Verdraagzaamheid

20 mei 1975

Voor de meeste mensen is verdraagzaamheid een zeer moeilijk begrip. De opvattingen liggen zo ongeveer tussen het deurmat-type – eenieder mag over mij lopen – tot het: alleen mijn eigen groep moet ik verdraagzaam benaderen. De rest gaat mij toch niet aan. Daarom wil ik allereerst duidelijk maken wat wij onder verdraagzaamheid verstaan. Iemand die verdraagzaam is, zal aanvaarden dat men anders leeft, denkt en doet dan hijzelf. Iemand die verdraagzaam is, zal altijd toestaan, dat eenieder zijn eigen wegen gaat, zolang men maar niet anderen tracht te dwingen tegen wil en dank diezelfde weg te gaan. Iemand die verdraagzaam is, verdedigt zichzelf en ook anderen tegen onrecht. Maar hij zal alleen een directe aantasting van de geestelijke of lichamelijke vrijheid van zichzelf of anderen als werkelijk onrecht beschouwen. Iemand die verdraagzaam is, voelt zich vaak geroepen om anderen te helpen, maar zal dit alleen werkelijk doen, wanneer duidelijk is, dat de ander dit ook werkelijk wenst. Wat een van de moeilijkste punten in deze wereld is. Want er zijn heel wat mensen die voortdurend bezig zijn anderen te helpen, die op deze wijze liever niet geholpen zouden worden, maar die zichzelf niet kunnen helpen en daarom de hulp wel moeten aanvaarden.

Onze benadering van het begrip verdraagzaamheid is gebaseerd op onze visie op de kosmos. Wat pretentieus klinkt, maar dit in wezen niet is. Wij aanvaarden dat wij allen deel zijn van één geheel, omdat alles wat wij doormaken en leren in die richting wijst. Wij behoren volgens ons denken tot één geheel. Wij menen daarom, dat alles, zonder uitzonderingen, wat binnen dit geheel bestaat, ook voor deze totaliteit waardevol zal zijn. Wie ben ik dan, dat ik uit zal maken, wat goed en waardevol moet zijn voor een ander? Wij geloven in grote meesters natuurlijk en erkennen hun kracht en wijsheid.

Wanneer wij spreken over Jezus, dan doen wij dit werkelijk met het grootste respect en zelfs voor het christendom voelen wij zeer veel, zij het dat wij meer voelen voor de theorie ervan dan voor de huidige praxis. Maar evenveel voelen wij voor en respecteren wij de islam in zijn goede verschijningsvorm, ook het hindoeïsme, het boeddhisme, zen enz. Want wij geloven dat de waarheid, zelfs op de wereld, reeds zo omvangrijk en omvattend is, dat je haar niet in een enkele religieuze stelling kunt samenvatten.

Zoals wij ook menen dat God zo alomvattend is dat er geen enkel geloof is dat precies kan vertellen, wat die God is, wel wil en niet wil. Wij menen dat al die waarheden tezamen een deel zijn van een grotere waarheid. Maar wij gaan nog verder dan dit. Want wij vragen ons ook in ander opzicht voortdurend af, waarom wij verschil tussen in wezen gelijksoortige en alleen uiterlijk verschillende zaken zouden maken. Waarom zouden wij bv. verschil maken tussen communisme en kapitalisme? Wat is het verschil anders dan een tegenstelling tussen staatskapitalisme en gewoon particulier kapitalisme? In beide gevallen staat de sterkste aan het roer en maakt van zijn macht en mogelijkheden gebruik om anderen te binden in zijn opvattingen van recht, verdienste enz. Dat de één pretendeert daartoe gekozen te zijn, terwijl de ander beweert deze positie uit eigen krachten bereikt te hebben, zal in de praktijk toch wel niets uitmaken. We menen dat je ook op staatkundig en politiek terrein geen voor eenieder juiste weg kunt vinden en zijn ervan overtuigd, dat elke gemeenschap in onderling samengaan die wijze van leven en desnoods dat systeem moet vinden dat voor die groep het beste functioneert.

Zo heeft volgens ons niemand zonder meer het recht anderen te zeggen, dat hun systeem verkeerd is. Eenieder heeft recht op een zoeken naar die maatschappelijke verhoudingen, die het beste passen bij zijn kwaliteiten, eigenschappen, inzichten.

