Vorming

uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 2) – november 1980

Vorming

Er is een oud verhaal. Als je honderdduizend apen aan honderdduizend typemachines zet en je laat ze allemaal honderd weken achter elkaar tikken, dan is er altijd wel één bij die precies letter voor letter het hele werk van bv. James Joyce (een Iers schrijver) of van een andere auteur reproduceert. Daarmee wil men zeggen dat het toeval zelf soms ordening produceert en wel naarmate de chaos groter is. Dit is een aspect waar men heel vaak overheen kijkt. Men gaat uit van het standpunt; er is ordening en dan kan er dus geen chaos zijn. Maar er kan een daarachterliggende chaos zijn die altijd blijft bestaan en waaruit soms als bij toeval ineens een geheel geordend systeem of een geordende reeks uit voortkomt. Nu denkt de mens, dat is geleerd, dus dat kunnen wij herhalen. Dat dit niet helemaal juist is, zal u ondertussen wel duidelijk zijn geworden. Men kan het verleden niet terugroepen.

In onze beschouwing van het karakter van chaos (het ongevormde) worden wij steeds weer geconfronteerd met toeval. Maar is het toeval wel zo toevallig als het lijkt? Als wij toevalsberekening toepassen (een systeem dat de mensen op aarde gebruiken o.a. voor verzekeringen en dergelijke zaken), dan komen we tot de conclusie dat we niet kunnen zeggen waar de kansen liggen, maar wel met zekerheid kunnen zeggen dat ze er liggen. Wat meer is, als we een berekening maken over een groot aantal mensen, dan kunnen we zelfs zeggen wie van hen zal omkomen door een verkeersongeval (dat zijn er zoveel en zoveel zullen er omkomen door ziekte en zoveel zullen een gemiddelde leeftijd halen van zoveel jaar. Dat klinkt een beetje vreemd, als wij dat in de moderne wereld willen injecteren om zo een beschouwing te krijgen over het vormend element.

Maar laten wij eens eerlijk zijn. Er is leven ontstaan op aarde. Is dat geen enorm toeval dat het leven op aarde zich heeft ontwikkeld totdat u eindelijk met uw handen zwaaiend op twee benen rondloopt en vol gewichtigheid uzelf uitroept tot het voornaamste deel van Gods schepping in de kosmos? Hoeveel toevalligheden zijn daarvoor nodig geweest? Hoeveel kans, denkt u, zou er zijn dat juist deze ontwikkeling zou plaatsvinden? Ik denk, dat u een ontzettend aantal nullen achter de 1 moet zetten voordat u ook maar een heel klein beetje daar in de buurt komt.

Toch is de mens ontstaan. Toch zijn er perioden geweest waarin een zonne‑uitbarsting door harde straling ineens een verandering teweeg heeft gebracht in de chemische brij die toen nog een zee was. Steeds weer zijn er veranderingen geweest van klimaat, veranderingen van omstandigheden waardoor organismen zich moesten specialiseren.

Dan zegt u waarschijnlijk. Ja, maar dat heeft miljoenen jaren geduurd. Dat is misschien wel enigszins waar, maar wij weten dat er ook perioden zijn geweest die in verhouding zeer kort waren. Het uitsterven van bv. de sauriërs heeft waarschijnlijk plaatsgevonden binnen ongeveer 150 jaar.

Er kan in een korte periode ook iets gebeuren. Zoals wij op dit moment worden geconfronteerd met de wereld, zien wij over het hoofd dat er zoveel verschillende veranderingen gaande zijn dat het wel lijkt of er een leger waanzinnige apen zit te typen, maar dat een enkele van hen toch een perfect werk zou kunnen leveren. Verandering is namelijk iets dat zich niet alleen voltrekt buiten ons, maar vooral in ons. De preferenties die we hebben zijn niet helemaal rationeel; het is niet redelijk.

Uit een andere lezing weet u waarschijnlijk: de mens heeft nu eenmaal een gevoelswereld en hij heeft een rationele wereld. Die twee bepalen samen eigenlijk wat hij doet in zijn echte wereld. Dat is inderdaad zo. Wij worden door de verandering van onze gevoelens geleid in een bepaalde richting van denken en ageren. Ofschoon de factoren die daartoe bijdragen vaak toeval kunnen worden genoemd (wij kunnen niet eens zeggen; het is een zekerheid of een waarschijnlijkheid, moeten we toch toegeven dat die veranderingen in een bepaalde richting gaan. Het wonderlijke is, dat chaos in zich het element van vorming bergt en dat dat element van vorming zich manifesteert in een voortdurende verandering.

Laten we even kijken naar de wereld van vandaag, dat is het gemakkelijkst. Wij hebben gezien dat er een toenemende mate van ontkerstening is geweest. Steeds minder mensen zijn bereid om een volledig kerkelijk gezag zonder meer te aanvaarden. Steeds minder mensen zijn bereid om heilige boeken te beschouwen als het enig echte leidsnoer voor de werkelijkheid. Aan de andere kant zien we echter dat er allerlei sekten opkomen. Als we kijken, niet naar het karakter van die sekten, maar naar hetgeen zij pretenderen te geven, zoals onder ons gezegd ook de oude geloofsvormen iets pretenderen te geven dat ze ook niet helemaal kunnen waarmaken, dan komen we tot de conclusie dat hier wel degelijk een gevoelsverandering bij een groot gedeelte van de mensen een rol speelt. Dat is interessant.

Als iemand gaat naar the Church of Scientology of naar de een of andere goeroe, dan blijkt dat iemand daar de mogelijkheid zoekt om meer zichzelf te worden. Dat kan nooit gebeuren, als die mensen zich in de wereld niet vervreemd gevoelen van hun eigen persoonlijkheid. Die verandering is op gang gekomen omdat er een scheiding is gekomen tussen de wereld en de mensen. Wij hebben daarover aan het einde van de vorige lezing reeds iets meer gezegd. Wij hebben gezegd: De technologie is de mens gaan domineren. Maar de mens die wil zich niet laten domineren zonder meer. De mens wil meewerken, wil mee bepalen en hij wil zeker niet het slachtoffer worden.

Dat heeft ons in godsdienstig opzicht geleid tot een wijze van denken waarbij de onderwerping, die op dat ogenblik overal steeds weer werd gepredikt, inclusief de heilige oorlog (er is nog iemand die dat tegenwoordig nog doet) werd vervangen door een zelf willen beslissen. Want het eerste dat je altijd weer probeert te veranderen, is je relatie tot de wereld.

