Waarheid

De geheimleer van Jezus en de verborgen achtergronden van het christendom – deel 1

1 januari 1956

Zo is dan weer, omringd door oliebollen, klokkengelui en klappergeknetter een jaar vol illusies ten grave gegaan en een nieuw jaar opgestaan.

Het is begrijpelijk, dat aan het einde van elk jaar de mens zichzelf moet zeggen: “Het heeft me veel gebracht, maar niet al, wat ik er van verwachtte”. Dat zult ge ook weer zeggen, wanneer het nu – volgens Uw kalender – pas begonnen jaar zo dadelijk weer ten einde gaat. Want de mens in zijn illusies leeft buiten de waarheid. Daarom zou ik met U, al is het ook niet zo passend misschien voor een bijeenkomst als deze willen trachten deze morgen te spreken over:

WAARHEID

Wat is waarheid? Waarheid is datgene, wat onveranderlijk, eeuwig en ten allen tijde zichzelf gelijk blijft en zichzelf gelijkelijk toont en uit t.o.v. al het zijnde.

Waar kunnen we die waarheid vinden? Niet in onszelf. Wij zelf zijn voortdurend veranderlijk, Onze gedachten, onze ideeën, onze uitingen en handelingen, ze veranderen voortdurend. Niet in de wereld. Want de wereld toont zich aan ons als een voortdurend zich ontwikkelend, veranderend bestel van vele krachten, geregeerd door vele wetten.

Neen, mijne vrienden, waarheid vinden wij niet in het geschapene, maar alleen in de Schepper. Waarheid kunnen wij het best omschrijven, zoals eens Johannes, de leerling van Jezus, dit heeft weergegeven, toen hij trachtte uit te leggen, wat het Koninkrijk Gods was.

“Onze Vader is alomvattend, maar onveranderlijk. Hoe wij ook tot Hem komen, vanwaar wij tot Hem gaan, Hij is altijd dezelfde, altijd gelijk en onveranderlijk. Onze behoeften doen soms ons bepaalde elementen in Zijn wezen scherper naar voren halen en zien. Maar wanneer wij ons bewust zijn van Zijn bestaan; dan weten wij, dat Hij niet anders kan zijn dan de Eeuwig Zijnde, de Eeuwig Scheppende, de Eeuwig Instandhoudende”.

Daarop word hem gezegd: “Hoe kan dan een God, Die schept, nog wáár zijn? Want scheppen is veranderen”.

O ja, er waren filosofen ook reeds in die dagen. het antwoord dat Johannes aan deze Griek gaf, is dan ook wel zeer opvallend. Hij antwoordde:

“Voor de Schepper is de schepping het altijd bestaande, het eeuwige en het onveranderlijke. Want het leeft altijd in Hen. Hij is Zichzelf gelijk gebleven. En de uiting van Zijn wezen is niets meer dan een gedachte, die een ogenblik uit de diepte van het “IK” tot de oppervlakte rijst. God is waar. En in ons moet een bewustzijn van die God bestaan. Wanneer wij geloven, dan vinden wij de enige waarheid, die voor een ieder ten allen tijde bestaat n.l. de eenheid van den Vader, Die ons heeft voortgebracht. De Vader, Die terugneemt in Zijn wezen. Die altijd en onveranderlijk ín ons Zich uit in alle wereld, in alle schepping.”

En dan kom ik terug op een betoog, dat wij gaven vóór de jaarwisseling.

“Wij mogen zelf dan misschien niet in staat zijn te beseffen hoe volledig de waarheid is en wat zij al omvat; ons leven is een gaan door vele momenten van tijd, die elk voor zich binnen het Goddelijke met al hun mogelijkheden en varianten gefixeerd zijn. Wij kunnen niet blijven staan op een punt. Wij kunnen niet vanuit een willekeurig punt op onze weg het Al overschouwen. Wij moeten eerst leren begrijpen, hoe er verband en eenheid ligt tussen alle dingen. Hoe de eeuwigheid lang bestaand was en van de momenten binnen het Goddelijke, die wij beleven, vrij zijn in wil en uiting”.

Het element tijd, dat voor ons zo belangrijk is, voor U, Uw wereldtijdsrekening, voor ons de persoonlijke tijdservaring, is niet. In God bestaat zij niet. En eerst, wanneer wij deze Werkelijk Zijnde Zijnde kunnen uitschakelen komen wij tot een realisatie van de Werkelijkheid. Wie zal, een korrel zand beschouwende, kunnen zeggen, hoe groot het strand is en hoe schoon het zich langs de zee vlijt.

Evenmin kunnen wij, bij het beschouwen van enkele momenten tijds vanuit het kennen van een leven, zeggen; “Ziet, zo is de uiting van het Goddelijke, gevlijd rond de oceaan van Goddelijke Kracht.”

