Druïden – Deel 02 – les 05 – Voorbereiding winterzonnewende 2014

2 december 2014

Vanavond wil ik jullie onderhouden over het licht en dat naar aanleiding van de komende kering van het licht. De les die vanavond gegeven wordt, zal voor ieder van u een praktische oefening inhouden die, wanneer je die in de komende weken goed kunt volbrengen, u een grote meerwaarde kan geven wanneer we samen midwinter hier zullen vieren.

U hebt in de vorige lessen geleerd over het goddelijke. U hebt geleerd hoe u zich daarop kan instellen. U hebt u een bepaald beeld kunnen vormen. Maar, zoals het ook in het verleden was, is het ook voor de huidige mens niet gemakkelijk om zich het goddelijke eigenlijk voor te stellen. We hebben vooral de nadruk hier gelegd dat u niet moet proberen met de ratio dit te benaderen, maar vooral met het gevoel. En zoals ik kunnen opvolgen heb, zijn er aardig wat onder u die de laatste weken met het gegeven dat gebracht is, toch inzichten hebben verkregen, zelfs resultaten hebben geboekt.

Maar ik zou graag even teruggaan naar de tijd toen wij hier op aarde rondliepen, een aarde die totaal anders was dan nu natuurlijk. En wij geloofden ook in dat goddelijke en in die goddelijke inspiratie. En wij geloofden ook dat de ganse natuur door dat goddelijke bezield was.

Het beeld van een menselijke godheid, zoals later is ontstaan door de monotheïstische religies, kenden wij eigenlijk niet. En ik zou zeggen: gelukkig maar. Want ik zou mij echt niet goed gevoeld hebben met zo een figuur die daar boven u alles dirigeert en vooral straffend optreedt. Dat was bij ons niet aan de orde. Voor ons was dat goddelijke gewoon een beeld van het leven. Maar omdat het zo ontzettend moeilijk is daarmee te werken, zijn wij op zoek gegaan naar andere uitingen. Uitingen die voor ons in die tijd gemakkelijker te aanvaarden waren, waar we mee weg konden, zonder afbreuk te doen aan het beeld van dat goddelijke.

U moet weten dat onder de druïden er geen verschil bestond of u nu een man was of een vrouw. Beiden kenden het ambt van druïde volwaardig. Er werd geen onderscheid gemaakt. Het is toch belangrijk van dit even te beseffen.

Op een bepaald ogenblik zijn we op zoek gegaan naar een betere omschrijving voor die goddelijke inmenging, die goddelijke aanwezigheid. In de beginperiode kenden wij vooral de zon waar een goddelijke kracht aan gegeven werd, de maan waar ook een goddelijke kracht aan gegeven werd en dan nog enkele opvallende sterren. Maar dit was in wezen onvoldoende. Wij vonden dat er iets ontbrak.

En dan zijn we, langzaam maar zeker, gaan zoeken naar het ware licht. De zon werd als symbool van het licht gezien. Maar u moet weten dat dit enorme beperkingen inhield. U moet een beetje denken hoe de natuurmens denkt, niet hoe de moderne mens denkt die licht heeft wanneer hij het wil, die door de moderne technologieën het duister gewoon terzijde laat. Maar dat was bij ons niet waar. Wij leefden volgens het ritme van de natuur. Dat wil ook zeggen: volgens het ritme dat de zon opkwam. Ook volgens het ritme van de maan en het maanlicht. En als wij voor de rest licht wilden hebben, dan hadden wij nog wel enkele trucjes met vuur en zo verder, dat is hier minder van belang, maar dat was het dan.

Op een bepaald ogenblik werd er besloten om te gaan zoeken naar de echte bronnen van het licht. Dit was een besluit dat getroffen werd binnen een groep van druïden. Je moet er rekening mee houden dat de mensen van toen, de gewone mens, voldoende had aan de fenomenen maar wij, als druïden, zochten verder. En we zijn op zoek gegaan. En ik kan u hier vertellen dat de grote verdienste van de exploratie toen van het licht, toch bij de vrouwelijke druïden lag. Omdat zij met hun gevoeligheid veel verder doordrongen dan hun mannelijke collega’s die zich nogal meer toelegden op het symbolische, het rationele soms, dan wel op het voelen.

Maar goed. Wat is er gebeurd? Men is de wouden ingetrokken, wat je nu zou kunnen omschrijven als de heilige wouden, op zoek naar het licht. Dan moet u zich wel voorstellen dat de wouden van toen voor u moeilijk in beeld te brengen zijn. Het waren enorme gesloten vlakten van kruinen van bomen. Bomen die in vele gevallen tientallen, soms honderden jaren oud waren en waar heel weinig of geen licht door kwam. Buiten op plaatsen waar een opening was, om het zo te zeggen. We hadden zo typische plaatsen waar we naartoe konden gaan, waar ook rituelen gehouden werden en zo verder. Maar nu gingen we verder. We gingen op zoek naar wat we konden ervaren als het licht. En het is misschien raar om te aanhoren maar we hebben het licht ontdekt in de volle duisternis van het woud, in de volle duisternis, bij nieuwe maan, wanneer alles, maar ook alles, donker was. Dan hebben we ontdekt, en let nu wel op, dat we het licht alleen maar konden aanschouwen dankzij deze volledige duisternis. Want als er geen duisternis was, konden we geen licht waarnemen.

