Vereenvoudiging

23 september 1966

Aan het begin van deze bijeenkomst wijs ik u er allereerst op dat wij, sprekers van deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk dus zelf na. Ons onderwerp van heden gaf ik de titel: vereenvoudiging.

De wereld van heden is buitengewoon complex. Wij kunnen alles in zijn details ontleden, maar blijken dan in vele gevallen de werkelijke samenhangen niet meer te zien. Wanneer je een aantal specialisten samenneemt, bv. medici, zo zullen zij alleen een achtergrond hebben, waardoor zij het gehele menselijke lichaam en de daarin voorkomende fouten wel enigszins kennen. Maar geen van hen is in staat een geheel correcte diagnose te maken. Hij kan dit alleen, wanneer de kwaal zuiver en alleen, zowel symptomatisch als reëel, voortkomt uit het onderdeel van het menselijk wezen waarmede hij zich in het bijzonder pleegt bezig te houden. Men kan aantonen, dat het aantal onjuiste of deels niet juist dan wel onvolledige diagnosen in de laatste tijd hand over hand toeneemt. De medici erkennen dit, zij het indirect, zelf, door steeds meer patiënten naar klinieken – medische gemeenschappen dus, waarin een aantal medische specialisten samenwerken – te sturen, zodat samenwerkende specialisten eventueel in staat zullen zijn elkanders werk te corrigeren. Door een te veel aan nadruk op een teveel aan kennis is de zaak te ingewikkeld geworden.

Zien wij naar de wijze, waarop de staat tracht van haar burgers zonder al te veel verzet de voor haar doeleinden noodzakelijke gelden te innen, zo zien wij een soortgelijke situatie. Vroeger was het eenvoudig. Alva had geld nodig, dus kwam er een heffing. Een tiende penning, die betaald moest worden over alles, wat getransporteerd, omgezet, werd. Daarmede was de zaak af. Tegenwoordig heeft men de heffingen steeds meer gedifferentieerd, om zo rechtvaardiger te kunnen zijn. Daarbij is men zover gegaan, dat niemand meer in alle regels weg weet, dat men specialisten nodig heeft om de aangifteformulieren op te stellen, terwijl de belastingbetaler in de zo grondig en nauwkeurig ontworpen vragen en aanwijzingen zo weinig meer zijn weg kan vinden, dat er voor het juist invullen van dergelijke formulieren weer een beroep op andere deskundigen moet worden gedaan. Zo ingewikkeld heeft men het alles gemaakt, dat zelfs de vele soorten belastingspecialisten nog niet in staat zijn er zorg voor te dragen en met algehele zekerheid te stellen, dat een bepaalde aangifte of heffing geheel en al en volgens alle regels juist geschiedt. Het te kort aan inzichten wordt dan aangevuld door iets, wat vaak bedenkelijk dicht willekeur benadert.

Dit zijn voorbeelden, die uit het dagelijkse leven gegrepen worden en die u elke dag weer kunt aantreffen, waar u maar wilt. Als wij echter trachten na te gaan, of specialisatie toch doeltreffend kan zijn, dienen wij naar de handel te gaan. Hier vinden wij een treffend voorbeeld van een specialisatie, die ook feitelijk een vereenvoudiging is. U weet, dat er vele warenhuizen, magazijnen e.d. bestaan, die weliswaar een zeer groot assortiment van artikelen in zeer grote gebouwen ter beschikking van het publiek stellen, maar waarbij de samenhang in feite is teruggebracht tot een aantal afzonderlijke, maar niet door kenbare scheidingen van elkander afgezonderde winkels. U als bezoeker ziet een aantal toonbanken, waarop men hier misschien dassen, ginds parfums en elders weer huishoudartikelen aanbiedt. Het lijkt, of dit alles bijeen behoort. Toch wordt dit alles geheel afzonderlijk behandeld. Door een scheiding te maken tussen de branches en deze een zekere zelfstandigheid te geven, kweekt men ook een soort specialisatie, die echter in wezen een vereenvoudiging betekent omdat van de man aan de top – en diens personeel – geen specifieke kennis van het artikel, of zelfs maar van de betreffende handel moet worden verlangd, daar elke afdeling voor zich deze kennis en inzichten opbrengt.

Het belangrijke voor de handel is namelijk aan de top: uiteindelijk of er voldoende winst wordt gemaakt en of men niet te veel niet gangbare artikelen overhoudt. De man aan de top heeft daarover wel overzicht en kan zich bezighouden met financieringen. Hij geeft de inkopers wel hun opdrachten en normen, maar heeft het voordeel, dat hijzelf zich bij dit speciale deel van de gemeenschappelijke taak kan houden. Als hij slechts duidelijk maakt, wat mogelijk en wenselijk is, hoeft hij aan de inkopers en verkopers geen verdere uitleg van zijn eigen gebied te geven. Men kan daaruit de lering trekken, dat een zekere specialisatie in een gemeenschap noodzakelijk is. Men kan daaraan echter toevoegen, dat deze slechts betrekkelijk beperkt noodzakelijk zal zijn. U hebt een eigen beroep. Daarvan zult u alles moeten weten, terwijl daarbij verder van u verwacht kan worden dat u alle bij uw eigen specialisatie behorende achtergronden voldoende leert overzien.

Wat de vraag opwerpt, of het wel dienstig is dat bv. een referendaris, een groenteboer en een autoverkoper zich ijverig bezighouden met de specialismen van bv. godsdienst en esoterie, die geheel buiten hun eigen noodzakelijk kennen en werken vallen. Om het nog duidelijker te zeggen: waarom zou men niet tevreden kunnen zijn met een algemeen, maar voor het ik aanvaardbaar overzicht van het hiernamaals, doch met alle geweld precies willen weten, of er in deze of gene sfeer al dan niet huizen zijn, of het er in de hemel zus of zo uitziet en men in de derde lichtsfeer nog viool kan spelen? Zolang deze vragen alleen nieuwsgierigheid zijn, heb ik daartegen geen bezwaren, maar zodra zij gaan voeren tot een overdadig besteden van tijd, de op andere wijze beter en nuttiger besteed zou worden, maak ik wel bezwaar.

