Verschillende krachten

image_pdf

 8 september 1964

Ik ben bang dat ik aan het begin even zakelijk zal moeten zijn.  Het zal u duidelijk zijn, dat in deze groep vooral bepaalde gevoelswaarden, bepaalde geloofswaarden en zeker ook een vorm van mystiek een zeer belangrijke achtergrond vormt.

De boodschap, die wordt gebracht, kan niet alleen worden begrepen en verstaan in de zuiver redelijke zin. We hebben daarnaast te maken met een manipuleren van krachten en trillingen. Dit is een van de redenen, waarom wij menen, dat het beter is ook in dit jaar geen pauze in te leggen. Het maakt het mogelijk in kortere tijd de juiste spanning te bereiken en te behouden.

Dan wil ik u allereerst voor deze bijeenkomst, een en ander uitleggen en wel hoofdzakelijk over de werkwijze en de krachten, daarmede verbonden. En daarnaast ook – en dat kan nog vallen onder het hoofd magie – omtrent de verschillende krachten, die optreden en waarom. Ik zal dan heel eenvoudig beginnen met te stellen:  Elke mens, in een toestand waarin zijn bewustzijn ofwel zeer scherp en eng geconcentreerd is, ofwel absoluut blank, is sterk vatbaar voor alle beïnvloedingen van het z.g. bovennatuurlijke of occulte terrein. Het is dus altijd weer noodzakelijk om een van beide toestanden te bereiken, wil men op een avond als deze of bij experimenten in dezelfde zin een goed resultaat bereiken.

In de gemeenschap waarin wij hier werken, zal dat moeten geschieden door het vormen van een zekere concentratie. Die concentratie mag echter niet te scherp redelijk zijn. Op het ogenblik dat u zelf sterk gaat meedenken, valt een deel van uw ontvankelijkheid weg. Dit kan de verklaring vormen voor de soms erg poëtische en soms ook wel zuiver redelijk gezien langdradige uiting met woorden.

Dan is er verder sprake van die eigen trilling van de mens, die berust zowel in zijn lichaam (zenuwstelsel en vooral bepaalde zenuwknooppunten), in zijn geestelijke voertuigen (o.m. bij chakra sterk zichtbaar), als wel in het werkelijke ego, de geest zelf. Deze trillingen zullen over het algemeen van elkaar verschillen. Ze zijn zelden geheel harmonisch.

Om te bereiken dat in het ik waarlijk iets ontstaat, moet eerst die harmonie worden gevormd. D.w.z. de lichamelijke instelling (hetzij activiteit of non-activiteit), de werking van de aura en de daarin gevatte fijnstoffelijke voertuigen, plus eigen bestrevingen en erkenningen van de geest moeten een zekere eenheid vormen. Hiervoor bestaan meditatietechnieken, die men moeilijk kan leren, maar soms kan men door te domineren langs een weg van suggestie (van bijna hypnose) het lichaam zowel als de fijnere voertuigen praktisch wel dwingen in een bepaalde richting. De eigen geest kan nooit in een bepaalde richting gedwongen worden. En daaruit volgt, dat voor u erg belangrijk is uw eigen geestelijke instelling. Het is vooral deze geestelijke instelling, meer dan uw lichamelijke conditie of zelfs de conditie van de fijnere voertuigen, die bepalend zal zijn voor het resultaat van een avond als deze.

Wij werken dan verder met het opwekken van spanningen, die over het algemeen worden geënt op de atmosfeer. We zouden hier kunnen spreken van een verandering van een potentiaal, waardoor een statische lading ontstaat. Maar hoe technisch dit ook moge klinken, het is geen volledige verklaring van hetgeen er geschiedt. In feite wordt in de atmosfeer zelf (dus in de moleculen van de lucht) een kleine variatie van trilling aangebracht. Soms is daarvoor een zeer grote kracht noodzakelijk. Is dat zo, dan zal een ieder, die ook maar enigszins tegengericht is daaraan, onberoerd blijven. In andere gevallen blijkt die atmosfeer, misschien ook mede door de aanwezigen en hun eigen instelling, bijzonder geschikt. Dan zal zelfs de minst sensitieve onmiddellijk die beroering ondergaan.

Ook dit kan men eigenlijk zelf wel tot stand brengen. Want een mens, die in grote concentratie zich kan openstellen voor hogere waarden, ontvangt een soortgelijke spanning, die zich eveneens in de atmosfeer rond zo iemand bevindt en onder sommige omstandigheden zelfs illusies te voorschijn kan roepen, zodat men in die nabijheid denkt dat er licht is, dat er een bepaalde geur hangt etc. Wat wij op deze bijeenkomsten willen doen, is in de eerste plaats wel trachten een sfeer te scheppen, waarin ook hogere meesters en krachten, die dus normaal niet zo dicht bij de aarde staan, zich gemakkelijk kunnen uiten. Om dit tot stand te brengen gaan wij uit van u als gemeenschap. En dan zal er altijd wel iemand zijn, die er niet helemaal in past. Maar daaraan kunnen wij niets doen. Wij nemen eenvoudig de meerderheid en daarop moeten wij ons afstemmen.

Ook voor uzelf geldt dit. Wanneer u te maken hebt met een groter gezelschap, dan doet u er goed aan u op het gemiddelde af te stemmen en van dat gemiddelde uit werkende daarboven uw hogere impuls of gedachte maar voren te schuiven. Ten laatste wil ik dan in deze inleiding nog even ingaan op de verschillende mogelijkheden, die er zijn. Wij kennen vormen van incantatie, van gebed en van geluidsmagie. Deze middelen worden natuurlijk gebruikt. Het zou ook dwaas zijn dit niet te doen, waar zij de mens gemakkelijker domineren, een vlak scheppen a.h.w., waarop ook geestelijke krachten gemakkelijker tot uiting komen. Maar daarvoor is het ook nodig, dat het menselijk zenuwstelsel ontspannen wordt. En naarmate wij hoger willen grijpen en meer reële en onmiddellijke resultaten willen zien op een bijeenkomst als deze, zullen wij er ook toe moeten komen die ontspanning verder door te voeren.

