Waarheid en mysteriën

9 januari 1978

Er is vanavond, een spreker die zich nogal erg met waarheid en mysteriën bezighoudt. Het resultaat daarvan is dat de avond voornamelijk daaraan gewijd zal worden.

Ik heb zoals gebruikelijk met de persoon in kwestie gesproken en we zijn tot een aantal grondwaarheden gekomen, die we eerst even zouden kunnen opnoemen.

  1. Alles is in God en als zodanig deel van God.
  2. Wanneer de eenheid erkend wordt is de scheiding niet meer werkelijk.
  3. De kosmos en de totaliteit, zoals wij die ervaren, zijn het beperkte blikpunt waarmee het geheel wordt waargenomen.
  4. Deze is nogal pittig: De waarheid is datgene wat niet beseft kan worden.

Ik ben met de laatste stelling erg druk bezig geweest en ik heb de gastspreker gevraagd hoe dit in elkaar zit.

Hij zei als volgt: “De waarheid kan alleen bestaan wanneer ze alomvattend is. Maar het enige alomvattende wat er bestaat is de oerkracht. Wanneer wij denken dat we de waarheid benaderen of de waarheid zien, zien we alleen maar een heel klein gedeelte van hetgeen wezenlijk waar is. Daardoor komen we tot een preferentie. We gaan selecteren uit de feiten. We gaan zeggen: “Dit is waar en dat is niet waar” en we vergeten helemaal, dat ons standpunt bepalend is voor de waarden, die bepaalde zaken voor ons krijgen.”

Nou, daar kan ik het zo ongeveer wel mee eens zijn. Maar u begrijpt dat we daarmee meteen midden in de ellende zitten, want wan­neer je met dergelijke problemen bezig bent is het erg moeilijk om te vereenvoudigen. En het is nog veel moeilijker om te formuleren wat je zelf denkt. Ik zal een poging wagen.

Wanneer je kijkt naar de werkelijkheid, dan valt ze voor jou in verschillende waarden, in verschillende dingen uiteen. Dit persoonlijke standpunt is beleving, maar voor beleving is verschil nodig. Uit de verschillen, uit de tegenstelling en uit de gebeurtenissen vinden wij voor ons zelf een bepaalde mogelijkheid om te beleven. Beleven is ervaren, bewust worden. Maar dan komt er een ogenblik dat wij vanuit onze beperkte waarheid de kosmos gaan beoordelen. Op dat ogenblik is het fout. Je kunt nl. wel zeggen: Dit is voor mij en op dit ogenblik goed. Maar je kunt niet zeggen: Dit is voor de kosmos, vanuit mij, op dit ogenblik goed. Je weet namelijk niet wat je kosmisch betekent.

De realiteit voor een ego schijnt zich uit te strekken over vele levens, over allerlei werelden en sferen. Wanneer je probeert om voor één ik een lijn vast te stellen, dan blijkt dat het een lijn is vol van eenzijdigheden. Wij kiezen steeds weer, maar we zijn geneigd om het andere te verwaarlozen. Het schijnt dat juist daardoor ons ego voortdurend rond blijft wentelen in de keten van incarnaties, van allerhand werelden. Op het ogenblik namelijk, dat wij de tegenstellingen niet verabsoluteren maar slechts zien als een beleving, blijkt het geheel wel zinvol te zijn. En in die zinvolheid kunnen we doordringen tot een nieuwe werkelijkheid.

Ik heb onze gastspreker toen meteen gevraagd: “Bedoelt u dat je dan Nirwana bereikt?”

Antwoord: “Neen, Nirwana is een waan”.

“Waarom?”

Gastspreker: “Het Nirwana is het absolute niets. En het absolute niets bestaat niet. Want op het ogenblik dat een niets beseft wordt, heeft het betekenis.”

Je kunt zeggen dat vanuit het huidige standpunt het Nirwana “niets” schijnt te zijn, maar in zichzelf moet het een volledige wereld vormen, omdat het anders niet beleefbaar is.

Inleider: “Dat vind ik een leuk argument. Erg spitsvondig, trouwens ook. Maar waarom streven de mensen dan naar het Nirwana?”

Gastspreker: “Omdat ze bang zijn voor de banden en verbondenheden die hen in hun eigen leven voortdurend kwellen en terughouden. Ze denken dat het een kwestie is van gevoelens en daden, maar dat is helemaal niet waar. De werkelijke bewustwording gaat namelijk niet om daden en ook niet om gevoelens. Ze gaat om het vermogen tot aanvaarding van het geheel. En op welke manier die bereikt wordt doet niet ter zake. De mens die naar het niets streeft, probeert in feite vrij te worden. Maar de vrijheid, die men zich voorstelt, houdt in dat men vanuit zichzelve een wereld schept. Die wereld wederom heeft haar wetten en haar eigenschappen en zo ben je aan je eigen schepping gebonden, zoals een schepper gebonden is aan de wetmatigheden, die hij in zijn schepping heeft gelegd.”

Dat laatste vond ik natuurlijk een beetje raar, want als je nou toch de baas bent kun je toch boven de wet staan?

Gastspreker: “Nee, dat kan niet. Want op het ogenblik dat ik één uitzondering maak op een wet geef ik gelijktijdig toe dat uitzonderingen mogelijk zijn. En ik kan die mogelijkheid nooit uitsluiten zolang alle delen van het wetmatige deel van mijzelf zijn. Op het ogenblik dat God één wet laat wegvallen, één van Zijn werkelijke wetten die Hij in de schepping heeft gelegd, kom je te staan voor het feit, dat elk wezen dat deel is van die God en beseft dat een wet niet geldt, deze wet voor zichzelf kan uitschakelen.”

