5 maart 1965
Bij het begin van deze avond moet ik duidelijk stellen, dat wij sprekers van deze groep onszelf niet als alwetend of onfeilbaar beschouwen. Verder wijs ik erop, dat ik, gezien de omstandigheden, op deze avond als enige spreker aanwezig ben en daardoor niet de mogelijkheid tot navragen heb, die normaal wel pleegt te bestaan. Ik hoop dat dit geen al te grote beperkingen inhoudt bij de beantwoording van uw vragen.
Ik zou nu graag overgaan tot de eerste schriftelijk gestelde vraag.
Van hoog geestelijke zijde is vorig jaar meerdere malen benadrukt, dat zeer bijzondere kosmische krachten op de aarde zijn gericht. Is dat a. Om de mensheid tot snellere geestelijke bewustwording te leiden? Of, b. Is er een wijziging gekomen in de bestemming van deze planeet, als ingepast in het Kosmisch Totaal?
Het antwoord is nogal eenvoudig. De inwerking van de kosmische krachten is nog steeds aan de gang. Ik meen zelfs dat u, met enige oplettendheid aan het met toenemende frequentie plaatsvinden van betrekkelijk exceptionele gebeurtenissen, zult kunnen constateren dat deze krachten ook inderdaad werkzaam zijn. Dat betrekkelijk grote persoonlijkheden uit de kosmos en uit de sferen aan deze werkingen deelnemen, is indertijd eveneens gesteld en vindt nog steeds plaats. In de bestemming van de aarde is dus nog geen verandering gekomen. Wel moeten wij één ding onthouden: de situatie, waarin de mensheid zich bevindt en die nu kritiek dreigt te worden, is ontstaan door een groot aantal vastgeroeste instellingen en denkwijzen, kortom er was een stilstand in de geestelijke ontwikkeling van de mens en een dergelijke stilstand dreigde ook in zijn sociale ontwikkelingen en de maatstaven van zijn eigen gedrag te ontstaan.
Om dit te kunnen doorbreken zal met veel, wat u nu nog waardevol lijkt, gebroken moeten worden. Daaraan is helaas niets te doen, want slechts door een nieuwe weg tot vrijheid te scheppen en daarmede ook vele oude, lang begeerde zekerheden overboord te zetten, alleen door opnieuw persoonlijk aansprakelijkheid te gaan dragen voor eigen geloof, eigen gedrag, eigen zekerheid en bestaan, kan de mensheid in de komende cyclus hopen een snelle bewustwording te vinden.
Het is een geluk, dat in deze tijd reeds een aantal mensen een weg tot snellere bewustwording heeft gevonden en wij mogen dus zeker niet ontevreden zijn. Maar de uiterlijke verschijnselen zullen in de eerstkomende jaren nog wel meer die van een wanorde dan van de nieuwe ordening zijn. Dit is te wijten aan het gebrek aan overzicht dat men als mens nu eenmaal heeft en daarnaast voor ons in de geest ook vaak een gebrek van inzicht aan wat de mens niet en wat de mens wel zal doen. Want al zijn de gebeurtenissen voor hem vaak onvermijdelijk, toch behoudt de mens ergens een vrije wil.
Volgens de geestelijke leiding zou het mens-zijn op deze planeet voor ons, ook als geest, slechts een tussenfase betekenen: a. Kan ons ontsluierd worden wat de volgende geestelijke fase zal zijn, wanneer de mens zich voldoende geestelijk bewust is geworden? b. Strekt een eventuele hogere geestelijke bestemming zich uit tot buiten dit zonnestelsel?
Het antwoord luidt:
- Het is zeer moeilijk een niet volledig te definiëren en amorfe vorm, opgebouwd uit energie, te omschrijven. Toch is dit de bestaansvorm, waarheen alles, wat uit deze mensheid evolueert, heen groeit. Een beschrijving hiervan is dan ook zeer moeilijk te geven. Ik wil volstaan met te zeggen: de mens zal zich meer en meer, zelfs reeds in zijn stoffelijke vorm, ontworstelen aan belemmeringen als tijdgebondenheid, evenals plaatsgebonden zijn.
Hij zal leren zijn bewustzijn meer bewust en gericht te gebruiken, zo komende tot waarnemingen in en buiten de ruimte, buiten en in de tijd. Meer kan ik u hierover niet zeggen. - Wat punt b. betreft: De bestemming van de mens, althans dat deel van de mens, dat wij aanspreken als de kern, als de ziel, is de oneindigheid. Oneindigheid reikt nu eenmaal verder dan een zonnestelsel. Wij zouden dus kunnen zeggen: het einddoel van de mens is het één worden met de principiële en bewegende waarden van de gehele kosmos, plus alle niet gekende werelden en sferen die daarnaast bestaan.
Bepaalde studiegroepen schrijven aan de endocriene klieren een gelijksoortige functie toe als de theosofie aan de chakra. Men beschouwt ze als spirituele centra van het lichaam, waardoor spirituele krachten tot uiting kunnen komen en bij een speciale werking de poorten vormen tot een hoger bewustzijn. Sommige chakra’s bevinden zich ten opzichte van het lichaam op ongeveer dezelfde plaats als de endocriene klieren. Is dit een toevallige overeenkomst of bestaat er een verband?
De endocriene klieren, hun onderlinge ontwikkeling, activiteit en de wijze waarop zij onderling het geheel in evenwicht houden, is te vergelijken met de wisselwerking tussen de chakra’s, die zich in de meer geestelijke lichamen bevinden. De onderlinge werking van de chakra’s, de fijnstoffelijke en geestelijke voertuigen van de mens omvattende, beïnvloeden het lichaam en ontvangen de impulsen die in het lichaam ontstaan, grotendeels via bepaalde zenuwknooppunten en enkele van de endocriene klieren. Enig contact bestaat dus wel.
Wanneer gesteld wordt dat een ontwikkeling van de werking van de endocriene klieren een geestelijke bewustwording zou inhouden, betwijfel ik de juistheid van de stelling. Wat wel bereikt kan worden op deze wijze – maar dat is iets geheel anders – is een vollediger gebruiken van capaciteiten die lichamelijk bestaan. Velen onder u realiseren zich niet voldoende, dat bijvoorbeeld bepaalde vormen van helderziendheid uitdrukking zijn van een lichamelijke begaafdheid, niet van een geestelijk begaafd zijn dus. Op dezelfde wijze blijkt ook de genezing door overdracht van krachten, die in sommige gevallen mogelijk is, in de eerste plaats te berusten in de lichamelijke mens en pas op de tweede plaats ook door de geest gegeven te worden. De geest kan daarbij versterkend optreden. Maar de energieën die daarbij afgegeven worden, zullen allereerst in het lichaam gegenereerd zijn, dan wel in het lichaam zijn omgezet uit andere krachten die van buitenaf werden ontvangen. Wij weten dat verschillende van de endocriene klieren meerdere functies hebben. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de hypofyse, die ruim 20 functies heeft. Wat wil zeggen, dat ruim 20 afscheidingen, die voor de toestand van het lichaam van groot belang zijn, uitgaan van een orgaan dat niet veel grotere is dan een erwt.
Het is voor de leek moeilijk zich de betekenis hiervan voor te stellen. Maar misschien kan het zo verduidelijkt worden: wanneer één van die afscheidingen niet aanwezig is, of overmatig sterk wordt, beïnvloedt dit uw zenuwstelsel, uw bloedsomloop en zullen andere organen als de bijnier anders reageren. Uw lichamelijk evenwicht verandert daardoor, uw emotionele gesteldheid, die aan het lichaam inherent is, wijzigt zich en zelfs de mogelijkheid tot waarnemen. Verschillende werkingen, die men gaarne als zuiver psychisch ziet, zijn in wezen grotendeels ook fysiek. Een juist afbreken van bepaalde stoffen in het lichaam kan bijvoorbeeld voorkomen dat geheugenzwakte ontstaat. Omgekeerd kan een overdosis van bepaalde stoffen betekenen, dat in het denkvermogen hiaten ontstaan of vertragingen plaatsvinden. Denk desnoods eens aan een algemeen bekende afscheiding als adrenaline, waardoor bloedsomloop en hartwerking worden versneld.
