De vier elementen en hun betekenis

Met de vier elementen worden bedoeld de oude elementen, maar waarbij men vergeten heeft dat er ook nog een vijfde bijhoort. Het is niet alleen water, aarde, vuur en lucht, er is ook nog ether. Als we de zaak bekijken dan zien we onmiddellijk dat het een indeling is die op velerlei manieren in de oudheid is gemaakt.

Wij hebben in China de vier winden. Daar is ook weer een kracht die de winden en in feite het weer beheerst. Wij kunnen dit zien als we kijken naar de verschillende gestalten die samen eigenlijk de hoofdgod vormen: Brahma, Vishnoe, Shiwa en Krishna die alles bezielt. Wij hebben hier dus te maken met een indeling die heel vaak voorkomt en wordt gebruikt om de evenwichten in de natuur na te gaan.

Als je spreekt over die oude elementen, dan denk je: dat is de opbouw van het leven. Maar er is veel meer want er zijn een aantal krachten en elementen die behoren tot b.v. vuur. Vuur kun je bestrijden met water. In de oude geneeskunde gebruikte men bij koorts (een verschijnsel van vuur) in de medicijnen water of elementen die aan water waren ontleend. Dat was lang voordat de Kneippkuur werd uitgevonden.

De situatie waarin het leven zich bevindt, is eigenlijk een heel wonderlijke. De marge waarbinnen leven zoals dit op aarde bestaat mogelijk is, is betrekkelijk smal. Dat vergeet men tegenwoordig wel eens, maar het is toch werkelijk waar. Wat blijkt nu? Altijd weer is er kwestie van evenwichten. Eén kleine verstoring van uw intern evenwicht en u wordt ziek, u wordt gek of u bent niet meer in staat u te beheersen enz. Nu hebben die oude denkers, want deze leer is waarschijnlijk al terug te voeren naar ongeveer 10.000 v. Chr., geprobeerd om die levensbeginselen overal terug te vinden.

Aarde is dus niet alleen maar de grond. Neen, aarde is alle krachten en elementen samen die met de wereld zelf zonder meer verbonden zijn. Water is amorf maar het is gelijktijdig een belangrijk bestanddeel van alle leven. Daar waar echter teveel water komt, is leven weer onmogelijk. Dus het water bevat ook een aantal planten. Er zijn soms zouten die onder water worden gerekend.

Dan krijgen we vuur. Vuur is een omzettingsproces. Wij weten nu dat het een versnelde oxygenatie is die materialen verteert en ontbindt in hitte en restproducten. Maar dat wisten ze vroeger niet. Het enige dat ze wisten was: vuur had macht. Vuur was een bescherming tegen de kou, tegen wilde dieren. Maar het was ook een gevaar; het kon je verteren. Het vuur kwam uit de aarde, uit de vuurspuwende bergen. Het ene ogenblik was het een zegen, het andere ogenblik een plaag. Wanneer er echter een beheerst vuur was, dan was dat een bron van warmte, van zekerheid. U weet dat er zelfs in de Romeinse tijd een vuur werd gestookt waar een aparte vrouwenorde ervoor zorgde dat het nooit uitging (de Vestaalse maagden), de verering van het vuur dus.

Lucht was het onbekende element. Vergeet niet, de mensen dachten in de tijd dat deze indeling gold geocentrisch. De geesten in de lucht waren eigenlijk de uitingen van de hemelwereld die ergens bij de sterren en planeten lag. De grote goden zijn eigenlijk allen een beetje luchtgoden. Kijkt u maar naar Donar of Zeus. Zij razen door de lucht, ze gooien met hun bliksems. Ze zijn kort en goed datgene wat de aarde beheerst.

Het vijfde element: de ether is er eigenlijk bijgekomen in de Griekse tijd. Dit begrip is niet veel ouder dan 2500 à 2600 jaar. De ether werd gesteld als het bezielende element. Dat kunt u beter begrijpen als u beseft dat de mens in zichzelf een licht is gaan ontdekken. Het is niet alleen dat de filosofen spreken over ‘de daemon in mij’, maar ook het innerlijke beleven, de inwijdingen waarbij innerlijke belevingen en beproevingen al enige tijd een grote rol speelden. Daardoor kwam men tot een vijfde element dat alle andere elementen doortrekt.

Geen van de elementen die ik heb genoemd kan bestaan, tenzij de ether er is die gelijktijdig een bindend element vormt en een gestalte mogelijk maakt, maar aan de andere kant door zijn geaardheid de omzetting van het ene element in het andere. En dan zitten we meteen in de moeilijkheid.

