Waar eindigt de vrije wil?

image_pdf

6 mei 1965

Zoals u weet, zijn wij niet alwetend of onfeilbaar. Wij hopen dan ook, dat u zelfstandig na zult denken.  Ik wil spreken over: Waar eindigt de vrije wil?

Wanneer wij horen naar de verhalen over het verleden, worden wij steeds weer geconfronteerd met vreemde tegenstrijdigheden. Soms lijkt het een noodlot kwestie. Je vraagt je af: Is er dan wel een vrije wil op deze wereld?

Neem nu bv. het lot van de joden in Nederland. Dit is ongetwijfeld een bittere zaak, maar toch ga je je afvragen: Hebben deze mensen dan helemaal niet beseft, wat er eigenlijk aan de hand was?

Bezie bv. de concentratie van joden, o.m. te Amsterdam. Dit is iets, wat betrekkelijk geruisloos gebeurde. Vele mensen hebben daaraan hun medewerking verleend, ofschoon zij toch zeker niet van plan waren de joden ten gronde te richten. De joden zelf hebben de administratie van hun rasgenoten gevoerd en zelfs de transporten samengesteld. Wij kunnen wel aannemen, dat al deze mensen dit alles met goede bedoelingen hebben gedaan. Er zijn meer van dergelijke eigenaardigheden.

Daar is bv. de kwestie van de “onverhoedse aanval op Nederland”, dat in mei 1940 werd aangevallen en onder de voet gelopen. Waar vinden wij hier een vrije wil, een keuze, een moment van beslissing? Verder kunnen wij natuurlijk spreken over het verzet, met al zijn facetten van goed en kwaad en ook hier ons de vraag stellen: Wat is de werkelijkheid? Is er sprake van een vrije wil? Waar komt hier de vrije wil in het geding? Waar moeten wij het geheel zien als een onverbiddelijke jaggernaut van het noodlot, die meedogenloos wegrijdt over de levens en zielen van de volkeren, van de mensen?

Ik begin dan bij het begin. Neem mij niet kwalijk, wanneer ik in het volgende dingen citeer, die niet erg vriendelijk lijken: Zij zijn in ieder geval waar. En dat is al heel veel in deze dagen. De uiterst rechtse of fascistische groeperingen zijn niet zo nieuw, als menigeen denkt. De eerste groepen van deze aard werden reeds gesticht en bevorderd in de jaren tussen 1920 en 1925. Bij het bezien van de totstandkoming van werkelijk belangrijke partijen en groepen, kunnen wij eigenaardig genoeg spreken van een directe invloed van het groot kapitaal. Misschien vindt u deze term wat vreemd. Laat ons daarom zeggen: Hitler en zijn beweging kregen steun in de jaren tussen 1923 en 1927 via contribuanten en donateurs, waarvan vreemd genoeg in deze jaren rond 60% van ras joods was. Reeds in deze dagen is er een beslissing gevallen, een keus gemaakt. Dat deze keuze voor zovelen fatale gevolgen zouden hebben, zullen velen niet eens hebben kunnen begrijpen. Vele van deze mensen gaven hun bijdragen in de overtuiging, dat een staat er beter aan toe is, wanneer er iemand is, die een straf gezag voert en geen opstandigheden toelaat. Zij hadden behoefte aan iemand, die wist wat hij wilde en achtten een dergelijke dictator beter dan de pseudo-democraten, die volgens de woorden van een dergelijke contribuant, geleid worden door slappe landjonkers, die geen begrip hebben voor de behoeften en noodzaak der industriële ontwikkelingen. …..

Hier ligt ergens een punt, waarin vrijelijk een keuze wordt gedaan en een eerste beslissing in het drama van het Derde Rijk genomen werd. Men kan stellen, dat dit geen bewuste keuze van de enkeling is.

Ik echter stel, dat deze keuze voortvloeit uit de mentaliteit van deze periode. Degenen, die hebben, willen het hunne behouden en willen zelfs meer hebben, terwijl de verarmden en niet bezittende alles willen doen, om eindelijk ook eens tot de meer welgestelden te kunnen gaan behoren. Dit is het begin: De mens kiest hier tussen eigenbelangen en werkelijke rechtvaardigheid. Hij kiest tussen een begrijpen van anderen en hun toestand, en een gemakkelijk leven volgens de bekende technieken van zelfrechtvaardiging. En hij kiest verkeerd. Denk niet, dat het alleen de joden waren, die in Duitsland verkeerd gekozen hebben. Al heb ik hen in de eerste plaats genoemd, wij weten toch, dat vele officieren, verarmde adelijken en landjonkers reeds in die jaren eveneens het Hitler-regime meer en meer begonnen te bevorderen; zij deden dit gemiddeld vanaf 1927. Van een vrije keuze en algehele vrijwilligheid mag bij deze keuzen gesproken worden tot het jaar 1933, wanneer uiteindelijk de politieke macht van Hitler voor velen van hen een dwingende factor wordt. Ook daarna hebben zij en vele Duitse burgers echter de mogelijkheid, ten koste van enige moeilijkheden, het nationaal-socialisme te verwerpen.

Zij, die het regime aanvaardden, denken niet aan oorlogen en vernietiging voor zich of anderen. Zij denken aan een sterk en sociaal goed gezag, dat het hen mogelijk maakt, hun zelfverachting te niet te doen, hun bezittingen te blijven behouden, landgoederen te bevolken met onderdanige boeren, fabrieken uit te breiden en met winst te produceren. De eenvoudige mensen denken aan goedkope vakantie uitstapjes, pronk, praal, vermaak, gewichtigheid. Verder denken zij niet.

Alleen hierom gaat het zeker de meesten onder hen. Ook zij doen daarmede een keuze, die verkeerd is: Het herwinnen van of behouden van alles, wat bestond of nog bestaat; het verwerven van vroegere grootheid telt voor hen meer dan de mogelijkheid van een nationale hernieuwing, waarbij zij allen een paar veren moeten laten en vooral het kostbare aanzien, de belangrijkheid, die zij menen te kunnen winnen of te bezitten, prijs zouden moeten geven. Zo was het in Duitsland. Maar ik kan op de zelfde wijze en over de zelfde periode ook spreken over keuze mogelijkheden in Nederland.

In Nederland werd tot ruim 1936 veel steun verleend aan de Nationaal Socialistische partij Nederland. Daarnaast verleende men in deze jaren en ook later veel steun aan de NSB. Deze laatste wint aan leden en bijdragen vooral na 1936, waarbij zij ruim 90% van de gelden tot zich trekt. Tot 1938 blijken vele joden lid van deze partijen te zijn, terwijl de donaties voor bijna 40% eveneens van joden afkomstig zijn. Deze steun komt, wat de grootte van de bedragen betreft, vooral van het bankwezen in Amsterdam. Daarna volgen de diamantairs, daarna de uitgevers en fabrikanten. Ook deze mensen kiezen voor wat zij zien als het beheersen van de omstandigheden door de sterke man, een vorm van gezag, waarin vooral discipline heerst. Want discipline is, zelfs tijdens de crisis, voor een goed verloop van zaken nu eenmaal noodzakelijk.

Ook hier kunnen wij spreken van vrije wil. Want, onbewust of slechts ten dele bewust van de mogelijke gevolgen, hebben deze mensen allen gekozen voor normalisatie, voor de gemeenschapsmens, die geen persoonlijke mogelijkheid en uiting zal kunnen krijgen. Elk van hen heeft gedacht, dat hij zelf zijn persoonlijkheid en gezag toch wel zou kunnen bewaren. Deze mensen, hebben – evenals hun gelijken in Duitsland – een keuze gedaan. Het jammerlijke daarvan is, dat zij deze keuze niet alleen voor zich deden. Zij deden deze keuze mede voor de vele armen, die in hen en hun oordeel vertrouwden.

Hadden deze armen, deze eenvoudigen, dan geen vrijheid tot beslissen, is er voor hen geen sprake van vrije wil hierin? Of misschien toch? Hebben zij niet hun eigen gemeenschap, de tradities en verhoudingen daarin als zo vaststaande beschouwd, dat zij meenden, dat niets dit alles aan zou kunnen tasten en hebben zij daardoor – zij het onbewust – geen steun verleend aan hun vijanden? Volgens mij hadden zij hier de vrijheid een keuze te doen en was er ook voor hen sprake van vrije wil. Ook zij hebben, zonder het te weten of te willen, medegewerkt aan alles, wat zich later in Nederland heeft afgespeeld.

U vraagt zich misschien af, of er andere mogelijkheden, alternatieven, waren. Dit was inderdaad het geval. In Duitsland bv. was er een ontevreden organisatie van oud-strijders, die niets of zeer weinig te doen hadden. Dezen bemoeiden zich in het begin niet met Hitler en zijn partij.