De mens weet het niet, maar hij voelt het ergens aan. De wereld is niet datgene wat voor mij belangrijk is, maar misschien zie ik de wereld verkeerd. Misschien moet ik anders ageren en reageren in de wereld. Dan kan ik mijzelf wel waarmaken. Dan kan ik wel beantwoorden aan alle dromen en gevoelens die in mij leven. Zo gebeurt het dan dat de mens zich losmaakt allereerst van het idee dat er een onfeilbare en vaste waarheid bestaat. Integendeel, hij zoekt een eigen wereld waaraan hij zich volledig kan overleveren. Omdat hij beantwoordt aan hetgeen hij innerlíjk voelt, wordt het voor hem belangrijk.

Kijken wij nu eens naar de techniek. Daar zien we precies hetzelfde. Het is niet voor niets dat er tegenwoordig een grote weerstand is tegen computers e.d. Dan denkt u dat het gaat om de werkgelegenheid. De werkloze maakt zich misschien zorgen over de werkgelegenheid en wel te meer naarmate zijn uitkering minder wordt. Maar in werkelijkheid maakt men zich daar niet zo druk over. Het gaat om heel iets anders.

De mens is een denkend wezen. Hij wil zelf denken. Hij wil zelf combineren. Hij wil zelf a.h.w. de verfijning van beheersing demonstreren. Als dat door machines gebeurt, dan staat hij ernaast. Hij heeft dan niets meer. Hij is plotseling iets van zijn meerwaardigheid kwijt, iets van zijn mogelijkheid om zich te bewijzen als de top van de schepping op dit ogenblik in deze wereld. Dan is de verandering die in de techniek plaatsvindt eigenlijk een veelbetekenende. Naarmate in de techniek meer mogelijkheden worden geschapen om alles automatisch te laten verlopen, krijgt de mens steeds meer de mogelijkheid van zekerheden en juistheden.

U neemt het rekenmachinetje. Dat bespaart u het uit het hoofd rekenen. U heeft een elektrisch polshorloge. Dat blijft gelijklopen en u behoeft het niet eens op te winden. Het zijn allemaal kleine dingen. U accepteert die omdat ze geen werkelijke verandering in uw leven betekenen. Maar dadelijk komt er eenzelfde soort machientje dat veel nauwkeuriger dan u alles controleert wat er op de band voorbijschuift. Of er komt een machientje dat een eenmaal vastgelegde beweging met veel grotere precisie en in een veel hoger tempo steeds kan herhalen dan het voor u ooit mogelijk zou zijn. En dat is nu het punt waar het om gaat.

De mens wil aan de top blijven. Het is duidelijk, dat als de techniek in die richting gaat, de mens zich moet aanpassen. Maar die aanpassing is emotioneel niet mogelijk zonder dat er gelijktijdig grote veranderingen komen in het menselijk denken. Een van de kreten, die in deze toch wel chaotische tijd steeds weer worden gehoord is; homo ludens (de spelende mens), die door een vriend van mij homo loeder werd genoemd en niet geheel ten onrechte. Spelen is voor een mens niet iets echts. Spelen heeft geen blijvende gevolgen. Een prestatie is leuk, maar ze moet ook beloond worden, ze moet erkend worden. Als het alleen maar een spelletje is, is het niet aardig meer.

De mens zal moeten zoeken naar nieuwe gebieden, nieuwe terreinen waarop hij wel kan manifesteren wat hij waard is, waarmee hij kan bewijzen dat hij toch meer waard is dan een computer. En als het erop aankomt, kunnen zijn producten toch een meer persoonlijke betekenis en waarde hebben dan alles wat geheel mechanisch of elektronisch wordt vervaardigd. Dit betekent dat u zich op het ogenblik in een periode van grote veranderingen bevindt. Het denken is anders geworden.

O zeker, er zijn natuurlijk nog de oude kreten. De vakbonden zijn nog steeds bezig met het behoud van werkgelegenheid, omdat ze zonder hun leden niets meer betekenen. Nog steeds zijn de fabrieken bezig om na te gaan in hoeverre ze met minder arbeidskrachten meer van hun product kunnen afzetten. Want dat is eigen aan de maatschappelijke vorm. Denk niet dat dat alleen voor een kapitalistisch land geldt. Diezelfde moeilijkheden zien we ook opduiken in de Sovjet‑Unie en andere landen.

Maar wij moeten verder. Wij moeten. Het is geen kwestie van: wij kunnen dit of dat wel even opzijzetten. Als er eenmaal computers zijn, dan worden ze ook gebruikt. Als er eenmaal atoombommen zijn, dan worden ze gebruikt. Dat klinkt erg hard. Maar als we een mogelijkheid waarmaken, dan zal ze op een gegeven ogenblik ook gebruikt worden. Dan kunt u zeggen: Het kan wel honderden of tienduizenden jaren duren voordat atoombommen over de wereld uiteenbarsten. Inderdaad. Met kansberekening kunnen we zeggen dat de gemiddelde kans niet groot is dat er een atoomoorlog uitbreekt in de eerste 50 jaren. Maar vraag je wat de kans is dat ze vandaag de dag uitbreekt, dan blijkt die kans altijd nog 1 op de 10.000 te zijn. Daar zit nu de moeilijkheid.

De verandering betekent dus, dat wij ons nolens volens moeten blijven aanpassen aan datgene wat er om ons heen ontstaat, ook als we het zelf mede geschapen hebben. Een tweede factor waarmee we rekening moeten houden is de wijze waarop wij de zaken aanvoelen. Het gebeurt weleens dat iemand verliefd is op een auto. Er zijn zelfs auto’s die Beertje heten. Ze worden zelfs tweemaal per week helemaal schoongemaakt. Ze worden liefdevol behandeld. Het is zo erg, dat de mensen bij wijze van spreken hun schoenen willen uittrekken om op de meest gevoelige manier gas te kunnen geven. Die auto’s gaan echter veel langer mee. Het gekke is, dat de mensen die zo met de wagen versmelten ook veel betere prestaties daaruit halen dan een ander. Dat is zo met machines en dat is ook zo met mensen.

Als je van mensen houdt, dan kun je met mensen meer doen dan als je mensen eigenlijk minacht of hen alleen maar beschouwt als iets wat je kunt hanteren. Met machines is dat precies hetzelfde. Daar waar de mens zich één kan gaan gevoelen met de technische processen, kan hij een optimaal resultaat bereiken.

U leeft nog steeds in een wereld die met al haar chaotische elementen toch een prestatiemaatschappij is. O zeker, bij u is het een kwestie van tantiémes. Ergens anders zou u misschien een Staganoffarbeider zijn. Het komt echter op hetzelfde neer. De erkenning, daar gaat het om. Dat wil zeggen dat degenen, die het best opgaan in de nieuwe mogelijkheden van deze ontwikkelingen op aarde, altijd een streepje voor zullen hebben op de anderen. Nu kunnen die anderen wel jaloers zijn, ze kunnen schreeuwen dat het niet mag, maar ze kunnen het niet tegenhouden. Daar zit nu juist de kneep in deze hele vernieuwingskwestie.