Nu geef ik u graag toe, dat vereenvoudigen van vergelijke vraagstukken en geloofspunten voeren kan tot het wegvallen van vele op zich interessante aspecten, zoals op andere gebieden het vereenvoudigen van de zaak vele toch wel bestaande problemen buiten beschouwing zal moeten laten. Maar uiteindelijk zal iemand, die aardrijkskunde leert en opsomt, dat aan de spoorlijn Hogezand na Sappemeer komt, zich ook niet bezig zal houden met de vraag, hoe het landschap en de weg wel zal zijn. Hij neemt genoegen met de eenvoudige kennis van de onderlinge verbinding tussen genoemde plaatsen.

Stel dat wij zoeken naar een innerlijke waarheid. Best. Maar die innerlijke waarheid is alleen belangrijk, wanneer zij op een einddoel gericht is. Wanneer wij de algemene richting van streven nu maar kennen, zullen wij dit doel wel uiteindelijk bereiken. Als wij echter tevoren de beste en meest juiste weg willen uitstippelen, zullen wij vaak er niet meer toe komen om werkelijk op weg te gaan. Wanneer wij uitgebreide systemen eropna gaan houden om bv. bepaalde innerlijke belevingen te bereiken, dan kunnen de gebruikte middelen op zich juist en zeer prijzenswaardig zijn. Maar indien wij daartoe eerst het systeem en misschien zelfs de terminologie, die daarbij behoort, geheel moeten gaan leren beheersen, voor wij aan het beleven toe kunnen komen, blijkt, dat het voor vele mensen in de stof al te laat is om nog werkelijk iets te bereiken. Mijn argument is dus in de eerste plaats gericht tegen de gecompliceerdheid, waarmede men de eeuwigheid en ook het tijdelijke als mens pleegt te benaderen. Wanneer wij een vaste regel gebruiken, zijn wij niet nauwkeurig, dat is waar. Maar daar tegenover staat, dat wij onmiddellijk aan de slag kunnen gaan en zo tenminste iets gedaan krijgen. Ik wil u een voorbeeld geven uit het dagelijkse leven.

Er is woningnood. Er zijn dus op zo kort mogelijke termijn zoveel mogelijk woningen noodzakelijk en wel tegen een zo redelijk mogelijke prijs. Nu gaan wij eerst bespreken en ontwerpen, wat voor woningen dit dan wel zouden moeten worden. Wij nemen daarmede enkele proeven. Vervolgens gaan wij uitgebreid overleggen, waar de woningen dan wel precies zouden moeten komen. Dat kost tien jaren. Daarna gaat men proberen het werk zodanig in te delen, dat een zo gunstig mogelijke arbeidsverhouding en een zo groot mogelijk rendement mogelijk zal zijn in het bouwbedrijf, daar dit sociaal het meest verantwoord lijkt, dit vergt rond vijf jaren. Wat betekent dat, voor men werkelijk aan het bouwen kan gaan, de woningnood 15 jaren zal bestaan Nu begint men pas werkelijk. Maar in die 15 jaren heeft de woningnood zich verder uitgebreid. De genomen maatregelen zijn dus niet gebaseerd op de werkelijke behoeften en erkende noodzaken, maar op de toestand, zoals deze 15 jaar geleden bestonden. Men houdt dus ook geen rekening met de nu bestaande behoeften en nu levende wensen, maar zal zich bij de uitvoering dus houden aan alles, wat in dat opzicht 15 jaar geleden bestond. Stel dat na nogmaals 5 jaar – dus 20 jaren na het begin van de planning, een voldoende assortiment, volgens oude norm ter beschikking komt, zo zal blijken, dat de prijzen niet meer beantwoorden aan de oorspronkelijke opzet en begrotingen. De indeling en vorm van de woningen zal niet meer beantwoorden aan de nu gestelde eisen en gevormde inzichten. Het gevolg zal zijn, dat er een woningvoorraad gevormd wordt, die niet aan de eisen beantwoordt, te duur is en vele gebreken zal vertonen.

Nu kan men zeggen, dat zo maar bouwen uit den boze is, daar er hier toch sprake is van zeer grote bestedingen. Alles moet overlegd worden, alles moet op een gedegen wijze gaan. Deze inzichten werden vooral in Nederland vaak nogal heftig verdedigd. Ik stel daar echter iets tegenover. Ik weet wel, wat nu, maar niet wat later mogelijk is. Als ik nu rekening houd met mijn werkelijke mogelijkheden en mij minder aantrek van alles, wat misschien op langere termijn wenselijk of mogelijk zal zijn, kan ik zo snel mogelijk ermede beginnen aan de behoefte werkelijk te voldoen. Ik zal, daar ik alle planning – gezien reeds de te lange tijd, die iets dergelijks vergt, – beperk, en zo ook de regels, die ik stel, tot een minimum beperken. Ik zeg dus niet, dat per persoon een minimum van zoveel en een maximum van zoveel ruimte aanwezig moet zijn, terwijl de leidingen op deze en geen andere wijze gelegd mogen zijn, terwijl ik ook geen beperkende maatregelen stel ten aanzien van de gebruikte materialen, maar eenvoudig zeg, dat de bouw een zekere duurzaamheid dient te hebben en zo de bouwer garant moet zijn voor alle gebreken, die binnen redelijke termijn tot uiting komen.

Ik geef toe, dat dit een aantal onzekerheden schept. Maar ik begin nu eenvoudig te bouwen. Na 5 jaar zal het bouwprogramma zich aanmerkelijk wijzigen. Het zal blijken, dat wij de eerste jaren niet geheel juist hebben gebouwd. Na 10 jaar zal zelfs blijken, dat er huizen zijn gebouwd op verkeerde plaatsen, doch bv. binnen een saneringsplan zouden vallen. De huizen staan er dan waarschijnlijk reeds 6 à 7 jaar. Daar echter tot de volvoering van dergelijke plannen weer 8 tot 10 jaar plegen te verlopen, zijn dergelijke woningen reeds zover verouderd, dat hun afbreken in feite een mooie opruiming is. Ondertussen is echter de woningnood reeds sterk verminderd en kan men gemakkelijker tot een vervangen van dergelijke panden overgaan. Met andere woorden, op die manier kan men de woningnood zover bestrijden, dat er wel meer fouten voorkomen, maar door het sterker beantwoorden aan de directe noodzaken en behoeften, het corrigeren van dergelijke fouten eenvoudiger en gemakkelijker is dan de, ook bij planning onvermijdelijke, fouten van een systematische planvolvoering.

