Vibraties in de wereld

uit de cursus ‘De wereld’ (hoofdstuk 3 ) – december 1973

Vibraties in de wereld

De wereld is vol van allerlei spanningen, allerlei vibraties. Een groot gedeelte daarvan werkt volgens een vast patroon. Je kunt zeggen dat de spanningen in de aardkorst bijvoorbeeld werken volgens een vast patroon, waarin het optreden van ontladingen van spanning eveneens volgens een vast patroon verloopt, ook als dat patroon alleen geldt gezien over de ge­hele wereld en niet alleen maar voor één bepaalde plaats. Er zijn ook andere dingen waarin men niet zo erg gelooft, zoals aardstra­len, die ook periodiek werkzaam zijn. Ook deze vertonen een bepaalde modu­latie waardoor ze de ene keer meer invloed hebben dan de andere keer. Zo kun je verder gaan.

We kunnen ook denken aan de krachten die in de oude elementen zitten. De luchtgeesten bijvoorbeeld zijn lang niet altijd even actief. Hetzelfde kunnen we zeggen over de watergeesten, de aardgeesten, de vuurgeesten en om eerlijk te zijn ook wel over de mensen. Hoe zit dit alles in elkaar? Hoe werkt dit mechanisme dat in de wereld, zonder dat de mens dat helemaal beseft, toch ontzettend veel invloed kan uitoefenen? Ik moet dan eerst beginnen met een paar eenvoudige voorbeelden om de zaak begrijpelijk te houden.

Misschien heeft u wel eens zo een speelgoed gezien waaraan twee slingertjes hangen. Geef je het ene slingertje een tikje, dan blijft het andere eerst nog even stil, maar langzaam gaat het, en in een veel trager tempo, meetrillen; het slingert dus mee. Op een gegeven ogenblik slingeren ze beide tegen elkaar in en ontmoeten elkaar in het midden. Blijft echter de beweging aanhouden, dan zien we het verschijnsel dat ze, doordat de ene trager is dan de ander, op een gegeven ogenblik allebei uitslaan naar dezelfde kant. Met twee factoren is dat dus betrekkelijk eenvoudig.

We kunnen nu zeggen, wanneer de spanning in de aardkorst een top bereikt, zal deze top inwerken op het vulkanisme. Het vulkanisme is weliswaar niet gebaseerd, zoals men wel eens denkt, op een grote magma laag waarop de aardschotsen drijven, maar het is toch wel zo dat de vulkanische uitbarstingen en verschijnselen worden geactiveerd door een top in de spanning in de aardkorst. Wanneer dat nu gebeurt zien we het volgende verschijnsel optreden. Het vulkanisme heeft namelijk de neiging eerst de spanning in de aardkorst te vergroten. Nu komt er een ontlading (een aardbeving of een zeebeving). Het vulkanisme blijft echter daardoor extra geïrriteerd doorwerken, het gaat dus nog naar een top toe. Daarna zwakken beide af en dan is er nog wel een zekere vulkanische activiteit, maar die is betrekkelijk gering. Hetzelfde zien we met de spanning in de aardkorst, ook deze is in verhouding tamelijk gering.

Nu is dit een heel eenvoudig voorbeeld waarbij het alleen gaat om een zeer directe relatie. Maar ik heb u heel wat meer waarden genoemd, en ik zou er nog meer kunnen noemen, die alle op elkaar inwerken. Dan krijgen we een heel ander verschijnsel.

Omstreeks deze tijd van het jaar (Kerstmis) oefent men in Engeland in vele dorpen en steden met een behoorlijke klokkentoren weer het ‘ringing the chimes’. Dat wil zeggen dat de klokken zo worden geluid dat ze onderling in tempo verschillen. Hierdoor ontstaan er voortdurend nieuwe klankcombinaties. Dat wordt dan van tevoren helemaal vastgelegd. Zo krijgt men een melodie. Wat is nu het wonderlijke hierbij? Als je op een afstand luistert, dan lijkt het of het gebeier hoger of lager van toon is. Dat komt alleen maar doordat de orde van toonhoogte waarin de klokken aanslaan een ietwat andere is. Ik neem dit als voorbeeld om duidelijk te maken dat, als vele verschijnselen, die op zichzelf gelijkblijvend zijn, in een verschillend ritme werken en daardoor voortdurend in een verschillende volgorde actief worden, wij uiterlijk veranderingen van omstandigheden zien die schijnbaar permanent zijn.

Stel u nu eens voor dat deze aarde met haar eigen aard, met haar bezieling, met haar voortdurende wisselwerkingen met andere planeten en met de zon, in zich ook nog bepaalde processen vertoont, die we moeizaam en met heel veel goede wil als een aantal levensprocessen zouden kunnen beschouwen. Dat zijn de veranderingen in de aardkorst, maar dat zijn ook veranderingen van activiteit in de aardkern. Er zijn variaties van wat men magnetische geleidbaarheid zou kunnen noemen en daardoor fluctuaties in het aardmagnetisch veld. Er zijn veranderingen in de rotatie-snelheid van de bovenste laag van de atmosfeer ten aanzien van het aardoppervlak. Al deze dingen en nog veel meer werken samen.Nu zullen er ogenblikken zijn dat die verschijnselen botsen. Hun invloeden heffen elkaar dus voor een groot gedeelte op. Wij merken daar niet veel van. Het is een normale tijd, het is een normaal jaar. Maar de verschuiving gaat verder. Nu komt er een ogenblik dat de activiteit in de aardkern, de verschuiving van magnetisme (aardmagnetisch veld en magnetische geleidbaarheid in de kern), de verandering van snelheid in de bovenste luchtlaag alle tezamen een rol gaan spelen. Wat gebeurt er dan?

Onder meer ontstaat er een groter potentiaal voor de bovenste luchtlaag ten aanzien van de aarde. Dat betekent een verandering van onder meer ionisatieverschijnselen. We krijgen onder andere, wat men wel noemt, de verschuiving van de Heaviside-laag. Al deze dingen tezamen betekenen een verandering op aarde, een verandering ook voor al het leven, want dat leven zit in een andere spanning gevangen. Het betekent ook een verandering in de atmosfeer, want de verandering van snelheid plus lading betekent dat er aan de rand van de troposfeer wolkvorming kan ontstaan.

Deze wolkvorming krijgt bepaalde eigenschappen. We zullen in een dergelijke periode bijvoorbeeld veel hoog hangende regenwolken zien. Hoog hangende regenwolken worden dan meestal laag hangende regenwolken en de regen kan zich ontladen op plaatsen waar anders door de structuur van het land (bergen en dergelijke) weinig regen zal vallen. Maar het kan ook omgekeerd. Het kan in de tegenovergestelde richting uitslaan en dan krijgen we een periode van grote droogte. Die droogte zal dan misschien zijn in gebieden waar het toch nooit zo heel vochtig is, dat is heel goed mogelijk, maar de verdeling van de neerslag is dan eveneens abnormaal geworden. Dit is maar een van de verschijnselen.

