Vragenavond: 1979-11

image_pdf

29 november 1979

Natuurlijk allereerst de verplichte mededeling, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, u denkt dus zelf na.

En zoals gebruikelijk komen de schriftelijk ingediende vragen eerst aan de beurt. Laat ons dus maar meteen beginnen.

  • Kun je iemand, die op het punt staat naar gene zijde te gaan daarvan weerhouden? Is dit verantwoord indien dit als gevolg heeft dat zo iemand als invalide verder blijft leven?

Wanneer iemand zelf innerlijk absoluut wil overgaan, zo geloof ik niet, dat u zo iemand werkelijk terug kunt houden, ook niet met alle medische hulpmiddelen. Wat dat betreft hoeft u zich dus niet al te veel zorgen te maken. En wanneer u iemand terug zou halen van de grens van de dood, zo is dit in feite alleen mogelijk omdat hijzelf ook behoefte heeft nog op aarde voort te leven.

Dat zo iemand dan verder zal moeten leven als invalide kan dan betreurd worden, maar van uw kant uit blijft toch gelden dat het uw plicht is, met uitzondering van die gevallen waarin de persoon zelf dit nadrukkelijk te kennen geeft en wil sterven, eenieder bij te staan en terug te brengen tot het leven. Wat naar ik meen de enig juiste beantwoording is voor een vraag als deze.

  • Bestaat er een maanvirus dat een onbekende ziekte teweegbrengt?

Er bestaat een onbekende ziekte, althans nog niet bepaalde en geïsoleerde ziekte, die verschijnselen heeft welke doen denken aan griep, maar bovendien, een verdergaande inflammatie teweeg pleegt te brengen in de longen en ook de bloedsomloop aanmerkelijke veranderingen doet ondergaan. De kwaal kan hierdoor dodelijk zijn. Het is echter geen maanvirus en komt dus niet van de maan. Het is een gemuteerde ziekte die hier op aarde helaas ontsnapt is. Voldoende? Niet? Ik kan u natuurlijk sprookjes gaan vertellen, zoals: het is een derivaat van een maanschimmel. Deze woekert daar intens, want, zoals u weet, is die maan van groene kaas…    Maar dit is niet bepaald een redelijke benadering, zodat ik meen er beter aan te doen te volstaan met de feiten zover die mij bekend zijn.

  • Kunt u iets zeggen over de mystiek aandoende gevoelens die de Amerikaanse astronauten tijdens de maanexpedities ondervonden hebben?

Stel voorop, dat een mens normalerwijze is opgenomen in het gemeenschappelijke bewustzijn van de mensheid. Wat betekent dat men voortdurend omringd wordt door een soort telepathische atmosfeer. Wanneer je op de maan staat, valt deze inwerking voor een groot deel weg. Je bent daardoor veel intenser en meer kenbaar dan elders overgeleverd aan eigen diepste erkenningen en eigen gevoelswaarden. Dit op zich is al een mystiek beleven. Wanneer dergelijke mensen dus over de maan spreken als “de heiligste plaats”, zo dient u te beseffen, dat die heiligheid niet in de plaats gelegen kan zijn, maar alleen in de mens zelf ontstaat. Vergeet niet dat er in de doorsnee mens een behoefte bestaat aan geluk, harmonie, diepste vrede, ook al gaat deze gemeenlijk gepaard met een tegendeel, nl. de behoefte anderen aan zich te onderwerpen, geweld te plegen als het ware. Nu is dat geweld weer iets, wat uit de omgeving voort pleegt te komen en zelfs de drang, je te doen gelden, bestaat gemeenlijk alleen daar, waar je omringd wordt door zoveel wezens en invloeden dat een je laten gelden voor een persoonlijk voortbestaan en jezelf aanvaarden in feite een noodzaak is geworden. Neem ook deze invloed weg en u krijgt gevoelens welke u deze aan een plaats en niet aan omstandigheden toeschrijvende, doet spreken over een allerheiligste plaats.

Men cirkelt rond de maan en is gedurende deze perioden bovendien meestal alleen in het voertuig of wordt door slechts enkele mensen, die men zeer goed heeft leren kennen, vergezeld. Wanneer je nu de achterzijde van de maan kunt zien, ben je volledig, zelfs visueel en qua contacten van de aarde geïsoleerd. Ook dit wekt emoties op, die men zichzelf waarschijnlijk niet realiseert of zichzelf niet zal toegeven. Is het een wonder dat juist op dit ogenblik de gevoelens en het verlangen naar harmonie en vrede bijzonder sterk beleefd worden? Om nog maar niet te spreken over het feit dat een dergelijke in feite emotionele toestand onder omstandigheden bovendien gepaard kan gaan met hallucinaties, terwijl men zich zozeer van eigen mogelijkheden tot waarnemen bewust wordt, dat men dit omschrijft als buitenzintuigelijke waarneming.

In feite heeft men alleen te maken met een nu opeens volledig gebruik maken van de normale mogelijkheden van de persoonlijkheid, die normalerwijs door de telepathische mist rondom u belemmerd zal worden en door uw eigen levensgewoonten nog verder onderdrukt zal worden, tenzij u zich zeer in het bijzonder hebt getraind om deze andere waarnemingsmogelijkheden en gevoelens te gebruiken.

  • Wat is het gevolg van bacteriologische oorlogsvoering en het gebruik van zenuwgassen voor de geest van de hierdoor getroffenen? Hoe wordt dit opgenomen en verwerkt na de overgang?

Verwacht van mij nu niet dat u te horen krijgt dat eenieder, die overlijdt als gevolg van een aanval met zenuwgas in onze wereld aankomt  en zegt: ik heb de zenuwen.

De overgang, onverschillig hoe en waardoor deze ontstaat, behelst een scheiding tussen stof en geest. De omstandigheden waaronder dit gebeurt, kunnen inderdaad enige tijd een rol spelen in het beleven en wel voornamelijk kort na de dood. Onder omstandigheden kan hierdoor zelfs een soort aardgebondenheid ontstaan.

Maar wanneer wij te maken hebben met bacteriologische wapens en dergelijke zaken, zo dient men zich toch wel te realiseren, dat deze voornamelijk op het lichaam inwerken. Terwijl bij het sterven de belangrijkste vraag niet is, wat het lichaam in feite wordt aangedaan, maar hoe de mens dit tijdens de laatste ogenblikken emotioneel en mentaal verwerkt. Het zijn voornamelijk de emoties plus de mentale beelden die men kort voor de overgang beleeft, welke de toestand bepalen waarin men zich na die overgang zal bevinden.

De kans is dus groot dat de zendeling naar de kannibalen, die uiteindelijk in de kookpot terechtkomt, ongeveer dezelfde spanningen heeft na de overgang als degene die sneuvelt voor het vaderland middels een kogel of door de invloed van een zenuwgas allerhande door moet maken. Iets dergelijks zal gelden, wanneer men succombeert aan de een of andere opzettelijk gemuteerde ziekte: het verschil is, geestelijk bezien, praktisch nul.

Er bestaan op het ogenblik zenuwgassen van vele verschillende soorten werking. Sommigen zijn interessant omdat zij de mens nolens volens met zichzelf confronteren door nevenwerkingen die sterk aan de werking van LSD doen denken.

Mensen, die dit ondergaan, zullen reeds voor de dood belevingen doormaken, die hen de toch wel geheel andere werelden die je na de dood ontmoet, gemakkelijker doen aanvaarden. Waarbij zij opgemerkt, dat de gassen die deze nevenwerking vertonen gemeenlijk niet dodelijk zijn, tenzij zij langere tijd en in hoge concentratie worden ingeademd. Er bestaan vele verschillende bacteriologische wapens. In feite gaat het hier om ziekten, die zeer snel rond zich plegen te grijpen en daardoor paniek kunnen veroorzaken. Maar meent u nu werkelijk dat de reacties van de mensen in een dergelijk geval zullen verschillen van de gevoelens die de mensen bevingen tijdens het optreden van de grote pest in Europa? Zoveel verschil maakt dat heus niet.

Met andere woorden: de oorzaken van de dood zullen wel anders zijn, maar de beleving ervan is in feite in overeenstemming met zaken en toestanden die reeds eerder bestaan hebben en na de overgang geen bijzonder sterke afwijking van beleven veroorzaakten. Op grond daarvan meen ik terecht te kunnen zeggen, dat zoiets voor de geest niet bepaald veel uit zal maken.

Maar ik geef toe dat zoiets voor mensen die het overleven er mede oorzaak zijn van het gebeuren, dat zij niet meer kunnen beheersen, een zodanige nawerking in de psyché kan veroorzaken dat zij ook na de dood hiervan enige schade ondervinden.

