Verplaatsing van bewustzijn

image_pdf

7 augustus 1967

Mag ik eerst eventjes de gebruikelijke formule afdraaien? Hou er rekening mee, dat wij in deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn en we hopen, dat u ook zelf uw oordeel zult vormen en dat uzelf wilt nadenken. Dat wil niet zeggen dat iemand anders buiten het Goddelijke Zelf, alwetend of onfeilbaar is maar we waarschuwen maar even.
Dan krijgen we het onderwerp zelf: Verplaatsing van bewustzijn.

Ik zal in mijn inleiding proberen om u een klein beeld te geven van wat er ongeveer aan de hand is, wat er ongeveer allemaal mee verbonden is. Ik zeg ‘ongeveer’, want helemaal kun je dat in een korte tijd niet uitleggen en ik hoop dat u na de pauze over het onderwerp uw vragen zult willen stellen. Zou het blijken dat we tijd over hebben en er andere vragen zijn, dan wil ik daar eventueel op ingaan, maar toch wel graag eerst het onderwerp afhandelen.

De mensen gebruiken termen als uittredingen, dromen, voorspellende dromen e.d. en schijnen daarmee ofwel te willen aangeven dat de droom bv. zich binnen de mens afspeelt – een impressie van buitenaf ontstaat – ofwel dat het ‘ik’ helemaal naar buiten toe gaat (dat je helemaal het lichaam verlaat). Ik geloof dat we daarom het beste kunnen beginnen met hier enkele dingen recht te zetten.

Bewustzijn is niet gekoppeld zoals u misschien hebt ontdekt, aan prikkels van buitenaf alleen of aan herinneringen. Bewustzijn op zichzelf is een combinatie van invloeden waardoor – en dat is altijd in het ‘ik’ – in de hersenen een bepaalde reeks van hetzij herinneringen of van gedachtenimpulsen ontstaat. Nu zou ik u willen voorstellen om een ogenblik een beeld te maken van de mens. De mens is niet alleen materie. We zouden zelfs, zoals sommige filosofen, kunnen gaan beweren dat de mens in feite energie is die alleen op een bepaalde wijze ook materieel gebonden is.

In die materie vinden wij een aantal waarden van bewustzijn waarvan sommige aan de stof kunnen worden toegeschreven en in de stof worden gedefinieerd, maar waarvan andere eigenlijk vallen onder dat onbegrijpelijke gebied waar ook de dieptepsycholoog zeggen moet: “Hier weet ik geen verklaring, er is iets, maar wát het is, weet ik niet.”

Die verschillende bepaalbare delen – die kent u waarschijnlijk allemaal maar ik wil het even voor alle zekerheid herhalen – kunnen wij onderscheiden in direct of indirect redelijk bewustzijn, onderbewustzijn, daarachter het z.g. verdrongen onderbewustzijn, dan het bovenbewustzijn en daarnaast de geestelijke impuls, die men ook nog wel eens als kosmische invloed pleegt te omschrijven. Deze verschillende factoren vormen tezamen het bewustzijn. Maar de erkenning, de ervaring kan door elk van die delen afzonderlijk worden bepaald.

Voorbeeld: u bevindt zich te midden van een mensenmenigte, u beschouwt een of ander amusement, volksdansen of zoiets. De menigte is lauw. U vindt het volksdansen niet leuk. De menigte is enthousiast, er is plezier, er is spanning en uw interpretatie van het aanschouwde verandert. Kennelijk wordt uw waarneming bepaald, in dit geval, door een gemeenschapsbeïnvloeding, die we bovenbewust kunnen noemen. U ziet bepaalde dingen waar u, misschien verdrongen, associaties mee hebt in het verleden. Daardoor ziet u ze niet meer zoals ze zijn, u ziet ze in associatie met het verdrongen beeld; uw reactie is niet op de werkelijkheid maar op datgene dat in u is. Maar nu kan het zijn dat er een geestelijke of kosmische invloed is. Wanneer die invloed bij u komt, dan brengt zij er u toe om te selecteren uit hetgeen u waarneemt. In uw bewustzijn worden bepaalde elementen versterkt, andere onderdrukt, verschoven of zelfs in een totaal andere zin dan gebruikelijk geïnterpreteerd.

Dit is iets dat u allemaal zou kunnen weten, dat hoort praktisch bij de psychologie, slechts een zeer klein gedeelte daarvan zou bij het occultisme kunnen worden ondergebracht. Maar is dit bewustzijn nu werkelijk gebonden aan het lichaam? Ik geef u maar weer een voorbeeld.

U loopt alleen op een weg. Op een gegeven ogenblik voelt u dat er iemand naar u kijkt. Hoe kunt u dat voelen, hoe kunt u dat constateren? Die persoon is misschien tweehonderd à driehonderd meter weg, maar u voelt het aan. Anders gezegd: uw bewustzijn strekt zich kennelijk uit, via verschillende waarnemingsorganen, ver buiten uw lichaam.

U komt in een huis. Er is niets bijzonders te zien en toch zegt u: “Wat een onaangename sfeer.” U hebt iets geconstateerd wat niet zintuiglijk zichtbaar is. U hebt zelfs het gevoel dat er boven of beneden iets griezeligs is. Hoe komt u er aan? Alweer, uw bewustzijn heeft zich kennelijk ver buiten het eigen wezen uitgebreid.

Dan kennen we allemaal die bekende sensitiviteit. Iemand die sensitief is, gevoelig dus, dan wil dit zeggen dat hij voor bepaalde prikkels, die een ander niet opvallen, buitengewoon gevoelig is. Hij behoeft ze niet bewust waar te nemen, maar hij reageert er op. Een heel eenvoudig voorbeeld daarvan zijn mensen die in het gezicht van een ander allerhande dingen lezen, waarvan je je afvraagt, hoe komen ze er aan. Kennelijk microfysionomie. Zij zien zeer kleine tekens in dat gezicht die een ander ontgaan en hebben door ervaring of soms intuïtief de mogelijkheid die te interpreteren. Dat noemt men sensitiviteit, gevoeligheid.

Maar die gevoeligheid is eenzijdig. Die gevoeligheid omvat nimmer het gehele scala van mogelijkheden, maar slechts een klein deel ervan. Nu stel ik het volgende; dat is een stelling, u moogt daar zelfs nu op ingaan indien u het niet logisch vindt: daar het bewustzijn zich voor de mens weliswaar centreert in de eigen persoonlijkheid, maar zich op een onbestemde of niet definieerbare afstand daarbuiten kan uitbreiden, zodat waarnemingen worden gedaan die niet zintuiglijk zijn, moet worden gesteld dat elke waarneming die het bewustzijn ondergaat, elementen mee heeft die niet lichamelijk zijn. Deze niet lichamelijke elementen kunnen zich zeer ver buiten de eigen persoonlijkheid plaatsen en zij kunnen daarbij, zowel in ruimte als in tijd, ver afwijken van de plaatsing van het ‘ik’ in de ruimte of de tijd. Is dat voor u aanvaardbaar? Ja, ik gooi het u nu zo maar voor de voeten, maar u moogt protesteren.

Goed, dan ga ik verder. Nu is dit een reeks van waarnemingen die op de wereld bv. plaatsvinden. Ik treed uit, zegt men dan. Ik ga naar een ander huis, ik ga daar naar binnen, ik zie wat daar is. Later controleer ik het; wat ik gezien heb, is juist. Heb ik nu mijn geest of een voertuig weggestuurd? Dat is nu maar een vraag, maar één ding is zeker: ik heb mijn bewustzijn, meestal door mijn wil of mijn verlangen, gedirigeerd, geprojecteerd ver buiten de plaats waar ik zelf was. En ik heb, doordat ik alles wat rond mij was heb uitgesloten, datgene dat ik daar in de verte kon waarnemen, als een werkelijkheid beleefd. Soms is dat – ik geef het graag toe – iets dat doet denken aan een droom; soms zijn het alleen maar begrippen die opwellen en je ziet eigenlijk helemaal niets. Maar de waarneming is juist. En dit is bewijsbaar. Het is bewijsbaar dat op deze manier, op grote afstanden, aflezing mogelijk is!

Nu kennen we nog iets anders. We kennen het verschijnsel van het zg. dubbel. Een dubbel is niets anders dan een voor een helderziende en soms zelfs voor gewone mensen – vooral onder emotionele spanningen en omstandigheden bij de projectie, is dat vaak het geval – kenbare verschijning. De meest bekende: Vader vergaat op zee, dochter denkt daar helemaal niet aan, ligt rustig te slapen, ziet ineens vader in een druipend pak binnenkomen, staat aan haar bed te kijken en hij gaat weg. Wat is dit? Is dit nu een uittreding? Of is het een projectie? Wanneer de man dood is, dan kunnen we aannemen dat het een verschijning is, zonder meer. Maar er zijn vele gevallen geregistreerd. The Royal Society for Psychical Research heeft daar heel wat van vastgelegd, als ik me niet vergis, waarbij de persoon die gezien werd op het moment van verschijning, in leven was. D.w.z. dat zijn bewustzijn zich voor hem nog concentreerde in het stoffelijke ‘ik’. Nu wordt het misschien duidelijker. Ik kan mijn wezen projecteren, zonder dat ik daarom mijn wezen verlaat.

We kunnen het misschien vergelijken met die grote cybernetische machines en computers waar je op een grote afstand een soort typeapparaat hebt. Je kunt daar je vragen stellen, je krijgt daar je antwoord. Maar het gaat terug naar de machine. Dit is nu wat er bij een uittreding gebeurt. Ik projecteer bewust, onbewust, gestimuleerd door anderen of door mijzelf, in een tijd waarin ik lichamelijk zelf niet ben. Maar zodra er sprake is van wat men noemt ‘bewuste uittreding’, moet het geheel van alle opgedane erkenningen worden geprojecteerd naar het lichaam toe en de reacties zijn mede lichamelijke, dus in het lichaam, in de hersenen zelfs, mede verankerde reacties.

Het stoffelijk ‘ik’ zal bij een uittreding een rol blijven spelen en het zal bepalend zijn, zowel voor de wijze van erkenning, de waarneming, de beleving, als voor de wijze van reactie, de manier waarop men op het waargenomene, het beleefde reageert, óók op die andere plaats en in die andere wereld.

  • Maar zo’n uittreding, is zo iets dan in de andere wereld?

Dan wordt het bewustzijn in die andere wereld geprojecteerd, maar zo lang er leven is, blijft het centrum van het ‘ik’ bij het lichaam.

