Vrijheidsdrang

image_pdf

3 mei 1968

Allereerst wil ik u er aan herinneren dat wij van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt zelf na, vorm uzelf een oordeel en doe er zo mogelijk ook iets mee.

De mens wil vrijheid. Zijn denkbeeld van vrijheid is echter gebaseerd op de wereld waarin hij leeft, het milieu waarin hij is opgevoed, plus de meningen die hij erop nahoudt. Dit betekent dat zijn vrijheidsbeeld nooit een absolute vrijheid betreft, maar altijd weer een vrij zijn dat hij voor zichzelf opeist als tegenstelling tot de door hem veronderstelde onvrijheid van anderen. Vrij zijn kun je alleen reëel benaderen wanneer je daarbij uitgaat van onthechtheid. Wanneer niets je iets kan raken, ben je werkelijk vrij. Wanneer het je niets uitmaakt wat er in de wereld gebeurt of met uzelf kan gebeuren, bent u eerst werkelijk vrij en reageert u zoals u dit juist acht. Want wat kan u dan nog gebeuren? Op het ogenblik echter dat u zich verwant of verbonden gevoelt met één enkele mens, een groep, een geloof, een stuk grond, bent u niet werkelijk vrij meer. Wanneer ik iets geloof, ben ik gebonden door dit geloof. Heb ik een vaderland, dan zal mijn gehechtheid aan dit land mij beperken in mijn mogelijkheden. Wanneer ik mensen rond mij heb, waaraan ik mij hecht, als moeder, vrouw, kinderen, echtgenoot, zal ik mij tegenover dezen verplicht gevoelen tot een bepaalde houding en zal ik dus niet meer werkelijk vrij kunnen zijn.

Toch wil elke mens vrij zijn. Het resultaat is dat hij zijn denkbeelden omtrent de vrijheid wel op een zeer radicale wijze formuleert, maar er dan verder ook maar zeer weinig aan pleegt te doen. Want wie vrij wil zijn in de werkelijke zin van het woord, moet ook vrij zijn van de behoefte een erkenning te vinden bij anderen of aan verplichtingen tegenover anderen te voldoen. Op het ogenblik dat u belang hecht aan de mening van een ander, bent u niet meer werkelijk vrij, maar blijkt u gebonden te zijn aan het oordeel dat die ander uit kan spreken, zelfs wanneer dit van alles wat u zelf juist of begeerlijk acht, afwijkt. Daar de meeste mensen in de wereld boven alles de waardering en erkenning van anderen verlangen, zijn er op aarde haast geen werkelijk vrije mensen denkbaar. Daar absolute vrijheid voor de mens, zelf maar tot leven binnen eigen wensen en mogelijkheden, niet denkbaar blijkt te zijn, zullen wij dus een definitie van vrijheid moeten vinden die, hoe beperkt zij ook is, aan de mogelijkheden der mensen en hun verlangen naar vrijheid althans enigszins tegemoet komt.

Gelijktijdig zal een dergelijke definitie echter ook de vrijheid van anderen moeten waarborgen omdat men nimmer vrij kan zijn wanneer men gelijktijdig anderen tracht te binden of te verplichten. Bedenk dat op het ogenblik dat ik de vrijheid van anderen aantast in mijn streven naar vrijheid, een strijd zal ontstaan die ook mijn vrijheid aan zal tasten. Die strijd komt niet voort uit het feit dat ik zelf vrij wil zijn, maar uit het feit dat ik anderen de vrijheid ontneem.

Wanneer ik zoals de meeste mensen geneigd ben om het standpunt van een ander minder waard te achten dan mijn eigen denken, zal ik macht willen uitoefenen en geweld gebruiken om mijn mening en inzichten door te zetten. Hoe groter het geweld dat ik kan gebruiken, hoe meer men zich gerechtvaardigd zal gaan gevoelen en hoe hoger men de onechte vrijheid in zal schatten die men, meestal ten koste van anderen, met vele offers verdedigt.

Geweld komt vaak voort uit de drang vrij te zijn. Zo zou men de strijd tussen Israël en de Arabische staten kunnen omschrijven als een vrijheidsoorlog, want in beide gevallen speelt een verlangen naar vrijheid en erkenning een grote rol. De Israëli wenst vrij te zijn op eigen grondgebied, als volwaardig door eenieder erkend te worden en zoekt zo een compensatie voor de ondergeschikte plaats die het joodse volk in menig land voor lief heeft moeten nemen in het verleden. Men wil erkenning voor het vele wat men inderdaad in Israël heeft gepresteerd. Men wil een zeker leiderschap verwerven en niet slechts middels intrige, maar middels macht en aanzien iets bereiken in de wereld. Dit is begrijpelijk. Niemand zal het dan ook volgens mij de Israëli kwalijk mogen nemen wanneer hij met woorden en wapens deze vrijheid, de vrijheid van zijn land, verdedigt.

Maar bestaat er werkelijke vrijheid in dit land? U bent er vrij, zolang u gelooft op een bepaalde wijze. U bent vrij wanneer u uw wijze van leven en denken onderdanig wilt maken aan bepaalde godsdienstige inzichten en wetten. Nu kunt u wel zeggen dat dit niet geheel juist is, maar in feite komt het daar voor andersdenkenden wel op neer. In feite regeert God of een bepaalde voorstelling van God en diens wil de Staat. De achtergrond van alles in Israël is wanneer men eerlijk alles beziet, de oude wet, de Thora, de overlevering, toegepast in het kader van een modern maatschappelijk geheel, ook al zijn er vele Israëli’s niet zo vroom. Iemand die anders denkt en gelooft, kan binnen deze gemeenschap een zekere vrijheid verkrijgen en God op zijn wijze eren, maar hij zal niet de vrijheid vinden ook openbaar zo te leven zoals hij meent dat zijn God dit van hem eist. Velen zullen ontkennen dat dit juist is. Daarom herinner ik aan de vele moeilijkheden die er zijn geweest en vaak nog zijn voor gemeenschappen van Kopten en christenen in dit land, vooral wanneer zij hun leer ook aan anderen willen voorleggen. Ook degenen die de Islam aanhangen, voelen zich niet zo vrij te leven volgens hun wet en geloof als zij wel zouden willen zijn.

Aan de andere kant de Arabieren, die voelen dat Palestina hun vaderland is sinds vele geslachten.

Deze mensen achten zich tenminste gelijkberechtigd met de Israëli. Maar zij volgen een profeet die in de ogen der machthebbers geen ware profeet was en erkennen een heilig boek dat als zodanig voor degenen die de openbare wetten vaststellen, niet bestaat. De wijze van leven en denken van de Palestijn staat niet zover van de gelijke waarden bij de Israëli, maar verschilt in schijnbaar kleine, maar voor de eenvoudige mens zeer belangrijke punten daarvan weer veel. Deze mensen moeten met elkander in overeenstemming leven, maar met de wet, de macht aan de kant van één partij alleen. Het is, gezien het karakter van beide groepen, duidelijk dat dit niet werkelijk mogelijk is. De oplossing zou een geweldloze demonstratie zijn waarin samenwerkingen kunnen getoond wordt. Een demonstratie van mogelijkheden zoals sommige Israëli geven wanneer zij in de niet zo vruchtbare gebieden die eens van de Arabieren waren, planten rijk laten groeien en de verarmde gebieden van Arabische boeren op weten te voeren tot grote vruchtbaarheid. Dit is een demonstratie die echter een nadeel heeft: Wanneer men zo wil demonstreren om vrede te gewinnen, moet je zo demonstreren ten bate van de ander, niet ten bate van jezelf. En degenen die daar hun zweet en kunnen gegeven hebben om nieuwe levenskracht te brengen, hebben geen zin om zonder meer terug te gaan naar eigen gebied. Zij menen dat zij, door hetgeen zij tot stand brengen, rechten kunnen doen gelden en daarmede is alle nut van een dergelijke demonstratie als een geweldloos overtuigen van de tegenstander reeds bij voorbaat te niet gedaan.

