Voortdurende verandering

10 oktober 1983

Vanavond hebben we ook weer een gastspreker. Het thema weet ik niet. Het spijt mij voor u, maar we hebben deze keer een wat zonderlinge gast. Voor degenen, die heel deskundig zijn, zou ik zeggen: hij komt uit de wereld achter de zilveren poorten. Voor degenen die niet weten wat daarmee bedoeld wordt, zou ik kunnen zeggen: hij komt uit een wereld, waarin licht en duister samen vormen produceren zonder dat je kunt zeggen dat ze stabiel zijn.

Het is de voortdurende verandering. Ik ben zelf nog niet zo veranderlijk, dus ik kon deze commentaren niet zo gemakkelijk vatten. Dat betekent dat ik deze hele inleiding zelf zal moeten houden met eigen inbreng.

Wanneer we nu beginnen aan zo’n jaar dan zeggen we allemaal esoterie. Eigenlijk zou je het ook de innerlijke weg kunnen noemen. Er zijn namelijk verschillende wegen in deze wereld en enkele ervan zijn meer naar buiten toe gericht; andere zijn meer op het innerlijk gericht.

U kent waarschijnlijk de indeling die nogal eens voor de mens wordt gebruikt. We hebben het dag‑bewustzijn of het uiterlijk bewustzijn en we hebben het onderbewustzijn. En daarachter zit een mentale wereld. Die mentale wereld in zijn geheel is medebepalend voor de mogelijke inhouden van bewustzijn en onderbewustzijn. Dat betekent – als ik het heel eenvoudig samenvat – alles is voor een deel illusie.  We bouwen de wereld waarin we zelf leven. Niet omdat de wereld er niet is, maar omdat we ernaar kijken op een zodanige wijze, dat we zelf niet in staat zijn om precies te zeggen, wat er nu wel en wat er niet is. Alles wat we in onze innerlijke wereld doormaken en beleven, is een weerspiegeling van de indruk die die wereld buiten ons op ons heeft gemaakt.

Het is misschien te ver gegrepen om te zeggen dat een uittreding naar een bepaalde sfeer eigenlijk ook een illusie is, want je komt werkelijk in een andere wereld terecht; je hebt werkelijk contact met andere entiteiten. Maar de beelden zoals je ze ziet, bestaan niet. De wereld, zoals je ze voorstelt, is er eigenlijk niet. Het is allemaal iets wat meer in jezelf ligt.

Wanneer je dan bezig bent met esoterie is het misschien goed je af te vragen: wat beheerst mij, wat is er nu in mij dat bepaalt hoe ik droom, hoe ik fantaseer, hoe ik reageer, ja zelfs hoe ik mijn wereld zie en desnoods hoe ik mijn krant lees, naar de tv kijk of naar de radio luister. Want u hebt een bepaalde bias zoals dat tegenwoordig heet. D.w.z.: u bezit een mate van eenzijdigheid en u bent geneigd om al datgene, wat er in u bestaat toch weer te herleiden tot juist die bepaalde beelden en die bepaalde sporen die voor u erg belangrijk zijn.

Wanneer je weet, wat je in alle dingen meent terug te vinden, weet je ook een klein beetje wat jouw bias is, wat de vertekening is waardoor voor jou de illusiewereld een bepaalde structuur krijgt. Die wereld is eigenlijk zoiets als bij ons, je leeft in een sfeer, die sfeer is een wereld. In mijn geval misschien niet meer een wereld zoals u ze kent. Maar er zijn meer dan genoeg entiteiten, die nog in een villa wonen en die nog golf spelen of een hassebassie kiepen. Dat zit er allemaal gewoon in.

Maar de wereld waarin ik leef wordt eigenlijk bepaald door mijn eigen besef en mijn eigen denken. Sferen zijn voor een groot gedeelte toch nog wel zoiets als mentale projectie, dacht ik. In mijzelf zit de essentie van alles wat ik in elke wereld kan vinden. Als je dat begint te  begrijpen zal je ook niet meer zeggen: “Ik weet”, maar zal je zeggen: “Ik ervaar”. Dat is een heel belangrijke stap.

Op het ogenblik dat je “weten” vervangt door “ervaren”, wanneer je “zekerheid” vervangt door “ervaringsbepaling” dan ontstaat een wereld waarin je niets meer zonder meer vastlegt, waarin geen vaste lijnen en structuren meer bestaan, die steeds bepalen hoe je op al het andere zult reageren. En dan komt de werkelijkheid wat gemakkelijker naar voren toe.

