Verrassing bij de afrekening

image_pdf

11 mei 1984

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, denk dus zelf na. Ons onderwerp, aan het begin van het verenigingsjaar, door u gekozen, heeft als titel: Verassing bij de afrekening.

Want na de dood komt voor eenieder de afrekening. En – ook op grond van persoonlijke ervaring – dan kom je – naar ik weet – voor heel vreemde verassingen te staan. Wanneer je dood gaat, volgen ongeveer de volgende scènes: Je bemerkt dat je sterft. Soms ben je in coma en kun je dus geen tekens meer aan anderen geven, soms ben je nog min of meer lucide en spreek je over of mogelijk ook met personen die reeds voor je overgingen. Je ziet dan in feite de scène van je sterfbed onder je, alsof je zelf enorm groot geworden zou zijn en alles wat er rond je lichaam afspeelt een soort Madurodam-achtige scène is, die zich op een beperkt en klein, maar voor jou helder verlicht vlak toont. Daarna krijg je een soort duizeling en zakt weg in een soort tornado-trechter. Deze is donker en ergens aan het einde is een punt licht te erkennen dat steeds groeit.

In deze periode heb je gemiddeld wel contact met iemand die je helpt. De werkelijke moeilijkheden beginnen gemeenlijk nadat je dit licht geheel bereikt hebt: je ziet om je heen, het is er fantastisch mooi en heerlijk. Meestal associeer je het met bv. weiden, enige  bossen in de verte, bloemen misschien ook. Kortom een landschap dat er heel mooi uitziet. Dan is het of er een mist komt opzetten. Uit die nevel ontstaan vervolgens allerhande scènes uit je eigen leven. Het is zeker geen letterlijke herhaling van alles wat je in je leven hebt meegemaakt. Eerder gaat het om een belichting van hoogtepunten – zaken die voor jou en vooral je geestelijke ontwikkeling een hoogtepunt hebben betekend.

In deze fase moet je alles verwerken. De ervaring die je opdoet, is niet alleen die van jezelf, maar je leest ook alle ervaringen en reacties af van allen, die daarbij betrokken waren. Het is een soort droomscène waarin je je identificeert met iedere figuur die optreedt. Dus, was je het slachtoffer, dan voel je nu ook wat je aanvaller voelde. Was de ander jouw slachtoffer, dan voel je je nu ook, zoals het slachtoffer zich voelde. Hierdoor ontstaat een nieuw beeld van je ik en leven, dat gemeenlijk nogal sterk afwijkt van alle illusies die je hebt gekoesterd omtrent jezelf tijdens je verblijf op aarde.

Het zal u nu duidelijk zijn dat er dus geen oordeel over u wordt uitgesproken door een soort kosmische rechtbank of een God die je vermanend toespreekt, om vervolgens uit te maken of je verder een bok zult zijn of een schaap. Waar men de geiten laat, weet ik niet, want daaromtrent geeft de overlevering geen aanduidingen.

In feite oordeel je over jezelf: dit is het gevolg van de situatie die voor je ontstaat aan de hand van al het voor-omschrevene. Je ontdekt dat alles in je leven toch nog anders is geweest dan je had gedacht. Door je reacties op deze ontdekking ontstaan dan pas de werkelijk verrassende situaties en ontwikkelingen.

Ik zou meer dan deze avond alleen kunnen vullen met het geven van voorbeelden. U zult mij ten goede houden, dat ik mij op dit punt ten zeerste beperk, daar wij anders gewoon niet uitgepraat komen. Laat ons als een algemeen voorbeeld, de situatie nemen van iemand die redeneert: ik ben erg braaf geweest, want ik heb mij altijd precies gehouden aan de regels die anderen mij stelden of die deel uitmaakten van mijn geloof.

Een belangrijk punt is dan al onmiddellijk, of je je aan de geest van het geloof en zijn regels hebt gehouden, dan wel alleen aan de letter. Vele mensen die menen dat zij in feite de eeuwige zaligheid verdienen, worden na hun dood geconfronteerd met een zo egomane en in feite egoïstische zelfverheffing zoekende overwichtigheid, dat zij dit niet kunnen verwerken. Zij kunnen eenvoudig niet toegeven, dat zij zo geweest zijn. Dus vluchten zij weg voor de kenbaarheid, voor het licht. Zij kapselen zich a.h.w. in en leven – zoals men dit pleegt uit te drukken – voor vaak langere tijd in een duistere wereld.

Anderen denken veel gezondigd te hebben. Nu ontdekken zij, dat zij toch ook veel hebben gegeven. Dat zij veel mensen hebben geholpen – al beseften zij misschien niet eens, dat hun terloops helpen voor anderen een zeer belangrijke hulp was. Voor hen was het helpen zelfs geen behoefte om goed te doen, maar eerder een soort “ wanneer het zo ligt, kun je het toch moeilijk laten”. Deze typen worden dan geconfronteerd met een schuldbesef op het ogenblik na de dood, dat na de herbeleving echter opeens nihil is geworden. Het telt eenvoudig voor hen niet meer mee.

Hoe mensen vaak denken aan de periode na de dood, moge blijken uit het volgende korte verhaaltje: Mensen staan in rijen te wachten voor de hemelpoort om hun lot in het hiernamaals te vernemen. Petrus hangt een bordje op bij de poort en kort daarna breekt eenieder in een jubel en gejuich uit. Iemand die juist arriveerde hoorde dit en vroeg aan een van de omstanders: Wat is er gaande? Is het feest? De ander reageert enthousiast en met tranen van geluk in zijn ogen: Dat niet, maar zojuist heeft men bij de poort een bordje opgehangen waarop staat: vandaag telt buitenechtelijk niet als zonde. Op zich een flauw verhaal, dat echter op zich toch kentekenend is voor de wijze waarop velen het oordeel na de dood menen te mogen beschouwen. Maar ja, op aarde hebben wij nu eenmaal een beeld van alles wat wel behoort te zijn en wat onbehoorlijk of zondig is. Dat gaat over dat voor velen het rechterhandje nog steeds het mooie handje is.

De meeste mensen denken dat alles verlopen zal volgens hen bekende en voor eens en altijd vastgestelde regels. Dit nu blijkt geheel onwaar te zijn en juist hierdoor ontstaan die vele verrassingen bij de afrekening. Want wat je werkelijk geweest bent en wat je werkelijk bedoelde, blijkt nu veel belangrijker te zijn dan het eenvoudig en netjes alles doen waarvan men je heeft gezegd, dat je het zou moeten doen.

Er zijn mensen die in hun gehele leven schijnbaar geen ogenblik aandacht hebben gegeven aan God en gebod. Diep in zich hadden zij wel een verbondenheid met iets – zij noemden het geeneens God – en probeerden vanuit die verbondenheid in de wereld een redelijk mens te zijn. Ook die mensen gaan dood en ontdekken tot hun verbazing dat je op aarde dood kunt zijn en toch nog verder leven. De toeschouwer komt al snel tot de conclusie dat deze mensen in feite veel mystieker waren en bewuster geleefd hebben dan velen, die aan mystiek en het doen van de juiste dingen hun gehele leven gewijd hebben. Wat meer is, dergelijk mensen ontdekken dan dat zij geestelijke mogelijkheden verwerven en krachten bezitten die volgens menselijke overlevering alleen voor superingewijden zouden zijn weggelegd. De volksmond schijnt soms dergelijke dingen vaag aan te voelen, gezien kreten als: liefde kan geen zonde zijn.

