Vluchtelingen en hun problemen

5 september 1980

U weet het, wij weten niet alles en zijn niet onfeilbaar. Denkt dus zelf na over ons onderwerp, dat door u voor deze avond gesteld werd. De titel luidt: Vluchtelingen en hun problemen.

Dat deze problemen vooral ook geestelijk van aard zijn, zult u zonder meer begrijpen. Er zijn daarnaast ook andere moeilijkheden die overigens niet alleen voor vluchtelingen bestaan.

Vluchteling is trouwens langzaamaan een modewoord geworden. Maar al te vaak vertrekt iemand die het thuis om de een of andere reden niet bevalt naar een ander land en noemt zich daar dan maar meteen een politieke vluchteling. Anderen zijn het niet eens met een bepaald regime, zondigen tegen de wetten van hun land en duiken kort daarop elders op als politieke vluchteling. Weer anderen hebben om ideële of andere reden thuis een tijdlang voor terrorist gespeeld en slaagden niet in hun opzet. Ook zij noemen zich “vluchtelingen” met het voorzetsel politiek. Zelfs mensen die niet tevreden zijn met de sociale zorg in hun thuisland trekken vaak ergens anders heen, waar het volgens hen beter is en bedenken dan een vervolging of overdrijven omstandigheden om toch vooral die begeerde kwalificatie “politiek vluchteling” voor zich op te kunnen eisen.

Waarmee ik maar wil zeggen dat er nogal wat soorten “vluchtelingen” zijn. Sommigen onder hen zijn werkelijke vluchtelingen, omdat het bijna geen andere mogelijkheid scheen te geven dan vluchten. Denk hierbij aan sommige mensen uit Vietnam en dergelijke landen. Aan de andere kant moet het u duidelijk zijn, dat er zich heel wat mensen als zodanig voorstellen waarvan je je toch ernstig moet afvragen of het hier wel werkelijk gaat om echte vluchtelingen en niet om mensen die uit financiële of zakelijke overwegingen hun vaderland achter zich hebben gelaten.

Schijnbaar is dit een hard oordeel, want die mensen kunnen gemeenlijk wel aannemelijk maken dat zij gevlucht zijn voor de terreur van een bijzonder links of rechts bewind. Wanneer het echter gaat om hun geestelijke en andere problemen moet je met dergelijke zaken toch wel degelijk rekening houden daar hun eigen reactie en wijze van leven mede afhankelijk is van hun beweegredenen voor de vlucht.

In zekere zin zijn het allen wel “echte” vluchtelingen omdat zij zich hebben onttrokken aan omstandigheden, waartegen zij niet bestand waren. Men durft het niet meer langer zo aan, vertrouwt het niet meer of voelt de dreiging van straffen en neemt daarom de benen.

Een dergelijke reactie is begrijpelijk en de neiging om voor gevaar te vluchten is nu eenmaal een menselijke eigenschap, vooral wanneer men zich bovendien machteloos voelt. Gevaar maakt van heel wat mensen opeens uitstekende hardlopers.

In het kader van ons onderwerp is het echter van groot belang dat wij beseffen te maken te hebben met mensen die de problemen thuis niet meer aan konden, ofschoon zij onder normale omstandigheden en zonder mogelijkheid tot vluchten zich zeker bij de omstandigheden zouden hebben aangepast. Iets wat zelfs voor vele van de echte politieke vluchtelingen van toepassing blijkt te zijn. Niet in alle, maar in zeer vele gevallen zien wij dan ook dat men de schuld voor alles voortdurend en luidruchtig aan anderen blijft geven terwijl men innerlijk wel anders weet, maar de eigen tekortkomingen voor zich en anderen probeert te verbergen. Vaak zelfs heeft men het gevoel tekort te zijn geschoten tegen degenen die in het vaderland zijn achtergebleven.

Ik weet, dat een dergelijke constatering bij velen hard kan aankomen, maar het is een van de problemen waarmede vele vluchtelingen na enig tijd geconfronteerd worden, juist in zichzelf.

Buitenstaanders vergissen zich vaak in de gevoelens en beweegredenen van dergelijke mensen.

Op het ogenblik houdt men zich in uw stad (nvdr. Den Haag) bezig met het probleem van de dissidenten onder de naam Sacharov-tribunaal. Wat vaak hierbij naar voren komt is een wat sacharine opvatting omtrent het onrecht in de wereld. Het probleem van het verschillend denken, kunstmatig gezoet met idealisme. Sacharov bv. is een Rus die een Rus wil blijven, iemand die vooral in zijn eigen land wil blijven. Een man die al te goed begrijpt, dat hij zichzelf als deel van een bepaalde gemeenschap en een bepaald volk voelt en wel zodanig intens, dat hij buiten zijn land niet alleen zijn betekenis voor zijn land zou kunnen verliezen – wat vraagwaardig blijft – maar zijn geloofwaardigheid en betekenis voor zichzelf kwijt zou raken. De mogelijkheid om zichzelf te blijven zou dan ook inderdaad voor hem in het buitenland niet meer werkelijk bestaan. Hij zou gedoemd zijn een rol te gaan spelen.

Dit is een probleem dat in feite voor alle soorten van vluchtelingen geldt wanneer zij eerlijk zijn. Het minste speelt het nog een rol bij mensen die weggevlucht zijn voor geweld, voor een regime dat onvoorstelbaar wreed was, hongersnood en een beperking van het normale leven, die men zich buiten die gebieden ondanks alle verhalen niet kan voorstellen. Maar zelfs deze mensen beleven een identiteitscrisis. Wie en wat ben ik? Het heden wordt beheerst door het verleden, een herinnerd verleden dat al lang niet meer geheel met de feiten strookt. Trouwens, een dergelijke crisis zien wij ook bij anderen, bij bv. gastarbeiders als Marokkanen, Turken, die opeens moeten leven in een samenleving die voor hen geheel vreemde waarden en gebruiken hanteert. En bijzonder sterk speelt een dergelijke crisis bij de kinderen die in feite de tweede generatie vormen.

Ga dergelijke gevallen in eigen omgeving na en al snel zal u blijken dat deze kinderen niet geheel kunnen passen in de Nederlandse sociale opvattingen. Daarvoor wijkt hun opvoeding, hun huiselijke omgeving en ook hun eigen mentaliteit te zeer van de Nederlandse af. Maar zij passen ook niet meer in de mentaliteit van hun eigen land en de gebruiken van hun eigen volk.

Daaraan zijn zij ergens toch weer te zeer aan ontgroeid om daarin gelukkig te kunnen zijn. Dit worden losgeslagen mensen, die vaak sterk in conflict komen met de wereld rond hen. Te wijten is dit vooral aan het onvermogen van de doorsnee mens om zich geheel te laten opgaan in het nieuwe. Dat kan bijna niemand van ons, wij blijven altijd teren op hetgeen wij eens geweest zijn en idealiseren het.

Denk aan de Surinaamse immigranten die weggevlucht zijn uit hun eigen land omdat zij de omstandigheden daar en de sociale mogelijkheden daar niet meer betrouwbaar of aanvaardbaar achtten. Nu zitten zij in dit land, denken terug aan Suriname, herinneren zich de zon, de gezelligheid. Maar wanneer je deze mensen, die zich vaak opstellen als de grote verdedigers van hun land en volk, dan vraagt waarom zij niet teruggaan, zo zoeken zij opeens een uitvlucht.

Zij willen de sociale, geldelijke, maatschappelijke zekerheden die zij in uw land bezitten in feite niet prijs geven, maar veroordelen steeds weer alles wat uw maatschappij maakt tot wat zij is.

Vaak bemerk je, dat die mensen aan de ene kant schelden op de Nederlanders en hen aan de andere kant benijden. Waarom zij zo reageren, lijkt oppervlakkig gezien moeilijk te zeggen.

Maar in stilte eren zij nog hun eigen goden. De ene groep eert steeds oude hindoegoden, een andere groep belijdt weliswaar een christendom, maar dan met gebruiken waarin de oude natuurverering toch wel een grote rol speelt. En onderling fluisteren zij of roepen zij: wij hebben toch wel de waarheid, wij hebben iets bijzonders, wij moeten ons erfdeel bewaren. Gelijktijdig brengen zij hun “erfdeel” in omstandigheden, waarin het meer en meer van zijn waarde verliest en uiteindelijk nog veel minder waard is dan de pogingen de oude tradities te handhaven in bv. Volendam en Marken. Want daar heeft men er nog een toeristenzaak mee op kunnen bouwen.

Het drama van de vluchteling ligt niet in de allereerste plaats in het feit dat hij nu elders moet leren leven. Het drama is, dat hij zich niet aan kan passen. Alleen wanneer je zozeer alles verloren hebt dat je niets meer overhoudt, zelfs geen goede herinneringen meer, kun je anders reageren en werkelijk opgaan in je nieuwe omstandigheden en volk. Dat dit wel degelijk mogelijk is kunt u zien bij bepaalde groepen van Vietnamese vluchtelingen. Deze mensen, in vele verschillende landen opgenomen, blijken gemakkelijker te integreren met het gast-volk ondanks moeilijkheden als taal e.d., dan de vluchtelingen uit vele andere landen. Voor hen is er geen terug meer. Zij hebben eenvoudig alles achter zich gelaten. Het beetje traditie dat zij nog handhaven heeft meer te maken met een poging voor hun persoonlijkheid een uitlaat te vinden dan met een poging het oude “vaderland” in stand te houden in een geheel andere omgeving en zich vooral als leden van een ander volk te laten gelden.