Tegen dit alles zullen velen in opstand komen, zeggende dat men toch vooral verantwoord dient te bouwen enz. Er zijn echter voorbeelden te over uit de praktijk, waaruit blijkt, dat deze grotere vrijheid zekere rendementen geeft. Kijk alleen maar eens naar uw zuiderburen, naar België, waar men na de oorlog een woningnood kende, die even groot was als die in Nederland, maar na ongeveer 15 jaren die woningnood bijna volledig is opgelost, terwijl in het zo veel degelijker Nederland de werkelijke woningnood – niet de administratieve, want die hangt vóór een groot deel van de wijze van registratie af – met rond 25% is terug gebracht, Een voorbeeld, dat een ieder voor zich kan controleren, zodat men kan zien dat ook zonder huisvestingsbureaus en vele instanties, bij een vlot beleid een oplossing mogelijk is en zelfs vlotter, sneller en redelijker bereikt kan worden.

Wanneer wij naar God willen, zo kunnen wij trachten daartoe een godsdienst te bouwen en binnen deze godsdienst een aantal oefeningen te stellen. Maar is dit noodzakelijk? Indien God mijn doel is, zal elke beleving, die mij dichter tot God brengt een concrete winst zijn. Of dit nu wel of niet en règle is, volgens wat anderen zeggen of denken, doet aan de waarde ervan niets af; zolang men maar resultaat heeft, kan men het geheel als juist beschouwen. Sommige theologen zijn in hun opvatting t.a.v. de wijze, waarop de mens God moet vinden, te vergelijken met de gelukkig niet al te vaak voorkomende artsen, die menen, dat het beter is voor een patiënt wetenschappelijk te succomberen, dan op een niet wetenschappelijk verantwoorde wijze in leven te blijven. Men meent dan, dat een mens, die God zoekt buiten de godsdienst om, verdoemd moet worden. Dit kan niet anders, daar anders het systeem, de leer, immers niet onfeilbaar en enig juist zou zijn. En men zweert nu eenmaal bij het systeem. Ik meen echter, dat wij geen systemen nodig hebben en kunnen volstaan met een minimum aan wetten en regels. God vinden is volgens mij in de eerste plaats wel vrede en vreugde vinden in jezelf. Mensen, die met huilgezichten lijdend en kreunend over de zonden dezer wereld door het bestaan gaan, bevinden zich slechts op weg naar een wereld, waarin de ellende nog groter wordt en zij zich dankzij deze ellende nog heiliger zullen achten. Mensen die blijmoedig zijn, vinden iets van de positieve levenswaarden der eeuwigheid terug in alles wat zij zijn en doen! Zij geven daaraan dus al tijdens het zogenaamde stoffelijk bestaan, een positieve om niet te zeggen, bijna goddelijke waarde. Je kunt alle dingen op twee wijzen benaderen. Je kunt natuurlijk allereerst gaan afbreken, maar als je dit doet, leef je negatief en beteken je dus in positieve zin en in de zin van het goede, niet al te veel.

Als ik zeg, dat Jezus de provo van zijn tijd geweest is, zo kunnen vele mensen daarover verontrust geraken, stellende dat Jezus te heilig en te hoog is voor een dergelijke kwalificatie. Maar veranderen zij daarmede de feiten? Neen. Zij zijn slechts blind voor het feit, dat Jezus in zijn tijd niet alleen een profeet, maar ook een vernieuwer was. En dit is belangrijker dan de formulering. Als men het positieve in een dergelijke formulering kan zien, dan heeft men geen ingewikkelde methodes nodig en zal men niet een verfijnde vroomheid en formulering aanhangen, die blindheid voor de feiten nabijkomt. Iemand die de feiten in positieve zin wil zien, heeft geen theologen nodig, die hem tot God willen brengen door er over te twisten, hoeveel engelen er wel ter ere Gods kunnen dansen op de punt van een naald. Zoals er dan ook geen behoefte bestaat aan mensen, die je vertellen wanneer en waarom iemand wel heilig is of niet.

Bovendien, in dergelijke gevallen, houdt men zich niet alleen bezig met voor het doel geheel overbodige dingen en bezit, maar komt tot zelfmisleidingen. Een bekend schrijver uit Duitsland, een zekere Hauff, beschrijft o.m. een vrije dag in het vagevuur. In deze satire stelt hij, dat daar een afzonderlijke afdeling is voor alle mensen, die op aarde heilig verklaard werden. Zelfs een afzonderlijke kroeg stelt de duivel hen ter beschikking, omdat de kwelling, in het publiek als zondaar kenbaar te worden, volgens hem te groot voor hen is. Dat is een satire, een persiflage op de neiging van de mens, vanuit zich de eeuwigheid te omschrijven en te bepalen. Dit is de mens nu eenmaal niet gegeven. Je kunt je heden bepalen, meer niet. Er zijn op aarde mensen, die hun gehele leven geen steek voor hun naasten uitvoeren, omdat zij nu eenmaal de gehele dag op hun knieën willen bidden voor zichzelf en die naasten – met op de achtergrond het wel wat egoïstische verlangen, daardoor boven de anderen in de hemel te komen. Dat dit theoretisch mogelijk kan zijn, wil ik graag aanvaarden, daar een twist hierover mij doelloos schijnt. De feiten echter wijzen uit, dat dergelijke mensen in de praktijk, ondanks alle offers, zeer vaak in gebreke blijven t.a.v. hun naasten en zelfs tegenover zichzelf, en dit wil ik alleen maar even constateren. Men zal eenvoudiger moeten leven, met minder voorbehoud en regels eenvoudig God in zich moeten benaderen en in de wereld moeten trachten iets van die God te benaderen. Zo dit in het leven de juiste weg is, zal ook bij esoterie een dergelijke vereenvoudiging van het gangbare de beste weg zijn.

Esoterie kan systematisch worden uitgedrukt. Er is dan ook geen bezwaar tegen, dat men een systeem volgt, maar binnen die esoterie is in de eerste plaats een redelijke zelfkennis van belang. Het lijkt mij beter te weten wat je bent dan alles te weten over wat je zou moeten zijn en daaraan nooit toe te komen. Het lijkt mij belangrijker, dat je in jezelf een contact met het Hogere gevoelt, dan dat je een dergelijk contact op de theoretisch juiste wijze kunt benoemen. Want wat de mensen daarvan hebben gezegd, of over hebben uitgevonden, doet, wanneer je het maar beleeft, uiteindelijk weinig of niet ter zake. Zo een benoemen noodzakelijk is, zal de mogelijkheid om dit te doen, later wel komen. De wijze, waarop sommige mensen menen zichzelf en anderen te moeten onderwerpen aan studies en beschouwingen, waarvoor zij nog niet rijp zijn, doen mij wel eens denken aan de sportieve, maar verblinde sportieve ouders, die hun kind reeds wilden gaan trainen voor de hordeloop voor het 6 maanden oud was. Waarbij misschien wel iets voor later bereikt kan worden, maar aan de andere kant toch gezegd moet worden, dat het verstandiger is, het kind eerst eens normaal op te laten groeien en dan een gespecificeerde training eerst te beginnen, wanneer het in bv. de hordeloop interesse wil en kan tonen.