Maar wat is liefde? Niemand die het u precies en werkelijk kan zeggen. Bij ons heeft men het wel eens geprobeerd, maar naar mijn bescheiden oordeel komt er dan ook niet veel van terecht. Schijnbaar is liefde een andere woord voor “perfecte harmonie”, onverschillig hoe deze tot stand komt. En dus ook onverschillig waar, met wie en in welke situatie.

Het is schijnbaar een geheel jezelf zijn en gelijktijdig een ander geheel aanvaarden zoals deze is. Maar dat wijkt kennelijk nogal wat af van de meer gangbare voorstellingen op aarde omtrent dit begrip. Je ziet mensen die hun gehele leven meenden dat zij de perfecte liefde kenden of nastreefden en nu tot de conclusie moeten komen dat zij in feite alleen een waanbeeld werkelijk probeerden te maken of zichzelf voortdurend hebben bedrogen. Bij hen komt het hard aan wanneer zij moeten constateren: ik heb die ander nooit werkelijk gekend. Ik heb alleen maar een illusie geschapen en daarin heb ik feitelijk mijzelf meer aanbeden dan dat ik lette op het bestaan van die ander, of anderen die ik meende zo oprecht lief te hebben. Het is duidelijk dat bij de afrekening dit een grote invloed kan hebben op het aanvaarden of verwerpen van het openlijk kenbaar worden zoals je werkelijk bent.

Zoals reeds gezegd, wil ik met mijn voorbeelden schaars blijven. Maar u dient goed te beseffen dat er vele dingen bestaan die mensen verkeerd noemen, terwijl zij in feite kosmisch goed zijn, zoals er veel dingen op aarde goed of zelfs heilig genoemd worden die kosmisch bezien beslist fout zijn.

Maar ja, als mens is het moeilijk alles ook maar bij benadering juist te beoordelen. Ik meen dat juist dit de reden is voor de verrassende situatie waarmee wij na de dood worden geconfronteerd. Zaken waarvan je had verwacht dat zij zwaar doorslag zouden geven, blijken niet te tellen, andere dingen waarvan je meende dat zij goed, maar niet belangrijk waren, tellen zwaar. Wat naar je mening goed was, blijkt verkeerd, zaken die je op zijn minst twijfelachtig meende daarentegen blijken niet slechts goed, maar van het hoogste belang te zijn geweest.

Op deze wijze worden wij geconfronteerd met waarden en een kosmos die wij in feite niet meer kenden. Want de kosmos op zich is een harmonisch model. Een omschrijven van het geheel en de functies daarin, zou mij vandaag te ver voeren, maar het komt er op neer dat overal waar wij komen tot de aanvaarding van een deel – zo mogelijk een groter deel — van die kosmos, als verlengstuk van ons ik, wij juist reageren.

Maar op het ogenblik dat wij ons los proberen te zeggen van iets, hoe belangrijk of klein dan ook, een mens zoals u of een veelheid, geestelijk of stoffelijk, daar blijken wij opeens in moeilijkheden te komen, in het duister. Duisternis is geestelijk overigens niets meer of minder dan het ontbreken van licht en het licht wijzen wij af op het ogenblik dat wij onszelf niet als deel wensen te erkennen van datgene wat overal en altijd bestaat als eenheid.

Ik geef overigens graag toe dat wij als mens het onszelf erg moeilijk maken om het geheel en daarmee de kern van het werkelijke licht te erkennen.  In mijn persoonlijk leven op aarde heb ik mij nogal burgerlijk gedragen. In mijn tijd betekende dit een bepaalde gedragscode, inclusief de vaste plaats in de kerk en een grote eerbied voor de lering en mening van anderen t.a.v. alles wat wel en wat niet mocht. Zonde en deugd waren voor mij werkelijke, vaststaande en steeds gelijkblijvende waarden. Na mijn dood diende ik te aanvaarden, dat ik wat dat betreft met bijna elke mening en handelwijze fout zat. Het enige goed wat mij bleef, was mijn pogen andere mensen werkelijk te begrijpen, het feit dat ik op mijn wijze de mensheid lief had en zelfs vaak probeerde voor mensen iets goeds te doen.

De harmonie van dit laatste redde mij voor afwijzen van het licht en heeft mij uiteindelijk geholpen verder te komen. Met als resultaat dat ik nu hier even zit. En  dat op zijn beurt betekent, dat ik nog tot de lagere echalons behoor, want de hogeren komen niet of slechts bij hoge uitzondering eens door een medium spreken. In ieder geval leef ik in het licht, ken geluk, voel mij vrij, ken taken die ik met vreugde volbreng en voel mij deel van een geheel. Zo er na mijn leven iets voor mij verrassend was, zo is het wel deze ontwikkeling en ontknoping.

Ook u zult doodgaan. Voor mij behoeft u geen haast te hebben daarmee. Per slot van rekening werk ik niet voor de een of andere VVV uit de sferen. Maar of uw leven nu nog lang duurt, dan wel zeer kort, er komt voor allen een ogenblik van heengaan. En dat betekent, na een reeks ervaringen als voor omschreven, een werkelijke confrontatie met jezelf. Helaas niet met jezelf, zoals je jezelf zo graag wilt zien, maar zoals je wezenlijk bent, compleet met alle achterdocht en alle wreedheden die in de doorsnee mens altijd weer ingebouwd zitten. En niet te vergeten alle gulhartigheid, goedheid, onverschilligheid, kortom alles wat u normaal achter het masker van de mens die u wilt zijn pleegt te verbergen. Het wonderlijke van de zaak is, dat wij onszelf steeds weer onvoldoende blijken te kennen voor hetgeen wij zijn.

Iemand heeft eens gezegd: Wanneer je jezelf werkelijk kent en je sterft niet aan de schrik, ben je voor het eerst in staat je wereld te zien zoals zij is. Met mijn huidige ervaring kan ik niet anders dan deze uitspraak onderschrijven. Wanneer je eenmaal jezelf hebt leren kennen, krijgt alles voor jou een geheel andere betekenis. Belangrijkheden verschuiven enorm. Dan kun je eerst weten wat je bent, hoe je wereld is en zelfs, wat je aan belevingen kan verwachten na de dood.

Maar zolang je bezig blijft met een maskeradespelletje, je verbergt achter geheiligde boodschappen, verheven moraal, goeroes, burgerplicht, vaderlandsliefde en dergelijke begrippen en niet wilt weten wat je zelf feitelijk bent en doet, zullen grote verrassingen bij de afrekening onvermijdelijk blijken.

En wij willen in  vele gevallen de waarheid niet zien. Terugdenkende aan de tijd dat ik nog op aarde was, meen ik dat er toen voor mij niets belangrijker was dan in de ogen van anderen fatsoenlijk en in eigen en de ogen van anderen, notabel te mogen heten. Het in de ogen van anderen voornaam zijn, betekende in die tijd voor mij een werkelijk bereiken. En toch bleek het, ondanks alle moeiten die ik mij daarvoor heb gegeven en de offers die ik mij daartoe zelfs getroost heb, geen cent waard te zijn. Dit bracht mij geen glimpje van licht, zelfs niet een enkele schaarse glimmer van hoop in duisternis. Maar dingen die ik in feite zo neven bij en bijna onverschillig in mijn leven heb gedaan, leken in staat mij licht te doen zien en een aanvaarden voor mij mogelijk te maken. Voor u zal het waarschijnlijk precies zo zijn. Denk dus niet dat u weet wat het hiernamaals brengt, al zijn er ook mensen genoeg die u uitvoerig daarover weten te vertellen. Een collega van mij heeft eens gezegd: er zijn dominees die zo mooi en overtuigend over de hel weten te spreken dat je het gevoel krijgt dat zij daar net vandaan zijn gekomen.

