Waarheid

image_pdf

14 maart 1977

Ondanks alle moeilijkheden zijn we ook vanavond zo gelukkig u een gastspreker te kunnen presenteren. Het is er een waar ik, vooral in deze tijd voor de verkiezingen, in het begin een zekere huivering voor had, want toen ik hem vroeg: “Waar wilt u over spreken?” zei hij: “Over de waarheid.” En u weet het, de waarheid is niet erg gezien. Men doet het liever per Telegraaf.

 De situatie waarin ik hem vond, is op zichzelf al een beetje eigenaardig. Hij was er wel en hij was er niet. Hij behoort tot een, zeg maar, wat hogere sfeer. In deze sfeer probeert hij zoveel mogelijk één te zijn met alle dingen. Dat is een wat ongewone situatie, zelfs in die sfeer.

Toen ik hem dus eindelijk zover had dat ik redelijk contact had, zei hij: “Kijk, de waarheid is alles waarvan je denkt dat het een leugen is.” Mijn reactie: “Dat is vreemd. Hoe moet ik die waarheid dan vinden? Ik kan toch niet gaan liegen?” Zijn antwoord: “Neen, maar je moet één ding beseffen: Je kunt nooit iets zeggen wat niet ergens waar is. Wanneer je een leugen vertelt, dan is het een leugen wat jezelf betreft, maar niet wat de kosmos betreft. Want je kunt niets zeggen wat niet waar is.”

Ik dacht: Dan kan ik het mij met die inleiding wel gemakkelijk maken, maar bij nader inzien meende ik toch dat ik liever eerst eens moest kijken wat de man geweest was.

De man is, ik meen in zijn laatste incarnatie, lid geweest van de Franse landadel, en dat zeer kort voor de adel haar hoofd begon te verliezen – was dat niet in 1792 of zoiets? In ieder geval probeert deze wonderlijke figuur op zijn manier de eenheid van de dingen aan te tonen en te beleven. Dat hij doorkomt, is voor hem eigenlijk normaal, dat is ook iets vreemds. Hij zegt namelijk: “Ik ben overal tegelijk, dus waarom zou ik niet spreken waar ze willen luisteren.”

De situatie in de verschillende sferen is voor hem iets waarvan je je gewoon bewust bent en waarop je reageert. Het is niet mogelijk, zo maakte hij me duidelijk, om iemand in het duister te zien en niet te weten dat dit er is. Want de waarheid is dat deze persoon leeft in het licht, maar dat hij het duister voor zichzelf heeft geschapen. En waar je die eigen schepping ziet, moet je dus proberen hem duidelijk te maken dat die duisternis niets te maken heeft met een opgelegd oordeel of zo.

Ik heb hem ook gevraagd of hij zich dan nog op andere manieren op aarde bezig hield en ook daar kwamen een paar vreemde dingen uit. “Ach”, zei hij, “wanneer ik zie dat ze een heel gemeen ding aan de ene kant van de aarde klaarmaken, dan waarschuw ik vaak inspiratief degenen die aan de andere kant bezig zijn. Soms reageren ze erop en dan zit het goed.”

Wat moet je met zo iemand beginnen?

Ik heb de situatie voor mezelf overdacht en ik kom voor mezelf tot het volgende beeld: Wanneer alles in de kosmos bestaat wat denkbaar is, is inderdaad alles wat gesteld wordt waar. Dan is waarheid niet afhankelijk van het gestelde, maar van de persoon die stelt. Wanneer je zo begint, kom je als vanzelf bij de belangrijkheid van iemand zelf. Het eigen ik.

Je kunt elke droom dromen zonder dat je ook maar één ogenblik iets droomt wat niet echt is, maar wanneer het voor jou een droom blijft, zul je het nooit waar kunnen maken.

Onze eigen situatie veranderen, betekent de waarheid veranderen. Als je daar eenmaal aan bezig bent, dan vraag je je onwillekeurig af hoe het dan komt dat wij allemaal, mijzelf inbegrepen, voortdurend bezig zijn om de waarheid te beperken. Dat we gaan zeggen: “Ja, maar dit wel en dat niet.” Ik geloof dat het komt omdat wij de waarheid niet willen beleven als deel van het geheel, maar als een erkenning in onszelf.

Op het ogenblik dat wij proberen een persoonlijke waarheid te vinden, kunnen wij het geheel niet omvatten en dan lopen wij ergens vast. Wanneer je probeert om de oneindigheid te begrijpen, ga je onwillekeurig denken aan beperkingen. Je denkt bv. aan de oneindigheid in de vorm van een cirkel, maar je kunt de oneindigheid niet zien als een bestaan waaraan geen grenzen zijn gesteld; als de mogelijkheid om te reizen, zonder dat er ooit een einde komt aan de kans om in één richting door te gaan, zonder dat je ooit jezelf ontmoet.

De veelheid van het bestaan ontgaat ons een beetje en misschien dat we juist daarom erg wijsgerig worden en altijd maar weer proberen om onze eigen beperkingen a.h.w. te maken tot datgene wat de wereld beheerst. Ik zal dit laatste toelichten. Op het ogenblik dat ik zeg: ‘oneindig’, kan ik mij dit niet voorstellen. Dus wat doe ik? Ik maak mij een voorstelling van oneindig. Vanaf dat ogenblik is het begrip oneindig voor mij beperkt tot de voorstelling die ik heb gemaakt. Zo gaat het met alle dingen.

Je kunt zeggen: Goed en kwaad bestaan niet. Dat is inderdaad waar. Maar goed en kwaad voor jou persoonlijk bestaan wel degelijk. Hoe komt dat? Doodgewoon omdat je niet in staat bent alles in een voortdurende toestand van evenwicht te houden. Als iets goed is, dan is je evenwicht in een voor jou prettige manier verstoord. Is er iets kwaad, dan is het in de negatieve zin verstoord.

Hetzelfde met leven en dood. Leven is bestaan. Goed. Maar wat is do0d? Dood is een andere vorm van bestaan. Op het ogenblik dat we de eenheid van het bestaan begrijpen, is er geen leven en geen dood meer. Maar zolang wij nog bezig zijn te denken aan een einde en een nieuw begin, is er een dood. Het schijnt zich allemaal toe te spitsen op jezelf. Op je eigen persoonlijkheid.