Dit is echter geen geneeskundig praatje. Ik zal dus volstaan met nog op te merken, dat de endocriene klieren dus van heel groot belang zijn. Sommigen onder hen, als de pijnappelklier, geven, wanneer zij actief kunnen blijven, na bijvoorbeeld – in dit geval – de puberteit, dan stoffen van enigszins andere aard af. Dit remt de groeibevordering, de beïnvloeding van de stofwisseling ook, die wij voordien hebben gezien, terwijl door de lichte wijziging nu een stimulans voor de hersenen ontstaat, waarbij de omvang van de verschillende centra in de hersenen groter wordt en gelijktijdig een aantal centra, die bij de normale mens meestal dormant zijn, actief kunnen blijven of worden. Een dergelijke werking van de pijnappelklier zal bijvoorbeeld bepaalde waarnemingen bevorderen – niet alleen helderziende, maar ook een uitbreiden van het gezichtsvermogen zowel in de richting van infrarood als ultraviolet. Zo kunnen zelfs zogenaamde x-stralen-ogen ontstaan, waarbij – zodra een voldoend harde straling aanwezig is, men – ongeacht de bron van de straling – door alles heen schijnt te kunnen zien.
Ik noem hier enkele verschijnselen, die men als zuiver psychisch pleegt te beschouwen. Deze kunnen dus zuiver stoffelijk bevorderd of beperkt worden. Daarom meen ik, dat de vergelijking met de chakra zeker niet ongerechtvaardigd is, waar deze chakra immers bepalen in hoeverre bepaalde geestelijke kwaliteiten actief zullen zijn en wij aan de wijze, waarop de chakra zich toont – mede door de daarin voorkomende fluctuaties – kunnen zien, maar ook bepalen, welke opname van krachten, uitstraling van krachten plaatsvindt. Waar deze ontwikkeling voor de mogelijkheden van de geest en de op aarde als geestelijk geziene voertuigen aansprakelijk is, is de vergelijking volledig juist; een zien van de beide waarden als een en hetzelfde echter niet.
De mens wordt gemeenlijk gezien als een samenstelling van ziel, geest en stof. Wat de geest is en wat zij met het aardse leven wil doen, is echter veelal niet eenvoudig te onderkennen. Wel zijn wij ons goed bewust van onze gewone persoonlijkheid, met een bewustzijn, dat gewaar wordt, denkt, vergelijkt en conclusies trekt en ook allerlei gevoelens ondergaat. Maar welke plaats neemt deze persoonlijkheid in bij het schema: ziel, geest en lichaam? Zou het niet duidelijker zijn een vierde factor in te schakelen als bij de Engelsen: soul, spirit, mind en body? Zou “mind” dan kunnen worden gezien als het bewustzijn van de persoonlijkheid, terwijl “spirit” als bewustzijn van de ziel zou kunnen gelden?
De formulering spirit als het bewustzijn van de ziel, is zeer goed. Volgens mij is dit geheel juist, het toevoegen van mind als een afzonderlijke factor lijkt mij echter minder geslaagd.
Wanneer wij de structuur van de mens bezien, hebben wij in de eerste plaats te maken met de zuiver stoffelijke persoonlijkheid. Deze wordt echter mede bepaald en gevormd door zijn denken. Fouten, die in het denken ontstaan, reflecteren dan ook in meerdere of mindere mate op het lichaam, kunnen de vorming daarvan beïnvloeden, kunnen ziekten doen ontstaan en zelfs een schijnzwagerschap tot stand brengen.
Dat wat u mind noemt – en waartegen wij graag psyche zeggen – omvat echter niet alleen het directe waakbewustzijn, wij zien daarin verder een onderbewustzijn optreden – ofwel een reeks van verdrongen dan wel niet onmiddellijk beschikbare herinneringen – plus erfelijke herinneringsfactoren. Daarnaast zien wij een bovenbewustzijn, zijnde de inductie van het totaal van menselijk bewustzijn in de eenling.
Verder vinden wij in dit begrip mind – en dit mogen wij niet vergeten, ook al schijnt het vaak een deel van het onderbewustzijn te vormen – de gerichtheid van de geest, die dus, in zekere mate via het niet-waakbewustzijn een bias, een bevooroordeeldheid schept ten aanzien van de wereld, handelwijzen, en zo het lichaam drijft tot bepaalde ervaringen. Ik meen dan ook dat de factor mind te complex is, terwijl zij bovendien waarden inhoudt, welke in de mens zijn gelegen, die van buiten op de mens inwerken en waarden die vanuit de geest in de mens ontstaan. Wat mij betreft, mag u het woord gebruiken om een verzamelplaats van verschillende factoren van bewustzijn weer te geven. Het lijkt mij echter niet juist, het als een in zich enige factor in de opbouw van de mens zonder meer te beschouwen.
Ten laatste: wat is geest? Dit is moeilijk te omschrijven, dat ben ik met u eens. Laat ons daarom eerst eens opsommen wat wij van de geest zoal weten. Geest is energie. Geest is energie, die begrensd is ten aanzien van haar omgeving. De geest is energie, waarin, zo dit zichtbaar ware, men zou kunnen stellen, een bepaalde kristalstructuur van energie voorkomt, zodat zij een reeks van vaste waarden in zich draagt, terwijl tussen deze vaste waarden een uitwisselen van gegevens mogelijk is. De geest is dus een denkend wezen, bestaande uit zuivere energie, in zich vaste energiepatronen dragende, welke een wisselwerking met elkander tonen, waardoor bewustzijn, waarneming en zelfs groei van eigen gebied of een verkleining daarvan mogelijk wordt, terwijl een perceptie op eigen vlak van al wat zich buiten de begrenzing van eigen wezen bevindt, eveneens mogelijk is.
Een gastspreker zei: “Arbeid is stilstand”, omdat arbeid als doel in zichzelf tijdelijk is en vergaan is in uitwerking, voor zij geheel volvoerd werd. Dit is mij onbegrijpelijk. Wilt u dit uitleggen?
Moeilijk, want ik zou hier in de gevoelswereld moeten treden van een spreker die ik op het ogenblik niet bereiken kan.
Ik kan het mij echter als volgt voorstellen: Het doel van het bestaan – geestelijk gezien – is een uitbreiden van het bewustzijn. Bewustzijn omvat erkenning, ervaring, oordeel en emotie of instelling. Wanneer wij arbeiden, maken wij vaak de arbeid tot ons doel. Zolang de arbeid alleen als middel gehanteerd wordt, is dit aanvaardbaar. Zij is dan niet doel in zichzelf. Maar in dit geval zullen wij alleen dan arbeid verrichten, wanneer ons werkelijke wezen, ons Ik daarmede gemoeid is. Vaak zien wij dan het verschijnsel optreden, dat de arbeid ons geen arbeid meer toeschijnt, maar een soort liefhebberij is, een soort spel, dat direct deel is van ons leven, zonder hetwelk wij niet eens ons bestaan kunnen indenken, omdat het uitdrukking geeft aan onze persoonlijkheid. Zodra je arbeid echter buiten jezelf stelt – zoals op de wereld op het ogenblik helaas al te veel gebeurt, – zal het werk iets zijn, dat niets meer met je werkelijke Ik te maken heeft en ook geen bestaansrechtvaardiging in geestelijke zin meer inhoudt. In dit geval is de arbeid voor de geest nutteloos.
Voorbeeld: Iemand met een IQ van 80 is geheel tevreden met zijn haast mechanische arbeid aan een montageband. Voor hem zijn daarbij niet de montage zelf en het daaruit voortvloeiende salaris belangrijk, maar het gevoel deel te hebben aan het geheel, opgenomen te zijn in het geheel. Al beseft de persoon zelf dit niet, zo zal zijn ervaren van de mensheid en het leven intenser worden dan zonder dit mogelijk was. Wanneer ik nu iemand neem met een IQ van 120, zo zal dezelfde arbeid voor hem geen uitbreiding van zijn deelhebben aan de wereld zijn, maar een beperking van zijn verbondenheid met het leven. Op dit ogenblik is de arbeid dus vanuit een geestelijk standpunt niet meer als nuttig en waardevol te aanvaarden. Ik vermoed wel, dat bedoelde spreker ongeveer dit heeft willen uitdrukken.
Er wordt telkens op gezinspeeld, dat de nieuwe Wereldleraar dood zou zijn. Zo ja, waarom, door wie en hoe?
Door het optreden van een politieambtenaar in Saoedi-Arabië, als gevolg van een veroordeling en daarop volgende geweldpleging tegen hem. Reden: zijn taak was afgelopen.
Waarom zijn de meeste mensen bang voor hun eigen magie?
Wat bedoelt men met “eigen magie”? Een antwoord is niet zonder meer te geven: het gehele leven van de mens berust namelijk op de eigen magie. Een groot deel van de gebruiken, wijze van bewegen en geloven vormt voor de mens in wezen namelijk een magisch patroon, waardoor hij zich tegen de onzekerheden van de wereld en een nader te bepalen voortbestaan wil beschermen. Dit is de meest eigen magie van de mens. Maar ik heb nog geen mens gezien die voor deze vorm van eigen magie bang is. Integendeel: zij vormt vaak zijn enige zelfrechtvaardiging.
