Verbindingen met natuurgeesten en astrale werelden

uit de cursus ‘Verborgen krachten van de natuur’ – december 1970

Verbindingen

Als je de wereld beschouwt, dan zijn er heel veel verschillen die de mens ontgaan. Er zijn bv. verschillende soorten ijzer. Het loopt van 54 tot 58 ton gewicht; dat zijn vier verschillende soorten. Deze komen in een zekere samenhang voor. Nu zult u zeggen; Dat is niets bijzonders. Neen, natuurlijk niet. Maar deze soorten komen echter over het algemeen voor in een ongeveer gelijke samenhang. Als er dus vier soorten zijn, dan komt van elke soort er steeds één voor in een massa. Afwijkingen zijn zeldzaam.

Als wij daarentegen kijken naar bv. zuurstof, dan hebben wij 016 maar ook 018. Nu blijkt dat er op 250 deeltjes van 016 er één deeltje 018 voorkomt. Dat is helemaal niet belangrijk voor iemand die op aarde leeft; per slot van rekening, als hij maar zuurstof krijgt. Wat kan het u dan schelen wat voor getal eraan vastzit? Maar die kleine verschillen kunnen een heel grote rol spelen, indien het gaat over fijne materies als wij bv. te maken hebben met de astrale wereld.

De astrale wereld is fijne materie, kleinste delen zonder direct vast verband, die in een gedachten‑matrix kunnen worden gevormd tot een blijvende of vluchtige gestalte.

Nu zijn er zeer veel entiteiten die op deze wereld leven. En of men dat nu natuurgeesten noemt of elementalen, een feit is dat zij in uw wereld bestaan. Maar qua voertuig behoren zij niet tot uw wereld. Wat blijkt nu?

Deze entiteiten die een astraal voertuig hebben, kunnen bijzonder sterk op harde ingrijpen, indien er afwijkingen van evenwichten zijn, die ik zo-even heb genoemd. Die dus van een andere samenstelling zijn dan de normale isotopen. De geschiedenis wijst uit dat zodra de zwaardere zuurstof (018) meer dan normaal in de lucht voorkomt, luchtgeesten veel gemakkelijker kunnen ingrijpen in het stoffelijk gebeuren. Zij zijn niet alleen maar drijvende wezens die in de luchtstroming hun eigen wegen gaan. Op het ogenblik dat hier dit kleine verschilletje van een paar extra deeltjes en een klein beetje andere baanverdeling in een atoom optreedt, blijkt ineens dat via deze veranderde samenstelling de macht van het astrale groter wordt. En omdat er op aarde altijd wel gebieden zijn, waarin uitzonderingstoestanden heersen (waar ijzer bv. in een andere dan normale verhouding voorkomt en waar verbindingen van goud en ook van kwik zijn, hebben wij daar ook te maken met verbindingen naar een andere wereld. Hier worden a.h.w. de knooppunten geschapen die een direct contact vormen voor de astrale wereld met de stoffelijke wereld. Het is tamelijk moeilijk om daarvan een volledig beeld te geven. Misschien kan ik het u vergelijkenderwijs voorstellen.

Wij hebben allemaal verschillende chakra’s. De mens op aarde en ook de geest bezit iets dergelijks. Nu weet u ook dat die chakra’s verschillend gevoelig zijn en dat bepaalde krachten uit de wereld en ook uit de wereld van de geest door het chakra kunnen worden ontvangen, maar dat daaruit ook krachten kunnen worden geprojecteerd.

Een van de meest voorkomende wonderverhalen is dat van een geestelijke Meester die op een gegeven ogenblik wordt aangevallen en plotseling een straal licht uit zijn borst laat komen, waardoor de tegenstanders worden verblind of zelfs een vuurstraal uit het voorhoofd schiep waardoor zij worden gedood. U zou zich misschien kunnen voorstellen dat indien soortgelijke “organen” op aarde zouden bestaan, geestelijke krachten daardoor bijzonder sterk op aarde kunnen inwerken en dat omgekeerd de invloed van wat er op aarde gebeurt op de geest ook veel groter is.

De mensen van vroeger hebben dat ook wel geweten, neem ik aan. Er zijn bepaalde bomen, die bij het opnemen van ijzeroer (ijzer‑zuurstofverbindingen) enigszins selectief zijn. Deze laten daarbij o.a. ijzer 56 (Fe 56) in een wat grotere hoeveelheid achter dan de andere. Wat is nu het eigenaardige resultaat van de zaak? Dat juist daar in die omgeving druïden heilige plaatsen hebben gemaakt; dat heksen daar bijeenkwamen; dat het volksgeloof daar allerhande natuurgeneesmiddelen zocht. Als men aanneemt dat die mensen dat niet helemaal voor niets hebben gedaan, dan moet men ook aannemen dat geesten en geestelijke werkingen op die plaatsen inderdaad meer voorkwamen.

Het zal u duidelijk zijn dat de mens op aarde tegenwoordig enorm veel veranderingen veroorzaakt. Hij heeft bv. een groot aantal stoffen in de wateren geloosd. Hierdoor ontstaan verbindingen, bv. heel eigenaardige koolstofverbindingen. Die koolstofverbindingen kunnen weer aan zekere natuurgeesten grotere mogelijkheden geven (Het zijn niet de prettigste geesten). Het zijn wezens met een astraal voertuig, die daardoor gemakkelijker kunnen ingrijpen. En wat hierbij ook interessant is: dit zijn wezens die vooral ook op lagere levenssoorten invloed kunnen uitoefenen.

Wij weten aan de andere kant op de aarde verscheidene plaatsen te vinden waar regelmatig spookverschijningen e.d. worden gezien. Er is bv. in Hoog‑Mexico een meertje te vinden. Boven dat meertje, zo vertelt men, manifesteren zich vaak goden (tegenwoordig ook heiligen, het verschil is in Mexico kennelijk niet al te duidelijk). Men ziet dan bv. biddende handen, een gebalde vuist, een zwaard en dergelijke dingen. Dit zijn vormen van nevel, die enige tijd blijven staan en daarna oplossen. Gaat men nu kijken wat er aan de hand is, dan blijkt dat er in de omgeving bepaalde lood­- en koperverbindingen in de bodem voorkomen. Die koper‑ en loodverbindingen hebben een kleine afwijking van de norm. De samenstelling wijkt af van het normale. Of dat nu bijzondere krachten opwekt? Ach, daar zou men over kunnen vechten. Ik voor mij meen dat zij inderdaad daardoor ook nog zekere krachten kunnen onttrekken aan het aardmagnetisch veld. Maar of dat zeker is, kan ik niet bewijzen. Zeker is dat daardoor entiteiten mededelingen kunnen doen. Zij moeten de mededelingen doen zoals zijzelf leven en dat betekent dat in dit geval water‑ en luchtgeesten meestal samenwerken. Wij krijgen dan die eigenaardige wolkenformaties die soms doen denken aan enorme beeldhouwwerken die toch wel heel duidelijk van voorstelling zijn.