Wanneer men deze mensen een redelijke erkenning van hun offers en verdiensten had gegeven, wanneer men hen enige voorrechten, een extra mogelijkheid om werk te vinden bv., had willen geven – iets, wat zij m.i. wel verdiend hadden – zouden deze ontevredenen nimmer de sterke arm geworden zijn, de strijdorganisatie, waarop Hitler zijn gezag bouwde. Door een niet eens zo heel ver gaande sociale rechtvaardigheid waren overeenkomsten tussen groepen van ontevredenen en absolutische groepen, die behoefte hadden aan een soort particulier leger, nimmer voorgekomen. Er was dus een alternatief, zelfs indien wij de communisten buiten beschouwing laten. Dezen immers waren de enigen, die van het begin af, zelfs vechtende op de straten, het nationaal-socialisme bestreden hebben. Maar dezen werden gevreesd en daarom achtervolgd door dezelfde, die later helpers of slachtoffer van de nazi’s zouden worden.

Ook in Nederland was er wel degelijk een andere mogelijkheid. Men had, in plaats van een bestrijden van de nazi’s door uniformverboden enz., zich beter kunnen bezighouden met het versterken van de socialistische groepen. Deze laatsten wensten wel degelijk vele hervormingen, doch wensten zeker in die dagen geen dictatuur te vestigen. Maar deze groepen wilde men niet. Zij waren eenvoudig te progressief en te kostbaar voor de zetelende belangengroepen. Men had eenvoudig kunnen zeggen: Wij willen vrije democraten blijven en geven eenieder zijn rechten. Maar ook dat kon niet, de regering moest nu eenmaal in handen zijn van mensen, die de nodige financiële manipulaties op handige manier konden uithalen en de zakenbelangen van Nederland konden verdedigen boven alles en ten koste van alles. Grote staatslieden als bv. Colijn zijn een voorbeeld, enerzijds van het grote politieke talent, dat de zakenwereld kan voortbrengen, maar aan de andere kant ook van de vreemde zakelijkheid, waarmede men in die dagen het belang van de zakenwereld stelde boven alle belangen van de gemeenschap. Ook hier was wel degelijk een alternatief. Men had de mogelijkheid tot kiezen, maar koos, op grond van eigen belangen en illusies, verkeerd. Ik stel: Zowel het eenvoudige volk, dat alles – omdat dat de gemakkelijkste weg was – in die dagen als zoete koek heeft aanvaard, als degenen, die eigen belangen wilden dienen door meer rechtse en absolutistische bewegingen te bevorderen, meenden dezen te dienen, uit vrije wil een keuze. Want ook de weigering om voor zich te denken en te kiezen, is een uitdrukking van vrije wil.

Maar lag de zaak dan misschien anders bij de overrompeling van Nederland? Nederland wilde immers neutraal zijn? Ja. Maar Nederland wist, dat het niet neutraal kon zijn. Nederland had, reeds in 1937, uit officiële bron van Duitsland te horen gekregen, dat Duitsland alleen vrienden of vijanden kende, maar geen neutralen. Dat was duidelijk genoeg. Men stelt, dat Nederland op lage wijze onverwacht werd aangevallen, overrompeld en onder de voet gelopen. Maar ook dit is niet geheel juist. Tenminste zeven malen heeft men – zelfs vanuit Berlijn – bericht gekregen van de troepenbewegingen aan de grens en het feit, dat een inval onvermijdelijk moest worden geacht.

Drie malen heeft men op deze waarschuwingen te minste nog gereageerd met een algemeen alarm. Daarna heeft men zelfs dit nagelaten, “omdat het toch wel weer niets zou zijn”. Het was dan ook wel vervelend, de warme kwartieren en gezellige soos te moeten verlaten voor koude stellingen en dagen lang te moeten bivakkeren, terwijl men bovendien voor de volgende dag een leuke afspraak had. Dit laatste is geen beschuldiging aan het adres van bepaalde personen, doch een weergave van de mentaliteit. En zeg nu niet, dat dit toch werkelijk niet waar was.

Want zo is het geweest en niet anders. Nederland wist, dat het aangevallen zou worden. Nederland wist – maar wilde niet beseffen – dat het niet in staat zou zijn voor een verdediging van het land de noodzakelijke maatregelen tijdig te treffen. Nederland wist, dat het niet op daadwerkelijke steun van Engeland hoefde te rekenen. Ook dit was te voren reeds duidelijk gezegd en wel in de nazomer van 1938. Men wist dus, waar men aan toe was. Desondanks besloot op dat ogenblik Nederland op eigen gelegenheid verder te gaan met het in verdediging brengen van het land.

Pas onder pressie van de bovengenoemde waarschuwingen heeft men – en dan nog alleen in het zuiden van het land – enkele militaire commissies ontvangen uit Franrijk en België, waarmede een mogelijke coördinatie van troepenbewegingen bij een mogelijke inval werd besproken.

Dit overleg heeft echter tot niets gevoerd, ofschoon een overeenkomst wel mogelijk was geweest. Nu kunt u zeggen, dat de val van Nederland een noodlot was. Ik zeg het anders: Men had vele dingen anders kunnen doen verlopen, door in de voorgeschiedenis anders, minder zelfverzekerd en realistischer te handelen. Men had de kracht en vaardigheid van eigen troepen in vergelijking met het Duitse leger niet als een soort geloofspunt zonder meer moeten handhaven. Bovenal had men zich, na alle ontvangen waarschuwingen, niet moeten blijven koesteren in de gedachte, dat, als er een storm gaat over de gehele wereld, een klein plekje onberoerd zal blijven, omdat het verklaart dit te wensen. De politieke redeneringen en acties van die dagen waren dan ook duidelijk onjuist. Zij waren gebaseerd op de handhaving van belangen en toestanden, niet op de feiten. Deze instelling in de heersende politiek kan men in zekere mate verantwoordelijk stellen voor de verkeerde keuze, die ook vele burgers maakten.

Het feit, dat, ondanks alle gebeuren in andere landen, de burgers meenden, dat eenieder, zelfs een Duitse piloot, hen als burgers zou herkennen en sparen, zegt hier genoeg.

Reeds in 1937 zijn meerdere joden uit Nederland, ondanks de verliezen, die dit voor hen meebracht, uitgeweken naar o.m. de USA, naar Canada, Z-Amerika enz. In 1938 wisten de meeste joden reeds of konden zij weten – door de verhalen van vluchtelingen uit Duitsland – hoe groot het gevaar voor hen was. Ook hier speelde in de gedragslijn, die zij volgden – zelfs bij de rijkeren – het behoud van bezit een grote rol. Daarnaast was er bij hen zeker ook sprake van een gebondenheid aan een milieu: Zij wilden niet zonder eigen huis en kring, stuurloos, de wereld ingaan. Want wegtrekken ten koste van alles betekende voor hen een afspringen in een onbekende donkere ruimte zonder te weten, waar je terecht zou komen. Wel belegden velen van hen hun bezit in gemakkelijk vervoerbare waarden als goud en juwelen, maar verder kwamen zij niet. Ook zij dachten – verkeerdelijk – dat het misschien toch zo een vaart niet zou lopen. Ook hier is een keuze. Er is en besef plus een andere mogelijkheid. Hun eigen vrije wil speelt dan ook in hun verder lot hier zeker een rol.

Dan de kwestie van het verzet in Nederland. Dit verzet was vrije wil, en vrije keuze. Jammer genoeg werden bij deze keuze lang niet alle factoren volledig overzien. De nood en ellende van Putten is niet alleen maar te danken aan een ongelukkig toeval. Dit is mede te danken geweest aan een wijze van opereren, die, gezien de aanwezige kennis en methodiek van de vijand, niet verantwoord was. Men wist, welke mogelijkheden er waren, dat represailles op de burgerbevolking genomen zouden worden, die de toegebrachte schade verre overtroffen. Ik zou zo door kunnen gaan.

In het verzet zijn vele grote en belangrijke dingen tot stand gebracht. Maar men heeft ook vele krankzinnige fouten gemaakt. De hongersnood in West-Nederland is bv. voor een groot deel te wijten geweest aan een verkeerd inzicht in de mogelijkheden en de noodzaak tot het stilleggen van alle verkeer van en naar Duitsland. Zo men dit gedaan had, om de Joden te redden, zou het begrijpelijk zijn. Nu echter was er sprake van strategische overwegingen, die van geheel verkeerde premissen uitgingen. Let wel, ik stel niet, dat men het ooit verkeerd heeft bedoeld. Ik stel niet, dat men niet heldhaftig is geweest. Integendeel. Maar ik zeg wel, dat men al te vaak een verkeerde keuze heeft gedaan, een keuze, waarbij vrije wil en verantwoordelijkheid dus een rol speelden.

