Waarheid en onwaarheid

Waarheid en onwaarheid

Waarheid is altijd betrekkelijk. Onwaarheid dus ook. Het is misschien moeilijk om je dat te realiseren als je aan het zoeken bent naar innerlijke werkelijkheid en daarbij toch in het subjectieve terecht komt. Maar wat in mij waar is, dat is daarom nog niet altijd waar in werkelijke zin of zelfs in kosmische zin.

Een kosmische waarheid ‑ wij hebben dat in de eerste les al gezegd ‑ is niet te vertalen. Zij is een gevoelskwestie, een intuïtieve kwestie, waaruit we hoogstens komen tot een omstelling van al datgene wat we reeds als inhoud en als denkbeeld in ons dragen. Dan is het ook begrijpelijk dat wij geen kosmische waarheden kunnen kennen en verkondigen.

Aan de andere kant zitten we ook met waarheid en onwaarheid. Dat is ook een beetje moeilijk want iets wat nu onwaar is, kan morgen waar zijn. Laat mij een voorbeeld daarvan geven.
Het is niet mogelijk de Nederlandse werkloosheid te bestrijden. Is dat waar of onwaar? Dat is heel erg moeilijk te zeggen. Dan ga je kijken naar een bepaald standpunt. De een zegt: onwaar. De ander zegt: waar. Als we rekening houden met de huidige omstandigheden, dan is de stelling onwaar. Houden we rekening met de omstandigheden die zich over een jaar zullen voordoen, dan is dezelfde stelling waar. Het is zoiets als iemand zegt dat je tbc niet kunt uitroeien. Dat is altijd waar geweest totdat men ongeveer 5 á 6 jaar geleden met nieuwe mycine-preparaten is gekomen. Nu heeft men die mogelijkheid dus wel.

Als ik in mijzelf bezig ben en ik zeg: God is licht, is dat dan waar of onwaar? Voor mij kan dat waar zijn omdat ik, als ik mij concentreer op God, licht zie. Is die God daarom licht? Dat weet ik niet. Ik constateer een verschijnsel in mijzelf. Nu word ik bewuster. Ik ga verder door in de werkelijkheid en mijn God is geen licht meer. Dus, ‘God is licht’ is voor mij onwaar.

Het zijn heel moeilijke zaken om je daarmee bezig te houden. Ik kan begrijpen dat menigeen moeilijkheden daarmee krijgt. Daarom moet je a priori uitgaan van je eigen innerlijk en je eigen innerlijke wereld. Maar je moet begrijpen dat waarheden die je in jezelf vindt en die je op dit ogenblik kunt beleven, niet eeuwige waarheden zijn.

Ik begin met een eenvoudige opzet. U zou het zelfs meditatief kunnen gebruiken.

Ik ben. Ik ben deel van licht. Ik kan geen deel van licht zijn zonder duister. Ik kan zonder duister geen deel zijn van licht. Dus ben ik duister, dus ben ik licht. Wanneer ik licht ervaar in mij, zal ik het lichte rond mij ervaren. Mijn wereld is dan een lichtende wereld. De waarheid van de kosmos is de lichtende Godheid die werkt door mij. Op het ogenblik dat ik in mij de duisternis beleef, is het duister rond mij in de wereld zichtbaar. Het manifesteert zich overal negatief en als verval. Zoek ik naar mijn Godheid, dan kom ik in een vreemde echoënde leeg­te terecht. Ik zie niets, ik hoor niets en er is niets dat mij moed geeft. Toch zijn beide punten even waar of even onwaar. Het is moeilijk om dit te begrijpen.

Soms zegt men: ik heb niets aan mijn leven. Dat komt zo vaak voor. Er zijn mensen die slaken die kreet zo om de andere dag: Ach, wat heb ik aan mijn leven. Het enige antwoord is dat ze het niet kwijt willen, ondanks alles. Zij zeggen wel: ik wil het kwijt, maar als puntje bij paaltje komt, dan nemen ze het weer terug. Die gevallen hebben wij zo vaak. Ze proberen het terug te nemen, als ze niets meer terug te ne­men hebben.

Als je zegt: mijn leven is niets waard, dan kijk je naar de nega­tieve kant. Maar dan is dat negatieve ook op elk terrein op dat ogen­blik negatief. Het betekent niet dat er geen licht is, dat er geen mogelijkheid is; het betekent alleen maar dat je in jezelf op dat mo­ment werkt met het duister en dat je daarom het duistere rond je pro­jecteert. Zou je een ogenblik later in een opgewekte stemming zijn (je ziet de zon, je voelt je blij), dan is het vanzelf ook licht in je.

Dat licht in je impliceert dan dat je ook lichtende ervaringen hebt, dat de erkenning van het leven lichtend is. Je leven is opeens weer de moeite waard. Dat is kennelijk een zeer persoonlijke aanpak en het is ook een grote fout. Want als ik in staat ben om in mij het be­grip van licht te wekken, dan zal ik dat om mij heen in de wereld net zo goed zien. Het wil niet zeggen dat ik blind ben voor de feiten van de wereld maar mijn bewustzijn vertaalt alles in positieve termen. Dan is de beheersing voor mij belangrijker dan de vraag waar of niet waar? Want de waarheid is licht en de waarheid is duister. Maar mijn beheersing stelt mij in staat om uit deze waarheid het lichtende in de eerste plaats waar te maken en daardoor in mij de kracht te vinden waarmee ik het duister omvorm tot een positieve betekenis.

