Veranderingen op godsdienstig esoterisch terrein

24 september 1961

Ik zou gaarne deze morgen met u spreken over de veranderingen, die wij de laatste tijd op deze wereld vinden, en wel speciaal op godsdienstig esoterisch terrein. Zoals u bekend is, werkt onze nieuwe leraar op het ogenblik op aarde en heeft zich ten doel gesteld een voorbereiding mogelijk te maken voor de vernieuwing van het menselijk denken en daarmee ook het menselijk leven. Hij heeft zich daarbij moeten baseren op een kosmische waarheid, een andere verkondiging is niet denkbaar. Deze kosmische waarheid komt overeen met zeer veel stellingen, die elk voor zich op aarde reeds lange tijd bekend en verkondigd zijn.

Wij moeten goed begrijpen, dat een vernieuwing van het menselijke denken nimmer kan plaats vinden door het totaal wijzigen van alle bekende principiën. Wij kunnen slechts door een nieuwe interpretatie, of, indien mogelijk, nog beter, door een juistere definitie en samenvoeging van de bekende en altijd bestaande kosmische waarheid komen tot een nieuwe mentaliteit, een nieuwe Gods-aanvaarding en daarmee ook een nieuwe beleving van het stoffelijk bestaan. Wij hebben in de laatste tijd op aarde verschillende vormen van vernieuwing gehad. Ik denk hier bv. aan het werk van hem die zich Paola noemt, ik denk daarnaast aan de wat vroegere vernieuwingen, zoals die werden gebracht in het z.g. rijk Zion, werden gebracht, door de mormonen en vraag mij af: “Waar ligt het grote verschil tussen alle vernieuwingen van de laatste tijd en het werk van de nieuwe meester?” Ik hoop dat deze vraag ook voor u belangwekkend en interessant genoeg zal zijn.

Allereerst het christendom. Wij zullen allen moeten toegeven, dat het christendom in zich de kernwaarheid volledig bevat; Wij mogen verder stellen dat in de heilige boeken van het christendom althans een groot gedeelte van deze waarheden is overgeleverd, maar stellen daarnaast dat het begrip voor de werkelijkheid, zoals die in deze boeken is vervat, teloor is gegaan. Het gaat niet meer om de vraag of wat in de christelijke leer bestaat, waar kan zijn, maar of de christelijke interpretatie nog aanvaardbaar is volgens de nieuwe tijd en de kosmische werkelijkheid. Wat betreft de werken bv. de mormonen: Wanneer wij de teksten van het boek Mormon vergelijken met de daarvoor later gegeven interpretaties, eerst de tweede interpretatie van Bryan Young, daarna de interpretatie van Schmidt, daarna de verschillende interpretaties door de profeten en de tempel, die tegenwoordig in Salt Lake City is, dan blijkt ons dat men deze steeds heeft aangepast. Een leer die uitgaat van een openbaring en die openbaring dan later variabel noemt, kan niet geheel aanvaardbaar zijn. Er is ergens een principe dat niet juist is.

Bezien wij de poging om alle geloof te overkoepelen en alle wereldleer in een geheel samen te vatten, dan komen wij tot de conclusie, dat de afzonderlijke erkenning van de waarheid van elk der openbaringen vaak moeilijkheden baart. Want het is niet voldoende te zeggen dat bepaalde feiten waar zijn, om te kunnen leven moet men de samenhang van deze feiten volledig kennen. Op deze wijze kunnen wij ook stellen, dat de verschillende pogingen om tot een eenheid van werelddenken te komen, falen doordat het niet mogelijk is gebleken terug te gaan tot de kern van de verschillende geopenbaarde waarheden waarin men gelooft.