Wij zijn gebonden door onze kleinheid in waan. Meer buiten alle uiterlijkheden om, buiten alle kennen en beleven, bestaat er voor ons een innerlijk weten. Een innerlijk weten omtrent de grote macht “God”, waarvan wij het bestaan niet kunnen aantonen of bewijzen. Het weten omtrent een denkend, scheppend, werkend Vermogen, waaruit wij zijn geboren. Een innerlijk begrip omtrent het Alomvattende, de Lichtende Kracht, Die het Al in stand houdt. En deze innerlijke waarde is onze enige waarheid.

Wat wij dromen over de wereld van morgen, wat wij zoeken in het gebeuren van vandaag, wat wij betreuren in het verleden. is alles waan. Deze dingen zijn onbelangrijk, het is slechts een punt uit een veelheid van mogelijkheden en voor ons slechts van betekenis, omdat wij menen dat dit de enige mogelijkheid is, die er voor ons bestaat. Op zichzelf onbelangrijk. Daarom dromen wij. Daarom maken wij illusies. Daarom zoeken wij voortdurend en eeuwig naar een volmaaktheid binnen onze tijd, die slechts buiten de tijd om bereikbaar is.

Ik had gehoopt U een spreker te kunnen brengen om dit nader uiteen te zetten. De vele storingen echter doen het raadzaam lijken, hiermede dan niet verder te gaan op het ogenblik. Ik zal dus trachten zelf U nog iets omtrent de waarheid te vertellen, voordat wij dit eerste deel van de bijeenkomst gaan besluiten.

Wanneer je leeft, wanneer je  een ogenblik doormaakt van leven dan lijkt het je over het algemeen, dat je de Waarheid hebt gevonden. Dan gevoel je voor jezelf, dat er weinig meer kan gebeuren dan juist dit.

O zeker, je zegt tegen jezelf: “Indien dit nu eens anders geweest ware, indien ik nu eens zus of zo….” Dan denk je aan oorzaak en gevolg, dan vrees je, dat je slecht hebt gedaan. Maar je voelt voor jezelf, dat er niets te veranderen is aan dit punt, Waarom? Omdat dit punt reeds gerealiseerd is.

De mens heeft niet het vermogen om terug te gaan in de tijd. Zou dat kunnen, dan zouden we op elk willekeurig punt van ons leven opnieuw kunnen beginnen en een andere weg kiezen. Maar hebben we eenmaal het punt “heden”, dan moeten wij van daaruit verder. Daar is niets aan te doen. Een punt “heden” is niet neer te veranderen. Want het is beleefd. Het is in je bewustzijn gegrift. En dit bewustzijn brengt met zich mede, dat je eenvoudig gebonden bent. Dat, wat in je bewustzijn bestaat, kun je nooit meer uitblussen, zonder jezelf te schaden, te verkleinen en uiteindelijk te vernietigen.

Wat je beleefd hebt, is deel van je leven en van je waarheid. En krachtens alle kennis die je door dit beleven hebt ervaren, moet je in de toekomst kiezen. Niet dromen over wat prettig, wat mooi, wat aangenaam zou zijn, wat goed zou zijn voor Uzelf of voor de wereld. Want dat is de illusie. En illusies worden altijd weer beschaamd, de droom wordt zelden werkelijkheid.

Handel! Handelen is de grote waarheid van het menselijk bestaan. Al het andere is dwaasheid. Want wat geeft het U of ge vol leeft van gedachten, die alleen een realisatie zijn van mogelijkheden. Wat geeft het U, of ge kunt voorstellen, hoe het zou moeten zijn, wanneer de wereld volmaakt ware. Wat geeft het U, of ge alle sferen uit de geest kunt omschrijven, nauwkeurig en precies. Deze dingen zijn voor U niet te beleven of waar. Gij moet vanuit het punt “heden” verdergaan. Vanaf nu, dit ogenblik.

En hoe kunt ge dan verdergaan? Alleen met denken of dromen? Neen, want dan blijft ge stilstaan. Dan zijt ge zo gebonden aan de stof, aan de materie, aan de sfeer. Dan is alles rond U doods. Dan hebben de opeenvolgende elementen door de willekeurigheid van het leven geen enkele waarde. Ge wordt voortgestuwd in een bepaalde de richting, ge laat U drijven. Hoe wilt ge dan waarheid vinden?

Hoe kan een stuk papier de waarheid omtrent de wereld vinden in een warrelende gang, een ogenblik gevangen in een wervelwind? Een stofje, voortgejaagd door de storm? Deze dingen gaan en zijn dood.

Gij hebt een bewustzijn. Maar zonder de daad, zonder de uitdrukking van Uw wezen en denken, zijt ge eigenlijk ook dood, zult ge nooit de waarheid keren kennen.

