Wat is en wat kan

uit de cursus ‘Denken'(hoofdstuk 5) – maart 1982

Wat is en wat kan

Wanneer wij bezig zijn met denken, en dat doet men in deze tijd nogal eens, dan blijkt men zich voornamelijk bezig te houden met wat eventueel zou kunnen zijn. Zo ongeveer als de speculatie omtrent het banenplan. Als je daarmee te maken krijgt, dan ben je geneigd te zeggen: dat moet toch mogelijk zijn. Maar op het ogenblik dat je die mogelijkheid als een zekerheid gaat hanteren, kom je in moeilijkheden. Dat is in uw eigen leven precies hetzelfde.

Ik geloof dat het voor de meeste mensen heel goed zou zijn een verschil te maken tussen wat er is, dus het kenbare feit op dit moment, en de mogelijkheid die eventueel ontstaat. Laten wij het eenvoudig samenvatten: U komt hier. U zegt: later komen wij in Zomerland. Daar zullen we een huisje hebben; enfin, u kent het verhaal wel. Dat is mogelijk. Maar wat heeft u nu? U heeft nu uw problemen. U bent in en zelfs tegen uzelf verdeeld. U weet niet goed raad met de wereld en met uzelf. Die verdeeldheid is datgene waar u nu misschien iets aan kunt doen, niet aan datgene wat later komt.

U kunt praten over de energiebehoefte in het jaar 2000 maar daar weet u niets van af. Als u zich bezighoudt met de mogelijke ontwikkelingen, dan gaat u nu maatregelen treffen die misschien goed zijn en misschien ook niet, dat weet u niet. Maar u schiet waarschijnlijk wel tekort in datgene wat op dit ogenblik mogelijk en opportuun is. In het hele leven is men geneigd zich bezig te houden met allerlei prognoses. Ik kan u er ook wel een paar van geven. Bijvoorbeeld, ongeacht het banenplan neemt de werkloosheid in Nederland nog toe met zeker 70.000 personen in de komende 9 maanden. Dit is een prognose. Maar als ik ervan uitga dat dit zeker is, dan zit ik fout. Dit is op grond van de nu bekende gegevens waarschijnlijk.

Als ik kijk naar wat er nu aan de hand is, dan moet ik kijken naar wat er later eventueel zou kunnen gebeuren. Ik moet eerst kijken naar de fouten die er op dit ogenblik zijn. Speculatief denken, filosoferen, is allemaal heel mooi, heel goed. Wie van u houdt van een broodje filosoof? U krijgt het niet. Het slachten van filosofen is verboden, anders zou plotseling het vleestekort zijn opgeheven. Misschien houdt u wel van filosoof: een aardappelpureerand met hachee erin.

Een filosoof is iemand, die neemt een feit en daarop gaat hij allerlei stellingen opbouwen. Al die stellingen samen komen op een gegeven ogenblik natuurlijk uit op de conclusie waartoe hij is gekomen van wat hij had willen bereiken. De werkelijkheid is anders.

Het is voor ons heel erg interessant te zien wat anderen van de toekomst verwachten, maar wij mogen daarvan niet uitgaan. Wat is, is iets anders dan wat zou kunnen zijn. Daarmee zitten we niet alleen maar op het terrein van de zuiver materiële zaken, zoals u misschien denkt, waar het een of ander instituut uitrekent wat het volgende jaar het inkomen van de Staat zal zijn en waarop de Staat dus rekent en teveel uitgeeft omdat ze minder krijgt aangezien de mensen minder hebben. Het is wel degelijk ook een kwestie van geloof, van godsdienst, veronderstellingen ten aanzien van ontwikkelingen in Derde Landen of in geestelijke gebeurtenissen. Daarom moeten wij een systeem proberen te ontwikkelen.

Daarmee zou ik mij vandaag willen bezighouden waardoor we het waar­schijnlijke, het mogelijke en het feitelijke van elkaar scheiden voordat wij proberen onze eigen richting en onze eigen gedachtegangen verder te volgen.

Wat is

Kijk naar alles wat er is. Gaat het om geestelijke zaken, probeer dan niet te denken wat mooi zou zijn. Bijvoorbeeld, ik zie het gouden licht. Het zou erg mooi zijn als u dat zag. Maar u ziet alleen sterre­tjes omdat u uw ogen te hard dicht knijpt. Geef dat dan toe. U behoeft het niet tegen anderen te zeggen. U mag nog steeds zeggen dat u het gouden licht, het blauwe licht en verder de hele regenboog voorbij ziet gaan alsof er een geestelijke toppop wordt gelanceerd.

U moet begrijpen: wat ben ik? Wat kan ik op dit ogenblik? Wat ge­loof ik werkelijk en wat hoop ik alleen maar? De situatie zien zoals ze is, dat is een soort balans opmaken. Kijken wat er is overgebleven. Van alle verwachtingen niet zeggen: die zijn er nog. Neen, u moet zeggen: wat is er van waar geworden? Wat heb ik op dit moment aan mogelijk­heden? Wat heb ik nu aan voordeel, wat heb ik aan nadeel?

Als u te maken heeft met een probleem in de wereld of van de we­reld, doe dan precies hetzelfde. Vraag u niet af wat er is geweest en wat er eventueel zal komen. Vraag u af wat er op dit moment bestaat en wat daarvan op dit moment de consequenties zijn. Pas door zo te re­deneren, komt u verder. Gaat het om een geloof, vraag u dan niet af waarom u het gelooft als u het gelooft. Vraag u alleen maar af: geloof ik het of geloof ik het niet? Is het voor een innerlijke zekerheid, is het onaantastbaar? Zo ja, dan is het een positieve waarheid. Hoop ik dat het waar is, dan is het een twijfelachtige waarheid. Ik kan er niet op rekenen, want ik heb geen zekerheid in mijzelf. Zou ik het mooi vinden als het waar zou zijn, laat mij het dan voorlopig maar vergeten want daar kan ik op dit ogenblik niets aan en niets mee doen.

Waarschijnlijkheid

Als je twee auto’s ziet die met een snelheid van 120 km/u een kruispunt naderen terwijl dat kruispunt onoverzichtelijk is, dan kun je wel voorzien dat een aanrijding waarschijnlijk is. Dat betekent dat je rekening houdt met de noodzaak om hulp te verlenen. Heel simpel. In het leven zijn er altijd weer vele zaken aan de gang waarvan je zegt: die dingen moeten tot een botsing voeren. Of: dat moet mis gaan. Dat zeg je op grond van feiten die je nu kent. Als er in feiten die nu bekend zijn, zo’n grote tegenstrijdigheden zitten dat ze zeer waarschijnlijk elkaar zullen beroeren en eventueel vernietigen, mag je op geen van beide meer rekenen. Wat ontstaat, is een resultante die nu niet is te overzien. De waarschijnlijkheid is dus een nieuwe ontwikkeling. Je moet openstaan voor nieuwe gebeurtenissen, voor een totaal andere benadering.