Wij kennen in de buurt van Kaapstad een plaats waar vroeger de mensen naartoe gingen om te weten wanneer zij zouden sterven. Daar zijn grafstenen. En als je er bent (dat moet in bepaalde jaargetijden zijn en nog op een bepaald uur van de dag, kun je alleen door het verbranden van wat hout op die grafstenen plotseling de datum van je dood zien verschijnen. De attractie is natuurlijk niet zo groot. De meeste mensen willen het liever niet weten en het schijnt dat het fenomeen nog weleens vergissingen maakt. Maar wat blijkt daar weer aan de hand te zijn?

Wij hebben hier te maken met leemaarde waarin silicium in een bijzondere oplossing voorkomt. Ook hier blijkt de chemische gesteldheid van de bodem en de daarin voorkomende afwijkingen, weer de mogelijkheid te geven voor bepaalde geestelijke manifestaties. U zou zeggen: Waarvoor die rook? Ach, die rook is helemaal niet nodig, Maar de mensen hadden het idee dat zij er iets voor moesten doen, anders geloofden zij het niet. Zij waren er niet op ingesteld en dan namen zij het niet waar. Want het is een hallucinatie, een illusie, maar die‑ toch in vele gevallen juist is.

Ik zou kunnen doorgaan met het opsommen van verscheidene plaatsen waar dergelijke eigenaardige fenomenen gebeuren. Maar waar het mij om gaat is dit:

Er zijn op aarde structurele afwijkingen van de norm, waardoor kennelijk paranormale verschijnselen worden bevorderd. Verder dan dat behoef ik niet eens te gaan. Dan moet je je afvragen: Hoe functioneert een dergelijke verbinding tussen twee werelden? Want dat is het eigenlijk.

Het aanwezig zijn van bepaalde stoffen betekent soms energie. U heeft het wel gezien in een gewone batterij. Daar zit meestal een salmiak‑oplossing in, wat zink en een koolstaafje of lood en een kool staafje. De combinatie van die stoffen veroorzaakt elektriciteit die je kunt gebruiken. Daarmee kun je een zaklantaarn laten branden en als je het op de juiste manier hebt gedaan, kun je daardoor zelfs een transistorradio laten spelen. Waarom zouden dergelijke dingen wel als energiecel kunnen functioneren en zou een soortgelijke samenstelling in de aarde (er zijn heel wat samenstellingen bekend die een dergelijke energie kunnen afgeven) geen invloed hebben? En dan kom ik weer terecht bij elektriciteit.

Er zijn kennelijk elektrische verschijnselen, die deze energie veroorzaken. Die elektriciteit vervloeit wel in de omgeving. Je kunt ook zeggen: water dat uit een bron opwelt; zakt weer in de bodem weg. Iemand die bij de bron is, kan daarvan drinken. Een astrale vorm kan van bepaalde elektrische spanningen soms gebruik maken om zijn eigen dichtheid te vergroten (dus niet zijn activiteit, zijn initiatief, dat heeft er niets mee te maken). Hij kan zichzelf daarmee verdichten. Als een astrale vorm dichter wordt, dan betekent dat ook dat hij daardoor meer vat krijgt op materie; de materie wordt hanteerbaar.

Nu zijn er heel wat natuurgeesten die op een dergelijke manier actief zijn. Het is wel zeker dat in uw wereld op dit moment aardgeesten die vreemd genoeg op ijzerverbindingen reageren, weinig zullen voorkomen.

Er zijn nog wel gebieden waar zij zich zouden kunnen voeden, maar de geestelijke omstandigheden, de behoefte tot contacten zijn waarschijnlijk niet aanwezig.

Bij watergeesten is het iets anders. Deze watergeesten werken vooral op een inwerking tussen koper en zout; daarop komt het wel neer. Zij verschijnen nog weleens langs de kusten. Maar ook alweer, daar waar de mensen niet al te veel lawaai maken en waar er een mogelijkheid is een werkelijk contact te leggen.

Vuurgeesten blijken bijzonder ontvankelijk te zijn voor de aanwezigheid van zuurstof. En ook hier is een afwijking van de normale zuurstof erg belangrijk. Waar ozon ontstaat, zal vreemd genoeg een vuurgeest zich minder snel manifesteren dan waar `gewone zuurstof ‘ is. Hoe dat in elkaar zit? Dat is moeilijk precies te vertellen. Laten wij het zo zeggen: De gewone zuurstof is voedingselement voor vuur. De vuurgeest manifesteert zich alleen in en leeft feitelijk uit een oxydatieproces. Als iets roest, kan een vuurgeest daar misschien net adem blijven halen. Is er een flinke brand, dan kan die geest daardoor bijzonder levenslustig worden en zeggen: “Ik heb mij meer dan voldoende gevoed,” Het omzettingsproces bepaalt hier dus het levensproces, de levensmogelijkheid van de vuurgeest. Astraal kan dat wezen verder bestaan, maar zijn contact met de wereld wordt bepaald door een chemisch omzettingsproces. De verbinding tussen het geestelijk wezen dat zich meestal in vuur manifesteert (niet altijd, maar meestal), is dus weer gelegen in een oxydatieprocess een zuurstofverbinding waarbij energie vrijkomt.

Als men zo verdergaat, wordt het al heel gauw duidelijk; er zijn op deze wereld plaatsen die in het bijzonder geschikt zijn voor contacten met de astrale wereld. De astrale wereld zal van die plaatsen bij voorkeur gebruik maken om contact op te nemen met de mensenwereld. Het is zelfs een factor, die ook in de magie voorkomt.

In de magie weten we dat er bepaalde stoffen worden gebruikt. Het lijkt misschien dwaasheid, als je op een pentagram steentjes neerlegt, bepaalde oliesoorten neerzet die niet branden, andere olie die wel brandt, water met as of water met zout en dergelijke dingen. Maar als u zich gaat realiseren dat u eigenlijk probeert om zo’n chakra van de aarde na te bootsen (een plaats waarin energieën zitten, die een astrale manifestatie vereenvoudigen voor ‘wezens, die daarop zijn afgestemd), dan is het duidelijk dat die handelingen zin hebben.

Over de gehele wereld kent men van die plaatsen. In de gehele wereld wordt het aantal plaatsen dat actief wordt gebruikt op het ogenblik minder. Er is voor het contact tussen iemand, die in de astrale wereld leeft en de mens op aarde nl. nog iets anders nodig. U zou het een psychische resonantie kunnen noemen. Er moet een zekere eenheid zijn in de gedachtewereld. Want een astraal wezen kan wel iets uitdrukken, maar dat moet ook worden begrepen en het wezen kan geen taal spreken. Het kan hoogstens werken met symbolen of met telepathische woordoverdracht. Beide vragen nogal wat energie. Hogere wezens brengen die uit hun eigen wereld mee. De wezens die gewoon in de natuur en met die natuur verbonden leven, zijn meestal afhankelijk van hetgeen zij ter plaatse kunnen verkrijgen.

