Vergroting van werkkracht en geestelijke bereiking

image_pdf

7 januari 1963

Ik denk dat menigeen voor zich zal uitmaken dat de titel wat verkeerd is gekozen. Men zou ongetwijfeld de opmerking kunnen maken: je zou beter kunnen zeggen “een vergroting van geestelijke bereiking en werkkracht”. Maar om tot een geestelijke bereiking te komen is werkkracht noodzakelijk. Je kunt niet uit niets iets te voorschijn toveren, je kunt ook geen geestelijke bereiking in jezelf, of een geestelijke kracht voor anderen, tot stand brengen als je niet over een zekere energie beschikt, wanneer je dus niet een zekere werkkracht hebt.

Ik hoop dus dat u met mij eens zult zijn dat onze belangstelling wel eerst dient uit te gaan naar de werkkracht.

En dan begin ik maar meteen, om het eenvoudig te maken, met de verschillende mogelijkheden die er bestaan om die werkkracht op te voeren, zonder daarbij op een of andere wijze lichamelijke reserves aan te spreken.

In de eerste plaats zal de werkkracht van de mens, en zover dat werk op aarde betreft ook van de menselijke geest, afhankelijk zijn van de gesteldheid van zijn lichaam.

Alles wat je op aarde bereikt, bereik je mede dankzij je denkvermogen. En nu weten we wel dat het denkvermogen ook zetelt in niet-stoffelijke delen van het ik, maar toch is het denken dat de stofmens doet het resultaat van zijn eigen zenuwkracht, d.w.z. de bio-elektrische kracht (energie), die hetzij chemisch, hetzij door beweging, wordt opgewekt in bepaalde delen van zijn organisme, hoofdzakelijk in de dwarsgestreepte spieren. En dan vragen we ons dus eerst af: wat kan ik doen om mijn eigen zenuwkracht te verhogen.

In de eerste plaats is het noodzakelijk dat het lichaam krijgt wat het nodig heeft, maar niet te veel, d.w.z. dat het lichaam op tijd zuurstof krijgt, dat het lichaam beweging krijgt, dat het ook zijn noodzakelijke activiteiten en voeding krijgt en wel op een zo gezond mogelijke wijze.

Daarvoor is regelmaat noodzakelijk. Nu kan onregelmatigheid in sommige gevallen tot regel zijn geworden. Maar de mens, die eenmaal een vast patroon in zijn leven heeft, kan dat niet ineens wijzigen zonder enorm veel energie daarmee te verspelen.

Dat kost hem zeer veel werkkracht, tijd en bezinning. Begin dus met uit te gaan van de gewoonte die je hebt en probeer deze langzaam om te buigen naar een voor u goede en aanvaardbare dagverdeling.

Probeer te voorkomen dat u al te haastig iets moet doen. Bent u snel opgewonden (er zijn van die mensen), probeer die opgewondenheid een beetje in toom te houden. Niet door ze te onderdrukken, daar wordt u niet beter van, maar door te zorgen dat dit voortdurend agressief op de wereld afstormen, ook plaats kan maken en a.h.w. op wens voor stilte, bezinning, receptiviteit t.o.v. anderen. Het zijn belangrijke punten.

Nu zult u zeggen: wat doen we? Voor Zuurstof is daar ademhaling voor nodig, een bepaalde ademhalingsoefening misschien? Eigenlijk niet. De eenvoudigste methode die er bestaat, is wel de eenvoudige yoga-methode van enkele malen ademhalen, rustig en langzaam, waarbij de tijd van inademing geteld als 1, de tijd van adem inhouden 1 en de tijd van uitademing 2 is. Dit zijn verhoudingsgetallen. Vooral goed is de methode, om in de frisse lucht eens eventjes energie op te doen. Deze ademhaling is verder goed, om u even te helpen over een plotselinge vlaag van zenuwachtigheid heen te komen of een zekere angst te overwinnen. Ze spaart u veel energie.

Wanneer u wilt gaan mediteren of werken, is het altijd verstandig om die ademhaling ook nog even, zoals dat heet, zuiverend te gebruiken. U moet dan met korte, krachtige stoten de adem zoveel mogelijk uit de longen persen. Vervanging van de zuurstof in de longen, zodat u dan door het krachtige uitstoten van de verbruikte lucht gevuld bent met nieuwe lucht en daardoor gemakkelijker energie opneemt. Dat had u waarschijnlijk niet verwacht, dat vergroting van geestelijke bereiking met zulke eenvoudige dingen begint, maar het is wel zo.

Dan een kwestie van voeding. Een lichaam heeft zijn voedsel nodig. Elke mens heeft zijn voedingsgewoonten. Wanneer u een mens bent die voortdurend te veel eet, dan zal het moeilijk zijn om ineens minder te gaan eten, maar u kunt wel de hoeveelheid stof, die u nodig hebt, gaan beperken, door er een beetje meer, laat ons zeggen, nietswaardige producten bij te voegen. Houd er rekening mee dat wanneer u geestelijk werk wilt doen, vlees niet altijd gunstig is. Je hoeft geen vegetariër te zijn, maar een dikke biefstuk nemen van een pond en dan zeggen: Kom, nu ga ik eens eventjes heerlijk geestelijk werk doen, dat zal u dan toch wel zwaar vallen. En wanneer u al geestelijk werk doet, dan kost het u hopen energie, die u beter anders kunt gebruiken. Het is dus ook een kwestie van energie sparen.

En een van de grootste verbruikers van energie en zenuwkracht is de mens zelf, door zijn verdeeldheid in zichzelf. Wanneer je sterk wilt zijn, wanneer je kracht wilt hebben, dan moet je in de eerste plaats ontspannen. Als u een goed atleet ziet of een goed acteur, wanneer u iemand ziet die zwaar werk doet en zich voorbereidt op een grote prestatie, dan zult u ontdekken dat de echte vaklui, de getrainden, beginnen met zich helemaal te ontspannen. Het lichaam moet los, moet soepel zijn. Het moet niet alvast in spanning zijn voor wat het dadelijk gaat doen. Want iedereen zal begrijpen, dat hoe meer wij ons nu reeds inspannen, hoe minder kracht we dadelijk hebben wanneer die kracht nodig is.

Maar dat doen we geestelijk ook. Ja, we hebben gehoord dat er misschien wel weer een sneeuwval komt in Nederland. Wanneer dat nu zou gebeuren over vier dagen (dan moet ik nl. juist een heel eind uit de buurt zijn, hoe zal ik dat bereiken …..) maakt u er zich maar niet druk mee, anders slaapt u misschien een paar nachten niet. En het resultaat is, dat u zelfs bij de beste condities, daar uitgeput aankomt waar u zijn moet. Wanneer men bezig is met zijn innerlijk, dan zijn er heus wel dingen waarvan men zegt: ik heb het niet goed gedaan, maar moet men daar nu over doorzagen? Je constateert het feit: ik moet bekennen, ik heb fout gehandeld. Maar als ik nu begin met de fout van vandaag, moet ik dan ook nog teruggaan en treuren over de fout die ik op mijn 60ste jaar herdenk en misschien op mijn 10ste jaar beging? Dat is energie weggooien. Constateer ik, ik ben niet verder gekomen, dan een volgend jaar beter. Wanneer u niet precies weet wat u wel en wat niet doen moet, vraagt u zich dan af wat u eigenlijk wil? Zelfs als u het lot laat beslissen, doet u toch wat u wilt, want u weet het heus wel. En als u werkelijk geen uitweg vindt, laat het dan over aan de tijd. Hoe meer zorgen u zich maakt, hoe meer u zich in spanning brengt, hoe krampachtiger u geestelijk of materieel werk aanpakt, hoe meer het van uw zenuwkracht vergt en hoe minder u in feite presteert. Ongedwongen zijn, los zijn, is noodzakelijk om meer levenskracht, meer energie te hebben.

En dan is er nog iets nodig, u moet ook vrede met uzelf hebben. Dat is misschien heel erg moeilijk, want een mens die vrede met zichzelf heeft (ik weet het uit eigen ervaring van vroeger) is soms geneigd om te denken dat hij perfect is. En dan gaat hij misschien tegen zichzelf opscheppen, zodat hij de werkelijkheid vergeet: een farizeeër in de tempel, die heel verbaasd kijkt, wanneer Zijn God hem geen gehoor geeft. Neen, maar wanneer je er van bewust bent, dat je iets goeds kunt doen, doe het dan. Praat er niet verder over, zeg voor jezelf: ik heb positieve kanten, som ze op, vertrouw erop, bouw erop, maar probeer niet daarvoor iets anders te verontschuldigen. Neem jezelf zoals je bent, dan heb je vrede met jezelf. Een mens die zichzelf voortdurend probeert te veranderen, die werkt eigenlijk negatief. Wanneer u geschapen wordt, hier op deze wereld, dan komt u met bepaalde erfelijke dingetjes van het voorgeslacht, maar u komt ook met een bepaalde taak. Die taak is geestelijk, zij is deel van uw leven, zoals de scheppende Kracht zelf, volgens haar wetten, dat voor u gesteld heeft. En dat kan heel goed betekenen, dat u alleen maar een bijlopertje moet zijn en dat u de mensen niet zo kunt doen opzien naar uw wezen als u zou verlangen, dat u niet zo veel moogt geven als u zou willen, maar uw taak is, zo te leven zoals u bent, uw taak is dan juister en meer in overeenstemming met het werkelijke doel van uw leven. U moet dus blijven voortgaan, niet met een pogen uw eigen grenzen te overschrijden, maar door dat wat u bent zo goed mogelijk te zijn. Misschien vreest u hier een tegenspraak, want ik heb zo-even gezegd: Je moet je een klein beetje betomen, wanneer je te uitbundig, te agressief bent. Maar in vele gevallen blijkt dat de mens juist agressief wordt tegenover de buitenwereld, wanneer hij ergens van binnen de zaak niet helemaal in orde heeft. Dat hoeft niet verkeerd bedoeld te zijn. De een die zal het doen in een bekeringsdrang, waarmee je anderen tracht te dwingen in te gaan. Een ander uit dat misschien eerder in lelijke woorden tegen iedereen die het niet met hem eens is. Maar die mensen zijn innerlijk niet evenwichtig. En om levenskracht te hebben, moeten we evenwichtig zijn. Wij moeten vanuit onszelf kunnen werken en leven zoals we zijn.