Er zijn legenden en verhalen genoeg, zoals over de man die in de hel kwam en dacht dat hij in de hemel zat. Hij ging zich toen bij God beklagen en ontdekte tot zijn grote verbazing dat het de duivel was. Nu, dat komt eigenlijk in een bekend gezegde al naar voren: “Bij de duivel te biecht gaan.” De meesten van ons doen dat namelijk. Wij hebben nu eenmaal een voorstelling en alleen wat in die voorstelling past, kan voor ons goddelijk, kan voor ons lichtend, kan voor ons aanvaardbaar zijn. Maar als een groot gedeelte van onze denkbeelden in de eerste plaats duister is, dan is het begrijpelijk, dat we duisternis licht gaan noemen en dat we chaos de grote ordening noemen.

Wij zijn eenvoudig gebonden aan de inhouden van ons bewustzijn. Er is geen enkel bewijs te geven, dat er een God bestaat. Toch kun je God ervaren. Maar is geen bewijs te geven, dat zonder enige tegenspraak bijvoorbeeld het leven na de dood aanvaardbaar maakt. Of wat dat betreft reïncarnatie in de vorm waarin dit door de meesten wordt gepredikt. Je kunt het aanvaardbaar maken.

Maar ik kan ook aanvaardbaar maken, dat u allen niet normaal bent. Want de meeste mensen die zichzelf als normaal beschouwen, beschouwen bijeenkomsten als deze als bijkomstig, als iets aan de rand van het gezond verstand.

U beschouwt het als iets waar u iets kunt leren. Dientengevolge bent u niet normaal. U bent dus abnormaal. Als u abnormaal bent, dan bent u niet in staat om uw wereld te zien zoals volgens anderen die wereld moet zijn. Kunt u me volgen? Natuurlijk een drogredenering. Want ik neem nu maar heel veel dingen aan zonder ze helemaal te kunnen bewijzen.

Maar op precies dezelfde manier wordt ons door mensen van alles verteld over het hiernamaals, over reïncarnatie; wordt ons ook in de sferen van alles verteld over onze plaats, onze situatie, onze verplichtingen, onze noodzaken. En wij zijn – of we het willen of niet – die daar voor onszelf beelden bij maken, die voor onszelf het beleven voor een deel uitschakelen en voor een deel intensifiëren. Wij zijn het die – zonder te beseffen waarom – uit onszelf iets maken wat er niet is. We maken van onszelf een illusiegestalte.

Begin je te realiseren hoe weinig absolute zekerheden er op deze wereld bestaan. Zelfs waar een wetenschappelijk bewijs wordt geleverd is het vaak nog niet aannemelijk te maken anders dan door op waarschijnlijkheid te duiden, dat de uitleg die je geeft aan het geconstateerde fenomeen de werkelijke is, de juiste is. We hebben geen zekerheid. De enige zekerheid die we bezitten ligt in ons zelf en in ons zelf is ze voor een groot gedeelte nog gebaseerd op illusies.

Dan moet je een keuze maken. Ik zou die keuze voor mij zelf – ik kan het niet voor u doen – willen omschrijven als: ik zoek in mijzelf kracht maar ook licht en vreugde te vinden. Wanneer ik iets van die krachten in mezelf meen te ontdekken, in de wereld buiten mij denk werkzaam te maken, dan heb ik daarmee in ieder geval bewezen, dat er voor mij tussen de innerlijke wereld en de uiterlijke wereld een eenheid is ontstaan. Wanneer ik mezelf los kan maken van alle dogmatiek, van alle zgn. rechtlijnigheid van denken – want rechtlijnigheid in het menselijk denken betekent zo kronkelen tussen de feiten door, dat je toch gelijk krijgt – dan zijn we gewoon bezig – of we het toegeven of niet – om voor onszelf onze eigen waarheid te ontdekken. Dat mag een illusie zijn. Maar mijn eigen waarheid; of ze illusie is of ­niet, is iets waarmee ik zal moeten leven tot ik de werkelijkheid achter die illusie heb gevonden. Zoek dan in je innerlijke weg allereerst eens naar de werkelijkheid in jezelf. Vraag je eens af, wat voor illusies maak ik me over mijzelf? Waarom vertaal ik dit zus en dat zo? Waarom doe ik dit wel en dat niet?

Het klinkt allemaal een beetje kinderachtig, dat weet ik wel. Maar toch, wanneer je dat niet doet, hoe wil je erachter komen wat er eigenlijk in jezelf leeft? Je hebt uiterlijk misschien een samenhang en een geloof aanvaard. Maar wat geloof je werkelijk in jezelf? Wat is die enige zekerheid waar je niet omheen kunt? Geef daarop antwoord. Je hebt iets gevonden wat niet alleen jezelf, maar eigenlijk je wereld, je hele bestaan voor jou omschrijft.