De waarheid vindt de mens en ook de geest, wanneer hij of zij doelbewust kiest, vanuit de toestand van dit ogenblik, dat gerealiseerd is, een reeks bewuste handelingen kiest, die moeten leiden tot een doel, dat men zich gesteld heeft. Gij kiest dan in de vele mogelijkheden, binnen het Goddelijke besloten, Uw eigen weg, Hierdoor tekent ge binnen het Goddelijke nauwkeurig het beeld van Uw eigen wezen.

Indien gij Uzelf kent, kunt gij in harmonie komen met de wereld rond U. De harmonie met de wereld rond U zult ge de wereld rond U begrijpen, erkennen en mede ervaren. En in dit ervaren zult ge komen tot een realisatie van de grootheid Gods. Dan zult ge niet slechts het strand kennen, maar het strand zijn. Het strand dat de Oceaan begrenst, omgeeft.

Wanneer eens de wateren stijgen en het strand weer wordt opgenomen in de volheid van de zee der Goddelijke Krachten, dan nog zult ge niet zijn ondergegaan. Want Uw bewustzijn zal verder zweven tot in Oneindigheid, binnen deze zelfde goddelijke Kracht.

Op deze eerste dag van het nieuwe jaar kan ik U niets beters raden en niets beters wensen dan dit: Zoek Uzelf te zijn, verantwoord voor Uzelf, in het geloof dat ge in U draagt. En handel steeds bewust. Doe de dingen niet, omdat ge gedreven wordt daartoe maar omdat ge ze wilt. En laat alle handelen leiden tot een doel, dat in Uw eigen wezen reeds als voorstelling bestaat. Zo zult ge het bewustzijn verwerven, dat voor U de vrijheid betekent van geestelijke sfeer en het Goddelijke te benaderen en uiteindelijk zelfs daarin op te gaan.

Dit, mijne vrienden, is dan het eerste, dat ik U heb voor te zeggen. Ik hoop, dat het ondanks storingen en onrust U toch duidelijk heeft kunnen maken, dat niets in het leven, niets in het bestaan, waarde heeft, wanneer wij niet de waarheid zoeken en uitdrukken, ook metterdaad.

VERNIEUWING

Er zijn zoveel dingen in het leven, die oud en versleten zijn. Wij hebben ze lief, omdat wij zo gewend zijn aan wat ze altijd in ons leven betekenden. Zo hebben wij menige morele maatstaf, die wankel is geworden. Maar we hebben er altijd mee geleefd en daarom vinden we ze kostbaar en dierbaar.

Wij hebben een geloof, waaraan wijzelf eigenlijk niet meer geloven. Maar we hebben altijd op deze wijze het leven beschouwd. En daarom kunnen wij dit geloof niet verloochenen. Liever zien wij de werkelijkheid te gronde gaan dan deze waarde, die in onszelf bestaat.

Wij hebben een mening over de wetenschap. En een ieder, die beweert, dat het anders is, ook al kan hij het bewijzen is een leugenaar. Want we hebben onze eigen wijsheid zozeer lief.

Men kan ons spreken van betere werelden, van beter bestaan, maar wij hebben onszelf zozeer lief, dat wij alle betere wereld gaarne laten, wanneer wij onszelf kunnen blijven, zoals we zijn. Altijd is de mensheid en ook vaak de geest vooral in de lagere regionen vol van deze behoudzucht.

Er komt echter een ogenblik, dat wij gedwongen het oude weg te moeten werpen. En dan klagen wij, omdat er ons zoveel verloren is gegaan. Eigenlijk dwaasheid. Want voor hetgeen wij wegwerpen, moeten wij iets nieuws terugvinden. Iets anders misschien. Iets wat beter past bij ons of bij de tijd, of de staat van bewustzijn, waarin we leven. Maar …. iets nieuws.

Wij hernieuwen a.h.w. ons geestelijk ameublement. Wij hernieuwen onze geestelijke waarden en ons geestelijk bestaan. Wij hervormen en herbouwen onze stofwereld en komen zo tot een volledig ander inzicht over al hetgeen het leven biedt. Wij vinden in de vernieuwing een wereldbeeld, of een uiting, die meer is aangepast aan de werkelijkheid.

Een mens sterft. En men ziet het als ondergaan, omdat het oude, geliefde, het oudgewende teloor gaat. In werkelijkheid is het een vernieuwing. Want bevrijd van het stoffelijk lichaam gaat de geest opwaarts en moet zich een ander, nieuw leven bouwen; meer gebaseerd op de waarden, die zij in zich draagt dan alle vorige bestaan.

Er gaat een jaar ten einde en men ziet het als iets jammerlijks eigenlijk. En alleen ommentwille van de droom, dat het oude jaar zichzelf weer zal openbaren, maar dan zonder onaangenaamheden, in het nieuwe, viert men het nieuwe.