Men zegt: Wij hebben dit zover gebracht en dus hebben wij hier zekere rechten. Rechten, rechten, rechten. Men is daarvan eerlijk overtuigd en beseft niet dat een mens die van zijn rechten te zeer overtuigd is en daaraan eigen geluk en mogelijkheden vaak offert, niet werkelijk vrij is en gelijktijdig de vrijheid van anderen aantast. Zolang men in de eerste plaats wil spreken over de rechten die men heeft en het onrecht dat men heeft moeten lijden, zij het in Israël of bij de Arabieren, zal er geen vrede komen. Zolang mensen die naar vrede verlangen, een steekspel opvoeren of politiek bedrijven, waarbij het in de eerste plaats gaat om het verkrijgen van gelijk, een bevestiging gewinnen van de eigen persoonlijkheid en pretenties, zal er geen vrijheid kunnen bestaan. Zelfs zij die uiteindelijk een overwinning behalen, blijken hierdoor niet meer vrijheid te gewinnen, maar meer en meer tot slaven van hun overwinning te worden.

Misschien wordt u nu duidelijk waarom ik meende de verschillende opgegeven onderwerpen te kunnen combineren: wanneer ik vrij wil zijn, moet ik de mogelijkheid vinden zelf geheel volgens mijn geloof of ideaal te leven, zonder daardoor anderen ooit in hun vrijheid te belemmeren. Welk geloof is daarbij van geen belang. Voor een mens is het even belangrijk wanneer zijn geloof aan God in het geding komt, als wanneer zijn geloof aan het nut van de pil wordt aangetast, en zijn gevoel van vrijheid komt evenzeer in het geding wanneer het gaat om een sociale rechtsorde of om het vrijelijk kunnen beoefenen van kansspelen. Wanneer ik in iets geloof wanneer ik meen dat het juist is en bij mijn leven past, zal ik ook de vrijheid moeten vinden om deze waarden in mijn eigen leven een rol te doen spelen.

Maar, als ik die vrijheid niet kan vinden omdat anderen mij beletten geheel zo te denken, te reageren of te leven zoals ik juist acht wat dan te doen? Ik kan natuurlijk beginnen met macht en geweld die andere te verdrijven of te onderwerpen. Het lijkt eenvoudig, mijn wil aan anderen op te leggen en hen zelfs te dwingen mijn visie als de juiste te aanvaarden. Maar elke keer wanneer ik de vrijheid van een ander om te leven en te zijn zoals hij dit goed acht, aantast, doe ik ook iets van mijn eigen vrijheid te niet. Geweld doet niet slechts de vrijheden van de verliezers ten onder gaan, maar bindt ook de overwinnaars aan een reeks van problemen en noodzaken die niet bij hun begrip van vrijheid en juist leven passen. Geweldloosheid houdt in feite in dat je leeft en handelt volgens eigen begrippen, zonder ooit anderen de rekening voor hetgeen je zoekt middels overmacht te presenteren. En hiermede komt iets naar voren wat in deze dagen maar al te vaak geheel over het hoofd wordt gezien. Geweldloosheid bestaat niet alleen maar uit demonstratief marcheren en protesteren. Het is vooral het omgaan met het geweld van anderen, zonder ook maar een enkele stap terug te doen bij het in de praktijk brengen van hetgeen men juist acht. Dit betekent dat je de ander erkent en aanvaardt, zelfs met zijn geheel verschillende inzichten en zijn denkbeelden van recht en macht, maar gelijktijdig zegt, zonder die ander onnodig te kwetsen of te provoceren, zal ik doen wat ik juist vind.

Wat de zaak moeilijk maakt. Toch kan ik mij een mens voorstellen die voor zichzelf het recht wenst, te leven zoals hij dit juist acht. Ik kan mij zelfs voorstellen dat zo iemand op de kritiek die de maatschappij ongetwijfeld zal hebben, niet met grove verwijten reageert en zelfs wanneer er bij hem een paar ruiten worden ingegooid, onmiddellijk hetzelfde terug wil doen. Ik kan mij een mens voorstellen die ondanks de tegenstand en het geweld van anderen, rustig, beheerst en gestaag verder gaat op de weg die hij juist acht en wanneer men het hem onmogelijk maakt op zijn weg voort te gaan, eenvoudig gaat zitten, waar een ieder dit kan zien, en zegt: “Ik wacht op de mogelijkheid om verder te gaan.”

Geweldloosheid is een vorm van overtuiging. Maar het is zeker geen poging tot elke prijs en met geweld te overtuigen. Het is natuurlijk erg leuk om mensen te overtuigen op de moderne Griekse manier of misschien op Teutoonse wijze of de wijze waarop de Britten dit langere tijd geleden probeerden. De Engelsen hebben getracht de Boeren te overtuigen van hun gelijk door het oprichten van de eerste concentratiekampen in Zuid-Afrika. De Duitsers hebben geprobeerd hun gelijk te bewijzen met achtervolgingen, fusillades enzovoort. Op het ogenblik zijn er Grieken die menen dat je iemand een waardering voor de juiste vorm van vrijheid in kunt ranselen. Maar men slaagt nooit. De Boeren hebben in feite overwonnen, al scheen het even of zij verloren.

Want de Boeren in Zuid-Afrika hebben nog steeds meer invloed en macht dan de schijnbaar meer intellectuele Engelstalige groep. Duitsland belijdt op het ogenblik luidkeels dezelfde denkbeelden waarvoor men eens mensen fusilleerde of erger. En in Griekenland zijn er kolonels die ongetwijfeld voor vrije meningsuiting op zullen komen, nadat zij hebben ontdekt dat hun slachtoffers na enige tijd hard terug weten te slaan. De eigen werkelijkheid, de vrijheid van eigen leven, speelt daarbij geen rol. Daarom zullen op deze wijze de mensen nooit werkelijk vrij kunnen worden, zullen zelfs zij die alle macht in handen hebben, nooit werkelijk vrij kunnen zijn.

Maar op het ogenblik dat men bereid is zichzelf te offeren voor hetgeen men juist acht, zonder daarbij geweld te gebruiken tegen anderen of haat te koesteren, liggen de zaken opeens anders.

Voor de minnaars van macht heeft geweldloosheid een enorm nadeel: iemand neerslaan die niet terug vecht, brengt bij bijna alle mensen, uitgezonderd enkele sadisten, een gevoel van walging.

Wanneer geweld tegen iemand die zich niet wil of kan verzetten in het openbaar en koelbloedig wordt bedreven, ontstaat tegenover de bedrijvers van het geweld een gevoel van minachting en afkeer. Daarom gaat zo iets niet zo goed. Daarom vinden de minnaars van macht het prettiger wanneer zij de mensen zo lang kunnen najagen dat zij uiteindelijk terug zouden willen vechten dat zij geneigd zijn aan te vallen, te beschuldigen, te haten. Dan voelt men tenminste dat men het recht heeft toe te slaan. Een politieman die iemand neer moet knuppelen die zich niet verweert, zal zich schamen wanneer anderen dit zien, dit te weten komen. Hij hoopt dan ook dat de ander tenminste een enkel gebaar zal maken dat als verzet kan worden uitgelegd. Want hierdoor heeft hij opeens het recht om te slaan. Maar naarmate hij meer geweld gebruikt, zal hij, vaak tegen eigen wil in, tot het gebruik van verder geweld gedreven worden. Daarom kun je nooit vrij zijn wanneer je geweld gebruikt.

