Vreemde krachten

uit de cursus ‘Kosmische aspecten’ (hoofdstuk 5) – februari 1972

Vreemde krachten

Zoals we in een regelmatig stelsel van sterren wel eens een komeet zien, een lichaam dat zich met zo’n grote baan voortbeweegt dat het onregelmatig lijkt op te treden, zo hebben wij ook in de krachten, die de aarde, het zonnestelsel en andere sterren en planeten beïnvloeden, verschillende krachten, die schijnbaar onregelmatig optreden. Daarover zou ik u vanavond het een en ander willen vertellen.
Wij hebben vorige keer erop gewezen dat er historisch verschillende parallellen in jaren te vinden zijn die in de 2160 jaar‑cyclus niet helemaal passen en dat wij daarin verschuivingen zien. Ik heb getracht duidelijk te maken dat desondanks in de tijdspiraal toch wel van een parallel kan worden gesproken. Je zou kunnen zeggen dat er vreemde krachten optreden, die soms het gebeuren en de tendensen versnellen, soms deze ook vertragen ten aanzien van het normale verloop. Hierbij dient u rekening te houden met het feit dat we in een tijdspiraal, als wij het middelpunt bereiken bij gelijke bewegingssnelheid, altijd een veel snellere opeenvolging van gebeuren krijgen.
Deze vreemde krachten zou men misschien het best kunnen omschrijven als zwervende entiteiten. Misschien zou men hen ook zendelingen kunnen noemen. Het zijn bezielde krachten maar ze kunnen niet worden gerangschikt onder de stralen, de Heren of wat dan ook. Ze zijn er eenvoudig: Als wij daaraan een karakteristiek willen verbinden, dan zouden we kunnen zeggen: Het zijn een soort Aartsengelen. Ze zijn zoiets als de vreemde krachten: de Ruiters uit de Apocalyps. Want deze krachten met hun persoonlijkheid, met hun vaak enorm grote vermogens treden maar een korte tijd op.
Het optreden van een grote kracht kan gepaard gaan met een onmiddellijk daardoor bepaald gebeuren. Maar dan moet die kracht wel precies parallel lopen met zonne‑invloeden en niet strijdig zijn met het optreden van kosmische invloeden, die wij met kleuren plegen te definiëren. Is het echter het geval dat ze volledig uitwerken, dan wordt de totale werking daarvan geschat binnen 20 jaar op aarde volledig te zijn verwerkt. Er blijft dan nog wel heel wat over dat moet worden geregeld want er zijn heel veel veranderingen gekomen, maar aan de andere kant kun je zeggen: Met die 20 jaar is het eigenlijk wel bekeken.
In die 20, jaar vinden wij dan meestal 5 tot 6 kroondata; d.w.z. datums waarop bijzondere omwentelingen, bijzondere gebeurtenissen plaatsvinden, die vaak vele eeuwen lang hun stempel op de verdere ontwikkeling kunnen drukken.
Ik kan u al deze vreemde krachten niet afzonderlijk definiëren. In dit deel van het Melkwegstelsel treffen wij er een tiental aan en als wij rekening houden met enkele krachten, die met een zeer ongeregelde periodiciteit het gehele Melkwegstelsel doorlopen, dan komen we tot een iets hoger aantal, dan komen we waarschijnlijk aan 50 of 60. Laten we proberen één van die krachten een gestalte te geven, dat verduidelijkt de zaak meestal. Als wij ons hem moeten voorstellen, dan is hij een soort Zoon van de Wind, Boreas. Wij kunnen hem ons voorstellen als een stormwind, die komt aanrazen en plotseling alles ontwortelt. Een stormwind, die gelijktijdig met een enorme gloed de hartstochten doet oplaaien en aan de andere kant alles wat mors is, kan breken. Deze invloed pleegt de aarde op schijnbaar onregelmatige tijden te benaderen, waarbij wij kunnen opmerken dat hij onder sommige omstandigheden 4 à 5 keer in een eeuw de aarde benadert (althans het zonnestelsel) terwijl hij daarna vaak 800 à 900 jaar wegblijft. Het is een heel curieuze kracht.
Als wij proberen zijn uitwerking op aarde te definiëren, dan moeten wij zeggen dat dat natuurlijk ligt aan de maatschappij waarin die invloed werkzaam is en verder ligt het ook veel aan de mensen: hun geladenheid en hun denken. Maar altijd is het eindresultaat dat een bestaande machtsverhouding totaal omkeert. Er blijft weinig van over. Het is geen revolutie maar gewoon een afbrokkelen. Als die kracht in deze tijd komt (ik geloof dat wij nog wel enkele jaren de tijd hebben voordat hij weer langs komt), dan zou dat kunnen betekenen dat b.v. alle satellietlanden van Rusland plotseling een afkeer krijgen van de Russen en een nationale politiek proberen op te bouwen en dat gelijktijdig in Rusland verschillende nationalistische groepen met zeer grote activiteit zich ook beginnen onafhankelijk te maken én dat de centrale machthebbers op een gegeven ogenblik niet meer in staat zijn het geheel te beheersen. Hetzelfde zou dan ook kunnen gelden voor de Ver. Staten en de daarbij behorende satellieten, pardon, bondgenoten.
De situatie is dan verder meestal zo, dat nieuwe denkbeelden vat krijgen! Degenen die bij de oude periode behoren, krijgen ontzettende heersers‑ en playboyneigingen. Dezen worden dan geconfronteerd met mensen, die alle macht ontkennen en die de neiging hebben om zelf groepen samen te stellen. Wij zien dan een verbrokkeling van een maatschappelijk geheel in vele kleine, onderling vaak intrigerende en actief zijnde groepen, die soms even met elkaar samenwerken maar altijd toch weer met elkaar in botsing komen. De bestaande instellingen kunnen een dergelijke spanning niet verdragen, ze brokkelen af. Steeds meer delen van een maatschappelijk geheel blijken dan niet meer in staat te zijn om mee te spelen. De geestelijke invloed daarvan is vreemd genoeg betrekkelijk klein.
Deze Boreas‑achtige kracht is eigenlijk een zeer materialistische kracht. Het gaat om de materiële veranderingen. De geestelijke veranderingen, die daaruit voortkomen, worden niet door deze entiteit of kracht beïnvloed. Ze worden eigenlijk alleen maar middels het stoffelijke eventueel gestimuleerd. Ik geloof zelfs niet dat wij hier van een bewuste stimulans mogen spreken omdat de meeste van deze vreemde krachten wonderlijk genoeg zich niet met geestelijke facetten bezighouden.
