Vernieuwing

21 mei 1963

Wanneer wij spreken over de vernieuwing dan bedoelen we daar eigenlijk de verandering mee. Verandering van deze tijd onder de invloeden die op het ogenblik werkzaam zijn. Om het heel eenvoudig te stellen: in elke school komt er een seizoen van proefwerk. Dan wordt er een soort examen afgenomen en dan kan men eventueel overgaan naar een hogere klas. Er zijn over het algemeen drie semesters, er zijn dus drie perioden waarin het eventueel mogelijk zou zijn, maar er is maar één periode waarin iedereen daarvoor in aanmerking kan komen.

Wij menen op grond van alles wat wij de laatste tijd hebben kunnen waarnemen en horen dat dit de periode is waarin voor iedereen de mogelijkheid openstaat om a.h.w. naar een ander klas over te gaan.

Dat betekent voor een hele hoop mensen het idee van: “nu wordt de wereld anders”. Laat me u a.u.b. niet teleurstellen wanneer ik zeg dat dat natuurlijk niet waar is. De wereld verandert niet. De mensen op de wereld veranderen, maar terwijl het bewustzijn tot de top stijgt aan de ene kant, de erkenning van menselijke taak, menselijke rechten, het geestelijk inzicht, zo zien we aan de andere kant gelijktijdig ontstaan, een groep van onbewusten die weer in de scholing worden opgenomen. En zo dadelijk komt er dan weer een tijd waarin steeds meer zielen die bewustzijn wordende, de wereld verlaten, terwijl anderen, minder bewust, die wereld gaan beheersen. En dan keren we weer terug tot wat u noemt “de oude tijd”.

Waar het om gaat, is bij die vernieuwing dus in de eerste plaats de huidige verhouding en verklaring ervan. En nu kan ik daar wel enkele voorbeelden van geven om u duidelijk te maken waar die vernieuwing noodzakelijk door wordt, wat ze ongeveer in kan houden.

Er zullen er maar weinigen van u zijn die Japan wel eens bezocht hebben. In Japan vindt je Shintotempels. Kom je daar dan vindt je er de zogenaamde juwelenboompjes. Dat is een boompje waar allerhande fonkelende juwelen inzitten en waar allemaal sieraden aanhangen, o.a. altijd een spiegel omdat men zegt dat de Maangodin zich alleen door een spiegel uit haar verblijf liet lokken. Die hele leer, wanneer je die ontleedt is gebaseerd op het Boeddhisme. Het Boeddhisme is een leer van geweldloosheid. Maar gaan we nu kijken naar Shinto dan blijkt dus dat het volk daar hun eigen geaardheid in hebben gelegd. Ze zijn zover gegaan dat er van de uiteindelijke leer weinig is overgebleven en hetzelfde Shinto dat gebaseerd zou moeten zijn op de bereiking van de eeuwigheid is in feite een werkstuk geworden vol van Samoerai romantiek, kamikaze verhalen e.d. De eer van het sterven, het recht om te trappen wie onder je staat en de plicht om te buigen voor wie boven je staat.

Kijk, dat is een aan het volkseigen denken. Zolang dat denken bestaat kunnen we bijv. niet aannemen dat Japan ooit een democratie wordt. Het kan wel democratisch lijken, maar in feite is het dat niet.

Ander voorbeeld: we hebben Duitsland. Duitsland komt het best tot uiting in de oude godsdiensten. Wanneer we de Asen bezien dan ontdekken we daarbij een aantal eigengereide figuren. Ze zijn een soort dictators. Ze doen wat zij goed vinden, ze menen het goed, ze doen veel goed, maar hun recht, hun gezag geldt boven alles, eenieder dient zich daaraan te onderwerpen anders komt Thor de donderaar met zijn hamer en dan werpt hij die hamer met donder en bliksem naar diegenen die zich daartegen verzet. Het lijkt u misschien een grote sprong om vandaar over te stappen, naar de filosofie van Rosenberg, de wijze waarop Hitler geregeerd heeft. Maar wanneer u kijkt naar de inrichting van het huisgezin, zult u ontdekken dat in Duitsland bv. de vader eigenlijk nog in vele gevallen probeert dictator te zijn. Het is weer de aard van het volk, het is niet slecht het is niet goed, maar het is een geaardheid. En toch zullen de Japanners zeggen dat ze democraten zijn en de Duitsers dat ze niet van dictatuur houden. En zo kunnen we ook zeggen nietwaar dat Vlaanderen steeds weer met verlangen terugdenkt aan Breugelse zwelgpartijen van worst en grote pinten met schuimend nat en dat toch datzelfde Vlaanderen voor zich zegt: “Maar wij zijn toch bewuste denkende mensen, wij streven voorwaarts”. Maar ergens blijft die honger zitten. Een honger die de mensen bindt met het verleden. Een manier van denken, die overal insluipt ook in de godsdiensten, die wij zien in de filosofie, maar ook in de economische samenhang, die wij tot uiting zien komen in de wijze waarop een volk zijn wil demonstreert, maar net goed in de manier waarop het voor zich zijn zgn. zonden en fouten rationaliseert, want alles moet een reden hebben.

De vernieuwing nu kan nooit waarlijk een vernieuwing zijn wanneer zij een voortzetting is van al die oude dingen. We hebben weleens meer gesproken over de haast onbewuste vervalsing die het christendom in de loop der tijden heeft ondergaan totdat het in feite de studie is geworden van gezag en niet meer zoals het eens behoorde te zijn, de bevrijding van de mens die op deze wijze zijn weg tot God kan gaan.