Wat stelt onze wereldleraar daartegenover? Allereerst een leer van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Dat is geen vrijheid die geen verantwoordelijkheid met zich brengt, maar alleen de vrijheid van de mens om zelf te besluiten wat hij doet. De mens die dus zelf zijn besluiten neemt, vanuit zichzelf handelt en niet afwacht of anderen voor hem handelen, kan zeggen dat hij terecht leeft. Om te komen, zelfs maar tot een waar christendom, moet men uitgaan van een volledige vrijheid. Elk aanvaarden van regels en wetten, waaraan men zich bindt, ook tegen eigen inzichten en wil in later, houdt in dat het ik geketend is en zich niet vol ontplooit en komt tot een waanwereld, waarin werkelijkheid minder en minder optreedt. Wij vinden van deze wetmatigheden en hun vaak treurige gevolgen soms het bewijs, wanneer wij grote denkers zien binnen kloosterorden, waar ze zich gebonden zien a en bepaalde principiën, hun eigen gedachten niet mogen uitspreken, maar deze gedachten a.h.w. onder een zekere censuur zien. Het gevolg is dat zij stellingen moeten gaan verdedigen, die zij zelve niet geheel onderschrijven. Het resultaat is een mens, die zijn eigen wezen niet meer kent. Daarom stelt onze Meester: Vrijheid is een eerste noodzaak. Niet de vrijheid om nu maar alles te doen wat je wilt, maar, de vrijheid om zelf uit te maken, wat je wilt en wat je niet wilt, wat, je meent te mogen doen en wat je meent te moeten laten.

Er kan, indien men gelooft in een goddelijke kracht als scheppende naar ook regulerende factor, geen enkele bepaling door mensen worden opgelegd op een wijze, die niet innerlijk verbeterd kan worden. Verantwoordelijkheid is een ander woord, dat we steeds weer zullen tegenkomen in zijn betogen, hetzij misschien versluierd of omschreven, hetzij direct. Wanneer men leeft, dan is men voor zichzelf verantwoordelijk en, voor zover anderen met dit ik in contact komen, is men voor dit contact verantwoordelijk. Men kan nimmer een verantwoording afschuiven, hetzij op anderen, hetzij op oorzaken of invloeden die men zegt niet te kunnen beheersen. Elke mens is persoonlijk en volledig verantwoordelijk. Deze verantwoordelijkheid draagt hij wel in de eerste plaats t.o.v. zichzelf, want, zoals de Meester stelt: Elke mens draagt in zich het goddelijke en heeft een vaste plaats in de hiërarchie der schepping. Zijn bewustzijn plaatst hem dus in een zeer bepaalde functie. Het gevolg daarvan, eventueel gedurende meerdere levens of in bepaalde sferen, is voor hem de bevestiging van het ik, het erkennen van zijn God, kortom de bereiking of het Koninkrijk Gods. Elk ogenblik dat hij hiervan afwijkt, zal hij zichzelf verwijderen van de werkelijkheid. Elke verwijdering van de werkelijkheid, o.m. dus door het van zich afwerpen van verantwoordelijkheid, brengt met zich disharmonie.

Disharmonie wordt geuit lichamelijk in ziekte, geestelijk in problemen, het duister. Demonie en haat zijn in feite niets anders dan verschijnselen, zover het de mens betreft, van absolute disharmonie, “Alle leerstellingen” zegt onze Meester “kunt ge volgen, ook wanneer ge ze afzonderlijk wilt volgen, maar er is een groot verschil in het volgen van een bepaalde leer naar de geest en naar het woord. Zij die de geest van onverschillig welke openbaring volgen, daarin het goddelijke zoeken, zullen daarin het goddelijke vinden en daaruit verder gaan.” Maar hij waarschuwt voor hen die zich binden aan het woord,”want” zegt hij “de mens maakt uit het woord een leugen door de waarheid te spreken op zijn wijze en zo dat ze zijn wensen beaamt.” Hier blijkt dus al, dat de Leraar zelf een grote vrijheid toestaat aan al zijn leerlingen. Hij eist van hen geen aanvaarding van zijn leer met uitsluiting van alle anderen. Hij eist van hen eerder een bepaald gedrag, een bepaalde leefwijze, een bepaalde denkwijze.