Er is een andere kracht, die ik misschien Typhon zou kunnen noemen en die de neiging heeft om bepaalde levensvormen enorm te versnellen. Deze komt gemiddeld eens per 300 tot 450 jaar voor, dat varieert iets, en heeft een hoogste krachtperiode van ongeveer eens in de 10.000 jaar. Die 10.000e keer is nog een eindje weg. De karakteristiek van deze kracht is b.v. het plotseling uitbreken van vele ziekten. We krijgen a.h.w. de grote plagen der mensheid: het uitbreken van builenpest, de zwarte dood en dat soort dingen.
Daarnaast zien wij gelijktijdig vergiftiging van water, regen van een bijzondere kleur, grote verstoringen in de atmosfeer. Hiermee gepaard gaat heel vaak maar niet altijd een reeks uitbarstingen op de zon waardoor de straling, die de atmosfeer treft, aanmerkelijk wordt versterkt. Wij nemen aan dat deze kracht één van degenen is geweest, die heeft gezorgd voor de mogelijkheid dat half‑eiwitten zich konden vormen.
Een ander type kracht is een typisch vindingrijke invloed. Ik zou hem misschien ‘Mechanicus’ moeten noemen. Hij heeft de neiging om rustig, bijna ongemerkt, naderbij te komen en dan de mensen de dingen plotseling anders te laten zien. Maar ook de dieren. In een dergelijke periode zullen dieren vaak iets van hun levensgewoonten veranderen. Mensen zullen heel vaak op een andere manier kijken naar de middelen en mogelijkheden waarover ze beschikken. Wij krijgen dan omvormingen. De uitvinding van het rad, het vuur e.d. zijn op zijn instigatie ontstaan.
Ik geef u nu drie van die krachten als voorbeeld. U heeft waarschijnlijk begrepen wat ik met deze vreemde krachten bedoel. Het zijn entiteiten. Ze hebben een wil, ze hebben een wezen, ze hebben een leven. Maar ze zijn vreemd genoeg niet gebonden aan het Melkwegstelsel. Van enkele krachten ‑ ik ken van deze soort er ongeveer 600 ‑ weet ik zelfs dat ze verscheidene sterrennevels beroeren. Hun periodiciteit is echter betrekkelijk groot zodat wij moeten aannemen dat ze voor de verplaatsing toch wel enige tijd nodig hebben. Eén daarvan, die een bijzondere invloed heeft op de vorming van sterrenplasma, is in uw heelal te zien met een periodiciteit van. ongeveer 400.000 à 500.000 jaar, maar hij schijnt daarnaast ook nog in enkele andere sterrennevels te opereren.

Wat willen ze?

Wij nemen aan dat hun denken hoofdzakelijk is gericht op het vormen en hervormen van de materie. Zoals u weet, heeft de materie een vervalelement in zich. Van alle krachtomzettingen blijft steeds een klein percentage achter, dat niet meer wordt teruggevonden. Zo wordt dus de energie van het heelal minder. Maar als deze entiteiten optreden, dan verandert er iets en daardoor neemt het gemiddelde krachtniveau weer toe. Misschien zijn ze wel Gods deegkloppers ergens in het deeg van de ontwikkeling. Ik weet het niet. Zeker is wel dat wij met deze krachten rekening moeten houden, wanneer ze de aarde kunnen benaderen.
Op dit ogenblik zijn we althans in een periode dat een benadering van dit zonnestelsel door vreemde krachten 4 of 5 verschillende factoren bevat binnen 300 jaar. En dat impliceert toch wel dat er enorme veranderingen kunnen plaatsvinden. Eén daarvan, die zeker de mens wat minder sympathiek zal, zijn, heeft de tendens de baanhellingshoek van een planeet te veranderen of aan te tasten, vooral als de as van die planeet al schuin staat t.o.v. de omloopellips en de planeet dus een tollende beweging maakt. Indien dat gebeurt, heeft u kans dat er een poolverplaatsing optreedt, die ernstig kan zijn. Dat wil zeggen dat de pool ergens komt te liggen waar nu de equator is b.v. Het kan ook een betrekkelijk geringe poolverplaatsing zijn waardoor de werkelijke poolas wordt verschoven met, laten we zeggen, 400 mijl. Dat is nog een aardige schok en betekent over het algemeen dat een dergelijke planeet nogal wat moeilijkheden krijgt te verwerken: watersnoden, vulkanische uitbarstingen, heel veel aardbevingen.
Nu zal die entiteit naar schatting over 160 jaar kunnen optreden. De vraag is alleen, of de mensen tegen die tijd geestelijk rijp genoeg zijn. Het vreemde is dat je vaak intuïtief deze invloeden kunt aanvoelen. Iemand die zo’n invloed aanvoelt, weet voordat de kracht werkzaam is geworden, eigenlijk al waar ze naartoe gaat en hij kan zich meestal veilig stellen, hij kan zich soms aan bepaalde gevolgen daarvan onttrekken maar in ieder geval zich veel beter dan anderen aan deze invloed en de resultaten daarvan aanpassen.
Een wat minder interessante invloed, die wij in de komende 4 à 5 jaar verwachten, is er een die de tendens heeft een revolutionair denken te veroorzaken. Hier zit iets bij wat u wel magisch zult noemen omdat die de neiging heeft de ontplooiing van geestelijke krachten te bevorderen. Nu moet u daarbij niet denken aan hocus‑pocus-pas maar wel aan veranderde sensitiviteit, een veranderde emotionele instelling van vele mensen. Dat is geen geestelijk element, het is een verandering, die in feite alleen maar een placering in het milieu bepaalt. Maar toch, het zou mogelijk zijn dat daaruit inderdaad allerlei opzienbarende ontwikkelingen zouden voortkomen.
Onze revolutionaire vriend, die ik u zo-even al heb genoemd, treedt ook op in de komende tijd. En dan krijg ik zo het gevoel dat wij in een heel kritieke periode zitten. Want waar deze vreemde krachten optreden, worden hun werking en invloed grotendeels bepaald door de normale kosmische werkingen. Deze kunt u dan voor een groot gedeelte aflezen aan de hand van de astrologische gegevens, aan de hand van de kosmische stralingen, zoals ze uit het Melkwegstelsel komen en zoals bepaalde geestelijke invloeden op de mensheid worden uitgestraald.