Een vernieuwing kan dus niet liggen in een voortzetting van het oude. Wanneer dat oude wordt voortgezet, dan zal de mensheid steeds meer afstompen, ze zal steeds eigenzinniger, steeds egoïstischer, steeds onverantwoordelijker gaan worden, naarmate de gemeenschap overneemt, wat eens bv. in gezinsverband bestond. In de plaats van de vader in het huisgezin kregen we in Duitsland, Hitler. In plaats van het recht en de plicht van de edelman kwam de Goddelijke Tenne (hemelkoning)in Japan. En in de plaats van de gebondenheid van een boerengemeenschap kreeg Vlaanderen een sociale beweging, maar men zoekt daarin nog hetzelfde ook al kan men dat voor zichzelf niet beseffen. Kijk daarom moet er een vernieuwing zijn. Die vernieuwing die moet aangepast zijn aan deze wereld, aan de werkelijke waarde ervan, zij moet niet een vervalsing van de toestand toelaten die schadelijk is voor de mens, zij moet hem terugbrengen uit zijn illusies, zijn dromen, zijn idealen naar de werkelijkheid. En gelijktijdig kan die wereld niet ineens veranderen. Want als die wereld plotseling zou veranderen, zou de economie, het politieke bestel, het hele evenwicht op de wereld verbroken zijn en dan zouden kleine groepen, machts- wellustige egoïsten ongetwijfeld heel die wereld naar hun hand kunnen zetten. Dan zou de ongebondenheid de mensen ertoe brengen het werkelijke doel toch weer te vergeten. Dit is het eerste punt. Een gelijkelijke ontwikkeling van de vernieuwing is noodzakelijk. Zij zal in stoffelijk opzicht moeten doorwerken, daar kunnen we niet aan ontkomen. Slechts wanneer de daad hervorming is, heeft de hervorming van de gedachten en het meer bewust leven van de geest op aarde zin.

Maar daarnaast dus toch weer allereerst de innerlijke verandering. Een innerlijke verandering wordt tot stand gebracht wanneer je een mens zijn wereld anders laat zien dan hij gewend is. Maar er zijn mensen die kunnen dat niet aanvaarden. Ze zijn gechoqueerd. Wanneer ge tegen een mens zegt: je bent in wezen een dier, dan zijn erbij die boos zeggen “ik ben geen dier, ik ben een mens”. Ook u bent een dier dat iets meer werd door de geest die in u woont, door de verstandelijke vermogens die u hebt. Ja, maar de basis is dierlijk. Er zijn mensen die zeggen: “Onze zeden, onze moraal onze wetten zijn ideaal, ons vaderland is ideaal, daar moeten we voor vechten en voor strijden” en wanneer je ze aantoont dat deze dingen uiteindelijk geen waarde hebben, dat ze ideeën zijn en geen feitelijke werkelijkheid, dan zijn ze verontwaardigd. Daarom is het ook heel moeilijk om die waarheid te zeggen.

Nu hebben zich dus op het ogenblik een groot aantal meesters, leraren tot de wereld gewend vanuit de geest, vanuit de materie in sommige gevallen ook. Zij gaan de mensen allereerst weer terugbrengen tot het zuivere denken. Maar zuiver denken dat is heel aardig, maar heeft op de praktijk meestal weinig invloed. Daarom moet gelijktijdig er een zelferkenning worden geschapen.

Een mens moet beter met zichzelf geconfronteerd worden, hij moet weten wie en wat hij is, en dat kan hij alleen wanneer in hem een versterking plaats vindt van alle factoren van zijn wezen. U weet wat een microfoto is? Een hele kleine foto. U kunt ze zo niet zien. Maar wanneer u hem projecteert en vergroot, kan een speldenpunt plotseling een leesbare brief worden. De mens op het ogenblik is gevangen in zijn eigen wereld van denken. De waarderingen die hij daaruit heeft geput zijn niet reëel. Ergens leeft in hem de waarheid van zijn persoonlijke eigenschappen, van zijn geestelijke vermogens, van zijn kracht, ook van zijn zwakten en fouten. Wanneer nu een kracht op deze wereld inwerkt die al die factoren gelijktijdig versterkt, dan is het effect hetzelfde als een vergroting. De mens wordt met de verdeeldheid in zichzelf sterker geconfronteerd, hij leert juister het goede en het kwade in zichzelf a.h.w. te erkennen. En dan krijgen we weer een aspect van de vernieuwing.

Wanneer je jezelf kent en je wilt alleen het goede zijn en je wilt het kwade terzijde schuiven, dan maak je jezelf onevenwichtig. Dan ben je in de eerste plaats een onuitstaanbaar mens geworden. Niets is onuitstaanbaarder dan iemand die alleen maar goed is, die geen fouten in zich wil en durft erkennen. Maar in de tweede plaats voor de ervaring van de mens, die voor de geest zo belangrijk is, is ook een uitschakelen van een deel van het wezen a.h.w. een lopen op één been in plaats van op twee benen, u komt niet vooruit. Goed en kwaad moeten in de mens erkend worden. Maar zij moeten worden samengevoegd tot een geheel waarmee je leven kunt. De fouten moeten in sommige gevallen gemaakt worden tot punten waar je kracht uit put. En wat eens zonde geheten heeft, wordt dan misschien een deugd en wat deugd was, wordt nu misschien zondigen. Het ligt er maar aan in hoeverre zelfbedrog, illusie daar een rol in spelen.