Wie zichzelf niet kent, kent niets. Wie alle uiterlijkheden beheerst en zichzelf niet kent, kent slechts dwaasheid. Maar wie zichzelf kent en uit zichzelf, rond zich erkent heeft de eerste schrede gezet op een pad naar wijsheid. Hij is de eerste geweest voor zich in zijn wereld, die zich los gaat maken van illusies en uit de illusies opstijgt naar een andere wereld, naar een andere kracht, naar een andere mogelijkheid.

Ik zou willen zeggen: Mensen, ook wanneer je innerlijke zekerheid een droom is, is het van groot belang dat je die droom vindt. Want wanneer je de innerlijke droom, de innerlijke werkelijkheid van een mens nog eens gaat misvormen om haar aan te passen aan wat je buiten je veronderstelt of wat er werkelijk is, wie zal dat zeggen, dan is het bijna zeker, dat je nooit iets werkelijk, iets wezenlijks van de dingen zult kunnen erkennen.

Esoterie is niet alleen maar de weg naar het innerlijk altaar. Dat is maar een mooie, vrome voorstelling die ongetwijfeld is ontstaan toen de Graal‑legenden voor het eerst verteld werden. Het is juist de weg zoeken naar dat ene punt waarop je durft en kunt erkennen: ”ik weet niet zeker” en juist door je twijfel, de relatie vindt met iets wat echt is, wat werkelijk is.

Het is natuurlijk gemakkelijk te zeggen – en hoe vaak zult u het niet gehoord hebben? – “Alles is Maya, alles is begoocheling.” “Alles is begoocheling”, is natuurlijk waar. Maar wanneer u denkt dat u weet dat het begoocheling is, is dat misschien weer een begoocheling op zichzelf. U weet nooit waar de goochelarij ophoudt.

Wat kun je anders doen dan je afvragen: “Wat ben ik?” Eenieder heeft zijn eigen zekerheden. Ik spreek alweer voor mijzelf als ik zeg: mijn zekerheid is dat er een bestaan is na de dood; want ik ben dood en ik leef. Of dat voor u ook zo’n zekerheid is, of alleen maar een vaag vermoeden, hoop of een vrees, dat is uw zaak. Daar kan ik dan niets aan doen.

Ik weet dat er werelden zijn, die na de dood bestaan, of je ze nu wilt omschrijven als andere dimensies of andere bewustzijnstoestanden of hoe dan ook, ze zijn er. In die werelden leef je. In die werelden heb je een voertuig, je bent een gestalte. Niet de gestalte zoals u hier heeft. De eerste gestalte die u aanneemt als u in de zomerlandsfeer zit, is ook weer een illusie. Het is namelijk de schoonheid die je in jezelf altijd hebt gevonden, maar die een ander nooit zag. En die ga je dan als gestalte aannemen. Maar er is een voertuig, er is iets.

Mijn zekerheid is: leven of dood – er is iets dat zich in vele vormen en daardoor werelden manifesteert. Maar de waarheid kan niet liggen ín die werelden; dat kan alleen liggen in datgene wat zich manifesteert. Daarom moet ik die innerlijke weg gaan zoeken.

Verder zijn er natuurlijk vele theorieën. Je kent ze allemaal wel: de kracht, die wij ontlenen aan de sferen, om niet te spreken over het zwaard dat wij gelaten hanteren. Of het nu het gouden zwaard is of het zilveren; het zijn allemaal mooie voorbeelden, het zijn uitdrukkingen van iets; er zijn krachten. Maar weten wij wat die krachten zijn? Neen. Toch ervaren wij die krachten. Toch hanteren wij die krachten.

Het feit dat wij een innerlijke kracht kunnen gebruiken om een mens te genezen, om misschien iets te doen op afstand, betekent nog niet dat we weten wat die kracht is. Ook hier weer een onzekerheidsprincipe.

Esoterie is de erkenning van de onzekerheden om door voortdurend meer erkende onzekerheden terzijde te schuiven, tot een kern te komen waarin onze persoonlijke zekerheid voorlopig vastligt. Wanneer wij die gevonden hebben, hebben we de krachtbron gevonden waaruit we putten. Dan hebben we de God gevonden die we zoeken of aanbidden. Dan hebben we de eenheid met alle werelden gevonden en misschien zelfs een kosmische verbondenheid, wie zal het zeggen?

Ik weet het: het is somber. Een mens heeft zo graag zekerheden, maar we hebben helaas geen waarheid met garantiestempel. Als ik u een formulier geef en er staat een garantiestempel op “Dit is de Waarheid”, dan moet u het nog maar aannemen, want u weet niet waar het stempel vandaan komt. Begrijpt u wat ik bedoel?

