Vrede

19 april 1982

Inleiding

De gast van vanavond is omstreeks 1820 eigenlijk van beroep aannemer geweest, zo zou je het tegenwoordig tenminste zeggen. Zijn geestelijke achtergronden op aarde waren beperkt en Bijbels. Zijn ontwikkeling in de sferen was sterk occult, hier en daar een wat eenzijdig christelijke. Onderwerp: iets over vrede, iets over harmonie. Een harmoniemodel zegt men dan. Wat moet ik over vrede zeggen? Vrede is iets wat de mensen zoeken tot ze het hebben en dan proberen ze het zo gauw mogelijk kwijt te raken. Vrede is eigenlijk altijd iets wat je innerlijk hebt; het is een innerlijke toestand.

Wat kun je zeggen van vrede in kosmische zin? Vrede in kosmische zin is het evenwicht van de strijd, waarin de strijd niet ervaren wordt als een strijd, maar als een voortdurend zich herstellend evenwicht.

En dan zit je eigenlijk in moeilijkheden. Ik heb dat onze gast natuurlijk ook gevraagd. Hij zag dat op een wat andere manier. Hij zegt: “Vrede is zorgen dat de onderdelen goed gekapt zijn en ze dan met de slegel of de slei in mekaar hameren tot alles er van davert, maar wel zo, dat alles blijft staan wat zonder dat zou liggen.” Dat is een wat eigenaardige bouwkundige opvatting, vermoedelijk uit een tijd dat ze met houten geraamten werkten. Met beton zal je er weinig aan kunnen doen denk ik.

Zijn visie van die vrede is oorspronkelijk eigenlijk Bijbels. Hij zegt: “Vrede vind je in God en niet in de mensen.” Wat dat laatste gedeelte betreft ben ik geneigd om hem gelijk te geven, wat het eerste gedeelte betreft, geloof ik dat het sterk van jezelf afhankelijk is. Elke mens, elke geest heeft in zich een behoefte aan evenwicht. Maar gelijktijdig kan dat evenwicht niet worden gehandhaafd zolang je niet je uiterste vorm hebt bereikt.

Men zegt wel eens van een insect, dat het zich pas openbaart als het imago ontstaan is, dus het werkelijke totaalbeeld, de volle ontwikkeling. Voordien is er eigenlijk een voortdurend vervellen, verpoppen en dergelijke.

Ik denk, dat het bij een mens zo ongeveer hetzelfde is. Een mens zoekt natuurlijk wel naar vrede, maar zijn vrede in zichzelf is een zich voeden, een groter en rijker worden. Word je echter rijker, dan kun je niet meer blijven bestaan in de oude omstandigheden. Want die worden dan te eng. Dat wurgt je bijna.

Dan zoek je naar iets nieuws, en je weet niet wat het nieuws moet zijn. Daardoor zullen veel van de wisselingen, die wij doormaken eigenlijk gepaard gaan met een geweld, dat vermeden had kunnen worden. Het is een kwestie van jezelf niet kennen en daardoor niet begrijpen waar het om gaat.

Misschien kun je dat bijvoorbeeld zeggen van de burgers in Engeland en Argentinië op dit ogenblik. Die mensen hebben nog steeds allemaal een enorm elan. Ze zeggen: “Wij moeten ons gelijk handhaven, wij zijn groots wij zijn machtig.” Maar waar gaat het eigenlijk om? Om de waarschijnlijkheid dat er vooral in het Zuidpoolgebied een aantal kostbare zaken te vinden zijn zoals b.v. olie en steenkool. Die burgers weten dat niet en daardoor worden ze eigenlijk in een situatie gebracht, waarbij ze niet redelijk kunnen reageren.

Dat heb je ook bij een democratie waarbij de mensen niet worden voorgelicht. Dan nemen ze beslissingen en besluiten zonder dat ze weten wat de consequenties zijn. En dat betekent dat er strijd ontstaat. Die strijd en oorlog komen eigenlijk voort uit onze behoefte naar een bepaalde vrede, waarbij we niet begrijpen dat de oude vrede die voor ons eens denkbaar was, nu niet meer denkbaar is omdat wij veranderd zijn

Onze vriend Henri heeft een keer gezegd: “Vrede op aarde ontstaat op het ogenblik, dat van de laatste twee mensen de één de ander begraaft.” Een erg pessimistische visie. Ik zou het misschien nog een beetje anders willen zeggen: “De werkelijke vrede ontstaat pas daar, waar het individu heeft geleerd deel te zijn van het geheel.” Dat hebben de meeste mensen echter ook niet geleerd. Want iedereen denkt op zijn eigen manier, leeft op zijn eigen manier.

Wanneer wij kijken naar de godsdiensten. Natuurlijk is er een God. Het zou wat moois zijn als er geen God was, dan zou de hele wereld voor aap staan. Maar er is een God. Nu is de grote moeilijkheid natuurlijk: wat is God? Dat weten wij niet. Iedereen verkondigt God zoals hij Hem ziet. En iedereen zegt dat hij gelijk heeft en dat een ander daarom volgens zijn wil moet verdergaan. De één heet ayatollah en de ander noemt zich paus of archdeacon of wat anders. Allemaal hebben ze de enige waarheid, terwijl er geen waarheid is die alomvattend is.

