Verwachtingen

uit de cursus ‘Achtergronden van de werkelijkheid’ ( hoofdstuk 5) – februari 1976

Verwachtingen

Als wij proberen de wereld te overzien in de toestand waarin wij haar aanschouwen en kennen wanneer we op aarde zijn, dan krijgen wij altijd weer het gevoel: wat moeten wij van de toekomst verwachten? Het ziet er altijd erg donker uit.

Nu moet u niet denken dat dat iets bijzonders is. Het is altijd zo geweest. De mens ziet namelijk het negatieve in zijn eigen tijd en probeert zich voor te stellen dat het niet zou bestaan. Dat kan hij niet, dus neemt hij aan dat het in de toekomst erger zal worden. Het is een soort groeiende economie, maar dan op het gebied van het onaanvaardbare.

Wij hebben echter ook te maken met grote geestelijke invloeden. U kent het allemaal, de Witte Broederschap is voortdurend met deze wereld bezig. Ze houdt zich bezig met wat er overal gebeurt. Er zijn ook andere geestelijke krachten, die dichter bij de wereld komen. Zij proberen ook wat te doen. Er zijn stoffelijke invloeden. En door al deze invloeden ziet de toekomst er vaak heel anders uit dan een mens zich voorstelt.

Nieuw ras

Er zijn op dit ogenblik al enkele typen van een nieuw ras op deze wereld.  Mensen die anders zijn. Je kunt ze niet definiëren. Een paar professoren proberen dit te doen, maar ook zij weten niet wat ze er mee aan moeten. Het zijn geen mensen die je als paranormaal begaafden kunt aanspreken, ofschoon ze wel alle kenmerken tonen van zekere paranormale begaafdheden. Je kunt niet zeggen dat ze andere mensen zijn. Het wonderlijke is dat ze beschikken over een soort fluïde, een energie en daarmee gebeuren de vreemdste dingen, vooral met het gevoelsleven van hun medemensen.

Als je verwachting voor de toekomst menselijk moet bezien, zeg je: Er zal wel weer een ander werelddeel de suprematie krijgen. En dan kun je kiezen tussen de rare Chinezen of de zwarte negers en voor de rest niets. Maar als we nu kijken naar de invloeden zoals ze nu optreden en wij kijken gelijktijdig naar de aanlooptijd van het Aquariustijdperk en de werkzaamheden van de Witte Broederschap in de laatste tijd, dan krijgen we toch wel het gevoel dat we de zaak een beetje anders moeten bekijken. Wat is belangrijk?

Toen wij de vorige maal bezig waren over mystiek hebben we het al gezegd. In de mens is een gevoelswereld die veel verder uitgrijpt dan het denken. Maar is die gevoelswereld nu inderdaad zo vreemd aan de rede? Bij een normaal mens is dat inderdaad het geval. Aan de andere kant reageert de gevoelswereld toch op feiten, toestanden, situaties en wat meer is, die gevoelswereld reageert accurater en sneller dan het redelijk denken dat doet. Zou er misschien een tweede soort denken zijn die niet zonder meer onderbewustzijn genoemd kan worden, maar die in de gevoelswereld zetelt? Dit is een vraag, die je je als mens moet stellen, meen ik.

Wat wij op dit ogenblik zien van de ontwikkelingen in de toekomst, doet ons veronderstellen dat dit inderdaad het geval moet zijn. Want wij krijgen te maken met mensentypen waarvan de gevoelswereld steeds meer in het redelijke doordringt, mystici. Maar geen mystici die buiten de mense­lijke werkelijkheid treden. Neen, mystici die in de menselijke werkelijkheid doordringen, die haar totaal anders gaan zien en beleven. Ik ben zo vrij geweest om voor u na te gaan wat er eigenlijk aan de hand is, en wat men er bij de Witte Broederschap en bij andere instanties aan onze kant denkt. Het volgende citeer ik zo goed mogelijk:

“De mens van heden is sterk tegen zichzelf verdeeld. Het is zijn onvermogen om te leven en te reageren als een eenheid, waardoor hij de problemen in zijn wereld veroorzaakt. Op het ogenblik echter dat hij zijn volledige eenheid kan bereiken, zal hij in staat zijn om zijn gehele wereld op een nieuwe wijze te benaderen evenals zijn medemen­sen en daarnaast vele van de geestelijke wereld en kosmische invloe­den, die in zijn wereld een grote rol spelen.” Ik dacht: dat is mooi, maar wat willen ze ermee? Ik ben dus daarop door­gegaan en na een uitwisseling van beelden en gedachten kreeg ik van de Witte Broederschap het volgende:

“In de totale spanning die is opgebouwd in deze periode, een spanning die zowel de sociale, de economische als de religieuze structuur van de mens aantast, zal de mens moeten zoeken naar een nieuwe weg. Om die nieuwe weg te kunnen volgen, zal hij een bron van energie moeten vinden. Deze is niet te vinden in drugs. Ze kan al­leen worden gevonden via bepaalde methoden van persoonlijkheidsontwik­keling. Die persoonlijkheidsontwikkeling impliceert een toenemen van de eigen energie. Geestelijk zowel als ten dele stoffelijk. Indien iemand meer van die energie krijgt, zal hij daardoor niet alleen een gevoeligheid hebben voor een groter deel van zijn omgeving, maar hij zal bovendien in staat zijn om kleinere invloeden te registreren dan hem voordien mogelijk was. Wij nemen aan dat een dergelijke mens zich aan het ontwikkelen is en dat hij zeker voordat de Aquariuscyclus ten einde is op aarde in meer dan voldoende aantallen aanwezig zal zijn.”

“Wij nemen ook aan, dat deze mens de grens tussen onze wereld (de sferen) en de mensenwereld zal kunnen doorbreken en zo zijn besef zal kunnen uitbreiden tot de geestelijke werelden waarin wij nieuwe mogelijkhe­den zien voor ontwikkeling en bewustwording van de gehele mensheid.”

Weer erg mooi, maar laat mij nu eens zien of ik nog andere autoriteiten te pakken kan krijgen. Want de Witte Broederschap heeft altijd wel mooie plan­nen, maar ze geeft zelf toe dat ze die niet altijd kan verwezenlijken, ze is afhankelijk van de heersende omstandigheden. Ik ben daarom gaan kijken bij een groep van hoge ingewijden of entiteiten van de hoogste sferen als u dat lie­ver heeft. In deze groep heb ik hetzelfde probleem gesteld: Wat is er aan de hand met de wereld? Toen kreeg ik dit te horen.

“Er is een cyclus van incarnaties die bijna afgesloten is. Er zijn dus zielen die met zoveel bewustzijn naar de wereld kunnen terugkeren dat zij in staat zijn een groot gedeelte van hun geestelijke waarden in een stoffelijk bewustzijn over te brengen en daarin zodanig vast te leg­gen dat door geen enkel gebeuren noch geboorte, noch andere schok­ken dit bewustzijn van de totaliteit van het ‘ik’ verbroken kan worden.”