De entiteiten die op aarde algemeen worden aangenomen, hebben meestal een wat liefelijk karakter. U weet het allemaal de zonen van de wind zijn allen prinsen. Alles wat bij planeten en sterren behoort is koninklijk. Wat leeft in het woud zijn leuke fauntjes en mooie feetjes enz. De voorstelling is natuurlijk ten dele wel juist. Er zijn vele astrale wezens die liefelijk zijn in de ogen van de mens en die ook met hun bestrevingen zeker niet tegen de mens ingaan, al is hun denkwereld, hun handelwijze afwijkend van wat de mens normaal vindt.

Stel u eens voor dat er vele andere oplossingen zijn waarin astrale entiteiten ook kunnen leven. Die entiteiten hebben misschien een tijdlang op een andere planeet geleefd, want de geest kan zich verplaatsen en overal een astraal voertuig opbouwen. Stel nu dat de mens de aarde vervuilt ‑ wat op het ogenblik gebeurt ‑ dan krijgen wij wezens, die bv. gevoelig zijn voor de reactie van zonlicht op zwavel (verschillende zwavelverbindingen). Die wezens gaan zich dan op aarde uiten. Ook zij worden dan tot een soort elementalen, daar zij zich meestal in hun uiting verbinden met één van de primaire verschijnselen op aarde. En dat is ook weer begrijpelijk. Een astraal wezen is meestal niet in staat vele dingen gelijktijdig te overzien. Een elementaal zal een menselijke functie uitstekend kunnen verrichten. Kom je met een tweede, dan kan hij geen van beide meer verrichten, dat wordt te veel. Zo is het met de entiteiten ook, als zij een uiting zoeken op aarde. Zij kiezen één bepaald element. Daarmee kunnen zij heel veel doen, met de rest niet. En vraag u nu eens af wanneer dergelijke entiteiten op aarde gaan leven, wat zou het resultaat daarvan zijn? Tot nu toe was het zo eenvoudig. De bosfeeën en bosgeesten, mijnentwege ook de boskabouters werken aan de natuur. Zij helpen de processen in de natuur bevorderen. Maar nu kunnen er ook wezens zijn, die helemaal geen interesse hebben in bomen en in bloemen, maar misschien wel in zwammen, in paddenstoelen, in mos soorten. Wat zal er dan gebeuren? Dan zullen zij zich bezighouden met het scheppen van de meest gunstige levenscondities daarvoor: Dan ontstaan er centra, waarin wij absoluut te maken krijgen met een totaal andere ecologie, een geheel andere samenhang van het evenwicht tussen de verschillende levensvormen. Ik geloof dat dit op het ogenblik zo hier en daar reeds aan de gang is.

Kun je het zo’n entiteit verwijten? Neen, als de mens de verbinding mogelijk maakt, ‑ mag je het de entiteit niet kwalijk nemen dat zij daarvan gebruik maakt. Als er een rivier stroomt, tussen even dit land en een vruchtbaar land en u slaat er een brug overheen, kunt u het dan iemand uit het dorre land kwalijk nemen dat rij ook eens komt kijken of hij zich een paar sappige, vruchten kan verschaffen? Dat is toch logisch. En toch doet de mens dit tegenwoordig.

Wij komen dan te staan voor wat men dan een geheim van de natuur zou kunnen noemen; nl. het feit dat een proces, eenmaal begonnen op bepaalde plaatsen een progressiviteit van ontwikkeling vertoont, die in tegenspraak schijnt te zijn met het proces van toename van bv. verontreiniging. Daarmee zouden wij weleens leuke dingen kunnen beleven.

Het is bv. mogelijk dat men combinaties krijgt van zwaveldioxide en bepaalde stikstofverbindingen. Als die ontstaan, dan komen er entiteiten die van zeer hoge temperaturen houden. Dat zijn geen vuurgeesten. Het zijn wezens, die eigenlijk eerder thuishoren in een wat vulkanische wereld of misschien op Mercurius; en dan nog speciaal de dagzijde ervan. Zij behoeven nooit hard te lopen; Mercurius doet er 54 dagen over om rond te draaien.

Nu zijn er op aarde soortgelijke condities. Hier zijn die stoffen vluchtig; er is niet de verdwijnende atmosfeer, die men op Mercurius heeft. Dan zeggen die entiteiten: “Nu, dan gaan wij naar die wereld toe en gaan daar leven. Wij moeten dan één vorm aannemen.” Die vorm kan natuurlijk niet precies gelijk zijn aan die op Mercurius. Hij moet afgesteld worden op de aarde. Deze wereld geeft vele gedachtenpatronen af die allerhande schimmetjes in de astrale wereld scheppen. Nu komt er zo’n entiteit en zegt: “Dat vormpje lijkt mij wel wat; dat ga ik verstevigen” Maar ‑ ik zeg dat erbij ‑ het wezen houdt van hoge temperaturen of misschien zelfs van zeer grote temperatuurverschillen. Stel je voor dat een paar van die wezens in Europoort aan de gang gaan. Wat gebeurt er? Explosies bij een kraakproces. Het onverklaarbare oplopen van de temperatuur in een bepaald deel van een kraaktoren. Dan kunnen de mensen wel zeggen: Een technische fout. Wij kunnen dat ribt aanwijzen, dan moet er wel kortsluiting zijn geweest of misschim zelfs een explosie. Daar zou statische elektriciteit een rol bij hebben gespeeld. Maar de kans is groot dat dergelijke astrale wezens daarbij betrokken zijn. De mens bouwt bruggen zonder te begrijpen wat hij doet. Hij schept verbindingen zonder te beseffen wat die betekenen.

Wat zou je als mens daartegenover moeten stellen?

Men moet nooit uitgaan van het standpunt dat de entiteiten vijandig zijn. Er zijn maar heel weinig natuurgeesten, die tegenover de mensheid en tegenover het andere leven werkelijk vijandig staan. Zij willen werkelijk niet vernietigen. Zij zijn misschien wat speels, wat onberekenbaar, maar dat zijn kinderen ook vaak. Die entiteiten zullen heus wel meewerken met de mens als er processen zijn die voor hen passen.