Ik weet wel dat daartegen bezwaren kunnen worden geopperd, want iemand die, zich volledig ontspant bevindt zich in een toestand van verhoogde suggestibiliteit. D.w.z. dat hij ideeën en gedachten gemakkelijker aanneemt als waar, dat hij zijn eigen oordeel a.h.w. wat opschort. Maar wanneer dit gelden kan voor zuiver redelijke argumenten, zo kan dat zeker niet gelden voor mystiek. De mystiek ligt nu eenmaal ver van de rede. Zij is het boven redelijke, waarin een besef wordt uitgedrukt, dat vaak zelfs geen redelijke filosofische of wetenschappelijke formulering verdraagt, dat niet hanteerbaar is. En daarom is het voor ons dus belangrijk dat wij die ontspannenheid bereiken.

Ook voor u geldt hetzelfde. Wanneer u wilt komen, tot een werkelijk openstaan voor de hogere krachten van uw eigen wezen en eventueel rond u aanwezig zijnde entiteiten, dan is die ontspanning, dat openstaan, noodzakelijk. De indrukken die u opdoet, de krachten die worden opgewekt, zullen echter in het komende jaar toch steeds weer moeten worden omgezet in praktisch bruikbare krachten. En dat wil zeggen, dat uit het geheel een redelijk denkbeeld moet overblijven. Dat uit het geheel van opgewekte krachten ook een feitelijke, voor u ook buiten de bijeenkomst merkbare prestatie, moet overblijven.

Het doel, dat wij ons in de eerste maanden zullen stellen binnen deze kring, is in de eerste plaats het verminderen van zenuwspanningen. Ze zijn n.l. hier en daar nogal groot. In de tweede plaats; het wegnemen van belemmeringen als eenzijdigheid. Bij een enkeling soms een zekere obsessie door bepaalde onderwerpen of gedachten. Wij willen daarvoor in de plaats stellen; in de eerste plaats dus het contact met die hogere geest, waarover ik u sprak. in de tweede plaats echter een directe beïnvloeding van uw eigen persoonlijkheid. Wanneer daar voldoende resultaat mee wordt behaald, dan zullen we na enkele maanden kunnen overgaan tot inwerkingen, waarbij de z.g. toevalsfactor steeds meer bewust kan worden beïnvloed, Het is nl. niet alleen ons doel u hier met hoge geestelijke waarden te confronteren in dit jaar, maar wel degelijk ook om u middelen in handen te geven, waaraan u in deze tijd behoefte zult hebben. Ik hoop dat dit alles voor u geen storing betekent in uw verwachting. Geen verstoring van gekoesterde illusies.

En om de zaak af te ronden maar dat heeft niets te maken met de inleiding, dat geldt alleen onder ons realiseer u dat niemand van u de meerdere of de mindere zal zijn. Er is hier geen sprake van kennis. Uw eigen belevingen maken u niet meer of minder dan een ander.

U moet proberen in deze groep eenheid te bereiken, zeker tijdens de samenkomsten. Er moet een sfeer groeien, die men stoffelijk gezien zou kunnen uitdrukken als vriendschap, vertrouwelijkheid, een met elkaar gezellig en op je gemak a.h.w. samenzijn, converseren en beleven.

Het zal aan uzelf liggen, in hoever wij ook dit kunnen bereiken. Want daarvoor is een bewuste actie uwerzijds nodig. Een bewust streven. Een streven dat niet uitgaat van een bepaalde groep alleen, maar van het geheel van deze gemeenschap. Een mentaliteit ook, die ongeacht bestaande kennis en vriendschappen niet anderen terzijde schuift of uitsluit.

Dat is wel moeilijk, daarvan ben ik overtuigd. En het zal u misschien niet zo gemakkelijk vallen mede gezien de heersende kosmische condities en werkingen op deze aarde om nu altijd iedereen maar voor vol te aanvaarden. Toch hoop ik, dat u dit wilt doen. Want alleen dan kunnen wij op deze bijeenkomsten tot resultaat komen.

Ons programma omvat natuurlijk vele verschillende denkbeelden en werkingen, maar voor deze bijeenkomst krijgt u allereerst te maken met een uiteenzetting van geloof (of goddelijke waarheid, zo u wilt), gebracht ook door een gast. Daarna krijgt u te maken met een poging om krachten te manipuleren eveneens door een gastspreker. Gesloten zal wederom worden door mij, waar ik – naar ik althans voorlopig aanneem – zoiets ben als ceremoniemeester tijdens uw bijeenkomsten.

Wij zullen hiermede het inleidend gedeelte afsluiten, een soort ceremonie protocollair misschien, ofschoon ik u niet op een platform de eerste en de tweede spreker voor deze bijeenkomst kan voorstellen. Onderga deze sprekers. Vorm u daarna een oordeel over hun persoonlijkheid, over hun boodschap en bespreek deze kort onderling, opdat u ook van elkaar weet wat dit betekent. Zo groeit u het best naar een geheel.

Ik geef u thans over aan de eerste spreker, wiens onderwerp is de waarheid van God of de goddelijke waarheid.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

De waarheid van God of de goddelijke waarheid.

Er zijn in het menselijk leven altijd weer bovennatuurlijke krachten geweest, onverklaarbare omstandigheden, situaties waaraan wij trachten te ontkomen. En mede daaruit en om reden daarvan heeft hij zich een beeld gebouwd van God. God is voor hem de aanvulling van zijn eigen tekortkomingen. Een verzekering tegen de dood.

Zijn God is voor hem de mogelijkheid om met het toeval en met noodlot handel te drijven. Het is duidelijk dat deze versie en deze visie niet direct passen in het werkelijke beeld van de kosmos en de kosmische God.

Nu bestaan er formuleringen, waarin het werkelijke wezen Gods en het geloof in God scherper op de voorgrond worden gebracht dan normaal. Een enkele keer krijgen die formuleringen zelfs het karakter van een zekere aanklacht tegen de mens. Het is niet mijn bedoeling om u op deze avond met een aanklacht te confronteren en ik hoop dat u dit deel van de boodschap dan maar weer over het hoofd wilt zien. Het lijkt mij echter niet juist om bij een formulering van het wezen Gods en de verhouding mens/God, de waarheid van het leven, deze elementen geheel terzijde te laten.

Wanneer wij ons zouden voorstellen, dat deze God een stem heeft en dat deze God zou kunnen spreken en denken, dan zou een oude formulering ongetwijfeld passend zijn om de relatie mens/God en de waarheid van het wezen Gods uit te drukken. Ik geef u deze formulering dan ook ofschoon hij in de ik-vorm staat precies zoals zij eens werd opgesteld en zoals zij ook nog in deze dagen levend is in sommige groeperingen.

Ik ben uw God.

Ik ben het begin van alle dingen en Ik ben alle dingen. Ik ben de kracht van het leven en Ik ben de dood.