Zo zijn er heel wat godsdienstoorlogen gevoerd omdat de mensen eigenlijk niet begrijpen wat het wezen Gods is en wat de omschrijving is die een mens daarvoor probeert te geven. Dat is natuurlijk krankzinnig. Dat is hetzelfde met de mensen onder elkaar. Mensen onder elkaar bedoelen het vaak ontzettend goed en dan vinden ze het nodig om eens een keer de puntjes op de i te zetten. Want zij zien iets op een bepaalde manier. Je zou zeggen: dat is best, als ze dat zo zien, laten ze zich er aan houden. Nee, nu willen ze een ander duidelijk maken dat ze gelijk hebben. Maar ze begrijpen niet dat iets voor een ander een andere betekenis kan hebben. Daardoor ontstaat een soort Babylonische spraakverwarring. Die mensen gaan met elkaar op de vuist en maken elkaar het leven onmogelijk, terwijl ze in wezen precies hetzelfde nastreven. Dat is natuurlijk onredelijk.

Vanuit de geest ga ik dat ook wel eens na. Toen ik deze opdracht kreeg ben ik natuurlijk even naar de gastspreker toe gegaan en heb ik gevraagd: “Wat wou jij eigenlijk zeggen over geestelijke vrede?” Toen zei hij: “Geestelijke vrede is de aanvaarding van wat je bent, zonder je daarbij los te maken van al datgene wat dat andere is, ook in eigen ogen.” Ik denk dat hij daar wel gelijk in heeft. Want als ik kijk naar de sferen bij ons, waarom zijn er zo ontzettend veel sferen? Eigenlijk ook weer omdat wij niet begrijpen, dat onze manier van beleven niets te maken heeft met het beleven als zodanig. Ons beleven is maar een interpretatie, verder niets. Natuurlijk glimlachen we een beetje als wij weer iemand tegenkomen die in de hemel zit. En we glimlachen nog meer wanneer wij iemand ‑ midden op een lotus mediterende – zien ontwaken. Wij weten dat die lotuszit geestelijk gemakkelijk is vol te houden, want je hebt niets om te buigen. Maar die lotus is er ook niet. Dus het is in feite een soort kruising van een religieuze lotto met een mentale neiging tot zelfverheffing.

Zo zijn er allerlei wereldjes. Als we kijken wat de betekenis, wat de scheiding tussen die werelden veroorzaakte dan is het eigenlijk steeds weer hetzelfde: wij bevestigen onszelf aan onszelf en wie die bevestiging niet wil aanvaarden bestaat niet. In de geest besta je dan niet. Op aarde heb je de ellende dat ze wel bestaan en dan moet je ze gaan bekeren. En mensen bekeren is ook erg moeilijk. Dat zie je op het ogenblik in de Sinaï. Daar zijn mensen die zeggen: “Ja, maar God heeft ons dit land gegeven.” Daarbij houden ze zich niet eens aan de oude grenzen en ze zeggen: “De rest kunnen we er best bij hebben.” Dat neem ik ze helemaal niet kwalijk, natuurlijk, ik kan dat begrijpen. Maar dan zijn er weer anderen die zeggen: “Ja, maar politiek, economisch en anderszins gezien is het noodzakelijk dat jullie hier weggaan.”

Nou dat nemen ze niet. Waarom? Misschien wel omdat ze te zeer gebonden zijn aan hun eigen enge begrippen. En enge begrippen kun je op aarde het best vertalen met een vorm van fascisme.

Een vorm van fascisme is eigenlijk niets anders dan een beperkte zienswijze hebben en op grond daarvan je stellen als arbiter over de gehele wereld. Of je nu een Jood bent, een Engelsman of een Amerikaan, een Duitser of wie dan ook, dat blijft allemaal precies hetzelfde.

We weten eenvoudig niet waar we de ander kunnen aantreffen. Wij kunnen de werkelijkheid van de ander niet aanvaarden. En zolang wij dat niet kunnen, kan er ook geen vrede op aarde zijn.

In het christendom kennen wij zo’n mooie leuze, u hebt ze tegen Kerstmis vast wel gehoord: “vrede op aarde aan hen die van goede wille zijn.” Lieve mensen, driekwart van de wereld is van goede wil, maar vrede is er nooit geweest. Waarom? Omdat zij het goede willen zoals zij het goede zien. En alleen dat goede wat zij zien is aanvaardbaar. Al het andere is dan per definitie kwaad. Daar krijg je godsdienstoorlogen van, heilige oorlogen, allerlei vormen van inquisitie, pogingen de mensen met geweld tot aanvaarding te brengen van wat jij goed acht.

Dan zeg ik: lieve mensen, zouden we de vrede misschien niet anders kunnen vertalen? Vrede is eigenlijk niets anders dan harmonie. Harmonie en vrede zijn in feite gelijk. Waar harmonie is heerst vrede en waar vrede heerst is harmonie bijna onvermijdelijk zodra er bewustzijn bestaat.

