Verpersoonlijkte invloeden

uit de cursus ‘Kosmische aspecten’ (hoofdstuk 6) – maart 1972

Verpersoonlijkte invloeden

Het zal u bekend zijn dat wij gemiddeld per sterrenbeeld, dat een periode domineert, een Leraar of Meester op aarde zien verschijnen. De meesten van u zullen daarover niet verder hebben nagedacht. Maar als wij spreken over kosmische invloeden, dan hebben wij hier wel degelijk te maken met iets wat in kosmisch verband functioneert. Dat die telling bij ons nu toevallig wordt gedaan dankzij het systeem van de astrologie, dat zich betrekkelijk vroeg heeft ontwikkeld via de sterren, maakt niet zoveel uit.
Als wij zeggen dat in het Vissentijdperk Jezus optreedt, is dat heel begrijpelijk. Het is voor ons zonder meer een aanduiding en het komt zelfs tot uiting in het feit dat de eerste christenen als geheim teken twee visjes hadden. En dat was heus niet om aan te duiden dat er een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van vis en brood was geweest. De nadruk daarop is pas veel later gekomen. Het was doodgewoon om aan te geven: wij behoren eigenlijk tot deze periode. De vis was het teken van de christen.
Zo zijn er in ’t verleden ook andere tekenen geweest, die eveneens een rol hebben gespeeld. Nu ‘Aquarius’ komt, kent ook dit teken weer zijn eigen symboliek, zijn eigen Leraren en Meesters.
Een dergelijke Meester of Leraar is direct met de aarde verbonden. Het is altijd een wezen dat op aarde incarneert. Maar dat wezen staat in relatie met de kern van de kosmos. Dat impliceert dat overal waar een planeet is, Meesters verschijnen volgens het ritme van die planeet zodat elke periode wordt gekenmerkt door een leer, een soort openbaring of hoe u dat ook wilt noemen, die de karakteristieke ontwikkelingsmogelijkheid aangeeft voor de komende periode.
Nu vraag je je wel eens af: Hoe zit het eigenlijk? Want wat Jezus heeft geleerd, is in feite tijdloos. Datzelfde kunnen wij ook zeggen van de Boeddha en in zekere zin ook van Mohammed, Krishna, Esir (een van de vroege Egyptische Meesters wiens naam later is verbasterd tot Osiris). Hun leer is weliswaar kosmisch en alomvattend, maar ze moet in een bij de tijd passende vorm worden gegoten. Je ziet dan een soort ritme optreden.
Er is één kosmische kracht, die zich voortdurend opnieuw openbaart. Die kracht geeft vanuit zichzelf niet alleen maar een lering voor het juiste gedrag e.d., al denken de mensen dat, maar ze geeft vooral aan hoe de mens zelf kan ontkomen aan te sterke aardgebondenheid. Waarom? Wel, omdat in het ritme waarin zonnen en dus ook planeten leven, altijd weer de mens of het menselijke de rol speelt van intermediair. De mens is een brug, die ligt tussen het universum van de materie en het universum van de geest en van daaruit ook nog een brug moet vormen naar wat men zou kunnen noemen ‘het universum van de ziel’. Deze samenvoeging is essentieel voor het leven. Waarom weten wij niet. Maar het blijkt wel dat, op het ogenblik dat deze overdracht van materiële waarden naar geestelijke waarden niet meer op de juiste manier plaatsvindt, er grote veranderingen komen; dat er b.v. een ras uitsterft en zelfs dat bepaalde planeten eenvoudig verdwijnen, dat ze tenietgaan. Alle leven daarop verdwijnt.
Ik heb getracht, hoe moeilijk het ook is voor een onderwerp als dit, een benadering van de werkelijkheid te vinden in meer menselijke termen. Ik moet dan allereerst verklaren: ook wij kunnen niet alle dingen nagaan. Dat moet u wel begrijpen. Maar voor ons en vanuit ons standpunt ziet het er ongeveer als volgt uit:
Er is een centrale kracht (noem hem God of noem hem anders) die zich uit en van zich uitgaande een soort stroming van kracht teweeg brengt, die zich dan als een paar zich kruisende velden in het materiële universum manifesteert. Deze kracht moet echter steeds vernieuwd worden omdat er anders een voortdurend verlies van energie optreedt en er dus stilstand is. En waar stilstand is, is geen leven, geen bestaan meer.
De geest, die in de materie leeft, streeft natuurlijk naar bewustwording, naar het hogere toe. Maar in zijn pogen dit hogere in zich waar te maken, baant hij een weg waardoor die goddelijke Kracht via de materie kan terugpulseren naar een geestelijke wereld en vandaar, via hem of via anderen, weer kan terugkeren naar de wereld, die wij dan maar die van de ziel noemen. Kortom, Gods kracht circuleert. Die circulatie blijkt ergens te moeten worden gereguleerd omdat niet altijd dezelfde omstandigheden voor de verschillende werelden gelijkwaardig zijn. U zou misschien als menselijke vergelijking ‑ het is dus niet helemaal reëel ‑ het volgende kunnen stellen:
De drie werelden kunt u vergelijken met drie treinen, die naast elkaar rijden op een ronde baan. Maar de snelheid is niet precies gelijk. Het resultaat is dat u de ene keer een brug moet bouwen naar, laten we zeggen, een locomotief, een andere keer naar de bagagewagen en de derde keer misschien naar het staartstuk van de trein. Die verandering betekent een andere instelling. De harmonie, die moet worden uitgedrukt tussen uw wereld en een geestelijke wereld, verandert dus. Ook met de wereld van de Goddelijke Werkelijkheid of de wereld van de Ziel is datzelfde het geval. Wij kunnen niet altijd met volkomen gelijke middelen, instellingen en harmonieën die andere wereld bereiken.
Dan krijgen we de noodzaak tot aanpassing. Om die aanpassingen mogelijk te maken, gaat er uit de kosmos, dus uit de kern, iets weg wat men misschien zou kunnen vergelijken met een zendbode of een signaal. Dat signaal manifesteert zich in de wereld van de geest in de daarvoor bestemde harmonische figuren. In die wereld van de geest zal dan over het algemeen degene die die krachten het best kan verdragen, het meest daarvan in zich kan verwerken, weer zoeken naar een incarnatiemogelijkheid, die harmonisch is in de stof. Er is dus sprake van een door een goddelijke kracht bewogen entiteit uit de geestelijke wereld, die zich manifesteert in een stoffelijke wereld. En zo wordt de waarde van de wereld van de geest zowel als van de Goddelijke Werkelijkheid (de wereld van de ziel) weer in vormen uitgedrukt, die voor de mens begrijpelijk, aanvaardbaar en beleefbaar zijn. Op die manier komt hij dan langzaam, maar ik zou zeggen: onvermijdelijk, toch wel in de richting van een eigen overbrugging. Je bouwt de brug terug. Een opvallend verschijnsel daarbij is dat dergelijke entiteiten, als zij zich manifesteren uit de volle kracht, altijd onder bijzondere omstandigheden worden geboren. We horen dan over maagdelijke geboorten e.d. Dat is natuurlijk wel een beetje overdreven. Theoretisch is het overigens mogelijk. De geboorte van dergelijke entiteiten gaat dus vergezeld van wat je kunt noemen een vortex, een warreling van geestelijke krachten, die proberen de incarnatie op aarde zo goed mogelijk te doen slagen.