Het is natuurlijk erg leuk te zeggen: Dat is een kwestie van ouderwetse geneeskunde of ouderwetse filosofie. Maar hoe lang is het geleden dat in Europa deze indelingen nog werden gebruikt? Denk aan Paracelsus (Theophrastus Bombastus von Hohenhem). Een man die als mysticus maar ook als alchemist en als geneeskundige een heel grote reputatie genoot en die heel veel wist te doen, ook met de beperkte middelen van zijn tijd. Deze man rekende met de vier elementen. Hij ging zelfs verder dan dat.

Aan de elementen worden bepaalde geesten toegeschreven. In de aarde leven bepaalde aardgeesten. Er zijn luchtgeesten en vuurgeesten (salamanders). (Salamanders zijn er nu nog, maar het zijn geen vuurgeesten, het zijn politici). Al deze elementen waren benoembaar in hun aspecten. Dat is misschien wel het meest interessante van de hele zaak en tevens de grootste moeilijkheid.

Een aspect van vuur heeft een bepaalde naam. Ik kan zeggen Loki, maar dan is het gelijktijdig vernietigend. Ik kan het ook de naam geven van de één of andere vulkanische godheid; maar dan is hij gelijktijdig vormend en vernietigend.

De namen die aan al die aspecten zijn gegeven zijn nogal uitvoerig. Voor uitwerkingen bestonden er een aantal namen (men zei ook wel engelen en demonennamen) die tot 200 opliepen. Er waren zoiets van 600 watergeesten, zo’n 200 vuurgeesten en 150 grote luchtgeesten.

Deze Von Hohenheim maakte nu een soort amulet dat het geneeskundige werk a.h.w. moest versterken. Wat deed hij daarbij? Hij koos die tekens en aspecten die het evenwicht zouden herstellen. Een bepaalde kwaal, zo redeneerde hij, kan een tekort aan iets betekenen. Bijvoorbeeld: ik heb een kalktekort geconstateerd. Kalktekort betekent een bepaalde medicatie, maar dan moet ik ook de aardgeest hebben die ervoor zorgt dat de kalk op de juiste manier zich in dat lichaam afzet. Dus schreef hij een amulet waarop over het algemeen een verbinding met Mars en de zon was aangeduid. Deze naam werd genoemd en bezworen om zijn werk te doen.

Dan zit je ineens te kijken naar een krankzinnige situatie. Wij lachen wel eens als we horen van de hindoe’s met hun verschillende goden, deva’s en devi’s. Maar is het eigenlijk wel zo gek? Als je elk aspect van een verschijnsel een afzonderlijke naam geeft, het personifieert, dan wordt het wel gemakkelijker aanspreekbaar. En als de vorm die je eraan geeft en de werking die het vertoont voldoende overeenstemming hebben, dan heb je een enorm krachtig middel gekregen, een soort psychische stem waarmee wij alleen al door de naam a.h.w. de hele werking, het hele proces kunnen projecteren. Dus zo gek als het lijkt, is het ook weer niet.

Wat moeten wij nu doen met die elementen? De denkers hebben gezegd: Wij moeten ze laten huwen. We vinden daar o.a. de alchemie als één van de belangrijke groepen. De alchemist gaat ook uit van de verschillende waarden die op de oude elementen stoelen. In zijn chemische proeven zal hij altijd proberen stoffen zodanig samen te voegen dat de verschillende waarden van de stoffen per element elkaar a.h.w. opheffen zodat we een neutraal product krijgen. En als ze het een keer vergeten zoals het de Duitse monnik Berthold Schwarz naar men zegt gebeurd moet zijn, dan knalt er iets. Daardoor werd Berthold Schwarz de eerste luchtreiziger van Europa. Er is dus een evenwicht nodig. Of we dat evenwicht nu benoemen aan de hand van de oude elementen of alleen maar proberen om er een aantal goden van te maken, dat maakt niets uit. Wanneer ik probeer een evenwicht te scheppen, dan zal ik er altijd rekening mee moeten houden dat alles in de juiste verhouding moet samenwerken wil er een optimaal resultaat mogelijk zijn.

