Vergeten achtergronden van esoterie en magie

image_pdf

9 december 1964

We hebben bij deze bijeenkomst – ofschoon nu niet onmiddellijk – een gast, volgens ons van buitengewoon belang. Voordat wij zover zijn, zal ik proberen een paar lessen te geven. En nu zou ik dus graag willen ingaan op een paar van de achtergronden van de principes van esoterie en magie, die nogal eens worden vergeten. Dit zal m.i. verder kunnen bijdragen tot begrip voor hetgeen onze gast misschien brengt, maar in ieder geval ook voor al datgene, wat op de Steravond waarschijnlijk zal gebeuren.

Alle magie en esoterie is gebaseerd op het scheiden van het bewustzijn van de onmiddellijk bestaande wereld. Elke bereiking van esoterie en magie vindt plaats in een toestand van verrukking. Elke toestand van ontruktheid of verrukking impliceert een reeks van waarnemingen, belevingen en eventueel ook het verwerven van inzichten, krachten of vermogens, die niet direct samenhangen met de normale wereld waarin men leeft.

Doordat er een grote scheiding bestaat tussen de esoterische en magische werkelijkheid en de werkelijkheid van de mens, wordt het vaak moeilijk een brug te slaan over deze kloof van begrip, van gevoelen.

Nu is het bv. zeer belangrijk, dat men voor zich een bepaald beeld van God heeft. Typisch is hierbij, dat de vorm (de wijze, waarop dat beeld bestaat) van minder belang is. Belangrijk is, dat men een begrip heeft voor wat men misschien de beschermengel, de daemona of iets dergelijks kan noemen, de persoonlijke hogere entiteit (misschien het persoonlijk hoger ik), die beschermend kan optreden voor dit ik, waarmee dit ik ontmoetingen kan hebben, etc.

Maar alweer blijkt het niet belangrijk, dat men nu direct daarvan een vorm kent. Schijnbaar is dus de esoterische wereld, de magische wereld er een van volkomen irrealiteit, voor zover wij dit kunnen beschouwen vanuit een stoffelijk standpunt. Nu blijkt verder, dat in de magie en de esoterie magie vaak gefaald wordt. Men bereikt niet.

En de verklaring van dat niet bereiken wordt dan op vele wijzen gegeven. Wij kunnen het echter alweer eenvoudig stellen Om te komen tot een bereiking op dit terrein, moet er een maximum aan wilskracht bestaan. Een maximum aan wilskracht kan alleen door training, dus door voortdurende oefening bereikt worden. Wanneer er geen sprake is van een training, wanneer men niet de instelling heeft, die noodzakelijk is, zal geen enkele esoterische of magische procedure werkelijk iets uithalen.

Maar zelfs wanneer wij die wil hebben en geoefend zijn, dan is er nog een volgend element nodig, om de bereiking mogelijk te maken geldt dan het voorstellingsvermogen van de mens als bijzonder. Wanneer men magisch of esoterisch werkt, dan meet men zich iets voorstellen. Pas wanneer men die voorstelling zo concreet mogelijk voor zich ziet, zodat je a.h.w. zou kunnen uitgrijpen en haar beetpakken, is zij zo sterk geworden, dat zij de werkelijkheid van de mens vervangt.

De vraag die hieruit voor velen rijzen zal is wel, of wij in dit geval nog mogen spreken van een esoterische werkelijkheid. Want hier speelt de fantasiewereld, hier speelt het gedachteleven van de mens een zeer grote rol.

De curiositeit hierbij is het volgende: Op het ogenblik dat de wilskracht voldoende sterk is en de mens dus geestelijk voldoende geoefend, kan hij zich projecteren in de voorstelling. In het begin ziet hij als een soort toeschouwer het spel zich afspelen, dat die andere gestalten van de verbeeldingswereld dus voltrekken. Maar op een bepaald ogenblik wordt hij daarmede één.

Wanneer hij daarmede volstaat, wordt er nog niets bereikt. Maar kan hij nu vanuit deze andere persoonlijkheid zichzelf terugzien op zijn eigen wereld, dan heeft hij daarmede het contact bereikt met een hogere wereld, terwijl de eigen wereld blijft voortbestaan, de stoffelijke werkelijke wereld. Vanaf dat ogenblik leeft die mens in een dubbele realiteit en zijn begrippen als tweede werkelijkheid voor hen niet meer alleen wensdromen, maar is dit een concreet bestaande wereld. Hij kan nu in die andere wereld handelen, streven, erkennen en ontdekken.

Hier speelt overigens nog iets anders een rol? Wanneer wij kracht, macht of gezag nodig hebben, dan zullen wij in vele gevallen ons identificeren met iets, wat wij in feite niet zijn. We kennen dit ook in de menselijke wereld, waar het kind bv. zich identificeert met de held. Of dat nu vader, moeder, een oom of een tante is, een voetballer of een filmster, dat doet minder terzake. En zolang het kind prestaties kan leveren in die richting, wordt het door die persoonlijkheid geïnspireerd, het komt tot uitingen, die eigen vermogen soms aanmerkelijk te boven schijnen te gaan. Door de droomidentificatie (want zo zou ik het toch willen noemen) is er dus een deel van de vermogens, die reëel of alleen maar in de verbeelding van het kind in die andere persoon bestaan, overgegaan op het ik. De reacties van dat ik en de prestaties van dit ik worden daardoor gedomineerd.

Die methode van identificatie kent men in praktisch alle mystieke systemen en in 9 van de 10 esoterische scholen. Ook voor de magie speelt het vaak een grote rol, waar de magiër toch heel vaak zich zal identificeren met de godheid, krachtens wie hij aan bepaalde entiteiten zijn gezag wil opleggen.

Wanneer ik mijzelf één kan gevoelen met een waarde, die boven mijzelf ligt, dan zal ik zeker wanneer ik een toestand van verrukking plus onthechtheid bereik over vermogens beschikken, die mij normaal vreemd zijn. Het is misschien nog te moeilijk om dat allemaal te formuleren. En in een poging om begrijpelijk te zijn ben ik misschien hier en daar ook te eenvoudig. Maar wanneer wij te makers hebben met een meester, dan kunnen wij twee dingen doen.