De verdraagzaamheid gaat overigens nog wel wat verder dan dergelijke in feite voornamelijk stoffelijke zaken. Want wij worden – en u zult dit in de geest later kunnen ervaren – geconfronteerd met vele verschillende sferen. Er zijn er daarbij die volgens ons besef licht zijn, anderen zijn voor ons duister. Maar kunnen wij nu met kosmische zekerheid stellen dat onze sfeer en ons wezen beter is dan iets anders, dat voor ons duister is? Moeten wij aannemen, dat wij minder goed zijn dan iemand anders die leeft in een wereld die ons zeer lichtend is? Wij weten het eenvoudig niet. Wij kunnen slechts stellen, dat wij elke wereld willen aanvaarden, zoals deze is en willen trachten eenieder in elke wereld te helpen volgens zijn eigen begeren en waarden. Wij zullen proberen iedereen, die van de ene sfeer naar de andere wil gaan, bij zijn pogingen te ondersteunen, zover ons dit maar mogelijk is.

Geen veroordeling dus, zelfs geen beoordeling op andere dan persoonlijke basis. Want het enige oordeel, dat wij althans enigszins terecht kunnen geven, betreft ons eigen wezen handelen en denken. Wanneer wij ons voegen bij grotere groepen, zoals onze Orde zich bv. heeft ingevoegd in de Witte Broederschap, dan betekent dit zeker niet een algehele afhankelijkheid of gehoorzaamheid zonder meer. Wij zullen nog steeds uitmaken welke taken wij menen te kunnen en te mogen vervullen.

Er zijn dingen waarmee wij het niet geheel eens kunnen zijn. Wij aanvaarden dat de Witte Broederschap dergelijke besluiten neemt, maar zullen aan het uitvoeren daarvan dan niet meewerken. Zouden er daardoor slachtoffers vallen, dan zullen wij proberen daaraan iets te doen. Zelfs in een samenwerking menen wij onszelf te moeten zijn. Want voor ons is de kosmos één geheel, zodat er geen werkelijk verschil is tussen ons en anderen, ook niet tussen een engel bv. en één van ons. Want zelfs dan heb je te maken met twee wezens die behoren tot dezelfde schepping, die leven uit dezelfde kracht en die, wanneer het erop aankomt, in hun leven beperkt worden door hetzelfde bewustzijn van de onbekende macht die wij Schepper noemen. Waarom zou je dus een engel voortrekken bij een mens, de ene mens bij de andere enz.? Wij kunnen alleen het beste dat wij in onszelf beseffen waarmaken op de voor ons best begrijpelijke wijze. En daarmede basta.

Voor vele andere groepen in de geest en zelfs voor sommige mensen in de stof is de orde in haar beschouwingen vaak wat te zeer aan de nuchtere kant. Wij houden er niet van om de essentiële zaken te verhullen in mooie maar onduidelijke woorden. 0, u zult ook bij ons personen aantreffen, die kiezen voor een retorische benadering en eerst gelukkig zijn wanneer zij alles met de juiste galm en de juiste kunstpauzes naar voren kunnen brengen. Maar dit is hun persoonlijke keuze. Zelfs tot hen zeggen wij als groep steeds weer: wanneer je ons wilt vertegenwoordigen met je woorden, zal je een benadering moeten kiezen, die past bij de mensen of de sfeer waarmee je contact maakt. Wanneer ik met een mens spreek, zo meen ik vooral redelijk te moeten spreken. Want voor een mens is de rede de maatstaf van zijn erkennen. De gehele opbouw van zijn leven en bewustzijn is in de stof op redelijkheid gebaseerd.

De mens heeft zelfs een bepaald systeem van denken gevonden, een redeneersysteem dat hij logica noemt. Dat die logica op de keper beschouwd niet altijd klopt dat moeten wij op de koop toe nemen. Maar in onze benadering van de mens menen wij althans enigszins die logica te moeten hanteren. Een groot deel van het menselijk denken en leven berust op theorema’s, stellingen die niet geheel bewijsbaar zijn, ook wanneer zij schijnbaar feitelijk kunnen worden aangetoond. Wij zullen deze wijze van denken en werken van de mensen moeten aanvaarden en kunnen zo nodig onze eigen stellingen tegenover die van de mensen stellen.

Het voorgaande heeft volgens mij wel enkele consequenties voor allen die het verdraagzaam zijn nastreven. De eerste is de volgende. Een waarlijk verdraagzaam persoon leeft in harmonie met zichzelf en zijn eigen inzichten, zonder ooit een ander te willen meten met de maatstaven die hij voor zichzelf hanteert. Ten tweede: iemand die werkelijk verdraagzaam is, beseft voortdurend, dat bij niet alleen is en staat in de wereld. Daarom is hij steeds bereid een ander te helpen en altijd weer bereid met anderen tezamen iets te volbrengen. Maar in dit alles beschouwt hij steeds weer zichzelf en niet de ander als degene, die de beslissingen moet nemen en hij aanvaardt dan ook voor zich de volle verantwoordelijkheid voor alles, wat hij zelf of met anderen tot stand brengt.