Een ander verschijnsel dat er eveneens mee gepaard gaat, is dat bij de dood dergelijke wezens op de een of andere manier oplossen, verdwijnen en daarna vaak in een astraal voertuig of een materialisatie nog enige tijd op aarde kenbaar zijn om daarna geheel te verdwijnen. Er is dus een kringloop. Maar de persoonlijkheid blijft bestaan. Of dat nu in de wereld van de ziel is of van de geest, maakt weinig uit. Want door deze speciale verbinding is het wezen van een dergelijke leraar niet alleen geïmpregneerd met een goddelijke kracht, maar ook met de kracht van de materie. Het resultaat is dat dergelijke entiteiten zich ook voortdurend op of rond uw wereld zullen manifesteren als ze tot uw wereld behoren of tot elke andere wereld worden aangetrokken waar zij hun boodschap hebben gebracht en daar een lange tijd een soort leidersprincipe blijven geven. Ook als andere Meesters de taak hebben overgenomen, blijven die oude krachten zich nog steeds met de wereld bezighouden.
Nu bestaat er een aardig gezegde in een bepaalde geestelijke sfeer. Daar zegt men dat de kracht van de Meesters cumuleert naarmate de tijd van de mensen sneller gaat. Misschien zou u ook hier weer moeten denken aan het voorbeeld van de treinen, dat ik heb gegeven, en zeggen dat, als alleen de laatste wagon van de trein waarin u zich bevindt, nog net naast de locomotief komt van de trein, die u moet inhalen, er maar heel weinig mogelijkheden zijn om weer over te stappen. Zolang er een versnelling van de materiële ontwikkeling is t.a.v. geestelijke ontwikkeling, is het aantal mogelijkheden tot harmonie beperkt. Stel nu dat de menselijke evolutie tijdelijk trager wordt. Uw trein gaat langzamer en er komt een ogenblik dat de trein van de geest en de trein van de materie in hun volle lengte naast elkaar rijden. Dan zijn er vele mogelijkheden van uitwisseling. Alle Meesters, die op aarde zijn geweest en die zich nu in een deel van de wereld van de geest bevinden, kunnen dan weer ‑ indien zij dat tenminste wensen ‑ overstappen naar de trein van de materie en invloed uitoefenen op datgene wat er in die trein gebeurt.
Waarom ik dit een kosmische invloed noem? Natuurlijk in de eerste plaats omdat die onbekende kern er een rol bij speelt, maar in de tweede plaats omdat de ontwikkeling in dat materiële heelal (dus in de gehele kosmos van de materie) bepalend is voor de relatie tussen de materiële wereld en de geestelijke wereld. Iets dergelijks menen wij (wij weten dat nooit zeker) ook te zien t.a.v. de wereld van de Volledige Erkenning, het Rijk Gods of de Lichtende Werkelijkheid en onze eigen werelden waarin die werkelijkheid nog niet is bereikt. Er zijn dus ogenblikken waarop er een veel grotere overdracht van geestelijke waarden mogelijk is dan normaal.
Nu wij dit hebben gesteld, is het misschien ook aardig te zien wat die waarheden in het verleden o.m. zijn geweest.
Opvallend is dat onder de eerste leringen, die voor de mensheid (althans voor de homo sapiens in zijn ontwikkeling) van belang zijn geweest, de boodschap is dat er een wereld van de geest is. Die eerste lering is het duidelijk maken: je staat niet alleen, er is een mogelijkheid tot overleven. De mensen interpreteren dat dan nog niet als een voortbestaan van elke entiteit. Zij denken dat dat uitsluitend voor bepaalde mensen geldt.
De daarop volgende lering, en dan komen we al in de richting van Esir, de krijger‑priester, is: Er is een goddelijke wet. Er bestaat dus een goddelijk evenwicht waaraan wij ook in de geest moeten beantwoorden. Hierbij wordt er een aantal analogieën in die leer gebruikt en die zijn o.a. de basis geworden van het Egyptisch Dodenboek.
Dan kunnen we een aantal leringen overslaan en laten we eens kijken wat Jezus heeft gezegd. Jezus heeft het weer uitgebreid. Hij heeft gezegd: Er is niet alleen een goddelijke wet, een rechtsverhouding, er is meer. Er is een directe relatie tussen elk schepsel en de Schepper. Als wij ons van die relatie bewust zijn, dan vinden wij een weg, welke tot die Schepper voert.
Hier wordt dus de overbrugging van een bijna onwillekeurig gebeuren tot een bewust gebeuren gemaakt. Eens was de mens iemand in wie de brug ontstond krachtens een wet, maar dit wordt omgebogen naar: de mens is niet alleen afhankelijk van die wet. De mens kan in zichzelf de toestand van harmonie bereiken waardoor hij een brug wordt tot die geestelijke wereld.
Als wij nu kijken naar de nieuwe Wereldleraar, dan komen wij weer tot de conclusie dat deze eigenlijk nog veel meer opzij zet.. Hij stelt heel eenvoudig: Er is niets belangrijk behalve dat ene: dat je met alle middelen die je tot je beschikking hebt, de harmonie bereikt, die voor jou noodzakelijk is.
Als we dat allemaal optellen, dan zien we daar een lijn in. Deze lijn zal zich waarschijnlijk nog wel iets verder voortzetten. Maar er moet een ogenblik komen ‑ of wij dat leuk vinden of niet ‑ dat de geestelijke waarheid, waaruit harmonie kan worden geboren, weer beperkter moet worden. We zullen op den duur weer Meesters zien, die de mens terugbrengen tot de wet; en vanuit de wet zal men waarschijnlijk weer overgaan tot het verkondigen van het voortbestaan als op zichzelf bepalend, want niet altijd kan een mens evenveel bereiken. Het feit dat wij nu uit deze christelijke periode, waarin de mens duidelijk is geworden dat hij eigen mogelijkheden heeft, dat hij ook zelf een zekere kracht bezit, komen in een periode, waarin die mens wordt geleerd dat alle middelen waarover hij beschikt, onderworpen dienen te zijn aan die kracht van harmonie, doet mij aannemen dat wij ongeveer op een top zitten. Maar als wij op een top zitten, dan betekent dat ook dat we in een zo groot mogelijke toestand van bereikbaarheid zitten. De treinen rijden bijna naast elkaar. Wij nemen aan dat dit zal worden bereikt over ongeveer 500 à 600 jaar. Dan zou dus de grootste ontplooiingsmogelijkheid van geestelijke kracht op aarde moeten bestaan.
De invloeden die op dit moment ook vanuit de materiële kosmos op de mens inwerken, moeten zoeken naar een harmonie met deze geestelijke brug terug naar het Goddelijke. Want op het ogenblik dat deze brug wordt verbroken, is er geen toevoeging van energie meer. Dan is er geen omzetting van energie meer, er is geen goddelijke kracht meer. En dan kan een materieel proces nog lang doorgaan maar is ook de kracht van de bezieling, waardoor b.v. de harmonie van de sterren onderling wordt bepaald, praktisch teniet gedaan. Je zou kunnen zeggen dat de sterren en de grote krachten, die in de materiële kosmos leven, geen communicatiemogelijkheid meer hebben.
De toestand, waarin de wereld nu verkeert, maakt zelfs t.a.v. de kosmische invloed bepaalde veronderstellingen mogelijk. Ik zeg alweer: dit zijn veronderstellingen. Ik kan er niet voor instaan dat het letterlijk zo zal uitkomen als ik zeg. Maar de intentie van hetgeen ik ga zeggen, zal ongetwijfeld zijn terug te vinden in de ontwikkeling der gebeurtenissen. Want indien er een zo groot mogelijke harmonie is tussen materie en geest, dan betekent dit dat de processen, waarmee de mens in het begin alleen de materie heeft kunnen benaderen, nu voor hem ook bruikbaar worden voor de wereld van de geest. Dan zal alles wat op het ogenblik nog magie, esoterie, godsdienst en geloof is, moeten overgaan in een bijna rationeel of misschien zelfs volledig rationeel beeld waardoor de magie een vorm van natuurkennis wordt en de esoterie eigenlijk de logische opvolging is van de psychologie, waarmee de mens op het ogenblik bezig is. En dan zou dus het werken met bepaalde krachten uit een andere wereld, zoals bepaalde genezers maar ook andere mensen doen, heel normaal moeten worden. Er zou een maximum brug moeten bestaan tussen de wereld van de geest en die van de materie.