Maar het vreemde is dat waar processen zijn die voor hen passen, indien u rekening houdt met het door mij gegeven voorbeeld over Europoort, zult zien dat de omstandigheden die voor deze wezens wel goed zouden zijn, juist liggen in een hoogovenbedríjf. Daar kunnen zij nl. temperatuuromzettingen vinden die voor hen ideaal zijn. Maar de verbindingen die daardoor ontstaan, zijn minder aangenaam vooral omdat daar de minder prettige koolstofverbindingen in voorkomen. Zo krijgen we dan entiteiten die hier actief zijn, terwijl daar kun levenscondities zijn. Zou de mens in staat zijn hun duidelijk te maken dat zij daar goed werk kunnen doen en dat voor hen zelfs plezierig is, dan zullen zij hier geen rampen veroorzaken maar alleen energie opnemen om die daar te ontladen. Men zou dan waarschijnlijk een verbetering van het smeltproces krijgen en o.a. betere staalsoorten kunnen produceren door een grotere hitte met gelijktijdig het vermogen om voldoende zuurstof door te blazen. Men krijgt dan een mooiere en hardere staalsoorten, men kan ook betere mengingen maken:

Het is dus maar de vraag: Wat doet de mens met dergelijke entiteiten? Het antwoord ligt voor de hand. De mens gelooft er niet aan. En daar zit dan weer het sombere punt.

Indien wij verbindingen maken met een astrale wereld op grond van een bepaalde plaats, dan moeten wij eigenlijk de mentaliteit kweken die daarbij hoort. Hebben wij de juiste mentaliteit, dan kunnen de entiteiten voor ons heel veel goeds doen. Dan kan de astrale wereld antwoord geven op de problemen van de stoffelijke wereld en omgekeerd kan de stoffelijke wereld vaak veel bijdragen tot het welbehagen van de astrale wereld.

In de oudheid is dat inderdaad het geval geweest. Het klinkt natuurlijk een beetje krankzinnig, als je zegt dat de offers die werden gebracht (vooral bepaalde offers van vloeistoffen) heel erg belangrijk zijn geweest voor de astrale wereld. Dat is werkelijk waar! De mensen wisten misschien niet waarom.

Er werd vaak wat ertshoudend of koperhoudend steen, soms ook spaat-houdend steen bijeengebracht en daarop werden offers gebracht van vruchtensappen al dan niet gefermenteerd. Daarin zaten bepaalde zuren die weer inwerkten op de ertsen en daardoor konden de entiteiten komen. De mensen die daarmee bezig waren, hadden hun gedachten wel niet helemaal geconcentreerd op de astrale wereld, maar de verbinding die zij op deze manier toch hadden gemaakt, was voor hen een doel waarnaar ze werkelijk gedachten uitzonden, waarvoor ze een bestemming probeerden te vinden. Is het dan zo vreemd dat entiteiten uit de astrale wereld daaraan inderdaad beantwoord hebben?

Zeker, de mensen hebben heel veel vreemde dingen gedaan. Denk maar aan de zgn. “vervloeking van de druïden”, een heel mooie naam voor het beschermen van plaatsen door natuurgeesten. Dat is voor de mens nu nog een duistere macht, als hij daarmee wordt geconfronteerd. Er zijn voor hem afwijkende omstandigheden, zijn reactievermogen bv. verandert daar vaak. Dan krijg je verkeersongelukken, werktuigen worden niet goed meer gebruikt. De entiteiten die daarmee bezig zijn, zijn op zich geen duivels. Zij willen helemaal geen kwaad doen. Zij volbrengen alleen de taak die in hen is gelegd door degene die met hen heeft gewerkt. En zolang daar bepaalde bomen zijn en de bodem een zekere structuur heeft, blijven de entiteiten daar wel in de buurt. Want dat voedt hen. Daar is voor hen een verbinding gelegd van hun eigen wereld met de stoffelijke wereld. Zij hebben een taak in de stoffelijke wereld en die volvoeren zij.

De mensen van vroeger wisten genezing af te smeken. En ja, genezing afsmeken is natuurlijk weer kolder. Er bestaan geen astrale doctoren, bezield door de een of andere natuurgeest. Maar wat wel bestaat, is een evenwicht van levenskracht dat voor een natuurgeest normaal is. Als een dergelijke natuurgeest op een bepaalde plaats wordt gevoed of bijzonder sterk is, dan kan hij een dergelijk evenwicht van levenskracht weerkaatsen naar een mens, die daarvoor ontvankelijk is en zich op de plaats in kwestie bevindt. En dan krijgen we inderdaad genezingen.

0, ik weet het wel, medisch gezien moet je dat niet accepteren. Dat is onzin. Maar vroeger was dit een praktijk, die heus succes had en waar je je m.i. niet vanaf kunt maken door te spreken over “wat suggestie” en alleen “zenuwzieken” die daar genezen zijn. Vroeger waren de mensen heus niet zo zenuwziek als tegenwoordig. Zij hadden er ook minder reden voor. De mentaliteit zal dus moeten veranderen. Dan zal men deze krachten van de natuur werkelijk goed kunnen gebruiken. Ik heb daarvan een enkel voorbeeld geven. Nu moet ik een algemeen beeld geven van de mogelijkheden. Een elementaal of een natuurgeest heeft een betrekkelijk gering geheugen en geen uitgebreid reactievermogen. Je kunt een elementaal instellen op een bepaalde taak, maar hij is erg orthodox. In die orthodoxie behoudt hij die taak soms heel lang. Als er geen gedachten bijkomen die hem uitschakelen of hem een andere impuls geven, dan kan hij honderden jaren daarmee bezig blijven. Als je tegen zo’n natuurgeest zegt “Laat dit molentje draaien,” dan blijft dat draaien. En als iemand niet zegt “stop”, dan draait hij honderd jaar later waarschijnlijk nog. Overdreven? Maar zo is het toch.

Wij zouden dus eigenlijk moeten weten hoe de mens verbindingen bewust tot stand kan brengen. Verbindingen door het brengen van bepaalde stoffen in de bodem, door het gebruikmaken van behaalde isotopen in samenstellingen, die voor dergelijke entiteiten aantrekkelijk zijn en energie voor hen leveren. En als wij dat hebben gedaan, zouden wij moeten geloven in de entiteiten en hun een taak moeten toedenken: Wij zouden ons daarop moeten concentreren en dat een tijdlang moeten herhalen. Daarmee veranderen wij dan de invloed in de natuur. Wij veranderen een natuurlijk evenwicht. De gehele ecologie, dus de samenhang van plantengroei, van dierenleven en al wat erbij te pas komt, verandert mee. En dan heeft men een methode gevonden van milieubeheersing en milieu‑aanpassing. Ik neem aan dat het nog weleens zover komt.

Natuurlijk zijn er ook andere entiteiten die van deze gelegenheden gebruik kunnen maken. Maar het nare hiervan is nu weer dat een natuurgeest meestal anders is ingesteld dan geesten die ook via de astrale wereld proberen de aarde te bereiken. Als zij uit een lichte sfeer komen, hebben zij meestal wel een bron van energie achter zich staan. Zij zijn niet zo volkomen gebonden aan stoffelijke verschijnselen. Maar een geest die uit het duister komt is dat wel weer.

