. De Aquarius- tijd krijgt zijn gestalte in deze jaren. Voor het eerst klinkt het door. Je kunt niet meer zeggen: het is een beetje speels, zoals in het begin van de jaren 70. Of: het begint maar langzaamaan, zoals in de jaren 60. Ja, tussen 1980 en 1990 vallen de jaren waarin Aquarius zich zeer daadkrachtig begint aan te melden. De verandering moet komen. Als je innerlijk met die veran­dering mee gaat word je sterker door de krachten die er zijn, niet zwakker.

Het is geen afbraak. Het is opbouw. Maar een opbouw met krachten en materialen die tot op dit ogenblik niet gebruikt worden. Het is een verandering van een totale maatschappelijke structuur, zeker, maar het is geen afbraak van de gemeenschap. Het is het vinden van een veel juistere en betere gemeenschapsvorm.

Het is een revolutie. Een revolutie die door innerlijke krachten en door innerlijk licht geleid wordt – en dat is wel zeker – die niet meer uitgaat van holle en lege frasen, maar waarbij het ideaal gelijk­tijdig de eigenschap is die de mens in zichzelf waar gaat maken.

Er is een lichtende periode te verwachten. Juist om dat te kunnen begrijpen is het misschien weleens goed dat u geconfronteerd wordt met een gast, die niet al te zoet gevooisd is, als ik het zo eens mag zeggen. Een gast, die in esoterische kringen de wat ongelukkige nei­ging heeft om een stoel een stoel, een tafel een tafel, en een bed een bed te noemen. Maar aan de andere kant toch ook iemand die – en dat mogen we niet vergeten – in zijn tijd, zeg maar in het Vissentijdperk, een magiër was die met vele krachten gecommuniceerd heeft. Die veel meer wist van de krachten tussen de sterren dan men zelfs op dit ogenblik beseft

Een mens die zeker moeilijkheden heeft gehad om na zijn overgang zijn weg verder te vinden. Een mens die die weg niet alleen gevonden heeft, maar behoorlijk hoog is gekomen. Hij leeft in de bovengrens van het gele licht. Als u dat omzet in sferen dan kunt u zeggen: hij is er bijna. Deze gast zal u misschien datgene mee kunnen geven voor het lopende jaar wat u nodig hebt. Het vertrouwen in de zin van wat er gebeurt. En het besef dat u de kracht om die zinrijkheid niet alleen te herken­nen, maar zelfs om te zetten in een persoonlijke zinrijkheid op elk gebied, dat u die vanbinnen moet zoeken.

Dit was mijn inleiding. Ik heb natuurlijk weer mijn reputatie als babbelaar waargemaakt, maar ondertussen heb ik geloof ik wel een paar essentiële punten naar voren gebracht.

Ik heb dat een beetje praktisch gedaan. Ik ken de gastsprekers en wie een beetje verder van de wereld weg staat haalt zijn schouders op over een ramp waaraan de hele mensheid laboreert. Maar als je probeert de zaak te ontleden zoals ik dat gedaan heb aan de hand van een uit­wisseling van beelden, óf liever gedachten, met deze gast, dan kun je het een beetje vertalen naar de materie toe.

Dan kunt u dat wat ik u gezegd heb gebruiken als een soort woorden­boek. Als een termen- en begripsvertaling waardoor datgene, wat zo’n gastspreker zegt toch weer sterker naar voren komt dan anders het ge­val zou zijn. Ik heb er mijn best voor gedaan.

De Gastspreker

Ik kreeg een uitnodiging om met u te praten.

Woorden zijn bedriegers. Woorden verhullen de werkelijkheid. Maar wanneer ik er in slaag het medium naar mijn hand te zetten, kan ik misschien zeggen wat dicht bij de waarheid komt.

De wereld is niet één wereld. De wereld is veel werelden. Er zijn werelden van geesten, werelden van natuurkrachten. Er zijn werelden van hoge lichtende geesten en werelden met bewoners, die je alleen kunt temmen; intelligente wilde dieren in geestelijke gedaanten. En al die werelden werken in op de mens.