Een bedelaar die vorst wil zijn, mislukt als bedelaar en vorst. En een vorst die boer wil zijn die denkt, nu ja, misschien is hij goed in ploegen en zaaien, maar de oogst bedriegt hem, want dan is er niets. U denkt misschien: wat is dat allemaal oppervlakkig. Er is niets belangrijker dan datgene wat je bent, wat je taak is in het leven, wat je wezen is, voort te dragen, praktisch, maar ook innerlijk tot een hogere volmaking. Daarom zeg ik: Vrede in jezelf is een van de belangrijke dingen voor het verkrijgen van levenskracht. U denkt misschien dat ik uitgesproken ben daarover, maar nu komen we pas aan het technische gedeelte. Dat is altijd zo, de inleiding is begrijpelijk en dan hopen ze dat je ook de rest snapt, ik ook.

Een mens heeft een levenslichaam. Dat is zoiets wat in je corpus schijnt te zitten en er zo’n klein eindje buiten uitsteekt, een deel van je aura. Die ontvangt energie uit bepaalde andere werelden, plus krachten die in de eigen wereld bestaan, krachten in de atmosfeer bv. Die tezamen vormen dit lichaam, dat is de kracht waaruit je leeft. Op het ogenblik dat u op een onjuiste manier contact zoekt met medemensen, verspilt u levenskracht. Op het ogenblik dat u met verkeerde krachten in aanraking komt, wordt die levenskracht afgetapt, het levenslichaam bloedt leeg, ook al merk je dat van buiten niet. Er zijn heel veel krachten die graag een beetje van uw levenskracht willen hebben. Wanneer u zich op een gegeven ogenblik bezighoudt met dingen, die u zelf niet helemaal aanvaardbaar vindt of u doet heel goede dingen met een verkeerde bedoeling, dan stemt u daardoor af op een bepaalde levenssfeer, d.w.z. die kracht, die gelijk is aan de trilling die u uitstraalt aan bepaalde andere werelden. En daar komt misschien ook iemand die huichelt, die goed heeft gedaan, maar, eerlijk gezegd, om er mee te verdienen, een, die in het duister is terecht gekomen en die merkt, daar zit kracht. Zelf is hij krachteloos, zijn wereld is leeg, de tijd is er een van voortdurend verval en nu komt er die levenskracht. Dan probeert hij met u in contact te komen, uit dat levenslichaam iets van uw leven, uw energie tot zich te nemen, om meer te zijn, meer te kunnen doen in zijn beperkte en duistere wereld. Het zal duidelijk zijn dat, wanneer onze intenties niet zuiver zijn, we vooral wanneer we er intens over nadenken, heel wat andere krachten kunnen oproepen en die kosten ons levenskracht. Wanneer je dat te veel doet, kun je eraan te gronde gaan.

Men heeft u misschien wel eens verteld van iemand die een duivel opriep en hem uitzond. Die duivel kwam terug en ineens was hij verkoold, verteerd, dood, maar per slot van rekening kunnen dingen op twee manieren verbranden, ineens of langzaam. Metaal bv. brandt niet zo gauw, dat roest, maar die roest vreet er ook gaten in. Wanneer u normalerwijze overal een dubbele betekenis in legt, wanneer u innerlijk de zaak anders ziet dan naar buiten toe schijnt, dan zult u door die onoprechtheid een soort van roest veroorzaken, die uw levenskracht wegvreet, stukje bij beetje, maar desalniettemin een zekere ondergang tegemoet gaan.

Ik weet niet of het duidelijk genoeg is? Je kunt een mens doden door een grote steen naar hem te gooien, je kunt die mens echter ook doden door ongetelde miljoenen korreltjes zand op hem te gooien. Die kleine onoprechtheden, die huichelarijtjes, die pogingen om anders te lijken dan je bent, zijn zandkorreltjes die je lichaam verstikken, je ademhaling onmogelijk maken. Wees voorzichtig met onoprechtheden, ze kunnen u heus zoveel levenskracht kosten, dat er niets meer overblijft dan een half robotachtig voortgaan door het bestaan, nergens vreugde in, nergens meer interesse voor dan alleen voor het hoog-heilig ik. Misschien wordt u dan wel een hypochonder, dan zoekt u overal ziekte in.

Als een mug u gestoken heeft, dan denkt u al, dat het een begin van lepra is of iets dergelijks. Anders schept u op met uw appendicithomie. Dan bent u voortdurend bezig te kijken of anderen niet nog zieker zijn en dan blijft er niets meer over dan een negatief bestaan. Dat maakt een leven waardeloos en een bewustwording in het leven zeer moeilijk. U moet dus, wat dit betreft, anders afstemmen. Maar als dat levenslichaam in harmonie kan zijn met een sfeer die daar kracht uittrekt, dan is het ook duidelijk dat het in overeenstemming kan zijn met een sfeer, met een wereld, die meer kracht heeft, die a.h.w. zijn krachten uitstraalt en geeft. En dit is nu ook weer heel eenvoudig.

Op het ogenblik dat u niet aan uzelf denkt, maar volledig, met inzet van uw gehele persoonlijkheid, iets doet, iets geeft, iets volbrengt voor een ander, dan ontstaat er een binding met een andere wereld, een wereld die ook zo denkt. En wat zal die wereld zeggen? Deze is te zwak om alleen te handelen, maar dan is mijn kracht daar om te helpen. We kunnen het ook in vrome termen gieten, we kunnen zeggen: Wanneer een mens probeert een goed christen te zijn, is de kracht van de Christus ín hem. Dat is precies hetzelfde, maar ik probeer het zo eenvoudig mogelijk te zeggen.

Nu bestaat er tussen uw levenslichaam en de levenslichamen in uw omgeving een voortdurende uitwisseling van krachten. Wanneer u een medemens ontmoet en u komt in elkaars levenssfeer, dan neemt u iets van elkaar over. Wanneer u een gezamenlijke meditatie houdt, wanneer u in een kerk komt en u bidt gezamenlijk, wanneer u op een avond als hier bijeenkomt en u probeert gezamenlijk iets tot stand te brengen, dan zijn die levensgebieden in feite in elkaar vervlochten. Dat is in de eerste plaats een soort egalisatie: iemand die veel kracht heeft, kan er wel iets van afgeven aan een ander. Maar omdat we een middelpunt hebben, dat buiten het ik ligt, is er altijd de hogere sfeer, de hogere wereld, die compenseert. Als u echter op dezelfde manier samenkomt met mensen om bv. een koopje te halen – zo dadelijk is het, geloof ik, weer opruiming – wanneer u daar dan allemaal giftig en haastig op afgaat om dat ene vaasje van 39 ct. te krijgen of dat mooie lapje van 98 ct., u staat met elkaar te vechten, u staat gierig door elkaar te grabbelen, wat gebeurt er dan? Dan zijn die levenslichamen ook met elkaar vermengd, maar nu is er in die vermenging begeerte, misschien afgunst, misschien erger: haat, ongeduld. Duistere sferen reageren erop. Zij mengen zich in dat geheel en bovendien zijn erbij die al een zwak en leeg levenslichaam hebben. Die hebben alleen nog maar een beetje begeerte over en een beetje haat. Die absorberen van u, ze nemen kracht uit u weg en daarom is het wel heel erg belangrijk dat je, om levenskracht te sparen, je niet voortdurend in vergaderingen en bijeenkomsten begeeft, waarbij iedereen blijkbaar een zelfzuchtig doel heeft.