Juist hier ligt een begin voor vele geestelijke problemen. Want wanneer je je niet totaal kunt overgeven aan een geheel andere volksgeest en daarmede dus ook de werkingen van een andere groeps- en rassengeest kunt beleven en aanvaarden als deel van jezelf, ben je voortdurend geestelijk en stoffelijk een tegenstelling tot hetgeen er rond je bestaat. Dan botst ook geestelijk alles.

Het is dan niet alleen het denken, maar het gehele gevoelsleven dat voortdurend in de war wordt gestuurd. Dan vertekenen idealen zich, leef je in een wereld die zich aan jou steeds weer verwrongen toont, zich als in een lachspiegel toont, altijd weer vervormende en schijnbaar je voortdurend bespottende. Dan wordt het nodig een keuze te maken: op te gaan in de omgeving of een vorm van isolement aanvaarden waardoor je ondanks alles jezelf kunt blijven. De joden bv. hebben grotendeels dit laatste gedaan.

De joden hebben honderden jaren in Amsterdam gewoond, werden uiteindelijk vaak zeer geziene burgers die overal vrienden hadden. Maar toch spraken zij elk jaar weer tot elkaar: het volgende jaar in Jeruzalem. En toch bleef er, ondanks de beste vriendschap en samenwerking, voor hen altijd een verschil tussen de jid en de goy. Emotioneel werd dit alles niet altijd volledig uitgedrukt, maatschappelijk leek het of er sprake was van een gehele integratie. Maar zij waren en bleven allereerst zichzelf, althans zeer velen onder hen.

Maar welke kleine groep afhankelijke vluchtelingen is in staat, zo zichzelf en eigen gebruiken, eigen beslotenheid ook, ondanks alles te handhaven in een maatschappij die juist probeert je zo snel en zo goed mogelijk te integreren en te absorberen? Maar wat, wanneer je die eigen identiteit prijs geeft? Dan moet je als een aap anderen imiteren en steeds meer dingen doen en dulden die je in feite niet liggen. Want in jou leven de oude dromen en die tonen je steeds weer, hoe je je in eigen ogen belachelijk maakt.

Ook zuiver godsdienstig zijn er moeilijkheden. Een islamiet in bv. uw land kan natuurlijk wel naar een moskee gaan. Men heeft wel gebouwen voor lering, gebed en samenkomst. Maar de gewende roep, het “Allah u akbar” ontbreekt. Zij klinkt niet door de lucht. Wanneer je wilt bidden op de voorgeschreven uren en wijze moet je het in eigen beslotenheid doen of het maar even vergeten, want in deze maatschappij is het belachelijk en onaanvaardbaar. En wanneer de vastenmaand, de ramadan aanbreekt, die tijd waarin je de gehele dag niet eet en drinkt, dan kan de wereld rond je dit niet begrijpen en past zij haar tempo niet aan. De wereld rond je gaat in het gewende tempo voort en verwacht van jou dat je eveneens in het oude tempo door zult gaan, vol van energie terwijl je je zwak voelt en honger en dorst je kwellen. Zelfs het gebruikelijke nogal overdadig eten en drinken na zonsondergang wordt meewarig glimlachend als een vreemd verschijnsel gezien, ofschoon het voor jou een noodzaak is.

De rust, waaraan je thuis gewend was, de aanpassing aan geloof en gebruiken die eens voor jou normaal was maken plaats voor jachtigheid. Je wordt geconfronteerd met geheel andere en voor jou vaak onaanvaardbare gebruiken, met opvattingen, die in strijd zijn met alles wat je altijd geleerd en gepraktiseerd hebt. Men denkt anders over de verhoudingen in het gezin, de plaats van de vrouw, de verplichtingen van de kinderen. Alles rond je schijnt steeds weer in strijd te zijn met alles wat jij meende te mogen beschouwen als deel van de enig juiste en ware leer.

Je kunt je aan dit alles niet geheel onttrekken. Zeker, je kunt je vrouw verbieden met iemand te praten. Je kunt haar opsluiten in je huis waar zij volgens jou uiteindelijk thuis hoort. Je kunt je kinderen met harde hand volgens de oude gebruiken opvoeden. Je vrouw voegt zich misschien een tijdlang. Maar de kinderen krijgen vriendjes en vriendinnetjes. Zij moeten naar school, je kunt er niet omheen dat zij geconfronteerd worden met al die andere en volgens jou mogelijk zelfs verderfelijke invloeden en gebruiken. Is het een wonder dat je soms radeloos wordt, dat je je keer op keer afvraagt wat je moet doen en in machteloosheid soms tot excessen overgaat? Je meent te weten wat voor jou en de jouwen juist en goed is, maar je kunt het niet meer waarmaken en zelfs je kinderen schijnen soms meer je vijanden dan je geliefd bezit te zijn. U kunt dan de schouders ophalen en zeggen: “nu ja, het zijn maar Turken of Marokkanen, laat ze”. En deze mensen zijn geen werkelijke vluchtelingen. Zij kunnen eens terugkeren naar hun eigen land, naar hun eigen omgeving. Maar hoe zou u zich voelen, wanneer alles wat u heilig en dierbaar was vervormd of onmogelijk werd, en u geen uitzicht, geen mogelijkheid meer had ooit terug te keren? Want dat is het lot van de vluchteling.

O, u beziet dergelijke mensen vaak als een soort bezienswaardigheid, als iets exotisch en bent bereid naar hen te luisteren en met hen welwillend te spreken, zelfs over de Koran of dergelijke zaken. Maar kunt u dergelijke mensen werkelijk begrijpen? U bent te zeer anders. U leeft in uw eigen land, te midden van uw eigen volk, u kent alle gebruiken en al moppert u, ergens bent u met alles wat er gebeurt verwant. Maar die anderen kennen die zekerheid, die aanvaarding ondanks alles, niet. Dan ontstaan er eigen gemeenschappen die hun eigen spelletjes spelen, hun eigen zinloze discussies eindeloos herhalen, oude lang vergeten rangen en standen onderling voor een avond laten herleven.

Zeker, zelfs de vluchtelingen nemen hun politieke en andere geschillen en opvattingen mee naar het buitenland en werken daar nog steeds mee. Maar juist voor de vluchteling is het toch anders, al geven zij dit niet toe. Eens werd je gedragen door degenen die achter je stonden, was alles helemaal echt. Nu, wanneer je innerlijk eerlijk probeert te zijn, moet je toegeven dat je je met al je gebruiken en verzet in feite vaak voelt als een acteur die speelt voor een lege zaal, een rol opvoerende alleen voor zichzelf, omdat hij niet weet, wat anders te doen.

Dit leven in de leegte is het werkelijke probleem voor bijna alle vluchtelingen. Niet het niet geheel door de omgeving aanvaard worden. Dat is niet zo erg, zolang je maar een achtergrond hebt, zolang je nog enig gevoel van eigenwaarde kunt behouden. Maar juist het jezelf niet meer kunnen aanvaarden omdat je in een voortdurend compromis leeft betekent meer en meer een innerlijke gespletenheid. Het betekent soms vlagen van droefgeestigheid en halve waanzin. Het betekent, dat je soms geheel irreëel gaat reageren, weet dat je verkeerd handelt en dit toch voor jezelf probeert te rechtvaardigen door uit te roepen dat je voor het goede strijd, dat jij uiteindelijk de enige waarheid kent en bent.

Ach, de geestelijke problemen van de vluchtelingen zijn niet de werkelijke problemen van het mens-zijn. Want heus, of je nu Turk bent, Liberiaan, Creool, Pakistani, of je uit Chili komt of uit India, je bent heus een mens. Maar als mens heb je de behoefte ergens bij te behoren, deel uit te maken van je eigen groep. Wanneer dit niet of niet in voldoende mate mogelijk is, voel je je eenzaam en dit gevoel maakt je meer en meer onevenwichtig. Die onevenwichtigheid wordt ook verschoven naar het droomleven, naar het bestaan dat je kent op de ogenblikken dat je lichaam geheel in rust verkeert. Dan werken al die dingen die je op de dag gedaan hebt, tegen je normale gebruiken en handelen in, opeens als demonen die je beladen. Je probeert je voor jezelf te rechtvaardigen. Je wordt wakker met een gevoel van onbehagen. Je drinkt, doet dingen die je anders niet zou doen, om te ontkomen aan die gevoelens. Je rost misschien je vrouw af, schiet een rasgenoot dood om een kleinigheid die je in je eigen land niet eens zou tellen.

Maar dit gedrag is alleen maar het gevolg van een innerlijk ontwricht zijn. Dan probeer je de vrede te vinden door bv. de feesten van je eigen goden te vieren. Je bidt bv. voor Iksmé die op het ogenblik ook door velen in uw land wonende mensen nog ritueel wordt geëerd. Dan steek je binnenshuis de lampjes en kaarsen aan, dan breng je de oude offerandes. Maar stil, vooral stil en onopvallend. En wanneer er tijdens de rite dan een klokje geluid moet worden doe je het vooral voorzichtig en zachtjes. Want anders zouden de buren er zich aan kunnen ergeren of je belachelijk vinden.

