Vreemde stemmen

uit de cursus ‘Ontwikkeling’ (hoofdstuk 3) -december 1974

Vreemde stemmen

In de historie van de mensheid hebben orakels altijd een wonderlijke rol gespeeld. Ik weet wel dat tegenwoordig de orakels in de techniek schijnen te schuilen maar van het begin van de menselijke ontwikkeling af tot ver voor het keizerrijk Mu hebben vreemde stemmen de mensheid geleid en vaak ook misleid.
In de gehele historie zijn orakels van groot belang. Als wij denken aan Midas, de bekende rijkaard, dan is het wel zeker dat hij zijn ondergang mee te wijten heeft aan een verkeerd geïnterpreteerd rijmpje van een orakel. Kijken wij naar de situatie in Atlantis, dan ontdekken wij zelfs dat er een strijd is tussen de priesters in de bergen met hun geïnspireerde uitspraken en de priesters in de tempels, die dat natuurlijk niet op zich laten zitten en met orakels aan het werk gaan. Juist omdat die vreemde stemmen, meer dan menigeen zich kan voorstellen, van invloed zijn geweest op het verloop van de historie, lijkt het mij aardig eens te zien wat ze eigenlijk op hun geweten hebben.
Laat ons eens denken aan grote figuren als b.v. Alexander de Grote, die is opgetrokken eerst tegen de Perzen en later verder, dan is het de uitspraak van een orakel dat hem zei dat hij de wereld zou beheersen, althans zo interpreteerde hij het zelf. Er werd hem gezegd: “En terugkerende zult ge zien hoe de grootheid van uw land niet ondergaat.” Neen, hij ging zelf ten onder, maar dat had hij er niet uit begrepen.
Simenostris, een farao, kreeg een orakel waardoor hij meende een van zijn dochters niet te moeten uithuwelijken aan de vorst van een na­burig land. Hij stuurde een plaatsvervangster. Toen die vorst er achter kwam, begon hij een oorlog. En dat was indirect de oorzaak dat de samenhangen in Egypte gingen veranderen en er een Twee‑kronen-rijk ontstond.
In de geschiedenis van de Eufraat en de Tigris, het stroomgebied waarin alle oude stadjes lagen (o.a. het Ur van Abraham), vinden wij ook weer de maangodinverering en de orakels. En of wij nu naar de Pythia gaan of wij kijken naar de stemmen die spreken in b.v. Atlantis of wij gaan daar tussen in de tijd dwalen, wij ontdekken dat die orakels lang niet altijd de waarheid spreken. Vaak zijn hun spreuken dubbelzinnig en in vele gevallen heb je het gevoel dat er meer bedrog bij is dan wat anders. Dat kan dan ook wel.
Hoe komt het dan dat die orakels soms ook letterlijk voorspellen wat er gaat gebeuren? Hoe komt het dat die orakels met hun uitspraken acties ontketenen waaraan niemand heeft gedacht? Acties waardoor inder­daad het beeld van de wereld in die dagen verandert, waarbij oude dynastieën te gronde worden gericht en nieuwe rijken ontstaan. Om dat te begrijpen moeten wij gaan kijken wat er achter zit.
Zeker, daar zijn de grote Heren van Wijsheid en van Licht, de Heren der Stralen, maar daarnaast zijn er ook de vreemde entiteiten die op aarde een rol hebben gespeeld. In het begin hebben ze het waarschijnlijk gemakkelijk gehad: wat natuurgeesten een beetje bij elkaar houden en zor­gen dat geen watergeest probeerde te flirten met een vuurgeest. Maar toen eenmaal de dieren waren ontstaan en de soorten zich ontwik­kelden, was het niet alleen maar belangrijk om de vorm wat te bepalen, het was belangrijk om samenhangen te gaan bepalen.
De stemmen van de vroegste priesters, de voorouderstemmen zoals zij dat noemden, zijn van een gelijke geaardheid als de klassieke orakels waarvan men zoveel hoort, zelfs nog in uw dagen. Het zijn de stemmen van groepsgeesten, entiteiten, die ervoor moeten zorgen dat de mensheid en de samenhang mensheid – wereld levensvatbaar blijft. Ze zijn de stem­men van de verandering. En wie dat niet beseft, zal er aan te gronde gaan. Want de grote geestelijke invloeden die de mensen proberen te brengen naar a.h.w. een andere maatschappelijke samenhang, naar andere levensomstandigheden zijn niet bang om wat op te offeren. Wie denkt dat een stem kan zeggen dat het lot je altijd gunstig gezind zal zijn, die vergeet het maar beter. Hij zal namelijk risico’s nemen waardoor hij an­deren wel een ontwikkelingsmogelijkheid geeft maar er zelf door te gron­de wordt gericht, tegen al zijn intenties in.
Nu moet u niet denken dat ze er vroeger goedkoop afkwamen. Er was een zeer rijke vorst die aan een orakel een wij-geschenk zond. Het was een bewerkt zilveren wijwatervat (een soort wijnvat) dat ruim 500 liter kon bevatten. Stel u dat gedreven zilver voor, dat was toch een heel kapitaal. En in die tijd was zilver nog wat waard want er was geen bankpapier om het te doen devalueren. Er is een ander geval bekend van iemand die voor een geslaagd orakel een kudde van honderd stieren met hun koeien gaf. In die streek kwam per koe ongeveer 1/10 stier, dus werden het honderd stieren met duizend koeien. Die mensen dachten dat ze zo de gunst konden kopen van de goden die in het orakel tot uiting kwamen maar ze hadden niet in de gaten dat ze eigenlijk geconfronteerd werden met de krachten van ontwikkeling; of moeten we zeggen de krachten van de tijd. Want het is de tijd, de voortdurende verandering, waarin de mensheid haar scholing ontvangt, haar bewustwording opdoet. Maar het is gelijktijdig ook de tijd die het belangrijkste middel is om de onbewuste geest bewust te maken.
De tijd mag niet stilstaan. De tijd is echter geen uurwerk. De tijd telt af aan de hand van verandering. Als een element verandert, dan ver­loopt er tijd. Als een mens verandert, dan verloopt er tijd, werkelijke tijd. Hun grote offers waren voor hen dus van weinig nut. Maar wat zij bewust of onbewust wel hadden gedaan, was daarmee de stemmen van de geest een enorme kracht op aarde te geven in een tijd dat de mensheid nog niet zo ver gevorderd was. Dat is ook begrijpelijk want in die pe­riode was er geen mogelijkheid voor grote Meesters om werkelijk overal onderricht te geven. Je kon een school stichten, een leer brengen, maar daar bleef het dan bij. Zo’n leer ging niet gemakkelijk rond de wereld. Dat is eigenlijk pas in de laatste 3000 jaar het geval. De echte Meesters spraken dus tegen beperkte groepen.