Nu gaan we de stelling nog vereenvoudigen, daar zit natuurlijk veel meer aan vast. Wanneer ik hier ben, dit is mijn ‘ik’, dan kan mijn bewustzijn zich als een soort globe, als een bol uitspreiden daaromheen en daarbij alle verschijnselen, dus niet alleen de materieel kenbare verschijnselen waarnemen waarvoor in het ik, geestelijk of anderszins, mogelijkheid van gevoeligheid bestaat.

Wanneer het ‘ik’ bewust werkt bij een uittreding of door een ander geholpen en geleid wordt, waardoor de wil van buiten uit mede beïnvloed wordt, dan sluit ik een zeer groot gedeelte van deze kring van bewustzijn uit. Dat betekent dat ik een klein segment waarneem van datgene waarin ik in feite leef.

  • In feite is het dus het bewustzijn van de persoonlijkheid?

Het is altijd het bewustzijn van de persoonlijkheid en zo lang u in de materie leeft, is dit bewustzijn voor u in het lichaam. Dat is het centrale punt. Dat is uw ik-voorstelling, daaraan wordt alles gerefereerd, daarvan gaat alles uit. De geest kan niet van het lichaam gescheiden worden, zoals men dat wel eens voorstelt, en het lichaam zonder meer achterlaten. Het is wel mogelijk om een groot gedeelte van de lichamelijke functies a.h.w. tot de norm terug te brengen, tot de laagst mogelijke norm en het geheel van actie en bewustzijn daarbuiten te projecteren. Maar ‘t stoffelijk lichaam blijft bepalend.

Nu gaan we even naar het dubbel terug en nu kom ik dadelijk op de praktische kant van de zaak, dat lijkt me voor u het meest interessante. U hebt allemaal wel eens gehoord dat een mens die slaapt, wel eens een dubbel, een soort etherisch replica van het ‘ik’, boven het lichaam heeft zweven en dat je in deze toestand het beste uitrust. Dat hebt u allemaal wel eens gehoord. Sommigen denken dat het een legende is, weten dat het waar is, maar het verhaal kent u ongetwijfeld.

  • Het laatste niet, dat je dan het beste uitrust.

Wanneer u dat nog niet gehoord hebt, dan hoop ik dat u daar nota van neemt, want het kan u dadelijk helpen. Maar waar het hier om gaat, is dit: er blijft altijd een verbinding met het lichaam. Wanneer die verbinding verbroken wordt, houdt het totale stoffelijk leven op.

  • Is dat het zilveren koord?

Het gouden koord, het zilveren koord, de verbinding van vibratie op eigen vlak of hoe je het noemen wilt. Het is maar een naam. Maar het is een verbinding en ik zou u willen voorstellen om het heel modern te doen. Stel u zich dit voor als een straalverbinding tussen twee zenders. Het deel van het bewustzijn dat wordt uitgezonden of dat zich van het lichaam afzondert, heeft een voortdurende ontvangst voor het lichaam. Het lichaam op zijn beurt staat voortdurend klaar om de signalen te ontvangen van dit andere deel. Wanneer het lichaam reageert, zal ook de geest reageren en omgekeerd.

Dat is de reden waarom u iemand die uitgetreden is, nooit grof moet wakker maken. Wanneer u dat doet, dan hebt u kans dat er een te grote spanning komt. Dan zou er in een van die ontvangers of zenders een kortsluiting kunnen komen en dat zou in het minst ernstige geval bv. een of ander stoffelijk kenbaar trauma, een verwonding of zoiets kunnen geven, of een tijdelijke verlamming of zoiets. En in het ernstigste geval, nou ja, dan kunt u een ‘requiescat in pace’ uitspreken. Dus dát nooit doen! U hebt er nu een klein idee van – hoop ik althans – wat zo’n beetje de voorstelling is die we daaraan moeten verbinden.

Nu wil ik graag overgaan tot de verplaatsing van bewustzijn als een praktisch iets. Wat ik nodig heb, is een punt van oriëntatie. Een uittreding, hetzij in de geest hetzij de materie, hetzij zelfs in de tijd – wanneer u dat kunt – is altijd een toevalsproduct, tenzij u weet waarnaar u toegaat. Bij uittredingen in de wereld moet u nooit uitgaan van iets dat u niet kent. Wilt u uittreden naar Parijs, probeer dan niet ergens op Montparnasse te komen als u daar nooit geweest bent. Ga desnoods naar de Eiffeltoren en van die Eiffeltoren uit kunt u dan verder gaan. Dat is het criterium. Ik heb een punt nodig waarop ik gericht ben, waarop ik mij concentreer; een voorstelling die ik ook materieel  kan opbouwen en die ik, door uitsluiting van al het andere, voor mijzelf tot een werkelijkheid maak. Ik maak het voor mij tot het enige dat nu bestaat.

Van daaruit kan ik dan normaal verder gaan en reageren als een normaal mens. Ik hoef dus helemaal niet als een spook of als een geest te doen. U gaat in de lift, u gaat de trapjes af of u kijkt naar een plaats die u van daaruit ziet en goed kent en zegt: “Daar sta ik”. Dan staat u daar. Dat is het eerste punt.

U zult begrijpen dat dat niet in één, twee, drie gaat. In de eerste plaats moet je leren om je te concentreren. In de tweede plaats moet je leren om je op de juiste manier te ontspannen, want als dat lichaam op een of andere manier voortdurend eisen stelt, signaal geeft, dan bent u niet in staat – wanneer u de uittreding al hebt bereikt of de projectie en verplaatsing van bewustzijn – om alle gegevens terug te brengen. Wanneer allebei de zenders gelijk willen zenden, gaat het niet. Er moet er altijd een zijn die ontvangt en een die signaal geeft.

Wanneer u deze proef wilt nemen dan wil ik u wel een paar eenvoudige aanwijzingen geven, als u het wilt proberen. Als u nu toevallig eens een keertje vroeg naar bed gaat en een kennis heeft een feest (dat gebeurt misschien wel eens; ik neem niet aan dat u allemaal zulke feestvierders bent dat u er altijd bij bent als er ergens anders feest is), dan probeert u zich eens voor te stellen gewoon het huis, de straat. Ga het huis binnen. U hoeft de deur niet open te doen, maar doe het toch in uw gedachten. Het lijkt een fantasiespelletje. En ga u nu eens afvragen wie er zijn en wie er niet zijn. En wanneer u dat hebt geconstateerd, komt u terug; u schrijft het eventjes op. Controleer het onopvallend de volgende keer. In het begin zult u nogal wat fouten maken, maar wanneer u het een paar keer hebt gedaan, dan ontdekt u dat u dit wel kunt vastleggen. Dan kunt u zelfs zeggen wat voor bloemen er op het salonkastje hebben gestaan en dat er in het penantkastje een ander beeldje stond.

Dit is een vorm van projectie, die nog dicht bij telepathie ligt, maar zij is het begin voor wat men dan uittreding noemt. Een zodanige concentratie van het bewustzijn op een andere plaats dat u daar kunt waarnemen.

Nogmaals, noodzakelijk is altijd een bekend punt, een inductiepunt. Hebt u enige training, dan zal u blijken dat u kunt volstaan met een vibratie, met een straling. Dan kunt u bv. een briefje nemen van iemand en dan kunt u zich zo concentreren op de uitstraling van de schrijver of schrijfster, dat u in diens omgeving terecht komt. Maar dat is iets dat veel oefening vraagt.

De gewone uittredingsprocedure, noem het nu maar uittreding, dus verplaatsing van bewustzijn die ik u hier omschrijf, kan praktisch iedere mens met enige oefening bereiken. En nu zult u zeggen: Wat heb ik er nu aan? Nou, heel weinig, laten we eerlijk zijn. Maar u moet ergens beginnen. En dit is de gemakkelijkste weg, want u wordt hierdoor gevoelig voor  waarden die niet meer zuiver zintuigelijk zijn. Ook uw eigen geest kan nu gemakkelijk invloed krijgen. U treedt nu uit en u komt terecht in een wereld die u niet kent; of u ontmoet – het lijkt haast een droom – personen die al lang dood zijn of soms ook die leven, maar die heel ergens anders zijn en dat in een omgeving die u eigenlijk niet goed kunt omschrijven.

Dit is wat men noemt de primaire uittreding, die aan de grens (als je het zo dan wilt noemen) van het zomerland ligt. Hier is ook voortdurend – dat moet u niet vergeten, wil dit bewust plaatsvinden – een actie, een receptie van de gegevens nodig in uw hersenen. Anders zult u het nooit onthouden, kunt eventueel de gegevens opsparen en ze in telegramstijl op een gegeven moment met alle kracht ‘dit moet ik onthouden’ naar het lichaam toesturen. Dat zal in vele gevallen in het begin ook wel de enige methode zijn, vrees ik, maar dan komt u in die sfeer.

  • Is die sfeer nu een andere wereld die u betreedt?

Neen, eigenlijk. Die andere wereld is een deel van uw bestaan, een bestaan dat u normaal niet erkent, waarin u door de uitsluiting van allerhande andere waarden van bestaan, nu uw bewustzijn concentreert en daardoor kunt u echt beleven.

Dan stel ik: Een uittreding naar de sferen is alleen dan mogelijk, wanneer wij beschikken over een persoonlijkheid of een voorstelling, die in de bewuste sfeer als een soort realiteit, als een vaststaand gegeven of een trilling aanwezig is. Wij kunnen, uitgaande van een bepaalde persoon of een kleur desnoods of een bloem die we kennen in een andere wereld, daar ons wezen realiseren, ons bewustzijn zo instellen dat die wereld voor ons werkelijkheid wordt. Wij zijn vanaf dat ogenblik niet meer aan die persoon of aan die bloem gebonden.

Het is heel eenvoudig. Je moet je concentreren op één punt, om je heen gaan kijken en als het ware fantaseren, dromen. Daar lijkt het in het begin op.