Dus laten we a.u.b. reëel zijn de enige zekerheid die we hebben, is dat we bestaan. Wat de kern is van ons bestaan, moeten we ontdekken. Wanneer we de kern van ons bestaan eindelijk gevonden hebben, bezitten we misschien niet de waarheid, maar we bezitten voor onszelf datgene, waarmee we eindelijk de waarheid en de werkelijkheid kunnen benaderen.

Het is gemakkelijk genoeg om van buitenaf te praten. Als ik u zeg, dat u zich in uw wereld toch heus geen zorgen hoeft te maken, dan kan ik mij voorstellen, dat iemand denkt: “Tja, maar hoe zit het dan met die ambtenarenkorting van 31/2%, zal het een staking worden? Wat zal de post doen? Wat zal het spoorwegpersoneel doen? En wat zal de politie doen? En de brandweer?”

Je denkt nu aan deze dingen. Maar wat zijn ze van betekenis in de eeuwigheid? Dit wordt altijd gezegd als troost: “Ach, vergeet uw zorgen van vandaag; ze betekenen niets in de eeuwigheid.” Maar onder­tussen zit je er maar mee. Nu is de vraag, die we ons moeten stellen deze: “Zijn onze problemen zoals we er vandaag mee denken te zitten wel de werkelijke problemen? Wat zijn onze dromen, onze verwachtingen of angstdromen? En wat zit daarachter, wat is de kern van mijn bestaan?”

Dan zeg ik u: wanneer u uiteindelijk doordringt achter alle gebeurtenissen. Wanneer u eindelijk die waarheid benadert, dan heeft u voorlopig het gevoel dat u in de buizenpost terecht bent gekomen. U schiet van hot naar her, zonder te weten hoe. U ontdekt dat u gedreven wordt en u weet niet waarom. Pas als u eindelijk aan een eindpunt komt en u niet bezighoudt met wat u daar ziet, maar met de boodschap die in uzelf verborgen ligt, dan weet u misschien waarom u die weg hebt moeten afleggen.

Dat brengt mij op een punt dat ook weer geloof is. Ik kan het niet bewijzen, ik denk het alleen maar. Als ik zeg: een boodschap die in ons verborgen is, dan heb ik het gevoel dat het werkelijk zo is. Niet een opgerold papiertje met: de minister‑president heeft weer een fout begaan of zo; maar een soort omschrijving van wat we zijn; misschien een opdracht. Die opdracht zal nooit luiden: Je moet de wereld verbeteren. Hoe jammer dat voor menige wereldverbeteraar is.

Die opdracht zal door alle tijden heen zijn: “Zal je dit of dat zijn?” Die boodschap in ons is een bepaling van ons wezen en daardoor de bepaling van ons lot in misschien talloze incarnaties en de hemel weet hoeveel sferen. Het lezen van die boodschap lijkt mij erg moeilijk. Ik heb het al eens geprobeerd. Het enige waar ik achter kom, is dat je alle tijd hebt die maar denkbaar is, dat er nooit haast is. Maar dat je aan de andere kant zo lang je bestaat een bepaalde taak vervult. De een zal misschien dingen moeten neerschrijven, een ander zal lering moeten geven.

Weer een ander zal eigenlijk hoofdzakelijk bestaan als tegenstelling tot de mensen die alleen maar positief zijn. Hij zal negatief moeten zijn, dat is ook een taak. Misschien is er iemand bij die het kwaad moet bestrijden en aan de andere kant iemand die het kwaad juist tot stand moet brengen. We weten eenvoudig niet wat de opdracht van de ander is.

In jezelf lees je een bepaalde schriftstructuur. Het enige wat ik tot nu toe van mijzelf heb gelezen is dat ik voorlopig nog wel even kan doorgaan voordat ik weet, hoe ik datgene moet vertellen, waarvan ik vermoed dat het waar is. Misschien dat we door die innerlijke waarheid tenminste te benaderen – nogmaals, onze innerlijke waarheid en niet een kosmische – het verband in de kosmos waarvan we deel zijn gaan beleven. Als we dat gevonden hebben, dan hebben we niet alleen de verklaring gevonden voor idem zoveel levens op aarde en zoveel levens in de geest dan hebben we de verklaring gevonden voor datgene, wat we uitdrukken in alle werelden en toestanden waarin we verkeren. Ik denk dat als je dat eenmaal begrijpt, je iets uitdrukt, dat je je eigen wezen ook gemakkelijker kunt ontdoen van allerlei illusies.

