Waarheden van elke grote leer

9 december 1955

Het thema: Waarheden, die uiteindelijk liggen op de achtergronden van elke grote leer en die ook in het christendom ofschoon tegenwoordig haast vergeten steeds weer werden genoemd.

Er is n.l. een tijd geweest, dat het christendom zijn eigen geheimscholen kende. Sedertdien is er veel tijd over heen gegaan, Men weet op het ogenblik zelfs niet meer het verschil tussen de profeet Johannes en de apostel Johannes. En toch is het deze lievelingsleerling geweest van Christus, die buitengewoon veel leringen heeft gegeven aan het christendom in deze eerste dagen.

Want Jezus leer was niet alleen een leer zonder meer, een leer van naastenliefde en verlossing, gebaseerd op een persoonlijkheid. Jezus leer was gebaseerd op een kennis van het totaal der wetten, die op deze wereld tot uiting komen. Zo is het begrijpelijk, dat hij in de termen van zijn tijd, van zijn wereld, getracht heeft om de mensheid althans enige leiders na te laten, die in staat zouden zijn een kern te vormen, een groep, die over de gehele wereld en door alle tijden heen de verlossingsboodschap zou uitdragen en zou kunnen vertellen, waarom Jezus de Weg en de Waarheid was.

Dit zijn de punten, die in het geloof verloren gaan. Dit zijn de zaken, die voor sommigen onaanvaardbaar worden. Niet door het feit, dat zij gezegd zijn, maar door het feit, dat zij niet begrijpen, waarom en hoe.

Zo wil ik dan beginnen u enkele citaten voor te leggen en ondertussen zullen wij dan zien, of wij verbinding kunnen krijgen met iemand, die ons hierover een nadere uiteenzetting nog kan geven.

Er werd ongeveer 14 jaren na Jezus dood gesproken over dit wonderlijke gezegde; “Want ziet, Ik ben u de Weg en de Waarheid”. En het is begrijpelijk, dat de eerste vraag was: “Is Jezus dan de enige Weg?” En daarop werd het volgende antwoord gegeven;

“Er zijn vele wegen. Want er bestaat geen weg in de schepping, die niet uiteindelijk tot God leidt. Maar zoals er paden zijn, die langs vele omwegen in grote steden met veel kosten en tijdverlies uiteindelijk tot het doel voeren, zo zijn de meeste paden des levens. Slechts zij, die de weg kennen, zijn in staat om bv. als koerier in een derde, ja, een vierde van de normale tijd en minder kosten en uiteindelijk minder krachtverlies eenzelfde weg af te leggen langs de geheime paden, die door de bergen gaan.

Degene, die langs de grote weg gaat, loopt gevaar overvallen te worden door rovers. Degene, die het pad door de bergen gaat, zal niemand storen.

Want men weet, dat degenen, die daar gaan, geen rijkdommen met zich voeren; Jezus nu kennende de Goddelijke wetten, verzonken geweest zijnde met Zijn gehele wezen in de Goddelijke Kracht en terugkerend, om dit weten ook aan anderen mede te delen kende de korte wegen tot de bewustwording.

Zo leidt Hij de mens tot de Vader, snel, maar niet zonder gevaar. Zo is Hij. U het smalle Pad, Hij is u de Weg, Hij zegt u ook de waarheid, omdat in Zijn weg, alle wetten verwerkt zitten, die in het Goddelijke tot uiting komen. Toen de leerlingen dit verwerkt hadden, hebben zij later deze vraag gesteld; “Wat is dan de weg? Want Jezus zegt, dat Hij de Weg is.

Het antwoord hierop is het volgende: “Een weg is een middel tot bereiking, De weg is dus het middel tot bereiking, het beste middel om tot een doel te komen. Het is een gebaand spoor, dat geen mogelijkheid tot dwaling overlaat Jezus nu heeft u daar Zijn studies, Zijn leringen en Zijn leven de weg gewezen. Het enige pad, waarvan men niet kan af wijken. En op dit pad staan verschillends wegwijzers die niemand kan misachten. Zij zijn meer kenbaar dan de grensstenen, die u tonen, waar de vallei der Grieken begint. Zij zijn meer opvallend dan de grote torens, die heersende vorsten hebben opgericht aar de grens van hun rijk.”