Iemand die verdraagzaam is, zal natuurlijk geen doetje zijn. Zo iemand durft voor zijn rechten op te komen, hij durft ook van zich af te bijten. Hij durft zich te verdedigen, zodra hij wordt aangevallen en zal alle middelen willen gebruiken die noodzakelijk zijn om die verdediging doeltreffend te maken. Maar hij zal zelf nooit een ander aanvallen. Dit laatste is een criterium, dat u eens nader moet overdenken: je verdedigen om eigen bestaan en rechten te handhaven, of op verzoek van een ander diens rechten en bestaan te handhaven, valt zeker niet buiten de verdraagzaamheid. Alleen pogingen om anderen te onderdrukken, anderen een leefwijze of denkwijze op te dwingen, hen in een hoekje te dringen behoren bij de verdraagzaamheid niet thuis.

In deze benadering tot het leven zal je veel beleven. Ook voor ons in de sferen kan het bestaan juist door deze benadering van het bestaan soms avontuurlijk zijn. Zelfs onze onderlinge verhouding kent belevingen, die voor bewustwording van belang kunnen zijn. Want ik stel steeds weer, zoals al mijn broeders: niemand kan mij bevelen geven, maar eenieder kan en mag mij voorstellen iets te doen. Ik zal dan zelf wel beslissen wat mijn houding zal zijn.

Wij wijzen dus de hiërarchieke benadering van het bestaan, zoals die in vele andere groepen in de geest nog aanvaard wordt, af. Wij stellen: wanneer ik tijdelijk onder moet gaan of een mislukking kennen op mijn eigen wijze, is dit altijd nog beter dan te slagen door mijn persoonlijkheid prijs te geven en een succes te behalen op een wijze die niet bij mijn wezen past.

Je moet consequent zijn t.o.v. jezelf. Zelfs wanneer dit voert tot situaties die anderen een glimlach ontlokt. Bovendien is onze poging ons in de eerste plaats aan te passen bij degenen die wij proberen te helpen, wat soms vreemde gevolgen kan hebben.

Onze vriend Henri is vaak nogal druk met de afhaaldienst. Er was een dame overleden althans, zij beschouwde zichzelf als dame. Zij was lid van een groep die door onze Orde geleid wordt. Toch weigerde zij zeer beslist onze broeder Henri te volgen, want zij vond hem eenvoudig niet passen bij haar waardigheid en persoonlijkheid. Waarop Henri zich veranderde in een kruising tussen Adolphe Menjou en Rudolf Valentino – u kent deze figuren hopelijk wel – en haar als een volleerde ober voorging naar de plaats, waar een pas overgegane dient te rusten. En zo volgde zij hem wel en zelf gaarne, ofschoon zij zijn werkelijke gedaante had afgewezen, de uitbeelding van zijn vroegere stoffelijke gedaante dan.

Wanneer u in de sferen komt, zult u ook nog opkijken van de bekwaamheden die vele van onze broeders in de geest bezitten om andere vormen aan te nemen wanneer dit noodzakelijk lijkt. Het is een kwestie van gedachte-uitstralingen. Het leukste voor ons was in dit geval het volgende: Toen deze persoonlijkheid geestelijk gerust had en was wakker geworden met – zoals gebruikelijk – een grotere gevoeligheid voor geestelijke uitstralingen kwam Henri haar – in zijn oude stoffelijke gedaante – halen om haar verder in te leiden in onze wereld. Waarop de dame zijn uitstraling zag en sprak: Wat ben je mooi. Wat overigens volgens mij geen opmerking is voor een dame… Toch was het veelbelovend, want deze persoon was gewend alleen op uiterlijkheden te letten en nu reageerde zij na zeer korte tijd reeds op de werkelijke uitstraling van de persoon. Mogelijk zegt een dergelijk verhaal u weinig of niets, maar voor ons vormen dergelijke belevingen de specerij van ons streven en beleven.

Wat wij in de orde dan zoal doen? Eigenlijk te veel om op te noemen. Je werkt dan ook werkelijk hard, maar wel met erg veel plezier ook. Ik zal u enkele van onze recente taken opnoemen.

Het beïnvloeden van personen zodat zij de bevooroordeeldheid van eigen denken kunnen inzien. Lastig werk, want hoe meer een mens meent dat hij gelijk heeft, hoe moeilijker het is een opkomend besef van zijn eenzijdigheid te doen doordringen tot het in het bewustzijn, een werkelijke rol gaat spelen.

Inspireren van mensen, zodat zij zie juiste denkbeelden kunnen vinden, is ook al een niet altijd even gemakkelijke taak. Vele mensen staan in hun eigen denken feitelijk schaakmat, weten niet meer wat zij moeten beginnen. Zo iemand moet je dan tonen dat er toch nog een uitweg denkbaar is die voor zijn persoonlijkheid aanvaardbaar blijft en het hem gelijktijdig mogelijk maakt weer meer contact met de wereld buiten hem te verkrijgen. Overigens is dit leuk werk.