Dan kan ik mij voorstellen dat een hedendaags geneesheer zijn schouders ophaalt over al die primitieve mensen van vroeger. Hij zegt: ach, die wisten nog niet eens dat er bloedsomloop was. Hij heeft misschien gelijk. Maar het is dan wel typerend dat in het oude Egypte, ruim 1600 à 1700 voor de jaartelling, al een medicijn werd gegeven tegen vormen van bloedarmoede wat zat daarin? Nijlwater (de Nijl was een heilige rivier), roest (geoxydeerd ijzer). Met andere woorden hetzelfde wat u tegenwoordig als staal- of ijzerpillen krijgt toegediend. Er werd dan verder bijgevoegd zout (dat was zeezout en erg kostbaar in die tijd) en er werd een nardusproduct aan toegevoegd. Die vier dingen werden door elkaar gemengd tot een drankje dat een beetje drabbig was. Dat moest, je dan elke dag drinken, ongeveer een halve kleine kroes. Het zal wel om grote hoeveelheden zijn maar het werkte wel.

Als we kijken bij de Chinezen, dan is het ook duidelijk dat zij in hun oude manier van denken eigenlijk lang voordat ze kwamen tot het begrip Tau (wat juiste ordening betekent) al werkten ook weer met een aanduiding van de oude elementen. Alleen hadden zij er vijf, ze plaatsten de ether er ook bij. Zij spraken ook van een zesde kracht die ze de kracht van de buitenste ruimte noemden. Wij zouden zeggen: de duivel of de demon. Het is een onbestemde wereld die vernietigend is. Die evenwichten werden ook daar gezocht, maar op basis van kruiden. De oudste kruidkunde van China is weer gebaseerd op deze evenwichten. Ik kan niet een kruid geven zonder het andere. Als er een kwaal is, dan moet ik zorgen dat het evenwicht iets zwaarder is op de elementen die tegengericht werken op hetgeen ik wil gebruiken.

Dat de Chinezen daarnaast met de ether ook veel hebben gewerkt, kunt u wel begrijpen, als u de bekende priktherapie (acupunctuur) nagaat. Zij wisten al heel gauw, er zijn twee krachtstromen in het menselijke lichaam en die moeten in evenwicht zijn. Wat vinden we nu in de alleroudste technieken? Dat de ene krachtstroom een luchtstroom en de andere krachtstroom een vuurstroom wordt genoemd. Later worden ze geassocieerd met de rode en de witte Draak. Dus niet met de zwarte Draak, maar met de rode en de witte een heel typisch verschijnsel, maar dat weer wijst op het zoeken naar evenwicht.

Nu heb ik al gezegd: een menselijk leven kan maar binnen betrekkelijk smalle marges bestaan. Wanneer de temperatuur op aarde gemiddeld met 10 graden Celsius daalt, dan zullen we zien dat de bevolking van de aarde aanmerkelijk afneemt en dat een groot gedeelte van de plantengroei daardoor wordt aangetast. Dan zullen we ook nog zien dat het leven in de zeeën anders gaat worden, het gaat zich aanpassen. Veel van wat er op deze breedtegraad nog voorkomt aan vis, zal dan alleen nog daar in de tropen zijn terug te vinden. Krankzinnig misschien, maar het is waar. Als wij de temperatuur 10 graden Celsius verhogen, dan krijgen we in de eerste plaats een aanmerkelijke verhoging van de waterstand in de wereldzeeën, maar gelijktijdig ook een trek naar het noorden van de plantengroei. Wij krijgen ook een totaal andere manier van denken en leven als gevolg van de verhoging van de temperatuur. Denkt u nu niet: dat zal ons niet gebeuren. Als iemand als Gaugin naar Tahiti gaat, zou men zeggen: die man verandert toch niet. Het is een Fransman en bovendien nog een kunstenaar: die zijn nu eenmaal getikt en dat zal hij wel blijven. Maar het wonderlijke is dat deze man in zijn denken maar ook in zijn benadering, tot zelfs in zijn gebruik van koloriet, dus in zijn kunstuiting, aanmerkelijk verandert in die periode. Als het klimaat verandert, verandert de mens. En dan is 10 graden verhoging toch niet veel als gemiddelde.

Verander nu diezelfde temperatuur eens 20 graden, dan blijkt dat er heel weinig leven op aarde nog in het oude ritme kan blijven voortbestaan. Wordt het temperatuurverschil 30 graden hoger of lager, dan kunnen we het leven meestal wel afschrijven. Pas als u dit gaat beseffen, begrijpt u waarom dat evenwicht waarover de ouden net hun synthetische elementen spraken niet zo dwaas is.  Als er in een mens een juist evenwicht is, dan is dat allemaal best. Hij is gezond en kan lichamelijk nogal eens wat hebben. Maar verstoor ik dat evenwicht slechts voor een heel klein beetje, dan verandert het gedrag van die mens. De vatbaarheid van hem voor ziekte, zijn werklust, de energie die hij maximaal kan gebruiken voordat hij tot uitputting komt, dat verandert allemaal. Dan is het dus wel erg belangrijk dat we dat evenwicht blijven zoeken en blijven handhaven.

