Wat is God?

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

 

Ik vind dat we toch nog een punt hebben dat bij “God in Frankrijk” of elders te pas komt: “Wat is God?”

Als wij kijken door de eeuwen heen, dan zijn er heel wat verschillende godsvoorstellingen onder de mensen geweest. Als we nagaan wat al die verhalen inhouden, dan komen we tot de conclusies: ze zijn eigenlijk een bemanteling van onkunde.

Nu weet u dat religies op deze wereld een heel luide stem plegen te hebben. Bij mij rijst dan de vraag: Waarom zouden zoveel mensen met zoveel overtuiging luidkeels spreken over iets waar ze niets van af weten? Het enige antwoord dat ik daarop kan vinden is, dat bij de meeste mensen de neiging bestaat om met zeer grote overtuiging een oordeel uit te spreken over zaken waar ze niets van af weten. Dat kunnen we voortdurend zien in de politiek, in de economie en overal waar je met mensen te maken krijgt.

Als ik mij afvraag: wat is God? Dan kom ik tot een aantal veronderstellingen. In de eerste plaats: Alles is er. Het moet ergens vandaan komen. Als het nergens vandaan was gekomen, dan zou het nog veel gekker zijn.

Dus er zal een God zijn.

Wat is die God? Ik weet daar geen… van af. Want iedereen, die denkt dat hij weet wat God is, wat God wil, maakt van God een mens.

Dat is wel heel duidelijk, als we kijken in de verschillende landen op de­ze wereld.

God, voor zover hij nog wordt erkend in Rusland, zou eigenlijk lid van het partijpresidium moeten zijn. In de Ver. Staten is God de rechtvaardiging van het gedrag van het gouvernement. In Frankrijk is God iemand die je aanroept, als je niemand anders kunt vinden om je te helpen. In Duitsland is God de ijzeren wet die wij volgen. In Engeland is God een Engelsman die verheven is tot de allerhoogste functie. Je vraagt je af: waarom vermenselijkt men God? Er zijn zoveel van die dingen waarover ik werkelijk verbaasd ben.

Onze God is een toornige God. Wel potverdorie, waar moet de man boos over zijn? Als hij alles heeft gemaakt, dan is het zijn eigen schuld. Als hij niet alles heeft gemaakt, dan moet hij blij zijn dat de zaak nog reilt en zeilt. Dus een toornige God.

Dan een naijverige God. Dat vind ik ook zoiets. Kijk eens, als je weet dat alles tenslotte deel van je is, deel is van je macht, dan zou je als mens toch zeggen: Dan is er geen enkele reden om toornig over te zijn, want iedereen krijgt zijn trekken thuis. Daar zorgt hij zelf voor. Dan is er ook geen reden om naijverig te zijn, want per slot van rekening, ze komen ten slotte allemaal bij jou terecht. Je behoeft je niets aan te trekken van de zgn. concurrentie.

Dan zeggen ze: Onze God is een barmhartige God. Kan God barmhar­tig zijn? Voor mij een vraag. Ik wil het graag aannemen. Wij hebben alle­maal een barmhartige God nodig op z’n tijd. Maar als je reëel bent, dan zeg je: Maar een God die barmhartig is, die zou vanuit zijn wezen moeten handelen op een wijze die wij als barmhartig ervaren. Maar dat zou dan ook betekenen dat hij volgens diezelfde wet op een ander ogenblik onbarmhartig is. Voor die God is het hetzelfde, alleen voor de mens is het een beetje anders. Dus voor dergelijke dingen voel ik niet veel.

Dan vraagt men zich af. Waarom zouden eigenlijk die Goden (want elke God is eigenlijk toch een beetje anders, zelfs Jezus heeft spleetogen in China) zo’n enorm apparaat voor macht nodig hebben? Als God leeft in de harten der mensen, dan heeft hij geen kerk nodig. Een God die een kerk nodig heeft, leeft niet in de harten der mensen, anders heeft hij geen bouwwerken nodig.