Er is in Egypte een Meester geweest die enorm veel wijsheid heeft gebracht en eigenlijk voor een deel mee aansprakelijk is geweest voor het Egyptisch Dodenboek. Maar zijn roem in zijn tijd was dat hij een middel wist om groene staar te genezen, die kwam daar namelijk veel voor. De mensen vonden het echter veel belangrijker om te zien dan om wijs te worden. Dat is altijd zo geweest, op een uitzondering na misschien. Er was een nogal oude en rijke landvoogd die, zoals dat nu eenmaal gebruikelijk was, er nogal wat slavinnen op nahield en ook nog wel enige echtgenoten. Deze goede man leed al enige tijd aan staar. Hij ging naar die Meester toe en werd genezen. Na een maand of wat kwam hij terug. Toen vroeg de Meester hem: “Ben je blij dat je kunt zien?”. De man ant­woordde: “Heer, ik had liever wijsheid gehad, want wat ik zie is een doorlopende teleurstelling voor mij. Met mijn gedachten had ik misschien verder kunnen doordringen in het rijk der goden.” Een man, die kennelijk begrip had voor de situatie.
Meesters kunnen niet veel bereiken. Een Meester staat te ver van het volk af. Hij kan niet opgaan in de dagelijkse sleur die vooral in de prehistorische tijden ‑ bijna tot 500 n. Chr. ‑ in een groot deel van de wereld het bestaan uitmaakte met elke dag hetzelfde doen, het leven in kleine beperkte groepen en een belangstelling die, op zijn minst genomen, zeer beperkt is. Maar als er een stem komt die zegt dat er iets moet gebeuren, dan kan die stem, omdat men erin gelooft, die sleur breken.
Het is het geloof dat men heeft in deze orakels, in deze vreemde stemmen, waardoor de geschiedenis van de mensheid werkelijk volledig beïnvloedbaar wordt. Daarin kunnen vele grote entiteiten, die volkeren of rassen proberen te ontwikkelen op aarde, een middel vinden om stil­stand te voorkomen en in plaats van de stagnatie in de geschiedenis voortdurende veranderingen en stroomversnellingen tot stand brengen, waarin de mens wel gedwongen wordt zich verder te ontwikkelen en waar­bij sleur eenvoudig niet meer houdbaar is, als je wilt leven.
Nu zult u zich waarschijnlijk gaan afvragen waarom ik juist van­daag daarover begin. Wel, die stemmen werden in die dagen erkend als de stem van een bepaalde god, of ook wel de stem van een bepaalde ziener. In deze dagen spreekt misschien de stem van de wetenschap of de nieuwe openbaring van een ideaal. Het verschil tussen die stemmen is vaak niet zo groot als u zou denken. Het zijn stemmen die eigenlijk vreemd zijn aan de mens­heid en die, boven de mensheid uitreikend, nieuwe principes aan de mens geven en dan moet de mens maar zien wat hij ermee doet. Het zijn geen leiding gevende stemmen in de zin van: wij voeren u tot de overwinning of tot het goede einde. Het zijn eerder stemmen die u confronteren met de mogelijkheid. Het zijn stemmen die zeggen: Zo, mens, zie nu maar zelf wat je doet, hoe je ermee klaarkomt.
In de huidige tijd zijn er ook veel stemmen die niet redelijk zijn. Als u even goed nadenkt, weet u dat het niet redelijk is. Maar de men­sen geloven erin. De mensen zijn bereid een veldtocht te beginnen tegen iets waarvan ze niets afweten, alleen maar omdat er iemand is die zegt: Dat is verkeerd of dat is ideëel gezien onjuist. Verschillen ze nu veel van de oude vorsten en, wat dat betreft, van de andere rijke mensen die vroeger zich ook door dergelijke stemmen lieten verleiden tot allerlei handelingen?
Als ik denk aan de uittocht van Atlantis, dan word ik ook gecon­fronteerd met die vreemde stemmen. De uittocht van de Witte Priesters wordt voorafgegaan door een verschijning die wij waarschijnlijk ‘het gouden Licht’ zouden noemen, maar die men daar ‘de Gulden Vlam’ noemde. Die verschijning vertoonde zich op een berg. De priesters stroomden sa­men. Ze kenden dergelijke verschijnselen wel. Ze hoorden dan een stem die zei: “Gij zult heengaan, want het licht zal niet meer schijnen op de eilan­den en de rijken zullen in duisternis worden gehuld.” Het resultaat is dat een groot gedeelte van de Witte Priesters, en ook nog een aantal volgelingen van de stadspriesters tezamen met wat slaven, wat vissers en landbouwers, die met hen willen meetrekken, een tocht be­ginnen die hen via de noordkust van Afrika voert helemaal tot in India, tot de Karakorum toe.
Die stemmen hebben de ontwikkeling van Tibet bepaald, het feit dat de Wessac‑groep juist in de Karakorum zo lang gesitueerd is ge­weest. Ze hebben de hele ontwikkeling van de oosterse filosofie bepaald. De oude geheimen van de Hindoes en hun oudste boeken en Veda’s zijn me­e beïnvloed door die tochten. En in het geval van de tweede trektocht is er een stem waarvan men beweert dat ze onstoffelijk was (een soort directe stem). Die stem klonk zowel op enkele bergen, waar nog kluize­naars woonden, als in de tempel van de hoofdstad en in de tempel van de wetgeving (een ruimte met veel gouden pilaren waar de vorsten van de rijken bijeenkwamen). Die stem zou overal op dezelfde tijd hebben uitge­roepen: “Dit is het einde.” Het was een vreemde, onbekende stem.
Er zijn er geweest die toen gegaan zijn naar de stadstempel waar het orakel de beste faam had en die hebben gevraagd: Wat moeten wij doen? Toen werd hun ook gezegd: “Trek weg en ontken uw horigheid (dus aan de vorsten en aan het eiland). Dat heeft vreemd genoeg weinig uit­gehaald want de meeste Atlanten bleven rustig in hun eigen rijk. Maar de slaven die dat hadden gehoord, hebben inderdaad hun horigheid opgezegd en zijn weggetrokken. Dat is de tweede trektocht geweest. Een van de resultaten daarvan was het tweede Carthago. (Er zijn 13 ver­schillende Carthago’s geweest.) De slaven zijn dus aansprakelijk geweest voor de val van het 2e Carthago.
Alweer een vreemde stem die iets zegt. De mensen gaan weg en er gebeurt iets. Maar dan vraag ik mij af: Indien die slaven niet waren weggetrokken, zouden de vorsten en vooral de priesters dan gegrepen hebben naar de verschrikkelijke middelen die zij kenden: de aantasting van het evenwicht o.m. door zeewater in de vulkanen te laten stromen? Of zouden ze misschien de slaven hebben gebruikt om de strijd uit te vechten? Het lijkt mij dat dat laatste niet onwaarschijnlijk is. Die vreemde stemmen ‑ en zeker in het laatste geval ‑ lijken mij mee aansprakelijk te zijn voor de ondergang van Atlantis.