Nu zit u net als ik met uw oren te flapperen. Want de realiteit waarmee wij leven is natuurlijk een heel andere. Je kunt nu wel zeggen: “we kunnen goddelijke wetten uitschakelen als God zelf dat doet”, maar dan moet je eerst maar weten hoe en wat. En dan komt het erop neer dat het de dommen zijn, die gebonden zijn aan de wetten, terwijl de wijzen erboven staan. Dat is in de stoffelijke maatschappij natuurlijk wel zo, maar ik kan me dit in een kosmisch geheel als de schepping niet voorstellen.

Gastspreker: “Natuurlijk, want als Hij niet Zichzelve bindt aan Zijn eigen wetten ontkent Hij zichzelve en verliest daarmee Zijn mogelijkheid om Zijn schepping te regeren.”

Nou, dat zijn maar eventjes conclusies! Ik heb geprobeerd te begrijpen hoe het in elkaar zat. En dan komt het eigenlijk hierop neer:

De wetten van God zijn de gedachten van een lichaam. Het zijn de responsen van een lichaam. Wanneer je één respons in een lichaam uitsluit ontstaat onevenwichtigheid. Die onevenwichtigheid kan ziekte worden. En verval kan sterven betekenen. Daarom is het gevaarlijk om ook maar op één punt van de normale respons af te wijken. God is de gedachte, maar op het ogenblik dat God denkt, heeft Hij de belichaming van Zijn schepping nodig.

Dat was ongeveer het argument dat ik te horen kreeg en het ging zelfs nog een beetje verder. Want ik zei tegen onze gast: “U hebt in uw leven toch ontzettend veel zogenaamde menselijke wetten overtreden.”

Antwoord: “Natuurlijk.”

Inleider: “Ook natuurwetten?”

Gastspreker: “Natuurlijk.”

Inleider: “Maar hoe wilt u dat nu rijmen met hetgeen u mij vertelt?”

Gastspreker: “Dat is heel eenvoudig. Menselijke wetten zijn geen wetten, het zijn regels die voortkomen uit onbesef. De mens namelijk, die zijn wezen beseft en de wereld waarin hij leeft als deel van het geheel, zal geen regels stellen. Die mens zal ook geen wetten maken. Natuurwetten zijn gewoon de regels volgens welke, onder bepaalde omstandigheden, de natuur reageert. Maar op het ogenblik dat ik mijn eigen relatie met de natuur verander, verandert voor mij ook de wetmatigheid. Ik kan ze misschien niet uitschakelen, maar ik kan ze veranderen.”

Inleider: “Nu wordt het interessant.”

We zijn een tijd lang bezig geweest over magie en over allerlei waarheden toen ineens de vraag bij mij opkwam:

“Maar wat is een ego dan?”

Gastspreker: “Een ik is een besef, dat in zichzelve dermate begrensd is dat het slechts vanuit zich, maar niet vanuit het geheel kan reageren ofschoon het met het geheel voortdurend verbonden is. Daar vloeit uit voort dat het voor het ego belangrijk is om zichzelf te kennen. Maar wie zichzelf kent, kent het geheel, want hij kent de banden die hij heeft met de totaliteit en dus daardoor ook de totaliteit waarvan hij deel uitmaakt. Het is niet belangrijk van welke kant je de totaliteit benadert mits je bereid bent haar te aanvaarden. En een ik schijnt in moeilijkheden te komen op het ogenblik, dat bepaalde delen van het geheel niet meer aanvaard worden. Dat betekent niet dat je alle dingen voor jezelf goed moet vinden. Het betekent alleen maar dat je niets absoluut kunt verwerpen, dat kan je alleen doen in relatie tot jezelf. Wanneer je het recht op bestaan van al die andere zaken aanvaardt, zal je zien dat ze in zichzelf ook weer een betekenis hebben. Een samenhang hebben.”

Van daaruit zijn we terechtgekomen ‑ als je over een ‘ik’ praat is dat bijna onvermijdelijk ‑ op, zeg maar, psychologie.

Gastspreker: “Denken is een gewoonte en gewoonten hebben de neiging tot een voortdurende herhaling te voeren.”

Inleider: “Wat trekt u daar voor consequentie uit?”

Gastspreker: “In de eerste plaats de incarnatienoodzaak. In de tweede plaats het onvermogen van de mens om zich los te maken van zijn eigen gewoonten. Van zijn eigen ik‑voorstelling. In de derde plaats: het onvermogen van de mens om te beseffen dat hij, waar hij ook gaat, wat hij ook is of hoe hij ook is, altijd deel blijft, functioneel deel van het geheel.”

Inleider: “Ja, dat is wel leuk, maar waarom kan een mens dan denken? Waarom kan een geest denken?”

Gastspreker: “Omdat, eenmaal gescheiden zijnde, het mogelijk wordt om in een voortdurend wisselende samenstelling ‑ ik denk dat hij aan een soort caleidoscoop dacht ‑ alle facetten van het ‘ik’ ten aanzien van elkaar te rangschikken en opnieuw te rangschikken, zodat het geheel van alle mogelijkheden gelijktijdig kenbaar wordt in de voortdurende verandering van omstandigheden.”

Inleider: “Erg leuk, maar wat doe ik ermee?”

Gastspreker: “Wat je ermee doet? Niets. Op het ogenblik dat je deze gedachtegang kunt volgen moet je je afvragen, waarom je nog steeds bent zoals je bent. Maar wanneer je je dat afvraagt, dan vraag je je gelijktijdig af of alles, wat je gedaan hebt en pretendeert te zijn, te kunnen of bereikt te hebben, wel zinvol is. Wij zijn in de schepping, als deel van die schepping, bang de zinvolheid van ons bestaan in een persoonlijke zin te ontkennen. Een groot gedeelte van hetgeen ons drijft is in feite de behoefte om een persoonlijke erkenning te verwerven, hetzij voor onszelf, hetzij voor anderen.”