Als je zo’n beeld ziet, lijkt dat een beetje ongeloofwaardig maar de laatste Wereldleraar heeft eens gezegd:
Kijk eens, als we een bepaalde hoeveelheid aarde moeten verplaatsen en we hebben een machine om dit te doen, is het dwaas om het met de hand te doen. Met andere woorden, je moet de grootste kracht gebruiken, die je ten dienste staat om het doel te bereiken dat je je gesteld hebt. En daaruit blijkt wel, dat hij veronderstelt dat de mens over steeds meer middelen zal beschikken.
Er is echter ook nog iets anders dat hij heeft gezegd. Misschien zouden wij dit ook kunnen zien als een weerkaatsing van de kosmos. Hij zegt nl. op een gegeven ogenblik:
De mensen, die over goed en kwaad spreken, spreken altijd oppervlakkig. Er is een neutraal punt dat niet goed en niet kwaad is. Dat punt is de grootste waarschijnlijkheid en de grootste waarheid. Maar het kwade is wel degelijk de actieve antithese van het goede en omgekeerd. Hij probeert hier duidelijk te maken dat wij in een spel van evenwicht zitten, waarbij wij niet alleen te maken hebben met één geestelijke mogelijkheid en met één mogelijkheid om die goddelijke Werkelijkheid te betreden, maar dat er op zijn minst twee mogelijkheden zijn. Het dualisme, zegt hij, bestaat niet tegenover God maar tegenover elk verschijnsel. Elk verschijnsel kan op twee manieren worden gebruikt. Dat zou impliceren dat, als er een zo groot mogelijke brug wordt geslagen tussen de wereld van de geest en die van de materie ‑ wat wel het meest nabij is, naar ik aanneem ‑ dan moeten wij ook aannemen dat zowel de krachten van kwaad als van goed sterker worden. Maar hoe dit te rijmen met de goedheid of de neutraliteit van de totale kosmos als zodanig?
Wel, wij hebben geprobeerd ook dat na te gaan en zijn tot de conclusie gekomen dat, als ik een kracht uitstraal en ik heb te maken met een totaliteit van kracht, die gelijk blijft (ik neem aan dat dat bij God wel het geval is), die kracht ergens anders dus niet aanwezig kan zijn. Elke positieve uiting doet een negatieve ontstaan. En om nog even de Wereldleraar te citeren: De mens is in zichzelf een kleine kosmos waarin alle waarden en krachten zijn vertegenwoordigd, die hij in de wereld buiten zich veronderstelt of erkent. Dus als wij denken aan een positieve kracht, die uit de kosmos komt, dan weten wij dat er ook een negatieve kracht moet zijn. En zoeken wij verder, dan komen wij tot een heel eigenaardige conclusie:
Er zijn, zoals u weet, heel wat Melkwegstelsels. Wij hebben getracht, zo goed en zo kwaad als het ging, om eens na te gaan hoe dat met die krachten zit.
Als een positieve kracht het Melkwegstelsel beroert, wordt de nevel, die in de buurt van Betelgeuse ligt, negatief beïnvloed. Gelijktijdig zien wij in de buurt van Cygni ook nog iets neutraals. Het is opvallend dat de fasen in het Al afwisselen maar dat ze ook zulke grote gedeelten van de kosmos omvatten. Men heeft zich toen de moeite getroost na te gaan wat die fasen betekenen. De conclusie waartoe een aantal van mijn overigens wel zeer hoogstaande en zeer geleerde confraters zijn gekomen kan menselijk het best als volgt worden omschreven:
Als een voor ons negatieve werking uitgaat naar een bepaald deel van de kosmos (b.v. een sterrennevel), dan constateren wij dat daarin een enorme vorming en nieuwe vorming van materie plaatsvindt. Sterren worden geboren maar leven in de kleinere vormen treedt niet op. Daar waar een positieve straling aanwezig is, zien wij in zeer korte tijd en op zeer vele plaatsen differente vormen van meer persoonlijk leven ontstaan, die als voertuig voor de geest kunnen dienen.
Ik ben niet in staat deze conclusie te controleren. Ik kan alleen zeggen dat ik haar voor mijzelf aanvaard. Dit zou impliceren dat er een kracht in de kosmos is, die niet alleen te maken heeft met het bouwen van bruggen tussen de wereld van de materie en die van de geest, maar dat gelijktijdig de positieve stromingen nodig zijn om weer materiële vormingen in een vanuit het leven beschouwde negatieve vorm mogelijk te maken. En dan lijkt het heelal een beetje op een perpetuum mobile: een zichzelf bewegend geheel. Dat zou eeuwig kunnen doorwerken, onbeperkt in tijd, indien daar niet het voortdurende energielek was, dat ‑ naar men aanneemt ‑ naar een anders dimensionale ruimte gaat, waarin een heelal kan ontstaan op het ogenblik dat er voldoende kracht is overgevloeid uit een naburig actief heelal.
Het zijn heel mooie stellingen. Maar als mens zeg je: Het is allemaal erg abstract. Het gaat over perioden van miljarden jaren, het heeft te maken met enorm grote ruimten van bijna 10.000 lichtjaren, wat moet ik daarmee doen?
Wat moet u daarmee doen? Inderdaad. U moet proberen dit algemene beeld te gebruiken als achtergrond voor het optreden van de verschillende meesters. Ze zijn kennelijk niet alleen maar redders van zielen zonder meer. Neen, ze zijn deel van de feitelijke beweging van de schepping als totaal. Hun leringen zijn daarbij ongetwijfeld belangrijk voor de mens als persoonlijkheid. Zij kunnen in de persoonlijkheid van de mens dezelfde harmonie en eenheid tussen de verschillende krachten van de stof, de geest en de ziel tot stand brengen als er kosmisch bruggen worden gebouwd. Maar als wij zeggen dat het een genade is dat zo’n Meester verschijnt, dan maken wij toch een fout. Wij moeten zeggen: Het verschijnen van de Meester is onvermijdelijk gezien het geheel der kosmische werkingen. Alleen de wijze waarop hij voor ons persoonlijk een uitbreiding van onze mogelijkheden binnen het bereik brengt, is voor ons persóónlijk een genade, opdat onze persóónlijke band met het Goddelijke voor ons als klein deel van de schepping toch mogelijk wordt.
Deze stof is misschien wat zwaarder dan u gewend bent en wijkt ongetwijfeld een beetje af van al hetgeen wij tot nu toe over al die invloeden hebben gezegd. Maar er komt een ogenblik dat je niet meer kunt blijven stilstaan alleen maar bij enkele Meesters en Heren van dit en van dat. Dan moet je proberen verder te gaan. En als je dan dat verdergaan, zoals wij dat nu hebben geprobeerd, tot een redelijk begrip en besluit brengt, krijg je pas de kans te zeggen: Hé, Jezus viel onder een andere Heer dan de Wereldleraar. Hoe komt dat?
Dan blijkt dat, wat wij noemen, van de Heren van wijsheid, van kracht, de Heren der stralen enz. (de Heren der stralen zijn overigens het ministerie van financiën voor de invloeden die door de andere Heren kunnen worden gemanipuleerd) op een gegeven ogenblik één bepaalde Heer een dominerende invloed heeft. Hij is de kracht, de verbinding, waardoor een maximale harmonie kan worden bereikt met de kern van het Al, met de bron van het bestaan, het begin van alle kracht. Ook dat lijkt mij een gedachtegang waaruit we zeer veel kunnen putten, maar wat wij in het kader van deze cursus maar summier zullen doen.