Bij de bevrijding zien wij precies hetzelfde: Niemand schijnt meer redelijk te denken. Ieder kiest volgens zijn verlangens en niet volgens de toch heus wel bekende feiten. Dat dit niet tot meer fatale gevolgen voerde, is o.m. te danken aan Duitsers, die – met meer begrip voor mogelijkheden en realiteit – zich met als enig loon een briefje, gingen gedragen, of zij erelid van de B.S. waren.  Maar wij zien in meerdere gevallen een nutteloos vernietigen en doden op het laatste ogenblik. Zo vreemd doet dit aan, dat men zich af gaat vragen, waarom. En bij nader beschouwen blijkt ook hier het noodlot buiten spel te blijven.

Deze gewelddadigheden – die men, de mentaliteit van de bezetter kennende, had kunnen voorzien – zijn vooral het resultaat van een keuze, die wordt gedaan, en kiest, als zo vaak, in vele gevallen de verkeerde mogelijkheid. Nederland koos, reeds kort na het begin van de bezetting, voor de vrijheid. Daarin had men gelijk. In de genoemde periode echter koos men openlijk en op een uitdagende wijze voor die vrijheid, terwijl men tegenover een wanhopige en in eigen besef reeds verslagen vijand stond. Men daagde de bezetter uit en wel voor men over de middelen beschikte, om zich tegen eventuele wanhoopsdaden van de vijand te beschermen. En al kan men de houding van die dagen begrijpen, daarom is zij, gezien de feiten, niet minder verkeerd en fataal.

U draait nu op uw stoelen en vraagt u af, wat dit alles eigenlijk te betekenen heeft. Welaan, wat ik hiermede zeggen wil is dit: Elke keer, wanneer u een beslissing neemt, klein of groot, neemt u die beslissing niet alleen voor uzelf, maar mede voor eenieder, die deze beslissing van u aanvaardt en zich daarvan niet kenbaar distantieert. Want het zonder meer aanvaarden van de besluiten en wil van anderen is eveneens een actie van de wil. Zelfs een zich van alle actie onthouden is een daad van de wil, een keuze, zolang nog enige andere mogelijkheid bestaat. Wanneer men dit begrijpt, zal de zelfvoldaanheid van velen geknakt worden. Want dan krijgt de wereld voor hen een ander aangezicht.

Er zijn ook buitenmenselijke stromingen en tendensen. Het is voor geestelijke krachten, voor geesten, vaak mogelijk – zelfs met op zich minimale middelen – iets belangrijks tot stand te brengen. Een kleine afwijking van een elektrische installatie kan bv. de dood van een aantal mensen betekenen. Onder die mensen kunnen personen zijn, die grote invloed in de wereld hebben. Dit kan men dan eventueel als noodlot beschouwen, omdat hier krachten, die de mensen niet kennen en niet kunnen overzien, soms in kunnen grijpen. Weliswaar komen dergelijke dingen betrekkelijk weinig voor, maar dit bestaat in ieder geval en valt buiten de keuzemogelijkheid en vrije wil van de mensen. Maar over het algemeen kiest de mens wel degelijk zelf. Daarbij laat hij zich maar al te vaak door meningen en keuzes van anderen leiden, zonder voor zich te realiseren, wat zijn mogelijkheden en weg in wezen zijn. De beschikking van de mens over eigen lot is weliswaar beperkt, maar altijd weer heeft hij een mogelijkheid om eigen lot mede door eigen handelen en wil te bepalen. Ik zal u een voorbeeld geven hiervoor, dat u misschien uit de mond van een spreker der ODV vreemd klinkt.

In het kamp Treblinka heeft een opstand plaats gevonden. Dit feit is niet algemeen bekend, daar het hier ging om een betrekkelijk kleine wanhopige groep. De leden van deze groep verkozen te sterven, terwijl zij nog als mensen konden denken en strijden en weigerden zich te laten degraderen tot als vee duldzame slachtoffers. Vanuit het standpunt van vele anderen waren deze mensen dwazen. Zij wierpen hun leven weg, terwijl er toch altijd en mogelijkheid was, dat zij lang genoeg zouden leven om gered te worden. Maar deze kans, die inderdaad bestond, was zeer klein. Door de keuze, die deze mensen deden, hadden zij – zelfs binnen de voor hen heersende omstandigheden – hun lot bepaald. Zij spaarden zich vele vernederingen, veel lijden, veel wanhoop, zij behielden hun gevoel van menselijke waardigheid in ruil voor mogelijke, maar lang niet zekere, kleine vreugden in de toekomst en een steeds weer stervende hoop in het heden.

In het Getto van Warschau is iets dergelijks gebeurd. Hier zijn de als laf uitgekreten Joden, met onvolwaardige wapens op de meest krankzinnige manier opgetreden tegen zwaar bewapende elitetroepen. Zeker hebben zij daarmede de dood van velen veroorzaakt. Maar zij wisten, dat zij toch zouden moeten sterven. Hun keuze was dan ook onder deze omstandigheden geheel verantwoord. Juist hierdoor zijn zij gemakkelijker overgegaan en hebben zij meer van de juiste zin van het menselijke leven begrepen en gevonden, dan de vele anderen, die, voor eigen gemak of uit een onredelijke hoop, steeds weer een compromis wilden sluiten.

Wanneer men de helden binnenkort weer gaat herdenken, de doden en gevallenen, denkt eenieder aan zijn eigen helden. Een vreemd iets: De meeste van deze helden waren dit niet, omdat zij bewust dit heldendom verkozen, maar omdat zij in het verleden een verkeerde of niet begrepen keuze gedaan hadden, welke hen dwong tot strijd of sterven. Dergelijke helden zijn er bij iedere partij te vinden, zo goed onder de negers in het Amerikaanse leger als bij de Duitsers, zo goed bij de joden als bij de Fransen of de Italianen.

Helden zijn er overal geweest. Maar altijd weer lijken zij noodlotsfiguren te zijn. Voor hen was het eenvoudig op een bepaald ogenblik een “ik kan niet anders”. Hun optreden en offer lijkt misschien vaak op een vrije wilsacte. Maar door hun verleden kunnen zij niet anders, zonder zichzelf te verloochenen op een wijze, die alle zelfrespect en zin voor het leven in hen zou doden.

Daaruit kunnen wij iets leren. Vrije wil is beperkt!

Dit komst steeds weer voor; dat, wat men wil, is onmogelijk, dat wat mogelijk is, wil men niet, voor het te laat is. Nederland wenste geen oorlog met Duitsland, geen bondgenootschap met de geallieerden. Het wilde neutraal blijven, de status quo en de oude waarden en machtsverhoudingen in zich bewarende. Maar Nederland verkoos niet tijdig partij te kiezen – de enige houding, waardoor een enigszins neutraal zijn van Nederland misschien nog mogelijk geweest zou zijn. Zelfs Duitsland wenste geen wereldoorlog, het wenste alleen gebied, macht en zelfrespect te winnen. Het had wel degelijk de mogelijkheid dit te realiseren maar had voordien gekozen voor een systeem, waarin macht voortkomt uit macht, waarin elke overwinning weer de rechtvaardiging is van alle daden, alle ontzegging van vrijheid, waardigheid en recht aan anderen en eigen burgers. Ook de eenling, die in wezen tot slaaf werd, die onterecht werd, had voor dit systeem gekozen, omdat het hem bepaalde voordelen beloofde. Daarom was een wereldoorlog niet te vermijden.

Engeland had voor de vrede gekozen. Een goede keuze, wanneer het niet voor een verkeerde vorm van vrede had gekozen. Want het koos geen vrede, die voortkomt uit een zonder verplichtingen jezelf en eigen waardigheid handhaven, maar voor een prijsgeven van bepaalde verplichtingen. De vrede, die men daar nastreefde was niet bestemd om eigen wil en kracht duidelijk kenbaar te maken, maar wilde deze vrede bereiken door het opofferen van anderen, het terzijde stellen van eigen verplichtingen en een compromis. Je zou kunnen zeggen, dat daar, waar de mens het compromis verheerlijkt, hij in wezen uit vrije wil ketenen aanvaardt, die hem tot in een verre toekomst belasten en in vele gevallen beroven van alles, wat hij door zijn compromis dacht te bereiken. Want het verloochenen van eigen wezen, recht en zelfs eigen idealen vormt een keten van oorzaak en gevolg, die heel wat zwaarder weegt en heel wat verder grijpt, dan men schijnt te kunnen beseffen of te willen geloven.