Inleider: “Hoe kun je daar dan bovenuit komen?” (Ja, daar zal hij zelf mogelijk ook wel het één en ander over zeggen). Op het ogenblik dat je beseft dat daden en zelfs gevoelens maar beperkt belangrijk zijn zal je ook gemakkelijker een daad of een gevoel gebruiken als een sleutel tot werkelijk ervaren. En dat is de kern van alle bewustwording.

Wanneer je door gebeurtenissen wordt meegesleept doe je wel allerlei dingen, maar je beleeft in feite weinig. Wanneer je je door je gevoelens in een bepaalde richting laat sleuren gebeurt er in feite niets. Je doet wel dingen en je beleeft wel het één en ander, maar de zin ervan zal je grotendeels ontgaan.

Maar op het ogenblik dat je je handeling of je noodzaak tot handelen, je gevoelens, ziet als een beginsel waardoor iets duidelijk wordt van wat erboven staat, dan vraag je naar de achtergrond ervan. Die achtergrond is in de mens in de eerste plaats een aanleiding tot zelfkennis en dat is erg belangrijk. Maar in de tweede plaats is het een erkenning van een verbondenheid met het andere. Want u kunt niet denken dat, wanneer u iets doet, u het alleen zelf doet.

Wanneer u een daad stelt is dat iets wat zijn weerkaatsing vindt tot aan de grenzen van de kosmos. Ook wanneer het een heel onbelangrijke daad is. Wanneer u iets voelt is dat niet alleen maar een emotie die in uzelf opwelt en die langzaam maar zeker vergaat. Het is een golf die van u uitgaat en die als het ware een nieuwe betekenis geeft aan het erkende voor alle levende wezens die deel uitmaken van die totale kosmos.

Dit bracht mij tot het praktische protest dat je er dan toch wel weinig van merkt.

“Ja, zei de gastspreker, “maar dat is het nou juist. Je bemerkt het niet, maar daarom gebeurt het wel. En op het ogenblik dat je het bemerkt zal je ook doelbewuster beleven. Je gaat niet anders leven, Maar je gaat wel zien, dat wat je doet een bepaalde bevestiging betekent van de hele kosmos en niet alleen maar van je eigen ikje.”

Inleider: “En hoe wilt u dan verklaren dat zoveel mensen in moeilijkheden zitten?”

Gastspreker: “Doodgewoon omdat mensen geneigd zijn om slechts een deel van de waarheid, zelfs die waarden die ze voor zichzelf kunnen beseffen, te aanvaarden.”

“Op het ogenblik dat wij de waarheid omtrent onszelf of omtrent de kosmos proberen te delen in aanvaardbaar en niet aanvaardbaar komen we te staan voor de zelfmisleiding. Want door het aanvaardbare als het ware voortdurend te bevorderen en het onaanvaardbare gelijktijdig te ontkennen ‑ ofschoon het bestaat ‑ komen wij in een tweespalt te verkeren, waardoor we de kosmos als geheel niet meer beleven en gelijktijdig, in onszelf, ook delen van onszelf verwerpen.”

“Wij hebben alle krachten uit de kosmos nodig én we hebben het geheel van ons eigen wezen nodig om in het geheel te kunnen functioneren als een goed deel ervan. De discrepanties die ontstaan wanneer de kosmos ons dan dwingt om als deel van het geheel te functioneren zijn voor ons dan de tegenslagen, de ellende, kortom alles waar we geen raad mee weten. Daardoor voelen we ons dan weer belast. We beoordelen het weer eenzijdig en zo ontstaat een steeds sterkere vervreemding van de totaliteit, maar bij de meeste mensen bovendien van hun werkelijke persoonlijkheid.”

U heeft waarschijnlijk al wel begrepen, dat dit voor mij nogal een verhaal is met hier en daar een zware knoop erin. Ik vind het heel erg mooi als je praat over de menselijke psyche, die ontleedt en zegt: ze staat zo en zo en zo. Ze is samengesteld op die manier. Ze reageert op een bepaalde wijze. Maar wat moet er dan verder zijn? Dan moet er toch een idee zijn van een doel, dacht ik. Een vooruitgang. Maar dat wil je persoonlijk zien. En daar heb ik werkelijk een tijdje over zitten piekeren. Daarna heb ik mijn vraag gesteld:

“Als alles zo is als u het nu voorstelt, wat is dan de betekenis van een inwijding? Wat is de betekenis van een geestelijk bereiking? Wat is de zin van het betreden van nieuwe kosmische werelden?”

Gastspreker: “Als je door een kamer loopt en je houdt je ogen dicht, dan stoot je je. Als je ze open doet verandert de kamer niet, maar je stoot je niet meer. Inwijding is in feite het vermijden van de tegenstelling tussen jou en de wereld, waarvan je deel uitmaakt. De betekenis van inwijding is zeker beter begrijpen, maar het is daarnaast ook juister handelen. Juister handelen geeft je weer de kans om allerlei botsingen te vermijden, om disharmonieën uit de weg te gaan. Alleen die disharmonieën, die al deel zijn van jouw wezen zal je dan nog kunnen beleven en aanvaarden en omdat ze deel van je wezen zijn drukken ze voor jou toch voldoende het ik uit om aanvaardbaar te blijven.”

Dat bracht me tot de laatste vragen die ik hier wil gaan citeren.

