Visionaire schrijvers

13 februari 1949

Schrijvers schrijven niet alleen altijd onder invloed van de verschillende voorwerpen en mensen in hun omgeving, maar zij spreken ook veel onder invloed van buiten, de invloed van een intelligent of meerdere intelligente, die in dit geval dus als het ware het boek schrijven d.m.v. de spreker. Voorbeelden daarvan zijn ook die romans, die geschreven worden, zuiver uit inspiratie of die geschreven worden uit een hoeveelheid technische kennis, waarbij een visionair vermogen het mogelijk maakt om tot een beschouwing, een ware beschouwing, van de toekomst te komen. Een verschil wil ik u duidelijk maken en dat is n.l. dit: Een zekere Paul Duvois, een schrijver van avonturenromans, heeft verschillende malen in zijn romans gebruik gemaakt van technische uitvindingen, die zich op het ogenblik verwezenlijkt hebben. Toch was deze man geen technicus en geen visionair schrijver, hij was een zuiver romanticus. Maar in sommige gevallen heeft hij als het ware een visionaire blik gehad op de mogelijkheid der toekomst. Als deze zou ik ook kunnen noemen: Jules Verne. Verne, die over het algemeen een zeer grote technische kennis bezat, en daardoor veel beter dan anderen in staat was om

een toekomstvoorspelling te doen. Want bijna ieder van zijn boeken brengt in deze een voorspelling van de toekomst. Deze toekomstvoorspellingen kunt u bv. vinden in zijn “Reis naar de maan”, waarin hij weliswaar schrijft over een kanonskogel naar de maan, waar de bouw, de inwendige bouw van dit apparaat reeds veel gaat lijken op de op het ogenblik getroffen veiligheidsinrichtingen in de raketten, waarin een levend wezen, een proefkonijntje, werd vervoerd. En daarin heeft men dan bepaalde veringen aangebracht en bepaalde zekeringen. Het eigenaardige is dat Verne deze reeds beschreef en deze schrijver was dus tot op zekere hoogte visionair, d.w.z. zijn technische kennis tezamen met de inspiratie, die niet alleen van buitenaf kwam, maar die uit het eigen ik kwam, gecombineerd, en een technische toekomstroman ontstond.

Van deze soort schrijvers kunt u er verschillende vinden, maar er zijn ook andere visionaire schrijvers. Er zijn schrijvers als een George Everts, die terug grijpend in een verleden en bekend zijnde met de gebruiken van dat verleden, visioenen gezien hebben van een wonderbaarlijke duidelijkheid, die hun het hele leven uit deze periode voorgesteld heeft en deze voorstellingen waren zéér zeker visionair. U weet van verschillende papyrussen, mummies in dit geval. Ik noem deze schrijver bij voorkeur, omdat hij onderwerpen behandelt op een enigszins andere wijze dan hier één behandeld is. En deze schrijver nu heeft tot zich getrokken elementen die stoffelijk in verbinding hebben gestaan met deze papyrussen en andere voorwerpen, en hierdoor heeft deze man half onbewust – hij wist er zelf niets van – visionair gezien wat lang geleden gebeurd is en dat heeft hij dan verwerkt tot een roman. Een ander voorbeeld van een visionaire roman is bv. ”De smarten van Satan” van Marie Corelli – Een heel bekende schrijfster op dat gebied. Marie Corelli voert ook hier dingen aan en die ze in romanvorm tot uiting brengt. Maar daarbij heeft iemand achter haar gestaan die haar hielp. In sommige gevallen is ze zelfs alleen maar instrument. Het is opgevallen dat al deze op geestelijke lijn geschreven boeken eigenlijk één zelfde geest ademen: Vergevingsgezindheid.

In “De smarten van Satan” wordt zelfs de nadruk gelegd op het feit, dat men met de figuur van de duivel, de boze, medelijden moet hebben, omdat hij, door anderen ten verderf te brengen, zelf dieper daalt en steeds verder verwijderd wordt van het Licht, terwijl één bevrijde ziel hem de mogelijkheid geeft om zich op te heffen. U begrijpt dat deze opheffing uit dit alles achter zich een zinnebeeld heeft. Ik bleef nu bij dit bekende boek even stilstaan, omdat ik denk, dat meerderen dit gelezen hebben.Als men dan bv. de reis van een Sapelis met Geoffry door de IJszee – ”de reis naar de hel” zou ik haast zeggen – leest, dan moet u eens opletten. Daarin staan heel eigenaardige geestelijke artikelen, die als gevolg hebben dat men de conclusie trekt: De hel ligt op aarde. De geesten die daar zijn, zijn gebonden aan deze aarde.

En nog opmerkenswaardiger, deze aarde is van een wonderbare schoonheid, dit plekje aarde, omschreven als een soort aards paradijs en toch in deze beweging, in dit paradijs, daar juist lijden de verdoemden smarten en daar zien zij heel in de verte de poorten van het paradijs. Dit gedeelte van het boek moet u, als u het eens leest of herleest, bijzondere aandacht schenken.