Dat is het ontwricht zijn. En juist hierdoor zul je je, ook als vluchteling, onwillekeurig gaan richten tegen de gemeenschap waarin je leeft. Uiterlijk doe je dit misschien niet. Je poogt uiterlijk mogelijk krampachtig je aan te passen. Maar van binnen ben je steeds in opstand. En dit is niet gericht tegen enkele mensen, maar tegen de gehele groep, het gehele gebied zelfs. En daarmede ben je ook in conflict met de geestelijke eenheid die rond je bestaat, richt je je tegen alle krachten die binnen de groep waarin je nu leeft leidend en besturend op kunnen treden. Wat betekent dat je er geestelijk dreun na dreun bovenop krijgt omdat nu eenmaal alles zich tegen je schijnt te richten. Dan zoek je steun bij je eigen goden, bij je eigen mensen. Je wilt je beroepen op alles waar je geestelijk werkelijk bij weet te horen, alleen maar om te ontdekken dat je daar te ver van verwijderd bent zodat je alleen nog maar vage echo’s schijnt te horen waar eens een sterke stem in je sprak.

Het is een soort uitteringsproces, waarbij je jezelf romantiseert en dramatiseert. Denk eens aan de Chilenen. Zeker, wat er in dat land is gebeurd valt niet goed te praten. Zij zijn gevlucht en wonen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en nog vele andere landen. Hun hart blijft voortdurend bezig met het onrecht dat zij geleden hebben, met wat eens gebeurde, niet met hetgeen zij ten goede nu zouden kunnen doen, maar met de drang eerst die vijand uit het verleden te vernietigen. En in hun haatgedrevenheid vinden zij mogelijk wel erkenning bij een aantal mensen.

Zij krijgen mogelijk zelfs de steun die zij nodig hebben. Maar al zijn zij dankbaar, het is niet genoeg. Ook zij voelen zich steeds weer als mensen die staan te schreeuwen in de leegte, alsof zij om hulp zouden roepen midden op de oceaan zonder dat er een schip in de buurt is.

Er is geen antwoord op je problemen, je haat op de leegte. Dan komt er weer eens een brief, officieel gezonden of gesmokkeld. Je leest alles, ziet al die oude dingen weer. De herinnering komt naar voren en domineert alles wat je zou kunnen begrijpen. Dan grijp je weer naar agressiviteit. Dan probeer je met felle kleuren of in schrijnende woorden uit te beelden wat er alles mis is in dat land, waar jij niet meer mag wonen. Maar wat je kunt doen is in feite niets. Het is een spel en je beseft dit zelf. Het is, of je langzaam maar zeker van binnen verschrompelt naarmate dat andere, datgene waarvoor je moest vluchten, langer blijft bestaan. Uiteindelijk voel je je als een ontstoken appendix van iets, waar je eens bij behoorde, klaar voor de operatie maar bang om je laatste grein identiteit te verliezen.

Ik weet niet, of dit de problemen zijn waaraan u hebt gedacht toen u dit onderwerp hebt gesteld. Toch zijn dit belangrijke dingen. Uzelf kunt weten, hoe er altijd een heimwee blijft bestaan naar het verleden, naar die tijd toen je nog werkelijk iemand was. Hoeveel Oud- Indische gasten in uw land hunkeren in stilte nog altijd naar tempoe doeloe, zijn in gedachten nog steeds bezig met andere temperaturen, andere kleuren groen, een andere wijze van leven?

En toch behoren zij tot uw volk, zijn zij uiteindelijk ook hier thuis. Dat kent toch een ieder?

Dat wat lange tijd je leven heeft uitgemaakt kun je niet helemaal loslaten. Dat blijft je beheersen. U blijft dan nog steeds Nederlander onder de Nederlanders. U bent mogelijk wel iets anders dan die anderen, maar u kunt zich integreren in de gemeenschap.

Maar wanneer je bv. een Ambonees bent sta je er al heel anders voor. Want dan behoor je niet echt bij de blanda. Dan ben je anders en grijp je wanhopig naar allerhande denkbeelden, gerechtvaardigd of niet, om zo je oude identiteit te kunnen behouden, geestelijk die innerlijke zekerheid te behouden. Wanneer je dit met de feiten niet kunt bereiken bouw je fantasieën op.

Dergelijke dingen ziet u overal rond u gebeuren. Maar de hele wereld is vol van dergelijke groepen van vluchtelingen, van displaced persons. Overal vindt je ook nu nog groepjes van ex-Russen, die toch innerlijk zozeer Russen gebleven zijn. Mensen die zo graag hun taal nog eens spreken, die de oude liederen nog willen zingen en zich desnoods eens tezamen echt ouderwets zouden willen bezatten, of met voorbijzien aan het heden samen uren lang sentimenteel over bv. de literatuur van hun volk zouden willen spreken. Mensen die moeten leven in een wereld die hen mogelijk zelfs bewondert, maar die hen niet geheel kan begrijpen.

Je bent mogelijk een schaakmeester en een belangrijk man. Maar er ontbreekt iets, een volk waarin het schaken zelf een bijna ziekelijke obsessie is, een volk waarin je een held bent. Want dat is heel iets anders dan groepen mensen die je grotendeels vreemd zullen blijven, mensen die zelf schaken en je prestaties dan ook wel willen bewonderen maar niet die sentimentele verbondenheid met je strijden en denken kunnen gevoelen die je eens in je eigen volk in zo ruime mate kon aantreffen.

Dan ga je je aanstellen. Natuurlijk. Dat kan haast niet anders. Dan wil je de aandacht afdwingen die je anders niet krijgt. Dan gedraag je je onredelijk alsof je daardoor het gevoel van isolement zou kunnen doorbreken. Dan ben je niet meer de dissident die uitgewezen werd of moest vluchten, maar een mens die innerlijk langzaam ontbindt en het eindresultaat van het proces is een mens die niet meer werkelijk leeft en in zijn uitingen vreemd is en soms decadent.

Hoe vaak zie je dergelijke mensen niet: vervallen, innerlijk leeg, steeds weer in eigen kleine kring proberende te vergeten dat zij niets meer waard zijn, dat zij geen betekenis meer hebben.

U kunt zich dit alles misschien niet geheel voorstellen. Maar wees eens eerlijk, wanneer je niet meer in jezelf kunt geloven, kun je dan nog in de juistheid van een systeem, ja, zelfs nog in een God geloven? Is je godsdienst, je spreken over systemen dan nog levend en werkelijk? Of is het in feite alleen nog maar een poging om te ontkomen aan het totale niet, dat je in je dromen steeds weer bedreigt? Want dat laatste is naar ik meen maar al te vaak het geval. En kun je dan nog gelukkig zijn? Ik doel niet op de roes. Die kun je altijd nog wel vinden. Maar gewoon geluk, de sereniteit van een alledaagsheid waardoor je beproevingen draagt op een wijze die soms zonnig is.

Er was een jood die in 1938 uit Duitsland was weggevlucht. Hij had geluk, kwam eerst in New York, kreeg steun, maakte het en kwam uiteindelijk aan de westkust terecht. Men vroeg hem, of hij niet gelukkig was, dat hij nu daar was. Natuurlijk, was zijn antwoord. Ja, toch mis ik soms de dreiging die zoveel jaren lang ons allen beheerst heeft, de dreiging en de ontkenning ervan.

Hij had gelijk. Maar velen wilden zich dit niet toegeven. En ook de Duitse emigranten – die beter hadden kunnen weten – konden niet geloven in zaken als de “endlösung”. Ook zij hebben, toen eenmaal berichten daarover doorkwamen, gezegd dat dit overdreven was, dat het zo erg nooit kon zijn. Want zo zijn de mensen. Zij zien niet wat zich ontwikkelt. Zij zien wat er verandert niet geheel, want ondanks alles hunkeren zij terug naar dat wat eens was.

Er is een liedje geweest over een familie in Praag. Zij zitten daar en dromen over de wereld buiten. Dan komt het geweld, zij vluchten, komen naar de plaatsen waarvan zij eens droomden. Maar alleen om daar, vol heimwee, te dromen van Praag. Maar dan het Praag dat bestond op het ogenblik dat zij het moesten verlaten, niet het andere hedendaagse Praag. De Novaks hunkeren terug naar hun ziel, naar de gemeenschap en het land, waar zij uiteindelijk thuis horen en idealiseren dit, juist omdat het zo ver van hen af is, tot het een voortdurende pijn wordt.

Ik denk dat je dit van toepassing kunt achten voor alle vluchtelingen. De Russen in het buitenland die terug hunkeren naar de winters, de lente, de zomers van hun land. De Chilenen die terug verlangen naar de drukte, het doen, het bekvechten van hun eigen gemeenschap.

Zelfs de Vietnamezen denken nog vaak terug aan de mooie dagen, toen je in hun land kon leven, niet rijk misschien, maar waarin je nog iets kon bereiken, zelfs iets kon verdienen. Alleen weten zij, dat dit land niet meer bestaat omdat zij de dood ervan beleefd hebben.

Het klinkt alles mogelijk niet geheel geloofwaardig tot je gaat beseffen dat juist dit effect veel kan verklaren in de wereld. Neem de kwestie Taiwan eens. Een landje dat zichzelf nog steeds het echte China noemt. Een land dat zo zakelijk, maar gelijktijdig zo oorlogszuchtig, zo gedreven is omdat het zich gescheiden voelt van de eigen werkelijke achtergrond en toch niet de feiten van heden kan aanvaarden omdat het terug droomt naar oude grootheid, oude macht en de oude wijze van leven. Lijkt u dit overdreven? Het is inderdaad een eigen natie geworden.