Maar nog leuker is voor ons vaak het inspireren van sprekers in het openbaar. Vaak zie je dat zo iemand wel een bepaalde mogelijkheid in zich draagt, maar dat hij niet in staat schijnt te zijn zijn gedachtegang bewust te voltooien. Vaak behoef je alleen maar een enkel spoor in de hersenen om te leggen om zo iemand in staat te stellen zijn werkelijke inhoud naar buiten te brengen en zo dingen te zeggen die voor vele van zijn toehoorders weer zeer belangrijk kunnen zijn, terwijl hij zich bovendien beter van eigen wezen en inhoud bewust wordt. Nog leuker, zelfs voor de persoon in kwestie naar ik meen, is het wanneer je een predikant te pakken krijgt en deze een ogenblik over kunt schakelen van zijn theologische pogingen om Bijbelteksten uit te leggen op het weergeven van zijn eigen meningen.

Niemand kan zijn toehoorders beter bereiken dan iemand die spreekt vanuit zijn hart, dat zult u weleens opgemerkt hebben. De innerlijkheid die in woorden meeklinkt, kan voor het contact met anderen van het grootste belang zijn. Op deze wijze beïnvloeden wij leraren en mensen niet slechts binnen het christendom maar over de gehele wereld. Onze pogingen om dergelijke mensen te doen afwijken van een gewoonte benadering en het eigen innerlijk wezen mee tot uiting te brengen, gaat dan ook vanaf medicijnmannen ergens bij nog haast onbekende stammen, tot pogingen mensen te benaderen van hoge rang die werken in de onmiddellijke omgeving van de paus. Die laatsten zijn overigens vaak moeilijk te benaderen. Zij maken op ons vaak de indruk van geestelijke mummies, die stoffelijk nog leven, maar verder verstard zijn.

Ook zijn er mensen op aarde, die een andere vorm van hulp van node hebben, bv. bij hun overgang. Er zijn mensen die je mogelijk kunt helpen door hen te genezen. Op zich is dit niet zo erg moeilijk, maar het wordt moeilijker wanneer je beseft dat je dergelijke hulp alleen terecht kunt geven wanneer je hen daarbij nog net de mogelijkheid laat bewust geheel zichzelf te blijven. Je moet niet iemand veranderen door de hulp die je hem geeft, maar je moet hem de middelen geven om verder zichzelf te zijn en, indien hij dit wenst, zichzelf te veranderen.

Dan is het klusjeswerk voor de broederschap er nog. Dat gaat van pogingen om luchtcirculaties op te wekken of te beheersen, tot het waarschuwen van gehele streken voor bepaalde gevaren die in de natuur dreigen. Verder bemannen wij voortdurend onze bemiddelingsposten. Dit is zoiets als een soort arbeidsbureau voor de geestelijke werkelozen. Er zijn nogal eens wat mensen, die uittreden in geestelijke angst of in moeilijkheden komen te verkeren omdat zij wel iets willen doen, iets goeds, maar niet meer weten hoe. Op de één of andere wijze zijn zij vastgelopen, wat vaak met grote angsten gepaard gaat. Onze broeders op deze posten vangen hen dan op en proberen hen duidelijk te maken dat er andere wegen mogelijk zijn, waarbij men iets gebruikt dat op post hypnotische suggestie lijkt. Je geeft hen een lading geestelijke krachten en harmonie, zodat zij zich verder geestelijk zullen kunnen ontplooien. Om dergelijke mensen iets te geven waaraan zij ook stoffelijk houvast hebben, geven wij hen vaak een andere naam. Die naam wordt gekozen in overeenstemming met de aard en wil tot ontwikkeling van de persoonlijkheid. Er zijn mensen, die je daarbij zoveel mogelijk een Bijbelse naam moet geven, anderen weer willen een zeer bijzonder naam hebben, die vaak gebaseerd is op de stoffelijke naam die zij reeds droegen. Maar dit geven van een nieuwe naam is slechts een poging om de verandering in geestelijke ontwikkeling die wij mogelijk hopen te maken, te doen doordringen tot het stoffelijk besef der betrokkenen.

Wij hebben dus een aantal posten in de sfeer, waar men voortdurend attent is op angsten bij en gevaren voor mensen in uitgetreden toestand. In vele gevallen kun je de hulp beperken tot het terugbrengen van de betrokken entiteit naar zijn lichaam. Maar in andere gevallen zal je iemand eerst vrij moeten maken van de angst, die hem achtervolgt, of los moeten maken van krachten die hem willen beïnvloeden. Een werkje, dat zeker nuttig is.

Ook in de sferen doen wij het nodige. Zo zijn er ploegen, die zich voornamelijk bezighouden met het gadeslaan van entiteiten in duisterder sferen. Is er iemand, die op hun uitstraling reageert, dan kunnen wij die vanuit zijn duistere wereld een sfeertje hoger brengen. Henri noemt deze ploegen wel eens zeer oneerbiedig de putjesscheppers.

