Vicieuze cirkel

image_pdf

11 mei 1962

Aan het begin van deze avond wil ik er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mijn onderwerp voor heden noemde ik: Vicieuze cirkel.

Op het ogenblik zijn er vele werkingen kenbaar op de wereld. De ontwikkelingen kunnen wij terug vinden in de tendensen van de beurs, de altijd weer optredende wisselingen in het regeringsbeleid van verschillende landen en de in deze dagen groeiende problemen op godsdienstig terrein, waarbij steeds meer mensen betrokken geraken. Hieruit vloeien geen of zeer weinig blijvende veranderingen voort. Wanneer wij vanuit de sferen de wereld bezien, rijst onwillekeurig de vraag, waarom zovele mensen in dezelfde tredmolen blijven gaan, ofschoon zij zich daarbij kennelijk niet gelukkig voelen. Misschien meent u, dat wij beter doen een ander onderwerp met u te bespreken, zoals bv. de uitingen van het wezen Gods, of de ontwikkelingen in de toekomst. Maar wat kunnen alle gegevens u helpen, wanneer u niet inziet, waar de fouten van deze tijd eigenlijk schuilen? Want alleen, wanneer u daarin enig inzicht hebt, kunt u ook beseffen, waaruit de grote crises voort zullen komen, die reeds nu uw wereld bedreigen. Om dit te beseffen is het noodzakelijk ons eerst even bezig te houden met de feiten.

Allereerst dan enkele fouten uit de wereldpolitiek. Hier ontdekken wij op het ogenblik een steeds groeiende neiging om gelijktijdig met woorden “ja” en met daden “nee” te zeggen. Iedereen spreekt over ontwapening, iedereen gaat voort zich steeds sterker te bewapenen. Iedereen spreekt over vrijheid, maar niemand blijkt bereid de vrijheid van anderen – of zichzelf – met daden te bevorderen. Eerder blijkt de neiging te bestaan om anderen tot slavernij te doemen, wanneer men maar meent, dat eigenbelangen daarmee enigszins bevorderd kunnen worden. Overal horen wij over de noodzaak alle mensen gelijke rechten toe te kennen.

Gelijktijdig zien wij overal steeds meer bevoorrechte groepen en standen ontstaan. Kennelijk is er iets niet in orde. In ieder geval is men niet consequent. Men gaat uit van z.g. redelijke overwegingen. Deze redelijkheid betekent in feite, dat men niets kan en durft doen in een toestand, die onoverzichtelijk is geworden. Hierdoor blijkt steeds weer hetzelfde probleem te ontstaan, terwijl steeds weer dezelfde situaties zich herhalen. Hierbij breng ik even in uw herinnering: Berlijn. Sedert 1957 18 maal een crisis. Steeds dezelfde achtergrond. Wanneer wij bv. zien, hoe Chroesjtsjov enerzijds volhoudt, dat zijn land steeds meer en beter gaat produceren, uitroepend, dat zijn land in korte tijd het westen zal overvleugelen, maar aan de andere zijde toe moet geven, dat het productieapparaat tekort schiet, kan men moeilijk nog aan zijn eerlijkheid geloven. Wanneer de regeerders van China enerzijds stellen, dat zij alleen door het stellen van juiste communale verhoudingen – kolchozen e.d. – een werkelijke bloei van hun land kunnen bereiken, terwijl anderzijds deze structuren los moeten worden gelaten, omdat sinds enkele jaren een steeds groeiende hongersnood hun land teistert, zo vragen wij ons toch wel even af, of zij dan nog wel eerlijk en redelijk zijn. Wanneer wij horen, dat iemand, die de vrede zegt te verdedigen en ten koste van alles, alleen om aanzien te gewinnen in eigen land en andere politieke redenen, die niets met werkelijke noodzaak te maken hebben, zich laat voeren tot een aanval op en veroveren van enkele enclaves in zijn land, zo vragen wij ons ook hier af, waar de schoen eigenlijk wringt.

Opvallend is hierbij, dat dergelijke strijdigheden door de gewone man in die landen niet wordt beseft. Kennelijk gaat hij teveel af, op “wat men zegt”. Over geheel de wereld blijkt bij de doorsnee mens eigen rede stil te staan, wanneer een verklaring wordt gesteund door de naam van een staatsman, een kerkvorst, of een geleerde. Duidelijk blijkt men de overtuiging toegedaan, dat zij – die zo hoog staan – het toch wel het beste moeten weten. Daardoor ontberen alle hooggeplaatste personen de steun van hun volk, van de gemeenschap, waartoe zij behoren. Zij zullen niet anders kunnen doen dan de status quo zo goed mogelijk handhaven, terwijl zij gelijktijdig van eigen onfeilbaarheid steeds sterker overtuig geraken. Eigen onfeilbaarheid, zowel als een status quo, kan alleen gehandhaafd worden, wanneer men, desnoods tegen alle eigen principes in, handelt. Vele hooggeplaatsten komen er dan toe handelingen te verrichten en ingrepen te bevorderen, die, zowel voor de wereldvrede, het welzijn van de mensheid als geheel, als hun eigen roep zeer schadelijk zijn. Laat ons enkele feiten in de wereld van de economie verder beschouwen.

Overal horen wij, dat het de mensen steeds beter gaat. De welvaart wordt alom groter. Men kan, roept men uit, zich een steeds grotere luxe veroorloven. Deze kreten horen wij nu reeds vanaf het jaar 1951. Nu, 11 jaar later, klinkt nog steeds dezelfde leuze. Ondertussen zijn bijna alle valuta’s met rond 40% in werkelijke koopkracht gedaald. Ten dele wordt dit verbloemd door een subsidiepolitiek, waarbij men een deel van de prijs van de producten op zijn belastingbiljet terug vindt. De burgers beseffen dit niet. In deze 11 jaren blijken verder voor 2/3 van de mensheid hongersnood, pestilenties en strijd aanmerkelijk toegenomen te zijn.

Voor de 10e maal in deze tijd heerst er weer eens op een deel van de wereld een grote hongersnood. Méér dan 10 malen in deze tijd bleek een groot sterven van mensen in de z.g. onderontwikkelde gebieden de wereld te teisteren. Degenen, die ons verzekeren, dat geheel de wereld een toenemende welvaart vertoont, maken zich van dergelijke verschijnselen af door een bedelaarsgift en schijnen niet over mogelijkheden en middelen te beschikken om daadwerkelijk dergelijke ontwikkelingen op aarde onmogelijk te maken. Conclusie: van een werkelijke stijging van de welvaart, zeker over de gehele wereld, is geen sprake. Overal horen wij leuzen over vrijheid, maar om de bestaande sociale ordening ook verder in stand te houden, blijkt het feitelijk noodzakelijk steeds meer wetten te scheppen.

Met een treurig gevolg: Hoe meer wetten er komen, hoe minder de mensen zich daaraan blijven houden. Het gevolg is, dat de regeling van het leven door middel van wetten allerwegen zover wordt opgevoerd, dat men binnen enkele jaren niet eens meer wettelijk vrij zal zijn om te denken, wat men wil. Het wonderlijke van het geval is, dat men het geven van steeds meer wetten rechtvaardigt door te stellen, dat deze noodzakelijk zijn voor het behoud van de vrijheid. Allerwege horen wij, dat de productiviteit stijgende is; dat het arbeidsproces steeds gunstiger en rationeler verloopt. Gelijktijdig horen wij, dat steeds meer mensen hun werk haten en verachten. Wij horen, dat de mensen steeds meer voor elkaar over hebben, dat er steeds meer door mensen voor mensen wordt gedaan. Gelijktijdig worden wij geconfronteerd met een steeds feller naar voren tredende rassenstrijd in steeds grotere delen van de wereld. Hier deugt iets niet. Men wil klaarblijkelijk met kunstmatig optimisme en een steeds weer loochenen van alle minder prettige ontwikkelingen voor alles voorkomen, dat de doorsnee mens beseft, waar de fouten van deze dagen schuil gaan. Natuurlijk spreekt men in vele landen wel over fouten, maar dan toch over de fouten van anderen. Zelf wil men niet erkennen, dat men zelfs maar fouten zou kunnen maken. Zeer duidelijk is hier iets niet in orde.