Zo gezien zijn de stemmen zeker van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de gehele mensheid. Wij zouden soortgelijke stemmen en krachten ook in deze dagen in de gaten moeten houden want er komt een ogenblik dat wij ze horen, hoe dan ook. En wanneer wij ze horen, moeten wij niet zeggen: Dat is onzin; of: dit is de enige waarheid. Wij moeten ons afvragen: Wat betekent dit? Want elk orakel spreekt a.h.w. met twee tongen. Je kunt de dingen op verschillende manieren uitleggen. Maar al­leen waar je een eigen harmonie vindt in die uitspraak, daar zul je juist kunnen kiezen. Wie juist kiest, kiest voor ontwikkeling, voor vooruitgang.
Wie degenen zijn die achter de stemmen staan? Dat is weer een heel ander verhaal.
U heeft allen wel gehoord van groeps‑ en rassengeesten. Die waren er altijd wel. Waar een groep is, is een gemeenschappelijk besef, geba­seerd op overleveringen, gebruiken, vooroordelen, bijzondere ontwikke­ling of kennis misschien van de groep. Hier is een harmonie. Deze harmo­nie gaat wel ergens in het totale menselijk denken op, maar ze is op zichzelf een aantrekkingskracht voor geesten die deze krachten in zich dragen of erkennen. In uw dagen zijn er werklozen omdat er overproductie is. Eerst toen er voldoende nieuwe soorten op de wereld waren en er een rangorde van ont­wikkeling in het stoffelijk leven was gesteld (de gewervelde dieren, de warmbloedigen), waren er vele entiteiten die zeiden: Daaraan behoeven wij nu niet veel meer te doen. Zij hadden dus ook niet meer die voortdu­rende inzet van krachten, de hulp nodig die bij het vormen en het ontwikkelen van een soort van zo groot belang waren. Een groot gedeelte van hen die minder te doen kregen zijn zich toen gaan richten op de mensheid en zijn automatisch aangetrokken tot die groepen waarvan het gemeenschap­pelijk bewustzijn harmonieerde met de inhoud van een bepaalde geest. En zo werd die geest langzaam maar zeker de ontvanger van alles wat er in een volk leefde en kon daardoor aan dat volk weerspiegelen wat hij met zijn inzicht en kennis voor dat volk of voor die groep als belangrijk en noodzakelijk zag.
Vergis u niet door te denken dat die groep ten koste van alles in stand moet worden gehouden. In bepaalde gevallen is het voor een geest veel interessanter om zo’n groep terug te nemen uit het stoffelijk be­staan en later weer te laten incarneren wanneer de mogelijkheden veran­derd zijn en ze wat evenwichtiger zijn geworden. De groepsgeest werkt dus in op de groep.
Nu kan een groepsgeest nooit op een groep inwerken, indien er niet ergens een contact is tussen de grondeigenschappen van die groep en de eigen krachten waaruit die geest leeft. Want die geest leeft, of hij het wil of niet, zo goed als u onder invloed van een der stralen. Daarom zeg­gen wij ook dat zo’n geest pas merkbaar kan worden voor de groep waarin hij werkt, indien er een gelijke harmonie ten aanzien van de straal be­staat in de geest en in de groep.
Wij hebben een groot aantal van die geesten. Elk van hen probeert voor een groep een voortdurende ontwikkeling in gang te houden. Er kan wel eens stilstand zijn, maar dan moet er desnoods geweld worden gebruikt. In China is dat meermalen gebeurd. Het was dan zo dat China op een ge­geven ogenblik een praktisch statische gemeenschap was. De groepsgeesten die daarbij behoorden, losten dat elk op zijn eigen manier op.
In het noorden waren entiteiten, die werkten met droogte en hon­gersnood. Daardoor moesten die mensen gaan trekken waardoor ze in con­tact kwamen met andere gewoonten en gebruiken, en dat betekende dat ze zelf ook moesten veranderen. En al keerden ze later weer terug, ze waren toch niet meer zichzelf gelijk gebleven. Was het resultaat niet zo bevre­digend, dan kwamen er twee, drie, vier, vijf jaren van hongersnood ach­tereen totdat zij weer voldoende kennis, inzicht en denkbeelden van an­deren hadden overgenomen.
In het zuiden werd nog wel gewerkt met overstromingen, maar dat haalde niet zoveel uit. Toen is men begonnen met het doen van invallen van vreemde volkeren. Het feit dat de Mantsjoes ten slotte in China zijn geïntegreerd, is enerzijds te danken aan de groepsgeest (vooral van de Chinezen rond Peking), maar aan de andere kant is dat ook te danken aan de verandering die de Chinezen zelf tot stand brachten. Ze konden de Mantsjoes a.h.w. assimileren in hun volksbestaan doordat zij zelf iets assimileerden van het denken, van de mentaliteit van de Mantsjoes. Anders hadden ze het nooit klaargespeeld. Dergelijke dingen komen steeds weer voor. Zo’n geest moet dus wel kunnen werken met een voortdurende verandering. Dat heeft voor hem zin en is zijn enig doel. En omdat hij zelf ook niet almachtig en alwetend is, heeft ook hij weer zijn heersers.
Er bestaat op aarde een bepaalde hiërarchie, eigenlijk een samen­stelling van geesten die samenwerken met het ras. Nu is op dit moment de mensheid het ras waarin de aardgeest ‑ dank zij het gemeenschappelijk be­wustzijn van de mensheid dat in de uitstraling van de aarde een grote rol speelt ‑ primair staat. Daardoor is alles wat op de mensheid betrek­king heeft, voor die geesten belangrijker dan alles wat op andere soorten betrekking heeft. In de mensheid is een voortdurende ontwikkeling nood­zakelijk. En voor de aarde, althans de geest van de aarde, is het uiter­mate belangrijk dat in de mens een parallelle ontwikkeling plaatsvindt; een geestelijke en een technische ontwikkeling.
De technische ontwikkeling moet u zien als begrip voor natuurkrach­ten en werken met natuurkrachten, dus een meesterschap over het milieu. De geestelijke ontwikkeling is de mentaliteitsontwikkeling waardoor op een gegeven moment die technische mogelijkheid kan worden beheerst. En zoals dat gaat, iedereen heeft zijn schutspatroon.
Er zijn entiteiten die zich in een volk bezighouden met de techni­sche ontwikkeling. Er zijn anderen die zich specifiek bezighouden met de geestelijke ontwikkeling ervan. Dat gaat zover dat praktisch overal kan worden gesproken van een tweeledige beïnvloeding. De ene geest probeert de mens duidelijk te maken wat er allemaal te ontdekken is. Een andere entiteit probeert die mens innerlijk te doen beseffen wat daaruit voor hem aan mogelijkheden, maar ook verantwoordelijkheden, voortvloeit. Deze twee entiteiten vormen tezamen een soort twee‑eenheid, de groeps- ­of rassengeest van een bepaald gebied.
Hier heeft u een beeld gekregen van wat er achter die stemmen be­staat. Dit zijn echter stemmen die nog heel dicht bij de wereld zijn. Wat gebeurt er verder?