Dan staat de mens dus in deze periode onder een heftige spanning, waarmee juist de uitersten bijzonder kenbaar en duidelijk worden geopenbaard. U zult het in uzelf ook wel erkennen. Denk niet dat het een geschiedenis is die zich afspeelt op één dag of één nacht. Dat vraagt tijd. Want een plotselinge confrontatie met uw hele werkelijke wezen zou u niet kunnen verdragen. De vernieuwing moet u geestelijk voorbereiden voor het aanvaarden van uw volledige werkelijkheid waarbij stof en geest zijn betrokken.

Nu, hebben we dat gehad, dan is de mens anders geworden, zeker. Maar hoe moet die mens dan handelen? Hoe kan hij zijn problemen oplossen? In de eerste plaats heeft hij de grote behoefte om uit te grijpen naar het Hogere, naar God. Fantastisch mooi, wanneer God in je leeft. Wanneer God een deel is van jouw wezen en niet alleen maar iets waar je in een kerk voor gaat bidden of zo. Een mens moet God vinden. Hij kan niet volstaan met het ideaal. Er zijn mensen die hebben ontzettend veel idealen, maar een ideaal is een droom. Een droom die in 9 van de 10 gevallen niet gebaseerd is op de werkelijkheid, maar op uw manier om die werkelijkheid te interpreteren. We hebben niets aan interpretatie, we hebben wat aan de feiten. Zo kun je dus zeggen dat langzaam maar zeker de mens, in die vernieuwing, zijn eigen gedragsregels, zijn wetten en zijn sociale opvattingen zal moeten veranderen.

Voorbeeld van de waarde die zo’n verandering kan hebben. Er zijn mensen die beweren (dat zijn mystici en filosofen) niets is gelijkblijvend 2 + 2 is vandaag 3 en morgen 5. Misschien ook nog wel eens 4. Die mensen houden geen rekening met feit dat stoffelijk 2 + 2 altijd 4 is. Dan hebben we de practici die zeggen 2 + 2 is altijd 4, en zonder enige uitzondering. En toch zou je daar een voorbeeld kunnen brengen, waar die mensen niet zo gemakkelijk mee terecht kunnen. Wat gebeurt nu bv. wanneer u 4 emmers water hier over de grond uitgooit, wat hebt u dan? Vocht. Maar geen 4 emmers water, die krijgt u er ook nooit meer af. Dus die 4 die worden één a.h.w. U kunt het omdraaien. U hebt een goed idee, uw buurman heeft een goed idee. U vertelt dat idee aan uw buurman, u hebt het weggegeven 1 – 1 = 0. Oh u heeft uw idee nog en dan geeft die buurman in ruil zijn idee aan u, 1 – 1 = 0. maar hij heeft het nog. Aan het einde is dus 1 + 1 niet 2 maar 4, want elk heeft het idee op zijn manier weer verwerkt. Dat is een heel eigenaardige kwestie dus, 1 + 1 kan 4 zijn, en 4 kan ook gelijk zijn aan 1. Het ligt er maar aan hoe je leeft en hoe je werkt. Nu hebben de mensen op het ogenblik zich zeer sterk gebaseerd op getallen, op regels op indelingen, wat zij noemen hun logica. Ze zullen moeten leren om verschillen te raken. Een filosofie die bv. wel werkt op het gebied van de vierde dimensie, op het gebied van atoomchemie, zal niet werken in de Euclidische meetkunde en omgekeerd. Wij moeten begrijpen dat ideeën a.h.w. getoetst moeten worden aan de werkelijkheid en dat ze geen van allen alomvattend zijn.

Heeft de mens dat geleerd, dan komt hij vanzelf tot een periode waarin hij al het kunstmatige terzijde gaat stellen. En wat ontstaat dan? In de eerste plaats zullen we het economisch bezien: de trots van: “Wij maken ook dit of dat product” valt weg voor de vraag: “kunnen wij dit product goed en goedkoop maken en kunnen wij zowel aan de arbeiders als aan degenen die de exploitatie leiden een redelijke vergoeding daarvoor geven, zonder gelijktijdig anderen, door een teveel vragen, door een overvraging dus onrecht te doen?” Er zal dus een andere verdeling zijn van industrie. Verder zal men zich afvragen of het zin heeft om bepaalde gebieden zo te doorzaaien met industrieën dat ze voor de mens eigenlijk giftig worden, dat de lucht daar niet zuiver meer is. Dan zal men zich afvragen of het zin heeft om een grens te handhaven. Die grens die heeft alleen zin wanneer je een staat hebt, en die staat zich door haar heffingen, haar eisen haar rechten onderscheidt van andere staten. Maar ja, wanneer nu een staat wordt teruggebracht tot haar wezen, het eenvoudig leiding geven aan een gemeenschap, zonder daarom die gemeenschap haar verantwoordelijkheid af te nemen dan is er geen reden meer voor een grens, want dan zal het bestuur uit de gemeenschap vanzelf gedragen worden en worden toestanden vermeden zoals die op het ogenblik vaak bestaan.

