Vragenavond: 1986-12

image_pdf

12 december 1986

Dit is het eerste gedeelte van de vragenavond van 12 december 1986, wegens technische problemen moest de opname nu ongeveer een half uur worden gestaakt. Enkele onverstaanbare of weggevallen gedeelten zijn aangegeven met (…..).

We zijn niet alwetend of onfeilbaar, we hopen dat u zelf nadenkt. We zullen eerst beginnen met de schriftelijke vragen, kijken hoe ver we komen. Wanneer ik het niet weet, zeg ik het u. Persoonlijke vragen mag ik niet beantwoorden, alle andere vragen beantwoord ik naar beste vermogen. Mag ik vraag een?

  • Welke factoren bepalen het vermogen, respectievelijk onvermogen tot liefhebben in de zin van een opgaan in de ander, zonder dat dit afhankelijk is van biochemische processen?

Ja, bijna iedereen heeft dat vermogen wel. Je kunt dus niet zeggen dat er een onvermogen ontstaat, maar op aarde worden de mensen opgevoed en dat is in feite: geconditioneerd.

Dat impliceert dan dat je door de opvoeding in een bepaalde persona wordt gedrongen.

De maatschappij, de omstandigheden waaronder je leeft, hebben daar ook een grote invloed op. Dan komen er situaties voor waarbij een mens eigenlijk het gevoel van liefde, zelfs wanneer het bestaat, probeert te verdringen; het wordt gevoeld als een onwaardigheid, een aantasting van eigen mogelijkheden.

Hier zijn dus geen absolute normen te geven. Je zou echter kunnen zeggen: wanneer iemand altijd geleerd heeft anderen het voordeel van de twijfel te geven, wanneer je altijd weer probeert om te denken vanuit het standpunt van de ander, dan is die liefde, en heel vaak ook een zekere deernis, onvermijdelijk.

  • Er zijn mensen, die op het moment van een grote ramp ergens op de wereld, zoals de explosie van een atoomcentrale of van een ruimteschip, een panische angst en schrikreactie krijgen te verwerken. Wat is dit voor sensitiviteit en kun je deze positief  gebruiken?

Deze sensitiviteit hangt over het algemeen samen met een afgestemd zijn op het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. We noemen dat wel: het gemeenschappelijk bovenbewustzijn.

Wanneer daar impulsen binnenkomen zijn ze niet rationeel, ze zijn niet zintuigelijk. Ze kunnen dus alleen emotioneel verwerkt worden en bij de meeste mensen is er dan ook sprake van een meer empathische ervaring. Enkelen echter zijn wel in staat andere details daarbij te voegen, en komen dan ook tot een beeld van het gebeuren en waar het is gebeurd.

  • Ik heb de vraag gesteld en de persoon die mij dit vertelde, stelde meteen een vraag aan de instantie die haar deze schrik bezorgde. Toen bleek het de explosie van het ruimtevaartuig te zijn, terwijl er gezegd is: het zal voor de mensheid grote gevolgen hebben. Is hier nog iets aan toe te voegen?

Neen, van mijn kant niet.

  • Is het voor een langdurig zieke, die thuis sterft, beter het rouwproces thuis te laten plaatsvinden, in plaats van direct overgebracht te worden naar een onpersoonlijke rouwkamer van een begrafenisondernemer?

Daar is praktisch geen antwoord op te geven. Vroeger was een huis werkelijk een afgesloten eenheid en er was over het algemeen ook ruimte genoeg. In dergelijke gevallen was het opbaren van iemand, desnoods in de huiskamer, heel gewoon. Dat betekende voor de persoon zelf, de overgegane dus, dat er een zekere relatie met de omgeving bleef bestaan.

Wanneer je iemand naar een rouwkamer brengt, ligt het ook weer aan de omgeving. Wanneer die omgeving welwillend is, gevoel van respect voor de dode, dan valt het allemaal best mee, maar wanneer je dat zuiver zakelijk opvat, zoals dat helaas in deze tijd nog al eens gebeurt, dan is dat toch wel een minder aangename ervaring. En dan wordt het heel vaak vertaald als een soort eenzaamheid.

  • Onlangs hoorde ik dat personen genezer” kunnen worden door een weekendcursus te volgen, gegeven door Masters van Reiki – Japanse vorm van genezen. Zij ontvangen van hen een geheime “inwijding” om in staat te zijn kosmische krachten door te geven en mensen te genezen. Deze cursus en vervolgcursussen zijn vrij kostbaar, en zijn onbetaalbaar voor smalle beurzen. Wat denkt u van Reiki en de door haar opgeleide genezers, die het cursusgeld zo spoedig mogelijk willen terugverdienen?

Die laatste bepaling erbij dwingt mij om het antwoord volledig negatief te geven. In dat geval denk ik er werkelijk alleen maar heel slecht over.

Wat de cursussen betreft: ze zijn niet bepaald doelmatig, behalve voor enkele personen. Maar onder deze genezers zijn er wel degelijk die in staat zijn grote energieën door te geven.

Ik geloof dat je niet eerlijk bent als je ook dat niet toegeeft. Maar ik zou zeggen: wanneer u een cursus krijgt om te genezen, neemt u dan liever een cursus in het geduldig uitzitten van alle kwalen, dat helpt waarschijnlijk beter.

  • De meeste mensen doorlopen verschillende reïncarnaties, naar ik meen. Kunt u toelichten wat, na een laatste incarnatie, de eindbestemming van een mens is? Volgt dan een zgn. hemel, die op den duur toch erg saai moet zijn. U kent het wel: harp spelen, gouden poorten en eeuwig engelengezang?

Nou nee, ik hoop niet dat het voor iemand hier een teleurstelling is, maar als u overgaat, komt er niemand om te vragen of u nou bazuin of harp wilt spelen. Wat dat betreft, maakt u zich geen illusies.

Een incarnatiecyclus omvat een aantal verschillende levens. Wanneer het bewustzijn zover is gegroeid dat geen verdere vernieuwing of verbetering kan worden verwacht van een incarnatie, incarneer je niet meer. Maar dan ben je weer in staat in een andere wereld beter op te gaan.

Geestelijke werelden zijn bewustzijnswerelden, en, zover mij bekend, is het uiteindelijke doel een soort versmelting, waarbij men deel uitmaakt van een organisme dat in zijn geheel een bijna alomvattend bewustzijn bezit, terwijl je zelf je bewust bent van je plaats daarin, maar in je reacties eigenlijk voor een groot gedeelte door het geheel bepaald wordt.

  • Het schijnt dat we ons bewustzijn verliezen als we van het stoffelijk bestaan naar het onstoffelijke overgaan. Hoe komt dat en kun je dat misschien voorkomen?

Als arme bewusteloze – want ik ben overgegaan – moet ik zeggen dat het nogal meevalt. Je verliest een deel van je bewustzijn, dat is waar. Dat wil zeggen dat alle onbelangrijkheden, die voor een groot gedeelte in de hersens toch aanwezig zijn, eenvoudig worden uitgewist, die zijn er niet meer.

Maar alle belangrijke gebeurtenissen, en dat zijn gebeurtenissen waar je verstandelijk en emotioneel betrokken bij bent geweest, zijn ook in de geest vastgelegd. Dat bewustzijn blijft heel rustig bestaan.