Inleider: “Wanneer we zo praten, wat is dan volgens u de betekenis van een grootmeester als b.v. Jezus Christus?”

Gastspreker: “Wanneer je weet wat het geheel is, zie je hoe onbelangrijk en belangrijk tegelijk het deel is wat je nu beleeft en vertegenwoordigt. Jezus kende het totaal en daardoor volbracht Hij iets wat voor het geheel belangrijk was, zonder zich af te vragen of het voor hemzelf aanvaardbaar was.”

Ik dacht: nou, dat is ook niet veel. Het is mooi, maar het is niet veel. Maar toen kwam hij er nog met iets achteraan, te weten:

“Want kijk, jullie denken aan een Meester altijd als iemand die boven anderen staat. Maar dat is niet waar. Een Meester is alleen iemand, die de waarheid ziet en natuurlijk ook probeert om die waarheid toegankelijk te maken voor anderen. Maar hij kan die waarheid nooit aan een ander openbaren, tenzij die ander eerst zichzelf verliest, zodat hij niet alleen meer aan zichzelf denkt. En dat is de rede dat Jezus naastenliefde heeft gepredikt. Dat een ander rechtvaardigheid heeft gepredikt en weer een ander onthechting. Want eerst wanneer je niet meer jezelf zoekt, kun je de relatie van de meester met de werkelijkheid beleven. Door hieraan deel te hebben kom je zelf tot een vergelijkbaar meesterschap.”

Dat klonk in ieder geval iets beter in mijn oren en kwam ik, met wat ik dacht, de clincher. De laatste, de felste, de gemeenste vraag die ik bedenken kon. In alle beleefdheid natuurlijk, want het is een gast die hier spreken moet en die ik in moet leiden. Die vraag luidde:

“Wanneer u dat nu allemaal weet, waarom zit u dan nog hier? Waarom gaat u beneden nog spreken?”

Gastspreker: “Omdat mijn wezenlijke ik niet hier is en niet gaat spreken, maar omdat een aspect van dat ik zich nog steeds moet manifesteren in de wereld waarin u mij ontmoet. Zo dadelijk misschien in een wereld waarin ik ook weer ga spreken en in vele andere werelden, waarvan u sommige kent en andere niet. De verschijningsvorm is maar een aspect van het werkelijke ik. Ik begin mijn werkelijke ik te kennen, maar dat betekent niet dat daardoor de aspecten van het ik, in samenhang met het geheel, minder belangrijk zijn geworden.”

Ik weet het wel: zo’n gast zegt het tegen u allemaal veel eenvoudiger, maar ik probeer weer te geven wat ik uit zo’n interview heb geput. En als u wilt weten wat voor mij het eerste resultaat was: een tamelijk groot minderwaardigheidsbesef. Dat wil ik er wel bij zeggen. Daarna het idee: waarom zou je je er iets van aantrekken? Want of je nu een werkelijk ik bent of een aspect van een werkelijk ik, voorlopig moet je toch goed functioneren, wat ook het geval is. En dat bracht me eigenlijk toe om te zeggen: ach, de dingen zijn niet zo belangrijk als ze lijken. Het geeft allemaal niet zo.

Vanuit God is het onbelangrijk. Vanuit de kosmos is het onbelangrijk en wanneer je het zelf belangrijk maakt, dan moet je het toch altijd alleen maar belangrijk maken omdat je daardoor het gevoel hebt van binnenuit juist te functioneren. Dat is het enige wat erop aankomt. Ben ik in staat om volgens mijn eigen gevoel juist te handelen? Dat juist handelen heb ik ook nog geprobeerd een beetje nader te omschrijven. Ik ben toen tot deze conclusie gekomen: (U moet er zelf maar eens over denken of ik misschien gelijk heb of ongelijk)

De grote kunst is om te leren alles lief te hebben zonder aan iets gebonden te zijn. Je moet alles volledig aanvaarden; je moet jezelf deel voelen van al het andere en gelijktijdig weten, dat het er niet op aankomt wat er verder uit voortkomt.

Ik geloof dat ons hele bestaan veel te sterk is gericht op een prestatie of dat nou een geestelijke of een andere is. We willen iets zijn. Maar we Zijn al. Ik geloof dat we niet “iets” moeten willen zijn, maar dat we “onszelf” moeten willen zijn. Toen ik mijzelf heb afgevraagd: doe je dat? dacht ik: Nou, eigenlijk niet helemaal. Ik heb de neiging om op het publiek te spelen en dat is niet juist. Ik heb erg de neiging, om mezelf te etaleren en daardoor begraaf ik weleens dingen van betekenis onder onbenulligheden, die mijn eigen persoonlijkheid dan een beetje beter laten uitkomen. Ik geloof dat dat een fout is. Niet dat het op zichzelf veel verschil zal uitmaken, maar daardoor vervreemd ik mijzelf toch wel erg van de dingen die werkelijk zijn die echt zijn, die blijvend zijn.

Ik ben niet zover gekomen, dat ik begrippen als eeuwigheid of God beter heb leren formuleren of zelfs maar aanschouwen. Ik weet dat ze er zijn. Ik onderga ze als een vaagheid. Maar wanneer ik van daaruit of vanuit mijzelve alles, wat er is, nu maar kan aanvaarden zonder eisen te stellen.

Iemand heeft eens gezegd: “Ware liefde is willen dat een ander gelukkig wordt.” Dat is misschien een beetje overdreven en het klinkt damesromanachtig, dat weet ik wel. Maar toch heb je daar geloof ik een uitspraak, die voor ons erg belangrijk kan zijn.