Vrijheid kan men niet verkrijgen middels een wereldoorlog of een kort conflict zoals die oorlog van Israël tegen de Arabieren en de mogelijke oorlog in de komende tijd van de Arabieren tegen Israël. Vrede en vrijheid kun je alleen verkrijgen door bereid te zijn zelfs te leven zoals je juist acht, zonder daarom anderen te beletten op hun wijze hetzelfde te doen. Daarom is het niet zo vreemd dat velen die vrijheid in hun vaan schrijven, het in wezen met de vrijheid, zeker die van anderen, niet zo goed menen. U bent vrije burgers van Nederland. U bent vrij, zolang u vele overbodige en enkele noodzakelijke wetten gehoorzaamt en bereid bent uw belastingen te betalen, zelfs al gebruikt men het grootste deel daarvan voor dingen waarmede u het niet eens bent. U bent vrij, zeker. Dan moet u zich ook kleden volgens wat men de normen van heb publieke fatsoen noemt en u gedragen zoals men dit van u verlangt of zoals de overheid dit goed acht, dan bent u vrij. Maar alleen dan.

In Nederland bestaat een vrijheid van meningsuiting. U moogt natuurlijk niet zeggen dat het een of andere staatshoofd een schoft is, ook al is dit honderd maal waar. Zo heel erg vrij is de meningsuiting dus ook weer niet. U moogt alles zeggen wat u wilt, mits u het zo weet te formuleren dat niemand zich daaraan kan ergeren. U moogt alles schrijven, zolang maar niemand op het denkbeeld komt dat het bijvoorbeeld niet overeenstemt met hetgeen hij beschouwt als “de goede zeden”. Vreemde vrijheid! Wanneer ik van iets overtuigd ben, moet ik dit toch ook kunnen zeggen? Wanneer ik iets belangrijk, interessant, vermakelijk vind, moet ik dit toch kunnen neerschrijven en publiceren? Wanneer ik midden op de straat ga staan en hardop zeg dat God niet bestaat of dat God dood is, zullen velen dit niet met mij eens zijn – en terecht.

Maar mag ik het daarom dan ook niet zeggen wanneer ik het eerlijk zo zie? En wanneer ik luidkeels zeg of schrijf dat Jan Pietszoon een oplichter is, dan zou men mij ten hoogste kunnen vragen waarom ik dit denk. Maar wanneer men, ook zonder verder onderzoek, mij dit verbied omdat de gebruikte term, – die ik eerlijk meen – niet waar is, dan deugt er met de vrijheid toch iets niet. Wanneer er een werkelijke vrijheid van meningsuiting zou zijn, zou men vrij zijn deze dingen te zeggen, maar zou een ander natuurlijk even vrij zijn om te zeggen: die vent is gek of die man liegt dat hij barst. Met andere woorden, zelf vrij zijn, maar dan ook anderen geheel vrij laten, een ieder gelijke rechten en mogelijkheden geven, volgens eigen besef te leven en te spreken. En dit is iets anders, dan de meesten menen die om vrijheid roepen, bedoelen. Wat zij dan bedoelen? Vrij zijn om iets te doen, terwijl een ander daarop niet mag reageren.

Ik besef zeer wel dat degene die het onderwerp vrijheid opgaf, niet hierover wilde spreken, maar onder meer over de moderne jeugd, bijvoorbeeld over de vraag of de jongelui van heden nu maar alles mogen doen wat zij zelf willen zoals met hasjiesj en marihuana in keldertjes samenkruipen en kroelen. Mogen zij er nu maar allen bijlopen zoals zij zelf willen? De jongentjes vuil en met lange haren, de meisjes opgeschilderd met zeer korte rokjes of zeer spannende broekjes enzovoort? De ouderen menen vaak dat dit alles niet goed is. Maar laten zij dan ook eens zeggen wat dan wel goed is. Is het goed te zijn zoals u bent? Voor u misschien, maar er zullen velen bestaan die ook op u kritiek hebben. Of is het misschien alleen goed wanneer eenieder doet zoals alle anderen plegen te doen? Maar dan loopt het elke maal weer mis. Neen. Ik meen dat de jeugd van heden recht heeft op vrijheid, zolang zij deze vrijheid maar niet anderen tracht op te dringen. Als de jeugd zich absurd wil kleden, zo kleden zij zich absurd en als morgen de jongere het leuk vinden om met kale koppen te lopen, terwijl de meisjes het leuk vinden om met een valse baard te pronken, zo zou ik zeggen, laat hen hun gang gaan. Misschien stel ik het wat absurd. Maar wat is er nu eigenlijk schadelijk aan wanneer iemand met heel lange of heel korte haren wil lopen? Betekent dit menselijk een verschil? Volgens mij niet. Indien u zoiets zelf niet wilt, is het uw zaak. Zodra u anderen daarom veroordeelt, is het vooroordeel.

Wanneer u vrijheid zoekt, zult u moeten beginnen met ook anderen vrijheid te geven.

Misschien vindt u de seksuele vrijheden erg die de kinderen van heden zich heten te permitteren? Wel alle mensen! Overal verkondigt men de heiligheid van sexappeal en toont men de schoonste vormen in lycril of in de producten van Pietersen, Jansen en Tilanus. Maar wanneer men van seks dan een idool maakt en die overal etaleert waarom zou men dan gelijktijdig geheimzinnig daarmede doen of het geen natuurlijke zaak, maar een zalig en wat onnet geheim is? Waarom zou men seksualiteit niet mogen beschouwen zoals zij is, maar haar alleen mogen aanduiden middels romantische verhalen die wanneer men ze ontleedt niets meer met liefde of seks te maken hebben, maar eerder een ontleding schijnen te zijn van de reacties van geestesgestoorden? Waarom wel dergelijke kolder en commerciële verheerlijking toestaan, maar boos worden wanneer iemand de moed heeft om over de feiten te praten?

Zorg er voor dat de jongeren weten, waaraan zij beginnen. Geef hen het voorbeeld van uw eigen leven en laat hen dan vrij om zelf experimenten te wagen en risico’s te nemen. Geef hen echter ook de middelen om die risico’s te beperken. U meent misschien dat jonge mensen die met seksualiteit experimenteren, daardoor voorgoed als mens bedorven zijn. Er zijn dan ook deftige psychiaters en deskundigen die dit ook beweren omdat zij van jongs af aan gehoord hebben dat kuisheid tot in het huwelijk zeer nuttig is voor de geestelijke welstand, en die hun eigen problemen, voortkomende uit opvoeding en geloof, zonder meer projecteren op de reacties van jongeren die wel eens een geheel andere opvoeding gehad kunnen hebben. De praktijk leert echter dat jongens en meisjes die wat losser van zeden zijn geweest, van elkander leren houden en elkander trouw kunnen zijn, lief kunnen hebben, ook al leven zij op hun eigen wijze, kiezen zij misschien meubelen die u niet mooi vindt en kiezen zij omstandigheden die u afschuwelijk vindt. Maar ook die jonge mensen zijn gelukkig. U meent het alles zo goed te weten. Geeft dit u het recht een ander te verbieden op zijn eigen wijze gelukkig te willen zijn?

Zou u met geweld, met dwang, anderen willen “bewijzen” dat uw wijze van leven zo goed is, terwijl hij de feiten van uw leven, leefwijze, uw mislukkingen en resultaten vaak beter kan beseffen, dan u meent? Indien u werkelijk de vrijheid voorstaat en niet allen maar speelt met leuzen, moet u de moed hebben uit te gaan van uw eigen voorbeeld. Bewijs door uw eigen geluk, uw welzijn, uw resultaten in de wereld, door uw optreden, hoe goed gij wel leeft, hoe perfect uw wijze van leven en denken wel is. Overtuig de anderen door wat u bent, niet door wat u predikt. Maar wijs anderen niet af omdat zij de moed hebben op een andere wijze ongelukkig te zijn dan u.