Nu zult u zeggen: waarvoor is het nodig dat we in onszelf een positieve betekenis hebben? Nu, als we ons met de werkelijkheid bezig­houden, dan zitten we altijd enigszins in moeilijkheden. De werkelijk­heid is namelijk iets waarmee we ook niet helemaal terecht kunnen. Maar als ik nu uitga van een kosmische werkelijkheid en ik stel dat deze kosmische werkelijkheid de vrede, de rust, de stilte is waarin ik volledig mijzelf kan zijn en erkennen zonder enige beperking, maar ook zonder enige consequentie, dan ben ik heel dicht bij het hoogst voorstelbare voor een mens: Nirwana of iets dergelijks. Maar het gaat eigenlijk nog veel verder.

Neem ik deze basis aan, dan geldt: als ik die basis in mij weet te wekken, dan wordt voor mij alles wat daarmee in betrekking staat, waar. Het houdt niet in dat licht en duister ophouden te bestaan maar het betekent dat licht en duister een elkaar aanvullende waarde worden. Ze geven elkaar als het ware de nadruk die nodig is om ze te beseffen, maar ze kunnen mij niet beroeren. Zij kunnen mij slechts bewust maken van het zijn. Dat is dan altijd weer een stap verder in de goede richting.

Als je bezig bent met de innerlijke werkelijkheid, dan word je altijd weer geconfronteerd met de uiterlijke werkelijkheid. De innerlijke werke­lijkheid kan zijn: God is met mij en de wereld is goed. Terwijl de uiter­lijke werkelijkheid is: nu laat die stommeling een pond lood op mijn tenen vallen. Waarmee er een formule wordt gevormd die nooit als gebed bedoeld kan zijn.

Waar en onwaar. Is mijn innerlijke werkelijkheid waar of is mijn uiter­lijke werkelijkheid waar? Het ligt er maar aan hoe ik het bekijk. Want als ik in mij een werkelijkheid vind vol rust, vrede en kracht en ze gooien mij een blok beton op mijn tenen, dan barst het beton en niet mijn tenen. Maar aangezien dat zeer zelden voorkomt, zal de mens over het algemeen beweren dat de uiterlijke werkelijkheid bepalend is. Dat betekent dat hij zijn waarheden vooral in de wereld buiten zich zoekt. Die waarheden kunnen we dan weer gaan opsommen.

Is het waar dat een mars voor de vrede inderdaad de vrede kan bren­gen? Als je zegt ‘kan’, dan is het antwoord: ja, het is waar. Maar als je zegt ‘zal’, dan is het onwaar. Omdat namelijk een manifestatie op zichzelf nooit bepalend kan zijn voor de reacties die deze manifestatie elders wekt. Als je dat nu maar begrijpt, dan zul je de uiterlijke waar­heid ook zien in haar betrekkelijkheid. Wat voor mij belangrijk is, be­hoeft niet voor iedereen belangrijk te zijn.

Wanneer iemand met een werkgelegenheidsplan komt, dan is dat mooi, dat is positief. Ik ben erg blij dat het bestaat, maar zal het wat uit­halen? Dan is het antwoord van de werkelijkheid: waarschijnlijk niet. Ik kan zeggen dat ik uitga van ‘waarschijnlijk niet’, dus is het plan niet goed. Ik kan ook zeggen: als de wil bestaat om meer werkgelegenheid te scheppen, dan zal het misschien niet direct lukken maar we zullen er in ieder geval iets mee bereiken.

De uiterlijke werkelijkheid van een mens is meestal bepaald door het negatieve. Dat kunt u trouwens zien in elke krant. Daar staat nooit in dat iemand erg gelukkig is geworden. Er staat hoogstens in dat hij is verongelukt, dat hij de honderdduizend die hij gewonnen heeft, on­middellijk heeft vergokt of iets dergelijks. Voor de rest is er moord en doodslag, verkeersongelukken en wat er verder nog aan verheugende feiten te vinden zijn op deze wereld. Dat is gewoon de richting van de mens. Uw werkelijkheid wordt negatief afgeschilderd.

Waarom doet men dat? Omdat u in contrast tot deze uiterlijke nega­tiviteit zelf het gevoel krijgt dat u er tenminste nog een beetje posi­tief uitziet. Maar als u met de innerlijke werkelijkheid bezig bent, dan heeft u die toestanden van buiten niet nodig. Dan heeft u ook die nadruk op het negatieve niet nodig. Ik geloof dat dit een punt is waarmee u werkelijk rekening moet houden.

Wanneer ik vrede vind in mijzelf en deze vrede voor mij zo sterk kan maken dat ze mij blijft beheersen, in elke constatering van een wer­kelijkheid buiten mij, dan zal de werkelijkheid buiten mij mij niet beïn­vloeden, tenzij ik dit bewust wens. Terwijl ik gelijktijdig voortdurend een invloed kan (niet moet maar kan) uitoefenen op de werkelijkheid buiten mij. Kijk, dan zit je al een heel stuk positiever.

Ik kan begrijpen dat mensen zeggen, is dat nu wel waar, als iemand zegt dat alles eigenlijk goed is? Het ligt er maar aan hoe u dat bekijkt. Het is natuurlijk onwaar, als u uitgaat van uw standpunt. Hoe zien de mensen dat vaak? Mijn positie is de ergste. Mijn toestand is verschrik­kelijk. Wat ik moet doen dat moet ik toch kunnen volhouden. Als ik dat niet kan, dan ben ik nutteloos. En dat soort dingen.

Maar is dat wel waar? Vloeit niet het een uit het andere voort?

