Waarzeggerij door alle eeuwen heen

image_pdf

25 april 1958

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Wij verzoeken u dan ook uw eigen oordeel te vormen. Mijn eigen onderwerp voor deze bijeenkomst is: Waarzeggerij door alle eeuwen heen.

Natuurlijk komt waarzeggerij ook nu nog veel voor. Er zijn ontelbare kaartleggers, psychometristen, en dergelijke, die zich erop specialiseren u de toekomst te onthullen. Ook de astrologen zijn gaarne bereid u te tonen, welke invloeden in de komende tijd uw leven zullen beïnvloeden. Ongetwijfeld zal onder het kaf ook koren schuilen. Ik had het liever omgekeerd gezegd, maar…

In de Oudheid is het tenminste evenzeer gebruikelijk geweest naar de toekomst te vragen als heden. De mens, die in moeilijkheden verkeert, verlangt er naar van een andere zijde uit bevestigd te horen, dat de toekomst toch nog wel goed zal zijn. In het verleden, toen immers de godsdiensten grotendeels uit magie en magische ceremonieën waren opgebouwd, speelde de waarzeggerij in het godsdienstige leven een zeer grote rol. Veel groter dan men zich nu zelfs voor kan stellen. Om een voorbeeld te geven, – hierbij aanknopende bij Egypte – de Isisverering had te allen tijde, rekenend met een gemiddelde over de duur van alle dynastieën, een gemiddelde van 170 tot 180 grote orakels. Daarnaast werd in elk tempel waarzeggerij bedreven. Ik vermoed, dat wij hier rustig een gemiddelde van 700 tot 800 aan kunnen houden. In zo een tempel was er natuurlijk niet slechts één waarzegger. Er waren er meestal meerderen. Men zou kunnen zeggen, dat deze tempels een soort klinieken waren, waarin men naar de toekomst kon informeren, maar niet te voren kon weten, of men nu door Dr. A of Dr. B te woord zou worden gestaan. Ook van Griekenland is het geweten dat vele voorname orakels uit dit land stamden. Een van de meest bekende is wel de Pythia geworden. Naast haar waren er nog honderden vrouwen en mannen, die voorspellingen deden, evenals enkele wonderdadige beelden.

Voorspellingen werden in vele verschillende vormen gegeven. Toch mogen wij wel zeggen, dat zij tot ongeveer 400 v. Chr. hoofdzakelijk mondeling werden gegeven. Bij enkele Babylonische en Assyrische tempels vinden wij weliswaar een z.g. schrijvend orakel, – zoiets als de gesloten lei, waarop tegenwoordig nog wel bij een donker zitting geschreven wordt – maar dit kwam in verhouding weinig voor. Veelal werd niet de boodschap, doch een interpretatie daarvan door een priester voorgelezen.

Wat nu was in het begin de kern van al deze orakels? Ongetwijfeld allereerst een grote mensenkennis. Daarnaast kennis over en weer en niet algemeen bekende berichten, die langs de snelste weg uit andere tempels en door andere priesters werden verzonden. Hieruit alleen kon men dan reeds een redelijke conclusie trekken omtrent de dingen die wel zouden gebeuren.

Voorbeeld. Toen Alexander de Grote zijn tocht naar Indië waagde, waren er wichelaars in zijn dienst. Dezen voorspelden hem, kort voor het verste punt van zijn reis, dat hij niet levend terug zou keren. Maar voor zij deze uitspraak deden, hadden zij veel daarover nagedacht. Zij wisten, dat er grote ontevredenheid heerste in het leger. Verder wisten zij, dat hen van alle kanten legergroepen en benden belaagden en tegemoet trokken. Het was dus aan te nemen, dat binnenkort een strijd plaats zou kunnen vinden. Daarnaast ware zij er wel zeker van, dat, zo Alexander tot terugtocht werd gedwongen, zij het door de vijand of door zijn eigen mannen, de wraakzuchtige binnen het leger zich tegen hem zouden wenden. Deze waarschijnlijkheid was dan ook zeer groot. Voor de wichelaars in kwestie was het wel zeer jammer, dat zij het uitkomen van hun voorspelling niet meer beleefden. Kort voor Alexander stierf – op zijn bed en niet door geweld in de eerste plaats – stierven zij door vergif. Men is er niet zeker van, of dit op gezag van Alexander gebeurde, of door anderen.

Indien het risico van kaartleggen e.d. heden ten hoogste schuilt in het overtreden van bepaalde politieverordeningen en -wetten, was het vroeger veel riskanter. Een droomuitlegger, die een droom verkeerd uitlegde, werd al snel beschouwd als een bedrieger. En menig groot heer zag er dan geen probleem in een dergelijke oplichter maar meteen om de hals te laten brengen.

Hierdoor werd voor de waarzeggers in het verleden het uitspreken van de voorspelling op een wijze, die meerdere uitleggingen gedoogde, dan ook wel zeer belangrijk. Op een vraag als de volgende: “Zullen mijn schepen behouden terugkeren?”, werd door het orakel bv. geantwoord – veelal in versvorm: “De schepen worden gejaagd door de volle wind en keren tot een haven, waar zij zullen rusten”. Vergingen de schepen dan, dan zeiden de profeten: “Natuurlijk, dat hebben wij toch gezegd? De zeebodem is de haven, waar zij nu rusten.” Kwamen de schepen binnen, behouden en wel, dan gingen de profeten kijken, of er niets extra’s af viel en zeiden: “Heb ik het je niet gezegd?”