De profeten van de nieuwe welvaart, de verkondigers van steeds grotere vrede en toenemend geluk op aarde, verkopen hun artikelen misschien wel goed, maar zij kunnen niet leveren. Dergelijke strijdigheden treffen wij ook aan op het gebied van de godsdienst. Daar horen wij met nadruk verkondigen, dat een diep geloof noodzakelijk is. Men dient op God te vertrouwen, men dient God beter en inniger te beleven. Men dient God zuiverder en beter te dienen. Gelijktijdig blijkt men overal en in toenemende mate de godsdienst als een machtsmiddel te gebruiken. Denk aan de uitstoting van enkele geestelijke leiders in Zuid-Afrika. Herinner u de geschillen in de USA, waar om ongeveer tegengestelde redenen meerdere katholieken door de kerk werden uitgestoten. Laat ons verder de godsdienstig-politieke geschillen in eigen land niet vergeten en ons even herinneren, dat op het ogenblik in Frankrijk een betrekkelijk groot aantal gewijde priesters, uitgestoten door de kerkelijke gemeenschap, onder de arbeiders werkzaam zijn, als arbeider hun brood verdienende.

Dit is slechts een zeer kleine greep uit een overvloed van feiten. Kennelijk is de stelling niet gelijk aan de praktijk. Men moet, zo zegt men in kerkelijke kringen, deze instelling handhaven, men moet op deze wijze optreden om zijn stellingen en geloof nog te kunnen verkondigen.

Dan zijn de stellingen niet juist, want een stelling, die alleen verkondigd kan worden door mensen, die haar ten dele loochenen of vervormen, deugt niet. Wanneer een godsdienstige stelling of gebod niet aanvaardbaar genoeg lijkt te zijn voor de massa, zoekt men middelen om deze stellingen algemener en daardoor voor meerderen aanvaardbaar te maken, vindt men steeds meer mogelijkheden om aan de kerkelijke geboden hun feitelijke kracht en inhoud te ontnemen. Ook dit wordt goed gepraat met de stelling, dat men anders zijn invloed – lees: macht – zou verliezen. Maar een geloof, dat waar is, heeft geen macht en invloed onder de mensen nodig. Dat baseert zich op en vindt zijn macht en invloed door de wil Gods, zonder dat de mens hierbij genoopt wordt zijn stellingen en principes aan te passen. Hier mag dan ook gezegd worden: Zolang de mens niet voldoende in God gelooft om daarin een volledig vertrouwen te stellen, om alleen daaruit zijn macht en invloed te willen ontvangen, zal geen enkele kerk op aarde, werkelijke zin en betekenis in godsdienstige en esoterische zin hebben.

Ook hier beweegt de mensheid zich in dezelfde vicieuze cirkel voort van wantrouwen en handhaven, wat men heeft. Ook hier draait men steeds rond in dezelfde kring, tot de wereld even snel schijnt te wervelen als een draaimolen in de hel.

Dit zijn enkele van de feiten, waaruit de noodlottige kringloop van het ogenblik kenbaar wordt op uw wereld. Waaruit dit alles voortkomt? Op de wereld heeft men natuurlijk menselijke inzichten. Deze inzichten zijn normalerwijze gebonden aan het individu. Zij vormen deel van de persoonlijkheid en maken voor de persoonlijkheid een vergroting van inzicht en een verbetering van eigen status mogelijk. Het ego van de mens dient zich op de juiste wijze tegen de aanslagen van de omgeving te verdedigen, zal zich dienen te handhaven en daartoe de meest passende wijze van leven zoeken, een zo juist mogelijke sociale samenhang bevorderen. Het ik zelf dient ook op de juiste wijze te geloven, omdat zonder geloof het leven zinloos is. Indien wij – zoals op het ogenblik op de wereld geschiedt – het individu steeds minder belangrijk achten, steeds minder mogelijkheden voor de persoonlijkheid van de individuele mens laten, daarbij de nadruk steeds meer leggende op alles, wat gemeenschappelijk bestaat, zal een werkelijke ontwikkeling steeds moeilijker tot stand kunnen komen.

Men vergeet steeds meer, dat alleen vanuit het streven en bewustzijn van de eenling een gemeenschap kan worden geschapen en in stand gehouden.

Het gevolg is, dat de zaak haast wel moet breken. De eenvoudige mens van deze dagen wordt steeds meer gelijk geschakeld. Zolang dit het geval is, zal hij aan hen, die de leiding hebben, niet de nieuwe impulsen kunnen geven, die noodzakelijk zijn om de mensheid verder te helpen. Zij, die de leiding geven aan de massa, kunnen – mede gezien de grote verantwoordelijkheid, die zij dragen – over het algemeen niet meer doen, dan het bestaande zo goed mogelijk handhaven en uitbreiden. De oplossing, de uitweg uit de vicieuze cirkel, is gelegen in een terugkeren naar de meer persoonlijke ontwikkeling. Deze ligt geheel in de lijn van de vernieuwing, die zich reeds op het ogenblik op de wereld begint te uiten. Wanneer u geheel begint te handelen volgens eigen inzichten, daarbij geheel eigen aansprakelijkheid aanvaarden en u niet door verkeerd begrepen gevoelens van loyaliteit t.a.v. een partij of kerk laten afleiden, zal de vernieuwing tot stand kunnen komen, u zult geheel af moeten gaan op uw eigen inzichten en begrippen omtrent goed en kwaad. Uw eigen gevoelens van verantwoordelijkheid enz..

De noodlottige kringloop, die de laatste 50 jaren beheerste, zal in de komende dagen ongetwijfeld doorbroken worden. Alleen zijn er verschillende wegen mogelijk, verschillende manieren, waarop dit kan plaats vinden. Kort omschrijf ik u de twee voornaamste mogelijkheden. De eerste daarvan is een zeer onaangename: Wanneer wij een groot aantal geestelijke invloeden en krachten rond de wereld zien samenkomen, zo weten wij in de sferen, dat een beïnvloeding daardoor voor de mensheid onvermijdelijk is. Wanneer wij onder de optredende invloeden ook zeer hoge en lichtende krachten erkennen, dan weten wij zeer wel, dat de optredende veranderingen niet gering en van weinig belang kunnen zijn. Daarom kunnen wij met zekerheid stellen, dat er zeer veel in de wereld zal veranderen en wel binnen niet al te lange tijd. Deze veranderingen kunnen door de mensen niet meer voorkomen worden.

Indien u, zonder enige voorbereiding, opeens in een wereld komt te staan, die geheel andere waarden kent, geheel andere eisen stelt, zult u daarin geen weg meer weten. Stel, dat de eens als gevaarlijk en verscheurend geldende dieren huisdieren worden, terwijl de huisdieren opeens alle eigenschappen en gevaarlijke wijzigingen van verscheurende dieren gaan vertonen, zult u van deze omwenteling, waarop u niet voorbereid bent, het slachtoffer worden. Dit is ook de situatie i.v.m. de komende veranderingen en de wijzigingen, die zich reeds nu op de wereld meer en meer manifesteren.