Kijk ik naar wat wel eens waar zou kunnen zijn in een verre toe­komst, dan kan ik daar eigenlijk niets aan doen. Als ik u zeg dat over een paar jaren een grote Meester op aarde zal rondwandelen, dan kunt u denken: nou, dat is leuk. Maar wat voor een meester zou het zijn? Een schaakgrootmeester, een bovenmeester of een ander soort meester? U weet het niet. U kunt er geen invloed op uitoefenen. Maar dan is het toch dwaas om in uw denken, in uw streven alvast rekening te hou­den met het feit dat hij dan komt.

Als ze tegen u zeggen: over 5 jaar komt het einde van de wereld. Er is niets om te zeggen: het is onmogelijk. Het is mogelijk. Maar er is ook niets om te zeggen: het is onvermijdelijk. Daar ziet het ook niet naar uit. In ieder geval moet ik morgen eten. Ik moet dus van­daag zorgen dat ik morgen kan eten. Zo eenvoudig ligt de zaak.

De gehele situatie van onze geestelijke ontwikkeling, van esoterie en al wat erbij hoort, is eigenlijk voor een groot gedeelte op allerlei veronderstellingen gebaseerd. Als dit zo is, dan zal dat wel zo zijn. Je weet het niet. Esoterie kan niet gebaseerd zijn op wat later even­tueel zal gebeuren of wat mogelijk is. Het moet gebaseerd zijn op dat­gene wat je nu bent en zelf erkent. En als je iets erkent ten aanzien van jezelf, dan moet je het ook op de een of andere manier kunnen waarmaken. Je komt er gewoon niet onderuit. Dus, nuchterheid. Maar er is nog veel meer. Als ik innerlijk weet dat hier een kracht is, onverschillig welke, dan moet ik die kracht op dit ogenblik actief kunnen maken. Niet mor­gen. Niemand moet zeggen, als je vandaag hier die kracht ontvangt, dan zul je over 7 dagen een straal licht vertonen. Je mag trouwens niet zelfstandig licht maken, dan krijg je last met de GEB. Als er licht is, dan moet dat ook naar buiten kunnen komen. Als dat niet kan, dan moet je het ergens mis hebben, dan deugt er iets niet. Dan moet je eerst eens nagaan wat dat licht dan wel is en wat het betekent. Of wat die kracht is die in je schuilt en die je op dit mo­ment als aanwezig voelt en wat je ermee moet doen. Pas als je leert werken met de zaken die je nu in jezelf meent te kennen, ontstaat een waarschijnlijkheid.

Die waarschijnlijkheid is voor een groot gedeelte afhankelijk van de manier waarop je nu reageert. Wat er tenslotte uit voortkomt, dat is een verwachting. Die verwachting kunnen we echter niet overzien, die ligt te ver weg. Dus, in denken en in systemen is het altijd erg belangrijk dat je een beetje verstandig blijft.

Denken is een situatie waarbij we een innerlijke wereld hebben die onbegrensd en onbeperkt is. Je kunt fantaseren wat je wilt. Je bent 80 en je kunt dromen dat je 8 bent. Je bent lelijk en je kunt dromen dat je de prijs van Miss of Mister World wint. Je kunt in je gedachten alle argumenten op een rijtje zetten om de hele wereld ervan te overtuigen dat je beter bent dan ieder ander. Maar als niemand er­in gelooft wat heb je er dan aan? De denkwereld is er niet alleen maar om daarmee een spelletje te spelen. De denkwereld (wij hebben het al eens eerder gezegd in deze cursus) is eigenlijk een instrument dat we kunnen hanteren om hetgeen we innerlijk als juist menen aan te voelen, te overzien, te overwegen en op de proef te stellen. Dat is toch heel duidelijk. Als je een gereedschapskist hebt en je hangt haar aan de muur, dan kun je wel zeggen dat je nu elke reparatie kunt uitvoeren maar bij het eerste kraanleertje dat je moet vervangen, blijkt dat je beter een loodgieter erbij had kunnen halen. Want je hebt meer nodig dan alleen de aanwezigheid van het gereedschap. Zo heb je meer nodig dan alleen rationele processen. Je hebt ook de innerlijke kunde nodig waardoor die processen goed kunnen worden uitgevoerd. En dan kom je als vanzelf terecht bij de tweespalt in de mens tussen de innerlijke wereld en het verstand.

Wanneer u iets gaat uitgeven, dan zult u uw uitgavenpatroon laten bepalen, dat neem ik tenminste aan, door dat wat u in uw zak heeft of op de bank. Wat u in uw zak of op de bank heeft, is in geestelijk opzicht niets anders dan datgene wat u zelf aan zekerheden en mogelijk­heden erkent. De wijze waarop u desnoods ook uw eigen mogelijkheden ver­onderstelt te zijn, dat is het geld op de bank. Maar dan moet u het ook uitgeven. Dan blijkt heel vaak dat u een miskoop heeft gedaan, dat u dingen gaat proberen die helemaal niet in overeenstemming zijn met de werkelijke kracht die u in u heeft. Of u gaat de zaak misschien veel te formalistisch aanpakken. Dan loopt het over vele schijven. En als het over zoveel schijven heeft gelopen, dan is het veel te duur voor dat wat het is. Dat zit vooral in de handel, hoe meer schijven hoe duurder. In de ambtenarij, hoe meer schijven hoe meer tijd er nodig is.

Wij moeten gewoon proberen het zo direct mogelijk te zien en te doen. Niet stellen dat het ook nog anders kan. Wat kan nu? Wat kan ik zelf? Wat is op dit ogenblik mijn mogelijkheid?