Vanuit mijn misschien wat beperkter standpunt is het erg belangrijk dat we eerst weten wat we denken te zijn. Per slot van rekening, als je niet eens weet wat je denkt te zijn, hoe moet je dan een oordeel geven over iets anders? Maar de gedachte die ik omtrent mezelf heb, is altijd waar en dat is nou iets waar de meeste mensen niet bij kunnen.

Wanneer ik tot mijzelf zeg: “Ik ben God”, dan ben ik als deel van God. God. Dan heb ik goddelijke bevoegdheden, zover als mijn  vermogen om God te concipiëren gaat. Dat is geen sacrilegie. Ik tast God niet aan. Maar ik ben deel van God en daarom kan ik functioneren als God. Maar dan moet ik die God niet beperken.

Op het ogenblik dat God voor mij een zeer bepaalde figuur is, staat Hij buiten mij. Ik kan die God dan nooit waarmaken. Op het  ogenblik dat ik God in mijzelf ken, hoe dan ook, als het maar geen beperking of vorm inhoudt, kan ik die God wel waar maken.

De vermogens die een mens heeft — mensen hebben soms bepaalde gaven — zijn ook niet beperkt. Je denkt het wel, maar dat komt omdat je zegt: “Dat kan ik nog niet.” Op het ogenblik dat ik zeg dat ik iets niet kan, is het voor mij niet mogelijk om het onmiddellijk waar te maken. Zolang ik streef, zal ik mijn doel niet bereiken. Zodra ik mijn doel bereik, zal ik niet streven.

Wanneer het besef van mijn doel gepaard gaat met het in mijzelf waarmaken van dit doel, zal het ook buiten mij bestaan. Hoe meer ik  twijfel aan de dingen, hoe meer ik ergens een voorbehoud maak, hoe groter de kans dat het niet gebeurt.

De waarheid is iets wat zo sterk verknoopt is met ons eigen voorstellingsvermogen, dat je er eigenlijk niet eens onderuit kunt met te zeggen: Mijn wereld is toch wel zeer specifiek mijn eigen wereld. Wat ik denk, wat ik droom, wat ik beleef, wat ik weet, is een persoonlijke zaak. Het heeft niets te maken met de totale waarheid. Het is alleen een beperkte waarheid, als alles goed is.

De waarheid die ik voor mijzelf ken, moet ik dan ook nog waar kunnen maken in de wereld buiten me. Als een mens zegt: “De waarheid is dat ik alles kan. Maar ja, vliegen kan ik natuurlijk niet.” Wel, dan blijft hij op de grond staan. Maar als hij zeker weet dat hij, wanneer hij dit wenst, zich kan verheffen, zonder vliegen op  een bepaalde manier uit te beelden, dan vliegt hij.

U weet hoe het met de meeste mensen gaat. Zij zouden wel willen vliegen zonder vliegtuig of zo, maar ze zeggen dat het niet kan. Als dan een ander zegt dat het wel kan, zeggen ze: “Jij ziet ze vliegen.”Maar die ander ziet ze niet vliegen, die vliegt.

Dat is een situatie waarbij die waarheid eigenlijk allerhande moeilijkheden brengt. Kan ik iets wat in mij bestaat, naar buiten brengen? is ook zo’n moeilijkheid. Ja, ik kan het wel naar buiten brengen, maar alleen in de vorm waarin het in mij bestaat. Daar zitten ook weer een hele hoop mensen in moeilijkheden. Wat is namelijk de waarheid? De waarheid is dat alles mogelijk is. Maar alles is alleen mogelijk in een samenhang. Je kunt niet een stukje losbreken uit het geheel en zeggen: “Dit is de Waarheid.” Dat gaat niet. Daarom zul je altijd rekening moeten houden met het feit dat elke. situatie, elk gebeuren voor jou waar kan worden op het ogenblik dat je het niet aan voorwaarden bindt. Dat je niet probeert iets wat misschien meer een emotie of een innerlijk weten of kennen is, om te zetten in redelijke denkbeelden en beredenering.

Daarmee heb ik eigenlijk iets heel geks gezegd. De waarheid, zoals wij die kunnen waarmaken, kunnen beleven, is niet redelijk. Men zegt ook wel: ‘De waarheid zal wel bovenzintuiglijk zijn.’ Ik zie niet in waarom. Zintuigen zijn deel van je wezen en of dat nu geestelijke zintuigen zijn, want die heb je uiteindelijk ook, of stoffelijke, maakt weinig uit. Wij kunnen daarmee alles waarnemen, mits wij onszelf toestaan de mogelijkheid van de waarneming te erkennen.

Ik heb dus met deze vreemde gast gesproken, en op een gegeven ogenblik kreeg ik echt het gevoel dat hij met me sprak zonder er te zijn. Misschien hebt u dat gevoel ook wel eens gehad. Je hebt dan zo’n droomgevoel. Iemand praat tegen je en hij is er niet. Dat gevoel kreeg ik nu.

Ik heb mij toen afgevraagd: Is dit waar? Ik kwam tot de conclusie dat dit voor mij absoluut waar was, omdat ik geneigd ben om alleen op een uitstraling te reageren waarin bepaalde beperkingen en persoonlijkheidsuitdrukkingen voorkomen. Deze entiteit openbaarde zich echter op dat moment aan mij als een soort ‘multiple personality’, een veelvoudige persoonlijkheid en je zou ook niet kunnen zeggen wat precies. Het was soms net of hij een boom was of een wereld, en het volgende ogenblik had ik weer het idee dat ik met een man of met een vrouw praatte of dacht: “Nu heb ik een engel te pakken” en dan was het alleen maar een wolkje waar wat uit kwam. Dat is natuurlijk ook weer niet helemaal waar, maar het is de beste manier om het onder woorden te brengen.