Wanneer de eenling niet leert te handelen op eigen aansprakelijkheid, in plaats zich voortdurend te beroepen op wetten, gemeenschappelijke regelingen en rechten, die men meent te hebben binnen de gemeenschap, zal het volgende plaats gaan vinden: Naarmate men bv. het verkeer meer aan regels legt en steeds meer beperkingen aan de verkeersdeelnemers oplegt, zal de persoonlijke behoefte van de verkeersdeelnemer het noodzakelijk maken, steeds meer van die wetten in steeds hogere frequentie te overtreden. Gezien de heersende mentaliteit zullen alle andere deelnemers aan het verkeer er steeds meer op gaan rekenen, dat ieder ander zich geheel aan de gestelde wetten zal houden. Zo neemt het aantal ongevallen ongelofelijk sterk toe. Op den duur zal een verkeerschaos ontstaan, die men door weer nieuwe en meer rigoureuze maatregelen zal trachten op te heffen. In feite neemt de chaos met elke regel, die men geeft, verder toe, zolang de deelnemers, niet uitgaan van een persoonlijke aansprakelijkheid voor hun gedrag in het verkeer, ongeacht de regels en rechten. Dit zou kunnen voeren tot een algehele verlamming van het verkeer op die punten, waar een grote vervoerscapaciteit gewenst is, met alle gevolgen van dien.

Misschien lijkt u dit voorbeeld overdreven, maar het geeft duidelijk weer, wat er in de politiek enz. op ogenblik reeds gebeurt. Sprekende over de noodzaak de wereldvrede voorgoed te vestigen, sprekende over grote idealen, waarin geheel de mensheid betrokken zal zijn, gaat men ertoe over steeds meer wapens te scheppen om de vrede en deze idealen te handhaven.

Wanneer men nu voortgaat meer en steeds gevaarlijker wapens te scheppen, zal op den duur het aantal ongevallen en conflicten toenemen. Steeds meer mensen, die zich van hun werkelijke verantwoordelijkheid binnen de mensheid niet bewust zijn, zullen in steeds toenemende mate gebruik gaan maken van wapens om zo hun eigen macht te bevestigen, hun eigen doeleinden te kunnen verwezenlijken. Het handelen in wapens, ook wanneer men deze alleen verkoopt “ter handhaving van de binnenlandse orde”, wordt dan een handel in dood en verderf voor een groot deel van de mensheid. Door zich alleen op geweld en macht te baseren, maakt men het voor steeds meer mensen aantrekkelijk vanuit hun beperkte standpunt hetzelfde te doen.

De termen, waarmee machtsmisbruik wordt gerechtvaardigd, klinken eveneens alle mooi: Wij strijden alleen voor de vrede, voor onze vrijheid en ons recht…! Maar het resultaat is bv. vrouwenmoord in Algerije. Nu kunt u reeds zien, waartoe deze houding voert. Naarmate meer machtsmiddelen in handen komen van groepen, die menen een bepaald recht te hebben, zullen wreedheden en verstoring van elke mogelijkheid tot een verdere vreedzame en normale ontwikkeling toenemen. In de sociale wetenschappen vinden wij soortgelijke misvattingen, die zich ook reeds nu gaan wreken. Wij moeten de welvaart handhaven. Wij moeten er zorg voor dragen, dat een ieder een redelijk inkomen heeft, dat aangemeten is aan zijn arbeid. Mooie stellingen, waarmee ik het geheel eens kan zijn, wanneer zij tenminste voortkomen uit een vrijwillig aanvaarden van dit streven door alle mensen. Wanneer dit tot velerlei misbruiken voert – waarom zijn de aardappelen zo duur? – tot speculaties – koop en verkoop van landbouwgronden – wanneer dit misbruiken in de hand werkt – in Amerika rijden zeer veel boeren in grote auto’s en leven in luxe, dankzij subsidies, die zij krijgen, omdat zij hun land niet bebouwd hebben – zal in feite welvaart, rechtvaardige verdeling van inkomen, ja, de gehele economie ondermijnd worden.

De mens wordt eraan gewend steeds meer op de gemeenschap te parasiteren. Naarmate er meer subsidies en meer regelingen komen, zal dan ook het particuliere initiatief afnemen. Meer en meer zal men de aansprakelijkheid en de last van alle ondernemingen op de gemeenschap afwentelen, die gemeenschap bestaat uit dezelfde individuen, die worden opgevoed tot een meer eisen, een meer profiteren en een minder persoonlijk aansprakelijk zijn, een minder zelf offers brengen voor hetgeen men verlangt. Daarom is het onmogelijk alle lasten blijvend op de gemeenschap af te wentelen, indien men wil voorkomen, dat die gemeenschap onder deze lasten zal bezwijken en terugvallen in een soort anarchie.

Ik wil niet spreken over de toestanden, die bv. in de Franse landbouw heersen, de wijze, waarop groepen en verenigingen eisen aan de gemeenschap stellen om hun liefhebberij en inzichten zo gemakkelijk mogelijk te kunnen bevorderen. Meer sprekende voorbeelden zullen binnen niet al te lange tijd overal zichtbaar worden.

Ook in de godsdiensten vinden wij soortgelijke instelling. Wanneer men uitgaat van de gedachte, dat de godsdienst in feite moet worden gezien als een Godsrijk, dat de wereld overheerst en een voor allen geldende wet brengt op de wereld, dan overschat men zichzelf, of onderschat men God. Indien het Gods wil is, dat Gods wetten volledig op deze wereld worden vervuld onder dwang, is God Zelf wel mans genoeg om deze dwang de mensen op te leggen. Indien God dit niet doet en kennelijk niet wenst, dat allen aan bepaalde wetten door dwang gebonden zullen zijn, lijkt het mij wel zeer vermetel in Zijn naam een dergelijke dwang op anderen uit te oefenen. De gevolgen van politieke bestrevingen, die met het kerkelijke streven verbonden zijn, zult u binnenkort kunnen ontdekken, in Italië b.v.. Overigens heeft de laatste presidentsverkiezing reeds sterk geleden onder de strijd tussen kerkelijke inzichten en menselijk streven. Ook in West-Duitsland en België zullen de gevolgen van een verwarren van geloof en politiek steeds duidelijker kenbaar worden.

Dit zijn enkele voorbeelden uit de vele zo ontstane verwarringen, die zich nu manifesteren op aarde. Een steeds meer teloor gaan van de waarde van het geloof gaat hiermee gepaard. De gedachte, dat men meer in God zal geloven en Zijn wetten juister zal vervullen, naarmate men Zijn macht op meer stoffelijke wijze in menselijke wetten en voorschriften tot uiting brengt, is n.l. geheel verkeerd. Want juist wanneer de stoffelijke wetten de godsdienstige wetten trachten weer te geven en op te leggen, zal men minder geneigd zijn deze wetten ernstig te nemen en de Goddelijke wetten even vrolijk ontduiken als men het met menselijke regels en wetten pleegt te doen.

Het gevoel van saamhorigheid, gebondenheid aan God, dat tot een juiste vervulling voert, gaat meer teloor, naarmate de mens het Godsrijk in meer menselijke vorm en volgens menselijke opvattingen op aarde verwerkelijken zal. Denk eens aan de vervuiling van de grote steden.

Deze komt hoofdzakelijk voort uit het geen aansprakelijkheid t.o. de gemeenschap voelen van de eenling. Er zijn regels gemaakt, er worden reinigingsrechten aan de vertegenwoordigers van de gemeenschap betaald, dus heeft de gemeenschap maar te zorgen, dat alles wordt opgeruimd. Weer vinden wij dezelfde oplossing: De vicieuze cirkel, waarin de mensheid gevangen schijnt te zijn, komt hoofdzakelijk voort uit een gebrek aan persoonlijk leven en een gebrek aan besef van persoonlijke verantwoordelijkheid. Naar ik meen, hebben wij de oorzaken en de oplossing voldoende omschreven. Wij kunnen nu kort stellen, hoe het verloop verder zal zijn. Bij een niet terugkeren tot het persoonlijk streven en het persoonlijk dragen van verantwoordelijkheid – ongeacht de mogelijke misstanden, die daaruit voortkomen – geldt:

A: Alle sociale samenhangen zullen door afschuiven van verantwoordelijkheid van de eenlingen verder geperverteerd worden. Op den duur ontstaat een volkomen onstabiele, alleen door uiterlijke wetten – die in feite niet meer worden gehoorzaamd – in stand gehouden samenhang.