Wij kunnen die meester observeren dus we slaan dan gade. Ben je niet helderziende, dan is de indruk betrekkelijk gering. Ben je dat wel, dan word je misschien overweldigd door de krachten van straling, en licht, die uitgaan. Verder kom je niet. Je kunt openstaan voor die meester. Dan ontstaat een uitstraling van kracht, waardoor het ik ergens de emoties, de invloeden ontvangt, die in die meester op het ogenblik bestaan. Maar er is sprake van een afschaduwing, van een gedeelde emotie a.h.w. Er is geen sprake van een zelfstandige kracht, die men daaruit gewint, of van een zelfstandig dirigeren van de krachten die ontvangen worden.

Stel echter dat wij één zijn met de meester. Dat wij onszelf vergetende zeggen: Wijzelf zijn het, die daar celebreren, spreken, mediteren, enz. Dan wordt de kracht van dit ik dus a.h.w. gelegd in die meester. Maar omgekeerd zal de totale kracht van die meester binnen het ik bestaan. Wanneer dit ego nu andere doelstellingen heeft dan de meester, maar toch voldoende harmonisch met hem is, zal het totaal van de kracht, dat in de meester bestaat, eveneens binnen het ik tot uiting komen. Het ego leeft een ogenblik ver boven zijn stand, verkrijgt wijsheid, kracht en inzicht uit de gestalte van de meester.

Dit zal misschien voor vandaag nog niet zo belangrijk zijn, omdat het vandaag gaat over leringen. Wanneer het vrijdag a.s. gaat om krachten, dan ligt de zaak iets anders. Dan zal die kwestie van identificatie, van zelfvergetelheid, dus ergens een veel grotere rol spelen en ook een veel beslissender invloed hebben op het persoonlijk leven en ervaren van elk van de aanwezigen, die dit bereikt.

Wij moeten dus goed begrijpen, dat deze mogelijkheden concreet zijn. Ze bestaan niet in die andere wereld of in een hoger ik. Zij bestaan als aan de voorwaarden is voldaan even goed in het ik, dat u kent wat u volgens uw eigen beeld nu bent. Waan, misleiding, een gebrek misschien aan kennis of intellect zijn hierbij geen belemmeringen. Integendeel, wij zien dat vaak eenvoudige mensen veel dichter komen te staan bij de grote waarheid, bij de grote ervaring, dan mensen die wat geremd zijn door – laten we zeggen – hun intellectuele benadering van alles, waardoor een overgave zonder rationalisatie hun praktisch niet mogelijk is.

Over dit punt mag ik nog even doorspreken.

Een oefening van de wil kan nooit bestaan in iets, wat een bepaald prestige met zich brengt. Dat klinkt misschien vreemd, maar toch zult u het begrijpen, wanneer ik het als volgt stel. Iemand, die een bepaalde deugd beoefent, omdat die deugd bekend wordt, wordt niet gedreven door zijn feitelijke wil (het is niet zijn eigen wezen dat beslist), maar het is de relatie die hij in stand wil houden met de omgeving. Er is i.p.v. een zuivere wilsuiting een zekere dwang ontstaan. Die dwang kan weliswaar een bereiking op een enkel punt bevorderen, het kan je dwingen tot een gedrag dat heel vreemd is aan je eigen wezen, maar het zal nooit de daarachter liggende elementen weg kunnen vagen. De deugd die men beoefent zal misschien gecompenseerd worden door verborgen ondeugden. Het gedachteleven zal misschien in regelrechte strijd zijn met het uiterlijk, dat men presenteert. Daarom is het dus niet mogelijk om voor een wils-oefening iets te kiezen, dat een zeker prestige geeft, iets wat de buitenwereld opmerkt en eventueel zal waarderen. De oefening van de wil vindt altijd plaats in het meest onbelangrijke.

U kunt daar verschillende proeven mee nemen. U kunt bv. tot uzelf zeggen: Ik zal stil blijven zitten en mij niet verroeren, wat er ook gebeurt, tot het een uur of een kwartier verder is. U kunt bv. zeggen: Ik wil vandaag niet aan mijn gezicht komen om te krabben of het vast te houden, ik zal dat vandaag niet doen. Dat zijn dus schijnbaar onbelangrijke dingen. Het feit dat men dit leert doorzetten, betekent dat een beheersing wordt gewonnen, die niet afhankelijk is van de buitenwereld. En voor die esoterische bereikingen is dat van het allerhoogste belang trouwens ook voor de meeste magische bereikingen. Want wat wij esoterisch bereiken, kunnen we de buitenwereld niet tonen. Er is geen enkel element, dat ons daarin een gezag of pen meerwaardigheid kan schenken in de ogen van anderen. En zo dit al het geval is, kunnen wij dat gemakkelijk genoeg vervalsen om te voorkomen, dat wij daarvoor alle werkelijke moeite moeten doen. Er is dus alle reden, om de wil te sterken door een beheersing, te gewinnen.

Die beheersing kan ook erg belangrijk zijn, wanneer je begint met je een voorstelling te maken. De meesten van u hebben bv. wel gehoord van de methoden, waarop het kundalinivuur wordt opgewekt. Het kundalinivuur, dat zich als slangenvuur door de verschillende wervels heen werkt naar boven toe de gekronkelde slang, die zich opricht en daardoor buiten het eigen wezen kan uitreiken. Op diezelfde manier kunnen wij dus in ons voorstellingsleven ook andere dingen waar gaan maken. En ik denk hier bv. weer aan dat proces van identificatie met een meester of een kracht, dat ik zoëven reeds aansneed.