Dan stel ik: Wat Jezus bracht, was in de eerste plaats emotioneel van inhoud, niet rationeel. De benadering van de huidige Wereldleraar was aanmerkelijk rationeler. Gaan we terug in het verleden, dan vinden wij bij Esir wel degelijk ook een rationele invloed want hij is niet alleen maar degene, die de mens een bepaalde leer brengt omtrent de wetten, maar die dat ook omzet in de mogelijkheid om b.v. de landbouw op de juiste manier te bedrijven. Hij is dus ook een culturele invloed.
Van Jezus kun je dat niet zo zeggen. Jezus is een geestelijke invloed, die het gedachteleven wel vorm geeft maar die met al zijn wetten geen vernieuwing in cultureel‑technisch opzicht tot stand brengt.
Van de Wereldleraar, zoals die is opgetreden, en zeker van de Wereldmeester moeten wij juist weer aannemen dat hun leringen en bepaalde verklaringen daarin, die in de loop der tijd heel voorzichtig overal op de wereld worden uitgezaaid, aanleiding zullen zijn tot nieuwe vormen van onderzoek. Een nieuwe techniek, een nieuw gebruik van krachten. Dat impliceert voor mij weer een rangorde, die er moet bestaan tussen de Heren van kracht, van wijsheid enz. Het betekent verder voor mij dat de stralen op zichzelf (die wij eenvoudigheidshalve maar tot 7 stralen reduceren, we zouden ze ook tot 3 plus een hoofdstraal kunnen terugbrengen, dat hangt er maar van af hoe je rekenen wilt) betrekking hebben op bepaalde delen van de mensheid en op bepaalde delen van een geestelijke wereld, die met de goddelijke Werkelijk (de Lichtende Werkelijkheid) het grootste contact hebben. Dat wisselt af. Als de afwisseling bestaat, dan zou het ook kunnen betekenen dat er in onze ontwikkeling, zoals die geestelijk bestaat, een zeker ritme moet zitten dat wordt bepaald door de kracht waaronder wij ressorteren.
Het is erg vervelend dat te zeggen want nu zeg je: Niet iedereen heeft gelijke kansen. Maar gelukkig telt de tijd voor het ‘ik’ heel anders in de wereld van de geest dan in een materieel bestaan en heb je er daar geen last van. Maar het zou inderdaad kunnen betekenen dat degenen, die nu ressorteren onder precies dezelfde straal waaronder de huidige Wereldmeester en Wereldleraar ressorteren, geestelijk een veel snellere opgang naar de hoogste vormloze sferen kunnen maken dan degenen, die op het ogenblik tot een van de Heren van kracht behoren en tot een andere straal. De Heren van wijsheid plus de blauwe straal geven op het ogenblik wel de mooiste resultaten.
Is dat rechtvaardig? Ik weet het niet. Ik weet niet wat rechtvaardigheid is. Zo min als ik kan uitrekenen of het wel rechtvaardig is dat op hetzelfde ogenblik dat wij hier zitten te praten er ergens in het Al een planeet sterft, in geweld uit elkaar spat en er ergens anders het eerste leven wordt geboren dat, als de mensen misschien allang vergeten zijn, een grote beschaving door een deel van de ruimte zal kunnen dragen. Het is heel moeilijk om precies na te gaan wat recht is en wat niet. Wij kunnen alleen zeggen: Alles komt tenslotte, voor zover wij het kunnen bezien, bij dezelfde kracht terecht. Het ziet er echter naar uit dat de stralen een soort spaken van een wiel zijn. En indien u zich bevindt op dat deel van het Rad van Leven dat tegenover de juiste spaak zit, u daardoor ook het centrum kunt bereiken.
Er is hierover heel veel te speculeren. Maar laten wij teruggaan naar uw eigen wereld en proberen nog enkele effecten in deze tijd aan te geven, die door de kosmische invloed en beïnvloeding verwacht mogen worden.
Een geestelijke verandering. De geestelijke verandering zal o.m. inhouden een afnemen van alle verering voor het materiële. Het materiële, dat al lange tijd de mensen heeft gedomineerd, wordt steeds meer teruggebracht tot een instrument dat wordt gebruikt als de mens zijn doel van innerlijk vredig en gelukkig te leven niet kan bereiken zonder uiterlijke middelen.
Elke machtsstructuur die op zuiver materiële verhoudingen is gebaseerd, is in gevaar en zal in elkaar storten. Dat betekent dat de samenhang van juist op materiële en materialistische waarden gebaseerde structuren van macht steeds sterker zullen worden aangetast. Het betekent aan de andere kant dat steeds meer mensen, zonder dat zij komen tot een bepaalde gezagsstructuur of organisatie, op aarde zelf grotere geestelijke en innerlijke belevingen zullen hebben. Dat zou volgens mij moeten impliceren dat zij door die belevingen ook de mogelijkheid krijgen meer krachten van minder stoffelijke aard op aarde te manifesteren.
De totale tendens van ‘Aquarius’ is hierbij een leidsnoer dat wij kunnen hanteren. Want per slot van rekening, als wij geen landkaart hebben, dan kunnen de wegwijzers ons toch wel ongeveer vertellen waar we ons bevinden. De landkaart, die wij nodig zouden hebben, zou een inzicht zijn in het wezen van deze goddelijke Werkelijkheid en de krachten, die zij over de verschillende delen van het bestaan heen (dus via de ziel, de geest en de materie) in deze voortdurende cirkelgang tot uiting brengt. Maar al kunnen wij dat niet, de wegwijzers zijn er. Zij zijn de kracht van ‘Aquarius’. Het zijn de bepaalde krachten, die uit de meer materiële kosmos komen en die wij met een kleur aangeven. Het zijn de geestelijke krachten, die uit de kosmos komen en die wij gemakshalve meestal met soortgelijke kleur‑codes aangeven ofschoon ze qua geaardheid iets verschillen. Deze krachten zeggen ons wat er aan de hand is. Zij zeggen ons dat de kosmische kracht in haar grootste volheid op een bepaalde manier werkt. En als je nu daaraan weer een directe conclusie voor een mens wilt verbinden, dan zou je kunnen zeggen dat in deze periode door de Saturnus‑invloed, de flitsen van wit licht en een lichte blauwtendens t.a.v. het werk van de nieuwe Wereldleraar bijzonder goede mogelijkheden zijn geschapen. De verbreiding daarvan zou ‑ waarschijnlijk niet als officieel van hem stammende maar grotendeels inspiratief – sterk moeten toenemen. Hoe lang zal dat duren? Als wij die invloeden bekijken, dan zal dat ongeveer 4 maanden zijn. In 4 maanden moet dit bijzonder sterk tot uiting komen. Daarna volgt er een rood‑tendens en daarin kunnen we niet verwachten dat de redelijke achtergronden, die er in deze kracht uit de kosmos zitten, voor de meeste mensen gemakkelijker redelijk en bewust te ontvangen en te verwerken zijn. Zij zullen er niet door beroerd worden. Maar die kracht blijft natuurlijk actief. Ik heb u de vorige maal gewezen op grote emotionaliteiten, die in verschillende landen zouden optreden. U heeft in uw eigen land gezien hoe de emoties vaak tot het onredelijke toe zijn opgezweept. De mensen zullen dat zelf niet beseffen. Voor hen is hun emotie een geldig argument. Ik geloof niet dat dat waar is en ik heb u toen gezegd: Hou u er een beetje afzijdig van. Dat is de manier om rijker te worden. Maar als u erin opgaat, dan komen er controversen tot stand, die heel lang kunnen blijven bestaan en die u heel veel van hetgeen u heeft bereikt, kunnen afnemen. Het huidige ministerie (van Justitie?) zal ongetwijfeld de weerslag van de emotionaliteiten ervaren, maar ook bepaalde politieke partijen en de mensen die eraan hebben deelgenomen. Dat is niet alleen in Nederland zo geweest. In andere landen is dat precies hetzelfde, al heeft voor u niet zo de nadruk daarop gelegen.
