Waarneming en waarnemingsvermogen

image_pdf

10 maart 1988

Zo, goedenavond vrienden. Ja, we zijn niet alwetend, we zijn niet onfeilbaar. Dat weten we allang, maar houdt u er toch rekening mee. We praten vanavond over het waarnemingsvermogen van alle levende wezens.

Waarnemingsvermogen is natuurlijk een algemene term, want wanneer u voelt neemt u iets waar. En u kunt dingen waarnemen zonder dat u weet waar ze vandaan komen. Ineens een tocht in uw nek bijvoorbeeld, vooral als het op een donkere zolder gebeurt, dan wekt dat nogal, eens reacties. Waarnemingsvermogen is in feite gebaseerd op het vermogen om van buiten komende indrukken te ontvangen en om te zetten in herinnerings- of vergelijkingsbeelden.

Er is dus een dubbele functie: de waarneming van wat buiten het ik bestaat en daarnaast de analyse daarvan door de hersenen. Er zijn in de hersenen van de mens een aantal herinneringscentra, waarbij de een zich bezighoudt met kleur, de andere weer met vormen, weer een andere met klanken, weer een andere met geuren enz. enz. Die worden dan gecombineerd en daaruit ontstaat dan een signaal. Dat wordt vergeleken met alles wat in de herinneringscentra aanwezig is. En op het ogenblik dat er een parallel is gevonden of een exact beeld, ontstaat als het ware dat beeld in je.

Nu zult u begrijpen dat levende wezens het allemaal op een beetje andere manier bekijken. Neem bijvoorbeeld een kat. Een kat die kijkt met geitenogen de wereld in, neemt waar, maar eigenlijk met praktisch geen kleurverschillen. Er zijn wel nuanceverschillen, maar menselijk vergeleken zou het grotendeels grijsnuances zijn. Er komt echter wel kleur in voor, maar dat is beperkt. Wat heeft die kat nu. Ze gaat zich bezig houden met datgene wat ze wil constateren. Ze heeft iets waargenomen, het lijkt ergens op, is het nu waar? En wat doet ze? Ze snuffelt. Want de reuk geeft dan voor haar een indicatie, omdat ze veel beter ruikt dan de meeste mensen. Het is dat katten eraan gewend zijn, maar anders zou je zeggen: alle mensen stinken. Zij kan dus op een gegeven ogenblik zoals wij een beeld krijgen en dat kan een associatief beeld zijn. Het kan dus te maken hebben bijvoorbeeld met voeding, met jacht, met
spel, met zekerheid, met behoren bij of bang zijn voor. En al die in feite toch weer emotionele
dingen zijn voor het dier erg belangrijk.

Wanneer je nu dieren hebt in het wild, dan hebben ze natuurlijk ook een soortgelijk vermogen. Wanneer we bijvoorbeeld denken aan een gazelle, een gazelle neemt wel zeer scherp zelfs kleurverschillen waar, maar constateert niet zoals wij kleuren. Die gazelle associeert bepaalde kleuren of combinaties van kleuren met dreiging, met gevaar. Datzelfde bestaat voor bepaalde geluiden. Nu verandert er iets in de omgeving. Er dreigt bijvoorbeeld een brand, een vulkanische uitbarsting. Het is nog een heldere hemel, maar dadelijk zal er een storm losbarsten. Het dier voelt dat aan en reageert daar nu op alsof het een direct kenbaar gevaar zou zijn. Zelfs de vluchtrichting wordt op dezelfde manier bepaald als dat bij het constateren van een gevaar het geval is.

Hoe komt dat? Wel, er zijn nog dingen die we niet kunnen zien, niet kunnen horen en niet bewust kunnen voelen en die toch bestaan. Er is een magnetisch veld op aarde, er is luchtelektriciteit. Wanneer die factoren veranderen, dan merkt een mens dat wel, maar hij verbindt daaraan meestal geen verdere associatie. Toch weet u allemaal wanneer een onweer dreigt, dan bent u een beetje onrustig en ongedurig en misschien nog hoofdpijnerig daarbij. Er staat een grote weersomslag te wachten. Dan merkt u dat zelf misschien niet, maar uw eksterogen beginnen te steken, als u ze hebt tenminste. U constateert hier veranderingen zonder dat u ze met de bekende zintuigen waarneemt. Uw lichaam reageert daarop.
Dat is iets heel belangrijks wanneer we het hebben over dat waarnemingsvermogen, want al te vaak is het: wat ik zie dat is er en wat ik niet zie, is er niet. Dat zeggen vooral Noord- Europeanen, die hebben nooit een fata morgana meegemaakt, vandaar dat ze achter vele politieke fata morgana’s aanlopen.

Maar deze gevoeligheid kan zelfs omslaan in iets wat je helderziendheid noemt. Want wat is het geval? Dergelijke spanningen kunnen ontstaan voordat er een gebeurtenis is. Zoals de kudde wegvlucht uit lager gelegen gebied voordat er regens losbreken, zo kunt u op een gegeven ogenblik een trein a.h.w. onaangenaam vinden en dan maar een andere pakken en meestal hebt u nog gelijk ook. De tijd is namelijk voor ons wel, als we op aarde leven, een soort lijn die we volgen, maar in werkelijkheid is het een vaste afmeting. En u weet, wanneer je ergens slaat op een bepaald punt van een stukje koperdraad, dat niet alleen ter plaatse een verandering plaatsvindt, maar ook dat de rest verbuigt of verandert. En die veranderingen vinden plaats ergens anders op de lijn dan daar waar de feitelijke beroering gebeurt. Ik probeer het eenvoudig te maken; als het niet zo is, dan zegt u het maar, hoor.

Wanneer er een invloed is in een nabije toekomst en ik ben er op welke wijze dan op afgestemd of harmonisch mee – dat kan zijn door een relatie met een voorwerp, een relatie met een mens en zelfs een plant dat je in je hoofd hebt – dan zul je dingen aanvoelen die nog moeten gaan gebeuren of je zult vervormingen constateren die het gevolg zijn van iets wat in de tijd zoals u die kent, al gebeurd is.

Zolang dat alleen maar gevoel is, spreken we niet van helderziendheid. Maar op het ogenblik dat daar beeldassociaties bij kunnen komen of woordassociaties, dan wordt het geheel in een hanteerbaar begrip, mentaal begrip, uitgedrukt en op dat ogenblik kunnen we dat mededelen.

Zeggen we dat en hebben we dan gelijk, dan zegt men: o, dat is helderziendheid in ruimte en tijd bijvoorbeeld. Nu denkt u waarschijnlijk dat u dat alleen hebt. Nee, er zijn ontzettend veel levende wezens die dat bezitten. Het is heel eigenaardig dat bijvoorbeeld slachtdieren, wanneer ze nog worden opgedreven in de eigen wei, al onrustig worden, omdat ze voorvoelen
wat er gaat gebeuren. Toch hebben ze het nooit meegemaakt, ze kunnen dus niet zeggen: dat gaat er gebeuren, maar ze voelen een, een soort doodsdreiging aan, zoiets of ze ziek gaan worden en daardoor worden ze onrustig. Een bekend voorbeeld is de lemmingdrang, weet u wel, dat is iets daar lijden de mensen ook onder, maar alleen i.v.m. met milieu.

De lemmings trekken op een gegeven ogenblik allemaal weg en komen daar aan het water en zwemmen eenvoudig de zee in, terwijl ze zouden moeten weten dat ze dan verdrinken, maar op een of andere manier worden ze gedreven. Dan zegt men: ja, dat is een massa-instinct, vroeger waren daar de paarplaatsen en daar willen ze naar toe. Vergeet het maar. Op een gegeven ogenblik ontstaat er in jou een drang die niet op het zintuiglijke berust. Op het ogenblik dat je die drang volgt, weet je bewust wel wat de consequentie zal zijn, maar je kunt jezelf niet meer helpen.