Ook de mens voelt zich anders. Nu is de mens toch al de speelbal van heel veel invloeden die uit de kosmos komen, die voortkomen uit het evenwicht van een planetenstelsel, maar de basis is voor hem toch zijn harmonie met de aarde. Wanneer de teneur van de aarde verandert, zal de reactie van de mens mee veranderen; dan is het basispatroon waarop alle verdere acties en reacties inwerken veranderd. Vanuit die basis wordt het geheel dan verder bepaald.

Nu is dit alles wat aan de vage kant, dat begrijp ik. Maar wij moe­ten beginnen met een algemeen beeld op te hangen.

Ik stel verder dat de plantengroei erop zal reageren, dat dieren, die onder meer voor een vruchtbaarheidscyclus sterk afhankelijk zijn van een meer of minder aanwezig zijn van een bepaalde radiatie op aarde, eveneens daarop zullen aanspreken. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de plaagjaren. Het is een vlooienjaar of sprinkhanenjaar enz.. Er zijn geen vaste regels voor, al kun­nen we een zekere periodiciteit wel zien. Voor de sprinkhanen had men indertijd een cyclus van ongeveer 6,5 à 7 jaar uitgerekend. Later heeft men nog een andere cyclus van rond 3 jaar gevonden. Als we al die cycli samennemen, dan zien we dat de werkelijk vernietigende sprinkhanenplagen eigen­lijk maar ongeveer eens in de tachtig jaar voorkomen. Hoe komt dat? Dat kan niet alleen maar worden verklaard uit zuiver natuurlijke omstandigheden. Men pro­beert het wel, maar het gaat niet. Gaan we echter na wat er zich in de aarde afspeelt, dan ontdekken we dat een dergelijke plaag meestal het sterkst optreedt ongeveer een jaar tot anderhalf jaar na zware storingen waarbij op de aardkorst veel bevingen van meer dan normale intensiteit zijn geregistreerd.

De aarde beeft altijd wel, maar soms is het heel erg. We zien dat vulka­nen in een dergelijke periode tot uitbarsting komen en dat heel vaak ook sla­pende vulkanen actief worden. Dat behoeft allemaal niet plaats te vinden in hetzelfde deel van de wereld waar de sprinkhanenplaag ontstaat. Het is ergens op aarde in ontwikkeling en daardoor ontstaat die activiteit. Er zijn zelfs mensen geweest die hebben geprobeerd om het optreden van insectenplagen te verklaren door de werking van aardstralen. Dat is niet redelijk. Aardstralen namelijk bestrijken over het algemeen tamelijk scherp gedefinieerde en niet zeer grote gebieden. U kunt zeggen: ik heb in de slaapkamer een hoekje waar aardstralen zijn. Denkt u nu niet dat dit werkelijk zo is en gaat u niet onmiddellijk in de slaapkamer kijken en een duur aardstralenkistje kopen. U merkt er toch niet veel van. Het is mogelijk dat aardstralen optreden, maar het is niet mogelijk dat ze over een groot gebied plotseling een verhoogde vruchtbaarheid van een bepaalde insectensoort veroorzaken. Dit kunnen we alleen afleiden uit de gehele cyclus.

Nu zou ik graag een paar vuistregels willen geven. U moet niet denken dat het exacte bepalingen zijn; die zijn veel te ingewikkeld. Als we een jaar hebben waarin ongewoon hevige stormen woeden en die stormen komen voornamelijk uit het oosten, dat komt niet zo vaak voor, dan moeten we aannemen dat in dat jaar grote prikkelbaarheid bij de mensen leidt tot allerlei explosies, ruzies, echtscheidingen (het aantal loopt op), het aantal ongelukken neemt toe enz.. In dat jaar zien we ook een vergrote vruchtbaarheid bij katten en katachtigen, muizen en andere knaagdieren, maar een verminderde vruchtbaarheids­cyclus bij het vee. Hoe komt dat? Waarschijnlijk is de ene soort beter afge­stemd op een bepaalde toestand dan de andere; die reageert daar anders op.

Wat moet u doen als u ziet dat regelmatig hevige winden (windsterkte van minstens 7 tot 8) uit het oosten komen? Dan moet u zich realiseren dat u zich zoveel mogelijk dient te ontladen. U moet proberen uw spanning af te reageren. U moet in een dergelijke perio­de ook niet al teveel nylon goed of zuivere zijde dragen. Draagt u maar lie­ver wol of katoen. Linnen zou misschien net zo goed of beter zijn, maar dat draagt u haast niet tegenwoordig, dat is te duur. In diezelfde periode moet u er rekening mee houden dat veel ongewone re­acties van uw medemensen kunnen worden verwacht. Alles gaat erg plotseling; veranderingen treden plotseling op, emotionaliteit viert vaak hoogtij. Probeer in een dergelijke periode zelf redelijk te blijven, maar tracht niet met de mensen redelijk te argumenten, dat lukt u toch niet.

Een tweede regel die misschien wat interessanter is, is deze. Als we een jaar hebben waarin een toenemende reeks aardbevingen be­kend wordt, zullen we gelijktijdig langdurige droogteperioden zien in ande­re delen van de wereld en daarnaast ook enig of veel, dat varieert nogal eens, vulkanisme. Is dit het geval, dan is de mogelijkheid tot astra­le ontplooiing voor de mens aanmerkelijk minder dan gebruikelijk. U zult dan op astraal gebied allerlei stralingen ontmoeten en vooral ook zeer veel vormen die in de geestelijke sferen zijn opgebouwd. Hoe dat komt? Wel, in een dergelijke periode vinden nogal veel splijt- en splitsingsprocessen plaats in de lucht. Dat wil zeggen dat er meer dan normaal kleine partikels zijn die niet in een moleculaire binding thuishoren. Deze partikels kan een entiteit gebruiken om zich een astraal voertuig van grote doordringingskracht op te bouwen. Die energie kan worden afgeleid. Het is duidelijk dat iemand die zich normalerwijze in het astrale gebied niet meer kan manifesteren, omdat hij leeft in een sfeer waar een astraal­ voertuig normaal niet bij behoort, in deze periode, ook als hij zwak is, zich zonder moeite een voertuig kan bouwen. U als mens kunt niet onderschei­den welk voertuig nu uit een beheersing en welk uit een toeval geboren is.

U zou dus, veel meer dan normaal, gevaar kunnen lopen bij een uittreding op astraal gebied. Wij zeggen wel eens, als de zwaluwen hoog vliegen wordt het mooi weer. In feite zeggen we, de luchtdruk is wat anders. Daardoor zwermen de insec­ten hoger (ook de temperatuur speelt hier een rol), de zwaluw vliegt dus ook hoger, want zij voedt zich met insecten. Een logische samenhang, maar hoe komt het nu dat daarin een zeker ritme is te vinden? De boeren kunnen u vertellen dat in maart de zwaluwen, als ze pas zijn aangekomen, vaker hoger vliegen dan in juni. Dit hangt kennelijk samen niet alleen met het weertype en met de temperatuur, maar ook met iets wat met het ritme van het jaar te maken heeft. Dat ritme van het jaar is een beetje anders dan u uit de jaargetijden zou afleiden. Om een voorbeeld te geven.