Wat zou u hiervan zeggen? Er wordt een bepaald product gemaakt in België, het product is gelijkwaardig of slechter dan een product uit het buitenland. Dat product moet ten dele worden uitgevoerd. Daarom gaat de staat geld geven opdat men A naar het buitenland beneden de productieprijs kan leveren. B de prijs in het binnenland hoog kan houden en C de instanties kan scheppen, dus het bestuursapparaat, dat dit geheel overziet en leiding geeft. Als u dat nu eens terugbrengt tot werkelijkheid dan sta je er heel anders voor. Dan zeg je het is toch eigenlijk eigenaardig dat ik, als ik mijn taksen ga betalen, dus eigenlijk geld betaal om meer te betalen voor een bepaald product dan het waard is. Ik moet dus eerst geld geven om later meer te mogen betalen, dat klopt niet. En zo zijn er meer van die dingen. Als u dus gaat zien dat die staat, in haar huidige vorm niet past en haar terug gaat brengen tot wat ze behoort te zijn, de minimale regeling van het leven, waarbinnen eenieder zo vrij mogelijk en onder eigen verantwoordelijkheid kan streven, heb je geen grenzen nodig. Dan komt er vanzelf ook een gemakkelijker trekken en reizen. Economisch gezien zal bv. Europa in ongeveer een 200 jaar absoluut geïntrigeerd zijn dus een geheel dat intenser een eenheid vormt dan op het ogenblik de Staten van Amerika. Het gaat langzaam maar het gaat. Politiek is dat precies hetzelfde.

Wat is politiek? Het is het uitspreken van de verlangens van de mensen, het trachten daaraan gedeeltelijk, tegemoet te komen en gelijktijdig het innemen van een machtspositie. Maar de mensen zullen al heel gauw gaan beseffen wanneer wij ons niet storen, aan de hinderpalen die een ander ons in de weg legt, dan kunnen we vanzelf iets bereiken.

Voorbeeld. Er zijn Vlamingen en die houden niet van Frans, ze spreken het en ze verstaan het heel goed, maar wanneer ze ontdekken dat ze in een taalgebied zijn waar hun eigen taal gesproken moet worden, verstaan ze niets anders. Als alle mensen dat zouden doen dan zou er geen taalstrijd behoeven te zijn, want iemand die Franstalig woont in een Nederlandstalig grondgebied, die moet zich aanpassen of hij wordt niet verstaan, hij kan niets bereiken en omgekeerd. Als de mensen zich daar consequent aan zouden houden, de mensen gaan dat ontdekken, maar dan hebben ze ook geen behoefte meer aan een politicus die hun verteld hoe ze hun recht moeten bereiken, want ze nemen hun recht zonder daarbij de rechten van een ander aan te tasten. Dan hebben ze behoefte aan deskundigen, niet aan theoretici maar aan deskundige mensen die weten waar ze het over hebben, en dan zullen ze dus vanzelf gemeenschappen onder een leiding stellen die volledig bekwaam is. Ik mag natuurlijk niet stellen dat er op het ogenblik ergens een leiding ter wereld niet bekwaam is, maar ik geloof dat ze wel veel bekwamer zou kunnen zijn.

Datzelfde vinden we in de Godsdienst. De Godsdienst is op het ogenblik heel vaak een gewoonte. Mag ik u vragen: hoeveel mensen voeden hun kinderen in feite katholiek op omdat het land nu eenmaal overwegend katholiek is? Door heel België heen zullen het er heel wat zijn. Maar wanneer ik geloof op een bepaalde manier, dan mag ik dat aan mijn kinderen geven, mits ik ze de vrijheid laat om later zelf te besluiten. Als ik een kind opvoed als hervormd en het wil katholiek worden, of ik voed een kind op in een Anglicaans denken en het wil katholiek worden, dan heeft het kind het volste recht. Het heeft het recht om de weg te gaan, om de God te vinden die voor hem of haar past. En niemand heeft het recht om in de gemeenschap daartegen te ageren. Het heeft ook geen zin om reclame te maken voor zijn God. U kunt natuurlijk zeggen: “ja maar we moeten onze kerken vol krijgen, of we moeten. zorgen dat men ijverig blijft in het geloof.” Maar hij die God in zichzelf beleeft, is ijverig voor het geloof nietwaar? Dus ook daar valt een hele hoop weg. Aan de ene kant een hele hoop macht, aan de andere kant komt het waarlijk priesterlijke veel sterker naar voren, het waarlijk priesterlijke dat in wezen is: God beleven op aarde omdat anderen zich God kunnen beleven. Maar niet het regeren van het leven van anderen zodat ze beantwoorden aan de wetten die, daar wij aannemen, door God gesteld zijn. Een groot verschil.

Op die manier zullen we de godsdienst misschien in het begin wat verwateren, maar zij keert terug, intenser en juister dan ze ooit is geweest, omdat nu de mens zelf zijn band met het oneindige moet zoeken of ergens in een onbegrepen wereld leven. U denkt misschien dat dit overdreven is, maar op het ogenblik heeft men dromen, dromen waar men heen vlucht wanneer God te ver is, God te lastig lijkt.

Dan hebben we ons socialistisch, marxistisch, ons communistisch, ons democratisch ideaal, dan vechten we voor een wereld die alleen op die manier gelukkig kan worden, maar dat is ook een vorm van Godsdienst. Alleen we laten die lastige God, die ons persoonlijk beroert en eisen stelt, daarbuiten.

Als al hetgeen ik u geschetst heb gebeurd is, dan is dat niet meer mogelijk dan kun je niet meer een droom gaan dienen zonder gelijktijdig te beseffen dat je een onwaarheid dient.