Dit eenmaal te berde te hebben gebracht, moeten we maar eens kij­ken hoe u zich laat voorlichten. Dit is een van de mooiste en bekend­ste voorbeelden van dit getheoretiseer: dit stellen van mogelijkheden als zekerheden die nooit hebben bestaan. Bijvoorbeeld, er staat dat het kabinet op springen staat. Nu zou dat op zich­zelf helemaal niet zo gek zijn. Ik zou de heren graag over het Binnen­hof zien kikkeren. Is dat nu denkbaar? In de praktijk niet. De heer Van Agt wil ten koste van alles de macht behouden. Hij zou hoogstens een kabinetscrisis entameren op het moment dat hij zelf minister-president kan blijven. De heer Den Uyl heeft geen belang bij een kabinetscrisis. Zoals de si­tuatie nu is, zit hij anders weer in de oppositie. Daar heeft hij hele­maal geen behoefte aan. Want als Den Uyl eenmaal minister af is, dan is hij bij de Partij uitgespeeld. De heer Terlouw moet het nog leren. Ik wil niet zeggen dat de man het goed of slecht doet, dat moet ieder voor zich weten. Maar het is dui­delijk dat deze man er voorlopig belang bij heeft dat hij eerst nog eens volleerd minister kan worden zodat hij eventueel bij volgende kabinets­formaties niet als een, nu ja, ‘we moeten die Partij erbij hebben, neem de man ook maar die binnenkomt’. Maar dat ze zeggen: dat is toch wel iemand. Hij heeft dat heel deskundig gedaan, die hebben we nodig. Dus kan dit kabinet niet op springen staan. Dat is wel gek, maar het is waar. Wat is dan de enige reden waardoor zo een kabinet uiteen zou kun­nen vallen? Alle analyses die u hoort, zeggen: er komt een toenemend conflict tussen PvdA en CDA. Ach, natuurlijk, ze schreeuwen tegen elkaar maar niemand durft het aan. Dat weet u ook. Laten we ons daar­door dus ook niet laten verblinden en ons afvragen: wat zijn de werke­lijk grote problemen van beide partijen? Dat is heel duidelijk.

Wat het CDA betreft, besparingen zijn erg gewenst maar niet op kinderbijslag, toeslag aan het Bijzonder Onderwijs en al die andere din­gen die nu eenmaal behoren tot de christelijke partij. Daarom zouden zij het liefst de arbeiders en het arbeidsinkomen aanpakken. Maar dat kan de PvdA niet doen. Op het ogenblik dat een van beide partijen probeert haar zin volledig door te zetten, krijgt ze nul op het rekest. Wat wordt het dus? Het wordt een kabinet van politieke compromissen dat niet aan de werkelijkheid tegemoet kan komen, gezien zijn structuur en de verhouding waarin het verkeert. Dat kan wel veranderen maar dan moeten eerst de machtsverhoudingen in Nederland verschoven zijn.

Dit is gewoon een politieke analyse. Het wil zeggen dat alles wat daarover in de kranten wordt gezegd, eenvoudig niet deugt. Of je nu leest dat het een of ander sportteam (het Nederlands elftal bijvoorbeeld) het nu eindelijk eens een keer zal gaan maken. En dan kijk je naar de werkelijke situatie en zie je dat de heren steeds minder hard lopen voor steeds meer geld. Wij weten ook dat de enige Nederlandse leeuw die zij met geheel hun hart willen aanhangen en verdedigen, staat op de achterkant van de gulden. Wij kunnen dus niet verwachten dat ze grote sportieve prestaties leveren tenzij dit voor henzelf noodza­kelijk is om er beter van te worden. Die mogelijkheid om er in Nederland beter van te worden, is niet aanwezig. Je transfermogelijkheden naar het buitenland worden minder. Dus het winnen van het Nederlandse elftal zou eerder moeten liggen aan de zwakte van de tegenstander dan aan de sterkte van het Neder­landse elftal. Elke sportjournalist kan dan daarover vertellen wat hij wil, hij kan het analyseren van: die is ziek geweest en die is nu net weer beter en die heeft zijn meniscusblessure overwonnen, het zegt al­lemaal niets.

Dan kijk ik verder. Wat denk ik van het bezoek van het Nederland­se koninklijke paar aan de republiek Duitsland? Je kunt het natuurlijk een beetje gemeen zeggen: ze gaan kijken waar de fiets is gebleven. Je kunt ook stellen: het is een doekje voor het bloeden omdat Neder­land niet zo mooi in de pas loopt met Duitsland. Het kan ook nog zijn dat er sprake is van Nederlandse zakenbelangen die op deze manier onderhands beter bevestigd kunnen worden. Je weet het eenvoudig niet. Wat is het enige dat je weet? Dat Neder­land Duitsland nodig heeft. Of je het toegeeft of niet. Dus is het voor Nederland erg belangrijk dat er goede relaties met Duitsland zijn. Dit bezoek is ongetwijfeld redelijk goed getimed om een verbetering van de Duitse waardering voor Nederland tot stand te brengen en daar­door misschien een grotere mogelijkheid tot samenwerking. Maar dat weten we eenvoudig niet zeker.

Dan hebben we de Paus. De Paus spreekt over de situatie in Polen. U kunt ook Nicaragua of een ander land invullen. De man mag zich wel uitspreken maar als we de situatie goed bekijken, is de macht van de kerken in de staat dermate geslonken dat het op zijn minst genomen een heel voorzichtige zaak wordt. Je kunt eenvoudig niet meer als Paus een uitspraak doen en erachter blijven staan, tenzij die ook in de betreffende landen en in de rest van de wereld tamelijk goed wordt ontvangen. Dan is het duidelijk dat, wat de Paus zegt, niet is wat de Paus bedoelt maar wat hij denkt dat andere mensen durven horen. Het bete­kent ook dat de Paus in feite niet bezig is om vanuit zich een ver­nieuwing of een verandering te ondernemen, ook al wordt dat gezegd, want hij kan dat eenvoudig niet. Het enige dat hij probeert te doen, is het verlies aan invloed van zijn eigen kerkelijke gemeenschap af te wenden. Dat is dus een kwestie van denken.

Nu kun je zeggen: als de Paus in een land dat zo katholiek is als Polen voortdurend zegt dat de vakbonden er moeten komen, dan wordt het steeds moeilijker om die vakbonden te ontkennen. Dat ben ik met u eens. Maar impliceert dat, dat er een vrije vakbond komt? Vergist u zich niet. Je kunt een zogenaamde vrije vakbond hebben, die toch ge­bonden is. Die zullen ze wel willen geven, maar een vrije vakbond is niet denkbaar gezien het systeem. Dan krijgen we een soort godsdienstoorlog tussen degenen die gelo­ven in de almacht van de staat en degenen die geloven in de almacht van God. Wat is het resultaat? Zeer waarschijnlijk dat de gewone mens lijdt onder beide almachten. Dus het ontleden van de zaak, is eigenlijk helemaal niet zo gek.

Als we kijken naar de toekomst, dan wordt het ook eerst kijken: wat is er? Wat hebben we nu? Voorbeeld: Er is nu een, niet officieel erkend maar feitelijk, evenwicht in de machtsverhouding USA / USSR. Dit betekent dat elke vergroting van macht of van wapens van een van beide partijen voert tot conflict. Toch wordt er voortdurend over gestreden dat men elkaar (men wil dan zogenaamd verminderen) geen duimbreed wil toegeven. Wat moet de reden daarvan zijn? Het gaat helemaal niet meer om de macht. Het gaat om het prestige. Als het om prestige gaat, dan zegt men: het is zeer waarschijnlijk dat er ondanks alles enige overeenkomsten worden gesloten. Dat kunt u daar­uit afleiden. Nu kan men zeggen: er komt een ogenblik dat ze gaan samenwerken. Op grond van prognostische gegevens is dat in een wat verre toekomst zelfs heel waarschijnlijk, een samenwerking om een bepaalde Aziatische dreiging uit de weg te ruimen. Maar tot die tijd weten wij dat nu niet. Er zijn op dit moment wel indicaties dat het mogelijk zou kunnen zijn, maar geen zekerheid.