Het is niet zo belangrijk wat ik ben en wat ik doe. Nee, het is belangrijk, dat ik het andere zozeer aanvaard en waardeer, dat ik aan het andere denk en niet aan mijzelf. Daardoor maak ik mijzelf pas waar. Moeilijk. Maar het moet mogelijk zijn.

Ik heb natuurlijk ook nog de gelegenheid te baat genomen om verschillende symbolen, die ik heb gezien, ook meteen te vertalen. Ik heb het levensrad gezien, wat al bewijst dat we te maken hebben met iemand die ‑ althans in één incarnatie ‑ tenminste lama is geweest. Dat symbool had één eigenaardigheid en dat was namelijk dat het een soort spectroscopisch effect had. Je zag alle werelden en dan was het ineens in beweging. Dan zag je eigenlijk niets, maar het was licht. Daarna viel het weer stil en dan zag je weer alle werelden. Ik denk dat dat symbool te maken heeft met de bestrevingen van onze gast van vandaag.

Het tweede symbool wat ik zag was eigenlijk nog gekker. Het was een reeks samenstellingen van, ik zou haast zeggen, wiskundige figuren. Ik heb er kegelsnede bij herkend en nog zowat. En ik geloof dat je moet begrijpen, dat een absolute taal alleen dan mogelijk is wanneer ze vrij is van emotie. Of anders gezegd: de waarheid kent geen gevoel, maar het gevoel is wel het middel om de waarheid te beseffen en uit te drukken. De waarheid is dus niet gevoelig op zichzelf.

Een derde symbool wat me ook erg geïntrigeerd heeft was een soort kruis. Ik zag een soort kruis, want het was volledig gelijk-armig. Dit kruis had a.h.w. een schaduweffect. Ik zal u dat uitleggen. Ze halen bij de t.v. weleens een trucje uit. Dan zie je het beeld licht verschuiven en lijkt het net of er een oneindige reeks van die beelden achterelkaar staan. En zo was dat kruis ongeveer.

Ik geloof, dat daarmee werd aangegeven dat elk kenbaar heelal verdeeld moet worden. Of we dat nu doen in windrichting of op een andere manier, maar dat moeten we wel doen. Maar dit herhaalt zich en ik geloof, dat het kruis in dit geval het symbool was van kenvermogen van een wereld waarin je leven kunt.

Van die symbolen heb ik voor mijzelf geprobeerd het één en ander uit te dokteren. Wanneer het eerste en belangrijkste symbool nu eens die wervelende werelden zijn, die helle werelden, dat levensrad, dan is het belangrijkste dat alles terugkeert tot één en dezelfde kracht. Tot één en hetzelfde licht. Maar om het te begrijpen hebben we een constructief nodig. Onze benadering van het onzegbare ontstaat uit het formuleren van de nog net te begrijpen punten.

Wanneer we beseffen, dat onze wereld een veelheid van werelden vertegenwoordigt op elk ogenblik en dat er een veelheid van beleving‑ en waarnemingsmogelijkheden zijn, dan zullen we toe moeten geven, dat we al formulerende voor onszelf de formule kunnen vinden waardoor de kosmos zelf benaderbaar wordt.

Dat lijkt mij wel het belangrijkste wat er voor mij uit te lezen is. Wij kunnen leren de kosmos volledig te benaderen door in onszelf die regels of wetten te vinden, waardoor de tegenstellingen ons in feite oriëntatie mogelijk maken, waar en hoe we ook zijn. Zolang één en dezelfde regel voor ons gelden kan door alle levens en door alle werelden heen zullen wij aan de hand van die regel de waarheid benaderen.

Dat was zo ongeveer alles wat ik te zeggen heb, er is natuurlijk nog de vraag: wat was die gast? Wel, ik zou moeten kiezen. Hij heeft een heel behoorlijke reeks incarnaties afgewerkt. Waar hij op het ogenblik vertoeft? Aan de grens van wat wij de gouden nevel en het verblindend licht noemen, dus een hoge Piet. Hoe je je die persoon moet voorstellen? Wisselende gestalte. Ik kan hem geen gezicht geven. Hoe hij overkomt in het contact? Ik zou zeggen: een hele grote rust en een liefdevol debat, als je je dat tenminste voor kunt stellen in een volledige rust.

Wat zijn werkelijke doel is weet ik niet; maar ongeveer: hij houdt zich bezig met de waarheid en de rest ervan. En dan kan ik u alleen nog maar dit zeggen: Dit is een gast die ons is aangebracht door één van onze bazen. Vriend Theodotus schijnt hem ontmoet te hebben ‑ ik denk tijdens de voorbereidingen of het gebeuren van de steravond ‑ en hij heeft kans gezien om dit contact te behouden. Hij heeft dat contact aan mij overgedragen en zo kan ik nu de inleider spelen.

Wat er precies werkt zo dadelijk weet ik werkelijk niet. Of er krachten uit zullen gaan of licht, ik weet het niet. Het enige wat ik kan zeggen: het zal zeker niet beperkt blijven tot woorden, want woorden zijn zo beperkt, dat eigenlijk maar een heel beperkt deel van de waarheid kan worden uitgedrukt. Ik heb het gevoel dat deze gastspreker, wanneer hij met u contact opneemt ‑ ook al noemt hij, dat zelf dan een aspect van zijn wezen ‑ toch zeker ook de bedoeling heeft om u iets dichter te brengen bij zijn eigen begrip van waarheid en misschien ook bij de erkenning van uw eigen mogelijkheden.

De Gastspreker

Een van uw leiders heeft mij gevraagd om met u een beetje te babbelen en het onderwerp aan mijzelf overgelaten wat natuurlijk erg onverstandig is.