Laten we eens kijken naar de voeding. Planten komen uit de aarde voort, die hebben we nodig. Als u te weinig plantaardig voedsel gebruikt, gaat uw lichaam defecten vertonen. Maar als u te weinig zuurstof krijgt, dan is het precies hetzelfde, want dan is er te weinig vuur in u. U heeft de lucht nodig, omdat in u het vuur van het leven moet branden. Als u te weinig vocht krijgt, u weet het, zonder eten kunt u het een tijd wel doen, maar als u niet kunt drinken dan houdt u het niet languit. Dus is het heel duidelijk. Dat evenwicht speelt wel degelijk een rol.

Het evenwicht speelt evengoed een rol in het milieu als in de mens zelf. Als we het geestelijk willen bezien, dan blijkt dat de psyche daarop reageert. Daar waar een evenwicht is, kan de psyche zich gemakkelijk laten gelden; “het innerlijk” is beheerst. Een kleine afwijking en de psyche kan wel willen, maar het lichaam reageert niet. Dan zeggen de mensen: Zo iemand is traag of lui of dom. Dat is helemaal niet het geval, alleen de werkelijke krachten van het denken en van de geest kunnen niet volledig het lichaam beheersen. Zo wordt duidelijk dat die oude elementen helemaal niet zo gek zijn. Laten we dan nog verder gaan en kijken of we met die oude elementen misschien vandaag de dag nog iets zouden kunnen doen.

Wat hebben we nodig voor een gezonde samenleving? In de eerste plaats voldoende plantengroei. Het zijn de planten die de omzetting in de lucht mogelijk maken waardoor u beter kunt ademen. Met andere woorden: de aarde en de lucht zijn met elkaar verbonden. Uzelf bent weer nodig om voor de plant belangrijke voeding te produceren. Dat kan alleen door een omzettingsproces waarbij uw lichaam eveneens een rol speelt. Het verbrandingselement in uw lichaam, het vuur, speelt dus ook mee. Wij hebben niet alleen plantaardig, maar ook dierlijk leven nodig om een werkelijk evenwicht te krijgen waarin de mens kan leven.

Kijken we dan naar water: planten kunnen niet leven zonder water. Mensen kunnen niet leven zonder water. Dieren kunnen niet leven zonder water. Maar als er alleen water is, dan bestaat er ook niet veel, dan krijgen we hoogstens algen. Pas op het ogenblik dat de elementen in verschillende evenwichten met elkaar functioneren, ontstaat er leven. Laten we daar dan rekening mee houden. Laten we niet proberen om alle planten dan maar te verwerken tot kranten waarin staat op welke partij je moet stemmen.  Laten we zorgen dat er bomen blijven. Die hebben we gewoon nodig. Laten we ervoor zorgen dat het water met alle daarin opgeloste elementen als zeewater kan blijven functioneren en niet langzaam een mengsel wordt van teer, olie en plastic. Wij moeten er gewoon voor zorgen dat de wereld gezond blijft. Waarom? Omdat wij dit evenwicht nodig hebben om te leven.

Nu weet ik wel, dat kun je ecologisch heel anders uitdrukken. Maar waarom zouden we dat doen? Waarom moeten wij zoveel wijzer zijn dan die ouden? Zij waren natuurlijk erg primitief, dat ben ik met u eens, maar die hadden dan toch wel verstand van deze dingen. Zij wisten zelfs dat je onder bepaalde omstandigheden met stoffen de regen kunt aantrekken. Rookoffers werden er in Afrika gebracht (vooral in Noord‑Afrika) waar vreemd genoeg zouten werden verbrand. Men heeft later diezelfde proeven in o.a. Amerika gedaan waar men fluoriden verbrandde om daarmee een vorming van wolken en neerslag van water uit de atmosfeer te veroorzaken. De oude regenmakers deden het ook. Alleen, zij wisten niets van chemie af. Maar zij wisten wel dat, indien je een bepaald deel van de aarde naar de hemel stuurt, de hemel dan antwoordt met water, dus weer met een ander element, om zo a.h.w. die overdaad beneden te stelpen en het evenwicht te herstellen.