Wanneer ik alleen maar zeg: Ik ben op dit ogenblik Jezus, dan ben ik het niet. Of: Ik ben Osiris, Prometheus of Dionysos. Maar op het ogenblik, dat ik mij deze entiteit kan voorstellen, dat ik bv. Jezus leven en lijden mij intens voorstel, totdat het reëel is, totdat ik erbij ben, of dat ik het misschien zelf onderga, dan heb ik een weg gevonden waardoor ik (mits dit verschijnsel en die voorstelling onder de beheersing van mijn wil blijven en mij niet overrompelen) dus inderdaad een ogenblik die Jezus word, of die Prometheus, Osiris of wie dan ook. Door de voorstelling, die ik mij opbouw, maak ik voor mijzelf de beleving pas waar.

Want deze identificatie gaat niet alleen maar uit van een stelling, het is een beleving. Om jezelf werkelijk te kunnen vergeten, moet de figuur die je wilt zijn of wilt voorstellen zo sterk je gedachteleven beheersen, dat je hierdoor een volledige harmonie bereikt met dit wezen.

Misschien kan ik hier teruggrijpen op oude inwijdingsgeheimen, waarin zoals bekend zal zijn bepaalde spelen werden gehouden, die dus symboliek bv. het leven van Osiris, de overwinning van Dionysos enz. voorstelden. Hierbij was het typische, dat dus de hoofdpersoon (de meest belangrijke persoon) gespeeld. werd in verschillende fasen, soms door verschillende mensen, maar altijd in de eindfase door degene, die ook gelijktijdig als orakel of als beker (zoals men het ook wel zei) diende. In deze moest nl. de persoon van de God of van de figuur, die men voorstelde, zich openbaren. En door dit spelen van het geheel, ontstond een zodanige persoonsverandering, dat degene die Osiris of Dionysos of wie dan ook speelde of in het begin bij sommige gewijde spelen ook de figuur van Jezus mocht uitbeelden, de eerste vorm van passiespelen. De hoofdfiguur zich niet meer gedroeg als een mens maar als de godheid, meester of held, die hij voorstelde. Op dat ogenblik werden zijn woorden en gebaren dan ook niet beschouwd als een weergave van iets. Zij waren het onmiddellijk contact met de godheid, de directe uitdrukking van de bereiking.

Op dezelfde manier zouden wij het eigenlijk moeten kunnen doen, maar helaas, de wegen die hiertoe voeren, zijn langzaam maar zeker grotendeels teloorgegaan. Er zijn nog wel groeperingen, waar men soortgelijke benaderingsmethoden gebruikt. Ik denk hier aan de katholieke kerk, die eigenlijk het leven en lijden van Jezus opvoert en ook aan de maçonnerie, waar men bv. dood en opstanding van Hiram Abiff uitbeeldt. Deze kwestie op zichzelf is nog wel bekend. Maar de intense éénwording, de verandering van persoonlijkheid, is teloorgegaan.

De transfiguratie, die op die manier ontstaat, is niet slechts uiterlijke verandering, maar een verandering van innerlijke waarde en inhoud. Wanneer wij zo dadelijk contact krijgen met onze gast (ik hoop dat dit op korte termijn zal geschieden), dan hebben we dus niet alleen te maken met een ander denken, dat spreekt of een andere figuur, die spreekt. Wij hebben te maken met een totaal andere kracht, een totaal andere uitstraling. En dat betekent ook, dat zo’n figuur alleen kan spreken vanuit zijn eigen wereld.

Het is mogelijk de mens te benaderen vanuit die wereld. Het is niet mogelijk die wereld tijdelijk te verlaten voor de wereld der mensen. D.w.z. dat de klanken en woorden soms erg onbelangrijk zullen zijn. Niet omdat ze geen betekenis hebben, maar omdat vaak de klankfibratie, de klankvorming. van veel meer belang is dan hetgeen er gezegd wordt. Het betekent, dat gebaren niet slechts een onderstreping zijn van het woord, maar dat ze soms een totaal zelfstandige functie krijgen, waarbij ze een ritme uitdrukken, dat ten doel heeft a.h.w. aan de andere wereld, waartoe die persoon behoort, uiting te geven. De primitieve dans, zoals David bv. danste voor de ark, is mede een poging om het Goddelijke te bereiken door in de beweging de wereld van het Goddelijke weer te geven. Ik hoop, dat u daaraan zult denken.

Het zal u waarschijnlijk moeilijk vallen u met een leraar, een meester geheel te identificeren. En dat is ook onder omstandigheden niet noodzakelijk. Maar wij moeten in dat geval wel beseffen, dat er een verschil bestaat (een verschil van trilling, van frequentie, maar ook van begripswaarde en inhoud) tussen uw ik en het ik van de persoon, die spreekt, U moet daarnaast begrijpen, dat het veel oefening vergen zal om de éénwording met dergelijke figuren voor uzelf concreet te beleven. Het heeft niets meer te maken met stoffelijke contacten of met bepaalde geestelijke banden. Het is de verplaatsing van het ego ín het grotere, waarvan het deel uitmaakt en van waaruit het een soort residu kennis, kracht, enz. opneemt en meebrengt, wanneer het weer in zijn eigen beperkingen terugtreedt.

Ik hoop, dat ik met deze korte les u iets nader heb gebracht zowel tot de gestalte die nu komt, als ook tot het gebeuren van vrijdag a.s. en datgene, wat u misschien al meerdere malen ook in deze omgeving hebt kunnen waarnemen. Ik vraag nu uw aandacht voor een bijzondere gast.

0-0-0-0-0-0-0-0

Het menselijke weten is een afschaduwing van het werkelijke weten. In elke mens bestaat de oerkracht, bestaat ook een zeker terugverlangen naar de een status, die in de ziel nog wordt beseft. Deze kracht van werkelijk weten, dit heimwee naar vroegere – gelukkiger misschien ook – omstandigheden, is de werkelijke drijfveer van al datgene, wat de mens tracht terug te voeren tot een nieuw, een werkelijker en beter bestaan.