Als ik zie dat er overal, vanaf het verste verleden, heilige plaatsen zijn geweest, tempels en heilige tuinen, heilige wouden, dan zeg ik: God is eigenlijk een soort attractiepark geweest in het verleden. Dat is hij eigenlijk nu nog. De mensen gaan naar Rome om lekker te eten en om de Paus te zien. Zoals de mensen, die het niet kunnen betalen naar Artis gaan om patat te eten en de apen te bekijken. Ik weet dat het een beetje onfatsoenlijk is om het zo te zeggen. Maar waarom zouden we nu net doen alsof het wat anders was.

God als eerste begin is een aanvechtbare these, al is het maar omdat er geen andere verklaring mogelijk is. De God, die in het begin is, is degene met wie en uit wie alle dingen die er bestaan: elk sterretje, elk kosmisch stofje, elk magnetisch veldje, alles wat je je maar denken kunt is voortgekomen. En dan is er op een planeetje zoals de aarde toevallig ook nog zoiets ontstaan als leven. Dat is ook weer een deel van die God, want het is deel van de functie. Als alles uit Hem is voortgekomen, dan ook dit.

Dan zeg ik niet dat God de mens heeft geschapen. Ik zeg dat door de wetmatigheden, die in de goddelijke structuur als geuit in het begin van de schepping, de mens mede is ontstaan. Dan is de mens niet meer of niet minder dan een vlo of onverschillig welk ander laag levend wezen. Het verschil tussen een amoebe en een mens is dan eigenlijk gelegen in de complexiteit van de mens, een complexere schepping, verder niet.

Dan kan ik aan die God dus ook niet alle kwaliteiten en eigenschappen toeschrijven. 0 zeker, alles wat ik aan hem toeken zal ik erin kunnen vinden. Maar dat komt, omdat ik vanuit mijn standpunt kijk. Dat is hetzelfde als een kleurenblinde naar de regenboog kijkt. Hij zegt: Wat staat er een mooie grauwe streep in de lucht.

Een dergelijke God is ook niet iets tot wie je kunt bidden. Ik vind het trouwens één van de krankzinnigste dingen. Er zijn een paar godsdiensten die zeggen God is alwetend. En omdat God alwetend is, gaan ze hem nog een keer vertellen wat ze verwachten dat hij zal doen. Hij weet dat toch wel. En als hij het niet wil doen, doet hij het toch niet. Dus waarvoor zou je bidden?

Bidden is voor jezelf goed. Natuurlijk. Het is voor jezelf een manier om je te bezinnen, op ergens een vreemde bron van het bestaan, op de raadselen van je eigen zijn, de tegenstellingen die je in je wezen steeds weer constateert. Daar is bidden goed voor.

Als je gedachten stuurt naar een ander dan zijn gedachten krachten. Ze hebben invloed, dat is al bewezen. Gedachten kunnen worden overgebracht. Als je met vriendelijke intenties aan een ander denkt, dan zal dat de ander zeker niet schaden. Als ze aan ons denken in onze wereld, dan is het soms heel gezellig, behalve als ze beginnen te zeuren van wat mis ik je zo. Ik kan  begrijpen dat ze ons zo missen, maar waarom komen ze ons dat vertellen. Laten ze liever zeggen: Laten we verder gaan en toch het contact met elkaar bewaren. Dat is veel beter.

Neemt u mij niet kwalijk, de rellerige omgeving op aarde is voor mij iets waaraan ik al enige tijd ontwend ben, ofschoon ik u in de komende tijd weer vele malen zal moeten ontmoeten. Ik wil hiermee reeds mijn condoleanties uitspreken, maar u zit eraan vast, althans wanneer u komt luisteren.