Wij moeten ons ook niet steeds laten overbluffen door de manier waarop de dingen worden voorgesteld. Of we nu spreken over een soli­dariteitsheffing of over de noodzaak om alles lonend te exploiteren, ook als de Staat erachter staat, of dat we spreken over de heffing van extra belastingen omdat men meer geld nodig heeft, dit maakt geen verschil uit. Het lijkt iets anders maar dat is het niet. Solidariteitsheffing betekent gewoon een belasting. Je doet als­of ze eenmalig is en dan houd je die zolang vol dat niemand haar meer kan betalen. Dat leert de ervaring en dat is dus de huidige toestand.

Kijk ik naar de toekomst van de gehele wereld, dan valt op dat het nationalisme op het ogenblik de grootste hinderpaal is voor elke ontwikkeling van het huidige systeem. Nationalisme is eigenlijk de rem die wordt gelegd op een industriële ontwikkeling binnen een leefbare wereld. Dan kunt u daaruit wel een conclusie trekken. Is het waarschijnlijk dat alle groepen die hun belangrijkheid juist aan het nationaal chauvinisme danken, afstand willen doen van hun zeggenschap, hun macht en hun inkomen? Ik meen van niet. Dus moeten wij erop rekenen dat deze situatie blijft voortbestaan.

Dan is het zeer waarschijnlijk dat er steeds meer industriële moei­lijkheden ontstaan, dat er ecologisch steeds meer problemen komen en dat als gevolg daarvan en om die te bemantelen, politieke problemen worden aangevoerd die feitelijk niet bestaan. Dat kunt u gewoon uit­rekenen.

Dat er een oplossing komt met een Verenigd Europa (ik ben er per­soonlijk zeker van), behoort onder het hoofd: dat zou wel eens kunnen zijn. Dit wil zeggen, daarvoor is  een zekerheid en daar kunnen wij dus ook niet op rekenen. Wij kunnen niet zeggen: als we het nu maar een paar jaren uithou­den, dan komt er een Verenigd Europa en dan ligt de zaak anders. Daarvoor is de waarschijnlijkheid te klein. De feiten die op dit moment bestaan, spreken dat volledig tegen.

Wij kunnen ook zeggen: God en de geest zullen ingrijpen op deze we­reld. Dat doen ze ook wel. Wij doen het ook wel eens. Maar aannemen dat de geest in de toekomst zo een grote greep kan krijgen op de menselijke wereld zonder daarbij de vrijheid van de menselijke wil aan te tasten zodat ze daardoor alles ten goede kan leiden, dat bestaat niet. Een goede geest moet de vrijheid van beslissing van een ander blijven respecteren, ook als hij mens is. De geest mag wel suggereren maar hij mag niet beslissen. Dan zijn de enigen die, geestelijk gezien, de greep op deze wereld kunnen versterken en de mensen naar hun hand zetten, degenen die uit het duister komen. Zij kennen de beperkingen. Maar moe­ten we dan pessimistisch worden? Ik vind niet dat daarvoor reden is. Waarom? Wel, als ik tegenwoordig naar uw wereld kijk, dan zie ik dat er steeds meer mensen zijn die gevoelig worden voor paranormale verschijnselen. Ik zie dat er steeds meer mensen zijn die op de een of andere manier teruggrijpen naar een geestelijk leven. Al is het maar omdat ze met het zuiver stoffelijke bestaan geen weg meer weten. Ik zie dus een verschuiving van materialisme in de richting van meer geestelijk denken en leven. Maar als dat ontstaat, dan wordt de ontvan­kelijkheid voor negatieve invloeden eerder kleiner dan groter. En dan komen we weer aan wat zou kunnen zijn.

De waarschijnlijkheid is groot dat steeds meer mensen gaan begrij­pen wat positief juist is en dat daardoor steeds minder mensen dat­gene gaan doen wat in feite negatief inwerkt op henzelf en hun wereld. Daardoor zal langzaam aan een veranderingsproces inderdaad op gang kunnen komen. Maar dat kan nooit snel gaan, het kan nooit binnen tien jaar geschieden.

Denken is een kunst. De meeste mensen weten dat niet. Zelfs spre­ken is een kunst. Dit wil ik ook zeggen aan degenen die zich ergeren aan het onderwerp en aan de wijze waarop het wordt behandeld. Spreken betekent: je denkbeelden tot uiting brengen. Het is niet voldoende om iets in jezelf te denken. Je moet het ook naar buiten kunnen brengen. Het is heel erg belangrijk om datgene wat je denkt, zo exact mogelijk te formuleren en dan niet alleen exact, maar ook begrij­pelijk. Eerst als een denkbeeld met een ander kan worden gedeeld, kan ten aanzien van dat denkbeeld er sprake zijn van een vergelijking van gegevens of een eventuele samenwerking.

Dan moeten we ons gedachteproces nog een beetje gaan herzien. Want wij kunnen niet meer volstaan alleen maar met hetgeen wij denken. Wij moeten ons ook afvragen hoe dit denken is om te zetten in alge­meen gangbare vormen. En dan maken we heel gauw een fout. Een fout overigens die ook bij ons wordt gemaakt, eerlijk is eerlijk. Wij hebben dan de neiging om het product van ons denken mee te delen zonder het proces van ons denken ook mee te delen. Dat kan goed zijn als het gaat om betrekkelijk kleine beslissingen of reacties die onmiddellijk noodzakelijk zijn. Maar eigenlijk is het toch heel belang­rijk dat je een ander ook duidelijk kunt maken waarom je iets zegt. Je mag niet aannemen dat wat je zegt, voor de ander juist moet zijn. Neen, hoe kom je daartoe. En in dat ‘hoe kom ik daartoe’, zul je erop moeten letten dat alles wat je zegt in overeenstemming is met een menselijke logica. Waar deze logica ontbreekt, worden de emotionele argumenten, de geloofsargumenten zodanig opgevoerd en daarmee tevens de betrekkelijkheid van de argumentatie toegegeven.