Voor mij is er eigenlijk maar één ding belangrijk en dat is de waarheid. Want wanneer je alle dromen opzij zet hou je toch de werkelijkheid over. En ik heb geprobeerd om die werkelijkheid in mijn bestaan van vele zijden te benaderen en meen dan ook dat ik, daardoor althans, er iets over kan zeggen.

Wanneer je de waarheid zoekt moet je altijd één ding goed onthouden. De waarheid is als de zon. Je kunt haar niet aanschouwen, maar door haar stralen leef je.

Alles wat rond ons is, is illusie. Dat is heel leuk om te zeggen, maar illusie is beter dan niets en zonder illusie zou er voor ons nog niets kenbaar zijn. Pas wanneer we leren dat achter elke illusie een greintje werkelijkheid schuilgaat; dat in elke gedachte ‑ zelfs de meest dwaze ‑ iets van de werkelijkheid schuilt, komen wij tot het besef dat in de illusie zelf de waarheid zich toch openbaart.

Leven is voor een mens ‑ en in vele gevallen ook voor een geest ‑ een moeilijke kwestie. Je bent er, maar waarom weet je eigenlijk niet. En waarheen de weg zal voeren? Nou ja, je hebt er allerlei illusies over die dan later schijnbaar teniet worden gedaan.

De kracht, die dit alles samenhoudt, kun je liefde noemen. Of eenheid. Of harmonie. Wat er ook gebeurt en waar je ook bent, je bent altijd verbonden met het andere.

Wanneer je denkt dat je alleen bent, ben je dat omdat je niet beseft wat er rond je is. Wanneer je alles wat buiten je bestaat kunt aanvaarden, kunt liefhebben op jouw manier, dan ontstaat als vanzelf een wereld die steeds voller is van betekenis. Maar het wonderlijk is, dat, ofschoon de liefde op zichzelf dan vaak weer op illusies gebouwd is, daarachter een erkenning is van eenheid die niet teloor kan gaan.

Het is in het begin gemakkelijk om je terug te trekken van de mensen. Maar zonder mensen kun je geen mens zijn. Het is, wanneer je eenmaal begint, o zo gemakkelijk om te zeggen: ik heb een hoge wijsheid. Zit aan mijn voeten en luister. Maar eigenlijk moet je zelf leren om te luisteren. Ik moet hier spreken tot u, maar in feite zou ik naar u moeten luisteren. Dat is de sleutel van het geheim.

Je kunt door duizenden grenzen breken. Steeds weer nieuwe en lichtende werelden betreden en toch arm blijven en beperkt. Wanneer je denkt dat jij vreet. Dat jij moet uitdragen. Dat jij het middelpunt bent.

Geheel ontkennen dat alles voor jou om jezelf gegroepeerd is, kun je niet. Maar je kunt wel beseffen dat dit schijn is. Anderen, die voor u een randverschijnsel in uw leven vormen, kunnen met evenveel recht zeggen dat u bij hen een randverschijnsel bent, nietwaar. Als je dan bereid bent om te erkennen, dat je wederkerig gelijk belangrijk bent komt er een ogenblik, dat je ook de verschillen in belangrijkheid niet zo sterk meer gaat onderschrijven. Je zegt: het erkennen van het bestaan is belangrijker. Verder is er eigenlijk geen werkelijk onderscheid.

In het begin heb ik met deze regel erg veel moeite gehad. Wat wij ook liefhebben, het meest beminnen wij onszelf. Zodra wij iets meer beminnen dan het andere is er geen werkelijke liefde. Is er geen werkelijke eenheid.

De hele kosmos is opgebouwd uit het besef en het gevoel van die eenheid. Waar ik ook ben geweest ‑ en ik heb menige sfeer en menige wereld doorzworven ‑ altijd weer komt de essentie van het bestaan, de erkenning van de totaliteit neer op dit weten dat je verbonden bent. Er zijn geen grenzen buiten de grenzen die wij stellen. Er zijn geen belangrijkheden buiten de belangrijkheden die wij stipuleren. En niets is onbelangrijk dan in onze ogen.

Wanneer de mensen bezig zijn over de wereld, dan praten ze tegenwoordig vaak over ecologische verhoudingen. Toen ik dit de eerste maal hoorde, dacht ik dat het met iets anders te maken had, want zo ben ik dan ook nog wel. Maar langzaam maar zeker begreep ik, dat men hier zinspeelde op de noodzaak van alles om in een natuurlijk geheel, in een natuurlijke samenwerking elkaar in stand te houden. Wanneer je nu weet dat een individu niet werkelijk teloor gaat, dan is dit begrip van een perfecte ecologische gesloten keten ideaal.

Niets kan zonder het andere bestaan. En wanneer je in de kosmos kijkt dan ben je zelf een deel van een soortgelijke keten Het hoog geestelijk bewustzijn, de inwijding of het terugvallen in de modder, ze zijn allemaal deel van diezelfde keten. Al die facetten zijn nodig. Al die mensen zijn nodig. De helden en de schurk. De lieflijke en de onzienlijke. De uitgeworpenen. Zij kunnen niet bestaan zonder elkaar.

Weet je dit, dan weet je ook dat alles op zichzelve zo onbelangrijk is. Dan kun je je losmaken van al deze veelheid van verschijnselen en zoeken naar die ene zachte gloed die in alles gelegen is. Het licht dat in alles straalt.

Ik heb licht gezocht en ik heb licht gevonden. Als ik licht vind dan is het de kosmos die zichzelf een ogenblik weer herkent.