De stoffelijke waarnemingen waarover ik het zo-even had, zijn in dit geval dus wel belangrijk. Zij hebben het grote voordeel dat ze controleerbaar zijn. Een uittreding in de sferen, die leert u op de duur wel waarderen op de juiste manier. Dan weet u heus wel of het echt is of niet, maar in het begin denkt u altijd dat het fantasie is, fantasie, fantasie. En daarom nogmaals, begin met die stoffelijke richting van uw waarnemingsvermogens van uw bewustzijn. Hebt u dit bereikt, dan kunt u in die sferen met een grotere zekerheid aanvoelen: Dit is eigenlijk nog een beetje fantasie, maar dát is een feit, dát is waar. U gaat leren de feiten te onderscheiden en u leert langzaam maar zeker uw eigen persoonlijkheid uitschakelen. Dat is heel belangrijk. U hebt nl. bepaalde wensdromen, bepaalde voorkeuren. Er zijn bv. mensen die, wanneer ze zich concentreren op een engel, altijd een soort ontblote Brigitte Bardot met vleugeltjes zien rondzweven; en heus een engel ziet er zo niet uit. Dat is zuiver een wensdroom, die gekristalliseerd wordt. Daar kan verder wel iets aan zitten wat waar is, maar het wordt bedenkelijk.

In het begin zult u dat steeds weer doen. Uw eigen wensdromen, uw eigen gedachten, uw gewoonten hebben nu eenmaal invloed, maar u gaat het herkennen. U gaat zien: Hé, dat komt van mij en dat niet. Het herkennen van de werkelijke feiten, ook voor een uittreding in de geest, is van het grootste belang. Hierdoor wordt het mogelijk symbolen en boodschappen, die u zich dan ook stoffelijk herinnert, van elkaar te scheiden en te zeggen: “Dit is een geestelijke waarde, dat hoort bij die sfeer en dat is alleen maar mijn eigen persoonlijkheid, mijn eigen wezen.” Zelferkenning en zelfkennis is wel erg belangrijk. Niet dat u uzelf helemaal moet kunnen ontleden, dat is niet nodig. Per slot van rekening, elke mens die probeert zichzelf te ontleden, komt op de duur tot een sectie op zijn eigen gevoelens, waarbij hij geen gevoelens meer overhoudt en met zichzelf meestal ook geen leven meer heeft.

Maar een klein beetje weten wat je normaal droomt, wat je wensdromen zijn, wat je reactie is, dat is belangrijk. Want daardoor kun je zien: Dit is een vreemd element, dat kon ik niet weten of dát had ik toch nooit kunnen denken, dit is dus wel een werkelijke waarneming, verkregen door een verplaatsing van een deel van mijn bewustzijn.

Nu zullen we eens proberen of we in eenvoudige regels kunnen neerleggen wat er voor zo’n uittreding nodig is. En nu hoop ik niet dat u schrikt, wanneer ik zeg: “Mens, voordat je begint, bid!” Bidden is natuurlijk een gek woord, maar realiseer je dat je God er is. Concentreer je op datgene waarin je dan nog durft te geloven, hoe weinig het ook is. Probeer wat je als goed voelt, wat je als positief voelt, daarin te betrekken. Daardoor breng je jezelf in een toestand waardoor alle minder prettige waarden geen vat meer op je hebben. Want vergeet niet, wanneer een andere zender in staat is de ontvanger van het lichaam zo sterk te beïnvloeden dat u tijdens de uittreding niet meer in staat bent om uw eigen geestelijk signaal door te brengen, dan ontstaat er iets dat verduveld veel op ‘inbeslagname’ lijkt.
Het lichaam wordt niet meer op zijn geestelijke impulsen en in zijn wilsimpulsen zelfs vaak gedirigeerd door de eigen geest, maar door een ander. Dat moeten we natuurlijk voorkomen. Daarom, laten we ons richten op het positieve. Wanneer we dit positieve hebben, dan moeten we proberen ons rustig te voelen ook. Een beetje vrede hebben met je leven. Aanvaard de dingen zoals ze zijn. Het is niet belangrijk. Ontspan je lichamelijk met andere woorden, ga echt gemakkelijk zitten of liggen of wat dan ook. Zorg dat je geen honger en geen dorst hebt en dat je even daar bent geweest waar de keizer te voet moet, bij wijze van spreken, dat dergelijke dingen je niet kunnen kwellen. Dat je werkelijk zegt: “Ik ben ontspannen; ik ben rustig, nu ga ik opbouwen.”

In de eerste plaats het beeld. Waar ga ik naar toe? Doel. Probeer dit doel te omschrijven, lijntje voor lijntje, zo precies mogelijk. Als het kan, probeer het te visualiseren, probeer het te zien. Zeg tegen uzelf: “Ik wil hier zijn” en laat het volgen door een: “Ik ben dus hier” met een beetje overtuiging. In het begin geloof je het niet erg, dan lukt het ook niet erg. Je moet de overtuiging krijgen. Wanneer je eenmaal het gevoel hebt dat je rond kunt kijken, dat is het criterium: kan ik rond mij kijken of zie ik alleen maar wat ik zelf heb opgebouwd? Wanneer je daar andere dingen kunt zien, dan weet je: ik heb mijn bewustzijn verplaatst naar het gegeven doel en dan kunt u van daaruit volgens uw eigen wil en oordeel (dat kan ook de aanvaarding zijn van de leiding van iemand anders, hoor) kunt u daar spreken, handelen, wandelen of kijken. U kunt kortom alles doen wat u normalerwijze zou doen, met dit verschil dat u niet gebonden bent aan afstand. De erkenning van een plaats is voldoende om op die plaats te zijn.

Wanneer je zegt tegen jezelf: “Ik ben er”, bén je er ook. Noodzakelijk is daarbij dat je voor jezelf denkt: nu neem ik een stap, want ik ga daar naartoe. U denkt aan het doel en u bent er. Op deze manier kunt u in de ruimte betrekkelijk gemakkelijk uittreden. U zult leren tamelijk reële waarnemingen te doen. Hou u echter altijd aan kentekenen, altijd een bekend punt nemen als uitgangspunt voor uw waarneming.

Dan, uittreding naar de geest. Wanneer ik naar een sfeer wil, dan heb ik ook daar een punt van voorzorg nodig. Dat kan zijn iemand die is overgegaan bijvoorbeeld. Kies altijd iemand waar u werkelijk emotioneel mee verbonden bent. Iemand waarvan u gehouden hebt, waar u grote eerbied voor hebt. Iemand die u zich kunt voorstellen. In het ergste geval kunt u hier desnoods zelfs een heiligenbeeld nemen of Jezus, omdat de feitelijke voorstelling – en dat is nu het typerende voor de sferen – niet zo belangrijk is als de erkenning van de waarden van de persoon. Want vormen zijn in de sferen vergankelijke dingen, die zijn amorf, maar de eigen inhoud, de trilling blijft bestaan. Richt u op die persoon, probeer u die persoon u zo goed mogelijk voor te stellen. Tracht voor uzelf in een absolute vrede, in een erkenning van licht als het ware die persoon zo dicht bij u te brengen, dat u kunt spreken.

Zodra u het gevoel hebt dat er tot u gesproken kan worden, dat u spreken kunt of dat u het gebaar van de ander kunt zien, kijk rond u, altijd. Probeer u te oriënteren. In het begin zult u er een hoop fantasie bij vinden, maar er komen steeds meer elementen in u voor naarmate u het meer doet, waarvan u voelt: déze zijn werkelijk. En dan zult u ontdekken dat u ook naar die sferen gemakkelijk kunt uittreden.
Het komt wel eens voor dat iemand u komt halen, zoals ze zeggen, voor zo’n uittreding. Het is een verplaatsing van bewustzijn natuurlijk, maar dan houdt dit in dat een geest, een entiteit zijn persoonlijkheid kenbaar maakt. Dat moet u goed onthouden.

U krijgt dus een voorstelling. Deze voorstelling is, ook na die uittreding nadat ze is afgelopen dus, de sleutel. U kunt door een voorstelling van deze persoon te maken uzelf over het algemeen in diens nabijheid projecteren. Alleen wanneer het een wereld is die zo hoog is dat u er niet meer kunt waarnemen, hebt u alleen het gevoel van een ogenblik licht en verder niets. Dan is er geen contact, wacht dan rustig af.

Uittreden in de tijd. Iedereen zou graag willen weten wat er morgen gebeurt. En ik denk dat er een hele hoop mensen zijn die graag zouden willen weten wat de volgende woensdag de paarden doen hier in het sportpark. Voor een triootje of zo, geloof ik dat het is.
Nu moet u zich één ding realiseren: Wanneer u wilt uittreden in de tijd en u doet dat om een voordeel te halen, dan zoekt u niet de werkelijkheid. Dan zoekt u uzelf, u maakt het uzelf onmogelijk u te projecteren in feite. U projecteert u altijd in uw droom. Zelfs wanneer u het doel zou hebben om te kijken: wie heeft er gewonnen? Ga niet uit, nogmaals, van de eventuele winst die u kunt maken; neem u ook niet voor om er wel of niet naar te spelen. Stel u eenvoudig voor dat het een andere dag is. Probeer u voor te stellen dat u de bevestiging van die dag hoort. U hoort bv. de radio zeggen: “Goede morgen, dames en heren, op het ogenblik is het de 29e augustus” of zoiets en zo gaat u een beeld opbouwen van die tijd. Dat kan toekomst zijn, dat kan ook verleden zijn. Denk daarbij, als het even kan, weer aan een bepaalde persoon of een bepaalde plaats. Die visualiseert u. Het resultaat is dat u wederom dit gevoel krijgt van contact. Kijk rond u, ik kan het niet genoeg herhalen! Niet alleen het contact nemen, dat wordt uiteindelijk vaak een gesprek met jezelf. Dat is niet de bedoeling. Kijk rond je! Neem waar! Probeer niet dingen waar te nemen, die je niet kunt zien op dit moment. Volsta er mee te constateren. U zult bij enige oefening tot de conclusie komen dat u over het algemeen maar fragmenten uit de tijd kunt zien en vaak fragmenten, die onbelangrijk zijn omdat u niet weet in welk verband ze later optreden. Maar u zult werkelijk dan dat gevoel krijgen van een ‘déjà vu’ , dat wist ik al.

Doordat u dit bij herhaling doet, wordt het u mogelijk in beperkte mate, wanneer u een trilling hebt, dus weer een contact of een voorstelling, u te concentreren in de tijd. Een poging om een ogenblik te bepalen is over het algemeen in het begin wel gunstig. Maar neem niet aan dat u dit ogenblik inderdaad bereikt. Het u richten op een bepaald punt in de tijd, is eerder bedoeld om de verplaatsing van het bewustzijn in de tijd mogelijk te maken, dan om nu werkelijk dat moment te bereiken. U zult later zelf dat wel leren. Je kunt niet precies bepalen waar je in de tijd komt, maar je kunt het wel ongeveer bepalen en bv. ten aanzien van verleden en toekomst heeft u, na korte oefening, over het algemeen reeds voldoende gezag. In alle gevallen: Bid! Probeer rust te vinden. Probeer alles van je eigen omgeving te vergeten. Bouw de betreffende voorstelling op en wacht totdat je het gevoel hebt: Nu is er een contact. Bevestig dat contact desnoods, hetzij door een groet of door te zeggen: “Nu zit ik hier” of “nu sta ik hier” en kijk rond u.