In de wintertijd staat de zon niet het verst maar eigenlijk het dichtst bij de aarde, alleen is het een ander halfrond dat daarvan profiteert. Uw halfrond is namelijk grotendeels van de zon afgewend en krijgt daardoor minder zonnestraling. Invloeden die we van buitenaf zien komen, we heb­ben de vorige keer al daarover gesproken, worden voor een bepaalde plek ook mede bepaald door de baanhoek. Als men op aarde leeft en de aarde staat tussen de zon en de maan, dan is het duidelijk dat de maan niet veel invloed heeft. Het grootste gedeelte wordt gemengd met of geabsorbeerd door de eigen straling en werking van de aarde. Dat geldt voor de verderaf staande planeten natuurlijk evengoed. We moeten dus het volgende zeggen: de situatie die wij zien in de jaargetijden is niet reëel als het gaat om werkingen van de zon en daardoor het ontstaan van verschijnselen in de atmosfeer. De wintertijd is vreemd genoeg de periode waarin de grootste luchtbeweging ontstaat. Het is de tijd waarin de luchtgeesten bijzonder actief zijn. Dat is gemakkelijk te verklaren. De zon is dichterbij d.w.z. dat in de atmosfeer een grotere turbulentie kan ontstaan, dat de aarde wat meer dan normaal straling ontvangt en dat, al gebeurt dat aan de andere kant van de aarde, het evenwicht van de gehele atmosfeer daardoor wordt beroerd en bepaald.

Wat moet u nu zelf doen? Het is belangrijk dat u zich remiseert wan­neer de luchtgeesten zeer actief zijn. Dan kunt u, door u voor te stellen wat u aan problemen en zorgen heeft, wat voor u duister is, gemakkelijker licht daarin krijgen. De oudere mensen wisten daar wel wat van. Zij zeiden: de winter is de tijd voor bezinning. Dat bezinnen betekent dat je in jezelf je zorgen en ­je problemen neerlegt. Een luchtgeest heeft namelijk de neiging om veel van het duister dat de mens uitstraalt te absorberen en om te zetten in een straling die van de aarde uitgaat. De luchtgeesten werken daar gewoon aan mee. In een tijd dat ze dus bijzonder actief zijn, kunt u gemakkelijker de zaak kwijt en u krijgt wat meer energie. Nu is het alleen jammer dat de energie, die u meer krijgt, zich al bij u aankondigt voor de storm. Denkt u aan katten. Deze dieren gaan rennen. Honden gaan plotseling erg blaffen en worden onrustig voor de storm. Maar waarom zouden die dat alleen doen? U heeft dat ook. Voor de storm ben ik erg onrustig. Als ik onrustig ben en er komt een storm opzetten, dan is het goed mij te realiseren welke duistere gedachten en problemen ik heb. Als ik die goed overdenk en als het ware de ruimte in stuur, dan krijg ik daarvoor in de plaats een zekere rust, een zekere bevrijdheid.

Nu denkt u waarschijnlijk, wat heeft dat allemaal te maken met elementalen? Een aardgeest heeft natuurlijk niets met storm te maken, maar wel met de invloed van de storm. Want die invloed betekent een verandering van po­tentiaal tussen hem en de lucht. Het houdt dus in dat de aarde zelf in die periode een grotere strijdbaarheid vertoont en een snellere reactie. Daar merkt een mens echter niet veel van. Wandelende stenen zijn maar op drie plaatsen op aarde geconstateerd, dus daar heeft u geen last van. Maar het betekent wel dat, als u materiaal hanteert onder die omstandighe­den, dat scherper reageert. Het kopje dat u normaal honderd keer kunt laten vallen en niet breekt, kan dan wél breken. Een evenwicht dat normaal, zij het wankel, bestaat, geeft het juist op zo een ogenblik op. Dan zeggen we ook nog, alle met de aarde verbonden materialen (waaronder ook metaal en hout) zullen onder die omstandigheden scherper reageren op eenzelfde daarop uitgeoefende kracht. Breukverschijnselen en kristallisatieverschijnselen in metaal komen onder die condities eerder voor.

De vuurgeest. U denkt misschien dat de vuurgeest altijd op wind reageert. De wind wakkert het vuurtje aan. Neen. Ook hier is er een verschil in reactie. Dat is begrijpelijk, indien u zich realiseert dat de richting van de wind, maar vooral de intensiteit, de lading van de atmosfeer bepaalt en daar­mee ook het optreden van luchtelektriciteit, van onweer (hagel bijvoorbeeld is ook een van de dingen die zich juist onder dergelijke omstandigheden gemak­kelijk vormt) en ook het zuurstofgehalte iets verandert. De relatie vuur / ­lucht kan zich wijzigen van of onder invloed van een storm. Dat betekent dat het vuur onder dergelijke omstandigheden onbetrouwbaarder is. Voorbeeld. Kort voor een storm gooit u een peukje weg in de hei. U heeft het honderdmaal gedaan, er is nooit brand van gekomen. De hei is zelfs niet brandgevaarlijk droog. Speciaal onder deze condities echter smeult het peukje feller voort dan normaal. Als er iets gaat schroeien blijft dat vuur in stand tot de storm opsteekt en dan ontstaat de heidebrand. Verandering van wind is dan vaak daarvoor verantwoordelijk. Als er grote heide- en veenbranden zijn, dan moet u maar eens nagaan. Ze ontstaan meestal voor een storm, ze ontwikkelen zich gedurende een feller wordende wind en als ze een verandering ondergaan of tijdelijk grotendeels uitdoven, dan is dat meestal het gevolg van een vallende wind.

U denkt wat betekent dat nu voor de kachel? Als u een kachel wilt opstoken voor de storm, dan moet u er wel rekening mee houden dat de gasontwikkeling veel groter wordt. Dat betekent dat, wanneer de wind opsteekt en er ook maar iets fout zit met de schoorsteenafvoer, die kachel gaat plof­fen als een gek. En als het heel erg wordt, ploffen de deurtjes en de ruit­jes er gewoon uit en waarschijnlijk ook de gloeiende kooltjes; en dan zou er wel eens gauw brand kunnen zijn.

Wat u zelf betreft is er iets vergelijkbaars. Wij zeggen wel, een mens heeft een vurig temperament. Daar zit wel iets in. Bepaalde delen van uw karakter zijn snel over-gestimuleerd. Die reageren ook weer op deze stimulans, maar ze vertonen daarbij dezelfde neiging als vuur, smeulen. Dat zou u kun­nen noemen, erover blijven drenzen; soms dagen lang. Dan begint de wind op te steken, de storm komt en ineens begint het u door het hoofd te draaien.

En als u ruzie heeft gemaakt met uw buurvrouw, geeft u uw baas op zijn kop. Of u heeft ruzie gehad met de baas en u geeft uw vrouw op haar kop. (Dit laatste heeft altijd wel weer een terugslag, daar moet u ook rekening mee houden.) U zult dus uw temperament uitbarstingen heel vaak krijgen in overeenstemming met de relatie die er bestaat tussen vuur en wind. En aangezien die relatie bij de meeste mensen bekend is, is het heel eenvoudig, houd er rekening mee dat uw uitbarstingen van eigenschappen, die bij u altijd plotseling optreden, zullen worden verscherpt wanneer er wind komt.