Maar het Nieuwjaar betekent een verandering van omstandigheden. Vernieuwing. Het wordt anders, vreemder. Maar het zal ongetwijfeld vele mensen dichter bij de waarheid brengen. Het zal meer tonen van het werkelijk streven der wereld, de uitwerking van alle gedachten, in het verleden gedacht.

Echter al deze dingen zijn klein vergeleken bij de vernieuwing, die in het komende jaar aanvangt zich kenbaar te maken. Want langzaam maar zeker zijn de oude geestelijke krachten weggenomen. De oude gedachten en ideeën wankelen en breken. Nieuwe invloeden van geestelijke heersers, nieuwe invloeden vanuit de Witte Broederschap, invloeden van geestelijk bewustzijn, van inkeer tot het “ik” dringen door tot deze wereld.  Dan breekt er veel. Staatssymbolen wankelen. Economieën dreigen ten onder te gaan. Industrieën gaan teniet. De levensstandaard verandert. Verandert zo, dat men zich is, dat in zo korte tijd afvraagt, of het mogelijk is dat de wereld in zo’n korte tijd kan veranderen.

En men treurt over hetgeen is heengegaan. Men spreekt over de goede, oude tijd en durft zich niet te realiseren, wat voor goeds in de nieuwe tijd geboren wordt.

Grote geestelijke hernieuwing van een mensheid, die ze nodig met geweld los zal worden gemaakt van alle stoffelijk aanschouwen en zoeken. Een mensheid, die zal worden gericht op het andere, het nieuwe, het betere aspect: de geest, de mens zal zijn aandacht gaan wijden aan de capaciteiten, de bekwaamheden, de eigenschappen van de geest.

Meer en meer komt dit reeds op de voorgrond. En het lijkt ons allen goed, wanneer wij zien, hoe de stoffelijke normen langzaam maar zeker worden verlaten voor een nieuw geestelijk bewustzijn en inzicht. En er zal er een tijd komen, dat nieuwe geestelijke invloed vernieuwing brengt en de wereld terug zal keren tot het materialisme.

Wel, vernieuwing betekent: de dood van het oude, omdat slechts het nieuwe werkelijke invloed heeft. Het is nog niet tot gewoonte geworden. Dát alleen brengt een volledig beleven.

En zo is het noodzakelijk, dat de vernieuwing niet slechts die van één ogenblik is, maar dat zij voortdurend werkzaam blijft. Nauw hebben wij het één bereikt en verheugen wij ons op de bereiking, of we moeten weer in een andere richting streven, totdat wij ander punt bereiken. Elk ogenblik van gezapige rust, van stilstand betekent geestelijke achteruitgang en ondergang. De vernieuwing is het leven zelve.

Want het leven zelve vernieuwt steeds voor ons de levende Kracht, de ervaring en het bewustzijn. Vernieuwing is de eeuwige jeugd en het eeuwig leven.

Zolang wij niet het volmaakte evenwicht hebben gevonden, de werkelijke vrede, die geen einde kent, is voor ons vernieuwing de enige kracht, die ons kan voeren tot groter geestelijk bewustzijn, tot juistere levensuiting in elke wereld. Ervaren; de waarde in je behouden en het nieuwe zoeken. Je niet hechten aan één idee of één gedachte. Je niet hechten aan één voorwerp of één stijl van leven. Maar steeds kunnen veranderen en verder gaan. Want elke hechting aan een bepaald idee, een bepaald leven, een bepaalde leer, aan dingen, voorwerpen en mensen in de zin van “bezit”, dat men niet wil laten gaan, betekent vertraging van het bewustwordingsproces, veel lijden en een gebondenheid, die ons tragisch kluistert in het onbegrip van Licht en Goddelijke Waarde.

Vernieuwing is leven. Vernieuwing niet alleen van een jaartal maar vernieuwing van alle levenswaarden. Van geloof, van denken. Van armoede en rijkdom. Van ziekte en gezondheid. Steeds weer afwisseling, steeds weer vernieuwing van toestand. Opdat wij – door de vele fasen van het bestaan gaande – eens zullen komen tot het kennen  van de grondwaarde, die in alles oud en nieuw leeft: de Goddelijk Kracht, waaruit wij geboren zijn.

Want in God bestaat geen vernieuwing. Omdat het altijd nieuw blijft, het is zo groot, dat het nooit kan worden, maar altijd een beleving blijft.

Alle beleven is vernieuwing. Alle vernieuwing is Maar zij, die bewust zijn van de waarden des bestaans, zullen richting geven aan het leven, opdat de vernieuwing van het leven betekent; ook een vergroting van kracht en vrede, waardoor men het nieuwe eenvoudiger kan  aanvaarden, begrijpen en verdergaan. Ik dank u voor Uw  aandacht en hoop, dat hiermede het onderwerp naar Uw genoegen is behandeld.