Ik ben de aantrekking tussen de materie en het uiteenvallen der materie. Ik ben de  eeuwigheid en de tijd, die vergaat. Ziet, Ik ben alle dingen.

Ik ben u een Vader en een Moeder. Gij, die uw ouders eert, eert echter Mij niet. Zo gij beseft, dat Ik, deel van uw wezen en deel in alle dingen zijnde en toch het ondeelbare en ene, dat niet is drie of twee of zeven, maar is Een, dat Ik ben in u, zult gij Mij dan niet eren, waar gij hen eert die u stoffelijk voortbrachten?

De eer, die gij Mij schuldig zijt, is niet de aanbidding, die gij Mij zo gaarne geeft, maar de zorgzame liefde, die gij ook geeft aan uw ouders. Want ziet, in u leef Ik. En zo gij Mij niet erkennen wilt en niet beleeft in uw wezen, zo ben Ik voor u als niet. En gij zijt voor Mij eenzaamheid.

Doch zo gij Mij erkent en waarlijk aanvaardt, zo ben. Ik u als een bescherming en  beschutting, een kracht en een zekerheid. Want ziet, Ik ben u als vader en moeder. Ik ben de wereld, die u draagt en Ik ben de hemel die u omgeeft. Zo gij Mij erkennen wilt en wilt leven uit Mijn wet, zo zult gij beseffen, Ik niet heb gesteld de wetten der mensen. Want Mijn wet is eeuwig en onveranderlijk.

Mijn wet is die van het scheppen. En het scheppen is de liefde, waaruit het denkbeeld tot werkelijkheid wordt. Zo zeg Ik u om Mijnentwille zult ge liefhebben al wat leeft. Ik Ben de Schepper. En scheppen is ook oordeel en beeld. En, daarom zeg Ik u gij zult in uzelf gerechtigd zijn. En ge zult ten allen tijde rechtvaardig zijn tegenover allen. Velen noemen zich Mijn profeten en priesters. Maar ik ben niet in hen. Want zij spreken niet uit Mij zonder beperkingen, doch uit hun rede en uit hun begrippen.

Ik ken geen grens en geen tussenpersoon tussen Mijn wezen en het uwe. Ik ben in u en zonder Mij zijt, gij niet. Zo erken Mij in uzelf en leef Mijn Wet, niet de wetten van anderen. Ik ben in u. Zo leef Mijn eeuwigheid en niet de tijdsdroom, waarin zovelen dreigen onder te gaan. Zoek Mij niet in beelden, want in beelden leef Ik niet. Zoek Mij niet in openbaringen, want Ik openbaar Mij aan allen en niet aan enkelen. Ik ben niet in enig schepsel in het bijzonder, want Ik ben in al en alles voor alle tijden.

Zij die Mij begrepen hebben, zij die gerechtvaardigd in herkenning van Mijn wezen één werden met Mij, zend ik soms tot u. Maar zij zijn en blijven uw gelijken en zijn niet uw meerdere. Maar uw broeders. En Ik ben Hun Vader zoals Ik uw Vader ben. En Ik omring hen met Mijn moederlijke zorg en kracht, zoals Ik U omring. Begrijp wie Ik ben. Ik ben al uw wensen en al uw dromen. Ik ben al uw kracht en al uw leven. Ik ben al uw angst. Ik ben uw verlies en uw gewin. Ik ben al, want Ik ben uw God. Aanvaard Mij in al. En zo uw wezen Mij erkent, is er geen grens gesteld tussen u en Mij, is de droom werkelijkheid en is de werkelijkheid, die gij redelijk kent, een droom.

Ik ben uw God, uw schepper en Ik heb Mijn schepping lief, zoals Ik Mijzelf liefheb. Ik ben kracht. En Ik ben de kracht van alle dingen, omdat slechts de kracht, die geuit is, zichzelf erkent. Ik ben het licht en het duister. Want het duister kan slechts door het licht doorboord worden en het licht kan zichzelf slechts erkennen in het duister. Ontken Mij dan niet. Naast Mij zijn geen goden. Niet uit licht, niet uit duister. Ik ben in al. Vrees niet het duister. Vrees niet het licht. Smeek niet om hulp aan krachten van licht. Doch erken Mij, Die u geschapen heeft. Want zo ge Mij erkent, zal de waarheid van Mijn wezen meer zijn dan uw wensen en verlangens en sterker dan uw angsten. En gij zult waarlijk leven, omdat Ik leef.

Zo formuleert men in die ik-vorm het wezen van de Schepper. En het wezen van de Schepper is een kracht, die je alleen maar door aanvaarding, kunt beleven. Het is niet God, Die bepaalt of de mens Hem beleven zal. Hij is in elke mens. Maar het is wel degelijk de mens die bepaalt of God voor hem een werkelijkheid is of schijn of zijn God voor hem een legende is of een levende kracht, waaruit hij put.

Geen mens kan leven zonder geloof. Zelfs indien hij slechts gelooft aan de mens, of aan de zin van zijn eigen bestaan, of aan zijn belangrijkheid en waarde, er is altijd een onbewijsbaar iets, een illusie en legende, waaraan hij zich vastklampt buiten de werkelijkheid. De godsdiensten zijn daaruit geboren en de macht van de godsdiensten berust hierop. Maar het is tijd dat deze macht verandert. Er is geen behoefte aan sterken, die op aarde Gods wil doorvoeren, want zij doen dit altijd uit het menselijk begrip van bezit, van macht, van gelijk.

Men zegt: Bemin uw naaste gelijk uzelf en dood hem, die niet geloven. Dat is dwaas. Men bestrijdt zichzelf. Men predikt de Ene God en ontkent dan dat die Ene God in alle dingen aanwezig is. En niet slechts in een bepaalde kerk of in een bepaalde leer.

Wij moeten openstaan willen wij dit werkelijke van het Goddelijke beseffen. En ook daarvoor zijn formuleringen gevonden, die naar ik meen voor u belangrijk zijn en die – mits juist begrepen en juist ondergaan – u iets duidelijker zullen maken van de kracht, die in uzelf schuilt. En ook van de hinderpalen, die ge ontmoet in uw pogen om die kracht actief te maken.

Wanneer je jezelf bent, ben je een deel van God. Maar besef je slechts deel van God te zijn, zo streef je naar volledigheid. En volledig kun je niet zijn, zolang je jezelf bent. Daarom is de poging om zelf betekenis te bezitten gelijktijdig een frustratie van de kracht in het ik die aan het bestaan daarvan waarlijk bestaan toekent en geeft. Gij zijt niets, tenzij gij deel zijt van dingen, die staan boven uw persoonlijk beleven, boven uw persoonlijke dromen en uw persoonlijk verlangen.