  • Zijn de stoffelijke wereld, het stoffelijk heelal een gedeelde illusie, zoiets als een Zomerland? Of is het een feitelijkheid met eigen wetten en handelswijzen?

Het is vanuit ons standpunt een feitelijkheid. Een antwoord op deze vraag verdient enige verduidelijking.

Indien wij uitgaan van de basis van alle dingen binnen het goddelijke, zo weten wij dat bron en kern van alle dingen energie moet zijn. Elke vorm, waarin de energie zich voor iemand manifesteert is dan vanuit dit standpunt alleen een illusie, want de basis van alle dingen is en blijft geheel dezelfde.

Vanuit ons standpunt echter is een zomerlandwereld, een wereld die wij door ons aller gedachten tezamen opbouwen, zolang wij met elkander voldoende harmonisch zijn. Wij kunnen deze wereld dus beïnvloeden.

De wereld, zoals u die op aarde kent, vormt echter een structuur die voor u, ondanks het menselijke denken, bestaat, die wel soms door het menselijk denken beïnvloed kan worden, maar gehoorzaamt aan vaste wetten en waarin voor eenieder gelijke en vaste regels plegen te gelden. U kunt nu wel zeggen dat u dadelijk door de muur zult lopen om zo sneller buiten te zijn, maar indien u inderdaad deze proef zou willen nemen, zou ik het bestuur wel willen verzoeken, voordien een ambulance te waarschuwen.

U aanvaardt dit glimlachend. Daaruit alleen blijkt reeds, dat voor allen uw wereld een bestaan met een reeks eigen wetten en regels, een buiten u bestaande en door u niet zonder meer op alle gebieden te beïnvloeden werkelijkheid betekent.

Voor ons vanuit de geest is uw wereld eveneens een dergelijke werkelijkheid. Want terwijl wij in onze eigen wereld alles door onze gedachten kunnen veranderen, kunnen wij dit vanuit de geest naar de stof of wanneer wij in die stof geïncarneerd zijn in dit stoffelijke al zeker niet.

Ook voor ons is het dus een werkelijkheid met eigen kwaliteiten en eigenschappen. Uitgaande van dit alles meen ik uw vraag het meest juist te beantwoorden, wanneer ik stel dat het stoffelijk heelal tenminste in de delen daarvan die wij kunnen kennen en betreden, een reële wereld voor ons vormt en daarom door ons voorlopig niet beschouwd zal mogen worden als een gedeelde illusie.

Zelfs indien het, zoals waarschijnlijk is, een gedeelde illusie zou zijn, is en blijft het voor ons een werkelijkheid, waarmee wij te rekenen hebben. En vanuit het algemeen voor ons geldende dienen wij volgens mij uit te gaan. Leert u eenmaal dat je door middel van gedachtekracht toch ook als mens wel vele situaties kunt veranderen, zo kunt u hieraan toevoegen, dat vele toestanden en ontwikkelingen of ervaringen op aarde wel degelijk geheel of ten dele illusies zijn, ook voor ons. Maar het zijn alleen die toestanden en ontwikkelingen die je terecht ook als mens aan kunt spreken als Maya.

Je kunt echter niet alles tot stand brengen. Als mens kan je stellen dat een bepaalde boom dient te verdorren en middels geestelijke krachten dit inderdaad tot stand brengen. Maar u kunt niet zeggen dat die boom er voor u en anderen voortaan nooit geweest zal zijn, want dit kan je met de mogelijkheden waarover je pleegt te beschikken, nu eenmaal niet bereiken en waarmaken.

  • Enige jaren geleden, sprekende over een tweede werkelijkheid, stelde de orde dat het theoretisch denkbaar is, dat iemand terug zou gaan in de tijd en ervoor zou zorgen dat het zaadje van die boom er nooit geweest kon zijn.

Dit is een theorie, inderdaad. Maar daaraan is dan nog iets anders verbonden, wat men mogelijk in de bedoelde brochure niet nadrukkelijk of duidelijk genoeg heeft vermeld.

Bij een dergelijk ingrijpen zal een werkelijkheidsafsplitsing kunnen ontstaan. Vanaf het ingrijpen is er dus sprake van twee parallelle werkelijkheden. In een daarvan zal de boom dan nog steeds bestaan, maar in de tweede niet.

Uitgaande van deze theorieën kun je natuurlijk stellen, dat alles ook het stoffelijke heelal, in feite illusie is. Maar ik heb juist getracht mijn antwoord op uw vraag zo reëel mogelijk te stellen en heb theorieën die niet te verwezenlijken schijnen buiten beschouwing willen laten, op een enkele verwijzing na.

Maar ja, wanneer wij uit willen gaan van de hypothese dat mensen in de stof hun eigen mogelijkheden geheel en bewust kunnen gebruiken, dan blijkt inderdaad, dat zij zichzelf en hun omgeving dermate kunnen beheersen door zich bewust te verplaatsen in een bepaald werkelijkheidsbeeld, dat de wereld die men beleeft geheel strookt met alles wat men zelf is.

Maar zelfs dan geldt dat men, na deze wereld betreden te hebben, waarmee men geheel harmonisch is, deze toch met haar regels en wetten voor het ik een onveranderlijke werkelijkheid zal vormen, tot het ik zijn eigen harmonische en andere mogelijkheden veel verder ontwikkeld heeft.

Vandaar dat ik toegeef, dat vanuit God bezien, alle werelden alleen maar illusies zijn. Maar ik voeg daaraan dan onmiddellijk toe: Zolang je zelf in een wereld zit, is deze voor jou allesbehalve een illusie. Voor jou is het dan een onveranderlijke werkelijkheid met eigen wetten.

Zie je dan bovendien als geest nog eens dat er voor jou een groot verschil bestaat tussen de mogelijkheden die je kent in je eigen geestelijke wereld en de mogelijkheden waarover je kunt beschikken in de stof, dan ben ik geneigd te stellen dat althans voor ons de stoffelijke wereld een werkelijkheid is met eigen regels en wetten, terwijl de geestelijke werelden meer veranderlijk zijn en meer tegemoet komen aan het denken van de bewoners, maar toch eveneens bepaalde vaste wetten en regels behelzen, zodat ook zij niet geheel als gemeenschappelijke illusie zonder meer beschouwd mogen worden.

Beide werelden kennen overigens geen geheel gelijke wetten en regels en bieden zo geheel afwijkende belevingsmogelijkheden, die voor ons bewust worden kennelijk van belang zijn. Maar meer dan dit kun je in alle redelijkheid niet zeggen, zonder terecht te komen in praktisch waardeloze veronderstellingen.

  • Willem Reich verhitte in 1939 Noors zeezand. Er bestond een zuivere bionencultuur, genaamd zappa. Hij zegt: zeezand is niets anders dan zonne-energie die in vaste vorm is overgegaan. Verder stelt hij dat kankercellen zich ontwikkelen uit blaasvormige bionen die ontstaan zijn als afsplitsingen van verstikte of anderszins biologisch zieke weefsels. Kan daarmede iets gedaan worden, bv. het genezen van kanker?

Indien u alles op deze wijze tezamen brengt, zou u uw theorie waarschijnlijk voorlopig beter onder het zand kunnen begraven, Wij zitten nl. met het volgende: Zand is niet – al wordt dit hier gesteld – een kwestie van gekristalliseerde zonne-energie zonder meer. Het is in het merendeel van zijn bestanddelen silicium. Als zodanig heeft het de mogelijkheid te reageren op elektrische en magnetische stromingen en kan het onder omstandigheden, wanneer deze invloeden sterk genoeg zijn, hierdoor een soort structuurverandering ondergaan. Bij grote hitte wordt het tot glas. Bij een sterk magnetisch veld ontstaat een gerichtheid van de deeltjes, waarbij men zand dat op deze wijze gericht is – zoals men weekijzer tot magneet kan maken – in feite tijdelijk kan gebruiken als een soort computer, waarin men dus signalen tijdelijk kan opslaan. Stuurt men er een sterke elektrische stroom doorheen, dan zal het althans in delen resonanties gaan vertonen voor bepaalde frequenties van geluid of magnetische flux. Op deze wijze kan men dus middels zo behandeld zand ook een invloed op de omgeving daarvan versterken.

Over het zand is dus wel het een en ander te zeggen. Maar om te stellen dat het in feite gekristalliseerde zonne-energie is, lijkt mij daarbij niet bepaald een feitelijk geheel juiste stelling.

U gaat van hieruit verder naar kanker en zegt iets over bionen. Kanker is niet in de eerste plaats een kwestie van ionen of bionen. Wanneer wij spreken over kanker, hebben wij het in feite over een verschijnsel en niet over een feitelijke kwaal, inclusief oorzaak zonder meer. Kanker kan op vele verschillende wijzen ontstaan. Wel is het zeker dat in alle gevallen sprake is van een deel van het weefsel dan wel enkele cellen die beschadigd zijn.