De kracht, die al deze waarden mogelijk maakt, is die van werkelijke harmonie. Werkelijke harmonie is de invoeging van het ego binnen het totaal van het Zijnde, daarbij strijdigheid vermijdende en samenwerking bevorderend, waar dit mogelijk is.

Alle verschijnselen, die op aarde voortkomen uit het vermoeden in het ik van een andere bestemming, voortkomende uit de behoefte aan dit werkelijke weten, dat men in zich verborgen gevoelt, voeren tot de praktijken, geloofsrichtingen en gedachten, die de mensheid overvleugelen.

Maar wat zijn deze dingen waard, wanneer zij niet worden tot een werkelijk gebeuren en een werkelijke beleving? Al datgene wat slechts een uiterlijkheid blijft, is zinloos. Al datgene, wat beperkt blijft tot een in-het-ik-verborgen waarde, zal zolang het zijn uiting niet vindt eveneens zinloos zijn.

Gedragen door de wetten van het karma brengt de mens uit zich krachten van het hoger wezen mee op de wereld. Naarmate meer krachten van het hoger wezen werden meegebracht, die niet kunnen worden ingevoegd in het menselijk bestaan, zullen oorzaak en gevolg het ego een droeviger, een mismoediger noodlot toekennen. Hoe minder residu of resterende waarden worden meegebracht op de wereld en hoe sterker daardoor de onmiddellijke bewustwording vanuit de wereld werken kan, hoe sterker, hoe vollediger, hoe krachtiger het ego een gelukkig lot beleeft.

Geluk en ongeluk zijn voor ons – waar wij ook zijn en hoe wij ook leven – als uitgedrukt in de verhouding tussen het werkelijke ik en de beleving in de materie. De grote openbaring van onze kracht ligt dan ook in de uiting van het verborgene. En het symbool hiervan is de schijnbaar gesloten mond, die de naam, de kracht, toch roept. Het bekende symbool van Harpokrates, het bekende symbool van de verborgene, die geopenbaard is.

Ons leven, zolang wij sfeer en vorm kennen en niet opgaan in het hoogste, draagt in zich dit element van gelijktijdig verzwijgen en uiten. Openbaring is niet onthulling van het geheim, het is het spreken van het geheim, dat gelijktijdig gesluierd is. Het geheim, dat gesluierd is, wordt erkend door de sluier, indien men de symbolen verstaat, die het geheel van het geheim kentekenen.

In de oudheid werden goden niet gekend aan de voorstelling, die men van hen maakte, maar aan de attributen, die zij met zich droegen Zo kennen wij de waarheid, niet aan haar feitelijk wezen, aan de voorstelling die op de wereld daarvan bestaat, maar aan de attributen, die zij met zich voert.

In een tijd van licht en kracht is juist het kennen van de attributen belangrijk. Een openbaring van een eeuwige waarheid kan u niet gegeven worden. Een openbaring van een eeuwige kracht is voor u onmogelijk te aanvaarden. Maar de attributen van die waarheid en van die Kracht ,de attributen van het licht, die kent gij.

Het werkelijk Witte Licht is het Licht van de Schepper, de Voortbrenger van alle dingen. De attributen van het Witte Licht zijn; de helderheid, die geheimen openbaart, het vuur, dat onreinheid verteert, de veer of waaier van een rechtvaardigheid, die geen veroordeel kent het samenvloeien van schijnbare tegenstellingen, zolang zij oprechtheid bezitten.

Gelijktijdig kent men het Witte Licht aan zijn openbaring van het werkelijk duistere. Want daar, waar het licht helder is, wordt de tegenstelling openbaar.

Het is daardoor, dat in deze dagen het Licht kenbaar wordt. Want het draagt in zich het teken van het leven en de levende kracht. Het teken van het steeds sterker verbonden zijn, dat in de mens en geest bestaat.

Het draagt in zich het kenteken van de scheiding, omdat de tegenstellingen elkander niet ontmoeten, maar elkander openbaren.

Het licht van deze dagen draagt in zich het oude geheim van de harmonische trilling en daarnaast de disharmonie van de chaos. Al deze attributen zult gij afzonderlijk waarnemen en kennen.

Doch wie de attributen erkent, moet durven treden tot de sluier. Want slechts hij, die de sluier weet te lichten, die in zich erkent wat verborgen is achter de schijnbare geheimzinnigheid, zal weten wat het wezen is van de kracht en van de tijd, zal weten, wat het vermogen is, dat vanuit de mens en de geest doortrilt naar alle bestaan.

Ik mag u deze Kracht niet volledig ontsluieren. Ik kan u slechts helpen om deze sluier voor uzelf te lichten. Om voor uzelf te vinden het vermogen, waarin de werkelijke Kracht begroet kan worden, ontvangen kan worden en in het ik openbaar kan zijn.

Wie wil weten wat verborgen is achter de sluier vraagt zich af: Wat is het, wat deze Kracht vernietigt? Wat is het, wat deze Kracht baart? Want dat wat ten ondergaat en dat wat ontstaat tezamen vormen de grenzen, die de gestalte bepalen. Vraag u dan af: Wat is de waarde van Licht, die ik erken hierin voor mijzelf? Dit is voor u het aangezicht, dat de Kracht in zich heeft. Vraag u af: Kan deze Kracht in mijn bestaan ingrijpen? En zo ja, hoe ervaar ik dit ingrijpen? Dit geeft u a.h.w. de handen van de Kracht, de directe krachtsuiting.

En vraag u af: Waarheen voert deze weg mij? Waarheen voert deze weg schijnbaar de mensheid? Hierin kent gij de voeten, of de weg. En zo ge deze dingen afzonderlijk hebt gezien, vraag u af; Wat is het, wat deze krachten, deze werkingen met elkaar vereent? Wie dit beseft, kent de Kracht. Wie de Kracht in zich kent, heeft de eenheid met die Kracht gevonden. Wie de eenheid met de Kracht vindt, is niet haar slaaf of haar meester. Hij is vrij in de wereld van die Kracht en ademt haar in, zoals een mens een lentebries.