Hoe minder de mens weet wie hij is en wat hij is, hoe gemakke­lijker ze hem mee kunnen voeren in hun dans van dwaasheden. Hoe meer de mens zichzelf kent, hoe meer hij leert kiezen met welke krachten hij wil omgaan. Met welke krachten hij verwant wil zijn.

De mensen van uw tijd zijn vergeten dat ze leven in een wereld, waarin de krachten van de geest en van de sterren even sterk zijn of sterker dan een menselijk verstand. Maar dit is een tijd waarin de mens, die zijn lot zelf wil bestemmen, zichzelf moet vinden.

Ik heb gezocht naar woorden om duidelijk te maken in wat voor een toestand u zich bevindt.

De waanzin – en dat is de werking van de geesten van de chaos -waart rond over de wereld. De mens ziet niet meer wat er is. Hij jaagt achter luchtspiegelingen aan. Maar wanneer je in staat bent jezelf in bedwang te houden kan geen enkel drogbeeld je verleiden.

Een magiër roept soms geesten op die gevaarlijk kunnen zijn. Hij roept soms geesten op zo sterk, dat hun beroering alleen u zou kunnen doen verbranden tot er alleen een hand vol as overblijft. Maar de magiër die zichzelf kent heeft het vermogen de waanbeelden van het duister te doorzien. Hij weet wat de werkelijkheid is. En hij weet hoe ver hij af moet blijven van de kracht van licht om niet gedeerd te worden.

U bent niet geschoold in de magie. Leken die aan de priesters het orakel vragen terwijl ze het antwoord kennen. Dat zijn jullie. Dwazen, die zich bezighouden met het vellen van één boom, terwijl legers komen om hun hoofdsteden te vernielen. Kijk naar de werkelijkheid.

Wanneer je leert beseffen, dat al die werelden om je heen voort­durend een beeld in je vormen, een beeld dat toepasselijk is op jezelf en niet op die wereld, dan ga je begrijpen hoe de krachten van de ster­ren en van de geesten je in feite dwingen jezelf te kennen en te over­winnen.

Een mens wordt pas een volwaardig mens, een man wordt pas een krijger, wanneer hij zichzelf en zijn eigen angsten overwint. Daarom is het nodig in te zien dat je angsten niet van buiten komen maar vanbinnen. Daarom is het nodig te begrijpen dat de vraagstukken, die de wereld je bieden, niet op te lossen zijn buiten je, maar alleen in je kunnen worden opgelost.

Wanneer de sterren juist zijn en de plaats van het altaar wel ge­kozen dan spreken de verre onbegrepen sterren tot diegenen, die om raad vragen. Maar dan moet je wel je wereld vergeten en je moet de prijs betalen. Want ook in de kosmos heeft alles zijn prijs.

Denk niet dat er iets gratis is of een Goddelijke genade is. Uw innerlijke vrede daar moet u voor betalen. Betalen met strijd, met zelfontkenning, met worsteling totdat je de buitenwereld terzijde hebt geschoven en het Hogere kan spreken. Of worstelen met de illu­sies tot je ogen het beeld van een waarheid zien, die belangrijker is dan het schijngebeuren om je heen.

Ik heb gestaan voor de hoge Goden en nu sta ik hoger dan de hoge Goden.

Wie knielt als een hond voor wat hij niet begrijpt is een dwaas.

Wie onderzoekt wat hij niet begrijpt, zichzelf testende en zoe­kende naar de betekenis, die kan zich boven het gebeuren stellen. Een mens is geen slachtoffer, tenzij hij zichzelf zo maakt.

De wereld is vol krachten; vol levende, werkende krachten. Ook in u en bij u.