Ik zeg u, dat een verkeerde keuze van een aantal geldmensen in Nederland de oorzaak is geweest, dat bv. een NSB tot stand kwam, dat het feit, dat men deze groep bevorderde, ertoe bij heeft gedragen, dat andere soortgelijke groeperingen zich tot Duitsland wendden om zo hun bestaan te verzekeren, waarbij zij eigen Nederlandse nationaliteit grotendeels vergaten voor wat zij, reeds jaren voor de oorlog, het “groot Duitse ideaal” noemden, en beseft evenmin, dat zonder het bestaan en handelen van deze groepen, Duitsland zeker minder snel Nederland aangevallen zou hebben. Zoals de Vlaamse beweging bij uw zuiderburen altijd weer de kant van de Duitsers heeft gekozen, zodat dezen zich zeker gevoelden van enige sympathie – wat mede bijdroeg tot een sneller in dit land invallen, dan anders het geval zou zijn geweest. Men had de Vlamingen in dit land enigszins onterecht, menende, dat deftige mensen alleen Frans spreken en eenieder, die deze voertaal niet sprak, als minderwaardig mens beschouwd kon worden. In twee wereldoorlogen kozen juist hierdoor vele Vlamingen voor de Duitsers. Dat was in de eerste plaats het gevolg van een verkeerde keuze in Brussel, niet van een verkeerde instelling bij de Vlamingen.

Wie dit alles beziet, kan begrijpen, dat in een betrekkelijk ver verleden reeds de beslissingen zijn gevallen, die in de historie van het heden doorwerken. Een vrije keuze in het verleden, voerende tot een beperkte reeks van mogelijkheden, waaruit men in het heden vrijelijk zijn keuze bepalen kan. Maar zelfs indien de mogelijkheden beperkt zijn, zal elke keuze een actie van de vrije wil blijven. Na de bevrijding heeft men recht gesproken over oorlogsmisdaden. Maar daarbij heeft men alleen de verliezende partijen berecht. Dit was een vrije keuze. Hierdoor heeft men vooral bij de meer primitieve volkeren de mening versterkt, dat in deze wereld de overwinning recht en rechtvaardiging is, ook internationaal. In wezen nam men hiermede een paar artikelen over uit het Duitse boekje.

Door deze wijze van handelen en denken heeft men het optreden van gewetenloze mensen bevorderd, die in macht hun recht zien en gelijktijdig een toegeeflijkheid tegen deze mensen gerealiseerd, zolang zij macht en enige internationale aanvaardbaarheid naar voren brengen.

In die dagen heeft men dan ook de wereld van vandaag bepaald. Met een andere opvatting over recht en redelijkheid zou bv. een dekolonisatie eveneens noodzakelijk geworden zijn. Maar de vorm, waarin deze nu optreedt, zou door een werkelijke rechtvaardigheid overbodig zijn geworden. Nu echter, mede door deze verkeerde keuze, dit aanbidden van het succes, viel men steeds weer neer voor mensen, die een grote mond hadden en met enige soldaten terreur uit wisten te oefenen, alles onder het motto, dat zo iemand in al zijn daden gerechtvaardigd was door zijn kreten, dat hij streed voor de vrijheid tegen de kolonialistische onderdrukkers. De resultaten hiervan?

Indonesië vormt ergens een dreiging voor machtevenwichten en wereldvrede. Dit had anders kunnen zijn, want het Indonesië van heden is tot stand gekomen door gebrek aan inzicht bij zowel de regeringen van Nederland als van Engeland, gepaard gaande bij deze laatste met de wens anderen hun koloniën te ontnemen, omdat men zelf zijn koloniën ten dele in Azië prijs moest geven. Verder speelden hier gevoelens van respect, angst voor verdere strijd en zelfs enige vriendschappelijkheid bij de Amerikanen tegenover de Japanners een rol. Ook het feit dat weer een oorlog dreigt tussen India en Pakistan – zoals wij reeds voorspelden – is mede te danken aan de wijze, waarop men deze koloniën vrij maakte.

Steeds is er sprake geweest van compromissen, buigen voor macht, een elkander naar de ogen zien, over en weer. Men heeft een rechtvaardige beslissing, een laatste woord van recht, dat alleen maar moeilijkheden zou brengen en geen voordelen meer kon brengen, willen vermijden.

De gevolgen daarvan voor de gehele wereld worden reeds nu kenbaar. Het betekent, dat vanuit een westelijk – zelfs vanuit een blank – standpunt, geheel zuid Azië op het ogenblik in gevaar is. Vietnam, een van de gevaarlijke plaatsen van deze wereld, werd dit niet door een onvermijdelijk noodlot, maar door het vellen van verkeerde oordelen, het nemen van verkeerde beslissingen, waarbij luiheid, eigenbelang en zelfs een rol van wereldvreemde ambtenarij een rol hebben gespeeld. Ook hier compromissen met zeer onaangename gevolgen. Ik zou voort kunnen gaan met dergelijke beelden. In deze dagen van herdenken meen ik echter te kunnen volstaan met de vaststelling: Dit is niet alles werking van een noodlot. Dit is niet alleen door de geest of door God bepaald. Dit hebben de mensen zelf door hun vrije wil tot stand gebracht. Nu fluistert men ja. Maar onmiddellijk daar achteraan hoor ik: Wij hebben dit niet gewild. Ik heb dit niet gewild. Ik wist daarvan niets af, ik kon niets doen. Toen de Duitsers echter hun kreten hebben aangeheven van: “Wir haben es nicht gewuszt, wir haben es nicht gewollt”, riep onmiddellijk eenieder; maar zij hadden het kunnen weten, zij hadden zich kunnen verzetten hiertegen, zij zijn allen schuldig. Ik acht dit niet onjuist, maar protesteer tegen het feit, dat ik dit dan niet in een andere vorm mag stellen voor anderen. Is zoiets dan alleen maar waar, wanneer het een verslagen vijand geldt?

Ik stel, dat er, zo er in Nederland iets mis gaat, gezegd kan worden, dat u daarvan ook allen had kunnen weten. U hebt het niet gewild misschien, u heeft het niet werkelijk geweten? Maar u had het kunnen weten, u had anders kunnen handelen. U had kunnen kiezen volgens eigen innerlijke waarden en verantwoordelijkheid, in plaats van op anderen te vertrouwen en eenieder te volgen die u enig voordeel beloofde. Ik stel dit nu wel voor Nederland, maar zoals u zult begrijpen, geldt dit voor alle mensen, voor de gehele wereld. Wie je ook bent en waar u ook woont, steeds weer doe je een keuze, neem je beslissingen, beslissingen, die men vaak baseert op het feit, dat een verzetten, een protest nutteloos en duur zal zijn, dat het van geen belang is, zoiets te doen, want uiteindelijk: “Wij zijn maar kleine, machteloze mensen.”

Kijk eens naar het verleden: U wilde geen Duitse bezetter in Nederland hebben, maar sterven om dit protest duidelijk te maken wilde u ook niet. U rechtvaardigde alle diensten, die u aan die bezetter verleende – of u nu ‘”goed” of “fout” was met mooie zinnen als: De orde moet nu eenmaal gehandhaafd worden, laat ons dit daarom maar doen, het volk moet geregistreerd worden, laat ons dit maar doen – met als dooddoener er achteraan; misschien kunnen wij zo erger voorkomen. Men sloot een compromis en bereikte zo zekere voordelen voor zich en bovendien kon men nog “goed” zijn ook. Zo heeft men in het begin in Duitsland ook gereageerd: Die Hitler is ook niet alles, maar de man geeft ons hoop, belooft ons dingen en geeft ons dingen, die wij zonder hem toch nooit gehad zouden hebben. Wij moeten hem en de zijnen maar hun gang laten gaan, zelfs wanneer dit niet altijd geheel aanvaardbaar lijkt. Zo kunnen wij voorkomen, dat ons en ons land ergere dingen overkomen…. Men suste zichzelf. “Uitmoorden? Wel neen, zo zijn wij toch niet. Dat die joden in arbeidskampen komen, is zo erg niet. Laat ze ook maar eens een keer werken…” Want zo is het begin daar geweest. Zo heeft men in het verleden in Duitsland gedacht voor de oorlog, en, zo heeft men in Nederland gedacht, zo dacht men overal en zo denkt men ook nu weer, overal. Waar zijn de mensen onder u die, wanneer zij iets als onjuist en onredelijk zien gebeuren zeggen: Ik aanvaard dit niet, wat men ook zegt en doet, ik aanvaard dit niet en werk hieraan niet mee. Wie is bereid zo te handelen, ook al kost het hem zijn baantje of zijn vrijheid? Waar is de nette burger, die zeggen durft: Ik kan dit niet meer geloven, dus onttrek ik mij openlijk – en niet alleen stilzwijgend – aan de invloed van mijn godsdienst? Waar is degene van u, die, wanneer men spreekt over een moraal die hij belachelijk en verwerpelijk vindt, openlijk zeggen durft: Dit is onzin, daaraan doe ik niet meer mee? De meesten zijn te zeer gesteld op het “gunstige oordeel van hun omgeving”, om dergelijke risico’s te willen lopen. Men komt er niet eerlijk voor uit en gaat uit luiheid en eigen baat wegen, die strijdig zijn aan eigen innerlijke noodzaak en aan het kiezen van de juiste weg. Men rechtvaardigt dit met de stelling, dat men een compromis moet sluiten tussen de noodzaken van het eigen ik en datgene, wat men als uiterlijke waarde van de wereld ziet.