De mensheid als geheel denkt. Hoe meer mensen er komen, hoe meer invloed dat gemiddelde denken van de mensheid zal hebben. En wie staat er midden in de gemeenschappelijke gedachte-uitstraling? De aarde zelf. De aarde zal dus steeds sterker antwoorden op alles wat er in dat ge­meenschappelijk bewustzijn van de mensheid aanwezig is. En daar de aarde gelijktijdig als arbiter werkt ten aanzien van de groeps‑ en rassengeesten, is het duidelijk dat ook het werk van die groeps‑ en rassengeesten steeds meer zal zijn afgestemd op de inhoud van het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid.
Nu moeten we eens gaan kijken hoe het op de achtergrond zit want er is nog veel meer. Het is prettig te spreken over grote Heren of Meesters op aarde, maar er zijn ook kosmische relaties die ook nog op een andere manier moeten kunnen worden uitgedrukt dan alleen door te zeggen: Dat is een straal.
De aarde is door haar bewustzijn (ze is op het ogenblik de meest leven bevattende planeet in dit zonnestelsel) erg belangrijk voor de zon en de reacties van de zon. De zon spreekt, als je het zo mag noemen, met andere sterren door variaties in de uitstraling. Zoals al het zijn in de materie in meer of mindere mate bezield is, zo zijn ook sterren en pla­neten bezield. Een stelling; u behoeft het niet te geloven maar u moet er maar eens over nadenken.
Wat gebeurt er nu? Het menselijk denken heeft invloed op de zon. De zon komt daardoor tot een bepaalde richting van uitdrukking t.a.v. andere sterren. Dat gaat langzaam. Als de zon een woordje heeft gezegd, is er voor de mens alweer een generatie voorbij. Maar de invloed blijft en dat betekent dat de antwoorden, de reacties die de zon terugkrijgt uit het stoffelijke heelal een klein beetje anders worden dank zij de in­vloed van de mensen. En dat houdt weer in dat het gedrag van de zon zich daarop zal moeten richten en zich daaraan zal moeten aanpassen.
Nu kan de zon in opwinding geraken. En dan zien wij grotere wisse­lingen tussen de zonneatmosfeer en de kern die veel dichter is. Daardoor krijgen wij ook gelijktijdig stralingsgrootheden. Dat gebeurt bo­vendien nog onregelmatig en we zien grote zonnevlekken. Het kan ook zijn dat de zon zegt: Daar moet ik eens over nadenken. Dat be­tekent dan dat er uit die sfeer van gloeiende gassen meer neerslaat dan naar buiten weer actief wordt. In zo’n periode is de zon minder actief. Voor de planeten betekent dat een verminderde zonnestraling en een ijstijd. Zo kan men dus zeggen: Er is een kosmisch evenwicht waarin ook de mensheid met haar gezamenlijk denken wel degelijk een rol speelt en verder reikt, tot zelfs in de sterren.
Nu heb ik misschien een nogal stoutmoedige opmerking. Stel dat er ergens een grote en machtige geest in een ster leeft die alles hoort wat de zon te zeggen heeft en die zendt haar met een enorme straling terug. “Dit is onzin.” Wat is dat? Dat is een negatie, een ontkenning. Dat is dus een invloed die de bestaande gedachtesfeer van de mensheid en de reactie van de zon ontkent. De zon kan er misschien wat zenuwachtig van worden en dat zal dan wel in de corona en in de protuberans zichtbaar zijn. Maar voor de aarde betekent dat: Er komt een invloed die het gehele vooropgezet­te denken van de mensheid even in stukken breekt. Er ontstaat verdeeld­heid in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn van de mensheid en dat be­tekent dat er tegenstellingen komen. Die tegenstellingen betekenen weer dat er een oplossing moet worden gezocht en dat er weer een acti­viteit ontstaat die niet meer alleen stoffelijk kan worden uitgedrukt maar die ook in het gevoels‑ en gedachteleven van de mensen een rol speelt. Zo werken al die sterren samen.
Als je het zo hoort, lijkt het net een sprookje. Maar het is een sprookje dat heel wat werkelijker is dan u denkt. Want alle harmonieën die er bestaan met groeps‑ en met rassengeesten, zullen daardoor wijzi­gingen ondergaan. Het kan zijn dat er ontwikkelingen optreden in een en dezelfde mensheid, die volkomen tegengericht zijn. Dat entiteiten hier werken voor het behoud en dat ze elders werken voor de ondergang. Dat betekent dat botsingen onvermijdelijk zijn, dat er problemen komen, dat de mensheid verder moet gaan.
Dan kun je zeggen: Waarom laat de Schepper, of wie dan ook die het voor het zeggen heeft, dat toe? Dat komt omdat we nu bezig zijn geweest met zaken die praktisch op stoffelijk gebied liggen, het gebied van de le­venskracht. Maar we weten allemaal dat er veel hogere geestelijke waar­den zijn. Die waarden hebben geen stem zoals wij die kennen. Dat zijn geen stemmen die woorden spreken. Het zijn eerder sferen; een verandering van stemming, een tijdelijke vervreemding van de werkelijkheid, een mystiek ondergaan. Als je daar uit terugkomt, heb je meer een stemming meege­bracht dan werkelijke gegevens. Maar die stemming werkt dan als een soort prisma waardoor je de werkelijkheid anders kunt gaan ontleden.
Die hoge krachten zijn er ook. Ze werken als o.m. de Heren van Licht en Wijsheid. Wanneer die krachten reageren op zo’n verwarring op aarde, wat gebeurt er dan eigenlijk?
Dan wordt de tegenstelling en de daarmee gepaard gaande oneven­wichtigheid ontleed in factoren. Voor een aantal mensen wordt het moge­lijk te verwerpen zonder het geheel te verwerpen. Je kunt gaan selecte­ren. Je kunt zeggen: Dit verwerp ik wel, dat verwerp ik niet in dit ge­heel. Zo kan er in het denken van de groep zelf een soort evolutie plaatsvinden naar een andere trap van denken, van bestaan en ook van beleven.
Nu kun je niet een groeps‑ of rassengeest zijn zonder dat je zelf een inhoud hebt waarin dergelijke hoge waarden een rol spelen. Dus als het denken van de groep verandert, dan verandert niet alleen de func­tionaliteit maar zelfs ook het energievermogen en het beïnvloedings­vermogen van de groepsgeest. De vreemde stemmen worden misschien tot vreemde krachten. En dan zijn daar de wonderen, dat wil zeggen de onver­wachte en onverklaarbare toevalligheden die beslissend gaan worden voor wat er gebeurt.