Ik nam tot nu toe voorbeelden uit de materie, doch heb ook het een en ander reeds gezegd over de geest. Nu zou ik in dit verband ook graag iets willen zeggen over het spiritisme. Er is een voortbestaan. Dit is een geloofspunt. Zodra men dit wil gaan bewijzen, zal men vele tegenspraken op zijn weg ontmoeten, en zal deze dan op moeten lossen. Wil men deze wel gebruiken en erkennen, maar toch op een onredelijke wijze verder terzijde schuiven, dan zal men weinig of niets bereiken. Als men echter dit eenvoudig gelooft, zo heeft men voorlopig alles, wat werkelijk voor het Ik belangrijk en noodzakelijk is, gevonden. Indien ik geloof, dat de geest zal voortbestaan en dat de overgeganen met de wereld vanuit hun sferen in contact kunnen treden, zo heeft men daarmede geen nieuw geloof gevonden of ook maar iets nieuws gezegd. Indien kerken dit niet geloven, zouden zij niet zoveel aandacht moeten besteden aan heiligen, die dood zijn, zich beroepen op mensen, die dood zijn, en zou men geen gedenktekenen op moeten richten. Zelfs de protestanten doen vaak, zonder misschien geheel te beseffen, een beroep op namen als Luther, Calvijn e.a. Deze mensen geloven wel degelijk, dat er een contact is tussen de levenden en de doden, ook zij nemen wel degelijk aan, dat er ergens een verband, een mogelijkheid tot contact bestaat. Ook al bestrijden zij het spiritisme als heidens of duivels. Overigens, contact opnemen met degenen, die over zijn gegaan, is eveneens een veel verbreide praktijk. Dit doet de islamiet, die bidden gaat bij het graf van een heilige man, dat doet een katholiek, die een kaars offert voor het beeld van een heilige en dat doet de Chinees die, tegen de nu gangbare voorschriften in, eer bewijst aan de tafelen, waarop de namen van zijn voorouders zijn geschreven.

Geloof en praktijk zijn nogal verbreid. Maar het is en blijft een geloven, want bewijzen kan men dit alles niet. Zo er al sprake zal zijn van bewijzen, zijn deze van persoonlijke aard en onttrekken zij zich aan wetenschappelijke ontledingen. Maar is het wel van belang, dat ik anderen kan bewijzen, dat het contact met overgegane bestaat? Is het niet veel belangrijker, dat ik het beleef? Er is niets, wat u kan overtuigen van de waarheid van het spiritisme, buiten uw eigen beleven. Indien u zelf geen contact hebt met een overgegane, zult u zelfs als spiritist steeds weer twijfelen. Indien u wel een contact met een overgegane hebt gehad, dan gelooft u, zelfs indien u op grond van uw godsdienstige of andere overtuigingen de feiten ontkent en uiterlijk verwerpt. Men kan uiterlijk nog steeds blijven verwerpen. Maar innerlijk zal men geloven, zal men weten, zelfs al is er dan geen algemeen geldend en wetenschappelijk verantwoord bewijs te leveren.

Persoonlijke ervaring is alles, ook hier. En daarom zou ik voor allen willen stellen: In het leven is het eenvoudig het punt van uitgang, dat tot bereiking kan voeren. De procedure is van minder belang, daarom zullen de volgende punten als vuistregels, mogen gelden.

1. Ik aanvaard datgene, wat volgens mij juist zou kunnen zijn, tot het tegendeel bewezen is. Hierdoor zal ik een maximum aan mogelijkheden en ervaringen vinden, die mij niet ter beschikking staan, wanneer ik ervan uitgaan dat ik alleen datgene mag aanvaarden, wat reeds tevoren bewezen is.

2. Wanneer ik geloof, zal ik daarnaar moeten handelen.

3. Alle ervaringen binnen het kader van mijn geloof zal ik moeten gebruiken om mijn geloof meer aan te passen aan mijn persoonlijke werkelijkheid en mogelijkheid.

Of u dit nu voor het geloof gebruikt, dan wel op uw werk toepast, het zal steeds weer blijken, dat voor dergelijke vuistregels geen aanpassing, zelfs een wijziging, noodzakelijk zal zijn. Zelfs in zaken blijken deze regels zonder enige wijziging bruikbaar te zijn. Dit zijn regels, die altijd op zullen gaan, zowel in het meest belangrijke geestelijke werk als bij de onbelangrijkste aspecten van het stoffelijke bestaan.

Met dergelijke regels en een werkwijze, die daarop is gebaseerd, maak ik een begin. Maar het begin is niet voldoende. Ik zal verder moeten gaan. Zolang ik op aarde leef, weet ik met zekerheid, dat er een strijdigheid zal bestaan met datgene wat ik naar buiten toe toon, die wil schijnen als, en datgene, wat ik innerlijk zou willen zijn. Zoals de voorstelling van mijzelf die ik anderen geef, altijd sterk verschilt van hetgeen ik werkelijk ben. Dit zijn tegenstrijdigheden. Als ik met mijzelf bezig ben en van mijzelf wil spreken, zelfs in theoretische zin, lijkt het mij daarom juister niet al te veel aandacht te besteden aan de indeling van de eigen persoonlijkheid in stof, onderbewustzijn, bovenbewustzijn, geestelijke voertuigen en daarboven nog eens een deel van het goddelijke, dat in mij zich openbaart, iets wat ik ziel kan noemen.

Van dit alles iets af te weten is wel mooi, maar het is en blijft theorie. De poging tot ontleding van het ik in deze zin, vergt vaak zeer veel gedachten en inspanningen, zonder resultaten op te leveren. Men kan vaak beter volstaan met de eenvoudige erkenning: ik ben dat, wat ik uiterlijk ben, plus nog iets. Dat iets hoeft men dan niet eens te definiëren.