Laten we eens uitgaan van harmonie. Wat is harmonie? Harmonie is het evenwicht van krachten die allen beseft worden. En daar zitten wij in een mooi pak, want ik kan niet meer zijn dan ik ben. Ik kan niet meer doen dan mijn wezen mij toelaat te doen en te zijn. Dat is duidelijk. Maar wanneer ik nu eens geen grens stel tussen mijzelf en de ander. Op aarde noemen ze dat vaak delegeren van bevoegdheden. Maar in feite is het doodgewoon beseffen dat je deel bent van een geheel. Dan kun je voor datgene wat bij jou hoort ook beschikken over de kracht die je daar voor nodig hebt, want harmonie is niet alleen maar een principe van gelijkvormigheid, het is een kwestie van een wederkerige aanvulling en ondersteuning. Die ondersteuning is zozeer automatisch, dat wanneer ze wegvalt de harmonie verbroken wordt

Als je kijkt naar een groot orkest, dan kun je merken dat de mensen allemaal spelen. Er zijn natuurlijk instrumenten die allemaal ongeveer hetzelfde spelen. Maar daar tussen zijn bepaalde dingen, die eigenlijk helemaal niet opvallen en die er toch moeten zijn. Soms is dat één triller van een piccolo, of even een herhaald ritme van een triangel; je hoort het in het orkest niet eens. Maar neem het weg en het is gebroken. Er is iets niet meer. Er is geen evenwicht meer. Die kleine dingen geven eigenlijk de balans.

Ik denk dat ergens God ons die kleine dingen geeft. Ze zeggen altijd; “God geeft alles.” Nou dat zal wel. Maar dan geeft God nooit genoeg van wat je wilt hebben en altijd te veel van wat je liever zou laten liggen.

Hij geeft ons alles? Neen, ik geloof dat God ons de mogelijkheid geeft en dat Hij daarbij – wanneer wij naar harmonie streven – die kleine extra effecten geeft, waardoor wij eigenlijk harmonie pas kunnen beleven, wanneer wij die effecten proberen uit te schakelen of zeggen “Ja, maar dat hoort er niet bij”. Dan zijn we verloren, dan is de harmonie weg. Misschien kan ik het zo zeggen:

Wanneer wij in harmonie willen zijn, wij, zoals we hier zitten, geest en mensen bij elkaar, dan moet er een ogenblik komen, dat wij ons niet afvragen wie meer of wie minder is. We moeten ons ook niet meer afvragen wat goed en wat kwaad is. Dat zullen we later wel zien.

Het enige wat we nu moeten zijn is deel van een geheel. Dat wil zeggen, dat onze kracht binnen dat geheel bestaat. Dat die kracht kan uitvloeien naar de rest van het geheel als dat nodig is. Maar omgekeerd, dat wij ons zelf ook niet zullen afvragen of wij kracht krijgen, maar dat wij het gewoon accepteren. Ik geloof dat dat heel belangrijk is.

Wanneer wij hier harmonisch willen zijn moeten we gewoon komen tot een aanvaarding. Dan moeten we zo dadelijk alle argumenten nog eens gaan overwegen. We kunnen ons bezig houden met de vraag hoe dit of hoe dat zal zijn. Maar eigenlijk is dat niet belangrijk. De harmonie ontstaat juist op het ogenblik, dat er geen verschillen meer geaccentueerd worden. Als je verschillen niet accentueert krijg je vanzelf ook die toestand van vrede, waarover ons gast gaat spreken; al weet ik niet wat hij daarover wil gaan zeggen. Maar dat zult u dadelijk wel merken.

Wanneer wij hier gewoon harmonisch zijn, gedachteloos even alles in elkaar laten overvloeien, niet denken van ik ben dit of jij bent dat, of wij zijn zus, of zelfs maar wij zijn de Orde en de rest is de wereld gewoon; wij zijn er, dan krijg je als vanzelf ineens een soort spanningsveld. Niet onaangedaan, maar het is er. In dat veld kunnen wij op een gegeven ogenblik a.h.w. ontspannen, gewoon ontspannen.

Wat gebeurt er dan? Het gekke is, dat op dit moment dat wij dat tot stand brengen, de grens is weggevallen tussen onze wereld en de uwe. Niet dat u het zult zien, maar onze wereld heeft haar eigen kracht, haar eigen energie, haar eigen invloed en die is opeens één geworden met uw kracht, met uw mogelijkheden en uw visie.

Als je dat zo in je laat doordringen dan is dat zo mooi. Dan is het net als in de zon liggen aan de rand van het bos, het vogeltje zingt, je hoort wel wat ruisen, er drijft een wolkje over, heerlijk. Zou dat vrede zijn? Ik denk het wel.

Ik denk, dat de veelheid van allerlei uiterlijkheden, van denkwijzen en vormen moet versmelten tot we eigenlijk die harmonie zijn, die kracht zijn geworden en verder niet. Op dat ogenblik beleven wij ergens vrede. Ik weet heus wel, dat je wakker wordt uit die vrede en dat die wereld weer allerlei dingen heeft, waar je het maar heel moeilijk mee zult krijgen. Maar dat hindert toch niet? Want de vrede is terug te vinden.

Een mens, een geest is op weg naar het onbekende. We weten heus nog niet waar wij te land zullen komen, maar voorlopig blijven wij groeien. Wij zijn net als een rups, die zich voortdurend vol vreet en dan uiteindelijk zijn huid moet achterlaten omdat hij anders niet verder groeien kan.

Het geeft niet dat wij wat achterlaten. En het geeft niet dat wij nog voortdurend bezig zijn met denkbeelden, met alles naar ons toe te halen en ons er mee vol te stoppen. Dat is gewoon een deel van ons groeiproces. Pas op het ogenblik dat wij volgroeid zijn is vrede blijvend. Maar nu is het zoiets als een vage droom.

Stel u voor dat een rups zou slapen en dromen. Kunt u zich voorstellen dat een rups slaapt en droomt, dat hij als een vlinder boven de wei zweeft? Dat doen we soms. Maar ik denk dat wij nog rupsen zijn. Onze vlagen van vrede, onze vlagen van even toch werkelijk alles accepteren zoals het is, die gaan allemaal voorbij. Wij moeten verder.