Dat zijn een paar praktische aanwijzingen. Ik weet niet of u er wat mee kunt doen en wilt doen. Voor uittredingen in ruimte zullen voor iemand die een zekere aanleg heeft en niet de angst heeft om zich belachelijk te maken (dat is heel erg belangrijk hoor, dat is onzekerheid), over het algemeen drie tot zes maanden voldoende tijd om zich te trainen om zeer redelijke resultaten te krijgen, maar dan begint dus pas eigenlijk de persoonlijke ontwikkeling. Het is allemaal maar een begin.
Voor uittreding in de tijd is het sterk afhankelijk van uw eigen gevoeligheid. Sommige mensen kunnen met deze aanwijzingen na enkele weken vóórzien of terugschouwen, anderen doen er jaren over.
Wat betreft de z.g. uittredingen of contacten met de geest, deze is sterk afhankelijk van de bindingen die u hebt met de geest en de geestelijke waarden.

Zo, dat was een hele hoop meer praktische mededelingen, en nu weer even terug naar de theorie, als u het niet erg vindt. Wanneer u dit allemaal zo hoort, dan vraagt u zich waarschijnlijk af: word ik nu voor de gek gehouden, of niet? Zou het mogelijk zijn? En er zijn er natuurlijk ook bij die zeggen: “Ha, het zal wel, maar ik kan dat toch niet.” Elke mens die wordt geboren op aarde, heeft het vermogen zijn bewustzijn in ruimte, in tijd en in de geest te verplaatsen.

Jonge kinderen hebben deze mogelijkheid over het algemeen, zeker de eerste vier tot zes maanden, d.w.z. dat u in beginsel althans allen over die gave beschikt. Zij is niet een bijzondere gave, zij is een deel van uw wezen. Een deel dat niet ontwikkeld wordt meestal, maar het is een deel van uw wezen.

Uw gevoeligheid, sensitiviteit kan wat verschillen natuurlijk. De één is zus, de ander zó maar een zekere sensitiviteit voor een sfeer, voor uitstraling, voor woorden uit een andere sfeer bezit elke jonge mens. De meeste jonge kinderen bezitten deze tot een leeftijd van vijf tot zes jaar, soms zelfs tot een jaar of tien/twaalf. Bij het begin van de puberteit verdwijnt deze gevoeligheid tijdelijk, maar keert over het algemeen dan rond het 20e tot 24e jaar weer terug. Ze wordt dan niet meer gebruikt en vergeten. Denk dus niet dat ik u probeer iets bij te brengen of iets te leren dat onmogelijk is of dat een bijzondere begaafdheid is.
Wat ik u zeg, is gebaseerd op uw eigen wezen, op uw eigen menselijke psyche, zoals zij bestaat met al haar werkingen en onderafdelingen. U kunt het, maar…. u moet oefenen! Wanneer u als kind niet meer zou gaan lopen omdat u een paar keer gevallen bent, dan zou u nooit leren lopen. Wanneer u voor elke keer dat u een woord verkeerd had uitgesproken een maand de mond had gehouden, dan zou u nog niet goed kunnen spreken. Begrijp dat falen, fouten maken één van de ingebouwde principes zijn in het leven. Je maakt fouten on te leren, dat zult u zelf ook doen.

Wanneer u denkt op grond van dit alles dat het misschien wel mogelijk is voor uzelf, wil ik u graag een beeld geven van de zin die het heeft. Het is natuurlijk leuk, het is reuze leuk als je eens even kunt kijken wat een ander uitspookt. Voor jaloerse dames is het bv. heel erg leuk. Wat haalt hij uit? Oh, eventjes concentreren. Hé mannetje, als je terugkomt…. . Of voor de mannen: Heeft moeder de aardappelen al opstaan of kan ik nog een biertje pakken? Het lijkt allemaal eenvoudig. Maar dan moet u even terug naar het grondbeginsel weer. Ik heb al gezegd: er hoort nu eenmaal wat theorie bij ook en wat filosofie zelfs.

U bent deel van een kosmisch wezen. Hoe we ons dat wezen voorstellen, of we dat willen zien als een soort mierenstaat met een gezamenlijk bewustzijn of God die zijn kracht in ieder uit, dat laat ik aan u over. Wij zijn deel van één geheel. Ons bewustzijn, zelfs het materiële bewustzijn dat u hebt is een deel van een totaliteit. Wanneer u de begrenzing, de ik- begrenzing normaal gebruikt, dan sluit u zich van het geheel van de mogelijkheid en de waarnemingen af. Wanneer u echter die begrenzing van het ‘ik’ ter zijde stelt of dit ‘ik’ in een deel van dit bewustzijn projecteert, dan wordt het voor u mogelijk aan dit andere bewustzijn deel te hebben.

Een van de grootste mystieke ervaringen is wat men noemt ‘De doop van het licht.’ Die doop van dat licht is niets anders dan een vergeten van eigen begrenzingen, een ondergaan van de totaliteit van het zijn. Dan heb je een zo enorm bewustzijn op dat moment, dat het haast niet mogelijk is om het anders dan een emotie, een vage schim van herinneringen in die materie nog kenbaar te maken. Maar je kunt alles wat er bestaat, alles wat in God bestaat, kennen als mens omdat je deel bent van God. Daar waar wij het deel zijn van het andere stellen voor de begrenzing van het eigen wezen, daar is ons bewustzijn in het andere. Wij kunnen beseffen in God.

We kennen zoveel van die spreuken. Paulus bv. : ’Ik leef, maar het is de Christus die leeft in mij’. Ik ben overigens niet erg op Paulus gesteld, helemaal niet; hij was wat mij betreft wel eens een beetje te veel geestdrijverig, maar goed, hij heeft dat gezegd. De Christus is niet alleen maar de figuur van Jezus, dat is véél meer, dat is eigenlijk God. Paulus kan wonderen doen, doet ze ook, heeft veel meer mogelijkheden eigenlijk dan je van hem zou verwachten, omdat hij niet meer zichzelf opsluit in het begrip ‘lk leef’, maar erkent: de Christus leeft in mij. Hij weet dat hijzelf leeft. ‘Ik leef’, hij stelt het nog voorop. Jezus zegt: “Niet Ik spreek tot u, het is de Vader die tot u spreekt dóór mij.” Erkenning wel van eigen bestaan, maar erkenning dat er een hogere waarde in dit ‘ik’ is. Een verbreken van de grens van het ego.

En nu het eigenaardige. Wanneer wij die grens verbreken, dan verplaatst ons bewustzijn zich. Het verplaatst zich naar datgene dat wij aanvaarden als deel van ons ‘ik’. Hoe beperkter wij ons ego beschouwen, hoe beperkter onze bewustzijnsmogelijkheden, hoe meer wij gebonden zijn in tijd en plaats. Hoe minder wij gebonden zijn aan het beperkte ik-begrip, hoe meer wij op kunnen gaan in een hogere kracht, hoe meer de oneindigheid voor ons open komt te liggen.

De eenvoudige trucjes die ik u geleerd heb zo-even, althans die ik geprobeerd heb u te leren, zijn eigenlijk alleen maar een poging om u te helpen die totaliteit te beseffen. Want ons bewustzijn moet zich uiteindelijk niet alleen maar verplaatsen in ruimte en tijd als ‘ik’. Wij moeten leren om waarlijk één te zijn. Niet alleen met de Vader, maar met de mens, met het leven, met de kosmos, met de lichtende golven die aanstromen, met de Heren der stralen, met de Heren van licht en wijsheid, met alle dingen die er maar zijn, met alle sferen.

Wij moeten één kunnen zijn met een duistere sfeer en ons licht geven in die sfeer zo goed als wij kunnen. We moeten één kunnen zijn met het hoogste licht en kracht kunnen putten uit het licht, dat we niet om kunnen zetten tot een begrip. Zo moeten we open staan daarvoor.

Het leven wordt door het ik-besef vaak beperkt. We kunnen, zeker als mens maar ook vaak als geest, dat ‘ik’ niet helemaal loslaten. Het is de kern van ons besef, ons bestaan, het blijft er. Maar moeten we dan werkelijk ons ‘ik’ beperken zodat we zeggen: “Alleen wat er vlak rond mij is, ben ik en zie ik. Alleen wat mijn ogen zien, wat mijn oren horen, is waar? Moeten we niet veel eerder beseffen dat hoe ruimer wijzelf deze kring van bewustzijn trekken, hoe groter het aantal levenswaarden is en levenskracht die ons bereiken kan? En zeker, dan komt er een ogenblik dat wij iets moeten beseffen en dan moeten wij dat menselijk doen.

Goed, we concentreren ons op dat punt en we kunnen het overdragen op de materie. Het wordt redelijk beseft; het is terug te vinden in de hersenen. Dat is eigenlijk verplaatsing van bewustzijn. Verplaatsing van bewustzijn is niet een dislocatie, helemaal niet! Dat is een psychische afwijking en komt voor. Soms zijn er zelfs materiële redenen voor, bepaalde afwijkingen bv. van de schildklier, dan kunnen we heel eigenaardige bewustzijnsverschijnselen krijgen. Maar dat is allemaal materieel. Maar de werkelijkheid van ons ‘ik’ dat meer is dan alleen maar een lichaam met zijn zenuwreacties, dat kan beseffen in veel meer werelden, in veel meer sferen, in veel meer plaatsen, en veel onafhankelijker van die tik tok van de klok, dan u maar denkt.

Dan wil ik er nog wat bijvoegen. Ik hoop niet dat u het erg vindt, ik heb u al heel wat verteld en zo dadelijk gaan we dit eerste deel besluiten. U kent allemaal dat idee van de spiraal van de tijd wel, of moet ik het uitleggen?