Wat gaat dit voor de wereld betekenen?

“In het begin gebeurt er heel weinig. Maar iemand die de totali­teit beseft, zal die ook veel gemakkelijker aanvaarden en liefhebben. Want het begrip voor alles wat er zich afspeelt, betekent ook dat men veel dingen, die de mensen zien als doodernstig, ziet als kinderspel.”

Zoals oorlog?

“Oorlog is gewoon een dodelijke manier van krijgertje spelen voor heel veel mensen.”

En zoals wat meer?

“Als kerkje spelen, politiekje spelen. Die dingen zijn niet echt. Als je dat gaat begrijpen, laat je je ook niet meer pakken door die dingen, maar wijs je ook gelijktijdig alle implicaties daarvan af. Dat betekent dat er steeds meer mensen op de wereld zullen zijn die in staat zijn om alle overdreven stellingen te ontmaskeren. En dit betekent weer dat steeds meer mensen zich bewust worden van hun werkelijke situatie.”

Wat denkt u dat dit betekent in feitelijk gebeuren? Als je met zo’n interview bezig bent, dan vraag je dat. Ik citeer hier het antwoord van twee zeer specifieke Meesters

“Een terugkeer tot de waarheid, zoals die altijd op de wereld is geleraard. Als wij uitgaan van de huidige situatie, dan is er een steeds groter wordend onrecht dat gelijktijdig meer wordt beseft. Daaruit zou een wereldvernietigende strijd kunnen voortkomen. Daarom moeten de mensen tot het begrip van rechtvaardigheid worden gebracht. Maar die rechtvaardigheid is niet zinvol. Ze heeft geen betekenis zonder de liefde. De mensen zullen gaan begrijpen wat ze voor elkaar betekenen. Ze zullen tevens gaan begrijpen wat ze voor elkaar kunnen doen en kunnen betekenen. Hieruit zie ik een opbouw van de gehele mensheid.”

“Er vallen veel grenzen weg die de mensen hebben opgetrokken. Maar dat betekent niet dat we nu een teugelloos en grenzeloos leven op aarde zullen zien. Integendeel, men zal zich veel meer gaan beperken dan nu het geval is, maar alleen op punten die voor het eigen ‘ik’ werkelijk belangrijk zijn.”

In korte termen wanneer denkt u dat dat gaat gebeuren?

“Het begin is er. Meesters hebben gewerkt. De invloeden van de Meesters zijn nu op aarde kenbaar aan het worden. Zij hebben in vele mensen veranderingen en mogelijkheden geschapen. Daardoor komen er nieuwe incarnaties. Wij moeten aannemen dat het nog ongeveer 1,5 à 2 generaties duurt voordat die veranderingen ver genoeg zijn gevorderd om overal in de wereld invloed uit te oefenen. En er zullen ongeveer 30 jaar voorbijgaan voordat er van een redelijke opbouw sprake is.”

Dus het jaar 2000?

“Het begint al voor die tijd, maar dan weten ze nog niet waar ze naar toe willen. De opbouwpogingen beginnen over 5 à 6 jaar. Maar voordat er mensen zijn, die door hun achtergronden en geestelijke wijsheid, een bijna afgewerkt karma en alles wat erbij hoort in staat zijn om te weten wat het juiste doel is, reken maar dat dat nog even duurt. Wanneer het jaar 2000 voorbij is begint de werkelijke opbouw, de consolidatie.”

Betekent dat een veranderingen in de wetenschap?

“Het menselijk weten zal niet veranderen, daar het zal zich uitbreiden. In de mens zal een groter begrip komen voor de eenheid van alle feiten en daarom zal men ook veel eerder overgaan tot eenheid in alle wetenschappelijke disciplinen. Dan kan de een de ander aanvullen en kunnen er resultaten worden bereikt, die nu ondenkbaar zijn.”

Ook technisch?

“Och, de techniek op het ogenblik is ver genoeg gevorderd. Ze zal misschien wat verfijnd moeten worden. Maar van werkelijk grote revoluties op technisch gebied moet u maar niet dromen. Dat kan eerst wanneer de mensheid zich heeft aangepast aan de nieuwe toestanden en dus weet wat ze nodig heeft.”

Wat is naar uw mening op dit ogenblik de belangrijkste invloed op aarde?

“De krachten uit de geest proberen het licht mogelijk te maken. De krachten uit de kosmos trachten lichte mutaties mogelijk te maken waardoor grotere geestelijke krachten en bewustzijnsvormen op aarde kunnen incarneren. De mogelijkheid voor velen van ons (dat was kennelijk bedoeld voor de hoogste geesten) om weer een direct contact met de wereld op te nemen en zelfs voor die wereld een contact mogelijk te maken dat reikt naar andere sterrenwerelden, zodat de mens niet meer alleen is in het heelal.”

Als je dat zo hoort, want ik heb u zoveel mogelijk in woorden weerge­geven wat die communicatie voor mij heeft betekend, dan ga je verder con­clusies trekken en zeg je: Wat er op dit moment aan de gang is, is eigenlijk de buitenkant. Als er wordt gesproken over mutaties, dan moeten er toch wel eigenaardige stralingen losbreken Dat kan niet zonder meer. Dat zal misschien samenhan­gen met de veranderingen, die op het ogenblik in de bovenste luchtlagen plaatsvinden, de geleidbaarheid van bepaalde atmosferische lagen bv. is veranderd. Dat zou kunnen betekenen een sterkere straling van de zon. Het kan ook betekenen dat de zon misschien stralingen van andere sterren ontvangt of in een veld in de ruimte terecht komt waardoor haar eigen wer­king verandert. Dat zou op betrekkelijk korte termijn moeten gebeuren. Ik heb geprobeerd na te trekken wat de kosmische invloeden verder zijn. Wij hebben kunnen constateren dat het aantal stralingen dat de aarde op dit moment bereikt, toeneemt. Een groot gedeelte ervan zijn stralingen uit de kern van het Melkwegstelsel. Daarnaast zijn er een drietal stralingen, die ongeveer komen uit de buurt van de Kolenzak, die schijnbaar van andere origine zijn, misschien van antimaterie. Deze stralingen bereiken de aarde en hebben waarschijnlijk iets te maken met de vernieuwingen die zich aan het afspelen zijn.

Ik heb getracht om ook nog andere krachten na te gaan. Daartoe heb ik mij gewend tot een groep, die men meestal niet zo gemakkelijk aanspreekt. Zij horen bij wat men noemt: het Verborgen Priesterrijk. Ik heb hun gevraagd wat ze dachten van de toekomst. Of de Heer der Wereld zou opstaan.

“Neen, de Heer der Wereld is ontwaakt, maar hij zal niet te voor­schijn treden uit de verborgenheid.”