Kanker kan zowel ontstaan door verwondingen en kwetsuren als door bv. verstikking, onvoldoende verzorging met zuurstof en voeding van cellen. Ook kan kanker ontstaan wanneer delen van het lichaam geheel of ten dele afgesloten zijn van trillings- of beter een soort bio-elektrische energie die pulseert door het lichaam.

In al deze gevallen kan de celkern beschadigd worden en kunnen de conditionerende moleculen waardoor de cel-vorm en functie bepaald worden, worden onderbroken of weggenomen. Blijft nog een deel van de kern over, dan zal de cel in kwestie weer gaan reageren als een primitieve cel en zich onbeperkt gaan delen zonder rekening te houden met omliggende weefsels. Vandaar dat men kanker een woekering noemt.

De oorzaken zijn echter nogal verschillend. Soms blijkt de kanker het resultaat te zijn van een virus, dat doordringt in een beschadigde cel en celkernbeschadiging veroorzaakt. Dit virus is in de bloedbaan aanwezig en kan hierin lange tijd latent blijven. Indien in dit geval echter een cel beschadigd is terwijl een deeltje van het virus in de buurt is, dan is de kans dat de cel in kwestie verandert in een kankercel en dus het begin vormt van een kankergezwel. Ook stoffen van buitenaf kunnen in bepaalde delen van het lichaam een dergelijk effect hebben. Er zijn stoffen die bv. in de long komen en een verstikte of beschadigde longcel – blaasje – penetreren met als gevolg wederom de mogelijkheid dat kanker ontstaat.

Alleen reeds de oorzaken waardoor kanker ontstaat, lopen zover uiteen, dat ik er op dit ogenblik alleen reeds 15 zou kunnen noemen. Het aantal en vormen waarin die kanker kenbaar wordt, is nog veelvuldiger en omvat in feite zelfs zgn. niet ‘kwaadaardige” tumoren. Er zijn trouwens vele gradaties te vinden.

Er is een kankervorm die voornamelijk probeert energie uit de omliggende cellen op te nemen, kennelijk door de een of andere storing die een directe opname moeilijk maakt. Op foto’s ziet men een dergelijke woekering door een op foto’s wat lichtere ring van in feite bijna dode normale cellen. Gaat men de zaak verder na, dan blijkt veelal dat er sprake is van beschadiging van de doorbloeding in dit deel van het lichaam.

Ben je nu in staat de eigen energie van de omliggende cellen weer op te voeren, dan  ontstaat een soort laag rond de verwilderde cellen. Men spreekt van inkapseling. Indien deze lang genoeg kan blijven bestaan, zal het kankerweefsel op de duur verdwijnen, daar hetgeen dan nog aan voeding te verkrijgen is, te weinig is om tot verdere deling te komen en geen afvoer van stoffen meer mogelijk is, waardoor op de duur in toenemende mate cel-verval optreedt. De periode tussen inkapseling en absoluut verval van het kankerweefsel ligt tussen de 5 en de 7 jaren gemiddeld. Daarna bestaat geen enkel gevaar meer voor kankeruitzaaiing en is de patiënt dus weer geheel a genezen.

Ik vertel u dit alles even om u duidelijk te maken dat er ook over kanker heel wat te zeggen zou zijn. Maar zoals het in deze vraag simpel wordt gesteld: bionen, zonne-energie en kanker onder één noemer als het ware, is het mij niet mogelijk een redelijk en algemeen juist antwoord te geven.

Wel ben ik geneigd uit te roepen: Aan zonne-energie ontbreekt het in Nederland nogal eens, zodat uw ionen daar niet zo vaak voor zouden moeten komen en toch, wat wordt er juist bij gebrek aan zon in dit land niet alzo afgekankerd.

  • U stelt: de celkern beschadiging doet de cel tot oercel vervallen. Zit de daarvoor nodige informatie dan ook in het DNA patroon?

Inderdaad. Elke cel is primair een oercel, waarvan door een moleculaire keten een modificatie van groeipatroon en eigenschappen wordt afgedwongen. Er is dus sprake van een oercel, waarbij door toevoegingen in de DNA-keten de verdere kwaliteiten nader bepaald worden. Wanneer dus een deel van de informatie in de cel wegvalt, is de kans groot dat de cel geheel of ten dele tot haar oertype terugkeert.

  • Hoever is je eigen psyché bepalend voor de ontvankelijkheid?

Een vraag, die moeilijk te beantwoorden is, omdat er nu eenmaal vele stoffelijke oorzaken voor de kwaal bestaan. Indien het echter alleen gaat om de vatbaarheid voor kanker, ben ik geneigd te stellen dat psychische impulsen hier van rond 67 tot 72% invloed op kunnen uitoefenen.

Om het anders te zeggen: bij een stabiele psychische toestand zal zelfs bij iemand die cancer-prone is – dus aanleg heeft voor kanker – de kans slechts een kwart bedragen van de kans die bestaat voor een dergelijk persoon die niet in staat is, zijn psychische krachten meer evenwichtig en positief te richten.

  • Het veelvuldiger voorkomen van kanker in deze dagen zou dus meer te wijten zijn aan de psychische instelling van de mensen dan aan luchtvervuiling e.d.?

Ik denk dat alle factoren hierbij wel een rol zullen spelen. Toch zou ik graag het volgende willen opmerken: De mens in de moderne tijd leeft onder omstandigheden, waarbij het constateren van kanker steeds eenvoudiger wordt. Ook het onderzoek naar het voorkomen van deze gevreesde ziekte neemt steeds toe. Wat erop neerkomt dat de feitelijke toename van kankergevallen dus geen gelijke tred houdt met de toenemende constatering daarvan.

Dit gesteld hebbende, vervolg ik met de constatering, dat voor degenen die aanleg voor deze kwaal hebben, een toenemende luchtvervuiling, het steeds meer voorkomen van chemische bestanddelen in de voeding enz. mede een rol zal spelen. Zeker spelen hierbij ook de langzamerhand zich iets wijzigende stralingsverhoudingen in de atmosfeer een rol.

De invloed van al deze factoren kan volgens mij echter gemeenlijk nog wel voldoende beheerst worden, wanneer men innerlijk een voldoende mate van harmonie weet te vinden en innerlijke rust kent. Wanneer de mens echter voortdurend opgejaagd wordt om meer te doen, meer te willen zijn, meer te bezitten dan hij in feite nodig heeft – vaak meer dan hij in feite redelijk aankan – terwijl deze mens in de gemeenschap ook steeds meer op zich aangewezen is, zodat er geen gemeenschap meer bestaat die als een soort draagvlak voor pieken van zorg en ellende kan dienen, zal ook dit ongetwijfeld het in verschijning treden van de ziekte bevorderen.

Maar het is een complex van oorzaken. Je kunt dus nooit stellen dat in deze tijd de psychische onrust de voornaamste factor is. Zelfs kan men niet terecht stellen, dat de toename van het aantal kankergevallen in deze tijd werkelijk zo groot is, dat wij van een endemie moeten spreken, van een volksziekte. Eerder zal men moeten stellen dat men nu met de bestrijding van vele andere volkskwalen zo ver is gekomen dat men zijn bijzondere aandacht op de kanker is gaan richten zodat hierdoor in een eerder stadium en in veel meer gevallen ook later de kanker als zodanig zal worden geconstateerd. De medische wetenschap heeft ook in dit opzicht grote vorderingen gemaakt, zodat men steeds minder geneigd zal zijn, een overlijden waarbij kanker een rol speelt, aan andere ziekten of oorzaken toe te schrijven, iets wat in het verleden heel vaak voorkwam.

Dit alles is mede de oorzaak voor nog een laatste factor, die ik graag wil vermelden. Wanneer mensen voortdurend bang worden gemaakt voor kanker dan betekent dit, dat zij voortdurend bezig zijn met de mogelijkheid van een in hen optredende cel-onevenwichtigheid. Dit impliceert dat zij de gelijkmatigheid van hun eigen levensstromingen in negatieve zin beïnvloeden. Deze stromen bestaan nu eenmaal in het menselijke lichaam, ook al heeft men het bestaan daarvan nog niet wetenschappelijk geconstateerd.

Hierdoor is de mogelijkheid dat kanker in een ernstige mate optreedt, ook in gevallen waarin normalerwijze het lichaam zelf verweer gehad zou hebben, groter geworden. Sommige gevallen van kanker worden dus mede veroorzaakt door een overmatige angst voor het optreden van kanker.

  • U sprak in dit verband over een virus, voordien sprak u over een ander soort virus. Is dit te genezen en hoe?