Want ziet, wie Jezus pad wil volgen, behoeft zich slechts af te vragen; “Hoe is dit voor mijn naaste?” En kan hij antwoorden; “Goed”, dan weet hij, dat hij niet van het pad is afgedwaald.

De waarheid ligt verborgen in de eenheid der dingen. Jezus was de Openbaring der eenheid in een begrensde vorm. De vraag die daaruit voortkomt, is natuurlijk; “Ja, maar was Jezus dan de Kern der dingen?”

Antwoord; Neen, niet de kern der dingen was Hij, Hij was slechts de uiting daarvan. Want datgene, dat leeft in alle leven, dat woningen bouwt voor alle Zijn, dat wat de Vader is en de Grote Heer, was in Hem wel geuit. Maar Hij Zelf was niet de Vader, noch een deel van de Vader, afgezonderd, omdat de Vader Zich wilde uiten of openbaren.

Hij was een mens uit zeer oude tijd, van voor uw wereld. Een mens, Die Zijn God bereikt heeft, maar weet, dat slechts door eenwording aller dingen een volledige openbaring Gods mogelijk is voor al het zijnde.

Waarheen voert ons dan de weg? De weg voert tot eenheid. Want ziet, wanneer de grenzen vallen, wanneer mens en dier één zijn geworden, zo zijn zij ook een geworden in de Goddelijke Kracht, die in hen leeft. En uit deze eenheid komt het Groot Bewustzijn voort, dat u toont, hoe alle leven en alle bestaan is leven en bestaan in het Huis des Vaders, waarin ieder zijne plaats en woning vinden kan.

Waarom moeten wij deze weg gaan? Daar is niemand, die u dwingt de weg te gaan. Gij kunt deze weg nemen, of verlaten. Maar wel zeg ik u; Wee hem, die de weg verlaat, nadat hij ze een tijd gevolgd heeft, want dan is haast onmogelijk, om de grote weg de kostbare weg te vinden en te volgen. Dan is men omringd, omgeven door afgronden en ravijnen.

Want weet, dat wie de wetten gevolgd heeft, en ze verwerpt, staat in een wildernis, omdat hij in zichzelf een bewustzijn heeft geschapen, dat geen terugkeer tot laag peil mogelijk maakt. En in het “ik” een verwijt schept voor elke afwijking van de erkende wetten.

Is het dan niet gevaarlijk om Jezus Weg te gaan? Het is niet gevaarlijker om Jezus Weg te gaan dan de grote weg. Want ziet, brengt de grote weg meer comfort met zich mee, meer genot en meer smaak, het smalle pad biedt ons de gevaren van smalle gaanderijen en diepe afgronden, van wonderlijk verborgen voortgang.

Wanneer wij beide paden vergelijken, kunnen wij slechts zeggen: Ziet, wie het smalle pad kiest, gaat zich bewust van de moeilijkheden van de weg een weg banen naar het bewustzijn. Hij zal niet verslappen en wakend zal hij kunnen volbrengen, waar zij, die het brede pad volgen, insluimeren.

Zo zeg ik u: De keuze is de uwe. Maar hebt gij een keuze gedaan, zo volg het pad.

Waarom is Jezus dan “het Leven en de Waarheid?” Zij, die de brede wegen gaan, die elke mens volgt, sluimeren in. Zij beleven niet bewust al datgene, dat de Schepping hen biedt. Zo gaan zij als levende doden hun weg, tot de plotselinge gebeurtenis, het plotselinge ongeval, hen dwingt tot realisaties wie en wat zij zijn. Zij, die het smalle pad gaan, weten.

Zo is het pad de waarheid, omdat de mens daarin zichzelf niet verliezen kan. Zo is het pad het leven, omdat degene, die dit pad gaat, het bewust moet gaan. Of…..ten onder gaan.

