Vragenavond: 1965-12

image_pdf

06 december 1965

Vanavond: “U vraagt en wij draaien” in meer geestelijke zin ofwel: Algemene vragenavond

De vragen die u stelt zal ik beantwoorden, zover mij dit op een verantwoorde en naar ik meen, juiste wijze mogelijk is. Nu zal ik in het begin proberen de vraag wat uitvoeriger te behandelen; na de pauze zullen we trachten er zoveel mogelijk wat uitvoeriger te behandelen. Dat maakt dan tenminste een klein onderscheid tussen vóór de pauze en ná de pauze, want u moet in beide gevallen met mij als spreker genoegen nemen.

Dan wil ik er u nog even aan herinneren dat we niet alwetend of onfeilbaar mijn. Wanneer een antwoord gegeven wordt, dan is het zeer waarschijnlijk wel juist, maar u moet er toch zelf even over nadenken of dit wel helemaal juist is en of u dit persoonlijk kunt aanvaarden.

Mag ik beginnen met de eerste vraag die gesteld wordt, zo mogelijk één van de schriftelijk gestelde vragen.

Vragen

  • In no 12 van “De Stem” trof mij in het artikel: “Prehistorie en de moderne Mens” op blz. 225 – waar gesproken werd over Atlantis en zijn wetten – de zinsnede: “Het is beter moedig te sterven, dan moedig te leven”. Zou men dit in deze dagen nog aanvaarden, dan zouden vele mensen er beter aan doen zelfstandig naar het hiernamaals te verhuizen. Waar de spreker, naar ik meen te mogen veronderstellen, niet bedoelt dat ze pil nr 11 moesten innemen, dacht ik aan een gesprek terug met enkele vrienden waar de vraag naar voren kwam: “Kan een mens, die goed geleefd heeft – ik bedoel met goed niet vroom of keurig netjes – maar die van het hele menu gegeten heeft en ook al door het dessert heen is, oud geworden en dankbaar voor de vele ervaringen, vrijwillig – bv. door wilsinspanning – uit het leven stappen? Zo ja, hoe en waarop moet deze wil dan gericht zijn?

Dat is een leuke vraag, maar het antwoord is helaas tamelijk kort. Moedig sterven, dat betekent dus dat je jezelf moet weten te handhaven. De zelfhandhaving van deze dagen, ligt wel in de eerste plaats, zou ik zeggen, in het leven zelf. En daarom kunnen wij zeggen, ook wanneer u van het hele menu hebt gegeten en desnoods al kotsmisselijk bent van het dessert, dan is het toch beleefd om te wachten tot de gastheer opstaat. M.a.w. er zijn andere krachten die het einde van het leven bepalen, maar indien u weet dat er in het leven werkelijk voor u niets meer te leren is, ook geestelijk niet, richt uw complete aandacht op God en de goddelijke werkelijkheid. Heeft u gelijk met uw veronderstelling, dan volgt hieruit, door de concentratie, inderdaad wat u noemt de dood, maar in feite is dat dan een bewuste overgang naar een andere wereld. Deze dood wordt niet door uzelf veroorzaakt. Dat mag ik er wel uitdrukkelijk bij zeggen.

Deze dood wordt veroorzaakt door een zodanige concentratie, dat de zenuwprikkels a.h.w. ophouden, dat de hartslag steeds meer vertraagt en de bloedsomloop tot stilstand komt. Dit is een toestand die ook in bepaalde trances wel bereikt kan worden, maar die in dit geval blijvend, permanent is en aanleiding geeft tot wat u noemt: het overlijden. Wij zouden van onze kant misschien beter van een geboorte kunnen spreken, in onze wereld. Ik hoop dat dit antwoord voldoende is.

  • Het lijkt me alleen onwaarschijnlijk, dat je niet meer zou leren tot aan je dood, ook niet geestelijk. Je bent toch nooit uitgeleerd?

Ik ben geneigd om het met u eens te zijn, maar misschien zijn anderen anders ingesteld, denken ze er anders over. En er is inderdaad op dit terrein een uitzondering. Er zijn mensen die op aarde zo zeer in een tweede wereld al leven, dat die aarde op een gegeven ogenblik geen enkele impuls meer bevat die in die andere geestelijke wereld niet eveneens aanwezig is. Dit zijn de zgn. heilige mannen, die gaan zitten en door hun eigen wil sterven ze. Ik moest dus deze mogelijkheid wel mede bezien, want anders zou ik de vraag niet volledig en zeker niet eerlijk en juist beantwoord hebben. Is dit voldoende?

  • Het is wel voldoende, maar ik ben er nog nooit een tegen gekomen.

Ik zou haast zeggen, dat u wijzen nooit tegenkomt. U kunt ze misschien na lang zoeken vinden. Als iemand zegt: “Ik ben een wijze”, dan is die wijsheid eigenwijsheid. Als iemand zegt: “Ik ben een sterk man”, dan bedoelt hij dat hij niet aan zijn eigen zwakte wil denken, en zo gaan we verder.

  • Wat is de zin van kanker indien het de verwoesting – zo duidelijk juist bij jongeren – van het lichaam en soms ook van de geest geeft, welke volgens de bijbel geschapen zijn naar Gods evenbeeld? Dringend doen wij een beroep op u om de volgende vraag te willen beantwoorden. Is de oorzaak van kanker, bv. borst- en maagkanker, toe te schrijven aan de verstoring van het ionen-evenwicht in het zieke weefsel, met name van het stikstofatoom, waarvan één of meerdere vrije elektronen een verbinding aangaan met o.a. waterstof. We denken aan de “spin”-resonantie. Is dit proces speciaal – en kankergezwellen in het algemeen – te beïnvloeden door een regelbaar magnetisch veld van 0 tot 10.000 Gausz en een gelijktijdige absorptie door het kankerweefsel van elektromagnetische energie van hoogfrequente oorsprong? M.a.w. dat men de patiënt in een magnetisch veld brengt en tegelijkertijd bestraalt met elektromagnetische golven van 10 meter tot 75 meter golflengte van 4 tot 30 megahertz?
    Zou u zo goed willen zijn om therapeutische suggesties te geven bv. over de golflengten? Tijdens een andere lezing sprak men over 4 mm golflengte als therapeutische mogelijkheid, hetzij in het algemeen, hetzij voor gezwellen van ziekelijke aard in het bijzonder. Steeds krijg ik de indruk dat u met tegenzin dit soort onderwerpen behandelt; is dit uw opdracht of meent u dat de tijd er niet rijp voor is. Uiteindelijk werden ons toch ook therapieën tegen infecties en speciaal tegen tuberculose gegeven? Voor uw moeite, uw inzet en uw hulp aan ons, veel dank.

Nu ik kan betrekkelijk kort zijn wat het eerste stuk betreft. Ik kan in ieder geval de vraag begrijpen en dat is al heel wat, maar ik durf ze niet onmiddellijk te beantwoorden zonder daarvoor eerst anderen geconsulteerd te hebben. Dan kan ik wel één ding opmerken: Het geven van de middelen om een ziekte uit de wereld te helpen, heeft alleen zin wanneer de mensheid niet nog erger ziekten voor zichzelf oproept.

Zoals u weet is kanker iets dat eigenlijk in het begin bijna een infectieziekte is. Het doet denken aan het optreden van een virus, is ook erfelijk aanwezig. Onder omstandigheden komt dit tot uiting en wanneer een cel door zuurstofarmoede of kwetsuur met deze zeer kleine deeltjes in aanraking komt, ontstaat een verstoring van het celevenwicht, je zou zeggen: ‘de celstructuur’ kent niet meer de normale beperking en we krijgen de woekering met al datgene dat er verder uit voortvloeit.

Wanneer wij een magnetisch veld willen gebruiken om dit te bestrijden, dan kan ik alleen opmerken dat – zover mij bekend – een magnetisch veld van de genoemde orde of een stato-elektrisch veld inderdaad bruikbaar zou moeten zijn, aangezien hierdoor aan het weefsel bepaalde stimuli kunnen worden gegeven. Ten aanzien van de te gebruiken golflengte van bijzonder sterk geconcentreerde op de woekering, op de kwade cellen, gerichte straling, dat durf ik u hier niet te zeggen. Ik beschik op het ogenblik niet over de daarvoor noodzakelijke kennis en gegevens.

Ten laatste, wij menen dat de genezing van dergelijke ziekten voor een groot deel door een geestelijke ontwikkeling en een toenemende zelfbeheersing van de mensheid moet geschieden. Niet via allerhande toenemende mechanische en chemische therapieën, want de mensheid van vandaag is bezig om voor morgen veel verschrikkelijker ziekten op te roepen, juist door dit gebrek aan zelfbeperking, juist door zijn gebrek aan respect voor zijn eigen levensmilieu.

Persoonlijk ben ik er dus ook niet voor om dergelijke aanwijzingen te geven, al is het alleen maar om te voorkomen dat men op de duur zou gaan zeggen: “Nou ja, dan gaan we wel even naar de toverdokter, die maakt alles in orde, die geeft ons de voorschriften en wij kunnen verder doen met onze wereld zoals wij willen.” Want dat de mensheid – zeker in het Westen – op het ogenblik zijn eigen levensmogelijkheden in groot gevaar begint te brengen, zal haast ieder van u bekend zijn.
Ik hoop dat ik hiermee voorlopig mag volstaan. Verkrijg ik in de loop van avond nog gegevens omtrent de te gebruiken golflengten, dan zal ik daar onmiddellijk nog op terugkomen.