Deze zal alleen door geweld gehandhaafd kunnen worden. Weerstanden daartegen groeien verder, vooral, wanneer men enig bezit heeft, in het leven persoonlijke verlangens althans enigszins kan bevredigen. De kleinste en onbelangrijkste oorzaken kunnen het wankele evenwicht zover verstoren, dat niemand zijn werkelijke plaats of taak binnen de gemeenschap meer weet. Oproer, misstand, misdaden, binnenlandse oorlog en – om dit te voorkomen – oorlogen naar buiten toe, zullen onvermijdelijk uit deze ontwikkeling voortvloeien.

B: Wanneer een economie steeds meer wordt gebouwd op steun en bescherming door de gemeenschap van delen van de economie, zal binnen de gemeenschap steeds minder belangstelling bestaan voor het bereiken van een meer persoonlijk iets binnen de gemeenschap.

Vooral het bereiken van iets, waardoor men boven de anderen uitsteekt, zal vermeden worden, omdat dit inhoudt, dat men een onevenredig deel van de zeer grote lasten van de gemeenschap zal moeten dragen. Het gevolg is, dat de feitelijke prestaties binnen de maatschappij achteruit gaan, terwijl nieuwe inzichten en ontdekkingen steeds minder voor zullen komen. Dit laatste blijkt reeds in uw dagen, ofschoon men de feitelijke achteruitgang van bv. de gemiddelde prestatie tot op heden door mechanisatie ten dele heeft kunnen opvangen.

Gezien de steeds toenemende lasten zal er een ogenblik komen, dat de producent niet werkelijk meer bereid is te produceren. De werkgever zal niet meer bereid zijn werknemers in dienst te nemen, waar de lasten, die hieruit voortvloeien, te hoog zijn geworden. Er komt een ogenblik, dat de staat alles zal over moeten nemen. Daarmee zijn alle mogelijkheden, die een economische ontwikkeling verzekeren, als persoonlijk initiatief e.d. uitgeschakeld. In een absolute eenvormigheid van productie zal welvaart en luxe teloor gaan, terwijl – gezien het voorgaande – steeds verder gaande eisen van de staat het een ieder praktisch onmogelijk zullen maken naar eigen inzichten te leven. Op den duur zal dit gepaard gaan met steeds grotere eisen, stakingen en als antwoord: terreur. In dergelijke verwarringen zullen hoofdzakelijk egomane personen aan het bestuur komen, die niet in staat zijn werkelijk leiding te geven en de chaos versterken. Resultaat: Economische ineenstorting.

C: Er zal steeds minder belangstelling voor godsdienst en kerkelijk leven bestaan. Steeds meer zal men alle beleving van het geloof en alle godsdienstige praktijk gaan beschouwen als iets, waarin men voor een ogenblik de werkelijkheid ontvlucht, of in waan vrede tracht te vinden.

Het mystieke element in de godsdienst zal dan ook steeds meer vervreemden van de werkelijke waarden, die in de kerkelijke leerstellingen zijn gelegen. Resultaat: een steeds toenemend sektarisme, een steeds toenemend aantal groepen, die op hun wijze hun God willen dienen en eigen inzichten aan anderen op willen leggen. Het onredelijke element zal zich niet alleen meer uitstrekken over de voor de mens niet onmiddellijk kenbare gebieden als hemel en hel, maar zal zelfs alle stoffelijke beleving en erkenning in sommige waarden Goddelijk, juist en voor alle mensen noodzakelijk noemen.

De daaruit voortkomende strijd zal alle werkelijk geloof, vooral bij de jongeren, teniet doen. Een wereld vol ongelovige mensen kan niet meer op een God vertrouwen en handelen ter wille van een God. Wie niet meer gelooft in een God en een voortbestaan na de dood, zal geneigd zijn voor zich ten koste van alles in het leven zoveel mogelijk te genieten, te nemen, wat er maar te nemen is, zolang het nog kan. Het gevolg is een verdere ontwrichting van moraal en sociale samenhangen, terwijl een toenemen van op zelfzuchtige basis bedreven gewelddadigheden verwacht kan worden. Op een dergelijke ontwikkeling in het menselijke denken zou ongetwijfeld ook de natuur reageren door haar instelling t.a.v. de mensheid wat te wijzigen.

Dan zou het mogelijk zijn, dat er geen zomer zou komen, zodat oogsten niet tot rijpheid komen, ofwel er zoveel zonneschijn is, dat de oogsten verzengen. De resultaten in een zelfzuchtige wereld kunt u zich wel voorstellen. Waar honger is, tracht men van anderen voedsel te krijgen. Een zelfvernietiging van de mensheid langs deze weg is zeker niet onwaarschijnlijk.

Denk niet, dat dit alles maar een sprookje is. Alles, wat door mij hier als mogelijkheid wordt gesteld, berust wel degelijk op de nu reeds aanwezige toestanden en feiten. Er is ook een andere oplossing denkbaar. Er is immers nog geen sprake van een werkelijke en algehele verbrokkeling in de mensheid. Nog is zowel de ontbinding van de westerse maatschappij, de totalitaire staten, als de mensheid in haar geheel, eerst in een beginstadium. De mensheid beschikt nog over de nodige mogelijkheden en middelen om anderen te helpen, nog zijn er mogelijkheden te over om met elkaar tot overeenstemming te komen. Op het ogenblik is de UNO nog een mogelijkheid voor de verschillende landen en staten om elkaar te ontmoeten, om elkaars standpunt en behoefte te leren kennen. Tenzij er grote veranderingen komen zal dit niet zo lang meer duren.

Stel nu, dat de mensen er zich bewust van worden, dat zij zelf moeten beslissen of iets aanvaardbaar is, of iets goed, dan wel niet goed is voor hen en de wereld. Indien de mensen beseffen, dat zij zelf aansprakelijk zijn voor alle ontwikkelingen, zullen zij ongetwijfeld vele, nu aanvaarde, toestanden wijzigen. De mensen dienen te begrijpen, dat ook loyaliteit en menselijkheid van hen eisen, dat zij zelfstandig besluiten, wat dient te geschieden, wat aanvaardbaar is buiten partij en kerk om. Dit geschiedt ook reeds hier en daar. Daardoor kan, indien het aantal mensen, dat zo reageert, groot genoeg is, van beneden uit een pressie worden geschapen, die in het begin zeker verdere wetten en subsidies ten gevolge zal hebben.

Naarmate men zich meer bewust wordt van het feit, dat men alleen zelfstandig iets kan bereiken, terwijl een zich baseren op steun van anderen onaanvaardbare toestanden zal scheppen, zal de pressie sterker voelbaar worden in de richting van werkelijke vrijheid, werkelijke vrede. Dan komt er een periode, waarin behoeften, vraag en aanbod, het leven zullen gaan beheersen, met alle gevolgen van dien. Economische moeilijkheden zullen daar – gezien het huidige bestel – uit voort vloeien. Dezen zullen de mensen ertoe brengen zich te verzetten tegen beschermende maatregelen, het sluiten van grenzen enz.. Men zal stellen, dat men niet meer verplicht kan worden in eigen land een industriële ontwikkeling te financieren, wanneer elders beter en goedkoper kan worden geproduceerd.

Men zal weigeren zich nog langer voor te laten schrijven in welke kleding men wel, in welke kleding men niet in het openbaar mag verschijnen. Men zal weigeren elke onnodige belasting en beperking van vrijheid verder te aanvaarden. De mensen zullen stellen: Geef ons het recht te leven, zoals wij menen te moeten en te mogen leven. Laat ons vrij in het al dan niet aanvaarden van verzekeringen, het al dan niet behoren tot groepen, organisaties en kerken.