Je kunt dus niet zeggen dat je je bewustzijn verliest. Je kunt hoogstens zeggen dat je je verstand verliest, maar dat is voor de meeste mensen niet erg, want ze gebruiken het toch niet zo vaak.

  • Zijn Adam en Eva een incarnatie? Zo ja, van wie? En zijn ze daarna weer geïncarneerd?

Adam en Eva zijn geen incarnaties, ze zijn een legende en dat is heel wat anders. Adam en Eva zijn figuren die in een bepaalde situatie geplaatst zijn. De gehele beschrijving is eigenlijk georiënteerd op een bepaalde mystiek. Denk maar bv. aan de vier stromen, de twee bomen en zo zijn er nog meer van die dingen.

Het is dus een zuiver symbolisch verhaal, en ook de eerste fruithandel heeft plaatsgehad (…..) ontstaan, nabij zeg: homosapiens, dus de menssoort waarvan u op het ogenblik de laatste vertegenwoordigers zo’n beetje bent. (Ja, niet dat u teniet gaat, of de wereld. Maakt u zich geen zorgen). Maar we staan dicht bij een verandering, waarbij een bewustere menssoort op gaat treden.

Maar goed, de eerste vertegenwoordigers daarvan waren uitgestotenen, zij pasten nl. niet meer in het betrekkelijk ruwe stamverband van de zwervende en soms jagende groepen die toen de mensen uitmaakten. Het resultaat is geweest dat zij daardoor een afzonderlijke ontwikkeling hebben doorgemaakt, en dat er dus een hele tijd een aantal menssoorten naast elkaar heeft bestaan.

Het hele verhaal van Adam en Eva is, dacht ik, een poging geweest 0m duidelijk te maken hoe, mystiek gezien, de mensheid van heden tot stand is gekomen.

  • Gaat reïncarnatie door alle fasen van de evolutie, zoals Darwin dat ziet, of Leibnitz met zijn monadenleer? M.a.w.: zijn zielen van mensen vroeger geïncarneerd in dieren, planten, kristallen, en vindt er involutie en evolutie plaats?

Involutie komt betrekkelijk zelden voor. Evolutie, daar zou je over kunnen spreken, wanneer je daarbij rekening houdt met wat je dan een geestelijke sprongmutatie moet noemen, nl, dat met het verworven bewustzijn men, bv. uit een plantvorm, over zou kunnen gaan naar de mensvorm als belevingsmogelijkheid, of naar een diervorm. Een teruggang komt zelden voor, dit in tegenstelling met het geloof van bepaalde Hindoemensen.

  • Als je overgaat van het onstoffelijk naar het stoffelijk bestaan, dus als je geboren gaat worden, verlies je dan weer het bewustzijn of schakel je op een bepaald moment op een ander bewustzijn over? Verdwijn je dan voor de andere kant, zoals sterven hier, en doen je vrienden je als het ware uitgeleide, nemen ze afscheid van je?

(…..) u maakt het me wat dat betreft wel een beetje lastig, omdat uw eigen voorstelling van onze wereld uit de aard der zaak, al proberen we ze nog zo goed te beschrijven, altijd een beetje erg fragmentarisch blijft.

Wanneer u op aarde leeft, is er een deel van uw wezen dat in een geestelijke sfeer bestaat. Maar het is dermate geconcentreerd op het aardse voertuig, en de delen van het ik die daarin geprojecteerd zijn, dat het in de sfeer niet aanspreekbaar is.

Er is dus geen reden 0m afscheid te nemen, zomin als je je voor kunt stellen dat rupsen van elkaar ijverig afscheid gaan nemen voordat ze gaan verpoppen. Het is eenvoudig een poging om het bestaan na de dood te herleiden tot in feite een menselijke situatie, maar dat is het niet.

Het leven na de dood is een voortdurende uitwisseling van gedachtesignalen, waarbij het wereldbeeld grotendeels mede door het ik en het voorstellingsvermogen bepaald wordt; zonder dat er sprake is van vaste en onveranderlijke waarden.

De communicatie kan ophouden te bestaan wanneer iemand zich concentreert, wanneer iemand zich naar een andere wereld begeeft. Maar je wéét dat het contact terug zal komen. Je neemt dus geen afscheid, er is eenvoudig geen reden voor.

  • Hoe zit het dan met uittredingen op dat moment?

Uittredingen bestaan alleen in de stof.

  • Maar het contact met dat deel wat als het ware stil is?

Dat blijft geconcentreerd bezig als deel van de vorm, omdat de stoffelijke ik-voorstelling mee bepalend is, zowel voor de vorm, gedraging, als mogelijkheid, en slechts heel zelden het ik zichzelf verliest, maar dan is er geen beleving meer, en zou men op aarde dus niet over een uittreding spreken.

  • Kennen de geesten van overledenen ook moeheid? En hebben ze ook slaap nodig zoals hier op aarde?

Nee, slaap hebben we niet nodig. Moeheid, ja, bestaat wel, wanneer een te grote reeks van voortdurende herhalingen optreedt, ontstaat een soort spleen, een verveling, die u met grote vermoeidheid zou kunnen vergelijken. Dan volgt over het algemeen een soort retraite, men keert in zichzelf, en daaruit komende kan men dan met bepaalde geestelijke taken verder gaan of overgaan tot incarnatie.

  • Als mensen in slaap vallen kunnen ze geconfronteerd worden met klank- en kleurwerelden. Is dit enkel een verklaring van  de hersenen en/of kunt u ons er meer over vertellen?

Ja, klank en kleur, dat is al in zichzelf een poging om stoffelijk een mengeling weer te geven van wat hogere en wat lagere trillingen, die geen van allen  meer een beeld-definitie verdragen. Wanneer u in die wereld terecht komt, dan zult u dus niet in hersendenken een zuivere indruk kunnen achterlaten.

Wanneer u nu zelf gewend bent om althans enigszins in symbolen te denken, dan is de kans echter groot dat u een aantal droomsymbolen tot een geheel samengevoegd en daardoor komt tot een ‘voorstelling’, ik kan het niet anders zeggen, die dan met een uittreding wel verband houdt, maar die het wezen daarvan niet, of ten hoogste zeer symbolisch en onvolledig, weergeeft.

  • Met het geestelijk 00g ziet men soms kleuren in verschillende vormen zoals damp, vloeistof of vaste stof. Wat is de betekenis van deze vormen?

Dat laatste kan ik niet zeggen, het is nl. zeer persoonlijk. Maar wanneer u kleuren ziet daarin, dan is het heel waarschijnlijk dat u uitstralingen waarneemt. Die uitstralingen kunnen, wanneer ze in een bepaald scala liggen, behoren tot stoffelijke kwaliteiten.

U kunt bv. hitte en koude als licht en donker waarnemen, om u een voorbeeld te geven. U zou bepaalde werkingen, of de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het bijzonder, kunnen waarnemen; dat kan dan ook kleuren veroorzaken in de waarneming. En ten laatste is het mogelijk dat zich in een vloeistof, in een gas, enz. – ook in vaste materie – in feite een bewustzijn bevindt en dat u dan een soort gezicht of een soort gestalte ziet, die er in wezen niet is, maar die voor u een visualisatie betekent van de invloeden die u daaruit hebt ondergaan.

Het spijt me dat ik niet meer to the point kan zijn, maar het is een vraag die alleen zeer algemeen beantwoord kan worden.