Naar ik meen, is het het volste recht van de mens, om op deze wijze te reageren. Maar het is een vrije keuze en alles wat hieruit voortvloeit is niet het gevolg van noodlot, maar van vrije wil. Wanneer dus de gevolgen van een dergelijke keuze kenbaar worden, zal men zich niet van alle verantwoordelijkheid kunnen distantiëren met de opmerking, dat men dit toch werkelijk niet heeft geweten, niet heeft gewild. De mens doet een keuze. De eeuwige wetten als oorzaak en gevolg, de waarden van innerlijk evenwicht en bewustwording vragen er niet naar, wat men zich bij die keuze heeft gedacht of hoe men de gevolgen daarvan later zal beoordelen. De kosmos eist voortdurend een oprechtheid van keuze. Wanneer men die oprechtheid bezit, zal alles gaan, zoals het moet en is elke stap in het leren, pijnlijk of niet, voor het Ik een bewustwording en een bevrijding. Zelfs dan zal de keuze vaak een ineenstorten betekenen van de wereld, die je kende, maar daartegenover staat dan de mogelijkheid, om een wereld nieuw te bouwen in eerlijkheid. Wanneer men echter een compromis sluit, blijft alles tweeslachtig. Dan zal ook later alles, wat men in wezen niet wilde, net toch gebeuren. Man kan dan wel stellen, dat het uiteindelijk niet zo erg is, dat men het maar moet aanvaarden; eigen levensweg, de ontwikkeling van het ik, zowel als van de wereld waarin men leven moet is dan echter anders, is voor het Ik onjuist. En deze toestand heeft men dan in wezen zelf gekozen. Ook wanneer men de bevrijding wil herdenken of op de dag van de arbeid zich verheugen wil over de overwinningen van de arbeiders, ja, de jubel van een in het verleden bevrijd Nederland in het heden wil doen herleven, lijkt het mij goed, ook bij deze punten even stil te staan. Want alles, wat er gebeurt, gaat niet buiten u om, maar is deel van uw leven en bewustwording. Zodra u een compromis sluit – onverschillig welk – hebt u uit vrije wil u gebonden aan het verdere verloop van de zo veroorzaakte gebeurtenissen en draagt u daarvoor – ook wanneer u ze later verwerpt – de volle verantwoording.

Volgens een groot deel van de wereld is dit betoog onaanvaardbaar: Er moet nu eenmaal orde in de wereld zijn, wij zijn dom en moeten dus op de wijzen vertrouwen. Er zijn onze geestelijke leiders om ons te zeggen, wat waarlijk christendom, wat theologisch juist is. Moraaltheologen kunnen u als enigen zeggen, of u de pil wel of niet mag slikken en seksuologen-psychologen zijn de enigen, die u kunnen zeggen, in hoeverre seksualiteit een ernstige zaak is, of eerder een spelletje voor twee of meer personen. Zo vermindert men eigen belangrijkheid en vrijheid. Men stelt, dat niet wat het ik weet, beleeft, kent en voelt, tellen zal voor het verdere gedrag, maar dat vooral de meningen van anderen, hun theorieën, kennis of gevoelens als voor het ik beslissende waarden zullen moeten tellen. Om het grof te zeggen: Als je zo leeft en God spreekt in je, dien je allereerst na te gaan, of Gods opdracht wel strookt met de plannen van Cals en de raadsbesluiten van de hervormde synode. Blijkt dat niet het geval te zijn dan moet men innerlijke waarde, taak en opdracht terug sturen met de boodschap: “Het spijt mij, God, maar je hebt je vergist.”

Wanneer de waarheid en de Lichtende kracht van het leven in je branden, wanneer het Licht je zegt: “Ga uit en genees een mens”, dan zou je volgens de handelwijze van de gemiddelde mens eerst even moeten informeren, of de artsenkamer dat wel goed vindt. Wanneer je weet, hoe rot de wereld rond je is en een weg kent, om weer eerlijk en zuiver te leven, wanneer de krachten van de geest, de bestemming, die je geest in je stoffelijke leven heeft ingelegd, als taak spreekt in je, moet je daarmede dan geen rekening mee houden. Ten hoogste zou je eens kunnen zien, of je er misschien nog iets aan kunt doen zonder de bestaande orden en waarden te verstoren met een klein handigheidje zus en een handigheidje zo. Dan doet men als sommige vrome katholieken, die vasten en onthoudingsdagen heilig houden, maar zo zij op die dagen trek hebben in een biefstuk eenvoudig naar een restaurant gaan en zich daar getroosten met de – verkeerd geïnterpreteerde regel – dat bij maaltijden buitenshuis wel is toegestaan om van de regels af te wijken. Zoals goede democraten, die alles doen om de rechten van alle mensen en hun eigendommen te beschermen, maar wanneer het onderhandelen met vele bedrijven te lastig wordt, eenvoudigweg bv. de staalverwerkende industrieën nationaliseren en dit niet al te erg vinden, omdat men uiteindelijk een compromis weet te sluiten tussen eigen weten omtrent de juiste wijze van leven en de belangen van eigen groep.

Reeksen van dergelijke compromissen, die uiteindelijk een beheersen van het ik en van de omstandigheden onmogelijk maakten, hebben de Eerste en de Tweede Wereldoorlog doen ontstaan en gemaakt tot de meest vernietigende oorlogen, die de aarde in de bekende historie troffen; zoals de houding van; men moet een compromis sluiten, wij moeten voor bestaande belangen waken, wij moeten een compromis zoeken tussen twee wenselijkheden, er in de oorlog voor aansprakelijk zijn geweest dat zovele joden vermoord zijn. Besluiteloosheid en onderdanigheid, het denkbeeld aan wat extra rantsoenen of wat minder last tijdens de bezetting, droeg bij tot het groot aantal dode “helden” die binnenkort weer met alle plechtigheid herdacht zullen worden. Ook dit had anders kunnen zijn, wanneer men niet zozeer naar een compromis tussen wenselijkheid en erkende noodzaken had gestreefd. Dat zijn de feiten.

De doorsnee mens zegt: Ik kan die aansprakelijkheid toch niet dragen? Ik moet wel een compromis sluiten. Wat wilt u dan wel, dat wij zullen doen?

Allereerst zal men zich moeten realiseren, dat de wereld rond het ik – dit ik slechts in zoverre werkelijk kan beheersen – als dit ik haar als algeheel heersend aanvaardt. Dan moet men beseffen, dat de denkwijzen en middelen van de wereld alleen bepalend zijn voor de uiterlijkheid van het leven, maar niet voor het werkelijke leven, tenzij wij haar als zodanig aanvaarden. Ook moet men weten, dat de grootheid van eigen wezen nimmer is gelegen in de erkenning door anderen, die dit ik misschien eren en zien als epigoon van de heersende orde of hun belangen, maar alleen gelegen is in de wijze, waarop men zijn innerlijk weten en erkennen tot uiting en uitdrukking weet te brengen.

Zeg niet, dat zoiets onmogelijk is. Er was een man, Gandhi, die alleen met woorden, lijden en lijdzaamheid, meer heeft gedaan voor sociale revolutie in zijn land dan bv. Trotski of Lenin in hun land. Altijd weer zijn er mensen op de wereld, die meer van werkelijke en blijvende waarde bereiken door hun dulden, hun plichtsbesef en hun bereidheid voor hun innerlijke waarheid alles te offeren en te lijden, dan de rest van de mensheid door gewapende strijd, terreur en verzet. Ik denk hier bv. aan Denemarken, dat meer mensen heeft gered en meer voor de geallieerde zaak heeft gedaan door een schijnbaar toegeven aan geweld, dan het gehele verzet in Nederland met alle middelen en offers tot stand bracht. En dat wil heel wat zeggen.

Nederland heeft zich volgens de tradities verzet, heeft de bestaande orde aan de ene kant gesteund en aan de andere kant zijn traditie van vrijheidszin met alle middelen willen handhaven. Daarin was het groot, maar desalniettemin bereikte het voor zichzelf en anderen minder, dan degenen, die buigen konden voor de uiterlijke machten en toch in wezen zichzelf konden blijven.

Zoals er in Nederland mensen zijn geweest, die in aanvaarding van de toestand en een gewetensvol handelen voor de vrijheid en belangen van anderen – en niet van zichzelf – meer tot stand brachten, dan alle KP-ers samen. Wanneer u herdenkt, overdenkt dan ook dit alles.