Een God die in ons is, die deel is van ons wezen, is eigenlijk al wat wij zijn. Alleen, wij weten het niet. En omdat wij dit niet weten en toch graag aanvoelen dat er iets bestaat waaraan wij verwant en mee verbonden zijn, maakt dat mijn God. Maar deze God die wij althans in zijn beeld en gelijkenis zelf fabriceren, kunnen wij toch moeilijk aan anderen als een kosmische waarde opleggen.

Wij kunnen ook niet beweren dat wij de enige weg hebben gevonden. Het is typisch, er is maar één weg en die moeten we gaan. En als je nu lang genoeg die weg gaat, dan vergaat de wereld. Dat kun je zien uit de ontwikkelingen van de laatste tijd. In naam van God zijn al meer vernietigingen aangericht dan er in naam van de duivel ooit tot stand zijn gebracht. Dat is heel eigenaardig. Waarschijnlijk omdat de meeste mensen bang zijn voor de duivel maar denken dat ze het met God wel op een akkoordje kunnen gooien.

De God waarmee je leeft, is een persoonlijke God. Daar heb ik geen bezwaar tegen. Iedereen heeft wat nodig. Per slot van rekening zijn er mensen, die aan hun eigen religieus superbewustzijnsbesef zo verknocht zijn dat ze daar eigenlijk ook aan verslaafd zijn, alleen meer geestelijk dan lichamelijk. Maar daarachter ligt een persoonlijke waarheid.

Als we kijken over de hele wereld, dan zien wij dat God a.h.w. een weerspiegeling is van de mens en diens verwachtingen, diens angsten, diens hoop. Er is een personificatie.

Als je kijkt naar de verschillende Manitoe’s van de indianen, dan lijkt het toch wel wat vreemd dat zo’n Manitoe zich dan openbaart in het één of andere dier. De één heeft als symbool van zijn relatie met God een spin. De ander een stinkdier. In die tijd konden ze nog niet in de politiek gaan, anders zou het nog begrijpelijk zijn. Weer aan ander heeft een paard of zelfs een wolk. Soms zelfs dode voorwerpen als een pijl. Dat is dan de medicijn. Dat is datgene wat je in stand houdt, wat je in harmonie houdt met je omgeving.

De Manitoe zelf is eigenlijk een onbestemd wezen, een soort super indiaan. Je hoort en ziet hem eigenlijk niet. Een enkele keer spreekt hij in de harten van de mensen als ze mediteren op een stille plek. De Manitoe kan beleefd worden door middel van verschillende rituelen.

Daarnaast ligt dan altijd ook weer het leven na de dood. Het leven na de dood is gewoon overgaan naar een wereld van altijd groene prairies waar voldoende wild is, waar je kortom kunt leven als God in Frankrijk.

Ga ik nu naar de negers kijken, dan blijkt dat hun goden weer heel anders zijn. Hun goden zijn a.h.w. de heersers over bepaalde soorten en soms over de hele natuur. Ze zijn de brengers van vruchtbaarheid en van de dood. Ze zijn lotsbeschikkers. Je kunt met die god a.h.w. één worden. Op dat ogenblik ben je een dier dat behoort tot de diersoort van die god. Op dat moment ben je de brenger van de vruchtbaarheid van die god of de voltrekker van het doodsvonnis dat die god in je legt. Het is heel interessant.

Als we dan naar het verleden kijken, u heeft het waarschijnlijk al vaak gehoord, dan zien we bv. de Egyptenaren. Zij hadden ook een god. Egypte was een door priesters en ambtenaren geregeerde maatschappij. Je had dan eerst de betalers. Steekgelden waren daar in het dagelijkse leven ook heel gewoon. Dus moest je eerst betalen. Als je dat had gedaan, dan kon je vanuit de onderwereld de trappen opgaan.

Die trappen bergden dan allerlei gevaren de leeuwen, de slangen enz. Je kon die allemaal overwinnen als je het juiste woord wist. Dat was dan het ritueel. Zo hoort het nu eenmaal in het hiernamaals. Ga je verder, dan kom je voor een gerechtshof. Die moet er ook zijn. Dat gerechtshof heeft een aantal rechters, die worden bepaald door het aantal goden dat de priesters hebben geaccepteerd.