  • Bestaan er buitenaardse wezens die hier op aarde geïncarneerd zijn? En hoe moeten we ons dan het leven voorstellen op bv. Mercurius en Venus?

Mercurius: daar kunt u zich geen leven voorstellen zoals het hier bestaat. Als u denkt aan de situatie, dan is het er in ieder geval een soort hel, of kokend heet of ijskoud, en door de zeer langzame rotatie wisselen die beide wel, maar zeer traag.

Wat Venus betreft: er is een nederzetting, ik weet niet eens of die nog bewoond wordt. In ieder geval: deze nederzetting heeft een eigen kunstmatig klimaat. Op Venus zelf bestaat geen leven van hogere orde, hoe dan ook. Het zelfde geldt voor Mars. Op Mars zijn op het ogenblik lagere levensvormen wel aanwezig, hogere niet.

Dus dan moet u het al heel ver in de ruimte zoeken. Maar, er zijn wel eens entiteiten uit deze wereld geïncarneerd. En in veel gevallen omdat ze er niet in geslaagd zijn binnen een harmonieus geheel een verdere bewustwording door te maken, en dan zoeken ze eenvoudig een conflictsituatie op. Maar die zijn niet bijzonder, het zijn gewoon mensen net als u.

  • Zijn zielsverhuizingen mogelijk bij hier op aarde levende mensen? En zo ja, waar blijft dan de oorspronkelijke ziel van een persoon bij wie dit gebeurt en komt deze weer terug?

Zielsverhuizingen? Nee, dat is een mythe; wat wel mogelijk is, is persoonlijkheidsverdringing. Het is een vorm van bezetenheid, met dit verschil dat een dergelijke verdringing ook plaats kan vinden door iemand die op aarde leeft.

De eigen persoonlijkheid, eigen ziel zoals u het noemt, of geest, blijft meestal wel met het lichaam verbonden, maar kan zover onderdrukt worden, dat het de uitingen van het lichaam niet meer kan beheersen. Dat is dus de mogelijkheid. En daaruit blijkt al wanneer dat lichaam overgaat, niet alleen voor de beslagnemende ziel een verdere mogelijkheid verdwijnt tot stoffelijke beheersing op dit punt, maar ook de eigen geest wordt bevrijd van alle bindingen daaraan.

  • Geldt dit ook voor de Zwitser Henri Dunant, oprichter van het Rode kruis, na zijn ervaringen opgedaan tijdens de slag bij Solverino in 1859?

Ik betwijfel het. Ik geloof nl. niet dat we hier te maken hebben met enige persoonlijkheidsverandering of -verdringing, maar dat we te maken hebben met een enorme emotionele beleving, waardoor de waarden die men in de wereld rond zich ziet als het ware veranderd zijn. Je zou kunnen zeggen: een verwisseling van polen bijna.

Hierdoor wordt niet alleen de wijze van handelen bepaald, maar tot op zekere hoogte ook het karakter en het innerlijk leven. Vergelijking: Saulus van Tarsis op weg naar Damascus.

  • Dezelfde vraag ook voor de Franse maarschalk Mac Mahon, o.a. bekend door de veldslagen te Magenta en Solverino en de frans-duitse oorlog, en daarna president van Frankrijk, 1873 tot 1879?

Nou, ik zou daar geen antwoord op kunnen geven. Ik zou haast zeggen dat het heel vaak gebeurd dat een beroemd, maar zichzelve niet als goed beschouwend militair in de politiek gaat en dan nog veel slechter wordt dan hij ooit geweest is.

  • Op wie hebben Poltergeisten het meestal gemunt en waarom? Wat kun je het beste doen als je het slachtoffer wordt?

Ja, Poltergeisten, 9 van de 10 gevallen zijn het eigenlijk delen van meestal onevenwichtige of hysterische mensen, die zodanig worden geprojecteerd dat ze als een afzonderlijke entiteit optreden en daarbij meestal dan verschijnselen te voorschijn roepen, die bewust of onbewust, door de originator gewenst worden. Dat is de meest voorkomende Poltergeist.

Men heeft er wel allerhande andere en meer sensationele dingen van gemaakt, maar ik geloof niet dat dat helemaal juist is. Dan kun je verder als Poltergeist beschouwen een aardgebonden geest die dan over het algemeen sterk plaatsgebonden is, en probeert deze plaats als een soort eigendom te verdedigen, eventueel ook door het oproepen van allerhande verschijnselen.

  • Op wie hebben ze het gemunt?

Dat is in het eerste geval afhankelijk van de persoon van wie eigenlijk deze projectie uitgaat. En in het tweede geval is het over het algemeen een aantasting van een milieu of een situatie, waarbij de geest, meestal aardgebonden en hoofdzakelijk astraal aanwezig ook nog, probeert een soort eigen terrein, een eigen territorium te maken of het als zodanig te behouden.

Het is maar zelden dat het zuiver persoonlijke aanvallen zijn. Alleen bepaalde hysterische personen met schuldbewustzijn kunnen inderdaad Poltergeist verschijnselen veroorzaken die op henzelf terugslaan. Maar dat k0mt, omdat ze zichzelf dan eigenlijk proberen te bestraffen.

  • Hoe weet je dat je door een slechte geest bezeten wordt?

Ik zou zeggen: dat weet je meestal niet. Want als u werkelijk een slechte geest hebt, dan zorgt hij heus wel zo goed voor u dat u het gevoel hebt dat het een engel Gods is. Maar wanneer je een aanhechting hebt of door demonen, ja, wat is het voor een naam, dus door een of andere entiteit, bezeten bent, dan zul je dat over het algemeen zelf hoogstens kunnen merken aan het feit dat je beschikt over kennis of vaardigheden die je nooit zelf verworven hebt.

Het spijt me, geen vaste gebruiksaanwijzing. De meeste zogenaamde bezetenheid zijn niets anders dan een opstand van de onderdrukte delen van de persoonlijkheid zelf.

  • Hoe geneest men in essentie schizofrenie?

Het ligt aan de oorzaak. Wanneer het een vergiftigingsverschijnsel is, natuurlijk door de vergiftiging ongedaan te maken of een antigeen te gebruiken, dus een stof die de werking van het vergif opheft.

Is er sprake van een psychische gespletenheid, zonder lichamelijke oorzaken, dan moeten we ons afvragen waarom de verschillende persoonlijkheden optreden, dus waaruit het conflict in feite bestaat. Dan moet je gewoon proberen om dat conflict op te lossen door beide persoonlijkheden met elkaar in harmonie te brengen.

Schizofrenie kan een soort bezetenheid zijn en dat is dan een verkeerde benoeming van de kwaal. Aanhechting of bezetenheid geeft wel verschijnselen die als schizofrenie zouden kunnen worden omschreven, maar er is hier sprake van een totaal andere persoonlijkheid. In dergelijke gevallen zou het de moeite waard zijn eens een keer te kijken hoe je misschien met een medium contact kunt krijgen met die andere persoonlijkheid. In dat geval kan heel vaak ook de band verbroken worden.

  • Kan een geleidegeest zijn pupil wel expres in moeilijkheden brengen om daarvan te leren? En is u dat wel eens overk0men?