Hij is sterk in die Kracht, zoals een mens sterk is, die zich voedt met de rijpe vruchten des velds. Hij verliest in die Kracht zijn armoede, want zijn rijkdom is de verbondenheid met alle dingen. Wie de Kracht erkent in haar wezen, herkent in haar een van de groten, die de paden der bewustwording beheersen.

Wie gaat door de vele poorten, die inwijding beloven, die heerschappij schijnen te geven, gaat slechts door de beperkingen van zijn eigen wezen. Wie echter die weg gaande de gevaren overwint, die hem bedreigen, de angsten meester wordt, die hem aanvallen en besluipen, ja, de honderd koppige demonen terugvuurt, die slechts zijn de elementalen, gebonden mede aan zijn eigen denken en wezen, hij gaat door zichzelf tot de waarheid.

Nog is de tijd niet gekomen, dat wereld en mensheid met de volledige waarheid en werkelijkheid van het bestaan geconfronteerd worden. Nog, is niet de tijd gekomen, dat de mensheid de oude kreten weer leert spreken en de oude altaren in hun werkelijke betekenis beseft. Maar dit is het begin. Het begin van vele ontwikkelingen, vele krachten en mogelijkheden. Het is het begin van een proef, waarin ge uzelf sterk kunt maken en bewijzen, of waaraan gij falende althans in deze schijnvorm ten onder gaat.

Leven in deze dagen betekent bereiken of totaal falen. De tussenfasen die zolang mogelijk zijn geweest vallen in de concrete krachten van deze tijd steeds meer weg. Er blijft ons slechts een band over, die ons – voortdurend verbindend met de hoogste krachten – één kan maken met dezen, zodat wij de krachten van de tijd, die wij niet begrijpen, toch kunnen verduren.

In de eeuwigheid en het begin van de eeuwigheid was het de kracht van Liefde, die in aanvaarding en besef al het Zijnde verenigde in de Kracht, die Al voortbracht. Daar, waar een liefde is, die zichzelf niet zoekt en vraagt, die niet beperkt of bepaalt, maar slechts erkent en in die erkenning is rechtvaardig, eerlijk en zuiver, daar is de band met de mens nog steeds in stand gehouden, daar is het eerste begin nog, met zijn gevolgen verbonden. Waar deze band bestaat, kan niets ten onder gaan. Daar is geen mislukken mogelijk, ten hoogste een aarzelen.

Tussen geloof en wijsheid, tussen verstandelijk denken en inspiratie, tussen stoffelijk en geestelijk bestaan, tussen God en demon ligt de weg van de verbondenheid met het Eeuwige. Wie het Eeuwige beseft en de kracht van het Eeuwige in zich ervaart, in volledige liefde en aanvaarding, zonder verwerping of oordeel, zonder zichzelf te zoeken, daar is de eeuwige werkelijkheid sterker dan al wat leeft. Daar zijn de krachten der Sephiroth samen gebundeld en overwonnen en is zelfs de Kroon slechts de steen, waarop voeten treden, voor zij de trap der werkelijkheid betreden.

Buiten uw wereld, buiten de sferen die gij kent en betreden zult, ligt een andere wereld. Een wereld, die niet omschreven kan worden in emotie of in kracht, zoals bij u. Die niet kan worden beoordeeld en vastgesteld volgens de wetenschap van uw wereld en de erkenning, van de sferen. Het is deze wereld, die waar is. Want de waarheid vindt zichzelf weerspiegeld in sferen en werelden, in gestalten en vormen, duizenden malen ………….. en blijft onveranderd. De werkelijkheid ziet haar beeld voortdurend weerkaatst door de stroom van de tijd. En ook is zijzelf tijdloos en onveranderlijk.

Deze waarheid is het doel, waarnaar wij streven, als mens en geest. Deze waarheid kunnen wij benaderen, wanneer wij durven zien achter de sluier van de krachten, die ons trachten die regeren. Wanneer wij durven zien achter de sluier ook van onze eigen beweegredenen en motieven. Wie werkelijkheid en wijsheid wil bezitten moet terugtreden uit de wereld van een persoonlijk aanzien, van een persoonlijk verbonden zijn, ja van een persoonlijk bestaan.

Zoals de rups wordt tot de pop en uit de cocon de vlinder met achterlating van het oude wordt tot een wezen, dat zich niet behoeft te voeden, dat slechts dartelt in de wind, zo zal het ik, prijsgevende zijn oude vorm, zijn oude bestrevingen en oude motiveringen, eens een werkelijkheid betreden, waarin geen noodzaken en behoeften bestaan. Daartoe moeten wij reeds nu ons voorbereiden. En er zijn vele mogelijkheden om dit te doen.

Daarom zeg ik u:  Zoek in de eerste plaats de waarheid van de kracht, die u beïnvloedt. Zoek achter de sluier te zien het aangezicht van de God die gij vereert, de meester die gij volgt, de engel die u beschermt.

In de tweede plaats zeg ik u:  Schuw de kennis niet, maar zie haar als een middel, niet als een doel. Wie de kennis leest van de mensen en haar maakt tot de kennis van het Eeuwige, hij zal niet erkend worden om zijn kennen in de wereld, maar hij zal uit de erkenning eeuwigheid beseffen.

Verwerp niet de emotie en de ervaring. Want uit de schijn van het redeloze, dat u beroert, klinkt de werkelijkheid door. Wie ook zijn onredelijkheid aanvaarden kan en daarin een zin erkent, heeft de Eeuwige herkend.

Eer geen meesters. Dien geen goden. Beroep u niet op krachten, die voor u zullen volbrengen. Want de kracht, die gij roept om voor u te volbrengen, is uw meester en uw rechter. Zoek in uzelf het antwoord op de krachten. Zoek in uzelf wat men wel noemt het geheim van de verloren naam en wat is; de erkenning van de werkelijkheid van eigen wezen, die verloren is gegaan.