Ik denk dat het niet zo dom zou zijn voor de mensen, als ze zouden proberen die oude indeling nog eens terug te vinden. Als je de tabel van de moderne elementen bekijkt, dan blijkt dat daar ook een zekere volgorde in zit. Als je de elementen telt, dan blijkt steeds weer dat je bij het 4e element gekomen, een element krijgt dat een analogie bezit ergens of een overeenkomst met het eerste. Het is misschien verwarrend om dat te doen, maar waarom zou je niet, als je uitgaat van een evenwichtsleer ook niet uitgaan van een krachtleer. Kracht ontstaat op het ogenblik dat de juiste elementen in de juiste verhouding op elkaar inwerken.

Ik kan mij voorstellen dat er heel wat mensen zijn die zeggen: Wat heeft dat nu nog te maken met al die oude wijsheid? De oude wijsheid is die van het leven. Al die oude elementen zijn samen ontstaan in een behoefte van de mens om alles wat zich in hem en rond hem afspeelde aan zichzelf te verklaren. Dat wil dus zeggen dat vuur geen feitelijk element is en dat we ook aarde, water en lucht niet als feitelijke elementen kunnen aanspreken in de moderne zin van het woord. Maar het zijn wel degelijk krachten.

Wij hebben te maken met een aantal krachten. Laten we die dan eens bestuderen. Laten we eens zien in hoeverre die krachten kunnen inwerken op al datgene waarmee wij te maken hebben. Laten we ons afvragen waarom het gebeurt. Een heel typisch voorbeeld is onweer.

Hoe ontstaat onweer? O, ik ken de verklaring. Het is wrijving waardoor statische elektriciteit wordt opgewekt die een zodanig hoog voltage krijgt dat ze bij een eventuele doorslag een lichtbaan geeft waardoor ionisatie van luchtpartikels ontstaat en een tijdelijke afvoeringsbaan naar de aarde en naar de wolken wordt gevormd zodat negatief zich naar positief kan ontladen.

Is onweer nu alleen maar iets waarbij je met die hoogste punten hebt te rekenen? Ze zeggen het wel en het komt ook vaak voor. Het blijkt echter helemaal niet waar te zijn. Het blijkt dat er soms stukken aarde zijn die ontzettend veel bliksem aantrekken. Wat is de oorzaak daarvan? IJzerhoudend gesteente bv. trekt meer dan normaal de bliksem aan, dat weten we. Maar hoe komt het nu dat ergens midden op de hei, wanneer de lading van de aarde tijdelijk negatief is, de bliksemstralen omhoog schieten naar de wolken? En dat terwijl er toch bomen in de buurt zijn en misschien ook nog een kerktoren. Het is altijd op een bepaalde plaats waar regelmatig deze aarde‑lucht bliksem zich ontwikkelt.

Als we dat nagaan, dan blijkt in de eerste plaats dat we op dat punt meer dan normaal kies vinden; en dat in veel kalksteen bevattende hoeveelheden. Maar er blijkt ook nog iets anders een rol te spelen: aardstralen. Aardstralen, die wetenschappelijk niet eens bestaan, worden vreemd genoeg op juist dergelijke plaatsen erg veel gemeten. Waarom wordt bij een schijnbare gelijkheid van omstandigheden vanaf die plaatsen het gemakkelijkst een ontlading naar boven gezonden? En waarom zal op diezelfde plaatsen maar heel zelden een bliksem, die in de wolken begint de aarde bereiken? Zou dat een kwestie van evenwicht kunnen zijn? Dat zouden we ons eens moeten afvragen. Zijn er misschien bepaalde regels voor te vinden? Die ouden hadden daar wel regels voor; ze spraken niet over de aanwezigheid van ijzer of bepaalde vormen van kiezel en dergelijke. Wat zeiden zij?

“Daar waar in de aarde de kracht van het vuur werkt, daar zal de bliksem inslaan” Ze hadden gelijk. Metalen door vuur bewerkt zijn nog steeds over het algemeen een geliefkoosd doel.

“Daar waar aarde en water vermengd zijn, daar slaat de bliksem naar boven.” Het vuur herstelt dan het evenwicht bij de elementen. Wat er gebeurt, is gewoon dat een verschil in statisch potentiaal wordt opgeheven door overslag. Maar zij, die niets wisten van de reden en de oorzaak van het onweer en de bliksem, die goden hebben verzonnen om de bliksem te kunnen verklaren, die wisten wel, hier is het een kwestie van evenwicht. Dan hebben ze kennelijk met hun primitieve verklaring toch heel wat dingen in de gaten gehouden die de moderne mens misschien weer vergeten is.