  • Mag ik er iets aan toevoegen? Ik heb eens gelezen in Harry Mulisch dat een krankzinnige geleerde hem had gezegd dat de natuur experimenteert in de kankergezwellen om ons een nieuw orgaan te verschaffen ter eniger tijd. Dat vind ik heel erg goed uitgedrukt. Daar kan ik met mijn lekenverstand toch wel heel goed achter staan.

Met uw lekenverstand wel, maar wilt u dan daarbij a.u.b. niet vergeten dat de kankercel zelf een terugval is naar oertijden, toen een dergelijke celgroei nog bestond in één- en meercellige wezens. Kunt u ook aan een krankzinnige geleerde vragen als u er een tegenkomt. Misschien vraagt u het aan een gewone geleerde en die zal het onmiddellijk bevestigen. Een kankercel is een cel die refereert tot een oertype en daarbij de beperkingen, die binnen het organisme noodzakelijk zijn, over boord gooit. En dan heb ik het net zo populair gezegd – hoop ik – als Harry Mulisch, die u zo-even zo schoon citeerde.

  • Maar u vindt het toch wel knap gevonden waarschijnlijk, ook als het dan niet waar zou zijn.

Daar zijn dingen die zo knap gevonden zijn in uw wereld, dat wij ons afvragen hoe iemand daar nog in kan vliegen. Eén daarvan is uw begroting.

  • Onze wereld is ook niet zo achterlijk. Wij zijn echt wel bezig met dingen te doen waar de geestelijke werelden ook nog op zitten te wachten. Dat idee heb ik wel zo, het is nl. een wisselwerking.

Een zeer interessante stelling en ten dele – ik moet het toegeven – juist. Maar per slot van rekening, er is een fabrikant geweest die apen aan de inpaktafel heeft gezet. Ik weet niet of u hierin een analogie kunt aanvoelen. Want wij wachten zeker niet op datgene dat u technisch op het ogenblik bereikt. Weet u waar wij op wachten?

  • U wacht op ons antwoord, voortdurend.

Neen, wij wachten alleen op het ogenblik dat u uw materialisme ondergeschikt maakt aan uw menselijkheid, in plaats van het omgekeerde.

  • Daar zijn we mee bezig.

Nu, dat is een heel blijde boodschap in deze dagen. Mag ik u voor dit verlate sinterklaascadeau danken.

  • Althans ik ben er druk mee bezig.

Maar u bent de wereld niet. Zullen we deze discussie eventjes weer staken en het volgende punt nemen?

  • U zei zojuist: “Wegens gebrek aan verstand voor het levensmilieu.” Wat bedoelt u daarmee?

Nou dat is doodgewoon, mijn waarde vriend: u verpest uw eigen lucht, uw water verontreinigt u op een manier die door de natuur bijna niet meer opgeheven kan worden. U heeft lucht en water als eerste levensbehoefte nodig. U breidt uw last zodanig uit, dat u zich niet meer met de natuurlijke middelen kunt voeden en grijpt hier en daar naar vervangingsmiddelen, die op zijn minst genomen voor de kwaliteiten van het menselijk lichaam gevaarlijk zijn. U speelt heerlijk met onderaardse of bovenaardse atoomexplosies en u tast daarmee niet alleen uw eigen leven en levensmogelijkheden, maar die van vele andere wezens aan. U veroorzaakt mutaties waarvan een groot gedeelte zal sterven, maar waaruit er weer enkele overblijven, die misschien ergens voor uw ras en voor uw wereld wel eens gevaarlijk zouden kunnen worden. Ik noem er maar een paar.

  • De verstoring van de Van Allen-gordel, wat voor consequenties heeft dat?

Het verstoren van de Van Allen-gordel heeft o.m. als consequentie dat bepaalde stralingen van de zon aanmerkelijk sneller en eenvoudiger door kunnen dringen tot de aarde en dit houdt weer in, dat grote uitbarstingen op de zon in de toekomst steeds sterkere invloed zullen hebben op de aardatmosfeer waarin de mens leeft en dat daarbij bovendien bepaalde soorten gas, die in die atmosfeer bestaan, aan wijzigingen, splitsingen a.h.w. onderhevig kunnen zijn en wat dat uiteindelijk zou kunnen worden, durf ik niet te zeggen, omdat de kans heel groot is, dat die Van Allen-gordel (mits zij niet voortdurend weer verstoord wordt) zichzelf herstelt.

  • Noemt u een verstoring ook met raketten er doorheen schieten of alleen een atoomexplosie?

Als een verstoring van de Van Allen-gordel moeten wij zien: elk wekken van stralingsbronnen waarmee de eigen ionisatieverschijnselen en de reflexeigenschappen van de Van Allen-gordel worden gestoord. Dat is iets om over te piekeren hè of dat wel past.

  • Ja inderdaad, maar het gaat er toch ook om, omdat u tegelijkertijd een draaiing hebt van het magnetisch veld van de aarde, momenteel, waardoor u ook een andere situatie krijgt.

Dat heeft met de Van Allen-gordel niet zo veel te doen, dat heeft alleen te maken met oriëntatie van de aarde zelf ten opzichte van haar baan en de zon.

  • Maar toch ook met het oog op de afbuiging van de mesonen?

Inderdaad, dat kan er ook mee in verband staan en we kunnen zelfs verder gaan, we kunnen zeggen: elke straling van kleinste delen tot en met alfa-, bèta- gammastraling toe, zal hierdoor een wijziging ondergaan in haar effect op aarde, zoverre zij van buiten die aarde orgineert.

  • Wanneer iemand zelfmoord pleegt, hebben wij geleerd, dat zijn geest aardgebonden moet blijven tot het leven dat hij te vroeg heeft afgebroken, vervuld is. Kan het echter ook voorkomen dat zo’n geval van zelfvernietiging juist datgene is dat moet worden doorgemaakt? Is dat zo bij de boeddhisten, die zich uit protest levend verbranden? En hun collega’s uit de U.S.A.?

In de eerste plaats die zelfmoord dus. Bij een zelfmoord is de bedoeling van die zelfmoord bepalend, niet het feit van de vernietiging van het leven zelf. Indien de zelfmoord – en dat is meestal – een ontvluchten is van stoffelijke problemen, dan zal men op die problemen geconcentreerd zijn en dientengevolge gebonden blijven aan de aarde tot men voor deze problemen, voor zich, een oplossing heeft gevonden.

Is er een dergelijke verbondenheid met aardse problemen en een ontvluchting daarvan niet aanwezig, dan zal het motief van deze zelfmoord bepalend zijn voor de harmonieën, die het “ik” kan bereiken met bepaalde geestelijke werelden en sferen en ook voor de bestaanstoestand.

Het is niet noodzakelijk, altijd zeker en vast, dat iemand aardgebonden blijft. Ik vind het alleen jammer, dat u daarbij het brevet van offeren van de boeddhistische monniken e.d. naar voren brengt. Want hier is ook een poging om aan verantwoordelijkheid te ontgaan. Je kunt jezelf wel verbranden als protest, en dat heeft misschien een schokwerking, maar meestal niet op degenen die de situatie veroorzaakt hebben waartegen u protesteert. M.a.w. de doelloosheid van een dergelijk protest zal volgens mij op zichzelf wel weer een aan-aarde-bindende werking ten gevolge hebben.

En dan wil ik nu verder niet ingaan over de omstandigheden waaronder deze publieke verbrandingen hebben plaats gevonden, want ook daarover zou nog wel het e.e.a. te zeggen zijn. Maar ik geloof dat dat niet belangrijk is en misschien alleen maar de mensen een beetje wrevelig zou maken, want het is meestal zo, dat als jij wordt opgeofferd voor het een of andere doel, je jezelf niet als offer hebt uitverkoren, dat doen meestal anderen. En de aansprakelijkheid ligt daarbij vaak zover bij die anderen, dat daardoor geestelijk gezien, heel dubieuze oorzaak- en gevolgsituaties kunnen ontstaan.

  • Ik dacht dat u meestal …….hetzij dat het oordeel meer werd gegeven naar aanleiding van de bedoelingen die de mensen hadden. Dus ik kan mij voorstellen – of het nu is dat een zich verbrandt voor, dus één persoon zich verbrandt of een hele hoop mensen zich opofferen voor een bepaald doel, ook al is het illusoir – dat ze zichzelf een bepaalde bedoeling voor ogen hebben gesteld, laten we zeggen, een bijgedachte. Dan heeft deze zelfmoord, als men dat al zelfmoord wil noemen, toch een hogere zin?