En zo zal ook hier de vernieuwing ingrijpen. En dan krijg je vanzelf daar achteraan wat men zou kunnen noemen de morele hernieuwing. In de zeden van de mens (hebben we al meer gezegd) zitten een hele hoop dingen die niet passen.

Wanneer je op het ogenblik ziet dat in sommige landen het aanvaard wordt dat men 4, 5 keer huwt en weer scheidt, dan moet men ook toegeven dat het instituut van het huwelijk dus eigenlijk helemaal niet meer bestaat. Het huwelijk is gebaseerd op een wederzijdse erkenning. Een juridische erkenning daarvan kan misschien financiële consequenties hebben op het ogenblik, maar feit van het al of niet gehuwd zijn, doet er niet toe. Verder blijkt dat de opvatting van het huwelijk op het ogenblik sterk gebonden is met opvattingen van seksualiteit. Maar wanneer we zien dat de vrouw steeds meer zelfstandig wordt en haar geborgenheid niet noodzakelijk in het huwelijk behoeft te zoeken, zo ontdekken we ook dat iets, wat men vroeger vrije liefde heette, op de voorgrond gaat komen. Want men wenst zich niet meer aan de andere te onderwerpen, men wenst slechts met de andere een eenheid te vormen. En kan dat niet, ach dan neemt men zijn seksuele behoeften waar het voorkomt en voor de rest hoopt men.

Ik zou zo voort kunnen gaan. Er is al veel veranderd. Per slot van rekening in 1900 was het verderfelijk en onzedelijk wanneer men gehuld in zwarte kousen en badpak met rok tot over de knieën het water inging. Op het ogenblik zou ik haast zeggen, is een minimum dan nog wel noodzakelijk, maar is inderdaad wel een zeer miniem minimum geworden, En niemand ziet er iets kwaads of zondigs in. Kijk hier is dus een verandering gaande, maar die verandering moet verder gaan, Want heel veel wat op het ogenblik in die maatschappij bestaat als idee van verplichting van recht e.d. is onzuiver.

Voorbeeld: Een man heeft zijn hele leven ervan gedroomd om iets te scheppen, hij heeft inspiratie, hij kan scheppen op dat ogenblik maar hij mag het niet want hij is getrouwd en heeft kinderen en daarom moet hij als klerk hier of daar blijven zitten en schrijven. Hij is verantwoordelijk voor zijn vrouw er kinderen, hij kan dat toch niet doen. M.a.w., die mens moet zijn werkelijke leven, zijn werkelijk wezen terzijde stellen voor anderen. Hebben die anderen hem dan soms alleen genomen als een soort broodkaart. Manier om te leven? Of heeft men elkander genomen omdat men in elkander iets moois zag. Is dat het geval dan is het voor de kinderen en de vrouw beter dat die man gaat scheppen, al hebben ze het erg arm, want dan bloeit daaruit een vernieuwing en hun geluk op. Terwijl in het geestdodend zich verzetten, zonder dat te durven verlaten, de mens ten gronde gaat. Dat betekent dat ook het begrip van aansprakelijkheid van verantwoordelijkheid geheel anders wordt. Men is er voor verantwoordelijk dat men een ander niet de vrijheid ontneemt die nodig is, dat men een ander niet de mogelijkheid ontneemt om zichzelf uit te leven en te beleven zoals dit voor hem of haar noodzakelijk is.

Ziet u, dan gaat de wereld dus helemaal veranderen. En dan zullen alle moralisten ongetwijfeld uitroepen ach ach, hoe verschrikkelijk. Maar ja dat roepen ze op het ogenblik ook al, dat riepen ze in 1900 in 1812 in 1760 en ik geloof dat ook voor die tijd, Sodom en Gomorra geliefde beelden waren, en werd zelfs gebruikt om de onzin die Jezus predikte aan de kaak te stellen. “Zo zeer lastert deze Gods toorn Jeruzalem verdelgen zal, zoals hij het de steden heeft gedaan”. Zover zijn de mensen altijd gegaan. Met de afkeuring hoeven we ons niet bezig te houden. We kunnen niet verwachten dat die hervorming ineens komt, maar moet komen. Het is onvermijdelijk.

Want u moet niet vergeten dat een geest die werkelijk zich bewust wordt van het hogere, nog altijd leeft in de stof. Leven voor een hoog geestelijk ideaal en daarbij de stof dan maar een beetje laten gaan, dat is zoiets als in een auto gaan zitten, de motor aanzetten, zorgen dat er voldoende gas is opdat het ding rijdt en dan op de achterste bank gaan zitten en mediteren. Dat is zelfmoord. Dus wij moeten in de materie met de materie leven en gelijktijdig beantwoorden aan onze hogere bestemming, ons hoger lot ons hoger weten.