Met deze citaten uit vroeg-christelijke leringen heb ik getracht u iets te bewijzen, n.l. dit:

Dat het bij Jezus niet gaat om een leer, dat het in het christendom niet gaat om de aanvaarding van feiten, maar om de wijze waarop men de waarheid zoekt. Het is geen aanvaarding en een verlossing zonder meer. Het is een realisatie van waarden, waarna men zelf, geleid door hetgeen Jezus getoond heeft, gesteund misschien ook vaak door Zijn Krachten, moet trachten het moeilijke pad te gaan, dat Hij ons heeft getoond. Wetende, dat wij zo het einddoel sneller kunnen bereiken, dat wij intense zullen leven gedurende de tijd, dat wij zoeken en dat voor ons de waarheid steeds scherper omschreven zal bestaan, waar zij voor anderen steeds verhuld blijft in de wereld van waan.

Want dit is het verschil tussen degenen, die doelbewust een pad gaan, die doelbewust een weg zoeken naar de werkelijkheid van het leven en degenen, die zich door het leven laten voortstuwen. Wanneer je de brede en gemakkelijke weg gaat, die het leven je normalerwijze stuwt, dan droom je. Dat pad biedt niet voldoende moeilijkheden noch voldoende afwisseling, je droomt. En de wereld, die je rond je ziet, is niet een werkelijkheid, maar een schepping van je eigen persoonlijkheid.

Die schepping kan schoon zijn, of vol van verschrikking. Want hoe het pad zich aan u zal tonen, is afhankelijk van uw wezen. Wanneer gij echter gekozen hebt en met volle inzet van uw wezen streeft naar de verwerkelijking van het ideaal, dat ook Jezus u voor ogen heeft gesteld, dan hebt gij geen tijd tot dromen, dan moet gij hard en gehard zijn. Niet hard tegenover de medemens, maar hard, vooral tegenover uzelf, gehard tegenover de waarheden, die gij liever niet zoudt willen horen.

Dan moet gij de werkelijkheid aanvaarden. En omdat gij haar aanvaarden moet, zult gij leven en sterker er sterker worden, in plaats van in uw dromerijen verslappend als een machteloos wezen ten prooi te vallen aan al datgene, wat uw weg en de voortgang daarop tijdelijk zou willen verhinderen.

Alle wegen leiden tot God maar Jezus is de Weg. Hij is niet één Weg. De Weg, het korte pad der bewustwording. Voor Hem zijn er anderen geweest, die hetzelfde pad zijn gegaan. Na Hem zullen er komen, die opnieuw dit pad zullen banen en wijzen. Want de mensheid vergeet snel.

Of gij dit pad gaat is niet beslissend voor uw aanvaarding door God. Maar wel beslissend voor u aanvaarding van het leven door uzelf. Wel beslissend voor een snelle bereiking van bewustzijn, of een nog lang verzonken in dromen zijn. Nu ik u deze inleiding heb gegeven, kunnen wij misschien daaraan toevoegen een vriend, die via een tweede contact zich tot u wil richten, juist sprekende over deze dingen.

Ik wil u er bij zeggen, dat, wanneer het normaal een van onze meer bewuste sprekers zou zijn, het tweede contact niet noodzakelijk zou kunnen worden genoemd. Het is juist noodzakelijk, omdat wij een grotere afstand trachten te overbruggen dan normaal.

Misschien dat wij, hechter nog tot eenheid komende dan nu, eens er in zullen slagen, om dergelijke contacten onmiddellijk te leggen, thans zult gij het nog moeten stellen met een vertaler, een vertaler echter, wiens vertaling dat kan ik u verzekeren zo volledig en zo goed mogelijk zal zijn.

Hij zal u spreken over deze dingen vanuit zijn eigen wezen en bewustzijn, dat nog anders is dan het onze en verder ziet.

Ik voor mij, ik neem afscheid en zal na deze spreker niet meer het woord tot u richten, omdat dergelijke woorden aan te vullen of te commentariëren een misachting zou zijn van de sfeer waaruit zij voortkomen.

o-o-o-o-o

Pax Vobiscum,

Mijne geliefden, in oude dagen heeft men getracht te bewijzen, dat men Jood moest zijn, voor men christen kon worden. Men heeft gezegd; “De besnijdenis is noodzakelijk voor een ieder, die het pad van Jezus, de Koning, wil volgen”. Dit echter is dwaasheid. Toch worden er voorwaarden gesteld voor een ieder, die de christusleer met zich wil dragen en verwerkelijken.