Ik heb toen geprobeerd om de waarheid van deze persoon te benaderen. Logisch, als interviewer probeer je altijd te begrijpen wat de ander aan speciale gaven heeft, ook wanneer je ze zelf niet bezit. Als je dat leuk vindt, dan ben je een goede verslaggever. Vind je het vervelend, dan ben je een slechte criticus. Ik heb a.h.w. de gedachte uitgezonden: Laat me nou eens zien wat voor jou waarheid is. Toen kreeg ik het gevoel of ergens in het onzichtbare iemand zat te roken, want het waren net lichtende rookringen die opstegen, trilden, zich verbreidden; soms vloeiden ze samen, maakten andere figuren en dan ineens waren ze weer weg. Maar het licht ervan bleef hangen.

Ik heb geprobeerd om daar commentaar op te krijgen, maar dat kreeg ik natuurlijk niet. Mijn eigen interpretatie hiervan is deze: Waarheid wordt geconcipieerd door ons in vorm, dus in een beperking. De moeilijkheid is die waarheid als wezen te blijven aanvaarden nadat ze haar beperking verloren heeft. Het licht dat er was, was net zo waar als die rookring. Het was er alleen een andere vorm van.

Ik heb ook nog geprobeerd om een beetje contact te krijgen in de richting van inwijding e.d. Ik dacht dat dat geschikt zou zijn. Maar neen, hij houdt zich bij de waarheid.

Inwijding, liet hij mij ook zien, dat was heel iets eigenaardigs. We denken altijd aan een trap of aan een poort enz. Hij liet alleen maar een lijn zien, die begon met iets dat bijna zwart was. Net iets minder zwart dan zwart, en dat splitste zich voortdurend. Daar kwamen voortdurend kleuren bij en op het laatst was het een hele bundel die bij elkaar kwam en dat was een punt wit. Hij zei mij: “Die punt wit, dat is inwijding.”

Ik heb me toen afgevraagd: “Hoe bedoelt u dat?” Weer geen commentaar. Ik hoop dat u meer commentaar krijgt dan ik gekregen heb. Want wat kan hier bedoeld zijn met deze idee van de ware inwijding? Waarom die splitsing? Misschien zou je het zo moeten zeggen:

Ons besef verandert voortdurend, maar wat we geweest zijn, blijft bij ons. We krijgen steeds meer facetten, veel meer kleuren a.h.w. Voor mijn part noemt u het stralen of iets anders. We kunnen wat wij geweest zijn niet achterlaten. Maar we krijgen er wel iets nieuws bij, totdat wij het optimale hebben bereikt. Dus het grootste aantal verschillende krachten en erkenningen die in ons wezen mogelijk zijn. Vanaf dat ogenblik versmelt dit en krijgen we de synthese. De synthese van al het voor ons mogelijke, is inwijding.

Ik vond het zelf een heel eigenaardig beeld. Ik had er elk beeld voor kunnen verwachten behalve dat, laat ik dat eerlijk zeggen. Maar toen ik er zo over aan het denken was, heb ik ook gezegd: “Maar wat is dan eigenlijk de waarheid over je leven?”

Ik geloof niet dat je in je leven dezelfde blijft. Dat lijkt wel zo, maar dat is niet waar. Je verandert voortdurend. De manier waarop je de wereld ziet, is een andere geworden. Wat je van je medemensen verwacht, is een andere situatie, een andere reactie. Wat je aan je medemensen wilt geven of wat je voor die medemensen wilt  doen, krijgt een heel ander karakter. Je verandert voortdurend en ik geloof dat de grote kunst van inwijding is, dit veranderen innerlijk bewust te aanvaarden en te beleven zonder iets achter te laten van hetgeen we zijn. Geen verandering waarbij het lage wegvalt en het hoge komt, zoals ze het vaak vertellen, maar een situatie waarbij je groeit en bij het lage steeds meer hogere waarden brengt, totdat je de hele scala van het voor jou kenbare en mogelijke hebt samengevat in één bestaan.

Ik dacht dat de mensen dat eigenlijk al een beetje doen. Maar  wat zie je dan ook weer: ze gaan weer terug. Als je wat ouder wordt, ga je weer terug. Sommigen onder u kunnen dat bevestigen. Het is net of je het verleden weer gaat zien. Ik ben net zo goed mens geweest als u. Ik dacht altijd dat dat een kwestie was van ouderdomsgeheugenzwakte. Het verleden weten ze nog wel, maar het heden zien ze niet meer. Maar ik ben tot een heel andere conclusie gekomen. Dat is erg vreemd.

Het is namelijk zo dat de herinnering die een mens van het verleden heeft, verandert. Je denkt wel dat je het hebt over het verleden, maar je hebt het niet over het echte verleden. Je hebt aan dat verleden alles toegevoegd waarvan je je bewust bent geworden. Daardoor krijgt het een ander beeld, een andere samenhang. Die herinnering is dus niet waar geweest in je eigen leven, maar het is de waarheid die kan bestaan, wanneer je eigen persoonlijkheid in een grotere rijpheid en misschien ook in een grotere verdraagzaamheid in staat is het geheel dat er is, te aanvaarden, beetje verwarrend soms, maar ja, waarheid is altijd verwarrend. Ik heb zelfs wanhoopspogingen gedaan en heb verschillende collega’s gevraagd of ze me hun denkbeeld over die waarheid wilden geven. Ik dacht, dan heb ik vergelijkingsmateriaal en kan ik misschien wat meer doen. Maar dat was, eerlijk gezegd, nogal ontnuchterend.

Ik heb het gevraagd aan één van onze hoge omes, aan Theodotus. Theodotus heeft zoiets van een bronzen klok. Als je hem wat vraagt, begint hij meteen te luiden. Hij zei: “Waarheid ontstaat op het ogenblik dat we ontkennen dat iets onmogelijk is. Dan eerst beseffen we juist. Nu, dat wist ik ook weer. Dat is waar, ja, ik kan daar achter staan. Als ik zo alles na ga van mijn leven, moet ik zeggen: hij heeft geen ongelijk.

Toen ben ik gegaan naar een andere bekende van u, het pastoortje. Ik vroeg: “Wat is waarheid?” Hij zei: “De waarheid is: te weten dat je pas werkelijk liefhebt, wanneer je jezelf zozeer liefhebt in de liefde voor anderen, dat je deze liefde niet kunt ontkennen zonder jezelf te ontkennen. Hier hebben we weer een hele andere waarheid, en toch is het ook wel waar.