Dergelijke methoden moesten natuurlijk grotendeels op bedrog berusten. Maar daarnaast zijn er in de geschiedenis toch ook vele voorbeelden van werkelijke zieners. Het is zelfs zo, dat de Bijbel er enkelen van aanhaalt. Onder meer Bileaam. Deze zieners waren werkelijk in staat in de toekomst te zien. Zij waren in staat om ook onzichtbare invloeden naast de meer zichtbare in te schatten en met haast onfeilbare zekerheid te voorzeggen, wat zou gebeuren. De allereerste waarzeggers waren inderdaad mediums en helderzienden. Zij wisten te schouwen in ruimte en tijd. Zij baseerden zich bij hun uitspraken geheel op hun waarnemingen. Hoe machtiger echter de kerken werden, hoe meer het bedrog in de praktijk van de helderzienden binnensluipt. Op de duur zien wij ook bv. een sprekend beeld, waarvan de onderkaak mechanisch kon worden bewogen. Door een verborgen spreekbuis, of vanuit een soort galmkelder onder het beeld, zorgt dan een goed geïnstrueerde priester voor de stem. Toch waren ook dergelijke orakels heel vaak gebaseerd op de oorspronkelijke uitspraken van een medium, of helderziende. Ook de sterrenwichelarij – zo u wilt astrologie – speelde bij deze uitspraken vaak een belangrijke rol.

De mensheid, bewogen door een onverzadigbare honger om de toekomst te kennen, zocht steeds naar betere en juistere middelen om ver in de toekomst te kunnen zien en voorspellingen te ontvangen, of te geven. Voor de tempels was het erg belangrijk, dat de daar plechtig gegeven orakels ook werkelijk uit zouden komen. Er waren zelfs in de staat Rome bepaalde boeken met voorspellingen, die door de senaat waren verzegeld. Niemand mocht deze boeken inzien. Langere tijd werden zij in het verblijf van de Vestaalse maagden bewaard. Later werden zij bewaakt op de Palatijnse Berg, waar de paleizen waren. De pretorianen leverden daar een bijzondere wacht voor. Nooit is iets uit de inhoud van deze boeken aan de openbaarheid prijs gegeven, ofschoon er in Rome toch vele revoluties plaats vonden. De regeerders geloofden deze uitspraken en richtten in vele gevallen hun leven er naar. Onder meer werd verteld, dat vele van de dolle avonturen van Calligula te danken waren aan de inspiratie, die door hem uit deze geheime boeken werd opgedaan.

Grote filosofen, ofschoon zij optraden als de leraren en beraders van vorsten en hooggeplaatsten, waren zelf ook niet vrij van helderziendheid, of een intens geloof er aan. Grote schrijvers als Homerus, denkers als Zeno en Cato hechtten zeer veel (belang) aan de voorspellingen en voortekenen. De Auguren waren niet alleen in Rome geachte en gevreesde persoonlijkheden. Wij kunnen hun bestaan in de tijd terug volgen tot Rijken, die al waren ondergegaan voor Ur ontstond. Het duiden van de voortekenen is klaarblijkelijk altijd voor de mensheid belangrijk geweest. Maar niet slechts de tekenen zelf moeten gezien worden, de betekenis ervan in de huidige omstandigheden moet worden geïnterpreteerd. Bij het plechtig zoeken daarnaar vinden wij dan iets, wat in feite niet veel verschilt van het zien in eidooiers, koffiedik, of het leggen van kaarten. Hier wordt door het brandpunt van de gedachten te richten op willekeurige tekens een indruk gewekt, die een predictie mogelijk maken. Er zijn heel wat verschillende methoden van Augurie gebruikt. Enkele daarvan waren minder prettig, sommige daarentegen speels en elegant. In de Venustempels – niet alleen te Rome, maar ook bv. in Alexandrië – was het gebruikelijk om het orakel met behulp van Venusduiven te laten spreken. Men wierp een handvol gekleurde gerstekorrels op tafel. Vervolgens werden enkele duiven op die tafel gebracht. Men keek nauwlettend toe aan welke kleur de dieren de voorkeur gaven. Na een vaste periode, vaak door middel van een waterklok bepaald, werd dan geteld wat er over was gebleven. De getallen van de overgebleven korrels en hun kleuren waren dan de grondwaarde, waarop de voorspelling werd gebaseerd.

In Syrië en Griekenland, evenals in Kreta en vele andere landen, kende men het dierenoffer. Hierbij werd om de Goden gunstig te stemmen een offer gebracht. Meestal was dit een stier of een schaap. Nadat het bloedoffer was gebracht, werden de tekenen dan gelezen in de darmen en organen van het dier. Hieruit trok men dan conclusies omtrent hetgeen in de toekomst mogelijk zou zijn. Een aangetaste lever of milt betekende bv. steeds een ramp. Meestal het sterven van een grote held, of vorst. In geval van oorlog, of oorlogsdreiging, een verslagen worden door de vijand. Elders liet men een heilige slang kronkelen over een plaat, die met roet of walm was bedekt. De sporen, die de slang daarin achterliet waren dan de tekenen van een God der Wijsheid, waaruit men kon aflezen wat er zou gaan gebeuren.

De grote vraag bij dit alles is natuurlijk: Wat was de grondslag van dit voorspellen uit waarden, die bepaald worden door het toeval? Want het toeval speelt bij al deze voorspellingen klaarblijkelijk een heel grote rol, zoals nu nog. Het kaartleggen mag zeker niet worden beschouwd als een wetenschap in stoffelijke zin. De val van de kaarten behoort geheel aan het toeval. Het trekken van bepaalde kaarten is al evenzeer geheel van toeval afhankelijk. Het bepalen van het lot met dobbelstenen – hier te lande niet zo bekend, maar o.m. in Italië ook nu nog gebruikelijk – berust wederom op toeval. Zelfs de berekeningen, die gemaakt kunnen worden aan de hand van de verschillende cijferleren (getallenleer) hebben vaak zeer grote toevalsfactoren in zich en in hun duiding.