Nou mij niet, maar het is wel zo dat een geleidegeest iemand vaak voor een probleem stelt, voor een keuze stelt en dan moet de persoon zelf conclusies trekken, en voor zichzelf kijken hoe hij de zaak oplost. Dat hoort dus inderdaad bij het bewustwordingsproces.

lk kan geen verder antwoord geven. Het is wel eens mogelijk dat iemand op de proef gesteld wordt, maar dan is hij geestelijk al ver gevorderd en dan weet hij ook wat hij moet doen. Maar zover mij bekend: een gewone geleidegeest en een gewoon mens, nou, dat komt zelden of nooit voor.

  • Een spreuk: mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij belasten de geest. (Uit een tekst, gevonden in een kerk in Baltimore). Vindt u dat deze regel juist is?

Als je wilt voorkomen dat de luidruchtige mensen nog luidruchtiger en lastiger worden, moet je er echter wel een beetje aandacht aan besteden. Maar misschien zou je het anders moeten duiden. (……..) zelf niet thuis voelt, dan zou ik zeggen, ja, dan is dat wel juist. Mensen hebben met elkaar te leven, onverschillig of die ander nu wel of niet lastig of luidruchtig is (……) en wanneer ik er niet noodzakelijker wijs mee te maken moet hebben, nou ja, dan ga ik een straatje om.

(Op dit punt is de opname van het gesprokene wegens aanhoudende technische problemen in overleg met de spreker gestaakt.)

Het tweede gedeelte van deze Stem bevat een heruitgave van een bijzondere Pinksterbijeenkomst in 1958.

Tweede Pinksterdag.

26 mei 1958

Het is niet mijn gewoonte om zo op deze wijze een gehoor toe te spreken. Maar op verzoek van de leiding van deze groep, wil ik dan toch trachten u deze morgen een kleine gedachte te geven over hetgeen heeft plaatsgevonden op dat Pinksterfeest, dat door de wereld in deze dagen weer wordt herdacht.

lk geloof dat de meesten mensen op aarde niet in staat zijn zich van het werkelijk Pinksterfeest en al wat er mee samenhangt, een reële voorstelling te maken. Over het algemeen gaat men uit van een wonderdadig gebeuren zonder meer. Toch zult u begrijpen dat aan het wonder der talen, der welsprekendheid, heel wat meer verbonden was dan ook de evangelisten u hebben kunnen beschrijven. U zult mij hopelijk vergeven, wanneer ik een deel van mijn betoog – voor zover het oudheid betreft – in de ik-vorm ga inkleden. Het is zo voor mij eenvoudiger deze oude dingen wederom tot mijn eigen wezen en bewustzijn te laten doordringen.

Toen Jezus van ons was weggegaan, was het – althans voor mij, maar waarschijnlijk ook voor vele anderen – alsof onze eigen levenskracht mede verdwenen was. Hij was de kern geweest van al ons denken, ons werken en wij waren niet gewend om zonder Hem ook maar één besluit te nemen. Niet dat wij te weinig wisten over Zijn Christendom, over Zijn leer. Integendeel, ik meen dat ik – tezamen met twee anderen – de kern van deze leer misschien het best begrepen heb van allen, die Jezus’ leer hebben leren kennen. Maar er is een heel verschil tussen het zelf dragen van aansprakelijkheid, het zelf verantwoordelijk zijn en het geleid worden door een Meester, van wiens wonderdadige krachten je dag in dag uit het bewijs krijgt. Vandaar de neerslachtigheid van de meesten van onze kleine groep. En toch zagen de leerlingen van de andere groepen naar ons op om leiding te krijgen.

Het is te danken geweest aan Simon Petrus, met zijn eigenaardige oplossingen voor problemen – soms wel eens wat cru en wat bruut – dat wij besloten met deze leerlingen tezamen te komen. En ofschoon ge daarvan niet gehoord of gelezen zult hebben, was het de bedoeling om de band van de Christenheid, zoals die toen in zeer beperkte mate bestond, te verbreken en een ieder terug te zenden naar zijn eigen huis en zijn eigen geloof. Maar zelfs dat betekende een heel zware verantwoordelijkheid. Ik herinner mij dan ook, dat onze samenkomst onder de aller ongunstigste voortekenen plaatsvond. Degenen, die kwamen, ach, die slopen eigenlijk langs de straten uit angst dat iemand zou zien waar ze heen gingen.

Het quorum hadden wij allang, voordat de eigenlijke samenkomst zou beginnen, maar niemand wist zijn stem te verheffen, noch in gebed, noch om een woord te wisselen met zijn vrienden en medeleerlingen. Degene die het eerst het woord genomen heeft, was eigenaardig genoeg niet Petrus. Het was Andreas, zijn broeder, die ons zei: “Het is moeilijk om zonder Meester verder te gaan met deze taak. Laat ons daarom bidden – ieder op zijn wijze – dat Hij ons, die in Zijn naam vergaderd zijn, toch nog licht en bewustzijn zal geven, zoals Hij beloofde, voor Hij van ons heenging.”

Wij hebben gebeden, anders misschien dan u het op het ogenblik kent. Sommigen hebben luidkeels hun stem verheven, anderen zaten in zichzelf gekeerd ergens in een hoek. En het is op dat ogenblik geweest dat ik persoonlijk een vreemde trilling in mijzelf gevoelde.

Het was, alsof de hele wereld rond mij sidderde en ikzelf alleen maar, ja, rustig was zonder te weten waarom. En in deze afzondering schijn ik gesproken te hebben. Ik kan dit alleen nagaan aan hetgeen ik later hieromtrent heb geleerd. Op dat ogenblik wist ik niet of ik sprak of slechts dacht, of misschien slechts droomde. Mijn woorden moeten ongeveer als volgt geweest zijn:

“Indien onze Meester de Messias is – en dit geloof ik en weet ik in het diepst van mijn wezen – zo zal Hij ons niet verlaten en zal Hij ons de kracht geven om voort te gaan. Het heeft geen zin de taak, die Hij ons heeft gegeven, terzijde te leggen.”

Daarna werd een gebed uitgesproken, dat nogal meeslepend moet zijn geweest.

U hebt nu een klein beeld van de sfeer en de toestand, die daar op deze morgen heersten. En ik wil nu ook trachten duidelijk te maken wat in feite daarbuiten is gebeurd, hoofdzakelijk in andere sferen.

Onze twijfel, ons ongeloof, ons verwerpen zelfs van hetgeen wij zeker wisten, had zich als een grijzig lood rond ons gezet. Er kon geen enkele geestelijke kracht doorheen dringen en het was onmogelijk om ook maar één ogenblik buiten de beperking van het menselijk denken door te breken. Doch toen wij samenkwamen, was hier in ieder geval de wil om iets te doen. Dit betekent, dat de ruimte rond ons niet meer zo zwaar en vast was. Misschien is het beeld het best en het duidelijkst wanneer ik zeg, dat het was of in het lood hier en daar kleine lichtpuntjas of sterren begonnen te gloeien. Het feit dat baden – ondanks onze angst – bracht dit licht sterker op de voorgrond. Het moet voor een beschouwer uit de sferen zijn geweest, of er een nevel optrok en in dit optrekken ons voor het eerst weer de krachten konden bereiken, die wij in de nabijheid van de Meester zo vaak ervaren hadden. Mijn spreken was een eerste resultaat daarvan.

Ik heb de Meester altijd zeer lief gehad, ben Hem zeer nabij geweest en voor mij begon Hij in dit ogenblik van denken en van bidden te leven, zo intens als tevoren.