Het Is ook daar dat het besef is ontstaan dat in de kosmos alles één harmonie is. Dat het ene niet zonder het andere kan. En dat is het mooie dat er gebeurd is: op het moment, en ik denk dat het voor jullie, moderne mensen, niet meer denkbaar is dat er een complete, maar complete duisternis is en je zit daar met enkelen op een kleine open plaats in zo’n woud gedurende uren en uren dat er niets anders is dan dat duister, het is op dat moment dat het licht is erkend geworden door ons, dat we het licht ontdekt hebben. Niet een licht dat van buitenaf kwam, want er was geen ster aan de hemel, alles was gesloten. Maar het licht dat in ons ontwaakte. Het licht dat zich manifesteerde in ieder van ons en dat zich kenbaar kon maken dankzij deze duisternis. Het is dan dat ook bij ons de gedachte geboren is dat het goddelijke gelijkstaat aan het licht en dat het licht ook het goddelijke is.

En nu komt het mooie: nu kunt u denken dat al diegenen die bij deze zoektocht aanwezig waren, hetzelfde licht hebben ervaren. Maar wat bleek? Niets was minder waar. Elk lid van de groep had het licht op zijn eigenste wijze ervaren. En wanneer we dan in de ochtend samen zaten en onze ervaringen uitwisselden, dan bleek dat alle soorten kleuren van licht aan de orde kwamen. Er waren er onder ons die zegden: “het licht dat ik waargenomen heb, was zilver, zilverwit, het was wit licht”. Anderen hadden goudgeel licht waargenomen. Weer anderen hadden blauw licht, sommigen zegden paars, violet. Er was een variatie tot en met. Sommigen groen. En dat was zo ongeveer het pallet. Hier en daar werd gesproken dat er flitsen van rood-wit doorkwamen, maar dat was het. Dat heeft ons tot vragen geleid, tot zoektochten gebracht wat de betekenis was dat op eenzelfde plaats onder dezelfde condities wij toch het licht anders ervaarden en anders voelden, zelfs durf ik zeggen: waarnamen, ondanks dat je niets voor u kon zien door de totale duisternis.

En dan zijn we tot de ontdekkingen gekomen, en hier wordt het nu voor ieder van jullie interessant, dat het licht zoals het zich uit, in zijn zuiverste vorm gekoppeld is aan de persoon zelf. Dat ieder persoon zijn eigen kleur heeft. Je moet er rekening mee houden dat dat in onze tijd nog niet evident was. Want aardig wat kleuren kenden wij als dusdanig nog niet. Wij kenden alleen de kleuren die in de natuur voorkwamen. En ja, ook de spelingen van het noorderlicht. Maar dat waren maar sommigen van ons die dit ooit gezien hebben. Maar goed, dit terzijde.

We hebben kunnen vaststellen dat, aan de hand van deze verschijnselen, er druïden waren die bijvoorbeeld met het witte licht zeer sterk stonden, die door het witte licht een enorm scherpe kijk hadden op wat er gebeurde en iets heel scherp konden definiëren. Daar tegenover stond dat zij die met dat witte licht in harmonie waren, er heel moeilijk in slaagden om bijvoorbeeld iemand te helpen of genezing te brengen. Dan zagen we dat bijvoorbeeld de druïden die het gele licht, het goudgele licht ervaarden, niet zo scherp waren qua aanvoelen, maar veel krachtiger waren om iemand die in onevenwicht was, terug in evenwicht te brengen en dit zowel op fysiek gebied als op geestelijk gebied. We zagen bijvoorbeeld dat degenen die heel sterk met blauwachtig violet geconfronteerd werden, erin slaagden om geestelijke problemen te doorgronden en op een mystieke manier hulp te bieden aan diegenen die zich daarmee geconfronteerd zagen.

En zo kregen we, langzaam maar zeker, een overzicht van hoe het licht eigenlijk in al zijn facetten werkt, maar wij begrepen ook dat dat licht gekoppeld was aan de persoon en dat geen enkel persoon alle soorten licht als dusdanig in zich kon verwerken. Het kon aanwezig zijn, maar je kon enkel maar resultaten boeken op het ogenblik dat je het licht dat met jou het meeste in evenwicht is, en hier spreek ik van evenwicht en niet harmonie, in evenwicht is, daar kon je de meeste resultaten mee bereiken.

Zo was het ook opvallend dat degenen die vooral kennis hadden van kruiden, van de natuur en zo verder, zich zeer dikwijls definieerden met het groene licht; af en toe ook met rood, zuiver rood. En zo zie je maar dat in dat spectrum van het licht enorm veel mogelijkheden aanwezig lijken te zijn. We zijn dan ook afgestapt toen, de druïden, van het beeld dat het licht enkel en alleen gekoppeld was aan de zon of aan de maan of aan de sterren. We zijn ertoe gekomen om een inzicht te krijgen dat het licht, het goddelijke Licht, moest afkomstig zijn van krachten uit de kosmos, niet gekoppeld aan een stoffelijk beeld. Want planeten en sterren waren stoffelijke beelden. Wij hebben toen de sprong gemaakt van te gaan zoeken wat eigenlijk die bronnen waren. En dan zijn we er toe gekomen, ook dankzij de inspiratie van de geest die ons begeleidde, dat veel bronnen van het licht terug te vinden waren bij wat je zou kunnen omschrijven als ‘de Heren der Werelden’, ‘de Meesters der Sferen’, noem maar op, het kind moet een naam hebben. Dus energieën, denkende energieën, zo moet ik het omschrijven, misschien is mijn omschrijving zelfs niet 100 % juist, maar energieën die zich in deze kosmos bewegen en die aanzetten op wat eigenlijk vanuit de natuur, vanuit de stof van de aarde bijvoorbeeld uitgezonden wordt en zo een wisselwerking doen ontstaan.