Zolang ge u concentreert op datgene, wat ge voor uzelf wenst, zult ge het niet bereiken. Uw concentratie brengt weliswaar een tijdelijke verwerking met zich, maar doet de waarde van het bereikte gelijktijdig vervluchtigen. Indien ge echter niet streeft naar uzelf, wanneer ge u eigen wezen en verlangen slechts ziet als een vaag begeleidend geruis bij de werkelijke melodie van het leven (uitwisseling van geestelijke krachten), zo zal u blijken dat die verlangens als vanzelf waar worden.

Let wel, ik citeer deze dingen in wezen, ofschoon ik ze omzet in uw taal en ze hier en daar vereenvoudig. De macht van de mens is zijn vermogen tot denken. De zwakte van de mens is het feit, dat hij ommentwille van zijn redelijkheid zijn instincten moest onderdrukken of vergeten. Rede noch instinct echter zijn een wezenlijke uiting van de eeuwigheid. Zij zijn begeleidingsvormen, meer niet.

Daarom zeg ik u: Zo gij instinct en rede gebruikt (afwisselend of gelijktijdig), maar u niet laat drijven door de daarin gelegen motieven, dan zult gij de waarheid beter beseffen en meer kracht bezitten.

Ik zou nog verder kunnen gaan met dit citaat, maar het is niet mijn bedoeling u alleen maar met deze aspecten van de menselijke definitie der goddelijke waarheid en soms ook de geestelijke omschrijving van die waarheid te vermoeien. Ik zou u op deze avond mijn eigen denkbeelden, mijn ervaringen, mijn geloof en mijn meningen willen voorleggen. Ik hoop dat gij althans een deel daarvan met mij kunt delen.

Wie spreekt over God, zal vaak vergeten om die God te beleven. De mensheid heeft van God een uiterlijke kracht gemaakt. Een uiterlijke kracht vergt omschrijving, vergt aandacht naar buiten toe. Daarmede beleeft men de wezenlijke kracht en de mogelijkheid van de mens en de menselijke geest verloochend.

God dient in u te leven, een voortdurend bestanddeel van uw wezen, van uw handelen en uw denken. Gelijktijdig moet hij naar buiten toe voor u a.h.w. niet bestaan. Gij handelt vanuit hem en volbrengt in de wereld Zijn wezen. Gij behoeft Hem dus niet aan te roepen, te eren op bijzondere wijze. Gij leeft slechts Zijn wezen. Dat is uw werkelijke taak.

Wie in zich komt tot deze assimilatie, waarin de eeuwige waarde binnen de tijd openbaar wordt, kent zijn eigen krachten minder dan de redelijke mens. En hij zal ook niet beseffen – waarschijnlijk althans – dat hij zijn krachten even vaak onder- als overschat. Voor hem is dat echter niet belangrijk. Wie leeft vanuit de God in hem, ziet dat de poging belangrijker is dan het zichtbare resultaat. Hij ziet dat niet de bereiking, maar het actief scheppend werkzaam zijn, het voortbrengen belangrijk is.

De instelling van de mens laat wat dit betreft m.i. nogal eens wat te wensen over. Men beroept zich graag op krachten buiten het ik. Men wil zekerheid van buiten het ik. En toch kan men ze slechts in zichzelf vinden. Dit is de eerste en m.i. de belangrijkste fout.

Wie gelooft in het goede dat in alle dingen schuilt en in zich alles ton goede tracht te richten (of er resultaten zijn of niet) heeft gezien vanuit het geestelijke standpunt de juiste instelling.

Dan beroept de mens zich heel vaak op zijn gaven en zijn krachten. Gaven en krachten zijn onvolledige dingen. Zij kunnen inderdaad vanuit de geest soms versterkt worden. Er kan bovennatuurlijk altijd weer iets veranderen daaraan. Maar deze gaven en krachten op zichzelf zijn omschreven, en in hun omschreven zijn zijn ze beperkt. Het is niet belangrijk of ge helderziend of helderhorend zijt. Of ge uittreedt of wonderen doet. Of ge zieken geneest of uit het niet dingen weet te scheppen. De kracht in deze dingen is gelijk. Wie zich richt op de kracht en niet op de gaven, bereikt door een gebrek aan beperking. a.h.w. meer dan anders ooit gevonden kan worden.

Sommigen verlangen dat ze anders zullen zijn dan anderen. Zeer veel mensen worden in hun leven – geestelijk zowel als stoffelijk – vooral gedreven door de behoefte om iets meer, iets anders te zijn dan degenen, die rond hen zijn. Wie dit echter doet, beperkt zichzelf. De Schepper is alle dingen. De kracht van die Schepper is in alle dingen. De waarheid van die Schepper leeft in alle dingen, of ze erkend wordt of niet, of ze voor u kenbaar tot uiting komt of onzichtbaar blijft. Gelijk te zijn aan de kern van alle leven, zelf levend te zijn bovenal, dat lijkt mij voor de mens de juiste weg. Want wie in zich voortdurend zoekt naar de uiting van leven, en levende kracht, wie in zich niet zoekt naar bepaalde gaven, maar naar het voortdurend harmonisch zijn in zichzelf en als geheel in die wereld ook gelijktijdig een vervulling te betekenen van de innerlijke krach, die uit God, en die is sterk.

Het Goddelijke Wezen wordt zo vaak misbruikt om duidelijk te begrijpen – wat zeker ook in een bijeenkomst als deze voornaam is -, zal men eerst elke gedachte aan, onderscheid of aan verschil terzijde moeten stellen. Is een van u ziek, wij zijn allen ziek. Is een van u sterk, wij zijn allen sterk. Er is geen verschil. Er is slechts de eenheid, die zich op vele wijzen kan uiten, maar essentieel gelijk blijft.

Dit zie ik als het bindende principe van alle sferen en werelden. Dit stel ik boven elke Kosmische golf en invloed en elke verandering van fase in het leven van uw wereld. Waar die eenheid is, is al het andere onbelangrijk. Dan kunnen wij daar slechts aan toevoegen naar ik meen dat ons streven vaak verkeerd is, omdat wij de eenzijdigheid teveel zoeken.