Ik kan u niet vertellen, hoe. Ik zou zelfs in mijn eigen taal hiervoor geen woorden kunnen vinden. Het is een gevoel van eenheid, dat zonder rijm of reden je plotseling overweldigt. Ik geloof, dat daaruit de moed werd geboren, die mij na Andreas het woord deed grijpen en deed spreken, zoals ik gesproken heb. Wat ik zei was uit mijzelf geboren.

Maar de eenheid overvleugelde mij zozeer, dat ik niet in staat was mij te realiseren, wat ik deed.

Anderen hebben dit ongetwijfeld ook aangevoeld. Want in uw taal kan ik geen ander woord vinden voor wat wij ondergingen dan: zinderende stilte. Het is een stilte als in de zomer, wanneer het graan rijp is, de zon schijnt en de lucht trilt en geen klank meer klinkt. Een middag tussen de graanvelden, zoals de Meester ze zo gaarne had. Hoe het ook zij, deze stilte werd voor ons een kracht, een vreemde kracht. Het  was alsof die hele wereld veranderde. Wij zagen niets meer van onze omgeving, maar voelden ons omgeven door een sluier van gemengd goud en zilver; een heel fijne sluier, waar je doorheen kunt zien, maar die toch het oog zozeer boeit, dat, wat er achter ligt, verborgen blijft.

In de sferen, zo hoeft men mij verteld, was dit het ogenblik, dat de kracht, niet alleen van de Meesters maar ook de kracht die in onszelf sluimerde en die de Meester het Koninkrijk Gods noemde, rond ons werkzaam werd met volle kracht. Wij waren voor een ogenblik opgenomen, gebaad in een levend vuur, in een energie van een zoetheid die boven alle beschrijving blijft. Op dat ogenblik vreesden wij niet meer. En ik weet, dat ikzelf neerviel en knielende bad tot mijn God, met een innigheid, alsof Hij vlak voor mij stond. Ik heb niet gebeden tot Jezus, maar ik had het gevoel, dat Hij naast mij was en mét mij bad, zoals Hij zo vaak deed, wanneer de avond viel. Anderen schijnen ongeveer hetzelfde te hebben doorgemaakt.

Hoe kan ik u beschrijven wat er gebeurd is? Zintuigen en geestelijk bewustzijn aarzelen hier om iets definitief als waarheid te omschrijven. Denk niet aan een stormwind, zoals beschreven wordt. Dit is niet voldoende. Maar stel u voor, dat wij ledig waren en hongerig. Hongerig naar dat wat wij misten, want de Meester was heengegaan. Stel u voor, dat alle weten in ons was uitgeblust en dat wij geen kennis meer over hadden. Stel u voor, dat de angst, die ons hierheen had gedreven, langzaam maar zeker gestorven was, totdat er niets meer was dan en verlangen naar licht, ja ….. naar de Meester! Zo waren wij. En ik weet niet hoe lang het is geweest in de tijd.

Petrus die practicus was, heeft later geschat dat dit ongeveer 3u30 is geweest. Ik weet het niet. Het had een eeuwigheid kunnen zijn, het had ook een flits, een ogenblik kunnen zijn.

En toen voelden wij plotseling die kracht in ons komen. Het was net of alle krachten van het heelal voor een ogenblik in ons waren. En ieder heeft dat op zijn manier meegemaakt. Ikzelf heb daar misschien het eerste bewustzijn ervaren, dat mij later de groep deed verlaten om mijn eigen weg te gaan. Hoe het ook zij, op dat ogenblik waren wij één met Jezus, met de Meester, elk op zijn eigen manier. En in dit bewustzijn voelden wij dat de taak, die Hij ons had opgelegd, pas moest beginnen.

Aan de hand van hetgeen anderen mij gezegd hebben, o.a. Jacobus en Simon, weet ik, dat ieder van ons dit anders heeft ervaren. Jacobus voelde het als noodzaak om te gaan en zieken te genezen. Andreas voelde het als een noodzaak om het geheim van het leven, dat de Meester kende, te gaan openbaren. Ik voor mij voelde eerder de kracht om het leed van de wereld te dragen. Ieder mens ervaart God op zijn wijze.

Het schijnt een van de leerlingen te zijn geweest, die een deur openstiet. Het waren betrekkelijk hoge poorten, hoge deuren, omdat grote lasten er door moesten worden binnengebracht. En dat felle zonlicht scheen ons allen als een plotseling uit ons naar buiten treden van wat wij hadden ervaren. Wij gingen in dit licht alsof wij erdoor gedragen werden. En wij hebben gesproken, niet slechts uit onszelf, maar uit het weten van de kosmos, dat in ons was neergelegd. Bij sommigen is het gestorven, bij anderen is het lang blijven bestaan. Petrus verloor het toen hij de noodzaak tot autoriteit zag en trachtte de eerste gemeente in Jeruzalem op te bouwen. Anderen hebben het beh0uden tot het laatste ogenblik en ik prijs mij zalig, dat ik onder hen geweest ben.

Ik heb beloofd u te duiden of althans trachten te duiden, wat dit gebeuren geestelijk heeft betekend. Het licht, dat in ons was, moet wel altijd bestaan. Het is deel van de goddelijke glorie, het is de openbaring van het Koninkrijk Gods, maar door ons innig zoeken werden wij daarmede één. En het Koninkrijk Gods beheerst alle dingen. De wetenschap van de gehele aarde behoorde ons plotseling toe. De kennis van vreemde landen en vreemde talen, de kennis van verborgen schatten, van kruiden die genezing brengen. Het was alsof de hele wereld in ons op dat ogenblik geopenbaard werd, doordat wij één waren met de kracht, die de kern van alle leven ook op deze wereld uitmaakt. En het is deze kennis geweest, die door ons geuit werd, niet als een vervreemding van de persoonlijkheid, als een buiten onszelven om spreken met hemelse stemmen, maar sprekende zoals de profeten, ervarende de toekomst en het verleden, ervarende al het bestaande en dan sprekende uit de zorg van je eigen hart, uit de wil van je persoonlijk streven. Doordat wij dit konden doen, werden wij gedragen door die kracht. Want wie één is met die kracht en werkt in haar, verliest aan haar geen krachten, maar wordt versterkt buiten mate. Dit is voor ons de kracht geweest, die ons heeft doen doorgaan en velen heeft gebracht tot de dood aan de martelpaal, het kruis, door het zwaard. Een kracht, omdat de eeuwigheid in ons sterker was geworden dan het verleden, verder doordrong in ons dan een toekomst ooit in het leven zou kunnen doordringen.

Jezus’ leer was altijd een leer van liefde, een leer van eenheid met het heelal. Dat is het, wat wij op Pinksteren hebben kunnen ervaren; hoe groot, hoe wondergroot de genegenheid is van God voor de schepping; hoe groot de liefde kan worden in een mens. Zo groot, dat hij alle mensheid, al het zijnde kan omvatten.

Wij hebben de wijsheid gedragen en de verantwoording, die met de wijsheid komt. Geestelijk gezien hebben wij afstand gedaan van onze stoffelijke rechten. Geestelijk gezien hadden wij ons overgeleverd aan een sfeer, die buiten het stoffelijke ligt. En slechts zij, die hebben getracht de stof terug te winnen, hebben dit Pinksterlicht verloren, hebben deze beleving teniet gedaan in de beperking van hun eigen denken en streven.