Wat u mogelijk oneerbiedig in de oren klinkt, maar zeker geen verschil maakt in het werken, waaraan trouwens ook vriend Henri vaak deelneemt. En dit is zeker niet de gemakkelijkste taak, daar het werken in duisterder sferen altijd kracht vergt, alleen met inzet der gehele persoonlijkheid goed gedaan kan worden en een groot vermogen tot het begrijpen van anderen vereist.

Ook in zomerlandsferen vangen wij uittredende mensen vaak op en trachten hen te helpen aan wat lering en vooral ook vaak aan de nodige ontspanning. Dit laatste kan voor een mens van het grootste belang zijn. Mogelijk denkt u nu dat wij een soort zomerlandpretpark exploiteren, maar dat is niet waar.

Wanneer u uitgetreden bent, bent u vaak lichamelijke min of meer uitgeput. U hebt dan ook zelfs geestelijk vaak niet veel energie meer over. U zou zich in de sfeer van zomerland, zoals in alle lichtende sferen kunnen opladen. Maar een mens stelt zich voor die krachten van een sfeer meestal eerst open, wanneer hij sterk geïnteresseerd is in iets, of zich geheel ontspannen kan gevoelen.

Als dus iemand erg gespannen in zomerland aankomt, vangt vaak iemand van onze groep of sommige andere groepen deze op en wandelt met hem door de tuinen en bossen, brengt hem in contact met mensen die hij op aarde heeft gekend en die nu, al dan niet overgegaan, in de sfeer aanwezig zijn.

De persoon zal zich dan ontspannen en kracht opnemen, daar hij harmonisch wordt met de sfeer waarin hij vertoeft. En zelfs wanneer je in laagzomerland bent, betekent dit dat je grote energie kunt opnemen. De mens die daarna tot de stof terugkeert, zal deze energie voor een deel aan zijn stoffelijk voertuig kunnen overdragen en zal zich dan ook lichamelijk beter voelen. Bovenal draagt men dan een diepe zekerheid in zich, waardoor men het leven beter aankan en veelal ook met meer begrip en verdraagzamer op andere mensen zal kunnen reageren. Dit zijn enkele van onze meer geestelijke taken.

Daarnaast werken wij met een betrekkelijk groot aantal groepen in de stof. De laatste tijd hebben wij het aantal groepen, waarmede wij werken zelfs moeten uitbreiden. Ook daar probeer je als geest een soort weerkaatsing, van hetgeen wij geestelijk zijn en beseffen, op te bouwen in de materie.

Of dit een soort zendingswerk is? Ik dacht van niet. Wanneer u hier komt, is er niemand die u vertelt hoe u moet leven om werkelijk verdraagzaam te zijn. Het enige wat men u tracht duidelijk te maken, is steeds weer dat er vele verschillende gezichtspunten denkbaar zijn t.a.v. elk geval, zodat je niet een mens zonder meer kunt verwerpen en niet een bepaalde gedachte zonder meer als voor het geheel van de mensheid als enig juist kunt stellen.

In sommige van die groepen vindt men ons nogal progressief – een modewoord. Toch zijn wij niet zo vooruitstrevend in de stoffelijke zin van dit woord. Maar wij zijn ook niet behoudzuchtig of orthodox. Het enige wat wij proberen duidelijk te maken, is het feit dat harmonie belangrijk is voor alle leven en dat harmonie ook betekent dat je moet beginnen met alles te aanvaarden, wat er in je buurt is.

Het kan ons niet schelen of u volgens de bestaande normen juist leeft, dan wel met uw wijze van leven ingaat tegen alles wat grootmoeder heilig was.

Vreemd is overigens dat vroeger hartinfarcten het meest voorkwamen in verband met gezin en kinderen, maar nu meer schijnen voort te komen uit de problemen van het bedrijf e.d. Komen dergelijke mensen na enige infarcten bij ons terecht en willen zij zich beklagen, dan zeggen wij altijd weer: Mens, je had allereerst moeten leren het onvermijdelijke te aanvaarden en je had moeten streven volgens je eigen vermogen en niet volgens hetgeen je in de ogen van anderen wilt zijn. Dan had je veel minder last gehad. Maar ja, wie van hen gelooft dit onmiddellijk? Dat vergt meestal nogal wat tijd.

De gehele opbouw die wij in de stof trachten te bereiken, dus ook hier bij u, is gebaseerd op twee dingen: allereerst lering overdragen, zij het in betoogtrant dan wel in een gezellig babbeltje.