Daarom verkondig je ook tegenover je zelf, in je benadering van de wereld, vaak grote onwaarheden. Ik ken mensen die tegen zichzelf zeggen, ach, ik ben oud en mach­teloos. Er is niet veel meer, wat zal ik mij druk maken. Dat is een ech­te AOW‑instelling. Als het dat niet was, dan waren er al veel AOW-­ers in opstand gekomen de laatste tijd. Als we dat nu proberen om te zet­ten, dan zeg ik, in mij is kracht, in mij is vrede. In mij is schoonheid, wijsheid. U mag het allemaal uitzoeken. Deze waarde is voor mij het licht, het belangrijke waarmee ik leef. Dit is voor mij de aanvaarding van het leven en daarmee van het totaal van het zijnde, dus ook de werkelijkheid die ik buiten mij constateer.

Dan ziet het er anders uit. Dan ben ik niet meer machteloos en dat is al belangrijk. Want wat ik doe en in mij tot stand breng, zal altijd ‑­ ook als ik het niet onmiddellijk kan uitdrukken in de wereld buiten mij ‑ werken in de wereld buiten mij.

Of ik nu wel of niet de wereld goedkeur, doet niet meer ter zake, want de kracht die in mij is, is positief erkend. Elk positief punt in de werkelijkheid buiten mij zal daardoor sterker kunnen worden. De nega­tieve punten wijken als het ware terug. Dan zeggen de mensen, dat moet je maar eens duidelijk maken.

Er bestaan legenden. Als de duivel je verschijnt, dan moet je een kruis voor je uit houden. De duivel zal dan terugwijken. Er bestaat echter ook een ander gezegde. Waar de priester voor gaat, mag de duivel volgen. Wat is nu waar? Het is allebei ergens waar. Als voor mij het kruis het symbool is van het hoogste licht, de hoogste kracht, de hoog­ste liefde, dan zal alles wat geestelijk negatief is (of het nu duivel wordt genoemd, demon, spook of geest) daarvoor terugdeinzen. Niet voor het teken, maar voor het licht. Maar als ik denk dat het ding op zich­zelf het zal doen, dan zegt de duivel, wat heb je daar een leuk ding, laat mij het eens vasthouden.

Het is misschien krankzinnig, maar hoeveel mensen zijn niet bezig om hun bewustzijn te verhogen, om hun begrip van de werkelijkheid te in­tensiveren? Ondertussen zijn ze voortdurend bezig om een wereld af te breken. Niets deugt er, niemand deugt. Ik kan dat wel begrijpen. Er zijn vaak redenen genoeg voor. Maar wat kom je daar verder mee?

Een oud boerengezegde is “Zaai vroegtijdig, opdat het graan op­schiet en het onkruid verstikt. Hij, die laat zaait, zal zien dat het graan door het onkruid wordt verstikt”. Dat is volkomen waar. Want als wij steeds bezig zijn om eerst te kijken naar de negatieve dingen, dan zal het goede dat in ons leeft (de innerlijke positieve waard ) een­voudig niet meer tot gelding komen. Dan worden we overweldigd door het negativisme in ons. Maar als het omgekeerd is, als wij voortdurend wer­ken eerst aan de innerlijke positiviteit (dus het moet niet van buiten komen, als het maar in ons leeft), dan is dat al genoeg. Dan hebben wij de kracht waarmee het koren het onkruid als het ware verstikt. Het goede in ons kan dan zo sterk groeien dat onze werkelijkheid een goede werke­lijkheid wordt. De innerlijke werkelijkheid, die goed en lichtend is, im­pliceert uit de aard der zaak dat onze inwerking op de werkelijkheid naar buiten eveneens een positieve is.

Er zijn honderden verhalen daarover te vertellen. Als ik u zou wil­len overstelpen met voorbeelden, dan zouden dat boekdelen worden.

Ik stel het volgende. Je innerlijk bewust zijn van licht, of desnoods alleen maar van de mogelijkheid van positiviteit, impliceert niet alleen het bestaan in jezelf van deze mogelijkheid (het is niet alleen in jezelf waar), maar ze betekent ook naar buiten toe een waarheid. Dat wil zeggen, dat iemand die zich innerlijk sterk voelt gewoon buiten zich dingen kan zien die tot de geest behoren. Dat iemand die innerlijk dat gevoel heeft, hoe dan ook, in staat is een ander te genezen of een ander tegen te hou­den als hij iets verkeerds wil doen. Dan heeft hij de zeggenschap, de in­vloed, de kracht die nodig is.

Als je daarmee rekening houdt, dan is het zelfs bewijsbaar dat je innerlijke werkelijkheid je uiterlijke werkelijkheid kan beïnvloeden, kan beheersen in bepaalde aspecten (zij het niet in het geheel) en veran­deren.

Er zijn mensen die zeggen, het is zo moeilijk. Als ik aan God denk, dan heb ik niets. Dan denkt u toch niet aan God. Waarom moet het altijd een mannetje op een troon zijn of een lichtende wolk in de ruimte? Goed, positief, wat is dat voor u? Is dat niet gewoon een gevoel van tevredenheid of alleen maar het idee dat het zinrijk is, een ogenblik dat u komt tot een aanvaarding van uw bestaan? Noem dat dan God, of noem het alleen maar gezond verstand. Als u die kant uitgaat, dan komt u tot de eerste en de belangrijkste handeling die noodzakelijk is voor het vinden van waarheid. Ik wil dit in een paar regels neerzetten, dat lijkt mij gemakkelijker.

Al datgene wat ik ben geweest, wat ik ben, wat ik ooit zal zijn, is van betekenis, want in mij leeft iets wat ik niet kan ontkennen. Alles wat buiten mij en naar buiten toe vanuit mij gebeurt, is onbelangrijk, tenzij het in strijd is met dit gevoel van aanvaarding, van vrede en geluk dat ik in mij ken.

Ik heb geen goden en geen demonen nodig. Ik heb vrede in mij­zelf nodig en aanvaarding van mijzelf. Als in mij de aanvaarding van het “ik” waar is, heb ik alle leugens ten aanzien van mijzelf ontmaskerd.