Een andere vraag zou het zijn, wanneer men zich afvraagt, waarom de magiër zijn eigen magie zou kunnen vrezen. Dan spreken wij echter niet meer over de mens in het algemeen, maar over iemand die een zeer speciale macht en functie tracht uit te oefenen. In dat geval kan gesteld worden: op het ogenblik dat men het gevoel heeft te kunnen falen, zal men vaak zozeer door een angst voor eigen werken bevangen worden, dat men daardoor faalt. Dit is een van de grootste redenen voor het in de magie zo vaak voortkomende mislukken van werken en wezen.
Hoe beoordeelt men de vredesactie van de in Japan afgodisch vereerde Ogamisama? Is zij een ingewijde? Is het zo dat zij rechtstreeks van God alles verneemt wat zij over de vrede te zeggen heeft?
Zover mij bekend, bestaat er in de hemel geen vaste telefoonverbinding naar wie dan ook op aarde. Anders gezegd: een direct contact met God is voor geen enkele mens op aarde regelmatig mogelijk. Dit geldt zelfs voor meesters en ingewijden. Dit houdt in, dat ik de stelling: “God zegt mij steeds wat ik moet doen”, niet kan aanvaarden, tenzij ik mag stellen, dat de persoon in kwestie een deel van eigen persoonlijkheid, een soort beter Ik tot een Scheingestalt, een soort God heeft gepromoveerd, om daardoor de onzekerheden van het bewuste Ik enigszins weg te kunnen nemen. Dit impliceert weer dat, al acht ik de pogingen hoog, daarvoor niet dezelfde gelovige waardering kan koesteren als de volgelingen van genoemde persoon.
Wat gebeurt er met de geest van een kind, dat na de geboorte onmiddellijk overgaat?
Hierop zijn vele antwoorden mogelijk. U moet beseffen dat de voorstelling, die leeft in de geest op, of rond het ogenblik van overgang, veelal bepalend is voor de wereld waarin hij na de overgang meent aan te komen. De gedachten bepalen de wereld. Het is als het ware een droom, waarin alle personen wel werkelijk zijn, maar de vorm waarin zij optreden, wordt bepaald door de dromer. Dit houdt in, dat een kind kan overgaan met een begrip van wat het was voor de incarnatie en zo onmiddellijk de oorspronkelijke vorm en zelfs functies kan hernemen, daarbij verrijkt met de ervaringen die het bestaan in het moederlichaam met zich bracht.
Het is echter ook mogelijk, dat het denkbeeld: leven als mens, zo sterk bij die geest heeft overheerst, dat juist deze angst van het geboren worden – want dit is een angst – deze beelden sterk fixeert. Dan krijgen wij vaak te maken met een geest, die in de geest het proces van volwassen-worden simuleert en daarbij alle menselijke trappen in de sferen nog doorloopt. Dit kan gebeuren in een tijd die korter is dan op aarde normaal is, zodat bijvoorbeeld een ontwikkeling, die op aarde 16 jaren vergt in 1 jaar aardse tijd wordt doorlopen. Soms geldt, dat 16 jaren van ontwikkeling op aarde 16 jaren van ontwikkeling voor de betreffende geest betekent, soms ook zien wij, dat het tempo van ontwikkeling veel trager is dan op aarde, zodat de kindergedaante honderden aardse jaren kan worden behouden. Dit laatste, omdat de tijdsfactor in de sferen zeer persoonlijk is, van eigen ervaren afhankelijk blijft, terwijl er geen concrete tijdsindeling, zoals op aarde bestaat, mogelijk is. Bij u wordt de werkelijke tijd niet weergegeven door de klok, maar door de op ongeveer dezelfde tempi gebaseerde ontwikkeling van organismen op aarde.
Wat is het voordeel van het paradoxale?
Het voordeel van het paradoxale voor mij is wel, dat de mens hierdoor beseft, dat het schijnbaar onmogelijke soms mogelijk kan zijn, terwijl het schijnbaar logische en mogelijke soms onlogisch en onmogelijk blijkt te zijn. De paradox wijst de mens dan op zijn onvermogen over alles onmiddellijk een oordeel te vellen. En met dit besef zal hij de wereld zowel als de sferen met een meer open geest kunnen benaderen. Voor mij is dit het grote voordeel. Het klinkt misschien paradoxaal: door het stellen van de onmogelijkheid van het mogelijke of de onmogelijkheid van het mogelijke, realiseert de mens zich zowel zijn eigen mogelijkheden als de onmogelijkheid van vele van zijn eigen stellingen.
Gaat de Aquarius-invloed uit van het Eerste Licht en beroert zij de gehele schepping, of waaiert zij sectorisch uit en beroert daardoor slechts een deel van het heelal?
Wanneer ik één lichtbron heb en dit licht opvang in een spiegel met 12 facetten, terwijl de spiegel langzaam roteert, kan ik gelijktijdig zeggen, dat elk facet slechts een deel van het geheel belicht, terwijl toch de bron van dit licht het ene licht zal zijn dat alle dingen beïnvloedt.
Ik meen, dat u voor de Aquariusinvloed op gelijke wijze moet denken. Wanneer wij trachten dit redelijk uit te leggen, geldt het volgende: de innerlijk pulserende kracht van het Goddelijke, zijnde het middelpunt en de beweging in de Goddelijke Werkelijkheid, gaat tot aan de grens of jonkvrouwe waarachter eerst de geopenbaarde wereld, de spiegeling van deze werkelijkheid, ontstaat. In de grens bevinden zich de 12 poorten, die elk in zich een triade dragen en deze triade, bestaande uit de kracht ervan en de deling van die kracht in twee tegengestelden, openbaart zich in de delen van de schepping, die daar op het ogenblik onder vallen en zo worden omgevormd tot stralingen, magnetische en veldinvloeden die binnen de stoffelijke wereld bestaan. Spreken over “het eerste licht” lijkt mij echter hier niet geheel juist, want in vele gevallen gebruikt men deze term om de zon aan te duiden. Door esoterische groepen uit het verleden werd namelijk de zon aanbeden, als zijnde het eerste licht aan de hemel, de heerser van hemel en aarde.
Volgens Hoyle ontstaan thans nog nevelvlekken, als het ware uitkristalliserend uit de astrale wereld. Is dit juist?
Volgens mij niet, al kan ik mij deze stelling wel indenken, omdat bij het meer bereikbaar worden van de grotere afstanden in de ruimte, en de verbeteringen in de menselijke waarnemingstechniek, men inderdaad steeds weer nieuwe dingen in het heelal ontdekt. Maar de sterrennevels zijn het product van het Eerste Woord, ofwel de eerste explosie, waardoor uit het niet de ten opzichte van elkander wervelende krachtvelden ontstonden, die weer op de snijpunten van hun lijnen de wervelingen tot stand brachten, die de kleinste delen van de materie worden genoemd. Zo ontstonden krachten, die elkander onderling konden beïnvloeden, afzonderlijke ritmen konden vinden en zo allereerst straling, warmte, daarna ook licht tot stand brachten.
Er zijn niet actieve, half actieve en volledig actieve, ja, zelfs geheel uitgekristalliseerde sterrennevels. Dat is waar. Niet elk nevelstelsel is dus, gezien vanuit de mens, even ver ontwikkeld. De Melkweg kan hier als een praktisch geheel ontwikkeld stelsel gelden, terwijl bijvoorbeeld de nevel in Andromeda kan gelden als een half-ontwikkelde nevel. Naar ik meen door de mens nog niet juist erkende donkere wolken – op rond 200.000 tot 250.000 lichtjaren van het Melkwegstelsel – zijn nog niet gevormd maar zouden, zo hen een straling wekt, tot werking, warmte en lichtvorming en zo de vorming van sterren over kunnen gaan. Ook deze zouden dan, zij het kleiner en jonger dan het Melkwegstelsel en vele andere bestaande nevels, tot werkende spiraalnevels kunnen worden.
Vanuit het eeuwige gezien kan dit alles wel simultaan zijn, maar daarom hoeft het in het tijdelijke nog niet direct als zodanig, dus gelijktijdig, kenbaar te worden. Daarom vind ik de stellingen van Hoyle nog niet zo verwerpelijk.
Wij spreken dus niet over de Goddelijke Schepping, want dan komt de tijd in het geding. Wij spreken dus doodgewoon over het ontstaan van de eerste materie en de eerste sterrennevels. Dan moeten wij zeggen: het begin was voor dit heelal gelijktijdig – er zijn andere heelallen geweest, er zullen er nog komen en er bestaan zelf paralelheelallen. Ondanks de gelijktijdigheid is er echter de ruimte, waardoor werkingen in afstand ontstaan en de op zich gelijktijdige waarden voor een mens achtereenvolgens zichtbaar kunnen worden. Hierbij geldt de plaats van de waarnemer als criterium. In de vraag werd de concrete bestaansduur als criterium gesteld. En deze is voor alle stof even groot.