Daarnaast trachten wij, wanneer het mogelijk is, bepaalde geestelijke spanningen tijdens contacten te verhogen. Je kunt uitstralingen veroorzaken die door eenieder die daarmee harmonische is, geabsorbeerd kunnen worden. Dezen worden er dus rijker door. Vb. wie er niet harmonisch mee is, bemerkt niet eens dat die spanning bestaat. Je doet daarmede dus niemand geweld aan.

Verder werken wij nogal eens op het bereiken van afzonderlijke personen in de stof. Nu moet u niet denken dat wij veel zullen werken middels kruis en bord of zoiets. Maar wanneer mensen streven in de richting die wij als juist beschouwen, proberen wij hen te helpen. Wij kunnen hen natuurlijk alleen helpen, zolang zij harmonisch met ons blijven, zodat hun kracht en de onze resoneren.

Wanneer u dus bezig bent iets voor een ander te doen, zo kunnen wij u vaak helpen. Dan gaat het wat beter en zolang u niet gaat denken dat het nog veel beter zou moeten gaan of er genoeg van krijgt, kunt u van onze krachten profiteren. Maar zodra u gaat mopperen of de toestand zoals die is, niet meer kunt aanvaarden als uitgangspunt voor uw streven, kunnen wij u geen kracht meer geven.

Het is voor ons altijd weer een kwestie van werken met harmonieën. Niet alleen voor ingeschreven leden van de Orde overigens. Een groep kan natuurlijk in de stof maar draaien, wanneer er leden zijn. Soms vanwege de financiën, soms ook, omdat alleen zo een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid ontstaat die een vermindering van risico betekent. Maar geestelijk gezien is voor ons eenieder lid die de juiste instelling heeft.

Elke mens die verdraagzaam begint te leven, wordt met ons harmonisch. Daardoor voegt u iets van uw krachten bij de totale kracht waarmee wij werken en omgekeerd krijgt u dus ook meer van onze krachten wanneer dit voor u nodig is.

Dit geld ook in de geest, zelfs wanneer men na korte tijd mogelijk weer anders reageert en denkt en zo de bestaande harmonie verbreekt. Wij zeggen dan niet dat zo iemand niet meer bij ons behoort. Integendeel: alle ogenblikken dat zo iemand harmonisch is met ons, hoort hij er weer zonder voorbehoud bij.

Als ondertitel van verdraagzaamheid zoals wij die zien, zou u dan ook vrijheid kunnen schrijven. Vrijheid is volgens ons het vermogen om je eigen weg te kiezen. Dus niet het vermogen alles te doen en waar te maken wat je maar wilt. Maar het recht om te streven naar hetgeen je goed acht en de mogelijkheid om te kiezen voor alles wat je juist acht vanuit jezelf en dit met je eigen middelen na te streven. Toch is vrijheid zeker geen kwestie van “ik doe maar wat ik wil en dan is het wel in orde”. Vrijheid is in feite een beantwoorden aan de werkelijke harmonische waarden die je in je draagt.

Beter dan u beseffen wij dat alle mensen niet gelijk zijn in ontwikkeling en mogelijkheden. Elke mens behoort bv. tot een kosmische richting van ontwikkeling die wij straal plegen te noemen en waarin elke mens dus bepaalde, aan die ontwikkeling, eigen hoofdkwaliteiten zal hebben.

Die eigenschappen zijn in de persoonlijkheid ingegrift en maken deel uit van het geestelijke wezen. Bij incarnatie zal de geest zoeken naar een lichaam waarin die eigenschappen als mogelijkheid bestaan. Dit bepaalt de keuze van incarnatie.

Streven naar gelijkheid is dan ook strijdig met vrijheid zowel als met verdraagzaamheid. Niet alle mensen kunnen gelijk zijn, gelijkelijk denken en streven. Maar zij kunnen ongeacht die verschillen wel samenwerken, zij kunnen elkaar aanvullen.

In de sferen zien wij het als volgt: eigenschappen van verschillende aard geven grotere mogelijkheden. Voorbeeld: indien iemand zwak maar slim is en een ander sterk maar dom, kunnen zij door samenwerking bereiken, wat iemand die slim en sterk is, onder zijn mogelijkheden zal aantreffen.

Om een dergelijke eenheid met meer mogelijkheden te bereiken, zullen de mensen samen moeten werken. Niemand mag hen daartoe dwingen. Maar je moogt wel op de mogelijkheid wijzen en duidelijk maken, dat het waarlijk dom zou zijn om de bestaande mogelijkheid niet te gebruiken.

Wij menen echter dat een dergelijke samenwerking eerst werkelijk nut brengt, wanneer men t.a.v. elkaar verdraagzaam is en samenwerkt zonder de meerdere de of mindere van de ander te willen zijn, zodat je niet samenwerkt vanuit een gezagsverhouding, maar eenvoudig omdat je wilt presteren, een taak wilt vervullen.