U bedoelt het zgn. maanvirus? De verwekker van deze kwaal zal binnenkort wel gevonden worden en zal dan blijken geen werkelijk virus te zijn, maar eerder een nogal gecompliceerde variatie van hetgeen men de Aziatische griep pleegt te noemen, vooral gekenmerkt door een lichte spirocheetachtige verlenging van de oorspronkelijke bacil, die als geheel echter ongeveer slechts 1/10 van de afmeting heeft een griepbacil.

In het tweede geval hebben wij het over zeer kleine in feite slechts ten halve levende bestanddelen in de bloedbaan, die door erfelijkheid kunnen worden overgedragen en onder omstandigheden door kunnen dringen in een reeds door andere oorzaken beschadigde cel. Hierbij treedt dan veelal een celkernbeschadiging op. Wat heel iets anders is.

Voorschriften voor paranormale genezers kan ik slechts beperkt geven. Algemeen raad ik u, wanneer u vermoedt dat er sprake is van het zogenaamde maanvirus, afstand te bewaren en verder te pogen de bloedsomloop van de patiënt zo gelijkmatig mogelijk te stimuleren. De rest zal het lichaam zelf moeten doen.

In het tweede geval heeft u te maken met kanker. Het enige wat u hierbij kunt doen, behalve dan algemeen kracht geven aan de patiënt, is zo goed mogelijk kracht geven aan de omliggende weefsels bij de woekering. Hierbij kan beperkt worden ingestraald, maar moet doorstralen vermeden worden. Bij dit doorstralen heeft men een grote kans, dat ook het kankerweefsel energie opneemt en zich daardoor eenvoudiger kan voort delen. Wat zeker niet de bedoeling is.

  • Hoe is de hiërarchie van aartsengelen, bewaarengelen enz. en hebben dezen een aparte geest vergeleken bij de mensen?

Deze hiërarchie bestaat niet wezenlijk, maar werd door de mensen zo opgesteld en stamt uit zeer oude menselijke denkbeelden. Men zal de nu vaak geldende denkbeelden op zijn minst kunnen herleiden tot de vroeg Chaldeeuwse cultuur. Hier bestond reeds een visie op een soort hiërarchie van goden en engelen, die gebaseerd was op het onderlinge verband van de sterren. Engelen en aartsengelen zijn in wezen gepersonifieerde facetten van een goddelijke werkelijkheid, die wij niet werkelijk ten aanzien van elkaar een rang kunnen geven. Engelen zijn wezens die ook op deze wijze kunnen bestaan en dan een personificatie vormen van een goddelijke eigenschap, maar deze naam wordt even goed vaak gebruikt voor wezens die eens mens geweest zijn en dankzij het bewustzijn, dat zij verkregen hebben en de lichtende krachten, die zij daardoor in zich dragen, in de ogen van mensen een engel zijn. Bewaarengelen zijn praktisch altijd vanuit de mensheid ontstaan. Het indelen hiervan in hiërarchieën is een betrekkelijk willekeurige en zelden aan de feiten beantwoordende menselijke procedure.

Wat het Luciferiaans denken betreft: het is in feite een denken in tegenstellingen. Maar ik geef u het volgende in overweging: Indien de mens stelt dat God alwetend, almachtig en al-liefdevol is en bovendien nog rechtvaardig en bovendien als geopenbaarde waarheid, aanvaardt dat God op de zevende dag zijn schepping bezag en zag dat het goed was, zo houdt dit tevens in dat God zelfs toen reeds geweten moet hebben dat en hoe Lucifer op zou treden op aarde.

Je moet dan wel eveneens geloven, dat dit alles met zijn weten, volgens Zijn wil en geheel met Zijn toelating is gebeurd. Bovendien stelt men, dat ook de gevallen engelen door God geschapen zijn. Ik stel dan, dat deze gevallen engelen niets anders kunnen zijn dan een deel van het goddelijke, dat wij voor onszelf nog niet als zodanig kunnen aanvaarden.

Men kan stellen dat het menselijke beeld van God en Duivel, de grenzen vormen van het menselijk besef. Maar dan gaat het om alles wat daartussen voor ons aan erkenning en mogelijkheid bestaat. Anders denken is dwaas.

Stelt u ooit uw oostgrens tegenover de kust als twee onafhankelijk opererende werkingen? Zegt u mogelijk dat de kust het goede is en de oostgrens het kwade of omgekeerd? U zegt eenvoudig dat dit de grenzen zijn, waartussen uw land ligt. Maar wat zijn de menselijke beelden van God en Lucifer dan anders dan de omlijning van het geheel van de voor ons te beseffen ervarings- en bestaansmogelijkheden? Twee grenzen van het menszijn als het ware. Maar het gaat niet om deze grenzen, maar om hetgeen ertussen ligt, de wereld, waarin wij kunnen leven. Onze belevingsmogelijkheid.

Op het ogenblik dat je god en duivel als strijdende krachten gaat beschouwen, is er in feite geen God meer. Wanneer je god ziet als bijna of zelfs geheel gelijkwaardig aan de duivel, is er geen sprake meer van een werkelijke god, maar alleen van twee duivels, die met elkaar worstelen.

Maar dan geeft men daarmee gelijktijdig toe, dat er geen sprake kan zijn van een Alziende, Alwetende, Almachtige, Al-liefdevolle en rechtvaardige god. Twee krachten, die voor hun uiting beiden afhankelijk schijnen te zijn van hun tegenstander.

Ik meen dan ook, dat elke theologie die uit deze tegenstelling haar kracht en gezag probeert te putten, een zeer dubieuze moet zijn. Maar dit is alles mijn persoonlijke mening, die u zeker niet met mij behoeft te delen. Indien u liever bang wilt zijn voor de duivel moogt u dit naar believen zijn voor mij. Alleen wil ik u wel waarschuwen, u niet al te zeer vrees te laten aanjagen, wanneer u streeft naar het mystieke huwelijk. Want dan is het wel zeker dat Sofia u horentjes op zal zetten.

  • Dokter Robbin Ivans schreef dat er een ruimteschip van Orion lang geleden schipbreuk leed in Tibet. Men zegt dat het ook nu nog als vergaderzaal wordt gebruikt. Men stelt dat dit 20.000 jaren geleden is gebeurd en dat de ruimtevaarders zich gemengd hebben met de primaten. Ook de Dogons kennen een teken van Sirius. Hoe is dit alles met elkander te rijmen?

In de eerste plaats kunnen wij zgn. primitieve symbolen die vergelijkbaar zijn overal aantreffen waar eens Lemurië zijn invloed uitoefende. Een dergelijke vergelijkbare en soms zelfs geheel gelijke reeks van symbolen kunnen wij aantreffen in alle gebieden die ooit hebben behoord tot het zgn. Atlantische Rijk. Het aanwezig zijn op ver uiteenliggende plaatsen van een en hetzelfde symbool hoeft dus geen bewijs te zijn voor het optreden van buitenaardse invloeden of een bezoek van de mannen van Sirius aan de voorvaderen van de Dogons,

Dan de landing van het ruimteschip: Gezien de feiten is dit onzin, ook al is het een leuke theorie. De bedoelde vergaderplaats bestaat inderdaad, maar ligt iets zuidelijk van Tibet en is in feite een grottempel. In deze grot bevinden zich inderdaad voorwerpen, die stammen uit verloren beschavingen uit het verre verleden. O.m. treft men in deze tempel inschriften aan in het zgn. bloemenschrift – een schriftvorm opgebouwd uit krullende lijnen en kentekenend voor Atlantis en de tijd kort daarna. Het is een van de eerste glyphische schriften die er op aarde bestaan hebben zover mij bekend is.

U kunt in deze ruimte verder een soort scherm of spiegel vinden van kristal, die door bepaalde ingewijden “de spiegel der wereld” wordt genoemd. Iemand, die alleen de beschrijving daarvan hoort, kan mogelijk denken aan een of andere nogal grote beeldbuis. Maar het ding geeft geen Pipo en geen Pommetje Horlepiep, doch biedt de beschouwer alleen een mogelijkheid tot confrontatie met eigen diepste innerlijk. Ook dient het wel als brandpunt om bepaalde kwaliteiten van helderziendheid in ruimte en tijd te activeren.

Hoe men op het denkbeeld komt dat er mensen van Sirius hier geland zouden zijn? Er zijn vele mogelijke redenen. Een daarvan is wel dat Sirius schijnt te fungeren als een soort centraal punt, waaromheen zich de beweging van de sterren in dit deel van het melkwegstel voltrekt. Men meent althans in de laatste tijd dit min of meer te hebben geconstateerd en daarom wordt Sirius dan ook wel als een centraal stelsel beschouwd.