De meesten van u denken daar niet zo over na, maar weet u dat eigenlijk de hele situatie die in de tweede wereldoorlog is ontstaan, draait om een toevalligheid? Hitler had Rusland kunnen bezetten. Hij had de wereldoorlog kunnen winnen indien niet iemand uit balorigheid ‑ dat hoort er ook nog bij ‑ een verkeerd gegeven bevel letterlijk uitvoerde waardoor een trein met een grote hoeveelheid benzine, bestemd voor de tanks die naar Moskou moesten doorbreken, op een verkeerd spoor werd gerangeerd en naar Boedapest werd gedirigeerd. Het resultaat was dat men niet in staat was om die benzine tijdig aan te voeren. Hierdoor kwam de aanval tot stilstand en was het voor de Russen mogelijk in het achterland hun verdedi­ging ‑ zij het hoofdzakelijk met kleine groepen, een guerrilla activiteit ‑ te activeren en de aanvoerwegen verder zo te bemoeilijken dat men niet meer voldoende wapens, manschappen en vooral brandstof naar voren kon brengen om de tanks de beslissende aanval te laten doen. Daardoor zou een groot gedeelte van het regeringsapparaat ontwricht zijn geworden ‑ dat moeten we niet vergeten ‑ en daarnaast ook de weg naar bepaalde grote opslagplaatsen van grondstoffen tot in de Oeral binnen het bereik van de Nazi’s zijn geweest. Dat alles draaide om een vervelend manne­tje dat wist dat hij een verkeerd bevel kreeg maar omdat hij op zijn kop had gekregen omdat hij teveel vroeg, zei: En nu vraag ik niets, ik stuur het zo weg.
Zo was het ook met Napoleon. Weet u waarom Napoleon de grote slag bij Waterloo heeft verloren? Er was een holle weg die daarbij een heel belangrijke rol speelde. Die weg moest gebruikt worden voor het aanvoeren van een aantal ruiter­brigades, die een flankaanval moesten uitvoeren. Maar Napoleon was iemand die het allemaal graag zelf wilde doen. Daarom had hij gezegd: “Wacht tot­dat mijn bode komt.” En wat gebeurde er toen? Een paar stomme Duitsers, die op zoek waren naar Wellington, liepen de verkeerde kant uit, ontmoetten de bode en schoten hem neer. Dus eigenlijk waren het een paar Badense kurassiers die, doordat ze verkeerd gelopen waren en in die holle weg toen de bode neerschoten, het onmogelijk maakten een groot gedeelte van de slag te winnen voor Wellington kwam. Hoe klein zijn die toevalligheden!
Het lijkt wel alsof een vreemde stem mensen voert naar een toe­stand waarin ze dingen doen die ze zelf niet kunnen overzien maar waarmee soms de gehele wereldgeschiedenis veranderd kan worden. Als u dat nu eens overweegt, dan kunt u zich misschien voorstellen dat er ergens die harmonieën, die krachten zijn welke de mens willen helpen te komen tot een verdere ontwikkeling. Dat is belangrijk. We zouden ook kunnen zeggen: te komen tot een grotere harmonie, zodat hij op deze manier via gevoelens, via verdooldheid, via onlustgevoelens zelfs, in staat is enorm veel te bereiken. En dit ondanks de groepsgeest. Want geloof mij, Napo­leon had inderdaad een eigen beschermgeest. Maar die was machteloos op dat ogenblik omdat het gehele patroon teveel gelijkgeschakeld was. Het was oorlog, oorlog, oorlog. Er moest iets anders voor komen. Dus werd er een nieuwe impuls geschapen en die maakte het mogelijk dat Napoleon tot een nederlaag kwam. Het is wel typerend.
Zo zien wij dat de kosmische invloeden van allerlei aard met schijn­baar kleine en onbelangrijke invloeden zich toch op aarde laten gelden en mee invloed hebben op de totale ontwikkeling van de mensheid. Dit brengt mij tot het laatste deel van mijn betoog.
Het heeft weinig zin om alleen het lot van de mensheid te veran­deren als je niet gelijktijdig zo nu en dan stem geeft aan die verande­ring. Je moet a.h.w. de zin van de dingen duidelijk maken. Je moet, voor­dat er iets gebeurt, eigenlijk al duidelijk maken waar het naartoe gaat. En wat dat betreft, is het misschien interessant zich te realiseren ‑ ik had het over Napoleon ‑ dat de na‑Napoleontische periode voor een groot gedeelte wordt beheerst door het werk dat de Encyclopedisten heb­ben gedaan voor de Franse Revolutie. Zoals het interessant is na te gaan dat de gehele geschiedenis van Rome, toen het rijk eenmaal in verval was, zij meer en meer werd beheerst door de christenen, volgelingen van een Mees­ter die een paar honderd jaren tevoren als een misdadiger was gestorven in een ander land. Zo is het ook interessant te zien hoe de hele geschiedenis van het zuid-Aziatisch continent wordt beïnvloed door een Leraar die onthechting heeft gepredikt en daardoor het op een gegeven ogenblik onmogelijk maakt om eisen te blijven stellen voor de bouw van nieuwe steden zoals de vor­sten altijd hebben gedaan. Daarvoor in de plaats komt een meer stabiele wereld, die niet voortdurend nieuw bouwt en in het bouwsel a.h.w. het enige produkt geeft van een in zich gelijkblijvende menselijke ordening, maar nu een gisting brengt in de menselijke ontwikkeling.
Het zijn Meesters. En een Meester is niet veel meer of minder dan degene die stem geeft aan het komende en die de bedoeling duidelijk maakt van het onvermijdelijke. Het zal menigeen natuurlijk niet zo aange­naam in de oren klinken, als je het zo zegt. Men zegt: Een Meester, dat is een redder, een bevrijder, een inwijder. Maar hoe kan die redding, die bevrijding en die inwijding zin hebben? Denk daar eens over na.
Wat is het zinvolle van een Jezus, die ons allen komt redden terwijl wij gelijktijdig net doen alsof alles wat hij heeft geleerd, geen zin heeft? Met de mond belijden en in de praktijk het tegenovergestelde doen? Dat is absoluut zinloos. Daarvoor komt zo’n Meester niet op de wereld. Maar zo’n Meester komt op de wereld en hij verandert iets. Want de hele wereld, inclusief de heidense, de mohammedaanse, de boeddhistische we­reld, de Taoïstische denkers enz, wordt mee beïnvloed door de ver­nieuwing die uit de leer van het christendom is voortgekomen. Met ande­re woorden, de leer was niet doel op zichzelf. Ze was een omschrijving en een bewustmaking van een verandering en daardoor werd ze voor een groot aantal mensen zinvol en beleefbaar.
Elke keer weer als wij met een Meester worden geconfronteerd, vragen wij ons af hoe een grote geest op aarde heeft willen en kunnen komen om met zo weinig succes zo’n leer uit te dragen. Laten we eerlijk zijn, als je ziet wat er uit het boeddhisme is voortgekomen, dan vraag je je af of het voor een Siddharta inderdaad de moeite waard is ge­weest om daar alles voor opzij te zetten, een heel leven te offeren, te zoeken naar Nirwana en ten slotte toch nog weer van daaruit terug te ke­ren om stem te geven aan de Weg en de Pijlers.