Daar waar ik waar ben tegen mijzelf, daar kan ik alleen re­ageren op de waarheid zoals ze buiten mij bestaat. Dan kan men mij niet meer misleiden ten aanzien van de werkelijkheid waarin ik leef, ten aanzien van de wer­kelijkheid van mijn eigen betekenis. Maar ik zal wel in staat zijn om alles wat ik erken, deel te maken van mijn zelfaanvaarding, van mijn in­nerlijke vrede.

Er zijn mensen die zeggen, je moet kosmisch voelen en kosmisch denken. Mediteer over het lijden van deze wereld. Ik vind dat schitterend. Als u het lijden van deze wereld wilt hebben, kunt u dat in tienduizend vormen krijgen. Denk alleen maar aan al die tandartsenstoelen met angstige gezichten, gezwollen wangen en openge­sperde monden, tangen die ernaar grijpen en de pijnkreten die zo nu en dan ook nog worden geslaakt. Dan heeft u ook het lijden op deze wereld. U behoeft het heus niet allemaal te zoeken in die arme verhongerende mensen, de arme eenzamen en verlatenen. Maar als u daar niets tegen­over kunt stellen, wat dan? Wel, dan gaat u uw innerlijke werkelijkheid vullen met tandartsenstoelen.

Dan is er geen plaats meer voor vrede. Dan is er geen plaats meer voor licht. Alleen als u het gevoel heeft dat u door u dit voor te stellen, kunt deelnemen aan die pijn en de pijn kunt omzetten in een aanvaarding, een soort pijnloosheid, dan heeft het zin. Anders niet.

Dus mediteer over lijden zoals u wilt, maar dan niet over lijden als iets waarin u mede wordt ondergedompeld. Mede ondergedompeld wor­den in het lijden van anderen is alleen maar jezelf een kunstmatig lij­den opleggen om uw werkelijke schuld voor uzelf te verbergen.

Zoek gewoon naar iets waardoor u het lijden iets kunt verminderen. Zoek een antwoord op datgene waarover u mediteert. Vraag u niet af, hoeveel lijden is er in de wereld? Vraag u af hoeveel lijden in de wereld kan ik minder maken? Dan mediteert u goed.

Anderen zeggen, mediteer over de eeuwige vrede. Goed, als u daar­mee bezig bent en u schrikt wakker, dan krijgt u nog een extra geestelijke shock. Want alles wat u zich als vrede in uw meditatie heeft voorgesteld, dat is er plotseling niet meer. Dan gaat u de strijd tus­sen uiterlijke en innerlijke werkelijkheid opvoeren tot in het krankzin­nige toe. Mediteer dus niet over een totale vrede. Mediteer over een vrede in uzelf. Want als u die vrede in uzelf ervaart, dan wordt ze niet alleen een toestand maar ook een kracht. En dan kunt u er mis­schien wat mee doen.

Ik vind het allemaal soms op het zielige af, als je ziet hoe mensen voortdurend bezig zijn om zich bij te schaven. Ik wil een goed mens worden. Ik wil eigenlijk een …… en dan noemt u maar op …. Sinte Clara worden. Die mensen komen nooit aan Sinte toe. U kunt toch niet een St. Franciscus worden en met de wolven rond lo­pen. Waar vind je nu nog een wolf? U moet niet het voorbeeld van een ander volgen. U moet zoeken welke wegen anderen zijn gegaan om te ko­men tot die toestand van vrede of van verrukking die u bewondert. Als u de weg vindt, kunt u die innerlijk gaan. Dan wordt er innerlijk iets geboren dat voor u steeds meer tot waarheid wordt. Maar als u uzelf probeert om te vormen tot die ander, dan maakt u van uzelf een groeiende onwaarheid.

U moet nooit proberen anders te zijn dan u bent. Als u zich maakt tot iets anders dan u bent, dan bent u er niet meer. Je hebt altijd in je een soort drang tot zelfbehoud. Ergens wil je toch nog jezelf blij­ven, d.w.z. dat je nooit absoluut in die transformatie kunt slagen. Erken dan dat de transformatie alleen een poging is tot uiterlijke be­nadering, niet tot innerlijke vereenzelviging.

Als alle mensen die zeggen dat ze één willen zijn met Jezus werke­lijk één zouden zijn met hem, dan zou deze wereld misschien werkelijk worden verlost. Maar aangezien dat niet kan, aangezien ieder op zijn manier blijft leven, streven en werken wordt het toch tijd dat je zegt, ik heb niet te maken met deze figuur. Ik heb te maken met een weg. Die weg wordt niet bepaald door definities van deskundigen.

Of de Paus nu zegt dat er seks is in het hiernamaals of niet, dat maakt niets uit. Dat zult u later wel zien. U moet gewoon zeggen, welke stappen kan ik, zoals ik ben, nemen om meer te beseffen? Hoe kan ik elk besef dat ik in mij bereik naar buiten gestalte geven? Dan komt er een ogenblik, dat u zegt, alles wat ik voor waar heb ge­houden, bleek onwaar te zijn.

Er zijn ook veel mensen die zeggen, dan deugt er niets meer. Neen. Als ik de onwaarheid erken, dan betekent dat, dat ik een deel van hetgeen ik op die manier heb verkregen terzijde moet schuiven en dan houd ik de waarheid over. De waarheid die in mij bestaat is ook in elke onwaarheid tegenwoordig. Alleen, ik moet leren welke uiterlijk­heden, welke verschijnselen, welke delen niet behoren bij mijn innerlijke waarheid. En zelfs dan ‑ nogmaals ‑ blijft alles subjectief.