Het is altijd weer een wonderlijk zoeken naar de waarheid omtrent jezelf, of je nu leeft of dood bent. De basis van alle dingen is een waarheid die niet verhuld kan worden, deels terzijde geschoven of zelfs verdraaid en veranderd kan worden. Zij bepaalt wat je bent, dit te moeten beseffen is het  “oordeel”.

Je deels beantwoorden aan die waarheid, het aanvaarden ervan zover je besef reikt, bepaalt de harmonische mogelijkheden die je zult vinden. Alle sferen en werelden zijn uiteindelijk niet veel anders dan een mate van harmonie met het geheel of een deel van die waarheid plus het beleven daarvan op je eigen wijze. Er zijn mensen die stellen: wanneer ik doodga zal ik wel naar de aarde terug moeten keren: er zijn nog zoveel belangrijke dingen die ik te doen heb.

Ik meen echter dat er onder u velen zullen zijn die ontdekken dat wat zij belangrijk hebben geacht op de wereld in feite de moeite van het doen niet waard was. Alleen degenen die nog leven in een schaduwwereld, omdat zij de werkelijkheid omtrent zich en het zijn vrezen, willen nog wel eens terugkeren om ervoor te zorgen, dat een brief wordt gevonden of alsnog verzonden, een uitgeleend boek wordt teruggegeven en dergelijke zaken. Aan andere, voor overlevenden meer belangrijke zaken, komt men kennelijk maar zelden of niet toe.

Maar wie in het licht leeft, weet dat al dergelijke dingen onbelangrijk zijn geworden. Toch zal men contact blijven houden met de wereld van de mensen, want men gaat beseffen dat die wereld ook een deel vormt van het eigen ik, zoals jezelf deel bent van die wereld, of je nu leeft of “dood” bent.

Want de aarde is ook deel van het geheel waartoe je behoort en zult blijven behoren, of je lichaam nu begraven, verbrand of desnoods door de dieren van veld of zee geconsumeerd is. Realiseer u dit zo goed mogelijk. Dit komt u later van pas. Maar zelfs dan blijft het steeds weer een verrassing dat je zoveel aan licht, kracht en vreugde krijgt uitgekeerd voor dingen die je zelf van weinig of geen belang hebt geacht. Maar mogelijk kunt u dan beter verwerken dat zaken waarop u zo trots bent geweest, waaraan u zo hard hebt gewerkt tijdens uw aardse leven weinig of niets te betekenen hebben.

In uw leven kunt u natuurlijk veel mediteren, contempleren en wat dies meer zij. Wat mij betreft kunt u uw gang gaan. Indien u daarover dan maar niet uw deel-zijn van de gehele wereld, ook die van de stof, uit het oog verliest. Wanneer je op aarde leeft, moet je niet in de eerste plaats je bezighouden met hogere krachten. Je bent bezig met het gehele bestaan. En dat betekent ook je eigen stoffelijke wereld met al haar facetten, je eigen lichamelijk werken, je stoffelijke noodzaken.

Zelfkwellingen, zelfkastijding zoals men dit pleegt te noemen en soortgelijke methoden zijn in feite onzin. U behoeft heus uzelf niet te kwellen. Wanneer dit noodzakelijk en onvermijdelijk is, doet het leven zelf dit wel voor u. En wanneer het leven u geen kwellingen biedt, wees blij en geniet van hetgeen u hebt. Je hebt gewoon geen redenen om jezelf te gaan kastijden, wanneer je niet ergens bang bent voor jezelf of delen van jezelf. Aanvaard je jezelf echter zoals je bent en probeer je daarvan het beste te maken, dan kun je alleen voortgaan, proberen de vreugden uit het leven te plukken zo goed je maar kunt en in die wereld geluk, vreugde en licht te geven zo goed je maar kunt. Wat er op neerkomt dat je met zoveel mogelijk mensen probeert al wat je bent, kunt, bereikt, te delen om zo de kracht te vinden van eenheid en te komen tot het resultaat van die eenheid, een soort vredige vreugde.

O, er loopt zelfs dan wel eens iets verkeerd. We zijn nu eenmaal mensen die lijden onder dwangbeelden die zo sterk zijn dat zij de werkelijkheid eenvoudig terzijde schuiven. Onze vriend Henri vertelt een mooi verhaal over een vroom mens, die hij na de dood moest gaan afhalen. Maar toen hij zich manifesteerde aan hem, zoals hij op aarde was – een gebochelde marskramer – kreeg hij te horen: “retrograde satanas” of zo iets. Dus: ga van mij, satan. Waarna onze vriend zich met veel moeite en wat extra fluïde omtoverde tot een engel en zo deze vrome alsnog verder wist te geleiden tot hij aan het punt was gekomen waar hij met zichzelf geconfronteerd werd.

Wat voor u klinkt als een grappig sprookje, maar heus waar is. Er zijn mensen die, wanneer zij de wijsheid zien van een kosmos waarin je op moet gaan en leven moet als deel van een geheel, zich eenvoudig afsluiten en mompelen “neen, ik wil naar God, ik wil naar de hemel”. Waarop zij dromen in een soort kosmisch variététheater te zitten waar een glanzende persoon op een troon in het begin geluk en zegening, maar op de lange duur alleen nog maar verveling schijnt uit te stralen. Tot ook dit beeld hen ondragelijk begint te worden en verbleekt en vervaagt zodat zij opnieuw worden geconfronteerd met de noodzaak al het zijnde en alle waarden van de kosmos te aanvaarden als deel hebbende in hun ego.

Er zijn mensen die afdalen in een zelfgeschapen hel, omdat zij met hun schuldbesef eenvoudig niet kunnen aanvaarden dat het alles zo erg niet is geweest. Zij dromen zich een soort stookhuis van onderen, waar zij zich laten braden door hoog oplaaiende vuren, vriezen door een interstellaire kou, angstig zich een weg zoeken te banen door vochtige grotten of zich hopeloos worstelende een weg proberen te banen door bodemloze moerassen. Zij lijden en lijden en al die dingen bestaan niet eens werkelijk, behoudens in hun denken. Want het geheel is niets anders dan een reeks beelden, waarmee zij voor zich tot uitdrukking proberen te brengen dat zij zichzelf niet waardig achten, deel van het geheel te zijn, om daarna deze oorzaak te verdringen.

Maar eenieder is waard deel van het geheel te zijn, want hij was, is en blijft nu eenmaal deel van dit geheel en functioneert binnen wetten en mogelijkheden van dit geheel. Je kunt jezelf niet waarlijk en blijvend onttrekken aan de eenheid waartoe je behoort. Er zijn mensen die zeggen dat God mogelijk wel bestaat, maar zo ver is. Ik zeg hen: die God, zit ook hier, in jouw hart, vloeit door je aderen, dringt je wezen binnen met de adem. Hij is overal, is deel van al wat je bent. Geen bewustzijn, geen bestaan is mogelijk zonder dit deel-zijn van die totale kracht.

Vertel mij dan niet dat God ver weg is. God is voor ons de totaliteit, de som van alles wat wij kunnen beseffen en beleven. Indien wij bereid zijn alles te aanvaarden, het geheel durven beleven, zonder delen ervan te ontkennen, zo worden wij ons bewust van die God als een kracht die in ons wezen schuilt. Dat is het probleem dat je dient op te lossen na je dood.