Men stelt zich de tijd voor als een spiraal. We maken een aantal wendingen en daarop herhaalt zich het gebeuren. Wanneer er hier staat ‘Dood’, bij wijze van spreken, dan zal dood als een mogelijkheid of als een verschijnsel datzelfde moment in elke cyclus van de tijd voorkomen. Maar nu ligt de zaak nog een tikje anders. Wij leven langs een spiraal, dat wil zeggen wat wij gedaan hebben, moeten wij herhalen, als het kan op hoger niveau en wéér, en wéér. En we zullen steeds weer geconfronteerd worden met dezelfde problemen, met dezelfde raadsels. Maar wij kunnen deze anders gaan beleven. Dát is nu het wonder. Het verleden terughalen en weer jong worden! Ach, mensen, dat gaat niet zo makkelijk als mens. Theoretisch is het mogelijk, maar u brengt het toch niet voor elkaar. Ik praat er niet eens over. Bovendien als ik daarmee begin, word ik hoogstens beschouwd als een soort geestelijke vorm om u apenklieren of apenstreken aan te smeren en daar begin ik niet aan!

Stel u nu eens dát voor: Wanneer ik wil, dan kan ik terugkeren in mijn eigen verleden. Ik kan beseffen wat de knooppunten zijn geweest van mijn leven, wat de fouten zijn en dat wil ook zeggen, dat ik reeds nu kan gaan reageren op dit moment volgens hetgeen in het verleden erkend, thans de juiste reactie kan zijn. Ik zal hierdoor mijn totale sequentie van oorzaak en gevolg, zoals ik die ervaar, kunnen veranderen. Ik zal bv. geluk kunnen vinden in plaats van succes. En ik geloof dat gelukkig zijn het grootste succes is dat de mens kan hebben in het leven. U kunt waarden voor anderen vinden in de plaats van egoïsme misschien. U kunt zien waar u fouten hebt gemaakt en u kunt dat nu herstellen.

Dat is een vorm van terugkeer in het verleden. Maar stel u nu eens voor, dat u het in het verleden anders gedaan zou hebben. U zult ontdekken dat u daaruit zoveel ideeën, zoveel kracht en zoveel inzichten put dat u in staat bent om zelfs nu in dit stoffelijk heden reeds onnoemelijk veel te veranderen, juister te maken, te herstellen. Dat is geen kwestie van het ‘Ik ben te oud!, mij lukt het toch niet meer’. Er is altijd iets dat je kunt doen. Je kunt altijd zeggen: “Maar dat zou zó dáár en daartoe geleid hebben”. Dan streef je daar nu heen. Dat is ook een nut van het zien in de tijd.

Nu komen we op de volgende spiraal. We hebben nu een besef van de juiste keuze, d.w.z. dat onze reactie in een volgende spiraal van beleven juister zal zijn, niet foutloos, maar juister. Wij zullen de fouten die we nu gemaakt hebben, kunnen vermijden. Ook hier is zien in het verleden, zelfs in je eigen verleden, vaak heel erg belangrijk. Belangrijker nog dan in de eigen toekomst zien. Want de toekomst die je van het ‘ik’ kunt zien, is gebaseerd op de rechtlijnige voortgang van oorzaak en gevolg. We hebben wel een vaste toekomst, maar die toekomst kunnen we voor onszelf wijzigen, omdat we uit een hele hoop toekomsten kunnen kiezen.

Het verleden is voor ons op dit ogenblik gefixeerd. Maar wij kunnen zien wat wij vroeger hadden moeten doen en vinden dan nu de weg om het meest juiste spoor te vinden. We kunnen dan misschien even in de toekomst kijken om daar te zien welke gevaren en mogelijkheden daar liggen om die te vermijden. Op deze manier brengen wij onszelf dichter bij de verwezenlijking van het ware ‘ik’. Dat is een totaliteit, ook al is die nu in het stoffelijk lichaam geconcentreerd. Door die verwezenlijking wordt het voor ons mogelijk om steeds meer van die krachten, die we nu nog niet kennen, te verwerken en te beseffen met een voorstelling, met een erkenning, met een gevoel tot vrede. Er wordt steeds meer voor ons kenbaar en we kunnen zelfs als mens en als eenvoudige vormhebbende geest nog doordringen in gebieden van oneindigheid, waaruit wij een bewustzijn en een kracht puren die haast onbeschrijflijk zijn.

Ook u zou wonderen kunnen doen, ook u kunt contact hebben met de geest, ook u kunt leren van krachten die aanmerkelijk verheven zijn boven wat men aards als leermeester zou beschouwen. U kúnt het, want uw bewustzijn kan zich verplaatsen in het totaal van het Al. Maar dan moet u beginnen met te leren de keten van het ik-besef te verbreken. U moet beginnen met te leren op de meest eenvoudige manier die denkbaar is, dat u meer bent dan uw lichaam. Dat – al blijft dat lichaam voor u het centrum van bestaan – het mogelijk is uw wezen naar buiten te projecteren zoals u wilt, en misschien dat u dan zelfs ontdekt dat, zolang we het lichaam hebben als computer en reserve, het zelfs mogelijk is om een soort dubbel uit te zenden en daardoor heel veel onaangename reizen of bezigheden en noodzaken als het ware eenvoudiger te vervullen.

Vrienden, dat is de inleiding, alleen maar de inleiding. Niet zo erg interessant. Interessant wordt het pas wanneer u dadelijk de vragen daarover wilt stellen en dat serieus doet. Ik voor mij, ik hoop dat u het mij lastig zult maken, want dan wordt het zeker interessant. Voordat we zo ver zijn, lijkt het me wel verstandig wanneer het medium een beetje rust krijgt en wanneer u ook de gelegenheid krijgt om even uit te blazen, uit te wasemen en uw vragen te formuleren. Als ik één ding mag voorstellen? Wanneer u nu weet dat u iets te vragen hebt, doet u het even op schrift? Dat spaart u over het algemeen 5 minuten praten, omdat u wanneer u nadenkt, iets met vier woorden schriftelijk vast kunt leggen, wat u wanneer u er naar zoeken moet, alleen kunt zeggen met tien zinnen en dat is voor ons allemaal dan wel prettiger.

Vrienden, ik hoop dat u niet teleurgesteld bent. Ik hoop dat u dit wilt gebruiken als een begin om een eindje verder te komen. Wat mij betreft, ik dank u voorlopig voor de aandacht, voor de aanwezigheid, en ik hoop dat we na de pauze door eigen ingrijpen, het bereikte peil aanmerkelijk kunnen overtreffen. Tot straks!

Deel twee

Zo vrienden, ik hoop dat u ondertussen weer een klein beetje uitgerust en bekomen bent. U weet natuurlijk dat wanneer vragen een zuiver persoonlijk element hebben, dat ik daar niet op in mag gaan. Alle andere vragen zullen we behandelen voor zover als het mogelijk is en ik zou graag willen beginnen met wat er schriftelijk is binnengekomen.

  • In de ‘Telegraaf’ stond onlangs een verslag over mensen die een klinische dood hadden ondergaan. Zij hadden tijdens deze uittreding veel kleuren en bloemen gezien, verder niets. Wat is hierover uw mening?

Ik kan daar moeilijk een mening over hebben. In de eerste plaats: de ‘Telegraaf’ kan ik niet thuisbrengen onder de esoterische en andere tijdschriften. Dat is al moeilijk. Dan in de tweede plaats: Bloemen en kleuren zijn wel de eerste impressies meestal, die je krijgt van een geestelijke wereld. Die krijg je ook bij een normale uittreding heel vaak. Wanneer uw bewustzijn zich verplaatst naar een geestelijk deel van de existentie, dan zult u daar ongetwijfeld ook kleuren en kleurencombinaties als eerste opmerken.

Een klinische dood is overigens een verschijnsel waarbij nog andere elementen een rol spelen. Want wij krijgen nl. dan een moeilijkheid door zuurstofarmoede in de hersenen. Dat wil ook weer zeggen dat we een groot aantal impulsen krijgen die door elkaar lopen, een heel gemengd gezelschap van impulsen en impressies en daarbij komen dan meestal voor de mens, die tijdens deze dood niet in angst verkeert, in de eerste plaats wel schoonheidsgevoelens boven. Dat is heel eigenaardig. De esthetica heeft op aarde nog wel eens wat te lijden, maar de eerste reacties van de mens bij de overgang zijn of angstreacties of van wat verwonderde erkenningen en daarbij ook esthetisch mooie dingen. Dat iedereen maar bloemen en kleuren zou zien, kan ik overigens niet aannemen. Er zullen heus ook wel andere waarnemingen zijn geweest. Maar ook daarbij zou ik u willen wijzen op een punt. Een mens die tijdens zo’n ogenblik geconfronteerd wordt met enkele voor hemzelf misschien zeer intieme en pijnlijke kwesties, zal zeker niet, wanneer hij is bijgekomen, iedereen gaan vertellen dat hij dat heeft meegemaakt.

  • Een kennis van mij werd geopereerd. Na de narcose was zij een volkomen andere persoonlijkheid, ziekelijk, wars. De dokter noemt het ‘psychisch gestoord’! Het was een eenvoudige blindedarmoperatie. Is het mogelijk dat een andere entiteit bezit heeft genomen van haar lichaam tijdens de narcose?

Dat is een van de vragen waarvoor ik gewaarschuwd heb, daar zit een sterk persoonlijk karakter in. Ik wil alleen in het algemeen antwoorden hier.

Wanneer wij een narcose hebben, dan wordt kunstmatig een toestand van verhoogde bewustzijnsdrempel, dus verminderd erkennings- en waarnemingsvermogen,  in de stof tot stand gebracht en dit heeft veelal tot gevolg dat ofwel onderbewuste waarden, dan ook wel bepaalde geestelijke werkingen en waarden aan het woord komen. Wanneer je een persoonlijkheidsverandering ziet na zo’n geval, dan moet je ook onmiddellijk niet naar de geest grijpen. Dan moet je eerst eens u gaan realiseren dat de meeste mensen een levensgewoonte hebben en dat daarbij zeer veel van hetgeen eigenlijk minder prettig is in hun persoonlijkheid en in hun leven, onderdrukt wordt. Dat wordt terzijde geschoven. Nu is het mogelijk dat tijdens zo’n narcose juist dergelijke dingen uit het onderbewustzijn als het ware ontvluchten. Er ontstaat dan wat men noemt een ‘shocktoestand’ en daarbij kan het zijn dat de onderdrukte waarde van de persoonlijkheid veel sterker op de voorgrond komt. Is dat het geval, dan hebben wij te maken met een verandering van de persoonlijkheid.
Over het algemeen kunnen wij constateren dat een mens, die eenmaal uit de regelmaat van zijn leven is gehaald, een grote moeite heeft om zijn eigen normale sleur, als het ware, terug te vinden. Is er nu een dwang die hem daarin terugvoert, dan zien we dat hij zich in betrekkelijk korte tijd oriënteert en, zoals men op aarde zegt, zichzelf wordt. Maar er is geen noodzaak om diezelfde sleur steeds weer te aanvaarden, dan krijgen we vaak te maken met een zeer wisselvallig gedrag. Dit kan overigens niet alleen door narcose tot stand komen, maar ook door bepaalde bewustzijnsverruimende middelen. Het kan ook een gevolg zijn van zeer hevige emoties. Er is dan een deel van de onderdrukte erkenning, ervaring en persoonlijkheid als het ware losgebroken. En de persoonlijkheid moet zoeken naar een nieuw evenwicht.