Er zijn invloeden in de kosmos bijvoorbeeld die op een gegeven ogenblik de aarde beroeren. En dan kunnen de mensen wel zeggen: ja, maar ik reageer daar niet op, want ik gebruik mijn verstand, maar ondertussen slaan ze wel een ander de kop in. Waar ze anders zouden zeggen: zeg, kan het niet een beetje rustiger. Dus ook dergelijke invloeden worden geconstateerd en gezien de omschrijving die ik in het begin gaf, mogen we hier spreken over waarneming en waarnemingsvermogen, daar immers een reactie binnen het ik volgt. Wanneer die reactie gepaard gaat met een aanwezig beeld of een harmonisch parallelbeeld, zeg maar, dan kunnen
in het ik vergelijkingen ontstaan. Waar ze niet aanwezig zijn, ontstaan gevoelens. Deze gevoelens zijn niet rationeel verklaarbaar, maar gelijktijdig zijn ze bijna dwingend voor de onbewuste keuze die je maakt in de volgende tijden. En dat houdt in beste mensen, dat u veel
meer waarnemingsvermogen bezit dan u zich zelf kunt voorstellen. U voelt dingen aan zonder te weten dat u iets ruikt. U voelt dingen aan, omdat de spanning van de luchtelektriciteit veranderd is. Of wanneer er een magnetische storing aanwezig is of zelfs maar op komst is, dan voelt u dat aan en u wordt er wrevelig en onrustig van.

En als je dat allemaal bij elkaar optelt, dan kun je dus zeggen: leven berust weliswaar op waarnemingsvermogen, maar alle schepselen bezitten een waarnemingsvermogen dat uitgaat
boven de zintuiglijke en rationele verwerking van indrukken en dat in staat is om de mens a.h.w. te programmeren volgens officieel niet kenbare of niet bestaande situaties of omstandigheden. Dat zeggen we dan over de mens, maar ik heb al een aantal diersoorten aangehaald. Wat zou u zeggen van krill? U weet wat krill  is? Krill, dat zijn die hele kleine levende wezentjes, zeekrabjes en de hemel weet wat nog meer en een soort hors d’oeuvres varie miniatuur, dat alleen wordt geconsumeerd door een aantal vissen en dat zelfs behoort tot het geliefde dieet van de walvis. Wanneer een walvissoort gewoon komt grazen, dan zie je geen reactie in het krill. Het is iets wat hoort bij het milieu, bij het natuurlijke. Op het ogenblik echter dat er een onderzeese uitbarsting plaatsvindt of gaat vinden, dat er een verontreiniging van het water ontstaat of kan gaan ontstaan, zien wij dat het krill zijn eigen hoogte van beweging in het water verandert en a.h.w. probeert weg te vluchten, straalsgewijze vanaf het punt waar de storing het eerst wordt aangevoeld om zo zich eraan te onttrekken.

En nu is hier toch niet, zou ik zeggen, sprake van een denkvermogen in menselijke zin en instinkt. Ja, misschien zit het er wel in, maar als je dat zo bekijkt nietwaar, zo’n heel klein beetje, je kunt het haast niet zien, je hebt een microscoop nodig om het goed te bekijken. Daar zitten hersens in, die zijn kleiner dan een speldenknop en toch nemen ze het waar. Deze wezens, die hersens hebben niet groter dan dat deel dat de stomste mensen van hun eigen hersens gebruiken, weten niet wat er gaat gebeuren, maar dat er gaat gebeuren en reageren. Dan komen we als vanzelf ook weer terecht in de wereld van de geest, tenzij u bezwaar maakt, hoor. Kijk, en de wereld van de geest, dat hebben we heel vaak verteld, er is hoofdzakelijk een zeer complexe uitwisseling van gedachtesignalen mogelijk en daardoor ontstaan beelden en dergelijke dingen. Maar je wordt ook getroffen door dingen die je niet kent, die geen beeld, geen directe reactie in je wekken. En die toch je eigen benadering van al hetgeen je kent voor een ogenblik wijzigen.

Als je dat probeert te verklaren, dan zijn er heel veel verschillende stellingen. Het onverklaarbare wordt altijd op vele verschillende manieren verklaard en elk schijnt logisch en geen een is het, maar dan zeggen wij dus: je hebt een aantal voertuigen die niet in je bewustzijn nog vertegenwoordigd zijn als bewuste, als werkzame factor. Zij nemen wel waar, maar wat zij waarnemen kunnen wij alleen vertalen, wanneer het valt binnen het begripsvermogen dat we nu bezitten en dat zal dan meestal worden toegepast op de wetten van de wereld zoals wij die nu ervaren zonder te beseffen dat dat eigenlijk ook een illusiebeeld is.

Als je dat zo bekijkt, dan zijn er eigenlijk uitstralingen te over en die uitstralingen reageren, maar waarom? Als ik een berg neem, er zijn bepaalde bergen, die noemt men wel eens kwaadaardig. Nou ja, dat zijn meestal dus de niet-alpinisten, die ze zo noemen. Maar, wat is er aan de hand?

Er zijn een aantal bergen, die kun je langs de natuurlijk toegankelijke paden zonder meer benaderen. Op het ogenblik echter dat je daar van afwijkt, dan ben je niet in het, zeg maar, bewustzijn, dat is het eigenlijk niet, maar bewustzijn van die berg opgenomen. Er is een afwijkende uitstraling waargenomen. En wat doet de berg? Ze probeert het te compenseren, want het is een storende invloed. En dat compenseren, dat kan dan onder andere met steenlawines gepaard gaan. Krankzinnig, ongetwijfeld. Maar ja, hebt u wel eens een mens ontmoet die normaal was? En geesten zijn helemaal niet normaal, want volgens velen mogen ze niet bestaan en volgens anderen alleen muziek maken en halleluja zingen of kreunen.

Dus laten we in ‘s hemelsnaam even begrijpen, een berg kan ook een levend wezen zijn. Een zon is een levend wezen. We kunnen het wel zeggen maar, ja, dat is niet controleerbaar. Ja, misschien is het bezield, maar een bewustzijn zal ze dan toch…Waarom dacht u dat een zon op bepaalde ogenblikken buiten de normale regelmaat toch tot uitbarsting in de atmosfeer komt? Omdat er dus plotseling, en soms zelfs tamelijk hevig, zonnevlekken ontstaan buiten de normale uitbarstingencyclus die uiteindelijk berust op de wisselwerking tussen kern en atmosfeer. Daar komt de energie vandaan.

Wel, er kunnen situaties ontstaan of aangevoeld worden,  dan zijn ze dus voor u nog geen feit, waarop die zon moet reageren om haar eigen evenwicht, en dat is toch al aan het wankelen, te bewaren. De zon, die reageert, ze moet haar eigen evenwicht handhaven. Dientengevolge begint ze met extra energieën in zichzelf op te wekken en dit betekent ook weer dat ze sterke uitstraling van fotonen, neutronen enz. enz. de wereldruimte inzendt of ze ontvangt een signaal en ze antwoordt erop. Dan moet ze dat gericht doen. Maar ja, valt dat nou toevallig binnen uw gezichtsveld, dan zie je een betrekkelijk kort bestaande, maar meestal wel zeer diepe trechter ontstaan om zo snel mogelijk een signaal naar een andere ster te krijgen.

Ja, de zon heeft de tijd, u niet hoor, maar de zon wel. Dan moet je daar dus nou eenmaal versnelling aanbrengen en als je dan kijkt wat zo’n trechter nou eigenlijk in die atmosfeer betekent en je ziet dat er grote magnetische spanningsvelden omheen zijn, dan zou je het wel eens kunnen vergelijken met een soort rechtlijnig cyclotron…, een deeltjesversneller. Al die dingen wijzen erop dat er een waarneming bestaat en dat dus bijna alles wat bestaat ergens een waarnemingsvermogen heeft.