De naties zullen dan nog langere tijd blijven voortbestaan, maar de belangengrenzen, die de verschillende naties nu van elkaar vervreemden, zullen dan al snel worden opgeheven. Godsdiensten zullen natuurlijk blijven bestaan. Zij zullen geen deel meer uitmaken van een staatkundig, politiek, of sociaal patroon, maar eerder door een ieder worden beschouwd en gerespecteerd als een belevingsmogelijkheid. Wanneer een ieder van zich uit, maar ook geheel onder eigen verantwoordelijkheid zal durven leven, wanneer een ieder op eigen wijze zijn God in algehele vrijheid zal aanvaarden en beleven, volgens eigen inzichten en mogelijkheden, is een element geschapen, dat ordening brengt in nieuwe en reëler zin, dan men heden voor mogelijk houdt. Dan volgt immers alle samenwerking, alle geloof, alle organisatie, alleen uit het begrip, dat men zelf geheel aansprakelijk is voor alles, wat men tot stand helpt brengen of zelf doet.

Bovenal zal men beseffen, dat men zelf actief deel moet hebben aan alle dingen, waartoe men zich bekent, terwijl men anderen alleen zal kunnen helpen, wanneer men eerst geheel aan eigen verplichtingen heeft voldaan. Ook dit brengt een warrige periode met zich. Vele zakenbelangen, instellingen en organisaties zullen hieronder zonder enige twijfel te lijden hebben. Aan de andere kant wordt een wereldoorlog voorkomen, zal voor zeer lange tijd de mogelijkheid, dat de mensheid zichzelf vernietigt, van de baan zijn. Aan het onverantwoordelijke experimenteren met bepaalde bommen in de ruimte of ondergronds, waar dan ook ter wereld, zal dan een einde komen. De eenling zal immers beseffen, dat hij de aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen niet kan dragen en elke medewerking, financieel of anderszins, weigeren. Daarmee komt dan ook een einde aan de vloek van de hedendaagse wereld: Het zelfzuchtig machtsstreven van personen en groepen ten koste van en op kosten van de gemeenschap. Deze wijziging van verhoudingen zal verder de mogelijkheid in zich dragen van een snelle en vlotte geestelijke groei. Dit klinkt als het begin van het 1.000 jarig rijk, maar zover zijn wij zeker niet. Eerst moet de noodlotskring worden doorbroken, de ban, waarin de mensheid nog verkeert. Men moet leren niet bepaalde problemen op anderen af te wentelen.

Indien u wenst, kunt u dergelijke vicieuze cirkels op elk terrein zelf ontdekken en nagaan. De kringloop kan alleen verbroken worden, wanneer steeds meer mensen zeggen: Ik zal wel doen, wat mij goed dunkt. Ik wil niet meer alles aan anderen overdragen. Ik wil niet meer alleen, maar onder verantwoordelijkheid van anderen handelen. Ik wil zelf en werkelijk leven.

Wanneer de mensen eisen – volgens eigen begrippen van God, wetten, moraal, recht – te mogen leven zonder ooit een ander aansprakelijk te stellen voor hun eigen handelingen en/of de gevolgen daarvan, breekt de ban. Dan zullen de mensen de mogelijkheid weer hebben volgens eigen denken en streven te slagen of te falen. Dan zal men ontkomen aan de dwang om mee te lopen in een gelijkgerichte massa, waarin gelijkmatigheid, onverschilligheid en gebrek aan mogelijkheden, elk eigen initiatief doden en de ondergang op den duur tot zekerheid maken. Wanneer mensen zó denken en handelen, zullen de geestelijke krachten, waarover ik u sprak, voor de mensheid een steeds grotere en ook stoffelijk meer merkbare invloed vormen. Want een mens, die in deze dagen werkelijk innig, oprecht en zonder voorbehoud gelooft alleen levende volgens en uit hetgeen hij gelooft, zal ondanks zijn tegenslagen, zijn vermoeidheid, op een bepaald ogenblik alles kunnen bereiken, wat voor hem/haar noodzakelijk is. Zo’n mens zal beseffen, wat zijn werkelijke doel in het leven is; hij zal beseffen, welke zijn eigen vermogens zijn en welke krachten en middelen hem ten dienste staan om zijn doel zo juist en snel mogelijk te bereiken. Zo iemand zal weten, hoe en waar hij moet gaan, in wereld en sferen.

Een mens, die in uw dagen de last van het zelfstandig leven en denken durft aanvaarden, zal beseffen, dat vele begrippen omtrent God, godsdienst enz. verouderd zijn. Dat, in de plaats van de doodgeprate leer, een persoonlijk beleven van God, een persoonlijk ervaren contact met God dient te treden. Zo’n mens zal ook leren begrijpen, hoe vele krachten er rond hem bestaan, die ook mede door hem geuit kunnen worden. Men zal dan begrijpen, hoe het mogelijk is, dat men ver boven eigen persoon en mogelijkheden uit kan stijgen, zowel in energie als in begrip. Men zal leren beseffen, dat het eigen ik werkelijk mogelijk is te leren kennen, in plaats van genoegen te nemen met een vage schim, gevormd door de meningen van de menigte rond, bevestigd met het stempel van goed of afkeuring van de maatschappij.

Eerst wanneer dit alles in steeds meer mensen tot uiting komt heeft de vernieuwing haar werkelijke begin, haar verwerkelijking in de stof waarlijk gevonden. U zult begrijpen, dat alles, wat door een nieuwe meester wordt gebracht, alles, wat aan oude waarheden herontdekt wordt, slechts belangrijk is voor de mensheid, wanneer er onder de mensen ook personen zijn, die deze waarheden kunnen begrijpen. Leiding kan er gegeven worden. Langs geestelijke weg is er zorg voor gedragen, dat in alle landen en op alle mogelijke maatschappelijke milieus mensen aanwezig zijn, die als instrument kunnen dienen, terwijl zich overal op de wereld kerngroepen van ingewijden vormen.

Wanneer het nodig is, kan er wel degelijk alle geestelijke leiding en stoffelijke leiding zelfs gegeven worden, maar deze mag alleen gegeven worden, wanneer men aanneemt, dat zij ook werkelijk aanvaard zal worden. Anders zal dit immers alles geen zin hebben. Hier geldt nog dezelfde wijsheid, die Jezus eens Zijn apostelen voorhield: Gij zult geen paarlen voor de zwijnen werpen…. Daarom, vrienden, moet de nieuwe kracht eerst in de mens zelf beleefd, erkend en geopenbaard worden. Er is geen andere weg mogelijk. Wat deze nieuwe kracht en weg is? U vraagt zich af, wat deze krachten zijn, die vanuit het persoonlijk bewustzijn van de mensen de eeuwig wentelende schijf van de dode gelijkmatigheid moeten doorbreken, tot zij geworden is tot de wentelende bol van het kosmische begrip. U vraagt zich af, hoe en waar een openbaring voor de mensheid mogelijk kan worden van de krachten en werkingen van de kosmische werkelijkheid. Laat mij trachten u dit als einde van mijn betoog duidelijk te maken.

De nieuwe leer gaat uit van het persoonlijk begrip, het persoonlijk contact met de Schepper, de mensheid en de materie. Zij gaat uit van het persoonlijk beleven, werken, begrijpen, van eigen kracht en eigen aanvaarding. De kracht hierbij is niet alleen de kracht, die men in zichzelf natuurlijk draagt, maar tevens de kracht, die men kan ontlenen, wanneer men in harmonie is met al, wat rond het ik bestaat, aan de levende kracht zelf.

Belangrijk boven alles is het vinden van de vrede in jezelf, want alleen daardoor is bewustwording en harmonie te bereiken. Wie innerlijk de juiste harmonie bereikt, zal rond zich krachten erkennen en inzicht verwerven. Dit alles is niet afhankelijk van een universitaire graad, een diploma, of een vestigingsvergunning. Er is geen ambtelijke weg om deze waarden te verwerven, geen school, die u kan leren deze krachten juist te gebruiken, deze kennis tot zegen van uzelf en anderen te hanteren. Het enige criterium is de instelling, die men heeft, dat wat er in u leeft en bestaat. Beantwoord men daar aan, dan is er in het ik opeens een lichtende wijsheid, een begrip voor alles, wat er rond u gebeurt.