Om christen te zijn moet men in de eerste plaats mens zijn. Mens zijn betekent: niet tot speelbal worden van de drang, de begeerten en de onrusten in uw eigen wezen. Mens-zijn betekent: Mens zijn in elke zin van het woord, maar beheerst en meester blijvende over uzelve. Mens-zijn betekent: De medemens zien als een deel van het totale bestaan, dat tegenover je verantwoording vraagt.

Zo zijn de oude waarheden vervormd en vernieuwd in uw wereld gekomen. En het wordt ons moeilijk terug te vinden de oude eenvoud, in hetgeen men in uw dagen nog de leer van onze meester noemt,

Een weg te gaan van sfeer tot sfeer, zoals Hij ze ons getekend heeft, betekent vaak een verloochenen van wat anderen als schoonheid en bewustwording ervaren.

Men kan niet gaan en zichzelf, voorhouden, dat men goed en volmaakt is, Want zijn weg is de weg van het vuur, dat de mens zelf verteert. Zoals eens het vuur op mij is gevallen en mij verteerde. De vlam, die mijn leven lang mij heeft voortgejaagd naar volmaking, mij steeds heeft doen zoeken naar groter en dieper waarheid, naar juister en beter uitdrukking van wat ik voelde als de kern van mijn wezen, als de kern ook van Jezus pad, zoals het voor mij bestaat.

Ik wil u, kinderen der mensen, trachten mede te delen, wat voor mij de grootste waarheid is: Er is altijd rond ons een verblindend licht. Een licht, dat ons van wereldse zinnen berooft, dat ons verheft in werelden, waarvan eens mens niet waagt te dromen. En het is onze wil tot bereiking in de eerste plaats, die ons tegenover dit licht stelt.

Niet wat wij doen is bepalend, maar hoe wij het doen. Zelfs hij, die de dood zoekt van al degenen, die in zichzelf onschuldig en slechts zondaren lijkend tegenover leer en wet, kan licht en waarheid vinden, wanneer zijn streven niet is gericht op het “ik”, maar op de bereiking van een Goddelijke eenheid in het bestaan. Wie deze eenheid zoekt met de volheid van zijn wezen, zal uiteindelijk dit licht vinden en door dit licht verheven worden tot ander, zwaarder, schoner leven.

Er komt een tijd, dat u een andere naam gegeven wordt, want in deze naam zijt gij mensen. Echter in de nieuwe naam zult gij zijn Burgers van Gods Rijk. Gods Rijk, dat machtiger en groter is dan Rome. Gods Rijk, dat de werelden beheerst, zoals Rome de landen.

Vaak eindigt het aardse pad in lijden. Lijden, dat voor u niet bestaat, omdat in u de vreugde van het licht heerst, maar dat anderen afschrikwekkend lijkt.

Wanneer gij u verzet tegen uw lot, bedenk: Wie het licht gevonden heeft door zijn streven, wordt verheven boven het aardse lijden. Hij kent andere en nieuwe waarden. En gelijktijdig zal het vuur u verteren, Een vlam, die brandt van binnen uit, verder en verder grijpend, tot zij uiteindelijk uw wezen heeft ongevormd en gij niet meer zeggen kunt; Ziet, dit ben ik en toch zult gij u bewust zijn.

Er is geen tijd voor hen, die in het licht leven. Er is geen waan voor hen, die in het licht leven. Er is niets, behalve God. Maar in God zijn alle dingen. Alle dingen, niet zoals de mensen ze kennen en beschouwen, maar in de volmaaktheid, waarin God ze eens geschapen heeft en geuit heeft.

Zodra gij uzelve hebt aangepast bij deze wereld der volmaaktheid, is het einde gekomen van alle lijden en alle pelgrimstocht, van alle verkonding der leer, van alle worsteling.