Zij kan een hogere zin hebben, inderdaad, maar zoals u reeds zegt, zij is de uitdrukking van een bijgedachte, waarvan degene die de zelfmoord pleegt, tijdelijk zichzelf als de totale exponent beschouwt en het resultaat is de binding van die persoonlijkheid aan het geheel. Als het geheel niet zuiver is, wat dan…. binding aan de aarde, mijn waarde. Maar ik geef toe dat niemand u oordeelt. Dat is een volkomen foutieve gedachte. Men denkt dat er boven een mannetje zit en die zegt: “Zelfmoord! Eerst 700 jaar op aarde spoken en dan naar de hel!” …..zo eenvoudig is het niet. Het is zo: God is volmaaktheid, God is licht, noem het liefde, geef er maar een naam aan, God is een totaliteit. Die totaliteit kan alleen aanvaard worden wanneer je de waarheid over jezelf aanvaardt. Zolang je die waarheid omtrent jezelf of aan je eigen bestaan niet accepteert, past je bewustzijn niet in die goddelijke werkelijkheid waarin je leeft. En zo zul je door het geheel of delen van die werkelijkheid te verwerpen voor jezelf aardgebondenheid, verblijf in duistere sferen e.a. veroorzaken. Er is niemand die je zegt dat je dat moet doen, het is alleen de confrontatie met de werkelijkheid waardoor je het doet.

  • Ja, dat is het meest opvallende, want in alle leringen van de afgelopen jaren zegt u min of meer: ken uzelf; dat men een inzicht krijgt over zichzelve, dus dat men zichzelf a.h.w. in een spiegel ziet. U hebt het net over twee dingen, nl. over zelfkennis en over de kennis van het bestaan. Beiden zijn eigenlijk nauw verbonden. Maar het grote probleem lijkt mij altijd, het is net of je tegen een kind zegt met een radio, een kind van 4 jaar: zet de radio op de B.B.C. Het is de weg tot. Ik begrijp wel dat er vele wegen zijn, maar ik vind het in bepaalde opzichten is het net zo’n soort vonk die moet overspringen. Bij de ene zal die overspringen, bij de ander is het door een serie logische redenaties nog onmogelijk, maar ik mis er een bepaalde schakel.

Wat u mist, dat kan ik u wel zeggen. U mist de schakel waardoor emotie en verstand tot eenheid en gelijktijdig tot innerlijk begrip worden gebracht. M.a.w. de stellingen op zichzelf zijn aanvaardbaar, ons leven op zichzelf is ook wel aanvaardbaar, maar mijn leven wordt bepaald door emoties die vreemd zijn aan de stelling. Waar vinden wij het moment waarop deze beide elkaar beroeren en dat is niet met woorden weer te geven, want dat is een innerlijke kwestie. Het is a.h.w. net als een dichter. Een dichter kan uren, ja misschien weken lang zoeken naar het einde van één bepaalde zin. Dan heeft hij dat honderd keer gedaan en ergens past het niet. Het ziet er wel aardig uit, maar het past niet en dan ineens, dan komt hij met een idee en dan ziet een ander het verschil niet eens, maar dan past het hem. Dat is een innerlijke kwestie. En nu kun je zo’n dichter wel zeggen, hier heb je alle mogelijke beëindigingen van de zin, maar hij zal zeggen: Neen, ik weet er geen raad mee, het moet uit mezelf komen. Dat is de vonk. De vonk is een innerlijke bevestiging waardoor je a.h.w. zegt: Ja, dit past voor mij, in mij op die manier. Begrijpt u wat ik bedoel? Dat kun je dus niet geven, dat kun je niet algemeen geven. Vandaar juist dat: “Ken jezelf”.

  • Ik geloof niet dat de mens een antwoord is, de mens is een vraag. Ik vind dat de mens gewoon iets uit zichzelf moet nemen en dat tegenover hem moet plaatsen als een hulp, zoals het dan in de Adam en Eva-legende bedoeld is. Gewoon iets uit zich moet nemen, dat tegenover hem moet plaatsen en dan net zo lang moet polijsten tot het mooier is dan hijzelf, dus gewoon de betere helft van hem wordt. Dat is dan ook in man-en-vrouw-verhouding zo. En ik geloof dat de Schepper dat ook zo bedoeld heeft. Hij neemt energie uit zichzelf, die strooit Hij, die stort Hij een ruimte in en daar gaat die energie stollen en dan gaat Hij kijken wat er van wordt. Dan gaan al die bacteriën en al die microben en al die atomen, allemaal door elkaar, die gaan eens proberen wat ze met die materie gaan doen en op een gegeven moment is die materie zo mooi geworden, dat de Schepper het niet eens meer terug herkent.

Mag ik even. Dan denk je het is heel aardig, maar er ontbreken twee dingen aan.

  • Dat zal best, er zullen wel meer dingen aan ontbreken.

Ja, natuurlijk, dat ben ik direct met u eens, maar twee dingen die direct in het oog springen. In de eerste plaats zegt u: Nu gaan die microben en dit en dat gaan aan het werk, maar u vergeet één ding, God is bron van alle dingen, dus ook van de microben, de eigenschappen, van de straling, de eigenschappen van de straling, de mogelijkheid ligt in het goddelijke.

Het tweede dat u vergeet dat is: God neemt niet uit Zichzelf, God denkt in Zichzelf en maakt daardoor waar – in wat wij reflex, een spiegelbeeld kunnen noemen – wat in Hem leeft, ook buiten Zich misschien.

  • Ik geloof dat God emaneert uit Zichzelf.

En wanneer u spreekt vanuit uw standpunt, dan neemt u aan dat God een evaluerend wezen is. Wanneer ik spreek uit mijn standpunt, zeg ik: Dit kan ik niet bepalen. Ik kan nl. niet aan de hand van de schepping en haar mogelijkheden bepalen of de Schepper evolueert. Ik kan slechts zeggen: In de schepping kan geen mogelijkheid bestaan die niet eerst in de Schepper aanwezig is.

  • Als energie, zeer zeker, maar als vorm?

Als energie en als vorm, want elke vorm is een uitdrukking van energie.

  • Nu, maar waarom hadden we twintig jaar geleden dan een andere vorm automobiel, ik noem nu maar één van de honderden miljoenen vormen en nu hebben we deze.

Omdat de mens uit de totaliteit van nog veel meer miljoenen mogelijkheden – op dit terrein alleen – dan u zich kunt realiseren voor zich verkoos kenbaar te maken, één bepaalde. De mens pakt uit de bibliotheek a.h.w. van de goddelijke gedachten, kleine deeltjes maakt hij waar. U leeft in de tijd, denkt u. In feite maakt u uit de totale mogelijkheden voor uzelf iets waar. En wanneer u dat waar gemaakt heeft, dan is het voor u logisch dat u het volgende punt er aan vast knoopt. Zo krijgt u het bekende “rad des levens”, ouroborus de slang die zichzelf in de staart bijt en al die andere mooie beelden, die ze ervoor hebben, maar op het ogenblik dat uw bewustzijn een andere keuze volledig maakt, niet met het idee: ja, nu is het eenmaal zo, we moeten van hier uitgaan. Neen. Wanneer u werkelijk een deel van die goddelijke mogelijkheid volledig zou realiseren als gedachte in uzelf, zou u ze waar maken voor uzelf.

  • En dan gaan we verder.

En dan gaan we verder, maar dan zijn we nog steeds besloten binnen de mogelijkheden die op het eerste ogenblik van de schepping, zover we na kunnen gaan, reeds bestonden.

  • Dan heeft het leven geen zin. Als het leven geen vraag is en een voortdurende glad-ijsrijderij, voortdurend pionieren om tot meerdere glorie in de vorm te komen, heeft het leven geen enkele zin, dan is het een steriele bedoeling.

Volgens u misschien wel, volgens mij niet. Want ik zou zeggen dat het veel waard is om van de beperkingen van eerst, van het jezelf niet eens kennen, via het jezelf erkennen te komen tot een bewuste erkenning en eventueel bewuste keuze uit het totaal der mogelijkheden, die alle worden beseft. M.a.w. de evolutie die de mens doormaakt – als we het zo mogen noemen  – is niet een evolutie naar iets dat God gelijk is, maar is de realisatie van zijn werkelijk ‘ik’ dat inderdaad Gods beeld en gelijkenis is. Niet de materie dus, maar het werkelijke ‘ik’. En door deze realisatie een bewuste deelname aan het Goddelijke, een antwoord op het Goddelijke dan – waar Hij nu nog de vraag is – omdat hij het Goddelijke nog niet beseft.

  • Er is toch ook een goddelijk plan en daar moeten we aan deelnemen. Een plan is altijd in de toekomst geprojecteerd, dus een plan is nooit een antwoord…..ik lees niet, maar ik denk!…. ik lees natuurlijk wel, maar…

Dat zijn natuurlijk allemaal punten en voornemens die erg mooi zijn. Wanneer je zegt: Ik “denk”, ik “lees” niet, dan zeg je dus eigenlijk: Ik eet wel, maar alleen wat ik zelf verbouwd heb. En ik ben bang dat je dan een hongerdieet gaat krijgen, althans een zeer eenzijdig dieet.

Wanneer je dus zegt: Ik lees alleen en ik distilleer daaruit wel wat, dan ben je als iemand die alleen fabrieksproducten eet en daardoor, door gebrek aan gezonde oefening en dergelijke, wel wat tekort komt. Maar wanneer je zegt: Ik lees, ik accepteer wat de wereld mij geeft en door mijn eigen denken maak ik er zelf iets van, dan ben je de knappe kok die uit de vele kunstmatige en echte gerechten en mogelijkheden van de wereld, de culinaire boom van zijn leven bouwt en dus voortaan in het bekende blauwe boek vermeld staat met naam en toenaam.