Onze hele wereld, ons hele bestaan, ons hele ik moet vervuld worden van erkennen, van weten, van waarmaken wat wij zijn. De werkelijke vrede kan pas komen wanneer wij dat doel bereikt hebben, maar daar tussendoor zijn er de ogenblikken van vrede.

Ik weet niet of ik er in geslaagd ben om het even te demonstreren, want ik ben een beginneling zeker wat dit betreft. Esoterie ligt mij niet zo zeer en als je er dan nog over moet praten als inleider is het helemaal moeilijk.

Als ik u iets heb kunnen laten voelen van de mogelijkheid van alleen maar even absoluut ontspannen zijn, absoluut rustig zijn, meer niets, dan heb ik geloof ik een bewijs geleverd voor mijn stelling ten aanzien van de vrede.

De vrede is de eindtoestand waarin wij terechtkomen. Maar om die vrede blijvend en werkelijk volledig te kunnen aanvaarden, moeten wij eerst onszelf worden. Werkelijk onszelf niet in een beperkte vorm maar alomvattend. Alle tijd, alle sferen, alle ruimten samenvoegend tot één beseft geheel. Voordat we dat bereikt hebben zal vrede altijd slechts zijn: het even proeven aan de oneindigheid tot wij ons weer herinneren hoe beperkt wij zelf nog zijn Dan beginnen wij weer verder te ruziën en te vechten.

Dan zijn we weer bang dat we ongelijk krijgen. Dan zij we weer bang dat een ander meer zal zijn dan wij. Kortom, dan maken wij weer al die zelfde vergissingen.

Mijn beschouwing van vrede is niet iets wat de Heer ons brengt. Ze is niet iets wat God ons geeft. Ze is iets wat er bestaat voor iedereen, voor alles. Maar dan wel alleen voor iedereen en alles dat eerst zichzelf volledig heeft vervuld. Dat wil zeggen: zijn eigen besefte deel is geworden van het oneindige geheel.

De gastspreker heeft op zijn manier vrede gevonden of een deel daarvan, in een vreemde mengeling van geloof, van allerlei dingen die op aarde occult heten, van beschouwingen ten aanzien van kosmische geheimen. Maar hij is nog bezig. Want hij probeert nog te leren. Hij probeert nog te werken. Hij probeert nog te overtuigen.

De werkelijke vrede heeft hij volgens mij nog niet. Maar hij is misschien verder gekomen in die richting dan wij, dat is mogelijk. Daarom zou ik willen zeggen: “Mensen erger je er nu niet aan als er te veel over vrede wordt gesproken, want er zit zo onmetelijk veel aan vast. En alles wat er aan vast zit heeft toch direct betrekking op jezelf, wat je zelf bent wat je zelf doet. Wat je erkent t.a.v. jezelf.”

Als je je niet ergert is tenminste een ogenblik van vrede steeds weer bereikbaar en daarmee de kracht, die wij nodig hebben om verder te gaan met onze strijd, om de werkelijke blijvende vrede voor onszelf en alles, waarin en waarvan wij ons zelf als deel beseffen, bij hoort. Zo zie ik het.

De Gastspreker

Men heeft mij gevraagd het een en ander tegen u te zeggen en ik heb als onderwerp “de vrede` gekozen. De mensen denken in deze tijd dan aan wereldvrede. Ik voor mij leef in een andere wereld en ik heb andere begrippen. Voor mij is vrede eigenlijk het opgaan in het andere, in het nog niet omschrijfbare.

Wanneer je als mens leeft – en dit weet ik uit ervaring – dan is het altijd weer een spelen met belangen tegen belangen, met dromen en wensen tegen werkelijkheden. Je bent altijd bezig om jezelf op een of andere manier in je eigen ogen te bevoordelen. In de meeste gevallen lukt het je maar half of zelfs helemaal niet.

Mijn oorspronkelijke beroep was bouwen. Wanneer er een schuur nodig is dan zet je een schuur neer. Wanneer er een huis nodig is dan zet je een huis neer. Alles heeft wel zijn eigen regels; daar zijn grondvormen voor. Maar het is duidelijk dat wanneer iemand een stal wil hebben, je moet weten waarvoor die stal is. Je moet kijken wat er voor ruimte is. Je moet je afvragen, wat zo iemand daarvoor kan betalen en dan kun je pas gaan bouwen.

Datzelfde is ook geestelijk het geval. De meesten van ons zijn geneigd om geestelijk dan maar aan het bouwen te slaan, zomaar in het wilde weg. Ze vergeten daarbij, dat je een bepaalde grondvorm nodig hebt. Maar grondvormen op geestelijk terrein zijn terug te vinden in het wat te fijne christendom. Je hebt nu eenmaal termen nodig. Je hebt materiaal nodig en je hebt een eerste vorm nodig om alles aan te kunnen passen.

Mijn fout is geweest dat ik de zaak nooit heb aangepast. Op aarde heb ik alles dichtgemetseld met Bijbelspreuken. Maar toen ging ik ontdekken dat het leven anders is dan ik me ooit had voorgesteld, dat er werelden zijn van kracht, werelden van schittering, werelden van een onmetelijke melancholie. Dan ga je proberen te zoeken naar de regels die daar achter liggen.