Nu heeft u misschien wel gehoord dat de meeste spooklegenden zich afspelen in de buurt van moerassen. Er zijn altijd in die omgeving plassen, sloten met, moerasgas. Moerasgas is van een speciale samenstelling en deze blijkt voor zekere entiteiten energie te bevatten. Geesten, die behoren tot de dichtst bij liggende duistere werelden, kunnen daarvan gebruik maken om ook de mensen te benaderen. Zij staan eigenlijk veel dichter bij de mens dan een natuurgeest; hier is een overeenkomst van denken. Die gelijkheid van denken zal de mogelijkheid inhouden voor een dergelijke entiteit om de vervulling van een verlangen af te dwingen van de mens. Hij kan stimuleren, hij kan suggereren en hij kan in vele gevallen ook de energie van de mens die op hem is afgestemd, blijven aftappen. En dat geeft ons weer een ander punt.

Deze verbindingen kunnen aansprakelijk zijn voor uitbarstingen van onredelijke genotzucht: Dat de mens genotzuchtig is, is normaal. Elke mens hunkert ergens naar een beetje bevrediging op welk terrein dan ook. Maar dat je dat opeens onbeheerst gaat doen tegen je hele wezen, tegen je normale denken en leven in, is niet erg natuurlijk.

Moerasgeesten zullen ook weer het best kunnen reageren in een omgeving waar niet te veel mensen bij elkaar zijn. In theorie zou je kunnen zeggen: Als het verversingskanaal voldoende moerasgas afgeeft, kan half Den Haag door dergelijke geesten worden geregeerd. Maar dan moet je eerst heel Den Haag afstemmen en dan kun je half Den Haag regeren. Maar als je nu te maken hebt met een klein boerenplaatsje. Zo’n 20 à 30 mensen misschien, die ook nog verspreid wonen, wat dan? Die mensen laten zich waarschijnlijk gemakkelijker beïnvloeden. En een geest, die zekere dingen wil volbrengen, kan ook veel gemakkelijker suggereren. Waarom denkt u, zou er juist in kleine afgelegen gemeenschappen zo vaak van die krankzinnige wreedheden worden begaan: Denkt u maar eens aan mensen die uit godsdienstige overtuiging, kinderen hebben doodgeslagen of geofferd; mensen, die om soortgelijke redenen erop los zijn gegaan en eenvoudig hebben geprobeerd een ander te stenigen; die enorme wreedheden hebben gepleegd; die dierenoffers brengen e.d. En dat is heus niet alleen op de Luneburger Heide. Er zijn hier in de omgeving ook wel van die plaatsen. Je hoeft daarvoor heus niet eens zover te gaan, misschien de kant van de Alblasserwaard uit waar dergelijke dingen kunnen voorkomen. Toch zijn de mensen die dat doen op zichzelf helemaal niet zo wreed. Ze zijn helemaal niet zo haatdragend.

Ga je kijken wat er aan de hand is, dan zal je zien: in de buurt zijn bepaalde vennen of watertjes. In de Alblasserwaard zijn het kleine niet voldoende uitgebaggerde stroompjes meestal tussen de weilanden. Op de Luneburger Heide blijkt het stilstaand water te zijn, waarin moerasgas zich kan ontwikkelen. Als men die samenhang ziet, zal men toch moeten toegeven: ook hier bestaat de een of andere relatie. Indien dat altijd in een dergelijke omgeving plaatsvindt, dan moeten wij toch wel aannemen dat hier een relatie bestaat tussen de omgeving, het optreden van moerasgas en de bij vlagen onredelijke reacties van de mens. Doen we dat, dan zouden we tot de conclusie moeten komen: hier bestaan dus verbindingen met een astrale wereld, waarin mensen en duistere figuren uit de geest tot uitbarsting kunnen komen en mensen kunnen beïnvloeden. En als dat ten kwade bestaat, dan bestaat het ook ten goede, dat is ook duidelijk.

Nu kom ik aan het laatste deel van dit betoog. Ik moet u weer meenemen naar iets wat misschien fabelachtig lijkt.

Er bestond vroeger een overlevering dat er over de gehele wereld bergen en grotten zijn waar een mens kan gaan rusten en met geheel nieuwe gedachten en nieuwe denkbeelden kan wakker worden. Men zegt: dat zijn inwijdingsplaatsen. Als u een vergelijking wilt hebben: sommige mensen geloven dat van de grote Pyramide van Cheops. Is dat nu alleen maar fantasie? Neen. Als wij gaan kijken, dan blijkt dat bij al die plaatsen waarvan men dit beweert, voorkomen: kalksteen en leisteen met zure aarde. Daar zijn stukken werkelijk zure grond. Er is leisteen in de berg aanwezig en veel kalksteen. Een combinatie die men niet overal vindt, maar die toch in vele geologische formaties pleegt voor te komen. Kijken wij verder naar de plaatsbepaling: zij is over het algemeen tamelijk ver van verbindingswegen gelegen, soms ligt zij ook behoorlijk hoog. Dat zou erop wijzen dat hier de invloeden zuiver blijven, dat zij niet door gedachten van alle kanten kunnen worden verstoord of beïnvloed.

Zouden hoge krachten of geesten die de inwijding brengen werkelijk aan zo’n plaats gebonden zijn? Onder omstandigheden is het denkbaar, maar in het merendeel van de gevallen zou ik zeggen: inwijding kan ook zonder dat geschieden: Alleen, hier is de inwijding gemakkelijker. Hier kan men beelden in de materie projecteren, die men eerst in de astrale wereld heeft gevormd. De kracht die in zo’n plaats ligt (en dat is weer een kwestie van een chemische reactiemogelijkheid, een soort uitwaseming) maakt het dus mogelijk de astraal gevormde beelden direct als een realiteit voor de mens te projecteren. Bij een normale inwijding moet je uitgaan van de eigen denkwereld van de mens. Hier heb je de kans je eigen weten, je eigen denken aan de mens voor te zetten op een wijze, waardoor hij deze kan absorberen en niet alleen maar op zijn eigen referentiebegrip (zijn onderbewustzijn) is aangewezen.

Dat dergelijke plaatsen op de wereld bestaan, werd tot in de 19e eeuw nog overal geloofd. Tegenwoordig geloven vele mensen nergens meer in en anderen geloven weer alles; beide opvattingen zijn natuurlijk niet goed.

Zouden die plaatsen dan ineens verdwenen zijn? Wel neen. Het blijkt steeds weer dat mensen, die in een bepaalde omgeving zijn, daardoor sterk worden beïnvloed. In de laatste tijd is gebleken dat er een sterke beïnvloeding plaatsvindt in bepaalde woestijngebieden van Nevada. Mensen, die daar gaan kamperen of jagen, komen vaak na een verblijf van 10 à 14 dagen helemaal veranderd terug. Het is goed dat Nixon daar niets van weet, anders zou hij het onmiddellijk verbieden: Die mentaliteitsverandering zou hij niet prettig vinden.