Duidelijker komt dit alles naar voren als wij zijn laatste leringen over de godsdienst willen nagaan. “Ik weet” zo zegt hij “dat men één waarheid op duizend wijzen kan zeggen, maar wanneer ik duizend uitspraken voor mij heb en ik wil begrijpen, zal ik dienen terug te keren tot de wijsheid waaruit zij voortkwamen, anders hebben zij geen zin en zijn zij voor mij verwarrend.” Hier gaat hij, naar ik meen, op de kern van de zaak af. Er zijn een hele hoop stellingen en leringen die op zichzelf grote wijsheid in zich dragen, maar die met evenveel andere grote stellingen en leringen in strijd komen. En wanneer die strijd bestaat en ik kan niet de wijsheid vinden die hen vereent, zal ik door die strijdigheid verteerd worden of partij kiezen. Indien ik partij kies, ga ik een menselijk oordeel verdedigen en schep zo een disharmonie, die tot in veel hogere waarden kan doordringen.

Ik hoop dat ik u nog steeds vermag te interesseren? Dan komt de Meester zelf tot de conclusie dat alle gedragsregels en alle godsdiensten in feite kunnen worden teruggebracht tot het volgende: In de 1e plaats: Ken uw doel in de schepping. Besef dus op welke plaats gij op dit ogenblik staat, wat uw taak is. Matig u niet een andere taak aan dan die waarvoor ge werkelijk geschikt en geschapen zijt, tracht echter die taak zo goed mogelijk te vervullen. Indien uw bewustzijn groeit, wijzigt zich de zaak vanzelf.

In de 2e plaats: Alle uiterlijke waarden zijn van betrekkelijk gering belang, want vanuit het innerlijk van de mens ontstaat steeds weer de maatstaf waarnaar hij leeft. De wijze waarop men zich God voorstelt is onbelangrijk, maar het geloof aan God is een noodzaak. In het leven zijn de gebruiken waarnaar men zich voegt, van weinig of geen belang. Belangrijk is, dat de gebruiken die men volgt, voor het ik in overeenstemming zijn met het goddelijke. De godsdiensten, elk voor zich, scheppen vanuit een wijsheid of een waarheid, een systeem. Dit zijn over het algemeen sociale systemen, of wel z.g. ethische of morele systemen, die in feite een directe sociale betekenis en bedoeling hebben. Elke uitdrukking van het goddelijke kan slechts door de mens geschieden zover het die mens betreft. Elk systeem, dat uit een godsdienst geboren wordt, verwijdert een elk die zich daar aan bindt van de waarheid die de kern is van de leer.

Zo zegt onze Meester; “Bedenk wel, dat het geen schande is te behoren tot een lagere kaste, maar dat het een schande zou zijn en de verplichtingen die gij in die kaste erkent en de mogelijkheden die gij als mens bezit, te verwerpen. Wanneer nu het verschil tussen de kasten niet belangrijk is, kan er een ogenblik zijn, dat uw gehele achtergrond, uw erfelijke voorbereiding zowel als uw incarnatie, bepalend zullen zijn voor wat gij in de wereld kunt doen en moogt betekenen. Draag er zorg voor dat ge geen plaats bekleedt, die ge niet waardig kunt vervullen.” Zo zegt hij bv. o.m. tot enkele stammen in India en tegen de moslims:”Gij strijdt met mij over de vraag of een vrouw een volwaardig wezen is. Indien zij niet volwaardig is, hoe kunt gij volwaardig zijn? Zijt gij niet uit haar voortgekomen? De bron bepaalt de stroom, niet de richting die ze neemt. De boom bepaalt de vrucht die zij draagt, niet de wijze waarop deze opgroeit, maar in de kern is het wezen reeds gelegen. Zo zult gij erkennen, dat naast het principe van de Vader, dat gij dient, de heersende God die gij ziet als mannelijk, altijd het moederprincipe in moet staan als barend, want alleen uit het moederprincipe is uw vormgeving mogelijk en door het moederprincipe wordt deze tevens bepaald. Daarom kan een God niet worden voorgesteld als man of vrouw en zij die dit doen zijn dwazen, want de veelheid der mogelijkheden moet in het Goddelijke zelf volledig gerepresenteerd zijn.