Het is n.l. een buitengewoon interessante beschrijving van dingen, die de werkelijkheid zeer nabij komen en het is daarom voor u ook aanbevelenswaardig om van een dergelijke visionaire schrijfster eens een paar boeken te lezen. Het is niet mijn bedoeling om hier alleen te blijven staan bij een Marie Corelli. Er zijn zeer vele andere schrijvers, tot zelfs in de oudheid afdalend, die hun eigen geest en veelal ook hun eigen gif vermengd hebben met een inspiratie van buiten. Ik noem u als voorbeeld een Dante Alighieri. Een Dante die zeer zeker een hel ziet, een hel die hij fatsoeneert naar de heersende begrippen der regerende kerk, niet omdat dit met zijn visioenen overeenkomt, maar omdat dit alles een zuivere vorm is, waarmee het mogelijk is te ontkomen aan het keurslijf, het doodvonnis, dat boven hem gehangen zou hebben als hij beschreven had wat hij gezien had.

En had hij dit alles beschreven, dan kunt u begrijpen dat men hem als ketter op de brandstapel gebracht zou hebben. Hij heeft dus een vormgeving moeten zoeken, die overeenkwam met de heersende begrippen der kerk. En in deze heeft hij nu een vorm gevonden waarin de boetelingen van de kerk, de zaligheid van die verdoemden in hun gevoelens, in hun ondervindingen, zeer duidelijk beschreven zijn.

Want wat kwelt de mens? Niet de duivel. Hen kwelt het eigen ik. De eigenschappen waarmee zij zich in het leven bezondigd hebben, komen nu in ontzettend vermeerderde vorm terug, om hen te doen boeten. En als hij omhoog stijgt van ommegang tot ommegang, dan is daar weer wat op demon lijkt. Bij elke opstijging komt hij aan de poort. Daar staat een wachter en deze wachter draagt een stempel d.w.z. hij wist één van de kruizen van zijn voorhoofd af. Dit betekent dat de mens om te stijgen zich moet ontdoen van zijn aardse begeerten. Wat hebt u anders trouwens ook geleerd? Wat hebt u ook anders kunnen denken? De opgaande ziel moet zich vrijmaken van de stof, en dat hij zich vrij makend van de stof als het ware een ommegang van een ommegang door moet voor elke begeerte, voor elke kleinigheid die hem aanhangt, en dan komt hij uiteindelijk boven op de berg, en daar wordt de mens gelouterd door het vuur. En zie daar het eigenaardige: Zij, die zo ver gestegen zijn leggen zich met ware vreugde deze kwelling van het vuur op. Zij wikkelen zich zelf in de vlammen. Zij willen boeten, omdat zij het Licht reeds zien. Zou dit hele visionaire beeld alleen uit het brein van een dichter voortvloeien? Ik geloof het niet. Neen, daar heeft weldegelijk iemand achter hem gestaan, maar in werkelijkheid hebben er meerderen achter hem gestaan. In werkelijkheid is daar reeds op schrift neergelegd een ervaring van hen, die reeds gestegen waren. En zij die reeds gestegen zijn hebben dus hier in een roman neergelegd de verschillende feiten, die het mogelijk maken om te stijgen. Een les voor hen, die nog met de stof verbonden zijn.

Ook Goethe heeft in sommige van zijn romans vermengd met heidens bijgeloof, met volkssagen, legenden, uiteindelijk een begrip van het kwaad gebracht. Liefde overwint alles, zegt men wel eens. Liefde overwint bij Goethe zelfs de duivel. De liefde van de mens voor een

ander, de onbaatzuchtige liefde heft hem op naar het Licht en als Faust dan ook opgenomen wordt, dan komt van boven het Licht tot hem. Bemind worden en bemind hebben. En Ibsen in zijn groot gedicht “Peer Gynt” vertelt u precies het leven. Ook achter hem heeft iemand gestaan. En naast zijn vele ietwat sombere, soms zelfs voor uw tijd decadente toneelstukken, komt hij hier en daar tot een zuivere overtuiging: Liefde is de redding tot alles. Als de knopensmelter komt in Peer Gynt, dan is dat een legendarische figuur, die weldegelijk zin

heeft, die gelijk staat met alle andere figuren die de eeuwigheid vertegenwoordigen. Hij zegt dan: Je bent niet dit, je bent niet dat en dus smelt ik je in mijn ketel om nieuwe knopen te gieten. De betekenis hiervan is: Een ziel die niet goed en niet kwaad is, moet opnieuw door de leerschool gaan. Is dit niet visionair? En dan, als eindelijk het ogenblik gekomen is, dat Peer Gynt de dood vervallen is, wat gebeurt er dan? Dan redt hem de liefde. Solvegs liefde. Ook hier: liefde als redding.

Ik zou u zeer veel kunnen vertellen. Ik hoop dat te doen bij verschillende gelegenheden. Ook de schrijvers die in inspiratie de eeuwige waarheid benaderen of begrepen hebben, ook al is dan hun werk een roman, omkleed met woord en beeld, die de eigenlijke figuur versluieren en verhullen. De waarheid onverhuld tonen is gevaarlijk, daarom hebben ook deze – en hebben ook diegenen die achter hun stonden – de waarheid vaak moeten versluieren. Maar voor wie ze zoekt ligt de waarheid ook opgesloten in een Vondels “Lucifer”, in een “Adam in Ballingschap”, alle bekende schrijvers. Ook Shakespeare, ofschoon veelal schrijver naar het historische, erkent en beschrijft haast visionair de acht van de aard omzwevende geesten, de aardgebonden geesten, van het lot van de mensen en de verlossing, gebracht alleen door liefde.