Soms komt het heel simpel tot uiting, bv. een plant. U heeft waarschijnlijk ook wel eens meegemaakt dat planten a.h.w. meedraaien, zich oriënteren op de zon of wanneer die maar eencelligen kan bereiken, in een bos of een huiskamer of zo, op het punt waar het licht het meest verwacht kan worden. Dat is een beweging, want je kunt zo’n pot dan omdraaien, maar dan zie je dat die stengels er net zo lang vervreemd…, er komt meestal wel een bochtje in tot toch weer het meeste blad en de bloem zelf, als ze aanwezig is, zich naar die zon gericht hebben.

Dat betekent dat er ook een reactie moet zijn die op waarneming berust. De plant is kennelijk
in staat waar te nemen waar het beste licht vandaan komt en dat is heel begrijpelijk dat dat belangrijk is; dat is voor het omzettingsproces in de plant erg belangrijk en daarnaast heeft ze
kennelijk ook begrip voor bepaalde buien die kunnen ontstaan voordat ze er zijn. Je hebt wel zo’n tijdje, dan is het zonnig, weet u wel, een beetje heiig misschien en dan ligt er zo’n weitje bij en als u in dat gras kijkt, dan is het net alsof het wacht. Het hangt er zo’n beetje bij zoals sommige jongelui op de hoek van de straat. En dan, voordat het eerste windje al komt dat de regen aan gaat kondigen, dan is het net of die blaadjes al aan het bewegen zijn. Er is een komend voedsel a.h.w. al bekend voordat het er is: waarnemingsvermogen. Als je het allemaal bij elkaar pakt, dan zou je het misschien zo kunnen formuleren:
Waarnemingsvermogen berust niet slechts op zintuiglijkheid, maar op het vermogen om afwijkingen in een norm te constateren, onverschillig of deze zich op menselijk, op energetisch, astraal of ander vlak afspeelt. Door deze reactie kan men zich a.h.w. voorbereiden op komende waarden en er aandacht aan geven.

Heb ik het tot zover duidelijk gedaan? Heb ik vragen of problemen opgeworpen, dan kunt u dat nu alvast even zeggen. Nou dan gaan we verder.
En een groot gedeelte van onze reacties op waarneming kan instinctief zijn. Denk maar aan de poes: ze zit roerloos, alleen het puntje van haar staart trekt. Met hele korte schokjes, net of
dat ze met die staart zou willen zwaaien, maar zich stil probeert te houden, maar dat topje verraadt haar. Poes jaagt, ze ziet prooi. En zo heeft u ook bepaalde dingen die u verraden, eigenlijk. Ook u zult op bepaalde invloeden instinctief reageren. En dan kunt u niet zeggen: dit is de oorzaak of dat. U kunt bijvoorbeeld niet zeggen: de maan brengt gepolariseerd zonlicht naar de aarde en de eenzijdigheid van dit gepolariseerd licht heeft grote invloed op de erotische gevoeligheid van de mens. Als je dat trouwens zo zegt, maak je iets onmogelijk waar vele dichters de mooiste dingen over hebben gezegd. Maar het is wel waar. Er zijn mensen die automatisch beginnen te huiveren voordat plotseling een temperatuursverandering optreedt. Dan zit die huid gewoon te trekken. Onzin. Hoe komt dat?

Omdat ze zich al voorbereiden op een toestand die nog niet is opgetreden, maar ze beseffen
het zelf niet en zeggen: God, er loopt iemand over mijn graf heen. Ja, wat dat betreft als je
sommige mensen ziet, dan moeten dat wel optochten zijn over dat graf. Laten we daar niet
over praten.

Het belangrijke dus van het geheel is eigenlijk: er zijn dingen die niet rationeel kenbaar zijn, waarop we instinctief vaak toch reageren en die ons bereiken op een peil of niveau dat niet wetenschappelijk of rationeel benaderbaar is tot op heden. En nu gaan we even een andere kant uit, als u het niet erg vindt, een omweggetje. Ik vind het gezellig met u, dus laten we een ommetje maken. Maar er is een God, hoe kom je eraan? Ja, het wordt gepredikt, natuurlijk, maar soms voel je het echt. Wat die God is, weet je niet. En toch is het een vreemde beleving in jezelf die je alleen kunt verklaren door een persoonlijke kracht te stellen die buiten je is. Hoe kom je eraan? Niemand weet het en waarom zijn sommige mensen er veel gevoeliger voor dan anderen? Het is ook niet zonder meer te zeggen, ofschoon blijkt dat de meeste mystici de neiging hebben dus om in zichzelf een vrede te zoeken, en kennelijk word je sterker beïnvloed door die kracht naarmate je innerlijk meer vrede kent.

Dan nemen wij God waar, alleen weten wij het niet. En dan kunnen we natuurlijk zeggen dat die God eisen stelt. In heilige boeken staat en dat schrijvers van andere boeken afgemaakt moeten worden en al die dingen meer. Het mag allemaal. Dat, dat is die man die bijna gosiemeine heet en als je zijn uitspraak hoort, zou je dat ook steeds willen roepen. Maar, hoe kom je daar eigenlijk bij? Omdat je een rede nodig hebt. Je hebt een beleving, een gevoel, maar je moet er vorm aan geven. En het heilige boek of een bepaald geloof of zelfs een bepaalde overtuiging of studie geeft ons dan het houvast: het is de formulering geworden waarin we uit kunnen drukken, wat ons beroert zonder dat we het gelijktijdig behoeven te omschrijven. De omschrijving is eenvoudig een aangenomen punt.

Dan zou je moeten zeggen: dat er zoveel geloof is geweest altijd op de wereld, is het resultaat van de aanwezigheid van een bepaalde invloed, welke instinctief wordt geconstateerd, maar die alleen verklaard kan worden in in feite onjuiste menselijke bewoordingen en termen. En wanneer dat bij ons zo is, bij mensen, waarom zou het dan niet zijn bij dieren? Een hond voelt misschien diezelfde trilling aan, maar omdat hij niet beter weet, associeert hij het met zijn baas.

En er zijn andere levende wezens in de ruimte en die wezens ervaren ook iets. Spreken zij over God, zeker niet zoals dat op aarde gebeurt. Maar ze voelen wel aan, en dan zoeken ook zij naar een rationalisatie, dus een uitdrukking die binnen hun begripsvermogen valt. En zo komen ook zij tot allerhande grondstellingen, soms van morele, soms van religieuze aard, die
in feite niets anders weergeven dan het ondergaan van een invloed, waarvan de geaardheid en het wezen zelf niet constateerbaar zijn.

En dan wordt ook duidelijk waarom wij voortdurend proberen om alles in een bepaald kader te brengen. Denkt u niet dat u de enige bent; de mieren onder mekaar maken ook ruzie, omdat de een niet zo hard loopt als volgens de ander, volgens de norm van de groep, zou moeten; en de bijen, die maken ook ruzie met elkaar, want er is wel gedanst over de honing,  maar dat dansje, dat had net een pas te kort en daardoor zijn er toch een paar scouts verkeerd gevlogen. We zijn nou eenmaal altijd bezig om verklaringen te zoeken voor dingen die er zijn en ook voor de dingen die er niet zijn.

En het wonderlijke is dat de dingen die er niet zijn, worden aangevoeld. Op het ogenblik dat we iets aanvoelen en het binnen onze eigen termen, onze mogelijkheden proberen te plaatsen, dan komen we heel vaak ook tot een afleiding die bijvoorbeeld een technische mogelijkheid omvat of iets anders. Het scheppend proces in de mens is heel vaak een directe afleiding van zijn ervaring van een scheppende kracht die zich buiten hem bevindt.