Op het ogenblik dat we deze kennis meester waren, is ook in onze cultuur enorme sprongen gemaakt. Toen is ook de kennis ontloken die heel ver ging over hoe alles in elkaar paste, hoe het licht, kosmisch gezien, steeds weer invloed had. We gingen rekening houden met wat aangevoeld werd van kosmisch licht. Voordien voelden we het ook aan, maar konden we het niet plaatsen. Maar na die zoektocht kregen we een veel beter beeld over de mogelijkheden die we hadden. Het is dan ook dat op korte tijd de cultuur die we kenden, heel hoge toppen scoorde op allerlei gebieden: het inzicht hoe de aarde in elkaar stak, hoe de natuur functioneerde, hoe de mens daarin zijn plaats had, hoe evenwichten overal aanwezig waren.

En deze zaken gelden heden ten dage ook nog. Alleen, de moderne mens heeft er weinig oog voor, loopt er aan voorbij met alle, voor hemzelf, desastreuze gevolgen. Waarom breng ik u nu dit stukje geschiedenis van ons? Heel simpel: in deze dagen met de grote verandering is het voor ieder van jullie interessant te kunnen aanvoelen en te beseffen met welke kosmische lichtkleur zij het sterkst in evenwicht zijn.

En meestal is dat niet moeilijk te vinden. Och, je kunt daarover mediteren, dat is geen probleem. Maar bekijk uw eigen leven eens, ga eens terug naar uw eigen jeugd. Welke kleur zag je als kind het liefst? Voor de meeste onder u zal die kleur gebleven zijn, zal daar heel weinig evolutie in geweest zijn. Als je als kind bijvoorbeeld graag blauw ziet, dan zal dat door gans uw leven, in alle nuances waarschijnlijk, blauw blijven. Als een kind graag groen ziet, zal het groen blijven en zo verder. Het is belangrijk dat je voor uzelf eens nagaat welke kleur u in uw leven het nauwst aan het hart ligt. En als je dat hebt ontdekt, dan kun je u daar voor openstellen en dan ga je, langzaam maar zeker, kunnen vaststellen wat voor krachten dit voor u inhoudt. Want elke kosmische kleur, elk kosmisch licht heeft zijn eigen specifieke krachtsvelden. En die kun je dan voor uzelf gaan ontwikkelen, gaan gebruiken. Je moet u dat goed voorstellen. U zit in een groep waar het ganse kleurenpallet aan bod kan komen. Wanneer u dan, zoals afgesproken, met regelmaat mediteert en met regelmaat deze krachten in u laat opborrelen en ernaar luistert, naar dat gevoel, ermee werkt, dan bouwt u gezamenlijk één grote krachtsbron op. En vanuit die krachtsbron kan dan ieder weer voor zich het nodige naar zich toehalen om zo harmonisch mogelijk alle veranderingen te doorstaan.

U zou ervan versteld staan welke krachten u kan aanboren die ervoor zorgen dat u in deze nogal woelige tijden de richting niet verliest, uw lichaam redelijk in evenwicht kan houden en alles rondom u aanvaardbaar kan laten blijven. Wat in de periode die we zijn een enorme prestatie is.

En daarom vraag ik van jullie dat ieder voor zich in de komende weken tot aan de zonnekering zich met dit onderwerp bezighoudt, op zoek gaat met welke kleur je het meest in harmonie bent, je probeert voor te stellen dat deze kleur, dit licht, u kan omkaderen, en u moet dan geen schrik hebben dat aan de buitenkant van dat kleurpalet het duister is. Want u kan het geheel niet waarnemen zonder dat het in dat perspectief wordt weergegeven. Maar dat duister is voor u niet aanwezig. Dat duister is enkel aanwezig om het licht zijn mogelijkheid te geven zich te manifesteren.

En wanneer u daarmee bezig bent, dan zult u opmerken dat in uzelf zaken gaan wijzigen, voor iedereen. En waarom wijzigen zaken? Omdat dat licht de mogelijkheid krijgt zich eindelijk, eindelijk, met niet alleen uw fijnstoffelijk en uw geestelijk, maar ook met uw stoffelijk zijn in evenwicht te brengen. En dit zal voor de ene betekenen dat men plots doorzicht heeft in problemen, voor de andere bijvoorbeeld dat een gezondheidsprobleem verandert, noem maar op. Ieder zal het voor zichzelf waarnemen en ieder zal voor zichzelf kunnen vaststellen: “kijk, dit is nu mijn sterke kant; hier kan ik mee verder”. En je zult ermee verder moeten binnen alle veranderingen.