Dat betekent niet dat u niet naar een bioscoop moet gaan. Die mensen komen daar om iets te zien, zich te amuseren. En dan zal het gedachteniveau wel eens verschillen, maar over het algemeen is dat wel redelijk. Behalve natuurlijk, wanneer u naar zo’n film gaat waar pubers zitten te wachten of ze iets te zien krijgen, wat de keuringscommissie niet toelaat. Komt u bij een rock-and-roll-band, dan kan die op zichzelf goed zijn, maar als daar een gezelschap is van jongelui, die zich alleen willen uitleven zonder meer, dan ontstaat weer het aftappen van kracht. Kies dus ook de plaatsen waar u heengaat, waar u bijeenkomt, bij voorkeur zo, dat er niet al te veel zelfzucht, al te veel laagheden, te veel bindingen met het duister aanwezig zijn. Je kunt het niet altijd voorkomen, maar voorkom het zoveel mogelijk, u spaart daarbij uw zenuwkracht, uw energie, uw vermogen om het hogere te bereiken. Interesseert het u tot zover? Het is wel duidelijk in ieder geval.

Nu komen we aan het volgende chapitre. We hebben geestelijke bewustwording. Mooi woord! Dat zou eigenlijk betekenen dat men tot op heden in een staat van geestelijke bewusteloosheid zou leven natuurlijk, maar dat is niet juist. Bewust worden is niet een bewust worden van de geest en zelfs niet van God, het is een zich bewust worden van jezelf. De hele bewustwording is in feite zelferkenning. En die zelferkenning betekent het erkennen van de plaats die je inneemt in het kosmisch geheel, de speciale taak die je hebt in een bepaald leven. Die impliceert dus ook het bewustzijn van wat je wel en wat je niet kunt doen, het begrip van goed en kwaad, niet in de vorm van een wet, maar in die van een erkenning van het goddelijke en daardoor het elimineren van de niet voor God aanvaardbare elementen uit je leven. O, ik weet het wel, het klinkt weer veel te vroom, maar per slot van rekening is het toch wel heel belangrijk.

Bewustwording is een vorm van inwijding en de uiterste vorm van inwijding is het volledig erkennen van God en Zijn Schepping, omdat die Schepping in u en buiten u bestaat. Dat u God’s beeld en gelijkenis bent. We zijn dat in principe, maar niet in het bewustzijn. Zodra wij erkennen, hoezeer ons leven verwant is aan de Oneindige die ons heeft voortgebracht en wij vanuit onszelf die Oneindige zonder voorbehoud kunnen aanvaarden, zijn we klaar. Bewustwording is een proces, wat daartoe voert. En die bewustwording houdt natuurlijk een hele hoop verschillende trappen en mogelijkheden in. Wij willen deze bewustwording vereenvoudigen, we willen sneller, beter bewust worden. Dan moeten we in de eerste plaats accepteren dat onze eigen energie, ons eigen initiatief, ons eigen werk en eigen denken de enige middelen zijn om bewustwording te verkrijgen. Hulp krijgen we bij die taak. Zo ge wilt is dat de genade. Dat is het geschenk dat je krijgt uit de kosmos, omdat je harmonisch bent met de Hogere Kracht. Maar voor jezelf moet je werken, vanuit jezelf moet je zoeken, vanuit jezelf opbouwen. Heb je nu eenmaal een zekere evenwichtigheid verkregen, dan ben je nog wel beroerd door de mens, je kunt medelijden hebben, vreugde kennen zoals ieder ander, het leven is niet leger geworden, maar alles heeft een andere betekenis gekregen.

Wanneer ik medelijden heb met een ander, dan heb ik geen medelijden omdat ik diens lijden erken, maar omdat ik zie, hoe dit lijden uiteindelijk ook voortkomt uit onbewustzijn en onvolmaaktheid. Omdat ik vanuit mij misschien zou kunnen geven aan die ander, wil ik dat proberen. Dat is een deel van de taak der bewustwording, het dragen van anderen, zowel met zuiver geestelijke als met lichamelijke krachten. En dan ga je verder. Je zegt: ik heb nu die evenwichtigheid, nu wil ik meer bewust worden. Ik wil mijn mogelijkheden tot bewustwording vergroten. Dan heb ik weer een stel eenvoudige regeltjes.

In de eerste plaats er is geen werkelijke bewustwording mogelijk, tenzij men in staat is de eenheid van stof en geest in het huidig bestaan te erkennen en daarbij de geestelijke taak, die men in zich aanvoelt of erkent, ook stoffelijk te volbrengen. Het klinkt erg ingewikkeld, zoiets als wetsartikel I, sub a bis c, maar het is reëel. Je kunt niet aan de ene kant de Eeuwige Wijsheid dienen en aan de andere kant je stoffelijke stommiteiten rustig voortzetten.

De tweede regel is ook heel eenvoudig. Ik moet erkennen dat mijn rede beperkt is en dat buiten mijn redelijkheid het grote Bewustzijn staat, waaruit ik ben voortgekomen. Ik aanvaard dit Bewustzijn boven alle krachten, ook mijn rede, en daaruit werkende, zal ik datgene volbrengen wat mijn rede als voor mij goed en noodzakelijk erkent, bevestigend de wil van Dat, wat mij heeft voortgebracht. Ook eenvoudig. Het is artikel sub a bis 2 misschien, maar het is in ieder geval duidelijk. De kracht, die Hij heeft voortgebracht, is de waarheid. Die waarheid moet ik volbrengen, maar je kunt niet verwachten dat een mensenverstand een begrip omvangt als “oneindig”. Je spreekt het uit, maar je kent het niet, je kunt je het tijdloze niet voorstellen. En nu zou een mens de Eeuwigheid willen begrijpen en hij zou de eeuwige taak, die hij misschien, de hemel weet hoe lang al, heeft opgebouwd, fase na fase, eenvoudig opzij willen leggen, omdat zijn stoffelijk verstand die niet ziet. Dwaasheid! Maar wanneer ik in mij dit onredelijke erken, noem het geloof, noem het leiding van Hogere Kracht, een Meester of wat ook, dan sta ik voor de taak om dit in de praktijk te brengen. En daar komt de rede in het spel. Ik moet naar mijn redelijke vermogens en kunnen, de taak, de kracht, die ik in mij erken uiten in de geest en in de stof, zonder enig voorbehoud, zonder enig verschil. Hierdoor komen we in contact met het werkelijke leven. Maar het werkelijke leven bestaat uit krachten die u niet ziet, niet kent. Ik sprak over een levenslichaam, er zijn maar weinigen die het gegeven is zo’n levenslichaam werkelijk te zien.

We spraken over Goddelijke krachten en Goddelijk licht, er zijn er maar weinigen die dit zien. Wij kunnen spreken over duistere gestalten, die er zijn, we kunnen alleen al spreken over het stelletje luisteraars die we hier rondom ons hebben en die niet stoffelijk zijn. U ziet ze niet, ze zijn voor u niet werkelijk, maar het werkelijke leven is het leven, waarin al deze dingen bestaan, dus niet alleen wat u kent. En dat werkelijke leven, dat staat naast de wereld waarin u nu bewust leeft. Die wereld is er wel deel van, maar ongeveer zoals een doorn deel kan zijn van een roos, zoals een houtvezel misschien deel kan zijn van een kruis en een druppel deel van de oceaan. Zolang als je zegt: dit is mijn wereld, sta je niet in de werkelijkheid. Je moet erkennen, dit is maar een deel van de realiteit, en om mijn bewustwording te vergroten, moet ik de werkelijke wereld aanvaarden, omdat ze, met haar werkingen doordringt in mijn kleine wereld. Kunt u dat volgen? Dan komen we vanzelf aan het volgende punt.

Bewustwording is een reeks van ervaringen, ervaringen, ervaringen, die niet alleen met je eigen wereld in verband staan, maar die de uitdrukking van de kosmos in je eigen wereld a.h.w. inhouden. Om dit tot stand te brengen heb ik behoefte aan kracht. Bewustzijn, bewustwording en kracht liggen voor een groot gedeelte buiten mij. Er zijn wezens veel krachtiger dan ik, veel sterker en veel lichtender. Er zijn bronnen van wijsheid, waarbij ik één enkel miezerig, klein druppeltje in de een of andere modderpoel ben, al denk ik dat ik veel weet. Maar wanneer ik mij afstem, wanneer ik leer om mijzelf a.h.w. in te schakelen in dit grotere geheel, dan worden mijn tekorten aangevuld.