Ik heb het natuurlijk ook aan Henri gevraagd. “Henri, vertel me nu eens: Wat is de waarheid? Maak nu eens geen grapje, hè?” Zei hij: “Mijn grapjes zijn ernst. Als ik ernstig word, is het een grap. Waarheid is voor mij: Begrijpen dat er altijd meer is; dat hoe meer er is, hoe meer je kunt lachen om jezelf en om de  wereld. Want als je lacht om jezelf en om de wereld, wijs je niets af, omdat je ergens voldoende veerkracht en vreugde hebt om alles te aanvaarden. Alles aanvaarden, is voor mij de waarheid.”

Leuk, alles aanvaarden. Neem me niet kwalijk. Dat komt omdat ik ze ook ken met: “Maar dit of dat niet, hè?” Dan heb ik zo’n verachtelijk gevoel dat bepaalde dingen niet haalbaar zijn en bepaalde dingen niet toelaatbaar. Je hakt de zaak in stukjes.

Nu bestaat er bij ons iemand waar jullie waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben. Hij heette Ivronius. Volgens mij is dat altijd een vrouwennaam geweest, maar hij was toch heus een mannetje. Hem vroeg ik: “Wat is volgens jou de waarheid?” Antwoord: “De waarheid is dat, wanneer ik in mijzelf de kracht besef die in mij leeft, ik zal zien dat al wat bestaat alleen die kracht weergeeft. De waarheid is dat de kracht, die in mij leeft, leeft in alle dingen en beseffende dat deze kracht deel van mij is, ik — levende in alle dingen, alomvattend — toch mijzelf blijf.

Heel mooi. Erg filosofisch. Ik kreeg zo’n beetje het idee: “Jongen, je zegt het nu zo mooi, maar als je dat op de kosmos toepast, word je zo vet dat je toch heus op dieet moet.”

Daar zat ik met commentaren. Ik kon die commentaren niet met elkaar rijmen. Ik had het gevoel dat iedereen wel een stukje van de werkelijkheid of de waarheid te pakken had, maar dat er iets ontbrak. Misschien dat het juist dit gevoel is, ‘er ontbreekt iets’ dat mij belet te beseffen wat waar is.

Je denkt altijd: Dit moet nog en dat hoort er nog bij. Of je hebt het gevoel: Het is wel allemaal heel goed, maar er zou nog iets meer moeten gebeuren. En op dat ogenblik is de waarheid al ver weg, want wat er is, is de waarheid en op het ogenblik dat ik zeg: “Ja maar, …” heb ik het niet helemaal te pakken. Dan moet die wereld van mij niet helemaal waar zijn. Er moet ergens een fout zitten. Die fout moet liggen in mijn besef. Alleen, ik kan die fout niet te pakken krijgen.

Ik heb dit onderwerp heel serieus aangepakt. Jullie denken nu misschien: “Ik heb betere inleidingen gehoord.” Maar het is zo moeilijk. Ik ben zelfs naar Jezus gegaan en dat is niet zo gemakkelijk, want dat is ook één van de hele hoge. Maar hij had gezegd: “Ik ben u de Weg en de Waarheid.” Nou, dacht ik, dan moet hij het toch weten. Ik ben er op af gegaan en ik heb het gevraagd: “Heer, u bent zo ontzettend belangrijk en u omvat zo ontzettend veel. Wat is de waarheid?”

Toen zei Hij: “De waarheid is dat er niets is dan de Vader.”

Ik zei: “Dat is mooi, maar hoe moet je dat nu uitdrukken in lagere termen?”

Jezus: “Zeg het maar zo: De waarheid is dat er niets is, en als we dat niets beseffen, weten we pas wat er eigenlijk achter zit. Wanneer ik spreek van de Vader, spreek ik van iets wat er niet is. Juist omdat het anders en meer is. Wanneer ik spreek van een Weg, dan spreek ik eigenlijk over alle wegen. Maar ‘alle wegen’ is nog te weinig om te zeggen wat ik met die weg bedoel.”

Zo blijf je even praten en altijd, dat weet u misschien zelf ook, wanneer je werkelijk een hoge Piet te pakken hebt, wil je wel eens even converseren. En het typerende van Jezus is dat hij altijd tijd voor je heeft.

Toen ik tenslotte de vraag had geformuleerd, zoals ik dacht dat die gesteld moest worden: “Heer, wat is dan uw Waarheid?” toen zei hij: “Mijn waarheid is dat ik in allen leef en dat eenieder die dat erkent, leeft in mij. De scheiding komt voort uit onze verwerping, maar ze is niet waar. De eenheid komt voort uit onze erkenning, en dat is een waarheid die nooit veranderen zal.”

Nou, daar zat ik met mijn goede gedrag. U ziet, ik heb werkelijk geprobeerd om van iedereen informatie te krijgen en wat moet ik daar nu over zeggen? Moet ik gaan vertellen dat mijn waarheid toch weer iets anders is? Ik durf dat niet aan. Ik heb het gevoel dat ze allemaal op hun manier gelijk hadden en dat Jezus misschien een ontzettend groot gelijk heeft gehad, maar dat ik het nog niet volledig kan ervaren. Ik kan nog niet aanvaarden dat ik één ben met Jezus, al zou ik het nog zo graag willen. Daarom is het mijn waarheid nog niet. Maar dat wil niet zeggen dat het niet waar kan worden.

Misschien is mijn gevoel dat ik geïsoleerd ben, dat ik alleen ben, dat ik bepaalde taken vervul, dat ik samenwerk met andere entiteiten, met heel andere belangstelling soms, allemaal een illusie. Misschien, wie zal het zeggen?

Wanneer we op zoek zijn naar de werkelijkheid, naar de waarheid van leven, van God, van het bestaan, komt er altijd een grens waar je niet overheen kunt. Er is altijd weer dat ogenblik dat je zegt: “Nu weet ik het niet meer.” Of: “Maar dat kan toch niet waar zijn.” Wij meten waarheid en werkelijkheid met dat kleine deel van ons eigen wezen dat we beseffen. Ik denk dat dat het is.

De waarheid is volgens mij gewoon dat we nog niet in staat zijn om waar te zijn. En zolang we niet waar kunnen zijn, kunnen we ook de waarheid niet beleven. Dit is mijn conclusie. Ik ga het maar samenvatten en afsluiten, want wat moet ik u eigenlijk allemaal vertellen? Moet ik u vertellen over een waarheid waar we allemaal naar zoeken, waar we omheen moeten draaien als een hond om de pot?