Kijk ook hier zal die vernieuwing een rol spelen. Want op het ogenblik dat je, je illusies afschaft en de werkelijkheid van je eigen wezen gaat beseffen, ontdek je dat er ergens iets is dat niet logisch is, en dat wel voor je wezen noodzakelijk is. Dat is de geest. En wanneer je beantwoordt aan die geest, ermee harmonisch bent, dan gaat dit geestelijk bewustzijn zich niet alleen maar in een enthousiasme of in een enkele ervaring uitdrukken, maar dan wordt het een dagelijks deel van je bestaan. De geest gaat bewust deelnemen aan dit stoffelijk leven. Dan zal je heel veel dingen moeten afwijzen die anders misschien begeerlijk waren. Zoals Jezus naar men zegt in de woestijn alle schatten der wereld afwees en zelfs afwees om zijn eigen macht te openbaren. Je moet weten dat je eigen wezen vervuld moet worden en dat kan nooit door wat de wereld voor jou betekent, maar alleen door wat jij voor de wereld bent. Op die manier wordt er een nieuw soort mens geboren. Een mens die inwijding ondergaat. Zeker. Een mens die leren moet om, wat tegenwoordig nog magie heet of occult of magnetisme, te gebruiken. Je moet je volle wezen, je volle leven leren gebruiken. Die mens die zal verder afstand moeten doen van zijn idee dat het makkelijker is om iets niet te kunnen. Alleen de mens die leeft naar het maximum van zijn vermogens die zoveel mogelijk leeft, presteert, tot stand brengt beseft maar ook omzet in daad, die is waard in die nieuwe tijd te leven.

Zo groeit de vernieuwing en het kan wel een 150 jaar duren voor dat die vernieuwing ver genoeg gevorderd is om over die gehele wereld duidelijk kenbaar te zijn. Voorlopig komt die tot uiting in conflicten, in vulkaanuitbarstingen en andere natuurrampen, in ellende van hongersnood wateroverlast, afwijkingen van het klimaat enz. Maar al die dingen zijn erop berekend de mens dichter te brengen bij zijn werkelijk bestaan. Degenen die falen, vallen terug tot een primitiviteit, die gaan alles als verantwoordelijkheid overdragen aan diegenen die de moed hebben om verantwoording te nemen, de moed hebben om zich uit te leven. En die zullen dan misschien later volwassen genoeg zijn om bij een volgende gelegenheid over te gaan tot de klas der bewusten.

Ik heb hiermee naar ik meen een aardig beeld gegeven van die vernieuwing.

Zoals u op het ogenblik leeft is er een scherpe scheiding tussen uw waar en geestelijk ik en het vermogen daarvan, en het stoffelijk ego of ik, wat u beseft. Die scheiding kan niet onmiddellijk ongedaan worden gemaakt. Men kan u niet ineens voor de waarheid stellen omdat u die waarheid dan toch niet kunt verwerken. Het lichaam zou er aan ten onder gaan of de geest zou het bereikte bewustzijn a.h.w. ten dele verliezen, zij het tijdelijk. Daarom moet er een andere weg gevonden worden om de mens dus toch tot een beleving te brengen. Die beleving die is niet redelijk. Nu weet ik wel dat er heel veel mensen zeggen, ja maar de rede is noodzakelijk. Neen, er zijn dingen die buiten de rede liggen, omdat u niet in staat bent de waarheid redelijk te verwerken. Deze waarden liggen voor een deel op magisch vlak. Zij hebben een inwerking die niet in woorden kan worden uitgedrukt, waarvan je alleen kunt zeggen dat moet je ondergaan, dat kun je niet uitleggen. De grote meesters die de wereld op het ogenblik benaderen, langs allerhande wegen, maken van die macht gebruik. Want in uw gevoelens kunt u vaak eerder de innerlijke eenheid bereiken dan je dit kunt doen langs de toch zo geleidelijke weg van omvorming van uw wereld.

U bent elk uniek, er is maar één individu precies zoals u, met precies die voorgeschiedenis, precies datzelfde leven. Het is misschien niet leuk een unicum te zijn, iets wat maar eenmaal bestaat, maar het is nu eenmaal zo. U kunt u nooit op een ander beroepen en u bent tegen uzelf verdeeld, dus u weet eigenlijk niet eens hoe u dat tot stand moet brengen. Dan zult u afstand moeten doen op een gegeven ogenblik van uw benadering alleen vanuit het materiële, maar u kunt het ook niet alleen geestelijk benaderen. De band tussen deze beide is een vreemde vorm van emotie, van magie, kortom van een je verliezen in iets wat met woorden niet zo gemakkelijk omschreven kan worden. Wat er in gebeurt is niet een veranderen van je redelijk denken. U blijft precies uzelf. Het is ook geen veranderen van uw geest, maar het is het scheppen van een soort stemming, sfeer, waaruit de geest gemakkelijker de stof ontmoet en de stof gemakkelijker de waarheid van de geest aanvaardt, ook wanneer zij deze in haar redelijke concepten niet geheel verwerken kan.

U zult beseffen dat de vernieuwing daar allereerst moet beginnen. De mens moet ontdekken welke van zijn Goden machteloos zijn, welke van zijn Goden kracht hebben. De mens moet ontdekken waar de waarheid ligt. Zolang hij uitgaat van theorieën alleen bereikt hij dat nooit. Wanneer hij uitgaat van zijn geestelijk ik alleen, zal hij het ook nooit bereiken, want dat wil hij toch weer omzetten in woorden. Maar wanneer hij door die gevoelsbeleving ergens een nieuwe klank in zijn denken ontmoet, dan zal precies dezelfde redenering ergens een klein beetje afwijken en daardoor de mens iets dichter bij de waarheid, bij de eeuwigheid brengen. En diezelfde geestelijke kracht van meditatie, van overpeinzing of beleving, staat nu ineens niet meer zover van de stof, het is of dat ze voorzichtig voelers uitstrekt om die stof alles kenbaar te maken wat in haar leeft.