Dat is een antwoord waarover je even moet nadenken. De conclusie die ik hieruit trek is (men heeft het niet ontkend, dus zal het wel waar zijn), dat er een kracht in de aarde tot nieuw leven is gewekt. Maar die kracht zal zich althans in de komende periode nog niet manifesteren. Misschien later. Wij moeten aannemen, dat het minstens 7 à 800 jaar duurt voordat die kracht op de een of andere manier in verschijning kan treden. Mijn volgende vraag aan deze groep was: Verwacht u op dit moment gro­te inwerkingen? Het antwoord in de terminologie van de groep was:

“De boden zijn uitgegaan en zij zoeken reeds degenen die zonder merkteken zijn.”

Wat bedoelen zij daarmee? Dit blijkt nu een toespeling te zijn op de Openba­ringen. Als een mens eenmaal te sterk gebonden is aan de materie en de be­strevingen van de materie, dan schijnt hij voor deze groep niet bereikbaar te zijn. Men heeft dus geprobeerd om die mensen te vinden die nog vrij staan in de wereld. Degenen die dus wel geestelijk streven, maar die niet gebon­den zijn aan een systeem, aan bepaalde angsten en bezittingen. Het is duide­lijk dat “het uitgaan van boden” betekent dat men daarmee iets van plan is. Dus vraag je: Wat verwacht u hieruit?

“Er komt een ogenblik dat de uitverkorenen hun licht zullen doen schijnen. Uit hen, die nu gevonden worden, zullen zij voortkomen die licht zullen doen schijnen. Uit hen, die nu worden gevonden, zullen zij voortkomen die licht zijn in duistere dagen. Zij zullen het mogelijk maken dat het mens-zijn een volgende fase bereikt.”

U hoort het, bij ons hebben ze ook ambtelijke taal. Het is een speciale groep en dit moet je maar aanvaarden dat ze het op hun manier weergeven. Mijn visie was onmiddellijk: u neemt dus aan dat er nu over de gehele wereld mensen tot elkaar zullen worden gebracht, die een nakomelingschap gaan voortbrengen, die in staat is om hogere geesten te ontvangen en gelijktijdig grotere werkingen tot stand te brengen?

“Ja, dat is wel zo.”

Toen heb ik dat onmiddellijk gecombineerd met hetgeen ik u zo even heb geciteerd. Dus dat betekent dat er in die mensen een veel grotere kracht kan ontstaan en dat gelijktijdig hun denken wordt verruimd? Na enig aarzelend zwijgen kreeg ik een beeld dat in woorden uitgedrukt ongeveer als volgt moet worden weergegeven:

“Er zijn reeds lichten op deze wereld.”

Anders gezegd: er zijn reeds persoonlijkheden waarin zich een fusie voltrekt. En als ik de voorstel­ling juist heb gelezen, dan betekent dit een uitbreiding van het beschik­bare redelijke denkvermogen met ongeveer 50%. Dat is misschien niet zo heel veel, maar het is toch aanmerkelijk meer. Er is een hoger I.Q. moge­lijk, maar vooral een groter combinatievermogen. Er kunnen meer feiten ge­lijktijdig worden beschouwd en het gehele denkproces kan zich nu via ver­schillende denksporen versneld afspelen.

Het beeld toonde verder, een mens die a.h.w. een ogenblik wegvliedt in een soort straling (je ziet alleen licht en dan komt de menselijke vorm weer terug). Ik heb dit zo geïnterpreteerd en ook dat is niet ont­kend dat het juist zou kunnen zijn: deze persoonlijkheden hebben een veel groter geestelijke beheersing over de materie dan de doorsnee mens nu. Het zou kunnen betekenen dat ze in staat zijn te materialiseren en te dematerialiseren, maar voor hetzelfde geld zouden ze ook materie kunnen veranderen totdat ze beantwoordt aan de eisen die zij aan de materie stellen. Mijn vraag of dat heel snel zal komen werd niet goed beantwoord, tenminste dat vind ik. Het antwoord was namelijk.

“Zij die kunnen, zullen niet. Maar eens zullen zij die kunnen, redden met wat zij kunnen.”

Daar zit je dan tegen zo’n uitspraak aan te kijken. Ik heb daarvan geen nadere uitleg gekregen, maar tezamen met de andere gegevens die ik heb gekregen, kwam ik tot de conclusie dat hier kennelijk wordt gedacht aan een tijd waarin een zekere begaafdheid, die een beperkte beheersing van de materie inhoudt en waarschijnlijk ook een zeer grote beheersing van geestelijke en mentale krachten, gebruikt zou kunnen worden om de gevaren voor de mensheid op te heffen of te voorkomen dat er iets onherstelbaars gebeurt.

Dan kom ik nog tot de conclusie dat het mogelijk moet zijn om bv. uranium te veranderen in lood of goud. Met andere woorden: je zou dus in staat zijn om atoombommen onschadelijk te maken, indien dat nodig zou zijn. Dat lijkt mij iets verheugends. Het zou op dezelfde manier mogelijk zijn om schadelijke viri te veranderen in onschadelijke. Het zou misschien zelfs bepaalde gene­tische veranderingen tot stand kunnen brengen. Dat kan ik niet helemaal overzien. In ieder geval zal het een totaal andere wereld zijn dan die je als mens verwacht.

Wij hebben in de Orde (Orde der Verdraagzamen) daar ook het nodige over gezegd, want als je met verwachtingen bezig bent, is iedereen wel geïnteresseerd. Daaruit komt dan het volgende voort, waarbij ik zo vrij ben om het helemaal in mijn eigen termen te gieten en mijn eigen mening wat meer de boventoon te laten voeren dan die van de andere leden van de Orde. Per slot van rekening, wij zijn ongeveer gelijk; dus wie gelijk heeft weet je niet.

Wij bevinden ons nu in een periode waarin toenemende prikkelbaarheid, maar ook een onverklaarbaar aantal toevalligheden, die zonder dat de mensen het beseffen door hen zelf worden veroorzaakt, een rol gaan spelen. Dit zal waarschijnlijk op elk gebied gebeuren, dus zowel t.a.v. natuurkrachten als van technische processen en wat er verder mogelijk is. Ik heb het gevoel dat dit op zeer korte termijn zal optreden. En dan denk ik niet aan het jaar 1980, maar wel degelijk aan het jaar 1976. Ik vermoed dat dit in toenemende mate gaat gebeuren.

Er zal een schijn van onredelijkheid door de wereld trekken, omdat de mens niet kan verklaren wat er gebeurt. De gewone mensen zullen proberen zich te verzetten. Zij zullen trachten de greep op het gebeuren terug te krijgen, maar door dit te doen zullen ze juist worden geconfronteerd met de geestelijke krachten, die bewust of onbewust door anderen worden gebruikt. Ik meen dat hierdoor overal een zeer snelle ontdekking van geestelijke ver­mogens het gevolg zal zijn. Dat betekent volgens mij dat de westerse wereld – of moet ik zeggen de hoger beschaafde landen –  opeens te maken krijgen met geheel nieuwe krachten en gegevens. Dat zal verwarrend werken. Ik neem aan, dat er heel veel paniekbeslissingen zullen worden genomen in de komende periode en dat zal wel eens 10 tot 20 jaar kunnen duren.