Weet, dat alles, wat in het verleden is gebeurd, evenals alles wat in het heden geschiedt, niet veroorzaakt is door staatslieden, economische en andere krachten of zelfs kosmische krachten en noodlot, maar door mensen zoals u. Al is het nog zo gemakkelijk om zo jezelf te verontschuldigen met een: “Ik kon niet anders.”

Enkele illustraties? Een jonge jood wilde uitbreken uit een goederenwagon bij het begin van een transport. Zijn medegevangenen deden alles om hem dit te beletten, uit angst, dat zijn verdwijning op hen gewroken zou worden. Als bewijs van hun ijver bleven de schoenen achter in de wagen. De jonge man van eens leeft, naar ik meen, op dit ogenblik nog, ergens in Israël. Maar hij heeft geen werkelijk vertrouwen meer in zijn medemensen, omdat hij beseft dat degene, die een vrije beslissing wil nemen, daarin altijd weer door anderen belemmerd zal worden, omdat zij hun eigen belang zoveel groter achten dan de vrijheid van anderen en in vele gevallen het voordeel, dat een enkeling zich verwerven kan, hem niet gunnen. Wij mogen het betreuren, dat van de andere reizigers in die wagen niemand levend terugkeerde. Maar zonder het te beseffen hebben zij door de lijdzaamheid, welke, hen zelfs voerde tot het beletten van de vlucht van een van hun medegevangenen, zo zij dit konden, in wezen voor de dood gekozen. Hen is recht geschied, zij het een recht dat wreder en absoluter is dan een mens recht heeft op anderen toe te passen. Na de overgang hebben zij hiervan de gevolgen dan ook ondervonden. Want zo is het recht, dat voortvloeit uit de ongeschreven, maar onverbiddelijke wetten van de Schepper. Dat ik dit beeld geef van een jood, betekent niet, dat het in het bijzonder bij de joden voorkomt. In tegendeel, ik zou u vele dergelijke voorbeelden kunnen geven van andere mensen, mensen uit Duitsland en de USA enz. enz. En altijd weer kan ik aan de beelden de les toevoegen, dat de keuze voor vernietiging deze inderdaad brengt, niet alleen stoffelijk, maar ook voor de geest, zelfs wanneer men zeggen kan: “Ik heb dit niet gewild.” De mensen, waarvan ik hier sprak, deden een verkeerde keuze. Ik wil u nu een voorbeeld geven van iemand, die wel de juiste keuze deed en kies dit uit hetzelfde volk, dezelfde tijd opdat u niet zult denken, dat ik een gemeenschap wilde veroordelen.

In een jodenblok in Oraniënburg leefde een kleine, vermagerde man, voortdurend getrapt en geslagen. Nu was hij alleen maar een jood en toch was hij eens een goed geneesheer en begaafd musicus. Dat deze man lange jaren geleefd heeft in dit werkkamp en onder deze condities, kan een wonder heten, het grootste wonder bracht hij echter zelf tot stand; hij bracht anderen hoop. Hij kon hen geen ander leven geven, maar wel bracht hij hen steeds weer de waardigheid van een ondanks alles mens zijn. Deze kleine humanist beïnvloedde zo niet alleen joden tot meer onderlinge menselijkheid, maar zelfs de misdadigers, die in dit kamp meer gezag en vrijheid hadden. Velen van degenen, die uit dit kamp of via dit kamp uiteindelijk in de vrijheid mochten terugkeren, hebben hun leven en mens-zijn te danken aan deze kleine man, die stierf op de “bok” onder slagen, hem toegediend voor de daad van een ander, wiens schuld hij zwijgend op zich nam. Hij is gestorven, zeker. Maar hij ging heen in menselijke en geestelijke grootheid, zonder haat.

Deze mens, deze jood, die nu een van de Lichtende geesten is, is slechts een van de velen, die de mensen menselijke waardigheid en mensenliefde gaven, zelfs in de gaskamers en zo, door hun innerlijk te doen heersen over eigenbelang en eigen angsten, zich een geestelijke status in de eeuwigheid veroverden, waarvan de Lichtende glans in menselijke woorden niet uit te drukken valt. De grootheid van deze mens is het gevolg van een bewuste keuze, zonder de lokroep van glorie of wraak. De kleine man, waarvan ik u sprak, deed de volgende keuze: Hij besloot te leven, zolang hij nog iemand van nut kon zijn en stierf omdat hij, verzwakt en ziek, wist met zijn dood iemand anders van nut te kunnen zijn. Zo groot, zo goed is een mens, die kiest. Zo groot en zo goed is een goede Jood.

Als u de doden herdenkt, denk dan niet alleen aan de helden van het geweld, maar herdenk de velen, die, zoals hij, kozen in eenzaamheid, de velen, die misschien vaak een verkeerde keuze maakten, maar zich toch niet lieten verblinden door haat of angst, en niet door hun zelfzucht tot dieren werden – zoals zo velen – maar mensen bleven in de beste zin van het woord. Met al hun fouten, met al hun vergissingen, zijn dezen de ware helden, de Lichtende eeuwigen, die de hoop zijn van morgen. En vergeet niet, dat zij klein en onaanzienlijk waren als gij, dat het door keuze, door een gebruik van hun vrije wil was, dat zij hun huidige Lichtende toestand bereikten vanuit een wereld vol vuur, ellende en dierlijkheid.

Ik wil hier niet spreken voor of tegen een regime, voor of tegen een ras. Ik wil u alleen wijzen op het feit, dat de werkelijke helden van deze wereld vooral zij zijn die zelfs op ogenblikken, dat schijnbaar geen vrije keuze meer bestond, in zich een keuze gedaan hebben en in die keuze voor alles mens zijn geweest. U kiest, of u het wilt of niet, of u het weet of niet, vandaag voor het gebeuren, de noodzaken en onvermijdelijkheden van morgen. Wat er gebeurt op de wereld, hebben wij u reeds voldoende duidelijk gemaakt. Besef nu ook, dat dit voor een groot deel het gevolg is van de vrije keuze van mensen, die zich niet eens bewust zijn van het feit, dat zij een keuze hebben gedaan.

Zelfs het beven van de aarde in N.W. Amerika. – zoals door ons voorspeld – is niet alleen een kwestie van een fout in de aardkorst maar wordt in zijn gevolgen mede bepaald door de mentaliteit van de mensen, hun keuzes, reacties en denken. Hier speelt niet alleen de natuur een rol, maar ook de mensheid, met zijn angsten, haat en verzet. De mens schept het klimaat, waarin dergelijke rampen van grote omvang kunnen worden, of beperkt kunnen blijven tot een in wezen onbelangrijke materiële schade. Zoals binnen enkele weken, wanneer een beslissing gaat vallen in Vietnam, waarbij het gevaar voor oorlog met China aanmerkelijk groter wordt, niet alleen een optreden van staatslieden, maar wel degelijk ook de wil van de eenvoudige mensen van invloed zal zijn. Zelfs uw houding, al bent u zich misschien niet eens bewust dat u – laat staan wat u – gekozen hebt.

Bent u neutraal? Dan wilt u dus alles aanvaarden, wat er geschiedt buiten u, mits het u niet beroert? Dit is uw recht. Maar de wereld zal u niet uitzonderen van het gebeuren. Zeg niet, dat het een noodlot is, wanneer de wereld, die u kent, in dergelijke conflicten uiteindelijk ten onder gaat. Dan zult u moeten zeggen: Onze neutraliteit, ons gebrek aan belangstelling, is mede aansprakelijk. Dit is niet alleen door anderen veroorzaakt, ook wijzelf dragen schuld. De verantwoordelijkheid voor dit alles ligt ook bij ons, die uit vrije wil een keuze weigerden en zo het begin van de ondergang toestonden, om verder te gaan.

Wanneer men in Nederland zou zeggen: Wij hebben steeds verdergaande bestedingen voor sociale werken en voorzieningen nodig; wij zelf kunnen die niet financieren, dat moet de toekomst dat dan maar voor ons doen en hierdoor ontstaat een veel verder gaande ontwaarding van de Nederlandse munteenheid met alle gevolgen van dien, wanneer dan een algehele verandering in alle voorzieningen en sociale mogelijkheden noodzakelijk blijkt, omdat het in de huidige vorm eenvoudig niet meer gaat, zal men dit niet de fout van de bewindslieden mogen noemen. U hebt dit immers allen aanvaard? U had er tegen kunnen ageren. Zeker, dit is geen feit. Ik stel dit alleen maar. Maar het illustreert de belangrijkheid van uw vrije wil. Wanneer u afziet van het niet volgens innerlijke waarden verantwoorde compromis, niet meer alleen denkt aan eigen belang en gemak, maar steeds reageert volgens wat uws inziens billijk en recht is, worden dergelijke situaties onmogelijk. Zegt daarom tot uzelf: Zeker wanneer anderen daarbij betrokken zijn – en niet alleen ikzelf – zal ik niets aanvaarden of gedogen, dat onjuist is, wat het mij ook moge kosten. Ik zal mij daartegen verzetten zonder lauwheid en met algehele inzet van mijn eigen wezen. Dan kunt u aan dit alles werkelijk wat doen.