Ik heb u zo-even bij die kwestie van energie, van levenskracht, geprobeerd duidelijk te maken, dat men nu eigenlijk toch wel moet proberen om op de een of andere manier denken en leven zo te richten, dat de goede, de hogere kracht in u werken kan. En dat betekent niet dat er iets, wat op de wereld bestaat of bestaan kan, uitgesloten is, het betekent alleen, dat het slechts mogelijk is in overeenstemming met het Hogere wanneer u goed leven wilt. Maar wanneer ge datzelfde geestelijk doet, wanneer ik dus mijn eigen denken niet meer maak tot een beslotenheid, ja, u moet me niet kwalijk nemen, misschien schok ik er iemand mee? Maar als ze u komen vertellen, vannacht in de kamer was een hele drukte (ik ben een beetje helderziend) en wil je wel geloven, Jezus kwam, de twaalf apostelen en Maria en toen kwam Maria Magdalena er nog bij, ik zag Barabas om een hoekje kijken, ik had werkelijk geen stoelen genoeg. We moeten het niet trachten terug te brengen tot onze kleine wereld. We moeten proberen te begrijpen, dat er een contact kan bestaan tussen ons en Jezus, tussen ons en de apostelen, tussen ons en Maria en tussen ons en de Vader. Ik weet niet of u allemaal christenen bent, maar wanneer dat het geval is, dan hebt u allemaal wel eens gehoord van de Heilige Geest, die arme Heilige Geest, die ze zo ontzettend veel dingen voor de voeten werpen, die ze een soort postduif van de Eeuwigheid schijnen te vinden. Maar die Heilige geest is eigenlijk niets anders dan de begripsband, die kan bestaan tussen ons en de Vader, tussen ons en de Oerkracht, tussen ons en God. Wanneer we ons dus instellen en we kunnen onszelf wegcijferen en vergeten, zelfs onze overtuiging vergeten (dat is lastig, niets lastiger dan je overtuiging, je ideaal, zoals je dat als mens ziet, te vergeten) om alleen de gedachte aan het goede over te houden, als je dat kunt, wanneer je voor een ogenblik alleen maar goed vanuit jezelf kunt uitzenden, met gedachten, met daden, een ogenblik levende alsof je deel zou zijn van het Hogere, dan werkt die Heilige Geest op ons in. We hebben dan een ontvankelijkheid geschapen voor God. En nu kunnen die hoogste krachten en die hoogste sferen zich niet onmiddellijk in ons openbaren. Per slot van rekening als een zon ergens een ijsberg ontmoet, gaat die ijsberg eraan te gronde, maar als de zon van een afstand zijn stralen zendt, dan wordt die ijsberg, die eerst een sombere, dodelijke dreiging was, iets met een vreemde schoonheid, een vreemde glans, zijn wezen verandert pas langzaam. En zo is het ook met ons. Die Heilige Geest is een lichtstraal van het Goddelijke dat ons beroert. Dat is dus ook wijsheid, het is ook kracht. En dat loopt via vele werelden en sferen, dat kan door duizend verschillende geesten desnoods worden overgebracht, maar het is er. Een vergroting van bewustzijn bereik je altijd op die manier.

Vergis u niet, er zijn mensen die denken dat het kennis is, waaruit het bewustzijn groeit. Op het gevaar af dat u me erg vroom vindt vanavond, wil ik er op wijzen, dat Adam en Eva het paradijs uitgeschopt werden, omdat ze gesnoept hadden van een boom van kennis van goed en kwaad. Althans dat zegt de legende, wordt wel eens over getwist, wat voor een boom dat was. De een zegt een appelboom, de ander een abrikozenboom, daar zullen we ons maar niet druk over maken. Maar het begrip kennis, de menselijke beperkte kennis, wordt op die manier niet bereikt, het is een Goddelijke kennis. En die is in mensenwoorden meestal dwaas. Een groot Meester, grote adepten, grote ingewijden, zijn mensen in de ogen van de mensen dwaas. Wanneer je zegt: Geef alles weg, dan zeggen de mensen: ja, lekker en anderen ermee lopen. Of: ja, ik wil het wel doen, maar dan moet ik eerst dat mooie pak, dat ik net gekocht heb, op gaan dragen. Of: ja, maar dan kan ik dat snoezige hoedje morgen niet gaan kopen. Zo zijn we als mens en ook als geest vaak. Ook wij vragen naar het spel van licht dat ons verrukt en als dan wordt gezegd: laat alles vallen, zeggen we: ja, we willen wel, maar kunnen we nu niet net nog even wachten? Onthoud nu één goed ding, we kunnen die band met het hoogste altijd verwerven, zo, dat hij voor ons past, voor ons goed is, maar wat we verwerven is een wijsheid, geen kennis van feiten. Je kunt dus niet zeggen: ik ga bewust worden en nu weet ik plotseling de hele historie van het begin der mensheid tot aan het einde der tijden. Dwaasheid! Maar je kunt wel zeggen: ik heb wijsheid gekregen, ik voel de levende kracht waaruit alle tijd geboren wordt en alle dingen aan. Dan kan de wereld zeggen dat je gek bent, maar dat is de bewustwording, dat is de wijsheid, die je zo krijgt. Dus heel eenvoudig, weer terug naar de poging om regels te vinden. Die moet ieder voor zich toch weer aanpassen. Alle krachten der Oneindigheid zijn binnen ons bereik op het ogenblik, wanneer wij niet onze eigen maatstaven aan die krachten trachten op te leggen, noch onze eigen beperking beschouwen als bepalend voor de inwerking die in ons plaatsvindt. We kunnen de hoogste kracht alleen verkrijgen, wanneer we haar zonder condities aanvaarden. En dan krijgen we die bewustwording vrij snel. Die vergroting van bewustzijn is dan onmetelijk. Vandaag leef je nog onder een kristallen koepel, je ziet de wereld wel, maar ze spreekt niet, en morgen leeft en tintelt alles als een jonge geboren dag in de lente. Leeft uw wereld? Leeft alles voor u? Ja? Dan hebt u ergens deel aan die wijsheid, dan is ergens dat proces van bewustwording begonnen. Ook al bent u misschien maar een eigenwijs of zorgelijk mens. Dat maakt geen verschil. Als ik die kracht in mij verwerf, dan kan men nooit zeggen dat ik alleen wijsheid kreeg. De wijsheid is het begrip van ons wezen en onze taak. We verkrijgen daarbij, en dat mogen we nooit uit het oog verliezen, ook de kracht die nodig is om onze taak te vervullen. Want als ik gebonden ben aan een taak met het Hogere, een werkelijke taak, niet een die ik voor mijzelf heb uitgezocht, maar een taak die uit mijn wezen, mijn kosmisch bestaan voortvloeit, die de uitdrukking is van de Scheppende Kracht in mijn wezen, dan is die kracht er ook, want er is een verbondenheid met God en die betreft niet alleen mijn bewustzijn of ergens de kern van mijn wezen. Zij betreft mijn levenslichaam, zij betreft de astrale wereld rond mij, zij betreft alles, ze omvaamt en omvat, ze doordrengt me. Dan kan ik alle dingen en is niets onmogelijk.

Dat is allemaal natuurlijk mooi en tamelijk algemeen. Nu sta ik voor de keus, wat ik doen zal, zal ik werkelijk technisch worden of zal ik proberen, begrijpelijk te blijven? Het ligt aan u dat te bepalen. Ik kan beide dingen wel na elkaar doen, niet tegelijkertijd.

De menselijke geest en haar verschillende voertuigen zijn te vergelijken met een accumulator die een bepaald laadvermogen heeft en een maximale laadstroom kan verwerken. De aansluiting echter wordt gemaakt door middel van de gedachtetrilling, die hier aansluit op een eeuwige bron. Op het ogenblik dat wij, te hoog grijpende, ons aansluiten op een bron, welker potentie hoger is dan ons eigen wezen kan verdragen, wordt onze kracht vernietigd en onze mogelijkheid, in deze vorm nog verder krachten te ontvangen, eveneens te niet gedaan. Op het ogenblik echter, dat we grijpen naar de kracht die ons beste wezen is, ontvangen we de grootst mogelijke stroming. Deze stroming is samengesteld uit drie elementen, ze zou dus een drie fasen stroom genoemd kunnen worden.