 Maar de relatie kan niet rationeel gelegd worden. En als u denkt dat mensen rationeel zijn, dan moet u maar eens horen als er iets mis is gegaan; zij hebben het altijd goed gedaan, het is de schuld van een ander. Zelfs wanneer het tegendeel bewijsbaar was. En als iemand te lui is om te werken, dan is dan niet zijn ellende, omdat hij daardoor over onvoldoende middelen beschikt. Nee, het is de schuld van de gemeenschap die hem in staat zou moeten stellen om
zoveel bier te drinken als hij zou willen. Net of hij zich normaal niet bezopen aanstelt.

We proberen alles in een kader te zetten. En zolang dat gaat over zintuiglijke waarnemingen, is dat wel mogelijk, maar zelfs dan alleen maar in zekere mate. Op het ogenblik echter dat het gaat om dingen die niet zuiver zintuiglijk zijn, die niet ons directe waakbewustzijn beroeren, zijn we hulpeloos. Alleen wanneer onze rationaliteit, dus ons denken praktisch tot stilstand komt, is het mogelijk hiermee een associatie te vinden en die associatie is dan in negen van de tien gevallen gevoelsassociatie en soms een vaak onvolledig of schijnbaar onredelijk beeld heel vaak in symbolen uitgedrukt.

Kijk, vrienden, wanneer we hebben over het waarnemingsvermogen van alle leven, dan hebben we het over de kosmos zelf. En waarom zouden wij nu aannemen dat menselijke normen elders gelden?

Ik kan mij wezens voorstellen voor wie datgene wat voor ons eigenlijk alleen onbewust waarneembaar is, juist de essentie is van wat zij zien als hun rationele wereld, terwijl juist alles wat wij kunnen beredeneren en kunnen zien en horen voor hen niet of onvoldoende bestaat en daardoor voor hen geen zin heeft.

Dat kunnen plantenwezens zijn, dat kunnen kristalwezens zijn, die hebben een totaal andere relatie qua bewustzijn met de waarneming. En dit gezegd hebbende, heb ik geloof ik, het meeste gezegd wat in een inleiding over dit onderwerp aan de orde moet komen. Want u, waarde vrienden, neemt waar, maar u neemt meer waar dan u beseffen kunt of soms zelfs wilt. U bent deel van een veel groter stuk van de historie, van het bestaan dan u zichzelf toegeeft te erkennen. En zelfs wanneer u zichzelf dat toegeeft, zoekt u het in een weerspiegeling van beelden die binnen een menselijk besef passen. U bent veel meer dan alleen een denkend wezen met waarnemingsvermogen en de redelijke verwerkingsmogelijkheid van waarneming. U bent een zeer complex geheel. Die complexiteit deelt u met bijna alle bestaan in de kosmos. Er zijn zelfs kosmische stofwolken die een soort bewustzijn bezitten, die waarnemen, die reageren, die toch niet denken, althans niet volgens datgene wat u eronder verstaat.

Realiseer u dat. U leeft in een bewuste wereld. Als u praat tegen uw plant, uw plant gaat beter groeien. Dan zal elke wetenschapsmens zeggen: nou ja, de trillingen kunnen misschien wat doen, maar voor de rest is het onzin. Er zijn planten die mensen liefhebben, omdat zij de uitstraling van die mens zijn gaan beschouwen als een aanvulling van hun eigen levenskracht.

Als je het de geest van een plant wil noemen, het levensbeginsel van een plant bevindt zich over het algemeen niet in, maar net buiten de plant zelf. En als je het bekijkt, dan is het een soort spindeltje. Zo’n klosje dat veelkleurig enorm snel draait, als je het waarneemt. Maar dat
kan alleen draaien wanneer het een relatie heeft met zijn omgeving. Is die relatie nu op een mens ingesteld, de uitstraling van een mens, en valt die weg, dan heeft de plant het gevoel: nu is mijn levenskracht minder. En dat gevoel betekent niet alleen maar dat het spindeltje wat langzaam gaat draaien. Het betekent ook dat de opname en wisselingsproces binnen de plant, ja, zelfs bepaalde osmotische processen vertraagd worden. Het eindresultaat is dus, dat
wanneer die persoon te lang wegblijft, de plant sterft. Maar als de plant er zo bijhangt, ongeacht de goede verzorging die hij in die tussentijd heeft verkregen en de eigenaar of eigenaresse komt weer thuis en houdt zich met die planten bezig, dan groeien ze ineens, bloeien ze op. Het is net of dat ze zeggen: o nou, God, nu moeten we een hele hoop inhalen. En als je kijkt naar die spindeltjes, dan draaien ze ook veel vlugger. Ze absorberen veel meer dan normaal. Zoals u onder bepaalde omstandigheden veel meer vitamine uit uw voedsel opneemt dan onder andere. Ook hier is kenvermogen, ook hier is reactie. Er is niet sprake van bewustzijn in menselijke zin, maar er is bewustzijn. Alles om u heen is min of meer bewust. Een voorwerp is in feite een structuur van verschillend materiaal. Wanneer dit het geval is, dan zullen die materialen t.o.v. elkaar kleine verschillen van lading vertonen. Die verschillen van lading betekenen dat er een vibratie ontstaat. Deze vibratie is zuiver uitstraling. Zoiets als een aura, maar die aura reageert ook op invloeden. Dus als u voortdurend negatief bent tegen uw auto, dan is de kans dat hij weigert of dat hij fouten vertoont, veel groter. Want samenhangen worden verbroken. Als u dat nu maar blijft beseffen, zult u weten dat hoe meer ik positief ben t.a.v. alles om mij heen, hoe meer ik in mijzelf rust en vrede ken en daardoor ook op mij in laat werken wat ik niet direct bewust kan vertalen; zal ik een grotere harmonie met mijn wereld erkennen en ik zal daarnaast harmonieën vinden met die ongeziene delen van het bestaan die er wel zijn, maar die menselijke zintuigen niet kunnen constateren.
Zo, daar wou ik het bij laten.

Vragen

Zo, goedenavond vrienden. We gaan vragen beantwoorden. Laten we eerst maar eens kijken wat vraag 1 is.

  • Iemand ervaart plotseling beelden en gevoelens. Hoe kan hij weten of dit afgelezen waarden zijn of juist eigen angsten? Verschillen deze beelden van elkaar?

Er zijn verschillen bij. Over het algemeen ligt dat onder meer in de intensiteit. Laat ik het zo zeggen, wanneer u vanuit uzelf bezig bent, dan is het heel vaak zwart-wit of pastel en wanneer u dus van buiten werkelijk sterke impulsen ontvangt, dan zijn het briljante kleuren. Dus wanneer de definitie van hetgeen u ziet, concreter en scherper wordt, is de kans groter dan het van buiten geïnduceerd wordt. Wat de rest betreft, ja, de meeste mensen hebben in zichzelf een heel kerkhof van vergeten gedachten en gebeurtenissen en die kunnen dus wakker worden geroepen door allerhande omstandigheden. Dus u zult heel veel vanuit uzelf ervaren en in enkele gevallen zitten er zelfs vage herinneringen aan vroegere levens bij. Dat is
ook mogelijk, maar wat van buiten af komt, is over het algemeen scherp gedefinieerd. Het kan zeer kort zijn, als een flits, het kan ook een langere duur pretenderen of zelfs een hele ontwikkeling zijn. Maar als het scherp gedefinieerd is, dan kunt u aannemen dat invloeden van buitenaf daar een rol bij spelen.

  • Zit daar vaak een mengeling bij ?

Er zit altijd een mengeling bij, omdat u invloeden die van buitenaf komen, zeker wanneer ze van geestelijke geaardheid zijn of voortkomen uit de natuur, moet u ze relateren met beelden,
herinneringsbeelden in uzelf. Dus u zult altijd de symbolen vinden die in uzelf bestaan, ook wanneer de oorzaak ervan buiten u ligt. Er is dan wel een relatie tussen, maar deze relatie te vinden, is vaak zelfs heel erg moeilijk.