Waarom, zo denkt u, al die demonstraties tegen geweld in Vietnam dan niets uithalen? In de eerste plaats is er sprake van agitatie van kleine minderheden met eenzijdige doelstellingen, maar als iedereen binnen een democratie of zelfs binnen een dictatuur weigert een staatsman te kiezen of te helpen, zolang deze onjuiste dingen doet of tolereert, zal er snel een einde komen aan alle ongewenste toestanden.

Om het anders te zeggen: Wanneer morgen half Nederland besluit, geen belastingen en luister-kijk- en dergelijke gelden te betalen, voor de Tros, de Rem, of hoe dat ding heet, weer uit kan zenden, verzeker ik u, dat over een maand de reclame met larmoyante drama’s weer de ether doortrillen, alsof er nooit iets gebeurd is. Wanneer u alleen maar protesteert en verder niets doet, hebt u in feite gelijktijdig veroordeeld en goed geheten. U hebt niets gedaan. Een protest moet nu eenmaal meer achter zich hebben dan wat mooie woorden. Censuur, geen vrije meningsuiting, onjuiste voorlichting, zijn geen dingen, die, al is het niet in Nederland – van bovenafaan de mensen worden opgelegd, zodat zij zelf geen stem meer hebben. Wanneer zij handelen volgens hun bewustzijn en vermoeden, kunnen zij aan dergelijke toestanden wel degelijk een einde maken. Zelfs in Spanje wordt dit, naar ik meen, langzaam aan duidelijk, het kost offers, maar men zal resultaten bereiken.

Wanneer men een ondergang van de beschaving van heden, van de wereld zoals u die kent, wil voorkomen, zult u dit niet kunnen bereiken door in de eerste plaats socialist, pacifist, democraat of iets anders te zijn en op uw leiders te vertrouwen of hen door dik en dun te volgen. U zult boven alles mens moeten zijn tegenover allen. Maak u er dan geen zorgen over, dat dit niet strookt met uw partij, dat uw menselijkheid voor uw medemensen niet aanvaardbaar is, dat uw gedrag opeens “niet netjes” heet enz. Wees mens; heb de moed steeds in de eerste plaats te handelen volgens de menselijke waardigheid, die ook in u berust. Handel steeds volgens uw innerlijke overtuiging, ook al wensen anderen dit niet en zal men u vaak eerst slaan of zelfs doden, voor uw houding resultaten brengt. Indien u iets afkeurt, zeg het dan niet alleen, maar doe er iets aan, zelfs indien dit u tijdelijke schade zal berokkenen. Wie iets, als is het onder protest of stilzwijgend aanvaardt, doet een bewuste keuze en is aansprakelijk voor de gevolgen.

Denk niet, dat dit gebazel is. Er zijn voorbeelden te over van mensen, die hun wens tot macht, vrij onderzoek, tot bepaalde resultaten, verwezenlijken, door alles daaraan op te offeren. Ook u hebt een vrije wil. Ook u kunt kiezen en bereiken of, zo dit laatste niet mogelijk is, tenminste ontkomen aan alle innerlijke aansprakelijkheid voor het gebeuren van het door u niet aanvaardbaar geachte. Degene, die oordeelt zal nimmer tot u zeggen: Dit was uw noodlot, uw karma of iets dergelijks, zolang gij nog een middel ongebruikt hebt gelaten, om het voor u juiste te verwezenlijken. Hij zal zeggen: Gij zijt mislukt. Gij hebt zelf dit alles gekozen. Want ik gaf u een vrije wil.

Kies eigen standpunt, eigen weg. Wacht niet, tot anderen voor u aan uw taak beginnen. Ga uw eigen weg, wat het ook koste, na de in u levende begrippen van recht, juistheid en in antwoord op al wat gij in uzelf erkent als Lichtende kracht, als God, werkende in uzelf. Wanneer gij zo leert leven, zal geen derde wereldoorlog de wereld hervormen, maar zal de strijd, die de mensheid tegen zich voert, om deze weg te kunnen gaan, de enige strijd zijn die ligt tussen een verwardheden en een harmonische toekomst.

  • Ik heb uw rede met belangstelling gehoord en niet zonder vreugde daarin een zekere agressiviteit ontdekt. Hoe is uw mening over het volgende: Is het goed de jongeren door film en boek te, confronteren met alles, wat men in het verleden heeft meegemaakt? Wordt hierdoor de mogelijke broederschap met de Duitse jeugd en ook met de jeugd uit vele andere landen niet gedwarsboomd?

Ik ben van mening, dat een reële voorlichting over alles, wat in het nabije verleden gebeurd is, zowel de wreedheid van de tegenstander als de fouten en feilen van de “goede kant” niet slechts nuttig, maar zelfs noodzakelijk is.

Ik meen, dat het sensatie maken door – onder het mom van voorlichting – sadisme en zwart-wit situaties in films en boeken weer te geven echter misdadig is. Wanneer men, onder het mom van voorlichting van oorlog, deze groteske slachtpartij op bevel, waarin mensen vaak lager vallen dan dieren, een vrolijke oorlog vol helden maakt, men de jeugd misleidt. De nadruk, die men legt op het sadisme, op clanvorming, avontuur en moord waarbij de nadruk steeds weer valt op wreedheid en gevecht, terwijl de reden, waarom men vecht niet of slechts zeer terloops wordt weergegeven, brengt de jeugd tot navolging, tot een verwerpen van alle waarden van een meer stabiele maatschappij. Dergelijke propaganda zou men een erfelijke belasting van de jeugd van heden kunnen noemen. Dit doet meer dan alleen de vriendschap tussen de jongeren van verschillende volkeren, i.c. van het gestelde, de Duitse jeugd, afremmen.

Het is het scheppen van een mentaliteit, waarbij de jongelieden ten koste van alles avontuur en sensatie willen beleven en daarom desnoods een burger doodtrappen, wanneer zij geen soldaatje kunnen spelen en hun macht en waardigheid onder oorlogsomstandigheden tot uiting kunnen brengen. Dit brengt de mensen er toe het bezit van wapens – ook vuurwapens – te verheerlijken, te zien als een macht, om hen dan te veroordelen, wanneer zij al spelende misschien eens werkelijk iemand opzettelijk of per ongeluk neerschieten. Dit soort “voorlichting” acht ik dan ook zeer verwerpelijk. Maar wij mogen een ding toch niet vergeten. Wat in het verleden gebeurd is – aan alle zijden, niet slechts aan één kant – is een warboel van egoïsme en heldendom, wreedheid en menselijkheid. Een duidelijke voorlichting, waaruit de jongeren duidelijk kan worden, hoe vaagheid, domheid, intrige, vaak beslissend zijn in een oorlog, hoe daaruit een onnodig en verschrikkelijk lijden voor de mensheid voort kan komen, acht ik niet alleen aanvaardbaar, maar zelfs zeer noodzakelijk.

Laat de jeugd van vandaag maar weten, hoe lang de vette walm uit de moordovens in de concentratiekampen in Duitsland omhoog is gestegen en wijs haar erop, dat er nog kampen zijn, waar de rook van benzine over gore lijken vettig omhoog walmt. Laat haar beseffen, welk een lijden daaraan vooraf ging, opdat zij niet de fout maakt “ter handhaving van de orde of ” voor de grootheid van het vaderland te gedogen of zelfs enthousiast te aanvaarden.

Laat deze jeugd horen, wat de Duitsers misdaan hebben, maar maak ook duidelijk, dat het niet zondermeer een edele daad is, ergens aan te bellen, de naam te vragen en de persoon in kwestie neer te schieten, alleen maar omdat hij een landverrader is. Laat zij beseffen, dat een dergelijke daad altijd verwerpelijk is, tenzij er dringende redenen voor aanwezig zijn en zelfs dan zeker niet edel of heldhaftig genoemd hoeft te worden. Laat de jeugd beseffen, dat het doden van medemensen geen heldendom betekent, maar een verwerpen van alle menselijke waarden. Laat haar leren, dat onbegrip tussen mensen, gebrek aan waardering voor waarlijk menselijk leven en handelen Berlijn en Londen, Rotterdam en Warschau onder veel lijden tot puinhopen heeft gemaakt.