In de eerste plaats moeten wij, om deze praktijken te begrijpen, ons voorstellen, hoe de ziener in het verleden de kosmos zag en veelal ook nu nog ziet: De wereld is een wereld, die door God wordt geregeerd. In die wereld kan er geen sprake zijn van een werkelijk toeval. God, of de Goden, zijn oppermachtig. Wanneer wij de tekenen gebruiken, die hen in het bijzonder zijn gewijd – in 1884 werd in de laatste Italiaanse gemeente pas het gebruik afgeschaft dobbelstenen te wijden voor voorspellingen – kan men hierin hun wil en besluiten zien. God is alwetend en bewust. Hij drukt Zijn wil uit over het geheel van Zijn Schepping, of – bij Goden – over het door hen beheerste gebied. Uit het kleinste teken kan dus al een besluit omtrent de Goddelijke wil getrokken worden, mits men het weet te interpreteren i.v.m. de omgeving en de gekende omstandigheden. De offers van de Auguren waren dus feitelijk niet veel meer dan een pogen om aan de hand van offers vast te stellen hoe de natuur werkte en  gekozen specimen gebeurde, was bepalend voor de totale toestand in de omgeving. Ziet men  het heelal inderdaad als een eenheid, dan moet men ook inderdaad volgens deze stellingen kunnen komen tot een juiste predictie. Aangenomen dan, dat men in staat is de tekenen te interpreteren, te verklaren.

De verklaring van voortekenen is al zeer oud. Zoals men hij de rechtspleging naast de wetten ook de jurisprudentie heeft, zo hadden de Ouden vaak duizenden kleitafels en geschriften, waarop stond vastgelegd welke tekenen in het verleden hadden gecorrespondeerd met bepaalde gebeurtenissen. Men werkte in feite met gemiddelden (van) overeenkomst. Wanneer een aandoening van bv. de milt van een schaap in het verleden altijd is voorgekomen i.v.m. vier of vijf soorten van gebeurtenissen, dan moet men zich na de vaststelling instellen op de condities van heden en zo vaststellen, welke van deze vroeger reeds vastgestelde invloeden juist nu waarschijnlijk verwerkelijkt zal worden. Bij dit alles mag men verder nooit uit het oog verliezen, dat wichelarij in de ogen van de mens vroeger wel degelijk een wetenschap was. Van toevalsleer en kansberekening wist men weinig af. Maar men had ervaring. Die ervaringen werden nog sterk ondersteund door de exacte vaststellingen van de astronomen i.v.m. de astrologie. De aanwezige astrologen moeten mij niet kwalijk nemen, dat ik hun wetenschap hier noem als een deel van waarzeggerij. Ik weet wel, dat de bewuste astroloog tegenwoordig anders werkt, maar vroeger was dit dan toch wél het geval. In een betere tempel ging het dan als volgt. Ziende en gekozen hebbende de gebeurtenissen, waarop het voorteken slaat, kennende de invloed, die de sterren in de toekomst zullen hebben, kunnen wij met grote zekerheid en nauwkeurigheid aangeven, wat, degenen voor wie het orakel gelden en wier horoscoop wij hebben getrokken, kan overkomen. Wilde men nog zekerder zijn van zijn zaak, dan nam men de tekenen enkele dagen in beraad en hoopte door middel van duiven, of boden, bovendien nog enkele gegevens te verwerven, die voor een juistere interpretatie noodzakelijk schenen te zijn.

Ook rond de tijd, dat Jezus leefde, waren er vele zogenaamde profeten. Dezen zijn eigenlijk ook waarzeggers, want ook zij voorspellen toekomstige gebeurtenissen. Niet alleen voor een volk, of een stad, maar heel vaak ook aan enkelingen. Ook Jezus Zelf voorspelt verschillende dingen, onder meer de ondergang van Jeruzalem. De apostelen voorspellen verschillende dingen. Is dit eigenlijk zoveel verschillend van waarzeggerij? Misschien klinkt het anders in de oren van de hedendaagse mens, omdat het in het verleden gebeurde, omdat het uit de mond kwam van mensen, die ook heden nog zeer worden geacht. Maar in wezen blijft het toch wel hetzelfde, waar immers een deel van de toekomst wordt beschreven en getekend, voordat deze voor allen kenbaar is.

Sindsdien zijn er grotere en mindere grote waarzeggers geweest. Enkelen van hen werkten met vercijferde geschriften, of bv. in gesluierde kwatrijnen. Anderen daarentegen tekenden voor iedereen kenbaar gehele toekomstbeelden op. Altijd weer maken velen van hen fouten, komt niet alles uit. Toch zijn er ook hieronder, die bij een achteraf beschouwen toch wel zeer veel over de toekomst hebben geweten. Zij hebben zeer vele van de toekomstmogelijkheden zeer juist bepaald. Wanneer wij er zo over gaan denken, wordt het een vraag of bv. de heer Jules Verne ook niet een soort waarzegger was. Want wat hij voorspelde in romanvorm, werd maar al te vaak en haast precies zo werkelijkheid.

Naar ik meen, mogen wij nu wel een conclusie gaan trekken. Het blijkt door alle eeuwen heen mogelijk te zijn, op grond van bekende feiten, door het waarnemen van tendenzen en een aanvoelen van andere invloeden een prognose te stellen, die een redelijke juistheid bezit. Onder redelijke juistheid willen wij dan verstaan een uitkomen van tenminste 70%. In de tweede plaats moeten wij ons nu ook af gaan vragen, in hoeverre geestelijke krachten bij dit waarzeggen een rol spelen. Allereerst gaan wij dan weer naar de Oudheid zien. In de Oudheid blijkt, dat praktisch elke tempel een zogenaamde Stem der Goden heeft. Soms zijn dit tempelmaagden, of jonge mannen, soms ouderen. Er zijn zelfs gevallen bekend, waar binnen de tempels idioten optreden als zieners. Het vreemde is nu, dat zij inderdaad zovele voorspellingen doen, die uitkomen, dat men deze Stemmen der Goden hogelijk eert en acht. Dat men voor hen alles doet en hen met eerbied bejegent in een tijd, toen men al heel snel meende, voorspellingen niet uitgekomen, dan de kop er maar af…

In het stadje Tanis, Egypte, begon bv. een meisje al op haar 8ste jaar te profeteren. Ruim 60 jaar heeft zij daarna als profetes gezeteld in een plaatselijke tempel. Men maakte soms hele bedevaarten om haar raad in te kunnen winnen. Indien dit alles alleen maar op een raden, een trekken van redelijke conclusies of bedrog moet berusten, is het toch wel vreemd, dat iemand dit zo lang vol kan houden. Er moet dan toch wel iets meer zijn dan alleen kansberekening, of wat extra snelle berichten. Het antwoord is duidelijk: ergens – al weten wij ook niet waar, of hoe – moet de toekomst wel te voorzien zijn. Ergens moet een gebied bestaan, een kracht, of invloed, waardoor, of waaruit de toekomst te overzien en dus ook te voorspellen is.

In de eerste plaats komt hiervoor het gezamenlijke denken van de wereld in aanmerking. Niet voor niets werd in de Oudgriekse Stoa’s op ernstige toon over de waarzeggerij gesproken.  Daarbij werd opgemerkt, dat, wanneer alle mensen denken en een van hen al die gedachten op kan vangen, hij de grote gang van de gebeurtenissen voor de naaste toekomst ongetwijfeld daaruit af kan lezen. Toch is deze stelling als verklaring niet voldoende. Want wat moeten wij denken dan van het geval van de wijnkoopman van Agaue? Deze man komt bij een sprekend godsbeeld en stelt de vraag, hoe het hem en zijn vrouw zal vergaan. Het antwoord is: “Binnen drie dagen zal uw vrouw u verlaten. Zij zal niet tot u terugkeren. Wanneer u haar ziet komen uit de schaduwen, zult u weten, dat uw eigen tijd nabij is.” De koopman is erg onder de indruk van het antwoord en stelt – tegen hoge betaling – een tweede vraag: “Zal mijn vrouw dan binnen drie dagen sterven?” Antwoord: “Neen, doch zij zal sterven voor de maan vijf maal nieuw is geweest”. Dit geval was in zijn tijd erg beroemd. Daarom haal ik het hier aan. Wat is nu de aardigheid hiervan? De vrouw van de wijnkoopman hoort, dat haar zuster ziek is, of op sterven ligt. Zo verlaat zij inderdaad na drie dagen haar echtgenoot om per schip naar haar zuster te reizen. De afstand is ongeveer drie weken. Toen zij aankwam, bleek de zuster niet stervende, maar zwak en ziek te zijn. De zuster genas langzaam. Ofschoon de wijnkoopman gaarne zijn echtgenote was nagereisd, kon hij dit, door omstandigheden aan het hof, niet doen. De zuster herstelt zover, dat de beide vrouwen voor het eerst tezamen naar buiten gaan. De echtgenote van de wijnkoopman wordt dan door een insect gestoken. Zij sterft inderdaad na de gestelde termijn. Oorzaak, een schijnbaar onschuldige insectenbeet Tegenwoordig zou men dit verklaren met tetanus, of infectie. Toen verklaarde men dit alleen met de wil van de Goden. De koopman leeft daarna nog ongeveer twintig jaar. Dan, terwijl hij in een roes ligt, begint hij te roepen, dat hij zijn vrouw ziet, die ofschoon voor anderen niet zichtbaar, klaarblijkelijk uit een hoek van het rokerige vertrek op hem toekomt. Wanneer hij daarop half ontnuchterd naar buiten gaat, valt hij en hij breekt zijn nek. Dit was een voorspelling omtrent het lot van een eenling, die vervuld werd na een periode van meer dan twintig jaar. De gebeurtenissen, die vooruit werden gezegd, kwamen tot op de letter uit, ook wanneer niet de details van de omstandigheden met alle finesses weer waren gegeven. Kan hier nog sprake zijn van toeval, of van een uit menselijk denken gebouwd wereldweten, waarin dit alles begraven ligt? Ik betwijfel dit. Slechts indien wij aannemen, dat de tijd niet overal evenzeer geldt, zouden wij kunnen geloven, dat dit aan de hand van een persoonlijk vaststellen buiten de tijd mogelijk is.

Er zijn vele zaken, die voor een dergelijke theorie spreken, dan blijkt uit het steeds weer afwezig zijn van vaak bepalende details, dat van buiten de tijd de kleinere factoren van het leven schijnbaar niet, of niet te allen tijde goed waarneembaar zijn. Deze verklaring, of wij deze nu mede willen betrekken op het gebied van de geesten en inspirerende of bezitnemende entiteiten, dan wel aan de mens willen toedichten als een bijzondere begaafdheid, doet in dit verband niet zeer veel terzake. Vast te stellen is, dat een voorzien van toekomstige gebeurtenissen inderdaad vaak mogelijk is. Dat dit voorzien niet slechts enkele dagen, of jaren, vooruit grijpt, maar soms tientallen van jaren, of eeuwen. Er zijn profetieën, die een 1.000-tal jaren omvatten. Wanneer wij dezen weten te ontcijferen blijkt, dat zij nog steeds met grote juistheid uitkomen. Op grond van het voorgaande kan dan worden gesteld, dat reeds in het verre verleden de mens een weg buiten de tijd heeft gevonden. Een weg, die het hem mogelijk maakt te voorzien wat de toekomst ook hem zal brengen. Dit kan het de mensheid dan weer mogelijk maken zich reeds heden voor te bereiden, of een aan te passen, aan condities die in het heden nog niet bestaan. In de Bijbel vinden wij hiervan een interessant voorbeeld bij Jozef als droomuitlegger. Uit de droom besluit hij op zeven vette jaren en waarschuwt voor de, volgens de droom, daarop volgende zeven magere jaren. Hij maakt het de vorst mogelijk maatregelen te treffen, waardoor de nadelige invloeden van de magere jaren, althans voor een zeer groot deel, teniet kunnen worden gedaan. Feiten als dit waren het, die de waarzeggerij in de Oudheid, ook voor de regeerders en het lot van volkeren, belangrijk maakte.

In de middeleeuwen was de waarzeggerij natuurlijk officieel verboden. Dat is te begrijpen wanneer men binnen een kerk zelf geen profeten produceert, dan is het moeilijk profeten buiten een kerk als waar en belangrijk te aanvaarden. Dat zou dan immers een ernstige bedreiging van elke kerkelijke monopoliestelling worden. Zo zijn de profeten uit de middeleeuwen vaak geestelijken, óf worden zij uitgekreten voor heksen en tovenaars. Toch bestaan er vele alchemisten en magiërs, die ook de toekomst kunnen ontsluieren. Hoe groot de invloed was, die sterrenkundigen en wichelaars desondanks in de middeleeuwen nog hadden, kunt u misschien nog nagaan uit het verhaal van Wallensteins dood. De voorspeller voorspelt Wallenstein, dat hij zal vallen door verraad, wanneer hij onderhandelt. Wallenstein wil dit niet aanvaarden. Dit is historisch juist. In dezelfde tijd vinden wij de roomse generaal Tilly op het slagveld. Hij voert altijd een stoet van geestelijken met zich. Daarnaast beschikt echter ook hij over een reeks van sterrenwichelaars. Ook op zijn beslissingen oefenen deze wichelaars steeds weer een zeer grote invloed uit. Ook in veel latere jaren vinden wij wichelaars en sterrenkundigen terug als een invloed achter de troon bij vele regeerders. Ondermeer denk ik hierbij aan Adolf Hitler, die zich steeds weer door enkele astrologen en waarzeggers liet beraden. Ook andere, nu nog levende staatslieden – hun namen zal ik hier niet noemen – hebben de gewoonte in twijfelgevallen helderzienden, of astrologen, te raadplegen. Dit geschiedt zowel in de U.S.A., Engeland en Frankrijk, als in Nederland.

Het feit, dat men aan dergelijke uitspraken een zo groot belang hecht, dat men steeds weer blijft zoeken naar kennis van de toekomst pleit er dan voor, dat de waarzeggerij zeker aan een behoefte tegemoet kan komen. In haar huidige vorm echter schuilen vele en grote bezwaren. Reeds in het verleden werden valse, of vervalste, orakels gegeven om vorsten en edelen te bewegen zekere handelingen te verrichten. Ook nu komt het wel voor, dat een voorspelling niet in de eerste plaats wordt gedaan omdat men meent dat zij in de toekomst ligt, maar om degenen, die de voorspelling aanhoren ertoe te brengen deze voorspelling te helpen verwerkelijken. Dat is niet mooi. Controle is niet mogelijk. Nu de parapsychologie zich in deze dagen ook meer en meer met voorspellingen en waarzeggerij gaat bezighouden, komt men er al snel toe om te zeggen: Dat is alles humbug, enkele gecontroleerde gevallen uitgezonderd. Voor haar is dan ook de spontane helderziendheid in ruimte en tijd, de spontane proscopie, wel de meest belangrijke vorm. Hierbij sluit zij de mogelijkheid van oefening en training heel vaak uit, die bepaalde vormen van proscopisch vermogen tot een beheersbare eigenschap kunnen maken. Door haar wijzen op de vele mistoestanden verbetert zij aan het geheel van de waarzeggerij niet veel, want de mens wil toch nog steeds weer de toekomst weten. Of dit nu een vraag wordt naar “de donkere man, die op uw pad moet komen”, dan wel “de blonde vrouw met een giftige tong”, waarvoor u op moet passen, of een contract, dat u wel of niet zult krijgen, de mens verlangt er vaak naar zich een wensdroom of een beeld van de toekomst te laten scheppen. De waarzegger kan heel vaak, vooral wanneer hij geholpen wordt door een goed geschoolde astroloog, belangrijke tendenzen van het menselijk leven, ja, van de geschiedenis, vastleggen. Om dit echter te kunnen doen, moet hij zich baseren op een persoon die hij kent, of kan leren kennen.

Wanneer u binnenkomt bij een helderziende, die u onmiddellijk zegt: “niets zeggen, niets zeggen, u komt hier met een brief…”, kan hij ongetwijfeld telepatisch begaafd zijn. Hij  kan daarnaast ook proscopisch enkele gaven bezitten. Maar het is zeer moeilijk voor zo iemand een werkelijk samenhangend beeld op te bouwen. Uw eigen reacties worden daarom vaak als een leidraad gebruikt. Men richt zijn prognose dus geheel in samenhang met uw reacties.

Is dit wel juist? Indien u de persoon geheel zou kunnen doorzien, al de karaktereigenschappen zou kennen, zou het ook zo mogelijk zijn met zekerheid te zeggen wat er gaat gebeuren? Maar zelfs dan is er weinig zekerheid. Het is gemakkelijk genoeg een paar prognoses te geven. Ik kan ze zo uit mijn mouw schudden. Ik kan u bv. vertellen, dat binnen vier maanden in het Indonesisch gebied in geheel nieuwe haarden opstand uitbreekt en dat ook dit weer onderdrukt wordt. Ik kan u vertellen, dat de U.N.O. zal trachten uiteindelijk in te grijpen en daar toch niet toe zal komen.

Waarschijnlijk voordat het zeven maanden verder is. Het is gemakkelijk genoeg een paar prognoses te geven. Maar dit is toch eigenlijk niet de waarzeggerij waar ik vooral op doel. Ik bedoelde vooral de middelen, waarmee men persoonlijke leiding zoekt en deze ook verkregen kan worden. Een dergelijke leiding mag u namelijk niet predisponeren voor een bepaalde reeks van handelingen of reacties. Een voorspelling, die alleen maar zegt: zo zal het gaan en daarbij uw eigen streven als een mogelijkheid om de toekomst te veranderen uitsluit, is uit den boze.  Proscopie krijgt pas werkelijke waarde, wanneer zij u de gelegenheid geeft uw eigen leven beter en harmonischer te leiden.

U zult mij wel toestaan dit betoog te sluiten met een beeld van wat volgens mij proscopie, waarzeggerij en wichelarij zouden moeten betekenen voor de mens in deze tijd, in deze maatschappij. Het is heden ten dage vaak onmogelijk een werkelijk inzicht in bestaande mogelijkheden en heersende tendenzen te verkrijgen. Het beeld van alle grotere  gebeurtenissen wordt door propaganda en tendentieuze berichtgeving zo zeer vertekend, dat men zich geen werkelijk beeld meer kan maken. De condities van het dagelijkse leven kunnen soms zo snel wisselen, dat men alleen daardoor al voor grote moeilijkheden, of onvoorstelbare situaties kan komen te staan.

Wanneer een goede wichelaar e.d. u in de toekomst moet helpen, kan hij dit nooit doen door u alleen maar te vertellen, dat er dit en dat gaat gebeuren. Daar hebt u heel weinig aan. Wanneer u dagdromen vraagt, kunt u beter naar een bioscoop gaan, waar men een film over de toekomst vertoont. Zelfs indien alles gebeurt, wat men u zegt, zult u altijd weer zien, dat het toch anders gebeurt dan u zich had voorgesteld. Het gaat er dus niet in de eerste plaats om de toekomst te voorspellen, maar om de mens een zodanige raad te geven, dat hij zich op het komende kan voorbereiden. Het is zaaks, dat wij de mens niet beïnvloeden zonder meer, maar hem voor alles de kans geven eigen denken en streven tot uiting te brengen. Daarom is het in de eerste plaats noodzakelijk, dat de wichelaars e.d. de mens erop wijzen, welke moeilijkheden in het heden al bestaan en de mogelijkheden tonen, die zich in de toekomst op bepaalde wijze zullen ontwikkelen. Het is noodzakelijk, dat wij de mens in de eerste plaats wijzen op de fouten, die hij heeft gemaakt in het heden, of maken zal in de nabije toekomst. Deze kunnen voor verdere ontwikkelingen immers vaak beslissend zijn. Wij hoeven alle gevolgen zeker niet te schetsen in een dergelijk geval. Dit is niet noodzakelijk. Wel moeten wij een raad geven, die nu al belangrijk en praktisch is. Wij moeten ook trachten de gegeven raad aanvaardbaar te maken. Daarbij mag men zich niet bedienen van een onwaarheid. Wel mag men veel omtrent de waarheid van de toekomstige ontwikkelingen verzwijgen.  Absoluut onverantwoord lijkt het mij bv. iemand de datum van zijn overlijden aan te zeggen.

Zelfs indien het juist is, blijft het een misdaad. Want de persoon, die dit gelooft, zal zeer lang in zorgen verkeren en ongeacht het al of niet uitkomen van de prognose, maandenlang in grote spanning vertoeven zonder reden. Dit is niet te verantwoorden. Het voorspellen van ziekte is voor mij alleen aanvaardbaar, indien de ernst daarvan niet verder wordt vermeld en geen nadruk wordt gelegd op het lijden, dat volgens de ontvangen indrukken daarmee mogelijk gepaard zal gaan. Voorspellingen omtrent vreugdige, of gunstige gebeurtenissen mogen evenmin met volle glorie en nadruk worden opgediend. Met beperking moet erop worden gewezen, dat de toekomst betere mogelijkheden zal geven, terwijl er met nadruk op wordt gewezen, dat en hoe de mens zelf daaraan mee kan werken en daaruit de volle profijten kan trekken. Ik meen dan ook, dat juist in de moderne waarzeggerij een paar punten bovenal belangrijk worden. Ten eerste, omdat de waarzegger een goed psycholoog moet zijn en eerlijk blijven. Hij moet het karakter van degene, tegenover wie hij staat, kunnen begrijpen. Ten tweede moet hij tenminste in de grondwaarden der astrologie enig inzicht hebben. De algemene typen aanduidingen daarvan moet hij zich altijd weer onmiddellijk voor ogen kunnen halen. Hierdoor alleen al zal hij beter in staat zijn de grondslagen van het gedachteleven te ontdekken. Beter zou het nog zijn, wanneer de waarzegger in staat zou zijn op aanvraag een gedetailleerde geboortehoroscoop te maken. Hierdoor wordt juiste uitwerking en duiding van het geziene beeld mogelijk en zal elke ontwikkeling in het leven van de cliënt dus ook duidelijker naar voren treden.

De moderne waarzegger zal bovendien zich steeds moeten onthouden van het geven van beloften, tenzij hij zeker is van de vervulling daarvan. Zelfs dan is het beter deze beloften onder voorbehoud te geven. Wat als leed op de weg van een mens wordt gezien, mag nooit als zodanig worden omschreven. Men moet slechts waarschuwen voor mogelijkheden. De nadruk moet komen te liggen op raadgevingen, die aanduiden hoe de mens dit leed beter zal kunnen dragen, dan wel misschien zelfs aan de ergste consequenties ervan zal kunnen ontkomen.

Het geven van een vast toekomstbeeld is vooral voor de mens van deze tijd zeker uit den boze, daar dit vaak alle initiatief doodt. Adviezen, die op deze wijze worden gegeven, maken het de waarzegger mogelijk om ook heden voor velen goed te doen. Zo zouden de zieners de mens kunnen helpen zich aan te passen aan zijn eigen tijd en de  invloeden, die daarin optreden.

Ondanks het feit, dat de waarzeggerij heden algemeen ontkend wordt, dat zij wordt vertrapt, of misbruikt als middel tot gewin zonder dat enige reële waarde wordt gegeven, zou ik willen zeggen: zoals het door alle eeuwen heen mogelijk is geweest voor de zieners en astrologen de mensheid vooruit te helpen, is dit ook heden mogelijk. Maar het is eigenlijk alleen mogelijk, wanneer men de toekomst niet beschouwt als een beeld, dat met zekerheid komt, maar als iets, wat men zelf moet bereiken; iets, waarbij de weg van bereiking belangrijker is dan het resultaat. Iets, waarbij ook voor de ziener de mogelijkheid vreugden te vergroten en het lijden van de mensheid te verminderen meer telt, dan het juist voorspellen van feiten. Op het ogenblik, dat het juist, en nauwkeurig voorspellen van feiten om redenen van winst of gezag het belangrijkste schijnt, is het werk van de ziener niet meer deugdelijk.

 Menselijke energie.

Datgene, wat de mens energie noemt, zouden wij ook wel levenskracht kunnen noemen. Uw energie vloeit namelijk voort uit de mogelijkheid die u bezit om uw natuurlijke zenuwkrachten aanmerkelijk te vergroten; uit de wijze, waarop u geestelijk op het leven reageert en dus uw krachten gebruikt; plus de harmonie, waarin u zich al dan niet bevindt in verband met uw omgeving. Deze drie punten kunnen voor de menselijke energie wel de meest belangrijke worden genoemd.

Wat het verhogen van de natuurlijke energie betreft, bestaan er vele methoden. U zult het mij, hoop ik, niet euvel duiden, wanneer ik hier niet overga tot het beschrijven van yogamethoden en dergelijke. Hiervoor bestaan voldoende leerboeken. Toch zijn er enkele factoren, waaraan ik een paar woorden zal moeten wijden. Ik verzoek u dan allereerst u zich het menselijke zenuwstelsel voor te stellen. Het bestaat uit cellen, de z.g. neuronen. Elke neuron kan vergeleken voorden met een zwakke, chemische batterij, die zelf energie produceert, maar bovendien van buitenaf opgeladen kan worden en dus meer energie kan bevatten dan zijzelf zouden kunnen voortbrengen. Elke neuron heeft verschillende uitsteeksels, waarmede het vervlochten is met andere neuronen. De cellen zijn dus steeds met elkaar verbonden. De wijze, waarop de kracht van de ene cel naar de andere kan worden gebracht, bepaalt, hoe de mens zich bewust is, hoe snel hij reageert en de beheersing, of zenuwkracht, waarover hij beschikt.

Het is begrijpelijk, dat de doorsnee mens aan de kracht van de cellen zelf maar net voldoende heeft. Wanneer wij meer energie begeren, dan zullen wij moeten trachten op enigerlei wijze extra krachten in het lichaam op te nemen. Alle daarvoor bestaande methoden komen er in de praktijk op neer, dat men de hoeveelheid vrije elektronen, die zich in het menselijke lichaam beweegt en bevindt, geleidelijk, doch aanmerkelijk vergroot. Die geleidelijkheid is noodzakelijk, omdat geen te grote en plotselinge wisseling van potentiaal tegenover de omgeving mag bestaan, terwijl ook geen overlading van de zenuwstrengen en neuronen plaats mag vinden. Onder meer kan gebruik worden gemaakt van een statisch veld, waarbij de mens zich dus tussen min en plus bevindt.

Hierdoor ontstaat een opladen van de mens, waarbij echter de plaatsing van de polen belangrijk is. Ook kan men door ademhaling een deel van het lucht-elektrisch vermogen dat zich in de atmosfeer bevindt, in het lichaam brengen. Hierin wordt het gedeeltelijk opgenomen en afgevoerd naar centrale zenuwknooppunten.

Door besparing kunnen wij echter wel de meeste energie winnen. Door elke tegenstrijdigheid in handelen, denken, willen en reactie zoveel mogelijk uit te sluiten. Voorbeeld? Een mens die werkelijk intens in tweestrijd verkeert omtrent een beslissing en hierover een kwartier met zichzelf worstelt, verspilt aan levensenergie net zoveel als een mens, die een uur lang met uiterste krachtinspanning hout hakt, daarbij luid zingt en spreekt, terwijl hij gelijk nog tracht een rekenkundig probleem op te lossen. Een mens die door een onbeheerst begeren zich op laat zwepen tot een toestand van geestelijke, of lichamelijke honger, kan in tien minuten van onvrede evenveel levenskracht verbruiken als een normaal mens tijdens geestelijke of begrijpen, dat een ieder, die voor zichzelf kracht, doorzettingsvermogen, besluitvaardigheid verlangt, of de veerkracht, die het mogelijk maakt snel de inspanning van grotere vermoeienissen te overwinnen, wel allereerst zal moeten toezien, dat hij niet teveel krachten onnut en in zich(zelf) verbruikt. Wanneer men in tweestrijd staat, vormen zich bv. in de hersenen twee tegengestelde denkpatronen, die afwisselend in werking komen en toch nooit met elkaar geheel in balans kunnen zijn. De daardoor ontstane krachtsafname komt per cel gelijk aan de nodige energie voor 100 normale gedachten.

Op grond hiervan kan worden gezegd: Menselijke energie, zover stoffelijk bestaande, is te vergelijken met een elektrisch vermogen dat de mens tot een lichamelijk functioneren in staat stelt. Elke weerstand, waarop deze energie wordt gebruikt, is van zeer groot belang. Elke weerstand die in de mens bestaat, komt gelijk aan een vergroot gebruik van kracht met een gelijktijdige beperking van de toevoer daarvan. Verder kunnen wij stellen, dat frisse lucht, naast zuurstof, ook nog bepaalde spanningen en kwaliteiten in zich draagt, die door de mens kunnen worden opgenomen en de mens als een additionele levenskracht kunnen toevloeien. Ondermeer kan daarom met enig recht worden gezegd, dat de mens, die met blote voeten de bodem beroert, hieruit tevens een vergroten van potentie kan gewinnen, wat de levenskracht als zodanig ten goede kan komen. Hoe harmonischer de mens leeft, hoe sneller hij kan vorderen, hoe meer hij kan presteren, hoe minder hij aan vermoeidheid zal lijden. De stoffelijke energie, die wij nu bespraken, is echter niet de enige kracht, die wij in het menselijke leven kennen. Er zijn ook mensen, die lichamelijk zeer zwak zijn, wier zenuwgestel zwak kan zijn, ofschoon zij desondanks een intense levenskracht en grote wilskracht bezitten. Zij zijn, ondanks hun zwakte, hun disharmonisch bestaan, misschien in staat tot grotere prestaties dan anderen, die over betere stoffelijke middelen beschikken. Onze aandacht wordt in deze gevallen in de eerste plaats wel op de wil gevestigd. Wil is een bron van energie. Zij ontstaat door begeren, of angst. Zij is niet een functie op zich, maar een vaststellen van en gebruiken van eigen verhouding ten overstaan van de omgeving. Hieruit wordt het willen eerst geboren. Door de wil kunnen alle aanwezige energieën worden geleid in een bepaalde richting, tot een bepaald doel. Door deze concentratie wordt het mogelijk het tien- tot duizendvoudige van een normale prestatie gedurende beperkte tijden te leveren.

De astrale wereld kent, evenals de stoffelijke wereld, spanningen en krachten. Deze krachten vooral kunnen door het astrale lichaam van de mens worden opgenomen. Wanneer de mens hiermee verzadigd is zonder zich hiervan bewust te zijn, zien wij eigenaardige verschijnselen van bv. telekinese. Indien deze krachten echter beheerst worden, dan kan men lichamelijke en andere krachten combineren bij het bewegen van voorwerpen, het vormen van ideeën en voorstellingen en wat stoffelijk, of in het denken nog meer voorkomt. Het mede gebruiken van astrale krachten betekent voor het lichaam een besparing van 50 tot 70% van verbruikte zenuwkrachten. Dit impliceert een vermindering van optredende slijtageverschijnselen in het lichaam. Het gebruik van astrale kracht is daarom te allen tijde aan te bevelen, aangezien zij voor ons bewustzijn goed is. Men kan stellen, dat elke mens, die zich door meditatie of concentratie regelmatig richt op het goede, daarbij alle gekende en ongekende gebieden insluitende, voor zich ook op astraal gebied contacten zal kunnen bereiken, die voor hem of haar, goed, juist en redelijk zijn.

Verder hebben wij nog te maken, met het mentale lichaam of wezen. Dit leeft in de gedachtewereld. Deze is in contact met alle menselijk denken en kan bovendien ook bepaalde geestelijke sferen bereiken. Wanneer het eigen denken nu harmonisch is met de beste factoren in het denken van de mensheid, dan kan hieruit voortdurend een zekere kracht worden geput.

Deze kracht kan het best worden voorgesteld als een uitbreiding van denkvermogen, ook buiten het eigen “ik”. Hierdoor hoeven vele denkhandelingen niet fase voor fase in de hersenen te worden volbracht, doch kunnen de nodige conclusies, juist met overslaan van redelijke trappen worden bereikt, terwijl rationalisatie later eenvoudig mogelijk is. Deze besparing aan denkarbeid, plus de vergroting van zelfvertrouwen, die hieruit voort kan vloeien, betekent een vergroting van prestatievermogen, zowel als wilskracht en inzicht.

Ook het gebruik van hogere geestelijke krachten is zeker niet uitgesloten. Indien wij namelijk in staat zijn onze geest te laden met de energie van de voor ons hoogste sferen, dragen wij een Lichtend vermogen. Lichtend wordt hier door mij gebruikt als een synoniem voor zeer hoog trillend. Dit vermogen binnen onze geest kan een harmoniserende invloed hebben op alle werkingen binnen mentaal, astraal en stoffelijk lichaam. Door dit in overeenstemming komen, zijn de krachtbronnen van alle drie deze werelden bruikbaar voor elke handeling op elk van de drie gebieden. Deze aanmerkelijke vergroting van krachten is natuurlijk ook voor de stofmens merkbaar als een vergroting van energie.

Een laatste punt. Wij leven temidden van een oneindigheid die kracht is. God is energie, althans voor mij. Hij neemt geen enkele andere voor ons kenbare vorm aan. Hij is de kracht, die ons in stand houdt, de kracht, die in ons leeft. Indien wij op kunnen gaan met ons denken tot een kosmisch peil, zal de kracht van het kosmische mede reageren in elke gedachte, in elke bewustwording van onze geest. Zij zal via die geest dan ook in staat zijn elk van de lagere lichamen van de geest en het stoflichaam volledig te beïnvloeden. De krachten, die zo ook naar het lichaam kunnen worden overgebracht door een soort transformatie van wereld tot wereld houdt in, dat de mens, die met kosmische krachten één is, een volledige beheersing bezit ten overstaan van tenminste alle stoffelijke en astrale omstandigheden. Zo zal hierdoor elke stoffelijke of astrale verhouding kunnen worden gewijzigd naar eigen inzicht en streven. Hierbij treedt geen vermoeienis op, zolang hierbij geen werkelijke oorspronkelijke astrale, of stoffelijke krachten mede gebruikt worden. Het zijn dus in een dergelijk geval dus hoog-geestelijke energieën, die, door het veroorzaken van hergroeperingen in stoffelijk en astraal gebied, de werkelijke arbeid volbrengen. Wie dergelijke krachten bezit, beschikt over de grootste energie die er bestaat. Hij kan alles volbrengen, kan elke vermoeienis en elk lijden doorstaan en toch geheel zichzelf blijven.

  • Kunt U een voorbeeld geven van mensen, die over deze krachten beschikken?

Jezus, de Gautama Boeddha, ietwat in mindere mate ook Gandhi. Gedurende zekere periode de pastoor van Ars. Anderen: Appolonius van Tyna, Comte de Saint Germain en – in een bepaalde periode van zijn leven – John Dee. U kunt hun leven nagaan en zult dan daaruit kunnen zien, dat zij, zij het gedurende hun hele stoffelijke bestaan, of een korte periode daarvan, beschikten over een zodanige kracht en een zodanig doorzettingsvermogen en levenskracht, dat zij het schijnbaar bovennatuurlijke konden presteren, als ware het voor hen een geheel natuurlijke zaak.

image_pdf