  • Geldt dit ook voor auditieve, telepathische waarnemingen?

Ook hier geldt het over het algemeen. Er zijn enkele uitzonderingen op, maar die komen niet veel voor. Wanneer u namelijk te maken hebt met een zeer sterke concentratie – u zult het heel vaak ontdekken door temperatuursverschillen die plotseling optreden en vaak een verandering van de lichtsterkte in uw omgeving – dan kan het zijn dat een soort membraan wordt gevormd en dat dus zo gesproken wordt tot u. Maar dan is iets daarvan – het geheel kan ook voorkomen, maar dat is niet altijd – maar iets ervan moet dan ook andere aanwezigen wanneer ze er zijn duidelijk worden; ze moeten weten dat er iets is, anders bestaat dat niet. Dus over het algemeen neemt men aan dat het vanuit uzelf komt en dat de formuleringen die u hoort wel door een ander geïnduceerd kunnen zijn, maar zelfs of die ander nu een mens is met telepathische vermogens bijvoorbeeld of een geest, is vaak heel erg moeilijk te onderscheiden.

  • Voor een deel een soort gelijke vraag: hoe kun je onderscheid maken tussen je eigen gedachten, die je hoort, en hetgeen je van buiten af bereikt van andere entiteiten. Als je een onderscheid kunt maken, hoeveel is verbeelding en hoeveel is rationeel? Waar ligt feitelijk de grens? Hoe betrekkelijk is dit alles?

Ja, rationeel is het nooit, maar u moet het ongeveer als volgt voorstellen. U ontvangt een impuls van buitenaf, u vertaalt die in beelden die in uzelf bestaan, of klanken. Dus wat u hebt, is een vertaling. Maar wanneer dit niet nu onmiddellijk kan passen in uw eigen begrip, dan zult u vaak proberen om er een brug naar toe te bouwen, een rationalisatie, zoals dat heet. De rationalisatie komt altijd uit uzelf voort en bij de meeste zaken die dus net een beetje buiten of boven hun normaal begripsvermogen liggen, zullen wij te maken krijgen met een mengeling van uw eigen denken, de rationalisatie, en datgene wat geïnduceerd is.

  • Waarom ervaart de ene persoon een impuls als een helderziende waarneming en de andere  helemaal niets, afhankelijk van ontwikkeling van chakra’s of hersenactiviteit?

Het kan een kwestie zijn van ontwikkeling van chakra’s, omdat een chakrum vergeleken kan worden met een ontvanger met een beperkt aantal golflengten. En dat loopt van 4 bij de laagste tot 144 bij de hoogste, en zijn er dus veel meer combinatiemogelijkheden. En dan kun je dus een veel explicieter beeld krijgen en iemand kan op dat niveau dus dingen ontvangen die voor iemand met 4, 8 of 16 eenvoudig niet te beluisteren zijn. Je kunt ook niet op de lange
golf een FM zender worden. Dus dat kan er een rol bij spelen. Daarnaast moet u er rekening mee houden natuurlijk dat het ook een kwestie is van afstemming. Als u iemand hebt die op Brussel is afgestemd, dan moet het u niet verbazen dat hij niet hoort wat de nieuwslezer op Hilversum zegt. Er is dus ook nog sprake van een harmonische factor die een rol speelt. De ervaring ondergaan kan iedereen, maar ze in een bepaald harmonisch verband brengen en daardoor vertalen, kunnen vaak slechts enkelen.

  • Worden alle buitenzintuiglijke waarnemingen door chakra’s opgevangen?

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Weet u, u beschouwt nu het chakrum als een zelfstandige waarde; het is het eigenlijk niet. Het is een orgaan, een soort stukje van het geestelijk zenuwstelsel. U zou kunnen zeggen, dat ontwikkelde chakra’s grotere vergelijkingsmogelijkheden brengen, maar dat de waarneming door het geheel van de aura wordt gedaan en alleen de vertaling mee bepaald kan worden of de vertalings- en afstemmingsmogelijkheid door het ontwikkeld zijn van een chakrum of chakra.

  • Hebben dieren, de meest bewuste althans, ook chakra of iets wat daar op lijkt? Hoeveel?

Ja, als je te maken hebt bijvoorbeeld met een paard, dat komt tot 6, 7. Dat ligt er nog aan. Heb je te maken met lager ontwikkelde dieren, dan is er vaak maar één of zijn er maar twee, een slak bijvoorbeeld heeft er twee. Dus er zijn dus verschillen. En zo’n chakrum is dan ook weer anders gebouwd. Het wordt vaak voorgesteld als een lotus, met een aantal blaadjes. Je zou het misschien het best zo kunnen zeggen: het aantal blaadjes kan verschillen, de slak heeft maar twee chakra’s, maar die chakra’s hebben samen tweeëndertig mogelijkheden. Uw laagste chakrum heeft er maar vier, begrijpt u?

  • Hoe ziet een goede training eruit voor het ontwikkelen van aura-zien?

Er niet regelrecht naar kijken en leren alles wat je aan je ooghoeken ziet, toch onmiddellijk te relateren met het beeld dat je normaal rechtuit in brandpunt ziet. Wanneer je dat doet, dan kom je veel dichter bij aura-zien. Maar er zijn verschillende methoden voor, je kunt er zelfs bepaalde brillen voor kopen, die dus een ander brekingsmomentum hebben en dergelijke. Maar, het is een ontwikkeling in feite van je eigen aura en de organen daarin, en dat zijn de chakra’s. En deze maken het mogelijk om andere aura’s te kennen en dat kun je volgens mij niet met een stoffelijk trainingsprogramma bereiken.

  • Nu denk ik dat het antwoord al gegeven is op deze vraag: door Reich is er een orgonstraler ontwikkeld; kan deze straler gericht op chakra’s dagelijks gedurende tien minuten de paranormale werking versterken?

Als u erin gelooft, wel, want dan verandert uw eigen emotionele toestand en daarmee uw eigen gevoeligheid, zonder dit niet.

  • Hier is wel eens gezegd dat de orgone accumulator van Reich ook levensenergie kan opwekken en bij mensen aanvullen.

Dat is mogelijk.

  • Welke energievorm is dit en met welke delen van de mens wordt dit waargenomen en welke effecten heeft het?

Ja, je kunt het niet waarnemen als u uw bloedsomloop begint waar te nemen, dan moet u of dood zijn of doodziek en het spuit eruit. En zo is het hier ook. Maar je kunt het dus als volgt zien: je voelt je evenwichtiger en vitaler, wanneer je die energie hebt opgenomen. Wanneer dus het opnemen van die energie dit gevolg heeft, is dit voor u het bewijs dat het voor u althans een hanteerbare en goede energie is.

  • Door de zintuigen wordt zogenaamde verfijnde waarneming gedaan die in het besef als impuls wordt gekopieerd. Hoe ontstaat buitenzintuiglijke waarneming wanneer ze fijnzintuigelijk niet kenbaar is? Hoe kopieert dit zich in het gevoels, visueel, of auditief systeem?