Toch zijn er op dit ogenblik, als ik uitga van die uitspraken, mensen die al uitgezocht zijn als ik het zo mag noemen. Mensen, die onder een bijzondere geestelijke leiding komen te staan en die door hun inhoud en door de wijze waarop ze tegenover het leven staan, kunnen meewerken aan een groot geestelijk project.

Het schijnt dat dit te maken heeft zowel met wat die mensen zelf doen en denken alsook met het nageslacht dat ze zullen voortbrengen. Het schijnt dat er een nieuwe opvoedingsmogelijkheid zal komen en dat impliceert volgens mij dat er nu reeds heel veel dingen voor de toekomst waarover wordt gesproken aanwezig moeten zijn.

Toen wij dat allemaal in de Orde besproken hebben, hebben we gezegd: Dat brengt onvermijdelijk overal een grote chaos teweeg. Verwarringen worden door de mensen meestal opgelost met een dictatuur. Dat is ook heel vreemd. Als een verwarring te groot wordt, is er altijd wel iemand die denkt dat hij alleen het beter weet. Daarom nemen wij aan dat er in de komende jaren een toenemende mate van dictatuur en dictatoriale ingrepen een rol zullen spe­len. Maar wij geloven ook dat de mensen een geestelijke weg zullen leren om zich daaraan te onttrekken.

Een dictatuur is namelijk alleen zinvol, indien ze iets bereikt en een volledige onderwerping bereikt. Maar als er een uitweg bestaat die niet controleerbaar is (dat zou zelfs via poltergeistverschijnselen mogelijk zijn), dan verliest ze haar waarde en betekenis. Ik denk dat een toenemend aan­tal wanhopige dictators moeilijkheden zullen krijgen met mensen die de oude orde willen handhaven. Daardoor zal er veel onrecht en geweld in de komen­de tijd zijn, maar ook voortdurend nieuwe gebeurtenissen die niet beheers­baar zijn, zodat er dictators zullen vallen zonder dat je kunt zeggen waar­om. Regeringen zullen vallen zonder dat er een werkelijke reden voor is.

Bij dit alles zullen er persoonlijkheden op de voorgrond gaan treden uit o.a. de kunstenaarswereld. Werelden, die eigenlijk een beetje buiten de norm staan en die door hun enorm persoonlijk magnetisme in staat zijn om heel veel mensen met zich mee te krijgen. Niet in de zin van: wij verzetten ons tegen het bestaande. Maar in de zin van: dit is niet belangrijk, wij heb­ben belangrijkere dingen te doen. Een vervreemding dus. Ik verwacht dat dit zeker binnen 5 jaar overal zou moeten bestaan. De Orde meent dat dat het volgende jaar reeds kenbaar moet worden.

Er zullen nieuwe grote persoonlijkheden opstaan. Ze komen uit de meest onverwachte hoeken en gaten tevoorschijn. Ze zullen meestal werken in het amusementsbedrijf, of in andere kunstvormen. Ze zullen misschien schrijven, muziek maken, beeldhouwen of schilderen, maar ze staan buiten de normen van de mensheid. En wat meer is, ze trekken zich zelfs terug uit de organisaties en de organisatorische vormen waarin hun terrein zich op dit mo­ment pleegt te vermijen.

Wij nemen aan dat die grote geestelijke gaven en krachten op aarde niet zonder meer mogelijk zijn. Dat kan alleen indien al die grote geeste­lijke krachten, die zich in alle sferen toch ook weer met deze aarde bezig­houden, daaraan medewerken.

Welke krachten zien wij het dichtst bij? De Liefdesgeest (de Christos) blijkt nu veel dichter bij de wereld te zijn dan lange tijd het geval is ge­weest. Jezus zelf is er ook bij. Hij probeert dit a.h.w. nog een beetje be­ter te laten doordringen.

Wij zien verder dat de verschillende onthechtingstechnieken hoogtij gaan vieren. Daarin spelen bepaalde hindoe en boeddhistische wijzen een rol en zelfs een aantal mensen waarvan men het helemaal niet zou denken. Bijvoorbeeld Erasmus, die als filosoof een hoog bewustzijn bezit en op het ogenblik ook bezig is iets anders tot stand te brengen dan het begrip dat de vrije zee noodzakelijk is. Wij gaan ons realiseren dat een Spinoza, een Erasmus en dergelijke figuren filosofen zijn. Hun invloed moet dus voorname­lijk betrekking hebben op het denken van de mensen. Gelijktijdig is daar die enorme liefdeskracht, die neiging tot onthechting bij degenen die vatbaar zijn voor de uitstralingen van de daarbij betrokken hoge geesten. Een toene­mend licht dus, een toenemende energie plus nog een verandering van de meer natuurlijke stralingen en krachten rond de aarde. Dat betekent volgens ons op zeer korte termijn een sterke ingreep in het leven en in het gevoels­leven van de mensen.

Een korte beschouwing van een van onze belangrijkere leden bracht mij ertoe om met o.a. Theodotus (de entiteit die deze afdeling regeert) en nog enkele anderen eens even na te gaan wat de mogelijkheden nu zijn. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat voor heel veel mensen het zal zijn alsof het leven stilstaat. Het is leeg. Er is heel weinig te doen. Je gaven en krachten, zo je ze al bezeten hebt, schijnen tot rust te zijn gekomen of, als je ze ge­bruikt, dan is het niet meer met hetzelfde enthousiasme en met de volledige inzet waarmee je het gedaan hebt. Je zit als het ware te wachten op iets nieuws en het komt niet. Deze situatie moet er voor heel veel mensen bestaan, want ze is kentekend voor die verandering.

Wanneer de spanningen de geestelijke inwerkingen gaan veranderen, wan­neer de gehele maatschappij in al haar geledingen steeds meer wordt aan­getast, dan moet je jezelf eerst geestelijk aanpassen en geestelijk veranderen om daartegen bestand te zijn, om begaafdheden op de juiste manier te kunnen gebruiken, je eigen activiteit en je beleving van de wereld op de goede ma­nier waar te maken en inhoud te geven. Wij nemen aan dat die periode van leegte voor heel veel mensen al enkele jaren duurt, voor anderen misschien iets korter en dat het voor de meesten nog zal duren tot 1976 (dat zijn degenen die vroeg zijn begonnen), voor anderen tot eind 1978. Dat is zo’n beetje de grens, die voor deze stillegging bij veel personen met geestelijke inhoud denkbaar is.