De vooruitgang wordt onvermijdelijk omdat ze ‑ zelfs als het gaat over de sociale verandering door de chips ‑ in feite een kwestie is en blijft van ‘the survival of the fittest”; het overleven van degenen die het best geschikt zijn.

Als u de gehele situatie verder tracht te overzien, dan zal het u ook opvallen dat er tegenwoordig ontzettend veel loze woorden worden gebruikt. Dat doen we niet alleen in de politiek, dat doen we in de economie en ook in het dagelijks leven. Wij slaken kreten. Dat wil zeggen, dat het woord in zijn betekenis en daarmee in zijn gezag steeds meer devalueert; het wordt steeds minder waard. Maar als het woord niets meer waard is, dan moet er iets anders tegenover komen te staan.

De daad is op het ogenblik in de maatschappelijke situatie waarin zeker driekwart van de wereld zich bevindt, eigenlijk niet vrij. Ze wordt te zeer beperkt. Ze is te zeer aan normen gebonden. Dan zal de enige mogelijkheid om te ontkomen aan de vaagheid die het woord steeds meer krijgt, geestelijke zekerheid zijn.

Ik stel: Naarmate het gezag van de beperkte daadmogelijkheid en de woordbetekenis verloren gaat omdat ze geen achtergrond meer heeft, zal een emotionele waarde in de mens sterker worden en zullen bepaalde gevoelselementen meer gaan tellen dan woorden of daden.

Indien dit juist is, gaan wij in de richting van een intuïtieve ontwikkeling. De verandering is niet alleen maar een verandering van het wereldbeeld. Het is niet alleen maar de groei van de mensheid.

Het aantal mensen wordt steeds groter en wat moeten we daarmee beginnen? Het is gewoon een kwestie van de mensen gaan anders functioneren. Ze gaan steeds meer af op gevoelselementen. Die gevoelselementen zijn op het ogenblik nog niet stabiel genoeg. Dat wil zeggen, ze hebben nog niet een waarde die uitwisselbaar genoeg is tussen de mensen. Maar er komt een ogenblik, dat wij dat wel krijgen. Dan betekent die verandering een vooruitgang waardoor het evenwicht van de mens gemakkelijker wordt hersteld. U heeft het verhaal gehoord van de rechter‑ en de linkerhersenhelft. De linkerhersenhelft is denken. De rechterhersenhelft is emotie, intuïtie. Als die twee helften met elkaar in evenwicht zijn, dan functioneert de mens optimaal. Daarmee zijn we nu bezig. De mens is bezig zich op te werken naar een nieuwe fase waarin hij zijn gevoelswereld kan inpassen in die andere wereld, de wereld van de redelijkheid, van de logica. En aangezien dat nog niet helemaal mogelijk is, zit hij nog steeds met de handen in het haar. Welke verandering is dan waarschijnlijk?

In de eerste plaats; Naarmate emoties meer gaan tellen, zal er minder lijn te vinden zijn in al datgene wat redelijk wordt gezegd, beweerd en gedaan.

In de tweede plaats Wanneer de onbetrouwbaarheid van de redelijke elementen meer duidelijk wordt, zullen de mensen hun toevlucht eerst gaan zoeken bij geestelijke elementen. Dat wil zeggen dat ze de een of andere onveranderlijke waarheid gaan zoeken als een enig houvast in een wereld waarin schijnbaar niets meer een vaste waarde kan behouden. Zij zullen dus misschien teruggaan naar de kerken. Maar zeker ook naar andere leraren, andere systemen, andere denkwijzen.

Theorieën gaan de plaats innemen van de feitelijke normen van alledag. En dan ontstaat er weer ‑ wij hebben het de vorige keer ook al gezegd ‑ de botsing tussen de feiten en de gedachten. Maar als wij nu met de gedachte op de juiste manier op de feiten kunnen reageren, dan kunnen wij de feiten aanpassen aan de gedachte doordat wijzelf in de feiten functioneren in harmonie met de gedachte en zonder een directe tegenstelling te creëren in de wereld buiten ons.

De hele situatie waarin wij de wereld en de mensheid op dit moment zien verkeren schijnt te vragen naar contacten met werelden waarin een dergelijke onzekerheid niet bestaat. Ik ben zo vrij weer een paar stellingen te poneren.

Ik stel dat de enige wereld waarin zekerheden bestaan die in de materie op dit moment niet aanwezig zijn, de wereld van de geest is.

Ik stel, dat de geestelijke wereld en de geestelijke krachten in veel grotere mate invloed kunnen krijgen op de mensheid, op de structuur van de wereld en al wat daarbij komt dan tot nu toe het geval is.

Ik stel, dat geen enkele godsdienst, religie of lering in staat is om dit contact zonder meer blijvend en juist tot stand te brengen.

Ik stel ten laatste dat deze contacten uit nood in de mens geboren zullen worden.

Daarmee heb ik dan de verandering aardig gekenschetst. Het is niet alleen een kwestie van denken en doen, een onderwerp waarover we het later nog zullen hebben. Het is ook een kwestie van in ons een zekerheid vinden, een punt waaruit we dan verder kunnen leven. Al het andere is alleen maar vormgeving, het is de versiering.

De mens heeft innerlijk zekerheid nodig. Of dat nu de zekerheid is dat hij een idioot is of een wijsgeer doet niet ter zake, maar hij moet er zeker van kunnen zijn. Hij moet daarvan kunnen uitgaan. Hij moet erop kunnen vertrouwen. De waarheid van de geest bevat zoveel waarden dat ze een aanpassing en een herstel van harmonie mogelijk maakt ten aanzien van alle stoffelijke factoren. Dan is de verandering die we meemaken eigenlijk een verandering waarbij geestelijke elementen in de mens ‑bewust of onbewust ‑een steeds grotere rol gaan spelen. En waar dit het geval is, kunnen we concluderen dat vele waarden, die op dit ogen­blik alleen in de geest volledig bestaan en worden begrepen, steeds nadrukkelijker ook op aarde zullen worden gemanifesteerd. Let wel, niet begrepen maar geuit.

De mensen zullen in de komende tijd zeer veel dingen doen waarvan ze zelf niet begrijpen waarom. Mensen zullen worden gekweld door aller­lei eigenaardige gebeurtenissen. Zelfs een verlies van geheugen waar­door je het ineens tien minuten kwijt bent en later zegt: God, heb ik dat toen gedaan?

De mensen zullen niet helemaal begrijpen waar ze aan toe zijn. Zeker, de rede geeft hun niet de mogelijkheid om dit alles te verwer­ken. Er is op dit moment geen continuïteit te vinden ‑ althans voor de mens  in dat ingrijpen van de geest; de eigen geest en niet de geest van een ander. Maar het is aanwezig.

