Wat is leven ?

10 februari 1986

Inleiding

Voor vanavond hebben wij ook weer een gastspreker voor jullie, iemand die het een beetje ernstig bekijkt en die zich een hele tijd bezig heeft gehouden met de vraag : wat is leven eigenlijk ?

Je kunt daar natuurlijk ook weer hele verhalen over vertellen, maar wanneer ik kijk naar leven, dan is voor mij het raadsel : waar komt het vandaan ? Niet het stoffelijke leven zonder meer, maar juist dat beetje extra. Ik denk dat het ongeveer hetzelfde is als b.v. de moeilijke vraag waar het magnetisch veld van een planeet vandaan komt. Je kunt er wel verklaringen voor vinden, maar je kunt het niet met zekerheid zeggen. Zelfs het denkbeeld dat massa + rotatiesnelheid bepalend waren voor de sterkte van een magnetisch veld b.v., is allang voorbij. Men heeft ontdekt dat het anders is. Alle stellingen over de oorsprong van het leven blijven dan ook eveneens in het vage, zeker wanneer je probeert het een beetje rationeel te benaderen.

Er is natuurlijk de vonk, de goddelijke vonk, maar dan zit je alweer met de moeilijkheid : wat is God ? Je kunt alleen maar zeggen wat de goddelijke vonk is wanneer je weet waar hij vandaan komt en dat weet je niet. Is die vonk er ? Ja, er is iets. Is het een vonk ? Dat weten we ook niet. Is het een kracht ? Ja, dat weten we, dat kunnen we duidelijk maken, we kunnen die manifesteren. Maar waar die kracht vandaan komt, waar ze precies op berust, dat weet je ook al weer niet. Misschien is het begrijpelijk dat iemand die toch werkelijk ook wel in hogere werelden zit, op een gegeven ogenblik zegt : ik probeer dat te vinden. Als ik luister naar zo iemand, dan zeg ik : het is filosofie. Wat je hier vertelt, is niet bewijsbaar, het is voor een deel een gevoelsmatige ervaring, het is voor een deel een poging om onder meer iets van de hogere werelden te vertalen in denkbeelden die daar beneden dan nog te vatten zijn, maar je kunt aan de hand van één druppel water niet duidelijk maken wat een oceaan is.

Ik denk dat hij in die opzet om het duidelijk te maken, niet zal kunnen slagen : Jullie denken waarschijnlijk : waarom laten ze zo iemand dan over zoiets praten ?

Wel, jullie zitten met jullie eigen problemen. Jullie zijn deel van een continuïteit en op het ogenblik hebben jullie deze vorm, laten we het zo maar zeggen. Maar ook jullie denken na over allerhande dingen. Jullie hebben misschien kleinere raadselen bij de kop genomen en gezegd : daar wil ik me nu eens in vastbijten. Maar jullie zitten met evenveel onverklaarbaarheden. Voor een deel hebben de mensen die opgelost door een geloof. Ik vind een geloof erg mooi omdat het je een innerlijke zekerheid geeft. Maar zodra je een geloof probeert te omschrijven, zit je er alweer naast. Zodra je het onzegbare probeert te zeggen, zeg je in feite alles behalve wat je zou moeten zeggen. Dan blijven er dingen over, zoals b.v. Jezus die bijzonder veel heeft gesproken over liefde : de liefde van de Vader voor al het geschapene; dat wij de Vader, God lief moeten hebben en dat wij daarom ook al het geschapene lief moeten hebben en zeker onze medemensen. Dat is begrijpelijk en ik kan het allemaal accepteren, maar ergens wordt er geen reden voor gegeven. Er wordt eenvoudig een begrip gesteld en van het begrip leid je het af.