En geestelijk is het vaak al net zo. Ik kan wel heel goed begrijpen dat er velen zijn die waarschuwend de hand opheffen wanneer hun kostbaar dogma wordt aangetast. Ik kan mij zelfs wel indenken dat sommigen menen er goed aan te doen wanneer zij allerhande verhaaltjes vertellen over een bepaalde groep, religie of sekte om deze voor anderen minder aanvaardbaar te maken – zelfs al liegen zij daarbij dat het niet mooi meer is. Maar volgens mij doen zij dit uit angst voor eigen gezag, eigen rechtvaardiging. Want is geestelijk vrijheid niet evenzeer noodzakelijk als elders? Is het niet belangrijk dat een mens vrij is om God op zijn eigen wijze te vinden, hem te vinden zoals hij voor ons kan leven om innerlijk waarheid te beleven en te vinden die niet door anderen wordt geredigeerd en gecensureerd? Het zijn immers deze waarheden, waaruit wij kunnen leven! Is het voor ons dan niet belangrijk een levensrechtvaardiging te vinden waarin wij zelf kunnen geloven?

Zodra je komt met dogmata, hiërarchieën, zelfs met inwijdingsklassen in esoterische scholen, zo zeg ik: Dit is goed voor degenen die hierin gelukkig kunnen zijn. Dit is goed voor degenen die dit vrijelijk en geheel als juist kunnen aanvaarden. Maar zodra je anderen aan gaat vallen omdat zij dit niet wensen te aanvaarden of een andere verhouding van gezag vinden, deugt er iets niet. Wanneer de kerk van Rome stelt dat Maria lichamelijk maagd was en ik stel dat dit geestelijk bedoeld is, kan die kerk dan daarom beweren dat ik onwaardig, zondig ben of zelfs maar terecht stellen dat ik verkeerd denk? Ik meen niet dat zij dit na kunnen bewijzen, doordat bijvoorbeeld een dokter de zaak heeft onderzocht. Zo min als ik kan bewijzen dat zij zonder hartstocht maar in ware liefde tot god en de mens heeft ontvangen. Met andere woorden, wij kunnen beiden niets bewijzen. Zij kletsen misschien net zo zeer als ik wanneer ik mijn mening hierover geef. Het is een kwestie van overtuiging.

Maar dan heeft men ook niet het recht mij op grond van een dergelijke mening te behandelen als iemand die minderwaardig of zonder pardon verdoemd is. Zij hebben recht op hun eigen geloof en mening, maar ik meen dat ik ook recht heb op mijn geloof, mijn eigen denken. Wanneer ik geloof dat God een Licht is dat mij doorgloeit dat door mij werkt, een Licht, waaruit ik kracht kan putten, heeft een ander dan het recht mij te zeggen dat dit verkeerd is dat God alleen in een tabernakel opgesloten zit? Overigens lijkt het mij een kapitalistische God die in een brandkast verschanst moet worden. Wat misschien niet eerbiedig is en zelfs onjuist, maar ook daarover mag, zo meen ik, een ieder het zijne denken wanneer vrijheid iets meer betekent dan enkel een leuze.

Ik heb mijn mening. Zij is niet noodzakelijk juist. U moogt en kunt, dit is uw recht, over mijn uitingen zowel als over de zaak zelf denken zoals u wilt. Want vrijheid begint altijd met respect voor het geloof en de uitingen van een ander – al houdt dit niet in dat men dan maar moet doen alsof. Zelf kun je echter nooit waarlijk vrij zijn wanneer je niet eerst een ander werkelijk vrij laat. Je kunt nooit vrijheid op deze wereld verkrijgen door anderen te leren wat vrijheid is. Je kunt het alleen maar duidelijk maken door anderen vrij te laten, vrijheid te leren en te nemen, zelfs al zou het volgens de huidige denkbeelden en het nu geldende systeem misschien beter zijn om anderen te dwingen.

Men wil in deze tijd alles voor anderen regelen. Maar ik vraag mij steeds af, wie nu eigenlijk gelukkiger is? Iemand voor wie alles gedaan wordt, maar die niet goed weet wat hij zelf nog voor betekenis heeft, zij het dan dat hij een klein en onbelangrijk radertje is in het grote uurwerk van de maatschappij of iemand die misschien van geen rechten, verzorging en zekerheid weet, een mens die op zichzelf weet te staan en een bestaan weet af te dwingen aan de natuur en de mensheid, en die door wat hij is en betekent, duidelijk kan maken wat en wie hij is. Wie is volgens u gelukkiger en vrijer? De mens die volgens alle hem toegedachte regels – gesteld door grote kenners van esoterie, godsdienst, filosofie, magie enzovoort – netjes in het gelid moet lopen, bang voor de denkbeelden die in hem kunnen rijzen of een mens die worstelende met eigen verwarring, zekerheden weet te vinden die voor hem een persoonlijk besef, een kracht worden waaruit hij leven en putten kan? Je kunt misschien met dwang en geweld veel tot stand brengen, maar het blijft uiterlijk: Je kunt met dwang en geweld nooit een ander werkelijk gelukkiger, laat staan werkelijk vrij maken. Je kunt zelf slechts anderen leren vrij laten en zo hen de mogelijkheid geven een eigen geluk te vinden in hun eigen vrijheid van leven en denken.

En dit geldt ook voor Israël. Wanneer in Israël een muezzin weer luidkeels over de stad mag roepen en even geacht is als een rabbijn wanneer de islamiet weer werkelijk, ook in zijn bepalen van de samenleving, de gelijke is geworden van de gelovige jood wanneer beiden als broeders leren maatschappelijk samen te werken en te leven met de christenen die hun kerkklokken mogen laten luiden en hun eigen inbreng hebben in het gezag, kan er vrede komen in Israël.

Vrede kan er daar slechts komen wanneer niemand je meer vraagt: Wat geloof je? Waar mensen zich slechts afvragen, hoe zij elkander gelukkiger kunnen maken. Dan kan geen Nasser, geen Syrië of enige internationale belangengroep meer de eenheid verstoren en, zich rechtvaardigend, Israël aanvallen en desnoods verslaan. Dan leeft daar een volk, waaruit het geheel voortkomt.

Nu echter leeft Israël nog uit zijn angst, zijn trots en grotendeels mede nog dank zij de haat van anderen. Daar heeft u het probleem opnieuw, vrienden. Wilt u vrij zijn, dan moet u leren anderen vrij te laten. Wilt u rechten hebben in de wereld, dan zult u moeten beginnen de rechten van anderen te erkennen en te respecteren en zult u zich niet slechts op eigen rechten en verdiensten mogen beroepen. Wilt u vrede op aarde? Begin dan eens elke medewerking aan alles wat tot geweld kan voeren, terzijde te stellen. Voor u zelf, niet in organisaties dit aan anderen opdringende. Alleen zo kunt u vrij maken wat nu gebonden is, kunt u vrede geven daar, waar nu vele belangen tot steeds weer oplaaiende strijd voeren.

Geloof mij wanneer een mens gedwongen wordt in een bepaalde vorm te leven, dan kan geen van zijn chakra’s zich openen en dan is de vibratie van het eigen astrale voertuig slechts een flauwe weerkaatsing van alles wat de massa opbrengt aan gevoel en haat. Dan wordt de astrale wereld rond je een pest die voortdurend aan je vreet, tot je uiteindelijk ziek wordt of geen eigen leven meer hebt. De mens die vrij is, zal zich ontwikkelen en ontplooien naarmate hij in zichzelf beter begrip vindt voor het Zijn, naarmate hij de wereld juister leert benaderen, zullen de geestelijke organismen van het ik zich harmonischer ontplooien en zullen de krachten van de kosmos niet alleen op de onbewuste mens inwerken, maar zal de mens steeds meer bewust leren over de krachten der kosmos te beschikken.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Vragen

  • Wat zou dan de houding van de jeugd, de studenten moeten zijn hierbij?