Het is een zich steeds weer herhalend proces dat, als je innerlijk maar een mate van harmonie kunt handhaven, in wezen in je voordeel werkt, ook ten aanzien van stoffelijke mogelijkheden en omstandigheden. Dan ben je dus eigenlijk iemand die beter kan overleven; die beter de stress, de spanningen, de teleurstellingen misschien ook en alle moei­lijkheden van het leven kan doorstaan dan anderen. Dat betekent weer dat je kansen om invloed te hebben op het overleven, invloed te hebben op de nieuwe vorm die een samenleving of een mens‑zijn of een geestelijk bewustzijn gaan aannemen, steeds groter worden.

Het zijn de mensen in wie dit intuïtieve element nu steeds weer regelmatig optreedt waardoor ze steeds weer tot prestaties komen waar­van zij zich niet helemaal bewust zijn, waardoor ze keuzen maken die ab­soluut niet redelijk zijn en waardoor ze eigenlijk niet eens het gevoel hebben dat zij ze automatisch maken. Het zijn die mensen, die in de chaotische ontwikkelingen van deze tijd de grootste kans hebben om zich aan te passen aan een vernieuwde waarde, aan een vernieuwde ontwikke­ling, aan een vernieuwde kracht. En dan hebben we daar dus een veran­dering van heel groot belang.

De vraag is natuurlijk ook: wat zijn de percentages? Als er tien mensen in Nederland zijn die zo reageren, dan geeft dat in dit land helemaal geen verandering. Als het er tienduizend zijn, dan kan dat al een heel belangrijke invloed hebben, omdat die tienduizend dan automatisch juister gaan reageren dan de rest en daarmee vaak an­deren meeslepen. Je krijgt dan het z.g. roulettetafel‑effect.

Er is iemand die een ‘winning streak’ heeft; d.w.z. hij zet steeds goed in. Dan krijg je om die tafel altijd een aantal volgers; mensen die hun inzetten gaan afstemmen op die van degene die geluk heeft. Datzelf­de zie je zelfs bij trente et quarante. Mensen die meespelen met een bank die succes heeft of die meespelen met een speler die buitengewoon grote klappen maakt. Als er een aantal mensen zijn, al zouden er maar tienduizend zijn, dan is dat voor een land als Nederland genoeg. Er zullen dan steeds meer mensen zich daarbij gaan aansluiten. Niet omdat ze weten wat er gaande is, maar omdat ze automatisch de winstpunten zien die anderen boeken. Het is een soort meeloperschap.

Voor tienduizend mensen kun je rekenen op een meeloperschap van tenminste het tienvoudige; dan hebben we 110.000 mensen. 110.000 mensen zijn in Nederland een aardige kerk, het begin van een politieke partij, een heel aardige vakbond en een invloed waarmee rekening moet worden gehouden. Dat moeten we niet over het hoofd zien. De mensen weten zelf niet precies wat ze doen. Dat ben ik met u eens, maar wat ze doen is juist. De juistheid is van groter belang als we in een chaotische toestand zitten dan de verklaring ervan. Ach, er komt later altijd wel iemand die daar een studie van maakt. De een of andere doctorandus die een heel mooi geschrift maakt waarin hij alles precies verklaart zoals het niet is geweest. De werkelijkheid is op het ogenblik ongeveer als volgt, en wel voor de gehele wereld en niet alleen voor uw land.

Per maand is er tot op dit moment een toename met een gelijk aantal van degenen die reeds zo intuïtief reageren. Het is helaas nog geen mathematische reeks: 29 49 6 enz. Het is wel zo dat ze verdubbelen met ongeveer het aantal en in sommige gevallen met de helft van het aantal. Dat houdt in dat het aantal intuïtief reagerende mensen, die bewust of onbewust grote geestelijke invloed in hun leven en werken toelaten, aanmerkelijk groter is geworden, zelfs in het laatste halfjaar. Het is een proces dat, gezien de omstandigheden, zich waarschijnlijk nog zal voortzetten tot na het jaar 2000. Dan zal ongeveer een kwart tot de helft van de wereldbevolking zeker op deze manier gaan leren denken en reageren.

Dan zijn het geen spelende mensen, want wat zij doen is voor hen een zelfbevestiging. En wat meer is, omdat zij in zich een houvast hebben gevonden, zullen ze daar formuleringen voor gaan bedenken. Zij zullen zich bezighouden met nieuwe vormen van geloof of met nieuwe systemen. Maar de werkelijkheid is: de aanpassing van het stoffelijke gedrag en de emotionaliteit aan hoge geestelijke invloeden die een groter overzicht met zich brengen.

Ik geloof dat een chaos uiterlijk nog een tijd blijft voortduren. Je kunt er niet aan ontkomen dat degenen die de gave niet bezitten, proberen om hun manier van leven en werken en hun eigen belangrijkheid voort te zetten. Dat zien we overal.

Wij zien in de geneeskunde steeds meer succesvolle alternatieve methoden ontstaan. Maar we zien ook steeds weer mensen die bezig zijn om ze ten koste van alles te onderdrukken en voor ondeugdelijk te verklaren, want anders wordt hun positie in gevaar gebracht. Dat zien wij op elk gebied.

Er zijn echter enkele dingen die je langzaam maar zeker moet gaan inzien. Een voorbeeld. Als je te maken hebt met een firma met een groot aantal werknemers die niet goed functioneert, dan is het niet zinvol om daar gelden in te storten. Zij zeggen dan; Wij houden dat in stand. Dat kan alleen, indien er een tijdelijk lacune is; men tijdelijk te weinig geld heeft. Dan kan men bijspringen. Maar als het een kwestie is van een zaak die werkelijk niet goed loopt, dan kan men daar geld in blijven steken en er geld in blijven verliezen, maar de werkelijke kern valt steeds verder uiteen; ze wordt steeds minder houdbaar. Dat zijn zaken die men in bepaalde regeringskringen al gaat beseffen, maar die men nog altijd niet wil erkennen. Dat geldt ook voor een gemeenschap, voor een maatschappij, voor een maatschappelijke groep. Als een bepaalde maatschappelijke groep niet succesvol is, dus als ze niet goed functioneert, dan kun je haar met veel moeite wel in stand houden, maar je kunt haar geen levenskracht geven. Dat wil zeggen: het kost steeds meer inspanning om de zaak in stand te houden. En dat betekent op den duur dat het niet meer te doen is.