De eerste fase is geestelijke energie, de tweede is materiële of levensenergie, de derde is begrip. Deze drie fasen zijn zo met elkaar verstrengeld, dat afwisselend het ik wordt beroerd door een top van een van deze. Het dieptepunt van een van de binnenkomende krachten wordt altijd onmiddellijk opgeheven door het eigen bewustzijn, doordat een top van een andere kracht binnen het ‘ik’ alweer actief begint te worden. Dan kunnen we verder zeggen: in de oneindigheid bestaan wij uit een groot aantal verschillende voertuigen. Elk voertuig voor zich heeft zijn eigen afstelling, die wij meest trillingsgetal noemen. Dat is niet volledig juist; elk voertuig kan op zijn wijze krachten ontvangen. Naarmate wij in onszelf verder bewust zijn van onze voertuigen, van ons eigen wezen, dus meer zijn doorgedrongen in onze eigen persoonlijkheid, verwerven we ook een innerlijke bron, die gebruikt kan worden om levensenergie binnen het ik te vergroten. Hierbij geldt niet alleen de kracht zelf, maar ook het verschil in voertuig of sfeer. Vergelijkenderwijze is de doorslagkracht bij een valhoogte van 100 meter groter dan de doorslagkracht bij een valhoogte van 10 meter bij gelijkblijvende massa. Al bestaat er geen oneindige val hier op aarde. Hieruit volgt, dat wij in onszelf het hoogst mogelijke deel van ons eigen ik door middel van meditatie en concentratie dienen aan te tappen en ons bewust van dit deel uitschakelende alle verdere bewustzijn van lagere voertuigen buiten een taak, die wij ook in het lagere voertuig kunnen vervullen, de kracht uit het hoogste voertuig kunnen verwerven. Het betekent verder, dat de frequenties waarmee we krachten ontvangen, variëren kunnen, zodat we ook wanneer sommige taken dichter bij de materie liggen en bij het materieel begrip dat wij hebben, een daarvoor gunstige sfeer en een gunstig voertuig kan worden gekozen, om daaruit krachten af te tappen. Op het ogenblik dat ik met een bepaald geestelijk voertuig in mijzelf werk, ontstaat een onmiddellijke resonantie, waarbij, zonder dat een feitelijke beroering voor het ik kenbaar is, a.h.w. door middel van transformatie, mij kracht uit die andere sferen wordt toegevoegd, onafhankelijk van de krachten die ik in deze sferen binnen mijn eigen ik reeds bezit. Elke toevoer van kracht is afhankelijk van harmonie, elke wereld die staat onder mijn huidig vermogen en bewustzijn kan van mij krachten aftappen via hetzelfde principe. Het begrip dat ik verwerf van mijzelf en de kennis die ik van mijzelf bezit, zijn dus mijn werktuig, om binnen mijzelf krachten te ontvangen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om door eliminatie van bewuste handeling, bewuste fase, in een volledige overgave, hogere krachten, waarvan ik mij niet bewust ben, van buitenaf in mijn wezen tot werking te brengen. Bij de bewustwording zal over het algemeen het volgende proces zich afspelen: als in een caleidoscoop hergroeperen zich voortdurend de waarden, die in het bewustzijn van de mens bestaan. Zij zijn de uitdrukking van zijn bewustzijn, zijn bewuste ervaringen, zijn onderbewustzijn, zijn onderbewuste ervaringen plus factoren die hij eenvoudig heeft afgeleid of waargenomen. Deze waarden vormen voortdurend een aaneensluitend en over het algemeen redelijk symmetrisch patroon. Op het ogenblik echter, dat een geestelijke kracht van wijsheid ons beroert, wordt dit patroon licht gewijzigd, zijn symmetrie blijft behouden. Op den duur wordt zo een sluitend geheel verkregen, waarbij geen open ruimten meer bestaan en kan worden gezegd, dat het totaal van het bewustzijn, ook menselijk, zo afgerond is, dat het een cirkel vormt. Het is in zichzelf voldoende om alle mogelijkheden en taken van de mens in de wereld te volbrengen en laat geen enkele weg tot onderzoek of noodzakelijk erkennen over, die op zuiver materieel vlak ligt. Van daaruit richt zich het bewustzijn op in de vorm van een kegel tot de hoogste top van bewustzijn. Nu ben ik, hopelijk, toch nog redelijk begrijpelijk geweest, maar ik zal nu nog proberen, het in eenvoudiger termen te zeggen. Dan heeft iedereen zijn zin, hoop ik.

De zaak ligt dus ongeveer als volgt: u hebt de mogelijkheid van buiten krachten en bewustzijn te ontvangen. Nu moet u zich eens voorstellen, dat u innerlijk bent opgebouwd uit verschillende voertuigen. Elk voertuig hoort bij een sfeer. Wanneer u zich nu bewust bent van een voertuig in een lichtende sfeer, dan kan de kracht van het licht, maar ook het bewustzijn van die sfeer voor een groot gedeelte worden gezonden naar uw materieel bestaan. En nu heb ik zo-even al geprobeerd het eenvoudig te maken door te spreken van valhoogte. Hoe hoger een wereld is, hoe hoger de kracht die er bestaat, hoe sterker haar spanning is ten opzichte van wat beneden is. Het is dus eigenlijk heel eenvoudig: hoe hoger de wereld is, die wij bewust kunnen aanboren, hoe sterker wij in onszelf kracht kunnen verwerven, maar daarnaast hebben we altijd de mogelijkheid om te zeggen: ik wil niets zijn, ik wil op dit ogenblik alleen het voertuig zijn van de Goddelijke Kracht, mijn ware bestemming alleen vervullen zonder oordeel en dan krijgen we ook hogere kracht. En dan kunnen we verder erbij begrijpen, dat wanneer wij eenmaal in contact zijn met een hogere kracht, wij die kracht in onszelf kunnen opslaan. Wanneer je dus een ogenblik contact hebt met iets hogers, dan blijft daar levensenergie van over, meer dan je verbruikt op zo’n ogenblik. Je bent sterker geworden. Dat is net als water dat in een bak komt. Dat water kan bewaard blijven totdat de bak vol is. Wat te veel is, stroomt weg. Je kunt dus tot je maximum aan bevattingsvermogen gevuld worden. Die kracht echter is niet maar een deel, zij is niet alleen levenskracht, daarnaast is er ook nog, dat is heel belangrijk, geestelijke kracht. Dat is de kracht, waar bepaalde geestelijke voertuigen uit leven, maar ook de kracht waarmee de band tussen uw eigen bewustzijn en de geestelijke voertuigen versterkt worden.

En dan hebben we nog een derde kracht en dat is, kunnen we zeggen, de wijsheid. Dat is het gevoel van harmonie met de oneindigheid. Die drie dingen komen achter elkaar binnen. Dus eerst krijgen we een golf, dat is lichamelijke kracht. Nu gaat die dalen, maar intussen komt de geestelijke kracht. Dan gaat die weer dalen en komt de wijsheid. Zo blijft er voor ons een top bestaan, al zullen onze vermogens tot prestatie en onze toppen van beleven kunnen variëren. En nu komt er nog dit bij: Je verandert maar een beetje, maar elke keer, wanneer je volledig overgegeven bent aan het hogere, dan zul je daaruit een beetje kracht overhouden of dat nu stoffelijke of geestelijke kracht of wijsheid is, er blijft een residu, een zekere neerslag in uw wezen en terwijl die kracht afneemt en die andere opkomt, is wat overblijft, toch een kracht waar u mee kunt werken.

En zo is de levenskracht de eerste basis, want we moeten de zaken in de praktijk omzetten. We mogen er niet alleen van dromen, maar we krijgen die levenskracht en daarnaast andere krachten en ook inzicht en wijsheid. Naarmate onze levenskracht op deze basis toeneemt, zal ons inzicht in het Al toenemen. Het wordt gelijkmatiger en ons vermogen om geestelijke waarden in de stof uit te drukken eveneens. Wij worden dus sneller en gemakkelijker bewust, we worden ook sneller en gemakkelijker krachtig en misschien zelfs gezond, niet alleen stoffelijk, maar ook geestelijk. En dat is vaak erg belangrijk.

Ik ga nu mijn inleiding sluiten, want ik begrijp, dat u ook wel weer eens een ogenblik ongehinderd wilt kunnen hoesten. Het is altijd lastig als iemand er doorheen praat, niet? Alle dingen zijn eenvoudig, wanneer je ze beziet zoals ze zijn. Een mens maakt de dingen soms enorm ingewikkeld en hij denkt dat hij altijd met iets groots moet beginnen. Geloof me, alle grote waarden, zowel levenskracht en bewustwording als zelfs de volmaakte bereiking, de volledige inwijding, worden opgebouwd uit kleine dingen. Wijdt u niet aan het hogere, aan het grotere, wanneer u niet in staat bent om ook het kleinere te doen. Bouw liever een goed leven, een goede harmonie met God, een leven in de werkelijkheid op, door in kleine dingen zo goed mogelijk uw taak te vervullen, dan door een globale grote taak te zien en die, met uitsluiting van al het andere, tot stand te willen brengen. Want daarin slaag je zelden. Dan ben je een hond, die tegen een te hoge muur opspringt en er niet overheen kan. Begin je met de kleine dingen, dan ben je een mens, die een trap bouwt, waarmee men zelfs de hoogste toppen op aarde kan bereiken. Neem het eenvoudige en het kleine, denk daarbij zo weinig mogelijk aan jezelf. Houd rekening met de behoeften van je eigen bestaan en je eigen lichaam. Ontken die niet, maar zorg voor matigheid. Zorg ervoor dat ze u niet overheersen, maar dat u er meester van blijft. Laat dan door de kleine daden van zelfvergetelheid, geloof en overgave in u de mogelijkheid ontstaan om (en dat noemen we dan mediteren, het is eigenlijk meer dan dat) in jezelf een ogenblik die grote stromen van kracht te laten vloeien die rondom je zijn. Neem een ogenblik van bespiegeling, van bezinning, laat die kracht in je werken, laat ze uit je spreken en vraag dan die kracht, niet voor jezelf, maar laat ze uit je uitgaan volgens de wil van de Oneindige. Formuleer ze desnoods een beetje, dat kan voor een mens nuttig zijn, maar vooral laat ze gaan, eis niets voor jezelf. Op die manier bouw je uit het kleine de grootste macht op die er bestaat, en geloof me, een goed menselijk leven, dat uit kleine dingen is opgebouwd is qua winst aan levensenergie, levenskracht en bewustwording, groter dan iemand die de wereld uit zijn hengsels weet te lichten en dan niet weet wat hij ermee aan moet. Alles heeft zijn gevolg, niemand van u weet wat dat gevolg is. Het raadsel van de tijd kun je soms ten dele onthullen, maar nooit helemaal. Je weet niet waarin je volgende bestaan zal zijn, wat je volgende taak, je volgende wereld is, je kunt alleen maar hopen dat je het weet. Maar wat je nu bouwt aan kleine dingen, die afgerond zijn, dat is iets wat eeuwig is, want dat afgeronde dat is kracht, is leven, dat is een begrip, een bewustzijn dat in je rijpt, waardoor je zo dadelijk de grotere dingen kunt aanvaarden, zonder erdoor overstelpt, overweldigd te worden. Zo groei je naar een andere wereld toe, om daarin te leven, zoals je hier leeft, gelukkiger misschien, lichter en rijker en toch dezelfde: de dienende, die een taak vervult. En daarmee heb ik eigenlijk alles gezegd, wat er, inleidend, over dit onderwerp te zeggen viel. Nu kunt u na de pauze eens komen met vragen, wat u nog verder kunt doen, om uw levenskracht te vergroten, maar begrijp wel, het gaat niet om rejuvenatie. Ik wil geen mensen van 80 laten dartelen of ze 30 zijn. Het zou ze niet eens goed afgaan en niet goed bekomen ook. Maar ik wil elke mens proberen raad te geven om in dat, wat hij of zij innerlijk en waarlijk is op aarde, te helpen de levenskracht te vergroten. En vraagt u niet, wat de bewustwording is in grote termen, maar als u een kleine vraag hebt, die in de bewustwording voor u belangrijk is, stel ze dan, overweeg ze, maak ze tot uw eigendom, breng ze in de praktijk. Dan zult u ontdekken, dat bewustwording veel gemakkelijker is en veel vlugger kan gaan dan u ooit gedacht hebt.