Wat stoort u? Wat u stoort is het beeld dat niet waar is. Is de kracht die liegt. Hoe overwint u dat? Door te zoeken naar wat u zelf bent. Door te zoeken naar de kracht, die u: in uzelf kunt herkennen en door alleen met die kracht te werken. Dan kun je voor het altaar van de hoogste Goden staan en groeien tot je hun gelijke bent en ver­der gaan.

Mensen zijn in deze dagen bang voor bloed en voor het zwaard. Alsof bloed en zwaard de ergernis zouden zijn. Wat is erger, de verrotting van de ledematen of de verrotting van het innerlijk?

Niet elke orde is even goed. Maar een orde die zichzelf niet kan handhaven is geen orde. Dat is ondergang.

Een mens kan goed zijn of slecht. Maar als hij zichzelf kent en zichzelf meester is vindt hij, goed of slecht, grootheid vanuit zich­zelf. Maar als een mens voortdurend bezig is zich te verontschuldi­gen voor het kwaad, zich beroepend op kracht omdat hij het goede nog net niet kan doen, dan is hij minder dan de laagste slaaf die de draf voor de zwijnen aandraagt.

Jezelf zijn is moeilijk. Maar leven is moeilijk. Als de winter fel is en de dieren zijn weggevlucht of gestorven van de kou, of ze hebben zich verstoken in hun holen; je maag is leeg en er is niets in huis, dan is het leven moeilijk. Maar juist dan zie je wie de jager is: degene die ondanks alles zich redt. Als hij het vlees niet vinden kan dan schilt hij de bast maar van de bomen, want je moet jezelf handhaven. Wie dat niet kan en wil, is die het bestaan wel waard?

Dat is hard voor uw dagen, dat begrijp ik al te wel. Het zijn woorden die men niet graag hoort. Maar het is wel de waarheid.

In je wereld kun je dat nog op de een of andere manier wegregelen. Wie zich bij een machtig hoofdman aansluit zal ook in de barre winter nog wel eten. En wie deel is van uw welvaartsmaatschappij wordt wel verzorgd, of hij het waard is of niet. Maar wat ben je dan? Wat ben je dan vanbinnen? Wat is de kracht waardoor je jezelf kunt handhaven? Wat is de innerlijke sterkte, waardoor je door elke waanvoor­stelling die de geest je geeft heen kunt kijken? Waar is dan je kracht waardoor je verder durft gaan, groeiende elke tred die je zet zodat je de Goden als je gelijke kunt ontmoeten en de grootste Kracht eindelijk kunt aanschouwen?

Mensen zullen moeten leren zichzelf meester te worden. De mensen moeten leren door de illusies heen te zien. De mensen zullen moeten leren de kracht die in hen leeft te openen, te sterken en te stalen tot zij geen angst meer kennen en niet meer wijken voor waanbeelden.

Dit zijn dagen van grote verwarring en grote illusies. Dit zijn de dagen waarin de waanzin u bedreigt, wanneer u de moed niet kunt vinden om te zien naar het gebeuren door alle schijn heen.

Er is licht geboren. De zon heeft zich vernieuwd. De kracht sluipt door de wouden die nog geen blad dragen. De kracht meldt zich in de harten van mensen die denken dat het voorbij is. Het leven zelf meldt zich aan.

In de warreling van geestenkrachten van sterrenkrachten, van stemmen van velerlei aard komt de werkelijkheid van het licht naar voren. Uw licht, wanneer u niet uit angst wegvlucht.

De kracht van de nieuwe tijd, van een Heerser van Licht dringt door tot deze wereld. Het licht openbaart zich sterk, fel en genade­loos, maar het is licht!!

Het is de zang van de hemelen die de aarde oproept om te antwoorden. Dan kun je zien wie moed heeft, wie wegvlucht voor het licht en wie het licht weerstaande zich kan voeden met de stralen ervan.

De eerste flitsen spelen al in deze tijd. Het spel der krachten zet zich voort wanneer het jaar wisselt en openbaren zich wanneer de lente aan zal breken een volgend maal.