Over de vraag of veelwijverij al dan niet moet worden toegestaan, antwoordde de Meester: Indien gij meent dat gij aan alle verplichtingen en rechten tegemoet kunt komen, leef zoals ge wilt. Maar zo ge daardoor ook slechts één mens leed berokkent of onrecht doet, onthoudt u: want ik zeg u: het zijn niet de banden tussen de mensen die bepalend kunnen worden, maar het is de band tussen geest en geest die beslissend is en indien men in de geest faalt, tekort schiet, zo zal men in de geest belemmerd en belast zijn en in de stof evenzeer. Ik zeg u: het is beter om vrij te zijn en u zelf te beperken, dan uit te leven dat, wat slechts een ogenblik boeit, en gebonden te zijn.”

Er zijn natuurlijk meer van die vragen. Zo weet ik dat een christen, ofschoon niet Europeaan, toch een geschoold theoloog, met de Meester in debat treedt. Hij zegt hem: “Erkent gij dan niet dat Jezus Christus de enige verlosser is?” De Meester zegt: “Indien dit uw waarheid is, zo dient gij hem niet te belijden, maar te bewijzen. Bewijs hem door uw leven en de kracht die gij uit hem put, want wat in hem is gemanifesteerd, is inderdaad de enige levende kracht, waardoor de mens op aarde tot bewustzijn kan komen. Maar wel zeg ik u, gij die meent een God in woorden te kunnen vangen, gij spreekt een naam waarvan ge de inhoud niet beseft.” Dus was de conclusie: “Gij loochent Jezus Christus niet als zaligmaker.” Het antwoord was: “Hoe kan Jezus Christus iemand zalig maken zonder daarmee het onrecht in de wereld te brengen? Hij echter die de volle liefde vertegenwoordigt, is ook de volle rechtvaardigheid. Hij is niet verlosser en zaligmaker volgens uw stellingen. Hij is slechts een weg, een lering, waardoor gij zelf zalig kunt worden. De weg die door alle tijden dezelfde is, de kracht die in iedere mens leeft en zo gij meent deze voor uzelf op te eisen, hebt gij de weg reeds verloren.”

Hier komt de houding van de Meester tegenover het christendom scherp tot uiting. Hij zegt dus in feite: Een ieder die in het bijzonder God of bv. Jezus of een andere grote Meester als de enige waarheid voor zichzelf opeist, heeft die waarheid al verloren. Dit is logisch wanneer u daarover nadenkt. Kan een kosmische waarheid gevat worden in een bepaalde stelling of mening, die een groot gedeelte van het Al buiten beschouwing laat? Wanneer gij stelt, dat het aantal der uitverkorenen 144.000 zou zijn en ge wilt deze reeds nu gaan tellen, verwerpt ge dan niet de rest van het Al? Maar de waarheid, de scheppende kracht Gods in alle dingen, gij hebt in de feitelijke interpretatie van een uitspraak die ge niet begrijpt, de waarheid verworpen. Indien ge spreekt van vergeving der zonden, zo neemt ge dus aan dat het mogelijk is oorzaak en gevolg te niet te doen, zonder dat hierbij enig beleven te pas komt. Ge hebt dus een deel van de schepping verworpen en daarmee de waarheid. En zo kunnen we verder gaan. “Alle leven” zo stelt onze Meester “komt uit één bron, maar dit houdt niet in dat alle leven gelijk is. Wel houdt het in, dat al wat tot zijn kern terug streeft, in feite tot hetzelfde doel gaat. Waar er velerlei vormen op aarde zijn, die allen leven zijn en allen voortkomen uit de Schepper en zijn wetten, mag worden gesteld dat voor allen, mens en geest, eenzelfde veelheid mogelijk is.”