Het zien en erkennen van de werkelijke waarden komt in de plaats van een versuft voort strompelen door een duffe wereld, die u met verhalen over moord, bloedvergieten, crises, de mensen nog steeds meer afstompt, steeds meer doet versuffen. Dan heeft men eindelijk de mogelijkheid waarlijk te beseffen, wat er in de mensen omgaat, wat er onder de mensen leeft; dan heeft men de mogelijkheid om, met een vol inzetten van eigen krachten en vermogens de mensheid te dienen. Dan is er sprake van een dienen, terwijl men in zich de vrede leert beseffen en aanvaarden, wetende, dat men in de diensten, die men aan de mensheid en de Schepping bewijst, het werkelijke doel van het leven is gelegen, de taak, die men heeft in dit deel van het eigen bestaan. Uit deze ontwikkeling komt de openbaring van de nieuwe kracht voort. In deze ontwikkeling wordt de oude Christusgeest opnieuw kenbaar. Dit alles is moeilijk.

Verbaas u niet, wanneer, in een wanhopig wanbegrip van eigen wezen en de eisen, die daaraan worden gesteld, een mens opeens uitroept: “Ik ben God”, of zegt: “Ik ben de duivel”.

Deze mensen ondergaan de inwerkingen van de nieuwe krachten, maar kunnen er niet toe komen werkelijk te aanvaarden, en te begrijpen, wat er in en met hen gebeurt. Zij zijn gevoelig voor de krachten van deze tijd, maar kunnen die niet openbaren en zoeken een uitweg, die hen van alle aansprakelijkheid en verplichting t.o. God en de wereld zal ontheffen. Wie van u gevoelig is, zal in deze dagen erkennen, hoe er in het ik een nieuwe kracht, een nieuwe mogelijkheid groeit, tegen alle vermoeidheid, versuffing en prikkelbaarheid in. Kunt u deze werkingen aanvaarden, dan komt er een ogenblik, dat u zegt: Nu zie ik eindelijk weer een lijn in mijn leven. Wat ik had verwacht, gebeurt dan misschien wel niet, maar ik voel, dat er een vernieuwing gaande is. Er is iets gaande en ik heb daarin bewust deel…… Te weten, dat je deel hebt in iets, dat eeuwig is in zijn wezen, is het loon voor de aanvaarding. Dan weet je, dat je bestaan zin heeft, niet alleen maar voor één ogenblik, in één menselijke beleving, of één maatschappelijke samenhang, maar in een eeuwigheid. Zo begint de vernieuwing, want de mensen moeten leren beseffen, dat zij deel hebben aan een eeuwigheid en de krachten van de eeuwigheid, voor zij in staat zullen zijn geheel de eigen weg te volgen en zonder voorbehoud eigen taak te aanvaarden. Eerst wanneer zij werkelijk geloven in God – niet als een ver Wezen, maar als een onbegrepen Licht, dat hen steeds nabij is, als een kracht, die steeds in en met hen is – zullen zij voort kunnen gaan op de juiste wijze.

Dan zal men ook kunnen aanvaarden, dat God Zich evenzeer uit en openbaart door geesten en engelen, die met u samenwerken, dat rond u gezondenen zijn, die u kunnen helpen, wanneer u werkelijk de vernieuwing wilt beleven, maar haar voor uzelf nog niet kunt omschrijven.

Reeds nu kunnen steeds meer mensen beseffen, dat de aarde het brandpunt is van vele krachten, die de aardse wetenschap nog niet kent. Reeds nu kan de mens leren beseffen, dat hij samen mag werken met de hoogste en meest lichtende krachten, tegen elke vernietiging, tegen elke ondergang. De wereld heeft een nieuwe dimensie nodig van geestelijk bewustzijn,  van innerlijk weten, van innerlijke krachten, die de aanvulling moeten vormen op alles, wat de mensheid tot op heden technisch en zuiver stoffelijk alleen bereikte. Deze vierde dimensie, die via het platte vlak van de in materialisme verstarde wereld, de levende kosmische bol kan maken van lichtende waarden, waarin het kruis zich manifesteert in volle openbaring. Dan alleen kan er een wereld ontstaan, waarbij ook binnen de mens de drie-eenheid van het Goddelijke Zich spiegelt in haar evenbeeld van de materie, geheel zichzelf zijnde, één en ondeelbaar en toch in gedeeldheid zichzelf openbarend.

Daarin, vrienden, ligt de werkelijkheid van de komende dagen. Daarom: Wat u ook doet, hoe u ook denkt en leeft, raad en vraag ik u die vernieuwing binnen uzelf tot werkelijkheid te maken door voor uzelf te stellen: Ik ben aansprakelijk. Ik moet geloven. Alleen wat ik werkelijk geloof, mag ik aanvaarden. Ik heb een taak, ook ik kan dienen binnen het geheel, ook ik zal binnen het geheel bewustzijn en besef kunnen bereiken…..

Wanneer u begint met alle vragen allereerst zelf te onderzoeken en te beantwoorden, wanneer u begint met allereerst de openbaringen in uw eigen wezen te ontvangen en te uiten, zo zult u reeds zijn ontkomen aan de werveling, die zovelen nog meesleurt in de eeuwige kringloop. Dan zult u ook een van de in aantal toenemende hiaten vormen in de vicieuze cirkel, waardoor deze waan zal breken en een nieuwe werkelijkheid aanvaard kan worden. Ook u kunt een van degenen zijn, die aan het einde van het stoffelijk bestaan kunnen zeggen: Waarlijk heb ik met mijn geringe middelen en krachten zovelen mogen en kunnen helpen, dat – al ben ik in mijn wensdromen misschien nog beschaamd – toch het geheel van mijn leven zal zijn vastgelegd als een lichtend punt in de eeuwigheid, zijnde een van de lichtende ogenblikken in de tijd, waaruit de voleinde volmaaktheid is opgebouwd.

Ik beloof u geen eeuwige zaligheid, of een verlossing buiten eigen streven. Ik verzeker u alleen, dat u bewust een lichtend deel kunt zijn van de onuitwisbare gedachte Gods. Die wij eeuwigheid, kosmos, Schepping noemen. Natuurlijk kan ik nog verder op dit alles ingaan, maar dan moet ik wel zeer cryptisch spreken. Wanneer ik u zeg, dat de kracht van de 9, de kracht van de 10 gaat ontmoeten, zal dit immers voor de meesten weinig betekenen. Wanneer ik zeg, dat de 8 tegen zich is verdeeld, zullen slechts weinigen dit begrijpen. Wanneer ik in symbolen moet gaan spreken om enigszins duidelijk te maken, wat zich werkelijk afspeelt, zal dit niet door allen voldoende begrepen kunnen worden. Daarom volsta ik ermee u te zeggen, dat de maatschappij, waarbinnen u nu nog leeft en waarin u zich misschien nog geborgen acht, reeds aan het veranderen en aan het afbrokkelen is. Hetgeen morgen komt, is nu reeds voorbereid. De grote krachten, die de verandering brengen, zijn reeds aan het werk. De grote en werkelijke verandering is – geestelijk gezien – in feite reeds voorbij. Wat in de materie nu volgt, is alleen maar een tot uiting komen van alles, wat reeds toen geestelijk werd vastgelegd, een uiting van de krachten, die reeds het beheer over de aarde hebben overgenomen.

Vrees niets, aanvaard de openbaringen in uzelf, de vernieuwingen, die ook voor u noodzakelijk worden.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Wanneer de mens een kind van God is, moet hij toch over dezelfde macht kunnen beschikken als zijn Vader?