Een verdere reden voor dergelijke verhalen kan gelegen zijn in de in de laatste jaren steeds toenemende belangstelling voor vliegende schotels en wezens uit de ruimte. Mogelijk heeft men zich gespiegeld aan de successen die de heer Von Dänicken boekte met zijn benadering van op zich interessante, maar zonder bekend verband bestaande zaken. Wat erop neerkomt dat voor heel wat mensen de neiging om op grond van onvoldoende gegevens mythische fantasieën te schrijven groter is geworden.

De vermenging met primaten heeft mogelijk een Bijbelse achtergrond. Er wordt immers verteld dat in den beginne de zonen des hemels ingingen tot de dochters des mensen. Iets wat wij overigens ook in vele andere godsdiensten en delen van de wereld kunnen aantreffen. De conclusie dat het hier ruimtevaarders zijn van Sirius, die zich bij gebrek aan beter met de afstammelingen van apen tevreden hebben gesteld, is mogelijk voor de mensen, die menen zo een superieure afstamming te kunnen aantonen, erg vleiend. Maar zelfs aannemende dat er werkelijk sprake geweest kan zijn van een dergelijke noodlanding blijft nog de vraag bestaan, of dit dan het gevolg zou moeten zijn.

Indien het hier gaat om een noodlanding van ruimtevaarders moeten wij ons ook met de volgende punten even bezighouden: Er zijn een groot aantal verhalen en aanwijzingen te vinden, onder meer uit beeldjes, overleveringen e.d. waaruit met eenzelfde graad van juistheid, wetenschappelijkheid en logica als gebruikt werd, om de noodlanding van mensen van Sirius aanvaardbaar te maken, dat er vele malen en op vele plaatsen op aarde in het verleden welruimtevaarders geland moeten zijn. Ruimtevaarders helpen elkaar. Zouden zij de Siriërs en hun nakomelingen dan niet hebben opgepikt of ervoor gezorgd hebben dat zij werden afgehaald? Is het dan waarschijnlijk dat deze Siriërs en hun nakomelingen gehele nederzettingen gevormd zouden hebben, waarin niets overbleef van de oude kennis, techniek enz.?

Zou het waarschijnlijk zijn, dat men nu nog samen zou komen in een ruimteschip, terwijl eenieder kan beseffen, dat deze schepen zeer duurzaam van constructie moeten zijn, maar dat dit eveneens zal gelden voor de middelen tot voortdrijving? Andere ruimtevaarders zouden de schipbreukelingen zonder meer aan de nodige materialen kunnen helpen of voor een snelle toezending daarvan zorg hebben kunnen dragen. Zelfs indien het schip tegen alle logica total loss zou zijn, mag men wel aannemen, dat men alle belangrijke en nog bruikbare zaken eruit gesloopt zou hebben, terwijl men het materiaal zelf waarschijnlijk wel beter zou kunnen gebruiken dan voor een vergaderzaal. Aannemende dat er ook toen mensen – desnoods prehistorische typen leefden in de omgeving van de noodlanding – en volgens het verhaal is dit een feit – zou men bovendien alle voorzorgen moeten nemen om te voorkomen dat voortbrengselen van een hogere techniek in handen van een zeer primitieve bevolking zouden vallen. Anders zouden mogelijk wilden zich in de ruimte kunnen wagen met alle nadelen, die dit voor de ruimtevaart langs vaste lijnen zou kunnen gaan betekenen.

Wie er rekening mee houdt dat dergelijke schipbreukelingen noodzakelijkerwijze een hoge technische beschaving gekend hebben, terwijl er overal op aarde landingen van ruimtevaarders schijnen te zijn voorgekomen, is het verhaal waarop u doelt op zijn minst als een zeer fantastisch werk te beschouwen. Ik meen hieraan dan ook toe te kunnen voegen dat het werk in een deel van zijn feiten en in al zijn conclusies min of meer onjuist is.

Let wel: ik ontken niet dat er wezens uit de ruimte meermalen op de aarde zijn geland. Ik ontken niet dat er vele bewoonde planeten in de ruimte zijn. Ik ontken zelfs niet dat ook rond Sirius zich enkele planeten bewegen in ruime baan rond de dubbelster – waarvan er 3 gekoloniseerd zijn en een zelf oorspronkelijk leven heeft voortgebracht. Ik ontken echter wel dat de mannetjes van Sirius de voorvaderen zouden zijn van de mensheid of een bepaald ras op aarde.

Indien u al uw oorsprong wilt zoeken, kunt u beter zoeken in de richting van de voorvaderen van uw vrienden de primaten, die u zo graag beziet, omdat hun gedragingen in uw ogen vaak zo belachelijk of zo vertederend zijn. En realiseer u dat zij u waarschijnlijk ook zo bezien en u al even belachelijk vinden. En met hetzelfde recht, wat zij stammen met u van een en dezelfde voorvader.

  • Dat Jezus een godenzoon was, is dan ook een fabeltje?

Grotendeels wel. Vergeet niet, dat heel wat mensen in het verleden zeiden af te stammen van goden of godenzonen te zijn, terwijl er ook nogal wat verhalen zijn, over een maagdelijke geboorte en dergelijke zaken. Dit laatste zou je nog in kunnen passen, wanneer een man kennelijk uit een hogere en machtiger beschaving stamt, acht men het bij vele stammen zelfs nu nog voor een vrouw een eer om daarvan een kind te mogen dragen. Indien dergelijke zaken een indruk maken, worden het legenden die men dan later vaak in verband brengt met beroemde personen, zoals ook met heel wat anekdoten duidelijk het geval is geweest en nog is.

Neem als een voorbeeld hiervan de vele zondvloedverhalen, die er bestaan. Zij brengen je in de verleiding aan een werkelijke en alomvattende zondvloed te geloven, tot je je gaat afvragen, hoe men dan wel komt aan al die verschillende versies. Zeker, men kan aanvoeren, dat de Chaldeeuwse, de Babylonische en de Joodse versie in zeer vele opzichten stroken. Maar dat is nu ook weer geen wonder, want Abraham kwam uit Ur en had daar een priesterlijke opleiding gehad – ook al heeft men hem als ketter eruit getrapt. Ook in Babylon hebben de Joden een lange tijd grote invloed gehad toen zij daar eerst als handelaren, later als gevangenen verbleven.

Geheel andere verhalen over een dergelijke zondvloed treffen wij echter aan bij negerstammen, bij volkeren aan de Amazone – opgetekend bij stammen, die nog niet in contact met de beschaving en het christendom waren geweest. Steeds weer blijkt iemand van de eigen stam die bovendien nog een bekend vorst, krijger of tovenaar was, de hoofdrol te spelen. Ik zou nog voort kunnen gaan met dergelijke voorbeelden. Ik meen echter te kunnen volstaan, dat er altijd weer sprake is van een kennelijk door menselijke emoties veroorzaakte werkelijkheidsvervreemding, die de mensen ertoe brengen bepaalde zaken het verhaal in te bouwen, die geen betrekking hebben op de werkelijke feiten.

Zeker, er zijn heel wat godenvormen bekend in verschillende delen van de wereld, die je als moderne mens aan een mogelijke ruimtevaarder doen denken. Verhalen als het visioen van Ezechiël in de Bijbel, overleveringen van de Masai, ook bij de Kanakas spreken ze van voertuigen in de lucht. Men kan aannemen dat deze verhalen ergens een grond moeten hebben en kan daarom aannemen, dat dergelijke landingen eens wel ergens plaats moeten hebben gevonden. Het is echter niet zeker dat het ook op die plaatsen is gebeurd waar men deze verhalen vertelt en de voorstellingen in beelden e.d.  heeft vastgelegd.

Wat Jezus betreft: Hij spreekt over zichzelf als de zoon des mensen. Slechts eenmaal spreekt een ander hem aan als de zoon van God – indien wij althans niet aannemen dat men later deze interpretatie van oorspronkelijke woorden heeft toegevoegd of dergelijke dingen aan de oorspronkelijke feiten heeft toegevoegd om zo zijn eigen geloof voor anderen overtuigender en aanvaardbaarder te maken. Daarom ben ik niet bereid hier te verkondigen dat Jezus de enige en ware zoon van God was, zo min als ik bereid ben te verkondigen: “de mensen van Sirius en hun nakomelingen zijn onder ons”.

  • Hoe komen de Dogons aan de kennis dat Sirius een dubbelster is of althans een donkere begeleider heeft?

Tweelingen spelen in vele volksoverleveringen een rol en daarbij zien wij steeds weer dat zij worden uitgebeeld als elkander aanvullende wezens of soms zelfs als directe tegenstellingen. In meerdere gevallen worden herinneringen daaraan in de patronen van volkeren uitgebeeld door twee gelijke cirkeltjes, waarvan er soms één een donkerder kleur heeft. Het teken dat de Dogons gebruiken, komt dus ook elders voor, maar dan wel met een mythologische verklaring. De Dogons zelf spreken overigens niet van Sirius in verband met hun “heilig teken”. Dat doet de uitlegger. De kans is dus groot, dat de Dogons niet weten dat Sirius een dubbelster is en wat meer is, zelfs niet begrijpen, dat een blanke hun weergave van tweeling-goden uitlegt als kennis omtrent een ster.