Zoals iemand die wil leren bouwen eerst een paar grondregels moet kennen, zo moet iemand die in de grote wereld van onze Heer probeert voor zich of voor anderen iets te bouwen, eerst weten wat de grondregels zijn. Een van die grondregels en voor mij misschien een heel erg belangrijke is:

Wanneer je niet kunt liefhebben maak je het onmogelijk dat men jou bemint in de werkelijke zin van het woord.

Wanneer je niet kunt vergeven zal niemand jou wezenlijk kunnen vergeven, omdat alles, wat je anderen tegenhoudt, in jezelf, ook tegen jezelf gebruikt zal worden. Een huis dat verdeeld is gaat aan zichzelf ten gronde. Vrede is het eerste begin dat wij nodig hebben om iets te kunnen bouwen, dat niet in elkaar stort, dat blijvende waarde heeft.

Nu is het duidelijk dat er tegenstellingen in overvloed zijn. Wanneer je b.v. bouwt met ijzer en stenen of zoiets, dan zul je zien dat je soms een steen moet halveren. Dan zul je zien, dat je soms ook met de manier waarop je voegt rekening moet houden met de zin van wat je aan het bouwen bent. Het is niet alleen maar vakjes invullen. Het is wel degelijk samenhangen creëren.

Wat wij geestelijk doen heeft te maken met hetzelfde principe. Je leeft op aarde. Je, leert bepaalde dingen, sommigen goed, sommigen verkeerd. Voor jou is dat één leven. Maar in het geestelijke bouwwerk past dat geheel zo niet. Dan moet je de steen breken tot ze past en dat doet soms pijn.

We hebben altijd een beeld van onszelf als een volledigheid zonder dat wij het werkelijk zijn. Misschien is het juist dit denkbeeld, dat er niets in ons wezen is wat opzij gezet mag of kan worden, wat het ons moeilijk maakt om ooit vrede te vinden.

Het is hetzelfde wanneer je met verschillende materialen werkt, soms laat je een draagbalk rusten op een stenen muur, maar dan moet de muur er op berekend zijn, anders is het zinloos; dan moet je gaan stutten. Wanneer wij bezig zijn om in onszelf kracht, vrede en werkelijkheid op te bouwen, dan moeten wij wel zorgen dat de dingen bij elkaar passen, of we willen of niet. Niet onze denkbeelden, maar gewoon de kracht en de werkelijkheden waarmee we te maken hebben.

Dat is het grote probleem, tenminste voor mij, wanneer je praat over vrede. De vrede in de mens kan niet bestaan wanneer die mens delen van zichzelf ontkent, dat is duidelijk. Ik heb in mijn aardse leven geprobeerd om mijn eigen fouten uit te roeien en het is maar een geluk dat ik er niet in geslaagd ben anders had ik waarschijnlijk mijzelf grotendeels uitgeroeid.

Ik moet mijn fouten zien voor wat ze zijn. Ik moet weten dat ze er zijn. En ik moet weten dat ik die fouten niet kan gebruiken om mee te bouwen. Daar kan ik niets op baseren, daar kan ik niets op laten rusten. Maar wanneer ik dan ook zo ver ben dat ik het goede zodanig samenvoeg dat het draagkracht heeft, dan zal ik, doordat ik het andere voorlopig als een ornament aanvaard, veel gemakkelijker kunnen bouwen.

Er schijnen nogal wat occulte en andere regels te zijn. Ik weet niet of ze op aarde zo bekend zijn. Onze ouderlingen kenden ze zeker niet. Ik heb daarvan een deel teruggevonden op mijn manier. Een van die regels is deze:

Wanneer je vrede zoekt moet je de strijd niet vrezen of ontlopen. Maar je moet beseffen, dat zij van geen betekenis is en dat je niet kunt bouwen op strijd, maar alleen op de vrede, op de rust. Het is alsof je je hele leven opnieuw gaat bekijken.

Wanneer de mensen bezig zijn – en ik heb het gezien van mensen die ook in uw dagen nog aan magie doen – dan zie je dat ze bezig zijn om bepaalde krachten op te roepen. Wat blijkt nu de regel te zijn? Ze roepen die krachten op door tijdelijk, let wel, tijdelijk alles te vergeten wat niet past bij het wezen van de geest die ze oproepen.

Dat is het principe waarover ik spreek. Het andere is er wel, maar het andere telt niet. Ik kan mijn wezen richten op bepaalde krachten in mijn eigen wereld. Het zijn niet altijd krachten waar je precies van weet wat ze zijn. Maar je weet in ieder geval wat ze doen.

Ik denk, dat iemand die een watermolen bouwt ook niet precies hoeft te weten waar het water vandaan komt, als het er maar is. Want het gaat er om dat hij de kracht van het water gebruikt, niet dat hij precies weet hoe de circulatie loopt. Voor mij is het niet belangrijk waar die kracht precies vandaan komt. Voor mij is belangrijk dat, wanneer die kracht er is, ik die kracht kan gebruiken om in mijzelf bepaalde dingen te doen, iets in beweging te zetten Daarmee ben ik dan op dat ogenblik veel sterker dan ik zelf ooit zou kunnen zijn.

Ik heb eens een watermolen gebouwd. Daarbij was één ding erg mooi wanneer er water was en het molenrad draaide, dan kon die ene molen 5 á 6 zakken in één greep omhoog brengen, daar waar een man één zak moeizaam en in twee keer klimmen misschien op dezelfde hoogte kon brengen.