Ja, er zijn een paar dingen bij die ik niet helemaal kan volgen. Dat u zegt ‘zintuiglijk’, dat is eigenlijk fijn. Kijk, een zintuiglijke waarneming, dat is een zo’n grof raster dat, als ik het in een beeldlijner…. van een buis zou moeten uitdrukken, het waarschijnlijk neer zou komen op zoiets als 220. En wanneer je dus zegt ‘astraal’, dan zit je vergelijkenderwijze op ongeveer 415, en als je nog een beetje verder gaat, dan kun je dus een groter beeldlijngetal krijgen van 625, 850 enz. Dus wanneer je zegt ‘fijn’, dan ben ik dus al een klein beetje voorzichtig, neemt u mij niet kwalijk. Ik zou zeggen, wanneer je een indruk ontvangt, vertaal je ze. Om de vertaling juist te doen geschieden van een buitenzintuiglijke invloed, is het noodzakelijk dat juist geen normale zintuigen bij de waarneming betrokken zijn. Laat ik het zo zeggen: een helderziende ziet misschien beter wanneer de ogen dicht zijn of wanneer zijn (haar) blik sterk
geconcentreerd is op een bepaald punt, bijvoorbeeld een schotel met water of een kristallen bol. Wat gebeurt, is het volgende: er komen signalen in de aura. Deze signalen worden inductief overgedragen aan het zenuwstelsel en wel die zenuwen die daarvoor geschikt zijn. Dat zijn over het algemeen de zintuiglijke zenuwen. Op het ogenblik nu dat ze in de hersenen
komen, moeten ze geregistreerd worden. Dat kan alleen door vergelijking. Dientengevolge komen ze terecht in die geheugencentra die het meest gemeen hebben met het inkomende signaal en wekken hierin een reactie. Wanneer u helder ziet, dan is het geen werkelijk zien: de ogen zijn er niet bij betrokken. U zou eerder moeten spreken van een visuele hallucinatie, of een auditieve hallucinatie als u helderhorend bent, waarbij u dus denkt dat iets reëel is, terwijl het in uzelf ontstaat en vanuit uzelf geprojecteerd wordt over de directe zintuiglijke waarneming heen. En als u wilt weten hoe u dit verder kunt nagaan, denk aan bepaalde hersenoperaties, waarbij prikkeling van herinneringscentra beelden uit het verleden projecteerde door en over de directe waarneming die voor de persoon in kwestie mogelijk was.

  • Hoe zou je, zoals uw voorbeeld van een kwaadaardige berg, deze kunnen waarnemen en onderscheiden van andere misschien goedaardige bergen? Hoe voelt dat anders?

Dat voelt helemaal niet anders, want een berg is een berg en de uitstraling van een berg is dus
een samenwerking van een licht magnetische afwijking plus een lichte zwaartekrachtafwijking plus eventueel een bepaalde straling die voornamelijk op astraal of levensgebied plaatsvindt. U kunt die verschillen niet zien. Een kwaadaardige berg is een berg waarvan het evenwicht dat in haar bestaat, gemakkelijker wordt verstoord dan bij de zogenaamde goedaardige bergen. Dat is het hele verschil. En u kunt in het beginsel ervan uitgaan, wanneer u uitstralingen kunt waarnemen, dat naarmate de uitstraling van een berg scherper omlijnd is, de berg gevaarlijker is voor iedereen die dit patroon zou kunnen aantasten of verstoren.

  • In het boek van ….,”de vlucht van de zevende maan”, wordt zij door een medicijnvrouw gewaarschuwd voor een kwaadaardige berg. Deze berg zou haar dood willen. In hoeverre is dit volgens u mogelijk?

Nou, dat is eigenlijk niet mogelijk, omdat de berg niet met leven en dood te maken heeft. Voor een bewustzijn dat mineraal gebonden is, zijn leven en dood eigenlijk geen toestanden die herkenbaar zijn. Het zijn alleen afwijkingen van een stralingstoestand, maar niet feitelijke
waarden. Dus dat is betrekkelijk onmogelijk. Iets anders, wat wel denkbaar is en als we hier te maken hebben met een medicijnvrouw, dan denk ik onwillekeurig aan mensen die een sterke voorstelling hebben van allerhande entiteiten en geesten, dat een persoonlijkheid die inderdaad dus die medicijnvrouw a.h.w. zou willen aantasten, geprojecteerd wordt op het beeld van de berg, waarmee ze om een of andere reden een relatie zou hebben. En dan is de samenvoeging daarvan de duidelijke verklaring voor de waarschuwing die ze ontvangt of in zichzelf ervaart.

  • Eveneens in dit boek verklaart de schrijfster hoe een tovenaar een andere gedaante aanneemt. Is dit mogelijk en zo ja, hoe zou je dan toch kunnen voelen of zien dat het een vermomming betreft?

Dat kun je eigenlijk niet zien, maar in feite gaat het bij dergelijke veranderingen over het algemeen over een, ja, hoe moet ik het eigenlijk zeggen, een intensifiëring van een deel van de eigen uitstraling dat een hypnotisch effect pleegt te hebben op de omgeving, en daardoor de meesten een andere vorm doet waarnemen. Op het ogenblik echter dat je, al is het maar op een punt, bij de realiteit blijft, zal de vermomming elke keer a.h.w. uiteenvallen.

  • Is het volgens u mogelijk om d.m.v. het roken van hallucinerende planten het zien of helder-zien te stimuleren of te ontwikkelen?

Ja, dat is zo’n vraag van wat was er nou eerder, de kip of het ei? Het is namelijk zo: wanneer je een bepaalde geestelijke discipline aanhoudt, dan zijn er bepaalde disciplines waarin het roken of ook eten van bepaalde hallucinerende middelen inderdaad een groot resultaat geeft, dus een grote mogelijkheid schept. Maar het moet altijd eerst in de mens aanwezig zijn. U kunt echter hallucinerende middelen roken zoveel als u wilt, wanneer de innerlijke toestand niet aanwezig is, zult u hoogstens met uw eigen droombeelden worden geconfronteerd, hetzij
uw begeerten, hetzij uw angsten.

  • Dat de mens God niet bewust waarneemt, komt omdat in de menselijke hersenen geen beelden liggen opgeslagen die een beeld kunnen oproepen?

Ja, kunt u zich voorstellen wat het is om een miljoen in uw zak te hebben? En nou weet u wat een miljoen is en u denkt: ja, ik zou het graag in mijn binnenzak hebben. Maar mens, je hele pak zou uitscheuren. Je hele tas zou uit elkaar zakken. Daar heb je een grote koffer voor nodig als je het in duizendjes uittelt en zo is het met God. God omvat teveel. We kunnen een aspect van die God ervaren. En wanneer we dat willen vertalen, dan zullen we dat heel vaak doen door die God in feite een mensbeeld toe te kennen. Daarom is de God van de mens meestal menselijk. Die oude heer met zijn grote baard, die is uiteindelijk afgeleid van de patriarchen aan wie grote macht en wijsheid werd toegeschreven. God is misschien iets wat je daarmee zou kunnen aanduiden, maar hij is het niet. Dus het antwoord moet luiden: menselijk denken en begripsvermogen omvat een zo klein deel van de werkelijkheid dat een godsvoorstelling die enigszins de goddelijke werkelijkheid benadert, voor een mens niet denkbaar is.

  • Kan de mens wel een gevoelsbeeld van God opbouwen en zo ja, is God zich zo’n gevoelsbeeld bewust?

Ja, wat verstaat u onder bewust? Als een exclusieve waarneming, geloof ik niet. Als het ontstaan van een wisselwerking, wel. Ik geloof wel dus dat je kunt zeggen dat in zekere zin God zich ervan bewust is, omdat hij automatisch antwoordt op datgene wat is en hem beroert. Het emotionele beeld kun je opbouwen natuurlijk, maar wanneer eigenlijk het contact met het goddelijke wordt bereikt, dan blijft er alleen maar stilte over. Die stilte wordt dan nadien vaak vertaald in licht, een gevoel van vreugde en, wanneer dat ook weer verdwijnt, in een soort nostalgie naar iets dat je eigenlijk niet omschrijven kunt.

  • Als God eenheid is, onbegrensde geest, zonder kenbaarheid, waarneembaarheid of herinnering, hoe ontstaat dan voor het eerst waarneembaarheid, hetzij geestelijk of stoffelijk, zintuiglijkheid, hetzij geestelijk of stoffelijk en hoe herinnering of geheugen, geestelijk of stoffelijk?