Wie zoekt naar de waarheid, zoeke met geheel zijn wezen. Niet vragende: Strookt dit met al hetgeen mij gezegd werd? Maar vragende: Strookt dit met de leringen, die ik in mijzelf als waar erken?

Wie zo streeft zal niet altijd “Goed” handelen volgens de inzichten der mensen. Maar deze handelingen zijn niet handelingen der mensen, maar handelingen van een “ik”, dat een bewustzijn tracht te openbaren en te uiten aan zichzelf. Deze handelingen zijn het kenteken van een geest, die alles anderen en zichzelf wil offeren aan één waarheid.

Wie zo zijn God eert, stelt geen beeld in Zijn plaats en geen waan of droom voor het leven. Hij zoekt werkelijkheid, en werkelijkheid wordt hem gegeven, omdat hij zoekt.

Eens heeft de Meester gezegd: “Zoekt en ziet, gij zult vinden”. Ik kan niet anders doen dan u dit herhalen, maar ik wil er iets bijvoegen: Zoekt met geheel uw wezen, geheel uw ziel. Vergeet, dat het mogelijk is niet te slagen. Wanneer gij verzekerd zijt, dat gij slagen zult, dan eerst hebt gij het volle vertrouwen aan God gevraagd: “Geef mij licht”. En het licht wordt gegeven. Verblindend en overweldigend, verscheurend vaak uw wezen, maar ook gevend u waarheid.

De strijd der mensen is futiel en profaan. De strijd Gods is heilig. Wie echter de strijd Gods op aarde voort wil dragen, of in zich meedragend door de sferen brengen, zal eerst het heilige van zijn streven moeten inzien. Hij zal alles moeten offeren aan de waarheid. En ziet, de waarheid zal hem worden tot hemelrijk, en uit het licht treedt hem tegemoet zijn Meester. Die hem leiden zal de laatste strekken des weegs tot een volkomen bewustzijn, een aanschouwen Gods en een omvamen van al het geschapene.

En ik, die dit tot u zeggende, heb dit beleefd. Wanneer ik terugkeer, dan beperk ik voor een ogenblik de volheid van het bestaan tot een kleinere sfeer of wereld. Maar zo mij blijft een volmaking, die ik in u herboren zou willen zien.

Het is misschien goed vreugdig te leven. Beter is het “waar” te leven. Maar het grootste geluk is; te leven in waarheid. Dat dit uw leven, uw weg en uw waarheid moge zijn, opdat ook gij de Meester zult ontmoeten op de weg en ingaan tot Zijn rijk en Zijn heerlijkheid, van waaruit hij u voert tot de Troon des Vaders.

God zij met U.

Vragenrubriek.

  • Voor het uitlokken van manifestaties van overgeganen wordt vaak gebruik, gemaakt van het een of ander instrument. Kruis, bord, e.d.. Gaarne zou ik willen vernemen, waarvoor en of het gebruik van dergelijke hulpmiddelen nodig is, terwijl het medium toch rustig met een vel blanco papier en potlood kan gaan zitten en zich laten leiden door manifestant.

Ja, waarschijnlijk zal de reden zijn, dat een dergelijk medium niet in staat is zich geheel over te geven aan het onbekende, dat optreedt bv. in diepere of minder diepe trance, waarin dan een door schrift of woord zich kenbaar maken mogelijk is. Dit, wijl zo’n medium anderzijds misschien niet beschikt over voldoende helderhorende, of helderziende kwaliteiten om op deze wijze een boodschap onvervormd door te geven. Men dient zich te realiseren, dat middelen als kruis en bord, planchette etc, uiteindelijk maar zeer primitieve hulpmiddelen zijn. Het feit, dat ook hiervan gebruik wordt gemaakt, bewijst wel, dat het aantal mediums dat bruikbaar is voor degenen, die door willen komen, maar betrekkelijk klein is. Dit is begrijpelijk, wanneer men weet, dat de mediums van een wat betere kwaliteit over het algemeen onmiddellijk in beslag worden genomen door groepen, die minder persoonlijk tot uiting trachten te komen. Kruis en bord is heel vaak een kwestie van evenals automatisch schrift, of het schrijven met een planchette een of meerdere entiteiten, die voor zichzelf eigen meningen, of boodschappen trachten weer te geven. Een goed medium wordt vaak door een bepaalde groep gebruikt om een bepaalde levenshouding, of gedachtegang aan de aarde kenbaar te maken of dat van een grotere gemeenschap in het geestelijke levensbereik. Ik denk wel, dat wij daar de oorzaak hoofdzakelijk zullen moeten zoeken.