Misschien is het dit. Wanneer wij Ieren tevreden te zijn met onze eigen waarheid, zonder te zeggen dat ze altijd zal gelden, kunnen we misschien steeds meer aanvaarden van het bestaan en van alle belevingen in het bestaan totdat we begrijpen dat onze waarheid, voor onszelf althans, groeit. We hebben allemaal een waarheid. Een heel beperkte. Laten we die beschouwen als de basis van onze ervaring, maar niet als de begrenzing.

Juist uit onze kleinheid, uit onze persoonlijke kleinheid, komt onze persoonlijke groei voort. Uit onze eigen benadering van de wereld komen onze frustraties voort, maar ook onze innerlijke bereikingen. Vaak kun je die twee zelfs niet scheiden. Soms is datgene wat we niet wensen, het begin van een bereiking, waardoor we  later toch gelukkig kunnen zijn op een andere manier. Grenzen doorbreken we altijd weer opdat onze kleine waarheid ons dwingt dingen te aanvaarden, die volgens ons niet zouden mogen, niet zouden kunnen zijn, anders zouden moeten zijn.

Ik denk dat iedereen zijn waarheid wel heeft en er op zijn eigen manier mee werkt. Niemand kan precies bepalen wat de waarheid is die in een ander leeft en waar hij misschien zelf van denkt dat hij onwaar is, zonder te beseffen hoe waar hij is.

Ik denk dat we ons met onszelf bezig moeten houden om te zoeken naar die uitgangspunten voor het verder beleven, voor het verder ondergaan, het verder doormaken misschien van het bestaan. Die punten waaruit voor ons het onveranderlijke geboren kan worden, want dat is de waarheid. De waarheid die werkelijk waarheid is, is onveranderlijk.

U krijgt zo dadelijk te maken met een spreker die zich daaraan gewijd heeft. Ik neem niet aan dat hij komt tot een volledige manifestatie, dat ligt niet erg in zijn aard. Wel neem ik aan dat hij u, misschien beter dan ik het kan doen, waarheid verkondigt, althans zijn waarheid. Maar wilt u dan alstublieft aan één ding denken? Je kunt nooit leven uit de waarheid van een ander, alleen uit je eigen waarheid. En als u daarvan uit gaat, dan zullen zijn toelichtingen waarschijnlijk heel veel mogelijkheden bieden.

U moet ook begrijpen dat hij uit een wat andere tijd stamt dan u. Misschien neemt hij toch zoveel van zijn persoonlijkheid aan dat u denkt: Wat een rare pias. Is best mogelijk. Kijk daar dan ook alstublieft overheen. Eén ding kan ik u met de hand op mijn geleende hart garanderen: Hij heeft een uitstraling die fantastisch is. Een uitstraling die niet alleen mooi of goed is, maar die eigenlijk een klein beetje wakker maakt, zonder dat je weet wat er wakker wordt. Want zo is het mij gegaan. Ik hoop dat hij voor u hetzelfde effect kan hebben. Dat hij u bewust kan maken van iets wat er nu misschien voor u nog niet is, maar dat in u toch eigenlijk al bestaat als een deel van de waarheid waartoe u behoort. Dank u voor uw aandacht.

De gastspreker

Waarheid bestaat alleen daar, waar de beperkingen wegvallen.

Leven is een situatie, waarin je verkeert.

Leven in een sfeer, is leven in een situatie die je zelf voortdurend herschept.

Altijd weer zijn het de bijkomstigheden die de zaken uitmaken. U weet het wel, wanneer u een uitstekende maître de cuisine hebt, dan zijn het die hele kleine verschillen van kruiden waardoor zijn sauzen, zijn soep een speciaal aroma krijgen. Leven is precies hetzelfde.

We hebben een basis bestanddeel en dat is waar; dat is onveranderlijk. Maar wat doen wij? Wij kruiden het. Wij geven er de smaak en het aroma aan die wij zelf het meest aanvaardbaar vinden en juist dit maakt het ons erg moeilijk om te zeggen wat waar is. Want wij kijken naar de details. Naar de kleine dingen, waaruit wij ons beeld van werkelijkheid opbouwen.

Wij kijken naar die kleine aanvaardingen en verwerpingen waarmee we een geestelijke wereld vorm en gestalte geven. En zo bouwen we natuurlijk ook altijd weer aan het onderscheid. Het 0nderscheid tussen ons en de ander. Het onderscheid tussen de kosmos en ons eigen bestaan.

We spreken over grote waarden en we noemen ze God en Eeuwigheid en uiteindelijk, goed bezien, bestaan ze niet. De God waarover we spreken, is er niet. De eeuwigheid waarover we het voortdurend hebben, kan niet bestaan zoals wij ze zien. We leven in de details.

Wanneer je zoekt naar waarheid, moet je beginnen te beseffen dat je uiteindelijk zelf niet waar bent. Want je denkt van jezelf voor een deel feit en voor een heel groot gedeelte het sprookje dat je jezelf vertelt om het leven een bijzonder smaak, een bijzondere betekenis toe te meten.

Het is gemakkelijk om te zeggen: Mens, wanneer je eenmaal hoger komt, zul je de waarheid vinden. En wat is waarheid? Wat is waarheid voor iemand die denkt dat hij hoog is?

Waarheid voor iemand die hoog is, is niets anders dan een illusie, waardoor hij probeert het werkelijke bestaan in zijn onbegrensdheid toch een klein beetje voor zichzelf te beperken en daarin bepaalde, voor hem aanvaardbare of aangename aspecten te conserveren.

U weet het allemaal. Wanneer we leven — en zeker wanneer we leven in de stof — is elke waarheid die we spreken, een halve onwaarheid. En wij vinden onszelf dan al heel erg eerlijk omdat het geen volledige onwaarheid is. We zeggen dan tegen onszelf: Die onwaarheden zijn noodzakelijk. Daar kunnen we ons niet aan onttrekken. Voor u is dat waarschijnlijk waar, als uw waarheid is dat u uw leven alleen kunt aanvaarden wanneer u voldoende liegt tegen uzelf en tegen een ander. Misschien niet erg vleiend, maar weet u, de waarheid is niet zo vleiend omdat de waarheid alomvattend is.