Ik wil ook graag geloven dat Mohammed werkelijk een profeet is en wat mij betreft mag de goede man heen en weer reizen naar de levende hemel tot hij uiteindelijk aan het forensen is, maar wat voor bewijzen heb je ? Niets. Kijk je naar de leer, dan is die goed, maar kijk je waar ze op is gebaseerd, dan worden er maar even een hele hoop dingen gesteld. Er wordt iets gesteld over Allah, ja goed, of je nu zegt God of Allah, het blijft hetzelfde. Maar wat is die God, wat is die Allah ? Niemand weet het. Je kunt natuurlijk een mooie beschrijving geven van alle hemelen en de hemel waar de mensen terecht zullen komen en zo, maar als je het mij vraagt, is het gewoon een hasjdroom. Die beschrijving is zo menselijk dat ze zelfs in een geestelijke wereld niet meer past.

Dan zeg je : dat is een fantasie, een voorstellingswereld, meer niet. Maar wat moet je daar verder mee aan ? Het bestaat niet echt, het zijn maar gedachten.

Wanneer ik mij afvraag wat leven is, moet ik constateren dat het bestaat. Dat is bewezen. Verder moet ik constateren dat er een groot aantal incarnaties is geweest ‑ voor mij is dat een wetenschap, voor u nog een veronderstelling neem ik aan ‑ en dat er tussen die incarnaties bepaalde rustperioden zijn geweest. Ik kan ze allemaal nagaan. Ik weet dus wel wat leven voor mij betekent, wat het voor een proces is, maar waar het vandaan komt, weet ik niet.

Zoek je naar eenvoudiger verklaringen – zoals veel mensen doen – dan gaan we natuurlijk op de mystieke toer en zeggen : deze kracht is een Alkracht en uit deze Alkracht zijn wij voortgekomen. Ja, ho. Hoe ? Wanneer ? Wat ? We weten niet eens wat we in essentie zijn. We zijn een energie, ja. We hebben een bewustzijn, ook in de geest, akkoord. Maar wat die energie is, weten we niet. Het is iets dat ons doet bestaan, doet leven.

Wanneer je met onoplosbare vragen wordt geconfronteerd, met conflicten waar je geen uitweg in ziet, dan kun je twee dingen doen. Je kunt proberen ze te verdringen, te vergeten, of je kunt er eenvoudig een verklaring voor vinden. Die verklaring is niet noodzakelijkerwijze juist, maar zij geeft je de mogelijkheid ermee te leven. Dan zeg ik : God is een verklaring die we geven aan onszelf om te kunnen leven met het onbekende. Verder zeg ik : wat wij van leven definiëren, is uiteindelijk maar een reeks beperkte denkbeelden die wij voorlopig aanvaarden omdat wij anders opnieuw met het onbekende worden geconfronteerd.

Ik denk dat dat een kenmerk is van het menselijk leven en in zekere zin ook van het bestaan als geest. Je vindt een verklaring of een uitleg die voor jou op dat ogenblik voldoende is. Op grond daarvan vergeet je gewoon een ander deel van de werkelijkheid, maar dat hindert niet, want hetgeen je aanvaardt, beleef je, je handelen wordt erdoor bepaald, je contacten met anderen worden erdoor bepaald. Je leeft dus als het ware in een gang die je zelf hebt geschapen, juist door die verwerping van het onbekende en het vervangen van dit onbekende door onbewezen stellingen. Dan denk ik : ja, wanneer je met die dingen begint, is het natuurlijk allemaal wel aardig, maar wanneer je verdergaat, waar kom je dan terecht ?

Er zijn mensen die hebben een waarheid die geen waarheid is, maar in feite een denkbeeld, een veronderstelling. Ze zijn daar zo sterk aan verknocht geraakt dat zij alles wat er niet bij past, veroordelen, verwerpen, afwijzen of ontkennen. Je verwerpt dan het geheel omdat je maar een deel wilt zien. Dit betekent wel dat je dan ook niet met het geheel kunt leven. Maar als je in het bestaan werkelijk iets moet bereiken, dan moet je toch wel zover komen, dacht ik, dat je het geheel ten minste beleeft. Je zult het dan niet begrijpen, maar je kunt er deel aan hebben. Je kunt de betekenis die het feitelijk voor je heeft, constateren.