  • Is er aan het uitlokken van dergelijke manifestaties geen gevaar verbonden? Is zulks van onze kant wel verantwoord?

Ik geloof, dat die gevaren betrekkelijk groot zijn, indien men overgaat tot het accepteren van onverschillig welke mediamieke uiting van de eenvoudigste via kruis en bord tot de meest complexe toe als een zuiver geestelijke manifestatie. Bij een trancemedium, zoals wij op het ogenblik gebruiken, wordt van het onderbewustzijn, plus het geheugen van het medium een betrekkelijk vol gebruik gemaakt om op reële wijze een eenvoudige weergave van onze denkbeelden in woorden te bereiken

Wanneer wij echter te maken hebben met personen, wier bewustzijn in nog mindere mate is uitgeschakeld, bij dit medium is dit 80 tot 90 % bij een schrijvend medium is dit vaak in werkelijkheid slechts ongeveer 55% Bij kruis en bord kan het soms zover komen, dat het werkelijk onbewust – dus zonder daar zelf bij mee te denken en te reageren – werken slechts 10 % wordt. Het onderbewustzijn, dat mede door klinkt en vaak op de voorgrond komt, wordt dus misleidender, naarmate men proeven neemt met instrumenten, die bij de aanwezigen een grotere mate van bewustzijn en mee weten omtrent het gebeuren laten bestaan.

In deze zin, qua misleiding kan inderdaad van gevaar gesproken worden, vooral waar zelfmisleiding hierdoor soms wel zeer gemakkelijk wordt gemaakt.

Een ander gevaar is, dat men dergelijke experimenten uit gaat halen, zonder zich eerst geestelijk daarop voor te bereiden. Eventjes gezellig aan gaan zitten met kruis en bord tussen twee borreltjes en een potje bridge in, is vaak levensgevaarlijk, want door de sfeer, die rond u heerst, roept u die entiteiten tot u, die zeker niet genegen zijn uw geestelijk bewustzijn te verhogen, maar wel aandeel vragen aan hetgeen gij geniet aan stoffelijke waarden.

Wanneer men op een dergelijke wijze te veel seanceert, kunnen hier ernstige zenuwstoringen uit voortkomen. Een teveel aan seanceren op elk gebied is trouwens uit den boze. Ik geloof, dat ik hiermede mijn mening duidelijk genoeg heb kenbaar ge maakt, maar indien er iemand is, die enige aanvulling hierop nog noodzakelijk vindt, kan daaromtrent natuurlijk nog vragen stellen of aanmerkingen maken.

Gaat Uw gang.

  • Wat is “te veel?”

Te veel noem ik: meer dan zijzelf verwerken kunnen. Op het ogenblik, dat het seanceren voor u een behoefte wordt op elk willekeurig moment van de dag, kan er evenzeer worden gezegd: Dit is te veel. Op het ogenblik, dat u zich te veel bezig houdt met seanceren, zult u zelf bemerken, dat ongeveer 3/4 van deze seances aan u voorbij gaat. Het is beter één seance in misschien 6 maanden te houden, maar dan ook daaruit alle nut en alle baten te puren, ook al door deze seance plaats te doen vinden in een geestelijk en stoffelijk zo zuiver mogelijke sfeer, dan elke avond te seanceren en daar uiteindelijk maar weinig te begrijpen. Het is echter niet de veelheid, die hier bewustwording brengt.