Zoals het eens was, is het nu nog. Door alle sferen en werelden heen is het goddelijk licht, is de ijle oneindigheid van de gouden sluier, waarin de Schepper Zich openbaart. Zich openbaart aan ons allen, indien wij wensen. Maar dan moeten wij eerst het loden grauw om ons weten te verdrijven; de wanhoop van zelfzucht, van genegenheid slechts voor onszelf en eigen bezit.

Wie de kosmos kan aanvaarden, wie met vol vertrouwen kan geloven in een kosmische God boven alle dingen, zal weten, wat het levende goud is, dat de mensheid Pinkstervuur noemt. Het is het kenteken van Gods koninklijke weg en Zijn eigen rijk.

Ik heb aan mijn belofte voldaan, tot u gesproken en gezegd hoe het was. Anderen willen misschien voor u op deze morgen hun conclusie trekken over wat kan zijn. Ik weet slechts één ding: gehuld zijn in het goud van weten, van begrijpen, maar ook van de oneindigheid van Gods’ liefde is het enige ware geluk. En dit zullen allen eens kunnen bereiken, indien zij willen. Zo heeft de Meester het geleerd, zo heeft de Schepper het gewild.

Vrede zij met u.

Noden van de wereld

Het is niet gebruikelijk, dat een gast zo zonder inleiding tot u komt. Maar de gastvrijheid vraagt dat we de gast zijn eigen wil geven. En hij wilde u zeggen wat Pinksteren is. Neemt u mij niet kwalijk, dat ik mijn deel van de tijd gebruik om te zeggen, waarom een nieuw Pinksteren nodig is. De derde spreker zal u dan misschien trachten aan te tonen, hoe dit nieuwe Pinksteren beleefd kan worden in het heden. Voor mij vandaag de taak te spreken over de noden van de wereld.

Wanneer wij de wereld rond ons zien, is ze allerwegen gehuld in strijd. En het vreemde is, dat deze strijd niet in de eerste plaats veroorzaakt wordt door het menselijk onrecht, de menselijke onrechtvaardigheid, de zelfzucht, het kolonialisme, het kapitalisme, e.d. Integendeel, er blijkt dat deze strijd hoofdzakelijk voortvloeit uit het onbegrip dat bestaat tussen de mensen. Het is geen zelfzucht die opstandelingen doet strijden in China, die mensen doet vechten voor een nieuwe vorm van bestel en bestuur in Algiers, die moeilijkheden veroorzaakt in Tunesië, die hernieuwd strijd heeft doen uitbreken hier en daar in Korea. Het is geen haat tegen de mensheid, het is geen verblinding en zelfzucht die overal revoluties doet rommelen in het Zuiden van Amerika, en die zelfs in Noord-Amerika moeilijkheden begint te veroorzaken. Het is onbegrip. Onbegrip van de mensen voor elkaar.

Waar is het gouden vertrouwen van mensen, die hun woord houden ten koste van alles? Waar is het begrip van eer, dat de mens liever doet sterven dan een gegeven woord te breken? Waar is het begrip van aansprakelijkheid, van verantwoordelijkheid, dat in de plaats treedt van alle wetten van moraal en van zedelijkheid, van sociaal bestel e.d.? Het bewustzijn, dat je in feite je broeders hoeder bent? Waar – misschien bovenal wel — is het bewustzijn gebleven, dat de mens het alleen nooit kan redden, maar dat hij daarvoor hulp nodig heeft en steun? Dat hij niet alleen op de materie zich kan baseren en zich kan grondvesten, maar dat hij moet uitgrijpen naar hoge geestelijke kracht?

Het zijn deze dingen, die de wereld van vandaag kwellen. Het is het wantrouwen van mensen, die in hun verblinde angst beloften spreken, terwijl zij ze reeds verbroken hebben. Het is deze vreemde angst, wilde angst, die de eenvoudige boer zijn akkers doet verlaten en naar de wapens grijpen, sluipende wordend tot een moordenaar, een verscheurend beest, dat gaat door de duisternis. Het is deze vreemde angst, die een strijd tussen ideologieën veroorzaakt en die godsdiensten tegenover elkaar zet als bittere vijanden i.p.v. als dienaren van dezelfde God.

Wat de wereld nodig heeft is een nieuw bewustzijn en een nieuw inzicht. De behoefte aan een Pinksterfeest vandaag de dag is sterker dan ooit tevoren. Eens ging het er alleen om Jezus’ leer op aarde te verkondigen, duidelijk te maken, dat Hij leeft in de mensen. Eens was het de innerlijke drijfveer van de mens zelve, die tot deze openbaring heeft gedreven. U hebt het zojuist kunnen horen. Maar hoe is het nu?

De mens is bang voor zijn God. Hij is bang voor een eeuwige rechtvaardigheid. De mens is bang voor alles, wat niet past in een sprookjesachtig geheel, dat hem een zelfrechtvaardiging is geworden. Wanneer de stem der wijsheid probeert om het zienlijke en onzienlijke in een geheel te verenigen, te maken tot een weten, dat de gehele mensheid kan verlossen, dan is er niet slechts de gniffelende hoonlach, maar dan is er het intrigeren, het sluikse werken om te breken wat gebouwd wordt. Want het zou het “ik” een te grote last geven, een te grote verantwoording. Het zou het “ik” stellen voor het probleem, dat het leven moet.

Wat wij nodig hebben is vertrouwen in onszelf en in God, dat mankeert in de wereld van vandaag.

Waar is de mens, die de wereld durft ingaan met niets, zeggende: “Ik heb hier twee handen, ik heb hier gedachten gekregen, ik heb een geest in mij, ik zal vinden wat voor mij goed is?”

Men lacht misschien over de verhalen van de dolende ridders. Ik kan het mij voorstellen, want het past niet meer in deze tijd; het is zo melodramatisch, het is zo romantisch. Maar deze verhalen spreken van mensen die de moed hebben uit te trekken. En die niet alleen uittrokken om het gekende gevaar te overwinnen met voldoende wapens, maar die ook het onbekende gevaar, de draak, de demon, de djin eenvoudig aanvaardden en overwonnen, krachtens hun innerlijk, hun doorzettingsvermogen en hun beheersing van kracht.

Dat is heel wat anders dan een wereld, die overal roept om meer verzekeringen, om meer kinderbijslag, meer sociale rechten, nu ja, alles, behalve een plicht.

De ziekte van de wereld van vandaag en de nood van deze wereld die een Pinkstervuur tot de enige uitweg nog maakt, wil de mensheid geen zelfmoord bedrijven, dat is doodgewoon de lome laksheid, die weigert om zelfs voor het eigen “ik” enige verantwoording te dragen. Dat is het zich vastklampen aan allerhande kleinigheden en niet eens begrijpen wat leven eigenlijk betekent. Dat is spreken over het Koninkrijk Gods en leven in de beperkte geldkelders van de Mammon.

Zo staan de zaken er voor. Dit zijn de feiten.

O, we hebben ze meermalen verkondigd, maar laat ik er vandaag nog eens de nadruk op leggen. Wat zou stoffelijk noodzakelijk zijn, denkt u? Zuiver stoffelijk? Een wegvallen van wantrouwen, waardoor samenwerking mogelijk wordt, het besef van de verantwoording die men draagt voor de medemensen, zodat er geen experimenten meer plaatsvinden, die de gehele wereld in gevaar brengen, omdat men meent, dat risico voor een kleine groep nog wel te dragen is. Het betekent de heiligheid van het leven zeer zeker beseffen, maar gelijktijdig begrijpen dat het leven slechts een fase is, en dat slechts het geheel, de mensheid, het doel is en niet de eenling.