En dat gaat het mooie zijn. Want we zitten op het ogenblik in de donkerste periode van het jaar. Alles komt tot rust in de natuur. De afbraak is volledig begonnen. Ook de menselijke afbraak is bezig, vergeet dat niet. En dat is nodig want eens dat het licht keert, krijg je vanuit die afbraak weer het verjongende, het vernieuwende, het openbloeiende. De ongeveer drie weken die nu komen, en dat geef ik aan iedereen als raad, doe niets, doe zo weinig mogelijk, neem geen drastische beslissingen. Niets op het ogenblik is dringend. Besef dit. Wat je ook denkt of wat de maatschappij u ook tracht wijs te maken van: “je moet nu dit of je moet nu dat”, doe het niet! Want elke beslissing die in de drie weken die nu, voor de zonnekering komt, genomen wordt, neem gerust van ons aan, zal nefast zijn, zal verkeerde resultaten geven, zal voor velen aardig wat traantjes teweeg brengen. En waarom? Omdat we nu juist in de volle afbraak zitten die nog eens versterkt wordt door alle kosmische tendensen die in de totaliteit de vernieuwing aan het verzekeren zijn. U bent als mens daarin te klein, niet gewichtig genoeg om als individu daar iets in te kunnen doen. Maar je kunt wel, en dat is belangrijk, als groep als geheel u sterk zetten, zodat u niet meegaat in die gehele afbraak die zich voltrekt gedurende de komende weken.

En daarom is de opdracht: probeer in deze drie weken in alle rust het licht te vinden dat voor jou het meeste betekenis heeft. En het is heus niet moeilijk, voor ieder van de aanwezigen hier. Ieder kan dit gerust realiseren. En laat dit in u openplooien, laat dit in u werken. De korte tijd tussen nu en de zonnekering is voldoende voor ieder van u om dit op zijn punt te krijgen. En dan kunnen we gezamenlijk tijdens de Midwinterviering, op het ogenblik dat volgens onze oude uitdrukking ‘de zon even stilstaat en zich keert’, de erkende krachten in ons in de weegschaal leggen zodat we na de kering en het hernieuwd opbouwen van het licht met deze krachten op de meest juiste wijze verder kunnen gaan.

En dan kunnen we na Midwinter weer met nieuwe moed verder zaken ontdekken die voor ons in dit stoffelijk bestaan aardig bruikbaar zijn, zodat we steeds meer en meer de vernieuwers zijn in deze tijd. O, wij gaan niet op de straat rondlopen. We doen het rustig, binnenskamers. Maar de ideeën groeien, de gedachten zijn er. En gedachten zijn krachten, veel meer dan dat u tot op heden beseft. Want dat is ook soms één van de zwakke punten bij jullie, bij de ene al meer dan bij de ander: dat de gedachten niet onder controle gehouden worden. Dat men heel snel, wanneer men iets hoort, er verkeerd op reageert, meegaat in een negatieve gedachtespiraal. De ene doet dat ten opzichte van werk, de andere doet dat ten opzichte van financiën en weer de volgende doet dat bijvoorbeeld ten opzichte van zijn of haar gezondheid. Niet beseffende dat, zeker in deze tijd, meegaan in een negatieve gedachtespiraal werkelijkheden creëren is, werkelijkheden die er niet moeten zijn.

Ik herinner mij nog in mijn tijd dat één van mijn leerlingen ooit eens de vraag stelde: “waarom moeten wij ziek worden?” en dat ik er simpel op geantwoord heb: “omdat je er zelf in gelooft dat je ziek wordt”. Wanneer je in iets gaat geloven, dan maak je het waar, zo goed aan de positieve kant, maar nog veel sneller aan de negatieve kant. Waarom aan de negatieve kant sneller? Omdat daar angst zit. En angst is een trillingsfrequentie die je best kan vermijden. Het merendeel van wat op het ogenblik in uw moderne maatschappij zich aan ziekten manifesteert, is gebaseerd op verkeerd denken, negatief denken en angst.

Het is niet moeilijk als je uw maatschappij bekijkt en als u ziet hoe u gepusht wordt in alle mogelijke begeertepatronen, hoe u gepusht wordt in alle mogelijke regeltjes die eigenlijk niets menselijks nog inhouden, maar alleen bestaan om een structuur, een oude structuur die aan het verdwijnen is, in stand te houden. Men verliest overal de pedalen. Men verliest het overzicht. En dan gaat men zoeken naar redenen die totaal fout en totaal vals zijn, maar die wel voor degene die ze zoekt, de waarde heeft om zich te manifesteren.

“Wij zijn één met de natuur”. Ja, wanneer ik nu even de laatste tijd rondkijk hoe u die natuur naar de knoppen helpt en hoe u nu zover gekomen bent dat u zelfs de natuurlijke patronen gaat aanvechten als zijnde oorzaak van problemen in uw economische systemen, dan is nog maar de vraag: zijn die mensen nog wel goed in hun bovenkamer? Neem mij de uitdrukking niet kwalijk. Dan mag u al professor aan een universiteit zijn, u mag doctorandus zijn in ik weet niet wat, maar zoals men op dit ogenblik met alles bezig is, is nog maar de vraag: is dit nog normaal of is dit gekte? En vanuit onze zijde moeten we zeggen: “ja, dat laatste is wel aan de orde”. U kunt nu eenmaal niet, om uw economische belangen te dienen, zeggen dat de natuur niet mag functioneren zoals hij functioneert. U kan dat proberen, maar hoe meer dat u dat gaat proberen en met de plannen die nu op tafel liggen om te gaan uitvoeren, kunnen we toch garanderen dat er enorme natuurcatastrofes te wachten staan. O, catastrofes die niet zo direct opvallen maar kleine verschuivingen in de natuur zijn voldoende om bijvoorbeeld grote tekorten te creëren: aan voedsel, aan water, noem maar op. Want nu kan u wel denken dat u alles in de hand hebt, maar in wezen zal het uiteindelijk de aarde zijn die beslist wat er gebeurt. En dan gaat u geen Kyoto conferenties meer moeten doen. Dan zullen zij totaal overbodig zijn.