Er is vaak ook de neiging van de mens, die dezer stellingen aanvaardt, om te zeggen; dan zal God het wel doen. En is het niet God, dan is het de geest, dan zijn het de heiligen, dan zijn het misschien de dienende geesten of de magische en occulte krachten. Besef wel, dat wie waarlijk leeft uit het Goddelijke een volledige openbaring van die Kracht door zijn wezen geven moet. Zijn eigen uiting en verantwoordelijkheid omvat niets slechts zijn bestaan, maar alle innerlijke en als juist erkende taken, of zij aangenaam zijn of niet.

Werken uit de Goddelijke kracht is niet daadloos. Zonder enige illusie drijven op het daadloze.

Het is wel degelijk het uiten van de eigen mogelijkheden, zonder daaraan echter een begrip omtrent eigen belangrijkheid, eigen begaafdheid of zelfs maar eigen recht of verplichting te verbinden. Wees uzelf. Maar dan zo volledig als u kunt. Op die manier alleen zult ge volgens mij waarlijk God tot uiting brengen.

Er zijn altijd verdelingen en systemen, waarbinnen wij het beeld van de Schepping begrijpelijk kunnen maken. Er zijn de gedachten als de Hemelse Roos, het Ademend Niet, De Onzichtbare, Die Zich uit. Maar alle zijn slechts een voor het begrip (innerlijk en menselijk) bestemd beeld.

Geen enkel van die beelden is onvoorwaardelijk waar. Al die beelden zijn alleen maar een benaderingsmogelijkheid tot de juiste innerlijke gesteldheid. Daarom mogen wij nimmer een systeem verheerlijken. En al zult u ook hier door mijne vrienden en mijn broeders en mijn meerderen geconfronteerd worden met systemen, met denkwijzen, zo moet u begrijpen dat dit slechts wegen zijn naar een niet omschrijfbaar doel.

Er is geen waarheid die de mens kan begrijpen. Elke menselijke waarheid is onvolledig, en daardoor – zodra ze absoluut wordt gesteld – leugen.

Daarom zien wij alle dingen waar, zover wij ze kunnen beseffen. Wij zien ze nimmer als al bepalend of als enig. Alleen op die wijze kunnen wij God beseffen.

Ik geloof in deze dingen en ik weet, dat juist daar, waar wij een ogenblik ons begrip van streven en. taak verwerpen om saam te zijn in wat men noemt “een uitstorting van licht”, het onderscheid tussen ik en ik is uitgeblust. Dat de hoogste kracht, en de eenvoudigste geest of mens één zijn zonder beperking en zonder enig persoonlijk besef. En dit zijn de uitstortingen van kracht, die voor de Witte Broederschap en uw aarde van groot belang zijn. Dit is de kracht, waaruit sterren en planeten worden geschapen.

Wij hebben een taak. Een taak, die wij nimmer volledig zullen kennen. Wij hebben een aandeel in de Schepping. Maar wij zullen nooit begrijpen, waarom ons aandeel belangrijk is.

Wij hebben een contact met medemensen nodig. En wij zullen nooit begrijpen, waarom dat contact belangrijk is. Wij maken ons illusies. Maar steeds weer moeten wij terugkeren naar de kerm, naar deze “dood” van de persoonlijke begrenzing in het begrip van de grote eenheid.

Steeds weer moeten wij al, wat denken te bezitten durven verliezen in deze eenheid opdat wij waarlijk onszelf kunnen zijn en onze taak vervullen.

Er zijn er onder u die misschien menen sterk tekort te schieten, grote fouten te hebben, gebreken. Te vertonen. Maar zij beseffen niet, dat deze ook hun zin en betekenis hebben. Wie de geestelijke assimilatie-mogelijkheid met het hogere vindt, ja, wie dit opgaan in het met gedachten-onomschrijfbare, het vanuit menselijk standpunt onbepaalde beleven kan zal echter ervaren dat deze dingen bijzaak zijn. Dat zij niet belangrijk waren. Wie in de eeuwigheid leeft en de eenheid met de Schepper vind herleeft elk ogenblik opnieuw. En met het tikken van een tijdsmoment, het verspringen van een enkel atoom in zijn baan, ja, zelfs met de simpele beweging van een elektron, dat via een andere dimensie wisselt, sterft hij en staat hij op, zelfs niet beseffend dat hij sterft, dat hij herleeft. Gij sterft voortdurend. En al met u sterft voortdurend. En gij herleeft voortdurend en meent toch een eenheid te zijn, Mijne vrienden, die eenheid kan alleen bestaan buiten tijd. Zij kan alleen bestaan buiten beweging, buiten geuite kracht. Zij kan alleen bestaan in de werkelijke rust, die wij God noemen. Daarom is het beroep op die God zo belangrijk. Deze, erkend in ons, geeft zin aan wat wij zijn, aan ons slagen en ons falen. Hij is het, die ons buiten tijd ervaren doet, dat wij niet alleen zijn. Meer nog dat wij niet zelf zijn, maar dat wij zijn deel van een onoverzienlijk geheel. Een geheel dat een zin heeft, waarin elk van de kleine dingen, gebreken, fouten, successen, bereikingen, wordt tot zinvol en belangrijk niet in tijd maar juist in deze eeuwige uiting. ( zoals het woord, dat ik citeerde, zo mooi zegt) de kracht zich uit om zichzelf te erkennen en toch zichzelf blijft. Deze beschouwing aan het begin van dit jaar zal u m.i. veel steun kunnen geven bij het verwerken van en begrijpen van datgene, wat de gemeenschap, geuit in vele entiteiten zoals ik, u brengt. Moge dan de kracht die ons één heeft gemaakt, neen, die onze eenheid is, het ons mogelijk maken door deze eenheid buiten alle menselijk begrip om misschien een waarheid te bereiken, waarin wij niet vrezen of begeren, maar zijn in een volledige vervulling.

0-0-0-0-0-0-0-0 

 Verbondenheid van het ik met God in de differentiatie van klank

Datgene, wat mijn voorganger heeft gezegd, is de waarheid van het Goddelijke. Het is de kern van ons aller wezen en ons aller bestaan, het is de zin van regen en zonneschijn, het is de zin van het schijnbaar zinloze, het is de betekenis van het onbegrepene.

Maar wij zijn niet slechts die eenheid. Wij zijn wel degelijk ook onszelf. En het bewustzijn, dat wij van onszelf bezitten en van de wereld, waarin wij leven, het begrip dat wij hebben van geestelijke waarden en krachten, is dan ook wel degelijk deel van Het Al.  Het is eenvoudig om alle dingen weg te vagen en te zeggen: Ziet dit is de enige waarheid.