Wij zijn sprekend met de hoge omes verder tot de conclusie gekomen dat de Orde eigenlijk niet veel meer kan doen op dit moment dan duidelijk maken wat er aan de hand is. Wij kunnen de mensen een paar technieken bijbrengen en wat ideeën geven, maar veel verder dan dat kunnen we niet gaan, omdat een innerlijke verandering moet worden voltrokken. Het volgende is van Theo­dotus afkomstig:

“Degenen die uittreden zullen wij trachten in hun periode van uittreding een scholing bij te brengen van onze eigen sfeer zodat ze, al zullen ze zich daarvan in de stof niet bewust zijn, een verandering mede kunnen bewerkstelligen in hun totale innerlijk stoffelijk evenwicht. Hierdoor zullen ze waarschijnlijk op kortere termijn gaan reageren. Ze zullen ontdekken dat er veel verandert, ook al zal voor velen van hen het gevoel van machteloosheid nog enige tijd voortduren.”

Ik heb Theodotus gevraagd of dat specifiek voor de Orde is. Het antwoord was: “Neen. Dit is iets wat door vele andere geestelijke groepen over de gehele wereld zal worden. gedaan.” Hier heeft u een soort reportage, hoe moet ik het anders noemen, over datgene wat er aan de gang is.

Wij koesteren allemaal verwachtingen. Een ieder van ons droomt dat wat hij of zij belangrijk vindt eens waar zal worden. Ik geloof dat het in feite wel zal gebeuren, maar dat wij ons de dingen verkeerd voorstellen. Wij projecteren gevoelens op stoffelijke waarden of stoffelijke contacten, die eigenlijk geestelijk veel belangrijker zijn en soms ook omgekeerd. Ik heb het gevoel dat velen van ons daardoor eigenlijk een beetje in de war zijn. Probeer ik mijn verwachtingen verder uit te kristalliseren, dan zeg ik:

In de eerste plaats moeten we verwachten dat heel veel mensen, en dat op korte termijn, innerlijk grote veranderingen zullen doormaken waarbij het onderbewustzijn een van de belangrijkste factoren lijkt te zijn. Dat men verstandelijk precies weet wat men in de uittreding heeft doorgemaakt en wat er allemaal aan de hand is, lijkt mij onwaarschijnlijk. Als er iets van blijft hangen, dan wordt het over het algemeen toch weer aangepast aan het stoffelijk denken en aan de stoffelijke idealen en voor­stellingen die men heeft. Het onderbewustzijn wordt voor de meeste men­sen aanmerkelijk belangrijker in de komende tijd.

In de tweede plaats lijkt het mij dat de hele zaak sterk gebaseerd is op reacties tussen mensen en tussen mensen en geesten. Ik meen dat harmonieën, die bewust gezocht worden, op het ogenblik moeilijk te berei­ken zijn. We zitten in een soort stilstand. Maar soms kun je ineens een harmonie ontdekken zonder dat je weet waaruit ze ontstaat. Je hebt het gevoel hier klikt iets. Vandaag is er iets van betekenis. Dat zal zich voor velen van u manifesteren. Het is een gevoel van verwachting. Verbind die verwachting nooit aan dit of dat zal gebeuren, maar houd er rekening mee dat, als u dat eigenaardige gevoel van spanning krijgt van: nu gaat er iets gebeuren, dat er een verandering plaatsvindt. Wees dan bereid om onmiddellijk aan de verandering mee te werken. Niet u afvragend is dit goed, of is dat goed, of moet ik daar niet eerst over nadenken? Wanneer die verandering optreedt, moet u eraan mee­werken.

Wij menen dat voor het merendeel van de mensen die veranderingen klein zullen zijn. Degenen echter die door veel incarnaties geestelijk een grote inhoud hebben, hebben meer kans op zeer belangrijke punten door impulsen te worden geleid. Wees niet bang voor die impulsiviteit, ook als ze u tijdelijk misschien een beetje doet afwijken van de weg die u tot nu toe heeft gevolgd. U moet dit vooral zien als het gaat om denkbeelden. Zijn er stoffelijke consequenties aan verbonden, dan zou ik zeggen: De traagheid in de stof is zodanig dat wat geestelijk nu tot waarheid is geworden, in de stof alleen met de grootste moeite en strijd realiseerbaar is. Vraag u dus wel af, of het de moeite waard is.

Vele mensen zullen met een geheel nieuw bestaan worden geconfron­teerd. Een innerlijk leven vooral dat zijn weerslag vindt in alles wat u rond u ziet gebeuren.

Verder geloof ik dat we kunnen constateren dat al die verwachtingen gepaard gaan met een onvermijdelijke afbraak van het bestaande. Dat betekent niet dat de Staat der Nederlanden op een gegeven ogenblik wordt ge­liquideerd, maar het kan wel betekenen dat de verhoudingen in de Staat der Nederlanden dermate chaotisch worden, dat in feite het onwettige de enige methode is om te leven. Want wie leeft naar de wet, heeft geen leven meer.

Ik geloof ook dat men veel sterker dan anders moet reageren op de eenzijdigheden van anderen. En dat zal vooral in 1977 – 1978 een grote rol gaan spelen. Dan zal men niet alleen worden geconfronteerd met al­lerlei onsmakelijke zaken (neemt u b.v. de CIA kwestie waarover veel men­sen zich druk maken), maar u zult ook worden geconfronteerd met de on­redelijkheid van samenhangen die u zonder meer heeft aangenomen, dingen die deel zijn geworden van uw leven en uw manier van doen.

Ik meen dat in deze periode die toenemende geestelijke kracht juist een belangrijke rol moet gaan spelen en dat in deze tijd de eerste werke­lijk verlichte figuren reeds op de wereld zullen verschijnen.

Ik verwacht dat, voordat het jaar 1985 voltooid is, er zeer grote en sterke geestelijke veranderingen hebben plaatsgevonden. Hierbij zal de chaos van de wereld weer langzaam vorm en gestalte krijgen, ofschoon niet zoals men dit nu hoopt of verwacht.

Er zal een zeer groot aantal magnetisch werkende figuren onvoor­stelbaar handig leiding geven aan het denken van de wereld. Steeds meer mensen zullen worden geconfronteerd met paranormale machten en vermogens. Die vermogens zullen ze meestal niet zelf beheersen, het zijn eerder situaties waarmee ze te maken krijgen en die ze misschien niet eens begrij­pen. Het zijn denkbeelden, visioenen. Het zijn reacties en belevingen waarmee men verstandelijk misschien geen raad weet, maar waarvan men diep in zichzelf aanvoelt: dit moet ergens goed voor zijn. Ga in deze periode op uw gevoelens af.

De achtergronden van de wereld zijn op dit moment stoffelijk gezien duister, maar geestelijk gezien zijn ze van een toenemend, maar sterk veranderend licht. Het lijkt alsof het duister wordt doorbroken door parelmoeren glanzen. Je weet niet welke kleur er precies in zit, maar het is er allemaal. Toch kun je het nooit op een bepaalde plaats definiëren. Het is geestelijk gezien ijl. De oneindigheid ligt open.