Je kunt je evengoed afvragen hoe het komt dat bepaalde verhalen van de Dogons in bijna gelijke versie verteld worden door volkeren in het noordwesten van China, ofschoon deze weer niet dat dubbelteken gebruiken om het aan te duiden. Overigens veronderstel ik dat de bron eenvoudiger te vinden is. Een verhaal over tegenstelling, inderdaad aangeduid door twee stippen: waarvan er een wit, de ander zwart is of door twee gelijke stenen, die zich door hun kleur onderscheiden, maakt deel uit van de filosofie van de Atlantiërs en is van groot belang in de periode kort voor de eerste Atlantische ramp. Een eerste trek van Atlantiërs en een deel van hun slaven zou dus aansprakelijk kunnen zijn voor de verbreiding van deze filosofie, de bijbehorende verhalen en de beeldsymbolen die hierbij gebruikt werden. De invloed van deze filosofie is overigens terug te vinden in een deel van het Afrikaanse en een deel van het Aziatische continent, terwijl de verbreiding kennelijk op het Amerikaanse continent veel beperkter is geweest. Wel treffen wij ook hier vele legenden aan die te maken hebben met tweeling-goden, maar het symbool dat u als Sirius-teken beschouwt is hier kennelijk bijna teloor gegaan. Ik meen dat u ook deze gegevens mede in beschouwing zult moeten nemen, al is het maar om te voorkomen dat men, gedreven door een voorkeur of verlangen, alles alleen in de richting van buitenaardse invloeden gaat interpreteren.

  • Hoe kan iemand, die de laatste tijd veel familieleden heeft verloren hun stem nog eens horen? Waar? Met wie moet men in contact treden?

Deze vraag is te persoonlijk en volgens een regel, waaraan ook ik mij moet onderwerpen, kan ik deze daarom niet volledig beantwoorden.

In het algemeen echter zou ik het volgende willen zeggen: Wanneer deze entiteiten met u contact wensen op te nemen, dan zal dit zeer zeker gebeuren. U zult dan waarschijnlijk uw eerste contacten maken middels dromen. Zou mediaal contact gewenst worden, dan zult u daarvoor in die dromen wel nadere aanduiding krijgen. Het heeft echter weinig zin van uw zijde uit te gaan zoeken naar een medium, waar u de gewenste stemmen kunt horen. U hebt in dergelijke gevallen immers nooit de zekerheid dat u werkelijk spreekt met de persoon die u bedoelt? Want dan zijn uw eigen verlangens een uitstraling en verstrekt u telepathisch een beeld waaraan elke willekeurige geest, tot de meest aardgebonden geest toe, voldoende kan beantwoorden. Een dergelijke geest zou dan op deze wijze contact met u op kunnen nemen om u mogelijk te beïnvloeden of zou kunnen proberen zich langs deze weg te verrijken met een deel van uw krachten.

Beschouw dit als een algemeen en voor eenieder geldend antwoord. Uw eigen conclusies dient u daaruit zelf verder te trekken. Alle gevolgen van uw handelingen als gevolg daarvan zijn en blijven dan ook geheel voor uw eigen rekening.

  • Graag uw mening over de darwinistische evolutieleer. In hoeverre is deze aanvaardbaar, in hoeverre niet?

Algemeen gesproken is de evolutieleer van Darwin natuurlijk nogal primitief. Zij gaat nl. uit van een geleidelijke evolutie, die alleen door plaatselijke omstandigheden bepaald wordt. De ervaring leert ons, dat sprongmutaties overal en ook onder schijnbaar gelijkblijvende omstandigheden kunnen optreden als gevolg van zeer korte of zeer persoonlijke gebeurtenissen.

Verder weten wij dat mutaties vaak in vele verschillende vormen in ongeveer dezelfde periode voor plegen te komen, waarbij alleen de meest levensvatbare in staat blijken, zich te continueren en dus langere tijd in verschijning zullen treden, daarbij een nageslacht met vaste eigenschappen voortbrengende.

Dit houdt in dat de leer van Darwin niet een volledige en heel juiste verklaring kan vormen voor het evolutieverschijnsel. Indien wij echter uitgaan van een basisevolutie zo kunnen wij wel steeds weer erkennen, op bepaalde tijdstippen met zuiver evolutionaire verschijnselen geconfronteerd te worden. Dan kunnen wij uitgaan van een oertype. Wanneer wij bv. zien naar de vertebraten, zo kunnen wij gevoegelijk aannemen dat er een enkel prototype te vinden is, waaruit alle gewervelde soorten uiteindelijk zijn voortgekomen. Een regel, die zal gelden per gebied. Wanneer wij te maken hebben met de mens, zo kunnen wij op grond van Darwins leer veronderstellen, dat deze mens afstamt van de apen. Maar in dat geval houden wij geen rekening met het feit, dat ook die apen wel degelijk een evolutie hebben doorgemaakt. Gaan wij echter wat verder terug in bet verleden, dan treffen wij wel verschillende mensvormen aan die qua vorm zeker dichter bij de aap schijnen te staan dan de hedendaagse mens.

Deze menstypen kunnen daarom echter nog niet beschouwd worden als een soort halfapen of het directe nageslacht van een aap. Er zijn in die periode trouwens ook wel aapachtigen, die echter van de hedendaagse mensapen nogal verschillen, onder meer door het bezit van een staart. Nog verder in het verleden zien wij echter dat de scheiding tussen de boomlevende aapachtigen ons voert tot een enkel type, dat zich op beide gebieden beweegt: op de vlakte bijna als zoolganger, in de wouden voornamelijk als boombewoner, die niet bij voortduring de grond vermijdt. Hier blijkt opeens een verandering plaats te hebben gevonden, waardoor een geheel boomlevend wezen zich opeens ook op de grond gaat bewegen en in diezelfde tijd zien wij veranderingen in o.m. het gebit. Vanaf dit, zijn er verschillende groepen die ieder een eigen evolutie doormaken en daarbij soms door sprongsgewijze evolutie verdere eigenschappen vergaren.

Het is duidelijk, dat mutaties en de oorspronkelijke evolutionaire vormen lange tijd naast elkander bestaan moeten hebben. Wij kunnen zelfs op het ogenblik met grote wetenschappelijke waarschijnlijkheid aantonen, dat homo sapiens niet opeens de macht heeft overgenomen, maar eerder schijnt te zijn voortgekomen uit mutaties, die door hun oorspronkelijke stam werden uitgestoten en kwamen tot bendevorming en uiteindelijk zo geheel eigen stammen. Wel is duidelijk dat deze stammen zich goed konden weren en in vele opzichten betere kansen kregen dan hun voorvaderen, omdat zij een grotere mogelijkheid tot langdurige samenwerking bezaten.

Op grond van dit alles zou ik willen stellen dat er veel waars steekt in de theorieën van Darwin, maar dat dit nog niet betekent dat zijn stellingen zonder meer en voor 100% juist zijn of dat alle door Darwin getrokken conclusies volledig en onveranderd dienen te worden aanvaard.

  • Heeft een kind ontstaan door kunstmatige inseminatie dezelfde mogelijkheden als een kind dat volgens het normale proces geboren wordt?

Leeft u zonder meer anders in een woning, die uit bouwelementen is opgetrokken dan in een woning, die op orthodoxe wijze steen voor steen werd opgetrokken? Het antwoord zal zijn dat de mogelijkheden van beide woningen kunnen verschillen, maar dat de wijze waarop u er leeft toch voornamelijk een kwestie is van uw eigen keuze.

Een kind dat door kunstmatige inseminatie tot stand is gekomen, zal natuurlijk erfelijke eigenschappen mee kunnen krijgen die afwijken van die van de ouders indien het zaad niet van de echtgenoot stamt. De erfelijke eigenschappen zijn zeker bepalend voor de kwaliteiten van het lichaam. Maar de geest, die daarin incarneert, zal dit eerst doen op het ogenblik dat het toekomstige lichaam zich is gaan vormen. Bij de incarnatiekeuze wordt de sfeer van de omgeving vaak als beslissend gezien. Dat zijn de “ouders” en de donor bepaalt deze niet mee.

De invloed van de man op de wordende vrucht is iets groter dan algemeen wordt verondersteld door zijn telepathische en emotionele banden met de vrouw, die door het kind deels worden opgenomen. Ook wat dit betreft is gemeenlijk de kans voor het kind dezelfde als bij een normale bevruchting.