Maar dan wel een natie die niet aanvaarden kan, dat zij niet meer behoort bij de groep waaruit zij is ontstaan, is weggevlucht en waarvan zij ook nu nog steeds met alle vezels voelt deel te zijn.

Steeds weer moet je constateren dat vluchtelingen niet alleen maar mensen zijn die lichamelijk ontheemd zijn. Daarover kun je nog wel wegkomen. Het zijn vooral mensen die geestelijk ontheemd zijn, dat is veel moeilijker te verwerken. Mensen die in zich de beelden niet meer kunnen vinden die een antwoord vormen op de werkelijkheid zoals die buiten hen bestaat.

Mensen die veelal in zich niet meer de stimulans voelen een deel te zijn van de eigen gemeenschap en juist daardoor de werkelijkheid aanvaarden en de stimuli gevoelen, die juist daaruit voortkomen.

Ik besef zeer wel, dat het grotendeels retoriek is wat ik u vanavond voorleg. Hoe kun je ook de innerlijke kwesties van de uitgestotene, de paria – en dat voel je als vluchteling al te vaak – beschrijven? Stelt u uzelf eens voor, geheel los gezegd. Niemand van uw familie, vrienden en bekenden is er nog. Er is wel een wereld rond u, maar die is u vreemd. De kleuren zelfs, de lijnen zijn u vreemd. En dan moet u maar zien dat u er komt. Zeker, de mensen erkennen u wel, geven u zelfs een vaste aalmoes. Maar u hebt steeds het gevoel uzelf niet helemaal waar te kunnen maken. Kunt u dan nog leven zonder dromen, kun u dan nog met de feiten gelukkig zijn? Kunt u dan weer nieuwe banden opbouwen, een geheel nieuw bestaan beginnen? Volgens mij kunt u dit alleen maar, wanneer u in staat bent het gehele bouwwerk van herinneringen, die u met zich draagt, te elimineren.

Belangrijk is altijd weer, dat men deel uit gaat maken van de geestelijke processen in de omgeving, dat men deel wordt van de gemeenschap waarbinnen men moet leven en in die gemeenschap ook steeds meer van zichzelf leert erkennen. Maar wie slaagt daarin? Het is zoveel gemakkelijker weg te vluchten in droombeelden. Zeker, men heeft wel redenen voor die vlucht.

Natuurlijk, redenen te over soms zelfs. Maar helpen doet het je niet. Dus begin je te klagen. Je klaagt over het isolement waarin je komt te verkeren en de levensomstandigheden die nu de jouwe zijn, zelfs indien die veel beter zijn dan alles wat je vroeger gekend hebt. En vol nijd en bitterheid kijk je naar al die anderen die het volgens jou zoveel beter hebben. Je begrijpt dan meestal niet, dat je je op deze wijze jezelf inmetselt in een mausoleum waarin je alleen blijft met de spoken van het verleden en dromen die nooit waar kunnen worden.

Ook dit is retoriek, zeker. Maar het is ook de waarheid. Dat wat je bent moet je waarmaken door de banden die je hebt met de wereld om je heen. Een mens is pas een mens wannéér hij antwoorden kan op zijn wereld en die wereld op haar beurt een antwoord weet te vinden op hetgeen die mens is. Dit geldt altijd, zelfs wanneer het antwoord van de wereld soms negatief is.

Het is altijd nog beter te vechten en ernstig genomen te worden en desnoods daarvoor doodgeslagen te worden dan als een soort ijle geest tussen mensen door te leven die niet eens reageren, zelfs op je hoogste agressies en je ten hoogste medelijdend van zich af schudden.

Als mens wil je iemand zijn. Geestelijk geldt hetzelfde. Geestelijk wil je behoren tot een harmonie, behoren tot een geheel waarvan je deel uitmaakt en waarbinnen je kunt ageren.

Je wilt niet alléén staan op aarde en roepen tot een ongekende God. Wanneer je al roept, wil je tenminste zo nu en dan een enkele straal van Licht als antwoord in jezelf ervaren. Zonder dit heeft bidden en geloven geen zin, ook geestelijk geldt dit.

Mensen uit bepaalde landen zijn gewend te leven met de ouders en voorouders die zijn overgegaan. Hun leven betekent ook een leven met al die geesten die het land rond je bevolken, geesten die heel anders en begrijpelijker zijn dan de geesten die soms rond je waren in een vreemd land. Uittreden is begeerlijk. Maar dan wel een uittreden in een wereld die je kent en waarin je contacten kunt leggen met anderen, een wereld waarin een antwoord verkregen kan worden en waaruit soms dromen geboren worden die een antwoord vormen op je dagelijkse problemen. Want ook uittreden is zinloos wanneer het alleen een eenzaam dolen in den vreemde of een wegdromen in een sprookjesland betekent, waarin niets banden heeft met hetgeen je bent, laat staan met alles wat je later in wakende toestand kunt ontmoeten.

Wanneer je god je niet meer antwoordt, wanneer de mensen geen echo meer vormen voor je beste bedoelingen en je persoonlijkheid, wanneer je de taal maar half kunt verstaan, hulpeloos rondwaart in straten die je niet kent, geconfronteerd met gebruiken die je niet kent, ben je niet alleen maar een vluchteling. Dan ben je een paria aan het worden. Mogelijk uit eigen verkiezing, maar toch. Op de duur paria, uitgestotenen, onreine, iemand die er niet bij hoort. Dat zijn de problemen, waarover wij spreken. Wanneer je het zo stelt klinkt het wat pathetisch. Maar het is zo waar, weet u. En geen instantie die daarop een antwoord kan vinden. Want de goedwillende instantie doen soms denken aan een bekende cabaretier en filmspeler, die een van zijn voordrachten per couplet beëindigde met een meewarig: “zijn dat uw problemen?” Om dan te vervolgen: “Heidewitzka, vooruit geef gas!”

Zeker, wanneer je vluchteling, vreemdeling bent, zijn er instanties genoeg die het eerlijk met je menen en iets voor je zouden willen doen. Maar zij zijn niet in staat je innerlijk geheel te begrijpen. Zij weten vaak niet eens waar je over de schreef gaat volgens eigen begrip en wat voor jou nog net aanvaardbaar en mogelijk is. Zoals zij meestal geen raad weten met een mentaliteit die dwingt steeds weer te overvragen in het besef, dat tegenover elke eis een afdingen onvermijdelijk zal zijn. De welwillende instanties geven je soms, tot je grote verbazing, waarom je vroeg, en dit maakt je woedender dan ooit wanneer zij bij een volgende eis opeens reageren met: “het spijt mij, dat kan en mag ik u niet geven” zonder ook maar na te gaan of je mogelijk toch met veel minder genoegen zou willen nemen. Nu ja, de anderen kennen het spelelement niet, dat zelfs in zaken voor jou deel is van je leven, zo min als je denkbeeld, dat hij die betaalt altijd meer kan krijgen dan hem toekomt, wanneer hij maar voldoende wil betalen.

Dan blijft je vaak niets anders over dan je schouders ophalen en je zoveel mogelijk afzetten tegen die gemeenschap en met advocaten of sociale werkers een soort chantage tactiek te volgen die jij normaal vindt, maar die de afschuw wekt van degenen met wie je te maken hebt.

Je eindigt vaak met een komediespelen tegenover de gemeenschap en tegenover jezelf. En ik vrees dat je als je zover eenmaal komt groot gevaar loopt althans geestelijk te verhongeren.

Hebt u commentaar?

  • Werkt dit door in de geestelijke ontwikkeling na de overgang?

Ja. Die vervreemding van het geheel blijft dan vaak nog lang bestaan. Wat betekent, dat je een tijdlang geen geestelijke contacten meer kunt aanvaarden en indien die je toch bereiken je deze zult verwarren met de dromen die je voor jezelf hebt op gebouwd om aan de werkelijkheid te ontkomen. Bovendien durf je vele contacten niet of niet helemaal te aanvaarden omdat je bang bent, dat de werkelijkheid je weer zal bereiken met alle waarde die je eens op de vlucht deden gaan. Het eindresultaat is dan ook, dat dergelijke mensen vaak een lange tijd in een soort tussenwereld blijven zweven en geen Licht en geen duister kennen.

  • Als je maar zo eerlijk mogelijk voor en met jezelf leeft heb je volgens mij geen last van al dat isoleren en dat gedoe.

Theoretisch waar. De meeste mensen hebben echter de moed niet, zichzelf te kennen zoals zij werkelijk zijn. De meeste mensen zijn ook niet in staat in te zien, dat hun denkwijzen en gebruiken niet noodzakelijkerwijs de meest juiste zijn. Het gaat hier niet alleen om een flink zijn en doorzetten, maar om de noodzaak bewust te aanvaarden dat alles anders is dan jij bent en dan ondanks deze erkenning leren met het andere te leven en te werken.

Het kost ontstellend veel moed om als vreemdeling in een onbekende wereld geheel jezelf te blijven en je van jezelf bewust te blijven. Meestal probeer je juist met die wereld een contact op te nemen op je eigen voorwaarden en juist dat gelukt je zelden of nooit. Dat is waar het om gaat. Hierdoor ontstaat zelfbeklag, vervalsing van persoonlijke waarden, verlies van harmonie en zelfs de vervalsing van je herinneringen, de vervalsing van je ervaringen zelfs. Kortom, alles wat ik reeds heb genoemd; ik hoop, dat althans mijn visie hierop u daarmede geheel duidelijk is.