U kunt niet een ander zijn dan u bent. Een wereld kunt u niet in­eens veranderen totdat ze heel anders is dan ze nu is.

Het is misschien reuze leuk te zeggen, nu moeten ze alle wapens maar eens afschaffen. Maar dat lukt niet. Er zijn er te velen die pre­cies de tegengestelde richting uit denken. U moet de wereld niet ver­anderen, maar u moet in die wereld datgene zoeken wat positief is. U moet in die wereld waarheid na waarheid kenbaar maken omdat ze in u bestaat. Of denkt u nu werkelijk dat een vertegenwoordiger van een ex-­cowboy-filmster en van een half mislukte Taras Bulba samen tot de con­clusie zouden komen die u aangenaam zou zijn, omdat het uw waarheid ver­tegenwoordigt? Dat kan toch niet. Twee establishments tegenover elkaar.

De uiterlijke werkelijkheid is in dit geval dat beide landen blij zul­len zijn, als ze hun bewapeningslasten kunnen verminderen. Maar dat beide landen eveneens blij zullen zijn, als ze op welke manier dan ook de an­der een hak kunnen zetten door meer te behouden of meer te produceren dan de ander. Zolang die twee dingen niet samenkomen, gebeurt er niets, tenminste niet iets wat u leuk vindt.

Zoek dan diep in uzelf en vraag u af, wat is voor mij op dit ogen­blik nog wel aanvaardbaar? Het is niet zoveel als u denkt, maar er blijft toch wel iets over. Neem dat ietsje, dat enkele grein van inner­lijke waarheid en probeer daarop uw innerlijk bewustzijn te richten. Het geheel van uw aanvoelen, van uw denken, van uw intuïtie. Laat dat bewustzijn ermee spelen. Laat het proberen er iets uit te maken. Voor u het weet, ontstaat er iets in u dat voor u waar is. En dat dan niet een waarheid is die in de wereld moet worden verkondigd, maar een waar­heid die in de wereld kan worden teruggevonden, die in en met de we­reld kan worden beleefd.

Er zijn in deze dagen heel veel dingen waarbij men zich afvraagt, wat is er aan de hand? Er zijn veel mensen die zeggen, het is jammer dat de heer Van Agt zich juist nu in het ziekenhuis moet bevinden, terwijl zijn vroegere tegenstanders en plaatsvervanger nu alle sociale geschillen moeten gaan arbitreren. Maar niemand vraagt zich af, of de man misschien verkozen heeft deze ingreep in deze dagen te ondergaan, omdat hij dan deze taak aan een ander kan overlaten. Daar kun je toch geen waarheid of onwaarheid uit opmaken.

Je kunt heel veel speculeren, bewijzen kun je het toch niet. Maak u daar niet druk over. Vraag u niet af wie gelijk heeft, maar vraag u af wat belangrijk is. En dan blijkt, dat het meest belangrijke niet is of men wel of niet solidair offers wil gaan brengen, maar dat het meest belangrijke is of men nog vertrouwen heeft in elkaar.

Als je dat eenmaal hebt gevonden, moet je je afvragen waarin kan ik vertrouwen? En als je dat vindt, dan kun je dat buiten je sterker maken, daar kun je dan mee werken, daarmee kun je groter worden.

De uiterlijke werkelijkheid is en blijft plooibaar, indien de inner­lijke werkelijkheid wordt gerealiseerd en wordt geprojecteerd.

Alles wat in de kosmos bestaat en mogelijk is, kan in mij slechts ten dele ontwaken. Al wat ik ben, wat ik denk, wat ik droom, wat ik doe, wat ik veronderstel is ergens waar. De waarheid omvat al het voorstelbare. Maar de waarheid buiten mij kan slechts een klein deel daarvan weerspiegelen. Dan is het voor mij geen kwestie van de kosmische waarheid even in mij zoeken. Het is het zoeken van een relatie tussen waarheid zoals ze in mij en buiten mij kan bestaan.

Het is niet het vinden van een antwoord op vreemde en zonderlinge vragen. Het is eerder leren om niet te vragen. Ze hebben eens gezegd, als je vraagt, word je wijs. Je zou er achter moeten zetten, als je antwoord geeft, ben je eigenwijs.

In de kosmos kunnen wij niet vragen, omdat wij niet wetend en bewust de juiste formulering kunnen vinden voor onze vragen. Dan kan ons ant­woord nooit kosmisch zijn, maar alleen beperkt. Hoe eenvoudiger en hoe rustiger ons standpunt is, hoe groter onze erkenning zal zijn van de voor ons belangrijke waarheid buiten ons. Hoe meer wij ons binden aan de voor­stellingen die de wereld buiten ons heeft gewekt of heeft geprojecteerd, hoe groter de kans is dat wij innerlijk in een toenemende mate van onwaar­heid leven.

Dat was dan het belangrijkste van deze les. Ik ben mij ervan bewust dat velen zullen zeggen, je hebt een paar stukjes aardig herhaald. Als ik ze niet had herhaald, zou u ze dan begrepen hebben?

Sinterklaas is en blijft een droom, een door advertenties mede ge­schapen middenstands‑illusie. De Kerstman bestaat ook niet. Op de noord­pool kun je klappertanden, maar geen speelgoed vinden. Het is misschien aardig om dergelijke sprookjes in stand te houden zolang je beseft dat ze sprookjes zijn.

De kosmos is geen Sinterklaas. Er is geen Kerstman. Er is alleen dat wat je zelf bent in relatie tot de kosmos. En als je dat niet kunt beseffen, doe het dan maar ten aanzien van de werkelijkheid buiten je op basis van de werkelijkheid die je in jezelf erkent. Dit lijkt mij dan het ant­woord dat elke mens, elke geest, hoe beperkt ook, kan geven op de tota­liteit waarin je leeft.