Het heeft geen zin daarover te strijden, of een ieder heiliger is dan een vijgenboom of omgekeerd. Het heeft slechts zin te erkennen, dat in hun verschillen, beiden kosmische kracht, levende kracht en betekenis kunnen dragen. Erken dit dan in mens en geest en houdt u niet bezig met de verschillen, die hen van elkander scheiden, maar houdt u voortdurend bezig met datgene wat hen verenigt. Zoek de eenheid te begrijpen in uzelf. Misschien dat ge dan ook ze op de juiste wijze kunt verwezenlijken. Er zijn opmerkingen genoeg gemaakt over hetgeen onze Meester naar voren brengt. Zo heeft men hem voorgehouden: “Maar wat gij zegt, zou de mens bandeloos kunnen maken, want hij zal zeggen: “Indien er geen enkele wet of zedenwet of goddelijke wet bestaat die mij beperkt, waarom zou ik mij zelve beperken?” Toen glimlachte onze Meester en hij zei: “Gij hebt mij verkeerd verstaan. Ik heb u gezegd de enige wet, waarin een beperking ligt, kan in uzelf bestaan, want wie zichzelf beperkt, vrijelijk en bewust, schept in zich evenwicht, doch wie krachtens zijn inzichten anderen beperkt, buiten zichzelf, schept spanningen. Spanningen die zich ontladen in vergrijpen tegen de regels, die gij dan noemt zonden of rationalisatie en ontduikingen, die gij dan misschien noemt een juister begrip.” Onze Meester heeft zich in de laatste tijd moeten uitlaten over veel onderwerpen. Wat in verband staat met de godsdiensten heb ik grotendeels naar voren gebracht, maar ik hoop, dat u ook het volgende nog zult willen aanhoren. Men heeft n.l. geprobeerd om hem te dwingen zijn standpunt in te nemen.

Zo vroeg een westerling, die aanwezig was of de Meester dan meende dat vrije liefde de juiste liefde was? Zijn antwoord was: “Kan liefde anders zijn dan vrij? Want zij is vrij in haar begrijpen, in haar vergeven, in haar schenken. Vrij in het bedekken van al wat onjuist is, vrij in de offers die zij brengt. De liefde is volledig vrij, door alle tijden vrij en zij kan niet door regels worden geschapen of teniet gedaan. Gij die een verschil maakt tussen vrije liefde en wettige liefde, gij verwart begeerte met liefde.”

Men heeft hem gevraagd: “Meent gij, dat een bepaald systeem de mensen op de juiste wijze kan regeren?” (Ik vermoed dat daarbij werd gedoeld op democratie). Zijn antwoord was:”Wie kan de mens regeren, zo hij niet leert zichzelf te regeren? Want niet de wet, die van buiten is opgelegd, kan het leven tot een juist en goed leven maken, maar slechts de wet die de mens in zich draagt en volledig uit.” Men heeft hem gevraagd: “Wat is beter; te leven in een stad of op het land?” Zijn antwoord was: “Indien ik één ben met het leven, zal ik niet op alle plaatsen, alle tijden gelijkelijk leven en gelijkelijk harmonisch kunnen zijn? Hoe maakt gij dan onderscheid?” Men heeft hem verder gesteld: “Moet men zijn God aanbidden in een tempel, of in eenzaamheid?” Zijn antwoord was: “Indien ik een bewustzijn van mijn God in mij draag en mijn handelen en leven zie als een volvoering van Zijn wil, of een dóórdringen tot één wezen, zal ik niet te allen tijde gelijkelijk bidden, onverschillig waar ik mij bevind? Zo is het niet de vraag waar ik het beste bid om God te benaderen, maar daar waar ik God het best in mij benader om te bidden. En dit zal voor een ieder verschillen.”

Ge ziet, men heeft hem de laatste tijd steeds meer zoals een leraar altijd weer heeft, vragen voorgelegd. En in al deze vragen heeft hij getracht om een beeld te geven van een werkelijkheid. De werkelijkheid van onze Meester, de nieuwe leraar, zoals gij waarschijnlijk zult zeggen, is niet dat de wereld zich moet veranderen. Ze is dat de mens in zich moet veranderen.