Herwin uw plaats en macht uit eigen streven en door eigen moeite. Besef dat de zonden, die de mensen kennen, zelden werkelijke zonden zijn. Want de mens veroordeelt slechts wat niet strookt met zijn gebruiken. Besef dat de werkelijke zonden, die voor de mensheid bestaan, zijn het verloochenen van zijn wezen, van zijn waarheid, van zijn erkende plicht. Dit zijn de enige zonden. Betreur daarom slechts deze en verder niet.

En waar gij een zonde betreurt, erken haar en schep een tegenwicht. Want niet door boete te doen voor de zonde, doch door ongedaan te maken wat zij betekent voor wereld en anderen vanuit uw wil en streven, blust gij haar uit in de eeuwigheid. Wees niet onzeker. Zij, die onzeker zijn en aarzelen, zijn veelal reeds verloren. Kies u een weg en ga die weg, tot zij u een definitieve erkenning heeft gebracht. Slechts wie erkend heeft, kan verdergaan. Hij die vermoedt of aanvoelt, niet. Leef daarom uw zekerheden.

Besef dat ge tijd hebt. Want de tijd is slechts de illusie, waarin op duizendvoudige wijze de schaduw van één en hetzelfde wezen, één en hetzelfde bestaan wordt geprojecteerd. Gij hebt alle tijd. En tienduizend levens zijn voor de werkelijkheid niet meer of minder dan één. Zolang gij streeft is het genoeg. Maar wee degene die een leven teloor doet gaan door niet te streven, door zijn erkenning te verloochenen, door zijn wezen te ontkennen. Want deze heeft niet geschaad de vloed van tijd en incarnatie, maar hij heeft geschaad de harmonie van zijn werkelijk ego en daardoor zijn vermogen tot eenheid met het goddelijke zelf.

Streef geduldig. Maar streef voortdurend. En besef dat dit niet is het einde der dingen, maar het begin. Er is geen einde en er is geen beseft begin. Er is slechts de onbewuste of bewuste gebondenheid met een onbeperkt bestaan, dat – zichzelf herhalende – in zichzelf kent en spreekt, zonder ophouden. In de cirkel van leven ligt het wezen van de eeuwige waarheid. In de driehoek van bestaan ligt de eerste openbaring van alle verschijnselen.

En in de vierhoek van de materie ligt de weerkaatsing van alle verdeeldheid en gescheidenheid, de kracht van de vorsten, de heerschappij der heerscharen. Zo gij dit beseft, bezin u op deze dag, opdat, dit het begin moge zijn van een kracht, die eeuwig is ook voor uw besef. Opdat gij erkennen moogt de werkelijkheid van een Liefde, die boven alle krachten uitgaat en toch zichzelf niet zoekt. Opdat ge beleven moogt de onthulling van de Kracht en daardoor de aanvaarding van uw rechtvaardig erfdeel in de kosmos het erfdeel der volbewusten, die zelfs uitgaan boven de sferen van geest en gehuwd in het Licht zijn: Licht, dat weerkeert in de projectie van alle vorm.

0-0-0-0-0-0-0-0

Ik weet niet of u in dit alles misschien iets herkend hebt van datgene, wat ik reeds aan het begin van de bijeenkomst zei.

De persoonlijkheid van de spreker zal tot de meesten van u wel zijn doorgedrongen en u zult zich gerealiseerd hebben, dat hier een verschil ligt met uw eigen wezen en bepaalde waarden van uw eigen wereld. Belangrijk was achter de klanken de werking van een eeuwige idee en een eeuwige openbaring.

Om te komen tot een voldoende besef van een dergelijke kracht moet men haar bij herhaling trachten te ondergaan. Het is niet mogelijk om in eenmaal of alleen door het ondergaan die kracht te beseffen. Hier zou men zelf voortdurend weer die kracht voor zichzelf moeten opbouwen om op deze wijze pas het karakter, het bereiken, het vermogen van een dergelijke meester te kennen.

Ik kan u wel vertellen dat degene, die tot u sprak, inderdaad behoort tot de hoogste sferen des Lichts en – ofschoon hij oorspronkelijk de purperen straal volgde – thans is eerste dienaar van het Witte Licht en volmeester van het Gouden Licht. Anders gezegd hij is bewuste dienaar van de eeuwige krachten, die behoren bij het galactisch centrum en is gelijktijdig meester van de zonnekrachten, die dit beperkte deel van het Al, het zonnestelsel, beheersen. Zijn meesterschap wordt uiteraard ten dele verhuld door, de uitingen, die in mensentaal moeten geschieden, door de vorm, die een beperkt deel van zijn wezen slechts kan bevatten.

De mens, die een bot van een groot dier heeft gezien, kan immers ook niet zeggen, dat hij het dier kent? Hij kan het dier wel reconstrueren en heeft dan eerst het vermogen om het te herkennen, wanneer hij het in werkelijkheid aanschouwt. Zo en niet anders moet u de ontmoeting met een kracht als deze eigenlijk zien.

Er is hier geen sprake van rangorde of hiërarchie, ofschoon hij misschien onder de Elohim gerekend zou kunnen worden volgens enkele oude waarderingen. U hebt er een heel klein en misschien in wezen nog niet eens intrinsiek deel van gezien en van beleefd. Maar wanneer u hieruit iets voor uzelf kunt reconstrueren, wanneer u van hier uitgaande een beeld kunt krijgen van de werkelijke macht, dan heeft u ook het contact met deze macht zelf in de hand.

Denk aan hetgeen ik u gezegd heb, voor onze gast kwam. Dit is een beginsel, dat niet alleen de esoterie en de magie beheerst. Het beheerst in feite het hele leven. Wanneer wij iets willen scheppen – en wij kunnen het ons voorstellen in gedachten, – is een redelijk juiste weergave eveneens mogelijk. Dat betekent niet, dat wij zonder dit nu helemaal niets kunnen presteren. Maar het houdt wel in, dat de beheerste prestatie alleen mogelijk wordt vanuit het gevormde gedachtebeeld.