Noodzakelijk is het, dat de mens achter de versufte stompzinnigheid van eeuwig gemurmelde gebeden eindelijk eens gaat ontdekken, dat er wijsheid is en licht. De schatten van de wereld liggen voor u open. Overal is de kennis en de wijsheid van de oudheid en van de nieuwe tijden tezamen gevoegd tot een overweldigend beeld van wat alleen de stoffelijke schepping reeds inhoudt. Daarnaast kunt ge een panorama zien, uitgetekend in menselijke woorden, omvattend rijken van geest, waarvan gij nu nog weigert te dromen. Mogelijkheden voor het bestaan van het “ik”, zo groots, dat ge u afvraagt: “Zou ik zover kunnen komen?” Schatten van de eeuwigheid liggen over de wereld uitgestrooid. Voor de mens om ze op te rapen, wanneer hij de moed heeft. Wanneer hij de moed heeft om zelf te streven en zelf te denken. Wanneer hij de moed heeft alles een ogenblik terzijde te gooien en zelf  op te stijgen tot de lichtende kracht.

Ja, dat zijn de mogelijkheden, vrienden, mogelijkheden die niet alleen gebruikt worden, maar die bespot worden. Wanneer een mens vandaag de dag zoekt naar een beter inzicht, dan is hij geëxalteerd. Wanneer een mens vandaag de dag zoekt naar vrede, dan is hij – naar gelang het land waarin hij leeft – een slaaf van de kapitalisten of een communistische verrader. Wanneer een mens vandaag de dag streeft naar kracht, die de verantwoording durft dragen voor de gemeenschap, dan deugt hij niet, dan is hij een fascist, een dictator in de dop. En men vergeet, dat hij alleen tracht een verantwoording te dragen, die anderen steeds mijden.

Laten wij eens eerlijk zijn. Er moet veel veranderen in deze wereld, wil er een nieuw Pinkstervuur mogelijk zijn; wil datgene waarover u zo-even hebt gehoord, herleven in de harten van de mensen. En juist om u een beeld te geven, niet alleen van Pinksteren in het verleden, maar ook van Pinksteren in het heden, heeft onze groep een andere gastspreker gevraagd, die behorende tot een groep, die op aarde zeer groot en belangrijk werk verricht – u zal trachten te vertellen, wat de wegen van deze tijd zijn en hoe het Pinksterfeest van heden voor u werkelijkheid kan worden. Ik vraag dan ook voor hem uw aandacht en ik hoop dat u dit niet alleen wilt beschouwen als een wijding, maar vooral als iets wat lering kan betekenen. Verder wens ik u dan – ondanks alle wolken – een zonnig en aangenaam Pinksterfeest.

Gastspreker: De weg van de mens tot het geestelijk licht

Het vraagstuk, dat ik heden voor u wil trachten te belichten, houdt in: de weg van de mens tot het geestelijk licht en zijn werken uit dit licht op aarde.

Lange tijd heeft de mensheid gemeend, dat geloof alleen voldoende is om daardoor te kunnen komen tot een nieuw bewustzijn, een zaligheid, een verheffing boven alle tijden.

Maar geloof alleen is niet voldoende in een wereld die zoveel kennis in zich draagt. Er mag worden gesteld, dat voor de bewustwording op deze wereld en de beleving van de goddelijke Kracht in deze wereld in de eerste plaats dus ook kennis een vereiste is.

Deze kennis behoeft zeker niet ver te gaan. Zij behoeft niet alle punten van uw eigen leven te omvatten. Wel daarentegen behoort zij althans datgene wat uw leven beroert, te kennen en te beschouwen. Niet uit een dogmatisch standpunt, maar trachtend daarover te weten wat ieder daarvan ooit heeft gedacht, wat ieder daarvan ooit heeft geschreven. Door deze kennis zult gij een beeld krijgen van uzelf en uw wereld en doet gij de eerste passen op het moeizame pad der zelfkennis.

De mens, die zichzelf bedriegt, zichzelf voorgoochelt iets te zijn en te betekenen, terwijl hij aarzelt wanneer de eis gesteld wordt daaraan tegemoet te komen, die mens gaat onder in deze wereld en zal lange tijd moeten leven, voor hij tot bewustzijn kan komen. De weg die het simpelst gevolgd kan worden om dit Pinksterfeest of beter gezegd de eenheid met de lichtende Kracht die de wereld in stand houdt voor zich te bereiken, kan kort als volgt worden neergelegd:

Tracht uzelf zo eerlijk mogelijk te beschouwen. Neem geen verplichtingen op u, waaraan gij toch niet kunt voldoen. Maar tracht, waar u de mogelijkheid is gegeven, uw medemens te dienen. Beschouw uzelf nooit als staande boven of onder de mensheid, maar weet, dat ge deel daarvan zijt. In uw dienen van de mensheid moet gij u steeds realiseren dat andere krachten met u zijn.

Indien gij geloven kunt in een God, bidt tot die God. Niet dat Hij u moge verheffen of bevrijden, maar opdat Hij u de kracht geve te leven, zoals Hij dat wenst.

Indien gij een ogenblik van rust kunt vinden, laat deze rust geen verslapping en geen wegdommelen zijn. Alle rust voor de mens moet beheersing zijn. Leer uw adem te beheersen en uw hartenklop. Leer meester te zijn over uzelf en zelfs over uw gevoelens. Dit meesterschap is een machtig werktuig tot bewustwording en om dienst te kunnen bewijzen aan de wereld.

Verder zult ge moeten leren, wat esoterie betekent.
Ge zult het moeizame pad moeten gaan, waarbij de mens in zich verschillende voertuigen en krachten erkent en op de duur zich realiseert verbonden te zijn met verschillende werelden. Wie ernstig streeft kan althans tot een aanvaarding hiervan komen. Alle aanvaarding is het begin der beleving.

Vraag uzelve nooit af, wat de menselijke wetten zijn, maar vraag u af wat de eeuwige wet is die in u leeft. Handel daarnaar.

Besef dat het lijden der mensheid onbelangrijk is in de eeuwigheid. Het lijden is slechts dan belangrijk voor u indien gij het middel kunt zijn om dit lijden te milderen of te voorkomen. Wanneer lijden noodzakelijk is, bedenk dat het beter is dat gij wetende dit lijden draagt, dan dat een onbewuste daaraan ten onder gaat.

Leer geen eisen aan uw omgeving te stellen, noch aan de mensheid. Die eisen stelt God. Die eisen zijn vastgelegd in kosmische wetten.

Naarmate wij meer bewust worden is het meer onze taak te helpen, te dragen en te genezen.
Niet te oordelen; zelfs niet te onderwijzen.
Indien het u gegeven is een medemens iets te doen zien van de werkelijkheid, beschouw u niet als zijn leermeester, maar erken uzelf in hem. Op deze wijze zal uw bewustzijn vergroot worden en zult ge de ander kunnen geven, wat het kostbaarste in uzelf is.