Nu hebben we het hier gehad over de verschillende inwerkingen en invloeden. Maar de geest die op aarde leeft of zelfs de geest die aardgebonden is, wordt eveneens sterk beïnvloed door een deel van die verschijnselen, de wisselwerkingen en de resonanties die op aarde ontstaan. Ik wil een paar voorbeelden ervan geven die nogal eenvoudig zijn.

  1. Er ontstaat een magnetische wervelstorm. Waar die magnetische wervelstorm ontstaat, zien we niet alleen in de mensen een verandering en vaak een tijdelijk verhoogde gevoeligheid optreden, ook geluid lijkt anders, waarop een soort van algehele ontspanning volgt. Daarnaast zien we dat geesten, die niet bevoertuigd zijn, zich in deze periode gemakkelijker kunnen manifesteren. Het optreden en werken van klopgeesten bijvoorbeeld na een magnetische wervelstorm is altijd veel groter dan voordien; en dat vermogen kan enkele dagen duren. Kennelijk wordt die energie geabsorbeerd.
    Wat uw eigen geest betreft, die is ook gestimuleerd. Ze heeft ook meer vermogen.
    Poltergeist verschijnselen blijken eveneens sterker voor te komen, wanneer:
    a. bepaalde afwijkingen van het aardmagnetisme zijn geconsta­teerd in de omgeving
    b. daarbij ook spanningen, die normaal evenwichtig aanwezig zijn, zich plotseling ontladen in een onverwacht optredende onevenwichtigheid.
    Dan zien we dat men gemakkelijker nu iets materialiseert, rematerialiseert, dematerialiseert. We zien dat het verplaatsen van voorwerpen door onzichtbare krachten in die periode gemakkelijker gaat. Het betekent dat geesten, die zich daarin specialiseren, in diezelfde omstandigheden eveneens over meer energie beschikken.
    Dit is een heel interessant punt. Want de ervaring heeft geleerd dat verschillende spookverschijnselen (vooral wanneer het gaat om manipulatie van stoffelijke voorwerpen) mede­ afhankelijk zijn van de levensenergie. Er moet een medium bij zijn dat een zekere hoeveelheid kracht (men noemt dat ectoplasma) afstaat, dan pas worden die verschijnselen manifest. Wanneer er een magnetische storm ontstaat, worden ze eveneens manifest, ook als er geen medium bij tegenwoordig is. Conclusie: de kracht die bij een magnetische wervelstorm ontstaat op een hoger of astraal niveau, zal eveneens in een medium aanwezig zijn. Er is een vergelijkbaarheid. Het is dus een vorm van levenskracht.
  2. Uittredingen. Deze blijken het gemakkelijkst te gebeuren na onweersontladingen. Blijkt daarbij bovendien een verandering van wind op te treden, dan gaat die uittreding nog gemakkelijker. Gebeurt de uittreding tijdens een magnetische storm, dan blijkt die altijd weer op astraal gebied te stranden. Hoe kan dat? Kennelijk is het projecteren van je geestelijk bewustzijn vanuit een stoffelijk lichaam mede onderworpen aan allerlei ritmen en omstandigheden die er op aarde voorkomen. Wanneer daar bepaalde invloeden werkzaam zijn, kunt u daardoor gemakkelijker of minder gemakkelijk uittreden. U zult gemakkelijker hogere sferen bereiken of u zult, tenzij u zeer geschoold bent, nooit verder komen dan de astrale wereld. Er gaat een invloed naar u uit van deze vreemde werkingen, deze vibraties, deze ritmen van de aarde zelf.
  3. Helderziendheid in tijd en helderziendheid in ruimte blijken zich het best te ontwikkelen in de perioden kort voor een onweer. Het schouwen in tijd blijkt hier zelfs heel sterk mee verbonden te zijn. Voorspellende dromen komen in dezelfde periode eveneens meer dan normaal voor. Gaan we na hoe de aardkernactiviteit is, iets waarvan men op aarde nog niet veel weet, dan blijkt dat verhoogde aardkernactiviteit plus het oplopen van de spanning in de atmosfeer een al­gemeen optreden betekent van voorzeggende geesten, voorspellende dromen en daarnaast vaak (dat kan men vooral in inrichtingen voor zenuwzieken zien) een plotselinge verandering van luciditeit (helderheid van geest). Mensen die normalerwijze abnormaal reageren, keren ineens terug tot normaliteit, terwijl degenen die altijd wel enigszins normaal lijken, juist dan aanvallen hebben van gewelddadigheid, van algehele verstarring en angstdromen. Het evenwicht van een mens wordt kennelijk door die aardkernactiviteit beïnvloed en verstoord.

De conclusie van dit alles. De eigen trillingen van de aarde, deze waarden die in de wereld altijd weer op u afkomen, moeten van groot belang worden geacht. Daarom is het ook interessant te weten hoe ze ongeveer optreden. Ik wil hierbij stipuleren dat de huidige omstandigheden niet helemaal normaal zijn, omdat een evenwichtsverstoring binnen het zonnestelsel een aantal reacties op aarde zowel als in de relatie tussen de aarde en de planeten verandert. Dat is namelijk te wijten aan de staartster (Kohoutek) die op komst is. Deze even buiten beschouwing latend kan worden gezegd, het komende jaar toont (waarschijnlijk bereiken de invloeden een top omstreeks augustus) een toename van spanning en werking in de aardkorst.

Conclusie. In die periode zullen er veel aardbevingen kunnen zijn. Misschien zal ook enig vulkanisme geconstateerd kunnen worden, ofschoon niet in al te sterke mate. Alleen als er een heel labiel evenwicht is, kunnen er grotere uitbarstingen komen. We zullen zien dat in dezelfde tijd (juli, augustus) profetische gaven bij sommige mensen plotseling bijzonder sterk tot uiting komen.

Er is een verschuiving van nadruk op waarden, die niet alleen in de samenleving optreedt, maar die ook in de economie en in de poli­tiek een enorme rol kan spelen. Deze invloed herhaalt zich eerst weer ruim 9½ jaar later, dus 10 jaar verder, maar dan in het begin van het jaar.

Dan hebben we op het ogenblik te maken met, wat men wel noemt, een versnelling van de jet-stream (de enorme luchtverplaatsing die we vooral in de stratosfeer en aan de grens van de troposfeer aantreffen). De versnel­ling van de jet-stream, die op het ogenblik vele mijlen bedraagt en kan op­lopen tot een verschil van 70 mijl per uur ongeveer, betekent vergroting van wrijvingselektriciteit. Er zullen dus meer onweders mogelijk zijn.

Wanneer zullen die onweders verwacht moeten worden? Zeer waarschijnlijk heel vroeg in het komende jaar (1974). Wanneer treedt een dergelijke periode weer op? Ongeveer 2 jaar en 9 maanden later. Wanneer treffen deze beide perioden samen? Daarover hoeft u zich voorlopig geen zorgen te maken. Het samenvallen van deze perioden vergt vanaf heden gerekend nog ongeveer 19 jaar, maar dan zal het ook bijzonder hevig stormen en onweren en er zullen heel wat profetieën en aardbevingen samenvallen. In een dergelijke periode kunnen we ook verwachten dat er apostelen zullen opstaan die de hele wereld gaan bekeren. Dat zijn altijd erg vervelende mensen.