Er zullen een aantal maatschappelijke groeperingen en instellingen moeten veranderen of verdwijnen in deze tijd, dat kan niet anders. Maar het betekent aan de andere kant, dat al verdwijnen dan een aantal nu nog belangrijk geachte groeperingen, daarvoor in de plaats samenwerkingen komen die coöperatief zijn zonder een uitdrukkelijk voorschrift of formulering en dat we een samenwerking krijgen die in feite op vrijwillige basis geschiedt. Of eigenlijk moeten we zeggen dat men zich intuïtief ertoe gedrongen voelt om daaraan mee te werken. Het wezen zelf gaat steeds meer meeklinken. Steeds meer mensen proberen zichzelf te zijn tegenover de maatschappij. Maar dat kun je niet. Je kunt alleen jezelf zijn in een bepaalde relatie met de maatschappij. Zoals je bewust kunt worden. Maar je kunt niet bewust worden alleen in jezelf. Je kunt alleen bewust worden in een wisselwerking met de schepping. Zoals je je kracht en je geestelijke kracht innerlijk wel degelijk kunt beseffen en gebruiken, maar alleen door de aanvaarding van die werkelijke kracht, ook al kun je die niet omschrijven. De relatie blijft bestaan.

Er moet altijd een wisselwerking zijn. En vanuit die wisselwerking, die in deze tijd optreedt, zien wij steeds sneller een aantal veranderingen plaatsvinden. Bij deze veranderingen betekent de samenleving op dit moment een geheel dat in wezen in ontbinding is. Niet omdat het helemaal uiteenvalt, maar eerder omdat bepaalde elementen, die tot nu toe in een vast patroon waren samengevoegd, verschuiven alsof iemand een draai heeft gegeven aan de caleidoscoop. Er gaat een nieuw patroon ontstaan.

Op dezelfde basis kunnen we zeggen dat het ook religieus en dat het esoterisch gebeurt, want ook hier vindt een hergroepering plaats. Die hergroepering is voor ons het meest belangrijke. Het gaat namelijk niet om een vast en blijvend patroon. Een eeuwige waarheid ligt buiten het gezichtsveld dat voor een mens of een geest mogelijk is. Maar een voortdurende verandering van waarden en daardoor een totaal nieuwe aanpassing van waarheden is wel te bereiken. Waar we dit kunnen bereiken ‑ en dat is het belangrijkste dat ik u kan zeggen ‑ daar is de verandering in wezen het vinden van een nieuw patroon in en vanuit de chaos waardoor uit de vorming een nieuwe samenhang tussen denken en doen kan worden gevonden.

U moet de les nog maar eens goed nalezen, al is het alleen maar omdat hierin sommige heilige huisjes een beetje worden aangetikt. U moet goed onthouden: Een mens, die in een vernieuwing zichzelf bewust wil beleven, moet ook begrijpen waar zijn eigen beperking ligt en waar hij aan de werkelijkheid ontvlucht. Ik denk dat dit onderwerp u zal kunnen helpen om dat beter te begrijpen en zo te komen tot een meer harmonische en juiste aanpak van de mogelijkheden als ze zich voordoen.

Vragen

  • Kan men zeggen dat al hetgeen u naar voren heeft gebracht het gevolg is van een groeiend bewustzijn?

Dat kan men natuurlijk wel zeggen. Dat is heel strelend. De vraag is alleen, of het helemaal waar is. Ik geloof namelijk niet dat bewust­zijn, zoals de mens dit hanteert, het juiste woord is. Ik heb reeds ge­zegd. Er is hier sprake van een aantal invloeden, die een mens zelfs emotioneel niet helemaal kan vertalen omdat ze behoren tot een geestelijke wereld die hij ervaart en waarvan hij deel is, maar die hij niet kent, waarvan geen besef is. Ik meen, dat voor bewustzijn ook dit besef nodig is. Ik geloof, dat we wat dat betreft toch eerder moeten teruggaan naar onze apen en dat we hier te maken hebben met een toevalsproduct. Maar in dit toevalsproduct kan dan een ritme en een schoonheid komen en daardoor een bewustwordingsmogelijkheid die zonder dat niet denkbaar is.

Onthoudt u dit: Als apen het hele oeuvre van James Joyce kunnen uittikken door een schijnbaar toeval, dan heeft dit geen betekenis, tenzij er iemand is die kan lezen en bovendien de taal van Joyce verstaat. Wij zullen eerst moeten leren lezen voordat we deze producten van het toeval helemaal kunnen verwerken. Daarom zou ik willen zeggen: Het is geen kwestie van alleen maar een groeiend bewustzijn. Het is eerder een kwestie van het ontstaan van nieuwe omstandigheden waarin een nieuwe groei van het bewustzijn mogelijk wordt. Het is maar hoe je het bekijkt.

  U had het in het begin over toeval. Maar is er ook niet altijd een zekere leiding in geweest?

Dat is een vraag, die als we concreet en reëel willen zijn niet te beantwoorden is. Ik kan natuurlijk zeggen: Er is een God geweest. Er is een wil geweest die het toeval heeft geleid. Maar is dat eigen­lijk nodig? Als wij rekening houden met een eeuwigheid, dan zullen alle mogelijkheden die toevallig kunnen ontstaan te enigerlei tijd wezenlijk ontstaan. God hoeft dus niet te willen dat er iets gebeurt. Dat ge­beurt toch wel, omdat het als mogelijkheid aanwezig is. En dan zeggen we alleen: De kosmos heeft voor ons een oneindig maar op zichzelf toch beperkt aantal mogelijkheden. Die mogelijkheden zullen alle gerealiseerd worden, maar vanuit ons standpunt blijft het toeval, omdat we niet kunnen zeggen in welke opeenvolging die mogelijkheden voor ons concreet worden.

Het is natuurlijk beter als je kunt zeggen: Er is een Heer en Deze leidt alles. Maar ik ben bang, dat je dan jezelf misleidt, als je aanneemt dat de Heer je zal leiden waar je zelf geen weg weet. Als je zelf geen weg weet, dan kies je. En dan is die keuze in feite een toeval. Maar als dat toeval dan toevallig goed uitvalt, zult u zeggen dat de Heer u heeft geleid. Maar is dat niet eerder een rationalisatie van een per ongeluk gedane juiste keuze dan een verklaring van het feit dat u de juiste keuze heeft gedaan? Want als de Heer leider zou zijn, zou Hij dat moeten zijn voor eenieder. En dan zouden er niet zoveel verkeerde keuzen gedaan moeten worden naast die ene juiste van u.

Nu spreek ik niet vanuit een geloof. Ik spreek niet vanuit de bijbel en van: God is U weet wel, de mensen weten veel beter wat God is dan Hij het zelf ooit zal weten. Ik spreek gewoon vanuit de redelijkheid. Als u aanvoelt dat er een factor is die u leidt, dan vraag ik mij ook nog af, of dat dan een kosmische factor is en of het niet ergens een deel van uw geestelijk “ik” is waardoor u stoffelijk gezien niet‑redelijke keuzen kunt doen en toch resultaten kunt behalen die schijnbaar niet redelijk zijn. Maar dan is er wel degelijk een redelijk­heid door de keuze. Het aantal mogelijkheden blijft bestaan en binnen die mogelijkheden zult u moeten leven.