Wanneer ge het woord liefde” hoort, vooral goddelijke liefde, tracht dit dan niet te interpreteren als een mens. Tracht het niet te ondergaan als een strijdigheid met lijden. Maar tracht het te beseffen als een kostbaar leven in u, dat u in stand houdt.

Waar gij iemand ontmoet, die streeft tot welzijn van de wereld, streef mét die mens, mét die geest. Wees niet doof voor de krachten uit andere werelden. Luister naar hun stem, maar leef uw eigen leven op uw eigen wereld.

Wie zo handelt, verdrijft alle beneveling en sluiering die normalerwijze de mens ongevoelig maken voor de werkelijkheid die rond hem bestaat. Zo kunt ge deel hebben aan het licht en de lichtende Kracht. Zo kunt ge deel hebben aan de werkelijkheid zelve, die in u tot een stuwing wordt en een weten. Dan zult ge weten, waarom een Witte Broederschap werkt en hoe. Dan zult ge weten, hoe Gods kracht werkt en hoe. Dan zult ge weten deel te zijn van Gods kracht en – daaruit puttende – uzelf verwerkelijken als deel van Zijn wezen.

Mijn voorgangers spraken over de gouden schemering. De gouden schemering is slechts een begin. Want er komt een ogenblik, dat gijzelf wordt opgenomen in dit licht en één bent met dit licht. En zelfs dit is voor de mensen te bereiken.

Een hernieuwd Pinksterfeest op aarde kan bereikt worden door eerlijkheid tegenover het licht; het dragen van de verantwoordelijkheid, niet slechts voor zichzelf, maar voor anderen, wanneer deze u wordt opgelegd; het leven naar de ingelegde wetten; het begrijpen van al wat u wordt gegeven, opdat in weten en kennen het ontwaken van de goddelijke Kracht in u mogelijk is.

Dat is alles, wat ik u te zeggen heb. Ik laat het woord aan één van de sprekers van uw eigen groep.

Slotwoord

Het is natuurlijk erg brutaal, dat ik – na al de, laten we zeggen, hoge Curie der geest – nu ook nog even een slotwoord kom zeggen. Maar weet u, er zijn van die punten, daarvoor moet je misschien wat simpel zijn om ze te begrijpen.

Weet u, wanneer ik vroeger over Jezus’ leven las en dacht, dan zei ik altijd: “Hoezeer moet deze mens, deze kracht, ja, God zelve, de wereld hebben liefgehad om dit mogelijk te maken.” En als ik las van het Pinksterfeest, dan gaf ik natuurlijk een preek aan mijn gelovigen volgens de geijkte termen, maar voor mijzelf zei ik: “Hoezeer moet God een mens liefhebben, die naar Hem streeft, wanneer Hij zoveel kracht geeft en zoveel wonderen doet.”

En nu mag men bitter spreken over het heden, mag men u zeggen dat u eigenlijk niet helemaal deugt en dat u dom bent, maar ik zou zeggen: Trek je er niets van aan. Want er is één ding machtiger dan al die kennis en dat is: Gods liefde.

Wanneer wij die aanvaarden, wanneer wij God voortdurend in ons durven meedragen als een licht, als een geloof dat aanvult waar wij falen, och, dan zal het ons wel gaan. Dan zal het ons heus welgaan, want God laat toch werkelijk niemand in de steek. En dan kan het voor u een grote ramp lijken wanneer ze roepen: “de wereld vergaat”. Maar ik zou mij kunnen voorstellen, dat de mens, die werkelijk gelooft in de goddelijke liefde hierop zou wachten met het gevoel van een kind dat met vakantie gaat.

Weet u: “God” is zo’n groot woord. Maar dat licht van Hem, dat leven, dat is er dan toch maar.

Als je daaraan nu maar durft vasthouden, daarop durft vertrouwen, wat hindert het je dan hoe God je helpt! Natuurlijk, het is mooi om een dienaar te zijn van Hem, bezield met Zijn kracht. Maar wanneer dat nu niet kan, dan behoeven wij toch niet te treuren. Want dan kunnen wij in ieder geval behoren tot hen, die Hij in Zijn grote liefde en almacht dient, opdat zij tot bewustzijn komen.

Voor mij is Pinksteren niet alleen maar een vermaan. Het is eerder een belofte van God, dat Hij ons niet in de steek laat. Nooit, wat er ook gebeurt. Het is a.h.w. in de geschiedenis van het christendom een teken van Gods liefde, die elke grens teniet zal doen. Die geen dood zal laten gelden als scheiding, die geen schuld tot een eeuwige verwerping zal laten leiden, omdat Hij ons allen Zijn licht geeft. Zodat, wanneer wij angstig vragen: “God, help!” wij Zijn licht krijgen.

Dat is geen meesterschap over werelden. Maar het is misschien een stem, die ons leidt, het is een geest, die ons troost; een weten, dat van binnen opvlamt; een woord, dat uit de oneindigheid plotseling gesproken wordt door jezelf en daardoor iets geeft aan de wereld.

Vrienden, ons Pinksterfeest is eigenlijk Gods liefdesfeest, dat en in het kleine en in het grote ons allen vereent binnen Zijn Wezen. Daarom zou ik met een heel klein coupletje willen sluiten. Het is maar een amateurgeknutsel, dus ik verwacht er niet te veel van. Maar misschien dat ik daarmee zeggen kan, hoe ik Gods liefde zie en dus ook Pinksteren.

God wekt ons met der vogelen stem
en doet ons gaan met zonnelicht als steun,
om te vervullen dagelijkse plicht
en al wat tot het leven wel behoort.

Hij legt ons te rusten met het avondrood;
en zijn wij vermoeid,
Zijn koele hand troost ons met de dood,
die rust is en hernieuwd beleven.

Zijn liefde is het,
die het bestaan tezamen heeft geweven
met al, wat er bestaat op aard’
en wat er leeft in het Al.

Hij is het, Die ons voorgeleidt,
een wijl misschien van vrienden scheidt
maar toch weer tot hen voert ten laatste.
Omdat in Zijn liefdekracht
Hij niet kan rusten
voor Hij ons tot in Zijn wezen heeft gebracht.

En durven wij aanvaarden
onbevreesd al wat Zijn grootse kracht ons geeft,
dan wordt het ons een Pinksterfeest,
waarin een eeuwig weten langzaam zweeft
en wordt tot woord en menselijk zijn,
waarin Zijn kracht het wonder doet,
dat wegneemt alle pijn van het bestaan
en toont hoe deel van Hem,
bewust wij verder moeten gaan.

Zo voel ik het. Altijd met ons. Wanneer het nodig is, kracht in ons. En wanneer wij zoeken naar Hem, een weten van licht, dat ons deel maakt voor eeuwig van Zijn wezen. Zijn grootheid en rijk; maar bovenal ons altijd bewust maakt van de liefde waarmee Hij ons geschapen heeft en in stand houdt.

En nu de eenvoud ook het woord heeft gehad, vrienden, wordt het tijd, dat uzelf het woord weer neemt in het leven, met – naar ik hoop – een heel klein beetje vertrouwen in die grote God, die zo alle sferen ook tot u zendt om te helpen, met een heel klein beetje zekerheid, omdat u weet, dat Hij Zich ook voor u zal openbaren, eens, wanneer gij daarvoor rijp bent.

Dan blijft mij niets anders over dan u toe te wensen: een gezegende, een gelukkige, een vredige huisgang en licht voor alle dagen die moeilijk zijn.

image_pdf