Onze vriend de gastspreker ziet dat allemaal een beetje anders, dat wil ik jullie wel meteen verklappen. Hij gaat uit van zijn beleving, zijn waarde, zijn verinnerlijking en waarschijnlijk is hetgeen hij jullie heeft te vertellen veel meer energie, veel meer esoterie en misschien zelfs meer waarheid dan alles wat ik jullie kan zeggen, maar het is niet iets wat voor jullie hanteerbaar is. Het is en blijft vaag.

Ik heb eens een keer een dichter leren kennen (ja. hij was dood hoor, net als ik) die er ook zo bepaalde gedachten over had en als ik die nu moet verwoorden – een beetje moeilijk – ging dat ongeveer zo :

Het leven is het weten in een oceaan van onwetendheid.

Het leven is een gedachte in een nog niet gedroomde droom.

Leven is een beseffen waardoor je jezelf niet kent maar denkt dat je het Al omschrijven kunt. (ja, de dichter was inderdaad een Tachtiger.)

Als je dat zo hoort dan denk ik : ja jongen, je hebt wat mij betreft aardig in de roos geschoten. We zitten met de problemen en we kunnen ze niet oplossen. Waarom ? Omdat we de problemen niet willen zien zoals ze zijn. We zitten met raadselen omdat we niet bereid zijn de feiten te constateren zonder vooroordeel.

Als ik zie wat er allemaal gebeurt in de wereld, al die veranderingen, dan begin ik me toch af te vragen : waarom zijn de mensen voortdurend bezig een bepaalde stelling zo hartstochtelijk te verdedigen en een andere stelling als het ware de grond in te rammen ? Waarom geloven ze niet dat er naast de allopathie andere geneeswijzen kunnen zijn b.v. ? Waarom geloven ze niet dat een godsbeleving buiten de kerk mogelijk is ? Waarom geloven ze niet dat er heel andere benaderingen mogelijk zijn, zelfs van de logica, dan je via een computer kunt uitwerken ? Gewoon omdat ze de andere kant van de zaak niet willen zien.

Dat is – naar ik aanneem – ons grootste probleem, altijd weer. We zien het van onze kant en als dat nu niet anders zou kunnen, zou ik er vrede mee hebben. Maar we kunnen wel degelijk de andere kant beseffen. We kunnen begrijpen wat er zich afspeelt. We kunnen begrijpen waarom het in de wereld zus is enerzijds terwijl wij het anderzijds zo graag zó willen. We kunnen het begrijpen en wanneer we het begrijpen kunnen we conclusies trekken. Die conclusie zal alleen voor onszelf gelden, dat is duidelijk, maar ze geeft ons dan wel de weg die we zelf moeten gaan. Ook dat willen we dan vaak weer niet omdat er consequenties aan vastzitten. Je kunt niet houden wat je hebt en tegelijkertijd weer iets heel nieuws krijgen. Dat is heel erg moeilijk. Je kunt niet aan de ene kant meester van alle dingen zijn en aan de andere kant toch de voordelen genieten van een goed verzorgde slaaf of arbeider. Je kunt nooit twee dingen tegelijk hebben.

Voor mij is het leven altijd kiezen en delen geweest. Aanvaarden dat er belevingen zijn die andere belevingen onvermijdelijk maken. Aanvaarden dat er vooroordelen zijn – ook wanneer je geest bent of incarneert – die schijnbaar onbelangrijk zijn, maar die net genoeg betekenen om je in een ander leven te brengen dan eigenlijk voor jou het beste zou zijn geweest. Je kunt er dan wel het beste van maken, maar je kunt het niet meer veranderen.

Kijk, dan wordt voor mij die hele zaak gewoon de vraag : waar vind ik dan de zekerheid, het bewustzijn, de noodzaken in mijzelf, waardoor ik in dat geheel goed kan functioneren. Ieder heeft zijn eigen weg. Ik geloof dat het belangrijkste van alle dingen is : het erkennen van het andere als iets wat zelfstandig is, iets wat niet een projectie moet zijn van mij. Ik denk dat alle harmonie gebaseerd moet zijn op die aanvaarding van het andere, van het anders zijnde. Ook denk ik dat elke juiste keuze mede bepaald wordt door de erkenning van dat andere zoals het is en aanvaarding van jezelf zoals je voelt te zijn, want weten doe je het nooit helemaal zeker.