Ik zou nu een paar van die regels willen opsommen. In de eerste plaats: Daar waar een element overheerst, veroorzaakt het reactie van het meest strijdige element. Bosbrand b.v. heeft de neiging regenwolken en regen te veroorzaken in de omgeving. In de tweede plaats: Wanneer wij een verstoring van juiste verhoudingen hebben, dan kunnen wij deze herstellen door één van de elementen toe te voegen. Het is duidelijk als een bos goed wordt nat gehouden, dan komt er niet zo gauw bosbrand. In de derde plaats: Er is een Al‑verbindende kracht (ether zei men later), die in alle elementen aanwezig is. Hierdoor is het mogelijk de elementen met elkaar te doen wisselen.

Wat bedoelen ze daarmee? Heel eenvoudig, wanneer je aarde en water neemt, kan er vuur ontstaan. Dat is kolder; of misschien niet helemaal. Als we ongebluste kalk nemen en water, ontstaat er hitte. Is er dan droog hout in de buurt, dan kan die hitte zelfs gaan gloeien en daarna ontbranding ten gevolg hebben. Als we vochtigheid hebben en een zekere mate van druk en warmte, dan ontstaat er hooibroei. Hooibroei kan ontstaan in elke wat vochtige hoop en als de warmte groot genoeg is geworden, kan ze omslaan in brand.

Als ik nu de kracht beheers die alle elementen doordesemt (nu komen we in de richting van een filosofie die niet ouder is dan 27 à 2800 jaar), dan kan ik het ene element omzetten in het andere, want ze zijn opgebouwd uit dezelfde kracht, uit dezelfde materie. Hiervoor worden bezweringen gebruikt waarin men bv. het vuur bezweert om zich om te zetten in water, het ene element in het andere. Dergelijke bezweringen zijn primitief, maar ze worden tegenwoordig toch nog gebruikt bij bepaalde volkeren. De dogons bv. hebben er nogal wat van. Ook in Arabië komen ze voor, zij het dat Allah hierbij wordt genoemd. De kracht die alles beheerst, maakt het mogelijk om het ene element om te zetten in het andere. Nu gaat het niet om de verandering van stof, maar om de verandering van werken.

Er zijn kort geleden in een instituut in Leningrad proeven genomen met iemand die paranormaal begaafd is en die kennelijk materialen en materie kan beïnvloeden. Geconstateerd is bv. dat zo iemand de geleidbaarheid van koper‑ en zilverdraad aanmerkelijk kan verbeteren of verminderen. De werking is niet blijvend, maar houdt wel enkele uren na de behandeling aan. Deze man gebruikt zijn geestkracht en verandert daardoor iets in het materiaal, maar het is chemisch niet constateerbaar. Bij onderzoek blijft het koper koper en het zilver zilver. Alleen als je elektrische stroom er doorheen zendt, blijkt er ten eerste een vertraging op te treden. Het duurt iets langer (een microseconde waarschijnlijk) voordat je kunt zeggen: de volle signaalsterkte gaat door de draad heen.

Ten tweede: de eigen weerstand van die draad kan aanmerkelijk worden verhoogd of verlaagd. Dat is onmiddellijk meetbaar, zoals u weet.

Laten we nu eens stellen dat iemand die de innerlijke kracht beheerst, in staat is om de andere elementen tot op zekere hoogte te beheersen. Hij kan ze natuurlijk niet teniet doen, maar hij kan er iets in veranderen waardoor ze tijdelijk reageren, alsof ze ten dele een ander element zouden zijn. Laten we dat weer overdragen naar de paranormale geneeskunde.

Er is een magnetiseur. U heeft hoofdpijn. Hij zegt: Ik zal die even wegnemen. Waarop hij met gefronst voorhoofd begint met de handen om zich heen in de lucht te zwaaien. Dat zal misschien suggestie zijn. Maar hoe kan het dan dat de hoofdpijn werkelijk verdwijnt? Dat is niet één keer gebeurd, maar vele keren. Dat gebeurt ook als de mens in kwestie niet eens op de hoogte is van wat er plaatsvindt. Dan kunnen we dat alleen maar verklaren doordat er iets wordt veranderd. Wat is nu een pijnimpuls? Dat is ofwel een organische onevenwichtigheid, dan wel het is een tijdelijke overgevoeligheid van dat deel van het zenuwstelsel dat daardoor feller reageert dan normaal. In beide gevallen schijnt die magnetiseur de zaak te kunnen rechtzetten. Dat doet hij eigenlijk alleen met zijn wil, want dat in de lucht zwaaien met de handen is niet altijd noodzakelijk. Het is bekend dat als mensen zich intens innerlijk instellen op een andere persoon dat dan die verandering ook optreedt.