  • Juist, dat ben ik met u eens. Maar ik denk vanuit het kleine dat ik om mij heen zie, een indruk van het grote te krijgen omdat mij dat gemakkelijker lijkt dan omgekeerd.

Dan heb ik voor u een leuke opdracht en dan zullen we deze discussie even staken, want anders krijgen we onrust. Er zijn babytjes genoeg, neem ik aan, in uw omgeving. Ik bedoel geen mensen. Bestudeert u deze Beatles eens en probeert u daaruit af te leiden wat het werkelijke succes van de zo algemeen beroemde, lawaaigroep de Beatles is. Dan begint u bij het kleine en eindigt u bij het grote. Maar u laat zich dan waarschijnlijk wel misleiden door een gelijkheid van benaming, die geen gelijkheid van wezen inhoudt.

  • Mag ik daar nog iets aan toevoegen? Wanneer ik iets gemaakt, geschreven, gecreëerd heb, dan ben ik het daar bv. een half jaar later niet meer mee eens. Maar ik ben er toch door gegroeid, want ik heb iets geleerd. Ik geloof dat creativiteit het hoogste is dat bestaat. Al het andere is onbelangrijk en ik geloof dat God ook zo werkt.

God geeft vorm aan het Al, dat is een groot verschil. Maar ik heb kennis genomen van uw uiteenzetting. Ik vind het interessant. Ik ben het er niet mee eens, maar misschien dat u door zo te werken zelf groeit tot het punt dat we elkaar beter verstaan. Voorlopig is dat dan voor u misschien de juiste weg, maar daar zullen we dan desnoods later nog wel eens over praten. Neemt u mij niet kwalijk dat ik dan nu over ga naar een volgend onderwerp.

  • In een verhandeling over droom en uittreding, las ik dat bij de laatste altijd een onlogisch element voorkomt. Maar kent u dromen die van het begin tot het einde logisch zijn?

Ja ik ken er wel een paar, men noemt ze dan meestal wel filosofieën of idealen, maar ze zijn logisch, maar het onlogisch element dat bij een uittreding naar voren komt, dat is het element van een wereldvreemdheid, die moet je gaan vertalen. En ik kan het misschien het beste zo zeggen: Wanneer je met steentjes een levend wezen uitbeeldt, als een mozaïek, dan bereik je een benadering, maar ergens is het gestileerd. Ergens is het niet mogelijk de volledige verhoudingen, de volledige waarde juist weer te geven.

Wanneer je een uittreding hebt, betreedt je een geestelijke wereld en het weergeven daarvan kan alleen geschieden met stoffelijke begrippen. Deze begrippen ontbreekt het vaak aan finesse, aan mogelijkheid tot juiste definitie – er zitten hiaten in – en daardoor krijgen we dit onlogische, dit on-affe element.

In de droom kunnen de sequenties, de opeenvolgende fasen wel onlogisch zijn, maar in zich is de verhouding wel logisch. U kunt misschien te maken krijgen met een deurknop die ineens verandert in een slang, of een ladder die ineens een gang wordt. Maar de ladder heeft de eigenschap van de ladder en de gang, die van een gang. De deurknop is een deurknop totdat zij slang wordt, want dan is zij alleen slang. Op het ogenblik dat de deurknop gelijktijdig knop en slang is, met de eigenschappen van beide, dat uw ladder gelijktijdig een gang is en uw gang toch gelijktijdig een ladder die u beklimt, dan heeft u te maken met het onlogisch element, dat bij uittredingen dus kenmerkend kan worden geacht, voor het onvermogen van de mens zijn belevingen helemaal natuurgetrouw door te geven aan de hersenen.

  • Mag ik hier even een algemene opmerking maken? In de afgelopen jaren dat ik vele van uw sprekers gehoord heb, is het mij opgevallen dat bij u in vele gevallen – zoals bij ons – dat iedereen min of meer spreekt in zijn eigen symboliek.

Ja, dat is logisch.

  • En ik wil niet onbescheiden zijn door te vragen: Heeft u onder elkaar een standaard-symboliek? Er is – dat merk je ook weer door deze discussies – toch vaak een spraakverwarring doordat u aan bepaalde woorden een andere inhoud geeft, dan degene die de vraag stelt.

Zeer juist.

  • Er zijn dus twee mogelijkheden, of u stelt u in op de chakra of de aura van degene die de vraag gesteld heeft, of u tracht uw eigen opdrachten, uw eigen gedachtegang te vervolgen. Ik vraag mij af of het in de loop der tijden niet zin heeft om alle dingen (en broeder Henry heeft fantastische definities, zijn persoon eigen) maar om een relais te maken tussen verschillende begrippen die uw sprekers als grootste gemene deler gebruiken en die wij gebruiken.
    U ziet het zelfs in de moderne psychologie hoeveel spraakverwarring er is over vele begrippen. Ik wil niet standaardiseren, want daar is de wereld vol van in deze tijd, maar is het toch niet mogelijk om een algemene codering toe te passen om deze spraakverwarringen – want mijn achterbuurman hier die meent het natuurlijk heel goed – te voorkomen. Ik had het idee dat u beiden zat te bekvechten over het zelfde, maar ik stel mij niet in uw plaats, dus ik kan er helemaal naast zijn. Maar hij bedoelt het goed, u bedoelt het zeer goed en wij allen zijn toch hier voor harmonie en toch is hier op het ogenblik sprake van disharmonie.

Omdat u dit als disharmonie gevoelt. Ik wil even verklaren waar het hier over gaat. In de eerste plaats: Er is een verschil van opvatting. Dit verschil van opvatting ligt vooral in het beeld van de Schepper; dat hebben we allebei geconstateerd, met recht op zijn eigen voorstelling, maar ook op het verdedigen daarvan. We hebben dat beiden gedaan, maar er komt een ogenblik dat ik dus moet zeggen, omdat ik nu bepaald niet toevallig gezellig causeer met u, maar ook nog de taak heb zoveel mogelijk die vragen inderdaad te beantwoorden waar dit gaat, om dus te kappen, om u te zeggen: Neem me niet kwalijk, we hebben nu een voldoende definitie, laten we het hierbij laten. Dan kan het dus zijn dat iemand denkt: Tja, maar ik moet nog even het mijne ervan zeggen. En dan moet je dus heel erg voorzichtig zijn dat je niet in je poging om de zaak kort te maken, onvriendelijk bent. Maar dat is nooit zo bedoeld en dat zal ook nooit onmiddellijk het geval zijn, ten minste niet bij mij. Dus dat nu even allereerst.

In de tweede plaats: U zegt ‘de gevoelsinhoud’. Mijn vriend, voor zover u voor uw woorden niet overal dezelfde inhoud hebt, hoe kunnen wij dan normalisering gaan toepassen?

  • Dat is misschien wel zo en daar zou ik nog eens over moeten denken, maar er zijn nl. vele geschriften en met name in de afgelopen jaren zijn de meeste – nog afgezien van een wonderlijke schoonheid – van een duidelijkheid, van een klaarheid als het schoonste kristal. En van andere heb je soms het gevoel dat je denkt, nou, nou dat is een hoop gezwam op een bepaalde essentietoon.

De grote moeilijkheid is vaak – en u moet mij niet kwalijk nemen als ik dit nu ook ga kappen, want we hebben nog wat vragen te beantwoorden – dat een beeld dat voor, laten we eens zeggen, we zitten hier met 40 man, voor drie iets zegt en voor de rest absoluut ledig is, dan vul ik dit aan met een volgend beeld, maar omdat je vaak te veel begrijpelijk wilt zijn en daar krijg je dan de grote fout, je zou dus eigenlijk moeten zeggen: Ik moet mijn verliezen nemen.

Twintig man hebben het begrepen, waarom zou ik proberen om er dertig van te maken. En dan word je door de veelheid van voorbeelden onduidelijk. Dit is een fout die ik graag toegeef en die de meesten van ons proberen te vermijden. De discussie van vanavond is er een voorbeeld van. Je kunt soms niet vermijden, zonder buitengewoon heerszuchtig op te treden en erg onvriendelijk, dat er discussies ontstaan die eigenlijk ergens verward zijn. Niet omdat je elkaar niet begrijpt; ik ben overtuigd, die vriend heeft mij beter begrepen dan de meeste aanwezigen. Maar ik meen dat ik hem ook begrepen heb. Ik ben het niet met hem eens; voor de anderen is dit verwarrend en ik geef toe, dat is een fout. Maar je moet het ergens zoeken en verdraagzaamheid (dat is dan één begrip dat ik voor u wil definiëren) is een tolerantie die niet op weerloosheid maar op erkenning van de waarde van de ander gebaseerd is, zonder dat men eigen standpunt of waarde ter zijde stelt.

  • Wanneer kan men aan een droom waarde hechten en deze onderscheiden van dromen door nervositeit of afreageren? Wat te doen tegen te veel dromen?

“Wat te doen tegen te veel dromen?”, is misschien het gemakkelijkst te beantwoorden. Probeer niet ‘s avonds veel te lezen, te praten of te denken. Ga rustig een beetje wandelen in de vrije lucht. Ontspan je en ga pas naar bed als je moe bent. Dat voorkomt meestal die zenuwachtige dromen.