De ervaring heeft ons geleerd dat dergelijke samenwerking tussen mensen die tot verschillende stralen behoren, altijd goed mogelijk is. Daarom zijn wij ook van mening dat tussen mensen met verschillend geloof, met verschillende inzichten, eenheid belangrijk is en geen afwijzing behoeft te bestaan.

Binnenkort komt het Wessacfeest weer. Wij zullen daar als groep aanwezig zijn en vanuit de uitstorting van krachten datgene absorberen waarmee wij harmonisch zijn. Wij begrijpen wel dat onze Orde niet het geheel van de kracht in zich zal kunnen opnemen of de gehele betekenis daarvan zal kunnen overzien. Er zijn andere groepen die meer of minder zullen beseffen en opnemen. Maar eenieder neemt zijn eigen deel van die kracht, van dit besef. Daarop gaan wij ons tezamen afvragen hoe wij gezamenlijk met hetgeen wij ontvangen hebben iets tot stand kunnen brengen.

Dit wordt gemakkelijker, omdat velen van ons een band kennen met een hogere kracht. Wij aanvaarden dan de wijsheid en de inzichten van die hogere persoonlijkheden, zover die niet met ons begrip van juistheid en wijsheid in strijd zijn.

Ben je het met de meester niet eens, dan vraag je om verduidelijking die je dan ook prompt krijgt. Daarna bepaal je je eigen standpunt. Het is echter duidelijk dat velen onder ons die bv. Jezus als meester aanvaarden, de kleinere delen van kracht en inzicht, die zij tijdens de Wessac bijeenkomst verwerven, daardoor toch weer bundelen tot een groter geheel; daar een hogere geest altijd meer van een dergelijke kracht en haar werkingen zal kunnen overzien en ontvangen dan bv. ondergetekende.

In dergelijke gevallen aanvaard je veelal datgene wat je meester je zegt over de betekenis van hetgeen je in jezelf vindt. Je stelt niet dat het zo is. Je zegt alleen maar: ik weet niet beter, dan dat dit inderdaad zo kan zijn. Daarom zal ik op deze basis beginnen werken, hopende uiteindelijk ook zelf te beseffen dat het inderdaad zo is en waarop het zo is. Wat op de duur meestal dan ook wel zal lukken. De hoge geesten nemen overigens tijdens de bijeenkomst een andere plaats in dan de gewone deelnemers. De krachten die wij zien, komen gemeenlijk voornamelijk op stoffelijk niveau tot werking en ontlading.

Hogere geesten bevinden zich niet bij de groepen rond het altaar, maar dichter bij de hoofdbron van het licht. Vlak onder of naast de nevenwervelingen die de centrale krachtsuitstorting vergezellen, bevinden zich de hoge geesten die dit beter kunnen verdragen en overzien.

Daarom bestaat er ook een grote raad van de witte Broederschap. Wanneer je op aarde iets vertelt over de wijze waarop die raad functioneert, dan lijkt het in mensenogen veel op het één of andere parlement. Maar er zijn geen fracties, zij werken elkaar niet tegen, maar trachten samen iets te bereiken. Omdat voornamelijk ook hogere entiteiten hun besef geven in die raad, kom je daar tot reeksen van gevolgtrekkingen en een overzicht van werkzame krachten dat nogal alomvattend is.

Daar is dan ook de O.D.V. die zegt: wij staan vaak dicht bij de mensen en kunnen vele harmonieën van de mensen opvangen. Wij kunnen dus weten wat in en met de mens mogelijk is. Voormannen van onze groep, de hogere entiteiten van de orde, hebben dan ook zitting zowel in de grote als soms ook in de kleine raad van de Broederschap.

Vaak blijkt de orde dan de fractie te vormen die voornamelijk tracht duidelijk te maken wat menselijk gezien aanvaardbaar is en wat menselijk bereikt kan worden. Iets wat voor een geest niet altijd even gemakkelijk te begrijpen is, omdat menige geest al snel vergeet hoe het er op aarde in mensenogen uitziet.

Wanneer een mens een geest aanroept en stelt dat hij in nood is, zal een geest, die zich de omstandigheden niet meer goed kan voorstellen, mogelijk antwoorden: die mens gaat binnenkort toch dood en dan zijn de problemen opgelost. Is het dan nog wel verantwoord nu veel kracht te gebruiken om die mens te helpen?

Wij stellen dan dat een dergelijke benadering fout is en dat het altijd de plicht van de geest uit het licht is en zal zijn in dergelijke gevallen te helpen zover dit mogelijk is. Wij menen ook dat men in sommige geestelijke groepen te snel vergeet dat niet elke mens zonder meer in staat is het besef van een spoedig overgaan zonder meer te aanvaarden. Onze orde probeert altijd weer de zaak zo te regelen dat het, gezien de instelling van de betrokken mensen, zo gemakkelijk mogelijk voor die mensen zal verlopen.