Indien die drie factoren zouden meewerken met die krachten, dan zou u verwachten dat de aarde misschien ondersteboven gaat. Ik verwacht dat eerlijk gezegd niet. Want als ik kijk naar de lichtende tendensen (kosmische tendensen), die zullen optreden, dan zie ik dat het rode licht over ongeveer 12 jaar veel minder frequent zal voorkomen en dat wij een veel frequenter optreden van de z.g. blauwe en paarse invloed krijgen. Dit impliceert dat de hartstocht (die moeten wij dan niet in zuiver lijfelijke termen vertalen maar hoofdzakelijk in temperamentstermen: de reactie op de wereld) zal plaats maken voor een zekere beschouwelijkheid, die bij sommigen tot mystiek zal worden maar bij zeer velen ook een grotere helderheid van denken teweeg zal brengen. Ik meen dat een kracht, die chaotisch schijnt in te werken, met een dergelijke invloed weinig kan doen. Die blauw‑invloed blijft ongeveer 3 à 3,5 jaar overheersen zodat wij wat betreft de invloeden, die over 4 à 5 jaar optreden, mogen rekenen op een tegenwerking wat het bestaan van het menselijk ras aangaat.
Dan zijn er bovendien bepaalde zonne‑invloeden, die ook erg rustgevend zijn in die tijd. U kunt het astrologisch een beetje narekenen. 1978 geeft een veel rustiger beeld dan 1972. Ook 1977 is helemaal zo gek nog niet. Het zijn jaren waarin je zegt: Alle tendensen zijn rustig.
De verschuivingen zullen betrekkelijk geleidelijk optreden. Daar noem ik een woord: verschuiving.
Als een vreemde kracht inwerkt, dan kan onder omstandigheden de verandering plotseling zijn. Maar als alle andere invloeden dempen, dan blijft die energie toch wel voor een deel hier op deze wereld. Misschien mag ik hier een vergelijking maken. Je kunt water oppompen naar een hooggelegen tank. Laat je hem ineens leeglopen, dan krijg je een enorme watervloed maar slechts voor een korte tijd. Je kunt het ook kanaliseren en dan kun je uit de volle tank een lange tijd een paar kranen bedienen, waarmee je water aftapt naar believen. Zou de mens een absolute beheersing over zichzelf hebben, dan zou hij een dergelijke kracht gewoon gebruiken als hij die nodig heeft. De reserve is er. Het is een zeker momentum dat in de materie is gegrift, maar de mens kan het temperen, hij kan het beheersen.
Ik neem niet aan dat de mensen zover gevorderd zullen zijn in 5 à 6 jaar. Ik denk dat ze daarvoor nog eeuwen nodig zullen hebben. Ze zullen echter ‑ gezien de blauw‑tendens die gaat domineren – waarschijnlijk wel in staat zijn de gevolgen van die kracht te herkennen op het ogenblik dat ze zich aandient en beperkende maatregelen tegen die kracht te nemen. Ze kunnen natuurlijk niet alle elementaire gebeurtenissen op aarde veranderen. Als er een aardbeving komt, veroorzaakt door zo’n kracht, dan kunnen ze niet zeggen: Wij zullen hem even stilleggen, of: we maken er een bibbertje van. Maar wij kunnen wel zeggen: Als een dergelijke kracht een muterende invloed heeft of als daardoor een verandering in stralingsverhoudingen komt, dan kunnen we ervoor zorgen dat wij ons langzaam aanpassen en gelijktijdig kunnen we voorkomen dat de resultaten daarvan ons gaan domineren. Men heeft dus de mogelijkheid om er iets tegen te doen.
De spreiding, die kan plaatsvinden, kan soms twee eeuwen omvatten. Dat betekent dat de aarde onder zo’n invloed, die dan meestal niet meer dan 30 jaar actief kan zijn en in vele gevallen zelfs veel korter, als een soort accumulator werkt. Je zou kunnen zeggen: de aarde krijgt een zeker momenturn en dat momentum moet uitwerken. Maar je kunt dat doen van: God zegene de greep, waar we terecht komen komen we terecht, of we kunnen zeggen: We moeten de zaak kanaliseren. We moeten proberen de richting te bepalen. We kunnen de ontwikkeling niet tegenhouden maar we kunnen rails aanleggen waardoor de stuwkracht van die ontwikkeling in de door ons bepaalde richting gaat. En dat is een element dat van heel groot belang kan zijn.
Ik veronderstel dat na het optreden van de eerste krachten (het zijn er twee, die u krijgt binnen 6 jaar) de mensen dan genoeg geleerd zullen hebben om te gaan kanaliseren. Want we kunnen nu wel ontkennen dat er een kosmische kracht is (sommige mensen doen dat graag), we kunnen ontkennen dat toevalskrachten uit het Al ons soms bereiken en dan veranderingen tot stand brengen, maar als wij zien dat ze optreden, dan komen wij met een ontkennen niet verder. We moeten proberen te ontleden. En juist als je de zaak wilt spreiden, moet je ook heel goed weten wat je doet. Laat mij u een voorbeeld geven om dit wat duidelijker te maken.
Stel, dat er een materiële kracht is, die de aarde, de materie, maar ook alle ééncellige wezens kan beïnvloeden. Indien die kracht ééncellige wezens beïnvloedt, zal hij ook op het menselijk lichaam invloed hebben. De mens is in feite ook uit cellen opgebouwd. U moet dus begrijpen: de invloed ligt op celniveau, maar ze is voor elk lichaam (elk meercellig wezen) aanwezig.
Nu is er kans dat wij tijdelijk een hoog bewustzijn krijgen. Met dat hoog bewustzijn kunnen wij ons lichaam dirigeren. Denkt u maar aan bepaalde vormen van yoga waardoor de mens in staat is om een groot gedeelte van zijn lichaamsprocessen bewust te reguleren. Een goede yogi kan zelfs zijn hartslag regelen, zijn ademhaling, kortom, zijn stofwisselingsproces kan hij bewust vertragen of versnellen. Dat zou u misschien ook kunnen doen. U kunt de verandering niet tegengaan, maar u kunt voorkomen dat ze ziekelijk wordt.
Nu kijken wij wat er voor kosmische invloeden zijn. Er is goud. Een milde levenskracht. Maar die geldt voor alles, ook voor de cellen. Dan is er een sterke blauw‑invloed. Prima, want ik kan overwegen. Uit de samenwerking ontstaat bovendien de geloofswaarde, die wij dan met groen aangeven. Groen is geen zelfstandige kleur ‑ in dit verband althans ‑ maar wel een kracht, die als zodanig kenbaar is.