Zeker ben ik steeds weer teruggevallen naar een wereld, naar een sfeer, waar ik op dat ogenblik meende te leven. Het waren korte ogenblikken van verrukking en dan weer de terugkeer naar wat je het normale bestaan zou kunnen noemen. En altijd gedacht. Steeds weer in mij gedacht: als je dat blijvend zou kunnen bereiken. Totdat ik eens het contact volledig kon aanvaarden en ik mezelf zag. Ik zag mijzelf in vele gestalten en in vele werelden en ik zou iets willen zeggen, dat in al die gestalten kon worden uitgedrukt. Ik had geen woorden meer. Ik kon alleen nog maar zeggen: “Ik heb u lief”. En dat was het enige wat in al die werelden, van de hoogste tot de laagste, gelijkelijk betekenis had.

Dit is het geheim van het bestaan, zoals ik het beleef. Eenvoudig die paar woorden. Die gevoelens. Deze mentale omarming misschien: “Ik heb u lief.” En al het andere is niets en nietig. Alles vervloeit van wereld tot wereld en sfeer tot sfeer.

Wie in de tuinen van de geest ronddoolt denkt dat de aarde soms vaag en grauw is. En toch zie je dan weer een bloem. Je hoort een lied en je zegt: dit herken ik. Zeg dan: dit heb ik lief. Want het is de liefde die u kent voor het leven en voor alle dingen in het leven waardoor deze grote kosmische werkelijkheid voor u wordt uitgedrukt, zoals het voor mij is.

Ik kan mij niet voorstellen dat er één weg, één kracht, één wereld is waarin je kunt zeggen hier ben ik en daar is het andere en ik ben meer. Liefde is de werkelijkheid. Niet omdat ze zo mooi is. Niet omdat ze zo heerlijk is, dat heeft er niets mee te maken. Het is de erkenning: Wat er ook gebeurt in je leven en wat je ook beleeft wanneer je sterft, aanvaard in liefde. Wijs niet af. Dat is waarheid.

Waarheid is de band van het beseffen, zeker, Maar waarheid is meer. Waarheid is de versmelting waardoor geen verschillen bestaan, geen angsten of tegenstellingen meer mogelijk zijn. Het is de aanvaarding waarin jezelf één bent met al wat leeft en al wat is om van daaruit, terugkerend tot jezelf, de verwantschap met de kosmos te ervaren als een lichtend leidsnoer, waarvan je de oorsprong misschien al weer ontgaat, maar dat je voortdurend helpt om grenzen te overwinnen. Je voortdurend helpt om door de vele incarnaties, door de vele sferen heen die je betreden zult, dat ene te behouden dat belangrijk is. De liefde voor de kracht die in al leeft.

Er is tijd en er is eeuwigheid. Maar daar, waar tijd is, wordt de eeuwigheid niet beseft en daar, waar de eeuwigheid is, ken je de tijd niet meer. Dat is nu het wonderlijke. Wanneer je die beiden van elkaar gescheiden houdt is er óf het zinloos verder streven in de tijd, dan wel het verrukt neerschouwen zonder zelf nog te zijn in de zin van actie, van betekenis, van werking, van deelgenootschap in het kosmisch geheel. Maar wanneer tijd en eeuwigheid versmelten, wanneer de daad en het gebeuren, de gedachte en de verlichting allen samen komen, dan is er iets wat onomschrijfbaar wordt.

Je spreekt één woord en dat klinkt in alle tijden. Eén vonk van kracht straal je uit en het begin van de schepping wordt evenzeer verlicht als de laatste inertie, waarin de sterren langzaam vervloeien en alleen nog maar de gedachte overblijft in de stilstand, die duister wordt. Versmelting niet alleen maar van begrip mens tot mens, mens tot dier of mens tot kosmos, maar de versmelting van de tegenstellingen en de waarden die er zijn. Het in jezelf doen samenkomen van al wat bestaat opdat het zich vermengt en zijn werkelijkheid vindt.

Waarheid is een werkelijkheid, die niet meer te scheiden valt in tegendelen of tegenstellingen. Jullie leven hier in een wereld van mensen, maar je bent geest en mens. Jullie leven in tijd, toch is je wezen eeuwig. Jullie leven in de verandering en toch kan er niets ontstaan, wat niet van het begin van alle tijden af als mogelijkheid is neergelegd in het geheel waarvan je deel uitmaakt. Denk erover na.

Is het zo belangrijk wat je bent? Is het zo belangrijk wat je doet? Het enige van belang is dat je geen grenzen optrekt tussen jou en al datgene rond je. Is het belangrijk, dat je de zaken van elkaar onderscheiden kunt of is het belangrijk, dat in jou een eenheid ontstaat waardoor je op al kunt antwoorden zonder ervan gescheiden te worden?

Waarheid is eenheid. Ik zal niet zeggen: waarheid is God. God ken ik niet en de waarheid benader ik eerst aarzelend. Maar zo leef ik. Zo besta ik en zo zoek ik, langzaam vrijkomende uit een doolhof van eeuwige twijfels, de waarheid te zien waarvan ik deel ben.

Zoeken naar werkelijkheid is iets anders dan zoeken naar jezelf. Wie zichzelf zoekt, zoekt één korrel zand op een strand dat een oceaan van sterren omringt. Maar wie de eenheid zoekt, hij zoekt de begrenzing van een schijnbare oneindigheid en beleeft haar, want hij zoekt niet meer één gelijkvormig iets te midden van vele gelijksoortige ietsjes. Hij zoekt dat, waaruit het iets voortkomt. Waardoor het bestaat.