Ja, dat zou ook weer een aardige lezing kunnen worden, maar om het heel simpel te zeggen: waarneembaarheid ontstaat op het ogenblik dat de beschouwer niet één is met alles, maar zich tussen delen van het geheel waarvan hij deel vormt, stelt en van daaruit beide delen waarneemt. Op het ogenblik dat de delen een tegenstelling vormen, is bewustzijn in besef en beoordeling mogelijk. Waarneembaarheid is dus het ontstaan van een isolement t.a.v. het geheel, waardoor de delen van het geheel in vergelijkbaarheid t.a.v. elkaar beschouwd kunnen worden. En als God alle dingen is, neemt God dus niet waar in onze zin. Hij is.

  • Aangezien waarnemen berust op het vergelijken met beelden en dergelijke in de bestaande herinneringen, hoe komen dan de eerste beelden tot stand?

De eerste beelden zijn in feite emoties. En waar emoties ontstaan, ontstaan associaties zodra er sprake is van enige mogelijkheid tot waarneming. Bijvoorbeeld licht en donker, licht aangenaam, donker onaangenaam. De redenen ken je nog niet, maar je voelt het als zodanig aan. Licht is dus goed, duister is kwaad. Dit is iets minder licht, maar is het nu nog licht of is het al duister? Hier ontstaat dus een beoordelingsproces. Door het beoordelingsproces ontstaan ervaringen, door de ervaringen ontstaat een geheugeninhoud, de geheugeninhoud echter vergroot het aantal vergelijkingsmogelijkheden t.a.v. de beleving van de wereld die als
buiten het ik wordt ervaren.

  • Op welke wijze en wat nemen kristallen waar?

Ja, dat is zoiets als een neger vertellen wat een iglo is. De kristallen hebben in zich een raster. De zogenaamde sederende of wetende kristallen hebben echter een structuur, waarbij een aantal kristallen samen zijn gegroeid, waarbij verschillende kristalrasters bestaan. Hun waarneming berust op het aflezen van datgene wat op een van de rasters aanspreekt en wat in andere rasters niet of op een andere wijze aanwezig is. De vergelijkingswaarde die zo ontstaat, wordt in het hoofdkristal opgeslagen. Ik zou zeggen dus, in het hoofdkristal worden zo een aantal spanningen opgewekt en daar het hoofdkristal praktisch door het andere kristal
geïsoleerd is, zullen daarin die spanningen onderin blijven en dus een bepaalde verdeling van
potentie van het raster betekenen, hetwelk dan weer bij binnenkomende reacties ontladingen
ten gevolge heeft, waardoor een uitvoering, maar ook een erkenning mogelijk wordt.

  • Zijn er ook werelden die bijna helemaal uit kristallen bestaan, die denken?

Nee, zover ik weet niet. Er zijn dus wel een aantal werelden waar zogenaamde kristallijne levensvormen voorkomen. De meesten daarvan zijn plaatsgebonden, enkelen daarvan zijn mobiel, doordat ze in feite als een symbioot leven met andere organismen en zijn altijd in aantal betrekkelijk beperkt, en dat is begrijpelijk. Waar een planeet helemaal uit dergelijke kristallen zou bestaan, zouden zij niet kunnen denken, omdat er geen voldoende tegenstellingen zijn en dus geen voldoende ervaringen om hun denkvermogen op te bouwen.

  • Met mijn kat heb ik een telepathisch contact. Dat is wederzijds. Wij weten wanneer wij aan elkaar denken en dat is merkbaar doordat de kat naar mij toekomt op het moment dat ik aan hem denk. Soms volgt hij met zijn ogen iets alsof in de kamer iets beweegt en ik zie niets. Zijn katten helderziend en in hoeverre? En gebeurt er na hun overgaan hetzelfde als met mensen?

Ja, zijn katten helderziend? Vanuit menselijk standpunt zou je het kunnen zeggen, omdat hun visuele waarneming dus op een ander niveau ligt, andere trillingsgetallen omvat en daarbij de grens van het astrale net beroert. Ze nemen dus astrale verschijningen over het algemeen waar. Een kat die doodgaat, is ook een levend wezen. Het bewustzijn is beperkter dan het uwe vaak. Dientengevolge zal een langere rusttijd bestaan en een minder lange tijd van wereldbeleving. Daar waar emotionele bindingen bestaan, gevoelens van liefde, haat e.d., kan de katgedaante nog lange tijd worden gehandhaafd en zal het bewustzijn, ook wanneer het geestelijk reeds anders leeft, zich in die katgedaante manifesteren.

  • Kan de geest de stoffelijke wereld waarnemen, exact zoals wij op aarde, ook de kleuren en de vormen of alleen onze subjectief gekleurde voorstellingsbeelden daarover die dat aardig benaderen?

We kunnen uw gedachtebeelden en uw eigen waarnemingen gemakkelijker opnemen en dan hebben we daardoor inderdaad enig kleurbewustzijn, vormbewustzijn e.d. Wanneer ik zonder dat naar u zou kijken, dan zie ik uw uitstralingen en die uitstralingen, daar kan ik dan ook wel het een en ander uit afleiden; en voor de rest kan ik dan nog afgaan op de totale harmonische en disharmonische trillingen in mijn omgeving die voor mij een vergelijkbaar beeld vormen van een milieu.

  • Bestaan reuk, smaak, gehoor en tastzin niet buiten de aarde; zijn ze typisch menseigen?

Dergelijke dingen bestaan ook bij buitenaardse wezens, over het algemeen echter met afwijkingen, omdat niet elk organisme nu eenmaal dezelfde frequenties ervaart en deze vertaalt in smaak enz. enz. Maar u weet dat je bij een sterk verschil in kleurbewustzijn overeen kunt komen dat een bepaalde kleur rood is. Op dezelfde manier zou je dus tot een vergelijking kunnen komen, waarbij toch de smaak, tast en dergelijke vergelijkbare waarden worden. Je moet je dan echter wel voortdurend ervan bewust zijn dat dit een aangenomen norm is die niet concreet en volledig weergeeft wat in de ander en voor de ander aanwezig is.

  • Staat de beperktheid van onze zintuiglijke waarneming i.v.m. het doel: de strijd om te overleven?

Dat zou je wel kunnen zeggen. Zintuiglijke waarneming wordt over het algemeen door genetische selectie gestimuleerd in die richting waardoor het voortbestaan van de soort wordt bevorderd. Het is dus zo dat de menselijke zintuigen in feite het gevolg zijn van een
ontwikkeling vanaf zeer verre voorvaderen gericht op overleving. Instandhouding van de soort.

  • Zijn gedachten ook levende wezens? Volgens de theosofen wel.

Gedachten zijn nooit levende wezens zolang ze gedacht worden. Ze zijn een verlengstuk of een projectie van een levende kracht die een tijdelijk beeld schept en als je de theosofische stelling hierbij zou willen aanhouden, zou je dus moeten zeggen: wanneer heel veel mensen een vergelijkbare gedachte hebben met een gemeenschappelijke waarde, ontstaat hierdoor een concreet beeld dat de energie van die gedachte opslorpt en dan omschreven kan worden als een schil, waarvan het totaal van de ontladingsmogelijkheden beperkt en bepaald zijn door datgene wat de oorspronkelijke denkers daarin hebben verondersteld.

  • Betekent het waarnemen via de media, tv en andere overeenkomstige apparatuur een vooruitgang of eerder een achteruitgang in de menselijke bewustzijnsontwikkeling?