Zo wordt dus gewerkt met wat wij eenvoudigheidshalve altijd magie genoemd hebben. Wanneer een grote Meester dat doet, dan is dat heel wat anders dan wanneer wij dat doen. En hoe hoger de trilling is, hoe moeilijker het voor de mensen is om ze te beleven. Maar een samenvoeging van leringen over de gehele wereld gegeven, soms inspiratie, soms via mediums, soms zelfs in een stoffelijke vorm die daarvoor in het bijzonder is aangenomen, kan overal de mensheid intenser van zichzelf bewust maken. En gelijktijdig worden overal mensen gekozen. Dat is voor hen altijd heel erg moeilijk. Het kan zijn dat men tot iemand zegt: van nu af ben je een leraar, een priester, een ouder. Je hebt leiding te geven, dan zeggen die mensen: ja maar ik ben niet veranderd, ik blijf mezelf, wat moet ik dan eindelijk doen? Kijk ook dit is eigenlijk heel eenvoudig. Zo’n mens draagt in zich een kracht die niet de zijne is. Zodra hij op die kracht betrouwt, zonder enige kritiek van zijn eigen kant kan hij die krachten op de proef stellen en die kracht bewijst zichzelf. De leraar ontdekt dat hij schatten van wijsheid heeft die eigenlijk vroeger ergens verborgen waren, die er nooit uitkwamen. De priester ontdekt dat hij ergens een magische kracht heeft, een begrip voor het juiste ritueel voor het juiste woord, voor de juiste intonatie, voor de juiste bundeling van krachten en uitstraling ervan die hij vroeger misschien ook wel bezat maar die toen niet zo intens zo juist en volledig was. En zo worden dus centra gebouwd. Rond die centra zullen zich groepen gaan vormen en zoals dat meestal is in het begin, zijn het vaak de ouderen die zich daarmee gaan bezighouden en die met die meesters en krachten in contact komen, ieder op zijn eigen manier. Zij gaan op hun wijze verder werken. De ouderen echter veranderen daarmee het geestelijk klimaat waarin de jongeren leven, zodat dezen wanneer ze hun eerste drang van “ik zijn” in de wereld wat gaan verliezen, geboeid worden door een nieuwe mogelijkheid een nieuwe weg. De volgende generatie zal veel dichter bij lering en leraren staan. Het volbrengen van dit alles is een zeer grote taak. Zij zullen eraan deelnemen in de stof en in de geest. De grondregels ervoor wil ik u ook eenvoudigheidshalve nog geven:

  1. De enige verantwoordelijkheid in het leven is uw verantwoordelijkheid tegenover de God die u in u erkent.
  2. De enige wet die ge leeft, is de eeuwige wet die in u leeft
  3. Gij kunt alle dingen volbrengen en alles bereiken indien gij bereid zijt de offers te brengen die daarvoor noodzakelijk zijn.
  4. Wie in het leven voor anderen zichzelf geeft vindt in zich de rust waarin hij zijn God bewuster kan ontvangen.

Dat zijn dus de hoofdpunten van deze fase van vernieuwing.

U zult hiermee in de toekomst geconfronteerd worden. Aan de ene kant met veel grotere felheid van tegenstanders en voorstanders, aan de andere kant moet een vreemde onzekerheid, met plotselinge veranderingen en wanneer u nu weet wat er aan de gang is, dan kunt u proberen om daarmee harmonisch te zijn. Vindt u die harmonie dan vindt u daarmede ook de mogelijkheid, om gelukkig te leven, om vrede in uzelf te dragen en op die manier de ware werkelijkheid te leven terwijl u op aarde bent.

Tweede deel

Eenieder die waarlijk zoekt naar waarheid in zichzelf vindt God.

Eenieder die waarlijk de wereld liefheeft, vindt in die wereld God.

Eenieder die eerlijk is ten opzichte van zichzelf vindt waarheid.

Eenieder die waarheid begeert, vindt eeuwigheid.

Zo aansluitende bij de woorden van mijn voorganger wil ik u introduceren:

De Leer van deze tijd!

Wees eenvoudig. Eenvoud wil niet zeggen dwaasheid. Maar d.w.z. het vermogen tot aanvaarden.

Indien gij wijsheid begeert, leer eerst wijsheid aanvaarden ook wanneer ge meent misschien dat ze niet juist is. Want in de aanvaarding eerst kan de wijsheid in u rijpen.

Indien gij verlangt meer te zijn dan ge nu zijt, zoek niet naar middelen om een ander te zijn, wees meeruzelf. En wees u meer bewust van de banden die tussen uw wezen bestaat en de grote Kracht waaruit alles voortkomt.

Zeg niet mijn Meester heeft een naam. Zeg niet mijn Meester heet Jezus Christus. Mijn Meester heet Boeddha, mijn Goeroe is X. Noem uw Meester niet bij naam want gij zoekt niet het wezen van een mens en gij zoekt niet de uiterlijke vorm van een mens en een menselijk leven indien gij meer wilt vinden.

Gij zoekt God. Gij zoekt tijdloosheid. Gij zoekt eeuwig bestaan. Welaan gij zijt eeuwig, zo gij u niet beperkt. Hij die zijn weg, zijn doel noemt, zal nimmer bereiken.

Gij allen stelt eisen aan het leven. En misschien hebt gij recht op vele dingen maar begrijp boven alles dat de eis die gij aan het leven stelt uw wezen verarmt. Niet wat gij vraagt van de wereld, maar wat gij geeft aan de wereld, bepaalt uw wezen, uw ware betekenis, uw kracht in het Goddelijk Licht.

Gij verlangt misschien Gods Liefde te erkennen. Maar God heeft u altijd lief. Hoe ge ook zijt, wat ge ook zijt. Maar zolang gij niet van uit uzelf die Liefde ervaart zo kan God u niet beroeren.

Daarom zeg ik u leer het leven lief te hebben, bemint uw naasten, bemint al wat leeft, ook de jongeren, de planten en de dieren. Verlustigt u in het schijnen van de zon als in het vallen van de regen, heb deze dingen allen lief, zonder hun waarden daarom te miskennen en gij zult zien hoe de Goddelijke Liefde een directe kracht wordt die u geleidt.

Gij zoekt wijsheid, gij zegt tot anderen, spreek mij woorden van wijsheid, maar wijsheid leeft in u. Het kan u niet door een ander gegeven worden. ‘t Is de strijd met het begrip waardoor gij wijs wordt. Anderen kunnen u helpen omdat zij u geven van hun kracht en hun weten. De wijsheid bereikt gij in uzelf omdat wat in u leeft als een Lichtende Kracht verbonden wordt met de werkelijkheid.

Gij vraagt u af waarom sommige stemmen spreken en andere stemmen zwijgen, maar wie vraagt aan een vogel waarom zingt gij, waarom zwijgt gij. Het is de aard van de vogel die haar doet zingen, doet jubelen, of zich doet verduiken in het struweel. Zo is het met de stemmen die spreken. God is de Lichtende Zon, God is het, die doet spreken. God is het die doet zwijgen.

Gij zoekt wijsheid in vele sferen die gij zou willen binnentreden, in werelden die mensen zelden betreden. Alle wereld ligt in u. Alle kracht ligt in u. Indien gij gaan kunt in uw eigen ziel, is er niets wat voor u gesloten blijft.

De eenvoud is de leer van deze tijd. Aanvaard wat uw wezen kan aanvaarden en verwerp niets. Doch zeg “dit is voor mij een weg of een kracht of een leven”. Zeg niet: “Ik ben machteloos”, maar zeg: “De kracht die ik in mij voel, zal ik uiten”. Zeg niet: Er is geen weg, maar zeg: “In mijzelf ken ik een rechtvaardigheid waaruit ik leef en die ik zal handhaven voor mijn wezen waar ik ook ga”.

Gij zijt in deze dagen alleen. Alleen met het ongekende. Degenen die rond u zijn beseffen niet wat gij zoekt. De wereld rond u kan u niet helpen om uw doel te bereiken. Gij zijt alleen. Tenzij gij de angst voor het leven terzijde stelt, want in deze dagen is alles met u aan kracht en aan licht, alles aan waarheid en leven wat noodzakelijk is.

Gij weet niet waarheen gij gaat, weest de schapen in een kudde gaande, waar de herder u voert maar weet dat de herder woont in uw huis. Zeg niet: Ik vrees deze wereld. Vrees niet voor de demon, voor een atoombom of voor een oorlog, vreest niet. Weest onbevreesd en vreugdig want wie niet vreest kan gaan door het dal der schaduwen en ziet, hij vindt nieuwe grazige weiden.

Weest verheugd. Leer de vreugde van het leven in uw wezen te ontvouwen. Zeg niet ik ben oud, ik ben jong. Ik ben te wijs of te dom, zeg, ik wil het leven zien als een tintelende kracht, één vreugde waaruit ik put. Zeg, mijn leven kan slechte een erkenning zijn van het Hogere, indien ik begin met vreugdig het leven te aanvaarden.

Wees niemands rechter want het oordeel dat gij spreekt, spreekt gij over uzelf. Spreek uw eigen leven nimmer uit, maar onderga het levend en zoek in uzelf naar een stem die zegt: “Zo zult ge heden handelen”. Vraag dan niet hoe zal het morgen zijn, zeg, zo is het heden. Want waarlijk wie in deze dagen de kracht erkent die leeft Gods kracht. Wie erkent de sterkte van de levende kracht, die zal in vreugde deze tijden doormaken en vreugdig gaan naar andere landen waar het zonniger vrijer is, dan u denken kunt.

Nog kunt ge niet aan de dood ontkomen die mensen kennen. Maar ik zeg u de ware dood zult gij niet kennen zo uw leven God kent. Zo uw leven is die vreugde van Gods kracht.

Gij vraagt altijd naar tekenen. Tekenen mag ik u niet geven buiten dit ene: “In u, kenbaar in u, zal een kracht zijn die u binnen enkele maanden doet veranderen in denken en leven, de kracht in u zal de stem van de wereld veranderen zo gij haar aanvaardt zult ge deel zijn van het nieuwe rijk, dat op deze aarde wordt gevestigd.

En nu voor ik heenga, voor een korte wijle, want ik keer terug, steeds weer, wil ik u nog dit zeggen: Zo ge ziek zijt, bedroefd zijt, zo ge verward zijt, geef dit alles de kracht des lichts want waarlijk in de Naam van den Vader die door mij spreekt, wiens stem en woord ik ben, gij zult genezen van uw kwalen, uw onzekerheid zal tot zekerheid worden, uw lijden en eenzaamheid zullen worden tot erkennen van waarheid, dit bevestig ik u in de Naam van den Vader die ons allen heeft geschapen, in de Naam van de taak die Hij ons heeft opgedragen, in de Naam van de Lichtende Kracht die hij heeft gezonden tot uw wereld.

Aanvaardt wat ik u geef en wees gelukkig in deze tijd van verwarringen, de sleutel van een tijd vol Licht.

Vrede zij met u.