Conclusie: Er is de mogelijkheid van een afwijkende lichamelijke structuur. Voor de geest als zodanig is er echter weinig of geen verschil, zodat kan worden aangenomen dat in bijna alle gevallen de kansen gelijk zullen zijn voor een natuurlijk geboren baby, een middels kunstmatige inseminatie verwekte baby en een reageerbuisbaby, mits zij in hetzelfde milieu met gelijke verzorging en liefde opgroeien. Begrijpelijk overigens, omdat een vaste binding tussen geest en stof eerst optreedt wanneer het wordende lichaam binnen het moederlichaam reeds een aanmerkelijke mate van vorming heeft ondergaan.

Zou men een levend wezen echter geheel in een reageerbuis, dus buiten een moederlichaam willen opkweken, dan zouden heel andere regels gelden. Wij krijgen dan alleen te maken met een geheel ander type geest dat deze vorm van incarnatiemogelijkheid ambieert, een geheel andere beleving in de prenatale periode, o.m. door het ontbreken van de mentale signalen van de moeder. Ik neem aan dat dergelijke wezens veel kouder en gevoelsarmer zullen zijn en bovendien eerder geneigd zullen zijn, zich af te zetten tegen het milieu en de wereld, waarin zij geboren zijn.

Dan ga ik hier mijn bijdrage eindigen Ik heb mijn best gedaan alle vragen zo goed en duidelijk mogelijk te beantwoorden. Het spijt mij dat ik u niet op alle punten geheel gelijk heb kunnen geven, de Sirius theorie niet zo aanvaardbaar vond als u e.d.

Ik heb getracht u de feiten te geven, zoals ik die zie. Ik ben niet alwetend of onfeilbaar, dat is niemand van ons, ook u niet. Ik heb alles echter zo eerlijk en netjes mogelijk benaderd en hoop daarom dat u, ook al behoeft u het niet met mij eens te zijn, mijn argumenten eens nader zult willen overwegen voor zover het onderwerp uw belangstelling heeft.

Deel 2

  • Is het waar dat zich rond de zon een enorme ring bevindt zoals rond Saturnus? Dit zou kortelings door Amerikaanse astronauten zijn ontdekt.

Ik wil niet concurreren met deze mensen in deskundigheid. Maar mij is daarvan niets bekend en ik acht het ook zeer onwaarschijnlijk.

In de eerste plaats: indien dergelijke ringen inderdaad rond de zon zouden bestaan, zou deze zich zo ver van de zon moeten bevinden – mede gezien de enorme uitbarstingen op de zon die in de protuberans kunnen worden waargenomen – dat zij indien zij uit materie bestaan en in stand zou moeten blijven, zich zou uitstrekken tot voorbij de baan van Mercurius. Hierdoor zou de omloop van deze planeet beïnvloed moeten worden, maar daarvan is geen enkel blijk te vinden.

Ten tweede: stofwolken komen rond de zon regelmatig voor, maar worden ook regelmatig weer door deze ster geabsorbeerd. Dit hangt samen met uitbarstingen die op de zon plaatsvinden. Dergelijke tijdelijke verschijnselen zijn waar te nemen kort voor een zonnevlekkenjaar aanbreekt. Persoonlijk meen ik dan ook dat men niet mag spreken over een ring rond de zon, wanneer men daarbij uitgaat van ringen zoals die zich rond planeten plegen te bevinden.

  • Is het lijden een onmisbare factor in de menselijke ontwikkelingsgang tot bewustwording? Kunt u dit nader verklaren?

Het lijden van de mens komt voort uit zijn onvermogen, zichzelf te beheersen en zich aan te passen aan datgene wat onvermijdelijk is. Als zodanig is het een blijk van onbeheerstheid. De werkelijk bewuste beheerst zijn lichaam, zodat het lijden van dit lichaam alleen tot zijn besef door zal dringen in zoverre en wanneer hijzelf dit wenst. Hij is tevens in staat, zijn ziel tot een voortdurend evenwicht en daarmee tot een duurzame gelijkmoedigheid te brengen, zodat ook het lijden van de wereld hem niet kan verwarren, tenzij hij zichzelf toestaat voor een ogenblik hieraan deel te nemen. Hieruit volgt dat het lijden een factor is, die een rol speelt bij de bewustwording, maar niet een onverbrekelijk deel uitmaakt van het menszijn en voor een bewuste geen werkelijke rol meer speelt. De zin van het lijden zou dan zijn, je een besef van de werkelijkheid te verwerven en een beheersing over jezelf te verkrijgen.

  • Wordt de uiterlijke vorm van de mens mede bepaald door zijn geestelijke inhoud? Is er bv. een invloed van vorige levens denkbaar?

Het uiterlijk van de mens wordt primair bepaald door de genetische eigenschappen die ontvangen werden van de ouders. Dit is echter alleen het basismateriaal. De geest, de mentaliteit en zelfs de emotionele verbondenheden die men op aarde kent, zullen het uiterlijk aanpassen. Deze aanpassing is stoffelijk bezien gering en onvolledig. Maar men ziet de gelijkenis dan toch heel vaak, omdat er een uitstraling is, die mede de indruk bepaalt die men van een ander krijgt.

Het bekende voorbeeld is wel de man, die lange tijd in de dierentuin voor walrussen zorgt en na deze tijd zonder op te vallen ook zelf in het bassin zou kunnen gaan. Dit klinkt kinderlijk, maar is niet geheel onjuist. Wij zien ook dat mensen, die langere tijd getrouwd zijn, veel op elkaar gaan lijken. Zoals wij kunnen constateren dat die een mentaliteit sterk gemeen hebben, dan wel langere tijd een gelijke taak volvoeren, een uitstraling verkrijgen, waardoor zij voor anderen kenbaar worden.

Het is zelfs zo dat wanneer u rond u naar de mensen kijkt, u er onmiddellijk typen uithaalt waarvan u zegt: Hé, dit zijn de Bijbelvaste belijders en daar loopt een groep van zeer vrome katholieken, maar dat ziet er eerder uit als een groep oude socialisten. U leest de uitstraling af. De lichamelijke gelijkenis is in feite zeer beperkt, maar zowel het bewegen, het gedrag als de uitstraling worden door u gelezen als delen van het uiterlijk en zoals een onderlinge gelijkenis vertaald.

U kunt hieruit dus afleiden, dat de geestelijke uitstraling, de indruk, die u op anderen maakt vaak in hoge mate mede zal bepalen, waarbij zelfs belevingen uit vorige levens mogelijk een rol kunnen spelen middels het onderbewustzijn, maar dat het basismateriaal zijn vorm nog steeds blijft ontlenen aan de genetische massa, waarover het kan beschikken.

  • Zijn er methoden of meditatievormen, die uittredingen kunnen bevorderen? Welke zijn deze?

Er zijn er. Ik zou hieraan echter toe willen voegen, dat uittreding een zeer gevaarlijke zaak kan zijn. Zij kan volgens mij alleen goed bestudeerd en bereikt worden, wanneer men de leiding geniet van een meester, die ook zelf uit kan treden en in staat is tijdens uw uittredingen  contact met u te houden.

Het is dus beter, u daarop niet toe te leggen voor u een geschikte leermeester heeft gevonden. Zonder dit kunnen uittredingen soms levensgevaarlijk zijn en worden zij vaak, ook in geestelijk opzicht, gevaarlijk, daar de belevingen bij u de meest wonderlijke misvattingen kunnen veroorzaken. Er zijn echter scholen en meditatiemethoden, waarmee uittreding kan worden geleerd.

  • Indien men dit beoefent zonder leiding, is het dan bv. mogelijk dat men niet meer in zijn lichaam terug kan komen?

De kans hierop is niet zo groot, omdat elke realisatie van het feit dat men zich in uitgetreden toestand bevindt, reeds het door wil opheffen van deze toestand mogelijk maakt. Eerst wanneer men vergeet dat men uitgetreden is, bestaat er een reële mogelijkheid, dat de band tussen lichaam en geest wordt verbroken.

  • Kan er geen sprake zijn van bescherming door geleidegeesten?

Daarvan kan in bepaalde gevallen wel sprake zijn, maar daarop kun je niet te allen tijde en zonder meer op rekenen. Alleen degene die geestelijk bewust genoeg is om zijn eigen geleidegeest of geesten te kennen, kan op een dergelijke bescherming met enige zekerheid rekenen.

  • Kan dit ook door een operatie vanuit de andere wereld bespoedigd worden?

Ik zal het eens opnemen met ons chirurgisch team. Ik wil niet van een operatie spreken, maar wanneer men vanuit de geest dit wenselijk acht, kan men u inderdaad wel helpen om uit te treden en kan men mogelijk zelfs alles bijbrengen, wat voor een beheerst en met enige zekerheid uittreden van belang is.

  • Is het juist dat elektromagnetische velden iemand in uitgetreden vorm hinderen of beletten in een bepaalde richting te gaan?