Zijn leer is niet, dat er een nieuwe godsdienst bij moet komen, maar de mens in zich zijn God moet leren beleven en vinden. Kortom, al wat hij leert is: Keer terug tot wat waarlijk in u bestaat. Keer terug tot de ware harmonie in uzelf en bestrijdt al wat die harmonie in u verstoort, ongeacht de wijze waarop mensen daarover denken, want niets is belangrijk, rijkdom of armoede, stand. Wat betekenen zij? Wat betekent rechtgelovigheid of niet gelovigheid? Indien gij in uzelf niet God vindt, zijn deze dingen waardeloos. Indien gij echter God in u vindt, zijn ze zo bijkomstig dat ze verwaarloosd kunnen worden. Er is maar een waarheid, zo zegt hij, de waarheid die wij in onszelf moeten vinden en vanuit onszelf beleven. Je à priori binden aan buiten jou staande wetten, openbaringen, e.d. die voor je eigen wezen niet passend zijn en waarin je niet volledig kunt opgaan, is schadelijk.

Ten laatste misschien nog het belangrijkste, Jezus heeft naastenliefde gepredikt. Onze Meester leert de naastenliefde in een andere vorm door te zeggen: “Gij zult geen mens verwerpen, gij zult allen aanvaarden, zolang er enige harmonie met u mogelijk is en ge zult streven naar voortdurend intenser contact en grotere harmonie met al wat leeft op aarde en in de hemelen, want in deze eenheid alleen kunt ge de eenheid met uw God uitdrukken en erkennen tegelijk.”

Ik hoop dat gij mij niet euvel duidt, dat ik zo’n groot deel van deze morgen in beslag heb genomen voor deze uiteenzetting. Met de gebruikelijke woorden van onze Meester zou ik willen zeggen: “Wees vreugdig in uzelf en sterk in uzelf, opdat ge kunt leren waar te zijn voor uzelf, vanuit uzelf en in uwen God.”

o-o-o-o-o

Ja, u zult wel begrijpen, dat ik daar niet al teveel commentaar meer op zal geven. Wij vonden het beter om Grijawan ineens aan het woord te laten, vooral omdat hij daartoe volkomen zelf in staat was en we vinden het prettig dat u dus een beeld krijgt van wat zich op het ogenblik overal ontwikkelt. Want u moet wel begrijpen deze openbaring, deze leer dus die op aarde op het ogenblik weer wordt gebracht, is slechts een klein deel van wat er werkelijk gebeurt. Wanneer zo’n leer wordt gebracht, dan zal een soortgelijke vernieuwing ook elders optreden.

Wanneer u bv. gaat kijken wat er gebeurt rond Jezus geboorte tot ongeveer 60 jaar nadien, dan zult u tot de conclusie komen, dat praktisch gelijktijdig vele hervormingen in denksystemen plaats vonden, zodat bv. in dezelfde periode Griekenland een culminatiepunt vond van bepaalde filosofieën en een nieuwe ontwikkeling. Dat in Egypte een einde kwam aan een oude periode en dat zelfs in landen, die, theoretisch althans, nooit van Jezus gehoord kunnen hebben, voordat de blanken er kwamen, juist in deze dagen zich nieuwe ontwikkelingen voordeden als bv. een azteeks en tolteeks Rijk. Er is een soort werking, die over de hele wereld gaat en iedereen interpreteert dat op zijn manier. De stem die spreekt, is bedoeld om deze dingen juiste vorm te geven, om te zorgen dat wanneer die invloed langzaam maar zeker weer is opgegaan in het geheel van de mensheid, er iets blijft bestaan, waaraan men dit oude nog kan terugvinden, en waardoor men weer tot de kern van de zaak kan doordringen. Ik geloof zelfs, dat we het wel een beetje een eer mogen vinden, dat dus directe helpers en leraren, ook al zijn ze dan misschien niet van, wat u noemt, de allerhoogste orde, deze boodschap overal doorgeven, ook hier, want, er is een tijd van verandering, niemand kan eraan ontkomen. Nu kunt u dat doen aan de hand van de bijbel en zeggen: “Ja, er komen aardbevingen, er is oorlog en er dreigt hongersnood en pest, dus het laatste oordeel of de armageddon is nabij.” Dat lijkt me een beetje overdreven. U kunt ook zeggen: “Er is niets aan de hand, het is altijd zo geweest.” Dat lijkt me nu weer een onderschatten van de situatie.