Dat heeft ons in de geest en mogelijk zelfs in de stof weleens het verwijt opgeleverd dat wij vlees nog vis zijn, geen duidelijke keuze willen maken voor het één of het andere en steeds weer een soort compromis nastreven. Maar dat is m.i. de functie van verdraagzamen.

Het gaat om het maken van verbindingen, niet om het vaststellen van waarheden of punten zonder meer en zeker niet om het bepalen van de meest juiste richting, het veroordelen of prijzen van anderen. Het gaat om het begrijpen en zo juist mogelijk benaderen van allen, rekening houdende met hun mogelijkheden en standpunten, niet alleen maar uitgaande van eigen besef en bestreving. Ik meen dat wij zo een bepaalde functie hebben binnen het geheel waar de orde enige belangrijkheid aan ontleent. Niet dat onze weg de enig juiste is of kan zijn, maar het is t.e.m. een weg, die voor velen betekenis kan hebben en zeker in vele gevallen tot juiste resultaten voert.

Onze orde telt leden in de geest, die reeds zo rond 80.000 jaren geleden overgingen, daarnaast vroege Kelten, mensen die in Atlantis geleefd hebben, Egyptenaren, Indianen enz. en natuurlijk vele latere figuren.

Daar zij behoren tot een bepaalde tijd op aarde en het behoren tot een bepaalde geestelijke ontwikkeling, heeft bijna eenieder in onze groep nog meer een eigen visie op de werkwijze, die gezien onze hoofdprincipes, de meest juiste is.

Je zou kunnen zeggen dat onze groep voornamelijk bestaat uit entiteiten die het in alle verdraagzaamheid steeds weer oneens zijn en zo door onderling overleg steeds weer weten te komen tot een wijze van werken en een gebruik van krachten, wat voor zeer velen nuttig kan zijn. Daarmee kom ik aan het einde van deze reclamespot. Ik wil slechts opmerken dat wij werken met begrippen en krachten die zoveel mogelijk mensen kunnen bereiken, waarvoor deze benadering nuttig kan zijn. Indien ik dit zou moeten formuleren zou ik dit als volgt doen: Wij aanvaarden u, ieder van u, precies zoal u bent, met alles wat uw wereld fout of deugd noemt. Wij vragen niet van u dat u op enigerlei wijze anders gaat leven of denken. Wij vragen u maar één ding; wij vragen van u dat u een ander het recht gunt om zichzelf te zijn en dat u toch bereid zult zijn om eenieder die in moeilijkheden zit, een klein beetje te helpen, wanneer  dit voor u mogelijk is.

Wij zijn ervan overtuigd dat u mogelijk door de leringen die u hier krijgt zekere zaken op aarde anders kunt gaan zien. Maar wij zeggen u niet dat dit moet. Wij gaven u de mogelijkheid. Wat u daarmee doet, moet u zelf maar weten. Of u die mogelijkheid gebruikt of niet, zolang er in u maar enige harmonie bestaat met onze groep en wereld, zullen wij u helpen waar en zoals wij maar kunnen. Dat is vaak minder dan mensen mogen te verwachten, maar vaak is het veel meer dan een mens zich kan voorstellen. Wij doen ons best.

Wij hopen dat degenen die contact maken met de ODV op aarde en met het begrip verdraagzaamheid worden geconfronteerd en dit juist vinden, hun best zullen doen om anderen te aanvaarden, zoals zij zijn. Wij geloven dat elke mens recht heeft op geluk. Wij geloven niet in het lijden dat je noodzakelijkerwijze rijper en edeler zou maken, maar in het geluk dat vanuit de mens de wereld instraalt en zo hemzelf en de wereld wat lichter en beter makende. Wij menen dat zo steeds grotere krachten voor de mens harmonisch toegankelijk worden, zodat hij ook steeds meer kan zijn voor anderen en niet alleen op stoffelijk gebied.

Bovendien geloven wij dat het voor u allen mogelijk is redelijk gelukkig te worden en ook daaraan werken wij. En voor de rest: wanneer u weer ergens wordt geconfronteerd met het woord verdraagzaamheid, besef dan eens even wat het in feite betekent. Maak rustig eens ruzie met elkaar. Maar doe het dan niet zo dat je een ander beledigt of zo dat je later spijt hebt over hetgeen je gezegd hebt. Blijf zelfs in de strijd zoveel mogelijk bewust en beheerst. Wees een beetje gelukkig, een beetje vrolijk, zo goed u kunt. Vertrouw op het goede dat achter alle schijn steeds aanwezig is. Dan kunnen wij u de krachten geven die wij bezitten en zo er met u tezamen mogelijk toe bijdragen dat steeds meer mensen gaan beseffen, dat mensen dienen samen te leven en niet ten koste van elkaar het bestaan moeten zoeken.