Nu goed, ik wijk even af maar het is om jullie even aan het denken te zetten. Jullie horen allemaal berichtgeving, jullie volgen dat allemaal min of meer. En het is juist dat negatieve dat dagelijks over u gekapt wordt, dat u moet loslaten, waarvan u moet zeggen: “ik ben daar geen deel aan, ik ga volgens wat ik aanvoel wat voor mij juist is”. En dat juist is de les van deze avond: trachten te vinden welk uw licht is dat voor u het grootste evenwicht inhoudt en waar je mee verder kunt. Om dan tenslotte als groep een eenheid te vormen, een kracht te vormen waarin je mekaar kunt ondersteunen en bijstaan om door alle omwentelingen heen verder te komen om uiteindelijk voor uzelf en voor uw medemens er een positief resultaat uit te halen.

Zo, mijn waarde leerlingen, dat was wat ik u hedenavond wou brengen. Ik druk er nogmaals op: neem in deze drie weken die nu volgen de moeite om via meditatie het licht te vinden dat voor u het meest werkzaam is, de kleur te vinden die voor u het sterkste is. En met dat resultaat komen we samen om de midwinterviering, de zonnewende, te doorleven. En zodat ieder na die samenkomst huiswaarts kan keren met een meerwaarde en een kunde om de vernieuwing te ondersteunen en ermee aan de slag te gaan. Nogmaals, volg de raad op die ik u aanbreng: neem geen enkel beslissing, zelfs hoe noodzakelijk ze lijkt, in deze drie weken. Drie weken zijn zo voorbij en dan kan u met een open geest beslissen wat u wenst. Wanneer u echter binnen deze drie weken tot aan de zonnekering toch beslissingen neemt, dan neemt u beslissingen die u het ganse leven verder zullen bemoeilijken. Dit is het echt niet waard.

Zo. Hiermee sluit ik mijn les af voor vanavond. Neem rustig een pauze. Denk er rustig over na. En dan treffen wij elkaar gezamenlijk terug met de zonnewende. In het tweede gedeelte kunt u aan de broeder die dan komt, eventueel nog uw vragen voorleggen.

Ik wens jullie veel inspiratie nu, veel inzicht en ik zou zeggen: in die drie weken, een vastberadenheid om te doen wat je gevraagd is, een vasthoudendheid om niets te doen, niets te beslissen, om te voorkomen dat je zo in een verkeerd vaarwater zou terechtkomen.

Ik wens jullie alle sterkte en alle succes toe. Tot de zonnewende.

Deel 2

Zo, we zijn aanbeland in het tweede gedeelte van de avond en zoals gewoonlijk mogen jullie hier uw vragen naar voor brengen. Dus ik zou zeggen: ga maar van start.

  • Voor alle duidelijkheid: is het nu de els of de es die als boom een symbool is van Ansuz ?

De es. Kort antwoord.

  • Om een beter inzicht in onze mogelijkheden te kunnen krijgen, kunnen we ons verbinden met de goddelijkheid via de wandelstaf. Is het de bedoeling dat we een aantal keuzemogelijkheden aan elke tak van de staf verbinden, om zo het juiste antwoord te verkrijgen ? Of verbinden we ons met de goddelijkheid en komt het antwoord inspiratief bij één van de takken ?

Beide mogelijkheden. Kort antwoord hé.

Ik denk, u kunt, en dat is de vrijheid die u hebt, wanneer u de drie takken afzonderlijk gaat beschouwen in de drie-eenheid, om het zo te zeggen, dan kan u dat doen dat u bijvoorbeeld een bepaald onderwerp aan de linkse en een ander onderwerp aan de rechtse of aan de middelste tak verbindt.

Kijk, dat is symbolisch, en ik zou bijna zeggen: magisch-symbolisch. Als u daar waarde aan hecht, en dat mag, dat is geen probleem, als u zich daarmee in harmonie voelt, dan kan u dat best doen. Maar langs de andere kant, wanneer u via die symboliek een vraag stelt ten opzichte van dat Goddelijke, dan is het volgens mij gelijk hoe je het antwoord verkrijgt. Dus ik denk dat, wat ik kort zei: beiden, het meest juiste antwoord is. Maar het zal afhangen van uw eigen persoonlijkheid, uw eigen aanvoelen, uw eigen evolutie in dat magisch gebeuren. Zo.

  • Verschillende naamgevingen verwijzen naar ‘het Goddelijke’. Zo worden de namen ‘Aesir’ vermeld en ‘Wodin’ die meer in het Noorden in gebruik was.
    Een tweeledige vraag: zijn deze verschillende naamgevingen enkel plaats- en tijdsgebonden of zijn er andere inhoudelijke factoren die een rol speelden bij het gebruik hiervan ?

Ja en neen. Ik ben moeilijk hé.