Dan rest ons nog één punt. Misschien een wat eigenaardig punt in dit verband. Wij hebben het al eens meer gezegd, het is een kwestie van kracht. Ik heb kracht in mijzelf. U heeft kracht in u. Als we daar niets mee doen, dan is het net of die kracht er niet is. Dus, als ik zeg: ik heb kracht in mijzelf, dan moet ik haar ook uitstralen. Ik kan daar een kleur aan geven. Ik kan zeggen, ik wil u allemaal een beetje gelukkiger maken. IK weet, dat wordt binnenkort toch weer door u ongedaan gemaakt.

Ik kan zeggen: ik wil u genezen. Als ik zo kijk, dan zijn er hier wel een paar die wel een beetje energie kunnen gebruiken. Maar dan moet ik ook denken: die genezing moet dan een goede kant uitgaan. Ze moet zo terecht komen dat ze niet een ogenblikkelijke, miraculeuze verbetering voor een korte tijd betekent maar een verbetering die een lange tijd kan aanhouden. Dan moet ik mijn kracht daarop afstemmen.

Nu het vreemde: de kracht die ik veronderstel, is in mij. Het is een emotionele, een onbewuste kwestie. De manier waarop ik haar uit, is dus niet belangrijk. Maar ik moet wel met mijn denken de richting bepalen. Misschien kan ik het zo vergelijken: De kracht die je in je hebt, is een handjevol buskruit. Je kunt het aansteken en ….. plof, het is weg. Als je datzelfde handjevol kruit in een koker doet, dan kun je daar wel degelijk een effect mee bereiken. Zeker als het helemaal opgesloten is met een losse prop erop, want dan heb je een patroon. Dan kun je daarmee iets transporteren over een gro­te afstand.

Het denken is bij het gebruiken van die kracht eigenlijk niets anders dan die patroonhuls die we maken. Het is de buis die we maken waardoor de kracht wordt gekanaliseerd.

Als ik dus wil genezen, dan kan ik zeggen: ik doe dat emotioneel. Dat werkt dan voor één persoon waarschijnlijk wel. Wil ik het echter op een meer algemeen niveau doen, dan moet ik eerst mijn denken gebruiken om te zorgen dat die kracht zo goed mogelijk tot ontlading komt. En wat doen we dan? Wij hebben het denkbeeld geformuleerd en dan ontladen we de kracht. Dat is dan gebeurd. Maar wat nu? Nu kan ik mij gaan bezighouden met de vraag of die kracht ogenblikkelijk resultaat heeft. Het is verstandig daarmee te wachten. Daar heb ik op dit moment nog niets mee te maken. Ik heb nu de kracht gebruikt, ik wil die weer terugwinnen. Ik moet dus eerst de rust in mijzelf vinden waardoor ik de kracht terugwin. Dat is het meest belangrijke. Dan moet ik mijn denken terug­brengen tot de normale toestand en de noodzaken van vandaag, mijn con­centratie en mijn veronderstelling ongedaan maken en dan pas kan ik gaan waarnemen.

Het is dan weer: wat is er? Wat is waarschijnlijk? Wat zou misschien mogelijk zijn? Het is misschien mogelijk dat je iemand uit de dood opwekt. Het is heel waarschijnlijk dat je dan ruzie krijgt met de erfgenamen. Maar het is zeker dat, als je dit kunt, jij je veel bewuster moet zijn van alle essenties van leven dan de doorsnee mens is. Deze manier van redeneren is dus niet alleen iets wat je nodig hebt als het gaat om krantenartikelen e.d. Het gaat er wel degelijk om dat je zegt: wat is er nu eigenlijk aan de hand in, met en rond mij?

Als ik voel dat in mij een lichtende wereld zich openbaart, dan is het niet voldoende dat ik het voel. Dan moet ik proberen in mij met de gedachte een soort vat te maken waarin dat licht en die kracht voor mij meer kenbaar en hanteerbaar worden. Aan de hand van de ervaring die ik zo opdoe, komt dan het waarschijnlijke, de mogelijkheid die erin ligt. De verdere gevolgen daarvan kan ik niet overzien.

Het is wat vreemd als iemand u zit te vertellen dat u vooral bij de dag moet leven. De meeste mensen zeggen: het klinkt schitterend maar wat moet ik morgen doen? Per slot van rekening, ik moet toch ook wat hebben tegen de tijd dat ik de pensioengerechtigde leeftijd bereik. Dat is allemaal waar. Maar als wij teveel bezig zijn met wat we zullen doen wanneer we 65 jaar zijn, dan zullen we, nu we nog 35 of 50 zijn, te­kortschieten ten aanzien van hetgeen nu kan worden bereikt. Daarom zeggen wij steeds weer: carpe diem (pluk de dag). Niet om­dat we van elke dag moeten genieten maar om de doodeenvoudige reden dat we eerst moeten werken met hetgeen er is. Dat we eerst moeten werken met onze zekerheden en op grond van die zekerheden dan mogelijk waarschijnlijkheden ontdekken waardoor we, zonder ze als zekerheid te beschouwen, in die richting kunnen streven. Pas als we dat hebben ge­daan, en niet eerder, kunnen we misschien eens dromen over wat er even­tueel uit zal voortkomen.

Het is treurig als je het moet zeggen, maar hoeveel mensen zijn er tegenwoordig die denken dat zij iets bijzonders zijn? Omdat zij niet in staat zijn iets bijzonders te presteren. Heeft u zich dat wel eens gerealiseerd? Hoeveel mensen zijn er niet in deze dagen die denken dat woorden de plaats kunnen innemen van feiten? Ik denk dat u er ook heel veel kunt vinden. Maar als dat het geval is, dan moet u toch afstand daar­van nemen.

Als iemand u morgen komt vertellen dat, als u zich maar bekeert tot de Heer, alles goed komt, dan moet u er niet op rekenen dat uw banksaldo ineens groter wordt. Dat zijn andere dingen. U moet niet den­ken dat u een ideëel of geestelijk punt, hoe aanvaardbaar ook, zonder meer kunt omzetten in een feit. Het denken geeft ons de moge­lijkheid de relatie daartussen te ontdekken. Het geeft ons de mogelijk­heid om op grond van de feiten zoals ze bestaan, met deze persoonlijke inhoud verder iets tot stand te brengen, meer kunnen we niet.

Daarmee heb ik het grootste gedeelte van deze les alweer gegeven. Ik zou nog een paar dingen willen zeggen die eigenlijk niet helemaal passen onder het hoofd van dit onderwerp. De beelden die in mij ontstaan, zijn geen werkelijkheid. Ze zijn hoog­stens een vertaling van een aangevoelde werkelijkheid. Toch zijn de beel­den die in mij opkomen, altijd die punten waaruit ik verder mijn houding ten aanzien van de feiten zal bepalen. Ik kan mijzelf nooit beschouwen als iemand die alleen maar logisch en redelijk reageert. Juist omdat dit het geval is, is het erg belang­rijk dat ik de innerlijke wereld, hoe dan ook, tot een mate van harmonie weet te herleiden.