Indien hij zich van zijn eenheid met zijn Vader bewust is, zal hij – maar alleen volgens de wil des Vaders – alles kunnen volbrengen, wat hij wenst. Hij zal dan wonderen kunnen doen en de materie kunnen beheersen. Zolang de mens meent groot te zijn uit zichzelf en niet alleen uit de kracht, die hem heeft voortgebracht, menende, dat het door hem geschapene en zijn beheersing daarvan, niet de eenheid met de Vader, bepalend zal zijn voor zijn uiteindelijke prestaties, vrees ik, dat de mens juist door en ook dank zij Gods Vaderlijke rechtvaardigheid en goedheid, niet in staat zal zijn te presteren, wat hij zou kunnen volbrengen, wanneer hij zich van de eenheid met de Vader, zijn werkelijke wezen als kind Gods, bewust zou zijn.

  • Volgt hieruit, dat Jezus dus een eenvoudig mens was, in plaats het mysterie, dat men nu van Hem pleegt te maken?

Ik ben ervan overtuigd, dat de geboorte van Jezus, evenals van Boeddha e.d., menselijk was. Ik ontken niet, dat z.g. maagdelijke geboorte door parthenogenesis in de eicel mogelijk is, maar ik meen, dat dit hier niet toe treft. Verder meen ik, dat Jezus in Zijn leven weliswaar intelligenter is dan de meeste mensen, maar toch gebruik maakt van menselijke kennis en mogelijkheden, tot hij – rond het 30e jaar volgens de evangeliën – een werkelijk en volledig contact met God vindt. M.i. geschiedt dit tijdens de 40-daagse vasten in de woestijn.

Eerst daarna wil ik Hem zien als directe drager van de Goddelijke kracht. Dan is Hij voor mij de Christus in die zin, dat Hij de drager is van de geopenbaarde Goddelijke liefdemacht op aarde. Al hetgeen Hij van dit ogenblik af leert, is – zij het aangepast aan de gebruiken en mogelijkheden van Zijn tijd – volgens mij Goddelijke waarheid.

Ik meen dan ook, dat de woorden, die Hij gebruikt: “Niet Ik ben het, die tot u spreekt, maar het is de Vader, die tot u spreekt door Mij”, als volkomen juist moeten worden beschouwd.

Men houde er rekening mee, dat ook de Vader Zich alleen uit zal kunnen drukken in termen, die de mens kan begrijpen, terwijl van hetgeen wordt gesproken, eveneens kan worden gesteld, dat het zodanig moet zijn gegeven, dat het door de mens en met menselijke middelen weer kan worden gegeven. Hiermede is onze visie op Jezus als Grootkracht en Grootmeester weergegeven. Wij zien Hem niet als de verpersoonlijking van een zeer bepaalde persoon van de drie-eenheid, maar eerder als een mens, die de directe weergave en beleving mogelijk maakt van een van de hoogste krachten in onze Schepping, een kracht, die de Schepping mede in stand houdt. Dit laatste niet zozeer door een reeks van voor Zijn geboorte reeds vastgestelde gaven en eigenschappen als door een volledige aanvaarding van het Goddelijke, zodat Hij daarmee één was.

  • Men stelt wel, dat wij in het chaotisch tijdperk leven. Komt het einde daarvan in deze of volgende generatie?

Het tijdperk is wel chaotisch. De afgelopen periode was materialistisch, een afdaling naar grof materialisme, waarna het begrip in de materie herleefde na het passeren van het dieptepunt, zodat een technische beschaving ontstond. Deze periode heeft men reeds achter zich gelaten en bevindt zich nu in een tijdperk van geestelijke ontwikkelingen, op weg naar een geestelijk hoogtepunt. Voor afgerekend is met de nog lopende tendensen en de geestelijke opbouw geheel aan de gang is, zullen 6-7 generaties verlopen. De vernieuwing wordt nog in deze generatie merkbaar. Van een werkelijk begin van een kenbare opbouw zal over rond 2 generaties gesproken kunnen worden.

  • Gaarne zou ik de betekenis willen weten van de 7-puntige ster.

Hoofdwaarden: Er zijn 7 hoofdmachten of stralen, die de mensheid regeren. Het aantal kruispunten van de lijnen in de ster geeft het aantal openbarende engelen.

De 7-puntige ster houdt in: openbaring en erkenning van de Goddelijke macht, waarheid en invloeden door middel van de grote krachten, die de scheppende macht representeren voor de wereld. Als symbool voor de mens: opbloei, ontstaande uit materiële tegenstelling, wanneer een erkenning plaats vindt in het materiële vlak – vergroting van materieel begrip – het geestelijke vlak – licht en duister of hemel en hel – op zodanige wijze, dat daaruit de hoogste punt van de ster, de aanvaarding van het Goddelijke voortkomt.

  • Bestaat reïncarnatie voor mens en dier? Geldt dit voor iedereen? Geldt de wet van karma ook voor dieren?

Reïncarnatie bestaat voor mens en dier. Het aantal malen, dat men reïncarneert in een bepaalde vorm, is afhankelijk van het bereikte bewustzijn, plus hetgeen men in de geest leert. Er bestaat geen dwang tot reïncarnatie, deze vloeit voort uit eigen wensen als gevolg van de ontwikkelingen van het ego. Ook voor het dier geldt de wet van karma. Karma is niet gebaseerd op belevingen in de stof alleen, doch is eerder een weergave van de harmonische en disharmonische aspecten, die men in een bepaald leven opdoet. Dit is een deel van het ik, dat u volgt door alle vormen van leven, ook in de sferen. Voor de onbewuste zullen deze harmonieën en disharmonieën de plaats, plus de verhouding tot het Ik, in de kosmos bepalen.

Wanneer een hoger bewustzijn is verworven, kan men door streven en inzicht de disharmonieën vervangen door meer harmonische waarden. Het zal u duidelijk zijn, dat dit ook voor dieren geldt.

  • Dus een karma, dat op aarde werd gevormd, kan ook in een andere wereld/ sfeer worden afgedaan?

Karma is niet alleen maar een oorzaak-en-gevolg kwestie. Het komt er wel vaak op neer, maar wordt door het eigen bewustzijn toch wezenlijk bepaald. Wanneer ik mij ervan bewust ben, dat ik kwaad heb gedaan en tracht dit kwade – het disharmonische – te herstellen, zal de invloed van buitenaf niet meer optreden. Het herwinnen van innerlijke harmonie is bepalend, niet oorzaak en gevolg op zich. Hieruit volgt, dat men een deel van zijn karma ook kan afdoen in de sferen. Het is niet zonder meer onvermijdelijk, dat alles, wat op aarde werd misdreven, ook op aarde wordt uitgeboet. Wel is het noodzakelijk, dat het Ik, door een erkennen van het niet harmonische aspect en het vinden van een weg om dit te herstellen, zijn verhouding tot de kosmos weet te herzien. In de praktijk komt dit neer op een vergroting van het bewustzijn.

  • Wat is het verschil tussen; “Het doel heiligt de middelen” en “De heiligheid van het doel wettigt de middelen”? Is het goed God hulp te vragen voor een zieke? God weet wel, wat nodig is, zonder dat de mens Hem daaraan herinnert?

Wanneer ik zeg, dat het doel de middelen heiligt, laat ik bij de keuze van de middelen het doel en zijn geaardheid buiten beschouwing. Dit komt er op neer, dat omdat het doel nu eenmaal aanvaard is, alle daartoe dienstige middelen zonder meer aanvaardbaar worden geacht, wat m.i. niet juist is. Stel ik: De heiligheid van het doel wettigt de middelen, zo stel ik, dat het doel voorop komt. Wanneer het doel verheven is, zal ik geen middelen door het doel gewettigd achten, die in aard daarmee strijdig zijn. Wanneer ik mij er bewust van ben, dat ik God dienen moet in harmonie en vrede, omdat dit mijn doel is, zal ik geen daarmee strijdige middelen gebruiken, om buiten mij die rust tot stand te brengen. Een geheel verschillende interpretatie is voor beide zegswijzen mogelijk. Dit betekent nog niet, dat dit ook overal het geval zal zijn. Er zijn nu altijd mensen, die het meest verwerpelijke doel nastreven met de heiligste middelen en omgekeerd mensen, die het heiligste doel met de meest verwerpelijke middelen trachten te bereiken. Men stelt zelden de waarheid, dat de gebruikte middelen op den duur ook het doel vervormen. Denk aan de inquisitie. Deze ontstond, omdat men de christenen wilde beschermen voor zichzelf en hun zielen wilde redden. Deze periode toont ons een soort kloosterdiscipline, die alleen geldt voor leden van bepaalde orden.