Kijk, we kunnen zeggen dat Aesir, zeker wat betreft de druïden, een belangrijk gegeven was, maar we zitten meer noordelijk met dus de oude goden die daar reeds lang aanwezig waren en een eigen naamgeving kenden. En daar is langs beide kanten een soort bevruchting geweest in gebruik van krachten en zo verder.

U zou kunnen zeggen dat op een bepaald ogenblik Aesir en Wodin eigenlijk hetzelfde waren. De ene werd meer noordelijk gebruikt. En dan denk ik vooral aan gebieden zoals IJsland, Groenland en het huidige noordelijk deel van Lapland en zo verder. De toestand was anders dan nu. En Aesir werd meer aan deze kanten gebruikt.

Nu moet u opletten want er zijn veel varianten in dat gegeven. Er is onder andere Frya, niet Freya maar Frya, ook als god nog aan bod gekomen en zo verder.

Nu, Aesir zou ik voor deze streken eigenlijk als het meest aannemelijk nemen, omdat Aesir al voorkwam vóór de druïdebeschaving. Die is onder andere al terug te vinden in Atlantis en zo verder.

Nu, als ik vandaag spreek, en nu wijk ik even af, dan kunt u zeggen dat Aesir op het ogenblik heel individueel kan gebruikt worden, maar dat qua uitdrukking van de goddelijke totaliteit Adonaï eigenlijk het meest gebruikte is.

En zo ziet u maar hoe iets kan bewegen en veranderen. Maar alles hangt af van de persoon zelf. Wanneer de persoon bijvoorbeeld zelfs vandaag zich harmonischer voelt, beter voelt bij de naam Wodin, dan kan u die gerust gebruiken. Dat is geen enkel probleem. Het is maar een naamgeving van iets waar we eigenlijk noch als mens, noch als geest in staat voor zijn om het volledig te omschrijven.

  • De persoonlijke gevoelsinhoud bij deze naamgeving, dus Aesir en Wodin, heeft dit te maken met de klankassociaties of spelen hier toch andere elementen een rol ?

Oh, dat gaat een beetje afhangen van persoon tot persoon. Ik kan mij best voorstellen, wanneer iemand gericht is op klanktrillingen, dat deze gemakkelijker een naam zal kiezen waar klanken in verwerkt zitten die aanspreken, aanslagen. Dat zien we niet alleen hier bij Wodin of Adonaï, maar dat zie je ook in het hindoeïsme, dat zie je in het boeddhisme, dat zie je overal.

Je mag niet vergeten dat klanken telkens weer een gevoelige snaar bij de persoon raken die met die klanken harmonieert. Het is ook één van de basissen van magie. Als je klankmagie gebruikt, dan kun je, pakt nu de naam Wodin, je kunt Wo´din (nadruk op ‘din’) zeggen, maar je kunt Woeoedin zeggen. Geeft een totaal ander effect als dat in een bepaalde procedure gebruikt wordt. U kunt ook die Wodin naar het oude brengen van Woedain of Woedin (nadruk op ‘oe’). Dus het hangt er gewoon vanaf in welke procedure het gebruikt wordt en hoe degene die ermee omgaat, het gebruikt. Dat is van belang.

Dus, uw antwoord op deze vraag is: ja, het kan zeer boeiend zijn voor iemand die daaraan gevoelig is om dit te gebruiken volgens zijn of haar aanvoelen.

  • In onze moderne tijd staat Hagalaz voor de planeet Uranus. Hebben Ansuz, Algiz, Perth en Aesir ook verbanden met de planeten ? Bijvoorbeeld Perth, als symbool voor het perfecte zwarte, doet mij denken aan Saturnus.

U kunt alles met elkaar gaan verbinden, maar ik zou dit persoonlijk niet doen. Ik weet dat men hier dus tekens naar voor heeft gebracht in de cursus en men heeft dit meer gedaan om u een beeld te geven van wat de mogelijkheden zijn. Om daar nu dadelijk astrologie aan te gaan verbinden, denk ik dat je onnodig de gegevens verzwaart. Want dan ga je teveel zaken met elkaar gaan mengen volgens mij.

Kijk, zoals het hier gebracht is, heeft men u bepaalde zaken aangereikt. Onder andere zaken uit het plantenrijk, uit het dierenrijk en zo verder. Die zijn praktisch voor dit moment, voor deze tijd, om te gebruiken. Wanneer ge nu, ik verwerp het niet hé, astrologisch daar nog van alles gaat bijvoegen, dan denk ik dat je teveel afgeleid gaat worden. Dat je teveel aan de theorie gaat hechten en te weinig aan het praktische. En er is een klein ding dat ik nog bij wil zeggen: ik ben met dat zwart niet akkoord. Moet je eens over nadenken.

  • Is Aesir het algemeen goddelijke, de goddelijke kracht ? En zijn de andere symbolen zoals Ansuz, Algiz, Perth en Hagalaz de manifestaties van het goddelijke zoals wij die als mens ervaren ?

Dat is een interessante vraag. U kunt stellen dat al van heel ver in de oudheid Aesir een naam is geweest die voor het Goddelijke in zijn totaliteit werd gebruikt. Nu moet ik er u direct bijzeggen dat Aesir ook verschillende keren op aarde geleefd heeft als Aesir, in priesterlijke functies. Dus, in feite zit dat een beetje dubbel. Je kunt dat een beetje vergelijken zoals hier in het Westen Jezus Christus bekeken wordt. Deze heeft ook meerdere malen geleefd en de naam Jezus gedragen, soms een andere naam, maar goed.