Men kan dan verder zeggen: dit iets, wat in mij bestaat, kan invloed hebben op mijn uiterlijk bestaan en gedrag en zal ik uiterlijk beleven, en zal zelfs mijn uiterlijk verschijnen in dezelfde mate als ik de innerlijke invloeden erken, ook bepalend zijn voor alle uiterlijkheden.

Een derde punt zal luiden: zo ik, wat in mij leeft, mijn gedachten, in voorstellings- of fantasiewereld gebruik, om de feiten te beïnvloeden, zal ik in feite mijn innerlijke waarheid in de wereld openbaren en mijn werkelijke wezen en gedachten tot werkelijkheid in de stoffelijke wereld maken.

Ten laatste kan ik dan nog zeggen: aangezien ik in de gedachtewereld niet bewust begrenzingen zal kennen, terwijl dit in de stoffelijke wereld wel het geval is, zullen de geestelijke – of psychische dan wel mentale mogelijkheden, indien u daaraan de voorkeur geeft – altijd veruit gaan boven het normaal stoffelijke en zal van hieruit geen algehele verwezenlijking, maar wel een selectie onder de mogelijkheden, die de stof eigen zijn, mogelijk blijken. Eenvoudig gezegd, afgaande op het eigenaardige innerlijk, dat ik niet eens goed kan omschrijven, zal ik, alleen reeds door de voorstellingen en mogelijkheden, die ik daarin vind, mijn eigen leven in grote mate kunnen bepalen en in de tweede plaats voor mijzelf in het stoffelijke leven steeds weer de mogelijkheid tot kiezen scheppen.

Dit klinkt u misschien ingewikkeld, maar als u even nadenkt, zult u zien, dat het dit feitelijk niet is. Het is essentieel. Ga je zover, dan zul je als mens m.i. wel proberen om het occultisme, het terrein van het paranormale e.d. hierbij te betrekken. Dan kun je alweer zeggen: “Wanneer ik iets bereik, is allereerst het bereikte, niet de verklaring van de bereiking belangrijk.” Wanneer ik iets bij herhaling bereik, zal ik immers de verklaring daardoor wel vinden, zelfs al is het ook dan niet zeker, dat die verklaring een geheel juiste zal zijn. Heb ik een bereiking en een mogelijke verklaring, dan kan ik met deze beiden werken om zo nieuwe, nog niet gekende feiten of nog niet gerealiseerde mogelijkheden kenbaar te maken. Ik zal dezen dan ook werkelijk kunnen bereiken en waar maken.

Mijn weten vormt zich door mijn streven. Ik kan echter niet met hetzelfde resultaat volstaan met het vormen van mijn streven aan de hand van een werkelijk of vermeend weten, daar dan mijn mogelijkheden steeds beperkter blijven en vernieuwing moeilijker, zoal mogelijk, zal zijn. Ook dit is, wanneer u even nadenkt, eenvoudig genoeg.

Maar nu nog even terug naar het probleem God. Ik zeg nu: hoe meer ik God omschrijf, hoe meer ik God gelijk zal maken aan mijn eigen denkbeeld. Hoe onjuister mijn omschrijving van de werkelijke God dus zal zijn. Ik stel daartegenover: naarmate ik de Goddelijke Krachten minder omschrijf, maar de daarin gelegen mogelijkheden meer metterdaad gebruik, zal ik God meer in waarheid beleven en beseffen.

De kern van alles kan gevonden worden door te herleiden tot het eenvoudige. Wanneer ik bv. de toekomst wil bezien, een van de meest begeerde en opzienbarende punten in het occultisme, zo kan ik natuurlijk gaan berekenen, wat mogelijk is. Een procedure, die voor sommigen ongetwijfeld bruikbaar is en redelijke rendementen geeft. Ik kan ook echter als normaal deel van mijn leven voelen wat de toekomst brengt. Een boer, die op het land staat, weet niets van meteorologie af. Hij berekent niet, maar ziet aan de vlucht van de vogels, de stand van de zon, de kleur van het licht, het drijven van enkele wolken meestal heel aardig, wat voor weer er ongeveer morgen zal komen. De boer heeft geen horloge, weet niets van astronomische tijdmetingen, maar hij kijkt naar de zon en weet – vaak zeer nauwkeurig – hoe laat het is. Hij dankt dit alles aan het automatisch gebruiken van alle ervaringen, die hij heeft opgedaan om gevolgtrekkingen te maken uit het kenbare, zonder zich daarvan zelfs maar bewust te zijn.

Wanneer wij iets willen weten van de toekomst, zouden wij in dit opzicht althans ongeveer moeten reageren als de boeren! De tekenen zijn steeds overal rond u. Wanneer u vandaag een bepaalde reeks feiten ziet, dan is het bijna zeker, dat als gevolg morgen een verdere reeks op zal treden. Houdt de eerste reeks enkele maanden aan, dan zal de daaruit logisch volgende reeks waarschijnlijk ook enkele maanden beïnvloeden. Op dit testen van bekende oorzaak- en gevolgwerkingen aan de hand van eigen levenservaringen berust de eenvoudigste vorm van augurie, waarbij men geen berekeningen en ingewikkelde procedures van node heeft – ofschoon men vroeger menige plechtigheid gebruikte om het voorgaande in de ogen van anderen indrukwekkender te maken.

Besef je dit, dan blijkt al het verdere nogal eenvoudig te zijn. Je kunt bv. zeggen: “Vandaag zijn de meeste mensen ongedurig geweest, zij hebben wat tegenslagen gehad, het werk is niet goed gelukt, er is veel gebroken, er werden veel trams en treinen gemist e.d.” Als dit klopt, kan men verder redeneren: wat vandaag optrad, was wel zeer sterk. Het zal dus morgen afnemen, naarmate de dag verder volgt. De dag als geheel zal voor de meesten dus prettiger zijn dan vandaag. Overmorgen zal het nog aangenamer zijn. Dit is een eenvoudige wijze van voorspellen. Maar wanneer ik dit alles reeds weet, kan ik op grond van het verleden nog meer zeggen. Om een gezellige zondag te krijgen, zal er bv. bezoek zijn, meer dan normaal, onverwachts zowel ontvangen als afgelegd. Gezelligheid zal onder dergelijke omstandigheden redelijk moeten zijn, wanneer het weer de mens niet in de steek laat. Dus zal het weer redelijk zijn. Dit is geen kunst, eenieder kan het. Het is een soort van voorspellen op zijn boerenfluitjes. Het is eenvoudig een uitgaan van alles, wat je in het nabije verleden hebt waargenomen en een daaraan verbinden van conclusies omtrent de toekomst. Naarmate men meer ervaring heeft in het maken van dit soort gevolgtrekkingen, zullen de voorspellingen ook juister zijn.