Vergelijk met iemand, die door een toeval een prestatie op sportterrein volbrengt bij tennis, bij biljart, bij schaken. Dat kan een toeval zijn. En iemand, die ternauwernood de loop der stukken kent, kan een schaakmeester soms verslaan. Maar dit betekent nog niet, dat hij het spel beheerst. Hij wordt a.h.w. gespeeld. En wanneer wij bewust verder willen streven, wanneer wij esoterisch voortuitgang willen boeken, wanneer wij magisch kracht, vermogen en zeggingskracht kunnen krijgen, wanneer wij ook theurgisch onze vermogens willen ontplooien (en dit laatste is mogelijk, zo u de zin hiervan overdenkt) dan zullen wij beheerst moeten bereiken. En dat betekent, dat wij niet alleen door een toeval het Goddelijke moeten bereiken of een meester moeten erkennen, maar dat wij vanuit onszelf de bekwaamheid moeten verwerven om dit waar dit noodzakelijk of begeerlijk is voortdurend te doen.

Zoals u bemerkt, is het mijn taak deze avond af te ronden. Ik zou dat graag willen doen met enkele kleine raadgevingen, enkele aanwijzingen.  In de eerste plaats geldt dus training. Oefening begint altijd bij het eenvoudige. Wie een te grote last wil dragen, bezwijkt. Oefen in de eerste plaats uw wil in het kleine.

In de tweede plaats het voorstellingsvermogen door het visualiseren, desnoods van het vertrek, dat ge zojuist hebt verlaten, van een voorwerp dat ge elke dag weer ziet. Bouw het voor u op, tot ge het in alle details kunt waarnemen. Dan wil ik u de raad geven om elke dag met regelmaat en niet volgens een willekeur deze proeven te nemen, deze bestrevingen te volbrengen. De regelmaat brengt ons eveneens tot een beheersing. Want wij moeten om te bereiken meester zijn van ons lot, van onze tijd, en niet de slaaf.

Dan wil ik u erop wijzen, dat elke kracht, die wij leren erkennen en aanvaarden, geopenbaard moet worden. Het zal niet onmiddellijk mogelijk zijn dit tot stand te brengen. Maar wanneer wij ons de moeite getroosten om regelmatig ook dit te beoefenen, zo zullen wij ook hier meer resultaten bereiken. Wees vooral van volledig doorzettingsvermogen, van volledig streven overtuigd.

Neem u eenvoudige dingen voor. Maar schrijf deze dan neer en houd u daaraan, ook wanneer zij zinloos schijnen. Want in elke poging tot bereiking komt het moment van zinloosheid. Laat u dan rustig ontmoedigen. Dat is niet belangrijk, zolang ge uw taak verder vervult, zolang ge de door u opgenomen verplichtingen vervult. Alleen op deze wijze is het mogelijk om de inzinkingen, die in feite vaak zijn de stilte voor een nieuwe openbaring of erkenning, te doorworstelen.

Zoek u geen voorbeelden bij de allerhoogsten en grootsten, voor ge hebt geleerd een eenvoudiger voorbeeld getrouw te volgen. Kies u geen verre idealen, maar kies een voorbeeld, dat ge nu kunt verwezenlijken. Wie wil schilderen als Rembrandt, zal goed door in het begin zo goed en eenvoudig mogelijk eerst eens het werk van anderen te kopiëren.

Daardoor eerst beseft hij langzaam maar zeker de techniek van de meester en kan hij misschien ook de zeggingskracht van de meester verwerven, wanneer hij zelf wil weergeven. Wees niet bang voor de beperkingen, die in vele gevallen het gevolg zijn van dit bestreven. Beperktheid is geen straf, beperktheid is geen gebrek, indien zij voert tot een verdergaande bereiking.

Wees bovenal uzelf. Laat u nimmer een ideaal, een verplichting, een last, een geestelijk streven opleggen door anderen. Ga uit van uw eigen inzicht en uw eigen vermogen. Want hij, die begint, vindt tienduizend wegen, die allen tot het doel voeren zo men de weg gestaag weet te gaan. Wie een weg kiest, die hij niet gaan kan, zal in zijn falen sterker leed, sterkere belemmeringen vinden dan degene, die een weg gaat, die door anderen niet is goedgekeurd.

Aanvaard hoge krachten, zo zij u geopenbaard worden of zich aan u manifesteren, nimmer met slaafsheid. Erken hun meerwaardigheid, maar niet hun blijvende meerderheid. Geef hun de eerbied, die zij verdienen, maar laat u daardoor niet belemmeren gelijkheid met hen na te streven. Wie zich bewust wordt van de werkelijkheid, is geen mens onder goden, hij is een god onder zijns gelijken, Ook dit moeten wij beseffen, zelfs bij de ontmoeting met hoogste meesters en krachten, zelfs bij een openbaring, die ons de eeuwigheid schijnt te zijn.

Realiseer u, dat de kosmos zelf in u is weergegeven. Uw ware ik is in het beeld van de werkelijke godheid. de krachten en energieën van uw werkelijk wezen zijn gelijk aan de krachten, die bindend sferen en wereld in stand houden. Uw stoffelijk wezen, uw vormen in de sferen, zijn de gelijkenis van de delen der schepping, die gij beseft hebt.

Streef nimmer om lichamelijk schoner te worden, maar om geestelijk harmonischer te worden. Want wie in zich bereikt, zal dit uiten op elk niveau, waarop hij leeft. Maar hij zal nimmer door de uiterlijkheden te veranderen zonder meer een innerlijke verandering voor zich bereiken.

Dit zijn enkele eenvoudige gegevens? Misschien doe ik er goed aan om dit betoog te besluiten met een benadering van het magische. Het magische, dat in zijn schijnbare zinloosheid soms de ontstellende werkelijkheid openbaart van werelden, die direct naast de uwe staan.