Dat beteken, dat het menselijk gedrag mede te bepalen is. Maar als wij het menselijk gedrag aan de hand van die invloeden kunnen bepalen plus bepaalde kosmische invloeden en werkingen, voor zover ze de mens bereiken, dan kunnen wij daardoor zelfs komen tot een, zij het summier, overwicht van de betekenis, die het werk van een bepaalde Wereldleraar of Wereldmeester in een periode zal hebben.
En daarmee wil ik besluiten. Mijn conclusie is dat ‑ ofschoon er nu een korte periode is waarin het werk van de Wereldleraar betrekkelijk sterk zal worden verbreid en waarin krachten, die verbonden zijn met zijn eigen kosmische zending ‑ op aarde manifest worden er toch gerekend moet worden op een periode van misschien zelfs 7 à 8 jaren, waarin dit geheel alleen maar vaag blijft en door de gehele mensheid nog niet bewust aanvaard en gebruikt zal worden.
Dan is mijn conclusie verder dat degenen, die in deze tijd tot bepaalde inzichten komen ‑ inzichten, die zij positief weten te uiten, dat is belangrijk! ‑ hierdoor een ruggensteun krijgen voor de komende periode en dat ze aan het einde van die tijd waarschijnlijk een zeer grote verlichting in zeer korte tijd kunnen ervaren.
Het betekent verder dat in die periode van een paar maanden een aantal inwijdingen onvermijdelijk is geworden en dat vele mensen ook bepaalde krachten ‑ vooral geestelijke krachten ‑ in hun dagelijks leven bewust of onbewust sterker zullen gaan gebruiken.

De oude tijd

Als je de wereld van vandaag bekijkt, dan ga je proberen overeenkomsten te vinden in het verleden. En er zijn er nogal wat. Als ik denk aan de periode van Atlantis, ongeveer 80.000 jaar geleden, dan vind ik in die tijd en in die wereld met de soort mensen die er toen leefden, toch een aantal ontwikkelingen, die mij sterk doen denken aan wat er vandaag de dag gebeurt. Wat was er nl. aan de hand?
Men was langzaam :maar zeker gekomen tot een complexe maatschappij. Men beschikte over werktuigen. Men begon zelfs om wat wij magie noemen en wat in die tijd ook als een soort goddelijke kracht of tovenarij werd beschouwd, op meer commerciële manier te exploiteren. Het resultaat bleef niet uit.
In de eerste plaats bleken de mensen plotseling over vele dingen te beschikken, die ook als wapen konden worden gebruikt. En de vooruitgang in de richting van het betere wapen was nu niet direct goed voor alle betrokkenen. Er ontstonden in die tijd magische stellingen, die de plaats innamen die de H‑bommen in uw wereld innemen.
Er waren natuurlijk, zoals in deze tijd, ook mensen die spraken over vernieuwing en vrede. Maar wat bleek? Zowel degenen die vrede en vernieuwing en grotere mogelijkheden voor de slavenrassen wilden alsook degenen die de orde met magische krachten en de hoogste middelen
wilden handhaven, hebben de zaak maar moeizaam overleefd. Degenen die zich aan de rampen wisten te onttrekken, waren zij die zich met de wereld niet al te veel bezighielden. Het waren ook wel magiërs maar het waren mensen die in de eerste plaats uitgingen van de krachten van harmonie en genegenheid, zoals die overal konden worden overgebracht. Mensen, die niet in de toekomst keken om een bepaalde handelsexpeditie te voren even na te gaan, maar die dat wel deden indien het ging om het heil van de een of andere mens. Ik meen dat deze parallel met die goede oude tijd te opvallend is om er helemaal aan voorbij te gaan.
Ook in deze dagen zijn er veel mensen bezig de maatschappij te hervormen en er zijn ook veel mensen bezig om het gezag te handhaven. Daartussen door zien wij echter een kaste van mensen ontstaan, als ik het zo mag noemen, die neutralisten lijken in de ogen van anderen. Zij hebben nu niet bepaald iets tegen macht en politiek, ze zijn ook niet tegen de rechten van het volk en de gelijkheid van iedereen, maar ze denken meer in de richting van menselijk geluk, menselijke vrede. En indien er grote botsingen zouden komen op uw wereld (wat de hemel verhoede, en als de hemel het niet verhoedt, neem ik aan dat het toch nog een tijd zal duren, voordat dat gebeurt), dan zullen het deze mensen zijn, die zich zullen bezighouden met het geluk, niet voor zichzelf maar voor eenieder, die het verst zullen komen.
Toen Atlantis zich ontwikkelde, hebben wij daar grote steden zien verrijzen. Zij hadden koloniën. Kolonialisme en imperialisme bestonden in die tijd net zo goed als in uw dagen. Wij zagen overal tempels bouwen. Maar God werd op den duur ook daar een soort machtsinstrument; iets waarmee je de massa in bedwang kunt houden. De tempel werd langzaam maar zeker zoiets als een grote Beurs waar men allerlei handelswaren, promessen e.d. kon uitwisselen. De meesten van u weten dat misschien niet, maar dat is een van de gebruiken, die later zelfs in Egypte nog is blijven bestaan: de tempels waren de banken van die tijd; Ze waren vaak de geldschieters. En ik moet zeggen dat zij hun hypotheken meestal ook heel hardhandig wisten te innen. Wat dat betreft waren ze net zo menselijk als menige bankinstelling in deze dagen.
De situatie ongeveer 40.000 jaar geleden was er een, waardoor een ramp onvermijdelijk werd. Dat kon niet anders. Het was barsten of breken. Dat land, dat zich eigenlijk had ontwikkeld uit een kolonie van bijna nog niet menselijke wezens, werd langzamerhand overheerst door machtsbegeerten en grote opstandigheden. Dat is ook duidelijk te zien. 40.000 jaar geleden hebben we de eerste trek van bepaalde slavenvolkeren. Ongeveer 10.000 jaar geleden zien wij ook weer zoiets; dan trekken er weer slaven rond. Als je dat zo eens nagaat, zeg je. Er is altijd een periode van uitbreken geweest.
Wat gebeurt er als een menselijke maatschappij op de een of andere manier door conflicten uiteenvalt? De onderdrukten trekken weg. De situatie wordt dan voor de heersers natuurlijk erg moeilijk, want dan zijn er koningen zonder dienaren, generaals zonder soldaten en priesters zonder vereerders van God, die bereid zijn hun salaris te betalen. Dat is waarschijnlijk ook indirect de oorzaak geweest van de grote rampen, die dat land hebben getroffen.
Nu is de wereld groter geworden. Waar ze eens met hun handelsscheepjes (die waren maar heel klein; het waren meer vlotten dan wat anders) probeerden nieuwe landen te vinden, proberen ze nu naar de maan en de planeten te gaan. Maar de tendensen blijven toch eigenlijk wel dezelfde. Voor mij zijn er dan ook grote overeenkomsten tussen wat er in die tijd is gebeurd en wat er in deze dagen gebeurt.
U heeft misschien al opgemerkt, dat je bijna overal inspiratief hoort spreken door mensen, die afwijkende waarheden verkondigen. En dan mag iemand als mgr. Simonis het daar niet mee eens zijn, maar ze zijn er. Ze spreken in regeringen, in kerken. Ze komen naar buiten langs mediamieke weg. Op een soortgelijke manier zien wij in deze tijd plotseling geheel nieuwe tendensen in bepaalde esoterische groeperingen en bewegingen. Zo was het toen, zo is het nu. Er is een grote vergelijkbaarheid van werking.