Ik weet hoe het gaat en u waarschijnlijk ook. We meten ons graag een gezag aan of een gevoel van beter zijn dan anderen, of misschien ook wel een verontschuldigende nederigheid, waardoor ons tekortschieten op zich een verdienste wordt daar we er ons niet op beroemen. Waar vind je die mensen tegenwoordig nog?

Alles en alles wat we doen is het opbouwen van een verklaring; niet voor de werkelijkheid van ons wezen maar voor de afwijkingen die we per wereld waarin we vertoeven menen te mogen veronderstellen t.a.v. anderen. Kunnen we dat verschil niet wegpraten, dan zullen we het misschien proberen om te praten tot een deugd, een verdienste een zending en een noodzaak.

Maar we zijn gewoon bezig het te vervormen, we kunnen het feit niet aanvaarden. Daarom moet je die innerlijke weg, die esoterie toch wel erg serieus nemen. Dan kan het helemaal geen kwaad als je regelmatig mediteert en contempleert of wat je verder wilt doen. Dan kan het natuurlijk geen kwaad als je bepaalde riten gebruikt. Maar die dingen zijn niet de werkelijke zin, de werkelijke betekenis. Ze zijn alleen maar de rationalisatie van het in jezelf vastgelegde, dat niet als beleving maar wel als wereldrelatie voor jou onvermijdelijk is.

Wat ik werkelijk ben en beteken erken ik meestal niet. Dat zal bij u ook wel zo zijn. Maar je hebt jezelf een beeld gemaakt van wat je zou moeten zijn en zou moeten betekenen. Daardoor ben je echter niet meer in staat te zien wat je wezenlijk betekent. Daardoor vlucht je a.h.w. voor de waarheid omtrent jezelf weg. Dat hindert allemaal niet, want of je het nu erkent of niet erkent, je zult een en diezelfde taak, een en diezelfde situatie herhalen en blijven herhalen. Je zult een en dezelfde ontwikkeling steeds weer tot stand blijven brengen. Niet omdat je dat wilt en niet omdat je het zelf zo beschouwt, maar gewoon omdat dat de aard is van je wezen.

In elk contact met de kosmos, in welke sfeer, wereld of beperking of totaliteit dan ook, heb je de ingebouwde boodschap, heb je die ene onontkoombare opdracht die je waar zult moeten maken. Ik denk, dat wanneer je je bezighoudt met esoterie, het zoeken naar die waarheid het meest belangrijke is. Wil je die waarheid vinden, dan moet je bereid zijn je zogenaamde zekerheden eens opzij te zetten. Want driekwart van je zekerheden is zelfmisleiding en een kwart van jouw zekerheden is uiteindelijk een rationalisatie, die ten doel heeft je beeld van jezelf te handhaven.

Bekijk het eens zo en durf dan toch aan esoterie te doen. En niet alleen met mooie woorden en mooie toespraken, want die kun je overal krijgen. Het is tegenwoordig zelfs moeilijker om uit te maken of het de dominee is of de pastoor, de minister‑president of iemand anders die daar aan het woord is. Ze zalven allemaal. Het is misschien een zalfje voor uw ziel als het hoog is, maar die dingen zijn geen echte esoterie. Echte esoterie is wat ik hier zei. Echte esoterie is wat u als resultaat daarvan in uzelf kunt ervaren en wilt ervaren

De weg naar binnen toe kan nooit aan de hand van uiterlijkheden bepaald worden. Maar misschien dat onze twijfel aan onze zekerheden, aan allerlei uiterlijke situaties en toestanden zoals wij die nu accepteren, het begin is van een erkennen dat er in ons een waarheid bestaat. Het erkennen van die waarheid zal ons dan uiteindelijk voeren naar het schijnbaar onbestemde. De voortdurende reis die maar schijnt voort te gaan, maar waarbij je soms stopt. Dan is er even licht en in dat licht kun je dan lezen wat er in jezelf geschreven staat, de opdracht of de taak die de kern is van je wezen, die de zin van het bestaan is van je ziel en alles wat er mee samenhangt.

Dat was dan heel veel filosofie voor mij. En voor een inleider misschien nog een zware brok ook.  Ik heb geprobeerd om de tijd, die ik met u moet doorbrengen omdat een gastspreker gemiddeld nu eenmaal niet zo lang doorkomt, zo te gebruiken dat ik u iets kon vertellen.

Nu weet ik wel, dat ik meer over mijzelf heb gezegd dan over u. Maar wanneer u kunt onthouden dat het u precies zo gaat; dat wanneer u over de dingen praat, u eigenlijk over uzelf praat, dan hebben we misschien toch iets bereikt. Dan weten we, dat we in anderen luisteren naar onszelf, Dan weten wij, dat we ziende in de wereld, proberen ons­zelf te zien. Misschien beseffen we dan dat wij uiteindelijk door het “zijn” te erkennen de enige werkelijkheid van ons bestaan benaderen.