Soortgelijke verhalen horen wij op het ogenblik o.a. uit de ‘buurt van Pesjawar (India) waar mannen uit de bergen komen die daar heel nieuwe ideeën hebben opgedaan. Hoe? Waarin? Niemand weet het. Maar zij hebben ze. Ik geloof dat dat op andere plaatsen van de wereld precies hetzelfde zal zijn. Er zullen meer plaatsen zijn waar die activiteit plaatsvindt. De mens kan worden geconfronteerd met een voor hem afwijkende gedachtewereld, indien de hogere geest de beschikking heeft over een plaats die een zodanige verdichting en intensifiëring van de astrale vormen en werkingen mogelijk maakt dat hierdoor de mens in een werkelijkheid kan worden geplaatst die voor hem aanvaardbaar is, maar die toch sterk kan afwijken van hetgeen er in zijn voorstellingswereld leeft. Op die manier vinden er zelfs nog inwijdingsprocessen plaats in deze dagen. Het zijn er niet veel, maar het gebeurt. Daaruit komen wij dan tot de eindconclusie:

Er zijn door de structuur van de wereld en de chemische samenstellingen en reacties op de wereld zeer veel plaatsen die aan entiteiten met een bepaalde kwaliteit en instelling de mogelijkheid geven zich scherp en meer kenbaar in de wereld van de mensen te uiten. Zou de mens het contact vooral met de natuurkrachten op deze wijze bewust leren hanteren, dan zou hij zich hierdoor veel ellende en moeite kunnen besparen.

Daarnaast zou hij echter moeten leren dat ook overgeganen gebruik maken van dergelijke krachten. Door het mijden hiervan of het stellen van bijzonder sterke gedachten in een dergelijke wereld is het mogelijk te voorkomen dat slechte entiteiten (vanuit de mens gezien) de mens tot voor hem slechte daden brengen. Zelfs zou het mogelijk zijn om door gebruik te maken van deze inwijdingsmogelijkheden zeer vele mensen een hoger besef te geven, indien men zou kunnen leren ‑ en dat is de grote moeilijkheid ‑ om dergelijke plaatsen inderdaad te blijven beschouwen als oorden van eenzaamheid en stilte, die alleen bestemd zijn om daar te rusten, zich te ontspannen en zo nieuwe begrippen te ontvangen.

Er zijn vele verbindingen tussen andere werelden en uw wereld. Ik heb enkele van de voor deze wereld op het ogenblik belangrijke belicht. Ik hoop, dat het bijdraagt tot uw inzicht in de geheimen en achtergronden van de aardse natuur.

Dreiging

Degene die op dit moment de wereldsituatie ontleedt, zal ontdekken dat er vele dreigingen zijn. Vele van deze dreigingen zijn hoofdzakelijk van economisch‑sociale aard. Ook in uw eigen land zijn situaties ontstaan, waardoor het explosiegevaar op de arbeidsmarkt bv. tamelijk groot is geworden. Als we de situatie proberen te ontleden, komen wij tot de volgende conclusies:

Men heeft in de zgn. rijkere landen ernaar gestreefd om een zgn. full‑employment politiek te voeren. Dit betekent dat er voor iedereen en bij voortduring een werkplaats is. Dit heeft een proces van industrialisatie op gang gebracht, waardoor het aantal werkplaatsen sneller toeneemt dan het vermogen en de wil van de mens om die werkplaatsen te bezetten. Dit blijkt ook uit het aanwezig zijn in dergelijke landen van vele zgn. gastarbeiders uit landen die minder ver geïndustrialiseerd zijn.

De zgn. overspannen arbeidsmarkt die de producenten hierdoor zelf tot stand hebben gebracht, betekent dat zij zeer kwetsbaar zijn geworden voor de eisen van hun werknemers, en dat deze werknemers daardoor in staat zijn steeds hogere beloningen te vragen. Maar het vragen van hogere lonen betekent voor de producent dat zijn product duurder wordt en hij is dus geneigd dit door te berekenen. De situatie ligt nu in vele landen zo dat men een kostprijs heeft gekregen die zo hoog is dat men niet meer kan concurreren op de wereldmarkt.

Het denkbeeld, dat de een recht heeft om meer te zijn dan een ander bestaat niet meer. Men gaat meer en meer uit van de vraag, of de een meer presteert dan de ander. En prestatie, kunde, kennis en het dragen van verantwoordelijkheid zijn de enige maatstaven die men geneigd is nog aan te leggen, als men de belangrijkheid van een ander tegenover zichzelf wil beoordelen. En ook hierdoor zijn de conflicten legio.

Er zijn mensen, die een politicus als een parasiet beschouwen, maar zij zijn niet in staat met een alternatief te komen, waardoor het bestuur verder kan functioneren. En deze conflicten zullen eveneens chaos veroorzaken. Het lijkt erop alsof de gehele wereld een wonderlijke chaos aan het worden is. De mensen, die dat echter zeer pessimistisch bekijken, zal ik op enkele punten willen wijzen:

In de eerste plaats; Juist door de grote pressie, die van onderaf op alle bestuur en alle hogere standen wordt uitgeoefend, zullen de werkelijke levensbehoeften binnen aller bereik blijven: Het is onmogelijk om het levenspeil te ver naar beneden te drukken.

In de tweede plaats; Juist als er een zeer grote druk wordt ontwikkeld in de maatschappij zal er sprake zijn van een verbetering van de productiviteit. En ofschoon de gedragsnormen misschien voor enkele jaren wat in de war zullen zijn, zullen de gedragingen terugkeren tot een maatschappelijk en ook ethisch aanvaardbaar peil. De verandering in vormen is daarbij niet zo belangrijk, zolang er een formaliteit blijft bestaan waarin de gemeenschap kan voortleven. De uitdrukking voor een gemeenschap is nu eenmaal het formalisme waarin de leden van die gemeenschap tot een gezamenlijke eenheid van werken en streven kunnen komen. Deze dingen komen meer op de voorgrond en krijgen een bijzonder grote nadruk.

Een ander punt dat interessant is en ook verheugend is wel dat verschillende kerken een grote klap krijgen in deze tijd. Het is beter dat de mens leert zijn ideaal te scheiden van de vormen, die daaraan verbonden zijn.