Wanneer men echter toch onbegrijpend mee doet, dan zal men veelal krachten afgeven, die niet voldoende kunnen worden aangevuld. Men is niet mee opgenomen in de sfeer, waarin de seance zelf plaats vindt. Resultaat; krachtverlies, oververmoeidheid, geestelijke moeheid enz., plus onbegrip.

  • Hoe kunnen wij dus huis, tuin en keukenmensen voldoen aan uw opwekking om zelf te denken? Hoe vinden wij de individuele weg naar onze uiteindelijke bestemming? Hoe vinden wij God?

Door u te gedragen als ware huis, tuin en keukenmensen. D.w.z. mensen, die met 2 voeten op de grond staande, niet doen, waarvan zij niet overtuigd zijn, dat het ook een redelijke basis heeft. Die zich aan hun gewoonten houden, maar geneigd zijn in bijzondere omstandigheden met deze gewoonten te breken, mits daar voor een voldoende aanleiding aanwezig is. Iemand, die met zijn huis, tuin en keuken verstand een. avond als bv. deze bijwoont, zal een gedeelte daarvan begrijpen, accepteren en voor zichzelf bevestigen. Een gedeelte zal men dan ontkennen en met zichzelf uitvechten, wat daarin waar was en wat niet, terwijl een derde gedeelte als: “niet interessant, daar heb ik toch niets aan” terzijde wordt gelegd.

Een huis, tuin en keukenmens beleeft het leven en een seance, zoals hij, of zij, de krant leest. Die mens neemt de belangrijke punten in zich op, het onbeduidende, of niet interesserende legt hij terzijde. Op een dergelijke wijze komt men vanzelf tot een geestelijke bewustwording, die aangepast is aan het persoonlijke peil. Het resultaat is dan dus, dat de huis, tuin en keukenmens door voortdurende die feiten in zich op te nemen, die voor zijn leven belangrijk zijn, een huis, tuin en keukenmens per excellence wordt. Al excellerende in zijn menszijn vindt hij dan vanzelf daar de geestelijke waarden, die zijn belangstelling vergroten, zijn begripsvermogen verruimen zodat vanzelf een ander type, ruimer, meer geestelijk beschaafd ontstaat, dat wel in staat is verder te gaan.

Bent u dus een huis, tuin en keukenmens, stoort u daar dan niet aan, probeer allereerst eenvoudig met twee voeten op de grond voor uzelf te vinden, wat er voor u waar is, Wat u niet begrijpt, legt u weg en terzijde. Dan zult u op de duur hierdoor juist in uw simpelheid misschien een voldoende inzicht te vergaren en de grotere wijsheden, die aan filosofen en wijsgeren zelfs soms ontgaan, in uzelf te begrijpen, te bevatten en te bewaren. Daar gaat het om.

  • Enige jaren geleden bezocht ik een besloten bijeenkomst, waarop iemand melding maakte van een geschrift, dat ik niet zal noemen, maar dat hij betitelde als:het plan van de duivel. Het betrof richtlijnen, steeds weer overgeleverd, om de verdorvenheid van deze wereld tot stand te brengen. Zij bestrijken alle terreinen van geestelijk en materieel leven. Aan de praktijk getoetst is dit plan wonderwel geslaagd. Volgens de spreker wordt dit in een Oosterse taal geschreven geschrift in het Britse Museum in het Engels vertaald. Echter is de zwartmagische uitstraling zo intens, dat de vertaler niet lang achtereen met de vertaling bezig kan zijn. Kunt u hierover iets zeggen?

Ik kan alleen hierover mededelen, dat degene, die de vraag stelt misschien enige misvattingen hierover heeft. Wanneer n.l. witmagisch met deze zwartmagische kracht wordt omgegaan, kan er geen enkele vermoeiende of vernietigende werking van wit gaan. Dit plan bestaat inderdaad en reeds zeer lang. Het is inderdaad van Oosterse oorsprong en is reeds ouder dan de bekende beschaving. Het is echter in deze wereld niet zo volledig verwerkelijkt als degene, die de vraag stelt, schijnt te menen.