Wat Jezus en Mohammed betreft, is het precies hetzelfde. Wat is ervan overgebleven? Als je met christenen te maken hebt, dan zweren ze bij Paulus. Heb je met mohammedanen te maken, dan zweren ze bij Ali, een vorst van de 4e dynastieke opvolging. Dus zo zijn ze niet zinvol. Maar ze zijn wel zinvol, indien we begrijpen dat zij tevoren een geeste­lijk begrip, een vermogen tot meeleven en je ontwikkelen creëren voor omstandigheden die later onvermijdelijk worden door al wat ik u heb be­schreven. En dat is natuurlijk iets anders dan je van een Meester ver­wacht. Die Meester brengt een sleutel voor harmonie. Ik heb het u al gezegd: Als de zon een woord zegt ‑ en ze spreekt niet al te bedacht­zaam ‑ dan is er wel een generatie minstens voorbij, waarschijnlijk nog meer.
Als wij in de kracht, in de leer van een Meester ingroeien, dit innerlijk gaan beleven, dan zijn wij in harmonie met de stoffelijke beïn­vloedingen, die veranderingen van evenwicht. Dan zijn deze voor ons een bron van kracht waar ze voor anderen eerder een tegenstand, een verlies van kracht betekenen. Dan zijn ook die geestelijke waarden, die hoogste geestelijke krachten die wel degelijk een rol spelen, meer op ons gericht. Wij kunnen, ondanks een gemeenschappelijk bewustzijn, ondanks de invloed van een groepsgeest toch nog zelf die hoogste kracht peilen, iets van de energie in ons beleven maar ook daaruit voor onszelf de juistheid van leven vinden, die binnen een geheel zin heeft en niet alleen maar een juistheid die van ogenblik tot ogenblik verandert.
De Meesters zijn niet alleen de voorbereiders. Ik geloof dat ze gelijktijdig ook de bruggenbouwers zijn van de brug bussen een bewustzijn dat in de materie leeft en het hoogste bewustzijn dat? buiten materie en tijd om? een grote rol speelt. Want tijd is niets anders dan ontwikkeling.
Een ontwikkeling, die bestaat uit de verschillende fasen van zijn, achter­eenvolgens wordt beseft en gerealiseerd door een ego. Uit de totaliteit hebben wij de tijd nodig. Alleen door de tijd is het mogelijk onze harmonie met een groter deel van het geheel op te bouwen.
Het zijn de Meesters die ons een sleutel geven tot iets van het tijdloze waardoor de werkelijke zin van de kosmos, de werkelijke zin van het gebeuren meer tot ons doordringt en wij zuiverder beseffen wat alle kosmische Krachten, Heren, Heersers, zo goed als de geesten die probe­ren deze aarde op te voeren tot een hoog bewustzijn, tezamen willen.
De vreemde stemmen kunnen vertrouwd worden. Dan omschrijven zij ons wat wij zijn, dan geven zij ons de plaats aan die wij wezenlijk in het onveranderlijke innemen en maken het ons zo mogelijk in alle fasen van bestaan deze werkelijkheid te beleven en daarin grotere kracht te vinden.

Onmogelijke verhalen (sagen en Legenden)

Als wij ons bezighouden met de geschiedenis van alle volkeren, dan komen wij steeds weer allerlei sagen en legenden tegen die op zich­zelf absoluut onmogelijk zijn. Als je leest over draken die met jonkvrouwen worden gevoederd, dan kan iemand nog wel aan zijn schoonmoeder denken maar je gelooft toch werkelijk niet dat dergelijke wezens hebben geleefd. En toch is het vreemd dat de voorstelling, die men zich van draken maakt, erg veel lijkt op bepaalde typen sauriërs. En als wij te maken hebben met andere legenden over gevleugelde slangen b.v., dan is er toch ook wel een samenhang te vinden tussen de verhalen op heel ver­schillende plaatsen die je doet denken: er moet toch wel iets van waar zijn geweest.
Al die vreemde verhalen zijn ergens wel waar, ofschoon wij niet moeten vergeten dat er een paar honderd jaar voor Christus’ geboorte mensen waren die vertelden dat nijlpaarden gewoon paardenbenen hadden en manen, want zo zagen zij dat nu eenmaal.
De mens heeft vaak door associaties de werkelijkheid langzaam maar zeker tot een onmogelijk verhaal veranderd. Maar alle legenden, alle sagen en een groot gedeelte van de sprookjes tonen een samenhang met de werkelijkheid van de wereld, de ontwikkelingen daarop en tevens ven de geestelijke ontwikkelingen en de geestelijke gebeurtenissen.
Als wij ons bezighouden met het verhaal van Aladin en de wonder­lamp, dan zullen we over het algemeen niet denken: tjonge, wat is dat eigenlijk een krankzinnig mooi verhaal over wat er geestelijk nodig is. Maar vergelijk nu eens voor de aardigheid de toespraken van Anakananda over de onthechting met de afdaling van Aladin in de grot en de wijze waarop hij erdoor moet lopen om de lamp (de vlam) te vinden. Dus het licht. Als je teruggaat, kun je wel wat meenemen maar je moet eerst het licht vinden, dan pas kan je aan de rest beginnen. Je ziet dan dat verhaal heel anders. Zoals je ook in sagen en legenden hoort van men­sen (tovenaars of grote koningen) die iets doen om een ander kwaad te berokkenen, om iemand te bedriegen. Het valt altijd verkeerd uit want zodra het gaat om hogere waarden, hebben ze dat gewoon niet in de hand. Wij horen de legende van Prometheus, die het vuur uit de hemel steelt. Wat is het vuur uit de hemel? Dat is niet het vlammetje waarmee de mensen hebben geleerd dat je licht kunt maken en vlees smakelijker kunt maken als je het kookt. Dat vuur is weer een innerlijk vuur. Het is iets wat te maken heeft met een innerlijke ontwikkeling. En als je het zo bekijkt, dan is het hele verhaal ineens logisch geworden.
Het is duidelijk, je kunt niet gelijktijdig het hoogste aan de men­sen geven zonder daarvoor aansprakelijk te zijn. En dan ben je geketend aan de aarde, aan de rots. Neen, sagen, legenden, sprookjes, alles bij elkaar, hoe onmogelijk ze ook lijken, staan dicht bij de werkelijkheid. Zeker, als we al die onderwereldverhalen lezen, dan denken we: dat be­staat niet.
In Perzië is een stroompje geweest dat men de ingang tot de onder­wereld noemde. In bepaalde legenden wordt zelfs een naam genoemd voor de stroom in de onderwereld, die een afleiding schijnt te zijn van de Perzische naam voor dat stroompje. Die ingang was een kloof, een duister ravijn waar het stroompje doorheen liep.
Maar is er dan geen onderwereld? Wat is die onderwereld eigenlijk? Een schimmenrijk? Wat is een schimmenrijk? Een schimmenrijk is een astra­le wereld. Dat is een wereld waarin je niet verder kunt, waarin je vast zit, waaraan de mens voortdurend eisen stelt. De mens wil allerlei din­gen en daardoor schept hij zich gestalten. Astrale gestalten, vormen, goden, godinnen, demonen, wat er maar denkbaar is, kan een mens met zijn gedachten in de astrale wereld tot werkelijkheid maken. Maar als hij het waargemaakt heeft, dan is het ook een voorstelling die hem zelf beheerst en dan is het opeens weer duidelijk.