Dat tijdens een narcose een andere geest bezit neemt, is niet zo waarschijnlijk als u misschien aanneemt. Want bij de narcose is over het algemeen de belangstelling van de patiënt voor die tijd sterk op diens eigen lichaam gericht. Van bijzonder grote uittredingen zullen we zelden horen en dat gebeurt alleen bij patiënten die volledig overgegeven, gelaten en meestal geestelijk ook enigszins bewust een dergelijke verdoving en ingreep ondergaan. Zelfs in die gevallen lijkt het mij nog niet zo waarschijnlijk dat een werkelijke inbeslagname plaatsvindt.

Iets anders dat wel kan voorkomen, maar dat ligt sterk aan de plaats waar de verdoving plaatsvindt, waar de narcose plaatsvindt en eventueel ook de operatie en behandeling tijdens de narcose, is dat wanneer daar entiteiten zijn die aardgebonden zijn, om de een of andere reden, er een zogenaamde hechting kan ontstaan; dat een bewustzijn dat zich nog niet helemaal naar de geest toe kan begeven, zich vastvreet of vasthaakt, bewust of onbewust, in de aura van de persoon. Dan krijgen we eveneens wel met afwijkingen van de norm te doen, maar dan kan de eigen persoonlijkheid deze overwinnen. Is dat het geval, dan zal in heel veel gevallen een séance grote kans op verbetering bieden, omdat dergelijke aardgebonden entiteiten maar zeer zelden opzettelijk zich in een aura blijven vastklampen en in de meeste gevallen er eigenlijk geen belang bij hebben om een ander ongelukkig te maken. Dit is dus in het algemeen!

  • Heeft de eigen aura te maken met uittreding of is de aura alleen waarneembaar bij anderen?

Uw eigen aura zult u niet zo gemakkelijk kunnen waarnemen. Dat is ook heel begrijpelijk. Hoeveel mensen onder u hebben de eigen rug wel eens volledig en goed bezien? Anders gezegd: Er zijn zoveel dingen van jezelf die je eigenlijk niet ziet of die je eenvoudig niet opmerkt. Bij uittreding kan die aura wel in het geding komen. Dan moet u goed onthouden: de aura is altijd samengesteld. Zij bestaat in de eerste plaats het dichtst langs het lichaam, in de uitstraling van de omzettingsprocessen – dat is de weerkaatsing van allerhand processen die zich in het lichaam zelf afspelen. Daar achter vinden wij wat je kunt noemen de uitstraling van de levenskracht en aan de buitenkant treffen wij dan aan de gedachtekracht en aangezien die bij de meesten niet beheerst is, heel vaak de gedachte- uitstraling.

Wanneer u uittreedt, dan zult u, wanneer het alleen gaat om bewustzijn, die gedachtekracht (delen van de aura, dus niet de andere) als het ware enorm uitspreiden. U maakt ze wat dunner misschien en wat minder kenbaar, maar u omvat er een enorme ruimte mee eventueel.
Wanneer het gaat om een waarneming op een bepaald punt, dan komt de wil ook heel sterk in het geding en dan zal dat tweede deel van de aura, die levenskracht dus, daarbij betrokken zijn, omdat levenskracht, zeg maar etherisch en astrale geaardheid, wordt geprojecteerd naar een punt waarop het bewustzijn dan zijn waarnemingen doet.

  • Is het vermogen wakker te worden op een gewenst uur, bv. omdat men op reis moet, een uiting van uittreden?

Nee! Hoe moet je dat eventjes eenvoudig zeggen? U leeft in wat men zegt ‘een tijdsgewoonte’. Uw tijdsbepaling is genormaliseerd en die norm is een gewoonte. U hebt geleerd om deze gewoonte-indeling te koppelen aan bepaalde levensverschijnselen. Wanneer u zich concentreert op het ogenblik van opstaan, dan hebt u zich ook geconcentreerd op een bepaalde periode van rust, punt 1; en punt 2 op het ‘met wakker zijn of worden’ reageren op bepaalde omstandigheden buiten. Dat kan onder meer zijn de lichtverhouding, maar dat kan ook heel vaak zijn dat u zich oriënteert op geluiden of zelfs op het tijdsbewustzijn van de mensen rond u. Want iemand die op de klok kijkt, straalt die gedachte ook een klein beetje uit en dan kunt u het wel zo ver brengen dat u ongeveer op tijd wakker wordt. Mensen die een zodanig tijdsbesef en een zodanige beheersing hebben dat ze op het op de minuut klaarspelen, zijn er niet veel. Maar de benadering van het gewenste tijdstip met ongeveer vijftien minuten is betrekkelijk veel voorkomend, waarbij opvalt dat die benadering bij vijftien minuten meestal ontstaat door een vroeger, dan het gestelde ogenblik, ontwaken.

Bij ernstige concentratie zal een benadering van ongeveer een half uur voor bijna iedereen wel bereikbaar zijn, mits men zich voldoende kan concentreren en mits er geen sprake is van lichamelijke oververmoeidheid. Nu weet u hoe u een wekker kunt uitsparen! Maar het geeft natuurlijk wel veel moeite om er elke avond aan te denken. Weet u wat nog veel moeilijker is? Om, wanneer je wakker wordt, dan ook meteen op te staan als je nog slaap hebt.

  • U noemde een trainingstijd van drie tot zes maanden. Maar is dat dan elke avond oefenen of elke week, of eens per maand?

Dan wordt aangenomen dat u elke dag oefent en dat u aan de oefening gemiddeld twintig tot dertig minuten besteedt. U moet me niet kwalijk nemen, u kunt het uitsmeren zoveel als u wilt natuurlijk, maar het berust een beetje ook op gewoontevorming. Wanneer u zich moet leren concentreren, u moet leren afsluiten, moet leren ontspannen, al die dingen bij elkaar en u doet dat eens in de week, ach, als u de volgende week weer begint, bent u driekwart weer vergeten, maar als u het elke avond doet, dan wordt het net zoiets als ademhalen. Dan houdt u steeds meer energie over voor het concentreren van je wil, voor het opbouwen van de voorstellingen, die nodig zijn. Nogmaals erbij: dit geldt voor de eenvoudigste vorm voor ‘t zogenaamde verplaatsen van bewustzijn in ruimte, of wat men ook wel eens noemt ‘uittreden op eigen wereld’. Dat is het eenvoudigste.

  • Alleen in Holland worden elke morgen vijf miljoen mensen door vijf miljoen anderen ruw gewekt met de kreet: “Het is al half acht!” “Straks mis je de trein nog”. Kom je te laat op school” enz. Er zal toch een deel van de ruw gewekten toevallig net boven zichzelf zweven, maar nooit heb ik in de kennissenkring van verwondingen of dood gehoord.

Zo erg is het niet. Mag ik hier een paar punten citeren uit mijn eigen levenservaring? Ik moet ergens een punt van aangrijping vinden van het probleem. Mijn ervaring is in deze: Wanneer ik weet dat ik op een bepaald ogenblik moet opstaan, dan ben ik op dat ogenblik zeker niet meer uitgetreden. Ik kan nog wat dagdromen, maar ik ben in feite half wakker. Alleen, ik wens het feit dat de dag alweer begonnen is, niet te erkennen. En daarom stort ik mij in deze droom, in deze fantasiewereld en word dan ruw in mijn dagdroom gestoord, terwijl de slaap zelf zo uitermate licht is dat van een projectie van een ‘dubbel’ boven het ‘ik’ werkelijk geen sprake meer is.

Overigens wil ik wel opmerken dat heel veel mensen niet een hele nacht zoiets zouden kunnen doen. Maar in de slaap zijn over het algemeen twee, drie, soms zelfs vier punten waarop die uittreding, deze expansie mogelijk is. Wanneer u in staat zult zijn dit bewust te doen, dan kunt u gemiddeld per twee uur een gelijke hoeveelheid ontspanningsrust krijgen als een normaal mens in ongeveer zeven uur. Mits u hetzelfde proces dan nog eens voor ongeveer een half uur herhaalt gedurende de dag, zodat u de tweeëntwintig resterende uren in twee helften van ongeveer tien en een kwart uur deelt. Maar u zult met deze methode kunnen volstaan zonder uw gezondheid of iets anders te schaden, zonder een opeenhoping van vermoeidheidsstoffen te veroorzaken e.d. met ongeveer twee en een half à drie uur werkelijke rust. Een groot gedeelte van uw slaap is geen werkelijke rust. De meeste mensen die acht uur slapen, slapen daarvan werkelijk, dus rusten daarvan ongeveer drie tot drieënhalf uur maximaal. De rest van de tijd wordt doorgebracht met niet geheel gerealiseerde bewegingen, dromen, fantasieën, reacties op prikkels van buiten en dergelijke.

  • Is dromen dan niet werkelijk slapen?

Dromen is niet werkelijk slapen want, wanneer wij dromen, dan zijn de hersenen actief. De activiteit gaat daarbij zo ver dat zij een groot aantal spierreacties teweegbrengt. Bij de doorsnee mens blijven deze binnen zekere perken. Wanneer ze die perken te buiten gaan, dan krijgen we te maken met slaapwandelen, met mensen die in bed om zich heen liggen te slaan, die het kussen omhelzen en worstelen met het laken en dergelijke. Maar er zijn bewegingsimpulsen, en we kunnen zeggen dat de droom niet meer een werkelijke rust is en ook niet meer de werkelijke slaap in de volle zin van het woord. Het is een reeks van belevingen die door de hersenen zelf wordt geformuleerd. Niet altijd een oorzaak – het kan ook van buitenaf komen en waarbij in het lichaam zelf een aantal reacties tot stand wordt gebracht als bij de normale levensprocessen – het enige verschil is dat in de droom het waakbewustzijn geen voldoende rol speelt, maar de droom kan even uitputtend en even vermoeiend zijn als normale arbeid.