Ik denk dat de kosmische kracht – want zo noemt men dat dan – iets dergelijks is. Ik kan haar gebruiken om in mijzelf lasten op te heffen, lasten te veranderen en te verplaatsen, die ik zelf zonder die energie niet zou kunnen veranderen of alleen maar stukje bij beetje en heel erg moeizaam.

Herinneringen kwellen een mens als hij terugkomt in een menselijke gedaante. Ik vraag mij opeens af, waarom ik een aantal van onze hooggewaardeerde voorgangers en dominees waar ik nu ben nooit ontmoet heb. Want zij hebben altijd gezegd, dat ik een zondaar was en daar hadden zij ongetwijfeld gelijk in. Maar schijnbaar ben ik met mijn zonden nog beter terechtgekomen dan zij met hun deugden.

Dat is een stille voldoening hoor. Want je houdt als goed christen wel je mond als de ouderling of zelfs de voorganger je komt uitveteren, maar u weet het zelf wel, wat je denkt is niet altijd even lijdzaam als het gezicht dat je trekt, wanneer er uiteindelijk met je gebeden wordt. Trouwens, ik vraag me nu ook af wat het nut daarvan ooit is geweest.

Maar ik wou proberen duidelijk te maken wat vrede is. Wanneer ik mij alleen blijf baseren op de dingen die in mijzelf op dit ogenblik goed zijn, die ik aanvaard, dan kan ik daarmee enorm veel doen. Dan kan ik de kracht die er is niet alleen bespeuren, maar ik kan ze gebruiken, ze werkt voor mij, ze schept mogelijkheden. Daardoor is het voor mij vanzelfsprekend geworden dat zaken van dit is het laatste bestaan en voorgaande levens komen alle precies op hun plaats, alleen door die kracht, terwijl ik het zelf zonder dat niet zou kunnen doen.

U kent het gebruik waarschijnlijk nog wel, wanneer je de kap er op hebt staan gaat de boom er op en dan komt het pannenbier. Dan ben je nog niet klaar met wat je aan het doen bent, maar je hebt een punt bereikt waarin het zijn samenhang heeft. En pannenbier betekent dan onderbreking van het werk, een zekere vreugde en voor de ondernemer handje contantje.

Als u vindt dat ik te veel over mijzelf praat mag u het rustig zeggen. Dat heb ik ook altijd tegen mijn arbeiders gezegd: ”Je mag zeggen wat je wilt, als je je mond maar houdt als ik nee zeg.” Dat schijnt ouderwets te zijn, maar ik vond het zo gek nog niet.

Wanneer je eenmaal zo’n punt hebt bereikt dat je zegt: nu heb ik iets van mijzelf in elkaar zitten, het is gedegen, het staat er, dan ben je blij. Dan komt er een tijd, dat je zoals de arbeider en ook jijzelf wanneer de kap er op staat er een feestje van maakt. Dat je ergens anders gaat kijken. Dat je je soms bedrinkt aan licht of aan vreugde. Maar er komt altijd weer een ogenblik, dat je teruggaat want het werk moet af.

Voor mij is zo’n ogenblik datgene, wat ik nu ken als vrede. Je zou het kunnen noemen: het voor jezelf aanvaardbaar en goed afsluiten van een bepaalde fase, van een bepaalde periode. Dan ontdek je hoe belangrijk die kracht eigenlijk is. Die vreemde kracht die gewoon even niets in beweging zet. Die alleen nog maar op de achtergrond is zoals het klateren van het water in de molenbeek wanneer het rad ook stil staat.

Op die manier hoor je de kracht eigenlijk diep in jezelf. Je weet dat ze er is, maar je hebt ze even niet nodig. Vreemd is dat, dat vrede niet is de kosmische kracht zelf, maar het feit dat ze er is, terwijl je ze even niet nodig hebt.

Men zegt in bepaalde occulte kringen dat rust het begin is van het nieuwe ontwaken. Nu lijkt mij dat een beetje vreemd. Als je naar bed gaat ga je naar bed om te slapen en niet om te ontwaken. Dat ontwaken komt vanzelf wel. Maar bij deze kracht is het dus zo: ze is er en je hebt haar niet nodig. De rust is eenvoudig het vinden van het nieuwe denkbeeld, waarmee je je bouwwerk verder kunt afmaken, terwijl dan die kracht daarvoor bruikbaar is.

Wie vrede zoekt moet eerst in zich een beeld vinden. Hij moet eerst in zichzelf het plan vinden. En dan moet hij alle goede dingen bij elkaar pakken en wat er verder nog bij is dat vergeet hij maar even. Later kan hij eventueel bij gaan kappen; hij kan het voegen, hij kan bij wijze van spreken nieuw aftimmeren, hij kan er ornamenten ophangen. Dat kan later. Nu moet hij eerst bouwen.

Stukje bij beetje maak je jezelf meer en meer waar in jezelf, doordat je steeds weer die stukken vindt waarvan je zegt: dat is mijn wezen, dat vertrouw ik, dat hoort bij elkaar, dat past mij. Elke keer zeg je: er is veel bij wat niet belangrijk is. Dan zeg je: “Goed, dat is er, maar het past niet in mijn plan van leven.”

Dan komt er een ogenblik dat je innerlijk a.h.w. zo hecht en stevig in elkaar zit, dat je zeggen kunt: nu is het eventueel mogelijk dat ik wat aan die slechte dingen ga doen. Ik neem het goede van alle dingen en het nadeel. De slechte kanten ervan vergeet ik.