Het eerste deel van de vraag is moeilijker. Ik zou zeggen: Hecht aan uw dromen in géén geval waarde, tenzij zij zichzelf herhalen. Wanneer zij zich drie, vier malen herhalen, dan mag u proberen daaraan een betekenis toe te kennen en is dat niet het geval, ga er dan aan voorbij. Beschouw ze dan gewoon als dromen zonder meer.

Een ander kenteken is nog wel een extra dimensionaliteit en vaak ook het optreden van kleuren die in dromen niet zo vaak voorkomen. Dus normaal kunnen we zeggen, ook dit geeft een aanwijzing voor die dromen en uittredingsbelevingen waaraan u betekenis mag hechten, maar onthoudt a.u.b., dat uw leven hier niet op een droom gebaseerd kan zijn. U leeft op aarde om aan uw menselijke mogelijkheden en verplichtingen te beantwoorden.

  • Hoe is het proces van de overgang bij een hartverlamming? Is dat nu werkelijk een mooie dood?

Ik ben bang dat dit alweer een vraag is, waarop geen direct antwoord mogelijk is. De hartverlamming is een mooie dood voor diegenen die zich van de geest voldoende bewust zijn en de toestand “dood” inderdaad accepteren. Dan wordt er veel lichamelijk lijden en veel overbodige ellende bespaard.

Maar iemand die de dood niet wil aanvaarden of zelfs maar denkt dat de dood het werkelijke einde is, zal door een hartverlamming alles zien als een normale voortzetting van het bestaan. Waar hij echter met die wereld niet meer het contact heeft dat hij gewend is – en dat is een ontzettende frustratie die lange tijd kan duren – is het dus alweer het bewustzijn van degene die overgaat, dat bepaalt de gevolgen daarvan voor hem als geest.

  • Wat verstaat u in dit geval onder bewustzijn?

Bewustzijn, daar versta ik onder: Kenvermogen ten opzichte van pijnen.

  • Dat is weer een algemene uitdrukking. Het is wel een heel mooie uitdrukking, want je kunt er alles onder vatten.

Inderdaad, bewustzijn; en wanneer u hier rond u kijkt en u ziet de mensen, dan bent u zich van die mensen bewust. Wanneer u dood gaat en u bent zich bewust van het feit dat u dood gaat, u erkent dus het feit van het sterven, bent u zich bewust daarvan. Wanneer dan verschijnselen optreden, zult u ze niet zien als een droomverschijnsel van het leven, maar als een verschijnsel van de dood, ze als zodanig waarnemen en u er bewust van zijn.

  • Ik begrijp niet dat u op een gegeven ogenblik zegt: Een bestrijding van een bepaalde ziekte kan de mensheid tot onjuiste producten van nut brengen en kan zelfs tot ergere ziekten leiden, terwijl andere bestrijdingen van ziekten kennelijk getolereerd zijn.

Ze zijn getolereerd, maar dat wil nog niet zeggen dat ze bevorderd moeten worden.

  • Ik kan mij voorstellen dat u dus in dit geval zou moeten spreken van biologische verstoorde evenwichten, eventueel geestelijk verstoorde evenwichten. Zou u daar iets over willen zeggen?

Ik zou dit willen opmerken: Wanneer wij te maken hebben met een biologisch verstoord evenwicht, dan moeten wij ons realiseren dat dit ook altijd in het bewustzijn, dus in de realisatie van eigen wezen en toestand, het geval is. Tussen deze beide bestaat dus een voortdurend contact – stof beïnvloedt geest, geest beïnvloedt stof. Wanneer er een ziektebeeld is, dan zal het ziektebeeld op zichzelf niet altijd geheel uit de geest en de toestand van de geest verklaard kunnen worden. Maar wij kunnen het met de veerkracht van de geest – dus we zullen zeggen de kwestie van min of meer vatbaar zijn – onmiddellijk met de geestelijke gesteldheid in verband brengen. Wanneer wij nu op de aarde kijken – en dan kom ik even op dat andere punt terug – naar de wijze dus waarop men de mens gaat genezen, dan ziet men dat geprobeerd wordt om het lichaam en ook de geest alle behoefte tot zelfstandige weerstand, veerkracht te ontnemen. En dan krijgen we gevolgen als bij dat gebruik van penicilline en dergelijke, waardoor dus in feite resistente stammen van bacteriën ontstaan zijn, die een groter gevaar gaan vormen voor de mensheid naarmate zij meer van die immunisatie gebruik maakt en zich daarop gaat baseren in haar wijze van denken en leven. Dat kan een hele tijd goed gaan, maar op een gegeven ogenblik breekt de zaak.
En nu ben ik er helemaal niet voor om terug te keren tot de primitieve geneeskunde, maar wanneer je dus bv. pijn verdooft, zonder dat met het verdoven van die pijn ook iets bereikt wordt, alleen om het de lijder gemakkelijker te maken, zul je gelijktijdig van bepaalde belangrijke symptomen, ook door de pijnimpuls bepaalde afweerreacties van het lichaam beperken en verhinderen. Degenen die in deze dagen leven bij tranquilizers, aspirientjes of hoe al die dingen meer mogen heten, vergeten heel vaak dat zij daardoor in feite het biologisch evenwicht, wanneer het lichtelijk verstoord is, vaak beletten zichzelf te herstellen.

En vanuit dat standpunt gezien moet u nu een stap verder gaan, want het ging uiteindelijk over die kankervraag die gesteld werd. Wanneer de kanker bij de mensen zou ontstaan, spontaan, zonder dat hun eigen leefwijze, hun eigen milieu daarmee te maken zou hebben, dan zou ik zeggen: Alle middelen om dit te genezen moeten inderdaad gegeven worden. Maar wanneer nu longkanker gaat toenemen, dan komt er een ogenblik dat men dat gaat bestrijden en dan zegt de één: ‘Niet roken’ en een ander zegt: ‘Luchtvervuiling’. In feite zijn het beide. En dan ontstaat dus een pressie waardoor dit milieu weer gezond gemaakt moet worden.

Gesteld nu dat er een patentmiddel is dat je iemand die kanker heeft – mits natuurlijk niet al te zwaar, al te ver gevorderd – kunt genezen in tien dagen. Wat gebeurt er dan? Denkt u dan dat men die luchtvervuiling gaat bestrijden? Het is veel goedkoper om een kliniek te exploiteren.

En wat gebeurt er dan in feite? Dan komt er een moment dat deze geneeswijze niet meer helpt, dat er andere ernstiger kwalen dan kanker gaan ontstaan en dat er een hersenloze lege massa overblijft onder de titel: mensheid.

En dat is dus een van de redenen dat ik persoonlijk – ik geef toe dat dit een persoonlijk standpunt is, niet iedereen zal het met mij delen – bezwaar maak tegen een te grote hulp bij genezing van verschrikkelijke ziekten, zelfs vanuit de geest.

  • Als het niet vervelend is, ik wil ook niet in details treden, zou ik u graag een voorbeeld willen geven, dat wat u daar aanhaalt min of meer een typisch voorbeeld is van Groot Goddelijke Wijsheid, ik zou haast zeggen de enorme goddelijke wetmatigheden in de natuur in het dagelijks leven. U had het zo-even over resistente stammen, maar het merkwaardige is dat het nl. het probleem momenteel van de wetenschap is. Men komt in een portaal, weer met zeven deuren. De problemen verschuiven zich als zodanig, maar het principiële probleem – naar alle waarschijnlijkheid het spirituele – blijft uiteindelijk altijd. En aan een kant ziet u dat ook bij insectenbestrijdingsmiddelen; we zoeken enorm en aan de andere kant zijn we weer druk bezig de grond te bemesten en geen insecticiden te gebruiken, enz. enz. Dus er is – om een ander woord te noemen – een enorm cybernetisch evenwicht. Je kunt ook zeggen, groot goddeloos evenwicht.

Dank u

  • Er is in ieder geval een enorm herstel.

Dat ben ik allemaal met u eens maar ……

  • Mag ik nog een voorbeeld? Toen u zei van die luchtvervuiling, die agenten die op de kruispunten staan en half gek worden van de koolmonoxide en op hun kop staan te krabben …… dat is nu een heel merkwaardig voorbeeld. Dientengevolge begint men nu dus te denken aan de uitlaatgassen; dus het is niet alleen de ziekte zelf?

Het is de kwestie – dat heb ik u reeds gezegd – van het milieu van de mens dat door hem dusdanig misbruikt wordt, dat het als levensmilieu onbruikbaar wordt. Er treden dus een aantal verschijnselen op die praktisch niet geremd mogen worden, wil men de mensheid niet naar een algehele vernietiging toe dringen. En wanneer u nu vraagt met die kwestie van die wetenschap: “Wat is de uiteindelijke oplossing?” dan kan ik u alleen dit zeggen: Wanneer de mens niet gaat zoeken naar een heerschappij, die hem steeds meer van zijn eigen onmacht blijft overtuigen, naar geluk, dan heeft hij de weg gevonden. Geluk kan nooit buiten de mens veroorzaakt worden; het moet altijd in de mens bestaan. Zo is de werkelijke vraag, die ook de wetenschap op zal moeten lossen, in feite een filosofische geworden.

  • Dat ben ik helemaal met u eens.

En doordat de mens in zich die vraag naar geluk moet gaan stellen, zal hij ook de vraag moeten beantwoorden van de feitelijke onzekerheden, die hij dan misschien in strijdvaardigheid tegen de wereld, in het scheppen van technische overheersing probeert af te reageren, maar die er is, de onzekerheid van zijn bestaan.