Wat is het verschil tussen een baron en een bedelaar? Een hele hoop pretentie en enig bezit, dat je onmiddellijk na je overlijden door je erfgenamen ziet opmaken. Dat is mij ook overkomen. Dus is er geen feitelijk verschil. Erken dat er geen feitelijk verschil bestaat en de ander wordt meer kenbaar, gaat op een andere manier leven.

O, we hebben altijd gezegd: Wanneer die mensen werkelijk willen, kunnen ze heus wel wat meer. Daarom moesten ze maar wat meer opbrengen, en zo ging dat ook. Maar eigenlijk hadden we moeten begrijpen wat voor die mensen hun eigen wereld was, Hadden we de waarheid gezien in de ander, dan hadden we onze eigen waarheid gemakkelijker benaderd. De waarheid ligt niet in datgene wat een ander beweert, maar in datgene wat erachter ligt.

Werkelijkheid is niet datgene wat je ziet, tezamen, maar het is datgene wat in die voorstelling gebeurt. Het gebeuren is een waarheid, de interpretatie ervan is onwaarheid. Wanneer wij hier samen zijn, ben ik dan hier? Voor u is het waar, want ik spreek door een  medium, maar ben ik werkelijk hier? Voor een klein deel, ja. Een klein deel van mijn wezen en bewustzijn houdt zich bezig met een  medium waardoor ik probeer om mijn eigen persoonlijkheid althans enigszins tot uiting te laten komen. Niet volledig, want dat gaat niet en ik vind dat niet eens meer betreurenswaardig. Daarnaast besta ik op andere werelden en andere sferen en ik doe honderd dingen tegelijk. En toch doe ik eigenlijk maar één ding. Ik ben mezelf.

Dat is waarheid.

U bent hier. Nu leeft u. Dadelijk bent u dood. Wat is de waarheid? De waarheid is dat u nu niet volledig leeft en dat u dadelijk niet volledig dood bent.

Het is gemakkelijk genoeg om te spreken over de kosmos en grote machtige woorden samen te voegen tot een fantastisch verhaal. Ik heb zelfs een, ja, hoe noemt u dat, een kapelaan geloof ik, een kleine abbé gehad. Die goede man was een prediker, dat was werkelijk fantastisch. Wanneer je iets deed, vond hij altijd wel een regel in de bijbel waardoor het goed was wat je deed. Dit was te begrijpen: hij kreeg een aardig stipendium. Hij was een heel heilige man in zijn eigen ogen; ik ben benieuwd hoe hij er nu over denkt!

Voor mij was die waarheid toen dat ik gerechtvaardigd was. Voor u is die waarheid dat u nu leeft en wat er later komt, moet u maar zien.

Maar bent u eigenlijk ook niet gelijktijdig een beetje dood? Is de waarheid niet dat u gelijktijdig leeft en dood bent? Want uw geestelijke waarden en krachten gebruikt u niet. Wat weet u er eigenlijk van? Nou ja, een enkeling! Een enkeling, en dat is dan meestal nog een soort vakantiesport. Een klein uitstapje en dan weer terug naar de zaken. Dadelijk gaat dat andere deel leven en is dit deel dood. Wat is er dan veranderd? Een beetje stuivertje verwisselen, hè? Een beetje zakdoekje leggen.

Wanneer u probeert de waarheid  van uw eigen wezen te beseffen, zult u moeten beginnen met één ding. Wie de waarheid nader wil komen, mag niet bang zijn. Het enige wat je werkelijk moet vrezen, ben je zelf. Wie zichzelf niet vreest, niet verdeeld is in zichzelf, staat dicht bij de waarheid. Maar zodra u zegt: Er zijn gevaren en er zijn bepaalde dingen die ik moet veranderen, dan komt er een gevaar. Wanneer u dingen doet, niet omdat ze tot u behoren maar omdat u denkt daardoor beter te worden of wijzer, dan sluipt dc waarheid naderbij. De waarheid bent u zelf op het ogenblik dat u niet neer droomt over uzelf.

We kunnen zeggen: er is een Goddelijke Kracht die ons allen omvaamt. Ik heb dat zo vaak horen zeggen en soms kom je op seances waar ze verwachten dat je het ook zult zeggen. Nu heb ik er helemaal geen bezwaar tegen om die dingen te zeggen om iemand gelukkig te maken, maar het is niet waar. En als ik over waarheid wil spreken, mag ik het dus niet doen. De enige waarheid is: Wij zijn één geheel. Wij zijn allemaal verbonden. Datgene wat in mij leeft, leeft ook in u en omgekeerd. Datgene wat in ons denken bestaat, is een aanvulling. Zelfs de dromen die wij dromen, zijn tenslotte niets anders dan een verdraaiing van een werkelijkheid die buiten ons bestaat. We spelen een spelletje met onszelf. Maar wie de waarheid wil, moet zo nu en dan eens even dat spel niet spelen.

Je kunt aan spelen verslaafd raken. Er zijn van die spelen … Het is altijd moeilijk als je speelt op aarde, want dan moet je zorgen dat je meerdere wint en dat je toch voldoende wint van je mindere om je meerdere te kunnen betalen. Maar werkelijk spelen wordt op den duur een soort kwaal., een zucht. Je kunt er niet meer buiten.

 O, ik spreek uit ervaring. Ik heb niet aan het hof gezeten – behalve die keer dat ik voorgesteld ben voor een paar jaar — maar als u weet wat daar verspeeld werd! Niet om het spelen zelf, maar om wat ze dachten dat sensatie en spanning was, en het was eigenlijk niets anders dan angst. Ze maakten zichzelf bang dat ze arm zouden worden, en daarom speelden ze en maakten ze zichzelf arm.

Wat is nu de waarheid? De waarheid is dat op het ogenblik dat je beseft wat je waarlijk kunt — zelfs wanneer het gaat om het aantal livres dat je kunt verspelen — je dichter bij jezelf komt,  bij de werkelijkheid. Dan ga je ook begrijpen dat anderen er precies zo voorstaan.