Het is geen vernietiging, geen ondergang. Maar de vraag is: ben je een vrije moedige mens die grijpen durft naar het licht, naar het onweerstaanbare? Of ben je de bange slaaf, die zich binden laat aan de zegekar van de eerste de beste aanvoerder?

Wanneer de tijd verder is gegleden, nog geen eeuw na nu, zullen de barden liederen zingen over de wonderen die zijn geschied. Voor het 50 jaar verder is zullen de mensen bidden aan nieuwe altaren en zullen de stammen versmolten zijn tot nieuwe rijken. Niet door zwaar­den, maar door het innerlijk licht.

Mijn boodschap aan u is deze: Het spel van de machten in deze tijd is een spel van verdwazing. Het spel van de machten in deze tijd is het spel van misleiding. De schijn der dingen is een leugen. Zie er doorheen!!

Koester niet uw angsten en onzekerheden maar grijp naar het licht dat in u woont. Uw kracht is groter dan ge vermoedt, wanneer ge de illusie doorziet.

Wanneer ge de waarheid leeft en u zendt uw geest uit naar verre oorden wanneer gij rusten moet, laat haar dan gaan daar waar in de lichte golving de tijd een ogenblik kan stollen en de illusie sterven moet in het licht. Laat uw geest rusten waar ge kunt en u zult gesterkt zijn. U zult de moed bezitten die nodig is om in deze tijd waarlijk mens te zijn.

Want niet alleen het duister leeft in deze dagen. Er is licht. Er is een kracht, groter dan vele eeuwen is voorgekomen, zelfs in dit jaar. Er is een sterkte in trillende vitaliteit. Er is een zang, een weten, een lied dat verder gaat dan men kon dromen in het begin van deze eeuw. En de kracht is voor u en het lied zingt voor u. De levende kracht zelf is voor u.

Wie vreest het duister als de zon staat? Wie het duister vreest en de zon toch kent, laat die maar slaaf worden. Meer is hij niet waard.

Maar wie de zon kent, de kracht van de zon vergaart en sterk is in het duister én moedig is, zodat de illusie hem niet kan verslaan, hij zal de vrije heer zijn van nieuwe velden en nieuwe tijden. De vrije, nieuwe mens.

Dit is mijn boodschap aan u.

Gij beslist zelf of ge vluchtende ten onder zult gaan of bewust staande in het licht dat de tijd beheerst deel zult worden van een nieuwe vrijheid.

Alle krachten zijn te beheersen. Alle demonen zijn te temmen. Niets kan overwinnen wanneer u leeft in het licht.

Oude altaren staan niet meer. De oude krachten bestaan alleen nog in verhalen. Maar de werkelijkheid is dezelfde.

Elke mens draagt zijn altaar in zichzelf. Hij kan de goden roepen en de demonen bezweren, wanneer hij de prijs betaalt.

Veel zul je prijs moeten geven wanneer je wilt overwinnen. Veel dromen zul je verliezen, wanneer je leven wilt in werkelijkheid.

Want je kunt vrij zijn. Je kunt de vrede uit licht, de kracht van deze tijd tot je trekken.

De keus is aan u. De sterren zeggen het. De geesten fluisteren het. En zelfs in de harten der mensen klinkt een echo vanuit het on­bekende.

De tijd is nabij. Maar het is niet de tijd van ondergang, maar van de verandering. En wie bewust is, kan reeds nu veranderen.

De lafaards zullen ten onder moeten gaan. Zij kunnen misschien herboren worden als helden. Maar wanneer helden overwinnen leven zij eeuwig. Dat zij zichzelf overwinnen en daardoor het licht en door dat licht doordringen tot een waarheid die niet ten onder gaat.

Men heeft mij gevraagd tot u te spreken. Ik heb tot u gesproken. Mijn woorden zijn geen leegte en dwaasheid. De waarheid ervan is meer dan de woorden.

Zoek de waarheid in uzelf, want woorden kunnen misleiden. Want wat leeft in jezelf is de waarheid die je leven kunt.