Als wij bladeren in het Tibetaanse of Egyptische Dodenboek, dan horen wij ook over allerlei dingen waarvan wij zeggen: Dat is een onmoge­lijk verhaal. Je komt in een grot en daar word je door boogschutters voortdurend met pijlen doorboord. Dat is onzinnig. Maar als je het nu eens anders stelt. Hoe vaak is de waarheid niet scherper dan een pijl? Als je in af­zondering zit en je moet de waarheid verwerken ten koste van alles, dan is de voorstelling ineens een heel aardig symbool geworden.
Het is misschien dwaas om te denken aan een Koning der Wereld, die ergens onder de aarde zit. Maar hoe komt het dan dat mensen steeds weer zeggen dat de aarde iets groots herbergt dat wacht op het ogenblik van ontwaken? Dat vertellen ze van Barbarossa toch ook?
De Indianen vertellen over Crazy Horse, die eens uit een berg zal opstaan en hen tot de bevrijding zal voeren. Wat natuurlijk kolder is want de Indianen die er nog zijn, willen helemaal niet bevrijd worden. Die zitten al helemaal in de protestmentaliteit. Zij protesteren dan wel maar vechten liever niet. Dus ergens is het onzin, maar er zit ook wel iets in.
In de aarde zelf sluimeren bepaalde krachten en gedachten en die zullen op een gegeven moment toch weer naar boven komen. Het gaat niet om personen, het gaat niet om demonen in die onderwereld, het gaat om een werkelijkheid die tijdelijk kan rusten maar die geabsorbeerd is in de kern van de aarde en er ineens weer kan uitkomen. En dan zitten de men­sen ermee opgescheept.
Er is natuurlijk niet een echte Barbarossa die weer opstaat, maar dan is er dezelfde mentaliteit die Barbarossa eens heeft gebracht tot zijn verwerpen van de paus en ten slotte tot zijn boetetocht waarbij hij met blote voeten in de sneeuw stond. Ik vind dat allemaal uitermate interessant.
Als je de gewone sprookjes – nagaat en dan denk ik b.v. aan Hans en Grietje, Doornroosje, Assepoester – dan lijken ze allemaal kinderlijke verhaaltjes en ze zijn zo onmogelijk in de werkelijkheid. Maar probeer nu eens de buitenkant, het versiersel eraf te halen en kijk eens wat er wordt gezegd in zo’n sprookje en je staat versteld. Want in dat sprookje leeft dan ineens een waarheid. Er staat een geestelijke waarheid en vaak ook een stoffelijke waarheid in neergeschreven. Nu zoudt u graag willen weten hoe?
Neem eenvoudig de kwestie van Roodkapje. Waarom krijgt Roodkapje moeilijkheden? Omdat ze niet doet wat ze weet dat ze zou moeten doen. Waardoor krijgen de mensen moeilijkheden? Om dezelfde reden. Dan komt de wolf. Waarom eet de wolf Roodkapje ineens op? Doodgewoon, omdat wolven over het algemeen er over nadenken hoe ze meer kunnen krij­gen. Ook dat is niets bijzonders. Ga maar eens kijken naar iemand die ka­pitaal heeft. Die wil ook steeds meer. Hij neemt geen genoegen met hon­derd gulden als hij denkt over een paar dagen honderdduizend of een paar miljoen te kunnen krijgen. En wat is dan de grote fout? De wolf eet Roodkapje en grootmoeder op. Het wordt leuk verteld. Maar wat is het eigenlijk? Het is een ‘menger’, om in handelstermen te spreken, een fusie. En als je nu te ver gaat, wat gebeurt er dan? Dan komt de bos­wachter. Misschien is het wel de regering met een anti‑trust‑wet, die het mes erin zet. En als je dan te groot hebt willen zijn, dan wordt hetgeen je in jezelf hebt geschapen, een noodzaak. En als je het dan moet ontberen, dan kun je niet meer zonder en ga je eraan te gronde. Zoals de wolf die zoveel ruimte had dat hij rotsblokken kon hebben in plaats van de twee personen.
Denk eens aan de verhalen van de Indianen. Zij vertellen dat, als je onder zekere omstandigheden naar bepaalde bergtoppen gaat – die worden dan nog met name genoemd ‑ dan verander je, je wordt plotseling een nieuw mens met nieuwe mogelijkheden en nieuwe krachten. (De Comanche, de Paparo, de Hopi hebben zulke legenden.) Nu is dat natuurlijk onzin dat, als je naar een bepaalde hoogte gaat, je dan verandert. En toch, wanneer een mens wordt geconfronteerd met nieuwe hoogten van beleven ‑ door welke geestelijke schok dan ook ‑ dan komt hij er nooit meer als dezelfde mens uit, dan is hij veranderd. Hij heeft dan andere mogelijkheden en andere capaciteiten. Iemand die grijpt naar wat wij misschien ‘mystieke hoogten’ noemen, die een eenheid weet te krijgen waarin zijn onderbewustzijn a.h.w. in zijn bewustzijn is ingeschakeld, is een to­taal ander mens geworden. Hoe zijn de Indianen daar nu aan gekomen? Zij hadden geen psychiater om hun dat te vertellen. Trouwens, als zij een psychiater hadden gezien, zouden ze gezegd hebben: Dat is een gek. Een gek is een heilige, dus laten we hem zijn gang maar gaan.
Maar waarom vertellen ze dan die dingen? Hoe figureren ze in die verhalen, in de legenden van helden die plotseling overgaan naar de Eeuwige Jachtvelden, van mensen die tot sterren worden, die opeens ver­anderen in iets anders? Hoe komen ze daaraan? Daarvoor moet een reden zijn. En dit hele betoog is opgezet om die reden te kunnen formuleren. De reden is dit:
De mens leeft in een realiteit die meer bevat dan de werkelijk­heid die hij elke dag beseft. In die totale werkelijkheid zijn krachten, die op zijn wezen antwoorden en waarop hij zelf antwoord kan geven. En telkenmale weer zal er een ogenblik zijn dat de mens antwoord geeft op dingen, die niet zuiver stoffelijk zijn, dat hij een geestelijke waarde, een geestelijke kracht a.h.w. injecteert in alles wat hij normaal stoffe­lijk bewust bezit. En op het ogenblik dat er een versmelting komt van dat hoger besef met de werkelijkheid die hij beleeft, verandert de wer­kelijkheid. Ze gaat meer omvatten, ze krijgt meer schakeringen, ze krijgt meer mogelijkheden. Maar u moet ook goed weten wat u doet. Wat dat be­treft, zou ik ook Sindbad willen aanhalen.