Ja, als je een politiek debat volgt, dan is dat goed voor de ontspanning, want het is slaapverwekkend. Je zou kunnen zeggen, wat de media u geven, is een feite geen werkelijk beeld, maar het is een schijnbeeld, bepaald door de selectie van voorstellingen van een ander,
waardoor in u reacties worden opgewekt op het veronderstelde en niet op het reële. Als zodanig vind ik dat de media u dus van de werkelijkheid vaak verwijderen. Datzelfde geldt voor theorieën en voor geloof: ze verwijderen u ergens van de werkelijkheid. Aan de andere kant is de vraag of daardoor een beter begrip kan ontstaan, zelfs maar een verondersteld begrip voor anderen. Is dit het resultaat van wat die media doen, dan is dat een positieve uitwerking. We moeten ons echter realiseren dat mensen nieuwsberichten en series vaak dezelfde werkelijkheidswaarde toekennen, zodat zeer veel mensen zich een weelderige Dallas
toewensen op grond van datgene wat ze hebben gezien in de nieuwsberichten, waarin immers
zoveel ellende van anderen wordt tentoongesteld en in Dallas ben je daar bovenuit, dan heb je andere problemen.

  • Kunnen sommige geesten of mensen hun eigen aura waarnemen? En wie ziet dan wat; wie of wat is de waarnemer/waarneemster?

Een mens kan een deel van zijn eigen uitstraling waarnemen op het ogenblik dat hij met achterlating van zijn dubbel enz., dus is uitgetreden, dus als geest. Hij ziet dan de uitstraling van het resterende wanneer hij zou kijken naar zichzelf, meestal als een zwakke gloed. Dat is dus wel mogelijk. Voor een geest is dat niet mogelijk, omdat de geest geen lichaam heeft en dus een transitie maakt van het geheel van zijn trillingsgetal zonder dat er iets bij achter blijft.

  • Tesla (de geniale natuurkundige) meende dat de menselijke hersenen geen herinneringsvermogen in de gewone zin vormen, maar dat geheugen slechts de reactie (van de menselijke hersenen) op een prikkel van buitenaf is.

Ja, dat is inderdaad juist. Maar het denken is een vergelijkende factor; denken vergelijkt dus reeds ingekomen prikkels met nu inkomende prikkels en komt daardoor tot de conclusie van de waarde van de inkomende prikkel aan de hand van vroegere ervaring.

  • Bestaat er beseffen, gewaar zijn zonder dat er registratie plaatsvindt, dus een of andere Nirwanastaat?

Het bestaat inderdaad. Het komt zelfs in de stoffelijke vorm wel eens voor, wanneer u bijvoorbeeld een zeer diep punt van meditatie of contemplatie bereikt hebt. Er ontstaat dan een ogenblik van opgaan in een geheel zonder dat het geheel kan worden herleid tot een beeld of een denken. Wat voor de mens dan uiteindelijk overblijf, is een soort emotie, maar geen concrete herinnering; en toch kun je erover nadenken, maar je kunt er geen beeld aan verbinden.

  • Wat is een goede uitgangshouding om je waarnemingsvermogen te vergroten?

Niet kijken. Als je je waarnemingsvermogen wilt vergroten, dan moet je nooit constant op een punt kijken. Zelfs als u slechte ogen wilt ontwikkelen, dan moet u voortdurend afwisselen
tussen doelen met een zeer verschillend brandpunt, opdat dus de aanpassing van de ooglens aanmerkelijk versneld wordt, en dan kunt u daardoor dus een groter deel scherp overzien.
Later en op dezelfde manier gaat het ook wanneer het om geestelijke waarden gaat. Wanneer je probeert ze te zien, zie je ze niet. Als je niet probeert ze te zien, zie je ze soms. Maar als je
ontspannen bent, ontstaan ze.

  • Al het leven is zich bewust van elkaar en communiceert, bewust of onbewust. Leidt dit ooit tot een finale conclusie?

Zolang de communicatie zo beperkt blijft als op het ogenblik het geval is, moet de conclusie uiteindelijk ver weg liggen. Maar wanneer je je realiseert dat alles uiteindelijk uit dezelfde kracht is opgebouwd en bestaat, dat al die kracht in rusttoestand wel een potentie van schepping in zich draagt, maar het niet meer is. Terwijl het besef van het eens geschapene in alles aanwezig is, ontstaat er een toestand waarin je dus niet waarneemt, je niet bewust bent op menselijke wijze en gelijktijdig toch het geheel van alle zijn in jezelf beseft. En dat is een Nirwana.

  • Heeft het waarnemen van de wereld om je heen eigenlijk wel zin, gezien de zienswijze van o.a. Krishnamurti, dat je tot je eigen wezen (het Zelf) kan komen door de weg van onthechting en innerlijk schouwen; hoe wordt door u het waarnemen met het oog hierop gezien en wat vindt u met betrekking hierop de juiste zienswijze?

Ja, zien, zienswijze en je moet juist niet kijken. Het is eigenlijk heel eenvoudig. De totale waarheid kan alleen ontstaan, wanneer je je innerlijke waarde beleeft en daardoor niet meer komt tot een definitie van het uiterlijk in tegenstellingen. Wat dat betreft heeft Krishnamurti volledig gelijk. Maar er is een andere kant aan de zaak: wanneer je niet voortdurend waarneemt wat er om je heen is, zul je ontdekken dat een ander de kans waarneemt om je iets te ontnemen daar je niet voldoende waarneemt, zodat je minder waar voor je geld krijgt. Waar of niet?

  • Zonder subject geen object. Zijn alle beelden (zowel de buitenwereld betreffende, als het eigen lichaam)  in diepere zin, derhalve projecties van het ego?

Dat zou je wel kunnen zeggen. Anders gezegd: elke waarneming is subjectief, omdat de waarnemer in feite uit het totaal van het waarneembare datgene selecteert wat voor hemzelf herkenbaar is.

  • Krishnamurti zei: “Waarnemen is het begin van alles en het einde van alles”. Is dit juist?

Het is het begin van alles, ongetwijfeld, maar het is niet het einde van alles, omdat wanneer het waarnemen wordt vervangen door het gevoel van één worden, er geen waarneming meer is, maar wel een intens diep en omvattend besef.

  • U had het daarstraks over kristallen. Als je er steentjes bijdraagt of kristallen, bergkristallen o.a., amethist, stel je jezelf dan af op die frequentie van het gesteente waardoor je zelf in harmonie komt?

Dat is niet helemaal juist. U kunt het eerder andersom zeggen: wanneer een kristal een bepaalde structuur heeft, kan de aanwezigheid van dit kristal binnen uw aura invloed hebben op uw zenuwstelsel en daarnaast in bepaalde gevallen, maar niet altijd, zelfs op de uitstraling van uw aura. Het resultaat is dat voor u de steen dus mogelijkheden verandert doordat zij met haar eigen kwaliteiten bepaalde dingen egaliseert en in andere gevallen bepaalde pieken
schept die normaal niet aanwezig zouden zijn.

  • Kun je van die schillen leren ……..of zijn ze gevaarlijk?

Schillen zijn over het algemeen niet gevaarlijk, tenzij je ze als een realiteit aanneemt. Van alle verschijningen en verschijnselen kan worden gezegd, op het ogenblik dat je de werkelijke waarde van het goddelijke in je beseft en de vorm niet meer als bepalend erkent, is aantasting
van je wezen niet meer mogelijk en toch bestaat gelijktijdig een gevoel van verbondenheid met al datgene wat als normale waarneming misschien een duistere of lichtende geest geweest zou kunnen zijn.

Vrienden, ik geloof dat we daarmee deze bijeenkomst langzaam maar zeker mogen gaan besluiten. En aangezien uw kenvermogen en uw denkvermogen bijgedragen kunnen hebben tot uw bewustzijn, zintuiglijk en anderszins van andere waarheden, hoop ik dat u een ding zult begrijpen: het is belangrijker de essentie der dingen te ervaren dan hun uiterlijk te omschrijven.

image_pdf