En dan nog iets, vrienden. Sommige mensen willen God’s naam op de wereld schrijven, vergeet nooit, dat je schrijven moet leren met streepje, haakje, lijntje, streepje. Leer eerst de eenvoudige lijnen van het leven zelf, voor je probeert het grote neer te schrijven. En als het Grote door je schrijft en je hand leidt, kijk dan niet wat er geschreven wordt, want als de Grote Kracht door ons schrijft, dan is het goed.

Nu komen we aan het punt, dat u de avond verder in handen neemt. Welke vragen wilt u stellen in verband met het onderwerp?

Vragen

  • Welke momenten van een dag, week of jaar zijn het beste om met je hogere zelf in contact te komen?

Nu kan ik mij daar heel eenvoudig van afmaken: elk ogenblik, waarop u voldoende vrede in uzelf kent, m.a.w. we kunnen natuurlijk over astrologie gaan spreken en al wat daarbij hoort en daar zit dan inderdaad wel iets in, maar die invloeden zijn bijkomstig. Wanneer u in u vrede hebt in uzelf, dan bent u onafhankelijk van elke invloed buiten u, dan is er alleen het contact tussen uw God en uzelf. Wilt u echter gunstiger ogenblikken zoeken en wilt u daarmee rekening houden, dus met de krachtsverhoudingen, zoals die astrologisch en soms ook magisch worden gebruikt, dan wil ik u wel de volgende punten in overweging geven.

In de eerste plaats: meditaties bij avond bij voorkeur bij rijzende maan in eenzaamheid op een heldere avond, een heldere nacht. U zult zeggen, een beetje vreemd, maar dan zijn de verhoudingen zo, dat u gemakkelijker mediteren kunt. Meditaties, die alleen kracht ten doel hebben of levenskracht zijn heel gunstig in de avonduren tegen volle maan, maar bij volle maan ook in de ochtenduren. Wanneer wij met het grootste resultaat in onszelf willen verzinken om het Hogere te ontmoeten: het uur voor zonsopgang, bij voorkeur in de lente. Maar elke andere tijd is natuurlijk ook goed, want je kunt het niet alleen in een bepaalde tijd van het jaar doen. We houden dan rekening met de klimmende krachten in het Al en dat heeft zijn grond.

De mensheid wordt, evenals de aarde, sterk beïnvloed door de zon en daarnaast heel sterk door de maan. Dat is de dichtstbijzijnde buurvrouw, zou ik zo zeggen. En wanneer die twee positief zijn, wanneer ze de kracht stuwen, dan bereiken we makkelijker iets, omdat het lichaam zelf ook gestuwd wordt. De oude volkeren hebben dat wel geweten, daarom hebben ze altijd twee symbolen gebruikt voor hun God. Het is heel vreemd dat er achter de veelgodenleer van Egypte toch het monotheïsme ligt. Men geloofde nl. in de oergod Uta. Zijn uitingen zijn de zon: Ra en de maan: Isis en dan zien we de zon nog optreden in figuren als Horus, de ochtendstond en Osiris, de herrijzende, d.i. de zon die langs de hemel gaat. Ze zijn dus allemaal dezelfde God, maar ze wisten in die tijd onnoemelijk veel af van magie, ze waren ook astrologisch niet direct dom.

En ze hebben gezegd: Kijk eens, de zon, wanneer die opkomt, dan ontmoeten we God het gemakkelijkst, want we kunnen dan datgene, wat dadelijk niet meer te aanschouwen is, nog zien en we kunnen ons voorstellen hoe die grote kracht een brokstukje is, een straaltje van de werkelijke grote zon. Dat is de achtergrond geweest, ook van de leer van Echnaton.

En op die manier hebben ze ook gezegd: Kijk die maan, dat is Isis. Isis is de aarde plus de maan, een bekende uitdrukking, die we in deze dagen al meer gebruikt hebben. Isis is de godin, die is het leven van de wereld, stoelend op de aarde, reikend tot de hemel, bekroond met de wassende maan. En daarmee werd uitgedrukt, dat de maan het occulte bevordert. De instelling van de mens in de richting van het mystieke en het occulte wordt door de maan bevorderd, speciaal door de wassende maan. En alle vruchtbaarheid op aarde, geestelijk, zowel als materieel, werd aan de maan gebonden geacht.

Zo waren zon en maan de twee kenbare aspecten van de oergod, van de ene God. De Egyptenaren waren grote mystici wat dat betreft en zo hebben zij daar hun regels gesteld en die regels heb ik u nu in eenvoudige vorm gegeven. Maar dat betekent niet, dat de mens niet op een ander ogenblik zijn God even goed kan bereiken. Het is slechts zo, dat de omstandigheden het soms gemakkelijker maken voor de onbekwame mens, de mens die daar niet in getraind is, om zoiets te bereiken.

  • U sprak in het begin van uw inleiding over dwarsgestreepte spieren, wilt u dat misschien even toelichten?

Een dwarsgestreepte spier is bv. de hartspier. U weet, bij de doorsneespier ligt de vezel in de lengte van de spier en in een dwarsgestreepte is de vezelligging eigenlijk rond de spier. Er zijn er maar enkele die zo zijn.

  • U sprak in het begin over de uitputtende mogelijkheden van ons levenslichaam in de omgeving van mensen. Is er een mogelijkheid om je daarvoor af te sluiten?

Theoretisch is die er, in de praktijk echter is het erg moeilijk. Het is nl. zo, dat, wanneer u binnen een dergelijk gevoel bent, u absoluut geen deel hebt aan die gedachten. Dat is dus een eerste vereiste voor uzelf en dus voor het hogere bewustzijn. Of u het gevoel van kosmische harmonie kunt bewaren, dat is soms moeilijk. Als u dat kunt, dan bent u onaantastbaar, het is nl. zo, dat het duistere, het uitputtende dus, alleen daar kan vreten, waar het iets verwants vind.

Ik wil u daarvoor een heel eenvoudig verhaaltje geven. Er was eens een pastoor, een heel goed man, die probeerde zoveel mogelijk zieltjes te winnen. Een helderziende zag hem de kerk binnengaan en wie liep er achter hem aan? Joostje Pek in hoogst eigen persoon. Hij vond dat heel gek dat die met de pastoor meeging. Hij ging dus naar hem toe en zei: meneer Joost, hij dorst natuurlijk niet “Joostje” te zeggen, dat zeg je niet tegen zo’n grote duivel, meneer Joost, hoe komt het dat u die kerk in kunt gaan achter de pastoor? De duivel zei daarop: Dat is heel eenvoudig, hij zoekt zieltjes te winnen voor zichzelf, voor zijn aanzien, voor zijn persoonlijk gevoel en ik ook. Ik hoop dat de vergelijking duidelijk is. Het is een kwestie van verwantschap.

  • Ik wou u nog vragen over die drie verschillende krachten die in de mens van buitenaf komen. Hebben die krachten een bepaald ritme, even lang of kunnen ze elkaar inhalen bij wijze van spreken, omdat de een een langer ritme heeft dan de ander?

In theorie zijn ze voor de evenwichtige mens gelijk. Sterk. De krachten, zoals ze uit de kosmos komen, zijn volledig ritmisch en volgen elkaar precies op. Zij vormen eigenlijk een geheel, maar een mens en ook een geest kan de ene kracht wel eens beter verwerken. En dan kan er dus een ogenblik komen, dat u bv. die lichaamskracht of die geesteskracht of die wijsheid voor een ogenblik niet verwerkte. Dan gaat die aan u voorbij. Maar u hebt misschien toch wat van die kracht opgenomen. Dan zal in de uiting een piek komen.