Wanneer bepaalde trage invloeden gelijk gaan lopen, is het duidelijk dat je een verdieping krijgt van allerlei dingen. Rekening houdend met de invloeden toegeschreven aan die trage planeten en zo zeg ik : heel veel mensen zullen geconfronteerd worden met het verleden, maar ook met hetgeen ze zijn, hetgeen ze bereikt hebben. Dan zul je je toch de vraag moeten stellen : wat ben ik eigenlijk ? Niet : wat kan ik, niet : wat heb ik, niet : wat eis ik, nee : wat ben ik zelf ? Als je daar een eerlijk antwoord op kunt geven zul je zien dat je bepaalde dingen in je leven moet gaan veranderen. Wanneer je dat dan ook doet, denk ik dat je die nieuwe tijd heel sterk gaat meebeleven. Want wat we krijgen is inderdaad een een verandering van alle waarden en betekenissen.

Er zijn mensen die zeggen : ja natuurlijk, want de aardas gaat kantelen. Maar de kans op een werkelijk vernietigende kanteling is zelfs aan het einde van deze eeuw niet zodanig groot dat je kunt zeggen : de mensheid wordt ‑ al is het maar voor tweederde ‑ vernietigd. Zeker, enkele natuurrampen zijn onvermijdelijk, maar die doen zich de komende jaren ook steeds meer voor. Maar niet dat je zegt : de wereld vergaat. Maar in die wereld moet je leven; je moet leren reageren op alle dingen die je kunt kennen. Dit betekent b.v. als je denkt : ik zit in een aardbevingsgebied, dat je zegt : ik verhuis, ook al moet ik veel achterlaten.

Het betekent ook dat als je geestelijk ineens ergens een flits krijgt en zegt : ik zie het nu ineens zo, dat je dan niet moet zeggen : ja, maar ik heb dit altijd gedaan, of dat gepredikt of dat geloofd. Dan moet je zeggen : dit is een vernieuwing, hoe ga ik van hieruit verder ?

Nogmaals, leven is voor mij een continu proces. Je weet niet precies waar het begonnen is, je weet niet precies of het ooit eindigen zal. Maar je weet wel dat het bewustzijn, dat voor ons de beleving van het bestaan mogelijk maakt, gevormd wordt door wat je dan toch juiste en onjuiste beslissingen kunt noemen, waarbij juist en onjuist natuurlijk zeer betrekkelijk zijn.

Het zijn onze beslissingen en de wijze waarop wij de zaak gaan benaderen, die bepalend zijn voor datgene wat in ons bestaat aan vermogen tot kennen, tot weten, tot beleven. We kunnen dat niet met één leven afdoen want wat je eenmaal hebt, dat houd je.

Voor mij is de praktische conclusie : wanneer je diep in jezelf weet dat het anders moet, vraag je dan af hoe je het kunt doen. Want als je daar niet op reageert, zit je straks met moeilijkheden en moet je een groot gedeelte van je zijn, van je wereld en van je mogelijkheden gaan ontkennen om verder nog enigszins in vrede te kunnen bestaan. Dat lijkt mij geestelijk gezien een fataal iets.

Ik geloof in het leven. Ik geloof in een bron van het leven. Maar ik heb ook het gevoel dat we dat allemaal niet zomaar hebben. We zijn niet de figuren in de roman van een kosmische schrijver. We hebben een mate van zelfstandigheid en die wordt bepaald door de ervaring die we opdoen en door het bewustzijn dat in ons is gevormd. Het is dat bewustzijn dat ons richt op alles wat voor ons nodig is en al wat voor ons nodig is, is een uitbreiding van bewustzijn wanneer het verwerkt is. Zo zullen we groeien naar een peil waarop we ons misschien terecht de vraag durven stellen “wat is leven” en misschien ook verder tot het punt waarop we het weten en niet meer behoeven te vragen.