Als het binnen een week 3 à 4 keer onweert in de winter, ook al is het maar één enkele donderslag, dan is er een conditie geschapen waardoor uittreding mogelijk wordt, waardoor bepaalde vormen van helderziendheid worden bevorderd, waardoor ontvankelijkheid voor invloeden van buitenaf meestal toeneemt, ofschoon gelijktijdig uw zenuwstelsel minder kan verwer­ken.

Alle impressies die u ontvangt, en die u doorgaans als een fantasie opzij legt, zijn in deze tijd een extra beschouwing waard. Ze bevatten vaak sleutels voor uw verder gedrag en eventueel zelfs voor de juiste manier van werken in de toekomst.

Wat ik over wind heb gezegd, alles is geregistreerd, dat kunt u zo wel nagaan.

Aardbevingen

Daarmee zult u in Holland niet zoveel te maken hebben. U heeft het komende jaar wel een klein bevinkje in het zuiden. Zeeland zal, geloof ik, wel het een en ander registreren, maar daarvan merken de meeste mensen niets. Die denken dat er een paar vrachtwagens voorbij komen. Voor Neder­land zegt dat weinig. Maar als we nu weten dat er op de hele wereld ach­ter elkaar een reeks aardbevingen zijn, dan kunnen we daar wel iets mee doen. Ik heb namelijk reeds aangegeven welke condities er dan heersen. Stel u daarop in en maak er gebruik van.

Als de aarde leeft, en zelfs de aardstraal is een uiting van haar levensproces, een emanatie zoals die bij bepaalde spanningen bij u ontstaat, dan moeten we begrijpen dat we op het leven van de aarde kunnen reageren. Nu is er een heel groot verschil in tijdschaal. Maar desondanks is het mogelijk om de aarde aan te voelen. Dat moet u gewoon intuïtief doen. Richt u op de aarde. Probeer u de kern van de aarde eens voor te stellen. Die gloeiende, sterk verdichte, maar ontzettend actieve massa en vraag u dan af: wat zegt mij dit? Het wonderlijke is dat u dan vaak bepaalde stem­mingen krijgt. Probeer eens of u met zo’n stemming iets kunt doen. Het zal u heel vaak gelukken. U zult ontdekken dat u daardoor geestelijk en stof­felijk grotere vrijheden kunt verwerven.

Onze wereld, die Aarde heet, dit levende organisme in een schijnbaar ledige ruimte, is voortdurend met alle leven daarop verbonden. Dat betekent dat de band een wederkerigheid inhoudt. U kunt krachten ontlenen aan de aarde zo goed als aan de sferen en de sterren. U kunt omgekeerd krachten daaraan verliezen. Uw instelling, uw eigen vorm van harmonie is hiervoor bepalend. De wereld wil u niets ontnemen en misschien wil ze u ook niets geven, daarvoor is het verschil in tijd te groot. Maar u kunt inhaken op de voor u positieve krachten. U kunt u voor een groot gedeelte afsluiten voor of onttrekken aan de voor u meest negatieve krachten.

Besef dat u leeft in een levende wereld, dat de vele vibraties die ­de wereld zelf voortbrengt tekens van leven zijn, aanduidingen van levens­problemen die een eigen regelmaat hebben en waarin u altijd weer voor uzelf krachten en mogelijkheden kunt vinden.

Dan is er nu ook nog een toenemende pulsatie van de eigen aard­energie. Op grond daarvan zou de aardkern dus meer warmte moeten gaan afgeven. Dit is nog een beginperiode. Het geheel loopt vanaf heden gere­kend nog ongeveer 600 jaar; dus een klimmende pulsatie. Wij moeten aan­nemen dat in de komende jaren de gemiddelde temperaturen over de gehele aarde gerekend zullen toenemen; ze zullen iets hoger zijn. De gemiddelde temperatuursverschillen per jaar zullen – althans voorlopig – gemeten kunnen worden met ongeveer een 0,8 graad Celsius over het geheel. Dat lijkt niet veel, maar het kan van zeer grote invloed zijn op het gedrag van beken, gletsjers, de poolkappen en wat dies meer zij. Het betekent ook dat de warmteverhoudingen veranderen. En dat betekent weer dat in sommige ge­bieden de poolkap zich uitbreidt in de richting van de evenaar, terwijl ze op andere terreinen zich juist terugtrekt. Wij moeten rekenen op een toe­name van ijsvorming en ijskapvorming in de richting van Canada, vanaf heden gerekend ongeveer 15 jaar, voordat het goed merkbaar wordt. Dan volgt een progressief proces dat ongeveer 500 jaar duurt Het gaat niet snel vooruit, maar het gaat vooruit en dat wil zeggen dat de mens dan een tikje achter­uit moet gaan.

De grote activiteit van natuurgeesten kan dan plotseling nu ook be­tekenis krijgen. Het is heel waarschijnlijk dat, gezien deze storing (die moet u er in dit geval bij rekenen, omdat daarmee een evenwicht verschoven is en er nu een nieuwe cyclus volgens mij ontstaat) wij zullen moeten rekenen op een toenemend aantal grote bosbranden, die betrekkelijk vroeg in het jaar (waarschijnlijk in april) begint en die over de gehele wereld plaatsvinden. Die bosbranden gaan voort tot oktober van het volgende jaar. Het is een jaar waarin zeer veel bos in vlammen zal opgaan. Misschien wel een beetje jammer aan de ene kant, aan de andere kant is het ook wel begrijpelijk.

In die periode echter zullen natuurlijke evenwichten sneller kunnen worden hersteld, omdat de elementalen die actief zijn niet alleen negatief werken, maar ook reinigend. Een vuurgeest bijvoorbeeld kan bepaalde stoffen in de atmosfeer van aard doen veranderen, waardoor hun werking in de atmosfeer evenwichtiger en natuurlijker wordt. Dat kan erg belangrijk zijn. Ook de luchtcirculatie zal daardoor sterk worden beïnvloed, ofschoon dit de grootste waarde heeft in de omtrek van ongeveer 500 mijl van zo een brand. Die bosbrand­ cyclus herhaalt zich overigens al na 7 jaar; dan komt ze weer, maar onder normale condities.

Kijken we naar wat wij noemen het strijdbaarheidseffect of het onrust­effect, dan weten we dat dat eens per zoveel jaren voorkomt. De lemmingtrek bijvoorbeeld. Dit verklaren wij dan door het optreden van overbevol­king. Het vreemde is echter dat zo’n overbevolking dan reeds 2 of 3 jaar bestaat, voordat de treklust van die dieren actief wordt. Zij reageren niet alleen op overbevolking, maar bovendien op een speciale gespannenheid, die onrust betekent. Die onrustperiode bestaat nu en blijft nog voortduren. Ook in het volgende jaar moet met die onrustperiode worden gerekend, zodat bijna heel 1974 hieronder valt.

Het impliceert een vergrote behoeft om van omgeving te veranderen. Het impliceert een grotere strijdvaardigheid, waardoor men om geringe zaken bereid is groter risico te lopen. Dat is natuurlijk niet zo erg prettig. Het zou in het Midden-Oosten ook invloed kunnen hebben. Het betekent verder: eenzijdigheid in denken is in een dergelijke periode bijna normaal te noemen. Zeer veel mensen zullen op grond van zeer eenzijdige stellingen en gegevens gaan ageren en daardoor onder de mensen eveneens strijd, ruzies en grote mislukkingen veroorzaken.