Om het weer eenvoudig te zeggen: Kunt u zich drie strengellijntjes voorstellen? Dan komt er door de mens zelf op een bepaald ogenblik een verschuiving. Nu komt een geestelijke kracht, die zou zo moeten lopen, maar die wordt een beetje afgebogen, geestelijke kracht aanvaard ik, lichamelijke kracht heb ik een beetje minder, die is eigenlijk te ver uitgelopen en aan die wijsheid heb ik een hele tijd niets gedaan. Die heeft daar wel gegolfd, maar daar ben ik me niet van bewust geworden en nu ineens dringt het tot me door. Wat gebeurt er nu? Dan krijg ik de eerste, die gaat omhoog, die komt op zijn top. Maar de tweede gaat omhoog en die zet zijn top er bovenop en dan komt die derde en die gaat weer hoger. Dan heb ik dus een zeer grote top van bewustwording of bereiking, persoonlijk. Maar dat komt niet uit de kosmische kracht voort. Nu zult u zich herinneren dat ik sprak over permanente krachten, d.w.z. krachten die in ons aanwezig blijven, nadat de golf zelf ons alweer verlaten heeft. Wanneer die krachten in ons bestaan, dan kunnen ze op een gegeven ogenblik met zo’n golf gaan meewerken en dan krijgen we dus vertraagd in onszelf die uiting. Daardoor bestaan er inderdaad grote toppen van geestelijke ervaringen, van levenskracht en geestelijke kracht en nu is het vreemde, dat je op een gegeven ogenblik die drie krachten, zelfs gelijktijdig, zou kunnen ervaren. En wanneer dat gebeurt, dan kun je geen verschil meer maken, dan zijn wijsheid, geestelijke en levenskracht identiek voor je en op dat ogenblik is het je eigen bewustzijn dat bepaalt, hoe die totale kracht in je kenbaar wordt. Er kan dus een hoogtepunt zijn, alleen maar van energie en levenskracht. Maar het kan ook zijn, dat het geheel wijsheid wordt, die je ver voert boven elke wijsheid, die je anders normaal zou bereiken.

  • Is er een bepaalde tijdsduur? Ik zal maar zeggen, dat je een keer in de maand zo’n top kunt krijgen of eens in het jaar of zo?

Neen, het is eigenlijk zo, als u het goed wilt zeggen (en nu ga ik dus menselijke tijd gebruiken. Dat is op zichzelf onjuist, want je kunt eeuwige waarden nooit meten in tijd, onthoud dat goed). Maar voor een mens zou je kunnen zeggen, dat de gemiddelde golving is: drie dagen op, drie neer, d.i. 6 dagen, dan hebben we daarbij de verschuiving, die ligt op gemiddeld 1 dag. Je zou dus kunnen zeggen: in een week heb je eigenlijk alle drie die impulsen gehad, dan komen ze weer terug en dan zeggen we er verder nog bij, dat door de levensprocessen van de mens bepaalde krachten gemakkelijker worden geabsorbeerd, dat we krachtritmen krijgen, die lopen ongeveer om de 7 – 9 maanden. Dan kunnen we dat weer in het leven uitzetten en dan zeggen we dat voor de meeste mensen rond 21 jaar, soms ook 42 jaar de toppen zijn, de maximale bereikingsmogelijkheden. Maar dat is echt afgemeten aan wat een mens gemiddeld leeft. En nu weet u wel, als ik zeg, dat wanneer gemiddeld 1 op de 1000 chauffeurs een ongeluk krijgt, dan kan ik er 1000 aftrekken en dan maken ze met elkaar misschien 1000 ongelukken, want ik spreek over een gemiddelde, want die andere, misschien duizenden, die maken misschien nooit ongelukken. Op dezelfde manier spreek ik over het tijdsritme. Die tijdsritmen zijn natuurlijk ook gemiddeld genomen. Dus kan ik niets zeggen over u persoonlijk. Dat zou u persoonlijk moeten nagaan.

  • Wat is de waarheid over die morgenstond, die goud in de mond heeft? Ik ben zelf nogal een langslaper en krijg nog al eens op mijn bliksem van deze en gene. Ik voel me ’s nachts altijd zo lekker. Is dat fout? U hebt het toch over ritmen en zo’?

Mag ik met een gelijkenis spreken? Er was eens een uil – ja, niet u, hoor – die had gehoord, dat de morgenstond zo bijzonder verrukkelijk was en de dag zo’n heerlijke tijd om te werken en te jagen. Het arme beest fladderde een beetje bijziende rond, ving veel minder dan anders, kreeg de schrik van zijn leven en realiseerde zich toen, dat de morgenstond voor een uil de avondstond kan zijn.

Elke mens heeft zijn eigen levensritme en dat ritme kan inhouden, dat de ene mens ’s avonds om 9 uur naar bed gaat en dat de ander pas om 2 uur naar bed gaat, dat de een kan volstaan met, laat ons zeggen, 2 uur slaap achtereenvolgens, twee fasen per 24 uur en de ander een ononderbroken slaap nodig heeft van 7 à 8 uur.

Maar als u graag lang slaapt, moet ik u in een ding wel teleurstellen. De gemiddelde slaapduur van een mens is nl. ongeveer de helft van wat hij pleegt te nemen, d.w.z., dat iemand, die rond 40 jaar oud is meestal genoeg heeft (wanneer hij zich daartoe traint, want je kunt het niet ineens gaan doen) aan een gemiddelde nachtrust van 4 uur aaneengesloten + 1 uur rust in de verdere 24 uur, totaal 5 uur, iemand die 20 jaar oud is, die heeft gemiddeld behoefte (en die nemen het juist meestal niet, hoor) aan een aaneengesloten slaap van rond 6 uren + nog anderhalf uur ontspanning en rust gedurende de verdere 24. uur. Maar een jongen of een meisje van een jaar 6 of 14 heeft gemiddeld 8 à 9 uur ononderbroken slaap nodig, de slaapperiode van een baby beloopt per dan 14 uur. Maar de doorsneemens wordt ouder en dan vindt hij het bed steeds warmer worden en de wereld kouder en dan blijft hij langer liggen. En dat is niet noodzakelijk.

  • Is 8 uur nu te lang? Eigenlijk wel te lang?

Het is wel aan de lange kant. We kunnen natuurlijk uitzonderingen maken. Mensen, die zeer zware geestelijke arbeid verrichten, die hebben dan niet slaap nodig, maar ontspanning, d.w.z., dat als u nu (u bent een nachtvogel, zegt u) heerlijk gewerkt hebt tot een uur of drie (‘s nacht, lekker rustig, kun je opschieten) en u maakt dan een einde, dan hebt u, zeggen we, 5 uur slaap nodig, dus tot 8 uur. Dan staat u om acht uur op en gaat dan geen krant lezen, maar op uw gemak wat eten, wat rond wandelen, desnoods wat spitten in de tuin en dat doet u dan een uur of drie. Na die 3 uur lichamelijke arbeid hebt u dan nog een rustperiode nodig van een half uur, maar dan hebt u ook alle vermoeidheid van uw hersenen opgevangen. Maar slaapt u 10 uur en begint u dan weer met die hersenarbeid, dan krijgt u een langzaam op stapelende spanning.

Nu, vrienden, dan wordt het tijd dat we gaan besluiten. Nu zou ik dat graag als volgt willen doen: In de eerste plaats wil ik u nog iets verklaren over het denken, dat hoort erbij, in de tweede plaats zou ik een kleine proeve willen geven van associërende meditatie.

Het eerste punt is dan het denken. Het denken is altijd een complexe bezigheid. Een vereenvoudiging, zoals die bij het denken optreedt, voert vaak tot grotere onjuistheid, d.w.z. dat feiten, die op zichzelf eenvoudig zijn, dan een ingewikkelde uitleg vergen om ze nog redelijk aannemelijk te maken. Zeggen we minder, dan is het verschijnsel zelf niet omschreven, zeggen we meer, dan praten we met een hele hoop woorden om iets heen, we moeten dus zoeken naar een gemiddelde. Wanneer je bij het denken uitgaat van het concreet omschrijven, dan kom je nooit tot een werkelijke vereenvoudiging.

Gelukkig heeft de mens iets anders, waardoor hij die vereenvoudiging wel kan krijgen, dat is nl. de gevoelswaarde. Wanneer ik hier zo tegen u sta te praten, dan vertel ik niet zo heel veel en ik heb toch onnoemelijk veel gezegd. Ik heb nl. veel gezegd, wat u niet hebt gehoord als woord, maar wat door een juiste cadans, een manier van zeggen, het onderbreken van ernst enz. in u kan opwellen. Het is dus een stemming, een sfeer. In die stemming en in die sfeer is het concrete en zelfs het abstract redelijke eigenlijk een beetje vervaagd, maar er komt iets anders voor in de plaats.

Nu kan een beperkter argument gebruikt worden, want het gevoel geeft aan dit argument de aanvullende betekenis. En daarom moeten we er altijd rekening mee houden, dat we, wanneer we in het leven staan en wanneer we spreken, ook zelfs wanneer we spreken tegen God, dat we, als we duidelijk willen zijn, niet moeten proberen alles te vereenvoudigen. En ook niet om alles zo exact mogelijk te zeggen. We moeten proberen het zo te zeggen, dat het onszelf voldoende bevredigt en gelijktijdig zo, dat het gevoel, dus de emotionele draagkrachten ervan, de aanvullende betekenis, de associatie zou ik haast zeggen, voor ons mee vervlecht in dat wat we uitdrukken. Dan kun je met een enkele lijn een landschap suggereren en met een enkel woord een heel boek. En degene die dat begrijpt, heeft dat landschap, heeft dat boek.