Mag ik nu een vreemde veronderstelling wagen? Als nu die energie waar het om gaat behoort tot de ether, dan is het daardoor mogelijk veranderingen tot stand te brengen. Als die veranderingen nu niet specifiek zijn, zoals het door mij geciteerde geval in Leningrad, maar gewoon worden gemaakt op grond van een gedragsnorm van een lichaam, dan denk ik dat je automatisch het juiste evenwicht instelt. Daarom heb ik ook gezegd: We moeten dat vijfde element toch niet helemaal vergeten. Als de ether een verklaring heeft gegeven voor heel veel eigenaardige fenomenen die we kennen uit de klassieke tijd in Griekenland, in Rome, zelfs ook in het latere Egypte, dan mogen we zeggen: Het werken met die elementen op zichzelf is het werken met een natuurlijke toestand die we nu toevallig in vieren hebben gedeeld met een vijfde daar boven zwevende kracht. Wanneer die evenwichtigheid, hoezeer ook hypothetisch in benoeming en indeling, feitelijke resultaten geeft, dan moeten we concluderen dat ten eerste de indeling van de oude elementen toch doelmatig is, ook al is ze niet feitelijk en bewijsbaar juist. Ten tweede: dat wij op grond van die oude ervaringen ook in de moderne tijd bepaalde proeven zouden moeten nemen, al is het alleen maar om uit te vinden in hoeverre dit ook in onze moderne technieken bruikbaar is.

Ten derde: dat gebruikmakend van de ether of zielekracht er invloed wordt uitgeoefend op de andere elementen, wordt op het ogenblik reeds hier en daar uitvoerig en wetenschappelijk bewezen. Dan denk ik aan al die paranormale begaafdheden die lopen van wichelroede af tot telekinetische effecten toe. Als geestkracht invloed heeft op materie, zou het misschien aardig zijn om eens na te gaan of wij daarmee ook kunnen bereiken dat een bepaald element in een bepaalde stof tijdelijk sterk overheerst.

Dat zou kunnen betekenen dat je op afstand iets in brand kunt steken. Er zijn paranormaal begaafden die dat kunnen. Het zou kunnen betekenen dat je de vochtigheid op een bepaalde plaats zou kunnen doen toenemen. Dan zou het misschien tijdelijk aanmerkelijk, zelfs mogelijk zijn om in woestijnen nieuwe oases te kweken, als je maar verstand van zaken hebt. Laten we eens zien of dat mogelijk is. Als het mogelijk is (volgens mij zal dat op den duur het geval blijken te zijn, er is alleen oefening en training voor nodig) dan zouden we moeten terugkeren tot die oude oerregel die zegt dat alleen daar waar alle krachten van de natuur, in casu de elementen, in evenwicht zijn de mens een werkelijk volledig bestaan kan leiden en meester is van de wereld. Maar dat daar waar één element, hoe dan ook, overheerst, de mens de slaaf wordt van alle elementen.

Afsluiting:

We zijn bezig geweest met de vier elementen. Ik heb geprobeerd om dat nu niet erg dogmatisch te doen. Er zijn vele benaderingen denkbaar. Voor mij is het belangrijk dat u begrijpt dat de vier elementen alleen maar een indeling betekenen. Het is alsof men een aantal orden van grootte vaststelt. Als je daar het vijfde element (ether) aan toevoegt, dan geef je a.h.w. een bron aan waaruit het andere mogelijk wordt.

Nu leven wij in een kosmos waarin zeer vele verschillende werelden naast elkaar bestaan. Die werelden kennen elkaar niet en kunnen elkaar soms benaderen. Zoals onze wereld de uwe bv., omdat we voor een groot gedeelte toch wel parallelle universa zijn op het ogenblik. Het zal duidelijk zijn dat we elke wereld wel als een afzonderlijk geheel kunnen beschouwen, maar er blijkt in elke wereld iets van dezelfde kracht aanwezig te zijn waardoor elke wereld in elke andere wereld zich desnoods beperkt, maar toch wel kan uiten.