Er zijn vele wegen mogelijk. De eerste en moeilijkste is leren begrijpen dat je niet op je rechten moogt staan wanneer je niet eerst bereid bent een ander in zijn rechten te eerbiedigen. Daarnaast zullen zij moeten leren beseffen dat het geen zin heeft luidkeels eigen vrijheid te eisen wanneer men in de wijze van dit eisen gelijktijdig de vrijheid, de verworvenheden van anderen aantast. Een student leert wetenschappelijk denken, nietwaar?

Laat hen dan de feiten naar beide zijden toe steeds geheel nagaan en zoveel mogelijk publiek maken – niet alleen met een stencil en een praatje in eigen kring, maar overal en niet alleen over hetgeen er in andere landen gebeurt, maar met een nadruk op al hetgeen er in eigen land gebeurt.

De studenten hebben, naar ik meen, zelf de middelen om te weten te komen en publiek te maken wat er achter de schermen van de tweede kamer of buiten de openlijkheid in de departementen, gebeurt. Laat hen al deze gegevens voortdurend en overal, waar dit maar mogelijk is, openbaar maken, zonder daarbij personen of instanties aan te vallen, maar steeds weer herhalende; dit zijn de feiten. Geen leuzen roepen, geen protestoptochten houden.

Wanneer 1000 man opmarcheren, komen er maar relletjes, verkeersopstoppingen en ergernis van. Het is beter overal luidkeels te vertellen aan een ieder die maar horen wil: “Weet u dat dit en dat vandaag gebeurt?” Laat hen in kleine groepen luid spreken over deze dingen, zodat anderen de kans krijgen om te luisteren, zonder het gevoel te krijgen dat jonge mensen hen de les willen lezen. En houdt dit vol, zelfs wanneer het resultaat in het begin zeer klein schijnt te zijn. Neem het voor lief wanneer men u aanvalt, zolang men uw argumenten maar herhaalt, zelfs om ze tegen te spreken. U kunt uw argumenten kiezen op een wijze dat zelfs degenen die er maar iets van horen, nieuwsgierig worden. U hebt dan natuurlijk wel de kans om een pak slaag te krijgen of uitgelachen te worden. Daarom zullen velen er de voorkeur aan blijven geven massaal te demonstreren. Maar het resultaat van de demonstratie is op de duur nihil.

Een ander voorbeeld. Men kan lijsten publiceren langs elke denkbare weg van de bedrijven in Nederland die aan andere landen grondstoffen, halffabricaten of fabricaten leveren voor oorlogsvoering. Maak dit voortdurend en overal bekend, vooral in de omgeving van dergelijke bedrijven zelf. Wijs op de gevaren die ook voor de omgeving vaak bestaan door de vervaardiging van dergelijke producten. Zeg de arbeiders die in fabrieken werken, welke bijvoorbeeld napalm of de grondstoffen daarvoor maken: “Jullie verdienen wel lekker goed geld aan de dood van mensen die met napalm worden dood gebrand onder ontzettende pijn”. Zeg tot de arbeiders die granaten maken: “Jullie verdienen nu misschien goed, maar zo dadelijk kunnen jullie en jullie kinderen gedood worden door de granaten die jullie nu vervaardigen”. Leer hen dat. Natuurlijk krijg je zo nu en dan een pak slaag, zul je gevangen genomen worden enzovoort Maar wanneer je niet terugslaat en vol weet te houden, komt er een ogenblik dat deze boodschap door gaat dringen in kringen die nu vaak niet beseffen, waaraan zij hun boterham verdienen.

De jeugd van heden, de student van vandaag moet niet zo nadrukkelijk eigen rechten demonstreren en recht op inspraak in vele dingen opeisen. Daaraan geloven de mensen toch niet, zelfs als je misschien je zin krijgt. Daarmede wek je alleen maar de weerwil van de massa.

De jeugd moet zelfs niet trachten de wereld er van te overtuigen dat zij recht van spreken heeft. Zij moet eenvoudig spreken, maar dan ook op grond van feiten, zonder lege leuzen. Dan bereik je op de duur wat. Je kunt weinig bereiken door bijvoorbeeld een beeldje te witten. Maar wanneer je duidelijk kunt laten zien, hoe bepaalde projecten en gebeurtenissen gewit worden door deskundigen en duidelijk kunt maken, hoe vies het onder de publicitaire witlaag is, bereik je misschien wel wat. Laat de jeugd politiek gericht en bij de zaak betrokken zijn. Maar dan op grond van feiten en zonder leuzen. Ook moet de jongere de mensen niet voornamelijk spreken over hetgeen er in andere landen aan verkeerds gebeurt, maar moet hij vooral spreken over de verkeerde, dingen in eigen omgeving, eigen land die de mensen kunnen controleren. Kortom: Leer de mensen zien, in wat voor wereld zij eigenlijk leven, zonder ooit te zeggen, dit mag niet, zo moet het niet. Zeg alleen: Zo zijn de feiten, daarom doe ik dit of dat niet – of wel. Op deze wijze kan de jeugd, zeker de meer intellectuele jeugd, haar energie op goede wijze besteden, voor zich vrijheid in denken en handelen winnen en zelfs ouderen leren na te denken en misschien zelfs om ook vrij te zijn.

  • U spreekt van rechten. Voor mij zijn het alles gaven. Ik heb op niets recht. Zo voel ik het.

Zeer romantisch en vrouwelijk. Recht ontstaat wanneer twee partijen overeenkomen dat wanneer deze bijvoorbeeld een prestatie levert, de ander daar iets tegenover zal stellen. De overeenkomst dient vrijelijk te worden aangegaan. Wanneer dit het geval is en de een aan zijn aangegane verplichtingen voldoet, heeft hij het recht verworven op de beloofde contraprestatie.

Het staat u vrij iets te presteren, te doen voor anderen, zonder daarvoor iets terug te verwachten. Indien er echter sprake van een overeenkomst is, zal hierdoor een “recht” ontstaan voor beide partijen en wel volgens de aangegane overeenkomst. Wederkerigheid van erkenning t.a.v. overeenkomst en voorwaarden en algehele kennis van voorwaarden is daarbij natuurlijk vanzelfsprekend noodzakelijk. Uw maatschappij is gebaseerd op deze “rechten”. Zonder dit zou men niet hoeven te werken, daar men toch niets zou krijgen door die arbeid, enzovoort enzovoort.

Ik kan mij voorstellen dat u, vriendin, niet veel voelt voor het denkbeeld van rechten en liever vrijelijk en onvoorwaardelijk wilt geven en ontvangen. Maar in de wereld rond u staan de zaken nu eenmaal anders. Daarom mogen en moeten wij zelfs van rechten spreken. Maar wij moeten wel beseffen dat rechten altijd op een wederkerigheid gebaseerd zijn, zodat men alleen rechten kan hebben wanneer men plichten erkent, en kan omgekeerd echter alleen plichten hebben wanneer rechten daar tegenover staan. Dat is nu eenmaal de basis van de maatschappij. Vrijheid betekent niet: Leven zonder rechten en plichten, maar zelf kiezen welke plichten aanvaardbaar zijn gezien of mede gezien de rechten die daar tegenover staan. Uw reacties op mijn woorden zijn emotioneel.

Mijn woorden klinken misschien emotioneel, maar hun inhoud is geheel feitelijk, juist en waar.