Wat zal er uit die oneindigheid komen? O, geen Zoon des Mensen om te oordelen over de levenden en de doden, tenminste niet zoals men dit gelooft. Geen einde van de wereld. Maar wel het einde van een epoque. Het einde van een geestelijke discipline, van een mentale benadering van het bestaan. Binnen 10 jaar zal volgens mij het duidelijk kenbare begin van een geheel nieuwe geestelijke ontwikkeling op aarde daar zijn. En in die tussentijd zal een ieder van u, ook als u inmiddels zou over­gaan of u dat nu stoffelijk beleeft of niet, in deze werking betrokken zijn. Naarmate u innerlijk grotere kracht heeft, zult u misschien in een uiter­lijke onverschilligheid, maar met een grote intensiteit uw wereld gade­slaan. U zult die krachten zo verwerken dat u zelf steeds meer kunt be­tekenen voor anderen, ook als u die betekenis stoffelijk niet meer kunt omschrijven of vastleggen.

Ik heb dit onderwerp gebracht omdat het past in deze hele reeks. Er zit een beetje mystiek in, ook het gaan van de ene schijnwereld naar de andere waarin de werkelijkheid wat gemakkelijker te vinden is. Het is een onderwerp waarover wij wat langer moeten nadenken. Ik heb voor deze vorm gekozen, omdat ik u hier heb geconfronteerd met een zo goed mogelijke weergave van de denkwijzen en opvattingen uit verschillende geestelijke bronnen, die alle op aarde werkzaam zijn. Voor mijn gevoel voert dit allemaal tot één en hetzelfde. Mogelijk denkt u daar anders over en dat moet u maar aan de hand van de gegeven citaten proberen uit te vinden.

Wie?

Hier rijst de vraag wie zal nu eigenlijk degene zijn die de vernieu­wing brengt? Uit de zaal wordt gewezen op de Wereldleraar, die ongetwij­feld een achtergrond heeft gehad welke zeer dicht bij de moderne wereld ligt. De Wereldleraar was technisch. Hij had een technisch beroep en een groot gedeelte van zijn voorbeelden zijn genomen uit de technische wereld. Dan vraag je je af, waarom wordt dan gesteld dat het juist kunstenaars zullen zijn, die in staat zijn de wereld te vernieuwen? Ik zal proberen dit in het kort duidelijk te maken.

Als je technisch werkt, maak je deel uit van een discipline. Een technicus heeft bepaalde taken. Bij die taken is hij aan vaste regels gebonden. Zijn hele bestaan als technicus is in feite gebaseerd op vaste normen en regels. Hij kan daar binnen inspiratief reageren, maar hij kan nooit buiten deze regels treden zonder gelijktijdig zichzelf als technicus onmogelijk te maken. Zelfs een hoogleraar kan zich dat niet permitteren zonder tevens in een wat wonderlijk daglicht te staan en zijn ongetwijfeld aanwezige technische kennis en kundigheden in twijfel te zien getrokken. Een dergelijke figuur zou dus tweeledig zijn.

Welke mensen worden feitelijk het minst gecontroleerd? Dat zijn de kunstenaars. Zelfs in landen als China en Rusland zijn de kunstenaars een kaste apart. Zij kunnen zich veel permitteren wat een gewoon mens niet kan. Als de gedragingen een beetje afwijken van de norm, dan ver­klaart men dit door te zeggen: Dat hoort nu eenmaal bij de kunstenaars. En ook als je de kunstenaars probeert te onderwerpen aan een staats­discipline, dan nog blijft hen nog een grotere vrijheid. Vaak zijn ze in staat met kleine details indrukken te veranderen en zo a.h.w. hun per­soonlijke inhoud over te brengen op de toeschouwers of toehoorders, kortom, op degenen die het kunstwerk beschouwen.

Als ik denk aan de rol die een gewone cabarettier of een revueartiest kan spelen als hij een bepaalde waarheid misschien temidden van heel veel onzin verkondigt, dan realiseer ik mij opeens: dat kan eigenlijk niemand anders zo goed. Juist omdat het voor hem een uitschieter is (iets wat je meeneemt) en dat door zijn persoonlijke uitstraling toch bij de mensen blijft hangen heeft hij veel meer invloed op het denken van dege­nen die met hem in contact komen dan wie dan ook.

De kunstenaar vindt al heel snel de mogelijkheid zich te uiten via radio, televisie, in grote zalen, zeker als hij succes heeft en zal dus zeer veel mensen kunnen bereiken. Waar vinden wij een beroep dat die­zelfde mogelijkheden heeft? Een politicus? Een politicus is iemand, die gebonden blijft aan datgene wat van hem wordt verwacht. Hij is de representant van de grauwe middelmaat, die hem gekozen heeft om hen te vertegenwoordigen. En hoezeer hij ook bepaalde idealen huldigt, hoe sterk zijn persoonlijkheid ook moge zijn, hij is niet in staat om een totaal ander of een totaal nieuw denkbeeld naar voren te brengen zonder zichzelf als politicus onmogelijk te maken.

Een jurist dan? Ook die kan het niet. Een jurist zit gevangen in een netwerk van wetten En zelfs als hij kans ziet de uitleg of de toe­passing van die wetten iets te wijzigen, zal hij nooit voldoende invloed kunnen uitoefenen om de mensen anders te doen denken over recht en recht­vaardigheid. Neen, het is inderdaad zo, dat alleen de zeer vrije, de zeer losse beroepen, die delen van het menselijk leven welke eigenlijk een beetje buiten de normale maatschappij staan, de grootste kans hebben om in te werken op hun medemensen. Als wij naar het verleden kijken, dan wordt dat ook nadrukkelijk kenbaar gemaakt.

Jezus, zoon van een gegoede middenstander, timmerman, is overal ge­respecteerd. Maar op het ogenblik dat Jezus de waarheid, zoals hij die beseft, begint te spreken, wordt hij uit de synagoge gebannen. Hij mag daar niet meer zijn mening verkondigen. Jezus moet zich tenslotte terugtrekken in de woestijn, zich losmaken van het normale bestaan en een zwerven­de wonderdoener worden, iets wat hij zeker op dat tijdstip niet is. Hij moet afstand doen van zijn normale plaats in de maatschappij en eerst dan kan hij volgelingen aantrekken. Eerst dan vindt hij gehoor. Eerst dan is het voor hem mogelijk datgene wat in hem leeft over te dragen aan anderen.