Dit is niet geheel juist. Wanneer er sprake is van een zuiver astrale uittreding – en dit is dus een zeer specifieke vorm van uittreden tussen vele andere mogelijkheden – en wij bevinden ons in zeer sterk elektromagnetische velden, dan kun je dit ongeveer vergelijken met het gaan door dikke en zware modder: Je kunt je er doorheen bewegen, je kunt ook terugkeren, maar het is een uitermate vermoeiende en langdurige zaak. Dit is te wijten aan het feit, dat deze elektromagnetische velden een uitstraling hebben die ook invloed uitoefent op de vrije partikels die het grootste deel uitmaken van de substantie van de astrale sfeer waarin u dan vertoeft.

Bij andere uittredingen bv. naar een sfeer geldt dit niet, zodat een uittreden naar geestelijke gebieden alleen belemmerd zou kunnen worden door sterke elektromagnetische velden, wanneer u bv. een poging waagt terwijl u vlak bij een zeer sterke in werking zijnde generator voor sterkstroom of iets dergelijks ligt. Ik neem echter niet aan dat u. in: een dergelijk geval verkerende een voldoende beheersing bezit om ondanks de storingen geluid en elektrische velden uit te treden.

  • Kwamen de eerste Atlantiërs van een andere planeet? Zo ja, welke? Wie stammen van hen af?

Het spijt mij dat ik op dit onderwerp niet uitvoeriger kan ingaan.

De Atlanten of Atlantiërs kwamen voort uit de Lemuriërs en waren in feite een groepering die werd uitgestoten door deze jagende volkeren, die alleen als vaste basis bepaalde handelscentra kenden.

Zij zijn zeevaarders geworden uit noodzaak en door hun wijze van leven en de omgeving, waarin zij vertoefden, werden zij steeds meer blanken. De blanken hadden de beste overlevingskansen. Vandaar dat op de duur een type ontstaat dat enigszins aan het Germaanse ideaal beantwoordt: een licht getaande huid, lichte blauwgroen of groengrijs lijkende ogen, haren gemeenlijk blond of licht bruin. Zij kwamen dus niet van een andere planeet, ongeacht wat daarover beweerd zou kunnen worden. Wel zien wij in hun incarnatiecyclus entiteiten die hun voorgaande ontwikkeling op een andere planeet dan aarde hadden doorgemaakt.

  • Waar komt de heilige graal vandaan?

Uit de fantasie van de mensen. De H. Graal, de zgn. avondmaalsbeker, is niets anders dan een symbolische voorstelling zoals de steen der wijzen, de bron des levens en de kelk, waarin de mens het leven terug kan vinden. Het is in feite een voorstelling van de mens zelf, waarin de goddelijke kracht zich kan ontladen en waardoor de mens zelf dan een heiligdom kan worden en vormen dat vanuit zich stralende, de anderen brengt tot verlossing.

  • De antroposofen beschouwen het getal 25, 920 as een belangrijk gemiddelde van zowel het aantal ademhalingen per dag, levensdagen enz. Wat is uw mening?

Ik raad u niet, uw ademhalingen per dag te tellen, want dan komt u verder tot niets. Wanneer wij de betekenis van het genoemde getal bezien, zitten wij dicht in de buurt van de waarde van het siderisch jaar. Ik vermoed dat analogieën tussen de mens en een kosmische periode bij het komen tot deze waardering voor dit getal een rol heeft gespeeld. Indien men uitgaat van het aantal ademhalingen per dag, zo is dit getal mogelijk over alle tijden nog een gemiddelde, maar voor de hedendaagse mens ver overdreven. Rond 1/10de van heb getal zou dan juister zijn gerekend per 12 uur.

Mij lijkt het beter, levensdagen en ademhalingen of andere functies niet te tellen, maar eerst te leren beheersen zover dit mogelijk is. Volgens mij heb je meer aan een beheerste ademhaling plus de mogelijkheid je levensstromen voortdurend tot evenwicht te reguleren dan aan cijfers.

  • Wat is de betrekking tussen mensen en bepaalde giftige planten als papaver, peyotl, silocypide etc. Zijn er wetenschappelijke verklaringen voor het bestaan van deze stoffen en is de werking daarvan op de mens zuiver toeval?

Ik moet het eenvoudig en kort houden. Maar reeds vanaf de eerste tijden van de mensheid hebben de mensen getracht die planten te selecteren die hen een aangename roes konden bezorgen. De aanwezigheid van de roesvormende stoffen in de planten is natuurlijk en eigen aan hun functie plus voedingsselectie. Maar de mens heeft de roesvormende planten en stimulerende planten verzorgd, gezocht en uiteindelijk geteeld. Dit geldt zelfs voor de peyotl die, zoals u bekend zal zijn, van de cacti komt.

De zorg voor dergelijke planten had mede een geloofsachtergrond daar men meende door de roes met goden of voorvaderen in contact te kunnen treden. Dit geloof is grotendeels verloren gegaan, maar de traditie van de roesvormende middelen is gebleven, nu vaak als een vlucht voor problemen, of een stimulans waardoor men meer kan presteren.

Wanneer de mensen alleen eigen voldoening gaan zoeken in het gebruik van dergelijke middelen, hebben zij zich daarmee overgeleverd aan iets dat onder die condities ook relaties schept tussen de mens en bepaalde minder goede sferen. Het nadeel van een onbewust gebruiken, is dan wel dat de mensen niet in staat zijn zich te verweren tegen, of zich tijdig te onttrekken aan hetgeen er uit die sferen op hen afkomt. Men heeft alleen rust en kan alleen enig evenwicht bereiken wanneer men het middel gebruikt en wordt zo langzaamaan slaaf van het middel dat, mits beheerst gebruikt, zoveel goede mogelijkheden zou kunnen scheppen.

Of de werking van deze planten op de mens geheel toevallig is, kun je niet met zekerheid zeggen. Redelijk gezien is dit wel het geval. Aan de andere kant hecht ik veel waarde aan de oude regel die zegt wanneer een mens ziek is, groeit het geneesmiddel vlakbij.

Persoonlijk ben ik van mening dat er altijd een relatie kan bestaan tussen mensen en planten, omdat de plant pleegt te reageren op de uitstralingen van de mens en een plant het snelste en vruchtbaarste groeit op plaatsen, waar een voor die plant harmonische sfeer heerst.

Je kunt volgens mij zeggen, dat de hallucinogene planten niet op zich giftig zijn, maar door de stoffen die zij in zich dragen een wijziging in de interne functies van de mens veroorzaken, die dan weer de roes ten gevolge heeft, waarin hallucinaties sneller optreden en het innerlijk van de mens voor deze als een soort droomwerkelijkheid tot uiting pleegt te komen.

Let wel concentraten van de werkzame stoffen, geïsoleerd van de weefsels en sappen van de plant, zijn wel giftig, terwijl veelvuldig gebruik soms een blijvende afwijking in de werking van de interne organen te weeg kan brengen.

Het verwerpen van alle hallucinogene planten als giftig acht ik dan ook onjuist, zeker wanneer men beseft dat de kwaliteiten die de plant in de mens tijdelijk kan wekken niet alleen voor hallucinaties gebruikt behoeven te worden, maar ook ten voordele van medemensen naar buiten toe gericht kunnen worden – al noemt men dit dan waarschijnlijk magie.

  • Is de ouderdom van alle voor de mens al dan niet waarneembare materie gelijk?

De kracht, die de basis is van alle elementen, is altijd even oud. Zij stamt van het ogenblik dat een algehele statis werd doorbroken door één enkele impuls. Beschouwt men materievormen, dan is de ouderdom niet gelijk, terwijl zeker sommige zgn. elementen in feite verval-producten zijn van andere, minder stabiele materievormen.

Ook kan men zeggen dat de materie en materiële structuren van de sterren, die zich aan de buitenkant van de Melkweg bevinden, ouder zijn in hun nu bestaande vorm dan sterren en materie, die zich dichter bij de kern van het stelsel bevinden.

  • Volgens mij is er sprake van wisselwerking tussen geestelijke en gedachteprocessen en lichamelijke processen.

Op het ogenblik dat een onevenwichtigheid in het lichaam ontstaat, zal deze beseft kunnen worden, waarna bewuste en geestelijke inwerkingen hun invloed weer op de stof doen gelden. Mentale processen bepalen de vanaf het geestelijk vlak van bestaan beschikbare krachten, impulsen van weten e.d.

Kan het besef van een lichamelijke onevenwichtigheid niet worden aanvaard door het denken of wordt hier niet met de wil tot genezing gereageerd, dan kan hierdoor een disharmonie tussen geest en denken ontstaan, waarbij ook het denken steeds minder evenwichtig zal worden.

Uw stelling acht ik dus juist.

image_pdf