Als ik u hier een raad mag geven – we zitten nu op een ander terrein, merkt u wel? Maar we doen toch een beetje praktisch – onthoud één ding: Iemand die te lang wil slapen, vermoeit zichzelf veel meer dan iemand die met een minimale, maar voor hem nog net voldoende slaapperiode genoegen neemt. U zult dan wel wat slaperiger opstaan, maar dat past zich zeer snel aan. Wanneer u echter blijft liggen, probeer het zelf maar eens op zondag: 8 uur wakker worden en lekker tot 11 uur blijven liggen. Ik garandeer u dat u een grote kans hebt op hoofdpijn, op katterigheid, slecht humeur, eventueel nog zuurstoftekorten soms, enz. enz.  Slaap niet langer dan nodig is. Bovendien waarom zou u slapen? Als u nu naar een geestelijke sfeer uitgetreden bent, is het wat anders. Dan leeft u ook intenser. Maar waarom zou u nu het grootste gedeelte van je leven onnodig doorbrengen in een bed, dat misschien in sommige gevallen als rustplaats of plaats van actie wel aangenaam kan zijn, maar dat toch zeker niet alle mogelijkheden biedt die de wereld aan een wakker iemand bieden kan. Dat is wat ik bedoel. Ik geloof niet, dat er iemand een half uur eerder op zal staan hoor, maar je kunt het altijd proberen.

  • Hoe moet men zich concentreren?

Dat is geen moeilijke vraag. Het is alleen de vraag, hoe moet ik dat nu precies zeggen? Je concentreren, wil zeggen: niet alle gedachten uitschakelen, maar alle gedachten die in je opkomen, alle impulsen herleiden tot één en hetzelfde begrip, waarbij één begrip het totaal van het denken domineert en alles weer terugvoert tot één voorstelling, één gedachte, één wil, één punt van beschouwing e.d. Wilt u een voorbeeld hebben?

U wilt zich concentreren op de geest. Terwijl u bezig bent…. moet u een voorbeeld hebben voor een dame of een heer?

  • Onverschillig

Nou, laten we eerst een dame nemen en dan een heer! Denk je nu ineens: “Die afwas heb ik laten staan” en u wilt u concentreren op de geestelijke waarden van het leven, dan zegt u niet: “Wat vervelend” of “daar moet ik vanaf”. Neen, dan zeg ik: “Zo heb ik natuurlijk wel meer dingen eigenlijk te lang laten staan, ik moet dus zorgen dat ik  altijd zo ver ben, dat ik – en dan neem ik het geestelijk doel – dat altijd voor ogen kan houden.”
Dan heb je eromheen geredeneerd, maar dan heb je het omgebogen. Je hebt het grondbegrip weer en een ogenblik later denk je: ‘die hoed van die buurvrouw is iets belachelijks en zo belachelijk ben ik wanneer ik…,’ en dan komt u weer terug op het grondbegrip.

En voor de heren is het ook zo’n kwestie. U bent druk bezig om u te concentreren, bv. op het goddelijk licht. U denkt aan dat licht en ineens komt er een bikini en u zegt: “Zoals die zich in het licht koestert, zo moet ik mij koesteren en openleggen voor het licht”. Niet kijken, daadloos aanvaarden wat het licht is en zó komt u verder. Als u dan aan de minimode komt, dan denkt u: ‘Ik schiet ook in vele dingen te kort, zo moet ik toch teruggrijpen naar het licht, want het gaat…’.

U brengt dus elke gedachte eenvoudig in verband met het punt van concentratie. Dan bereikt u één ding, dat al die bijkomstige gedachten langzaam maar zeker wegsijpelen en dat wat overblijft een steeds concreter beeld is van bv. het licht of van iets anders. Je moet alles er mee associëren.
Wanneer u zich concentreert op de Eiffeltoren en u denkt aan de doosjes lucifers, dan denkt u aan iemand die van lucifers de Eiffeltoren heeft gebouwd en u ziet de Eiffeltoren weer voor u. Het is eigenlijk een betrekkelijk eenvoudig iets, maar het vraagt oplettendheid. Concentratie is oplettendheid, zodat je niet probeert alles weg te drukken, maar alles, hoe dan ook, herleidt tot het punt waarmee je bezig bent. Dát betekent concentratie. Concentratie betekent: het geheel van de waarden in bewustzijn, onderbewustzijn en geest samenbrengen op één begrip. lk hoop dat het duidelijk en eenvoudig is.

  • Dan hebben wij altijd geleerd: als je je concentreerde, dan moest je alle gedachten die je om je heen hebt, buiten sluiten. Als je dan rustig gaat zitten, dan kom je tot de ontdekking dat er nog veel meer gedachten naar je toe sluipen.

Weet u wat het eigenaardige is? Wanneer je u gaat concentreren en probeert de gedachten buiten te sluiten, zijn er zoveel gedachten die je buiten moet sluiten, dat je niet tot concentreren komt, zodat je aan het einde van de concentratieoefening uiteindelijk slechts bereikt hebt dat je je niet geconcentreerd hebt door de vele dingen die je concentratie zouden dreigen te storen wanneer je eraan toegaf. Daarom is het beter ze eenvoudig binnen te laten en ze er aldoor bij te zetten, ze eenvoudig in verband te brengen met het punt van concentratie. Alles te herleiden tot het punt van concentratie zodat u niet bezig bent met afweer maar integendeel in elke gedachte het punt van concentratie zoekt terug te vinden. Dan ontstaat een veel eenvoudiger en over het algemeen een veel verdergaande concentratie, dan op een andere manier mogelijk is. Het is een praktische tip; u moet het maar eens proberen.

  • Behoort het tot verplaatsing van bewustzijn, als ik rondom u zie een bewegende baan van geel licht welke inkrimpt en uitzet? Wat kan de bedoeling daarvan zijn?

Wanneer u dat ziet, dan ziet u doodgewoon de kracht, die ik toevallig nu zelf ook ergens ben, waarmee ik afscherm en gelijktijdig inwerk op het medium. Of ik dit een verplaatsing van bewustzijn moet noemen? Ik geloof het niet. Ik geloof wel dat u hier moet spreken van een openstelling van bewustzijn voor waarden die niet door iedereen worden gezien.

  • Hoe komt het dat geen van de anderen het zien?

Dat ligt voor een groot gedeelte aan uw eigen gesteldheid, maar het ligt natuurlijk ook aan de frequentie, als het ware, die op een spreker bv. inwerkt. Wanneer er eentje is die met zeer hoge frequenties werkt, dan ziet u niets of u ziet hoogstens een paarse schemer en verder niets. Maar het ‘gouden licht’ is op het ogenblik in de tijd; u bent er allemaal al een beetje harmonisch mee. Het gouden licht is verder levenskracht; u hebt er veel meer associaties mee, u zult het dus gemakkelijker zien en wanneer u prettig harmonisch geconcentreerd raakt en uzelf niet afsluit, dan hebt u grote kans dat u zoiets waarneemt. De een ziet het alleen wanneer het heel sterk is en een ander ziet het al als het maar een schimmetje is.

  • Het eigenaardige verschijnsel doet zich bij mij ook dikwijls voor dat ik dat rondom een portret of rondom een schilderij zie.

Dan hebt u toch altijd te maken met een uitstraling die daar door gedachtekracht wordt ingelegd. Ik werk namelijk met gedachtekracht, projectie van gedachte-impulsen die inwerken op hersencellen, waardoor een reflex en reactie wordt veroorzaakt. Het is mogelijk dat een schilderij een zekere gedachtekracht opneemt door de beschouwers. Zelfs de schilder zelf kan een emotie of ervaring op een schilderij vastleggen op een zodanige manier dat dit voorwerp er mee geladen is. Bij foto’s is dat ook wel mogelijk, maar daar komt nog bij dat als het afbeeldingen zijn van mensen die niet meer leven vooral, dat het beeld een contact of concentratiepunt is geworden voor degenen die op aarde leven met die persoon. En omgekeerd. Dan hebben we hier te maken met de kunst van transmissie, waarin de uitstraling over het algemeen van de mensen ten aanzien van de persoon en van die persoon ten aanzien van de mensen, tot uiting komt. De kleur is niet die van de persoon en ook niet die van de mensen, maar van de uitwisseling tussen beiden.

  • Ik vraag me af: is daar iets mee te bereiken?

Met die waarnemingen? Ja, het is natuurlijk wel zo: Wanneer u nu een vies kleurtje ziet, dan loopt u liever een straatje om. Dan denkt u maar heel gauw aan een heel helder wit licht bv. Op die manier kunt u onaangename invloeden van u afwerpen, en een ander punt: wanneer u een dergelijke uitstraling ziet bv. bij een schilderstuk en u laat de harmonie met het stuk, met de kleur op u inwerken, dan zult u veel beter begrijpen wat de schilder heeft willen zeggen en wat de mensen er in zien. Dan gaat het voorwerp meer spreken.

Wanneer u een bepaalde kleur ziet rond een portret bv. en het is een overgegane, dan kunt u aan die kleur zien op welke wijze u uzelf moet instellen ongeveer om eventueel dat contact mogelijk te maken, te versterken, er iets mee te doen. Je kunt het dus wel gebruiken. Maar over het algemeen, zou ik zeggen, moet u de kleur van uitstralingen maar ongeveer zo beschouwen als verkeerslichten. Ze zeggen: ‘veilig’, ‘oppassen’ of ‘stoppen’.

  • Het eigenaardige vind ik altijd: waarom zie ik het altijd in een diepe gele kleur en waarom is die kleur altijd in beweging?

Die beweging zal ongetwijfeld zijn dat u het hoofdzakelijk dáár ziet waar een actie of een onrust aanwezig is. En wat de gele kleur betreft waarin u het ziet: Ik geloof dat die ook met uw eigen persoonlijkheid verband houdt en zeer waarschijnlijk bent u zelf hoofdzakelijk harmonisch met alle levenskrachten. Dat zou dan ten aanzien van mij een zeker voordeel kunnen zijn voor u, omdat u makkelijker waarneemt. Maar voor een andere spreker zou het betekenen dat het voor u veel moeilijker is om waar te nemen. Want u projecteert vanuit uzelf een zekere harmonie en al wat daar op aanspreekt, is voor u makkelijk te herkennen, het andere niet. Dat is net als van die dame, dat hebt u wel eens gehoord, hè? Een man zei tegen haar: “Zeg, wanneer u door de Herenstraat gaat, breng voor mij vijf boortjes mee, 1/4 duims”. Toen zei ze: “Een gereedschapswinkel, is die daar dan? Heb ik nog nooit gezien; daar is een schoenenwinkel en daar is ‘n mooie modezaak en er zijn drie kappers, en er is een gebakzaak, maar de gereedschapszaak heb ik nog nooit gezien”. Begrijpt u het? Ze was er niet harmonisch mee, daarom keek zij er aan voorbij.