Als u er niets mee kunt doen spijt het me, maar het is slechts de inleiding. Men kan altijd hopen dat er iets beters komt.

Degene die komt, is een heel eigenaardige figuur. Hij zal wel enige moeite hebben om zich te stabiliseren, denk ik. Maar dat weet je bij die geesten nooit zeker, nietwaar. Wat hij u zal zeggen zal in ieder geval iets zijn wat zijn waarheid is. Onthoudt u dat goed. Zijn waarheid. Misschien dat zijn waarheid u kan helpen iets van uw waarheid te vinden. Ik hoop voor u dat dat waar is.

De Gastspreker

Vergeeft u mij, dat ik even moet wennen; het zit niet erg gemak­kelijk.

De kern van het bestaan is een voortdurende verandering. Niets blijft gelijk. Alles wisselt en toch blijft het geheel zichzelf. Leven is deel uitmaken van de beweging en deel zijn te midden van steeds wisselende delen in een geheel dat zichzelf blijft.

De kracht die ons soms ontbreekt die we soms in grote intensiteit beleven, is deel van onze beweging. Zij is het residu van onze verandering t.a.v. anderen. Dit betekent, dat wij alle kracht van het geheel der beweging in onszelf dragen op het ogenblik dat wij bewust deel uitmaken van de beweging en onze beweging voor onszelf omzetten in kracht.

Leven is een wonderlijke reeks verschijnselen. Ik ontdek nu hoe moeizaam bepaalde vormen van leven zijn geweest. Maar elke vorm waarin je leeft lijkt je de enige te zijn. Je weet dat er andere zijn, dat andere mogelijkheden bestaan. Maar dat wat je op een ogenblik bent, schijn je te behouden als het enige middel om het Al te beoordelen.

Ik heb vele van die veranderingen doorgemaakt. Ik heb zeer veel verschillende werelden met al hun eigen krachten en hun eigen wetten beleefd. Toch was ik alleen maar een beweging te midden van het in zich onveranderlijke. Dit te beseffen is het eerste begin van vrede.

Er zijn filosofen en mystici die proberen de staat van samadhi te bereiken. De toestand van niet‑zijnde zijn. Ze proberen de bewegingloosheid te bereiken te midden van de voortdurende verandering. Voor hun beleven is dat groots, is dat lichtend. Maar gelijktijdig vergeten zij daarbij dat de verandering voortgaat. Toch, wie deze toestand bereikt heeft en terugkeert, beschikt vaak gedurende enige tijd over krachten, die voor anderen ongebruikelijk zijn. Door de eigen bewegingloosheid is men sterker dan ooit geconfronteerd met de veranderingen die rond je zich afspelen. Het zijn deze veranderingen, nu plotseling beseft en daardoor innerlijk waargemaakt, die dan deze krachten tot stand brengen.

Een werkelijke rust, een werkelijke vrede bestaat in wezen niet. Datgene, wat wij zijn zal zich blijven bewegen tot er geen beweging meer bestaat. Maar ons besef kan zich verplaatsen van de bewegende delen naar het onveranderlijke dat wij tezamen voortdurend vormen. Dit nu is de ware toestand van rust, waarbij men steeds weer terug kan keren, waarbij men steeds weer in vele vormen deel kan uitmaken van het bewegende spel zonder daarbij de eenheid te verliezen. Streven naar dit doel lijkt mij voor elk wezen dat bewustzijn kan bezitten de uiteindelijke bestemming te zijn.

Velen, die enkele werelden van u verschillen, proberen u duidelijk te maken hoe u naar hun wereld moet komen. Maar in de beweging is hun wereld al verdwenen voordat u een toestand bereikt, waarin uw soortgelijke wereld kan ontstaan. Streven in deze zin is dwaasheid, hier spreek ik uit een zeer bittere ervaring. Streven naar gebeuren betekent alleen maar streven naar een verandering in dat wat zichzelf verandert. Het is voor jezelf soms zinrijk maar in het geheel betekenisloos.

Maar zoeken naar een begrip voor het geheel, steeds weer proberen te beseffen, dat elke verandering die je zelf doormaakt en ondergaat, je ook gelijktijdig in een ander contact brengt met iets wat toch in zich onveranderlijk is, lijkt mij de juiste weg te zijn.