Maar het meest verrassend is de afrekening ongetwijfeld voor mensen die op aarde meenden zo belangrijk en zo goed te zijn. U herinnert u het misschien wel, dat verhaal over een mens die tijdelijk de hemel mocht betreden – door hem kennelijk beleefd als een  soort Elyseese velden. Hij werd rondgeleid en vroeg of het niet mogelijk was ook wat beroemdheden van het verleden te ontmoeten, zoals pausen, staatshoofden enz.  De God wees naar een grot waarin een sombere schaduw hing en waarboven stond: “gij die hier binnen gaat, laat alle hoop varen”. Als u daar binnen gaat en de moed kunt opbrengen, kunt u het merendeel van hen daar wel tegenkomen. Hatelijk en onwaarschijnlijk? Waarom? Het zijn dergelijke mensen die zichzelf zo belangrijk hebben geacht in hun leven dat zij zelfs vergeten hebben dat zij deel waren van een geheel. Zij wilden overal boven staan. En leven in het licht is alleen maar mogelijk, wanneer je zonder meer deel van alles wilt en durft zijn zonder ook maar iets in jezelf te verdringen of iets van de werkelijkheid te verloochenen.

Overigens is het een onwaarschijnlijk verhaaltje, dat wel. Ik kan mij zelfs geen Nederlander voorstellen die na de dood en de eerste vreugden van het licht, God of een geest verzoekt hem in contact te brengen met mensen als Lubbers en Colijn. In ieder geval, ook deze mensen zullen moeten aanvaarden dat zij werkelijk zijn en moeten leren functioneren als een deel van een geheel zonder ooit iets van hun eigen wezen daarvoor te verloochenen. Net zoals u dit zult moeten doen.

U zult nog vele verwonderlijke zaken en problemen ontmoeten na de dood. Niet omdat die zaken op zich uitzonderlijk zijn, maar omdat u nog probeert te reageren als een mens, en menselijk begrip, menselijke logica en wijsheid nu eenmaal niet in staat zijn het principe van werkelijke eenheid dermate aan te voelen, te omschrijven en te preciseren dat het een duidelijke onaantastbare waarheid is. Je ziet in het begin de verschijnselen, maar erkent de oorzaak niet.

Vanuit menselijk standpunt veranderen de wetten. Niet omdat de wet, de kosmische wet, veranderen kan, maar omdat de mens verandert en zo de uiterlijkheden van de wet voortdurend moeten worden aangepast, opdat de mens de eenheid zal kunnen beleven. Maar de mens beseft niet, hoezeer hijzelf en zijn wereldbeleving veranderen en wil steeds weer de oude interpretaties van de wet handhaven. Daardoor komen er vele verrassende elementen in elke afrekening, dat garandeer ik u.

Het is mogelijk dat u na de dood moet ontdekken, dat vele van uw fouten en zonden in feite deugden zijn geweest, terwijl de beste dingen die u ooit meent te hebben gedaan, niet veel meer blijken te zijn dan een kleine arcering in onbelangrijke delen van uw beleven, terwijl de werkelijkheid van uw leven voornamelijk bestaat uit dingen die u mogelijk niet eens bewust beleefde of zelfs maar bemerkt hebt.

Ik zal deze inleiding niet te lang meer voortzetten daar u ongetwijfeld over dit onderwerp wel enige vragen zult willen stellen. Toch wil ik u nog vragen of u kunt beseffen wat het betekent, beoordeeld te worden op basis van je functie binnen een geheel? Niet dus in relatie tot één persoon, regel of enkele wetten, maar in relatie tot een totaliteit die u niet eens geheel kunt overzien. Dat is de kern van de vragen die je na je dood jezelf dient te beantwoorden en ik meen dat een redelijk volledige beantwoording voor een mens erg moeilijk zal zijn.

Toch wil ik duidelijk stellen, dat dit in feite het grootste probleem is waarmee u in uw gehele bestaan geconfronteerd kunt worden. Wanneer u eindelijk het licht hebt bereikt en uit de nevelen de spookbeelden ziet opdoemen van hetgeen u alzo bent geweest en hebt gedaan, kunt u eerst waarlijk gaan beseffen dat mens zijn niet alleen een streven betekent, een bestaan als eenling op weg naar het hogere, maar dat u gelijktijdig hebt moeten functioneren als deel van een geheel binnen dit geheel. Zoals u eerst nog later zult gaan inzien, dat het deze wijze van functioneren in het geheel is, dat grotendeels je verdere bestaan en beseffen zal gaan bepalen.

U hebt in uw leven ongetwijfeld reeds vele leerstelligheden moeten aanhoren en vele daarvan handelen over of mede over de dood. Men leert u ook veel over hetgeen na die dood komt. Ik zeg u dat u nu leeft op aarde. Het is uw taak nu en hier te leven. Het is niet uw taak tegen uw eigen persoonlijkheid en wezen in te gaan, dit heeft geen zin. Het is uw taak uit hetgeen u bent en kunt met die wereld een zo goed mogelijke band te vinden, betekenis te hebben voor anderen, te leven voor en met het geheel, dat volgens uw beseffen rond u bestaat en niet alleen maar een pogen, je boven het andere te verheffen.

Leven is deelhebben aan een veelzijdigheid die alles wat voorstelbaar is en meer dan dit omvat. Leven is ook deel zijn van een geheel dat zo groot is dat je zelfs wanneer je de gehele ruimte zou kunnen omschrijven nog slechts een kleinste deel daarvan in kaart gebracht zou hebben. Is het een wonder dat wij, uit aardse of geestelijk beperkte standpunten redenerende, vaak zelfs tijdens ons bestaan nog bevangen door een zekere benepenheid, falen dit te beseffen?

Toch zullen wij juist dit punt moeten leren aanvaarden – of wij het nu kunnen omschrijven en aanvaarden of niet – voor wij verder kunnen gaan. Wij zullen het oordeel moeten ondergaan van het deel van het geheel dat wij zijn, over de illusies die wij zo krampachtig hebben gekoesterd. Dat is het verrassende van de afrekening. En wanneer wij deze dan eindelijk aanvaard hebben, valt ons eindelijk zeer veel ballast weg. Dan zijn wij eindelijk ook weer vrij. Niet vrij om alles te zijn en alles te doen, want wij zijn beperkt door hetgeen wij weten, zijn en kunnen beseffen. Maar wij zijn dan weer vrij om als onszelf binnen het geheel en toch als functionerend deel van dit geheel bewust te leven.

Wij zijn ook vrij om de invloeden van het geheel steeds meer met besef te ondergaan en vanuit dit geheel in onszelf krachten te voelen en te kennen die veel meer omvatten dan wij zelf ooit kunnen zijn. Zoals wij dan weer in onszelf een lichte vreugde leren voelen die door niets in ons persoonlijk bestaan gerechtvaardigd schijnt te worden en toch ons op grond van ons deel zijn van het geheel, steeds weer tot barstens toe blijkt te vervullen.

En dat is “de vreugde van de hemel, dit is het licht van de hoogste sferen”: de vreugde van het deel-zijn, de vreugde van hetgeen men harmonie noemt. Ik laat het aan uw eigen voorstellingsvermogen over, de beelden te zoeken die voor u passen bij uw leven en toch ook passen bij hetgeen ik u heb gezegd. Bent u zover, dan wordt het tijd u de vraag te stellen: Zit ik met zeer vele dingen niet op een verkeerd spoor? Zoek ik niet te vaak eerder mij te onderscheiden en af te zonderen dan deel te zijn?