  • In hoeverre is de intuïtieve mens een roekeloze mens? Wordt er niet bezonnen voordat er wordt begonnen?

De intuïtieve mens is in de zin waarin u het bedoelt misschien een roekeloze mens, omdat hij de innerlijke overtuiging van juistheid omzet in de praktijk. Aan de andere kant weet u dat er in Nederland zoveel wordt bezonnen voordat er wordt begonnen, dat er pas wordt begonnen als het te laat is. Dat kunt u om u heen voortdurend constateren. Dan is er misschien toch wel een beetje, behoefte aan die in­tuïtieve roekeloosheid, omdat je daarmee onmiddellijk kunt reageren en je daardoor kunt invlechten in de werkelijkheid van vandaag en niet steeds bezig blijft met gisteren zonder te beseffen wat morgen aan pro­blemen brengt.

De gekozenen

Het is een soort folklore die men democratie noemt. Eens in de zoveel tijd moeten er mensen worden gekozen. Ze worden president, vicepresident of alleen maar vice-senator, Kamerlid of iets anders. Als je ziet hoe dat gebeurt, dan is dat op zichzelf een bewonderenswaardig schouwspel. Je ziet hoe alle kandidaten ijverig als mestkevers ballen van het afval dat anderen in hun leven hebben achtergelaten rond rollen, opdat eenieder kan zien hoe verderfelijk een verkeerde keuze kan zijn. Er zijn meer van die eigenaardigheden. U heeft zelf een man die graag weer gekozen wil worden en die naar China gaat om daar te verkondigen dat hij het in Nederland wil worden. Dat is begrijpelijk. Die man is voor zijn veiligheid bezorgd. Als hij het hier hardop zegt, dan nemen ze het niet, maar als hij tussen een stel rare Chinezen zit, valt het niet zo op.

De gekozenen van deze tijd zijn eigenlijk een apart slag, een aparte soort. Ze zijn actief in de Partij. Dan vermoed je dus dat ze voortdurend ernstig bezig zijn met problemen, maar dat is niet waar. Zij bezoeken vele partijtjes die de Partij voor aanstaande Partijleden geeft en spreken hun daar bemoedigend toe in termen die ze kunnen begrijpen. Dat doen ze dan om de mensen duidelijk te maken dat ze ook de normale taal wel degelijk beheersen, want zodra ze in functie zijn gebruiken zij die niet meer.

Een gekozene in deze tijd is iemand die plotseling apart staat. Als je in de U.S.A. alleen maar kandidaat bent voor het presidentschap, dan word je onmiddellijk bewaakt. In de oude tijd deed men dat alleen als iemand gek was of van goede stand. Dan kreeg hij een paar bewakers mee. Tegenwoordig is men er kennelijk van overtuigd dat iemand die president wil worden ook gek is en dus bewaking hard nodig heeft. De situatie waarin zich iemand als een Carter of een Reagan bevindt, is te vergelijken met die van een mens die het noodlot heeft gekozen en nu in de achtbaan zit zonder te weten waar hij zal uitstappen. In Nederland is dat iets anders. Daar heeft men een Van Agtbaan. Het effect is verder hetzelfde. De man wil macht hebben, maar gelijktijdig weet hij eigenlijk niet hoe hij die macht het best kan gebruiken. Ik geloof dat dat symptomatisch is voor alle gekozenen. Zij beschikken over mogelijkheden en weten niet hoe ze die werkelijk kunnen gebruiken. Het resultaat is dus, dat zij hun mogelijkheden delegeren aan anderen die ze dan wel gebruiken en dit doen onder het mom dat het goedgekeurd is door de gekozenen.

De kiezer is iemand die de gekozene kan missen als kiespijn vanaf het ogenblik dat hij is gekozen. Ook dat is een vreemd verschijnsel. Vroeger werd de wereld geleid door mensen die door God waren gekozen, althans dat zeiden ze. Sommigen leefden zeer uitvoerig. Hendrik VIII bv. leefde in zijn tijd al als een moderne filmster. Anderen deden het weer een beetje netter zoals Lodewijk de Heilige. Hierbij moet worden opgemerkt, dat Hendrik niet zo slecht en Lodewijk niet zo heilig was. Maar zij hadden hun aanstelling van God; van een onbekende instantie waardoor hun woord wet werd.

Het vreemde is dat de gekozenen van deze tijd nog steeds gedreven worden door de behoefte een goddelijk fiat te krijgen waardoor hun wil wet zal worden. Dat is erg vervelend.

Ik moet u een actualiteit voorschotelen. Kijk naar hetgeen er op dit ogenblik gebeurt. Of je nu te maken krijgt met een te goed geslaagde pindahandelaar of met een te slecht geslaagde filmspeler zal voor de U.S.A. geen verschil maken. De vraag is, of je te maken hebt met een mens die visie heft. Maar iemand, die voldoende visie heeft, wil zich niet laten verkiezen; en dat is de moeilijkheid. De wereld wordt geleid door mensen die zo eenzijdig gericht zijn op zichzelf dat zij menen het vaderland te zijn.

Er is een Zonnekoning geweest die zei; L’etat c’est moi. Nu zijn er mensen die uitroepen: De moraal en het geweten van Nederland ben ik. Of: Ik ben de enige die in staat is de U.S.A. door haar moeilijkheden heen te helpen.

Kijk, dat kan niet. Als je iemand kiest, dan kun je hem alleen kiezen als je weet wie en wat hij is en wat hij zal doen. Je zou je buurman kunnen kiezen. Maar als iedereen zijn buurman kiest, is er nog niemand gekozen. Daarom kies je dus iemand, die je niet kent om dingen te doen. Waar je weinig van af weet in de hoop, dat hij iets tot stand zal brengen waar je eigenlijk geen begrip van hebt. Bestaat er een groter kolder dan deze? De schijn‑democratie gaat uit van het standpunt dat iedereen zichzelf moet kunnen waarmaken. Maar wie kan dat? Zelfs de staatsman kan zichzelf niet waarmaken, omdat hij niet kan doen wat hij zelf goed acht, maar altijd datgene moet doen waardoor een verdere verkiezing in een volgende periode niet geheel is uitgesloten. Zo is er een wereld ontstaan waarin de besluitvaardigheid steeds minder wordt. Er is een wereld ontstaan waarin men vecht voor zaken die eigenlijk niet belangrijk zijn of dagenlang zich uitspreekt over zaken die allang een feit zijn geworden. Dat is natuurlijk dwaasheid.