Boete: in zondaarshemd + brandende kaars in de hand voor de ingang van de kerk staan op hoogtijdagen. Later tracht men zielen te redden voor het eeuwige vuur door hen alvast op aarde te verbranden. Het disciplinaire karakter van de inquisitie – kamer van onderzoek – gaat teloor. Men eist, dat allen de waarheid, die men zelf aanvaardt, eveneens zullen erkennen, ongeacht hun oorspronkelijk geloof, ongeacht hun al dan niet behoren tot de religieuze groepen en lekenorden, waarover oorspronkelijk de inquisitie haar gezag uitstrekte. In het begin van deze ontwikkeling treedt men nog alleen op tegen afvallige en schijn-christenen.

Later treedt men op dezelfde wijze op tegen joden en heidenen. Zo wordt het doel: De christenen in staat stellen hun schuld t.o. God te boeten enz. langzaam vervormd tot een religieuze dictatuur.

Wat het 2e deel van de vraag betreft: Is het brutaal van de mens, wanneer hij God vraagt een zieke te genezen? M.i. niet. Wanneer mijn kinderen mij om eten vroegen, nam ik hen dit nooit kwalijk, ofschoon ik heus wel wist, wanneer er eten op tafel moest komen en daarvoor zorg kon dragen. Ik kende de behoefte wel, maar vond het niet erg, ja, vaak zelfs aardig, dat de kinderen daarop de nadruk eens legden. Naar ik meen zal God, die wij toch als onze Vader kunnen beschouwen, een liefdekracht, het nooit een mens euvel zal duiden, wanneer iemand Hem vraagt een andere mens te helpen. Wanneer het gebed zuiver egoïstisch wordt, lijkt het mij erger en ook vanuit Gods standpunt niet aanvaardbaar. Wanneer men God iets vraagt iets te doen voor een ander, dan is dit niet een God herinneren, dat Hij iets moet doen, maar eerder een mens, die t.o. zijn Vader uiting geeft aan zijn bezorgdheid over een medemens.

Een daad van naastenliefde dus. Wanneer ik, als mens in uw wereld, t.o. een zieke zou komen te staan, die ik moet helpen, zou ik bidden: God, help mij a.u.b. om deze zieke te helpen, want alleen kan ik het niet doen….. Wanneer ik het goed meen, zal God waarschijnlijk mij toch wel helpen. Maar het is de mens wel toegestaan om door een dergelijk gebed zich er eens extra van bewust te worden, dat er een grote kracht is, waaruit wij allen kunnen putten.

  • Is iedere mens in staat om tot hetzelfde Godsbewustzijn te komen als Jezus?

Uiteindelijk wel. Er is maar één weg, die tot God voert. De erkenning van de waarheid in jezelf, de waarheid in het leven, de waarheid omtrent God in Zijn Schepping.

Zonder dit zou ons leven nutteloos zijn. God, die ook alomvattende liefde is, voert ons allen daartoe. Dit geloof ik eerlijk. Dat een mens onmiddellijk en in de stof een dergelijk contact met God, een dergelijke hoge geestelijke status kan bereiken, betwijfel ik. Men zal immers zeer veel door moeten maken, zeer veel moeten leren, vóór men in staat is God volledig, zelfs ongeacht eigen wezen, te aanvaarden. Want indien men het Godsbewustzijn wil benaderen, dat Jezus bezat, dient men in God zichzelf geheel te vergeten en zal men alleen zo nu en dan, wanneer er niets anders te doen is, nog even aan zichzelf mogen denken. Eens en ergens zal voor ons allen het ogenblik komen, dat wij Gods waarheid volledig beseffen. Dan staan wij op precies hetzelfde punt als Jezus. Dan zullen wij eindelijk begrijpen, waarom Hij ons heeft gezegd: Ik ben u de weg en de waarheid…. Volgens mij bedoelde Hij daarmee: Wat in mij leeft, is de enige weg. Het erkennen van God in jezelf, in de Schepping, in alle dingen, is de enige weg, de enige waarheid, onveranderlijk en steeds gelijk voor allen.

  • Hoe ziet u de yogaleer? Heilgymnastiek, of geestelijk streven?

Dit hangt af van de soort yoga, die u beoefent. Wie zich bezig houdt met de Rajayoga onderneemt iets geheel anders dan de student van de Hatha-yoga. Indien men yoga onder leiding van een meester beoefent, is het een systeem van geestelijke leringen, waarbij men begint de beheersing van het lichaam, de stromingen en gesteldheid daarvan, aan te passen aan de behoeften van de geest om, door het gebruiken van geestelijke krachten en vermogens vanuit een geheel beheerst en zo gunstig mogelijk reagerend lichaam, de hoogste openbaringen reeds in de stof te mogen ontvangen. Yoga is dan ook een vorm van mystiek, die uitgaat van het standpunt, dat het lichaam voorbereid dient te worden voor de geest het recht en de juiste mogelijkheid zal hebben om zich bezig te houden met hogere geestelijke dingen, wat vaak doelmatig is. Yoga kan alleen juist worden beoefend onder leiding van iemand, die niet alleen een trainer van het lichaam is, maar ook een bewust en bevoegd geestelijk leider.

  • Kan men een deel van de yoga beoefenen, zonder daarbij ook de andere invloeden, zij het onbewust, te ondergaan?

Dat is mogelijk, omdat het gestelde doel tevens een bepaling inhoudt van de geestelijke leringen, die er mee gepaard zullen gaan.

  • Bestaat er zoiets als een noodlot?

Dat ligt er aan. Een noodlot bestaat niet in die zin, dat de mens gebonden is aan reeksen noodzakelijke en door hemzelf niet te beïnvloeden belevenissen. Hij kan de gebeurtenissen, waarvan hij deel is, voor zichzelf zover wijzigen, dat zij voor hem een geheel andere inhoud en betekenis verkrijgen. Indien u met noodlot bedoelt een kracht, die de weg van de mens in meer algemene zin bepaalt en de weg, die hij gaan kan dus begrenst, kan ik bevestigend antwoorden. De mens beschikt over een zekere wilsvrijheid en daarmee ook over een persoonlijke verantwoordelijkheid voor zijn daden en intenties. Wat de betekenis van dit ik voor de wereld en de invloed van dit op de wereld betreft, kan worden gesteld, dat deze zeker niet onbeperkt zijn en slechts een beperkt gebied omvatten.

  • Op andere werelden bestaan godsdiensten? Waar is de beste? Hoe is deze?

 De planeet, die mij het beste lijkt, heeft geen door mensen gegeven naam, maar ligt in de nevel van Andromeda. De godsdienst is gebaseerd op de verhouding van het ik t.o.v. het Al. Men dient zijn God met elke daad, waarmee men anderen helpt. Men kan niet aan straf, ondergang, uitblussing ontkomen, tenzij men anderen helpt en een juiste harmonie bereikt met al het gekende leven. Er zijn misschien godsdiensten, die hoger en ingewikkelder zijn. Maar deze geef ik de voorkeur, omdat zij praktisch is en zeer goede resultaten afwerpt. Was er op aarde maar een dergelijke godsdienst, die even ernstig door alle bewoners op de planeet werd beoefend.

image_pdf