Daar is dan de melkkoe, de godin van de hemelse genade. Maar als nu blijkt dat de schalen bijna in evenwicht zijn, dan gaat ze naar de schaal van de goede daden toe en gooit daar een veer in (kennelijk behoort ze tot het goddelijke pluimvee), dan slaat eventueel de zaak door en word je ineens net zo groot als je rechters.

Je staat dan in een wereld waar de landbouw rustig verdergaat, alleen de opbrengst is natuurlijk veel beter. Je hebt geen gebrek aan water. Je hebt geen last meer van ambtenaren. Je hebt alleen maar rekening te houden met de goden.

Als je dan toevallig nog het één en ander wilt weten, dan zijn daar de Hallen van de Herinnering. Daar staan boeken. Als je precies wilt weten wat er in je leven aan de hand is geweest, dan lees je dat even na. Misschien dat je dat ook over je buren kunt doen, maar daar ben ik niet zeker van. Dat is in dat soort hemel nooit geweest, ofschoon er sferen moeten zijn waarin deze heilige komedie nog steeds wordt gespeeld.

Gaan we nu eens kijken in India. Daar vind ik op de achtergrond ook wel de één of andere god. Er is er één van wie we niet precies weten wat hij is. Als u mij vraagt wie daar het dichtstbij stond, dan zijn het waarschijnlijk de noordelijke volkeren geweest die overigens een deel van hun wijsheid ook uit India hebben gehaald. Beter gezegd, iets noordelijker uit het gebied dat nu de Gobi is. Daar is namelijk de traditie ontstaan.

Het is de god van de tijd, die wij in een andere vorm weerspiegeld weer terugvinden bij de Grieken en Romeinen. De god die zijn eigen kinderen verslindt (Kronos). Alleen is zijn vrouw het daar niet mee eens en daardoor komt er toch nog een stel goden die op de mensen worden losgelaten.

De mensen in India hebben wel een god. Maar vreemd genoeg zeggen ze: Met die werkelijke godheid hebben we zo weinig te maken. Wij begrijpen dat niet. Dus wat gaan we doen? Wij gaan kijken naar een god die voor ons persoonlijk goed is. Het is een soort hemels kantoor waar verschillende goden achter de loketjes zitten. Wil je vruchtbaarheid, dan ga je naar de één, wil je leven en rijkdom, dan ga je naar de ander. Voel je je verwant met de dood, dan ga je een praatje maken met iemand die de dood regeert en zo verder. Alweer een menselijke samenleving die is overgedragen op het hemels geheel.

Laten we niet vergeten dat de Chinezen indertijd ook een heel mooie stelling hadden. Zij hadden het over de hemelse keizer. De hemelse keizer was God. Die had dan een verboden stad. Net zoals de keizer op aarde. Hij had allerlei Mandarijnen, net als de keizer op aarde. Hij had zijn ambtenaren die allerlei dingen deden. Dan had hij daarnaast nog de aangrenzende gebieden. Daar woonden dan de Vier Winden. Als de Vier Winden dan gelaten waren, dan had de keizer een bijzonder drukke dag. Hij had dan een receptie en nam hij besluiten over het welzijn der mensheid. De keizer op aarde volbracht dan een aantal rituelen en tradities waardoor hij zich vereenzelvigde met de hemelse keizer aan wie hij de macht ontleende om als een goddelijke figuur op aarde dan te doen wat hij leuk vond op kosten van anderen. Tegenwoordig moet je je daarvoor laten kiezen. Hij kon dat zo.

Dat is allemaal mensenwerk. Het vreemde is dat een god die wordt verkondigd over het algemeen niet alleen wordt verkondigd, omdat hij de verlossing of de bevrijding is, of omdat hij bescherming geeft, of omdat hij de wraak van andere goden voorkomt. Neen, de god die wordt verkondigd is altijd die god van degenen die de macht hebben. Het wonderlijke is dat zolang mensen aan dergelijke goden geloven er altijd machten zijn die elkaar bestrijden.