De uiterlijke verschijnselen dit geef ik gaarne toe, lijken ons vaak vol van verderf te zijn. Mag ik er echter op wijzen, dat men nog niet zo lang geleden sprak over de onzedelijke dans; de wals, waarbij men elkaar zelfs beroerde tijdens het dansen. Dat men nog niet zo lang geleden toornde tegen de ondergang van de wereld, die zou worden veroorzaakt door mechanische vervoersmiddelen etc.? M.a.w., dat het oordeel, dat men velt over de wereld zelden geheel juist is en dat het grote gevaar van een dergelijk geschrift en vooral van de vertaling daarvan zou kunnen zijn, dat ijveraars menen, dat deze ondergang van de mensheid zich reeds voltrokken heeft.

Het tweede gevaar, is, dat een dergelijke vertaling sommigen zou kunnen leiden tot het verheerlijken van dit geschrift door sommigen als een nieuwe openbaring. Het lijkt mij daarom verstandig deze dingen – en zeker in het openbaar – te laten rusten…..

Wanneer men zelf op enigerlei wijze daarmede in contact is geweest, of door bemiddeling van anderen daar enig contact mee krijgt, is het verstandig zich terug te trekken hiervan en zich te bepalen tot het zelf leven, zo goed als men kan, daarbij onmiddellijk aanvoegende een intense poging om geen enkele gedachte kwaads in de wereld uit te zenden, zo de macht beperkende die niet door het geschrift, maar door degenen, die zich met de verwezenlijking daarvan bezig houden in de wereld wordt gesteld. Ik meen, dat het niet verstandig is hier verder op in te gaan en hoop, dat u het met mij eens bent?

  • De vorige week word er gezegd, dat er ook mensen bestaan, die voor het eerst als mens geïncarneerd zijn. Welke vorm hebben deze mensen dan in hun vorige stofleven gehad?

Soms zou je zweren, dat het vroeger ezels geweest zijn. Wij kunnen over het algemeen stellen, dat de vorige vorm geweest kan zijn elke hogere levensvorm, die stoffelijk, dierlijk of plantaardig geuit, dan wel elke geestelijke binding met de materie in de zin, zoals bij natuurgeesten. Met dien verstande, dat in het laatste geval een onzelfzuchtige uiting noodzakelijk is, voor enigerlei werkelijke stoffelijke trap van ontwikkeling als bv. het menszijn betreden kan worden.

  • Kunt u ons iets vertellen over Freuds leer en hoe staat u daar tegenover? Er is slechts één God, de seks. En Freud is zijn problematische profeet.

Ik geloof hiermede op te sommen, wat ik denk over de stellingen van Freud. Ik ben ervan overtuigd, dat hij gelijk heeft in vele van zijn stellingen. Maar ik meen, dat hij de vergissing maakt psychologisch althans elke, maar dan ook elke reactie binnen het menselijk denken onmiddellijk te verbinden met stoffelijke drijfveren. Terwijl hij ook voor de meer ontwikkelde mens er toe overgaat het seksuele als de overheersende drijfveer te stellen.

Ik meen te mogen ontkennen, dat het seksuele ten allen tijde beheersend is voor het gedachteleven, wetende, dat het kan worden gesublimeerd tot begrip, daadkracht en werkkracht. Ik meen ook te mogen bestrijden, dat elke droom slechts een symbool is van het innerlijke gedachteleven, wetende, dat er een geest bestaat in elke mens en ook deze haar invloed op het droomleven uit kan oefenen. Verder, wetende, dat het bewustzijn onder enige drang van in het “ik” gelegen prikkels soms al dromende repeteert, wat er op de dag is voorgekomen, ofwel omstandigheden persoonlijk meen te te beleven, die de belangstelling bijzonder hebben getroffen. Ik geloof, dat Freud een zeer knap mens was. Ik betwijfeld, of hij een goed mens was, als basis heeft zijn theorie aan de moderne psychologie zeer veel gegeven. Zij krijgt echter eerst haar ware perspectieven door de ontkenningen, die anderen daar tegenover stellen.

De beschouwingen van Freud samenbundelende met de beschouwingen van Jung komt men langzaam maar zeker tot een kennis van mogelijke waarden binnen het stoffelijk menselijk denken.