Een periode waarin deze zelfde invloed met vergelijkbare intensiteit op­treedt, duurt vanaf heden gerekend 23 jaar. Dan is er ook een periode van on­geveer l½ jaar. In deze 1½ jaar zit een top van ongeveer 6 maanden waarin eveneens gevaar bestaat voor zeer grote revoluties, eventueel ook oorlogsgeweld. Al die dingen kunnen we aflezen uit de trillingen van de aarde. Het is een heel vreemde situatie. We hebben overal te maken met ritmen, met voortdurend variërende trillingen en, of je als mens of als geest nu wilt of niet, je kunt er niets aan veranderen. Ze definiëren wat er gaat gebeuren.

De aarde is een levend organisme. Als levend organisme kent zij bepaalde vormen van activiteit die inherent zijn aan haar bestaan. Alles wat er op en rond de aarde leeft, of het van zuiver stoffelijke, van astrale of zelfs van zuiver geestelijke vorm is, zal zich aan deze vibraties niet kunnen onttrekken. Het geheel van de aarde met alle leven daarop vertegenwoordigd reageert. Wij kunnen dergelijke invloeden niet veranderen of neutraliseren. We kunnen misschien zeggen: iemand heeft hartkloppingen, laten we het hart stilzetten, maar dan is hij dood.

Van de aarde zouden we precies hetzelfde kunnen zeggen. We kunnen proberen dergelijke invloeden eenvoudig stil te zetten. We stellen onze gedachten daartegen in, we geven onze gedachtekracht en dan moet het maar verdwijnen. Maar dat betekent gelijktijdig dat we ergens de evenwichtigheid, de gezondheid van de aarde zouden proberen aan te tasten. Als alle mensen dat tezamen zouden doen, zou het inderdaad mogelijk zijn om de aarde van cyclus te doen veranderen en bepaalde verschijnselen zelfs tot stilstand te brengen. Maar in dat geval kun je ze niet meer op gang brengen; dan is er iets weg en dat komt nooit meer terug. Daarom moeten we, wanneer derge­lijke invloeden optreden, daarop steeds reageren door uit te gaan van de invloed.

De aarde leeft. De vibraties die ons omringen, de trillingen die uit haar voortkomen zijn delen van haar bestaan, ook als ze voor een mens wat minder gelegen komen zo nu en dan. Indien we daarvan uitgaan, indien we die functies bevorderen, indien we proberen de kracht van die functies te gebruiken voor onze eigen doeleinden, dan blijkt dat de aarde rustig door functioneert en dat wij van haar krachten gebruik kunnen maken, dat haar uitstralingen van meer geestelijke aard door ons niet teniet kunnen worden gedaan, maar dat we wel de kwaliteiten, die daaraan verbonden zijn, kunnen gebruiken.

Wij moeten ons opstellen in de richting van het onvermijdelijke van het aards gebeuren. Een aardbeving kunnen we niet ontgaan, maar we kunnen wel zorgen dat:

  1. wij ons niet in het ergste bevingsgebied bevinden,
  2. wanneer de beving geweest is, we niet treuren over wat te gronde is gegaan, maar we moeten zien wat we nu voor nieuwe en betere zaken kunnen opbouwen.

Geestelijk gezien is het zelfs nog belangrijker. Indien de juiste om­standigheden aanwezig zijn, ik heb zo even er enkele van genoemd, dan zul­len we plotseling verder kunnen zien in ruimte en tijd. Als wij merken dat dergelijke facetten, dergelijke dromen komen, dan moeten we proberen om onze persoonlijkheid, onze eigen interpretaties een beetje uit te schakelen en te zeggen: laten we nu alles zien en aanvaarden zoals het is. Dan kunnen wij ons voorbereiden op veel van wat werkelijk ontstaat. We zullen daar be­ter in kunnen passen, we zullen daar beter gebruik van kunnen maken.

Als we weten dat de natuurkrachten een beetje strijdig met elkaar zijn, dan is dat helemaal niet erg, als wij in die periode tenminste geen beroep doen op die krachten, want dan worden wij mede in de strijd gewikkeld.

Hebben we te maken met waarden die behoren tot een der oude elemen­ten en dus ook tot het gebied van bepaalde elementalen, laten we dan reke­ning houden met het feit dat ze super actief zijn of dat ze absoluut niet actief zijn. Door dat te doen zullen we onze materialen beter kunnen gebrui­ken en verwerken.

De mens kan zelf met deze erkenning van vibraties en ritmen veel doen. Het is helaas niet mogelijk om in dit korte bestek een volledige schaal daarvan te geven. Ik heb wel enkele kentekenen genoemd waardoor u optreden­de invloeden gemakkelijker herkent. Mag ik u een paar voorbeelden geven.

Wat is geluk?

Men kan zeggen dat geluk een emotie is. Men gebruikt het woord geluk echter ook om een meevaller aan te duiden. Men zegt wel dat je pas geluk hebt, als je ongeluk hebt gekend. Ik heb in mijn tijd menig on­geluk gekend en ben daar niet gelukkiger door geworden. Maar de oude gezegden wijzen dan toch op het feit dat wij de tegenstelling moeten kennen.

Geluk is volgens mij in harmonie zijn. Als je gelukkig bent, dan aanvaard je het leven en de wereld, dan maak je je geen problemen. Je hebt het gevoel dat je alles wat er gebeurt best aan kunt en op zo’n ogenblik kun je ook alles aan.

Er zijn mensen die nog nooit hebben gekookt en, gelukkig zijnde, ­naar een kookboek grijpen, zich 20 bladzijden vergissen bij het doorbladeren ervan en toch een dragelijk gerecht produceren. Als dat geen geluk is, dan weet ik het niet. Deze mensen zijn zodanig ingesteld op al wat rond hen is dat ze op het juiste moment juist reageren.

Is geluk ook iets wat je in jezelf draagt? Ik heb veel mensen horen verklaren, en zeer nadrukkelijk, dat ze zo gelukkig waren. Ik heb mij al­tijd afgevraagd waarom zeggen ze dat zo nadrukkelijk? Wie willen ze over­tuigen? Misschien zichzelf? Want heel veel mensen zeggen: ik ben gelukkig, omdat ze de disharmonieën, die in hun leven bestaan, proberen te ne­geren. Dat kan toch nooit tot werkelijk geluk voeren. Een mens moet de om­standigheden aanvaarden zoals ze zijn. Alleen dan kun je in je leven en in je werkelijkheid alle dingen samenvoegen en toch harmonie vinden. Zolang we bang zijn voor wat we zien als ongeluk, zullen we nooit waarlijk gelukkig zijn. Wat wij dan geluk noemen, is een kunstmatige blindheid of een wanho­pige vlucht voor al datgene waarvan we weten dat het toch onvermijdelijk zal opdoemen. Ik heb op dit terrein een paar proeven genomen. Ik zou u daarmee graag in kennis willen stellen.

In de eerste plaats. Geluk wordt niet bepaald door de omstandigheden, maar door de wijze waarop men de omstandigheden kan aanvaarden.

In de tweede plaats. Waar geluk kan eerst dan bestaan, indien onge­luk rond het eigen wezen wordt erkend.