Ik kijk naar de islam. Zij hebben een god die Allah heet. Waarschijnlijk ontleend aan de Franse taal waar men ook wel opmerkt á la c’est ca. Deze god is eigenlijk dezelfde god van de christenen en de joden. Eigenlijk zelfs van bepaalde vormen van boeddhisme die toch ook een god veronderstellen. Alleen maken ze zich minder druk over die god dan over zichzelf. Het lijkt mij verstandig. Deze god, Allah heeft een bepaalde openbaring gedaan door iemand die sommigen de zoon van God noemen of een God noemen en anderen weer zien als een profeet. Hij heeft ook de wet van God gevonden. Nu is het gekke, dat de essentie van deze wetten bijna gelijk zijn.

Als we kijken naar de koran zonder de uitleggingen daarvan en we kijken naar het Evangelie zonder de uitleggingen, dan blijkt dat we op een heel groot aantal punten een directe overeenstemming hebben en dat de afwijkingen eigenlijk zeer gering zijn, eerder formuleringen aangeleund tegen de sociale omstandigheden in de tijd van de verkondiging, dan dat ze werkelijk een essentie van anders zijn inhouden.

De islam is in strijd geweest en in feite weer in strijd met het christendom. Waarom? Ik vraag mij dat af. Ik kan daar geen verklaring voor vinden. Zomin als ik een verklaring kan vinden voor het feit dat sommigen zich democraten-vertegenwoordigers noemen, vertegenwoordigers van de vrije wereld. Zij zijn dan in strijd met de socialisten, die dan weer de vertegenwoordigers zijn van de plan-maatschappij. Ten slotte gaat het hier alleen maar om systemen, maar beide beweren dat ze voor het geluk van de mens opkomen. Als je het geluk van de mensen moet nagaan, dan moet je de verschillen die je hebt samen delen en dan kun je een eind verder komen.

Zo is het natuurlijk, niet. Neen, wij hebben één verschil en daar­door hebben we ieder een eigen voertuig. Dan kiezen we een heel smalle weg uit en gaan we met een razende snelheid in de richting van de an­der rijden. Die ander is ook niet gek. Hij zegt. Ik laat mij niet over­bluffen. Hij gaat steeds sneller rijden. Weet u wat er dan gebeurt? Als er een botsing komt, dan komt er of één aan de kant van de weg als hij toch bang is geworden. Of het is boem en dan is er niets meer van over. Zo gaat dat.

Als ik dat allemaal zo bekijk, kan ik alleen maar zeggen: God is de schepping van mensen die bewust of onbewust macht over anderen begeren. Er is wel een God, maar die doet aan al die dingen niet mee. Al die vormen en wetten zijn allemaal bijkomstigheden.

Als u werkelijk iets wilt zijn, werkelijk iets wilt doen, u wilt bv. iemand genezen of u wilt op een bepaalde manier verlichting krijgen, beroep u dan maar op de kracht die in u woont. Als je dat met vol vertrouwen doet, dan behoef je daar niet eens over na te denken. Het praten gaat vanzelf. Waarom moet je dan hele rituelen gaan afdraaien? Om anderen onder de indruk te brengen? Mij dunkt dat ze meer onder de indruk zullen zijn van de resultaten dan van al dat gezeur.

Ik vind het schitterend wanneer er een grote plechtigheid is in een enorme kathedraal met honderden mensen die hun hoofddeksel van Sinterklaas hebben geleend en dat daar wordt gepreekt en geïnspireerd. Dan denk ik: als jullie nou één dode zouden opwekken, of de mensen hem leuk vinden of niet, dan heb je veel meer bereikt.