Verwerp ik niet altijd weer veel meer dan ik aanvaard? Leef ik niet steeds weer in de richting van een elite-gevoel, dit in plaats van een beseffen dat ik als deel van het geheel het beste dat ik ben altijd terug kan vinden? Het is dan aan u, deze vragen te beantwoorden. Kunt u deze, zelfs met een beperkt begrip, eerlijk beantwoorden, dan zal voor u de afrekening veel minder verrassend zijn en zult u al snel beseffen te leven in een continuïteit waarvan het aardse leven slechts een klein deel uitmaakt, ook al wordt tijdens het stoffelijke leven dit andere deel van het eigen bestaan slechts zeer vaag of zelfs geheel niet beseft.

U zult uzelf dan leren zien als een lijn in een raster, die zich uitstrekt van een vaag en ondefinieerbaar begin, tot aan een opgaan in het geheel met een perfect besef van dit geheel en alle delen daarvan. Dan zult u zeggen: leven is opgaan naar een voleinding die ons ontgaat, omdat wij aan een dergelijk beseffen nu nog niet toe zijn.

Ik poogde met dit alles vooral u een beeld te geven dat u zelf verder met details kunt invullen. Ook trachtte ik bij u een reeks van voorstellingen wakker te roepen die het u mogelijk maken over dit onderwerp te discussiëren. Na de pauze hebt u de gelegenheid om ook mij hierbij te betrekken. Vragen e.d. kunt u schriftelijk stellen. Iets wat niet voor mij van belang is, maar wel voor degenen, die dit geheel verder moeten verwerken in de stof.

Beperk u tot het onderwerp dat werd aangesneden en besef, dat het in dit kader niet mogelijk is te vertellen hoe het met Jan, Piet, Klaas of met Johanna, Petra en Karina gaat in hiernamaals. Ik gebruik hier mannennamen gevolgd door hun vrouwelijke equivalenten omdat de dames natuurlijk even zalig of onzalig kunnen worden als de heren. Vrienden, u hebt nu de tijd te overleggen wat en of u iets te berde wilt brengen. Bent u het niet met mij eens, zeg het rustig. Hebt u een ander beeld en wilt u dit met het mijne vergelijken, ga uw gang. Gaat het echter om geloofspunten, dan kunnen wij ten hoogste tegenover elkander duidelijk stellen hoe wij erover denken en wat wij bedoelen, maar over gelijk valt dan niet te twisten. Want in zake van geloof bestaat geen werkelijk gelijk, omdat juist geloof onbewijsbaar is en toch door ons als een innerlijke zekerheid wordt aanvaard.

Vrienden, ik hoop u na de pauze terug te zien, want dan kan het eerst werkelijk interessant worden.

Tweede deel

Blij u nog aanwezig te zien. Wij zullen nu uw vragen en opmerkingen zo goed als mij dit mogelijk is gaan beantwoorden. Daarbij zou ik graag beginnen met al datgene wat schriftelijk is binnengekomen. Mag ik de eerste vraag van u?

  •   Is er er na de overgang seks-verschil?

Er is verschil in de wijze waarop je je jezelf voorstelt. Maar indien u mij de term wilt vergeven: de belangrijkste onderdelen ontbreken in feite.

  • Zullen wij het begin van de schepping kunnen zien na onze overgang?

Misschien dat u, wanneer u bijzonder verziend bent in geestelijk opzicht, dat u het eens zover zult brengen. Maar om het begin te kunnen begrijpen, moet je het einde verwerkt hebben. En daaraan zijn  de meesten van ons toch nog niet aan toe.

  • Als iemand een overgangservaring beleeft, heeft dit dan een specifieke bedoeling? Zo ja, wat kan deze zijn?

Wanneer u de dood werkelijk en geheel beleeft, is er geen bedoeling: u bent dood en het is zaaks dat u nu “anders” verder leeft.

Maakt u een dergelijk beleven deels in uw droom bv. door, dan betekent dit een persoonlijke verandering. Zeer waarschijnlijk bent u bezig afscheid te nemen van een deel van uw illusies, u zoekt reeds naar een nieuwe oriëntatie, maar u beseft kennelijk, dat dit eerst geheel bereikt kan worden nadat u bent gaan inzien hoe u reageerde op de wereld tot nu toe.

Volgens mij betekent een dergelijk beleven dus geen inwijding of een werkelijk en geheel beleven van het overgangsproces. Naar ik meen, is de meest voor de hand liggende oorzaak dat u, als gevolg van bepaalde spanningen, een grote verandering ondergaat in uw psyché en deze voor uzelf nu meer wezenlijk probeert te maken door de dood, door een overgangsdroom.

  • In hoeverre bestaat er een relatie tussen de afrekening en het leven dat daarna komt?

Dit wordt bepaald door de zelfaanvaarding of de verwerping van een waar ik-beeld, zoals deze tijdens en na de recapitulatie tot stand pleegt te komen.

Wanneer je in een sfeer leeft, moet je wel beseffen, dat deze in feite een gedachtebeeld is. Zij bestaat dus niet werkelijk, zelfs wanneer je die wereld met vele anderen deelt. Zij is eenvoudig een interpretatie van een beleven waarvoor je nog geen termen bezit, zodat je zonder de waanbeelden en vertaling in eigen termen, de waarheid geheel niet kunt beleven of doormaken. Een sfeer is dus gemeenlijk een gemeenschap van persoonlijkheden die op ongeveer gelijke wijze hun bestaan na de dood vormgeven door het interpreteren van een werkelijkheid die zij nog niet geheel kunnen omvatten.

  • Hoe kan ik in dit leven ontdekken hoe ik werkelijk ben?

Luister naar alle anderen, probeer niet u te verdedigen of op de borst te kloppen. Neem een gemiddelde van al deze reacties op uw persoon en u weet ongeveer wat u in de wereld voor anderen betekent. Wanneer u zich daarna nog afvraagt wat u innerlijk probeert te betekenen krijgt u een aardig beeld van hetgeen u nu bent. Het beeld dat u zo verwerft is een aardige voorbereiding op de werkelijkheid die u later tegemoet zult moeten treden. Vergeet hierbij één ding niet: wij leven in feite in onze eigen wereld, omdat alle werkelijkheid om ons heen door ons wordt geïnterpreteerd aan de hand van hetgeen wij zelf zijn, hetgeen wij verwachten en alles wat wij in feite graag willen zien.

  • Wat is de betekenis van het gedachteleven bij de afrekening?

Uw stoffelijk gedachteleven hebt u gelukkig reeds voor de afrekening gedeponeerd. Wat overblijft is datgene wat voor u emotioneel en verstandelijk betekenis bezat. Als zodanig werd dit verankerd in het deel van het ego dat wij aanduiden met geestelijke voertuigen.

Het resultaat is dat u bezig bent met het emotioneel beleven van uw eigen bestaan, waarbij u de redelijke normen, zowel als de termen waarin u het voor uzelf uitdrukt grotendeels ontleent aan de redelijke processen die u eens hebt gekend. Hierin ligt dan de betekenis van het stoffelijke gedachteleven. Het geeft ons a.h.w. de vocabulaire die je gebruikt om voor jezelf kenbaar uit te drukken wat emotioneel je werkelijkheid voor je was.

  •  Is er een lichaam na de dood? Kunt u hierover iets meer vertellen?

Als je een lichaam achterlaat, heb je natuurlijk geen lichaam meer. Maar je hebt wel te maken met een voorstelling waarin lichamelijkheid bij een ik-definitie een bepaalde rol speelt. Dit betekent dat wanneer u in een bepaalde sfeer leeft en deze sfeer is nog gebaseerd op het uitdrukken van waarden in vormen, u zichzelf daarin voorstelt als een belichaamd en vorm-kennend wezen. Deze voorstelling is dan gelijktijdig het “lichaam” dat u in de ogen van anderen bezit, omdat u dit beeld bij elke gedachte-identificatie immers sterk uit zult stralen.