Nu blijkt geloof naar twee kanten te kunnen werken. Het kan werken in de richting van levenskracht en ook in de richting van wetenschap. Ik veronderstel dus dat de mens in dat geval enerzijds wetenschappelijk (zuiver materieel) in staat zou zijn de processen die zich afspelen, te onderkennen (iets wat hij waarschijnlijk een versnelde mutatievorm zal noemen) en te zien hoe ze ook voor zijn eigen organisme een zekere betekenis hebben. Hij zal daarnaast natuurlijk weten hoe hij die kan beperken. Hij kan het onderzoeken. Hij heeft er inzicht in. Aan de andere kant, omdat hij dat geloof heeft, weet hij ook hoe hij de nodige kracht moet opbrengen om de processen enigszins te beheersen. Dan zal een mens onder dergelijke omstandigheden, juist door zijn beheerstheid, tijdelijk iets terugvallen t.a.v. de ontwikkeling van zijn milieu. Dieren hebben dit in veel mindere mate, planten hebben het niet.
Wij zien dat er veranderingen zijn. De mens kan die zien. Hij weet waar ze vandaan komen. Hij kan deze ook, voor zover ze voor hem schadelijk zijn, waarschijnlijk voor een groot gedeelte reguleren. Dan moet de totale kracht natuurlijk wel uitwerken. Maar als je in een auto zit en je trekt binnen 8 seconden op tot 120 km, dan heb je wel het gevoel dat je rug iets daaronder geleden heeft. Als je datzelfde doet in 3 minuten, dan merk je het haast niet. Zo is dat ook hiermee.
Stel nu eens dat we astrologisch bepaald een sterke Mars-invloed hebben. Deze Mars‑invloed geeft ook weer een eigen karakteristiek, een zekere strijdvaardigheid, maar kan ook ‑ indien er beheersing bij is ‑ een buitengewone edelmoedigheid geven. Dat zou ervoor kunnen pleiten dat de mensen onder die invloed tot een veel grotere samenwerking komen en dat de verschillen liggen in werkwijze, niet in de bestrijding van elkanders resultaten. En dat zou voor de mensheid van heden werkelijk iets bijzonders worden. Met dit voorbeeld wordt alweer duidelijk dat die vreemde kracht enorm veel kan doen voor de wereld.

Waar komen die vreemde krachten vandaan?

Ik heb geprobeerd daarover het een en ander te vinden en ben tot de conclusie gekomen dat er kosmische stormen zijn. Deze stormen op zichzelf hebben natuurlijk met het wezen niets te maken, maar ze zijn er waarschijnlijk de oorzaak van omdat, als een sterrennevel in wording is, deze stormen met een enorme intensiteit en een lange duur optreden. Een bezieling daarvan is dan mogelijk. Deze kosmische stormen hebben grote invloed op het gedrag van de sterren, die zich aan het vormen zijn. Ze zijn nog niet volledig massief geworden; de massa moet nog een enorme verdichting ondergaan. Het is eigenlijk een gaswolk met spin(draaiing).
Nu krijgen we de kracht, die dat kan bevorderen en kan afremmen. Hierdoor zou volgens mij de neiging een rol spelen om iets bewuster de ene ster wat sneller te laten draaien en de andere wat trager. Je voelt je misschien een beetje schepper en de neiging om processen te versnellen en de ervaring, die je daarbij hebt opgedaan, zul je dan waarschijnlijk blijven uitleven, ook als het gaat om gevormde sterren. Ook dan zijn er nog verhoudingen, die je kunt bepalen. Je kunt misschien zorgen dat planeten verdwijnen (nova‑verschijnselen) of dat de invloed van bepaalde sterren op elkaar heel groot wordt. Een massadelingsverschijnsel, waardoor planeten kunnen ontstaan. Ze kunnen dus de eigen massa‑activiteit van een zon vergroten. Afstoting van delen materie, waardoor eveneens weer een planeet ontstaat. Volgens mij heeft zo’n entiteit dan deel aan een scheppingsproces.
Anderen hebben zich misschien hoofdzakelijk beziggehouden met stralingen, waarmee ze de stabiliteit en instabiliteit van een ster konden bepalen of waarmee ze zelfs het ontstaan van bepaalde gasnevels en gaswolken konden veroorzaken. Het manipuleren daarmee heeft weer de interesse gewekt voor het manipuleren van vergelijkbare vormen.
De studie, die wij daarvan hebben gemaakt (u begrijpt wel dat ik het niet in mijn eentje heb uitgezocht), wijst erop dat de eersten van deze entiteiten al aanwezig waren op het ogenblik dat de eerste zonnen ontstonden. We kunnen ze niet terugvinden op het oermoment: het moment dat de totale kracht zich omzet in een evenwichtsverstoring waardoor materie ontstaat, gasdruk, beweging, lichtdruk op den duur en al die dingen meer; Maar ze zijn ergens tussen het moment van de primaire explosie en de gevormde sterren ineens aanwezig.
Waar komen ze dan vandaan? Misschien uit een ander heelal? Dat is denkbaar. Nu denk ik hier aan de theorie van Brahman ‑ Brahma: “Er is een eeuwigdurende adem. Maar de ziel, die de nacht doorleeft, die in staat is zichzelf in zichzelf te bevatten op het ogenblik dat alle leven dooft, die is in staat om ‑ wanneer de schepping herontstaat ‑ als schepper op te treden.”
Nu heb ik het gevoel dat men daarmee op zo’n vreemde kracht doelt. Want aannemen dat één kracht het gehele Al volledig schept en dat die kracht dan een soort gesublimeerd menselijk bewustzijn is, lijkt mij ver gegrepen. Aan de andere kant zou je je kunnen voorstellen dat er een heelal is waarin entiteiten een enorme hoogte hebben bereikt, maar zich nog niet helemaal vrij kunnen maken van alle materiële bemoeiingen. Dan kan ik mij voorstellen dat zij als projectie optreden op het ogenblik dat een nieuw heelal weer in wording is. Dit lijkt mij een heel redelijke veronderstelling; meer dan dat is het niet.

Wat is hun kracht?

Als ik die krachten beschouw, moet ik zeggen: het lijkt wel alsof zij ruimte kunnen omzetten in een vorm van energie. Die energie blijkt op vele verschillende manieren kenbaar te worden. Ze treedt soms op als een zeer sterke straling van kleinste deeltjes, soms treedt ze op meer in de richting van de hogere golven (u kunt daarbij denken aan radio- of lichtgolven). In andere gevallen blijkt ze op te treden als een roterend veld: een kracht, die in zichzelf permanent beweegt, maar alles wat in die beweging is bevat, daarin wordt iets van het eigen vermogen geïnduceerd. In alle gevallen is de kracht, waaruit waarschijnlijk wordt geput, onbeperkt.
Het is onbegrijpelijk dat ze met zo’n enorm vermogen in verhouding zo weinig doen. Want als je alle kracht kunt gebruiken, die er in de gehele ruimte aanwezig is, en je brengt dan alleen maar een kleine mutatie op een ster tot stand of je verandert een pool iets van stelling, van hoek, dan zeg je: het is eigenlijk maar heel weinig.