Maar die enige waarheid omvat ons bestaan. Het omvat niet slechts ons bestaan in de beperkte zin van mens-zijn of geest zijn. Het omvat de veelheid van werkingen, die liggen tussen ons en de kosmos, de ruimte, de krachten die onszelf beroeren en de krachten, waarmee wij anderen beroeren. En het zijn deze dingen, die naar ik meen even belangrijk zijn, ja, soms zelfs belangrijker dan dit vage begrip, dat alleen in uzelf tot een concrete uiting kan komen.

Wat mijn voorganger sprak is iets, dat alleen zin heeft wanneer het leeft in uzelf. Wat ik u zeggen wil is gebaseerd op de ultima van dat ik. En het zal natuurlijk zijn volle kracht, zijn werkelijke ontplooiing pas vinden, wanneer in het ik die eenheid Is. Maar dat neemt niet weg, dat het behorend tot de uitingen voor de mens vaak belangrijker en sprekender is dan de innerlijke mystieke verbondenheid, waarin de rede voortdurend weer grenzen stelt, omdat zij moet omschrijven vanuit zich.

Er is een magie, een wonderlijke werking die boven het begrijpelijke uitgaat, gelegen in de klank, in het licht, in het geluid, in alle dingen die ge in u denken kunt. Deze verbondenheid van het ik met God kan juist in de differentiatie van klank, van geluid, maar ook van kleur, van geur, van licht, een beeld vormen dat niet werkelijk is, maar dat ondanks dat een persoonlijke werkelijkheid schept, waarin die God beleefbaar wordt.

U weet allemaal, dat wanneer je verschillende kleuren bijeenvoegt als in een vlag, die banen niet werkelijk precies even breed zijn, want dan zou het oog ze zien als ongelijk. U weet allen, dat wanneer bepaalde geluiden samenklinken, het oor niet de werkelijke trillingen hoort, maar eerder harmonischen, die niet werkelijk worden voortgebracht. Zo is het met ons in de geest, met ons leven in de materie, zo is het met ons wezen. Wij beroeren de wereld, de wereld beroert ons. En als wij die beroering op de juiste wijze weten te richten, dan ontstaat er iets, dat niet is ons wezen en niet de voor ons kenbare werkelijkheid, maar iets anders. Iets wat ligt tussen ik en werkelijkheid in. Iets wat een droom schijnt te zijn en toch in wezen echter is, omdat het ons ervaren, ons bewustzijn beïnvloedt. Het is dit, waarover ik u heden wou spreken.

Wij hebben in de loop der tijden veel geleerd. Vanuit de eenvoudige roffelende ritmen van de eerste magiërs, het zoeven van de eerste geluidsslingers, is langzaam maar zeker begrip ontstaan voor de klank als een belangrijk iets. Klanken als het aum zijn niet slechts geworden tot een geloofsbelijdenis, maar tot een middel waarmee je stenen van de grond verheft, waarmee je jezelf bevrijdt van kwellingen. Ze zijn geworden tot een macht, die berust op het innerlijk van de mens, en ook berusten zal op het innerlijk van de geest. Zie hier het belangrijke punt voor ons.

Eens zijn er misschien apparaten en machines geweest, geestelijke machines en apparaten, waarvan men de zin heeft vergeten. Maar nu nog brandt men wierook, al is men vergeten waarom die vluchtige stoffen belangrijk waren. Eens zong men zuiver overlegd de klanken, die bv. het licht van de zon weergaven, of de macht van een goddelijke uiting ergens op aarde.

Nog zingt men, al is men vergeten waarom.

Wij vergeten veel van het oude. Niet alleen als mens, maar ook als geest. Wij proberen langzaam maar zeker om alles zo verstandelijk te doen en zo overlegd, dat de werkelijk bindende kracht teloor is gegaan. En het is moeilijk voor de mens in deze dagen om die oude mystiek-occulte machines op te bouwen en te beseffen.

Maar er zijn nog krachten, die mij steeds beroeren. Daar is de klank, die niet alleen maar betekent een mededeling, een trilling in de lucht.

Er is de klank, die werkelijk kan worden tot een directe weergave van uw innerlijk. Spreek met een stem die leeg is, gedragen, zeurderig en verveeld en al is wat u zegt nog zo belangrijk, men luistert niet. Men wordt door u afgestoten en men gaat heen, Spreek. met een eentonige gelijkheid en uw woorden gaan teloor in een droom, waarin de ander zichzelf ziet en niet wat u uitdrukt. Dat is magie van geluid, van trilling.

Wanneer gij spreekt met emotie, wanneer de werkelijkheid van uw persoonlijkheid meetrilt in het geluid dat gevormd wordt, dan draagt ge niet alleen een betekenis over dan kunt ge met de vreemdste onbenulligste klanken of woorden soms meer uitdrukken dan een ander met een heel boekwerk. Het sidderend onzekere “ja” van een bruid, die gelijktijdig, verheugd is en toch angstig voor de verplichting die zij op zich neemt, die zichzelf a.h.w. wegschenkt en toch zich afvraagt of die gave wel goed is, bevat soms meer dan een hele liefdesroman. En de mensen die het horen kunnen op zo’n ogenblik in zich een weerkaatsing daarvan voelen, een emotie. Een emotie, die meer is dan een denkbeeld. Zie hier het belangrijke punt. Klank is de uitdrukking ook van het onzegbare. Klank is het wonder, dat verder kan gaan dan de rede. Dat zelfs dieper doordringt in het “ik” dan een stoffelijke emotie. Klank is iets, wat de mens kan omscheppen. En klank is iets, waarmee hij vernietigt of opbouwt, vaak zonder het te beseffen.

Wij willen graag de werkelijkheid van God. De werkelijkheid van al die sferen van geest. De mogelijkheid om hen, die in waan en duister verkeren, te helpen maar ook de mogelijkheid om uit hen, die lichtend zijn en sterk, kracht te putten, waar te maken. Dat willen wij op aarde, dat willen wij in de sferen. Dan moeten wij ook leren, dat de trilling belangrijk is. Dan moeten wij leren, dat die trilling, op zich een betekenis heeft. Dan moeten wij trachten vanuit onszelf die trilling waar te maken.

Ik kan u nu voorbeelden gaan geven, zoals al zo vaak voor u gebeurd is. En misschien bereikt men daarmee niets. Want een ieder is anders en de klank is niet alleen maar de trilling. Ze is de persoonlijkheid, die door een trilling wordt gedragen. Ze is een verlangen, ze is een vrees, ze is een hoop en een zekerheid, die de achtergrond, het klankbord vormt, waartegen de klank speelt. Daarom wil ik u bij deze bijeenkomst zeker niet met voorbeelden lastig vallen.