Nu kunnen we aanhalen dat het niet hetzelfde teken en dezelfde heerser is, waaronder die omwenteling plaatsvindt. Maar als ik mij afvraag wat de kenmerken zijn, dan kom ik tot de conclusie dat het verval van een wereld, die niet meer beantwoordt aan de krachten welke op die wereld inwerken, meestal ongeveer gelijk is. Waarom zijn de wijzen, de verlichten, de voorgangers van de Witte Broederschap ook, naar wij aannemen, uit Atlantis weggetrokken en dat ook in verscheidene golven? Waarom hebben zij zich naar allerlei verborgen plaatsen in de wereld begeven en zich daar teruggetrokken?
Ik geloof dat er wijsheden en kundigheden zijn, die je altijd voor het nageslacht moet bewaren. Ik heb eenzelfde tendens in deze dagen ontdekt. U bent zich daarvan misschien niet helemaal bewust, maar men heeft in verschillende landen op het ogenblik al de neiging om geheime plaatsen klaar te maken waarin alle kundigheden van de volkeren verzameld worden. En wie zegt ons dat er niet vandaag of morgen, als het conflict op de wereld onvermijdelijk lijkt, iemand komt die zegt: Ik neem alles wat er in die schuilplaats is zoveel mogelijk mee. En al moet ik naar de maan of naar een andere planeet gaan, als het maar bewaard blijft, dan zullen wij uit die wijsheid later weer iets kunnen scheppen waarmee de mensen verder kunnen gaan.
Eén van de erfstukken dat in die tijd verdween, was een z.g. ‘Spiegel van Tijd’ of ‘Spiegel van Waarheid’. Het is later zelfs terecht gekomen in een rotstempel, ergens in de aanloop van de Karakorum. Deze ‘Spiegel van Wijsheid’ is eigenlijk niets anders dan een op een bijzondere manier geslepen stuk glas (een zeldzaamheid in die tijd) gevat in metaal. De mengeling van glas en metaal en de reflexen had een zeker hypnotisch effect. De spiegel gaf allerlei beelden te zien, maar die waren alleen maar de reflex van hetgeen de mensen dachten. Je zou kunnen zeggen: het was een middel om telepathie te versterken. Die uitvinding is een hele tijd gebruikt om mensen met zichzelf te confronteren (een soort niet voor het lichaam bestemde LSD) en is daarna het middelpunt geworden van een eredienst.
Er zijn in deze tijd bepaalde uitvindingen gedaan (natuurlijk top secret vanwege de mogelijkheid ze militair te gebruiken) waarvan het waarschijnlijk is dat die uitvindingen worden weggebracht. Dat lijkt vreemd als je ziet met hoeveel voorzorg die dingen allemaal worden bewaard; en dat op het ogenblik bepaalde geheimen, die in feite meer te maken hebben met het para‑psychische en het paranormale dan met gewone wetenschap, langs onbegrijpelijke wegen worden uitgewisseld tussen de verschillende landen. Het is krankzinnig dat gegevens van het Rhine‑instituut in het Pavlov‑instituut in Leningrad terecht komen vaak drie tot vier dagen nadat men de constatering heeft gedaan. En het is al even vreemd dat gegevens uit het Pavlov‑instituut en uit het Rhine‑instituut korte tijd later door Italiaanse verwerkers worden gekend en mede beschouwd als deel van hun experiment en dat zij hun eigen opzet erdoor bepalen. Ik zou denken dat ze ook bezig zijn om ergens een soort para‑psychische wonderspiegel te fabriceren, waarschijnlijk bestaande uit een mengsel van suggestie, paranormale krachten en meer wetenschappelijke benaderingen. Er schijnt o.a. ook nogal wat elektronica bij te pas te komen, die wel eens zou kunnen dienen om de mens van heden met zichzelf te confronteren maar daarnaast ook om hem bewust te maken van de waarheden, die er in hem leven. Ik ben ervan overtuigd dat, als er ooit een grote ramp de mensheid zou treffen, een dergelijk iets niet teloor zal gaan; zeker niet als de uitvinding klaar is.
Als ik denk aan de manier waarop men in het verleden bepaalde wijsheden z.g. ‘versluierd’ heeft gepubliceerd ‑ voor zover er van publicatie sprake was – zo ontdek ik dat ook in deze tijd overal geschriften op belangrijke plaatsen verschijnen en dank zij de druktechniek voor de gehele wereld toegankelijk zijn, waarin geheimen a.h.w. bemanteld worden medegedeeld. U denkt misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen. U weet misschien niet dat men in verschillende landen grote bureaus heeft, die niets anders doen dan alle tijdschriften nalezen, die er in een bepaald land verschijnen. Uit die tijdschriften alleen al halen ze voldoende gegevens om precies na te gaan wat b.v. de nieuwe Russische wapens zouden zijn, wat de veranderingen in de Russische strategie zijn t.a.v. de Amerikanen; of omgekeerd, wat de nieuwste uitvindingen van de I.B.M. zijn of wat het nieuwste experiment van Bell‑telefoon is. Kennelijk hebben de ingewijden er belang bij om elkaar gegevens toe te spelen. Maar dat zijn niet ‑ dat moeten we wel begrijpen ‑ de gedresseerde wetenschappelijke onderzoekers. Dat zijn de mensen, die iets anders zoeken dan alleen maar hun wetenschap. Dat zijn de onderzoekers, die denken dat ze iets voor de gehele mensheid doen en die dat ook aan de gehele mensheid willen doen toekomen.
Die geschriften zijn indertijd voor een groot gedeelte overgebracht naar Tibet, voor een ander gedeelte naar de Karakorum en voor een kleiner gedeelte eerst naar Afrika en vandaar later ook noordelijker via Egypte in de richting van de Karakorum getransporteerd. Die boeken zijn nu weer ergens anders gebracht. Al die geschriften bevatten de grote geheimen van het verleden. Het boek Dzyan b.v. is niet alleen maar, zoals de theosofen denken, een bijzonder belangrijk geestelijk boek. Het is een boek dat ook‑ zij het versluierd ‑ bepaalde magische en technische aanwijzingen geeft en o.m. duidelijk maakt op welke manier natuurkrachten door mentale kracht kunnen worden beheerst.
Ik denk dat die boeken uit het verleden op een gegeven moment juist in deze tijd weer een rol kunnen gaan spelen. In die oude tijd wisten ze het wel en ze hebben het vastgelegd. Maar in deze tijd ontstaan er zoveel parallelle tendensen dat er mensen moeten komen, die niet meer verblind worden door de onbegrijpelijkheid maar die door de uiterlijke vormgeving heen de waarheid gaan zien.
Dat dit nu zonder meer tot allerlei vernieuwingen aanleiding zal zijn? Ach, wat is ermee gebeurd? Al die gegevens zijn in delen van Azië terecht gekomen. Het werd daar bewaard en er waren mensen, die ermee wisten te werken. Maar wat ontdekken wij?
In de brahmaanse wijsheid zijn die gegevens aanwezig en enkelen van hen weten ermee te werken, maar ze houden het nog meer top secret dan het Pentagon het nieuwste plan van de een of andere generaal. En in Tibet zelf, dat toch zo lang belangrijk is geweest, hebben we helemaal niet.te maken met een groot‑geestelijk reveille, integendeel. Er ontstaat daar een betrekkelijk vreemde godsregering, met een levende god aan het hoofd nog wel; dat is altijd erg gemakkelijk. In die situatie zijn kloosters ingevoegd, waarvan een heel klein gedeelte aan ingewijden behoort, zoals het klooster van de Zeven Wijzen, het klooster van de Drie Blinden. Dat zijn kloosters, die tot voor kort ‑ zelfs nog tijdens de overheersing van de Chinezen ‑ bepaalde profetieën wisten te geven. Het is overigens vreemd dat deze kloosters, die voor een klein deel bezet zijn door heel oude mensen, met rust worden gelaten en dat men naar hun mening informeert. Ik zou zeggen, datzelfde moeten wij ook voor de toekomst verwachten.