De gekozenen van deze tijd reageren niet op datgene wat er moet gebeuren, maar op datgene wat gebeurd is. En daarmee tonen ze aan dat zij niet passen in de wereld. Want als ik denk aan Reagan of Carter, dan sta ik verbluft, als ik mij realiseer hoe groot de macht is die zo iemand heeft. Vergeet niet wat Mister President met een telefoontje een druk op een knop kan veroorzaken en dan gaat een deel van de wereld op in atomaire wolken. Hij zal het misschien niet gauw doen. Maar als hij zich eens werkelijk gekwetst acht, als hij werkelijk op een ogenblik meent dat zijn belangrijkheid in het geding is, wie zegt dan dat hij niet naar maatregelen grijpt die net zo erg zijn. Hoe slecht het systeem is, dat is eigenlijk al gebleken uit de schandalen als Watergate etc. Ook de gekozene is een mens. Maar gezien hetgeen hij pretendeert te zijn, mag hij zich niet als mens gedragen. Daar ligt de grote moeilijkheid. Hij mag de macht die hij bezit niet gebruiken voor zichzelf maar alleen voor anderen. Welke dwaas doet dat? Kijk ik naar de wereld en naar de velen die gekozen zijn of beweren dat ze gekozen zijn, dan kom ik tot de conclusie dat de democratie in uw wereld eigenlijk allang is overleden. Ik kom tot de conclusie dat de wereld steeds meer wordt geregeerd door mensen die op zichzelf goede specialisten zijn, maar die zich alleen maar bezighouden met hun eigen ambtelijk gebied. Dat betekent, dat er van een werkelijke afweging van de belangen van een gemeenschap maar weinig sprake is.

Er is ook de neiging om eigen belangrijkheid en status te verdedigen tegen elke delegatie van macht aan een grotere gemeenschap. De EEG vormt daar een schitterend voorbeeld van. Maar als je voortdurend bezig bent om je eigen belangen te verdedigen, om rekening te houden met je eigen kiezers, dan betekent dat dat je geen rekening houdt met de werkelijke noodzaken en belangen van een land als Frankrijk, Duitsland of Nederland. Dan houd je alleen maar rekening met jezelf. En dat gebeurt, ongeacht de werkelijk toch wel oprechte poging om iets goeds tot stand te brengen, steeds meer.

De wereld is langzaam maar zeker de gevangene geworden van de gekozenen, van degenen die zich boven anderen verheven hebben en met grote macht en kracht voortdurend hun eigen visie proberen op te leggen aan anderen. De bemoeizucht van de gekozenen wordt steeds groter. Steeds meer proberen zij het leven van elke mens volgens nomen en regels vast te stellen totdat ze er zeker van zijn dat iedereen voor zijn ontbijt Brinta eet en dat niemand paardenbiefstuk voor het diner zal vragen. Is dat redelijk?

De diversiteit van de mensen, het voortdurend elkaar aanvullen komt steeds meer in gevaar. Daarbij gaat het niet om de vraag, of je religieus of anderszins overtuigd bent dat een bepaalde houding goed is. Het gaat erom, of je het recht hebt anderen op punten, die niet voor de gemeenschap op zich altijd schadelijk of nadelig zijn, de wet voor te schrijven. Als je kijkt naar het abortusvraagstuk zoals het in Nederland wordt behandeld, dan zie je hoe belangrijk deze zaken kunnen zijn. Het is alsof een aantal gewetensvolle heren die met de werkelijkheid, mede gezien hun inkomen, niet zozeer worden geconfronteerd nu gaan kijken in de bedsteden van de armen en voor hen decreteren dat ze, als er nu eenmaal eentje komt hem ook maar moeten nemen. Zij krijgen dan, als pleister op de wonde kinderbijslag.

Een krankzinnige situatie. Diezelfde mensen zijn aldoor bezig om iedereen tevreden te stellen. Maar je kunt niet iedereen tevredenstellen Je moet een regel hebben. En als regels steeds weer geplooid worden, als op een gegeven ogenblik de regel wel kan gelden voor bv. een privé‑onderneming en niet voor defensie, dan is er iets fout. Dan is de regel niet juist. Dan zijn de overwegingen niet juist. Die onjuistheid is over de gehele wereld verbreid. Ze bestaat niet. Alleen in uw land: Uw land is misschien zelfs nog een van de betere, als wij het vergelijken met de andere staten.

Ik ben ervan overtuigd dat de gekozenen een toenemend gevaar vormen voor de wereldvrede, voor de welvaart voor zover die kan bestaan en zelfs voor een juiste menselijke relatie tussen de mensen. U zult zich afvragen wat ik dan liever zou zien. Wat ik liever zou zien is een minder centraal gezag. Meer kleine groepen waarvoor je dan iemand als vertegenwoordiger kunt kiezen die je kent, van wie je weet wat je van hem kunt verwachten en die je desnoods zelf eens de mantel kunt uitvegen, indien hij het verkeerd, doet.

Ik geloof niet in een steeds meer samentrekken van macht, in steeds meer belangrijk wordende instanties met steeds meer belangrijke mensen aan de top. Want het zijn deze mensen, die door hun minachting van datgene wat plaatselijk aan noodzaken bestaat en leeft, wat in bepaalde standen belangrijk en noodzakelijk is, tenslotte een omwenteling tot stand brengen waarbij al het bereikte mede te gronde gaat.

Gewone mensen maken geen oorlog; die gaan hoogstens een potje knokken in de kroeg of op het voetbalveld. Grote heren maken oorlog. Zij offeren vaak zeer velen op om zeer weinig te bereiken. Mensen spreken over leerstellingen, die in de praktijk allang achterhaald zijn. Maar ze gaan uit van die leerstellingen omdat dat hun belangrijkheid is. Dat kunnen wij niet hebben.

We beseffen dat zelfs een man als Khomeini geen uitzondering is. Dan moeten wij beseffen dat dat gevaar is voortgekomen uit wat men noemt: de centralisatie van macht. De gekozenen oefenen die macht niet werkelijk uit; dat is maar een schijnvertoning. De werkelijke macht zit elders. Achter het uiterlijk van de democratie verbergt zich altijd weer een belangengemeenschap die niet aansprakelijk kan worden gesteld, niet direct. Het is die gemeenschap die de besluiten neemt.

Als u werkelijk actueel wilt zijn, dan moet u kijken naar wat er nu overal gaande is. In Engeland gaat een volk economisch te gronde aan de behoefte van bepaalde heren om hun eigen macht ten koste van alles te handhaven. Vakbondsmensen!

In Duitsland is een strijd uitgebroken waarbij industriëlen, die hun winst willen vergroten, in feite een directe aanslag plegen op de evenwichtige ontwikkelingen die in dat land mogelijk zijn. In Nederland zijn kleine machtsconcentraties die ten koste van alles hun eigen inzichten willen doorzetten, en wel op kosten van het volk. In Frankrijk zijn mannen die eigenlijk alleen maar zelf belangrijk en rijk willen worden en die bereid zijn daarvoor iedereen uit te benen. En zo kan ik doorgaan.