Als ze mij vroeger hadden verteld dat ik het leven van een boom belangrijk zou vinden, zou ik gelachen hebben. Nu weet ik dat het leven van een boom net zo belangrijk is als mijn leven, ook al is het een ander leven in zijn uiting, maar niet in zijn wezen.

De waarheid is de eenheid van alle dingen. Maar de waarheid is ook: het beseffen van die eenheid.

Er zijn mensen die zich bezig houden met het noodlot. Dat heb ik ook nog gedaan. We hebben gezegd: het zal de wil van God zijn en als het de wil van God niet is, is het het noodlot wel. Want de dingen verlopen en wij kunnen er weinig aan veranderen. We moeten aanvaarden wat er aan de hand is. We zijn dwazen. Al wat we geweest zijn, wat we zullen zijn en al wat we nu pretenderen te zijn, is verwisselbaar. Het is natuurlijk moeilijk je dat te realiseren, maar als je nu een ezel bent en je kunt zoveel incarnaties teruggaan dat je in het dierenrijk komt, dan zet je die ezel daar neer en dan heb je hier ruimte voor een mens. Maar ja, welke ezel heeft zin om iets anders te zijn dan een ezel? Dat is de ezel eigen. Ik zeg dit om u duidelijk te maken waar het om gaat.

De historie, het noodlot, ze zijn niet zo vastgebonden aan het verleden en aan de toekomst als u denkt. Ze zijn veranderlijk, zoals een werkelijk goede chef in de keuken met een paar andere kruiden een totaal andere bouillon brouwt. Kijk, dat is nu de kunst om de waarheid te vinden. Wij kruiden. Wat wij ons noodlot noemen, is de goddelijke waarheid, gekruid naar onze eigen smaak. En wie kan er iets aan doen dat hij geen smaak heeft, nietwaar? Dat komt vaak voor.

Ik heb vroeger mensen gekend met chabo’s. De wansmaak zelf. Overdadigheid. Hemden van het fijnste Franse linnen en dan geen Valenciennes, neen, een goedkope Vlaamse kant eraan. Dat zag er ook goed uit, dachten ze. En dan deden ze alsof. Begrepen helemaal zelf niet dat zoiets onmogelijk is, dat iedereen die er wat van weet, dat ziet.

Nu grinnikt u een beetje, maar neem mij niet kwalijk, misschien dat u dan geen kanten lubben hebt, gefeliciteerd als het u verheugt; maar welke illusies hebt u buiten hangen? Passen die wel bij uw werkelijke kleed?

Wij maken ons ook geen illusies meer tegenwoordig. Dat is een illusie die men tegenwoordig gaarne koestert, dat ben ik met u eens. De meeste mensen denken dat ze tegenwoordig hard op de feiten afgaan. En wat doen ze? Ze dromen hun eigen dromen, alleen formuleren ze ze anders. Laat me het zo zeggen: De romantiek van deze dagen wordt geformuleerd in de termen van een gesprek tussen soldaten over de liefde. Maar het blijft toch altijd hetzelfde.

De illusies die je maakt, moeten passen bij wat je bent. Je kunt niet dromen van eeuwigheid en haast hebben in de tijd, dan past het niet.

Je kunt niet dromen van een vlekkeloos geestelijk bestaan en voortdurend ingaan tegen alles wat je juist acht, omdat het zakelijk verantwoord is. Een vuil hemd met schone manchetten is alleen een bewijs voor een gebrek aan smaak.

Laat me het proberen duidelijk te maken. Een mens heeft een eigen wezen, een eigen uitstraling. Die is waar, want ze is deel van de totale uitstraling en als ze in die totaliteit past, is ze alomvattend, lichtend fel wit, zoals de kosmische uitstraling zelf in haar ware karakter. Dan kan er ook geen illusie zijn. Geen illusie van zondigheid of deugd. Dan kan er geen illusie zijn van meer- of minderwaardigheid. Dan kan er alleen maar de aanvaarding zijn van het lichtende in jezelf. En als je zo wit bent, brandt het kleed dat je draagt, de uitstraling die je hebt, de illusies weg. Dan zijn je dromen geen dromen meer, maar een sprekende werkelijkheid. Dan zijn de grenzen die je tussen jezelf en de anderen legt, weggevaagd. Vage lijnen, waarvan je weet dat anderen ze waarderen, zonder dat ze jezelf iets zeggen.

Maar dan gebeuren er weer dingen en denk je: “Ik moet mij met de mensen bezighouden, ik moet meedoen, ik kan niet anders doen, c’est la vie.” Je doet het en je verliest jezelf erin. De harmonie is verstoord. Het wit bestaat niet meer. Of je zegt: “Dit is noodzakelijk. Ik weet dat dit niet werkelijk is. Ik leef mijn werkelijkheid en ik laat daarbuiten elke droom toe, omdat ik niet het recht heb de droom van een ander te verstoren. Maar ik blijf licht. Mijn harmonie is de enige juiste voor mij.” Kijk, dan zit je bij de waarheid.

Ik heb heel wat tijd besteed in uw termen en ontzettend veel momenten van overdenking en beleving vanuit mijn eigen wereld om zo ver te komen dat ik de grenzen tussen mijzelf en het andere niet meer scherp stel en het kost mij soms nog moeite om te aanvaarden dat alles zijn eigen plaats heeft. Ik kan dus niet van u verlangen dat u het ineens wel zou doen. Maar de waarheid is dat, waar die grenzen wegvallen, iets hogers spreekt. Dat daar iets spreekt wat in staat is om het gebeuren te veranderen.

Elke goede kok heeft een basisbouillon. Die wordt rijk geschept of hij wordt ontvet geschept. Hij wordt gekruid met verschillende kruiden. Er worden dingen bijgevoegd, misschien wat wijn, en dan ontstaat het gerecht of de saus — want soep en saus zijn neef en nicht — en het resultaat is steeds weer anders, maar de basisbouillon blijft.

Wanneer je een goede chef hebt, dan is het zijn grootste belang dat de marmite altijd juist gevuld is. Dat ze op tijd geschuimd wordt, want dat is de basis.