Veeleer wil ik trachten datgene, wat in deze dagen ons allen beweegt, die werken aan het lot van deze wereld, uit te drukken. En ook dat is niet mogelijk in woorden alleen. Maar het kan u misschien helpen om een beeld te vormen van de gevoelens, van de krachten, van de emoties, die leven in die geestelijke wereld rond u. En die daarom naar ik meen ook wel degelijk deel zal uitmaken van de goddelijke wil, zoals die ook in u bestaat.

Het is alsof op een zomerse dag de bomen met beginnende vruchten zich koesteren in de zon. Het is alsof de gloed van rijpheid, die de vruchten siert, belooft dat er een oogst zal zijn zonder gelijke. Maar in de verte zijn er vreemde wolken. Het licht is vaal en groen, alsof het valt door loodruiten, of dat het ziek is. En dan voelen wij ons gehaast en wij zouden de vrucht willen plukken. Wanneer we de hand uitstrekken naar die vrucht, rijp en lokkend en sterk aan een boom, die haast nog in bloei schijnt te staan, zo vers en fris is haar blad, dan is het een handvol as. Leeg en niets.

Verwachtingen, innige hoop, wanhopig verlangen en honger, ze drijven ons om te grijpen naar de vrucht. De vrucht die schijnt te beloven. En als we grijpen, wordt ze as in onze handen. Ze verpulvert en valt uiteen. En we zeggen: Alle wereld is bedrog. En alle leven is zinloos. Wanneer wij tenminste op de grond blijven.

Maar wanneer wij niet grijpen naar de vruchten die lokken, wanneer wij niet in de eerste plaats uitgrijpen naar al datgene, wat ons mooi lijkt op de wereld, wanneer wij zeggen; het geeft niet of we as plukken of een vrucht, maar het licht moet anders zijn, dan moeten we ons hele wezen inzetten. De loden druk van het vreemde licht werkt op ons in en schijnt ons wezen te verscheuren. En onze wil houdt het ik bijeen, tot het de grauwheid ontbindend weer in veelheid van kleur herboren doet worden een licht, dat waar is en vruchtbaar.

De sidderende kracht van je hele wezen is gebonden. Het lijkt of je uitgestrekt bent op een kruis en vastgenageld. Of je tegen de rotsen geklonken bent. Of je opgesloten bent in onderaardse holen zonder uitgang, zonder licht. Een haast wanhopige. strijd. En dan in jezelf licht. In jezelf ruimte. In jezelf het herboren worden. Een opstanding misschien.

Dan kun je de klachten en kreten niet meer verstaan. Degenen, die zien hoe hun vruchten nog uiteenvallen als as, hoe bereikingen worden tot niets en hoe de illusies worden neergeslagen door een loodzware werkelijkheid, zij spreken niet meer van wat je kent. Pulserend en eeuwig is de kern van het licht, waaraan wij ons vastklampen, eeuwig spoedend naar de randen van het Zijn en terugkerend tot de kern zich, openend elk sluitend als de kelk van een bloem.

Gaande als de eb en de vloed door de ruimte waarin wij leven, is er het licht, het bewegende, het levende licht. En dit licht, dat wij in ons kennen, maar dat in de verschijnselen niet zichtbaar is, dat nemen wij op en daaruit vormen wij de positieve kracht en de kleur. Daaruit vormen wij de kracht, die de vrucht heel maakt. En de bedrieglijke vrucht die as werd, vervangt door een vrucht van werkelijkheid.

Dit, vrienden is ons leven, onze strijd. Maar hoe zouden wij zo’n strijd kunnen voeren, als we niet onze eigen trillingen gebruikten om dat negatieve van ons af te jagen. Hoe kan ik u dat verklanken? Ik kan zeggen met de ouden: (onbekende en onverstaanbare namen) Dat zegt niet veel.

De bode van het Licht, die tot mij komt, is slechts de uiting van de kracht, die Licht is. Ik kan uitroepen: God, wees Licht en Kracht in mij. En dit is alles hetzelfde. Ik kan zeggen, juist in het duister, dat rond mij is, wil ik licht zijn. Juist in het onbegrip wil ik zijn het begrijpen. Juist in het lijden, dat al overspoelt, wil ik zijn de troost. Ik wil zijn het evenwicht Gods. Ik wil zijn werkelijkheid zonder tijd.

En als ik dat kan zeggen en geloven in mijzelf, dan heb ik alleen maar één ding gezegd; ik ben onvergankelijk. De schijn der dingen is onbelangrijk, want ik ben onvergankelijk. Al wat rond mij is en lijkt te zijn is onbelangrijk, want ik ben onvergankelijk. En in de onvergankelijkheid is dat ene eeuwige dat schept, de enige kracht die waar is. En hoe ik dan voel en ben naar buiten toe is onbelangrijk. Ik ben onvergankelijk in het licht, uit het licht, door het licht.

Dan is er een siddering en een eenheid als een spanning, die vervloeit terwijl je je realiseert wat je zegt. Het is het steeds terugkerende uitgrijpen naar het hogere. En de golven van de kosmos, zij geven ons dit weer als klank. Een trilling, die misschien veel te laag is om het licht duidelijk te doen zijn, maar die ons beroert en in ons de harmonie met het licht geboren doet worden.

Wij bidden niet. Tenminste niet als smekelingen tot God. Eerder willen wij zijn als de rotsen, die beroerd door de wind zingen hun vreemde melodie, door hen zelf niet gesteld, maar zingende voortbrengen de klank, die hun wordt gegeven.

De trillingen rond u zullen voor u allen in de loop der tijden klank zijn of een geestelijke beroering. Voor weinigen zal er licht en kleur zijn op deze wereld, want licht en kleur ziet men zo snel niet. En ze blijven teveel aan de buitenkant. De levende klank, de levende trilling, die uit ons herboren wordt en door ons uitbaar wordt, is er voortdurend. Wij kunnen hen alleen bereiken, wanneer wij gaan door een rijk, dat ons lijkt te zijn een vervallen ruïne. Het lijkt ons alsof wij moeten gaan door stilstand en ondergang, omdat wat wij schoon achten vergaat en we de schoonheid niet beseffen van wat is.