Kijk naar de wereld en vraag u af wat de betekenis is van het woord ‘democratie’? Wat de werkelijke waarde is van de gekozenen? Kijk door de komedie heen, dan zult u misschien op het ogenblik, dat hun besluiten een noodlottige kant uitgaan, zeggen; Zonder mij. Maar dan ook ‘zonder mij’ in de werkelijke zin van het woord. Geen compromis. Niet meewerken aan bepaalde zaken betreffende atoomwapens en toch officier zijn. Dat kan niet. Dan moet je helemaal afstand doen.

Op dezelfde manier moet je de consequentie trekken, als je te maken hebt met beambten. Niet leveren aan instanties die zaken tot stand brengen die je niet juist acht.

De mensen moeten een keuze maken voor hun eigen verantwoordelijkheid. Gekozenen kun je gemakkelijk als een zondebok de woestijn in sturen als het misloopt. Maar daar kom je niet verder mee. De zonde bega je zelf.

De grote oorlogsdreiging die in de komende jaren wordt opgebouwd, bestaat uit de zelfzucht van de eenvoudige mensen. Mensen die alleen maar willen hebben en niet bereid zijn daar iets tegenover te stellen.

De grote spanningen in de wereld komen voort uit de geestdrijvers fanatiekelingen) die alleen maar hun eigen gelijk willen beleven en alles wat anders is zouden willen uitroeien, omdat het een bedreiging is van hun innerlijke zekerheden. De gewone mensen moeten veranderen.

De actualiteit zal zich ook in de verkiezingen in de Ver. Staten tonen. De mogelijkheid dat een outsider de race wint, is helaas kleiner dan wij hadden ingeschat. Maar ze is ook groter dan de heersende machten hadden verwacht.

Als er steeds meer mensen zijn die bewust een eigen weg zoeken (desnoods een derde weg), als er steeds meer mensen zijn die bereid zijn hun eigen verantwoordelijkheden te aanvaarden, maar dan ook de bemoeizucht van anderen die hoe goed bedoeld ook ‑ afwijzen, dan komen we verder.

In deze dagen is de keuze waarvoor de mens werkelijk staat: zult u iemand kiezen om namens u te handelen of wilt u zelf handelen met besef van uw eigen verantwoordelijkheden? Alleen als de laatste keuze wordt gedaan, kunnen de grote spanningen worden vermeden, kan een wereldoorlogsdrang, die wel degelijk bestaat in delen van de wereld, worden gefrustreerd. Dan kan misschien ook de persoonlijke vrijheid weer groter worden en daarmee de eigen verantwoordelijkheid. Vooral ook de persoonlijke levensvrijheid en levensblijheid van de gewone mensen, die nu alleen maar als een soort stemvee kiezers worden genoemd.

Ik heb u hier een paar denkwijzen voorgelegd. U zult uw eigen visie moeten ontwikkelen. Maar als u de vele spanningsvelden ziet die zich in deze tijd openbaren – economisch, politiek én sociaal ‑ is het misschien goed eens te overwegen of het systeem van de gekozenen en de wijze waarop deze functioneren niet voor een zeer groot gedeelte medeaansprakelijk zijn voor datgene wat er nu gebeurt.

Vragen

  • Een stelling over geroepenen en gekozenen.

De geroepene kan alleen zichzelf vertegenwoordigen. Als zijn kennis groot genoeg is; kan hij zijn gaven met anderen delen. Maar een Messias kan nooit degene zijn die in de plaats treedt van de ander. Zoals Jezus heeft gezegd; Ik ben u de weg en de waarheid. Maar hij heeft niet gezegd: Ik zal het wel opknappen, gaan jullie maar zitten. De messiaanse gedach­te is een van de foefjes die vaak worden uitgehaald met de mensen om hen ervan te overtuigen dat ze beter hun beslissingsvrijheid en hun leven kunnen overgeven in handen van anderen. En dat is een van de gevaarlijk­ste dingen die je kunt doen. Want als je niet kunt leven als jezelf, hoe kun je dan tegenover God staan? Als je niet kunt leven voor je eigen ver­antwoordelijkheid, hoe kun je dan ooit verantwoorden na je dood wat je geweest bent op aarde? Het is niet zo, dat er altijd iemand staat tussen u en God. God leeft in u. De krachten leven in u. Welke Messias kan dat ongedaan maken. Alleen als het in u leeft en u wordt er meer bewust van, kan een ander u helpen. Maar hij kan niet in de plaats van u treden.

Het is niet het Lam Gods dat onze zonden draagt. Het is misschien het Lam Gods dat onze zonden begrijpt en daardoor vergeeft. De gevolgen daar­van zullen we altijd nog zelf moeten uitboeten. Als u daaraan voorbijgaat, krijg ik het idee dat er altijd mensen zijn die geroepen zijn om de wereld te leiden. Laat u niet misleiden. Degenen, die zich daartoe geroepen voelen, worden gedreven door een mate­loze zelfoverschatting of misschien door de drang en pressie van anderen die hen op een plaats brengen waar ze niet thuishoren Als de mensen Hitler niet hadden gezien als een soort Messias, zou er een andere wereld zijn vandaag. De messiaanse gedachte is een van de gevaarlijkste. Dat is het ook geweest met Peron indertijd, maar ook met vele anderen. Zelfs met Amin, de sergeant‑kok die zelfs zijn medemens tot een smakelijk voedsel wist te verwerken in de laatste dagen van zijn groot­heid. Ook deze man werd beschouwd als een geroepene, een Messias. Iemand die zijn stam, zijn land, zijn volk naar de vrijheid zou leiden. Een Messias kan alleen een dienaar zijn, nooit een leider. Maar degenen, die spreken over messiaans denken, roepen om leiders, niet om dienaren.

  De gekozenen zijn de wil van de kiezers.

De gekozenen zijn mensen die denken dat zij de wil van de kiezers ver­tegenwoordigen, als ze hun eigen belangen behartigen. Het zijn mensen die niet in de werkelijkheid leven. Zodra je gekozen bent, ontstaat er een steeds grotere hiaat tussen de werkelijkheid van de gemeenschap die je vertegen­woordigt en dat wat je bent en wat je doet. De gekozene zal dan uitmaken wat goed is voor de mensheid en wat de juiste weg is van een volk, terwijl hij het volk eigenlijk niet eens kent, niet eens meer wil kennen in zijn werkelijkheid. Het is duidelijk, de gekozenen worden door het feit, dat zij als gekozenen in een aparte wereld komen, steeds meer losgeweekt van de werkelijkheid totdat zij hun eigen spitsvondige woordenspelletjes gaan zien als belangrijke overwinningen en belangrijke strijd en niet meer beseffen dat ze ongedaan laten wat werkelijk noodzakelijk is, ook niet hoezeer ze in­grijpen in de persoonlijke vrijheid en leven van anderen zonder dat nodig is.