Daarnaast kan men zich astraal een lichaam vormen. De zgn. astrale sfeer bestaat uit zeer fijne materie allerkleinste deeltjes en is gevoelig voor gedachten. Wij plegen te zeggen dat de sterke gedachte de matrix is, waarin de astrale materie zich tijdelijk richt.

Houd een dergelijk intens gedachtenbeeld lang genoeg aan, dan ontstaat er een feitelijk lichaam – vaak schil genoemd – hetwelk dan bezield kan worden door de schepper daarvan of anderen, zolang de vormvoorstelling gehandhaafd blijft. Is het beeld intens genoeg dan verdicht je de materie ook steeds meer. Het is dan met veel energie mogelijk zelfs een verschijning op aarde als een schijnbaar normaal mens tot stand te brengen. Dit laatste komt echter zelden voor.

  • Uit hetgeen een gastspreker tijdens de laatste bijeenkomst heeft gesteld, komt de volgende vraag naar voren: Kan een simpele stoffelijke ziel “denken”: waarom zal ik mij druk maken en moeite doen om een hoger bewustzijn te bereiken, als alles toch te voren is bepaald? Er is geen vrijheid van handelen. Of, indien het aardse leven al te zuur wordt: “Ik verwissel het tijdelijke nu maar met het eeuwige, want alles is toch al bepaald”.

Als alles reeds bepaald zou zijn, heeft het geen zin er over te denken het tijdelijke voor het eeuwige te wisselen, want dan zal je, wanneer het tijd daarvoor is, dit wel vanzelf doen. In de stelling van de vraag zijn overigens nogal wat tegenstrijdigheden aanwezig. De feiten zijn ongeveer zo: Je hebt een bepaalde persoonlijkheid opgebouwd en daarmee een bepaalde bewustzijn. Dit kan reeds vele levens lang een rol voor u gespeeld hebben. Dit bewustzijn bepaalt ongetwijfeld zonder meer de eventuele keuze van een incarnatie, maar ook de doelstellingen in die incarnatie. Dit houdt inderdaad in, dat je a.h.w. geprogrammeerd bent. Deze kan zelfs op kosmisch vlak ook nog eens bestaan en zo je taak binnen het geheel aan deze conditionering toevoegen. Maar binnen het kader van dit alles heb je een enorme vrijheid van handelen, zeker wanneer je je realiseert dat het merendeel van de conditionering en voorbestemming zich dus geheel buiten uw eigen besef en dus uw eigen lotservaren om voltrekt.

Voorbeeld: uw leven is een weg met een breedte van zeg 3 km. U moogt zelf kiezen hoe u die weg wilt volgen. U kunt midden op een drukke verkeersbaan gaan lopen, aan de kanten in de schaduw van bomen, de middenberm kiezen omdat u daar meer kunt overzien. U kunt zelfs tijdelijk stil blijven staan of iets teruggaan om bv. te kijken naar koeien die ergens in een weiland staan. U moet dit alles zelf weten en het zal uw indruk van de weg wel degelijk in grote mate bepalen. Maar wanneer u verder wilt gaan naar uw eerstvolgende bestemming kunt u geen andere wegen kiezen, u bent gebonden aan deze weg. Dit is m.i. een redelijk juiste vergelijking die het beeld van de zgn. voorbestemming duidelijker maakt.

Een mens die zijn weg en dus zijn leven zo aangenaam mogelijk en zo rationeel mogelijk indeelt, zal met zijn bestaan over het algemeen vrede hebben, ongeacht de ervaringen die hij niet ontwijken kan.

Komt u dus tot de conclusie dat het leven zo zuur is dat je er even goed een einde aan kunt gaan maken, dan betekent dit in feite niet, dat u uw stoffelijke leven dient te beëindigen. U zit dan nog steeds op dezelfde weg en hebt nog steeds hetzelfde doel. Het betekent eerder dat u anders moet gaan denken en leven. U moet gewoon het leven op een andere wijze gaan benaderen en bezien.

Alles is in zekere mate geprogrammeerd. Daarmee ben ik het  tot op zekere hoogte dus geheel eens. Maar dit geldt alleen binnen de totaliteit. Aangezien wij echter slechts een zeer beperkt deel van die totaliteit beseffen, hebben wij voor onszelf, naar mijn overtuiging, toch altijd nog het gevoel over een zeer behoorlijke vrijheid van handelen te beschikken en dientengevolge ook – al is het alleen maar tegenover onszelf – een zekere verantwoordelijkheid moeten aanvaarden voor alles waarin wij deel zijn.

Het enige wat je verder hierbij nog zou kunnen opmerken, is het volgende: met alle vrijheid die wij hebben, kunnen wij er niet aan ontkomen datgene in het geheel te veroorzaken wat behoort bij ons wezen binnen die totaliteit. De wijze waarop, de reden waarom wij dit doen, zelfs de wijze  waarop wij dit, met zijn voor ons kenbare gevolgen beleven, is dermate variabel dat ook hier nog van een redelijke mate van vrijheid gesproken moet worden.

  • Kunt u nog verder ingaan op hetgeen er gebeurt na de confrontatie met je werkelijke zelf?

Wat de confrontatie met het werkelijke betreft, geldt dat het voor zeer velen maar goed is dat zij reeds dood zijn, anders zouden zij zich ongetwijfeld doodschrikken. De eerste reactie is gemeenlijk er een van ontsteltenis. Kom je over die verbazing heen, dan aanvaard je dit gemeenlijk wel.

Je zegt eenvoudig: het valt wel tegen, maar ik ben nu eenmaal wie ik ben. Dan valt de rest mee en ben je in “het licht” zoals men dit gemeenlijk omschrijft. Je kunt het ontstane beeld natuurlijk ook afwijzen en bv. wijten aan de invloed van de een of andere demonische kracht. Dan vlucht je er voor weg en wilt het werkelijkheidsbeeld niet aanvaarden. Dit betekent in feite dat je je voor indrukken van buitenaf zult afsluiten en dit heet dan gemeenlijk in het duister leven.

  • Valt een trots, onbuigzaam iemand na de dood door de mand tegenover al degenen die met zo iemand te maken hebben gehad? Heeft zo iemand dan niet tenminste het twijfelachtige voordeel genoten op aarde tegenover niemand een nederlaag te hebben geleden?

Zo iemand komt gemeenlijk tot de conclusie dat hij, door tijdens zijn leven overwinning na overwinning geboekt te hebben, tegenover zichzelf en zijn werkelijk streven nederlaag na nederlaag geleden heeft, juist dit is voor zo iemand dan wel heel moeilijk te verwerken. Voor zo iemand is het niet zo erg dat anderen dit zouden weten, de grote moeilijkheid voor zo iemand is juist dat hijzelf dit weet en niet wil en kan aanvaarden.

De grootste moeilijkheid voor een mens of een geest ligt nl. niet in de vraag of wereld en mensen hem wel of niet aanvaarden – daar kan men eventueel nog wel overheen komen – maar wanneer je jezelf niet kunt aanvaarden, moet je toch met jezelf leven. En dat is dan wel het ergste wat volgens mij voor mens of geest kan bestaan.

  • Hoe vergaat het de materialist, bv. de zakenman die zonder enige wroeging, zeer forse bedragen aan anderen heeft gerekend, na diens dood?