Wanneer je gaat naar de runentekens, dan zijn de runentekens een uiting eigenlijk, een taal. Dat wil zeggen: in de tijd van de druïden was de communicatie via deze tekens een soort, onder de druïden, geheimschrift. Dat wil zeggen: de massa kende wel de tekens maar kende niet de volledige betekenis of de volledige inhoud.

En effectief, zoals de vraag hier gesteld is, moet ik zeggen dat voor de druïde deze tekens dikwijls een verwijzing waren naar aspecten van het Goddelijke die zij in hun magische praktijken gebruikten en die via die tekens, ik zou bijna zeggen veel europeser als Europa nu is, over dit ganse continent gebruikt werden. Dit ging zelfs zo ver dat via gedachtekracht er communicatie was, we kunnen zeggen bijvoorbeeld, tussen een druïde die ter hoogte ergens van de Rhône woonde en een druïde die ergens in IJsland zat. Gewoon gedachteoverdracht. Of iemand die ergens aan de Rijn zat ten opzichte van iemand die bij de Theems woonde. Ik geef dat maar als voorbeeld. En dan kun je wel zeggen: ja, zij hechtten daar dus een Goddelijke waarde aan.

  • Bij mediteren tegen een boom in verschillende seizoenen: is er altijd dezelfde wisselwerking? Of kun je er bijvoorbeeld energetisch meer uithalen in de zomer dan in de winter ?

Ik zou zeggen: in de lente. Kijk, elk seizoen heeft zijn eigenschappen en als je bijvoorbeeld, laat ons een typisch voorbeeld: de eik, nemen en u mediteert daar in de lente bij, dan gaat u meegaan in de opwelling van de krachten uit de aarde door de eik om alles open te plooien en te ontplooien.

Als je in de zomer mediteert, onderga je de volle kracht van de eik. In de herfst ga je al meer een rust kunnen ervaren. Niettegenstaande als je energie nodig hebt, blijf je die krijgen want die energie is er. En in de winterperiode is er eigenlijk een volledige rust. Dat wil zeggen: als je echt lichamelijk 100% tot rust wilt komen, dat de ideale periode de winter is om tegen een stam van een eik te mediteren. Want dan is die boom ook het meest rustige. Wil je vitaal zijn, veel vitaliteit hebben, dan ga je bij de uitkom van de lente tegen die boom staan. En dan kun je van alles opladen wat je wil. Begrijp je? Je gaat effectief mee met de cyclus.

En dan ga ik er nog iets aan toevoegen wat misschien interessant is: als je dan op een nacht van volle maan in de lente tegen de eik staat, dan heb je zoveel energie dat je over iedereen over springt.

Als je met nieuwe maan in de winter tegen een eik mediteert, met nieuwe maan hé, let op mijn woorden, dan kom je tot ontzettende rust.

Jullie weten dat allemaal hoor, maar je moet het gewoon samen passen. Het is gewoon een puzzel. Het is de natuur.

  • Dat waren de vragen. Dank u wel.

Dan verwacht u van mij nog dat ik de avond afsluit met een meditatie. Dat gaan we dan luchtig doen.

Ik zou zeggen, misschien in aanloop al naar hetgeen wat u gevraagd is dat we over kosmisch licht mediteren, en god ja, ik zou met jullie graag hetgeen wat je in de eerste les hebt gehoord eens laten doorleven.

Meditatie: Kosmisch Licht

Tracht jullie even een prachtig woud voor te stellen, een heel mooi woud met oude bomen. En we gaan als groep daar gezamenlijk in en we gaan naar een plek waar zo enkele tientallen vierkante meters geen bomen staan, maar waar dat alleen zo een beetje bodembedekking is. U moet u daar niets anders bij voorstellen, een opening met wat bodembedekking, geen stenen, gewoon. En we gaan daar rustig met de ganse groep in een cirkel zitten. Stel u dat gewoon voor. Bouwt dat beeld voor u op.

En het is nu voor u in dat woud, in tegenstelling tot buiten, maar wel in deze beeldvorming, nieuwe maan. Het is aardedonker. We zitten daar in een kring, we horen elkaars ademhaling. En tracht nu gewoon elkaar aan te voelen.

Sluit uw ogen maar en concentreert u op de groep. De groep als geheel. U moet niemand individueel bekijken. U moet het als geheel zien. U laat gewoon alle natuurgeluiden die er zijn rondom u gaan, maar u stoort er zich niet aan. En dan komt u tot een harmonie met die plek. Een zeer sterke groepsharmonie, u bent als het ware één met de aarde daar. U bent als het ware één ook met die aardwezens die daar aanwezig zijn. Want ze zijn aanwezig. En u bent in harmonie met de bomen die die plek omsluiten.

Het is donker. Er hangt een zeer dik wolkendek boven het woud. Geen ster flikkert erdoor. Niets. En jullie zitten gezamenlijk in de kring. En dan concentreert u zich gewoon op het middelpunt van uw kring. Alle gedachten, alle concentratie gaat naar het middelpunt van de kring. En dan ziet u plots, u voelt het aan, het is als het ware of uw buikzenuwcentrum begint te zinderen, u voelt licht. Het is alsof het licht plots zich manifesteert vanuit de aarde en omhoog straalt en duwt de duisternis van dat pleintje weg. De kring wordt verlicht. U zit volledig in het licht. De ganse open ruimte is licht. En u voelt het. U wordt opgenomen in dat licht.