Het is niet zo moeilijk om een ogenblik kracht te ontplooien, om voor een ogenblik een wijsheid te vinden die past hij een bepaalde wereld. Dit ligt uiteindelijk opgesloten in de voortdurende verandering wanneer je daarvan voor een ogenblik deel uitmaakt. Maar wanneer je beseft hoe weinig belangrijk het is, weet je: ik vervul een bestemming, ik veroorzaak geen werkelijke verandering. Het besef dat er weinig verandert kan heel veel betekenen voor hen die steeds streven naar volmaaktheid.

In het verleden was er een wolkendek en onder dat wolkendek was een trage wereld die altijd grauw was. Maar in die grauwe wereld leefden wezens zo groot en zo sterk, dat ze u nu zelfs door hun overblijfselen nog vervullen van verwondering Het wolkendek werd doorbroken. Sommige mensen noemen dat een zondvloed, men geeft er andere namen aan, het leven werd kleiner en het tempo van leven werd sneller. Eenieder die nu terugkijkt zegt: “Er is veel veranderd.”

Maar leven dan niet diezelfde bewustzijnen ook in uw wereld verder? Is uw wereld werkelijk veranderd? Of zijn er alleen maar wat uiterlijkheden tijdelijk verschoven? Misschien komt er weer een tijd dat het dichte wolkendek de aarde weer toedekt, dat de broeikas beneden gewassen doet uitdijen tot enorme voor u onvoorstelbare grote vormen; dat alles schijnt te veranderen. Dan komt er misschien een tweede zondvloed of een vergelijkbaar gebeuren.

De nevelen en wolken worden doorscheurd, andere stralen en trillingen treffen het aardoppervlak, grote vormen verdwijnen, het tempo van leven wordt sneller. Zo kan dat vele malen gaan. Wat is er veranderd? In feite niets. Zeker, de emoties en de driften van eens worden nu sneller en in veel grotere opeenvolging binnen één tijdseenheid beleefd. Dat is waar. Maar een leven blijft een leven. In het bestaan blijft de invloed van het een op het ander in alle verandering gelijkwaardig. In zeven dagen, zo leert men u, werd de wereld geschapen. De laatste dag is nog niet voorbij, dat is de waarheid. Er zijn fasen, maar wat u voorkomt als een onmetelijk gebeuren na grote spanne tijds is minder dan een kwart eeuw van een uur van uw ene dag; minder soms dan een minuut, minder soms dan een seconde.

Het enige wat blijft is de beweging, is de verandering. De zin van het geheel ligt in het samenspel van de veranderingen. De onveranderlijke eenheid die daardoor wordt geschapen, het zoeken naar het kleine gebeuren, is een spel, hoe ernstig soms ook beleefd. Erkennen van het grotere gebeuren is de reis van het bewustzijn door de tijden tot de tijdloosheid en werkelijkheid. Wij zijn reizigers naar de werkelijkheid.

Als de wereld nu bedekt is met de dikke wolken, de overmaat aan stikstofoxide zoals het tegenwoordig heet, of als uw wereld kaal en vlak is gejaagd door de laatste stormen zoals op bv. Mars, dan zijn deze dingen vergankelijk. Dit zijn steeds weer perioden waarbij een terugkeer mogelijk is. Wanneer een ster sterft in het heelal wordt elders een ster geboren. Wanneer een planeet zijn leven verliest ontwaakt op een andere planeet een nieuw bewustzijn. Dit zijn schijnbaar de regels van het spel van beweging en verandering.

Weten hoe onbelangrijk je bent heeft weinig zin. Weten hoe belangrijk je bent is veelal waanzin. Maar weten dat je verandert of je wilt of niet, weten dat jouw wereld en al wat je kent, elke sfeer die je betreedt, gegrepen is in de voortdurende beweging, de verandering, is het begin van waarheid.

Je kunt door vele werelden gaan, door rotsige tuinen, over barre hoge weiden, staan in de gangen, kijkend naar een paradijs, de wereld waar de dieren wachten tot ze terugkeren. Je kunt gaan door de poorten van de strijders en zien hoe zij zich aangorden met hun vreemde kruizen en de aan hen verbonden zwaarden. Je kunt gaan door de poorten van goud, van lood, van zilver. Elke poort openbaart je iets. Je verandert.

Wie door de poort gaat die ik doorschreden ben, zal nooit meer dezelfde zijn. Maar de verandering zelf is vastgelegd. Ik ben niet meer of minder geworden dan ik was, alleen mijn besef heeft ruimte samengevat, heeft de jaren gecomprimeerd en vaag de vormen gezien van een leven dat alle schijn van beweging en verandering omvat.