In de derde plaats. Naarmate wij duidelijker de contrasten zien, die er rond ons bestaan en de contrasten in ons leven erkennen, zullen wij met al het gebeuren meer harmonisch kunnen zijn. Hierdoor ontstaat een emotio­nele stabiliteit, die wordt overgedragen op elke relatie met de wereld, hetzij de mens, hetzij de dingen.

Deze punten heb ik definitief vastgesteld na een onderzoek dat toch ongeveer 150 000 gevallen omvat in de loop der jaren. Ik geloof dat we deze conclusies als geldend voor de gemiddelde mens mogen aanvaarden.

Ik heb mij daarna afgevraagd: op welke wijze ontstaat deze emotionele stabiliteit? Mij bleek dat deze stabiliteit voor een groot deel afhanke­lijk was van de contacten, die men had met medemensen. Hierbij, en dat was wederom opvallend, werd het contact niet door anderen maar door de persoon zelf bepaald. Personen die de contacten die zij in het leven kennen, sterk afhankelijk stellen van anderen (hun gedragingen en initiatieven), blijken minder gelukkig te zijn dan degenen die zelf de contacten leggen. Hieruit heb ik verder geconcludeerd dat contactarmoede, zoals die bij ve­len voorkomt, de basis is van disharmonieën en op grond daarvan bovendien wordt gestipuleerd. Contactarmoede is voor de mens identiek met ongeluk­kig zijn, onverschillig of men zich dit toegeeft of niet.

Ik heb nagegaan welke menselijke relaties dit geluk tot uiting bren­gen. Mij bleek dat hierbij de band tussen de mensen vaak een rol speelt, maar lang niet zo vaak als men denkt. Kennelijk is een gevoel van vriend­schap (misschien moet ik zeggen van een wederzijdse betrouwbaarheid) veel belangrijker dan de meer materiële contacten.

Opvallend is verder dat deze harmonie, als zij in een mens bestaat, zich uitbreidt over alle generaties. Er wordt op aarde vaak gesproken over een generatiekloof. Deze blijkt niet te bestaan voor mensen die wer­kelijk gelukkig zijn, omdat ze in zich een harmonie hebben. Voor hen is alles aanvaardbaar, ze kunnen op alles reageren, ze hebben de veerkracht om zichzelf te blijven in alle contacten en verkrijgen daardoor in al die con­tacten, ongeacht hun verschillende aard, ook een zeker respect en een wederkerige aanvaarding.

Ik heb geprobeerd na te gaan in welke welstandsklassen dit geluk, deze innerlijke harmonie het meest voorkwam. Tot mijn verbazing moest ik constateren dat in bijvoorbeeld West-Europa de middenstand het gelukkigst is. In landen als Brazilië, Argentinië, in delen van Afrika en India blijkt echter dat werkelijk geluk bij de armen meer voorkomt dan bij de rijken. Werkelijk geluk, dat wil zeggen innerlijke aanvaarding, harmonie en emotio­nele stabiliteit vond ik slechts in zeer geringe mate bij hoog geplaatsten. Hieruit zou ik de conclusie willen trekken dat het hebben van bezit, de aansprakelijkheid voor het bezit of het werken met mensen in massaverband als een abstractie op zichzelf het bereiken van het innerlijk geluk en de emotionele stabiliteit aanmerkelijk belemmert. Het schijnt dat de persoonlijke relatie en de wederkerige erkenning van groot belang is voor het ge­luk.

Ik heb het geluk in het begin van mijn betoog ook aangeduid als mee­valler. Ten aanzien van die meevallers ben ik eveneens gaan kijken wat de feiten zijn. Werkelijke meevallers, in de zin van geluk hebben in de lote­rij en dergelijke, bleek niet in verband te staan met de emotionele stabiliteit. Wel bleek dat een mens, die emotioneel stabiel is, die innerlijk har­monisch is, een veel grotere greep heeft op mensen en materialen en tot een veel juistere uitdrukking komt van zijn gedachten en bedoelingen.

Ik heb geprobeerd na te gaan of bepaalde zegswijzen hier nog een richt­lijn geven. U kent misschien het spreekwoord dat zegt dat de duivel altijd iets doet op een grote hoop. Dit blijkt inderdaad waar te zijn. Daar waar een enorme concentratie op bezit en verwerving van bezit is, zal eerder een loterij gelukje, een vermeerdering van bezit vallen dan daar waar ge­zocht wordt naar gewoon harmonie in de samenleving met de mensheid en met de geest. De bezittingen, die zo worden verworven, brengen in de meeste gevallen niet veel extra geluk. Integendeel, in ongeveer 8 van de 10 ge­vallen blijkt eerder dat een degelijke meevaller grote conflicten schept en de mens minder stabiel, ja zelfs gestoord, in zijn relatie met de wereld en zijn erkenning van zichzelf achterlaat.

Ik ben daarna gaan kijken of het waar is dat bezit niet gelukkig maakt. Dit is juist. Bezit maakt niet gelukkig, maar bezit hebben kan in vele gevallen toch bijdragen tot geluk. Want juist de mens die in een noodsituatie verkeert en daarin geen vrede vindt, is niet gelukkig. De mens echter die een redelijke levensbasis heeft, lijkt mij grotere moge­lijkheden te hebben om een juiste relatie met de mensen en met de kosmos te vinden en daardoor een innerlijke harmonie te verwerven.

Vervolgens ben ik gaan uitzoeken hoe het staat met de mensen die het geluk najagen. De avonturiers, de playboys, de playgirls en de Jet-set. Wel, jet kan ook pikzwart betekenen. Voor het merendeel van de Jet-set geldt dit inderdaad. De innerlijk onevenwichtigheid is daar dermate groot, dat men tot de conclusie komt, bij deze mensen is betrekkelijk weinig geluk aanwezig. Er is wel een voortdurende toestand van verrukking, maar deze wordt gevolgd door vlagen van wanhoop, intense verveling en zelfs een contactarmoede die tot een verwerping van alle leven en contact leidt. Playboys en playgirls blijken in vele gevallen op twee niveaus te leven. Aan de ene kant zijn ze reëel actief in de samenleving, aan de andere kant proberen zij zich daarbuiten bijna excessief te ontspannen. Het blijkt dat sommige van deze mensen inderdaad toch gelukkig zijn. Bij het merendeel echter blijkt dat het playboykarakter voortkomt uit een onvermogen zich in de wereld te oriënteren op bevredigende wijze.

Een poging om het een beetje eenvoudiger te zoeken bracht mij ook nog tot een onderzoek van degenen die verre reizen maken en op deze ma­nier avontuur zoeken. In de meeste gevallen blijkt dat zij conflicten ken­nen waardoor zij tot een afstand doen van hun omgeving worden gedreven. Zij ontvluchten eigenlijk hun normale situatie. Dit bewijst al dat zij niet gelukkig zijn.

Avonturiers kunnen soms heel gelukkige mensen zijn, als zij namelijk van ogenblik tot ogenblik leven. Bij hen is de variatie van beleving niet iets wat wordt nagestreefd; het ontstaat als het ware spontaan, omdat zij elk ogenblik reageren op de mogelijkheden en impulsen die daar aanwezig zijn. Zij kennen de consequenties van wat zij doen zelden, maar zij zijn innerlijk harmonisch en blijken ook in staat te zijn om heel veel beheersing op te brengen voor materie en omgeving.