Hierdoor ken ik een mate van harmonie, ken ik een mate van vrede. Die vrede is de kracht die overal om mij heen is, maar die dan voor mij begint te bewegen, te stromen, te werken. Die in mij is, die vanuit mij kan uitgaan, kort en goed, die alles mogelijk maakt wat ik zelf niet zou kunnen doen.

Juist wanneer die kracht je beweegt ontdek je hoeveel mogelijkheden je hebt. Dan zie je hoe je die mogelijkheden niet moet zoeken buiten jezelf, maar in jezelf. Dan kun je stukje bij beetje wat in je leven is op zijn plaats zetten tot het precies daar is, waar het voor jou hoort.

Elke keer als je daarin geslaagd bent is er een ogenblik tijd voor pannenbier. Dan is het even tijd voor rust, voor vrede. Even ademhalen, gelukkig zijn. En dan kijken naar wat je bent en zeggen: ”Het is niet voltooid, ik moet verder.” Daarna weer zoeken en plannen maken, weer precies kijken wat je nu wilt gaan doen en hoe. Je niet afvragen of dit te zwaar is of te licht. Want de kracht zal je heus wel helpen wat te zwaar is op zijn plek te brengen. Maar ik moet eerst zorgen, dat ik mijn basis weer gelegd heb.

Zo wordt de vrede steeds sneller in mijzelf herhaald.

Ik heb eens een tijd lang een meesterknecht gehad, die het nooit eens was met hetgeen ik deed. Hij had vaak gelijk ook. Maar ik was de baas en hij was de knecht. Geestelijk moeten wij de baas zijn, de stof is onze knecht. Misschien weet die knecht het op bepaalde ogenblikken beter dan wij. Maar wij bouwen, niet de knecht. De knecht is uitvoerdertje. Wij zijn degenen die verantwoordelijk zijn.

Vrede bouwen op aarde kun je nooit doen door eenvoudig te kijken wat stoffelijk wenselijk en noodzakelijk is. Dat kun je alleen maar doen door ze in jezelf te vinden en in jezelf zo hecht en stevig te maken, dat de wereld ze niet meer om kan gooien. Als je dat hebt, dan staat daar vrede voor iedereen kenbaar geschreven.

U kent allemaal het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil. Ik heb me vroeger ook wel eens afgevraagd, wat zou die knaap hebben gehad? Stonk hij zo dat ze hem niet lustten? Of was hij een leeuwentemmer? Of stond er een onzichtbare muur om hem heen? Wat was er gaande? Nu ben ik er achter gekomen. Niet dat het verhaal historisch helemaal juist is. Ook daar ben ik nu achter gekomen.

Op het ogenblik dat Daniël ondanks alles in zich vrede is, kan de leeuw die vrede niet verstoren. Maar om aan te vallen moet hij die vrede vernietigen, die hij ziet als een werkelijkheid en zelf beleeft. Als je niet bang bent voor de leeuw, maar als het ware uitstraalt wat je bent, ziet de leeuw in jou zichzelf en zichzelf valt hij niet aan.

Dat is nu de grote moeilijkheid denk ik. Mensen die op aarde vrede zoeken willen de baas zijn over de leeuw. Maar dat moet je niet zijn. Je moet leeuw zijn met de leeuwen. Je moet niet als Mithras en zijn hele mispogen in het vuur staan en zingen zonder meer. Je moet in het vuur staan en één zijn met het vuur. De vrede die in je leeft overwint de angst. Maar de angst overwint de macht van het vuur. Het vuur beantwoordt aan wat je bent en het maakt een lijst om je heen zonder dat het je kan verteren. Want voor het vuur ben je vuur. En vuur verteert zichzelf niet, want het is verschijnsel.

Als je zo kijkt naar wat de Bijbel of het oude testament ons te vertellen heeft ga je begrijpen waar het om gaat. Wij kunnen niet een onmetelijke vrede oprichten in onszelf. Een mens kan niet boven de wereld uitstijgen. Hij kan hoogstens boven de wereld uit kijken. Een geest kan niet buiten het bestaan van het ik treden. Hij kan alleen uitzien boven zichzelf en beseffen dat er iets anders is. Goed voor jezelf zijn; maar je moet het zijn in de juiste kracht, in de juiste verhoudingen, in de juiste band. Die band vind je in jezelf en in de geest.

Op het ogenblik dat je in jezelf, al is het maar de eerste beginselen, positief bij elkaar horend opeen stapelt, begint die eigenaardige stroom van kracht om je heen. Ze wervelt zelfs in twee richtingen tegelijk tegen elkaar in. Je kunt kiezen welke kracht je moet stuwen. Al wat in jezelf niet bereikbaar lijkt omdat het te zwaar is, is te bereiken wanneer je die kracht gebruikt.

Esoterie is: begrijpen wat je bent, niet meer en niet minder. Wanneer je begrijpt wat je bent kun je pas beginnen met bouwen. Dan weet je wat er aan mogelijkheden zijn, maar dan moet je ook weten wat de behoefte is.

Droom niet van jezelf als een enorme kerk, wanneer je maar net genoeg ruimte hebt voor een uitvoerige kippenren. Kijk naar wat je kunt op dit ogenblik en zoek dan naar de positieve zaken die in je bestaan. Voeg ze bij elkaar. Kijk hoe ze aan elkaar passen tot ze voor jou een geheel vormen, een werkelijkheid. Iets wat vorm heeft, wat gebaseerd is op de wereld waarin je leeft, maar wat gelijktijdig in jezelf vast en zeker is.