De Boeddha Siddartha, geboren als prins. Hij zou aan het hof onge­twijfeld veel kunnen doen. Hij zou zijn nieuwe denkbeelden, zijn nieuw besef kunnen uitdrukken in een regering. Maar dat doet hij niet. Hij trekt weg. Hij zoekt en zoekt en hij vindt. En wanneer hij werkelijk de toestand van verhevenheid, van totaliteit bereikt, dan zien wij niet dat de man terug­keert en zegt: Nu ben ik weer prins en nu zal ik eens goed gaan regeren. Neen, hij wordt een zwervende bedelmonnik. En zwervend en bedelend gaat hij rond. Overal brengt hij zijn leer en vindt hij gehoor. Dat kan men voor iedereen die van belang is zeggen. Het zijn altijd degenen die buiten de normale orde staan die wat bereiken.

In het katholicisme hebben figuren als Franciscus van Assisi even­als Ignatius van Loyola grote invloed gehad. Maar tegengesteld aan zich­zelf als ze misschien zijn, wat onderscheidt hen van de rest? Franciscus, de zwerver, de bezitloze, tegenover een zeer bezittende en bezitzuchtige kerk in zijn tijd. Ignatius, de man die gelooft in de geestelijke discipline en die haar in de plaats zet van alle geplogenheden, die gewoon de menselijke waardigheid opzij zet om terug te keren naar een bepaald denksysteem. Het zijn weer degenen die zich buiten de gemeenschap hebben geplaatst die iets hebben bereikt.

Luther was priester. Hij had misschien veel kunnen bereiken binnen de kerk. Maar op welk ogenblik wordt hij werkelijk belangrijk? Op welk ogen­blik kan hij gehoor vinden? Niet wanneer hij de aanklacht op de kerkdeur timmert. Neen, op het ogenblik dat hij zich losmaakt van de katholieke kerk. Op het ogenblik dat hij de vervolgde vijand wordt, de uitlegger, de vertaler van de bijbel op een nieuwe manier. Op dat moment pas wordt Lu­ther het middelpunt van een nieuwe christelijke beweging. Als je je dat gaat realiseren, dan moet er toch wel iets van waar zijn. Het zijn degenen, die buiten de normale maatschappij komen te staan, die de meeste invloed hebben. En als je je afvraagt: wie zouden eigenlijk de vernieuwers zijn in deze tijd? Dan is het antwoord duidelijk, dat kunnen nooit degenen zijn die binnen de gemeenschap leven.

Zeker, er zullen velen in de gemeenschap zijn die de vernieuwing ervaren. Tenslotte, onder Jezus’ gevolg waren alle soorten mensen te vin­den, een Griekse arts, zo goed als een tollenaar. Een Romeins hoofdman, zo goed als eenvoudige gelovige joden. Zelfs een christenvervolger als Sau­lus vinden wij terug als Paulus in de moederschoot van de wordende kerk. Maar dat is later, als de leer er reeds is. Als het magnetisme van de persoonlijkheid zich heeft uitgebreid en zo gestalte heeft gegeven aan een nieuw denken. Als u een antwoord wilt vinden op de vraag: wie zal dat nu zijn, wie zal het doen? Dan moeten wij ons de weelde eerst eens permitteren om te kijken naar de wereld waarin wij leven. En wat vinden we?

De wereld is ingedeeld in specialismen en disciplines. Een ieder die zijn vak beheerst, doet dat op zijn eigen wijze en hij kan dat zeer goed doen. Maar hij past in de maatschappij als het ene radertje tegen het an­dere. Hij heeft een zeer bepaalde functie en alleen krachtens die functie is hij van belang. Op het ogenblik dat hij eruit stapt heeft hij zijn be­langrijkheid verloren. Zeker, dan is hij vrij. Maar in die vrijheid moet hij dan eerst proberen zijn denken om te zetten in iets wat hij kan uitstra­len. En dan wordt hij verkondiger in plaats van technicus. Dan is hij geen arts meer, maar in feite een ziener. Denk maar aan Schweitzer in Lamba­rene.

Hij was arts, hij was zendeling, hij was musicus, maar hij was bovenal zichzelf. Hij kon dat zijn toen hij zich niets meer van de dingen aantrok. Er is schande van gesproken dat dergelijke toestanden in Lambarene werden toegestaan. Musici hebben zich afgevraagd of dergelijke persoonlijke interpretaties van Bach wel toelaatbaar waren. Zendelingen hebben zich afgevraagd of dit nu werkelijk Gods werk was, iemand die daar als een ou­derwets stamhoofd in christelijke zin een gemeenschap van melaatsen en verplegers regeerde. O, later is hij geëerd, natuurlijk. Later.

Gandhi. Gandhi in de maatschappij was een goed en handig advocaat. Een nationalist ook, natuurlijk. Maar wanneer wordt deze man belangrijk? Op het ogenblik dat hij alles van de westerse beschaving aflegt. Op het ogenblik dat hij vergeet dat hij ook een Engelse opvoeding heeft gehad. Op het ogenblik dat hij alleen in een lendendoek gehuld langs de straten gaat als de een of andere heilige man. Een zwerver. Pas op dat ogenblik wordt Gandhi de Mahatma. Niet voordien.

Het antwoord is reeds gegeven: Alleen degene, die buiten de normen kan treden. Alleen degene, die alles achter zich kan laten, ook zijn kennis, ook zijn functie in de maatschappij voor een nieuw besef, zal in staat zijn die wereld te benaderen. Maar dan moet hij een spreekgestoelte hebben van waaraf hij kan spreken. In deze tijd is er geen plaats meer voor de man die op een straathoek staat te prediken. Er is nu geen plaats meer voor een zwervende bedelmonik. Er is eigenlijk zelfs geen plaats meer voor een protesterende advocaat, die lijdelijk verzet probeert te plegen. Er is alleen nog maar plaats voor iemand die in de maatschap­pij schijnt te passen. Die misschien als stervoetballer of als zanger, kunstenaar, acteur op de een of andere manier de maatschappij benadert zodat ze zegt: Dat is aardig, dat is een aanvulling. Dat is de versie­ring van onze mooie vaststaande maatschappij.

Maar de versiering kan de sfeer veranderen. Wanneer de sfeer veran­dert, verandert het denken. Wanneer het denken verandert, staat de mens open voor andere waarden, nieuwe waarden en dan kan de mens doordringen.

Ik weet het, er zijn technische gelijkenissen genoeg geweest, nuch­ter en logisch door de Wereldleraar uitgesproken. Wat verhevener, maar toch ook met begrip voor de techniek en de theoretische samenhangen van hele wereldbestel sprak de Wereldmeester. Maar ze stonden buiten de gemeenschap. Zij waren geen deel van de wereld. Zij waren niet de heersers binnen de maatschappij, maar de vreemde elementen die tegemoet kwamen aan een honger die de maatschappij deed ontstaan.