Hij wil er iets meer in zien dan leven. Maar de werkelijke zin van het leven is te leven. Want door te leven heeft het “ik” zijn betekenis binnen het kosmisch bestel. Niet door hetgeen men met het leven denkt te doen, maar dat al gebaard is voordat de mens goed en wel dood is.

Ik hoop dat u mij niet kwalijk neemt dat ik het hiermee beëindig. Vrienden, we gaan pauzeren. Na de pauze ben ik weer bereid op uw vragen in te gaan en ik hoop dat wanneer ik probeer iemand af te kappen, niemand zal denken dat het een persoonlijk vooroordeel is. Maar voor mij geldt de irritatiefactor van de anderen en ook de mogelijkheid om iets zinnigs te antwoorden.

Ik dank u voor uw aandacht en hoop u na een kwartier weer terug te zien tot ons, zoals het zich ontwikkeld heeft, gezellig babbeltje.

Tweede gedeelte

Ik hoop dat de strijdlust zich intussen wat ontladen heeft en ik zou willen vragen om verder te gaan. Voor zover er schriftelijke vragen zijn, dan eerst deze.

  • Er worden soms mensen geboren die als mens geen betekenis meer hebben. Ik bedoel hiermee de wezens die de vorm van een mens hebben, maar waarbij het verstand totaal ontbreekt. Is het nu geoorloofd deze wezens van het leven te verlossen? Voor hen immers heeft het leven als leven geen enkele zin.

Wanneer u het tweede deel van uw vraag, nl. dat het leven voor hen geen enkele zin heeft, zou kunnen bewijzen, zou ik geneigd zijn het eerste deel van uw vraag bevestigend te beantwoorden.

Maar aangezien niemand in staat is om vanuit geestelijk of ander standpunt te bepalen in hoeverre het leven en de beleving betekenis kan hebben voor iemand in de materie, lijkt het mij niet gerechtvaardigd zo iemand zonder meer om te brengen. Ik geloof dat dit kort en krachtig is.

  • Misschien een heel prozaïsche vraag: Hoe is aan gene zijde uw dagindeling? Ik begrijp natuurlijk wel dat de factor ‘tijd’ bij u een geheel andere is dan bij ons aardgebondenen, maar toch, zou u iets over deze tijdsbesteding willen vertellen?

Ja, dat is verduveld lastig. In de eerste plaats hebben we geen dag en ook geen nacht. Er is alleen het bestaan. Dat is vooral tamelijk lichtend. Indeling? Nu, je deelt het eigenlijk niet in. Je beantwoordt aan bestaande harmonieën en door dat te doen, zul je misschien op aarde het idee geven van een tijdsindeling. Laten we heel eenvoudig een voorbeeld nemen.

Ik ben hier geweest zonet en ik ben hier terug. De tijd die daar tussen ligt is voor u misschien twintig, dertig minuten, ik weet het niet precies. Voor mij kan dat net zo goed duizend jaar zijn als één seconde. Moeten we dan over tijdsindeling spreken? Je zou beter kunnen zeggen: In de geest reageer je naar je eigen vrije wil en believen op alle harmonische waarden die voor jou bestaan, elders naar jou worden uitgestraald op een voor jou aanvaardbare wijze. In deze reacties vind je wat je noemt een taakvervulling, omdat je je innerlijk beseft of de concepten waarmee je harmonisch bent ook elders uit te drukken, terwijl je gelijktijdig daarin je ontspanning vindt, want wat je doet is niet alleen maar werk, maar gelijktijdig een liefhebberij. Is dit antwoord voldoende?

  • Ja, dank u wel. Ik heb deze vraag alleen maar gesteld omdat ik het zo graag wil begrijpen. Het is nl. zo moeilijk om deze twee werelden naast elkaar te leggen en te zeggen: dit is zús en dat is zó. Je wilt het zo graag proberen ook uw wereld te begrijpen, vandaar deze vraag. Uw antwoord is wel afdoende, maar ik begrijp het natuurlijk nog niet.

Ik kan me dat voorstellen, maar laten we het zo stellen: Wanneer u zelf in staat zou zijn om uw tijdsindeling dus zodanig te maken dat u aan alles wat voor u belangrijk is, de tijd kunt besteden, die u daarvoor nodig acht en dat u aan de andere kant al wat niet belangrijk is eenvoudig weg kunt halen – wat blijft er dan over?

  • Harmonie

Geluk. En dat is nu precies de toestand waarin wij leven. Om u die wereld duidelijk te maken is praktisch onmogelijk.

  • Ik kom graag een keer kijken!

U zult ongetwijfeld te zijner tijd daartoe in de gelegenheid worden gesteld.

  • Dus u heeft geen opdracht?

Een opdracht in de vorm van een bevel dat ik móet opvolgen, een verplichting die ik heb aangegaan en dus moet volbrengen, neen. Dat bestaat niet; maar ik aanvaard dus zienswijzen van degenen die wijzer zijn dan ik, volgens mijn idee. Ik ben er mee in harmonie en ik breng het op mijn manier tot uitdrukking. Maar het is mijn vrije wil, mij schikkend, in een schema van hier op aarde te spreken; en vaak heel wat meer dan u zult denken. Maar ik doe dat omdat daar voor mij bepaalde waarden in zijn gelegen van harmonie. En dat ik daarbij een bepaald doel nastreef, dat komt omdat ik het met dat doel eens ben. Maar wanneer ik het er niet mee eens ben, dan kan ik rustig mijn eigen gang gaan. Alleen natuurlijk kan ik niet zeggen: De orde zegt dit of dat, terwijl ik het alleen zelf zeg. Dat mag ik niet doen; dan moet ik zeggen: Mijn mening is het, zus of zo. Dat mag ik dus wel doen. Ik heb dus niet een opdracht in die zin: Ik ben verplicht. Ik heb hoogstens de opdracht die ik in mijzelf erken, hetgeen ik zelf als nuttig zie of noodzakelijk.

  • Maar u weet toch wel dat u hier naartoe moet gaan. Of zijn het er twee die dat tegelijkertijd kunnen weten?

Het zouden er wel duizend kunnen zijn. Maar aangezien ik dus in harmonie ben met het medium, omdat het beantwoorden van vragen mij beter lag dan de anderen, die op dat moment ook harmonisch waren, was het voor mij de kwestie: Ga jij nu vanavond maar eens proberen die vragen te beantwoorden. En dat heb ik dan ook gedaan, omdat ik het eigenlijk wel leuk vind.

  • Wat vindt u mooier: het geraamte van een paard of het totale paard?

Het totale paard, omdat we daar het meest aan gewend zijn. Maar het zou niet kunnen bestaan zonder het geraamte. Dan moeten wij dus zeggen: Het geraamte is het schoonste, waar zonder dit de verdere schoonheid niet zou bestaan.

En toch zou ik persoonlijk willen zeggen: Ik vind aan het geraamte van een paard geen p….   aan.

  • Dus u bent persoonlijk liever geconfronteerd met het lijflijke paard dan met het geraamte. Dus is het vlees belangrijker.

Neen, het vlees is bij mij niet belangrijker, dit is nu een kwestie van persoonlijk denken, van waarderen. Een paard, vleeslijk dus, zoals u het zegt, is voor mij een beeld van een levend wezen. Het drukt voor mij dus het wezen “paard” veel beter uit dan het geraamte, maar ik besef gelijktijdig de doelmatigheid van het paard, dankzij het geraamte. En dus zeg ik: Wanneer het gaat om schoonheid, moet ik eerlijk zijn en zeggen: Ik heb liever het paard, maar het geraamte is nuttiger, mooier, doelmatiger, meer uitgebalanceerd en dus in wezen schoner.

  • Dus is de hogere mens die zowel kennis draagt van de vervaardiging van de matrijs – van de botten in dit geval, van het geraamte – als van het vlees. Dat is dan de totale mens die van de ene in de andere wereld kan wippen.

Je zou het misschien zo kunnen zeggen en dan begrijpen we elkaar geloof ik goed. Laten we dus de symboliek even draaien. De botten van ons bewustzijn, van onze mogelijkheid tot kennen, erkennen, is gelegen in ons stoffelijk bestaan. Maar de afgerondheid, de schoonheid krijgen we door de geestelijke spieren. En zonder die geestelijke spieren kan het stoffelijk geraamte niet werkelijk in beweging komen.

  • Dus het vertoeven in de wereld van de vorm, van het vlees geworden woord, is dus prettiger dan het vertoeven in de wereld van de abstractie?

De wereld van de abstractie vind ik prettiger, maar dat is een persoonlijke kwestie. Dat kan ik dus niet voor iedereen zeggen. Voor mij is de abstractie dus prettiger, omdat juist dit abstracte de vormbepaling en daarmee de begrensdheid, de beperktheid niet kent, die wij bij de directe vorm wel aantreffen. Maar ik zeg nogmaals, dat is zuiver persoonlijk.

  • Mag ik u t.a.v. uzelf een persoonlijke vraag stellen? U bent niet medicus geweest hier op aarde?