  • Waarom vervaagt de droom zo dikwijls en waarom blijven andere dromen zo lang kenbaar?

Een droom vervaagt wanneer zij geen emoties inhoudt. Een droom die een sterke emotie inhoudt, blijft over het algemeen als een reeks fragmenten, die dan gerationaliseerd, weer logisch door de gedachte met elkaar worden verbonden, wel over.
Bepaalde dromen of zogenaamde dromen, in feite belevingen, hebben echter te maken met het eigen bestaan en kunnen zowel binnen de eigen psyche als vanuit de eigen psyche in bv. tijd, geestelijke wereld of iets dergelijks plaatsvinden. Wanneer dit gebeurt, dan hebben wij te maken met over het algemeen eenvoudige dromen, soms bestaan ze uit symbolen, heel vaak uit korte sequenties van handeling. Deze worden niet alleen onthouden, ze worden ook vaak herhaald.
Dan de laatste droom die u goed zult kunnen onthouden in vele gevallen, is de zg. vervolgdroom, die voortvloeit uit geestelijke activiteit, waarbij echter de droom zelf niet het beleven weergeeft, maar eigen reactie op geestelijke beleving of mogelijkheden uitdrukken. Die worden ook heel goed onthouden.

  • Hoe verklaart u als je in een droom steeds weer, in verschillende nachten dus, maar toch steeds weer op dezelfde plek terecht komt, met hele kleine variatie misschien, maar uiteindelijk toch weer dezelfde omgeving ?

Ik zou haast zeggen, u hebt ergens een goed stekje gevonden, waarschijnlijk in een of andere sfeer; u hebt daar speciale associaties aan verbonden en daarom komt u er steeds weer terug. Er zijn mensen, die leven een deel van hun leven in de materie en een ander deel van hun leven feitelijk al in een bepaalde sfeer. Maar ja, daar zijn er niet zoveel die dat helemaal regelmatig doen. Maar als u zoiets zegt, dan zou ik willen aannemen dat u een bepaald geestelijk contact hebt, wat voor u zo wordt uitgedrukt.

Vergeet daarbij niet dat dergelijke dromen over het algemeen met symbolen geladen zijn. Voorbeeld: Iemand droomt regelmatig dat hij in een auto, een trein, een tram zit enz. Dan is deze persoon bezig met een voertuig, er is kennelijk iets met eigen bevoertuiging, met eigen lichaam en de problemen van bv. onbestuurbaarheid of verkeerde aansluiting geven richtlijnen ten aanzien van mogelijke gevaren, fouten in eigen lichamelijk bestaan en eigen psychische benadering van ‘t bestaan. Daar moet je wel rekening mee houden.

  • Dus dat zijn symbolen?

Dat zijn symbolen. En als u een landschap ziet bv., dan kan het heel goed zijn dat het landschap symbolisch is terwijl daarin de personen die u ontmoet, een omschrijving zijn van reële ontmoetingen met personen. Maar u maakt als het ware een schilderijtje (met uw gedachten) van iets dat u niet helemaal in zijn juiste  geestelijke waarde kan uitdrukken.

  • Nee, het is alleen prettig.

Nou als het prettig is, dan zou ik zeggen: Volhouden!

  • ‘De Emmaüsgangers’ door Rembrandt geschilderd, heeft een achtergrond waarvan men zegt dat die poort de juiste plaats zou zijn geweest. Hoe is dat mogelijk daar Rembrandt daar nooit geweest is?

Nu, daar zijn verschillende mogelijkheden denkbaar. Misschien heeft Rembrandt gehoord van iemand, die er wel was en heel waarschijnlijk is de voorstelling gemaakt aan de hand van gegevens en beschrijvingen. Zoals u weet heeft hij zichzelf met bijbelstudie veel bezig gehouden. Ik geloof dat hij soms zo nu en dan wisselde tussen ‘wijnkan’ en het ‘boek’ om ondertussen ook nog naar ‘de vrouw’ te kijken, maar hij wist onnoemelijk veel en hij zal ongetwijfeld beschrijvingen hebben gehoord. Maar wanneer u ‘de Emmaüsgangers’ goed bekijkt, dan zult u met me eens zijn dat de poort, die daar dan vaag op voorkomt, niet een werkelijke poort is uit de tijd waarin Jezus heeft geleefd. Er zijn enkele details die een dergelijke poort toch wel in een veel latere periode plaatsen. Als u de architectuur er even bij haalt, dan zult u zien dat het niet zo opmerkelijk is als u misschien denkt. Het spijt me voor u, het spijt me voor Rembrandt, maar zo is het nu eenmaal.

  • U zei, meen ik, dat kinderen tot zes maanden ook het vermogen hebben tot verplaatsing van bewustzijn. Is dat op een of andere manier na te gaan?

Aangezien in de eerste zes maanden de communicatiemogelijkheid van het kind betrekkelijk klein is, zal dat nogal eens moeilijk zijn. Maar misschien kunt u het op de volgende wijze wel eens een keer nagaan. Kinderen blijken soms plaatsen te kennen waarvan ze weten dat ze er morgen met u naartoe gaan. Als u met dergelijke kinderen in een vreemd huis komt, dan zult u soms zien dat ze ‘n bepaalde hoek uitzoeken, daar willen ze met alle geweld zitten of kruipen en dan ook nergens anders. Dan is dit kennelijk een kwestie geweest van vooruit beschouwen, ze hebben hun plaats al gekozen.

Wanneer het wat oudere kinderen zijn, dan is het wat makkelijker, wanneer u de fantasie kunt ontleden en daar – wat is het tegenwoordig? – Donald Duck en Batman en dergelijke figuren kunt aftrekken, dan houdt u vaak een zeer redelijk verhaal over en als u dan nog een keer nadenkt, dan blijkt heel vaak dat het verhaal toch wel in verband schijnt te staan met iets dat nu toevallig vanavond net in de krant staat. En dan kunt u op die manier het wat gemakkelijker constateren.

Voor iemand die een zeer grote verbondenheid heeft met een kind en in staat is zich daarop niet alleen stoffelijk maar ook geestelijk te concentreren, is het vaak mogelijk om flarden van beelden, die het kind in zich opneemt, op dit ogenblik op te vangen en dan kan je het lijfelijk constateren. Maar bewijsbaar is het moeilijk. Ik kan u alleen zeggen: het is zo.

  • Bij concentratie op een overgegane denkt men die natuurlijk vaak in een bepaalde sfeer. Is nu van de stof uit de verandering van sfeer te beïnvloeden?

De verandering van sfeer is niet te beïnvloeden, wél is te beïnvloeden de harmonie van de overgegane, eventueel ook de bewustzijnsinhoud van de overgegane en daardoor diens mogelijkheid om een andere sfeer te betreden. Dat is, zou ik zeggen, vanzelfsprekend.

Ik zou nu willen voorstellen om te sluiten, zoals dat gebruikelijk is te doen. Met het schone woord. Dan hebt u tenminste nog iets in de tweede helft dat iedereen misschien wat zegt.

Het schone woord

Mag ik nog enkele woorden?

  • Gemeenschap……. Uittreding…… en Sferen.

Nou, dan zou ik zeggen: Wanneer de gemeenschap met het goddelijke beseft wordt, komt men tot een uittreding in de gemeenschap van het zijn, in de tuin van het kosmisch bestaan.

Ik heb mijzelf verlaten, ben in het onbekende uitgegaan en zie mijzelf nu bij een lotusvijver te midden van de bloemen staan. Een tuin zo uitgestrekt en kosmisch, dat ik haar nog niet omvaam, een raam, waarin oneindigheden spreken.

Ik ben alleen,….. maar moet het eenzaam zijn nu  breken, want rond mij is een ander voortbestaan. Ik breek de stilte rond mij met een woord en zie, gemeenschap kwam er voort. Ik spreek, ik heb een band. Erken en ben niet meer alleen, maar één met al wat rond mij is en leeft.

En in mij al wat zoekt en streeft, verzadigt zich aan wat het gemeenschappelijk zijn mij geeft. Ik ben uitgetreden en dwaal door de tuinen van eeuwige rust. Ik heb daar de anderen, de krachten gevonden, ik heb daar beseft mijn fouten, de zonden, zoals men op aarde vaak zegt.
Ik heb in mijzelf gevonden ook noodzaak en recht van zijn en bestaan.

Ik vind nu de harmonie van leven. Ik teken zelf mijn levensbaan en moet weer terug tot mijn gebondenheid. Moet eenzaam verder leven, zo in mij niet bewustzijn voortbestaat van een gemeenschap met het Al, met God, met geest Die nooit verlaat mij, zolang ik wil aanvaarden.

En zie, leek aarde een woestijn, nu bloeien bloemen op, het leven hervindt weer nieuwe krachten, vindt nieuwe mogelijkheden, waarden. Ik leef en uit het puin van wat ik in mijn zijn mij zelve heb misdreven, ontstaat een tuin van kosmisch leven. Waarin ik voortga, vol van vreugd totdat in het vallen van de ouderdom het ‘ik’ ontwaakt tot eeuwige jeugd.

Die door de mens wordt dood geheten, maar voor mij wordt: het erkennen van een gemeenschap reeds beleefd op aarde maar nu een werkelijkheid, waarin nu alles waarde heeft en ik in vreugde voort mag leven.

Dat vrienden, was het dan. Kort maar krachtig. Een kleine improvisatie op uw gedachten. Veel praktische raad heb ik u al gegeven, mag ik er nog één bijvoegen? Dat is deze: Zoek altijd de vreugde, zoek de goede dingen. Wie het kwaad bestrijdt, komt niet tot het goede. Wie het goede bevordert, ziet dat het kwaad verdreven wordt door het goede en het geluk dat die in zich, voor zich en vanuit zich voor anderen tot stand heeft gebracht.

image_pdf