Kennelijk zijn wij nu klaar met dit onderwerp. Dat betekent dat wij ons na de pauze met andere zaken bezig kunnen houden, tenzij u alsnog vragen voelt rijzen die verband houden met dit door u gestelde onderwerp.

Ik wil nu nog even erg nuchter met u spreken. Het is natuurlijk erg mooi en goed van u, dat u zoveel doet voor vluchtelingen. Toch meen ik dat je hen nog het beste kunt helpen door hen niet te beschouwen als mensen die iets bijzonders van node hebben, maar ze eenvoudig zo snel mogelijk tot deel van je eigen gemeenschap maakt, dan wel hen bewust en duidelijk het recht toe kent om buiten die gemeenschap te blijven en dan desnoods op hun eigen wijze ten gronde te gaan.

Ik weet, dat men in dit verband nogal eens spreekt over solidariteit en dergelijke dingen. Maar die hebben maar zelden iets te maken met de werkelijke feiten. Zeker, die solidariteit is een uiting van medemenselijkheid. Maar dan wel uitgedrukt in de termen van jouw maatschappelijke opvattingen, jouw wijze van leven, gebaseerd op jouw mogelijkheid. Kortom, zij is gebaseerd op de gemeenschap, waarin jij thuis hoort. En die is altijd toch weer eens anders dan het besef en streven van die anderen. Solidariteit met de Poolse stakers vind ik erg mooi. Maar vergeet dan niet, dat die stakers met hun denken en handelen anders zijn dan alle westelijke groepen zo graag zouden aannemen. Besef dat al die arme negers, die u zo graag wilt ontwikkelen, in feite niet dromen van een soort verwesterst welvarend land. Daaraan zijn zij niet gewend en daarmede zouden velen van hen geeneens raad weten. Zij dromen ervan, dat zij een Cadillac zullen hebben en enkele kilometers straat, om op heen en weer te rijden en hun grootheid aan anderen te tonen. Dat klinkt krankzinnig. Ik besef het. Maar het is waar. Zoals u ervan overtuigd bent, dat vele bekeerlingen er van dromen om als verkondigers van de ware leer rond te trekken en te werken in hun eigen land, terwijl zij in wezen eerder naar invloed, naar een zekere macht zoeken en gezag over hun medemensen willen uitoefenen om zo ook voor zich iets te bereiken. Ik zeg niet dat die mensen geen goede bedoelingen koesteren.

Maar dan wel goed in de termen van hun eigen mentaliteit en de waarden van hun eigen volk.

Niet in de termen waarin u het uitdrukt en op de wijze waarop u dergelijke dingen pleegt te interpreteren.

Uw goede bedoelingen hebben maar al te vaak in het verleden en ook nu nog tot onheil geleid. Kijk maar eens naar Afrika, waar de goede bedoelingen van de blanken soms geleid hebben tot moord en doodslag en het sociaal, moreel en zelfs economisch verval van hele staten. O, dat mag niet gezegd worden! Wij moeten idealisten blijven, nietwaar? Maar vraag u toch eens af wat de prediking van het christendom aan ellende heeft veroorzaakt in bepaalde delen van de wereld. Al is het maar, omdat die mensen wanneer zij eenmaal “geloven”, dit anders en veel letterlijker doen dan u. Wanneer u hen zegt: “God is met je”, dan verwachten zij, dat die God achter hen staat om een ieder die hen aanvalt met een grote stok een ferme klap te geven. En wanneer dit dan niet gebeurt voelen zij zich ongelukkig en verraden of zeer zondig. En probeer te beseffen, dat u met uw goed bedoelde ontwikkelingshulp trotse volkeren tot veeleisende bedelaars hebt gemaakt en hen geen werkelijke mogelijkheid tot zelfstandige ontwikkeling hebt gegeven.

Besef daarnaast, dat de vreemdeling, de vluchteling vooral die ook bij u komt, iemand anders is dan uzelf, dat hij anders denkt, voelt, zal willen handelen dan u juist acht. Besef dat zo iemand niet een mens is waarvan je maar veel moet nemen, omdat hij het toch al zo slecht heeft gehad, maar dat je te maken hebt met een mens die je in de eerste plaats de mogelijkheid moet bieden om op zijn eigen wijze verder te gaan mits hij zich ook aan de regels van het gastland houdt.

Dwing a.h.w. elke vluchteling vooral, met zijn eigen middelen en mogelijkheden te strijden voor zijn eigen bestaan, niet om zo kosten te sparen, maar om die mens de mogelijkheid te bieden ook in nieuwe omstandigheden tot aanvaarding van zichzelf te komen.

Velen zullen dit niet met mij eens kunnen zijn. Ik betreur dit zeer. Maar een ieder die ogen in het hoofd heeft en oren om te luisteren zou moeten beseffen, dat veel ontwikkelingshulp niets anders doet dan de drang tot zelfbehoud vernietigen en zo de landbouwers en herders van eens, met hun leiders, te degraderen tot schreeuwers die hard roepen in de hoop meer te krijgen en die met toverpraktijken dreigen te nemen, wat zij vroeger nooit van iemand zouden hebben aangenomen. Maar dit is politiek geworden. Daaraan kunt u misschien niet veel veranderen. Maar u kunt in ieder geval beginnen om alle vluchtelingen en vreemdelingen in uw omgeving te aanvaarden als mensen die in vele opzichten, althans uiterlijk, anders zijn. Vraag van hen niet dat zij in alles zoveel mogelijk aan uw gebruiken zullen beantwoorden.

Wanneer een moslim in de tram voorgaat en gaat zitten terwijl hij zijn vrouw laat staan, zo behoort dit bij de tradities van zijn land en zijn zij deel van zijn gevoel van eigenwaarde. U kunt dit dan onbehoorlijk vinden, maar voor hen is een dergelijk optreden, inclusief het niet zien van dames die in de tram moeten blijven staan, niets anders dan een juist optreden in zijn waardigheid als man. Mogelijk zal hij eens leren, dat men bij u anders denkt en handelt, maar u moogt het hem niet verwijten wanneer hij handelt volgens de voor hem traditionele patronen.

Maak duidelijk, dat het bij u en voor u anders is, maar aanvaardt dat hij anders is en denkt. Blijf realist. Dan kunt u daardoor bijdragen tot een verminderen van zowel materiele, geestelijke als mentale problemen voor dergelijke mensen. En vooral, beschouw vluchtelingen en vreemdelingen niet als verzorgings- of vereringsobjecten. Want daardoor vervreemd je hen van hetgeen zij zijn, van hetgeen zij mogelijk zonder dit zouden kunnen worden en zeker ook van hun eigen land waar zij thuis horen. Al is het maar omdat zij dan over hun vaderland meer en meer gaan denken als een soort fantasie waarin voor hen alles mogelijk is op een wonderbaarlijke en luidruchtige wijze, die alles wat Disney ooit voor zijn Disneyland ontwikkelde, ver te boven gaat. Ik dank u voor uw aandacht.

Ik ben er weer maar vrees dat wij over het eigenlijke onderwerp in feite grotendeels uitgepraat zijn. Hebt u nog vragen met betrekking op het onderwerp?

  • Is er verschil tussen vluchtelingen en emigranten?

In feite is het verschil klein. De emigrant is iemand die vrijwillig wegtrekt, de vluchteling iemand die weg moest trekken, tenminste voor eigen gevoel en vaak uit zuiver lijfsbehoud. Toch zijn de omstandigheden vaak gelijk of vergelijkbaar. Alleen heeft de vluchteling niet het gevoel dat hij op elk gewenst ogenblik terug kan keren, de emigrant meestal wel. Het gevolg is, dat de laatste zich minder losgesneden gevoelt van zijn eigen land, zijn eigen wereldje en zich daardoor wat gemakkelijker aanpast aan de omgeving, dan een vluchteling dit zal doen. Als een Nederlander emigreert naar bv. Afrika of een Aziatisch land zult u zien, dat deze zich ook niet zonder meer zo gemakkelijk aanpast. Het beste gaat het hen kennelijk nog, wanneer zij een aantal vrienden of “buren” kunnen vinden met een ongeveer gelijke achtergrond. Zij mogen dan wel tot een andere natie behoren, maar moeten bij voorkeur Kaukasiërs zijn.

Steeds weer blijkt dat emigranten proberen een eigen groepje te vormen, een soort eigen gemeenschap te vormen die als vervanging kan dienen voor hun vaderland. In andere gevallen, zoals in bv. Canada en Amerika, blijken de emigranten weliswaar in zekere mate te integreren in de bevolking, maar gelijktijdig met landgenoten een soort club vormen waar men de oude gebruiken en denkwijzen kan bewaren en in de praktijk kan brengen. Er is geen wrevel, daardoor zullen zij zich wel eerder aanpassen aan het land dat zijzelf hebben gekozen, maar zij blijken aan de andere kant sterk geneigd om hun nationale persoonlijkheid zoveel mogelijk te bewaren.

Enig verschil is er dus wel, maar groot is dit niet. Let wel, zij zullen vaak zelfs de nationaliteit van het gekozen nieuwe land aannemen en zich daar voorgoed vestigen maar toch gelijktijdig op vele wijze de band met het oorspronkelijke land zo goed mogelijk in stand houden. Hoever dit kan gaan kunt u zien bij bepaalde Amerikaanse families, die vele geslachten lang in de States wonen en toch er nog trots op zijn van Nederlandse, Ierse of andere afkomst te zijn en bepaalde gebruiken nog steeds handhaven als duidelijk blijk van hun afstamming.