U kunt dit ook. Het is eenvoudig genoeg, nietwaar. En u zult zien, dat u zo vaak gelijk krijgt, dat het leven daardoor wat gemakkelijker en aangenamer wordt. Het is niet nodig u eerst te vermoeien met ingewikkelde procedures en berekeningen. Zelfs als deze laatste een iets juister beeld zouden geven – en dat betwijfel ik in vele gevallen – zal de meerdere moeite niet beloond worden. Indien u bepaalde ervaringen hebt opgedaan in het verleden en een fase daarvan is vandaag merkbaar – bij u of anderen – kunt u wel veilig aannemen, dat het verdere verloop ongeveer zo zal zijn als u in het verleden al hebt gezien, en daarmede rekening houden. Oorzaak en gevolgsequenties zijn, zoal niet geheel gelijk, toch voldoende gelijk in tendens, en parallel in ontwikkeling, om hiervan te kunnen profiteren. Iedere mens kan dus eigenlijk de toekomst voorspellen, wanneer hij zich maar de moeite getroost enige ervaring op te doen daarmee.

Dan mediumiciteit. Dat klinkt moeilijk. Maar wanneer wij de zaak wat nader bezien, zo ontdekken wij, dat een medium in de eerste plaats altijd weer iemand is, die een zekere onevenwichtigheid kent. Zo dit in het heden misschien niet meer schijnt toepasselijk te zijn, zo zullen wij toch zien, dat zo iemand in het verleden grote spanningen en in verband daarmede geestelijke of lichamelijke onevenwichtigheid heeft doorgemaakt. Wij kunnen daarom wel zeggen: naarmate onevenwichtigheid in ons leven sterker optreedt, zal de ontwikkeling van de mediamieke eigenschappen sneller en op eenvoudiger wijze naar voren komen. Wij kunnen ook zeggen, dat iemand, die onder zekere spanning verkeert, trance zal kunnen bereiken en de mogelijkheid heeft als medium op te treden.

Ik weet, dat dit alles maar vuistregels zijn. Velen onder u menen, dat zij dergelijke beweringen wat meer verantwoord zouden willen zien, zouden willen controleren en onderzoeken, tot zekerheid bestaat. Maar juist daartegen wil ik mij in mijn betoog verzetten. Ik zeg juist, dat wij niet allereerst de zaak moeten gaan verantwoorden en analyseren, maar dat wij allereerst moeten waarnemen, moeten reageren op dat, wat er is. Hebben wij eenmaal voldoende ervaring, dan zullen wij de voor ons noodzakelijke verklaringen wel vanzelf vinden. Vindt u dit onredelijk? Toch weet het kuiken in het ei niet eens, dat het een kip wordt, laat staan, dat het alle gewoonten van de kip kent. Toch zal het diertje kip worden en volgens de regels van de kippen leven en reageren. Dat is eenvoudig ingeschapen, dat is een wet. Mensen weten misschien in de stof niet, dat zij onsterfelijke wezens zijn, maar zij worden dit vanzelf en in de volle betekenis van het woord, zelfs als het vandaag niet te bewijzen valt en alleen maar een geloofspunt is. Alle fasen, die liggen tussen het heden en de uiteindelijke vorm en bestemming, zijn deel van het natuurlijke en in het wezen verankerde proces. Wanneer wij proberen die dingen te verklaren, komen wij er meestal niet, dan vertragen wij eerder het natuurlijke proces van onze ontwikkeling. Aanvaarden wij echter de dingen, die nu eenmaal deel zijn van ons leven en wezen, werken wij daarmede in de eerste plaats, dan is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat wij precies leren begrijpen, wat zij zijn en hoe zij werken.

Naar mijn mening is de maatschappij der mensen te complex geworden en als gevolg daarvan ook het denken van vele mensen. Het vergt natuurlijk enige moed om een regel te gebruiken, die eenvoudig is, maar waarin vele kleinere onjuistheden, sociale onrechtvaardigheden e.d. kunnen schuilgaan. Dit vraagt moed. Inderdaad. Maar is de noodzakelijke moed nu werkelijk zo groot? Is het niet beter om logisch en redelijk te werken? Laat ons eens zien naar de deficit-financiering, die wij in deze dagen overal zien. Ik meen dat het oorspronkelijk begrotingstekort van de gemeente den Haag bv. rond 27 miljoen lag. Door verschillende beperkingen en maatregelen heeft men dit herleid tot globaal 16.200.000 gulden, dit lijkt een prestatie. Maar wij kunnen ook zeggen, dat het eenvoudig niet logisch, verstandig en gezond is, meer uit te geven dan je hebt. De eenvoudigste regel zou zijn: geef eerst eens uit, wat je hebt en begin niet van het begin af aan reeds meer uit te geven dan je meent ooit te zullen krijgen. Want hoe meer schulden je maakt, hoe moeilijker het leven wordt, hoe groter de schade is, die je uiteindelijk aan jezelf en anderen zult toevoegen.

Ook al zal dit een verlies van aanzien betekenen, ook al zal men daardoor soms anderen teleur moeten stellen, toch mag als eerste en eenvoudigste regel wel worden gesteld: blijf steeds binnen je mogelijkheden van het ogenblik. Indien je daardoor t.a.v. de gemeenschap tekortschiet, zal die gemeenschap je de noodzakelijke middelen wel verschaffen of nieuwe wegen tonen. Ga uit van het nu mogelijke en tracht je mogelijkheden langzaam te ontwikkelen. Maar niet: geeft eerst maar veel uit en tracht dan de mogelijkheid te vinden om de zaak nog te financieren. Dat is eenvoudig een kwestie van benadering. Wanneer u in uzelf de kracht hebt om iets te doen, bepaalde mogelijkheden hebt, dan meent u toch ook niet, dat u zin hebt in een wandeltocht – ofschoon u last hebt van hart, benen en uw bloed veel weg heeft van het halfproduct van een suikerfabriek bv. –, het dus ook moet doen en maar af moet wachten, of u onderweg de mogelijkheden en medische bijstand zult kunnen krijgen, die voor het volbrengen daarvan noodzakelijk zijn? U zult dan eerder zeggen: “Ik zal zien, hoe ik het begeerde kan doen of de noodzakelijke weg nog af kan leggen met mijn eigen kracht en middelen. Valt het mee, dan doen wij iets meer, dat is dan meegenomen. Want zoudt u te veel van uzelf eisen, dan is de kans aanwezig, dat u bv. een ziekenhuis zult moeten bezoeken en daarmee zovele weken zult verliezen, dat u zich later over uw domheid zult moeten beklagen en bovendien het gestelde doel niet bereikte.