Ook hier kunnen we de werkelijke bron van de kracht niet vinden. We kunnen zeggen: Het is God. Dat is mogelijk. We kunnen ook zeggen: Het is de structuur van de ruimte waaruit ze die kracht putten. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het een meer‑dimensionale omzetting van vermogen is. Voor geen van de stellingen is een bewijs aan te voeren.

Wat beweegt hen tot actie?

Wel, in de eerste plaats ziet het ernaar uit dat ze .een betrekkelijk vaste baan hebben. Ik geloof dat in het begin voor hen een baan is vastgesteld en dat het een soort gewoontepad is geworden, een soort wildwissel. Ze blijken soms, maar dat gebeurt maar zelden, van die vaste baan enigszins af te wijken en soms ook op die baan te versnellen of te vertragen. Dat schijnt in verband te staan met wat men ook psi‑signalen zou kunnen noemen: signalen op telepathisch niveau. Deze komen niet uit de geest. Ze schijnen soms te worden voortgebracht door planeten; in andere gevallen komen ze uit het onbekende. Dat kunnen we niet constateren.
Dan vraag je je verder af: Zijn het bewust levende wezens? Dat lijkt mij heel moeilijk vast te stellen. Ik geloof niet dat we hen als ‘bewust levend’ kunnen omschrijven in de menselijke zin van het woord. Toch moet er ergens, gezien hun reactie op de signalen van bepaalde planeten, een bewustzijn bestaan dat de mogelijkheid tot reactie moet hebben. Zien wij hoe belangrijk het werk is dat ze verrichten, dan moeten we ook nog aannemen dat er ergens ook een wil bij is, want ze werken niet overal op gelijke wijze. Als het één invloed was, dan zou je zeggen: Dat is ingebouwd. Maar een selectief inwerken op alles wat je passeert, dat bewijst volgens mij een bewuste uitwisseling met de omgeving en daarnaast een bewust reageren op die omgeving. De stelling dat deze entiteiten een bewustzijn hebben, ook in het heelal waarin u leeft, lijkt mij niet te ver gegrepen.
Wat moeten wij over die vreemde krachten nog meer vertellen? Misschien dat ze soms op een vreemde manier gezamenlijk optreden. Ik heb in het begin van dit betoog gezegd: ze lijken op de Ruiters van de Apocalyps. Die Ruiters worden door God losgelaten. Ze krijgen dan zeer menselijke namen als Pest, Honger, Dood, Oorlog. Maar als er een reactie is op signalen, dan blijkt dat bepaalde, normaal langs een andere baan zich bewegende krachten samenkomen in één brandpunt. Als ze dan gezamenlijk optreden, dan moet dat volgens mij ook een doel hebben. Dat kan geen zuiver toeval zijn omdat ze normalerwijze elkanders krachten zouden opheffen of gezamenlijk een vernietiging veroorzaken waar niets tegen bestand is. Maar dat gebeurt niet. Wij hebben lang gezocht om daarvan een voorbeeld te vinden. Ik heb er maar één kunnen vinden. Het betreft hier een planeet, die nogal ver van u weg ligt, ik zal haar niet eens nader aanduiden.
Deze planeet bevond zich met de daar aanwezige levensvormen in een crisisperiode. Het ging voornamelijk over het benaderen van het leven; het was kennelijk een nogal filosofisch ras. Sommigen waren geneigd het leven mechanisch te maken, terwijl anderen daarentegen juist de denkkracht zoveel mogelijk wilden losmaken van de materie. In die periode zien wij op die planeet 6 kosmische krachten optreden binnen 90 jaar (aardjaren). Wij zien dan dat die krachten, die normaal een zon tot nova hadden kunnen maken, op de planeet zelf praktisch geen invloed hadden. Er waren wat meer stormen uit de sterren, een paar explosies, maar dat mag toch eigenlijk geen naam hebben. Wel blijkt dat er in die tijd een aantal vreemde lichamen uit de ruimte werden ingevangen (er ontstaan wat extra manen). Verder blijkt dat ‑ niet op de bewoonde planeet maar twee planeten verder ‑ op een planeet een ramp heeft plaatsgehad. Dit betekent een verstoring van het gehele zonnestelsel en een enorme schok voor die planeet. Een kosmische ramp, die echter vreemd genoeg in verhouding zeer weinig leven eist. Ik meen dat er ongeveer 3 à 4 op de 10 het slachtoffer worden. De rest overleeft. En bij dit overleven blijken geestelijke eigenschappen (niet mechanisch werken maar het werken met geestelijke krachten) de boventoon te voeren. Degenen, die voortleven, worden achtereenvolgens getroffen door een ziekte, die echter psychisch kan worden overwonnen. Een heel vreemd verschijnsel. De wezens worden door een soort hongersnood geplaagd, waarbij de honger op zich er wel is, maar waarvan men door met elkaar samen te werken, de gevolgen ervan kan neutraliseren. Bovendien is er een verandering van het zuurgehalte, dat als regen uit de atmosfeer naar beneden komt. Dat betekent dus voor die mensen dat ze zich moeten aanpassen. Ze zoeken bescherming tegen die voor hen onaangename regen. Dan blijkt dat het telepathische contact enorm wordt versterkt.
Dit zijn dan de hoofdgevolgen. Ik kan u de hele fase niet vertellen. Het is een geschiedenis van honderd jaar op een planeet met een geheel andere levensvorm. Het eindresultaat is dat wij te maken krijgen met entiteiten met enorme geestelijke vermogens; met vermogens tot projectie van zichzelf, met een intens telepathisch contact en het gebruik van psychische krachten waardoor men in groepen kan samenwerken. Dit is wel bepalend geweest voor alle verdere ontwikkeling op die planeet. Zij is daardoor in dat deel van het Melkwegstelsel bijna uniek geworden. Die planeet is 3000 lichtjaren van hier verwijderd. U zult haar dus toch nooit bereiken.
Deze entiteiten zouden, volgens mij, wel in staat moeten zijn om, indien ze van deze aarde zouden weten en contact zouden kunnen opnemen met een persoon op deze aarde, telepathisch zelfs, uw aarde te bereiken. Ze hebben enorme vermogens. Dat kan alleen door de samenwerking van de 6 krachten binnen 90 jaar.