Een vluchteling heeft deze mogelijkheden niet of in veel mindere mate. Het enige wat hij kan doen is met enkele anderen een comité of regering in het buitenland oprichten. Wat dan meestal gebeurt door mensen die denken dat zij het wel zullen kunnen redden zonder werkelijk tot veel in staat te zijn. Vaak grijpen zij uit wanhoop naar vormen van geweld en krijg je te maken met acties zoals bij het Varkensbaai-incident of bij de Ambonezen in Nederland. Vluchtelingen en bannelingen zijn veel meer dan alle anderen, mensen die menen dat de gehele wereld in haar acties moet beantwoorden aan hun beeld van hun moederland en hun beeld van hetgeen juist zou zijn en juist daardoor het innerlijke contact met hun eigen land en mensen meer en meer verliezen zonder dit zelf te kunnen beseffen. Wat vaak tot zeer bittere ontwikkelingen en belevingen voor hen kan voeren en gelijktijdig elke poging tot werkelijke aanvaarding van het heden onmogelijk schijnt te maken.

  • Zijn mensen als Sacharov ook geen vluchtelingen in eigen land?

Een moeilijke vraag, omdat dit in sommige opzichten wel eens juist kan zijn. Toch geloof ik niet, dat je die mensen niet als vluchteling kunt zien in de zin waarin wij vanavond dit woord hebben gebruikt. Je kunt hen eerder als vervolgde reformatoren beschouwen. Mensen als Sacharov zijn vooral mensen die beseffen dat er een groot verschil bestaat tussen theorie en praktijk. In Rusland zijn dergelijke mensen vooral intellectuelen en vaak bijzonder intelligent.

Juist omdat het gemiddelde intellect van de regeerders nu niet bepaald zo groot is, gebruiken dezen alle middelen om te beletten dat dissidenten een ieder doet inzien waar de fout schuilt.

Een belangrijk aspect bij deze zaken is bovendien, dat juist een bestuurder met een matig brein niet geneigd zal zijn iemand die knapper is naast zich te dulden, al is het maar uit angst, dat zo de onwaardigheid van de bestuurder zou kunnen worden aangetoond.

Dit is een van de redenen waarom men Sacharov niet snel openbaar terecht zal stellen of zelfs maar aanklagen. De kans bestaat dat Sacharov zou kunnen duidelijk maken op welke wijze de huidige wetten van de Sovjetunie, inclusief de grondwet, door de huidige regeerders verkeerd worden gehanteerd. En hoe klein de kans ook zal zijn, dat zo iets dergelijks een groter aantal mensen bereikt, toch zal men die kans niet willen lopen. Dit is trouwens het drama van de dissidenten. Zij worden over het algemeen eerst dan aangeklaagd en veroordeeld wanneer zij ofwel eerst murw zijn gemaakt, dan wel niet in staat zijn zich te verdedigen, wanneer zij worden geconfronteerd met zaken, waarvan zij wel aanvoelen, maar niet aan kunnen tonen, dat zij niet juist zijn. Mede hierom meen ik, dat u Sacharov niet als een vluchteling in eigen land kunt beschouwen. Hij is eerder een van velen, maar dan iemand wiens naam toevallig internationaal bekend is geworden, van een groep die steeds duidelijker begint te beseffen, dat Leninisme, Stalinisme en zelfs het Leninistisch Marxisme heel andere zaken prediken dan alles wat de huidige bureaucratie daarvan nu maakt. Zoals vele dissidenten beseffen en bekend maken dat het werkelijke Marxisme een leer is, waarin de vrijheid van juist de arbeidende klasse als noodzakelijk moet worden beschouwd, voor de samenwerking waardoor een socialistische gemeenschap kan worden opgebouwd.

Ik zou zeggen, Sacharov hoort er wel degelijk bij. Hij is een andersdenkende en als zodanig in zijn mogelijkheden en vrijheid beperkt. Maar hij voelt zich niet werkelijk geïsoleerd omdat hij alles wat in hem leeft en bestaat, ook voortdurend weer herkent in de mensen rond hem, zelfs al denken zij anders dan hijzelf. Hij zal zich dan ook innerlijk niet eenzaam of geïsoleerd voelen, maar zichzelf eerder beschouwen als een nexus, een knooppunt, waarlangs de verschillende reinigende tendensen op den duur de vrijheid van leven en denken voor zijn volk kunnen gaan herstellen. Dit geeft zin en inhoud aan zijn leven en werken en dit gevoel alleen is al voldoende om je verbonden te gevoelen met land, volk en gebeuren.

  • De term vluchteling in eigen land is dus bv. wel mogelijk voor iemand die een geheel eigen oriëntatie heeft gevonden en zich daarbij aan de werkingen van een rassengeest heeft onttrokken?

Een mooi voorbeeld. Maar er zijn wel meer “vluchtelingen in eigen land”. Ook in uw eigen land kent u zeer kleine groepen die zich in denken en leefwijze, politiek-economisch, sociaal en religieus hebben afgescheiden van de ontwikkelingen van de gemeenschap.

Deze mensen vluchten weg voor een realiteit die hen voortdurend door feiten en mensen in eigen land als onontkoombaar wordt aangeboden. Zij willen dit niet waar hebben en voelen zich dan ook door de buitenwereld sterk vervolgd. Het gevolg is, dat zij inderdaad, zij het meer emotioneel en mentaal, worden tot vluchtelingen in eigen land. Dergelijke mensen voelen zich in feite voortdurend belaagd door de gemeenschap waartoe zij zouden willen behoren en zijn niet in staat een band te vinden tussen hun dromen, hun innerlijk leven, en de feiten waarmede zij nu eenmaal moeten leven.

Beide voorbeelden tonen echter aan, dat het bij deze term moet gaan over andere mensen dan degenen die intens bij alle gebeuren betrokken blijven en zich deel voelen van het geheel, zelfs wanneer dit hen ten dele afwijst. En Sacharov wil niet eens het systeem in zijn land veranderen, hij wil alleen dat het terugkeert tot zijn essentie en weer de waardigheid van de mens als individu gaat respecteren. Maar ook deze Sacharov zal niet aannemen, dat een Rusland ooit anders dan communistisch van opzet kan zijn. Want het communisme is nu eenmaal de inhoud, de heersende tendens van Rusland. M.a.w. hij aanvaardt het wezen, maar verwerpt de praktijk.

Dat is heel iets anders dan heel wat mensen in Nederland, die steeds weer prediken dat dit ontkerstende land terug moet keren naar de oude gebruiken en zeden, dus niet naar een groter respect voor de essentie van de grondwet of een erkennen van de persoonlijke vrijheid en aansprakelijkheid van het individu, en een toepassen van hetzelfde recht in dezelfde mate voor een ieder. Zij streven er naar, alles terug te brengen in de oude situatie waarin zijzelf zich gelukkiger, zekerder en mogelijk ook meer machtig zouden hebben gevoeld. Dergelijke mensen leven ook vaak deels in de droomwereld, verwerpen een groot deel van de werkelijkheid en ontkennen een deel van de feiten. Het gevolg is, dat zij zich proberen te isoleren van alle werkingen die zij onaanvaardbaar achten en argumenteren vanuit een overtuiging die op zich niet bewijsbaar is. Met als gevolg, dat zij in hun omgeving vaak disharmonieën scheppen die zo groot zijn, dat het zelfs kan komen tot rampen waarbij natuurkrachten betrokken zijn.

  • Hoe moet de houding van een Nederlandse werkgever zijn tegenover buitenlandse werknemers, die enkele uren van de werktijd claimen voor het vervullen van hun godsdienstige plichten?

Volgens mij zou die houding als volgt moeten zijn: Je hebt gecontracteerd voor een bepaalde werktijd. Wanneer je daar iets af wilt nemen voor het vervullen van godsdienstige plichten is het mij best, zolang je het verzuimde werk later inhaalt. Beschouw desnoods de gevraagde tijd als snipperuren en trek ze af van het aantal betaalde snipperdagen, kort het op het verlof, laat zonder extra vergoeding overuren maken. Dan alleen is de relatie juist. Het lijkt mij niet juist dat een werkgever die een geheel ander geloof heeft dan de arbeider die in zijn dienst treedt, zonder meer alle gunsten en extra vrije tijd moet toekennen die deze op grond van zijn geloof eist. Dit zou ook niet bepaald rechtvaardig zijn tegenover de arbeiders die die vrije tijd niet krijgen, omdat zij toevallig dezelfde religie aanhangen als de werkgever of zelfs geheel geen geloof, belijden.

Ik stel: een mens moet vrij zijn om naar beste weten zijn godsdienstplichten te vervullen, zelfs indien dit onderbreking van de arbeidstijd vergt. Maar wanneer hij die mogelijkheid krijgt zal hij daar tegenover een compensatie moeten stellen, waardoor hij nog steeds beantwoorden kan aan de economische eisen die voor die werkgevers t.a.v. elke arbeider nu eenmaal bestaan.

Heel wat mensen, zullen het hiermede niet zonder meer eens zijn daar zij menen, dat een ieder alle noodzakelijke vrijheden nu eenmaal zonder meer moet krijgen Ik echter meen dat vrijheid alleen mogelijk is en opgeëist kan worden, wanneer je gelijktijdig ook bereid bent tegenover de gemeenschap volledig aan je verplichtingen te voldoen.