Dat dacht ik wel. Niet dat ik daarmee zeggen wil dat het het exclusieve goed is, maar wat ik er wel mee zeggen zou, dat is dat u dan misschien meer begrip zou hebben voor bepaalde medische omstandigheden zoals het volgende. Ik wil niet zeggen dat ik rebellisch ben over uw opmerking van zonet, maar ik zit met een geweldig groot probleem. U zegt dus, op een gegeven ogenblik willen wij geen uitsluitsel geven, omdat dat medisch gezien bepaalde evenwichten zou kunnen verstoren. Dat moet je eerbiedigen. Aan de andere kant, wanneer u dus uit de medische wereld gekomen zou zijn, dan zou u hebben begrepen dat dit vaak een stel hongerige hyena’s zijn, want ze gunnen elkaar vaak het licht niet in de ogen. U weet ook donders goed dat als degene die het kankervraagstuk op zou lossen, want dat houdt mij inderdaad in het bijzonder bezig, dat is een closed-job-community .

  • Wilt u het kort vatten?

Ja. Maar het moment dat een van de outsiders het vindt, dan wordt die toch afgemaakt. Dus, ik zou haast zeggen: wat kan het u schelen om op een gegeven ogenblik aan een outsider bepaalde indices te geven omdat het grote evenwicht toch niet verstoord kan worden. ‘t Gaat mij niet om de Nobelprijs.

  • Nee, dat begrijp ik.

Maar dit is voor mij, op dit ogenblik – en dat heb ik u reeds gezegd – niet een vraag die ik onmiddellijk en volledig kan beantwoorden. In de tweede plaats, de algemene richtlijn zoals ik u die heb weergegeven, is iets waar ik mij bij aansluit. Ik ben dus, zoals u terecht opmerkt, geen medicus, ook niet geweest, Ik ben nog wel eens toverdokter geweest, maar dat is heel lang geleden. Ik heb mij daar dus bij neergelegd. ‘t Is voor mij niet belangrijk. Dan zeg ik weer: Ik heb daar geen verstand van, ik acht mijzelf dus niet gerechtigd om dit te beoordelen en laat dit heel rustig over aan degenen die dat kennelijk wel kunnen. Het ligt dus buiten mijn onmiddellijke sfeer van belangstelling en daarmede ook voor mij buiten de sfeer waarbinnen ik beslissingen zou willen nemen. Dan kunt u toch begrijpen, of niet?

  • Dat zal ik wel moeten. Maar kunt u die vraag doorgeven aan iemand die terzake dan wel kundig is?

Ik heb dat gedaan, maar ik heb, zoals u gemerkt kunt hebben, geen antwoord gekregen. Ik heb bij de beantwoording der vragen in de eerste helft gezegd: Ik zal bepaalde details eerst moeten doorgeven aan een deskundige en zal u dan eventueel diens antwoord overbrengen. Het feit dat ik dit tot nu toe niet heb gedaan, wist u ook dat ik tot nu toe geen antwoord heb gevonden dat ik op een juiste manier dus kan overbrengen. Want dat is ook nog een factor. Ik kan dus wel een antwoord ontvangen, maar ik moet het ook nog zo overbrengen, zo kunnen formuleren dat het begrijpelijk, dat het aanvaardbaar is, anders kan ik het beter nalaten. Hebben we nog meer te vragen?

  • Wat is de betekenis van de kleur roze van de aura?

Ik zou zeggen: roze in de aura betekent een aantasting van levenskracht en mogelijk – niet zeker – een stijging van bepaalde geestelijke vermogens. Maar het ligt dus heel sterk aan de soort roze die we vinden. Want wanneer u een wit met een heel klein zweempje roze erin als roze gaat beschrijven, dan moeten we zeggen, dat is een geestelijke invloed waarbij bepaalde stoffelijke elementen in het geding zijn gekomen. Een geestelijke kracht of werking.

Hebben we daarentegen te maken met een – hoe nemen de dames het tegenwoordig ook weer – zalm geloof ik, heeft de eigenaardigheid dat het beide delen even sterk bevat en zal in de regel een evenwicht weergeven, dat niet erg gezond en niet erg labiel is. Daarbij zouden geestelijke invloeden dus sterk op de voorgrond moeten treden, dat zou dan zelf de materiële toestand beter houden.

En dan kan ik mij ook nog voorstellen dat u dus een rood heeft met een zweem wittigheid erin, dat u zegt dat gaat ook al roze worden, dan zeg je: Hier zijn geestelijke invloeden aan het werk in de elementen van stoffelijke levenskracht en ook moed, dus wilskracht ergens. En daar kan weer wel iets goeds uit voortkomen.

U ziet het is dus erg moeilijk om zoiets te definiëren. Tenzij men de specifieke kleur kent. Maar het is zo goed als zeker dat dat erop inwerkend wit, en wit is al-vattend, kosmisch ook wel levenskrachten bevat, maar dan van geestelijke geaardheid, terwijl rood – helder rood wel te verstaan – staat voor levenskracht, materiële temperament en wat wij kunnen noemen wilsactie en moed op stoffelijk terrein. De mengingen van die twee kunnen gunstig of ongunstig zijn, dat ligt er maar aan.

  • Als u ons nu zo toespreekt, ziet u dan die aura’s?

Ik zie natuurlijk wel het e.e.a., maar dat wil nog niet zeggen dat ik aura’s ga lezen voor u.

  • Om geen verkeerde indruk te wekken, wil ik allereerst zeggen dat ik buitengewoon dankbaar ben voor wat de ODV in al zijn verschillende lezingen heeft gegeven in de laatste drie, vier jaren. Dat dus vooropgesteld, zou ik toch ook een woord van kritiek willen laten horen, maar dan in de meest positieve zin.
    In een artikel “Communicatie” van “De Sleutels” wordt gewezen op het gevaar van eenzijdige voorlichting. Het is mij sinds het jaar 1956, ’57 tot nu toe, vooral dat eerste gedeelte van die jaren, iets minder in de laatste drie jaren, opgevallen dat er een merkwaardige instelling bij ODV-sprekers, dus niet bij gastsprekers, optreedt t.o.v. het werk van geestelijke groepen van geïncarneerde mensen. En vooral op het gebied van, laten we zeggen: de mensen er toe trachten te bewegen door middel van aanroepen, meditatie, te pogen – ik zeg niet te bereiken – een zekere zuivering in gedachte en gevoelssfeer van de mensheid tot stand te brengen. Nu is mij opgevallen dat vele ODV-sprekers deze pogingen dikwijls op zeer merkwaardige wijze hebben bejegend.
    Wanneer daar bv. een pionierster zoals Helena Blavatski ter sprake kwam, dan werd ze dikwijls ongenadig afgekraakt, wanneer het werk van een Helen Brook ter sprake kwam, dan werd dat met een meelijdend glimlachje afgedaan en een waarschuwende vinger opgeheven en gezegd: Ja, maar dat is een systeem. M.a.w. pas op voor systemen. Daar tegenover staat echter dat de ODV-sprekers heel dikwijls kabbalistische systemen citeerden of op de een of andere manier zich daarop baseerden. En daar kwam dan lijnrecht tegenover te staan de dikwijls, ik zou haast zeggen, aandoenlijke beroepen die gastsprekers op de toehoorders deden van: Mensen wij beschikken wel over enorme machtsmiddelen van onze geestelijke kracht uit, maar zo lang er geen mensen zijn die hier op aarde hieraan meewerken, zijn we uiteindelijk ook machteloos.

Wilt u kort zijn?

  • Ja, die discrepantie, wilt u daar eens iets over uitleggen?

Heel gemakkelijk. In de eerste plaats worden niet alleen kabbalistische sprekers aangehaald, maar wordt net zo goed sprekers aangehaald, wanneer dat te pas komt, uit de theosofische leer en uit andere leerstellingen. Er is echter een verschil. De Orde hanteert deze leerstellingen als illustratief materiaal, waar tegenover staat dat in de theosofie, waar u kennelijk in de eerste plaats op doelde, een groot aantal mensen zijn gekomen tot een geloof dat dogmatisch is.

Ik hoef niet aan te nemen alles wat u zegt en ik hoef het niet met u eens te zijn, maar ik moet u het recht laten zelf te denken. Dit recht wordt door alle sprekers van de Orde der Verdraagzamen, niet alleen door mij, gehandhaafd en wordt slechts daar beperkt waar het door tijd of andere redenen niet opportuun is. Maar dan nimmer door een negatieve ontkenning, door te zeggen: Nee, nee, dat kan niet, zo is dat niet – en afgelopen. Dan zeggen we nog altijd: Nu ja, je mag je eigen oordeel hebben.

In de tweede plaats: Dat de Orde zich voorneemt in de eerste plaats een bepaalde wijze van denken en aldus is een denkgewoonte bij de mensen tot stand brengen waarbij ze iets vlugger en iets minder eenzijdig kunnen reageren op stellingen van      …. (gehoest). Dit doel lijkt natuurlijk ook weer een beetje anders dan dat van een gastspreker. Een gastspreker brengt zijn emotie. Hij brengt daarmee bepaalde krachten en vaak ook magische kracht over, die door een gewone spreker van de Orde niet, althans niet op die manier, gemakkelijk gehanteerd worden. Wat u daarvan leest, is meestal nog niet de helft van wat er gebeurt. Dus een vergelijk, alleen op grond van de woorden, is eigenlijk al onrechtvaardig. Maar de gastspreker overziet het geheel en doet zijn beroep meestal meer op emotionele basis. Daar staat tegenover dat wij juist geprobeerd hebben om, althans voor een groot gedeelte, ook een beroep te doen op de rede, op het verstand. En op een zeker verschil in gerichtheid.