Er is geen enkele verklaring voor dat deze krachten elkaar op zo’n manier opvolgen, dat er juist die ontwikkeling ontstaat. Toch maakt het geheel op mij de indruk van een bewust en volgens plan voortgezette ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen: het zijn een soort tuinlieden, die achtereenvolgens spitten, eggen, bemesten, uitzaaien. Dat zijn dan die vreemde krachten, waarvan wij ons op een ander ogenblik afvragen: Hebben ze nu eigenlijk persoonlijkheid of niet? Ik neem aan dat er een kosmische verbinding tussen hen bestaat, maar die zal dan volgens mij mede moeten bevatten ‑ op het allerhoogste niveau misschien ‑ wat wij noemen: de Heren van wijsheid, van licht, van kracht en al die anderen. Ik geloof dat zij deel uitmaken van een organisme van minder stoffelijke aard dat uitwerkt op deze aarde, zo goed als op al de kenbare materie als geheel.
Ik ben mij ervan bewust dat dit betoog een beetje vaag blijft. Het is heel erg moeilijk om daarover definitieve gegevens te verstrekken om de doodeenvoudige reden dat er eigenlijk geen definitieve gegevens te vinden zijn. We kunnen zeggen: Waarschijnlijk binnen 5 of 6 jaar komen die en die krachten. Maar wij kunnen het niet eens met zekerheid zeggen want het is mogelijk dat ze afwijken van hun baan. Wij kunnen zeggen: Ze hebben normaal deze invloed. Maar we kunnen niet zeggen of het intens of mild zal zijn en wat daardoor zal worden veroorzaakt. Je kunt er alleen maar naar gissen. Het lijkt wel alsof er een kosmisch plan is waarin deze vreemde krachten een bijzondere rol spelen; een soort controlerende geneesheren, die onderzoeken, medicijnen geven en verdergaan. Dan denk je aan de ontwikkelingen nu op aarde, want voor u is de aarde toch belangrijker dan de rest van de kosmos. U kunt wel anders beweren maar u zet uw voeten niet op de kosmos maar op aarde. U eet geen sterrengraan maar tarwe uit de een of andere staat. U drinkt geen licht maar een kopje koffie of wat sterkers. Dus de aarde is wel belangrijk.
Nu zien we voor die aarde: Aquariustijdperk is begonnen. Bepaling van een bepaalde gerichtheid. Die gerichtheid wijst op broederschap, op technisch begrip enerzijds maar geestelijke ontwikkeling en zelfs paranormale ontwikkeling anderzijds. Wij zien dat er krachten optreden, die normaal de grondslagen van de materie kunnen aantasten. Maar onder de invloed van Aquarius zou er volgens mij een samenwerking moeten ontstaan, die dan waarschijnlijk een paar hevige schokken zal betekenen voor de mensen, maar ik geloof niet een vernietiging. Ik denk dat de trend van Aquarius op een bijzondere en misschien wat eenzijdige manier zal worden bevorderd.
Dan kijken we verder naar wat er te verwachten is., Dit jaar (1972) is een kritiek jaar. Dit jaar zullen we wel doorkomen. Veel ellende, veel prikkelbaarheid; maar wanneer heb je die eigenlijk niet. In de periode echter dat deze krachten werkelijk tot uiting komen, is de tendens ‑ ook astrologisch gezien ‑ rustiger. Dat zou er ook op kunnen wijzen dat op de een of andere manier hun werking over een langere periode zal worden gespreid.
We kunnen aannemen, dat ‑ gezien de overgang tussen twee tijdperken (Vissen ligt pas kort achter u) ‑ de invloed erg groot zal zijn op eenieder, die het Vissentijdperk nog aanhangt. Het zou kunnen leiden tot totale veranderingen op het gebied van de godsdienst, gezagsverhoudingen, staatsbegrenzingen.
Wat zou dat voor de gewone mens betekenen? Gezien de geleidelijkheid zullen heel veel mensen eraan voorbijgaan op het moment dat het gebeurt en zich later met grote verbazing bewust worden van de enorm snelle verandering en ontwikkeling die er in enkele jaren hebben plaatsgevonden. Het zal materieel grote veranderingen moeten brengen.
Die veranderingen liggen o.a. vreemd genoeg op het gebied van levensvormen. Er zullen wat levensvormen anders gaan reageren. Het zou erop kunnen wijzen dat we allerlei soorten dieren weer zien verschijnen. De mensen zullen wel zeggen dat ze het verleden hebben teruggefokt, maar in feite zal het wel wat vooruitgaan. Men denkt altijd dat je iets uit het verleden kunt terugbrengen, zoals b.v. het oerpaard. Maar dat is niet het echte oerpaard. Het benadert het wel enigszins; het is qua intellect wat minder en qua bewegingssnelheid en uithoudingsvermogen iets meer dan het oerpaard. Het is echter niet identiek. Ik denk dat wij verschillende levensvormen, die nu uitgestorven heten te zijn, binnen 10 jaar overal weer op aarde zullen zien verschijnen, maar met gewijzigde eigenschappen. Dat kan in ieder geval hoopgevend zijn voor de mensen, die het belangrijk vinden dat er een nieuw ecologisch evenwicht ontstaat.
Dan denk ik verder dat deze aarde ook wat schokken zal ondergaan. Gezien de geleidelijkheid verwacht ik niet een alomvattende aardbeving, een grote ramp met veel erupties in die periode maar ik verwacht toch wel dat er iets gaat gebeuren; en dat iets zal zeer waarschijnlijk te maken hebben met het veranderen van hoogte. Ik wil niet zeggen dat de bergen ineens gelijkvloers komen te liggen maar ik zou wel denken dat b.v. Nederland t.a.v. het zeeniveau anders zal komen te liggen. Dat zal voor vele andere landen ook het geval zijn. In het midden van de Ver. Staten is ook een gebied dat, zonder dat het nu direct grote schade betekent, toch zeker een 10 tot 12 meter zou kunnen dalen t.o.v. het huidige niveau. Dergelijke dingen zullen wel gebeuren.
Dan krijgen we de vraag: Zal het op het klimaat invloed hebben? Ik neem aan van wel. De eerste paar krachten zullen misschien niet zo enorm zijn maar we hebben 20 jaar en in die tijd hebben we toch altijd nog 4 krachten. Als die er geweest zijn, verwacht ik dat het klimaat zich aanmerkelijk zal hebben gewijzigd. Zeer waarschijnlijk zal dat vooral op het zuidelijk halfrond een grote rol spelen.
Ik neem verder aan dat dit op de ontwikkeling van Afrika en Zuid‑Amerika een grote invloed zal uitoefenen. Want verandering van klimaat betekent ook verandering van milieu; verandering van milieu is verandering van reactie. De mensheid zal in die korte periode wel een momentum krijgen van een totaal nieuwe ontwikkeling.