Ik geloof dat de Nederlander niet zozeer naar “Prinsjesdag” moet verlangen, maar dat hij zich verduveld goed moet afvragen, wat er nu eigenlijk in de Troonrede staat. Zo geloof ik dat men in een kerk niet moet kijken naar de eisen die door de heersers van die kerk worden gesteld, maar naar hun gedragingen. Als zij tevredenheid prediken, dan kunnen zij dat doen, als zij arm zijn. Zolang zij rijk zijn moeten zij daarvan afblijven, want een rijke kan tevredenheid prediken tegen een arme, zonder dat het enig werkelijke betekenis heeft. 0p deze manier zullen heel veel kerkgenootschappen en kerkelijke groeperingen onder vuur werden genomen

Iets dergelijks vinden wij op het ogenblik in de Moslimwereld waar eveneens bepaalde moskeeën en instellingen in verhouding zeer grote bezittingen hebben en grote kapitalen hanteren. Ook hier gaan de armen zich langzaam maar zeker afvragen, waarom zij voortdurend rente moeten betalen en bovendien nog voor elke godsdienstige plechtigheid iets moeten bijdragen, terwijl de kerk zelf hen in feite uitbuit. En ook hier zoekt men nu terug te komen tot de werkelijke leer van Mohammed als vrijstaande van het formalisme, dat door de imams wordt opgelegd.

Hetzelfde zien wij in India: ook hier is een paleisrevolutie aan de gang. Wij zien dat de boeddhisten ‑ zelfs als boeddhistische priesters en monniken ‑ aan het uitvallen zijn. Daar nemen partijen stelling tegenover elkaar en wordt het oude gezag en bezitsrecht dat ook vele kloosters in de boeddhistische sfeer bezitten (ondanks hun zgn. armoede) ontkend. Het schijnt overigens op de wereld veel voor te komen. U weet dat de kloosters van de katholieken arm zijn, want degenen die daar wonen hebben een gelofte van armoede afgelegd. Het blijkt echter dat hun bezittingen zodanig groot zijn dat zij daarvan een paar duizend mensen zouden kunnen onderhouden, indien het nodig was. Maar ja, dat gaat weg in gebeden en missies.

De conflicten die ook daar ontstaan betekenen niet een feitelijke ontkerstening of een afwijken van godsdienstigheid, Het betekent een nieuw ontwaken van geestelijk besef onafhankelijk van het formalisme dat in de kerken bestaat. En ook dit is een grote vooruitgang!

Er is heel veel veranderd en wij zitten eigenlijk weer een beetje in een crisissfeer. Die crisis zal echter niet kunnen doorzetten, omdat de mensen zelf nu actief worden. Niet in een onderdanigheid tegenover hen die het beter weten, maar met een enorme pressie op eenieder die iets zou kunnen doen. Daardoor zal de wereld in de komende paar jaren grote stappen voorwaarts gaan zowel in de aanpassing van de economische noodzaken en behoeften als ook in het vinden van een nieuwe sociale samenwerking.

Jupiter tonans

Vroeger dacht men dat Jupiter met de bliksem in de hand over de wolken dwaalde om stervelingen te verpletteren. Soms met hetzelfde wapen in de hand afdaalde om de een of ander verschrikte volgeling van bepaalde fouten te beschuldigen of hem ‑ in dezelfde verschrikkelijke vorm ‑ te belonen.

De krachten van de natuur hebben vorm en gestalte gekregen in het menselijk geloof. Wie de oude mythologieën nagaat, vindt overal de natuurverschijnselen terug in een vergoddelijkte vorm. Het lijkt misschien of de mensen daarbij dwaas en onwetend zijn geweest. Maar waarom zou men geen persoonlijkheid toekennen aan een verschijnsel dat zo ontzagwekkend is als donder en bliksem eens zijn geweest? Ook in deze tijd zijn er nog bepaalde verschijnselen waaraan wij een vorm zouden kunnen toekennen.

Als je ziet wat luchtverontreiniging betekent, dan zou je daarvoor een naam kunnen vinden: Je zou een naam kunnen vinden voor de mentaliteit die de Rijn tot het grootste riool van Europa maakt. Waarom zou je die krachten geen naam geven? Went als je aan iets een naam geeft, dan geef je het gestalte. En iets wat gestalte heeft, wordt vatbaar; daarop kun je invloed uitoefenen. Toen de mens in de oudheid namen gaf aan de natuurverschijnselen, gaf hij daarmee niet alleen maar zijn God een gestalte. Neen, hij maakte ook het natuurverschijnsel voor zichzelf hanteerbaar. Nu moge het zijn dat de bliksemafleider pas door Franklin is uitgevonden en niet door de een of andere vroege Romein, maar tegen de toorn van Jupiter wist men zich wel degelijk te beschermen. Zo kan men zich tegenwoordig beschermen tegen optredende verschijnselen, indien men bereid is ze als een geheel te beschouwen. De grote fout van de mens is altijd geweest dat hij versnipperde en alleen het onbegrepene, het onbegrijpelijke gaf hij een naam

Als daar het licht flitste door de zwarte wolken en het somber gerommel aankondigde dat er nog meer geweld in de wolken school, dan sprak men van Jupiter tonans: de God, die zou neerdalen en op de mensen zijn wraak uitoefenen.

Waarom zouden wij niet een dergelijke godheid scheppen? Een godheid, die je kunt hanteren. Want de eenheid die het gehele natuurverschijnsel daardoor creëert, maakt het mogelijk het gedrag ertegen beter te bepalen.

Als u spreekt over luchtverontreiniging als een kwestie behorend tot afzonderlijke fabrieken, afzonderlijke voertuigen, afzonderlijke mensen, afzonderlijke staten, dan komt u nooit verder. Maar indien u er een naam aan durft geven, indien u er een soort godheid van durft maken en die durft bestrijden, dan bestrijdt u iets wat direct leeft in de mentaliteit van de mens, dan kunt u de mens zelf beïnvloeden. Geloof niet dat ooit maatregelen ‑ welke dan ook, lucht‑ en waterverontreiniging kunnen voorkomen. Neen, dat kan alleen een verandering van mentaliteit! Maar die mentaliteit kun je niet veranderen, indien je niet eerst een gestalte opbouwt, waar de mens iets in kan zien. Een gestalte, die zich voor hem manifesteert in vele verschijnselen. Dan kun je die god misschien aan één kant vereren en aanbidden, maar aan de andere kant zal je hem vrezen. En als je hem vreest, zal je hem bestrijden.

De magie van de primitieven waarmede zij hun goden bestreden was soms waanzin en dwaasheid ‑ ik weet het. Maar anderzijds waren er vele maatregelen bij die heel verstandig waren, zoals bv. het voorschrift dat een lange tijd in Rome gold. Als Jupiter donderde in de wolken, dan moesten de soldaten hun lansen met de punt naar de aarde dragen en wat anders nooit werd toegestaan, ook de adelaars van de legioenen werden naar beneden gericht gedragen. Dit is in feite het vermijden van uitstekende punten, waarop de bliksem zou kunnen inslaan.