Dat kunt u van mij hopelijk aannemen. Zoals mijn gehele betoog aaneen hangt van controleerbare feiten en waarheden. U baseert uw betoog op uw eigen levenshouding. Dit is uw goed recht. U bent geheel vrij, zelf zo te leven. Maar u kunt daaraan niet het “recht” ontlenen – en dit doet u in feite -, te stellen dat voor anderen de verhouding tussen rechten en plichten niet mag gelden.

  • Wat moet je dan aan met de uitspraak van Jezus die zei: “Doe wel en zie niet om”?

Eenvoudig: Waar men het goede wil aanvaarden, mag ik de anderen weldoen, zonder daaraan voorwaarden te verbinden. Ik kan een ander goed doen, zonder mij af te vragen wat die ander daar nu mee zal gaan doen. Het is mijn recht een ander iets te geven zonder daarbij te controleren wat de ander met de gave zal doen.

  • Dan kan een arbeider aan het einde van de week wel zeggen: hou dat loonzakje maar, want zo staat het in de bijbel. Iets wat de bazen wel graag zouden willen…..

Mijn inziens heeft de arbeider inderdaad het recht betaling voor zijn arbeid te weigeren. Ik betwijfel echter of de baas dit zo graag zou willen zoals u veronderstelt. Zodra de betaling ontbreekt, heeft hij immers veel minder zeggingschap over de arbeider en is hij geheel van de betrouwbaarheid van de arbeider afhankelijk. Vele bazen slaan die tegenwoordig niet al te hoog aan. Wij kunnen natuurlijk in de huidige situatie aannemelijk maken dat alle vrijheid absurd is. Want de gehele wereld die u kent, is gebaseerd op onvrijheid. Wij kunnen zeggen dat geweldloosheid in deze wereld dwaasheid is omdat deze wereld op macht en geweld is gebaseerd. Indien wij het echter zo stellen, zeggen wij daarmee tevens dat volgen ons de wereld dus nooit zal kunnen veranderen. Ik geloof dat verandering mogelijk en nuttig is. Daarom pleit ik voor de vrijheid van de mens te veranderen, zelfs indien zijn wereld dit dwaas, nutteloos of zelfs gevaarlijk noemt.

Ik tracht dit alles te bezien vanuit de feiten die ik ken. Al ben ik bij dit alles wel degelijk emotioneel betrokken, zo zal ik toch in de eerste plaats de feiten stellen en mijn argumenten zo kiezen dat zij gezien die feiten juist en redelijk zijn. Vergeef mij dat ik hiermede tevens de discussie beëindig. De mensen die zich zo druk maken over oorzaak- en gevolgkwestie die voor hen moet worden omgezet in verplichtingen en compensaties, zullen nooit vrij zijn. Vrijheid kun je eerst verwerven wanneer je vrijelijk aan de wereld wilt geven, zonder daarvoor iets terug te verlangen en vrijelijk durft nemen wat de wereld je biedt, zonder je aan die wereld hierdoor gebonden te voelen. Dit past nog niet in deze tijd. Maar binnen niet al te lange tijd zal er een tendens bij de mensen ontstaan, waardoor dit voor hen de enige wijze van leven gaat worden, daar men anders als mens kapot gaat aan de gemechaniseerde wereld die men de wereld der mensen noemt, maar idealen vernietigt, alleen maar aan nut schijnt te willen denken en zelfs God maakt tot een reclameleuze in plaats van een beleving.

Ik verlang van u niet dat u mijn betoog mooi vindt of mij gelijk geeft. Daar u echter gekomen bent om mijn inzichten te horen, hoop ik dat u mij een vrije meningsuiting niet zult ontzeggen.

Ik hoop dat u mijn argumenten eens wilt bezien in het licht van uw wereld, zelfs wanneer dit gaat over Israël of de kleurlingenstrijd in vele landen van de wereld. En vergeet daarbij niet dat vele van de geweren die door kleurlingen gebruikt zullen worden om hun “rechten” te handhaven en hun “vrijheid” te verdedigen, het merk Lee Enfield dragen. Vraag u eens af, waar de schuld dan ligt wanneer er doden vallen; wie de schuld dragen van veel geweld op deze wereld dat aan alle menselijke normen schijnt te ontsnappen. Mijn antwoord is: Die schuldigen zijn wij, ook wij omdat wij dulden dat anderen voor hun doeleinden van macht en gewin van ons gebruik maken.

Indien u met mij tot deze conclusie kunt komen, heeft ons onderhoud in ieder geval zin gehad.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Esoterie:  Een beeld maken van het onbekende.

Het tweede deel van de bijeenkomst moet altijd een wat meer “geestelijk karakter” dragen, maar volgens mij is spreken en denken over geestelijke zaken een van de moeilijkste dingen die er kunnen bestaan. Als je het esoterie noemt, godsdienst of een andere naam prefereert, de moeilijkheid is steeds weer de noodzaak ons een beeld te maken van het onbekende. En een beeld dat wij ons van het onbekende maken, is zoals u allen wel zult weten, een soort fantasiebeeld. Wanneer mensen trachten de sferen in kaart te brengen, tekenen zij er nog grotere monsters in, dan de cartografen van de 16e eeuw in de wereldzeeën op hun kaarten intekenden. En wanneer wij geconfronteerd worden met de eigen, innerlijke wereld, tekenen wij daarin El Dorado’s in die nooit werkelijk kunnen bestaan en zien wij eveneens de meest vreemde gestalten die in de werkelijkheid van het ik al evenmin kunnen bestaan.

De grote vraag is altijd weer bij een persoonlijk zoeken naar geestelijke waarheid, hoe men het ondergaat en niet hoe het omschreven moet worden. Een esotericus die alles omtrent het Al en eigen wezen beredeneert, weet nog niet wat eigen ziel of God betekenen kunnen. Hij heeft dezen niet werkelijk beleefd. Een gelovige die elk dogma van buiten kent en onderschrijft, elke ritus geheel kent in alle betekenissen, zal daarmede nog niets werkelijks bereikt hebben, tenzij hij daarin ook zelf iets ondergaat, iets beleeft. Ik geloof dat je bij de esoterie dan ook wel moogt voorop stellen dat zij in haar diepste wezen allereerst een ondergaan is. Niet alleen dus een erkennen, een weten of zelfs een streven.

In het gehele leven is erkenning het product van het ondergaan der dingen. Wij weten eerst goed wat iets is of betekent wanneer wij het zelf beleefd hebben. Dan heeft het voortaan voor ons persoonlijke associaties, waaruit voor ons iets tot stand komt, waarmede wij kunnen werken, waar wij ons in de toekomst door kunnen oriënteren bij het optreden van soortgelijke mogelijkheden of omstandigheden. Het zal u duidelijk zijn dat elk spreken over geestelijke waarden zonder meer op de duur zinloos wordt. De oude frasen, – duizend maal herhaald, kunnen gaan over het verborgen Ik dat is als een jungle vol van verscheurende dieren of de tempels die wij aantreffen wanneer wij doordringen tot het diepst van eigen wezen, – blijven een fantasie, een voorstelling die niet met de werkelijkheid verbonden is, tenzij men dit beleefd heeft en zo weet dat het beeld alleen maar een vage aanduiding, maar zeker geen omschrijving van een werkelijkheid omvat. Zoals ook elke beschrijving van een sfeer of wereld, hoe plastisch ook, zinloos wordt en onjuist blijkt, tenzij zij de omschrijving van een beleving is, eerder dan een vastleggen van feiten.