Dat wijst erop dat wij de ether moeten zien als iets wat al doordesemend is, alles doortrekkend, de basis van alle dingen. Het is de achtergrond waaruit zich de verschillende elementen kristalliseren. Dan zitten we heel dicht bij een godsleer die zegt: dat God was voor al het andere en dat uit Hem al het andere is voortgekomen.

Op een soortgelijke manier wil ik dit zien. Maar dan niet alleen als eens voortgebracht hebbend, maar ook voortdurend in stand houdend. De basis van alles is de ether. De vormen kunnen alleen blijven bestaan dank zij de ether, die ze de energie geeft waardoor ze zich kunnen manifesteren. Maar door hun geaardheid bepalen ze de manier waarop de ether zich door de vormen kan manifesteren. Er is een wisselwerking. k geloof dat we juist daarom ontzettend voorzichtig moeten zijn met elke benadering waarmee we eenvoudig de zaak maar toepassen zonder meer. Als er één kracht is waaruit alles bestaat, dan is het duidelijk dat elke vorm zich kan oplossen in elke andere vorm. Maar wij kunnen alleen bestaan dank zij het aanwezig zijn van de gekende vormen (de vier elementen) en wel in een aantal specifieke verhoudingen.

Wij zijn voor het bestaan als mens ‑ en naar ik aanneem ook in de vormkennende sferen ‑ afhankelijk van de evenwichten die er rond ons bestaan. Wijzelf representeren een invloed die dat evenwicht kan handhaven of kan verstoren. Willen wij het evenwicht handhaven, dan zullen we moeten begrijpen dat hetgeen in de mens het dichtst bij de ether komt en de grootste invloed daarop kan hebben het innerlijke wezen is, de geest, de ziel inclusief een deel van het bewustzijn. Als wij daarin harmonie en rust vinden, dan zullen wij onwillekeurig die rust overdragen aan alle elementen zoals die zich rond ons manifesteren. Wij zijn dan harmonisch.

Op het ogenblik, dat wij ‑ hoe dan ook ‑ door eenzijdigheid of door gebondenheid aan bepaalde verschijnselen ons te zeer uit dat evenwicht terugtrekken in onszelf, beïnvloeden wij onze omgeving onevenwichtig.

Het is een algemeen bekend verschijnsel dat een mens die zich schuldig voelt, de neiging heeft om zichzelf te bestraffen door foute handelingen te doen. Die fout wordt niet als zodanig beseft, maar men vertekent eenvoudig zijn beeld van juistheid en komt daardoor tot de zelfbestraffing. In de psychologie kunt u daarover voldoende gegevens vinden.

Als dit in de mens al zo geldt, zou het dan niet gelden voor de relatie tussen mensen en de omgeving? Ik heb het gevoel dat ook voorwerpen, stenen, planten u vijandig of vriendschappelijk gezind kunnen zijn ook als dat geen bewuste uiting is van deze op zich lage of geen bewustzijn bezittende stukken materie.

U stelt een relatie. Deze relatie manifesteert zich ook in gebeuren, in ontwikkeling. Daarom is het erg belangrijk dat de mens leert de innerlijke rust te vinden en te handhaven. En vanuit die innerlijke rust en zijn innerlijke kracht rond zich dat evenwicht zoveel mogelijk uit te breiden en te herstellen.

Omdat elke mens tenslotte dezelfde basiswaarden heeft, ongeacht de verschillen die hij ten aanzien van anderen bezit, zal het eindresultaat zijn een zodanig veelzijdige evenwichtigheid dat daardoor mensen eindelijk eens gelukkig kunnen leven zonder gekweld te worden door teveel ziekten, teveel onheil. Maar de mens die eenzijdig is in zijn geloven en denken, in zijn geestelijke uitstraling, de mens die zich misschien te zeer bindt aan bepaalde tot de elementen behorende waarden, zal rond zich de evenwichten verstoren en daardoor voor zichzelf rampen veroorzaken, zichzelf ziekten bezorgen terwijl dat niet nodig is.

Zeg dan niet tegen uzelf: Ik heb zoveel moeilijkheden. Het is voor mij moeilijk om rustig te zijn.

Als u zegt dat de moeilijkheden voorbij zullen gaan als u maar rustig bent en dat ze eigenlijk niet zo belangrijk zijn, dan kunt u waarschijnlijk veel meer bereiken. Dan zult u misschien zover komen dat u met uw innerlijke kracht de harmonie met de elementen kunt bepalen en dat de elementen weer worden tot dat wat ze behoren te zijn: de dienaren van het bewustzijn en de uiting van de kern van alle bestaan.