Wat is dan de betekenis van de massa’s, duistere massa’s, die door de radiotelescopie ontdekt werden aan de rand van het heelal?
Deze is het waarnemen van het bestaan van vaak zeer fijn verdeelde materie. Om een beeld van de dichtheden te geven: in sommige van deze zogenaamde massa’s heeft men te maken met een dichtheid van 1 tot 2 moleculen per km3. Bijna niets. Onderling zal hier, omdat er sprake is van gevormde moleculair-bindingen, een beweging bestaan. Hierdoor wordt een veld gegenereerd, met weer onderlinge reacties, die wel niet in het voor u zichtbare vlak vallen, maar wel degelijk als elektromagnetische storingen kenbaar worden in de ruimte. Omdat magnetische storingen door het gehele Al – waar immers sprake is van een aantal krachtvelden van gelijke aard, die elkaar kruisen – kenbaar zijn, zullen zij ook op aarde afleesbaar zijn.
Hiernaast bestaan er een aantal zogenaamde donkere wolken, die, naar ik meen, door de radiotelescopie reeds beter zijn gedefinieerd en waarvan men dus de actie, omvang en het eigen geluid reeds heeft leren kennen. Hier heeft men te maken met soortgelijke wolken, die kleiner, dichter en dichterbij zijn. Zij bevinden zich tussen de nevelzwaden die rond het Melkwegstelsel liggen, of zelfs tussen de sterren. Zij komen echter in grootste omvang voor aan de rand van sterrennevels en in de hiaten, die wij aan de rand van een uitgekristalliseerd nevelstelsel zien.
Ten laatste zijn er de kleinste donkere wolken, die reeds goed kunnen worden waargenomen door telescopen met ongeveer lenzen van één en een halve meter doorsnede. Deze laatsten bestaan uit reeds uitgewerkte materie. Soms zijn het ook gasnevels, zeer fijn verdeeld, die hun bestemming pas vinden, wanneer een ster door deze nevels trekt, zodat zij de activiteit en soms zelfs het wezen van die ster tijdelijk of soms ook blijvend kunnen veranderen.
Deze ontdekking is eerst 2 jaren oud….
U bedoelt: in de moderne wetenschap. Want indien wij ons de moeite getroosten meer dan 2000 jaren terug te gaan en zoeken in de oude mystieke werken, dan vinden wij al dichterlijke aanduidingen, dat men iets dergelijks kent. Zoals wij trouwens in de Chinese filosofie en zelfs in de gedichten van Tsi Liu beschrijvingen kunnen vinden, die kennelijk spreken over het atoom. En toch was dat reeds 2600 jaren voor het aanbreken van het atoomtijdperk.
Op 12 februari werd een deel geciteerd van een schone Osiris-hymne. Deze eindigt met: “Mijn boot is slechts het spoor van uw oneindigheid”. Wilt u dit uitleggen?
Dan moeten wij even in de oude Egyptische mystiek duiken. Zoals u weet, wordt Osiris voorgesteld als varende in een zonneboot: een apart vaartuig, waarin hij de zon met zich voert. Hij reist langs de hemelkoepel, komt aan het einde van de dag onder de aarde en valt in slaap, terwijl de boot met het licht door de onderwereld vaart. Wanneer de onderwereld bijna gepasseerd is, komt men aan de klippen, die waarschijnlijk de tijd symboliseren. Op dat ogenblik ontwaakt Osiris en stuurt met vaste hand zijn schip weer naar de bovenwereld en de hemel toe.
In bepaalde mystieke groepen in Egypte werd nu deze zonneboot gezien als een middel, om de tijd te overbruggen. Het is dus een overmeesteren van het begrip tijd, waardoor men komt tot de onsterfelijkheid, de eeuwigheid.
Om het geciteerde te kunnen begrijpen, moet u zich verder even het ogenblik in het Dodenboek herinneren, dat aanbreekt, wanneer de rechters het ‘onschuldig’ hebben uitgesproken. De ziel is dan opeens even groot als de rechters, die tot dan als grote gestalten boven hem torenden. Men zou de gehele weg van het Dodenboek dan ook kunnen beschrijven als een tocht, waarbij het geheel der goddelijke geheimen – zoals die toen werden gezien, dus zuiver magisch – worden overwonnen en de mens zichzelf opwerkt tot gelijke statuur met de onmiddellijke uitingen van het goddelijk. Pas dit toe op de geciteerde – overigens nogal oude – Osirishymne, en u kunt zich realiseren, dat de woorden: “spoor van uw oneindigheid”, als omschrijving van de zonneboot en haar baan, hier betekenen moeten: in het schip, het voertuig waarin ik mij bevind, met het mij geschonken licht, trek ik een spoor door werelden en tijd, maar in wezen is dit slechts het spoor van Gods’ eeuwige Zijn. Ik leg geen dagen af, maar de afstand tussen mijn bewustzijn en het totaal bewustzijn in het goddelijk.
Ik moderniseer dit wel enigszins, want vroeger werd dit meer magisch gezien en betekende het meer een zich vereenzelvigen met de machten van de eerste God, dan een vereenzelviging met de geest van deze God, zijn werkelijke wezen. Maar ik meen dat het, op deze wijze gesteld, voor u nog het beste te volgen is.
Osiris reist als een godheid met een boot rond de aarde. Dacht men zich de kosmische ruimte dan als een wereldzee?
Niet geheel. U mag niet vergeten, dat de primitievere mens geheel egocentrisch denkt. Voor hem is de aarde het heelal. Wat er omheen is, is wel onbekend, maar behoort tot de aarde als basis of begrenzing. Men vraagt zich niet af wat daar verder buiten ligt. In de Griekse tijd, wanneer men reeds iets meer gaat begrijpen, zoekt men dit beeld aan te passen aan de erkende werkelijkheid en komt dan tot structuur van zogenaamde hemelsferen, halve bollen, waarin de sterren zich bewegen – dit gaat zelfs tot 49 toe – maar dezen blijven in de eerste plaats een afscherming van de aarde, een grens en dragen nog geen werkelijk ruimtelijke en kosmisch ruimtelijk inzicht met zich.
De mens stelt zich voor dat de wereld ergens op rust of ergens in drijft. Omdat men zich een gaan onder de wereld niet voor wil stellen, kiest men daarvoor een wereldzee, die de mens dus niet kan dragen. In andere gevallen wordt de wereld gedragen door een dier, bijvoorbeeld een schildpad, die in de wereldzee zwemt en op zijn rug de aarde torst. In andere gevallen blijkt men zich de aarde eerder te denken als een soort schip dat op die wereldzee vaart, terwijl men soms zelfs aanneemt, dat de aarde boven deze wereldzee zweeft, gesteund door niet nader gedefinieerde krachten. Wanneer de wereld van de oudere mensheid wordt bezien, zo blijkt voor hen sprake te zijn van een hemel met vaste afmetingen, die geen ruimte is, maar de grens, waarachter zich bijvoorbeeld de godenwereld of eenvoudigweg een leegte bevindt.
Onder de aarde kan zich niets anders dan een wereld of ruimte bevinden; men ziet de aarde immers als een plat vlak? Dan moet daaronder wel de onderwereld zijn. Wanneer de zonneboot dus neerdaalt in de zee – en dat ziet men soms zelf – kan zij nergens anders heen dan naar de onderwereld, want er is voor deze mensen eenvoudig niets anders. En wanneer de zon aan de andere kant van de wereld na de nacht weer verschijnt, kan het eenvoudig niet anders of de zon moet de tussenliggende ruimte onder de wereld hebben afgelegd, dus door de onderwereld.
Dit is een primitief denken, dat bij sommige gevorderde priestergroepen en wijzen zeker ook in Egypte reeds overwonnen was. Maar dit was het denkbeeld dat het volk had. En de voorstelling van het volk en de behoudzuchtigen wint altijd. Hoe lang is het geleden, dat men iemand dwong zijn stelling terug te nemen, dat de aarde draaide? Tweehonderd jaar. Is het dan een wonder, dat 3 tot 4000 jaar geleden de mensen nog veel starrer waren in hun egocentrisch denken?
In oud Egypte wordt elke overledene Osiris genoemd. Toch kwam deze naam in de eerste plaats toe aan een verlichte ingewijde, de gelijke der goden. Hoe zit dit?