U vindt het waarschijnlijk vervelend dat ik op deze manier praat over godsdienst. Ik blunder ook maar in deze cursus binnen. Frankrijk hebben ze al gehad. Dat zou dan mijn lievelingsland zijn. Ik heb daar namelijk heel goede wijn geproefd. De goede dingen op aarde die herinner je nog lang.

Als het zo is dat er een God is, dan is die God voor ons een kracht die in onszelf woont. Anders kan ik de vraag: “wat is God?” niet beantwoorden. Als die God een kracht is die in ons woont, dan moet hij door ons tot uiting kunnen komen. Daar heb je geen middelaars en bemiddelaars voor nodig, geen nevengoden, geen heiligenschaar, geen zaligen, geen wetgeleerden, niets.

Die kracht in ons is ook een deel van God. Wij kunnen daar iets mee doen. Dan is dat het beste dat we tot stand kunnen brengen. Dan is al het andere overbodig. Daarom zeg ik: God is de ongeweten kracht die in ons woont. God is het onbegrepen werken dat deel uitmaakt van ons bestaan.

Hoe we daaraan vorm geven, is onze zaak. Maar het is altijd een persoonlijke God. Een werkelijke betekenis kan ons godsbeeld eerst krijgen, als we uit dit godsbeeld ook een kracht kunnen wekken. Een kracht die ook buiten ons kenbaar is, zodat we God beleven in de werken die we zelf tot stand helpen brengen.

Eventuele klachten over dit onderwerp kunt u tot de voorzitter richten. Dan heeft u samen wat om over te praten. Eventuele waardering zult u hopelijk omzetten in een poging om een beroep te doen op die innerlijke kracht die in u leeft zonder rituelen, zonder al te veel verklaring en diepzinnigheden, maar met een spontaan beleven daarvan en werken, daarmede.

  • U zei; Zoek het in jezelf. Er is een goddelijke kracht in je die geen woorden behoeft. De godsdienstige literatuur geeft duidelijk een be­paalde richting aan. Mijn vraag is. Waarom dan die Heilige Geschriften?

Ze geven een weg aan die niet door een mens is verzonnen. Daar kan ik u een heel eenvoudig antwoord op geven. Als u van de één of andere grote firma een reclamefolder krijgt, dan staat daar heel duidelijk in dat het product van deze firma om vele redenen beter is en daarom verkieslijker dan alle andere producten en dus ook meer dienstig voor de doeleinden waarvoor u het zou kunnen gebruiken. Maar er zijn duizenden fabrieken over de hele wereld die over hun eigen product allemaal enigszins anders soortgelijke dingen schrijven. Wat is de werkelijkheid? Dat het product, mits goed vervaardigd onder bepaalde omstandigheden bruikbaar en nuttig kan zijn. Als u alle godsdienstige geschriften neemt, dan heeft u te maken met de propagandageschriften, (neemt u mij niet kwalijk dat ik het zo zeg) die voor een bepaalde richting maar ook voor een bepaald begrip van uit­verkorenheid en macht, zelfverheffing preken. Daarbij gaan die steeds uit van al datgene wat reeds door anderen is gezegd en is aanvaard. Zo zijn ze geworden tot een uitermate complexe materie die zich gedraagt als een wetenschap zonder daarbij toe te geven dat de kern van die wetenschap is gelegen in iets waarvan ze in feite niets afweten en waarvan niets feitelijk bewijsbaar is. Dat is de grote moeilijkheid.