Zo vind je het eerste contact met die vreemde kracht, de kosmos. En dan behoef je je verder niet meer af te vragen wat er moet gebeuren. Dan moet je weten wat er in jezelf bestaat. Wat voor jou eerlijk, oprecht en waar, innerlijke positieve kracht betekent. En dan komt daar de stroom en die brengt het op zijn juiste plaats, zet het in zijn juiste vorm. Want dan is er de kracht buiten je, die die denkbeelden waarmaakt.

Esoterie is de reconstructie van dat wat je in jezelf draagt als het grondplan van je bestaan.

De mensen geloven misschien wel in die woorden, maar dan zeggen ze: ik kan die kracht niet vinden. Die kosmische kracht is er voor mij niet. Een dwaas zegt dat omdat hij niet begrijpt dat kosmische kracht niet naar buiten toe werkt zonder dat ze eerst in je bestaat.

De kracht van de kosmos is als datgene, wat wij geloven van het bloed van onze Heer Jezus Christus. Het is datgene, wat ons reinigt van disharmonie, wat onze zonden wegneemt. Wat ons verlost, vrij maakt. Niet stoffelijk, niet in de zin van: O, wat wordt het leven nu gemakkelijk. Maar dat ons innerlijk vrij maakt om onszelf te zijn. Wat ons de kracht verschaft om onszelf op te bouwen tot wij ons zelf innerlijk kunnen aanvaarden en kennen. En pas wanneer dit in ons is gebeurd kan het van ons uitgaan, kan de kracht van ons uitstromen.

Deze cursus gaat over esoterie; tenminste dat hebben ze mij verteld. Daarom zeg ik u dit: hoe je de plannen opbouwt voor wat je innerlijk wilt zijn en worden is niet belangrijk. En of je dat doet aan de hand van de Bijbel of een ander geschrift is ook niet belangrijk. Maar wat wel belangrijk is en blijft, is dat je uitgaat van de dingen in je leven, je beleven, je denken, je innerlijk weten, die je aanvaardt als horende bij God, horende bij kracht en ook deel zijnde van jezelf. Dat is het enige.

Wanneer je daarmee bezig bent vind je steeds weer vrede. Na elke rustpauze van vrede vind je ook weer de kracht om verder te gaan en zelfs de vreugde van het verdergaan. Want opbouwen tot je helemaal past bij al dat onkenbare wat om je heen stroomt, is een voortdurende vreugde en het is een voortdurende en zware taak. Maar wanneer je het doet ben je steeds weer blij, ben je licht ondanks alles.

Wij die gebogen gingen, zeggende dat wij moesten gaan door dit aardse tranendal, wij hebben één ding verloochend: het licht in onszelf. De God die in ons spreekt. De openbaring van de geest die in ons werkt en die niet bestemd is voor de wereld, maar voor onszelf, het diepste innerlijk weten omtrent onze vorm, onze gestalte, ons wezen.

Dat zijn de dingen waar je ook als mens mee bezig kunt zijn. Het is niet altijd zakelijk; ik weet het. Wanneer de kracht in je werkt is wat er gebeurt niet altijd redelijk. Het is een magisch gebeuren, zegt men dan. Het is een ontplooiing van de goddelijke kracht. Het is een stem die door jou spreekt. Het is er. Maar die dingen zijn alleen mogelijk wanneer wij in onszelf zoeken naar de juiste samenstelling van alles wat in ons leeft.

Denk dan niet dat die wereld zo belangrijk is. Laat je niet voortjagen. Hier zit een dwaas die zich heeft laten opjagen. Opjagen door geld, door aanzien, door de wensen van mijn familie, de behoeften van mijn arbeiders en natuurlijk door mijzelf. Je komt er niet verder mee.

Aanvaard wat je bent. Kijk goed wat je bent en hergroepeer wat je bent tot het last. Tot het een eenheid is. Dan zul je zien dat zelfs ook stoffelijk in het leven vrede te vinden is, dat er kracht mogelijk is. Dan zul je ook ondervinden, dat er in je een lichtje is, waarbij het steeds mogelijk wordt te zien of wat je doet voor jou werkelijk goed is.

Geen geweten, maar gewoon het zien of zaken innerlijk passen bij hetgeen je nu bent en wat je nu bouwt. Elke keer als je ziet dat het goed is ken je vreugde en ken je vrede.

Wanneer de mensen die vrede vinden blijkt dat de strijd, die het leven in de stof altijd is en zal zijn, zo onbelangrijk wordt, dat ze daardoor van betekenis verandert. Dat ze niet meer is het overwinnen van tegenstanden, maar alleen nog het registreren van ervaringen en daardoor ook het juister vinden van de werkelijke bouwplannen die er in je liggen.

Wees niet bang voor jezelf. Probeer alles wat in jezelf werkend wordt als positief en goed zo samen te voegen dat het een hecht bouwwerk wordt. Als het zover is zien wij elkaar wel weer.

Ik heb geprobeerd te geven wat voor mij het belangrijkste is. Jullie zullen er mee moeten werken zoals het voor jullie het meest juist is. Maar hoe het ook zij, in de oude termen: moge de zegen van de Heer Jezus Christus over ons nederdalen en ons sterken op het pad van de geest opdat wij in kunnen gaan in het Koninkrijk Gods.