Zoeken naar waarheid is moeilijk. Ik ben afgedaald tot in de laaiende sterren om in de voortdurende stuwing van hun gloed en plasma te zoeken naar de ziel die er woont. En ik heb een ziel gevonden, maar ze verschilde niet van de mijne. Ik ben doorgedrongen in de kleinste werelden die er zijn in die warrelingen van onbekende kracht, die u zelfs met uw elektronenmikroskopen niet benaderen kunt. En ik heb er een ziel gevonden; die ziel was als de mijne. En ik spiegelde mij in het kleinste en in het grootste en besefte: ik ben niets en alles tegelijk.

Dan is het niet zo moeilijk meer om een weg te zoeken. Dan is het niet moeilijk meer om de grenzen van de ondergang voortdurend naderbij te zien komen. Dan is er alleen nog maar één waarheid. Eén waarheid, waardoor ik zo veelvoudig ben, besta, dat wanneer mijn wezen is weggevaagd, er niets teloor is gegaan. Ik leef in al het andere voort. Dat is de waarheid zoals ik die gezocht heb en ontmoet heb.

U bent hier. Bent u werkelijk gescheiden van elkaar? 0, u bent allemaal anders, vergis u niet. U bent een andere reeks van gedachten geënt op dezelfde kracht. U bent een andere vorm, gevormd uit dezelfde oerkracht. U meent dat u verdergaat en u weet niet eens of uw schreden vooruitgaan of terug in de tijd. U bestaat en u beseft delen van uw bestaan en u zegt: er is tijd. Er is vooruitgang.

Ik zeg u, dat dit alleen de weg is naar de waarheid, maar niet de waarheid zelve. Want de waarheid is dat al, wat ik ooit geweest ben, samenvloeit in dat wat ik besef opdat ik al, wat ik ooit geweest ben, terugvind in al wat is. Mijn herinneringen staan geschreven in de kosmos en de kosmos schrijft de vorm waarin ik ben.

Eens leefde ik in één wereld, betrad ik aarzelend één sfeer en zong ik een lied van vreugde. Van één warreling van licht, die één wezen beroerde dat ik mijzelve noemde. Nu ben ik in vele vormen. Ik ben hier en ik ben elders. Ik heb vele gestalten en openbaar mij in vele verschillende krachten. Toch ben ik niets. Weerspiegeling en weerkaatsing misschien van iets, dat in mij zichzelve ziet, zoals ik in al het zijnde mijzelve zie.

Toen ik eenmaal had toegegeven dat ik, zij het slechts in één deel van mijn wezen, mee zou werken aan uw samenkomst van deze avond, kwam er een vriend, een jonge entiteit en ik heb lang met hem gebabbeld over al datgene wat je zeggen kunt en eigenlijk niet duidelijk maken. Hij heeft mij gevraagd: Wat is God? En ik heb hem gezegd: Ik weet het niet. Hij heeft mij gevraagd: Wat is eeuwigheid? En ik heb gezegd: Ik weet het niet. En toch beleef ik ze.

Het kenmerk van de waarheid is dat ze niet in woorden klinkt. Het kenmerk van de waarheid is dat je haar bent of niet bent volgens je eigen besef, maar dat je haar niet kunt weergeven. Je kunt niet met één gestemde snaar een orkestwerk spelen. Maar het orkestwerk kan ook niet gespeeld worden op de juiste wijze zonder één gestemde snaar. Dat is waarheid. Dat is de essentie van het leven.

Wat ik u probeer te geven, te zeggen, is dit: Niet wat je geweest bent, niet wat je bent en doet en niet wat je zijn zult, is waarlijk belangrijk, maar dat je het bent als deel van het geheel, dat is belangrijk. Licht en kracht en liefde zijn niet belangrijk. Maar het weten verbonden te zijn met het geheel en dit beleven als licht en kracht en liefde, dat is belangrijk.

Doe wat je wilt en wat je goed acht, maar doe het zo, dat je je daarin altijd met het geheel verbonden kunt gevoelen. Dan is je leven voor de kosmos en voor jezelf belangrijk. Probeer niet een waarheid te vinden, die een ander niet kent, want die waarheid bestaat niet wezenlijk. Maar probeer in al wat je bent zo waar te zijn, dat de onzegbare waarheid door je vorm, je manifestatie, klinkt naar al het zijnde.

Geloof in de zin van je bestaan maar omschrijf het niet. Geloof in de kracht waarvan je deel bent en geef haar geen naam. Wees deel van de kosmos, maar zoek haar niet te overzien. Laat de kosmos in jou zijn en zich uiten in de beperking die je nu volgens eigen besef nog bent. Dan vind je een waarheid en een licht, waardoor je al het andere tot deel van jezelf maakt. Dan vind je een zin van bestaan die niet ophoudt bij bereiking maar wordt tot het Zijn zelf.

Licht smelt en vermengt zich met duister en er is geen strijdigheid. Wat voortkomt is de werkelijke kracht van het bestaan. Daar waar aanvaarding is, waar de liefde voor al het zijnde voortdurend weer spreekt en zich manifesteert, daar opent zich het ik voor de kosmos en daar spreekt het woordeloos kosmisch zijn in het ik opdat het zichzelve beseffe, deel van het geheel, geheel levend in een deel.

Dat is de waarheid zoals ik ze beleef en gevonden heb. Dat is het begin van de waarheid die ik hoop eens volledig te zijn, uit te stralen, te beseffen. Dat is al wat ik u geven kan wanneer ik het belangrijke en alleen het belangrijke wil zeggen. Daarom trek ik deze vorm terug, maar een band die gelegd is gaat niet teloor. En aanvaarding, eenmaal ontstaan, zal niet worden teruggenomen.

Daarom zeg ik: Ik heb u lief, want in u min ik de kosmos. De kosmos die gij zijt. De kosmos waarvan ge deel zijt. De werkelijkheid en waarheid die uit ons allen gelijkelijk ontstaat.