  • U zei in het begin dat God op een gegeven moment niet licht is. Is het aan te duiden wat Hij dan wel is?

Als ik dat zou kunnen doen, dan zou het weer ergens licht zijn. Licht en duister zijn kenbaarheden. Ik heb in mijn betoog iets daarover gezegd. Het is een echoënde leegte. (U kunt het in de tekst terugvin­den.) Dat betekent dan is er niets meer, maar het is zo vervuld van hetgeen ik zelf ben dat ik daardoor toch de leegte weer erken als iets dat leeft, dat vervuld is. Daarna zijn nog meer fasen, maar die zijn nog minder aan te duiden. God blijft niet altijd licht. God is licht en duister versmolten. God is iets op het ogenblik dat wij Hem werkelijk benaderen, omdat Hij zolang Hij iets is, omschrijfbaar blijft. Zolang iemand praat over een God en die omschrijft, kan het God niet zijn. Maar die God is iets dat voor de mens omschrijfbaar is en als zodanig kan worden begrensd door het menselijk wezen. Maar is het wezen onbegrensbaar voor de mens, dan is elke aanduiding op zichzelf alleen maar een aantasting van de werkelijkheid ervan. Dat moet u maar eens aan de een of andere Jezuïet voorleggen, dan krijgt u ongetwijfeld een heel mooie uitleg. Het leukste is, hij heeft na afloop nog gelijk ook, totdat u verder daarover nadenkt.

De Rijn wordt schoner; onwaar. De wereld wordt steeds vuiler; waar. De wereld begrijpt dat kleinschaligheid noodzakelijk is; waar. Dus wordt alles kleinschaliger; onwaar.

Op die manier kun je doorgaan tot het einde. Maar het bewijst wel, dat er een eigenaardige mentaliteit is. Misschien is het goed om eens daarover na te denken.

Er zijn namelijk veel mensen die denken, als wij iets willen, dan kunnen wij dat doen. Maar om te kunnen doen wat je wilt, moet je zo­veel bezitten dat je allang iets anders wilt.

Er zijn natuurlijk ook mensen die willen het goede voor iedereen. Maar als je nu toevallig net een paar atoomcentrales hebt gebouwd, dan zeg je natuurlijk dat het beste dat je kunt doen, is de mensen atoom­energie geven. En als je toevallig een wapenfabriek hebt, dan zeg je dat sterkere bewapening beslist noodzakelijk is. Het is trouwens hele­maal niet zo gek.

Als we kijken naar bijvoorbeeld de. verschillende tankproducten in West-Europa en Oost‑Europa, dan blijkt dat Oost‑Europese tanks van de KB-­serie praktisch geen gelijke hebben in het westen. De zogenaamde K en de KK‑serie van de Russen zijn vergelijkbaar met bepaalde tanks zoals de Leopard in Europa en de verbeterde Sherman in Amerika. De mensen die dat uitdragen zeggen natuurlijk, wij moeten meer hebben. Want hoe meer zij maken, hoe meer zij hebben. Maar hoe meer zij hebben, hoe minder u krijgt. Dit is een van de problemen waar de hele wereld altijd om draait.

Zij denken dan wel, het volgend jaar zal alles beter gaan, want er zijn zoveel goede zaken in onderzoek. Nu is dat wel waar, maar vergeet één ding niet. Als je ergens een onderzoekcommissie voor instelt, dan betekent dat, dat je de eerste paar jaren nog geen beslissing wilt nemen. Als je geen beslissing wilt nemen, dan betekent dat eigenlijk dat je probeert het oude ondertussen zo uit te bouwen dat eventuele conclusies van een dergelijke commissie dan achterhaald zijn. Al is de commissie nog zo snel de politiek achterhaalt haar wel.

Op deze manier is het hele leven een beetje somber. Wij kijken naar alle zwartgalligheid die op dit ogenblik, met of zonder spat­aderen, door Nederland flaneert. En dan zeggen wij tegen onszelf, zo kan het niet langer. Maar kan het dan anders? Het is toch eigenlijk heel eenvoudig als iedereen wil houden wat hij heeft, dan kan niemand méér krijgen dan er is. Maar als iedereen alleen uitgeeft wat er is, dan krijgt niemand wat hij wil hebben.

Dit is het grote dilemma van elke staat. Dat is de EEG ook. Ik heb niets tegen de EEG. Integendeel, dit europees eetgezelschap is mij buitengewoon sympathiek. Als je ziet wat ze in Straatsburg verte­ren, dat is fantastisch! Dat is gewoon een welvaartstaat in de staat. De VVV vaart er wel bij.

Wat doet nu de EEG? De EEG geeft steeds meer geld uit om te ad­ministreren wat ze fout doet. Daardoor houdt ze steeds minder geld over om iets goed te maken van hetgeen er fout is gegaan. Daardoor gaat het steeds meer fout en moet er steeds meer geld worden uitge­geven om het te administreren waardoor er nog minder overblijft om iets in orde te maken. Dat zijn overal dezelfde zaken.

Neem Genève. Ik zou dat absoluut een beetje willen veranderen, een “r” erachter, een “j” ervoor in plaats van een “g” en we zouden een prima oplossing hebben gevonden voor het bewapeningsconflict. Maar helaas is dat niet zo. Er zitten twee mensen tegenover elkaar die vriendschappelijk elkaar eigenlijk uitmaken voor alles wat lelijk is om daardoor te voorkomen dat ze elkaar iets zullen moeten toegeven, waar­voor ze misschien later bij hun bazen een standje kunnen krijgen. Aangezien de bazen niet de opgewonden standjes zijn maar de onderhan­delaars, is het duidelijk dat de onderhandelingen steeds in een rich­ting gaan waardoor de bazen geen kant meer uit kunnen.