Niet altijd is er het jeugdig, vreugdig dansen in de zon. Maar wat wij bereiken, wat wij zijn voor en met u, dat is op den duur de eb en vloed van het Werkelijke, het eeuwig scheppende Licht. Wat wij zijn is niet slechts de schim, het schijnbeeld door de eeuwigheid geworpen, maar de eeuwigheid zelf zoals ze zich uit, ook in de beelden van een schaduwwereld.

Vind de innerlijke eeuwige vibratie en ge vindt al die dingen. Leer de beperkte vibratiemogelijkheid die je kunt gebruiken. En zonder het te beseffen vorm je de wereld van verlies om tot één van gewin. Maak je uit de schijn van vruchtbaarheid een werkelijke oogsttijd. Maak je uit het dreigend licht de zon van een nieuwjaar.

Dat is ons werken in deze dagen. Dat is de kracht, waarin wij leven. En naar ik meen, vrienden, is dat ook de kracht waaruit gij zult kunnen leven. Wanneer de vibratie klinkt van het woord, wanneer de vreemde stemming u aangrijpt, sta niet stil wanneer uw wereld somber en vol ruïnen lijkt, maar ga verder. Wees niet beangst, maar erken de bloei. Wees niet stuurloos, maar bestuur de kracht, die u gegeven wordt volgens het wezen, dat uw kern is. Zo alleen kunt ge in deze dagen bereiken.

Ik geloof dat ik hiermede mijn beperkte, bescheiden beschouwing mag beëindigen. We zullen elkaar waarschijnlijk meer ontmoeten. Maar slechts wanneer niet de woorden, maar de trilling van mijn wezen spreekt tot de trilling van uw wezen, zullen wij elkaar misschien verstaan.

Daarom zal ik strijden meer met mijzelf misschien dan met de kosmos opdat het onzuivere zuiver worde, opdat het vervallene zijn nieuwe zin, bestemming en bloei vinde en opdat ik zelf, eeuwiger en intenser dan ooit, niet slechts oneindig ben, maar oneindig deel ben van alle zijn oneindig ook in de erkenning van een liefde, die alle dingen omvat. Ik geef het woord aan uw controle, die de bijeenkomst voor u ook zal sluiten.

0-0-0-0-0-0-0-0

U hebt, twee stemmen gehoord. En u hebt op twee wijzen de kracht gehoord, die zo dicht lijkt te liggen bij het eigenlijke bestaan en die vaak zo vaag lijkt te zijn. En daarom lijkt het mij goed, dat ik aan het einde van deze bijeenkomst u iets meer mededeel over deze beide sprekers.

Zij behoren beiden tot de hoge graad (niet de hoogste, maar toch de zeer hoge graad) van ingewijden, die leiding geven aan de Witte Broederschap en die de erkenning dus in de geestelijke lichtsfeer zelf voorbereiden en dan naar de mensen op aarde brengen. Het zijn dus geen kleine of onbelangrijke geesten. Het zijn wel degelijk meesters in de zuiverste zin van het woord.

Zij, die behoren tot respectievelijk het gouden en witte licht, zijn voor ons geesten, die hier zo’n klein beetje de zaak mogen organiseren. Zo iets als voor u een vorst of een vorstin. Maar wij zijn aan de andere kant toch broeders en verwant.

De kern van deze betogen ligt buiten de woorden. Ze vindt ergens een bevestiging, die redelijk niet helemaal juist is bij sommigen van u. Ze vindt elders een gevoel van onbehagen, dat al evenmin helemaal redelijk is. Ik heb u aan het begin reeds gezegd deze dingen zijn niet redelijk en ook deze bijeenkomst is in haar wezen meer bovenredelijk dan redelijk ingesteld.

Zou je die dingen al tesaam moeten vatten, dan zou je alleen dit kunnen zeggen: De geheimen van ons eigen wezen, die wij zo angstig voor onszelf verbergen, bevatten de sleutel van de oneindigheid, waarvan wij deel zijn. De beperkingen waar wij ons niet buiten durven begeven, omdat wij menen verloren te gaan, zijn alleen maar de bescherming tegen de overvloed van kracht, waarmee wij geen raad zouden weten; de oneindigheid, waarvoor wij nog bang zijn.

Ik zou zo door kunnen gaan, maar dat is wel de kern van de zaak. En daarom mag ik nu deze avond besluiten met een aanhalen van woorden, wederom woorden, die dus ergens gevormd zijn, maar die niet tot uw eigen wereld behoren. Ik meen nl. dat deze leringen, die tot uzelf gekomen zijn in de laatste tijd, voor u een aanvaardbaar en redelijk slot kunnen vormen voor deze bijeenkomst.

Slechts het graan, dat in de aarde sterft, brengt veelvoudig vrucht voort, Slechts de schijn van illusie, die vergaat, brengt werkelijkheid voort. De kracht in allen is gelijk, maar de kracht moet in het vergaan, in het opgeven misschien, in het aanvaarden herboren worden, voor zij kenbaar wordt. Het is vaak nodig te sterven in een zee van bloed om te kunnen leven in eeuwige vrede. Het is vaak noodzakelijk de schijn van verlies te ondergaan om waarlijk te bezitten.

 Degene, die ons deze leringen gaf, voegde daaraan toe:

Want de waarheid der dingen is verborgen. En eerst wanneer dat, wat verhul, teloorgaat, vindt de waarheid zichzelf. Gij zijt waarheid en in waarheid zult ge herboren worden.

En tot ons sprak hij:

En de wereld die gij behoedt (voor u is dat dus de wereld, waarin u leeft) is waarheid, die op het punt staat dichter tot zichzelf te keren. En zoals alle sterven nodig is voor herboren zijn, zo zal veel sterven, opdat herboren moge worden.

Wees dan bereid, niet op uwen dood, maar op uw hergeboorte. Droom niet en vrees niet de nacht, doch bereid u voor op de morgen. Want ziet, de verwachting van licht doet het duister voorbijgaan, maakt de dood tot een spel en het leven tot de intensiteit van bereiking, die voor ons allen noodzakelijk is.

Met deze – naar ik meen – nogal getrouwe overzetting van een lering ons gegeven, besluit ik voor u deze bijeenkomst. Ik hoop dat de kracht, die hierin gelegen is een kracht, die niet in de eerste plaats bestaat in een overweldigd worden of in een trucje maar alleen maar in een trilling voor u moge zijn een vorm van ontspanning, een vorm van bewustwording, van een kracht en een vertrouwen, waardoor u meer zult kunnen zijn en presteren in de dagen die komen, dan u misschien nu mogelijk acht.

image_pdf