Niet de gehele dode wordt Osiris genoemd, maar slechts een bepaald deel van zijn wezen. De dode zelf houdt op te bestaan als eenheid. Zijn lichaam is het voertuig geweest van zijn astraal en mentaal lichaam zowel als van zijn ziel. Door dit lichaam in stand te houden – vandaar de mummificatie en de neiging beelden van zichzelf op te richten, die kunnen dienen als vervanging voor het lichaam – dat misschien toch ten onder zou gaan, waardoor men een voertuig behoudt om in terug te keren, wanneer het hiernamaals misschien niet zo aangenaam zou uitvallen als men wel hoopte.
Degene die heengaat en van wie men aanneemt, dat hij de hoogste werelden zal betreden, is daardoor alleen al een verlichte. Hij is één met Osiris. Daarom wordt hij reeds in zijn sterven ook vaak neergelegd op de schoot van een Osirisbeeld. Men deed dit wel bij andere godenbeelden ook, vooral voor priesters van de voorgestelde godheid, maar Osiris had vaak ook daar de voorkeur. Vorsten, priesters, leden van het koninklijk huis, kregen deze eer. Men nam dan aan dat zij zo sterk waren, zo machtig, geleerd en rijk, dat zij reeds onmiddellijk voor hun rechters zouden kunnen treden en zo de verlichte Osiris zouden kunnen worden, opgestaan uit de verdeeldheid van het aardse bestaan.
De ingewijde echter wist het sterven op aarde reeds te doorstaan, de dood reeds tijdens zijn leven te overwinnen en zijn rechters reeds te ontmoeten terwijl hij nog leefde op aarde. Als hij alle beproevingen had doorgemaakt, had hij – zij het meer figuurlijk – dus de dood overwonnen. Daarom droeg hij tijdens zijn leven reeds de eretitel van “verlichte Osiris”. Dit kwam tot uiting in bepaalde riten, o.m. in Thebe, waar degene die de inwijding had doorstaan in de gemeenschap der levenden werd terug gebracht in een draagstoel, die de vorm van een boot had – Osiris in de zonneboot – terwijl men hem bij het betreden van het land der levenden – de stad of tempel – toeriep: “Heil U, o Lichtende, heil U, Osiris.”
Waarom spreekt men van kosmische spiegelingen? Een spiegeling ontstaat door teruggeworpen licht. Ontstaat de waanvoorstelling niet door het wanbegrip van wat ervaren wordt, dus van datgene wat niet gespiegeld wordt, maar geabsorbeerd?
Dit ligt als volgt. Ik ervaar niet, tenzij ik eerst vanuit mijzelf de impuls tot ervaren geef. Ik moet de ogen openen om te kunnen zien. Denk in dit verband nu eens aan de mens als een soort radar. Hij zendt uit en ontvangt de weerkaatsing van het gezondene. Wanneer zijn uitzending niet juist is, zal het weerkaatste beeld eveneens onjuist zijn. Aan de hand van dit voorbeeld begrijpt u nu ook misschien, wat waan is.
Indien wij spreken over een kosmische spiegeling, gaat het eigenlijk ook over een waan: Gods’ licht straalt uit. Door God keert dit licht rechtlijnig tot Hem terug, zo alleen datgene weerbrengende, wat Hij uitstraalde; maar wij, die ook een deel van dit goddelijk licht zijn, beschouwen het uit ons eigen standpunt. Dit wil zeggen dat wij voor delen daarvan blind zijn, voor andere delen geheel openstaan, dat wij sommige van de verschijnselen, die toch ook uit het goddelijke voortkomen, niet volledig willen zien. Wij willen bijvoorbeeld de volmaaktheid niet kennen. Er is niets, wat een mens zo zeer haat als de volmaaktheid, vooral bij anderen. Wat het eigen Ik betreft is het meestal een illusie, een waan.
Dit betekent dat een mens, om het volmaakte te kunnen aanvaarden, het onvolledig in zich moet opnemen. Anders zou hij zichzelf moeten desavoueren. Dientengevolge is hetgeen hij in zich opneemt niet de werkelijkheid zelf, maar een illusie van werkelijkheid, een waan, die ontstaat uit de onvolledigheid, die als geheel wordt gezien.
Wanneer u door de wereld gaat, beoordeelt u iedereen niet aan de hand van feiten – hoe objectief u ook graag zou willen zijn – maar aan de hand van de in u bestaande begrippen en vooroordelen, die gelijktijdig een blindheid betekenen voor een deel van de anderen, van de verschijnselen ook. Daarom is de wereld, waarin u zich beweegt, voor u inderdaad een wereld van begoocheling, een waan. Niet omdat zij niet werkelijk bestaat, maar omdat zij in haar werkelijke vorm door u, in uw huidige staat van bewustzijn, niet ervaren kan worden. U ervaart haar niet in de zin van haar wezen, doch slechts in de zin van uw eigen wezen.
Ik vraag mij af, zo Jezus’ woorden: “Hebt God lief met geheel uw hart, geheel uw kracht, geheel uw ziel, en uw naaste gelijk uzelf” niet de formulering is van een sympathisch wit-magisch proces, waarvan de “opstanding” het resultaat is. Immer hebben wij hier de centraal gestelde godsvoorstelling en de identificatie van het Ik met de naaste, waardoor een eenheidsrealisatie tot stand komt en dus de bewustwording, die door de opstanding wordt bekroond.
Een mooie stelling, maar men kan het met dezelfde feiten ook anders poneren: eerst wanneer de naastenliefde zijn voltooiing heeft gevonden en het Ik komt tot identificatie van het Ik met het Eeuwige, ontwaakt de eeuwigheid als bewuste waarde in eigen wezen en is voor het Ik de opstandig het gevolg. Ook deze formulering is mogelijk.
Ik meen niet, dat het juist is Jezus’ leven uit te leggen als een voorbeeld van magie. Ik weet dat Jezus een magiër was. Zijn leven is echter voor ons uiteindelijke een parabel. Wij weten niet eens precies meer, of die Jezus nu ook werkelijk geleefd heeft. O ja, Hij heeft werkelijk geleefd. Maar wie van u kan dit bewijzen? Wij moeten m.i. Jezus dan ook vooral zien als een voorbeeld. Wanneer die Jezus in zijn magie gevolgd zou moeten worden, zo dienen wij te beseffen, dat zijn één-zijn met God plus zijn één-zijn met de naaste zijn magie uitmaakt. Wanneer je wilt spreken van liefde als magisch principe, zo is hier wel de top bereikt. Maar welke mens kan dit? Niemand. Wanneer wij de opstanding stellen als het einddoel, maken wij de grote fout, dat wij niet alleen leven en werken omwille van de liefde, maar omwille van de smeer, als de kat, de kandeleer likken. Wij proberen ons dan te gedragen of wij God en onze naaste werkelijk lief zouden hebben, maar doen dit alleen om de opstanding te kunnen bereiken, en daarmede valt de magische werking weg.
Mijn conclusie is dan ook: wanneer wij willen trachten het geheel van Jezus’ leven als een magisch werken te zien en dit willen volgen, blijven wij ofwel steken in theorieën, die ons voor de daadwerkelijke mogelijkheden, die Jezus’ leven als parabel en voorbeeld voor ons heeft, blind kan maken. Zo niet, dan proberen wij waarschijnlijk het voor ons onmogelijke, en mislukken daardoor. Laat ons daarom liever stellen: degene, die zozeer zich innerlijk één weet met God, dat niets anders dan die God en de wil van die God in en voor die mens geldt – of dit waan is in die mens of werkelijkheid maakt niet uit – en gelijktijdig daarnaast elke naaste ziet als deel van zichzelf – want dit is de zin van het je naaste liefhebben gelijk jezelf – zal hierdoor onttrokken worden aan vele wetten en beperkingen die voor de normale mens gelden.
Laat ons dus trachten God in alle dingen te vertrouwen. Ik wil niet hatelijk zijn, maar er zijn vele mensen die God elke dag weer in hun gebeden vertellen, wat Hij nu weer verkeerd heeft gedaan. Wij moeten God liefhebben, zonder wantrouwen, zonder verzet, zonder ook te vragen wat wij voor die liefde wel terug zullen krijgen. Daarnaast moeten wij het verschil, dat tussen onszelf en een andere mens kan bestaan, gewoon durven vergeten; dit laatste is een heel moeilijke taak. Wanneer wij deze dingen eerst tot stand weten te brengen, is het misschien daarna tijd om eens over die magie te gaan spreken. Dan zal men er echter geen belangstelling meer voor hebben, zodat het geen zin heeft. Op het ogenblik echter lijkt mij het werken met dergelijke begrippen en stellingen veeleer verwarrend dan goed voor de mens. Dit is geen kritiek, maar eenvoudig mijn zienswijze.