Maar spreek die jeugd dan niet alleen over de lijken in concentratiekampen en op slagvelden. Spreek hen van huilende vrouwen en kinderen, die sterven omdat er geen eten is. Spreek hen dan over oude mensen die in krankzinnige pogingen om voedsel of onderdak te vinden, ten ondergaan. Spreek hen niet alleen over het strategische resultaat van heldhaftige aanvallen op vijandelijke steden met napalm en raketten, maar vertel ze, hoe mensen, gillend rondrennende levend verbrand zijn in de straten, mensen die liefhadden, die leefden, zoals zij.

Spreek niet alleen over V1 en V2, maar vertel van een Londense voorstad, waar opeens een gehuil klinkt en even later op de rokende straat een moeder onthoofd ligt; naast een schreeuwend kind, vertel van mannen en vrouwen, die een ogenblik gelukkig waren en opeens alleen nog dood en verminking kenden. Spreek van hen, die langzaam stierven onder de puinhopen, terwijl machteloze redders door voor en vallend puin steeds weer werden teruggedreven.

Vertel de jeugd van de ellende, die een oorlog betekent en geef haar de kans niet, dit te vergeten. Maalt ze misselijk van alle lijden, dat een oorlog betekent, en zeg hen dan niet, deze was schuld of gene was schuld, maar zeg: Dit was niet menselijk meer. Laat ons meer zijn dan dieren, die deze dagen doen herleven, zelfs indien je daaronder moet lijden.

Ik acht voorlichting van de jeugd over deze aspecten van het verleden noodzakelijk. Maar de dromen en verhalen van vandaag zijn alweer te veel getint met verheerlijking van macht, wapens, het samenzijn in uniform, het gevecht. Te veel zien wij ook nu een zekere minachting voor de dood en het lijden van anderen.

Herdenkt niet alleen de gevallenen, maar ook hen, die in eenzaamheid zijn achtergebleven en eenzaam, zonder heldenverering of medeleven moesten sterven. Dit is mijn antwoord. U meent bij mij agressiviteit beluisterd te hebben. Ja, die is er inderdaad. In mij leeft een agressie tegen alle waanvoorstellingen, die alle geestelijke en zelfs alle menselijke waarde en waardigheid in het wezen, dat zich mens noemt, kunnen doden. In mij leeft een strijdlust, gericht tegen de gelatenheid, luiheid en gedachteloosheid, die volgens mij voortkomt uit gebrek aan inzicht en gebrek aan naastenliefde. Ik hoop, dat u mij mijn agressiviteit in dit opzicht zult willen vergeven en dat u zult willen beseffen, dat zij niet tegen volkeren, volksgroepen of enigerlei persoon is gericht. Ik verzet mij alleen tegen dat, wat de mensen tot minder dan mensen heeft gemaakt in het verleden, tegen dat, wat – tenzij de mensheid zijn wijze van handelen en denken betrekkelijk snel wijzigt – wel eens een groot deel van het menselijke ras in immorele, straf gedresseerde automaten dreigt te veranderen. Ik verzet mij tegen alles, wat een geestelijke dood of een vernietiging van de mensheid op aarde kan betekenen. Daarin meen ik gerechtvaardigd te zijn.

Wanneer ik mij zou opwerken tot uw zeer gewaardeerde vorm van agressiviteit, moet ik weten, tegen wie ik kan spreken. Ik moet ergens een podium hebben. Bovendien zou ik niet weten, waar ik voor zoiets de vrije tijd vandaan zou moeten halen. Uw opmerking is kentekenend en een waarschuwing, want hier spreekt iemand, die van goeden wille is. U vraagt zich onmiddellijk af, waar u een podium kunt vinden. U heeft er geen nodig. Wanneer u voor uzelf, in uzelf en voor uzelf elke onjuistheid en ongerechtigheid afwijst, ongeacht de gevolgen, heeft u daarmede het podium, dat u zoekt, reeds gevonden.

Zelfs al zal dit podium u eerder een kruis dan een gestoelte lijken. En weet u niet, waar u er de tijd voor vandaan moet halen? Zolang u nog spreken wilt over de tijd, die men daarvoor zou kunnen vinden, streeft u naar een compromis met uw dagelijkse leven dan ben ik geneigd te zeggen: Laat het dan maar, want het zal weinig uithalen. Wanneer je zo iets wilt prediken, zult u alles achter moeten laten en desnoods van gevangenis tot hongerstaking en van hongerstaking tot gevangenis moeten gaan, van moeizame dag tot moeizame dag voortlevende, zonder te vragen: Welk werk kan ik vinden, hoe zorg ik voor mijn gezin, maar alleen vragende; hoe dien ik de waarheid, hoe dien ik de mens en de menselijkheid.

Ik begrijp, dat dit een te zware opdracht voor de meesten van u is. Maar indien men tenminste beseft, dat het alleen een vraag is, hoe men dit alles tot basis van eigen leven kan maken, zonder compromissen te sluiten met jezelf of anderen, ben je toch al een heel eind verder.

Esoterie

Ik vraag nog een ogenblik van uw tijd. Er is namelijk in het eerste deel van de avond gesproken over iets, dat van het hoogste belang is: De waarheid, die in onszelf leeft. Daarover wil ik in de eerste plaats zeggen: Dat wat in u leeft, is een absolute waarheid.

Wat in je leeft, is echter, wanneer je maar geheel eerlijk bent tegenover jezelf, de kracht van je leven en de zin van je bestaan. Elke maal, dat je hiervan afwijkt, vervals je a.h.w. je innerlijke leven en je geestelijke belevingen.

De directe bewustwording is inderdaad een smalle en steile weg, niet omdat je tegen alles in moet gaan, want al denkt men dit vaak, je hoeft je zeker niet van geheel de wereld af te wenden. Je kunt zelfs een weg gaan, die de gehele wereld als te breed, als fataal beoordeelt en toch jezelf zijn en blijven.

Datgene, wat voor jou waar en goed is, is slechts een klein en beperkt deel van de mogelijkheden, die je wereld biedt. Het handhaven van deze innerlijke waarheid ten koste van alles, is een zeer steile weg, want het is zeer moeilijk. U zult nu wel begrijpen, hoe zeer dit alles in verband kan staan met het innerlijke Licht.

Het is niet de vraag, of wij leven op een wijze, die esoterisch theologisch, leerstellig verantwoord is. Ons wezen is als geest, als persoonlijkheid, in contact met God en Goddelijke waarden. Er is geen andere weg hiertoe dan door uzelf. Indien gij door God wilt gaan, zo moogt u zeggen, dat Jezus de enige Weg en de waarheid is, maar alleen door uzelf en in uzelf kunt u deze weg gaan. Dit kan niet zonder u.

Al wat vanavond, vaak scherp, gezegd is – terecht, maar niet erg prettig dus – heeft alleen maar zin, wanneer wij willen begrijpen, dat het geheel samenhangt met de kwestie van ons innerlijk wezen en leven.

Het is zo gemakkelijk te spreken over God, Die ons de kracht zal geven om alles te dragen, het Licht, dat ons in staat stelt anderen te genezen, de Goddelijke waarheid, die zich in ons  openbaart. Maar deze dingen bestaan voor ons alleen, wanneer wij eerlijk en oprecht onszelf zijn. Zelfs als wij dan in de ogen van de wereld sulletjes, sufferds, kletskousen enz. zijn, is de Kracht, het Licht, de Wijsheid, dan met ons en kunnen wij daarmede ook iets doen. Op het ogenblik, dat wij een compromis sluiten, opdat de wereld ons vooral ook aardig en prettig zal vinden, verloochenen wij dan ook vaak onszelf en hierdoor verstoren wij de innerlijke harmonie, verbreken wij het innerlijk contact, dat wij alleen via onszelf in waarheid kunnen bereiken, dat langs geen enkele uiterlijke weg of door uiterlijke middelen bereikbaar is. Dit werpt men door het compromis weg. Daarom zeg ik: Het belangrijkste van deze avond is niet het voor u misschien schokkende bespreken van Jodenvervolging en oorlog, maar het oordeel over de mensheid, die kennelijk tekort schoot en waarschijnlijk nog steeds te kort schiet t.a. v. de innerlijke waarheid, de innerlijke stem. Zeg niet, dat u deze stem niet kent, want zij leeft ook in u. Probeer daarom allereerst te weten, wat u waarlijk wilt, bent, wat uw werkelijke mogelijkheden zijn en leef daar naar. Maak er geen reclame mee, leer het niet eerst aan anderen, leef het, zorg dat je zo jezelf bent, zonder uitzondering en bij voortduring. Want wie zo eerlijk en oprecht zichzelf is, heeft in zich het contact met het Goddelijke, waardoor op zich onbelangrijke zienswijzen en mogelijkheden binnen dit Goddelijk Licht een geheel nieuw karakter krijgen. God hervormt en verandert ons niet. Wanneer wij echter onszelf waardig zijn en God aanvaarden, maakt Hij ons waar en in deze waarheid volmaakt. Dit was volgens mij de kern van deze bijeenkomst.

image_pdf