Het is een van de moeilijkste taken die er bestaat in dit leven, wanneer je een eigen taak moet vervullen. Om het woord en gevoel zo samen te doen gaan, dat je de taak weet weer geven voor jezelf en aannemelijk kunt maken voor anderen, zonder haar te zeer op de ontleedtafel te leggen. Want wie de dingen te zeer ontleedt, houdt slechts lijken over, daar zit geen leven meer in. De rede is het lancet, het woord is het uitdrukkingsmiddel. Maar wanneer we met die beide de idee geheel wil ontleden, houdt men niets over. De idee is de innerlijke kwestie, de innerlijke kracht. En nu ik dit dan ook nog van mijn lever heb, een geleende lever zelfs, wil ik sluiten met een ogenblikje, nu ja, meditatie een groot woord, laten we zeggen, een ogenblik te associëren.

Meditatie

Wanneer ik denk aan kosmische kracht, dan lijkt het altijd of er ergens heel ver weg een ster is aan een donkere hemel. En wanneer je naar die ster kijkt en kijkt lang genoeg, dan lijkt het of er een hypnose van uitgaat. Het is of de ster steeds groter wordt en naar je toekomt en misschien ook wel lijkt het of je naar die ster toevliegt en het licht wordt groter en intenser en dan sta je op een gegeven ogenblik midden in een lichtende wereld.

Maar je weet niet, wat die wereld voor vormen heeft en wat voor krachten. Je weet, er is licht, er is licht, er is licht. En het lijkt of je dat licht door al je poriën in je voelt dringen, het lijkt of elke ademhaling ergens een koele vlam naar binnen doet gaan, die je hele wezen doet uitzetten totdat je als een reus zou kunnen torenen boven een wereld, boven een sfeer en toch kan het licht niet zo ver weg zijn als wij denken, wanneer we ons richten op dat hogere, op die ene lichtende ster.

We zijn kinderen van licht, uit licht geboren, deel van een eeuwige kracht en wanneer we onszelf niet beperken daarin, dan is die kracht aanwezig. Kracht en begrip en wijsheid, ze zijn een en hetzelfde voor mij, want al zou ik de kosmos begrijpen, al zou ik al de wijsheid bezitten van de Schepper zelf en ik zou niet de kracht hebben om te leven, om te erkennen, dan zou mijn wijsheid ontvlieden. Ik zou niets hebben om ze mee te vatten. Al zou ik alle kracht van de wereld bezitten, al zou ik kunnen ballen met zon en maan, spelend als een God met de sterren en ik zou niet de wijsheid bezitten om hun samenhang en hun banen te kennen, om hun doel te erkennen, wat zou het mij baten.

En in al die dingen geloof ik, dat ons ver weg zien een ontkennen is van de werkelijkheid. Ik heb vragen gehoord vanavond: wat is het juiste ogenblik voor een geestelijke bereiking? Kan er dan een ogenblik zijn dat je geestelijk bereikt? Is er dan niet altijd dezelfde kracht, ben je niet deel van hetzelfde leven, deel van hetzelve, het intense lichtende Goddelijke bestaan?

Er is eigenlijk geen ogenblik meer of minder geschikt, er is geen ogenblik van licht en geen ogenblik van duister. Er is slechts een ik, dat zich durft richten tot het Licht, maar dan uit angstig besef van kleinheid alleen wil zien een verre ster, een ster, die dan moet komen of waar hij naartoe moet vliegen in plaats van te omvatten wat er is. Waarom eigenlijk, waarom? Het is het woord van het kind, het woord, dat heel vaak uitsterft in de volwassene, waarom? En wanneer we een antwoord zoeken, dan zoeken we het overal, maar niet in onszelf. Zou de oplossing niet hierin gelegen zijn, dat wij te veel “ik” willen zijn en te weinig deel van het licht? Is het niet de afstand naar de ster, de afstand van ons begrip van “ik” en de persoonlijkheid dat we moeten afleggen, is dat niet de reis, die we nodig hebben voor het licht in ons werkt? Ik geloof het niet, ik weet het niet. Maar ik weet wel, dat licht en lichtende krachten leven, voor mij een enorme, ontstellende betekenis hebben en als ik het uitdruk met liefde, dan zeg ik nog te weinig, want bij liefde denk je nog aan het beperkte, iets lief hebben. Maar alles liefhebben, alles meedragen in jezelf, alle lijden, alle pijn, alle ziekten, alle ellende en ook alle vreugde, alles in jezelf te mogen dragen, zoals de grote krachten dat doen, zoals God dit de hele schepping doet, dat lijkt mij de oplossing van alle dingen en daarom ben ik altijd bereid geweest te bidden.

Sommige mensen bidden zo graag en dan bidden ze tot een verre kracht, tot iets hoogs, wat hen misschien nooit zal benaderen. Of ze bidden naar een lege ijlte, waarin hun besef weet dat iets leeft, maar dat zo niet erkennen. Ik zou het bitter vinden om te spreken tot een lichtende leegte, maar als ik zou moeten bidden, zoals ik zou moeten spreken tot God of als ik zou moeten spreken tot de Hoogste Wijsheid en de Hoogste Kracht, dan geloof ik, dat ik het vanuit mijzelf zou doen, tot mijzelf. Niet omdat ik God ben, maar omdat God bij mij is, in me, rondom me is, de kracht waar ik naar hunker, in feite al in mij leeft en ik alleen maar wakker hoef te worden voor de werkelijkheid, die ik in mijn ik-zijn steeds verwerp. Wat is een gebed?

Een gebed is een geloof, geloof aan een kracht en geloof aan een God. Het gebed geeft het weer, maar alleen in de termen waarin je jezelf gesteld wilt zien tot datgene wat je gelooft en dat is niet voldoende. Ik voor mij, ik zou alleen willen zeggen: Kracht, die in mij leeft, Gij, die in mijn leven zijt door alle werelden en sferen en tijden, laat mij weten, dat Gij in en met mij zijt. Ik wil u niet vragen om kracht en om licht, want Ge geeft mij deze, maar steun mijn moede oogleden, wanneer ik de ogen wil sluiten voor de werkelijkheid, die Gij zijt in mij. Ik weet niet waar Ge zijt en wat Ge zijt, maar ik weet, dat Ge bestaat, dat Ge licht zijt, dat Ge kracht zijt.

Ik droom soms van U als van een persoonlijkheid en soms zijt Ge alleen een deel van mijn ziel. Wat Ge ook zijt, Gij ongrijpbaar Grote Kracht, die ook in mij leeft, maak mij wakker voor Uw wegen, overal, altijd, opdat ik uit Uw kracht moge zijn datgene waartoe Gij mij gemaakt hebt.

Een rare manier van bidden. Toch als je bidden wilt, als je dan wilt roepen, roep dan niet naar de ledige vert. Laat ons roepen tot dat wat ons het dichtst nabij is, de Kracht die ons in stand houdt. Laat ons niet roepen naar een verre, andere wereld. Maar naar de wereld waarin wij leven, waarvan wij deel zijn nu, volgens eigen bewustzijn, want daarin is die Kracht. Laat ons spreken over bewustwording en over licht en levenskracht, maar laat ons beseffen dat die dingen alleen werkelijk van ons kunnen zijn, wanneer we beseffen dat ze in ons leven en bestaan. De weg die we moeten gaan tot God, zoals we dat altijd zeggen, de weg van inwijding. En het grootste geheim is de weg naar onszelf, opdat we in onszelf alleen de kracht vinden, die ons met dit Al verbindt, en buiten ons schijn en onwerkelijkheid blijft.

Vrienden, ik wil mijn associatie beëindigen. Zoals er een einde komt aan mijn spreken, zo komt er steeds weer een einde aan ons pogen, omdat we dan weer een ogenblik blij zijn onszelf te zijn en niet behoeven door te dringen in het diepste. Maar laten we in ieder geval de herinnering behouden aan de Kracht die leeft, aan de werkelijkheid die in ons geschapen is vanaf het eerste begin, die in ons leeft en bestaat voor altijd en laten we steeds daarheen keren en niet naar een verre hypothese, waarvan we gunsten verwachten. Laat ons geen beroep doen op een Hemels ingrijpen van buitenaf, voor we in ons erkend hebben de Kracht, die in ons leeft. Want als we die Kracht en dat Licht erkennen, wie zal ons dan vervreemden van God. Dan spreken we tot de Werkelijkheid en dan is er een einde aan onze illusies.

Nu mag u onder elkaar uitmaken, of het een meditatie was of iets anders. Ik dank u voor uw aanwezigheid en uw aandacht en wanneer ik er iets toe kan bijdragen dat u wat gelukkiger wordt, wat bewuster van een Kracht en Licht in u, ver buiten alle rede, dan ben ik rijkelijk beloond. Want ik geloof, dat je het Licht in jezelf alleen maar sterker kunt beleven door het sterker in anderen aan te wakkeren.

image_pdf