Als ik dat zo bekijk op grond van die vreemde krachten, dan kan ik daaraan alleen toevoegen: Al deze dingen maken steeds weer duidelijk hoezeer wij in grote lijnen gebonden zijn aan krachten en vermogens, die wij als mens en als geest niet kunnen beheersen, maar die wij voor een gedeelte ‑ voor zover zij ons treffen althans ‑ zodanig kunnen beteugelen dat we de uitwerking ervan enigszins in de hand hebben.
En dat sluit onmiddellijk aan bij hetgeen wij in de vorige les hebben gezegd over de wijze, waarop de geest werkt indien er kosmische tendensen optreden. Gok de geest probeert niet die krachten ongedaan te maken. Zij weet dat het onmogelijk is maar zij zal wel proberen ze zo te richten dat volgens haar inzicht een maximum aan nut wordt bereikt. En dat zou hier ook wel mogelijk zijn.
Deze periode, waarin vreemde krachten ook uw zonnestelsel weer gaan beroeren, zal een vorming veroorzaken die over een paar honderd jaar (2150), als een groot aantal van die krachten wederom hier in de buurt schijnt te komen (de baan kruist niet geheel maar toch wel bijna de baan van de zon) de mens zal voortbrengen met de geestelijke uitrusting, waardoor hij in staat is die krachten goed te verwerken en waarschijnlijk zelfs ook de technische vermogens heeft om zich aan de rampzalige invloed, die sommige van die krachten toch wel enigszins hebben voor de mensen, te onttrekken.
Er is ergens men groot plan. De kosmische krachten, zoals ze voor ons optreden, zijn invloeden, die wij soms tot in hun bron kunnen terugvolgen, soms ook niet. Maar in feite zijn ze eerder aanduidingen, waardoor we weten hoever is gevorderd dan krachten, die geheel spontaan optreden. Dan kan ik daar ten laatste nog aan toevoegen: Omdat wij in het grote gebonden zijn, moeten wij onze vrijheid zoeken in het kleine. Wij kunnen een kosmische kracht niet afwijzen. Wij kunnen ons slechts aanpassen. Maar die aanpassing moet dan gaan volgens datgene wat wij persoonlijk belangrijk vinden en wat wij persoonlijk kunnen doen.
Een mens, die weet dat krachten optreden, zal daarmee rekening houden en zo, misschien zich schijnbaar van zijn doel verwijderend, toch vaak een zeer grote afstand kunnen afleggen in de richting van de bestemming, die hij voor zichzelf heeft bepaald.
Kosmische krachten zijn vaak als een tegenwind. Je kunt er niet recht tegenin varen. Dan laveer je maar en kun je met een paar slagen toch nog een heel eind komen. De mensen zullen in de komende tijd door die vreemde krachten uit de kosmos moeten leren laveren.

Opmerkingen over deze wereld

Deze wereld bestaat uit vele groepen die zichzelf als exclusief beschouwen, dan wel zichzelf als een eenheid zien. Zo is er een volk, bestaande uit een aantal verschillende groepen, die tegen hun wil bijeen worden gehouden door de fictie van nationaliteit.
Dan hebben we verder de z.g. belangengemeenschappen, waarmee de mensen hun gemeenschappelijk belang zozeer etaleren dat zij vergeten dat hun belangen in feite vaak tegengesteld zijn. Dat is b.v. het geval bij vakbondsleden en vakbondsleiders.
Verder kennen wij de religieuze groeperingen. Een religieuze groepering is over het algemeen een groep mensen, die geloven dat ze beter zijn dan anderen en op grond daarvan bijeen blijven, ongeacht de eigen verschillen. Zie de Orde!
Deze wereld bestaat uit vele soorten leven, gedrapeerd op een zeer dunne schil rond een zeer hete aardkloot. Deze verschillende soorten leven hebben de neiging elkander te beschouwen als ondergeschikt en onbelangrijk. Een mier zegt niet: Laten we de mens gaan pesten. Die zegt alleen: Daar ligt weer zo’n onhandzaam wezen in de buurt. Op dezelfde wijze zegt de mens: Mieren, ze hinderen mij, weg ermee. En toch hebben ze elkaar nodig om te bestaan. Het wonderlijke is dat mensen nooit begrijpen dat ze elkaar nodig hebben voordat ze het elkaar onmogelijk hebben gemaakt om elkaar te helpen.
Verder worden er op aarde voor een groot gedeelte illusies gehandhaafd. Eén daarvan is deugd.
Deugd is over het algemeen zelfbedrog of een uiterlijke schijn, die ten koste van de gemeenschap wordt gehandhaafd.
Zonde. Zonde is, zoals ik reeds in het verleden heb gezegd, vaak een gemiste gelegenheid. Op deze begrippen bouwt men dan een samenleving op en men beschouwt deze als het toppunt van solidariteit. Mensen zijn echter alleen solidair met elkaar, indien ze gemeenschappelijk zoveel belangen gemeen menen te hebben dat ze elkaar op een gemene manier bijstaan totdat ze gemeen genoeg en machtig genoeg zijn geworden om elkaar af te schaffen.
In deze wereld bestaan er verder illusies als democratie. Democratie is doorgaans het geklets dat wordt gebruikt om te verhullen wat de heren werkelijk hebben besloten.
Dan kennen we idealisme. Idealisme is gewoonlijk gebaseerd op een misverstand omtrent de mens en misverstanden omtrent de menselijke mogelijkheden.
Al deze dingen tezamen klinken zeer pessimistisch. Maar als wij uw wereld bekijken, is er alle reden om pessimistisch te zijn. Het enige optimisme dat ik als mens op uw wereld ooit zou kunnen kennen, is de zekerheid dat ik haar ook eens zal moeten verlaten. Toch is het leven op uw wereld ‑ naar men mij vertelt ‑ op vele punten voor sommigen aangenaam. Ik geloof dat het aangename in de wereld niet is gelegen in datgene wat de wereld rond je is, maar wel wat ze voor je betekent. Zoals veel van hetgeen men in de wereld zoekt te vinden en ook vanuit de kosmos op de wereld wil zien inwerken, wordt geïnterpreteerd volgens de wensdromen, die men zelf heeft. De mens heeft grote bouwwerken voortgebracht, maar zijn grootste bouwwerken zijn de luchtkastelen, die hij zelf nooit kan waarmaken.
Met al deze kritiek heb ik al enige opmerkingen geplaatst omtrent deze wereld, waarin u leeft. Misschien mogen wij daarbij een van de belangrijkste wezens even onder de loep nemen, nl. de mens.