Veel van hetgeen er in deze tijd aan nieuwe kennis wordt bereikt, zal wel niet onmiddellijk worden geopenbaard. Maar er moet toch een ogenblik komen, waarin het algemeen wordt gebruikt.
In Atlantis ging de periode van gebruik vooraf aan de laatste machtsstrijd. Het is bekend dat op de z.g. Gouden Tafelen van de Wet, die in het midden van de vergaderplaats stonden waar de koningen van de Atlantische staten bijeen kwamen (ook een soort Atlantic Pact; weer een parallel), bepaalde waarheden waren gegrift achter die wetten waardoor de magische macht kon worden gebruikt. Dat waren machtsformules waarvan de koningen, als ze ingewijd waren, gebruik konden maken. Maar de meeste koningen dachten dat ze het niet nodig hadden en daardoor hebben ze gefaald. Maar iets is ervan bewaard gebleven want wij vinden in de historie van Ierland Cuchelain, een grote held, terug. Deze maakt op een gegeven ogenblik gebruik van magie die kennelijk is ontleend, zelfs in de legende, aan bemaalde bestaande Atlantische kundigheden.
Ik denk zo dat deze wereld, gezien de parallellen met Atlantis, nog heel wat conflictsituaties tegemoet zal gaan zodat de grotere kennis en vooral de wetenschappelijk‑geestelijke kennis, die in deze tijd wordt bereikt, zullen onderduiken. Maar omdat het een ander teken, een andere invloed is, waaronder het geheel staat, neem ik niet aan dat de vernietiging die een hoofdrol in Atlantis heeft gespeeld, zal plaatsvinden. Toen was het namelijk een kwestie van wisselvalligheid; van een wereld met twee aangezichten, waarvan er één in een bepaalde stemming kon overwinnen. Nu hebben wij te maken met een wereld waarin juist het gevoel van verwantschap, van broederschap gaat toenemen.
Wel weten wij dat voor die z.g. rustperiode (je zou het een duizendjarig rijk kunnen noemen) de mensen aanmerkelijk harder worden. Niet harder in de zin van gemener in optreden, maar harder in een realistischer benadering van de wereld en de problemen. Ik geloof zelfs dat dat ook de aanleiding is geweest voor bepaalde tempels en voor de z.g. zwart‑magiërs, zoals wij ze nu noemen, om allerlei machtsmiddelen te gaan gebruiken en zo oorlogen tot stand te brengen. Ik meen dat wij nu nog niet toe zijn aan een dergelijke vernietiging maar dat wij heel dicht staan bij iets wat je met een beetje goede wil toch het duizendjarig rijk zou kunnen noemen, al duurt het waarschijnlijk niet zo lang.
Dan heb ik in dat oude verleden nog een paar andere leuke dingen teruggevonden.
Toen Atlantis ontstond, kwam er eigenlijk ook een nieuw soort mens.
Zij kwamen uit een ander rijk: Mu. Doordat ze leefden onder heel andere omstandigheden, in een ander klimaat en bovendien in die periode de zonnestraling ook sterker werd, kregen ze de kans om anders te worden. Hun hersenen gingen anders functioneren, hun lichamelijke eigenschappen wijzigden zich iets. Niet zodanig dat degenen in het moederland zeiden: Wat een gedrochten, of: Jullie wijken sterk af. Het waren allemaal kleine dingen, die tezamen toch heel belangrijk waren, die bepalend waren voor de mogelijkheden van Atlantis.
Zonder de parallel nu helemaal te willen doortrekken, zou ik toch erop willen wijzen dat wij heel veel tekenen kunnen vinden in de afgelopen paar eeuwen dat er van die vreemde veranderingen hebben plaatsgehad. Wij moeten niet denken aan mensen, zoals Hofmann (?) de man uit het niet e.d., maar wij moeten wel denken aan al die mensen, die plotseling heel vreemde kundigheden ontwikkelen. Meestal horen wij daarvan voornamelijk als ze jong zijn, omdat bij kinderen iets dergelijks meer treft. Maar er zijn mensen, die zichzelf wetenschappelijk ontwikkelen; die dus niet leren maar die van zich uit denken.
Als wij nu kijken naar Thomas Alva Edison, dan lijkt het misschien dat hij alleen maar een man was met doorzettingsvermogen. Maar hij moest toch ook nog iets anders hebben. Zijn hele mentaliteit, zijn benadering van problemen verschilde zoveel van wat in zijn tijd normaal was, dat wij hem als een afwijkend type mens mogen beschouwen. En nu kun je je wel op de borst kloppen en zeggen: Het was een genie uit ons volk voortgekomen. Goed. Maar het was toch iemand, die verschilde.
Nu blijkt, als je je de moeite getroost na te gaan wat er is gebeurd, dat dergelijke afwijkende persoonlijkheden met kennelijk heel andere begaafdheden en vooral met een veel grotere versatiliteit in de laatste paar eeuwen heel veel zijn voorgekomen en dat ze juist in deze tijd vreemd genoeg niet meer schijnen voor te komen of alleen maar nog een enkele keer op de voorgrond treden en dan meestal met een schouderophalen worden afgedaan.
De Atlantiden (met excuus aan M. Benoit voor het gebruik van de term) waren mensen, die waren gegroeid naar iets anders. Ik neem aan dat er in deze tijd mensen zijn, verborgen tussen u of misschien in kleine groepen samengekomen ergens in dorpjes of in steden, die qua capaciteit, qua denkvermogen en misschien ook qua lichamelijke mogelijkheden iets verschillen op een niet al te opvallende manier van de normale mensen. En dan blijkt dat juist deze mutatie ‑ al is het dan een betrekkelijk onopvallende ‑ in Atlantis een heel grote rol heeft gespeeld bij het scheppen van die rustperiode. Het zijn deze mensen geweest, die in staat waren de intriges van de vorsten, de grote handelslieden, de grote krijgsheren en van de tempel voortdurend te frustreren. Zij waren in staat om alles precies iets anders te doen uitvallen dan iemand verwachtte èn zij waren ongetwijfeld ook in de latere periode de voornaamste leveranciers van de mediterende monniken, die altijd op een bergtop zaten, in ieder geval in de eenzaamheid, in de natuur en die contact opnamen met hogere krachten en machten.
Dat de mensen die dingen niet begrijpen, daar kan ik inkomen. Maar zoals zij toen belangrijk zijn geweest en vorm hebben gegeven aan dat tijdperk en vooral aan de resultaten, die ervan zouden overblijven, zo geloof ik dat er nu mensen zijn, die het einde van het Vissentijdperk vorm zullen geven en daarmee voor een groot gedeelte het menselijk beginkapitaal van de Aquariusperiode gaan bepalen.
Het is altijd aardig terug te blikken in het verleden. Je moet het natuurlijk niet doen om te zeggen: Wat was het toen goed! Want toen deugde er ook niets. Als je er nu in zou zitten, dan zou het ook niet deugen. Maar als je terugblikt, dan zie allerlei schijnparallellen, maar vooral gebeurtenissen die in de hele mensheid een rol spelen.