En nu tracht u gewoon waar te nemen welk licht er voor u vanuit de aarde in het duister zich heeft gemanifesteerd. En wanneer ik dan naar de groep kijk, zoals zij in deze open ruimte aanwezig is, als ik de kring bezie, dan zie ik de regenboog rondom de kring. Want ieder van u geeft zijn lichtkleur naar de kern van de kring. U bent allen één, alle krachten zijn aanwezig, alle evenwichten zijn aanwezig. Eén grote lichtende harmonie. De kring is één. De kring is nu deel van het Goddelijke Licht. Ieder van u is deel van dat Goddelijke Licht. Ieder van u ontvangt, bij wijze van spreken, de Goddelijke Kracht door dit Licht.

Dit Licht neemt bezit van elke deelnemer. Dit Licht neemt bezit van de ganse omgeving, van de ganse open ruimte. En dit Licht warmt u als het ware op, geeft u een gevoel van rijkdom, een gevoel van harmonie met de aarde, het gevoel dat u een kind bent van de aarde, het gevoel dat u beschermd bent door de krachten van de aarde.

En dan kun je zeggen dat al dat Licht, die krachten van dat Licht als een fontein vanuit het midden van de kring naar boven toe de kosmos instraalt met een kracht die ongezien is. En hoe sterker de straling, hoe meer er, als het ware, een nevel van lichtdruppels zich terug naar de aarde verspreiden. Het is als het ware of het Licht verspreidt zich nu helemaal rondom onze kring. Vanuit onze kring vertrekkende, in volle kracht doorgevend naar allen die op aarde hier maar enigszins zoekende zijn naar het Licht, wordt vanuit onze werking hun het Licht aangeboden zoals zij het kunnen erkennen. En zo worden er, dankzij deze lichtkracht, velen geïnspireerd. Wordt er veel gewijzigd op korte tijd volgens het Licht in de positieve zin van de mogelijkheden die op aarde aanwezig zijn.

En dan laten we rustig dat Licht terug zich in de aarde omsluiten. Maar het mooie is dat onze open ruimte nu lichtend is en dat wij zelf in dat aardedonker van de nacht lichtgevend zijn. Dat onze kring, ieder lid van de kring het Licht in zich draagt en uitstraalt.

Laat dit Licht in u bevestigd zijn.

En dan kun je nu rustig terug naar het heden komen, geladen met uw Licht. Geladen met uw Goddelijke Kracht. Geladen met dat deel van de kosmos dat uw deel is, dat u mogelijk maakt om verder te gaan. Dat voor u de inwijdingsmogelijkheid van het Licht inhoudt.

Kom nu rustig terug, heel rustig, in de groep hier, in het heden. Laat alles gewoon zich vastankeren in uw zijn. Laat uw ziel beroerd zijn door dit Licht. Laat uw stoffelijk voertuig zich goed voelen in de krachten van het Licht. Laat uw aura stralend zijn voor de buitenwereld. Laat uw geest de positieve harmonische straling van het Licht weergeven.

En zo zijn we hier terug, ieder met zijn eigenste meerwaarde. Welk licht je ook heeft aangesproken, het is het licht dat voor jou het belangrijkste is. Het is het licht dat je in de komende weken verder kunt exploreren tot een waar werktuig, tot een ware verbinding met het kosmische licht, met het Goddelijke Licht, zodat je uzelf kan erkennen als een kind van de kosmos, als een kind van het Goddelijke kosmische Licht en zo een pionier zijn in het gebeuren dat Aquarius heet, de vernieuwing brengende op deze aarde in harmonie met deze aarde.

Zo, mijn geliefde broeders en zusters, ik hoop dat iedereen daar iets aan gehad heeft. Ik heb u meegevoerd even in het verleden, alhoewel ik moet zeggen dat de meesten onder u aan dat verleden niet vreemd zijn. Ik hoop dat u nu de aanzet hebt om gedurende de komende weken u verder voor te bereiden zoals gevraagd is. En dan kan ik zeggen, en daar ben ik van overtuigd, dat wanneer de zonnewende heeft plaatsgegrepen, u allen een nieuw en zeer vruchtbaar spiritueel jaar tegemoet zult gaan. Een jaar waarschijnlijk met voor iedereen vele veranderingen, vele verschuivingen, vele vernieuwingen, maar allen in het kader van het licht, van het kosmische licht, in het kader van de positieve, opbouwende vernieuwing die plaatsgrijpt op deze aarde en in dit zonnestelsel.

Mijn geliefde broeders en zusters, mijn tijd om afscheid te nemen, is gekomen. Wees ervan overtuigd dat wij, vanuit de geest, u bijstaan en dat het voldoende is één gedachte aan ons te richten opdat wij u zouden helpen en u bijstaan. Want hoe het ook is, de evolutie van de aarde is ons ook in de geest dierbaar, omdat de aarde nog altijd voor ons een planeet is die ook voor de geest vele mogelijkheden in zich draagt. En daarom dat wij er ook zo om bekommerd zijn, juist zoals u.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →