Waarom revolutie?

uit de cursus ‘Revolutie in de wereld’ (hoofdstuk 10) – juli 1984

Waarom revolutie?

Als u dit onderwerp heeft gevolgd, zult u zich weleens hebben afgevraagd: waarom nu eigenlijk revolutie? Evolutie zou beter zijn. Dat is niet waar.

In de wereld hebben we steeds te maken met een beweging die naar een top gaat. En wat dan de top is, is enige tijd daarna het laagste punt. Er is een voortdurende wisseling van belangen. Wat boven is komt beneden, wat beneden is komt boven. Dat betekent dus niet een werkelijke vooruitgang.

De menselijke samenleving wordt gekenmerkt door een voortdurende verandering van standpunten, waarderingen en inhouden. Om een voorbeeld te geven: zevenhonderd jaar geleden was astrologie de top van de wetenschap. Tegenwoordig is het het anathema van de wetenschappers.

Daaruit kunnen we zien dat waarderingen veranderen.

Een mens, die op aarde leeft, moet goed begrijpen dat hij zich bevindt in steeds wisselende situaties, maar dat die situaties op zichzelf geen vooruitgang betekenen. Ze betekenen veel eerder verandering en daardoor vergroting van mogelijkheden.

Als we nadenken over de geestelijke ontwikkeling van de mens, dan zijn we geneigd te zeggen: de mens van vandaag is toch veel verstandiger. Hij kan toch veel meer, hij begrijpt veel meer dan de oermens. Maar die oermens kon intuïtief weten wat er in de natuur ging gebeuren. Hij had intuïtieve mogelijkheden om precies daar te jagen waar hij een voor hem aanvaardbare prooi vond. Hij wist waar hij ‑ ook al was hij daar nog nooit geweest ‑ met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een veilig onderkomen voor de nacht kon vinden. Als u ziet hoe dat tegenwoordig gaat, dan moet u toch toegeven: de meeste mensen worden steeds door veranderingen in het weer overvallen. Wat ze zoeken kunnen ze nooit vinden. Wanneer ze een veilig onderdak moeten hebben, dan is er op z’n minst genomen een VVV en vele reserveringen voor nodig. De zaken veranderen gewoon. Dat de oermens misschien minder begreep, is waar. Hij begreep minder, maar aan de andere kant voelde hij veel meer dingen aan.

Als u nu alleen maar de oude mythologie nagaat, dan zal u opvallen dat veel van de verhalen over dondergoden e.d. aan de ene kant wel erg menselijk zijn, maar aan de andere kant een prima verklaring geven voor de fenomenen, als u de oorzaken die u nu kent eens vervangt door de naam van de hoofdgod. Dan blijkt het allemaal heel aardig samen te vallen.

Het is dus belangrijk, dat we niet verzeild raken in het dogma van de evolutie. Wij moeten begrijpen, dat alles wat zich op deze wereld in de mensheid en ook in onszelf afspeelt in feite revolutionair is, dat wil zeggen wat beneden is komt boven, wat boven is komt naar beneden. Er is een voortdurende wisseling.

Het is deze wisseling die ons heeft gebracht tot allerlei beschouwingen over o.m. de veranderingen van mentaliteit die de komende tijd zullen kenmerken. Als wij zeggen: de grenzen tussen de geest en de stof zullen wegvallen, dan hebben wij het niet over iets wat nu en alleen nu kan gebeuren, dan hebben wij het over wat 2000 tot 4000 jaar geleden overal heeft bestaan, waar voorouderverering en bepaalde vormen van primitieve magie nog van afstammen.

Als wij het hebben over meditatiegroepen en over de nieuwe vormen van esoterie, dan denkt u waarschijnlijk: sjonge, sjonge we zijn toch ver gekomen. Maar vergeet u niet, dat heksen en tovenaars op hun manier precies hetzelfde deden al meer dan 6 à 700 jaar geleden. Er is niet veel nieuws onder de zon. Uiterlijkheden veranderen het wezen blijft gelijk.

Daarom moeten we ook niet proberen om onze wereld te veranderen, zo vreemd als het moge klinken; die verandert vanzelf wel. Wat wij moeten doen, is proberen om niet, zoals de wereld meestal doet, van het ene uiterste te evolueren naar het andere uiterste, maar om de kernwaarde van het uiterste dat nu buiten ons bestaat te verenigen met de restanten van de vorige piek die nog in ons leeft. Men zal zeggen: dat komt zo zelden voor.

Als we nu alleen de kwestie van mediumschap nemen, dan durf ik wedden dat er in Nederland meer dan 100.000 mediums zijn die, als ze zich onder de juiste condities zouden ontwikkelen en niet bang ervoor zouden zijn, heel goede resultaten kunnen leveren. Toch is het aantal top‑mediums in Nederland, de werkelijk goede, minder dan 100. Dat moet toch wel te denken geven.

Er zijn heel veel mensen in meer of mindere mate telepathisch of helderziend, maar ze willen er niets mee doen. Waarom? Omdat zij alleen binnen hun eigen manier van denken en volgens hun eigen maatstaven van begrip en waardering ermee zouden willen werken. Zij begrijpen niet, dat die dingen er eenvoudig zijn. Gebruik je ze als aanvulling voor al hetgeen er is, dan krijgen ze als vanzelf wel hun betekenis. Probeer je ze te scheiden of te onderdrukken, dan betekenen ze een belasting ook voor datgene wat op het ogenblik in je wereld is aanvaard. Waarom zouden we dus het verleden niet samensmelten met het heden?

Dan heb ik het niet over de verhalen van wat we vroeger zijn geweest.

Ik heb het doodgewoon over de kwaliteiten en eigenschappen en eventueel ook de feiten die wij, als we op aarde komen, hebben meegebracht uit vroegere stoffelijke bestaansvormen of uit bepaalde geestelijke ervaringen.

Die dingen zijn belangrijk. Niet omdat ze nieuw zijn of beter zijn dan wat er nu is, maar omdat ze kunnen aanvullen wat er nu is. Van een revolutie werd eens gezegd: De slaven van het ene regime worden de meesters van het andere. Maar de meesters worden dan ook tot slaven gedegradeerd. Dat is waar.

Bij een revolutie is geen sprake van een werkelijke vernieuwing. Er is alleen sprake van een verandering van verhoudingen. In uw wereld veranderen de verhoudingen voortdurend. De relatie tussen de mensen krijgt andere aspecten, maar ze blijft menselijk. De relatie tussen staten, in feite tussen machthebbers, krijgt andere aspecten zo te zien.

Maar als je het nagaat, dan scheelt het niet zoveel met vroeger.

Als we kijken naar de wijze lieden die op het ogenblik het lot van de mensheid zeggen te bestieren, dan schelen ze heus niet zo verschrikkelijk veel in hun motieven, beweegredenen en zelfs in manifestatie met de vroegere koningen en vorsten die als absolute heersers probeerden te regeren en dachten: de hele wereld is ondergeschikt aan mijn geloven en mijn denken.

Realiseer u dat. Pas als u zich dat heeft gerealiseerd en bereid bent uw innerlijke waarden, ook al kunt u ze niet helemaal omschrijven of begrijpen, toe te voegen aan uw huidig, wereldbestaan en uw huidige beschouwing van een beleving van die wereld, doet u persoonlijk een stap vooruit.

Een persoonlijke evolutie is mogelijk. Wij evolueren door een verandering van ons bewustzijn. Een grotere wereld beleven wij. Wij krijgen allerlei krachten, die wel altijd de onze zijn geweest maar die we nooit hebben gebruikt, nu als een aanvulling voor datgene wat we normalerwijs op aarde al zijn. Wij hebben daaraan reeds een paar lessen gewijd.

Dan zijn de methoden die we daarvoor gebruiken op zichzelf niet belangrijk. Het gaat erom dat we zelf evolueren zonder blind te zijn voor de voortdurende omwenteling in onze wereld die echter niet per se een verbetering of een verandering betekent; die zelfs niet betekent dat er nieuwe waarden of verhoudingen ontstaan die geestelijk van belang zijn.

Dat ik boven dit laatste onderwerp als titel heb gezet: “Waarom revolutie?” zal u nu wel duidelijk zijn geworden. Maar u zult zich afvragen: wat moeten wij dan geestelijk zijn en doen om verder te komen?

Dat kan ik misschien het best duidelijk maken, als ik nog even de Aquariusperiode aanstip en wijs op datgene wat zich op het ogenblik afspeelt. Aquarius is enerzijds technisch, anderzijds occult. Het is de gever, inderdaad. Maar hij geeft niet in persoonlijke relatie, alleen in erkenning van een totaliteit. Als wij de Waterman zo beschrijven, dan geven wij gelijktijdig de karakteristiek van het tijdperk aan dat aanbreekt.

Een mens, die wil leven met begrip voor de techniek zonder gelijktijdig zijn menszijn te verliezen, moet die techniek wel aanvullen met het paranormale, het occulte, omdat hij alleen op deze manier meester kan blijven over de techniek en er niet door zal worden beheerst. Het is duidelijk, het occultisme zal aan alle kanten opgang maken.

Nu zal daar veel bij zijn dat bijgeloof heet. Ik zou zeggen: mensen, maak je niet zo druk over bijgeloof. Menig geloof is opgebouwd op bijgelovigheden. En menig bijgeloof is, als je de resultaten beschouwt, uitermate geloofwaardig. Het gaat niet om de definitie, het gaat om het wezen der dingen. Laten we dan maar rustig alle bijgelovigheden van deze tijd (het zijn er nogal wat) aanvaarden. Ze zijn een overgangsverschijnsel. Wij kunnen niet zonder dit. Maar als wij ontdekken dat we paranormaal mogelijkheden hebben, dan moeten we ook niet denken dat wij het daarmee kunnen redden.

In de Aquariusperiode kun je niet alles met alleen paranormale krachten volbrengen. Je zult wel degelijk moeten teruggrijpen naar de bestaande mogelijkheden en technieken. Het is een samensmelting van twee gebieden die in de afgelopen drie eeuwen zeker en waarschijnlijk al vele eeuwen voordien eigenlijk gesplitst zijn, namelijk het geestelijke en het stoffelijke weten. Deze beide moeten versmelten.

Een Waterman is over het algemeen naast de pragmatische aanpak van zijn problemen ook nogal filosofisch ingesteld. Goed, u moogt filosofisch zijn. Daar is niets op tegen. Maar een filosofie heeft alleen zin, indien ze voert tot praktische resultaten. Praktische handelingen hebben alleen betekenis, indien daardoor ook in de innerlijke wereld iets verandert. Het is een samenvloeien van de dingen.

Dan zullen heel veel dingen die op het ogenblik onaantastbaar lijken binnen niet al te lange tijd van hun troon worden gestoten. Het is zelfs nu reeds duidelijk dat de z.g. exacte wetenschappen meer en meer onder druk komen te staan van mensen, die eigenlijk meer filosofen dan wetenschappers zijn. Het is eveneens duidelijk dat op andere gebieden (ik denk aan geneeskunde, psychiatrie) paranormale behandelmethoden en het gebruik van allerlei wetenschappelijk niet aanvaardbare middelen toeneemt.

Er moet een nieuwe synthese worden gevonden.

Deze synthesen moeten wij in ons eigen leven eveneens vinden. Wij moeten een brug weten te slaan tussen de zuiver stoffelijke zaken, inclusief onze stoffelijke behoeften, noden en angsten en onze geestelijke wereld, onze geestelijke werkelijkheid.

Daarvoor kun je allerlei technieken gebruiken zoals mediteren, contempleren (ofschoon heel veel mensen dat als een vermomming gebruiken voor een middagdutje), het volgen van bepaalde occulte scholen, het volbrengen van bepaalde riten. Laten we eerlijk zijn, op zichzelf zijn die dingen niet belangrijk. Het gaat meer om wat er feitelijk gebeurt.

Een typisch voorbeeld kunnen wij misschien vinden in een White Coven (een witte heksenkring) die probeert iets te doen voor ‑ laten we zeggen ‑ een ziekte of een ramp te voorkomen. Men heeft zelfs in de Slag om Engeland willen ingrijpen indertijd en dat is aardig gelukt.

Wat doe je? Heel eenvoudig: je stelt je voor dat je paranormaal, dus magisch, iets tot stand kunt brengen dat redelijk gezien onmogelijk is. Je werkt met wasbeeldjes, met voorstellingen, met symbooltekeningen, met vloeistofmengsels. Die worden dan op een soort altaartje neergezet. Degene die de uitvoerder is (bij ons zouden ze celebrant zeggen) is dan voortdurend bezig met prevelen, doorboren of bestrijken van een wasbeeldje. De rest van de aanwezigen loopt eromheen te sjokken terwijl allen een lied zingen. Dat is toch eigenlijk idioot. Volksdansen gepaard gaand met priesterlijke gebaren. En dat zou een wetenschappelijk resultaat geven?

Maar nu het eigenaardige: deze magie die vaak betrekkelijk zinledig is, heeft wel een aantal mensen genezen die volgens de medische wetenschap niet te genezen waren. Er zijn resultaten t.a.v. oogst en groei van gewassen verkregen die niet kunnen worden toegeschreven alleen aan weertype, bemesting en normale technische zaken. Zij hebben dus iets tot stand gebracht.

Als de heksen nu zeggen: Wij doen dit door middel van onze riten, dan hebben ze maar heel beperkt gelijk. De rite is namelijk datgene waarin ze de kracht en de suggestie voor zichzelf opbouwen waardoor ze in staat zijn geestelijke kracht te projecteren naar het punt van hun bemoeiingen Dan gaat het dus niet om het ritueel van die heksen al lopen ze ook met nog zoveel geestenzwaarden en geestendolken; dat maakt geen cent verschil uit. Waar het om gaat, is hun innerlijke toestand.

Wanneer die innerlijke toestand wordt opgezweept, wanneer daar op een gegeven ogenblik het absolute geloof komt: nu gebeurt het. Dan gebeurt er iets. Dat zijn dingen die zou men in deze tijd ook wel kunnen gebruiken.

Ik denk niet dat het u lukt om de een of andere staatsman zijn nek te laten breken. Je moet daarvoor wel heel bekwaam zijn in de zwarte magie. Maar dat zijn zaken daar mogen wij u zelfs niet over voorlichten.

Ik denk ook niet dat u de wereld kunt verbeteren. Maar wat u wel kunt doen is uw eigen krachten beter beseffen en daarvan ook een rationeler gebruik te maken. Het behoeft toch niet allemaal verklaarbaar te zijn, als het maar werkt. Dat is een van de dingen die in de Aquariustijd toeneemt.

Hetzelfde is het met het contact met onze wereld. Natuurlijk, iemand die doden ziet, is hoogstens een spokenkijker. Iemand die helderhorend is, is iemand die last heeft van verstopping in de Eustachiusholte. Ik weet dat allemaal wel. Maar als die mededelingen nu kloppen, als die beelden juist zijn, hoe wil je dat dan weg verklaren?

Er zijn velen onder u die soms iets weten zonder te weten hoe. En die dan zeggen, Ach, je bent gek. Dat kun je toch niet doen. En dan stappen ze toch in die trein, ze nemen toch die tram, ze gaan toch naar Scheveningen, terwijl ze het gevoel hebben dat ze beter naar het Concertgebouw kunnen gaan. De gevolgen zien ze dan zelf wel.

Laten we aannemen dat in deze omwenteling de geestelijke (de magische) kwaliteiten van de mens steeds meer naar buiten zullen komen, terwijl de z.g. rationele kwaliteiten in verhouding dalen. Het geestelijke zal meester worden van het materiële. Zoals nu het materiële steeds heeft geprobeerd meester te zijn van de geest.

Dan is er ook in dit opzicht sprake van revolutie, niet van evolutie. Datgene wat er is, komt op een andere manier naar buiten. Wij, ons aanpassende hieraan, moeten ons hoeden voor die ene fout die zo ontzettend vaak wordt gemaakt: dat wij het ene plotseling verklaren tot alleenzaligmakend en het andere terzijde werpen.

Wij komen dan in dezelfde situatie te verkeren als Dr. Spock. Een zeergeleerde man die op grond van vele bewijzen en overpeinzingen meent dat je kinderen niet moogt slaan en straffen. Je moet ze vrij laten. Toen hij op wat latere leeftijd te midden van een aantal jongeren terecht kwam die hem, naar zijn begrippen althans, nogal tergden, riep hij uit. Waarom geef je die krengen niet een flinke opdonder! Kijk, die fout zou ons kunnen overkomen als wij zeggen: ­wij moeten het, alleen van de geest hebben.

Als wij het alleen van de geest willen hebben, dan komt er een ogenblik dat die geest ons lastig valt en dat we zeggen: Ik wou dat die geest ik weet niet waar zat, maar niet hier. Omdat wij eenvoudig eenzijdig zijn geweest. Maar als je beide kanten blijft beschouwen, dan had Dr. Spock moeten zeggen: houd er rekening mee dat onrechtvaardige straffen grote schade kunnen berokkenen aan de kinderziel. Hij had er aan de andere kant bij moeten zeggen: de ervaring leert echter dat kinderen, die geen discipline worden bijgebracht de meest onuitstaanbare burgers worden die er ooit zijn geweest. Als u het niet gelooft dan kunt u om u heen kijken in deze dagen.

Al die dingen bij elkaar zeggen toch heel duidelijk dat we juist in een tijd van verandering het oude niet moeten weggooien, maar het moeten aanvullen met het nieuwe. Dat we niet moeten uitgaan van een totaal veranderde wereld, want die komt er eigenlijk niet. Maar dat we moeten uitgaan van een wereld waarin de nadruk verandert. Bij erkenning van de verandering van nadruk wordt de hanteerbaarheid van de materie voor ons feitelijk groter in plaats van kleiner. Maar degenen, die de zwenking meemaken zonder te beseffen wat er verder aan verbonden is, zullen het slachtoffer worden van hun eigen eenzijdigheden zoals dat altijd in alle perioden het geval is geweest.

Dan blijft mij in deze laatste inleiding, die een soort uitgeleide moet betekenen voor al hetgeen er aan voorafging, alleen nog over, u duidelijk te maken wat de essentie is van deze revolutie in de tijd.

Wij leven in een voortdurende terugkeer naar de materie (incarnatie zeggen ze dan). Dit is belangrijk voor ons, omdat de materie ons ervaringsmogelijkheden biedt die in de geestelijke werelden niet bestaan en in andere minder intense bindingen met de materie niet bereikbaar zijn. In deze cirkelgang zal ons wezen geestelijk geheel dan wel grotendeels materieel reageren en denken.

Wanneer beide langzamerhand een eenheid vormen, houdt voor ons, de noodzaak voor verdere incarnatie op aarde op. Wij zullen dan in staat zijn om stof en geest als een eenheid te behandelen en daardoor betreden wij werelden waarin het samenvloeien van geest en stof op een totaal andere en veel meer scheppende manier kenbaar wordt. Wij moeten daarom op aarde niet bang zijn voor hetgeen de wereld biedt.

Aan de ene kant biedt ze stoffelijke aspecten. Die moet je volgens je eigen weten en kunnen natuurlijk verwezenlijken; die moet je aanvaarden, Maar daarnaast zijn er allerlei geestelijke werkingen, betekenissen. Laat je door de stof niet ertoe brengen die opzij te zetten. Integendeel, probeer juist je geestelijke waarheid, je betekenis, zelfs je vage innerlijk aanvoelen van juistheid of van licht zodanig te gebruiken dat de materiële beleving, uitdrukking en actie gelijktijdig dit innerlijk licht weer geeft.

Wanneer wij innerlijk en uiterlijk kunnen samentrekken, dan zullen wij, voor het eerst in een situatie zijn waarin de revolutie op aarde ons weinig of niets meer te zeggen heeft. Dan ontdekken wij dat het niet gaat om systemen, maar om een manier van mens zijn. Dan ontdekken wij dat het niet meer gaat om leerstelligheden, maar om een waarheid die in ons zodanig bestaat dat wij die buiten ons waar kunnen zien worden. Dan ontdekken wij dat beleven en geloven een en hetzelfde behoren te zijn.

In uw dagen zult u zich vaak stoten aan veranderingen. U zult zeggen: Waarom nu dit? Hoe kunnen de mensen dat nu toch doen? Zijn ze niet verstandiger?

U heeft vanuit uw standpunt ongetwijfeld gelijk. Maar vraag u eens af wat daarachter steekt. Probeer te begrijpen wat zich afspeelt. U zult tot uw verbazing constateren dat degenen, die overal hun alias (schuilnaam) op de muren kalken, de mensen zijn die zoeken naar een bevestiging van hun persoonlijke waarde en betekenis.

U zult ontdekken dat degenen die met bruut geweld op de wereld om hen heen schijnen te reageren dit in feite doen om hun eigen gevoel van machteloosheid te verdrijven.

U zult ontdekken dat degenen, die met een grote ferociteit hun waarheden aan anderen trachten op te dringen, dat in feite doen omdat ze innerlijk niet meer zeker zijn.

U zult ontdekken dat het geheel van al die fouten die u nu constateert een onevenwichtigheid is, dat er een ander evenwicht denkbaar is, maar dat een evenwicht alleen denkbaar is, als de mens anders gaat reageren.

Daar heeft u dan de oplossing in een tijd van omwenteling als deze. Door begrijpen kan ik juist handelen zonder mij door de verschijnselen te laten bepalen. Ik kan de essentie der dingen voortdurend begrijpen, hanteren en een uitdrukking daarvan in mijn wereld tot stand brengen die voor mijzelf en voor anderen aanvaardbaar is.

Nu we toch bezig zijn, waarom zouden we in deze tijd niet proberen om de zaak ook eens wat anders te bekijken?

Mensen lezen in schotschriften, brochures, tijdschriften, kranten over alle ellende die er in de wereld is. Het is natuurlijk verschrikkelijk dat er zoveel ellende in de wereld is. Maar zou het niet verstandiger zijn om je niet bezig te houden met de ellende die elders bestaat, doch je bezig te houden met de ellende die jezelf op dit moment kunt verminderen?

Wij moeten terug naar het leven per moment. Met alle plannen en voorzorgen kun je niets veranderen. Je werpt alleen maar vraagstukken op.

Dan krijg je zo van die verhalen: of de Club van Rome toch niet gelijk krijgt met haar veronderstellingen omtrent …. Daar hebben we weinig aan. Als je je bezighoudt met de problemen die zullen ontstaan over zoveel jaren, vergeet je iets te doen voor de problemen die er nu zijn. Als je je bezighoudt met de problemen van de Derde Wereld, vergeet je dat er zeer grote problemen in je eigen gemeenschap, in je eigen omgeving bestaan. Doe daar eerst wat aan.

Als je je bezighoudt met allerlei theorieën over menselijkheid en medemenselijkheid, dan krijg je schitterende denkbeelden; je kunt ze alleen niet waarmaken. Misschien kun je je weleens afvragen, of je niet een beetje meer medemens kunt zijn voor een ander; of je de afstand tussen jezelf en anderen iets kunt verminderen. Daar zou je veel meer mee kunnen doen.

Zo’n omwenteling doormaken is niet gemakkelijk. Je kunt haar echter aanmerkelijk vereenvoudigen, als je weer terugkeert tot de vraag: wat kan ik doen? Zolang je bezig bent met het scheppen van noodzaken en verplichtingen voor de gemeenschap, schep je in feite voortdurend onvolkomenheden, die wat een zegen zouden moeten zijn op den duur veranderen in een vloek.

Als je je bezighoudt met wat je hier en nu voor anderen kunt doen, dan zul je heel vaak wel andere dingen moeten doen en anders moeten denken en reageren. Je hebt niet meer één stelling, één beleidslijn waaraan je je kunt vasthouden. Maar je hebt wel een groot voordeel, namelijk dat de problemen van vandaag zodanig worden opgelost dat er morgen weliswaar nieuwe problemen zijn, maar dat die niet groter worden dan die van vandaag. Nu ja, dit is maar een bijkomstige gedachte.

Alles zal toch wel terugvallen op het geestelijke geheel waaruit we zijn voortgekomen. Alle gebeuren zal tenslotte worden herleid tot een eenheid en een harmonie, ook al kunnen wij dat niet beseffen. Maar wat wij nu doen is wel bepalend voor de manier waarop wij beseffen; en dat is heel belangrijk.

Als ik de mensen van vandaag een raad mag geven en daarmee niet te veel herhaal wat anderen ook al hebben gezegd, dan is het deze: Probeer in uw leven zo blij mogelijk te zijn. Doe geen dingen die u zelf absoluut onjuist acht. Voor de rest, geniet van uw leven; daardoor heeft u het gekregen.

Als er impulsen in u opkomen die u niet helemaal kunt begrijpen, probeer u dan voor te stellen wat ze betekenen. Als u weet wat ze in de wereld betekenen, dan kunt u misschien toch daarmee iets doen.

Vraag u niet af, of er een geleidegeest is of een Meester die u verder zal geleiden. Vraag u alleen maar af, of u innerlijk positief kunt staan tegenover uw wereld.

Veroordeel zo weinig mogelijk. Probeer niet te beoordelen op theoretische gronden, kijk naar de praktijk.

U bent een stoffelijk mens. Beleef uw lichamelijkheid. In die stoffelijke mens leeft een geest. Leef uw geestelijke waarde. En als het even kan, laat die beide samenvloeien en culmineren in die ervaringen waardoor u niet alleen voor dit leven, maar voor uw totale bestaan wijzer, harmonischer en sterker wordt.

Verloochen uw krachten niet, verloochen uw wezen niet. Maak een positief gebruik van beide in een wereld die u zo positief mogelijk benadert. Dat is mijn raad.

De zeven levens van Jan

Er wordt ontzettend veel gesproken over reïncarnatie, maar er zijn weinig mensen die zich kunnen voorstellen hoe dat gaat.

Jan is iemand, die het van zichzelf ook niet weet. Toch is het verhaal eigenlijk een voortdurende herhaling.

Toen Jan werd geboren (hij had natuurlijk een andere naam, maar ik blijf hem Jan noemen) en voor de eerste keer in menselijke gedaante de wereld betrad, dacht hij dat hij in een paradijs terecht was gekomen. Dat duurde drie maanden. Daarna wordt hij geconfronteerd met de moeilijkheden van het leven en bleek hij horig te zijn. Hij heeft gewerkt ongeveer vanaf zijn 7e jaar. Toen hij een jaar of 18 was, is hij zelfs getrouwd,

Zijn grootste vijandin was de bazin, de vrouw van zijn meester. In een voortdurende strijd, innerlijk en uiterlijk, om haar op welke wijze dan ook betaald te zetten, dat hij zichzelf niet prettig voelde. Hij heeft het gebracht tot de rijpe leeftijd van 38 jaar, daarna overleed hij.

Na enige tijd van geestelijk bestaan en herbezinnen, kwam hij voor de tweede keer op aarde. Onze Jan werd geboren in een redelijke middenstandsfamilie die een eigen bedrijf had. Vader was schrijnwerker. Hij had wat leerlingen. Hij werkte ook voor die haute volée van die tijd: ridders, enkele baronnen en een graaf.

Jan vond het leven wel aardig. En al moest hij dan ook de werkplaats in, hij leerde wat. Hij leerde wat latijn, wat lezen en schrijven.

Al heel snel klopte ook zijn hart weer warmer. Hij huwde met een dame, die hem om welke reden dan ook in het bijzonder aansprak. Hij wist natuurlijk niet, dat dat de incarnatie was van zijn bazin die hij in zijn vorig leven had bestreden. Hij kwam soms met haar tot overeenstemming, maar ik moet zeggen, ook in zijn leven was de strijdlust huiselijk voortdurend aanwezig. Daar speelde ook zijn schoonmoeder een rol in, die was vroeger zijn vrouw geweest,

Hij vond verder een leerling die hij lekker kon pesten (zijn vroegere baas). Daarnaast had hij een groot respect voor de dorpspastoor die in zijn vroeger leven in zijn omgeving een soort dorpsidioot was geweest.

Zo bereikte hij voor die tijd toch wel de zeer redelijke leeftijd van 43 jaar waarna hij wederom naar de geestelijke sferen vertrok om zich daar verder te beraden over zijn nieuwe mogelijkheden.

Maar ja, in de geest ging het niet goed en Jan keerde terug op aarde. Hij dacht dat hij het deze keer heel goed had bekeken. Hij werd geboren in een adellijk gezin. Hij wordt vertroeteld door iedereen en alles. Al had zijn vader nogal wat strenge eisen aan hem. Nu was dat te begrijpen. Hij was de dorpsidioot en de dorpspastoor uit de vorige incarnaties.

In die tijd had hij ook een bijzondere liefhebberij voor houtbewerking. Het was in de mode. Edellieden bedreven soms enig handwerk. Hier kwam ook de vroegere incarnatie weer naar voren zodat hij menig schrijn voor zichzelf heeft vervaardigd, ofschoon hij toen nog niet wist of hij niet beter aan een doodkist had kunnen beginnen.

Ook hier huwde hij weer. Het was nu zijn vorige vrouw. Zijn bazin van vroeger bleek zijn schoonmoeder te zijn. De strijd ging weer lustig verder.

Er kwam toen een revolutie en alle voordelen die Jan had genoten werden langzaam maar zeker tot nul gereduceerd tot hij eindelijk alleen nog zijn degen, zijn pretentie en een paar wat versleten gewaden over had. In die tijd overleden eerst zijn schoonmoeder, daarna zijn echtgenote en toen Jan besloot om dan maar revolutionair te worden, was het te laat, want hij werd al aangeklaagd.

Nu moet ik zeggen: Jan was niet iemand om snel zijn kop te verliezen, maar in dit geval is het dan toch gebeurd dankzij een wonderbaarlijke uitvinding van Dr. Guillotin. Het resultaat was, dat hij geestelijk besloot zijn stoffelijk leven zo snel mogelijk te hervatten.

Deze keer koos hij dan voor een meer volkse en revolutionaire rol. Als sansculotte kwam hij dan ook naar Nederland waar hij zijn ex‑bazin aantrof als een waardin en waar hij later ook nog zijn vroegere echtgenote als boerenmaagd aantrof. Met beiden heeft hij een ietwat gewelddadige maar wel intieme relatie gehad. Hij kon echter niet tegen de vermoeidheden op die voortvloeiden uit zijn voortdurende dienst zowel in die van de Republiek als in die van Eros. Deze twee diensten tezamen waren te veel en hij bezweek dus al toen hij pas 31 jaar was. Ook hier bleef een zekere onvoldaanheid bestaan en hij keerde terug.

Nu was hij een gewoon Hollandse burger. Zijn vorige levens, zoals u heeft begrepen, hebben zich afgespeeld o.m. in Frankrijk en Italië. Waarom kwam hij naar Nederland? Vermoedelijk omdat hij dacht: daar kunnen we het verleden nog een keer herbeleven.

Hij was wederom in een redelijke middenstandsfamilie terechtgekomen met zeer revolutionaire denkbeelden. Hij heeft meegewerkt aan de eerste industrialisatie en werd de stichter van een groot geslacht. Een geslacht dat grote fabrieken had en dat zodanig bij de pinken was, dat er menig gloeilampje is aangegaan. Hij bereikte nu de rijpe leeftijd van 63 jaren, maar heeft de eerste gloeilamp nog niet zien branden.

Zijn volgende incarnatie was eveneens tamelijk snel en die zouden we als een soort vergaarbak‑incarnatie kunnen beschouwen. Hij was hier een tamelijk rijke jongeman, deel van een industrieel geheel en heeft daarin geprobeerd om ook voor de arbeiders het goede te doen. Hij was altijd in zijn hart erg bang voor opstanden en voelde zich in de menigte niet erg op zijn gemak. Vermoedelijk is dat te herleiden tot de tijd dat hij naar het staatsscheermes werd geleid omringd door huilende horden. Hij heeft het hier aardig opgebouwd. Hij werd 52 jaar.

Toen hij eindelijk overleed, had hij wederom relaties gehad, zij het nu buitenechtelijke, met beide vorige dames die in alle incarnaties voorkwamen. Hij had er bovendien een paar nieuwe sterren bij opgenomen. De bezinning bracht hem in een situatie waarin hij met zichzelf geen raad wist. En zo kwam Jan in zijn laatste incarnatie terecht.

Jan was gehuwd, want hij was een aardige meid geworden. Daarbij was zijn hartsvriendin zijn vroegere bazin, schoonmoeder enz. De buurman voor wie hij ‑ al is het metterdaad waarschijnlijk nooit tot uiting gekomen ‑ toch wel wat prettige gevoelens had, was zijn vroegere echtgenote die eveneens in een andere sekse terecht was gekomen.

Zo leefde hij als werknemer tevreden en is kortgeleden volgens de traditie van de tijd gecremeerd. Hij liet niet allemaal treurende mensen achter,

Als hij nu al die incarnaties bekijkt, kan hij van zichzelf zeggen: Als ik alles samenvoeg, dan heb ik mij mijn eigen angsten van incarnatie tot incarnatie bezorgd. Ik heb mijn eigen bekwaamheden opgevoerd. En dat ik als huisvrouw zo handig met hamer en spijkers kon omgaan, heb ik ongetwijfeld te danken aan mijn schrijnwerkersrelatie van eens.

Zo voegt zich alles samen tot een beeld van bekwaamheid, een beeld ook van onvermogen. Een beeld van angsten maar ook van idealen en dromen. Want een mens, die vele incarnaties doormaakt is een vergaarbak geworden van ervaringen en pogingen daartoe in alle tijden. Als hij daaruit eenmaal wakker schrikt, dan is het om te constateren: ik heb zonder het te weten al datgene wat voor mij kostbaar was bewaard door alle tijden heen. Toch ben ik mijzelf gebleven en ik heb mijzelf beter leren kennen.

Als hij zich nu bij die zelferkenning niet doodschrikt, dat kan een geest ook nog overkomen, dan incarneert hij niet weer en zal hij vermoedelijk nu wel enige tijd in de geest doorbrengen. Maar het is heel goed mogelijk, dat hij binnenkort toch weer wordt geboren. Dan weet ik niet of hij een jongetje of een meisje zal zijn. Ik weet zelfs niet of over zijn aankomst btw betaald zal moeten worden. Alles is mogelijk in deze dagen.

Wel weet ik zeker, dat deze reïncarnatiecyclus, die ik nu wat onvolledig en speels heb toegelicht, een voorbeeld kan zijn voor zeer vele incarnatiecycli van mensen, zelfs die hier aanwezig zijn. Die dingen gebeuren zo.

Als je de levens van Jan nagaat, dan denk je: het is een leuk verhaal. Maar als je je eigen levens zou kunnen nagaan, dan zou je tot de conclusie komen: ik heb mijzelf veel onredelijkheden aangedaan, ik heb mijzelf belast met ervaringen, met angsten. Ik heb mijzelf ook vaak bevrijd van bepaalde omstandigheden.

De taak van iemand die incarneert is om te leven zo harmonisch als hij maar kan met de middelen die hij zelf daartoe beschikbaar heeft gesteld.

Zo u vindt, dat reïncarnatie eigenlijk geen verhaal is voor een cursus als deze, dan moet u één ding onthouden: U heeft nu een cursus gevolgd. Dat had Jan misschien ook kunnen doen in zijn tijd. Datgene wat hij er werkelijk uit geleerd zou hebben, zou een gunstig punt zijn geweest in een volgende incarnatie.

Wie weet, is dat voor u ook het geval. En als het niet het geval is, nu ja, u heeft in ieder geval een goede poging gewaagd in de richting van harmonie.

Een ander punt dat hierbij interessant is: Er zijn mensen die maken zich over de dood zo ontzettend veel zorgen. Ze denken van zichzelf dat ze in het eeuwige duister komen of in het eeuwige licht. Ze weten eigenlijk niet wat ze liever hebben.

De werkelijkheid is, dat je jezelf moet hervinden, altijd weer. Als je in staat bent om jezelf te aanvaarden zoals je bent, dan zul je ontdekken: soms kan ik niet meer verder in de geest. Dan incarneer je. Dus dood is eigenlijk alleen maar het einde van een hoofdstuk. Het is niet het einde van een bepaalde bestaansvorm of van bepaalde mogelijkheden.

Als ik het leven van Jan zou willen uitzetten op de tijdspiraal, dan zou ik moeten zeggen: Hij heeft eigenlijk elke keer toch weer een beetje hetzelfde gedaan. Jan heeft zichzelf altijd weer iets overschat, de wereld iets onderschat en hij heeft in de schatten die hij dan toch wilde bezitten zich nu en dan aardig vergist. Maar dit is menselijk en het komt ontzettend veel voor.

Zou ik kijken naar een eeuwige waarde, dan kan ik alleen maar zeggen. Elke mens zal alle mogelijkheden die hij bezit moeten waarmaken. Dat is een heel karwei al denkt u er nu misschien anders over. Als je deze keer deugdzaam bent, dan is het bijna zeker dat je in een volgende incarnatie zeer zondig zult zijn, althans volgens je huidig begrip. Als je in deze incarnatie bijzonder wijs bent geweest, dan zul je in de ogen van anderen in een volgende incarnatie zeker een dwaas lijken, want alles verandert.

Alles is tegenstelling, omdat wij alleen in de tegenstelling tot een erkenning van onszelf en onze mogelijkheden kunnen komen.

De werkelijkheid van incarnaties is, dat ze even vluchtig zijn als dromen. Een mensenleven lijkt ontzettend lang. Dat is het niet. Een mensenleven is gewoon een droom en als je wakker wordt, besta je geestelijk verder. In het geestelijke bestaan leer je dat dromen betekenis hebben.

Dromen zijn de gidsen die je voeren naar de juiste houding, tot het juiste handelen, het juiste begrijpen. Maar als je alleen droomt en je doet er niets mee, dan zul je de volgende keer weer hetzelfde dromen. Herhaling op herhaling is kenmerkend voor incarnaties van mensen die geestelijk niet in staat zijn al datgene wat ze zijn en doen op de juiste wijze te verwerken.

Voortdurende vernieuwing en afwisseling van incarnatie tot incarnatie is het lot en de vreugde van degenen die zichzelf hebben kunnen aanvaarden in een geestelijke wereld. Zij zullen met een zekere kracht, een zekere vreugde en ondanks alles in een voortdurende lach op aarde terugkeren om daar zichzelf nog beter te omschrijven en zo hun relatie met de eeuwigheid beter te bepalen.