Zo zie je b.v. in Polynesië, in de periode dat Atlantis eigenlijk aan zijn tweede ramp toekomt, plotseling een grote omwenteling in de volksgodsdienst. We zien ineens de Tiki‑verering heel sterk op de voorgrond treden. Tiki, een God van licht, die tegenover de oorlogsgoden, de wrede goden van de zee staat. Wij zien iets dergelijks trouwens ook als wij denken aan de confrontatie, toen het volk der joden voor het eerst Israël bereikten. Dat was ook een confrontatie tussen Jahwe, die toch eigenlijk een lichtgod was, en Dagon, een zeegod. Dat is heel opvallend en dat vinden wij overal terug.
Daaruit zou je de conclusie moeten trekken dat een dergelijke confrontatie tussen bestaande macht en nieuwe macht in deze tijd onvermijdelijk is; dat het nieuwe ras daarvan waarschijnlijk de drager is en dat wij niet moeten veronderstellen dat deze nieuwe mensen alleen maar behoren tot één ras of één nationaliteit. Ik zou zeggen dat ze overal op de wereld zijn. Maar door datgene wat ze anders zijn ‑ en nu denk ik heus niet aan telepathisch begaafde superwezens maar gewoon aan mensen met een wat andere gevoelsinhoud en een andere relatie tot het gemeenschappelijk bewustzijn en misschien enkele lichamelijke veranderingen ‑ zullen zij met elkaar verwant zijn.
Deze verwantschap met mensen over de gehele wereld zou kunnen betekenen dat er een veiligheid ontstaat voor de mogelijkheid tot inwijding; dat de grote geestelijke krachten, die altijd op deze wereld aanwezig zijn, ook altijd begrepen zullen worden. De wisselwerking blijft bestaan.
Ten laatste en zeker niet ten leste: de werkelijke waarde van uw tijd en uw maatschappij, de restanten van dit Vissentijdperk en van uw technische ontwikkelingen, voor zover ze werkelijk belangrijk zijn, zullen voor de mensheid bewaard blijven. En misschien zal dan veel later iemand, die tot een inwijding tracht te komen, ergens lezen in wat dan het boek ‘Marx’ heet of wat mij betreft het boek ‘Biesheuvel’ ‑ de naam zegt meestal weinig ‑ en hij zal daarin dingen lezen, die hij erg wijs vindt, totdat er iemand komt die daar doorheen weet te kijken en dan ontdekt dat de oude wereld voortdurend aan nieuwe geslachten en nieuwe tijden haar essentiële bereikingen en waarden overdraagt.
U staat aan het begin van een nieuw tijdperk. Zoals gebruikelijk zullen bepaalde kosmische waarheden in dit tijdperk een beginpunt hebben. Zoals gebruikelijk zullen bepaalde openbaringen een rol gaan spelen. Daaronder zullen ook openbaringen zijn uit een ver verleden. En juist daarom geloof ik dat de mensheid een fantastische, een wonderlijke periode tegemoet gaat, waarin uit alle onrust tenslotte de rustperiode zich kristalliseert, waarin de mensen dan in staat zullen zijn de werkelijke kennis van een ver verleden weer in zich op te nemen, waarin allerlei oude werken en boeken, of het nu Zend‑Avesta is of iets anders, opnieuw zullen worden beschouwd, niet alleen maar op de geestelijke leer of mythe maar als versluierde aanduiding van feiten en processen.
Wanneer dat gebeurt, heeft de mensheid een hele sprong voorwaarts gemaakt in haar geestelijke ontwikkeling. De stoffelijke ontwikkeling zal dan ook ongetwijfeld na de gebruikelijke strubbelingen en storingen voldoende vorm krijgen om ook Aquarius weer zijn eigen bijdrage zowel aan de geestelijke ontwikkeling als aan de menselijke kennis van komende tijdperken te doen geven.

Aanvaarding

Ik vind dat een wonderlijk woord. Het impliceert de berusting waarmee de mens al wat het noodlot brengt, aanvaardt alsof het door een engel aan de deur wordt afgeleverd via een kosmische ptt: Wilt u even tekenen, hier is uw noodlot.
Aanvaarding is voor mij de erkenning van het onvermijdelijke. Er zijn zaken in jezelf, rond jezelf, waaraan je werkelijk niets kunt doen. Aanvaard die voorlopig; d.w.z. laat ze rusten, omdat er andere zaken zijn waarmee je je wel kunt bezighouden, waarin je wel iets kunt bereiken. Maar zeg niet: Ik aanvaard mijn lot omdat het mij is opgelegd.
Vele mensen zeggen: Wij moeten aanvaarden wat God ons oplegt. Waarbij helemaal in het midden wordt gelaten hoe God dat doet en of God dat wel doet. Het wordt eenvoudig gesteld.
Als God ons alle mogelijkheden geeft waarover wij beschikken, dan betekent het dat aanvaarding in religieuze zin een niet bij de pakken neerzitten inhoudt, een niet zich neerleggen bij al wat er is, maar juist impliceert een zoeken naar de verklaring, een proberen de processen te begrijpen, een trachten ook om datgene wat je onaanvaardbaar vindt, te beheersen en te veranderen zoveel je maar kunt.
Men zal zeggen dat dit trots is. Ik geloof niet dat je trots bent als je werkt met de middelen die je hebt gekregen.
Sommige mensen zitten als bedelaars langs de weg, vragend om een vrucht, die hun honger kan stillen terwijl achter hen de bomen rijkelijk vruchten dragen. Zij zeggen: Ik aanvaard nederig mijn lot. Maar ik zou zeggen: Zij verdienen niet de vrucht die ze vragen maar een schop onder hun zitvlak, opdat zij opspringen en zelf de vruchten plukken, die binnen hun bereik zijn want die zijn ook voor hen aanwezig.
Nogmaals, er zijn dingen waaraan je werkelijk niets kunt doen, waar je machteloos staat. Aanvaard die tot je sterk genoeg bent om het probleem opnieuw aan te pakken. Zeg niet: Dit is onvermijdelijk of onveranderlijk. Zeg alleen: Nu heb ik geen mogelijkheden, dus zal ik eerst andere zaken in het reine brengen.
Dit is ongetwijfeld niet de fraaie en religieuze meditatie, die men van mij over dit onderwerp zou verwachten. Toch is het een oprechte meditatie en een oprechte waarheid.
Wanneer wij geloven in een God, Die de wereld heeft geschapen en Die ons heeft geschapen en ons de mogelijkheden heeft gegeven in ons leven, dan zijn wij mijns inziens dwazen als we de rechten en mogelijkheden die God ons geeft, opzij werpen opdat aanvaarding zo mooi, zo edel en zo goed is.
Iemand, die uit louter edelaardigheid sterft terwijl hij kan leven, is voor mij geen martelaar of held maar een dwaas. Slechts hij die sterft omdat hij daarmee iets bereikt voor anderen, zodat hij niet de dood aanvaardt maar gebruikt, is voor mij een held en een martelaar.
Ik meen dat ik hiermee duidelijk heb gemaakt wat ik denk aangaande dit onderwerp. Ik hoop dat u mij zult vergeven dat in mijn overwegingen geen plaats is voor de zoetelijkheid, gepaard gaande vaak met de belofte van beloning in een hiernamaals.
U leeft met uw mogelijkheden en uw middelen en u kunt meestal meer dan u denkt. Uw mogelijkheden bevatten meer dan u op het eerste gezicht zou veronderstellen. U moet maar eens nadenken en zoeken. Als u dan komt met aanvaarding als een excuus voor uw daadloosheid, als een verklaring voor de lusteloosheid waarmee ge u laat drijven door het leven zonder te worstelen voor een uiterste beleving en bewustwording, dan zeg ik u, vrienden: vergeet liever dat een begrip als aanvaarding bestaat. Want dan maakt ge uzelf tot minder dan datgene waarvoor ge geschapen zijt.