Ik stel deze vraag, omdat ik in de Oudheid bij alle mysteriën deze sympathische magie tegenkom, o.a. bij Osiris enz. Ik heb getracht om dit ook op Jezus toe te passen.
Wanneer u zo redeneert, kunnen wij natuurlijk daarop verder gaan en zeggen, dat alle waarden, die wij in het christendom vinden – dit nu even niet als openbaring, maar als parabel, als verhaal beziende – terug zullen vinden in het Isis-Osiris verhaal, terwijl dezelfde waarden ook terug te vinden zijn in de Perzische overlevering, in de Prometheus-legende, enz.
Overal. Want een waarheid, die reëel en blijvend is en dus als het ware behoort tot de wetten van het bestaan, kun je wel 1000 malen verschillend uitbeelden, maar de inhoud zal gelijk blijven. En wat wij ook bij het leven van Jezus willen zeggen of denken, zelfs wanneer wij aan willen nemen dat Hij niet eens bestaan zou hebben, zullen wij nog steeds toe moeten geven, dat wat wij van Hem leren kennen vanuit evangeliën en andere geschriften, niets anders is dan de perfecte waarheid, de enige wet, waaronder de mens waarlijk mens kan zijn. En deze wet vinden wij overal weer terug. Wij vinden daarbij altijd ook weer iets, wat veel op magie lijkt: de noodzaak van het offer. Omdat eerst door de negatie van het Ik in persoonlijke zin, het deelzijn aan een groter ego, een groter Ik, aanvaardbaar wordt en beseft kan worden. Een verhandeling hierover zou mij echter te ver voeren.
In een van de evangeliën staat bij de ‘delen’, waarmede wij God lief moeten hebben buiten hart, wezen en kracht, ook nog het verstand. Is dit nu een omissie bij de een of een te veel bij de ander?
Er is een verschil in het zich uitdrukken. Er zijn namelijk mensen die denken, dat het verstand niet zo belangrijk is. Ik behoor daar helaas ook onder. Maar er zijn anderen, die het verstand beschouwen als een afzonderlijke functie. Men bedoelde hiermede dus het denken. Ik meen dat je God niet waarlijk en volledig lief kunt hebben, zonder dit ook met je denken te doen. Ik meen dus dat hier sprake is van een wat andere wijze van stellen, maar dat toch niet gesproken mag worden van een te veel enerzijds of een omissie anderzijds.
Mag ik het daarbij laten, vrienden. Wanneer u zich na de pauze wat verfrist hebt, kunnen wij verder gaan met de resterende vragen. Ik dank u voorlopig in ieder geval reeds voor uw vragen en aandacht en spreek de hoop uit, dat de tweede helft van onze bijeenkomst een stijgende lijn zal kunnen tonen. Tot straks.
Deel 2
Daar zijn wij dan weer bijeen voor het tweede deel van de bijeenkomst. Mag ik echter nog iets opmerken. Het is wel tot nu toe nog niet voorgekomen, maar ik mag in geen geval op persoonlijke vragen antwoord geven. Voor de goede orde wilde ik dit toch nog wel even vermelden. Mag ik nu vervolgen met de eerstvolgende schriftelijke vraag?
Zou u het verband van de traagheid willen geven?
Waarmee? Is zij gewond?
Bijvoorbeeld met elektriciteit, haar aard, enz.
Traagheid is een wijze van reactie, welke op zovele verschillende gebieden voor pleegt te komen, dat het geheel niet binnen het kader van een eenvoudige vraag te beantwoorden is. Bespreken wij daarom nu maar eerst even de traagheid van de massa.
Massa betekent: een aantal kleinste delen, onderling verbonden en ten opzichte van elkander een vaste werking en plaats hebbende, welke gezamenlijk een magnetisch veld vormen, hetwelk ten aanzien van elk ander magnetisch veld of elektromagnetisch verschijnsel bindingen kan kennen. Anders gezegd: wanneer ik een stuk materie heb, zal dit door de aarde aangetrokken worden en de aarde aantrekken. Wanneer ik een beweging tot stand breng, zal ik allereerst de binding moeten overwinnen. De aangewende kracht wordt omgezet in een bewegen van twee krachtvelden ten opzichte van elkander, wat weer energie doet ontstaan. Wij noemen dit dan energie van beweging, zoals wij een weerstand moesten overwinnen bij het in beweging brengen – traagheid – zal ook een afremmen meer dan normale kracht vergen, om de uitwisseling van energie tussen de twee velden tot stilstand te dwingen en zo weer een hechte binding tussen de twee velden tot stand te kunnen brengen. Je zou dus kunnen zeggen dat de energie van beweging, die in de massa bestaat, eerst teniet moet worden gedaan, voor de toestand van rust, binding zonder energie-uitwisseling, weer kan ontstaan.
Traagheid is dus in wezen een vorm van energie, inherent aan beweging of een zich op plaats bevinden in rust. Het is deze traagheid, die door u, naar ik meen, vooral bedoeld werd. Zij is dus afhankelijk van de magnetische velden – of de elektromagnetische verschijnselen – die onder meer tot uiting komen als zwaartekracht, aardmagnetisch veld, zonneveld, storingen van magnetisme e.d. Ik hoop dat dit antwoord u, in zijn kortheid, toch reeds voldoende is. Zo niet, dan kunt u aanvullende vragen stellen.
Zou u de vorige incarnatie van prinses Irene willen noemen? Opdat duidelijk mag worden door welke drang zij is overgegaan tot de Rooms-Katholieke Kerk?
In de eerste plaats meen ik niet, dat wij gerechtigd zijn het persoonlijk leven en de innerlijke waarden van een nog levende persoon toe te lichten, tenzij dit voor een direct begrijpen van het wereldgebeuren noodzakelijk zou zijn. Zover mij bekend, is dit hier niet het geval.
In de tweede plaats vindt ik een overgaan tot een ander geloof nu niet direct iets bijzonders of verschrikkelijks. Een mens die zijn God vindt binnen een bepaald kader en daarin gelukkig is, staat volgens mij immers dichter bij die God dan iemand die vast is in de leer, maar daarbij onder de leerstellingen het contact met zijn God niet terug kan vinden.
Tegen wanneer verwacht u een verdeling van de wereld tussen de VS en Rusland? Gaarne met voorgeschiedenis.
Wat die voorgeschiedenis betreft, kan ik natuurlijk beginnen met een man, die Adam heette. Want daar begint het. Indien u zich afvraagt, wanneer er sprake zal zijn van een algehele overeenstemming tussen USA en USSR – van een absolute strijd zal voorlopig wel niet gesproken kunnen worden – moeten wij allereerst begrijpen, dat bij deze beide de systemen zich aan elkander aanpassen.
Een kapitalistische maatschappij met een sterk toenemende bevolking heeft niet meer voldoende mogelijkheden. Zij zal dus in toenemende mate sociale zekerheden moeten geven. Dit is alleen mogelijk door steeds meer macht naar de staat te trekken en de zeggenschap over alle bezit door de staat steeds te vergroten.
In Rusland hebben wij te maken met absoluut staatsbezit, waarbij echter elke stimulans voor de mensen om boven het noodzakelijke minimum te reageren en te werken achterwege blijkt te blijven. Om dergelijke stimulansen te scheppen, zal men zich meer en meer moeten instellen op de eisen van de massa, wat o.m. bevordering van bezit en besparingen betekent. Beiden groeien dus voortdurend na elkander toe. Wanneer het dus alleen gaat om deze machtsevenwichten, kunnen wij stellen, dat voorlopig nog 4 à 5 jaren tussen beide genoemden om de algehele macht wordt gestreden.
U mag daarbij echter niet vergeten, dat beide grote staten een aanmerkelijk deel van hun budget, dat eerst alleen voor machtsuitbreiding bestemd was, opeens zijn gaan wijden aan proeven ten aanzien van de ruimtevaart. Dat men dit alleen zou doen uit idealisme, om de eerste op de maan te kunnen zijn, lijkt mij op zijn minst een wat overdreven veronderstelling. Eerder meen ik, dat beide mogendheden zich er van bewust zijn, dat de werkelijke en niet zo gemakkelijk af te wijzen bedreigingen van hun status en macht niet van de aarde, maar van elders uit het Al zou kunnen komen. Ik meen dat zij zich, al weten zij waarschijnlijk nog niet precies wat de dreiging is, voorbereiden op de mogelijkheid dat men zich, nu of over 100 jaren, zal moeten verzetten tegen een ingrijpen, dat alle machtsverhoudingen zoals zij nu bestaan, teniet zou doen.