Als we kijken naar die bijbel, dan kunnen wij een aantal historische verhalen daarin aanwijzen. Maar we kunnen niet aantonen dat daarmee eveneens is bewezen dat alle verhalen die de verschillende profeten hebben verteld door God zijn gegeven en geïnspireerd

Als we kijken naar de koran en we zien de regels en wetten die daarin staan, dan kunnen we heel goed zien dat hierin een begrip zit van menselijke waardigheid, van persoonlijke mogelijkheden, noodzaken en verplichtingen. Maar als we dat allemaal vertalen, dan zeggen ze: Mohammed heeft een godsbeeld gehad dat eigenlijk een zekere sociale orde inhield. Maar hij heeft helemaal niet datgene gezegd wat de latere oelama’s, de wetgeleerden, daarvan hebben gemaakt. Met anderen woorden ook de islam is zeer sterk vervreemd van de oorspronkelijke, toch weer directe regels die in de soera’s van de koran staan opgetekend. Datzelfde kan ik u zeggen voor de Upanishads die ook niet te begrijpen zijn, tenzij deskundige uitleg volgt van mensen die daarin het beeld hebben gezocht van hetgeen voor hen belangrijk was en dit ten slotte verder hebben beredeneerd.

Uit het boeddhisme wordt heel duidelijk dat de eenvoudige weg van de Gautama Boeddha, Siddarta, is vertekend door allerlei mensen, die in hun eigen filosofieën, hun eigen behoeftes hun eigen denkwijze daaraan hebben toegevoegd. Met andere woorden: De weg, die de Heilige Boeken schijnen te wijzen en die in de godsdienstige Geschriften zo sterk de nadruk krijgen, zijn meestal niet eens met zekerheid af te leiden uit de oorspronkelijke geschriften die heilig verklaard zijn en waarop men zich beroept

Wanneer men deze heilig verklaarde of door God gegeven geschriften dan verder onderzoekt, dan komt men tot de conclusie dat ze vele tegenstrijdigheden en vaak historische vervalsingen bevatten. Kortom, dat ze niet helemaal homogeen zijn en zeker niet die volmaaktheid bezitten die we toch van een goddelijk werk als mens zouden mogen verwachten en ook als geest menen te moeten eisen. Daarom ben ik zo vrij geweest om, ofschoon velen mij dat weer kwalijk zullen nemen, te spreken over al deze religieuze geschriften en schrifturen als propagandalectuur van een bepaalde firma. Ik hoop dat het duidelijk is.

  • Het dagende Niets van het boeddhisme is dat ook een soort godsbele­ving?

Het is een voorstelling van een godsbeleving die is gebaseerd op de erkenning, dat een mens nooit tot een godsbeleving kan komen, omdat hij mens is. Zodat eerst de mens die niet meer mens is, althans niet bewust, tot een beleving kan komen van dat wat werkelijk is, maar deze werkelijk­heidsbeleving weer niet kan omzetten in een menselijke waarde. Wat trou­wens ook uit de verschillende geschriften van de Boeddha blijkt, o.a. zijn lering van Jaipur. Daarnaast ook in enkele van zijn toespraken in het klooster van de Drie Bomen heel duidelijk maakt. Alles is zoals jij het ziet. Maar je kunt de werkelijkheid niet zien, omdat je blind bent voor de werkelijkheid.

  • Zullen dieren zich ook druk maken om een godsbesef?

Neen, want die leven uit God. Dan komen de mensen erbij en zeggen. Dat is instinct. En zo stinkt de mens erin als hij dieren misacht, omdat het dier op een andere wijze zijn waarheid beleeft dan een mens.

  • Heeft elke mens een eigen godsbeeld?

In feite maakt elke mens zijn eigen godsbeeld, dat is volkomen waar. Dat is misschien ook wel goed dat wij dit beseffen, want dan hebben wij niet meer de brutaliteit om de godsvoorstelling van het godsbeeld aan de onze te willen aanpassen.

Ik besluit met u toe te wensen dat in de komende tijd u tot die persoonlijke godsbeleving kunt komen waardoor een goed en gelukkig nieuwjaar voor u niet meer belangrijk is, want u draagt het in uzelf.

U heeft kennis gemaakt met iemand, die pas is toegetreden tot het sprekerskorps in de Nederlandse taal. Ik geloof wel dat u hem een geestelijk applaus heeft nagezonden, zij het hier en daar met enige twijfels op de achtergrond.