Daarom wil ik heden trachten vanuit mijn standpunt en beleven iets te vertellen over geestelijk leven, geestelijke werelden en krachten. U moet dan in de eerste plaats wel beseffen dat in een geestelijke wereld alle dingen geheel echt zijn. De inhoud van de geestelijke wereld moge dan vanuit een menselijk standpunt meer van een droom hebben – en voor sommigen zelfs van een nachtmerrie – maar alles wat er gebeurt, alles wat ik onderga, is echt. Wanneer ik een ongeluk doormaak of daarbij nu anderen betrokken zijn dan wel ikzelf, is voor mij werkelijkheid, ook al kan het geheel, na enkele ogenblikken geheel zijn uitgevaagd.

En wanneer ik anderen tracht te helpen, zal ik, al zijn mijn mogelijkheden anders dan die op aarde gekend worden, u, evenals elke mens die anderen, door bepaalde frustraties geplaagd, probeert te helpen, en vind ik voldoening in het feit dat ik toch iets heb kunnen doen. Ik zal evenals een mens op aarde blij zijn wanneer een gevaarlijke situatie toch nog goed blijkt af te lopen. Al kunnen de toestanden voor mij elk ogenblik anders worden, zelfs indien dit door een veranderen van eigen besef kan geschieden, zo betekent dit nog niet dat ik boven het gebeuren sta. Ik constateer de dingen vanuit een ander standpunt dan u en waardeer ze vaak geheel anders, dan u. Maar ik beleef ze evenzeer als een mens op aarde.

Een geestelijk beleven verschilt niet zoveel van het menselijk beleven, je erkent opeens dingen, soms verrast door hun aspecten, je wordt geconfronteerd met dingen, waarover je nooit eerder hebt nagedacht, maar zit er opeens middenin. Je tracht al wat je beleeft te verwerken, in eigen wereldbeeld in te passen en voor je het weet, heb je iets ervaren wat je nog niet kende of besef je dingen op een andere wijze dan vroeger. Je beseft nieuwe mogelijkheden, vindt nieuwe waarde in oude methoden en kunt er iets mee gaan doen, waardoor je weer iets meer dan vroeger kunt gaan bereiken.

Een geestelijk ondergaan van de dingen verschilt volgens mij niets van het beleven op de aarde die nu uw wereld is. Zeker, de wetten die bij ons gelden zijn wat anders dan bij u. Wij kunnen bijvoorbeeld niet zeggen dat iets een bepaalde tijd zal duren. Een heel jaar met alle jaargetijden kan voor ons voorbij zijn in een tiende van een seconde, maar het kan even goed vele duizenden jaren duren. Tenminste in vergelijking tot het beleven van anderen. Maar wanneer ik eenmaal in dit ritme leef, leef ik uw jaar in één tiende seconde of vele eeuwen en het blijft voor mij één enkel jaar.

Want het gaat om hetgeen ik beleef, niet om hetgeen anderen daaromtrent zeggen of vergelijkend bepalen. U kunt zich niet voorstellen dat ik jaren naar een andere wereld kan gaan om daar te werken en toch als het ware zonder enige onderbreking weer mijn eigen wereld en taak voort kan zetten wanneer ik daar terugkeer. Voor u is dit moeilijk voor te stellen. Bij u draait de wereld verder. Misschien kun je het zo zeggen: wanneer u slaapt, is uw wereld wanneer u wakker wordt, iets veranderd. Want de wereld bestaat als het ware verder buiten u. Wanneer ik slapen zou, zou de wereld na mijn ontwaken nog precies gelijk zijn. Want ik bepaal zelf ergens mijn eigen wereld. Zolang ik nog dezelfde ben, zal mijn wereld niet veranderen. Terwijl in de werelden der stof alles van buitenaf bepaald schijnt te worden, is het in de geestelijke wereld altijd weer duidelijk dat het innerlijk, het eigen beleven, de eigen benadering, de waarde van het bestaan en alles wat men daarin erkent of ontmoet, zal bepalen. Misschien maak ik het zo duidelijker: Bij u wordt het weer bepaald door hoge- en lage drukgebieden. Bij mij wordt het weer bepaald door het gevoel dat ik op een bepaald ogenblik koester tegenover mijn wereld. U reflecteert de omstandigheden die de wereld rond u schept. Bij mij kaatst de wereld de waarden terug die ik zelf in haar projecteer.

U kunt zeggen dat dit geen esoterie is. Misschien hebt u gelijk. U kunt zeggen dat dit geen geestelijke waarheid is. Voor uzelf hebt u misschien gelijk. Maar voor mij is het nu eenmaal zo en niet anders. Zo moet ik er mee leven zoals u met uw eigen Ik en uw eigen wereld moet leven. Het is mooi en goed om te zeggen dat je bepaalde dingen in het bestaan steeds weer moet overwinnen of terzijde schuiven. U hebt misschien gelijk wanneer u dit zegt – vanuit uw standpunt. Voor mij geldt dit echter alleen voor de dingen die je beleefd, gekend hebt. Hoe kun je volgens mij zeggen dat je een gerecht niet lust wanneer je het niet geproefd hebt? Eenvoudig niet. Ik zal alles moeten aanvaarden, ervaren, voor ik een oordeel kan hebben er over en het een plaats kan geven in mijn bestaan of het uit mijn bestaan kan bannen als niet harmonisch.

In uw wereld is het zo dat men niet alles hoeft te ondergaan en te beleven omdat het goed heet, en je bij de wijsheid van anderen en de gangbare gewoonten neer kunt leggen. Maar wanneer ik mij alleen bij het oude zou willen houden, zou er voor mij een eindeloze herhaling ontstaan van steeds dezelfde waarden. En wanneer in een geestelijke wereld dergelijke herhalingen op gaan treden, dreigen zij eindeloos te worden. Denk eens na wat uw leven zou zijn wanneer steeds weer hetzelfde terugkeerde, zonder variatie, altijd maar weer en weer. Wat zou er gebeuren? U zou zich doodvervelen, u zou last krijgen van speen en op de duur met walging zeggen: Alweer een dag.

Maar wanneer dit op aarde al mogelijk zou zijn, zou er voor u misschien niet veel anders op zitten dan het uit te houden, tot u over zou gaan of er uiteindelijk eens iets nieuws zou gebeuren.

In de geest kun je uit de herhalingen ook niet meer loskomen op de duur. Maar overgaan bestaat daar niet. Dan blijft je nog maar één enkele weg: Je wereld verlaten door terug te gaan en te incarneren of jezelf een taak toe te meten, waardoor je opnieuw beleeft en zo gaat leven.

Versuffing en stilstand zijn volgens mij de ellendigste dingen die er kunnen bestaan. Zij komen ook in de geest voor. Zelfs geesten hebben de neiging om dan maar wat te gaan dromen. Ik bedoel hierbij niet de vorm van werkelijke beleving die u tijdens de slaap kent buiten de wetten en regels van eigen wereld, maar de fantasie, waarbij je jezelf wijsmaakt wat er zou gaan gebeuren wanneer eens iets zus of zo was wanneer jijzelf een ander zou zijn enzovoort enzovoort. Onder de aanwezigen zie ik ook wel enkelen hier die zichzelf des avonds bij gebrek aan beter sprookjes vertellen waarin zij proberen zich voor te stellen, hoe het nu wel zou zijn wanneer het eens anders zou zijn op de wereld of wat men al niet zou kunnen doen wanneer men eens anders zou zijn en andere dingen zou kunnen doen. Weet u echter of dat in de werkelijkheid ook zo zou kunnen zijn? Wel neen. U vertelt maar wat, u neemt maar aan dat alles zal verlopen zoals u dit nu toevallig leuk zou vinden en vermijdt vooral te rekenen met alle mogelijkheden dat het dan anders zou gaan.