Tegenover elke dreiging die ik innerlijk ervaar, moet een positieve kant staan. Als ik droom van eenzaamheid, dan moet er ook een verbre­king van eenzaamheid zijn. Als ik droom van wereldondergang, dan moet er ook een wereldgeboorte zijn. Ik kan nooit een eenzijdige droom hebben die niet tevens zijn tegendeel inhoudt. Daarom mogen we ons nooit laten meeslepen door gevoelens van machteloosheid of hulpeloosheid. Zomin als we ons mogen laten meeslepen door het gevoel dat wij het wel weten en dat wij gelijk hebben. Wij moeten altijd weer proberen de innerlijke vrede, de innerlijke rust zo goed mogelijk tot stand te brengen en te bewaren. De regels daarvoor kent u. Aanvaard de feiten zoals ze zijn, aanvaard jezelf zoals je bent. Probeer tussen beide een relatie te erkennen en bouw die relatie op een voor jou zo positief mogelijke manier uit. Als u dit doet, dan ontstaat er een innerlijke wereld die door haar evenwicht dichter komt bij de werkelijkheid.

Op gevaar af dat ik dingen ga herhalen die u allang weet, wil ik erop wijzen dat er een werkelijkheid bestaat die kosmisch is. Ze omvat alle dingen en alle mogelijkheden maar ze omvat zeer zeker ook alles wat we zijn, kunnen zijn, wat voor ons mogelijk en onmogelijk is. Kortom, in de kosmische werkelijkheid zijn wij begrensde wezens. De er­kenning van deze begrenzing is voor ons noodzakelijk. Maar zij kan pas worden ervaren indien wij innerlijk harmonisch zijn. Innerlijke harmonie is een emotionele zaak, dat geef ik toe, maar een noodzaak. Wij kunnen deze innerlijke harmonie redelijk niet zonder meer tot stand brengen. Laten wij daarom niet redelijke zaken en argumenten gebruiken totdat we innerlijk evenwichtig zijn. Op het ogenblik echter dat wij het gevoel hebben van een innerlijke zekerheid en rust, is het noodzakelijk dat wij terugkeren tot de logica en de rede.

In die rede en logica zullen wij nooit mogen uitgaan van de innerlijke harmonie en de zekerheden daarin als zijnde bewezen feiten. Wij kunnen ze zelfs niet zonder meer als waarschijnlijkheden aanduiden. Daarom delen wij ons dan in tweeën om in een redelijke menselijke analyse van onze toestand, mogelijkheden en ontwikkelingen en onze innerlijke zekerheid een synthese te vinden, waardoor wij het geheel van onze geestelijke ervaringen, mogelijkheden en krachten zodanig projecte­ren in de feiten dat een waarschijnlijke benadering van harmonie ook in de feitelijke wereld voor ons mogelijk wordt.

Dan zeggen de mensen: als je een geestelijke helper hebt (velen onder u hebben die inderdaad), dan kan die helper je misschien attent maken op fouten die je maakt ten aanzien van de feiten. Hij kan je daarnaast wijzen op mogelijkheden om een innerlijk evenwicht te herstel­len. Dergelijke aanduidingen bestaan meestal uit symbolen of gevoels­impulsen. Ze zijn niet redelijk. Het rationaliserende van het omzetten van het geheel in een redelijk contact met een geest of entiteit op persoonlijke basis is niet aanvaardbaar. Het is iets wat je moet ondergaan, moet beschouwen als een deel van je wezen.

Als Jezus zelf uw persoonlijke geleider is, dan kan hij u nog niet maken tot iets anders dan u bent. Hij kan u alleen helpen om datgene wat u bent, beter en harmonischer te zijn. Dan heeft het geen zin om van hem uit te gaan in uw denken. In uw gevoelswereld mag u hem volle­dig aanvaarden en omarmen zoveel u wilt. De redelijkheid geeft ons de wegen waardoor we de innerlijke harmonie kunnen overdragen aan de bui­tenwereld. De wisselwerking tussen deze beide is de optimale bewustwording ofwel de weg waarmee wij ons onttrekken aan de noodzaak om onszelf voortdurend weer in stoffelijke conflicten op de proef te stellen.

Daarom, altijd weer: wat is, is belangrijker dan wat kan zijn. En wat misschien mogelijk zou kunnen zijn, moeten wij buiten beschouwing laten omdat het geheel buiten ons vermogen ligt om daarmee te werken en daar iets aan te doen.

Ik hoop, dat u zult nadenken over de inhoud van hetgeen er is ge­zegd en vooral zult proberen om de techniek eens op uw eigen benadering van uw wereld en uzelf toe te passen. Misschien dat u daardoor toch komt tot conclusies die wat afwijken van al datgene wat u als vanzelfsprekend heeft aangenomen.

Meer over denken   (Visie van Henri)

Denken is een heel belangrijk iets. Ik heb eens meegemaakt dat iemand tegen een ander zei: wat denk je van mij? Deze zei toen wat hij van hem dacht……… Dat werd gewoon een drama. Denken moet je toch wel een beetje voor jezelf houden. Dat vind ik tenminste. Als ik precies zou zeggen wat ik denk over de Staat der Nederlanden op dit ogenblik, dan denk ik dat het medium in moeilijkheden zal komen. Als ik alles zou zeggen wat ik denk over heel veel mensen, dan zouden ze zeer waarschijnlijk een noodlanding moeten maken. En de plotselinge onderbreking van hun zweefvlucht zou ongetwijfeld leiden tot een verstuikte enkel in geestelijke zin. Als u het mij vraagt, is denken eigenlijk een kwestie waarmee je voorzichtig moet omspringen. Je kunt daarover wel een hele cursus geven. Wat dat betreft, draaien ze bij ons nergens de hand voor om.

Als ik zo kijk naar deze wereld, dan zeg ik: Nou, wat denk jij ervan? Tegen mijzelf. Als ik dat nu zeg, dan denk ik dat ik op mijn donder zou krijgen. Wat denk je van de Orde der Verdraagzamen? Dat heb ik vroeger al eens gezegd. Dat is een groepje dat in naam van de verdraagzaamheid de innerlijke onverdraagzaamheid uitleeft zonder die feitelijk te beoefenen. Wat denk je van de kerk? Dat is een groot gebouw waarin God niet aanwezig is, omdat de mensen teveel denken aan de kosten die nodig zijn om de diensten te kunnen houden. Wat denk je van de Staat? De Staat is iets wat in staat zou zijn tot veel, indien het zichzelf niet zozeer zou verheerlijken. Wat denk je van de ambtenarij? Ik denk dat ambtenaren en beambten noodzakelijk zijn. Maar het feit dat ze hun eigen noodzakelijkheid over­schatten, leidt er wel toe dat er steeds minder wordt gepresteerd door steeds meer.