Ik geloof dat dit juist voor deze twee staten een belangrijke en bindende factor is. Ik geloof, dat zelfs de overeenkomst ten aanzien van de beperking van de atoomproeven niet alleen aan de vergiftiging van de atmosfeer op deze aarde geweten kan worden, maar wel degelijk versneld werd door het optreden van schijnbaar juist door deze proeven aangetrokken verschijnselen in de lucht, waarvoor men geen enkele openbaar aanvaardbare verklaring weet. Het grootste gevaar voor de wereldvrede is op het ogenblik dan ook niet gelegen in een verdeling van de wereld door USA en USSR, maar in China. Hier bestaat het gevaar voor oorlog enz. alleen, omdat het groot aantal mensen daar levende – ik meen op het ogenblik iets minder dan 800.000.000 – zo groot is, terwijl in vergelijk met de ook daar gekende beschaafde wereld de middelen zo gering zijn, dat dit land zich nog een rooftocht kan permitteren, zonder daarbij reeds tevoren zeker te zijn, meer te zullen verliezen dan de overlevenden met mogelijkheid kunnen winnen. Waar deze bedreiging echter ook voor Rusland geldt, neem ik aan dat de gehele wereld – op enkele zeer onderontwikkelde gebieden na, die denken in een wereldoorlog rijker te kunnen worden – zich tegen dit gevaar zal richten.
Daarmede zal na enige tijd een militaire balans tot stand worden gebracht, die geen openlijke strijd, maar slechts grensactiviteiten en guerrillaoorlogen toelaat. Ik meen dan ook, dat het op de wereld voorlopig daarbij wel zal blijven.
Voorziet u niet een samengaan tussen Rusland en Amerika?
Een openlijk samengaan van deze beide machten is voorlopig nog onmogelijk, omdat zij te lange tijd aan hun burgers de ander als een niet te vertrouwen, afschuwwekkende vijand hebben voorgesteld. Dat er in feite reeds nu sprake is van een samengaan op meerdere gebieden – niet alleen op wetenschappelijk, maar wel degelijk ook op politiek terrein, – kan blijken uit de verslagen van de laatste twee jaren omtrent de bijeenkomsten van de UNO. U zult kunnen zien, dat er sindsdien een vreemde verandering gekomen is in het optreden van Rusland, juist ten aanzien van de USA. Hevige protesten werden steeds weer gevolgd door een toch aanvaarden. De protesten waren kennelijk bedoeld voor de massa; het optreden in feite, en het uitbrengen van stemmen – vaak door satellietstaten – wijst echter op het bestaan van een verborgen politieke overeenkomst.
Als een geest een medium gaat bespelen, weet hij dan vooraf reeds precies wat hij wil gaan zeggen? Of hangt de inhoud van zijn betoog mede af van de mogelijkheden, die in het medium aanwezig zijn? Wordt de geest zich wellicht eerst bij het contact met het medium bewust van wat er wordt gezegd en hoe de toehoorders reageren?
Heeft u al eens geprobeerd viool te spelen op een piano? Dat is praktisch onmogelijk. Je zult dus datgene, wat je uit wilt drukken, steeds weer aan moeten passen aan de mogelijkheden van het instrument dat je bespeelt. Dat geldt ook voor de geest. De uitdrukking kan volledig die van de geest zijn. dit wil zeggen dat, zoals een goed violist uit een studie-instrument nog een vaak fantastisch mooie toon zal weten te halen, terwijl een leerling uit een Amati alleen een droefgeestig gekras weet te produceren, zal ook de geest die geoefend is met een eenvoudig medium vaak meer weten te bereiken dan een ongeoefende geest met het beste medium.
Verder moet u begrijpen, dat hetgeen gezegd kan worden, alleen bij de geest tevoren reeds geheel bekend kan zijn, wanneer het contact niet gebaseerd is op een wisselwerking tussen die geest en anderen. Dit betekent, dat ik bijvoorbeeld voor deze avond niet heb kunnen voorbereiden, al kon ik mij tevoren wel voorstellen dat bepaalde vragen wel aan de orde zouden worden gesteld.
De wijze van uitdrukking wordt over het algemeen allereerst door de mogelijkheden van het medium, maar in de tweede plaats ook door het begripsvermogen van de aanwezigen bepaald. Ik heb bij het beantwoorden op deze avond van uw vragen mij bijvoorbeeld gericht op een nog begrepen worden door ongeveer 50% van de aanwezigen. Dit betekent, dat ik u vanavond dus betrekkelijk hoog heb aangeslagen. Dit betekent dus, dat de wijze van uitdrukken ook tijdens het contact en de in beslagname kan wisselen. Wij bespelen een medium en worden daarbij begrensd door de mogelijkheden, die in het medium bestaan.
Deze mogelijkheden omvatten de direct aanwezige verstandelijke mogelijkheden en in de hersenen aanwezige feitenkennis, de capaciteit tot klankvorming en persoonlijkheidsuitdrukking, het vermogen tot het vormen van woorden uit klanken – wat vooral belangrijk is, wanneer een taal gesproken zou moeten worden, die een medium niet zelfs beheerst, een feit dat bij zeer velen grote moeilijkheden met zich kan brengen – en ten laatste, door hetgeen men zich als doel stelt en de reactie die daardoor wordt gewekt, worden de mogelijkheden eveneens beïnvloed – sfeer e.d.
Dit alles tezamen bepaalt het gehalte, de uitdrukkingswijze en het resultaat van het contact met de mens door middel van een medium. Zowel voorbereide toespraken, het behandelen van algemeen reeds vastgestelde punten als een volledig op de waarden van het ogenblik gebaseerd contact, is dus binnen het kader van de genoemde mogelijkheden denkbaar.
Ik dacht altijd, dat een geest te voren de zaak eens op kwam nemen en dus ongeveer zou weten wat voor werk hij moest doen.
Wanneer wij hier komen, nemen wij over het algemeen vóór wij ons in het medium verdiepen – wat inhoudt dat onze waarnemingsmogelijkheid ten aanzien van de aanwezigen wordt gelimiteerd – het aanwezige publiek wel goed op. Wij proberen ons dan goed te realiseren, wat de grootste beperking, de grootste bezwaren zouden kunnen zijn op een dergelijke avond. Maar wanneer wij eenmaal via het medium contact hebben opgenomen, wordt alles eerder via de gevolgde werkwijze en de dan voor ons kenbare reacties bepaald.
Wordt het Nederlands, dat u spreekt, aan de hersenen van het medium ontleend?
Dit is afhankelijk van de gevolgde methode tot beheersing. Wanneer je, zoals ik, uitgaat van de gedachte, waarbij de formulering door jezelf wordt geregeld, maak je direct gebruik van het taalcentrum. De samenstelling is de mijne, de woorden zelf worden gesproken, zoals zij zich in het taal- en klankherinneringscentrum in de hersenen van het medium bevinden. Dit betekent, dat niet alleen het eigen en gangbare klank- en taalgebruik, maar alle taal- en klankgebruik, dat eens door het medium werd gehoord, ter beschikking zal staan.
Anderen onder ons prefereren, vooral wanneer zij zelf op aarde een andere taal spraken, vaak de werkwijze, waarbij men de gedachte op het medium pleegt af te drukken en daarbij de vertaling van die gedachten in woorden aan het medium over zal laten. Daarbij zal alleen bij het ontstaan van verkeerde omschrijvingen – wat kan ontstaan door onvolkomen uitdrukking bijvoorbeeld – de fout door het toevoegen van nieuwe begrippen gecompenseerd worden.
Verder heeft men als geest nog de mogelijkheid, eigen persoonlijkheid aan het medium geheel of in bepaalde aspecten op te leggen. Dit kunt u zich het beste voorstellen als een soort hypnose, waarbij zekere capaciteiten van het oorspronkelijke wezen van het medium naar voren worden geschoven, terwijl andere delen van die persoonlijkheid worden onderdrukt. Langs suggestieve weg wordt dan een beeld van een persoon of spreker gekozen, die reeds in het bewustzijn aanwezig is en gelijkenis vertoont met eigen wezen, voorkomen en spreektrant van de inbeslagnemende geest.
Men heeft daarbij veelal de keuze uit alle persoonlijkheden die een medium heeft geobserveerd, ook al vond deze waarneming plaats op het derde levensjaar, was zij onbewust en is het medium nu 80 jaren oud. Op deze wijze verandert men gedrag, uiterlijk, wezen van het medium tot men zich daarin geheel thuis kan voelen en nadat het systeem is opgezet, wordt verder gewerkt met een beïnvloeden van het, op deze wijze gerichte én beperkte, herinneringscentrum met de prikkel de ontvangen gedachtenimpulsen in spraak om te zetten.
Volledige inbeslagname wordt ook wel gebruikt, maar geeft over het algemeen vele nadelen voor het medium en zal bij een meer bewust mediumschap dan ook maar zelden aanvaard worden.