Kijk, de waarheid is de basis van alle bestaansvormen. Ze is de basis van alle beleving van elke sfeer, van elke wereld. En dit wetende, droom ik soms. Ik weet dat de eeuwigheid Gods marmite is, maar wanneer ik eruit schep, een kleine bouquet erin, al is het alleen maar om een andere geur te krijgen. Ik kan het niet laten, zomin als u. Alleen, ik weet dat ik het doe, u niet.

Men heeft mij gezegd dat u buiten al vooral zoeken zult naar de waarheid. Wat is de waarheid? Laten we liever vragen: Wat is uw waarheid? Op welk punt beseft u in mij wit zuiver licht? Op welk moment? Waar? Hoe? Dat is uw begin van waarheid. Het ogenblik waarop u niet bezig bent, maar beseft en weet: dit is lichtend, dit is zuiver, dit is een blankheid die al verhult, bent u op weg naar de waarheid. Uw waarheid.

Kijk naar de wereld en het gebeuren van de wereld. Zeg dan: “Waar is het licht? Waar is die blankheid die sterker en meer verblindend wordt in mij? Waar kan dit licht weerkaatsen?”

Vind de weerkaatsing van het licht in jezelf en je gaat verder naar de werkelijkheid. Je vindt meer waarheid. Wanneer het wit en het lichtende in je sterk genoeg is, laat het je wegdrijven naar de hemel, totdat je uit de verte neer kunt schouwen op jezelf en op de wereld. Kijk hoe je was en hoe je zal zijn en zeg tegen jezelf: “Dat is niet waar, dat is de droom. Maar dat wat ik ben, dit licht, dat is de essentie. Dat is de enige waarheid, die niet verandert.” Zo heb ik het ervaren.

Ik weet dat voor de dames die waarheid zich ongetwijfeld gaarne in een ander gewaad hult dan voor de man. Ik moet zeggen dat uw emancipatie op zichzelf mij belachelijk lijkt. Een vrouw kan de waarheid van een man niet leven of omgekeerd. Waarom zouden ze dan doen of ze gelijk zijn? Laat ieder in zijn eigen waarde lichtend zijn totdat de waarheid ervaren is. Als het licht daar is, dan is het niet meer man of vrouw, dan is het waarheid. Maar tot die tijd droomt eenieder op zijn eigen wijze. Iedereen kleurt op zijn wijze bij.

Een man kun je gelukkig maken met een goed geciseleerd rapier, een paar stenen, een gevest, een kling die zuiver is van het beste staal. Geef dat aan een vrouw en ze haalt de schouders op. Geef haar het fijn gewerkte goud met daarin de parel of het smaragd en zij is verheugd als de man met het rapier. Beiden verliezen ze wat ze dierbaar achten al heel snel. Want zo is het leven.

Ik zeg u: Het is niet belangrijk wie of wat u bent. Maar wat u bent op dit ogenblik moet  u zijn zoals u het beleeft, zoals u het kunt zien als lichtend. U moet de hoogste krachten die er zijn niet zien als iets wat van bovenaf op u komt neergedaald, maar als een kracht, die in u bestaat en zich uitbreidt.

Wanneer je Gods stem moet horen, bedenk dat de werkelijke stem alleen in jezelf kan klinken, nooit van buiten u. Dus als u ooit in een situatie komt, waarin iemand zegt: “Ik ben de Heer uw God en gij zult …”, dan zeg je: “Je kunt me nog meer.”

Ik kom tot de conclusie dat ik zeer goed vertaald heb: “Je kunt me nog meer!” De Franse uitdrukking impliceert meer maar het schijnt hier niet zo gewaardeerd te zijn.

Laat mij het zo stellen: Wanneer in mij een stem is, hoe zwak ook, die zegt: Zus of zo, dan luister ik goed. Als die stem duidelijk spreekt, dan zeg ik: “Hier spreekt mijn God, al weet ik niet langs welke weg.” En wanneer die God dan terug klinkt uit al het andere wat ik rond mij zie, dan zeg ik niet: “God bestaat ook buiten mij.” Neen, dan zeg ik; “Ik besta in meer dan ik besef.” Dat is de waarheid.

Wanneer iemand u zegt dat er regels en wetten zijn geschapen, dan zeg ik u: Kijk naar het heelal. Zolang je het op een bepaalde wijze leeft, zijn er wetten die op een bepaalde wijze gelden. Maar op het ogenblik dat uw eigen besef zich daarvan losmaakt, bestaan die wetten ook niet meer. Want ook de wetten van het Al komen voort uit onze dromen, niet uit onze werkelijkheid.

Wanneer u zegt: “Goddelijke liefde”, dan is dat niet een mantel  die zich over u vleit Dan is dit een Kracht, die u verbindt met al het levende. Juist daarom zeg ik: Zoek naar die lichtende blankheid in uzelf. Dat is het begin van de waarheid. Leef de waarheid zoals je zelf wilt. Maar besef één ding, zeker als je mens bent, dat de  helft van het leven ‘c’est un petit mensonge’, een kleine leugen is, niet meer. Een leugen die wij onszelf vertellen. Laten we ophouden tegen onszelf te liegen, dan zijn we voorlopig nog druk genoeg om  niet te veel tegen anderen te liegen, maar worden we ons iets meer bewust van wat in ons leeft.

De waarheid ligt in u, ligt in ons allen, verbindt ons allen onverbrekelijk.  De waarheid is de eenheid van alle variëteit en verschil, samengebracht tot één punt van beseffen, één punt van leven, één punt van werkelijkheid. De waarheid is de voleinding en het begin, uw Alpha et Omega, en daartussen liggen onze dromen.

Ik ga afscheid van u nemen en als ik u een wens mag meegeven: Ik hoop dat u, wanneer de waarheid te veel wordt om te dragen, gelukkig zult dromen. Ik hoop dat u de waarheid zult beseffen die achter uw leugen schuilt, dan zult u ergens het geluk, de kracht, de vrede vinden, die nodig zijn om het smetteloze wit uit te laten groeien tot het kleed waarin je je hult, totdat je beseft dat het je bestaan zelf is, opgaande in het Al.

Ik zou zeggen: Een goed leven, want het is onwaarschijnlijk dat wij elkaar tijdens uw leven nog ontmoeten voor wij de innerlijke eenheid gerealiseerd hebben.

image_pdf