Dan zeggen de mensen: zo mag je niet denken. Waarom niet? Je mag alles denken, maar je mag niet alles zeggen. Vanuit deze kleine inleiding zou ik willen wijzen op een paar eigenaardigheden die mij zijn opgevallen. Heeft u wel eens een goochelaar aan het werk gezien? Hij laat eerst zien dat hij niets in de handen heeft. Dan zegt hij abracadabra en hij heeft wat in de hand. Dan denkt iedereen: wat is dat knap. Maar waarom zegt hij abracadabra? Hij zegt abracadabra om op dat moment de aandacht af te leiden zodat hij ongezien kan pakken wat u anders zou zien dat hij tevoorschijn haalde.

Dat doet mij nu denken aan heel veel mensen die in deze nadenkende wereld steeds bezig zijn om geheimtaal uit te braken. De dokter zegt: ik geef u aqua distellata als purgansa. Dan denkt de patiënt dat hij heel wat krijgt. Maar hij krijgt gedistilleerd water, opdat hij denkt dat hij gemakkelijker gaat. Als hij denkt dat het gemakkelijker gaat, dan gaat het gemakkelijker. Aha, er komt medisch commentaar uit de achtergrond. Niet de achterhoek, want dan denkt u aan een bepaald deel in Nederland. Nederland heeft namelijk een Achterhoek die steeds minder textiel kan produceren omdat het te duur is, ofschoon de mode nog niet zodanig is dat textiel over­bodig is geworden. Maar dat ligt meer aan het klimaat dan aan de mode.

U moet mij niet kwalijk nemen dat ik het zo bekijk. Maar als je denkt, dan heb je allerlei voorstellingen. Ik heb mij wel eens voorgesteld hoe het zou zijn als alle Nederlanders nu eens nudisten zouden zijn. Dan zou ik toch graag een Kamervergadering willen zien. Dan staat er iemand op het spreekgestoelte voor paal en je kunt de werkelijke vorm van de dalles zien en de vorm van mevr. Dales.

Dat zijn natuurlijk mooie luchtkastelen. Maar de praktijk is zo dat ze meer loon nodig hebben om beter te kunnen aanpakken opdat u denkt dat ze meer zijn dan ze zijn. En als u denkt dat ze meer zijn dan ze zijn, dan denkt u altijd nog minder van hen dan zij van zichzelf denken. Dat is nu de fout met het denken.

Wij denken over heel veel dingen waar we beter niet over zouden moeten nadenken. Want de mens leeft tenslotte uit het momentum van het ogenblik. Dat is ook abracadabra. Het betekent niets anders dan dat per ogenblik in je leven bepaald wordt wat mogelijk is en wat niet mogelijk is, wat wel kan en wat niet kan. Als je dat niet wilt besef­fen, dan denk je steeds dat je kunt, terwijl je niet kunt en dan kun je niet omdat je denkt dat je niet kunt, terwijl je zou kunnen. Dat geldt voor lieden van beiderlei kunne. Dus, laten we proberen om het denken eens wat nuchterder te beschouwen, op mijn manier.

Denken is het samenvoegen van herinneringen zodat een schijnbeeld van de huidige werkelijkheid ontstaat waarbij men voortdurend de feiten over het hoofd ziet en liever niets ziet en niet wordt herinnerd aan de feiten die men voor zichzelf te ongunstig acht.

Als de gedachte op de juiste wijze wordt gebruikt, vormt ze een uit­drukking die niet alleen verbaal maar ook tot expressie van de eigen persoonlijkheid kan voeren. Heel veel mensen onderdrukken expres de ex­pressie van de eigen persoonlijkheid door meer woorden te gebruiken dan ze eigenlijk gedachten hebben. In vele gevallen blijkt dat degenen die het minst denken het meest zeggen. Ook dat is begrijpelijk want als je minder denkt, kun je meer woorden produceren.

Degene die het denken noodzakelijk acht, heeft groot gelijk. Maar als het denken plaatsvindt zonder dat het gevoel een rol erbij speelt, dan krijg je een gevoelloos denken. Daarvoor heb je geen mens nodig, dat kun je ook bij een computer vinden. Als een mens zijn gevoelens gebruikt, dan denkt hij heel vaak dat hij rationeel is, terwijl hij in feite alleen gevoelens verwoordt zonder zich af te vragen wat de consequenties daarvan zijn. Iemand die denkt echter, beseft de consequenties van al datgene wat hij voelt en drukt daardoor de resultante uit van een tijdelijke vrede die hij tussen gevoe­lens en erkende consequenties heeft gesloten.

Op het ogenblik dat je diep in jezelf weet wat mogelijk is, moet je jezelf niet afvragen wat een ander ervan denkt. Want wat anderen denken, weet je nooit en meestal denken de anderen minder goed dan jij veronderstelt dat ze over jou denken. Je kunt beter nadenken over dat­gene wat voor jou belangrijk is en de wijze waarop dit voor jou belangrijke gemanifesteerd kan worden zonder dat anderen er iets van denken.

Dit betekent dat iemand, die nadenkt en zijn gevoelens op de juiste wijze weet te waarderen en te gebruiken, leeft op een wijze waarbij anderen misschien veel kunnen denken maar niets kunnen bewijzen. Dit betekent dat hij het maatschappelijk tot grote hoogte kan brengen omdat niemand erachter komt wat hij in wezen is. Maar wie weet wat hij in wezen is, weet ook dat het wezenlijk belangrijk is te voorkomen dat een ander weet wat je bent.

Weet u wat u bent? Dan wordt het hoog tijd dat u daar wat aan doet. Want pas als u weet wat u bent, kunt u iets doen ten aanzien van al datgene wat een ander denkt dat u zult zijn.

In deze gehele reeks van definities, woordspelingen of hoe u ze allemaal noemt, komt dan toch wel één ding bijzonder scherp naar voren, dat wij in de geest voortdurend bezig zijn om u duidelijk te maken dat u uw hersens moet gebruiken. Dat is natuurlijk in tegenstelling tot dat wat in politiek en kerkelijk opzicht van u wordt verwacht, maar desalniettemin zou ik het u willen aanbevelen en wel om de volgende redenen. Een mens die niet denkt, laat zich meeslepen door allerlei schijn­betogen van anderen. In deze schijnbetogen gaat u op in een schone schijn die nooit werkelijkheid kan worden. Daardoor komt u in een toe­nemend conflict met de werkelijkheid. De werkelijkheid overwint toch altijd.