De wegen gaan is altijd iets, dat je zelf zal moeten doen. Werelden betreden vloeit voort uit je eigen besef, maar je verandert niet omdat je wezen gelijk blijft. Maar de wereld verandert. Je bent in beweging. Je relatie met het andere verandert. Het is in deze verandering dat wij tijdelijk de zin van ons bestaan menen te erkennen. Het is in onze verbondenheid aan deze verandering dat wij niet kunnen inzien, dat onze beweging belangrijk is en niet de vormen waarin ze zich voor ons openbaren.

Eerst wanneer je werkelijk uit eigen beseffen, hoe vaag ook, kunt zeggen: “er is een God” begin je te begrijpen. En eerst wanneer je vaag misschien maar in jezelf kunt beseffen dat die God deel is van jou omdat jij een deel bent van die God en dat het gebeuren tezamen het beeld vormt van die God, die je in jezelf erkent, begin je misschien te ontwaken tot werkelijkheid. Maar werkelijkheid kent de zwakheden die mensen binden niet. Verbondenheid, gelijkheid van verandering en beweging bestaan tot in de hoogste orde.

Maar de verbondenheden die men liefde of haat noemt, zijn tijdelijke verschijnselen. Ze zijn voorstellingen die je beheersen en die de feiten niet weergeven. Je denkt vaak: ik kan mijn wereld veranderen. Maar je kunt alleen jezelf veranderen. De cyclus der beweging gaat voort. Wie zijn besef verandert, verandert niet de baan die hij aflegt, maar zijn erkenning van verbondenheid met hetgeen waarin die baan is bepaald.

Je bent meer en je bent minder dan je denkt. Meer omdat de tijdloze beweging tot het laatste toe je zal blijven voortstuwen. Minder omdat wat je denkt te doen, voorbijgaat, niet blijvend is, vluchtiger is dan een groet uitgewisseld tussen reizigers, die in tegengestelde richting in snelle voertuigen elkaar passeren. Wat over blijft is het weten. Wat blijven zal is het wetend‑ik‑zijn.

De schijn van chaos en vorm is het ik, omdat het verbonden is met het altijd gelijkblijvende. U denkt dat u zwak bent. Wees stil in uzelf en ontdek uw kracht. Gedenkt dat ge machtig zijt. Wacht een ogenblik tot uw droom verwaast is en zie hoe weinig u tot stand hebt gebracht.

Betekenis nu is voor u belangrijk. Juist in dit voertuig besef ik dat eens te meer. Maar die betekenis heeft alleen zin wanneer ze voortvloeit uit hetgeen ge werkelijk zijt; uit de voortdurende beweging en verandering waardoor u altijd weer wordt gemaakt tot deel van het Ene dat onveranderlijk is.

Zoek uw wegen zo ge wilt, ge zult niets veranderen. Beleef uw leven zoals ge wilt, niets zal zich wijzigen buiten uw bewustzijn. Maar zoek de zin te vinden in het veranderen, in het bewegen en ge zult het onveranderlijke leren kennen waarvan ge deel zijt. Wees niet bang om te veranderen. Sta stil wanneer ge wilt, zo lang ge kunt. Maar bovenal besef: ”ik ben deel van een geheel”. Het geheel van alle verandering en beweging staat vast, ongewijzigd door alle tijden. Het is mijn taak dit te beseffen en mijzelf te vinden als een deel van dit geheel, dat in zich onveranderlijk gebouwd is uit de verandering.

Wat kan ik hier nog meer aan toevoegen? U zult uw wegen gaan, uw dromen dromen. U zult uw wereld zien veranderen en uzelf zien veranderen en ge zult de gelijkheid van waarden vergeten. Maar ik heb getracht diep in uzelf dit besef vast te leggen opdat ge weet: wanhoop is dwaasheid, hoge verwachting is dwaasheid. Maar Zijn als deel van Al is waarheid en waarheid is de vreugde die ons verheft boven alle veranderingen en die ons deel maakt van het blijvende, verdergaande zelfs dan het proces van verandering ooit kan gaan.

Uitverkoren zijn wij, niet tot een bepaalde bestemming, maar tot ontwaken naar waarheid.

Vergeef mij dat ik hier de behoefte gevoel een voor mij zo lang ontwend voertuig achter te laten. Ik weet dat het dwaasheid is. Dat kan mij niet waarlijk beroeren. Maar als ik spreek door eer voertuig, maak ik mijzelf weer tot deel van een proces van verandering en daaraan zou ik mezelf willen onttrekken.

Wat ik u gegeven heb, is het uwe als het deel wordt van uw wezen. Zo niet, dan zal de weg van veranderingen u datgene geven, wat voor mij nog niet te schenken of te openbaren was.

Tot wij allen onze verbondenheid beseffen, groet ik u.