Wie op het ogenblik de wereld nagaat, weet dat er grote veranderingen op komst zijn, dat in de huidige ontwikkeling een keer moet komen, of dat de wereld ten onder zal gaan, nietwaar? Die ommekeer is in feite reeds aan de gang en zij wordt in dit geestelijk principe geuit. Het is de nieuwe tijd, de nieuwe heerser, de nieuwe gang van de mensheid voor zeker de eerste paar duizend jaar die komen. Wanneer u dit nu realiseert, dan kunt u ook begrijpen dat die leer, zoals ze u wordt voorgelegd, in fragmenten die langzaam maar zeker zich tot een geheel gaan samenvoegen, niets anders is dan de mogelijkheid om af te stemmen op de meest kenbare en meest directe uitingen van het goddelijke op dit ogenblik. En dan lijkt het me verstandig om er hier nu maar meteen een einde aan te maken en hierover niet meer lang door te praten. God is bereikbaar op het ogenblik, dat men niet meer in strijd is met zichzelf of met de directe hoge invloeden in de omgeving. Door in zich een harmonie van het ik met de wereld tot stand te brengen, kan men het goddelijke bereiken. Uit het goddelijke zelf put men alle krachten en alle weten, noodzakelijk en zich aan te passen, maar bovenal de vermogens en de krachten om zich en anderen te helpen in tijden die verwarrend zijn voor hen die geen inzicht hebben. En daar komt het eigenlijk helemaal op neer.

Ik hoop dus dat u in deze zin dit alles wilt zien. Het is geen geloofsartikel. Het is alleen iets dat u eens moet overwegen. Wanneer u persoonlijk meent het te kunnen aanvaarden, gebruik het dan niet als een totaal nieuwe leer, maar gebruik het a.h.w. als een middel om uw huidig leven en uw huidige leer een nieuwe vorm te geven. U zult merken dat dat veel beter is dan al het oude naast je neer te leggen en nieuw te beginnen, want in al het oude steekt het nieuwe, als je het naar weet te vinden. En per slot van rekening, als je marmer hebt waaruit je een bepaald beeld kunt bouwen, waarom eerst naar Carrera gaan om daar een nieuw marmer te zagen? Het is een hoop werk voor niets. Nu en voordat ik nu Athene bedelf onder de uilen, vrienden, het slotwoord dat u zelf mag kiezen, zoals gebruikelijk. Heeft u een bepaald onderwerp in uw hoofd?

 STIL GETIJ

Ja, eigenlijk moet je zeggen “Dood tij, hé?” Als de eb voorbij is en de vloed nog niet gekomen, dan staat het water rimpelloos stil en droomt. Het is of het schroomt zichzelf te hernieuwen en weer te werpen zich met frisse lust en golven op de kust, ofwel met nieuwe snelheid strevend fel het water van de gronden terug te trekken.

Dood tij is; sluimering en een onzekerheid. Maar wie juist in die stille tijd zich door het zilte nat beweegt en zo zijn eigen wegen gaat, begrijpt: ik vind een veiligheid zolang het water stilstaat. Ik kan mijn eigen wegen gaan.

Dood tij betekent: Kies je doel, gebruik dit korte ogenblik om met gevoel en streven en verstand te vinden wat je zoekt, hetzij een doel gelegen in de zee, hetzij uiteindelijk het land bereikend.

Gebruik de tijd, want is een dood tij weer voorbij, dan zwemmen sterker steeds de golven, dan wordt je bedolven onder het aanstuivend water, dan wordt je meegesleurd door de stroom, die fel en kolkend tot aan de bodem gaat.

Dan is je kracht niet groot genoeg, dan is geen mens aanwezig meer, die dit geweld weerstaat en kan men niet, al weet men half slechts hoe te gaan, zijn doel bereiken. Je moet het ogenblik van het dood tij herkennen en zijn betekenis verstaan.

Het is nu dood tij, de laatste wilde stromen van de wereld klinken nog wat af en de problemen leven voort. Het woord spoelt als een laatst geruis tegen de winden van het onbegrip en verder is het stil.

Je wilt vernieuwen je wilt veranderen, je wilt in je leven een nieuwe inhoud zien, je wilt het oude verwerpen en het nieuwe beginnen. Je wilt niet meer langer je bezinnen, je wilt de nieuwe wereld in, maar het is dood tij.

Je wordt nu niet gedragen door de stromen. Er is geen kracht die je drijft en dwingt om te gaan. Het is nu de tijd om jezelf te verstaan en te kiezen. Dit neem ik voor mij uit het leven, dit kies ik voor mij, hetzij voor vrede of strijd. Dit is voor mij, met mijn wezen verweven. Ik ben bereid om dit al te beleven en altijd weer mijzelf te geven, mijzelf en hierin alleen. Slechts zo kan men een doel bereiken en richting vinden. Alleen op deze wijze vind je het nieuwe licht, de nieuwe werkelijkheid, zoals het juist voor jou bestaat, ben je bereid in harmonie het nieuwe werkelijk te aanvaarden.

Maar wie door kalmte van dood tij en spanning in het ik, juist door die stilstand vaak ontstaan, zich onderdompelt in een waan van verwerpen zonder verwerven en zonder bereiken, die zal bemerken: Dood tij is mijn ondergang geweest.

Slechts wie onbevreesd en bewust zijn doel nu, juist in het dood tij, onmiddellijk bepaalt, kan later bereiken, Maar, zelfs wie te lang weifelt, zal ontdekken dat hij later is gegaan.

In dit beeld heeft u waarschijnlijk kunnen begrijpen waar het om gaat. Het dood tij is niet zo buitengewoon lang. Laat ons zeggen dat het in zijn geheel voor de doorsneemens een jaar, anderhalf jaar schijnt te omvatten, terwijl het in feite voor de meesten slechts een kwestie is van 3 of 4 maanden. Drie of vier maanden van werkelijk dood tij, kan werkelijk de mogelijkheid onszelf te kiezen en een vernieuwing te beginnen naar eigen inzicht.

Daarna wordt men weer door de stromen en stormen van het leven meegesleurd. Wie het gebruikt, kan zijn eigen weg zelf geheel bepalen. Naarmate men echter langer wacht, langer draalt en aarzelt, zoekt naar andere mogelijkheden en wegen, of misschien stilstaat om genoegen te zoeken in plaats van waarheid en nieuwe werkelijkheid, zal men ontdekken dat men meer gebonden is en juist in deze gebondenheid vaak niet meer komt tot de volle beleving, de volle werkelijkheid die men zoekt.

In dood tij is het zaak allereerst het tij te erkennen, ten tweede de duur ervan niet te overschatten, ten derde gedurende deze periode datgene te volbrengen dat alleen juist dan volbracht kan worden.

En dan zal ik maar besluiten met een paar heel eenvoudige zinnetjes: Wanneer ik weten mag wat voor mij waarheid is en uit mij spreekt een stem, een God, kan ik het lot bepalen, dan vind ik eenheid in een werkelijkheid, die stof en zelfs de grens der geesten verre overschrijdt. Dan kan ik niet meer dwalen en keer ik tot de ene werkelijkheid, waarin ik alle licht beleef en, deel van God, uit God als kracht en taak, tot al het zijnde streef.