Als je wordt geconfronteerd met een wereld die in zich sterk ver­deeld is, waar de mensen door dat redelijk en logisch denken heel vaak falen, dan is het heel erg belangrijk dat je zelf logisch denkt. Daardoor ben je namelijk in staat om voor jezelf de consequenties en de conflicten te voorkomen die zonder dit door die anderen voor jou veroorzaakt zouden kunnen worden.

Het is ook erg belangrijk dat je zelfstandig bent. De meeste men­sen zeggen: zelfstandigheid, die bestaat eigenlijk niet meer. In het denken echter moet je zelfstandig zijn en wat meer is, ook in je persoonlijk leven. Want datgene wat jij bent en jij tot stand brengt voor jezelf en wat voor jou inderdaad aanvaardbaar is, betekent dood­gewoon het vermogen om geestelijk een maximum aan nut te verkrijgen uit het stoffelijke bestaan, zodat je tenslotte kunt zeggen: nu ja, het is de ellende waard geweest. Maar als je je alleen maar laat leiden door de gevoelens en de gedachten van anderen zonder zelf te denken en zonder je gevoelens op de juiste wijze te uiten, komt er een ogenblik dat je je afvraagt of dat nu alles is wat je uit al die ellende hebt gewonnen. Het is dus niet alleen een kwestie van aarde, van wat je in de stof doet en bent.

Als wij op het ogenblik de wereld bekijken, dan is het zeker dat juist de illusies van veel mensen conflicten met de werkelijkheid gaan vormen. Hoe groter die conflicten worden, des te groter de moeilijk­heden waarin niet alleen die mensen maar allen, die deel uitmaken van de werkelijkheid, zullen verkeren. Dat is duidelijk. Dan moeten wij er dus rekening mee houden dat er allerlei conflicten ontstaan die zinloos zijn, die ook overbodig zijn en waaraan wij ons met enig gezond verstand zouden kunnen onttrekken en waarvan wij de gevolgen voor ons, met een juist aanvoelen van de mogelijkheden en met het gezonde verstand, zouden kunnen verminderen.

Dit jaar is een jaar (we zouden soms denken dat het een ramp wordt, maar zo erg is het nog niet) waarin we rekening moeten houden met allerlei onregelmatigheden. Denkt u niet dat de grootste ramp is dat uw huisvuil een paar dagen niet wordt opgehaald. U kunt dat dan altijd nog naar de vuilnisman brengen en in zijn tuintje gooien, dan weet hij tenminste wat hij doet. De grote ramp is juist dat niemand in staat is om op dit ogenblik een oplossing te vinden voor het grote verschil tussen de werkelijkheid en de illusie. En dat niemand de moed heeft om de illusies te verstoren.

Het zal u duidelijk zijn, dat het niet alleen economisch en sociaal invloed heeft. Het heeft ook in de politiek grote invloed. Wij zullen bijvoorbeeld merken dat Reagan harder gaat blaffen tegen het buitenland naar­mate hij in het binnenland grotere moeilijkheden krijgt. Wij zullen merken dat Breznjef hartstochtelijker wordt in zijn aantijgin­gen tegen het kapitalisme naarmate het eigen kapitalistische stelsel, dat communisme heet, grotere economische en sociale moeilijkheden gaat vertonen. En dat betekent dat er spanning op spanning wordt opgebouwd.

Wie nu niet in staat is te begrijpen waar die spanningen uit voort­komen, zal niet begrijpen dat die spanningen helemaal niet bedoeld zijn om een ontlading te veroorzaken maar eerder om juist grotere conflicten te voorkomen, die zal daaronder zenuwpatiënt kunnen worden. Dat lijkt ons voor onze leden niet aanbevelenswaard. U bent tenslotte geen le­zers van een damesblad. Daar wordt van u verwacht dat u schreit over de beschreven ellende van een niet bestaande persoonlijkheid die aan het slot toch nog een happy end krijgt wat dan meestal het begin van alle ellende betekent die niet wordt beschreven.

Dus realiseer u – en dat geldt niet alleen voor degenen die nu hier zitten maar zeker voor iedereen die op welke wijze dan ook ken­nis kan nemen van de boodschap die wij doorgeven – dat wij bezig zijn u voor te bereiden op een mate van terughoudendheid, van gezond ver­stand en vooral een erkennen van het verschil tussen feit en illusie waardoor u zich beter kunt oriënteren in uw eigen wereld en gelijk­tijdig voor uw geestelijke bewustwording beter kunt opkomen. Heeft u ooit gedacht dat denken zo belangrijk was?

Ik heb gedacht: zal ik over denken spreken. Toen dacht ik: nu ja, als je over denken spreekt, dan denken de mensen misschien wel: daar is hij alweer over bezig. Maar aan de andere kant, als ze nadenken, dan zien ze hoe belangrijk alles is geweest wat ze hebben gedacht en hoe belangrijk het is om erover na te denken, zodat ze juister denken wanneer de situatie kenbaar wordt en ze morgen feiten moeten zien. Voor mij betekent het allemaal doodgewoon een voorbereiding op een tijd waarin de moeilijkheden heel veel mensen schijnbaar over het hoofd groeien.

Onthoudt u dit. Het is hetzelfde als met verdrinken in het bad­water. Je kunt je hoofd erbovenuit steken maar als je dat niet be­seft, zit je zo aan onze kant, dan ben je verzopen in een plas waar­in een kikker nog niet in kan zwemmen. Juist dat willen wij voorkomen.

Eigenlijk zijn het de onbelangrijke feiten van deze dagen die de grootste conflicten veroorzaken. Het zijn niet de grote problemen. Dat wordt u wel voorgegoocheld, maar dat is niet zo. Het zijn juist de kleine onbelangrijke zaken waaruit de grootste conflicten kunnen ontstaan. Het zijn de zaken die eigenlijk niet meetellen waardoor de mensen komen tot allerlei handelingen die averechts uitwerken. Nu heeft u van ons de laatste 2 1/2 jaar een stoomcursus gekregen voor de aanpassing in deze crisistijd. Houd er rekening mee dat de crisis­tijd nog ongeveer 3 jaar duurt. Voorlopig kunt u met alle materiaal dat u heeft gekregen, wel heel wat doen. U moet er wel over nadenken. Want als u zich niet de moeite getroost deze dingen te verwerken en daardoor tot een herziening te komen van uw denkprocessen en tot een juister erkenning van uw persoonlijkheid, dan gaat u gewoon de vernieling in.

Een Orde die alleen vernielde leden moet oplappen zodra ze overko­men, die komt aan haar eigenlijke werk niet meer toe. Het is dus uit zuiver eigenbelang dat wij u voorbereiden. Nu weet ik wel dat u daar weer het uwe van denkt, maar het is beter dat u erover nadenkt dan dat u weigert erover na te denken.