Als u een mens vindt met een werkelijk gevoel voor humor, dan kunt u zeggen: Dat is iemand die deze keer toch wel gunstig is geïncarneerd. De voorgaande geestelijke periode zal dus zeer nuttig zijn geweest. En als je mensen ziet die geen gevoel voor humor hebben, die met een ijzeren letterlijkheid hun leven lijdend en verbijtend ondergaan, dan kun je zeggen: Dat zijn mensen op herhalingsoefening. Zij zijn niet wijzer geworden in hun geestelijk bestaan en daardoor strijden ze nu tegen hetzelfde dat ze in een vorig leven al hadden kunnen overwinnen.

Waaruit, zoals bij elk betoog natuurlijk, een les moet volgen. Wij zijn tenslotte in Nederland en een stuk zonder inhoud en les, een preek zonder eindconclusie, een politieke lezing zonder morele verantwoordelijkheden aan te stippen dat is niet denkbaar. Dus ook geen betoog als het mijne zonder een les, die daaraan dient te worden gekoppeld. Mijn les is dan deze: Als u uw leven aanvaardt, kunt u ondanks alles altijd weer vreugdige ogenblikken beleven. Als u in staat bent om uw eigen belangrijkheid en die van de wereld een beetje te relativeren, dan kunt u altijd nog wel een keer lachen, dan is er altijd wel weer enige vreugdige beleving, enige ontspanning te vinden in het zijn. Als u die dingen doet en u leert verder al datgene wat u uiterlijk bent innerlijk te verwerken en te beseffen, dan garandeer ik u dat u een goede kans maakt om niet meer te incarneren of nog vreugdiger en nog beter.

Wat ook uw verdere bestemming moge zijn de dood is nimmer het laatste punt of het uitroepteken achter het bestaan. Het is eerder een rijtje Asterix aangevende, wordt vervolgd. Waarmee ik mijn toespraak hopelijk binnen de mij toegemeten tijd redelijk heb beëindigd.

Een zevensprong

Een zevensprong is een dans. Het kan ook een kruising van wegen zijn en zelfs een vlo die haast heeft.

Altijd in ons leven ontmoeten wij punten waarvan wij ons afvragen: waar gaan we nu naartoe? Als je dan blijft doordraaien in een vast patroon, zoals de dansers die de zevensprong dansen, dan blijf je eigenlijk rondmalen in precies hetzelfde molentje waarin je altijd hebt gezeten. Maar als je de moed hebt om bij elke keuze, elke mogelijkheid tot verandering voor jezelf na te gaan wat je anders wilt hebben en wat je gelijk wilt houden, dan verander je steeds.

U lachte zo-even toen ik zei: een vlo die haast heeft. Maar is een geest die incarneert niet een klein beetje met deze krachtige springer te vergelijken? Want hij springt het leven in en voordat hij zich goed heeft gevoed, moet hij alweer wegvluchten en komt terug in de sferen.

Vluchtig en kort is het leven, zelfs al duurt het honderd jaar. Maar wat u aan voedsel heeft gevonden is bepalend voor hetgeen u later zal zijn. De keuzen die u heeft gedaan zijn de keuzen die uw geestelijk welzijn bepalen en daarnaast uw nieuwe geestelijke mogelijkheden. Probeer dan niet om in een vast patroon een volksdans te herhalen.

Wees niet bang voor ogenblikken waarop zovele keuzen en keuzemogelijkheden zich bijna gelijktijdig aan u voordoen. Kies gewoon en ga uw weg. Wat komt, dat kome. Als u nu maar een keuze heeft durven maken.

Ten laatste: U bent in uw leven meer gehaast dan u vaak beseft; niet in stoffelijke zin maar in geestelijke zin. Want op het ogenblik dat u tot stilstand komt, voelt u een ijle leegte in uzelf, een soort knagende geestelijke kiespijn, die u dan niet meer loslaat voordat u tenslotte toch een nieuwe keuze heeft gedaan, een nieuwe verandering tot stand heeft gebracht.

Zoek naar die veranderingen in uw leven die een bevestiging zijn van uw wezen.

Kies altijd voor datgene wat in u als het meest juiste kenbaar is. Bevestig uw relaties met de wereld door datgene wat voor u harmonisch is, niet door datgene wat voor u slechts als een onderdrukte disharmonie beleefbaar is.

Als u zich hieraan houdt, dan garandeer ik u dat u geestelijk noch stoffelijk een zevensprong behoeft te dansen, maar dat u met één stap verder gaat naar een wereld van groter licht, groter begrip en daarnaast grotere en meer lichtende mogelijkheden.

Dan mag ik hiermede deze cursus als afgesloten beschouwen. Allen die aanwezig zijn, ook degenen die in de geest aanwezig zouden moeten zijn, maar andere bezigheden hebben op dit ogenblik, zou ik willen toeroepen: U heeft zoveel gehoord over geestelijke ontwikkelingen en veranderingen, probeer ze waar te maken als deel van uw stoffelijk bestaan. Pas dan zult u de werkelijke vruchten plukken van hetgeen wij u hebben voorgehouden. Eerst dan zult u ook geestelijk die nieuwe krachten, die nieuwe weg vinden die voor u allen begeerlijk en zelfs ook noodzakelijk is.

Namens alle sprekers danken wij u voor de getoonde interesse.

Wij hopen dat u ons zult terug erkennen in ons denken nu en later. En als u toevallig Jan zou heten, al dan niet werkelijk, bedenk: Alle incarnaties samen betekenen veel minder dan één ogenblik van eenheidsbeleving in de geest.