Al datgene, wat wij zeggen omtrent elementalen, natuurgeesten, kleine demonen en kobolden is ergens waar en is ergens niet waar. Het is waar, omdat dit voor ons de uiting kan zijn van bestaande krachten en werkingen. Het is niet waar, omdat dit niet de enige, de bepalende of zelfs maar eigenschap weergevende vorm is, waarin het geheel van die krachten en vermogens tot uiting komt.

De vormen, waarmee wij te maken hebben, zijn van weinig of geen belang. Van belang is het wezen der dingen. Het wezen der dingen kunnen wij nooit omschrijven op menselijke wijze. Elke menselijke omschrijving heeft ergens een onvolledigheid. Daarom zal elke omschrijving voor ons alleen een middel zijn, nimmer een doel. Daarom kan de zinloosheid van de omschrijving toch de werkelijkheid soms weergeven. Ja, wat meer is, in enkele gevallen komt het schijnbaar zin of redeloze dichter bij de werkelijkheid dan een redelijke omschrijving.

Voor degene die probeert met een incantatie, een invocatie, een evocatie te werken is het belangrijk, dat men zich dit realiseren kan. Maar al te vaak gaat men uit van de zeggingskracht van de begrippen, die men hanteert. Maar wanneer die begrippen niet werkelijk in het ik leven, doch slechts een usance, een gewoonte zijn, zult u er niets mee bereiken.

Wanneer ge spreekt over Jezus, die voor de mensen gestorven is, dan mag dit fraai en mooi zijn. Maar zo ge dit niet leeft, is het waardeloos. Terwijl ge klanken kunt uitstoten, die slechts uw verrukking weergeven of uw toestand van ontruktheid en daarmee ergens uw realiteit sterker tot uiting kunt brengen dan met al die woorden. Laat u daarom nooit een vorm opleggen.

Imiteer anderen niet, tenzij ge misschien een voorbeeld wilt zien, waarop ge uw eerste pogen wilt baseren. Vind een eigen vorm. Een eigen vorm, om uw God te benaderen. Een eigen vorm, om wat in uw wezen is weer te geven. Een eigen vorm, omdat gij moet bereiken en dit alles kunt door de krachten, die deel zijn van uw werkelijk bestaan en niet alleen van uw stoffelijke vorm.

En zo ingesteld zijnde, met begrip voor die persoonlijke noodzaak, die persoonlijke verplichting, met begrip voor de nutteloosheid van alle na-aperij zonder meer, zou ik u willen raden te zien naar de meesters. Te zien naar wat bekend is van hun levens en hun werken, de geheimen te beleven van wat zij waren, opdat gij hun gelijke moogt zijn, niet hun kopie. En daarom, heb ik de les gegeven, die voor vandaag aan de orde was. Ik wil besluiten met iets, wat dienen kan als voorbeeld van zo’n magisch zoeken naar vereenzelviging en het gevolg ervan. Een korte incantatie misschien, maar ook met haar eindresultaat. En ik hoop, dat u dan deze avond wederom vruchtbaar zult vinden, ook al zult u ditzelfde niet kunnen herhalen of zal het voor u misschien weinig doen.

Ik erken U, o Licht en kracht van Licht. Ik erken U, heer van Licht en ik zie Uw gestalte. Ik zie Uw scepter, ik zie Uw troon. Ik zie hoe de steen in de ring aan Uw hand wordt tot een licht als de zon.

Ik ben de steen in de ring van Uw hand. Ik ben het licht, dat Gij uitzendt. Ik ben de bliksemstraal, die Gij zendt om te doden. Ik ben de verlossing en het oordeel.

Gij zijt de Heer der wereld, maar ik ben In Uw gestalte. Ik ben bekleed met Uw mantel. Ik draag Uw scepter, ik draag Uw kroon. Gij, heer van Licht………. Ik, heer van Licht……….. Ik ben.

Heer van Licht en kracht van Licht, Schepper en Macht ben Ik, Adonai. En ik beveel vanuit Mijn kracht en vermogen al wat duister is te vlieden, Ik teken met Mijn licht de krans, die veiligheid geeft. En Ik zend Mijn kracht, opdat verdelgd worde wat niet aanvaardhaar is in de ogen van het Scheppend Vermogen Zelf.

Ik zeg tot u, alle geesten, gij die dient, gij onderdanen der vorsten, gij heerscharen, gij 100 en gij 60, luistert. Want Ik spreek, Ik, Adonai Maakt rein. Maakt zuiver! Maakt gezond! Ik ben bekleed met Uw mantel, o heer van Licht. En ik draag Uw kroon. Ik ben de steen in de ring aan Uw vinger. Ik ben de flits van Licht, die Gij uitzendt om te genezen en de bliksem, die Gij uitzendt om te doden. Ik ben degene, die U waarneemt, o Heer. En in Uw macht en uit Uw macht zeg ik tot hen, die volbrachten Uw bevel, mijn bevel.

Ik, Adonai, naam der namen, zeg u; gaat heen en weest gezegend, zo gij gezegend kunt zijn, voor de vervulling van mijn bevel.

Zie mij aan Uw voeten, knielend voor Uw troon, o Heer. Ik, die ben deel van Uw Kracht, macht van Uw Vermogen. Ik, die ben mijzelf, zoekend naar Uw Eeuwigheid.

Aanvaard mij, zo ik ben, zoals ik U aanvaard zo Gij zijt. Opdat vervuld moge worden wat ons bindt tot eeuwige werkelijkheid.

Dit is een vorm van incantatie, een magisch vermogen. Zonder vastgelegde woorden, zonder vastgelegde formules en vorm, maar daarom niet minder waar.

Ik meende dat dit als demonstratie en gelijktijdig ook als daad en reiniging een juist besluit zou zijn voor deze avond, die ons een. gast van buitengewoon belang bracht en mij de gewaardeerde gelegenheid bood ook enkele lessen te geven, waardoor gij uzelf, de meesters en de werkingen, ja zelfs de incantaties, beter kunt leren beseffen.

image_pdf