Zo bezien is de hele wereld eigenlijk een krankzinnige situatie. En waarom? Wel, doodgewoon omdat de gewone man nog altijd doet wat zijn leider zegt. Dat is altijd zo geweest.

Je kunt met Marx zeggen, de arbeider heeft geen vaderland. Maar dat gelooft zijn vaderland niet en dientengevolge wordt de arbeider soldaat. Een soldaat heeft wel een vaderland en daar moet hij voor sne­ven. Nietwaar, er is niets schoners dan te sneven voor het vaderland. Als sneven nu iets anders was dan het tegenwoordig is, zou het misschien nog iets zijn. Wat is een vaderland anders dan een kleine belangengemeenschap. Elk vaderland is een nationale vakbond die probeert ten koste van andere vakbonden meer te verwerven dan haar toekomt. En om dat nu een beetje aanvaardbaar te maken heeft ze dan een staatshoofd. Het hoofd van de staat kan mooi, het kan lelijk zijn, maar het is onaantastbaar. En dat is het mooie, want zolang de kop onaantastbaar is, kun je de rest aardig pantseren. Dat is eigenlijk hetzelfde als met gevechten. Als je tegen iemand zegt, je mag iemand niet in het hoofd schieten en je geeft hem voor de rest een kogelvrij vest, dan kan hij vrij adem­halen en er kan hem weinig gebeuren, hoogstens een paar blauwe ribben.

Dat is het systeem waarmee de naties groot zijn geworden. Want elke natie had het idee dat het volkomen gerechtvaardigd was om het staatshoofd buiten het gevaar te houden en de rest in te zetten. Er bleef altijd nog wel genoeg over. Zo zijn vele kleine oorlogen ont­staan totdat er wat grotere rijken kwamen. Naarmate de rijken groter werden, werden ze machtiger. De rijken werden zo machtig dat één rijk niets meer te zeggen had, als de andere rijken niet ‘ja’ zeiden. Zo ontstond de standenmaatschappij.

Nu denkt u waarschijnlijk aan een standenmaatschappij op een andere manier dan iemand die denkt aan de beruchte standjes die je in Frank­rijk kunt leren en ook in bepaalde hindoeboeken kunt terugvinden. In feite scheelt het niet zoveel.

Een standenmaatschappij berust op het aantal verschillende rela­ties die je kunt leggen tussen verschillende standen. Het standje be­rust op de verschillende relaties die je kunt scheppen tussen de seksen. Zodat je zou kunnen zeggen, dat een staat een soort sekseel misdrijf is waarbij de manipulatie van de standen tot de meest krankzinnige hoog­standjes in de politiek voeren. Dit zal voor velen iets te gepeperd zijn. In het Oostblok zou het paprika geweest zijn, hier is het peper. Ik zeg u dit alles alleen maar, opdat u gaat begrijpen waar het om gaat.

De meeste mensen zijn voortdurend bezig met alles wat wordt ver­klaard. Er wordt nooit iets verklaard. Een verklaring is een onbewezen stelling met een zodanige zekerheid gebracht dat niemand zich afvraagt, waarom ze zo wordt gebracht. Als je dat eenmaal door hebt, kom je als vanzelf terecht in een beetje meer werkelijkheidsbesef. Dan begrip je ook hoe de mensen kunnen worden gemanipuleerd.

U denkt aan de vredesdemonstratie. Iedereen heeft daar de mond vol van. Je zou er haast misselijk van worden. Vrede over eten. Dat heeft misschien ook wel nut. Dan worden de mensen misschien op een ander en belangrijker terrein strijdvaardig.

U denkt dat die vredesmanifestatie gewoon een vredesmanifestatie was? Wel neen. Het was ook niet echt de volkswil. Het was een volks­manipulatie door belanghebbenden. Als je dat gaat begrijpen, dan zeg je, het is wel mooi dat al die mensen vrede willen, maar ze wilden dat niet voordat iemand zei, dat zij dat moesten willen. Daardoor is hetgeen zij willen in feite geen vrede. Wat zij zoeken is een sterke man.

Dat hebben ze dan weer met de natie gemeen. Want hoe gemener het toegaat tussen de naties, hoe groter de roep wordt om een sterke man en dan wordt het een Nazi‑natie. Hoe meer Nazi een natie is, hoe meer de mensen vertrouwen op datgene wat hun wordt gezegd.

De werkelijkheid is deze. Wij zijn schapen en lopen achter herders aan zonder te weten of het wolven zijn of herders. Menige van onze her­ders, hoe vroom zij zich ook voor doen, zijn in feite wolven, soms in schaapskleding. Vandaar dat blatende wolven op het ogenblik zeer veel voorkomen. Als je hen zo hoort, dan blaten ze ‘oremus’. Dat is gewoon ontstellend schoon. Binnenkort zullen ze ook weer blaten “Hosanna Gloria in excelsis” in de hoop dat u mee blaat. Maar is er nu reden om te roepen “Glorie in den Hoge”, als je ziet dat de hogen het hier op aarde zo moeilijk hebben en dat de lagen helemaal geen kant meer uit kunnen?

Dit is een beetje communistisch, ik weet het. De communist is de dui­vel van de politiek. Zoals de liberaal de engel is, die helaas wordt miskend door de socialist die daarom in het economische vagevuur lang­zamerhand gaar moet sudderen, totdat hij eindelijk liberaal geworden, ka­pitalist mag worden.

De waarheid is, dat u zelf, ook door de wijze waarop u zich steeds weer laat manipuleren en u niet bewust bent van het gemanipuleerd wor­den, in feite meewerkt aan het tot stand brengen van datgene wat u niet wenst, maar wat anderen belangrijk vinden.