Ik meen dat dat altijd zo geweest is, waar je ook gaat. De helden, de verlossers, zijn wezens die ergens buiten de gemeenschap staan en die gelijktijdig als een Prometheus, desnoods ten koste van zichzelf, de ge­meenschap iets geven wat ze nog niet heeft, in de gemeenschap een honger stillen die misschien niet eens wordt beseft. Als er een vernieuwing moet komen in deze tijd, dan is het duidelijk: het kan alleen komen van hen die van buitenaf op de wereld inwerken. En wie heeft in deze wereld een grotere betekenis dan degene die de massa amuseert? Degene die leerrijk misschien en toch geëngageerd de wereld bezighoudt en haar confron­teert met dingen die een beetje vrijblijvend zijn.

Dan kun je oordelen over de techniek van iemand en over de manier waarop hij het zegt of over de wijze waarop hij iets uitbeeldt, maar zijn ideeën kritiseer je niet zo erg. Dat ligt een beetje op de achtergrond. Per slot van rekening, als een violist goed viool speelt, dan mag hij ook nog zeggen dat yoga erg goed is voor de mens en zullen ze hem daar­op niet aanvallen, want het is een goed violist. Maar als een medicus dat vertelt, dan vragen we ons af, of hij nog wel een goed medicus is. Daar ligt het verschil.

Als u de vraag stel:, wie zal de vernieuwer zijn, die in de maat­schappij de werkelijke invloed uitoefent waardoor de mensen anders gaan leven en denken en zich meer bewust worden van andere krachten in hun wezen? Dan is het antwoord duidelijk. Dat is degene, die door de gemeen­schap de gelegenheid wordt gegeven om op de maatschappij in te werken, omdat ze niet beseft wat er gebeurt. En dat is de kunstenaar. Dat is misschien een melodietje met een magische achtergrond dat als een top­hit de wereld gaat obsederen. Dat is een schertsend woord dat eigenlijk door iedereen niet helemaal au serieux wordt genomen, maar dat gelijktij­dig bepaalde dingen kentekent. Dat is een uitstraling, die ergens over het voetlicht komt en een heel gehoor in een ban houdt, zodat de mensen lichtelijk veranderd naar buiten gaan zonder het zelf te beseffen: dat is de weg.

Wie de wereld wil veranderen vanuit haar eigen besef, kan alleen vernietiging tot stand brengen. Want daar waar de mens meent dat hij op vaste grond staat door zijn maatschappelijke positie, zijn zekerheden, daar is hij geneigd zich te verzetten, aan te vallen, te vernietigen. Misschien zal men ook de kunstenaar vernietigen, maar dan pas nadat hij zijn werk heeft gedaan. Zoals men vele uitverkorenen heeft vernietigd, maar pas nadat ze hun woord, hun kracht aan velen hadden overgedragen. Dat is het antwoord op deze vraag. Het antwoord dat onvermijdelijk is.

Als men mij vraagt waarom dan zoveel geestelijke krachten op dit mo­ment zich niet manifesteren binnen geestelijke leiders, dan is het ant­woord eenvoudig: een geestelijke leider zit in een keurslijf van hetgeen zijn gelovigen toelaten. Het is de clown die het meest kan zeggen. Zoals aan de hoven van vorsten in de middeleeuwen het de nar was die de waarheid durfde zeggen, omdat de nar van geen belang scheen en toch had de nar het oor van zijn koning. Toch had de nar wel degelijk invloed, ook al riskeerde hij soms zijn leven door te zeggen wat hij zei en te doen wat hij deed. Maar hij kon het elke keer weer riskeren, omdat men hem niet au serieux nam.

Jezus had het nooit zover kunnen brengen in zijn tijd, als de pries­ters onmiddellijk hadden gezien: hier hebben we iemand die het hele volk bewust kan maken van bepaalde dingen. Dan was hij al gestorven of mis­schien gepromoveerd in het priesterschap voordat hij het zelf geweten had. Juist omdat ze dachten: nu ja, zo’n wonderdoener, zo’n prediker, laat hem maar gaan, kon Jezus worden tot wat hij was: de stichter van een nieuw denken dat een groot gedeelte van de wereld heeft veroverd.

Op dezelfde manier hebben grote filosofen in China, ondanks de kei­zer die hen soms wel vervolgde, maar die hen toch eigenlijk niet helemaal au serieux nam, volgelingen kunnen maken. Zo is het confucianisme tot stand gekomen. Niet met medewerking van de autoriteiten, maar ondanks hen. Op deze wijze is het taoïsme tot stand gekomen. Soms tijdens een vlucht voor de autoriteiten ergens in de buitengebieden. Soms in de schertsende filosofieën die aan het hof gangbaar waren, maar die gelijktijdig onder het volk verbreid konden worden.

Wie? Altijd degenen die men niet au serieux neemt. Zodra men een mens ernstig neemt, dwingt men hem ook te beantwoorden aan de verwachtingen. Zodra men hem niet ernstig neemt, is men bereid hem te nemen zoals hij is, dan ondergaat men hem en beantwoordt men aan zijn verwachtingen voordat men het beseft. Dat is het antwoord voor deze tijd.

De hervorming kan komen uit de schijnbare clowns, de nullen, de actrices en acteurs, uit die mensen die eigenlijk alleen als amusement schijnen te dienen. Ze kan nooit komen van de hogescholen of uit de kerken of uit de grote publieke instanties, want deze zijn gebonden aan zichzelf door wat ze zijn. Hoe meer je uitdrukt wat je bent of wat je denkt dat in het volk zal zijn, hoe meer je bereikt. En daarom werd gezegd: Het zullen de artiesten zijn. Het zullen de mensen zijn die een beetje buiten de gemeenschap schijnen te staan, die een eigen clan schijnen te vormen, die niemand helemaal au serieux neemt, behalve op het gebied van hun prestaties die werkelijk van belang zijn.

Het verschil is niet gelegen in de rang die je hebt of de opvoeding die je hebt gekregen. Het ligt aan de innerlijke geestelijke waarde die je bezit; de mogelijkheid om de harmonieën en erkenningen uit te drukken om uit te stralen wat er aan licht in je leeft. Vraag u dus maar niet af : wie? Maar laat het over u komen.

De vernieuwing manifesteert zich overal en u zult er deel van zijn op uw eigen manier. En naarmate u meer loskomt van hetgeen u bent geweest, heeft u meer kans om deel te nemen aan de vernieuwing. Het is misschien voor sommigen treurig dat men aan de A.O.W. (nvdr.: algemene ouderdomswet) toe moet zijn, voordat men de kans krijgt om aan de vernieuwing mee te werken, dat geef ik graag toe. Maar aan de andere kant, zolang u blijft functioneren binnen een nauwkeurig omlijnd gemeenschappelijk bestel, bent u ge­bonden aan uw taak. En is uw belangrijkheid door uw taak bepaald, niet door uw persoonlijkheid.

Ik hoop, dat dit antwoord u voldoende is. U heeft de vraag gesteld en ik heb haar uitvoerig behandeld. Misschien verheldert dit antwoord veel.

Nostradamus

“De visioenen van de toekomst hebben alleen betekenis voor hen, die proberen te blijven leven in het heden.”

Nostradamus.