De gehele wereld, politiek en economisch, handelt echter, of er onderweg een voorzienigheid zal ingrijpen om de te grote wensen en eisen, die men stelt, toch mogelijk te maken. Men weet natuurlijk wel, dat men in zijn mogelijkheden beperkt is en zou eerlijk kunnen zeggen: in wezen kunnen wij niet meer doen of bereiken dan dit. Maar dat wil of durft men niet. Men wil groot doen, men gaat steeds meer verplichtingen aan en zal zich aan die verplichtingen direct of indirect steeds weer moeten onttrekken, omdat het eenvoudig niet vol te houden is. Het gevolg is, dat er steeds grotere verschillen en onrechtvaardigheden ontstaan. Om die op te lossen zal men verklaringen gaan geven, die niet geheel op de feiten berusten en op de duur de lasten en spanningen weer groter maken. Het eindresultaat is meestal, dat men met agressiviteit tegen anderen, vaak zeer ongemotiveerd op de koop toe, tracht eigen tekortkomingen te verbergen. Dan komt er een economische crisis of een oorlog, eenvoudig omdat men niet met het werkelijk en onmiddellijk mogelijke genoegen wilde nemen.

In de economie gaat men niet meer uit van het mogelijke, maar van het wenselijke. De politici nemen dat maar al te graag over, omdat zij aan ieder iets hebben beloofd en toch wel iets moeten doen, zelfs als zij in wezen niet over de mogelijkheden beschikken om hun beloften werkelijk waar te maken. Men durft eenvoudigweg niet toe te geven, dat men te hoog heeft gegrepen, dat men te ver is gegaan, dat men de werkelijkheid buiten beschouwing heeft gelaten en dromen heeft nagejaagd, en probeert het alles mooi te versieren en schijnt niet in te zien, dat hierdoor de rekening alleen maar hoger, de problemen alleen maar intense zullen worden.

Het gevolg van deze handelwijze is, dat de mensen, die de feiten immers niet geheel kennen, in opstand komen, zodat er nog veel meer ellende uit voort komt. Daarnaast zal men proberen, om de opgewonden menigte tevreden te stellen door toch nog iets te doen. Zo komt men nog veel verder van huis. Vaak kiest men dan als oplossing het iets sneller doen draaien van de banknotenpersen. Zo ontstaat dan inflatie, waardoor de schuld van enkelen door allen betaald moeten worden. Er is in een zeker land een tijd geweest, dat men zijn dagloon van 2.000.000 voor de arbeid moest innen en uitgeven, omdat men dan tenminste daarvoor nog een doosje lucifers en een glas melk kon kopen, maar ‘s avonds de melk zou moeten missen, dankzij de verdere waardevermindering van het geld. Dit is geweest en het zal weer zo gaan. Waarom? Omdat niemand de moed heeft te zeggen: wij kunnen niet méér doen dan dit en wij doen dus ook niet méér. Wat niet onjuist is gesteld, ook al meent u misschien, dat ik de zaak te zeer vereenvoudig. Dit is eenvoudig een terugkeren tot de essentie, tot de grondslag, die nog steeds is, dat iemand die een gulden heeft, die maar één keer kan uitgeven. En dit weet iedereen, zoals eenieder toch dient te weten, dat degene, die vandaag een gulden uitgeeft, die hij morgen nog verdienen moet, morgen een gulden minder zal kunnen besteden. Waarom erkent men dan niet, dat er een grens is aan de wissels, die men op morgen kan trekken?

Dit geldt ook in uw persoonlijk leven. Ook daar is maar al te vaak de vraag gerechtvaardigd, waarom u niet terug keert tot de eenvoudige waarheid en u beperkt tot uw mogelijkheden. Voor een regering zal dit lastig zijn, een politieke partij zal het niet durven, een vakbond zou dit niet kunnen “verkopen”. Maar wat voor hen niet aanvaardbaar lijkt, is misschien voor u als particulier wel mogelijk. Ga eens terug naar het eenvoudige, beperk u tot uw eigen mogelijkheden. Houd daarbij geen rekening met wat anderen beweren, wat de overburen pas gekocht hebben enz. Houd u bij datgene, wat werkelijk mogelijk is, en wat u ook werkelijk wilt. Doe dat en u zult zien, dat uw leven veel gemakkelijker, gelukkiger en eenvoudiger wordt. Als iedereen dit zou leren, zou er weer minder spanning en pressie in de maatschappij bestaan. Indien eenieder zich zou beperken tot zijn eigen geestelijke mogelijkheden en niet veel verder zou willen grijpen dan hij in feite kan, zou er veel minder enkel theoretische bewustwording bestaan en zou er meer praktische sereniteit ontstaan waarin een werkelijke geestelijke groei mogelijk is. Een mens, die door wanhoop wordt aangespoord, zal vaak veel bereiken en ongewoon grote prestaties leveren. Maar hij zal altijd bereiken ten koste van zijn latere prestaties en mogelijkheden. De mens, die geestelijk te ver wil gaan, die materieel te ver wil gaan kan misschien voor korte tijd schijnbaar wonderen doen. Maar dan zakken zijn resultaten ineen als een soufflé, die te vroeg uit de oven wordt gehaald.

De mens, die zich steeds beperkt tot het reëel voor hem mogelijke op dit moment en vandaag dan ook inderdaad doet, wat vandaag gedaan kan worden, niet zijn tijd verdoende met plannen voor overmorgen of over 20 jaar, is degene, de zowel geestelijk als materieel iets zal bereiken. Kijk maar eens naar de eenvoudige mensen, die “groot” geworden zijn. In Nederland zijn dat o.m. Zwolsman, Verolme, Caranza, Lap. Het vreemde is, dat deze mensen niet groot werden door hun planning en de risico’s die zij op grote schaal namen, maar door hun grijpen naar hetgeen op een bepaald ogenblik mogelijk was en dit steeds weer opnieuw hebben gedaan. Wij zien ook dat, wanneer dergelijke figuren te veel gaan plannen, te veel theoretisch werk gaan doen, zij zwaar in de gestampte aardappelen ofwel de puree komen te zitten, en dat de zaken te ingewikkeld worden en zij dit eenvoudig niet meer aan kunnen.