Kan men spreken van het bestaan van een planeetketen van 7 en het behoren daartoe van bepaalde planeten. Of zijn dit andere werkingen?
Men kan het wel doen, maar baseert zich dan op oude esoterische en magische stellingen. In wezen zou men uit moeten gaan van een keten van 12 planeten, al zijn ook niet alle 12 stoffelijk bekend. Daarbij reken ik wel de zon mee, terwijl de maan, die in de keten van 7 zeer belangrijk is, in de werkelijke keten geheel geen rol speelt – wat begrijpelijk is, omdat de maan uiteindelijk een vreemdeling is, die eens in het zonnestelsel is binnengedrongen en na een omloop vlak langs de zon, waarbij haar eigen vaart werd afgeremd, door de aarde is ingevangen.
Uitgaande van dit laatst stelsel kan men zeggen: de geboorte van de 12 planeten vond plaats uit 2 zonnen, die elkander op betrekkelijk kleine afstand – ongeveer 1 lichtjaar – passeerden en daarbij elkanders gasvormige bestanddelen – atmosfeer – aanzogen, zodat zij door een soort gloeiende navelstreng verbonden waren. Wij vinden dit zo nu en dan nog wel terug. Op het zuidelijke halfrond kan men zelf twee sterrennevels zien, die eens op soortgelijke wijze met elkander verbonden waren en voorlopig nog door een soort streng van sterren met elkander gebonden zijn. De sterren, zich bewegende in tegengestelde richtingen, verlieten elkander betrekkelijk snel, waardoor de keten brak en een deel van de keten als een zweepslag weg zwierde, waarbij delen van de gloeiende materie van elkander af geraakten. Dezen werden tot de planeten, waarbij de verste planeten – 1 of 2 – zeer klein waren, maar een betrekkelijk grote dichtheid hadden en een wat van de rest verschillende omloop rond de zon kregen. Hun versnelling was de grootste, maar werd ook snel afgeremd. Daarna kwamen enkele grote planeten van hoofdzakelijk gasvormige aard, terwijl meer naar binnen gloeiende planeten ontstonden, waarvan nu, na zoveel tijd, alleen Mercurius nog een deel der eigenschappen bezit, door zijn eigenaardige omloop dicht bij de zon zonder eigen rotatie.
Wanneer wij de esoterische achtergronden hiervan zoeken – naar ik meen zijn deze terug te vinden in het boek Dzjian, maar door Blavatsky niet geciteerd – kunnen wij stellen: de twee goden of sterren kwamen samen, uit hen werden de 12 geboren. Uit de 12 ontstonden de 7, die leefden. Deze zeven beschouwt men dan weer als persoonlijkheden, die het leven op de planeten bepalen en daarbij tevens uitmaken, dat een bepaalde vorm van leven op een bepaalde tijd op een bepaalde planeet zal bestaan. Zij zijn echter alleen werkzaam te zien binnen het zonnestelsel. Zover mij bekend ligt dit wel het dichtste bij de werkelijke grondwaarden van het bestaan, ofschoon vele andere systemen een wat afwijkende, maar in wezen gelijke verklaring plegen te geven.
(verkort)
Waren de zonnen groter dan de huidige? Want bij een betrekkelijk grote afstand als één lichtjaar kan ik mij anders een dergelijke aantrekking van de gasatmosfeer niet voorstellen.
In de eerste plaats was uw eigen zon aanmerkelijk groter dan nu, want zij heeft sindsdien veel van haar massa verloren, zoals u begrijpen zult. De tweede ster was een rode reus. Op een dergelijke ster is, zoals u waarschijnlijk weet, de oppervlaktetemperatuur niet zo hoog, maar de massa zal groot zijn en de atmosfeer zal, ook in vergelijk tot uw eigen zon, een zeer dichte atmosfeer hebben van grote uitgebreidheid. De massa van beide was voldoende om – vooral van de rode reus – materie los te trekken. Het antwoord op deze storing van eigen veld was, bij uw eigen zon, een sterk uitschieten van de protuberans, waardoor de losse flarden van de atmosfeer van de rode reus werden bereikt; het gevolg was toen een overvloeien van losse bestanddelen, welke voortvloeide uit de eigen reactiecyclus, die in de zon nu eenmaal bestaat.
Wanneer zal men de zogenaamde mysterieplaneten ontdekken?
Eerst wanneer de mens op het zuidelijk halfrond zal beschikken over grote en door de atmosfeer niet gestoorde sterrenkijkers. Berekenen kan men de storing namelijk moeilijk, omdat de baan, waarin deze mysterieplaneten zich bewegen, in een geheel ander vlak ligt dan dat van de bekende planeten en zo het optreden van hun invloed vooral kenbaar wordt wanneer zij een ogenblik op gelijke hoogte komen met een van die planeten in hun eigen vlak. Dit geschiedt betrekkelijk zelden en de ontstane storing zal dan worden toegeschreven aan de planeet in kwestie, omdat zij immers slechts zeer kort merkbaar is en daarna in het niet schijnt te verdwijnen.
Het bereiken van een snijvlak met de baan van de andere planeten komt slechts eens in rond 30 jaren voor. Een ontdekking van deze planeten alleen aan de hand van de door hen veroorzaakte storingen, die op massa wijzen, is dus wel gering. Wanneer men echter bepaalde delen van de sterrenhemel voortdurend en in grote vergroting waar kan gaan nemen, dan is de kans groot dat men op een bepaald punt een bewegend lichaam ziet, dat donker is en zich tussen aarde en sterren plaatst met regelmatige tussenpozen. Men zal dan uiteindelijk wel beseffen, dat men te maken heeft met satellieten van de zon, die zich echter in een baan bewegen, die bijna loodrecht staat op het vlak, waarin de gekende planeten zich bewegen.
Wat is het praktische nut van het begrip van de mens?
Het begrip van de mens geeft hem de mogelijkheid zijn kennis in toepassing te brengen. Want eerst wanneer kennis gepaard gaat met begrip, is zij voor uitbreiding in redelijke zin vatbaar en zal zij een handleiding tot de juiste wijze van handelen kunnen vormen.
Wat is de achtergrond van het vragen om te vragen?
Ik mag hopelijk deze vraag beantwoorden in de geest waarin zij gesteld is: het vragen om te vragen komt voort uit het feit, dat men zich afvraagt, of, wanneer men niets vraagt, men juist door dit niet vragen, anderen zich niet af zal doen vragen, of de niet vragende vraagsteller eigenlijk minderwaardig is aan degenen die wel vragen stellen. Wat natuurlijk een grapje is. In de praktijk stelt men vaak vragen om uitdrukking te geven aan zijn eigen belangrijkheid of aan het gevoelde contact met anderen.
Nadat de gong voor deze eerste ronde verklonken is, rest mij slechts de vraag – en dit is geen vraag alleen om te vragen – of een van jullie nog iets te vragen heeft.
Om uiting te geven aan een gevoeld contact met anderen? Dat snap ik niet.
Toch is dit heel eenvoudig. Wanneer je dus een ander hoort spreken en opgaat in hetgeen hij zegt, zal je soms een vraag formuleren om het gevoel van eenheid, dat met de spreker wordt gevoeld, tot uiting te brengen. In wezen stelt men dus geen werkelijke vraag, maar geeft men door het stellen van die vraag uiting aan een gevoelde emotie. Deze neiging kunt u zowel hier als bijvoorbeeld in de Kamer constateren, maar als tegenstelling kennen wij de interruptie, die in wezen geen vraagstelling inhoudt, dan wel een zeer ontijdige en hatelijk bedoelde vraagstelling. Deze wordt over het algemeen gebruikt, wanneer men meent zich ten koste van de spreker te kunnen verheffen, dan wel in eigen verheven zijn zich door de spreker aangetast voelt.
In dezelfde geest zou ik nu nog willen vragen, of er nog een vraag, waarop u niet gerekend had, gevraagd is en zo ja, welke.
Eerlijk gezegd, deze vraag. En ik geloof dat wij hiermede wel aan het einde van alle vragen zijn gekomen.
Ik wil dan nu de bijeenkomst gaan sluiten. Ik heb zo hier en daar wel wat met woorden gegoocheld, maar dit was vaak noodzakelijk, omdat ik op deze wijze alleen mijn gevoelens en mening voor u bevattelijk weer kon geven.
Aan het einde van deze avond wil ik daarom nog een verzoek tot u richten.
Wanneer je woorden hoort, probeer dan in jezelf eerst te zien wat voor wereld zij vormen, vóór je een antwoord geeft. Dan besef je de zin ervan beter, vind je een beter begrip voor de wereld rond je, een uitbreiding van bewustzijn in je en een vergroting van de kracht, die in en rond je leeft voor je eigen bewustzijn.