De mens is een wezen dat zichzelf menselijk acht omdat hij uiterlijk eigenschappen bezit, waaraan hij innerlijk zo nu en dan pleegt te beantwoorden. De mens kan eerst werkelijk mens zijn op het ogenblik dat zijn mens‑zijn en zijn menselijkheid niet afhankelijk is van uiterlijkheden, maar alleen wordt gebaseerd op grond van een innerlijk verstaan en begrip. De werkelijke eenheid onder de mensen kan niet ontstaan door uiterlijke omstandigheden, maar slechts door een wederkerig respect dat voert tot de neiging elkaar aan te voelen en te begrijpen.
Er is op deze wereld zeer veel dat binnen korte tijd gaat veranderen. De veranderingen op deze wereld zijn over het algemeen in tegenstelling tot datgene wat de meeste mensen verlangen en verwachten. Velen verwachten dat de hele wereld voortdurend zal beantwoorden aan datgene wat zij zien als hun recht. Zij zullen zichzelf zeer onrechtvaardig behandeld vinden door de realiteit van de wereld, want deze wereld gaat uit van een taakverdeling, niet van een nutsverdeling.
De taak van een mens in het leven is: betekenis te hebben voor anderen, ongeacht de wijze. Op het ogenblik dat hij voor anderen geen werkelijke betekenis meer heeft, kan hij ‑ tenzij hij geestelijk in staat is die betekenis nog op een andere wijze uit te stralen ‑ gevoeglijk zeggen: Mijn leven is voorbij.
Het leven van de mens is heilig. Niet omdat het iets bijzonders is ‑ het komt eigenlijk veel te veel voor ‑ maar, doodgewoon, omdat de mens niet in staat is leven voort te brengen. Als hij leven voortbrengt, is het ondanks hemzelf want hij kan geen leven maken buiten de biologische processen om. Op het ogenblik dat hij leven kunstmatig zou kunnen vervaardigen, zal hij beseffen dat de heiligheid van leven is gelegen in het begrip en in de geest die erin leeft, niet in een bestaan zonder meer.
De mens, die denkt dat hij zijn meerwaardigheid tegen anderen kan uiten door hen ofwel vanuit zijn hoge standpunt de helpende hand te reiken, dan wel door hen af te breken totdat hijzelf boven hen uit meent te tronen, zal voortdurend ontdekken dat hij een mislukking is want mensheid is eenheid. Op het moment dat de eenheid in de mensheid is verbroken, richt de mensheid als geheel zich te gronde. Op het ogenblik dat de eenheid door de mensen wordt beseft als een noodzaak, zullen zij steeds meer de schijnwaarde terzijde stellen en daarvoor in de plaats een nieuwe innerlijke werkelijkheid aanvaarden.
Voor de mens zijn enkele dingen belangrijk, omdat hij hun onbelangrijkheid nog niet voldoende beseft.
Daar is seks
Nu is seks het zout in de pap. Maar heel veel mensen nemen het zout voor de pap en worden dan ook ontzettend dorstig.
Geloof.
Men meent dat geloof het belangrijkste is dat er bestaat. Maar het belangrijkste dat er bestaat, is een innerlijk begrip voor waarden, die in je bestaan. Indien die uitmonden in een geloof, dan is dat een zuiver persoonlijke zaak. Veel mensen denken dat één wijze van leven voor iedereen juist kan zijn. Het is even dwaas te verwachten dat je vlooien en paarden in één dressuur in een circus kunt vertonen. Je kunt hoogstens de vlo als de consumerende ruiter van het paard introduceren, maar zelfs dan blijft hij onzichtbaar.
Wij moeten proberen over deze wereld ook nog enkele positieve opmerkingen te maken. Eén van de meest positieve is wel deze:
Krachten van onmetelijke wijsheid en grootheid zijn voortdurend bezig, ook met uw wereld, met uw mensheid. En dit betekent dat deze wereld ‑ zij het misschien als vruchtbeginsel voor een veel latere grote bloei ‑ van belang is.
Er zijn kosmische krachten van allerlei aard, die de mensheid voortdurend benaderen. Er zijn echter ook geestelijke krachten steeds aanwezig, die deze benadering van kosmische krachten trachten te leiden zodat een maximum resultaat wordt bereikt. Hieruit blijkt wel dat ook uit de geest de materiële groei en ontwikkeling belangrijk wordt geacht. Als dan een schijnbaar zo onbelangrijke planeet met een schijnbaar onbelangrijk ras toch door zovele zeer hoge krachten van groot belang wordt geacht, dan kan dit volgens mij alleen maar zijn omdat, wat uw wereld is en de mensen op dit ogenblik zijn, het zaad is voor de grootmachten, de grootkrachten van een latere tijd; van de eeuwigheid misschien, die eerst kan ontstaan uit een besef van tijd.
Als ik ten laatste probeer om in uw wereld nog enkele voor mij bijzonder belangrijke ontwikkelingen te signaleren, dan zijn het de volgende:
Steeds meer mensen komen tot de overtuiging dat je je denken zelf moet doen. Het is een strop voor degenen, die anderen proberen te leren denken zoals zij denken maar het betekent wel dat de mensheid tot een grotere zelfstandigheid en daarmee tot een bewuster leven zal komen.
Er is een toenemende tendens bij de mensen om niet te wachten tot een ander wat doet, maar zelf ook wat te doen. Dit betekent dat degenen, die geneigd waren om voor eenieder op vaderlijke wijze het goede te doen, het moeilijk zullen krijgen. Maar het betekent gelijktijdig dat veel meer mensen door een bewust oorzaak‑en‑gevolg‑beleven tot een dieper geestelijk inzicht zullen komen en tot een grotere ontplooiing van geestelijke mogelijkheden.
Bij het afnemen van het geloof en het toenemen van het z.g. bijgeloof, zien wij dat steeds meer mensen gevoelig worden voor ontwikkelingen en krachten, die buiten het normaal stoffelijke liggen. Het betekent in wezen de verovering van een nieuwe dimensie door een steeds toenemend deel van de mensheid. Dit beduidt volgens mij dat de mensheid van heden zich reeds zover ontplooit dat komende geslachten waarschijnlijk een totaal nieuwe wereld, groter, belangrijker en met een grotere inhoud aan kracht en mogelijkheden zullen bewonen en beleven. Daarom zou ik willen zeggen:
Indien men op uw wereld en op de mensheid voortdurend negatieve commentaren kan afvuren en zeer veel onjuiste, onredelijke, ondenkbare en onmenselijke punten in het menselijk gedrag kan aanvoeren, zo moet men toch stellen dat het product van dit proces ongetwijfeld goed zal zijn en dat daarom het totaal van uw werelden het vele dat daarop bestaat, zinvol moet zijn.