U herinnert zich het verhaal van Sindbad de zeeman, die staat op een eiland waar een oude gebrekkige man hem vraagt: Wil je mij alsje­blieft dragen? Dat is dan de Oude Man van de zee. Sindbad kan hem niet meer kwijt. Die man blijft zich aan hem vastklampen totdat hij hem ten slotte met geweld van zich afwerpt en zelf bijna ten onder gaat. Ook dat is heel begrijpelijk. Bewustwording betekent niet, zoals de men­sen denken, alleen maar vriendelijkheid. Bewustwording is juiste reactie. In dit verhaaltje wordt dit zo aardig duidelijk gemaakt.
Je kunt wel medelijdend zijn, maar je medelijden moet zinvol zijn. Het moet betrekking hebben op een werkelijkheid en niet alleen maar op een illusie die voor je wordt geschapen, anders word je slaaf van je eigen vriendelijkheid. Dan word je het slachtoffer van hetgeen je voor een ander denkt te doen. Erg egoïstisch misschien. Maar er is een kos­mische waarheid die telt boven de menselijke waarheid. Je moet eerst de kosmische waarheid dienen en dan pas kun je je gaan bezighouden met wat menselijk wenselijk is. Alleen de mens die beseft dat hij wordt beheerst door een verkeerde vriendelijkheid of een verkeerde goedheid, zal zich daarvan kunnen bevrijden. Niet door anderen tot slachtoffer te maken, want dat is niet nodig, maar gewoon door die banden van zich af te wer­pen en zijn eigen vrijheid te hernemen.
Achter al die verhalen, sagen en legenden ligt de lering: indien je iets doet voor anderen of voor een geheel, dan moet dat ook de moei­te waard zijn want wat je doet, daaraan ben je gebonden.
Alle grote personen worden beheerst door geheimzinnige krachten. Maar die krachten hebben dan toch kennelijk een directe relatie met wat die mensen zelf zijn. Er is geen vogeltje dat iemand iets komt vertellen zonder dat hij er eerst om gevraagd heeft. Je eigen wezen bepaalt je mo­gelijkheden. Maar die mogelijkheden moeten dan nog vergeleken worden met het wenselijke uit een totaalbestaan, uit de totale kosmos.
Denk nu eens aan de Gordiaanse knoop. Ook zo’n mooie legende. In Gordium probeerde iedereen de knoop te ontwarren en niemand kon dat. Toch zou degene die de knoop losmaakte van de dissel, koning worden. Totdat er iemand kwam die logisch dacht en zei: Het gaat hier niet om het ontwarren van de knoop, het gaat erom die knoop los te maken van de disselboom. Hij trok zijn zwaard en hakte de knoop door.
Er wordt hier gewoon tegen de mensen gezegd: Jullie moeten niet proberen alles zo mooi uit te zoeken, want dat is soms onmogelijk. Je kunt niet alle vervlechtingen uit elkaar halen. Maar op een gegeven moment moet je zeggen: Dit moet eraf, dit is voorbij. En dan moet je ge­woon je kracht gebruiken om die band te verbreken. Dan kun je je be­stemming pas volgen.
In de legenden over Karel en de Elegast hoor je hoe Karel de Grote en Elegast de stemmen van de dieren horen. Een legende die ove­rigens in de Duizend-en-een-nachtverhalen ook voorkomt en die, vreemd genoeg, ook thuishoort in bepaalde Azteekse verhalen. In al die verhalen is het belangrijke niet dat ze dieren horen praten en raadsels horen op­lossen, maar dat alles een stem heeft. Als wij naar alle dingen luisteren, als we gevoelig daarvoor zijn, dan zullen wij in die totaliteit veel be­wuster leven. Want alles wat gebeurt, heeft invloed op alles. En zo kun­nen wij elk gebeuren aflezen uit alle dingen. Door dit aflezen kunnen wij daarop zo reageren als voor ons juist is.
Vroeger wisten de mensen dat wel en hebben dat vastgelegd in sagen en legenden. Ze hebben geprobeerd daar op de een of andere manier vorm aan te geven. Er dat doen de sprookjes van de moderne tijd ook.
Neem b.v. het marxistisch Leninisme. Dat is een sprookje. Marx ontwierp het eens in zijn essentie en waar kom je dan terecht? Punt 1: bij het feit dat de mensen moeten leven in een broederschap. Punt 2: dat ze voortdurend voor elkaar moeten leven en dat ze dan onoverwinnelijk zijn, dus een maximale kracht krijgen. Dat is volkomen waar, ook al kunnen wij de stellingen van het marxistisch Leninisme in vele geval­len aanvechten omdat het onlogische dogma’s zijn. Maar de inhoud is juist.
Altijd weer, als wij geconfronteerd worden met dergelijke dingen, moeten wij ons afvragen: Wat schuilt erachter? Wat is de werkelijke bete­kenis indien ik de vormgeving eens terzijde stel? Ik weet dat mensen altijd geneigd zijn op vormen af te gaan. Maar het gaat om hetgeen in de vorm verborgen is. In alle sagen en legenden van de verschillende vol­keren ‑ of u de Finse, de Scandinavische, de Franse of Afrikaanse le­genden er op naleest ‑ u zult ontdekken dat achter de verhalen een zui­ver geestelijke wijsheid verborgen zit. Het is alsof de mensheid in die verhalen voor zichzelf de herinnering verbergt dat er een geestelijke waarheid is die je hele leven, je vermogen en je kunnen bepaalt.
Als ik dat zo van mijn kant uit bekijk, heb ik altijd het gevoel: de mensen gaan uit en leggen de sleutel onder de mat. En als ze thuis ­komen, zijn ze vergeten waar ze hem hebben gelegd. Dan moeten ze de deur laten openmaken door de slotenmakers terwijl ze alleen maar onder de mat hoeven te kijken om de sleutel te vinden.
In alle sprookjes, sagen en legenden, in al die eenvoudige ver­haaltjes en in vele dogmatische betogen en stellingen zelfs, die vol­gens mij wel de sprookjes en legenden van de moderne tijd zijn, vindt u de essentiële waarheid terug. De sleutel om binnen te gaan in een rijk van werkelijkheid, van eigen kracht en eigen mogelijkheden. En wie dat eenmaal in de gaten heeft, komt tot de conclusie dat je de lichtende waarheden, de lichtende werkelijkheid die achter de draken, slangen, helden en al die dingen meer verborgen ligt, eigenlijk kunt terugvinden in de kleinste dingen van elke dag. Ze spelen mee in een stuk van Pirandello en in een stuk van Shakespeare. Ze komen voor in een film, of het nu gaat over James Bond of over het meest krankzinnige onder­werp, altijd is op de achtergrond een waarheid.
De mensheid vertelt zichzelf in de vorm van sprookjes en ver­halen voortdurend over de geestelijke waarheid. En dan bekijkt ze het verhaal en zegt: Nu ja, onmogelijke verhalen; en vergeet dat ze daarin voor zichzelf de kostbaarheid van eigen leven en bewustwording heeft neergelegd.