Wat voor dergelijke mensen geldt, geldt ook voor u. Wat voor stoffelijke zaken geldt, geldt ook voor geestelijk werk. Vereenvoudig de zaak, houdt de zaak eenvoudig. Wees zelfs in de benadering van uw medemensen eenvoudig. Dan alleen kunt u, geloof mij dit, voortdurend goede resultaten bereiken. U zult dan misschien niet die grote status vinden, waarvan u droomt, maar elke dag zal voor u beter zijn dan de voorgaande. Elke dag zult u meer kunnen dan de voorgaande dag. U zult zelfs het verouderen van uw stof wat kunnen beperken en uw lichaamskrachten zo kunnen gebruiken, dat het schijnbaar onmogelijke toch nog mogelijk wordt en nu niet, doordat u zich opzweept en later daarvoor de te zware rekening betaalt, maar eenvoudig omdat u zichzelf hebt opgevoed, ongemerkt uzelf hebt getraind, tot u voortdurend meer kunt en doet. Daarom heb ik dit onderwerp vandaag onder de loupe genomen. Te eenvoudig misschien voor sommigen van u, maar mijn onderwerp was dan ook vereenvoudiging.

Ik wil nu gaan eindigen met enkele eenvoudige regels, zowel wat de komende tijd, als geestelijke en stoffelijke ontwikkeling betreft in de hoop, dat u daaruit leert beseffen, hoe eenvoudig het leven uiteindelijk kan zijn.

  1. Als er een tijd van toenemende strijdigheden en verwarringen aanbreekt, is het eerste wat men moet doen: wel uitmaken, wat het strijden waard is. Vermijdt, dat u vecht voor nutteloze of onbelangrijke dingen.
  2.  In een tijd, waarin geestelijk vele verwarringen optreden, is het verstandig eerst na te gaan, wat je zelf feitelijk gelooft, nastreeft en wilt. Ga niet uit van hetgeen anderen zeggen, maar maak eerst waar, wat innerlijk al bestaat. Dan kunt u later vanzelf verder gaan.
  3.  Leuzen, mooie plannen, gewichtige woorden, misleidingen, zijn in deze dagen zo overvloedig, dat het moeilijk is de waarheid daarin terug te vinden. Probeer dit dan ook niet. Luister niet naar alles, wat gezegd en beweerd wordt, luister naar uw eigen reacties op dit alles. Ook wanneer deze onredelijk of onlogisch schijnen: houdt u daarbij. Reageer in de eerstkomende tijd niet allereerst door beredenering, maar op grond van spontane gevoelens en reacties. U zult ontdekken, dat u zich geestelijk zowel als stoffelijk gemakkelijker en juister door het leven zit bewegen.
  4.  In een tijd van spanningen zijn geestelijke openbaringen zeker niet uitgesloten. Velen van u zullen dan ook geconfronteerd worden met vreemde en onverklaarbare gebeurtenissen, dromen, innerlijke gebeurtenissen. Die dingen zijn moeilijk te verklaren, de tijd, die u moet besteden om daarvoor een redelijke uitleg te vinden maakt het u meestal onmogelijk, van de daarin liggende waarden te profiteren. Probeer die dingen dus niet uit te leggen. Als dit noodzakelijk is, komt de verklaring vanzelf wel. Neem alles, zij het van buitenaf of innerlijk, zo aan als u de berichten beschouwt in uw dagblad, als een kennisgeving. Pas wanneer deze waarden in uw eigen leven direct actief worden, is het goed zich dromen, voortekenen enz. te herinneren en daarmede enigszins rekening te houden. Maar ook eerst dan.
  5.  Onthoudt dat stoffelijk bezit nooit een zekerheid is. Zorg ervoor, dat uw stoffelijk bezit vandaag beantwoordt aan de eisen, die u stelt; verwerf niets en ontzeg u niets, alleen maar om morgen te bezitten. U zult dan bedrogen uitkomen. Geef ook niet alles vandaag uit, omdat het morgen toch weer minder waard is. U zult zien, dat het weinige, wat het dan nog waard zou zijn, juist uw tekort is.
  6.  Handel met uw emoties, uw gevoelsleven, als met uw bezit en geld: beleef vandaag, wat in uw gevoel, emotie, geloof, noodzakelijk is, maar tracht nooit meer te beleven dan dit. U zult dan morgen in staat zijn wederom volgens de behoeften en normen van morgen te beleven.
  7.  Dan nog een raad, die velen wel eens overbodig zouden noemen: zoek niet naar nieuwe schoenen, alleen omdat de oude te gemakkelijk zitten. Gooi geen stellingen overboord, omdat er niets nieuws meer in zit. Zolang een bepaalde stelling, geloof, levenshouding, beroep, handelwijze, kracht, voor u onmiddellijk bruikbaar is, dient men haar te handhaven. Kan men daarnaast iets nieuws leren of verwerven, dan is daar tegen geen bezwaar, mits men het oude daarvoor niet verlaat, verwerpt enz. Aan deze raad zult u veel hebben in de komende tijd, want al nu zijn er zeer vele mensen bereid oude schoenen weg te gooien, zonder dat zij de mogelijkheid hebben zich nieuwe te verschaffen. En dit geldt op velerlei terrein.

Als u deze eenvoudige raadgevingen opvolgt, komt u reeds veel verder. Voor de enkelen, die experimenteren of met geestelijke krachten willen werken, laat ik hier nog een bijzondere raadgeving volgen: U zult moeilijk kunnen verklaren, waarom het zo is. Bewijs dan eerst meerdere malen, dat het zo is, voor u zich met het waarom bezig gaat houden. Velen zullen aan de hand van een enkel gegeven of een enkel feit zoveel theorieën opbouwen, dat zij geheel over het hoofd zien, dat deze geen bevestiging vinden, daar het gebeuren geen regel, maar een uitzondering was. Eerst wanneer u genoegzaam hebt bewezen, dat bepaalde oorzaken en gevolgen voortdurend samen optreden, heeft het zin er stellingen aan te verbinden.