  • Mij is opgevallen dat u meer inhaakt op het probleem van de buitenlandse arbeider in Nederland dan op de problemen van de echte vluchteling. Eigenlijk klinkt zo hier en daar zelfs de vraag door: “waar hebben wij al die buitenlandse arbeiders eigenlijk voor nodig?”

Wat, al stelt u deze vraag niet hardop, een heel goede vraag is. U hebt die buitenlandse arbeiders namelijk nodig om datgene in de economie te compenseren wat door luiheid of onbekwaamheid van Nederlanders anders niet gedaan zou kunnen worden. Wat de vraag doet rijzen, of dit Nederland en daarmede alle Nederlanders omgeturnd kan worden tot iets beters.

Het antwoord is, dat dit nooit bereikt kan worden zolang een ieder maar eisen aan de gemeenschap blijft stellen zonder daartegenover voor zich ook t.a.v. die gemeenschap bepaalde plichten te aanvaarden en getrouwelijk te vervullen. Een waarheid die ook geestelijk is en in bepaalde verhalen wordt gespiegeld. Vroeger kon je je ziel aan de duivel verkopen en kreeg je volgens de verhalen daarvoor zonder moeite kapitalen en alles wat je maar wilde. Nu schijnt dat niet meer te gebeuren. Wat begrijpelijk is, want volgens mij is de waarde van de ziel eveneens aan devaluatie onderhevig in dit verband; hoe meer aanbod, hoe lager de prijs veronderstel ik.

Maar daarvoor in de plaats gaf je dan ook je ziel, je eeuwigheid weg. Er stond dus wel degelijk veel tegenover.

Nu zijn er echter mensen die roepen dat zij alles op hun wijze wensen te regelen. Want zo moet het volgens hen en niet anders. Ik zou zeggen: best, maar dan moeten zij ook de consequenties die daaraan verbonden zijn aanvaarden voor henzelf en alle verantwoordelijkheid voor alle anderen op zich nemen. Dan liggen de zaken echter anders. Men wil veel, zolang een ander de kosten en de moeite moet opbrengen. Zodra men zelf aansprakelijk is en voor alles op moet draaien liggen de zaken anders.

Geestelijk is het al net zo. Wanneer wij dingen doen, waarvan wij innerlijk weten, dat zij verkeerd zijn, zo zal er een ogenblik komen dat wijzelf innerlijk met het schuldbesef zullen moeten afrekenen. Kunnen wij dit niet, dan zal voor ons na de dood een situatie ontstaan waarbij wij de werkelijkheid ontvluchten en voor onszelf een hellewereldje scheppen waarin wij lijden tot wij gevoelen, dat in dit lijden een voldoende compensatie is gevonden voor alles wat wij verkeerd menen te hebben gedaan. Pas dan kun je verder gaan in de werkelijkheid en ook dan nog zal je met alle gevolgen van mogelijke echte fouten geconfronteerd worden. Alleen aanvaard je die dan en kun je die op den duur dan oplossen zonder weg te vluchten voor alle contact met andere entiteiten en krachten. Wij dragen de consequenties volgens ons eigen bewustzijn en kunnen nooit werkelijk en blijvend een ander voor de gevolgen van onze daden op laten draaien. Dat geldt zowel in de geest als in de stof.

Er zijn in uw land altijd weer mensen die allerhande zaken nog beter geregeld willen zien. En dat, terwijl er al zoveel regels zijn dat alles ontregeld dreigt te worden en er geen regel meer over is om eventuele nieuwe regels op te schrijven.

In Nederland geloven de mensen in het recht van de ander op een goed leven. Maar wanneer iedereen een goed leven wil en niemand wil daar meer voor opdraaien, is een goed leven voor niemand meer mogelijk. En die kant begint het in uw land uit te gaan. Er zijn heel wat mensen die een grotere ideële en werkelijke vrijheid voor een ieder opeisen, maar niet bereid zijn in te zien dat dit betekent dat zij in de ogen van anderen eerder minder dan meer gelijk zullen hebben met hun stellingen en leefwijze.

Het is duidelijk, dat dit niet langer zo verder kan gaan. Een vriend van mij heeft eens gezegd dat een gemeenschap als de uwe alleen kan bestaan dankzij hetgeen de werkelijk producerende afdragen aan de gemeenschap. Dit betekent dat allen die werken voor die gemeenschap zonder daarbij direct productief te zijn, zij het in verlening van diensten of het tot stand brengen van een werkelijk product en goederen, in feite ondanks alle gepretendeerde belangrijkheid en gewichtigheid niets anders zijn dan parasieten, die leven van de werkers.

Een voor velen zeer onaangename stelling, daar ben ik mij van bewust. Maar ergens heeft die vriend van mij toch wel een beetje gelijk. Het is zo gemakkelijk om dingen op andermans kosten te doen. Het is nu eenmaal goed riemen snijden van andermans leer. En nu heeft men al zoveel riemen daaruit gesneden, dat er bijna geen leer over is. Het enige wat men dan nog te bieden heeft is de heilsleer dat, wanneer een ieder er de schouders maar onder zet, alles goed moet gaan. Maar het zou zo mogelijk verstandiger zijn, het teveel aan gesneden riemen zoveel mogelijk terug te nemen. Het is nu eenmaal geen wereld van ideeën waarin u moet leven. Het is een werkelijkheid, die zich van mooie theorieën en stellingen gewoonlijk maar heel weinig aantrekt.

Ook u leeft met uw persoonlijke werkelijkheid. Er zijn daar heel wat zaken in, die u mogelijk anders zou willen hebben. Maar u kunt ze niet veranderen. U kunt mogelijk veel bereiken, maar dan moet u wel bereid zijn eerst de feiten te aanvaarden en uit te gaan van wat er is en de mogelijkheid die bestaat. Alleen wanneer je dit leert doen, kom je geestelijk en zeer waarschijnlijk ook stoffelijk een stapje verder. Hoe meer je je over de feiten klaagt en hoe meer je het beklag van anderen inviteert, hoe moeilijker je het voor jezelf maakt om datgene zelf te doen wat nu eenmaal noodzakelijk is. Een waarheid, waarop men gemeenlijk niet zo vallen zal. Je krijgt veel meer mensen mee wanneer je leert dat zij alleen maar hebben te bidden en dat God dan alles verder wel voor hen in orde zal maken. Maar zelfs wanneer dit soms waar is loopt het meestal toch anders dan je had gehoopt.

Er was eens een man die ontzettende kiespijn had en bad: “Heer, neem deze pijn van mij weg.” Hij werd inderdaad verhoord. Hij brak zijn nek en is overleden. De consequenties voor onszelf van alles wat wij verlangen of eisen zijn meestal heel anders dan wij ons voorstellen. Daar moet je rekening mee houden.

Wanneer je diep in jezelf zoekt naar de waarheid komt er een ogenblik waarop je denkt: nou, ik kan er eigenlijk best mee door. Het denkbeeld dat je daar ook maar iets verder mee zou komen is een van de veel voorkomende vormen van zelfbedrog; men bekijkt zichzelf in de spiegel en doet alsof men daar verder mee zou komen. Maar in feite komen wij steeds verder wanneer wij leren het uiterlijke beeld van ons ik steeds meer te verwerpen en daarvoor het innerlijke beeld ook steeds vollediger gaan beseffen. Wat esoterie is, maar dan toch wel een heel vreemde vorm daarvan. Want wanneer ik weet, wat ik innerlijk ben, besef ik ook, wat ik uiterlijk moet zijn om aan dit innerlijke beeld te beantwoorden. Wat neerkomt op een doen, dat niet door voorschriften of de mening van anderen beïnvloed kan worden, maar alleen nog voortkomt uit de waarheid die in je leeft. Wanneer je zo probeert te werken en te doen, beantwoord je aan je innerlijke ik en zo vindt je steeds meer innerlijke harmonie. Daardoor vindt je ook de mogelijkheid veel meer waar te maken en veel meer door te zetten dan anders denkbaar zou zijn.

Gelijktijdig verlies je door zo te leven en te werken echter het recht je te beroepen op anderen.

Je bent dan overgeleverd aan hetgeen je zelf bent en aan de kracht, die in je woont. Wat een moeilijke weg is. Men zei eens: de ware ingewijde loopt met zijn hoofd in een andere wereld, terwijl hij op aarde nog steeds zich de voeten stoot aan de stenen op zijn pad. Wat waar is.

Natuurlijk moet zelfs een ingewijde nog leven met de materie, en de stof brengt je nu eenmaal niet al het prettige dat je wenst. Zo min als zij alles mogelijk maakt wat je het meest juiste acht.

En zelfs indien je beseft, hoe, wat ook gebeurt, in het geheel het meest juiste is, wordt de pijn die je er persoonlijk van ervaart daardoor nog niet minder. En toch kun je, ingewijd of niet, wanneer je eerlijk je innerlijk aanvaardt en erkent, alles bereiken wat je innerlijk als werkelijk noodzakelijk erkent, mits je de gevolgen daarvan eveneens aanvaardt. Eerst degene die zover is gekomen, kan met zichzelf in vrede leven en een mate van vrijheid vinden. Vrijheid zonder zelferkenning en zelfbeheersing is en blijft een illusie tussen vele andere illusies.