Dat betekent dat u elektronische spelletjes koopt als sinterklaas­cadeautjes voor de kleinkinderen waar de kinderen niets aan vinden, maar wel de winst onder de 50% troef is. Het betekent dat u meedoet aan ”vrede op aarde” en dus u arm koopt aan al dat wat er met de kerst­dagen op tafel moet komen om dan uit schuldbewustzijn bovendien dan nog te storten op 45 verschillende gironummers voor alle soorten noodlij­denden. Dat is allemaal van tevoren gepland. Ook dat u zich misselijk zult eten. Ook dat u, in een sfeer van stilte, een ogenblik zult over­wegen hoe goed en hoe groot de vrede op aarde was en daarbij zult ver­geten hoe u in de maling werd genomen.

Dat wil niet zeggen dat het allemaal slecht is. Als ze demon­streren voor de vrede, doe maar mee. Maar begrijp wel, dat degenen die de demonstratie op touw hebben gezet niet werkelijke vrede bedoelen. Zij bedoelen een bepaalde soort vredelievendheid. Laat u daardoor niet misleiden. Als de mensen dan uitroepen, dat wij een stapje terug moeten doen, dan zijn dat mensen die u tot een hink‑stap‑sprong á la Kevelaer willen verleiden in de hoop dat zij daardoor vooruit kunnen komen.

Als u al die dingen begrijpt, dan zult u nog moeten leven in de wereld waarin u zit. Want u kunt geen Internationals plotseling na­tionaliseren. U kunt de standen niet ongedaan maken, ook al bestaan ze officieel niet meer. U kunt geen staatshoofden laten rollen. Dat rollen hoort juist bij de vertegenwoordigers van de staatshoofden. Die rollen uw portemonnaie! Dus u kunt geen kant uit behalve dan dat u uit uzelf doet wat goed is. Dat is de enige waarheid die de meeste mensen niet willen horen.

Als u hoort, er moeten offers worden gebracht, beslis dan voor uzelf welke offers u wilt brengen en breng die zelf. Maar zorg dan ook dat het resultaat van die offers in overeenstemming is met wat u nastreeft.

Als u zoekt naar schoonheid, laat u dan niet door een ander ver­tellen wat de laatste mode is, maar zoek doodgewoon datgene wat voor u schoonheid uitdrukt. Als men u vertelt dat er zoveel dingen zijn die erg mooi zijn (bijvoorbeeld de moderne architectuur), dan moet u niet zeg­gen, dus is het mooi. Dan moet u zeggen, wat spreekt mij aan, en alleen daarop reageren.

Als de mensen leren reageren op datgene wat zij in zich als maat­staf, als waarheid dragen, dan kunnen een hoop van die halve waarheden, die buiten u worden gebruikt om u in een bepaalde richting te dringen, heel rustig worden afgeschaft. Nu zult u zeggen, dit is heel aardig. Het is een echt politiek betoog, spitsvondig, maar waar blijft de geest!

Kijk, als de geest niet bij dit alles is betrokken, dan is uw besef van alles niet veel meer dan het verpakkingsmateriaal om de een of an­dere waardeloze surprise. Om in sinterklaasstijl te blijven, een rogge­broodrolletje besmeerd met stroop en vervolgens verpakt in feestpapier. Dat heeft u heus niet nodig. Om te weten wat u werkelijk wilt, moet u in uzelf kijken. Geestelijk bewustzijn is de basis van alles wat u werkelijk kunt zijn en doen zonder u te laten leiden door anderen. Dat betekent ook zonder u door anderen te laten misleiden.

Aangezien ik dat een heel belangrijk punt vind, wil ik nog drie punten ten aanzien van het volgende jaar naar voren brengen.

  1. Er zal steeds weer een beroep worden gedaan op uw bereidheid om een oplossing mogelijk te maken. Maar als een oplossing geen be­wezen juiste oplossing is, zou u wel gek zijn, indien u daaraan mee zou doen.
  2. Men zal u voortdurend wijzen op het feit, dat u het beter heeft dan anderen. Degenen die dat doen kunnen gemakkelijk eerlijk doen, want zij hebben het beter. Vraag u eerst eens af wat u zelf van het leven verlangt en pas dan kunt u beslissen of u beter of slech­ter af bent dan anderen.
  3. Een hoop rampen en eigenaardige situaties op de wereld zullen uw hulp noodzakelijk maken. Vraag u dan af hoe u werkelijk kunt helpen en maak u er nooit van af met een storting. U moet maar één ding onthouden als u voldoende stort, dan stort het doel in omdat de stortingen ergens terecht komen waar ze niet voor bedoeld zijn. Dat is al vaak voorgekomen en dat zal nog meer gebeuren. Vraag u af, wat kan ik persoonlijk doen? Kunt u het niet alleen, vraag u dan af, wie kan ik werkelijk vertrouwen? Werk daar dan be­wust mee samen. Het zal u in het komende jaar helpen om innerlijk een beetje be­wuster te worden van de mogelijkheden die elke mens heeft en ge­lijktijdig u iets minder gevoelig te maken voor alle indoctrinaties, misleidingen, manipulaties die men aan de buitenkant zo graag han­teert om u te kunnen voorstellen als een van de zwijgende demon­strerende meerderheid die het doel nastreeft waarvan men zelf niet beseft wat het behelst.

Degenen die het hier niet mee eens zijn, moeten voor zichzelf maar eens nadenken hoe de verschillende punten beter geformuleerd zouden kunnen worden. Laten zij zich daarbij ook afvragen waarom zij deze formulering verkiezen. Dan leren ze iets meer over mij, maar ook over zichzelf.