Gewone mensen zijn schijnbaar lang niet altijd gelukkig. De harmonie die hier is, is inderdaad wel gemakkelijker te constateren en vaak veel­ omvattender dan bij de genoemde groepen, maar in de meeste gevallen ont­staat hier een eis: relatie ten aanzien van de omgeving. Men eist van de omgeving, men integreert niet met de omgeving. Hierdoor ontstaan aller­hande waanbeelden, ontevredenheidsaspecten, die de innerlijke harmonie voortdurend verstoren en daardoor zelfs de persoonlijke relaties, waarin harmonie zou kunnen bestaan, eveneens bedreigen.

Als ik dit alles mag samenvatten met nog verdere onderzoekingen erbij, zou ik u het volgende beeld willen voorleggen.

Datgene wat de mens geluk noemt, is dat zelden. Geluk komt voort uit een innerlijke toestand. Maar waar een innerlijke harmonie aanwezig is, schijnt de wereld, en zelfs de mensheid, geneigd te zijn deze harmonie te be­vestigen. Hierdoor zal werkelijke harmonie in het ik worden weerspiegeld in een geluk dat ook voor anderen kenbaar is.

Bezittingen, macht en dergelijke zaken voeren niet tot geluk. Integen­deel, ze blijken in de meeste gevallen een belemmering daartoe te zijn.

Geloof brengt zelden geluk. Geluk is een innerlijke toestand. Zij die zich wanhopig vastklampen aan een bepaalde vorm van geloof, hebben hun evenwicht niet. Juist daarom grijpen zij naar een staf die voortdurend faalt, omdat ze verwachtingen kweekt die niet in de wereld kunnen worden gerealiseerd.

De meest gelukkige mensen zijn zij die van ogenblik tot ogenblik leven. Mag ik u nog een onderzoekje voorleggen, dat ik naast het voorgaande heb gedaan?

Ik heb getracht te constateren in hoeverre kinderen gelukkig zijn. Het blijkt mij dat kinderen, die uitermate veerkrachtig zijn en zeer sterk op het ogenblik reageren en daarmee leven, doorgaans gelukkig zijn. Dit geldt zelfs voor kinderen die in een lichamelijk deplorabele situatie verkeren. Ik heb geluk gezien in kinderen die op het punt stonden de hongerdood te sterven. Dit is ongelooflijk, maar waar. Ik heb daarnaast gezien dat kinde­ren ongelukkiger worden naarmate zij meer komen tot een vergelijken van de buitenwereld met hun eigen lot. Zij zien daarin namelijk alleen de volgens hen positieve punten en niet de schaduwzijde. Het feit dat die positiviteit niet verwezenlijkt kan worden zonder de schaduwzijde, brengt hen in een innerlijke verwarring. Het gemiddeld geluk van het kind in een eenvoudige gemeenschap ligt aanmerkelijk hoger dan dat van een kind in een sterk geordende en welvarende gemeenschap.

Opvallend is verder dat het geluk van het kind niet wordt bevorderd door een grotere vrijheid. Het geluk van het kind schijnt voor een groot gedeelte verbonden te zijn met het gevoel van behoren tot een bepaalde groep en een leven volgens de regels van deze groep. Wanneer verzet tegen die regels wordt bestraft, draagt dit bij tot het geluk en verbreekt het de innerlijke harmonie niet, maar bevestigt deze in wezen. Dit onge­acht huil- en driftbuien, die kinderen altijd weten te produceren, als ze proberen de omstandigheden in hun voordeel te beïnvloeden.

Ik heb mij verder afgevraagd wanneer het geluk van het kind het grootst is. Dit blijkt voor de meeste kinderen te zijn – vreemd genoeg – op de leeftijd van 5 tot 9 jaar. Ik heb mij afgevraagd, waarom? Het bleek mij dat de grote afhankelijkheid en het weinige begrip voor de wereld dat men heeft wanneer men jonger is dan 5 jaar enorm storende reacties teweeg kan brengen. De wreedheid van kinderen onder elkaar zou spreekwoordelijk moeten zijn. Deze wreedheden, die over en weer worden begaan, vormen wel­iswaar een leerschool, maar die maakt een gelukkig zijn meestal onmogelijk. Er is dan geen harmonie. Wanneer kinderen ouder worden dan 9 jaar, begin­nen zij hun eigen beeld van het ‘ik’ in de wereld te projecteren en kunnen dit niet verwezenlijken. Het resultaat is wederom een aantal onevenwichtig­heden. Als een mens innerlijk harmonisch blijft onder die condities, zien we een stabilisatie die plaatsvindt rond de 16 jarige leeftijd.

Hier heeft u wat ik ten aanzien van geluk heb onderzocht. Ik hoop dat ik hierdoor heb bijgedragen tot een beter begrip voor wat ge­lukkig zijn betekent. Maar al teveel mensen schijnen geluk uit de wereld te verwachten. De wereld kan u niet gelukkig maken. Dit heeft mijn onderzoek mij althans overtuigend aangetoond. U kunt slechts gelukkig zijn in een we­reld door voortdurend met zekerheid in die wereld te reageren en daarbij uit te gaan van de harmonische relatie met die wereld in alle opzichten. De problemen die u te overwinnen heeft, zullen uw innerlijke rust niet aantasten en u zult juist door die innerlijke rust in staat zijn de proble­matiek van het bestaan op een juistere en eenvoudiger wijze aan te pakken en op te lossen dan zonder dit mogelijk is.

Ik wens u allen toe dat u gelukkig moogt zijn, maar ik wil u erop wij­zen dat u dan ook uzelf gelukkig moet maken door te aanvaarden wat is en, in wat is, een harmonie te zoeken met uzelf, met uw lot en met de wereld.

Laat mij u een indruk geven van wat harmonie voor mij is.

Harmonie

Harmonie. Een warreling van kleuren die versmelten.

De tijd die stil­staat en oneindigheid wordt en gelijktijdig de tijd toont in al wat hij is.

Een leven dat verbonden is met ongetelde levens en in ongetelde levens levend zichzelf herleeft en beleeft de werkelijkheid.

Het gevoel van nimmer alleen of verlaten te zijn. Het gevoel van altijd zinrijk zijn, zelfs daar waar de zin soms niet wordt beseft. Het gevoel van kracht, die altijd aanwezig is en altijd zal zijn wanneer ze nodig is, omdat je deel bent van die kracht en die kracht in jou is.

De droom, die reist van ster naar ster. De droom, die rijst in dat wat je bent en het verleden doet herontstaan en het hergroepeert totdat het be­antwoordt aan een ideaal. Een wereld, waarin zijn is wereld-zijn.

Een wereld, die je bent, die je uit en die je doorleeft om zo te zijn een begrip.

Een begrip, dat in staat is antwoord te geven op vragen en in zichzelf een vraag zijnde wordt beantwoord door die onbekende Kracht waaruit de lich­ten voortkomen, die in vele kleuren rond mij zijn en versmelten met elkaar tot een werkelijkheid.

Dit is mijn harmonie.