Harmonie is de basis van ons werkelijk leven en kunnen. Wanneer wij innerlijk of anderszins de harmonie verliezen, zijn de mogelijkheden om onszelf te zijn en te ontwikkelen niet meer geheel aanwezig. Juistheid vindt je in jezelf. Wat je innerlijk bent en betekent kun je alleen in jezelf en zelf vinden, zelfs wanneer dit weten deels een gevoel is en het geheel van het erkende niet beredeneerbaar is. Ga hiervan uit en je vindt in jezelf harmonie, vrede, kracht. Dan kun je ook gemakkelijker volgens eigen ik juist reageren en wordt je niet meer beïnvloed door anderen die het onjuist noemen. Want onjuist noemen de mensen over het algemeen datgene, wat hen hindert.

  • Indien de maatschappij de daders niet meer zou opsporen, maar eerst de slachtoffers zou helpen, zou het huidige rechtsstelsel verdwijnen.

Niet iets wat ik gezegd heb, maar ik kan het er wel grotendeels mee eens zijn.

Angst is bij de mens een van de belangrijkste drijfveren sociaal zowel als economisch en zelfs in de politiek. Dat wil zeggen, dat dreiging en misdaad betekenis moeten hebben. Anders heeft het voor degene die er zich mee bezig houdt geen zin meer, zo te doen. Je gaat immers gemeenlijk vooral tegen iets in, om de weerstand die je zo denkt te overwinnen, om jezelf aan jezelf te bewijzen. Wanneer je echter een gemeenschap hebt die eerst en vooral en volledig de slachtoffers helpt, kan het vaak voorkomen dat het slachtoffer in feite blij is, beroofd of aangevallen te worden. En dat is niet wat wordt bedoeld. Alleen dreiging tegen het leven heeft dan nog zin.

Het betekent dat de gemeenschap steeds minder kleine misdadigers kent en gelijktijdig de angst uitbant voor vele kleinere vergrijpen. De verhouding tussen de mensen zal dan een geheel andere worden. Maar een wereld zonder angst kan niet meer op de nu gangbare wijze meer draaien. Nu komt men op zijn werk omdat men bang is minder te verdienen of zelfs ontslagen te worden. Neem die angst weg en menigeen zal zeggen: waarom zou ik nog werken?

Nu houdt men zich vaak aan verkeersregels omdat men bang is voor de gevolgen van een geconstateerde overtreding. Wanneer echter het risico alleen nog een natuurlijk iets is zal menigeen bereid zijn, meer te riskeren dan voorheen. Economisch en politiek is het vaak een: wanneer ik dit niet door weet te zetten zal ik – mijn partij, mijn bedrijf – er onder lijden. Maar wanneer dit lijden wordt weggenomen heeft het handelen onder druk ook geen zin meer.

Uitgaande van het door u geciteerde, staat voor mij dan ook vast, dat een opkomen voor het slachtoffer zonder de dader te vervolgen een algehele ommekeer teweeg zou brengen die de ondergang van de huidige maatschappijvorm met zich brengt.

Rekening moet men verder houden met het feit, dat er in deze maatschappij heel wat frustraties bestaan die – bij een wegvallen van de strafbaarheid voor de dader – heel sterk en gemakkelijk ontladen zouden worden. Chaos zou het gevolg zijn. De getrokken conclusie lijkt mij dan ook volledig gewettigd. Overigens hinkt de maatschappij op het ogenblik op twee gedachten. Aan de ene kant denkt men, dat de dader vele dingen ook niet doet omdat hij dit zelf wil, maar eerder omdat hij daartoe gedreven wordt. Waarop men alles in het werk stelt, om de dader te helpen en wat het slachtoffer betreft meent, dat het maar moet zorgen dat het verzekerd is. Aan de andere kant wil men wel straffen, maar kent geen werkelijke maat meer. Soms wordt opstand tegen het gezag waar niemand werkelijk veel last van heeft gehad zwaarder bestraft dan doodslag, en stelen zwaarder dan een aantasting van alle persoonlijke waarden zoals verkrachting.

Ik meen niet, dat een dader noodzakelijk bestraft dient te worden, maar ben wel van mening dat je iemand die een gevaar vormt voor leden van de gemeenschap, de samenhang van de gemeenschap e.d., zonder meer uit die gemeenschap verwijderd dient te worden.

De eenvoudigste wijze is natuurlijk de doodstraf bij alle herhalingsdelicten. Ik ben daar persoonlijk niet zo voor. Maar waar vindt je de ruimte, om alle misdadigers afdoende van de wereld af te zonderen? Misschien zou je een maankolonie op kunnen richten van allerhande misdadigers. Want aan zichzelf overgelaten blijken die mensen vaak heel flinke kerels te zijn, die uiteindelijk nog veel goeds tot stand kunnen brengen, wanneer zij maar geconfronteerd worden met de noodzaak alleen op zich te betrouwen, en geen mogelijkheid meer hebben iets op kosten van anderen te bereiken. Australië is een voorbeeld van hetgeen op die manier nog mogelijk wordt.

  • Wanneer moet je iemand een gevaar vinden?

Daar de huidige techniek nog niet in staat is de onevenwichtigheden en drangverschijnselen in een persoon zodanig te meten dat men te voren het gevaar al kan constateren en een dergelijk systeem bovendien bepaalde gevaren in zich zou bergen, zou ik stellen dat na de daad geconstateerd wordt of iemand daardoor een gevaar voor de gemeenschap vormt. Bij geweld kan dan onmiddellijk verbannen worden, in andere gevallen zal men bij lichte vergrijpen na de eerste of tweede herhaling van een strafbaar feit eerst hiertoe overgaan. Deze methode plus de dreiging van uitstoting uit de gemeenschap na de daad zal volgens mij een goede invloed hebben. Men vergeet niet dat geweld in de meeste gevallen alleen wordt gepleegd, wanneer men meent dat de ander zwakker is en dat de gevolgen voor het ik dus beperkt zullen blijven. Zet alle mensen die zichzelf de sterkeren en handigere achten samen. Dan maken die mensen die zich groot achten elkaar binnen afzienbare tijd klein genoeg om uiteindelijk met vreugde en besef van eigen beperkingen terug te keren binnen de gemeenschap. En wanneer alle junkdealers alleen elkaar hebben om hun waren aan te verkopen kun je hen die rustig meegeven in de zekerheid, dat de zwakkelingen onder hen al snel in rook op zullen gaan. Alleen wanneer je een dergelijk systeem hanteert is het mogelijk in de eerste plaats aandacht te gaan schenken aan het slachtoffer, zonder echter de dader buiten schot te laten. Laat men alle daders buiten schot, dan zal de massa zichzelf bewapenen en op eigen wijze – veel harder dan de justitie – met hen afrekenen. Maar daarmede valt dan ook de macht van het bestuur tegenover de massa.

Ten laatste: wanneer je in de wet eenmaal een reeks regels en strafmaat hebt bepaald, hanteer die dan ook zonder aarzelen. Zeg dus niet, ik kan begrijpen dat u het deed, dus krijgt u minder straf. Dat is wel niet zo rechtvaardig volgens de huidige opvattingen, maar een vast tarief maakt de dader duidelijk welk risico hij neemt en zal ressentimenten tegen rechter, politie e.d. tot een minimum terugvoeren. Gelijktijdig is het de beste bescherming die men de maatschappij kan bieden. Laat de rechter onderzoeken of het delict bewezen is, maar niet meer de strafmaat bepalen. Je kunt rechtvaardig zijn op een persoonlijke basis of je kunt de gemeenschap beschermen. Je kunt niet beiden tegelijk doen. Dit wordt al duidelijk wanneer je je realiseert, hoeveel misdaden worden begaan door mensen met een terbeschikkingstelling die uit hun zo menselijk werkende inrichting ontsnappen of hun verlof vieren met een geweldje of een verkrachting. Wanneer je enerzijds de particulier het recht ontzegt, met alle middelen zich te verdedigen tegen aantasting van zijn rechten en zegt hem te beschermen, terwijl je aan de andere kant je voornamelijk richt op de heropvoeding van de misdadigers, toon je een gespletenheid die uiteindelijk de ondergang van rechtsorde en persoonlijke veiligheid betekent.

Hopelijk is mijn mening hieromtrent nu duidelijk, ook al zal ik niet van u mogen verlangen dat u het daarmede eens bent.

 0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0 

EENZAAMHEID

Het is duister.

Ik hoor geen geluid.

Geen echo antwoordt op mijn adem.

Ik ben alleen.

Buiten mij is de wereld.

Buiten mij is licht.

Buiten mij is vreugde.

Ik weet dat zij lachen

en juichen, spelen en wenen.

Maar ik kan niet antwoorden.

Ik ben alleen.

Al zie ik hen.

Voor mij is het een wolk van duister,

die geen echo geeft

aan mijn snikkende adem.

Ik zoek in mijzelve,

in het diepste duister

vind ik de zon die in mij leeft.

In mijzelve vind ik de kracht

die leven aan mij en het levende geeft.

In mij vind ik een antwoord op vragen,

in mij de sleutel;

zo doorbreek ik de grens,

aanvaardt heel het leven

met wenen en lachen

en wordt weer herboren,

uiteindelijk mens.

Deel van het leven,

deel van de kosmos,

deel van de mensheid,

deel van een bestaan,

de stilte van het eenzame duister is,

nu ik besef,

de lichtende luister van dat wat is,

slechts nog een droeve waan,

een mijzelve sluiten buiten

al wat waard is om te leven,

door mij mijzelve aangedaan.

Zo, misschien wilt u ook dit nog in uw overwegingen betrekken.