De grootste vraag voor zo iemand zal waarschijnlijk luiden: hoe moet ik nu weer opnieuw gaan beginnen, nu ik niets meer heb en ook dus over niets beschik dat ik kan investeren?

Gemeenlijk voert dit tot enorme frustraties met alle gevolgen voor geestelijke belevingen van dien. Maar indien de man in de eerste plaats een materialist is geweest, die rekende met de feiten, is de kans aanwezig dat hij eenvoudig aanvaardt dat het leven voor hem ook na de dood gewoon doorgaat. Dan begint voor hem, zelfs wanneer hij nog probeert de oude trucs weer uit te spelen, in ieder geval een leven waarbij hij nog leert; en wie leert wordt ook wijzer. Word je eenmaal als geest wijzer, dan besef je ook dat materie alleen aardig is om te gebruiken, maar dat zij op zich geen enkele betekenis voor je heeft.

Voor een zakenman zal het zeker niet zo erg zijn als voor iemand die voornamelijk op macht belust was. Zo iemand zal immers na zijn dood moeten ervaren dat hij de macht niet werkelijk heeft bezeten of uitgeoefend die hij meende te bezitten. Daarnaast ervaart hij dat hij nu geen macht meer kan uitoefenen en ten laatste ervaart hij dat eenieder zijn machteloosheid nu geheel kan beseffen.

Die drie punten zijn in de ogen van een macht-zoeker over het algemeen zo  verschrikkelijk dat deze zonder meer de vlucht neemt en in een duisternis terecht komt, waarin hij zijn eigen grillen als dwingende macht van buitenaf ervaart.

  • Acht u, in verband met de afrekening, de honoraria van intellectuelen en politici redelijk? Wij hebben er jarenlang hard voor gestudeerd en gewerkt is hun argument.

U maakt verschil tussen intellectuelen en politici? En waarom spreekt u toch altijd over “redelijk”. Wil je redelijk zijn, dan moet gesteld worden dat de uitoefening van bepaalde intellectuele beroepen niet altijd door grote redelijkheid van benadering der medemensen uitblinkt. Overigens lijkt mij de redelijkheid bij de uitoefening van bepaalde hoog-beloonde beroepen, zoals degenen die leiding geven – als voorbeeld – eveneens vaak ver te zoeken. Maar de personen in kwestie zien die onredelijkheid als reden van hun bestaan en dit alleen lijkt mij een voldoende rationalisatiemogelijkheid in te houden voor hen, om daaraan ook de eis naar in feite onredelijke hoge beloning voor hun arbeid vast te koppelen.

Wat hun argumenten betreft: het is waar dat zij jaren hebben gestudeerd en mogelijk zelfs hard gewerkt hebben om zover te komen. Maar zij hebben dit in de eerste plaats toch gedaan omdat zijzelf dit wilden en in de tweede plaats grotendeels of geheel op de kosten van degenen die zij later, op grond van hun bereikingen, onredelijk hoge honoraria in rekening plegen te brengen.

Een zeer hoge beloning lijkt mij dan ook niet reëel, tenzij zij ook veel meer presteren dan andere mensen plegen te doen. Hierdoor kan men zich m.i. wel een uitzonderingspositie verdienen. Het loon dient dus in direct verband te staan met hun werken en niet alleen een kwestie zijn van rang of verworven kennis zonder meer.

Maar: hoe meer en hoe beter zij werken, hoe meer zij ook waard zijn. Wanneer bv. een politicus een dag maakt van 16 werkuren, dan acht ik het redelijk dat hij daarvoor ook tenminste twee malen zoveel verdient als iemand die bv. rioleur is – zoals naar ik meen de Haagse term voor putjesschepper luidt –  en slechts 8 uren doet alsof hij werkt. Prestatie en werktijd dienen redelijk beloond te worden, zelfs indien dit een zeer hoog loon ten gevolge heeft. Maar voor opgedane kennis die men niet of nauwelijks gebruikt, mag m.i. geen eis op hogere beloningen gesteld worden.

  • Hoe vergaat het de orthodoxe(gelovige) inzake zijn persoonlijke aansprakelijkheid, waarvan hij zich ontheven achtte? Hoe vergaat het de leiders die hem dergelijke denkbeelden hebben bijgebracht?

De orthodoxe mens komt in grote moeilijkheden, omdat hij opeens gaat beseffen dat hij tijdens zijn leven heel wat hoge rekeningen ter afdoening heeft laten overschrijven op een conto waarvoor geen dekking aanwezig was, zodat hij die nu zelf alsnog dient te betalen.

In de meeste gevallen betekent dit een enorme schok en bijna altijd zal je hen dan ook zien tegensputteren. Maar zij kunnen het overwinnen. Wanneer u zou weten hoeveel persoonlijkheden wij kennen in zomerland en dergelijke sferen die nog steeds zeer orthodox zich blijven uiten en eerst heel langzaam wat meer in een leger des heils richting omdraaien en daar, daarna soms nog enigszins redelijk worden, dan zult u met ons kunnen constateren, dat de schok zo groot is dat zelfs bij  aanvaarding van de feiten, de consequenties daarvan eerst zeer geleidelijk kunnen worden aanvaard. Hun leiders die hen dit alles hebben aangepraat, ondergaan en ervaren gemeenlijk een veel minder intense schok, daar zij in feite niet geheel en werkelijk hetgeen geloofden wat zij aan anderen predikten en alleen maar een vage hoop koesterden dat dit alles toch nog waar zou kunnen zijn.

  • Zullen mystieke ervaringen en geestelijke bereikingen een sterke invloed hebben op de zelfbeleving?

Mystieke belevingen zijn in feite belevingen van een hogere eenheid. Hierdoor houden zij vaak ook een vervreemding in van de onbelangrijker delen van je eigen bestaan. Als zodanig kunnen deze belevingen bij de recapitulatie van zeer groot belang blijken.

Ook alle andere geestelijke belevingen en vorderingen spelen mede hun rol. Ik neem tenminste aan dat men al datgene wat men innerlijk leerde beseffen ook in zijn contacten met de wereld omzette in praktijk. Hierdoor is tijdens deze terug-beleving de relatie ik – daad een andere dan bij de meeste mensen die een dergelijke geestelijke vooruitgang tijdens het stofbestaan niet hebben gekend. Kortom: dat je hierdoor meestal veel meer mogelijkheden hebt is zeker waar. Aan de andere kant wordt je ook hierdoor niet gespaard voor die recapitulatie en zal je evenzeer moeten aanvaarden wat je dan omtrent jezelf en je leven ontdekt.

Sta mij hierbij een enkele opmerking toe die zeker niet hatelijk bedoeld is, maar verhelderend. Er  zijn nogal wat mensen die denken dat zij het geestelijk heel ver gebracht hebben, omdat zij alles aangaande hun leven menen te weten en te kunnen aanvaarden. Behalve dan de noodzaak tot beleven als geheel van elke innerlijke ontwikkeling. Vaak neemt men niet eigen beseffen, maar lering van anderen als maatstaf voor eigen geestelijke ontwikkeling, om later tot de ontdekking te moeten komen dat men achter de mooie woorden van een ander heeft aangelopen, zoals de ezel achter het worteltje dat aan het uiteinde van de zweep was gebonden.

  • Het erkennen van je angsten en begeerten als deel van het evenwicht tussen de lichte en duistere delen van jezelf, is zeker een stap voorwaarts bij het verliezen van je illusies. Geeft dit een reëler kijk op het zelfbeeld na de dood?