Het feit dat de Orde deze gastsprekers gaarne en met vreugde ontvangt, moge er echter voor pleiten dat wij zeker niet alleen het redelijke zijn, maar dat wij wel menen dat benadering van geest en geestelijke wijsheid vanuit de rede nog wel de beste is. De mens die boven de redelijkheid is uitgegroeid, kan dan meer  bereiken.

Ten laatste uw opmerking: Degenen die met bezweringen, enz. werken, met incantaties. Wij doen dit zelf ook. Wij zijn dus niet tegen het incanteren. Maar wij zijn wel tegen een algemene neiging tot incantatie die al heel snel ontstaat. Per slot van rekening is het gebruik van heilige woorden een zaak die met verstand en eerbied moet geschieden, waarbij de eigen gevoelens zuiver moeten zijn. Is dat niet het geval, dan kun je de gekste ongelukken krijgen. Is het dan zo gek dat wij van onze kant zeggen:

Mensen het is allemaal wel aardig, maar laat je vingers er af, want we weten dat degenen die in zich rijp zijn daarvoor voor zichzelf de vorm zullen vinden die goed is. Maar de velen die niet rijp zijn, zouden door een bevestiging: “Ja, dat is iets groots!”, worden aangemoedigd en dan zou hier morgen de hele Orde en misschien nog een hele reeks zitten: “Adonai! , Adonai! , Adonai!” en het zou meer een vloek zijn dan een incantatie. En dat mág niet, en dat mòet niet. Neemt u mij dus niet kwalijk dat ik hier toch, niet alleen voor mijzelf, maar voor de Orde in het geweer kom en zeg: Is het niet beter juist die dingen die in jezelf groeien en waaruit jezelf een macht, een kracht, een innerlijke zekerheid kunt winnen, maar die je eerst bereiken moet in jezelf en die we niet aanmoedigen bij jan en alleman en zeker niet in openbare bijeenkomsten. Ik geloof dat dat juist door begrip voor de fouten die zo gemakkelijk gemaakt worden wel gedicteerd is. Is dit voldoende?

  • Ja en nee eigenlijk. Ik begrijp wel wat u bedoelt met dat gevaar, maar ik ben van mening dat er mogelijkheden hierin zijn, die de mogelijkheid tot gevaar zodanig klein maken, omdat voor dergelijke mensen dit volkomen onbelangrijk en vervelend is. Kortom ze doen er eenvoudig niet aan, ze vinden het niet belangrijk.

Onze ervaringen wijzen in een andere richting. Het is juist onze ervaring dat juist heel veel mensen bewust of onbewust grijpen naar de magie op een verkeerde manier.

  • U bent dus bang dat er een foute resonantie optreedt.

Ja, inderdaad. Ik ben ervan overtuigd dat het gevaar zeer groot is. Het is mijn persoonlijke overtuiging. Ik weet niet hoe de anderen er over denken, maar persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het een heel groot gevaar is.

  • Dan is het toch een merkwaardig iets dat bv. aan een ….. vanuit geestelijke bron, die “Grote Aanroep” over de hele wereld te verspreiden.

Wanneer die “Grote Aanroep” het enige formulier is dat gehanteerd wordt, heb ik er geen bezwaar tegen. Maar om werkelijk te incanteren en aan te roepen, is wel wat meer nodig dan alleen een formulier. Dat weet u heel goed.

En dat ‘meer’ maakt het gevaarlijk, zelfs dit formulier zou nog misbruikt kunnen worden. Hoewel die kans is niet erg groot. Want hier komt de belangstelling waar u op doelde, tot uiting door de formulering.

  • Ja , precies!

U zult het met mij eens zijn dat er om werkelijk te kunnen incanteren meer nodig is. En dit “meer” aan de mensen onderwijzen of zelfs maar hen aanmoedigen bij het zelf gebruiken van incantaties, terwijl ze niet goed weten hoe het moet, acht ik misdadig.

Dat is mijn persoonlijke mening. Dat kun je niet doen. Nu hebben we onze mening uiteengezet.

  • Mag ik u naar aanleiding van de wijze van beantwoording van deze vraag u het volgende vragen? Dat is ook weer persoonlijk. U was wat ongeduldig toen u zei: Maak het kort, maak het kort. Een goed psychiater weet dat hij op een gegeven moment – en ik weet wel dat u oergeneesheer geweest bent – maar een goed psychiater weet dat het op een gegeven moment goed is om een mens eens uit te laten praten. Of het nu twee seconden op de eeuwigheid langer duurt of korter. Het is nl. voor de binding en de affectoverdrachten t.o.v. u nl. zo belangrijk. Ik weet wel dat u zegt: Ja man, laat nu dat briefje maar liggen, ik voel al lang wat je zeggen wilt en ik voel het aan je trillingen enz. enz.

Ik wou zeggen…..

  • Neen, laat u mij….

Ik moet helaas met tijd rekening houden. En die tijd moet ik zo rechtvaardig mogelijk verdelen.

  • Maar er zijn een hele boel mensen een hele tijd aan het woord geweest en wel drie, vier keer achter elkaar en….

Wanneer er dus vragen en opmerkingen waren, ben ik daarop ingegaan. Ik heb hun ook vaak verzocht iets op te schieten. En wanneer u met een vraag komt en u formuleert deze, dan geef ik daarop een antwoord. Maar lijkt het u niet beter om ook hier niet te veel tijd te vergen?

  • Mag ik nog één vraag stellen?

U mag hem nog stellen, maar dat is dan de laatste vraag die ik beantwoord. En de beantwoording is kort, zonder dat we er op terugkomen.

  • Wat is het dogmatische toch in de theosofie?

Het dogmatische in de theosofie is de aanvaarding der theosofische leer, met uitsluiting van het totaal der andere dan theosofische interpretatie van dezelfde punten zoals die bestaan.

En nu zou ik dus graag willen besluiten, vrienden. Anders doen we dat altijd met het schone woorden en met gedichten. Mag ik vandaag dan alleen mijn mening zeggen? U hoeft niet bang te zijn.

Wanneer wij, vrienden, proberen om met elkaar te spreken, dan is het vaak heel moeilijk om elkaar te begrijpen. Toch is dat spreken met elkaar eigenlijk bijkomstig wanneer wij proberen om met het hogere te spreken. En wij nemen aan dat wij dat hogere dan onmiddellijk begrijpen. Wij nemen aan dat bij Gods intentie wij die onmiddellijk en volledig kunnen verstaan, terwijl wij de medemens nog niet eens begrijpen. Ik geloof dat wij voorzichtig moeten zijn en dat onze voorzichtigheid dan in de eerste plaats moet gaan van de erkenning van onze eigen beperking.

Er zijn boven ons onmetelijk grote hoge geheimen, waarin wij niet door kunnen dringen, nog niet. Wanneer die tijd komt, dan zullen wij zeker de dingen waarover wij nu spreken en twisten vergeten hebben. Laat ons dan eerst proberen een geloof te willen zonder over dit geloof te strijden. Wat dat geloof is, ach, dat doet niet terzake, want niemand weet wat het juiste geloof is. Men denkt het alleen te weten, maar als je een geloof hebt, leef het. Leef naar je geloof en probeer gelijktijdig je medemens te begrijpen.

Wanneer ik faal om precies te begrijpen wat u eigenlijk wilt zeggen, dan heb ik nog grotere mogelijkheden dan u en toch begrijpen we elkander niet altijd juist. Laten we nederig zijn en zeggen: We zien alleen de buitenkant, we zien de medemensen en hun denken, hun leren en hun stelling, meer niet. Als we zo beperkt zijn, laat ons dan geloof nemen als een steun, als een hulp of een stut en laat ons daarmede niet onszelf opbouwen, maar laat ons daaruit zoeken naar een contact met die anderen, opdat wij mensen, mens en mens en geest en geest, spreken kunnen met elkaar. Want als wij elkaar begrijpen, dan zien wij in elkander, volgens mijn idee, het geheim van het Goddelijke inderdaad geopenbaard. Dan zijn we een stap verder. Maar wij kunnen nooit tot God gaan en tegelijk onze medeschepselen niet begrijpen en verstaan. En op een vraagavond als deze, komt dat ook toch weer heel duidelijk naar voren.

Daarom, vrienden, zou ik dit dus als les voor mijzelf willen trekken hieruit en ik hoop dat ook u dit doet.

Aanvaard uw God zo u leeft. Leef Zijn Kracht zo Hij Kracht u geeft, maar tracht nimmer die God te maken tot eigendom van eigen wezen, terwijl ge nog moet vrezen schepselen niet te beseffen, niet te begrijpen, te verstaan.

Want zo u in het onbegrip voor wat er rond u is aan leven, naar uw God gaat streven, zult gij van het waanbeeld van die God nog zelf ten onder gaan.

Ik geloof dat ik daarmee, al is het geen optimistische noot, mag eindigen.

Vrienden, ik dank u voor uw aandacht, vragen, uw gehoor, vooral ook voor uw zelfbeheersing en ik hoop u nog eens te mogen spreken, misschien bij een volgende gelegenheid.

image_pdf