Voor de geest ligt hierin nu het grote probleem: Wij kunnen de werkelijkheid van ons bestaan niet geheel vervangen door een wereld van eigen schepping omdat wij steeds beseffen dat dit niet reëel is. Er is natuurlijk wel iets wat je een tweede werkelijkheid kunt noemen: een vorm van werkelijkheid die buiten het algemeen aanvaarde voor mij persoonlijk kan bestaan. Die wereld is voor mij geheel werkzaam, geeft mij werkelijke resultaten en mogelijkheden. Maar dan moet ik haar ook geheel beleven en niet alleen spelen met voorstellingen, zonder de consequenties van de voorstellingen te willen aanvaarden.

Daarom denk ik steeds weer dat alle esoterie en godsdienst maar van weinig belang is, zolang het blijft bij theorieën en leerstellingen. Zodra de praktijk een rol gaat spelen, zodat je voor jezelf anders gaat worden, zijn die dingen wel van belang. Dan ga je de wereld anders zien en beleven. Daarom lijkt mij de esoterie nu niet bepaald een werkwijze, waardoor je innerlijk alle trappen kunt bestijgen om een ogenblik zelfs met God te vertoeven om dan terug te keren en normaal verder te gaan met als enige verandering het denkbeeld dat je nu ingewijd bent.

Voor mij is de kern van esoterie eerder dat God niet alleen ergens op onbereikbare hoogten in mij of boven mij bestaat, maar dat hij altijd hier is, in mijn eigen wezen, in mijn eigen wereld, in het heden. Altijd weer. De uitkijktoren en de trapjes die ik meen te moeten beklimmen, voor ik contact met God kan hebben, moeten langzaam maar zeker uit mijn denken en leven verdwijnen, wil ik werkelijk esoterische belevingen kunnen kennen. Mijn eigen niveau moet als het ware anders worden. Dit kan ik niet bereiken door filosofie, maar alleen door mijn wijze van leven en desnoods door het vinden van een andere wijze van leven. De waarde van alle geestelijke leringen en stellingen ligt niet in hetgeen zij zeggen, maar in hetgeen zij in en door de mens praktisch gaan betekenen.

Ik vind het christendom een fantastisch mooi iets. Maar wat is de werkelijke betekenis daarvan nu wanneer in feite het geheel eerder een zaak van leerstelligheden en gezagsverhoudingen dan van een leefwijze is? Pas wanneer je zelf en persoonlijk de formule kunt beleven, wordt zij zinvol voor je. Wanneer je zegt dat Christus met jou is en daarmee alleen aan wilt duiden dat op je zaligheid een soort garantie rust, is het geheel een leuze, een dagdroom, zonder enige betekenis.

Maar wanneer je je één voelt met die Christus en omdat die Christus deel is van je, je anders in de wereld staat, anders leeft en beleeft, ben je volgens mij niet alleen een waar christen, maar ook een bewuste mens geworden. Maar let wel, aan hetgeen je dan als juist doet en leeft, kan geen besluit van een synode of concilie iets veranderen.

Daarom is geestelijk en esoterisch streven voor mij dan ook niet in de eerste plaats een kwestie van jezelf beschouwen en stellingen leren. De mens die zichzelf innerlijk tracht te beschouwen, kijkt bovendien toch meestal in de lachspiegels van het eigen verlangen en door de filters van eigen theorieën. Voor mij gaat het niet in de eerste plaats om de vraag: Wat ben ik, wat weet ik? Het gaat eerder om de vraag: Wat kan ik? Zoals voor mij bewustwording niet het verwerven van kennis is, maar in de eerste plaats het besef dat men iets meer zou kunnen doen en zijn, dan men tot nu toe is. Pogen om dit besef om te zetten in de praktijk is voor mij de esoterie.

Het resultaat is zeker zelfkennis, maar niet door zelfbespiegelingen, maar door ervaringen.

Misschien vindt u dit geklets. Maar ook kletsen is een vorm van zelfexpressie, het uiten van een mening. Kletsen is veelal het geven van een oordeel over anderen; of het weergeven van  denkbeelden die je eigenlijk zelf nog niet geheel kent. Maar praat je door, dan ga je je wereld  en jezelf zien. Je ontdekt dat de wereld op de een of andere wijze er wat anders uitziet dan tot nu toe misschien. U ontdekt dat u de wereld toch wat anders beoordeelt dan u meende. Hierdoor kan de mentaliteit van de mens een verandering ondergaan. En al lijkt geklets vaak nutteloos, het resultaat is dan toch soms wel iets bijzonders. Er zit iets in de lucht. Misschien vindt u dit prognostiek en geen esoterie. Maar wanneer ik, al kletsende, bemerk dat de wereld verandert en ik verwachtingen heb ten aanzien van verdere ontwikkelingen, zal ik beseffen zelf anders te moeten reageren, zal ik leren iets anders te zijn in de wereld, dan tot nu toe.

In geest en leven is het steeds weer belangrijk de juiste dingen op het juiste ogenblik te doen.

En dat wordt mogelijk wanneer je beseft dat er in je wereld iets gaat veranderen. En dat is niet alleen een voorbeeld, maar een feit. Natuurlijk wordt die wereld niet zo goed als jullie haar allen willen maken. Want wanneer dat het geval zou zijn, zou geen mens meer in die wereld willen leven. Maar de mensen gaan anders worden. De stemming is aan het omslaan. De mensen krijgen wat meer vitaliteit, het gaat de mensen meevallen, eigenlijk lijkt het of vele mensen alleen maar zitten te wachten om eens blij te kunnen zijn om er eens uit te kunnen breken om eens anders te doen dan normaal. Velen krijgen steeds meer de behoefte weer eens iets te presteren, weer eens iets te doen…

Wanneer je voelt dat dit het geval is, kun je daarmede iets doen. Je kunt bijdragen tot de vreugde op de wereld, er voor zorgen dat anderen teleurstellingen bespaard blijven. Je kunt iets van eigen blijheid aan de anderen overdragen, zodat zij wat meer kunnen presteren wat verder kunnen komen dan zonder dit mogelijk was geweest. En dat is misschien voor u geen, maar voor mij wel degelijk esoterie. Want op deze wijze voel je je dichter bij God, wordt Zijn Wezen voor jou eventjes meer werkelijk. Vreugde brengen, harmonie bevorderen, anderen helpen dat is voor mij wel degelijk esoterie en vaak van meer waarde dan de meest ingewikkelde systemen en de mooiste meditaties. Voor mij is dit alles bidden, God ontmoeten, mijzelf beseffen, alles tegelijk.

U moogt rustig tegen mij zeggen dat geestelijk leven iets anders is. U moet uw eigen wezen uitdrukken, uw eigen wegen gaan. Maar neem mij niet kwalijk dat ik een zekere achterdocht koester tegen die vormen van vroomheid en geestelijk besef die tot uitdrukking moeten worden gebracht door een hoge col, zwarte kousen en een lang gezicht dat bijna de vloer veegt. De geërgerde agressiviteit, waarmede sommigen trachten de wereld te bekeren, is voor mij geen uitdrukking van geestelijk streven en besef, maar ten hoogste een uiting van onderdrukte gevoelens van minderwaardigheid.

Ik kan mij vergissen, maar ik zie het nu eenmaal zo. Geestelijk werken, streven, esoterisch bereiken en al die dingen, zijn voor mij eenvoudig: Werken met de middelen die je hebt, naar een zo groot mogelijk geluk voor jezelf en anderen, het tot stand brengen van een zo groot mogelijke harmonie zonder je eigen ik daarbij geheel weg te cijferen. Voor mij zijn alle werelden geschapen om er in te leven en er blij in te zijn. Dit doen is voor mij de enige juiste godsdienst, dit waar maken en beseffen is voor mij de enig juiste vorm van esoterie.

image_pdf