Ongetwijfeld is het van invloed. Omdat je jezelf aanvaardt met alle kanten van je wezen, zal je inderdaad tijdens de herbeleving minder moeite hebben met het aanvaarden van het beeld dat je dan van jezelf verwerft. Vaak is men ook minder gefixeerd op de belangrijkheid van belevingen. Dit laatste is echter niet eens noodzakelijk.

Na de dood zal hierdoor het ik-beeld dat ontstaat minder verrassend werken. Je zult hierin wel details van je contacten met je wereld beter gaan begrijpen, maar niet werkelijk ontsteld zijn door hetgeen je nu moet constateren. Gemeenlijk brengt dit met zich dat men zijn nieuw beeld van eigen persoonlijkheid, zowel als de nieuwe status van geest met minder moeilijkheid en voorbehoud aanvaardt, terwijl men ook het feit dat het gehele beeld van het werkelijke ik dat je was, nu voor eenieder kenbaar is, ook veel eenvoudiger wordt aanvaardt, zonder dat men voor deze openheid op de vlucht slaat.

  • Als je innerlijke licht de werkelijke beoordelaar is, heeft het oordeel dan niet altijd weer dezelfde kosmische tendensen in zich? Wat zijn deze tendensen dan?

De algemene kosmische tendens te geven is mij onmogelijk. Zover ben ik eenvoudig nog niet gevorderd. In beperkte zin kan ik u wel het een en ander zeggen. Wij zijn een deel van het geheel. Gelijktijdig zijn wij ook een functie van dit geheel. Zolang wij aan die functie beantwoorden, zijn wij ook voor ons eigen besef in harmonie met dit geheel. Op het ogenblik dat wij volgens eigen besef niet juist aan de functie beantwoorden is er voor ons sprake van een grotere of kleinere mate van disharmonie.

Ik meen dat je door het erkennen van je feitelijke functie komt tot een gelijktijdig beoordelen van hetgeen je in de jou reeds erkende delen van het geheel bent. Het is echter het oerbeeld van je functie in het geheel, die gelijktijdig wet en kosmische regel is. Aan de hand hiervan wordt alles wat je bent geweest en dacht te zijn, beoordeeld.

  • Waarom kan men zich na de dood wel echt kennen?

Op aarde lijkt mij de voornaamste oorzaak te zijn: een angst in de mensen dat, zo zij zichzelf naar waarheid leren kennen, zij op een gegeven ogenblik tegenover anderen hun mond voorbij zullen praten. Mensen zijn gemeenlijk doodsbenauwd voor de werkelijkheid omtrent zichzelf, juist omdat anderen dit zouden kunnen weten. In de recapitulatie ben je één met alle personen die optreden in de herinneringsbeelden en speelt dit element dus geen werkelijke rol meer. Maar op aarde geldt dat de meeste mensen, bewust of onbewust, steeds weer op de vlucht zijn voor de realiteit die zijzelf vaag aanvoelen werkelijk te zijn.

  • Speelt het niet ook een rol dat in een materiële omgeving anderen gebruik kunnen maken van alles wat zij over je weten?

Dit zal vaak voorkomen. Maar ik denk dat het voornaamste punt toch wel ligt in uw behoefte te voorkomen dat anderen te weten zullen komen wat die enkeling over u te weten is gekomen. Het schijnt niet duidelijk te zijn, ik formuleer opnieuw en anders: U bent voor dergelijke zaken niet meer kwetsbaar op het ogenblik dat u niet bang bent voor de waarheid omtrent uzelf of de eventueel denkbare maatschappelijke gevolgen, die uit deze kennis bij anderen voort zouden vloeien.

Het gaat dus om het handhaven van een illusie of bv. het behouden van een positie die u volgens eigen besef deels ten onrechte inneemt en hierdoor bent u afdreigbaar geworden. In theorie kun je dus zeggen: iemand die volledig eerlijk is omtrent en over zichzelf en zich niet schaamt voor hetgeen hij is tegenover anderen, kan hierdoor niet worden beïnvloed. Deze kan zich permitteren reeds op aarde de waarheid omtrent eigen ik te erkennen. Hoe banger je bent voor de mogelijkheid dat anderen van de feiten misbruik maken, hoe banger je ook bent voor een illusie die je feitelijk toch wel beseft niet geheel en altijd in stand te kunnen houden.

  • Wat zijn de gevolgen voor de roddelaar, de intrigant?

Dat weet ik niet. Gevolgen zullen er voor roddelaar en intrigant ongetwijfeld zijn. Mogelijk is, dat de roddelaar begint te begrijpen dat hij door al zijn geroddel, vooral zichzelf steeds weer in een verkeerd daglicht heeft gesteld, terwijl de intrigant tot de conclusie komt dat hij bij zichzelf als gevolg van zijn intriges steeds weer verwachtingen heeft gewekt waaraan zijn wereldbesef aan de dood en zijn levende werkelijkheid op aarde nooit geheel konden beantwoorden. Wat inhoudt dat men zich na de dood dus neer zal moeten leggen bij een leven in een geheel andere positie, plus de onmogelijkheid deze nog verder door leugens en intriges te verbeteren. En dat doet, denk ik, dergelijke mensen toch wel heel veel pijn.

  • En de streber en degene die met ellenbogen werkt?

Deze beiden zo goed als degene die naar boven likt en naar beneden trapt, zullen na de dood  in een positie verkeren waarin hun methoden niet meer werken. Zij dienen zich dus af te vragen, hoe men verder moet gaan. De streber is gewend vooruit te komen en dat gaat niet meer. De ellebogenwerker is er aan gewend ellenbogen te hebben die je kunt gebruiken en hij heeft die niet meer. De lik – en traptypen hangen ook geheel in de lucht, want er is geen beneden en boven meer en dus voortdurende onzekerheid voor hen.

En degene die anderen heeft gemanipuleerd?

Zo iemand heeft zonder het te beseffen, ook zichzelf voortdurend gemanipuleerd en in posities gebracht die hij niet wenste; dit wordt nu beseft. In het beste geval voelt men zich genoopt de werkelijkheid omtrent zichzelf aan anderen te openbaren en gelijktijdig zich dienstbaar te maken om in onderwerping zo uit te boeten en eventueel ook te ondergaan wat men anderen eens veroorzaakte. De doorsnee intrigant zal zeer lange tijd in het duister voor deze noodzaak vluchten, voor hij deze uiteindelijk aanvaard.

Dit waren de laatste vragen. Ter afsluiting: besef zeer wel dat volgens enkelen dit onderwerp wel eens wat diepgaander behandeld had kunnen worden. Aan de andere kant had een deel van de aanwezigen reeds nu moeite met bepaalde elementen daaruit of was reeds te veel vergeten.

Ik heb gekozen voor een middenweg en getracht dat de afrekening na de dood afhankelijk is van de wijze, waarop u binnen de totaliteit functioneert. Wat een belangrijk punt was, want er bestaat geen enkele beoordeling, dan juist deze. Alles wat u bent na de dood is mede te danken aan hetgeen u geweest bent voor anderen. Daarbij bestaat verder geen enkele regel of wet buiten deze ene: Heb uw naasten lief gelijk uzelf, niet meer en niet minder. Komt u dan ook nog zover dat u het licht, of God, of het leven, de eerste oorzaak liefhebt en aanvaardt boven alle dingen, dan zit u na de dood redelijk goed.

Bent u nog niet zover, overweeg dan eens of u niet toch wat prettiger en aardiger tegenover anderen kunt zijn, wat juister en eerlijker kunt zijn in het leven van anderen. Dan hebt u in ieder geval ook nog praktisch nut van deze bijeenkomst.

image_pdf