Zo bestonden er ook bepaalde verboden. Men mocht onder sommige bomen niet, onder andere wel schuilen. Dat hing allemaal samen met de woede van Jupiter. De mens die zich daaraan hield kon inderdaad vele gevaren vermijden.

Ik geloof dat je op dezelfde manier aan de mensen van vandaag duidelijk kunt maken, hoe ook zij hun “goden” hebben. Goden die zij misschien zelf hebben geschapen zoals eens de Romeinen, de Grieken en de Egyptenaren hebben gedaan. Dingen waarvan je niet precies weet wat en hoe zij zijn, maar die je moet zien als een totaliteit, omdat je alleen tegenover die totaliteit je houding kunt bepalen, niet tegenover de détails afzonderlijk.

En als wij op deze wijze zien dat Jupiter kan worden geketend door een bliksemafleider, dan zullen wij op een soortgelijke manier zien dat een bepaald zuiveringsproces de god van verontreiniging kan terugdrijven. Je kunt het misschien niet uitroeien, want goden roei je niet uit, maar je kunt wel degelijk die goden beteugelen,

In Tibet bestaat een dergelijke gewoonte. Daar zijn ook goden van donder en hagel; boze geesten die de mens aanvallen en die voortdurend proberen zijn oogst te vernietigen. De Lama’s brengen dan met magische riten zo’n geest in gevangenschap. Hij wordt in een kooi opgesloten middels een bijzondere geestenval. En wanneer hij eenmaal in de kooi zit, dan zal men hem zo nu en dan raadplegen. Men zal hem zelfs de mogelijkheid geven bepaalde bevelen uit te sturen, maar men controleert hem. Bij de plechtigheden van elk jaar, tot zelfs het ogenblik waarop het medium de stem van de god vertolkt (wat ook elk jaar placht voor te komen), blijkt, dat door de formule, de aanpassing van de mens aan het klimaat aanmerkelijk gemakkelijker wordt gemaakt, zoals de vergoddelijking van de Nijl en bepaalde verschijnselen het voor de Egyptenaren veel gemakkelijker maakten zich aan de veranderingen van de waterloop, de watertoevoer, de droogte en dergelijke aan te passen met hun landbouw en daardoor juist dit land een grotere vruchtbaarheid gaf.

Goden maken het mogelijk een verschijnsel als een geheel, als een persoonlijkheid te zien. Een mens kan met persoonlijkheden onderhandelen, nooit met in feite abstracte massa’s. Zelfs voor u geldt dit.

Indien u in uw leven te maken heeft met veie détails die ergens samenhangen, probeer ze te zien als één geheel. Reageer niet meer per détail, reageer op het geheel en bepaal daartegenover uw houding. U zult zien dat u hierdoor de mogelijkheid krijgt het geheel te bedwingen en te beteugelen, dat u op deze manier bepaalde overeenkomsten kunt sluiten met dit geheel. Dat kunt u met de détails niet.

Ik heb dit onderwierp Jupiter tonans genoemd. Dit heb ik gedaan, omdat de oude donderende en bliksem‑zwaaiende Jupiter een lange tijd het symbool is geweest, niet alleen van de donder maar ook van een hemelheerschappij, van een kracht waaraan al het andere onderworpen was. De kracht die je moest bedwingen, die je moest richten, die je moest aanroepen en daardoor kon je de rest vanzelf baas.

Mijn voorstel is dat de mensen van vandaag op gelijke wijze hun problemen zullen bezien. Niet afvallen van detail tot detail, niet met een enorm perfectionisme voortdurend bezig zijn met kleinigheden, maar het geheel zien. En dan in grove lijnen en desnoods bijgelovig op dat geheel reageren, want daarmee krijgt u de resultaten die u nodig heeft. Daarmee krijgt u de ervaring die u nodig heeft. Daarmee leert u beheersen wat anders onbeheersbaar zal blijven.

Telepathie

Ik denk. Mijn gedachten vormen beelden en andere herontstaan.

Een ander denkt. En in mijn gedachten vormen zich de beelden, vormen zich de woorden, totdat het mij is, alsof ik spreek met mijzelf en toch weet: dit is een ander.

Stemmen die in je spreken, krachten die in je spreken. Geesten die zich plotseling openbaren. Mensen die ver weg zijn en die je toch opeens nabij voelt. Als je gevoelig bent voor deze dingen, dan wordt langzaam maar zeker de grens van tijd en ruimte verbroken. Dan komt de mogelijkheid om over gehele werelden en gehele tijdperken elkaar te ontmoeten, want de mens is eeuwig en alle krachten die mens hebben geheten of zullen heten, zijn eeuwig. En al deze krachten kunnen elkaar ontmoeten in die ene werkelijkheid die je misschien de Grote Mensheid mag noemen. De telepathie is een verschijnsel dat niet van mens tot mens alleen in deze wereld geldt, dat niet alleen beperkt is in afstand of aan bepaalde tijdsverloop is gebonden. Het is de ontvankelijkheid voor een totaliteit die buiten het menselijk besef bestaat en waarin de menselijke gedachte haar uitdrukking kan vinden.

Als je op deze manier met elkaar verbinding zoekt, als je op deze manier elkaar ‑ of je nu leeft in deze wereld of in een andere – leert ontmoeten, dan is het mogelijk niet alleen te voorzien wat er in je eigen wereld zal gebeuren of wat gebeurd is of wat noodzakelijk is, maar dan is het vooral mogelijk de ander te begrijpen, om door te dringen tot de nieuwe werkelijkheid, waarin je met elkaar een geheel vormt, waarin geen scheidslijn meer is te trekken en te zeggen “dit is de ander en dit ben ik”, maar te zeggen: “wij zijn tezamen in deze gedachte, in dit beeld, in dit besef.” Uit dit totale besef kun je in tijd en in ruimte leren reageren volgens kosmische waarden.

De gevoeligheid van de mens, die hij al te zeer heeft verwaarloosd, zal weer ontwaken indien hij tracht deze dingen te vinden. Hij moet niet verwachten dat klare heldere stemmen woord voor woord duidelijk uitspreken. Het is een vage opwelling, een plotseling anders zien van beelden, een fragment van kleuren misschien of een ogenblik van contact dat half droom half werkelijkheid is. Deze dingen zijn het begin.

Hit begin van de versmelting, waardoor een gedeeld besef de grenzen van taal en persoonlijkheid ongedaan maakt, waardoor de kosmische eenheid die bestaat buiten alle voorstelbaarheid van de mens kan doordringen in het menselijk bestaan, waarin de grenzen tussen geest en mens kunnen wegvallen en de sferen één kunnen zijn in het aardse leven van de mens en omgekeerd.

Telepathie is het begin van de oneindigheid die je in jezelf ontdekt, indien je de grenzen van je schijnbare persoonlijkheid leert overschrijden.