Dit was mijn inleiding. Ik hoop dat jullie zullen luisteren naar de gastspreker, maar gelijktijdig zult blijven bedenken : een groot gedeelte van wat hij zegt, is filosofie. Veel van hetgeen hij uitstraalt, is niet rationeel, het is irrationeel. Ofschoon het werkelijk is, bestaat het niet binnen ons kenvermogen. Dan zullen jullie er ongetwijfeld plezier van hebben. Ik dank jullie voor de aandacht.  Goedenavond.

De gastspreker

Mijn probleem is het probleem van woorden die de werkelijkheid niet kunnen omschrijven, van gedachten die de werkelijkheid niet kunnen vangen.

Toch wil ik proberen iets van hetgeen er in mij leeft met jullie te delen zover dat mogelijk is. Daarvoor moet ik twee dingen gebruiken. Aan de ene kant wat woorden, aan de andere kant een uitstraling die achter de woorden ligt.

Zoals jullie ongetwijfeld al vernomen hebben van een ijverige jonge geest, houd ik mij bezig met de vraag wat leven is. Je kunt daarbij tienduizend verschillende benaderingen gebruiken zonder dat je een antwoord vindt.

Maar leven is toch in de eerste plaats het ervaren van een kracht. Het is iets vreemds, een volkomen rust die gelijktijdig een volkomen reeks van belevingen in zich draagt.

De werkelijkheid is onbeschrijfbaar. Wanneer we kijken naar de werkelijkheid, zien we een onbeschreven blad papier en we denken dat we er betekenis aan geven door onze eigen letters erop te zetten. Maar leven is in ieder geval deel zijn van een kracht. Waarom zeg ik deel zijn ?

De kracht leeft in mij, maar ze bestaat ook buiten mij. Ik ben deel, wij allen zijn deel. Wij allen tezamen zijn een deel van iets dat groter is en toch hetzelfde.

Leven betekent het begin en het einde omvatten en al wat ertussen ligt. Leven betekent zijn en niet‑zijn tegelijk. Leven is een verdeeldheid die opgeheven kan worden totdat zelfs het begrip leven vervaagt.

Jullie hebben in jezelf dat deel‑zijn van het geheel ‑ en wat jullie leven noemen, is het omschrijven van een klein beetje van datgene waarmee jullie totaal verbonden zijn.

Leven dat is : kunnen beseffen en toch niet beseffen.

Leven is een tegenspraak.

Leven is de ontkenning van het geheel omdat je jezelf wilt erkennen, of het is jezelf verliezen zonder dat je het geheel in je beperkte zinnen kunt erkennen

Toch vind je – zoekende naar het leven – de betekenis, de waarde ervan, maar wel degelijk vooral de oorsprong, het wezen. Zaken die – onomschrijfbaar als ze zijn – een volkomen werkelijkheid vormen.

Onze gedachten zijn als een soort gehaktmolens. We draaien de werkelijkheid er doorheen en zeggen dan : dit gehakt is waar, terwijl de waarheid de koe of het varken was. Maar waarom zouden we dat doen ? Ik zeg jullie : leven ìs, het bestaat in jullie. Leven is geen ervaring, het is geen erkenning, het is ze1fs geen gevoel en toch omvat het al deze dingen. Zeg : leven is God. Je geeft een naam aan iets wat je niet kent, maar achter alle beleven, achter alle beperkingen van denken om is er soms een ogenblik van bevrijding, van een vergetelheid en in die vergetelheid leef je werkelijk.

Het leven is een zuivere kracht, niet omschrijfbaar. Een zuivere kracht, die niet denkt, die niet voelt zoals wij denken en voelen. Wanneer we zeggen : het geheel is harmonie, dan maken we nog de fout te denken aan een samenvoeging. Maar het is een versmelting. In het leven, met de kracht van leven, kun je langzaam opgaan zonder te weten waarin, ja, zonder nog te beseffen dat je bent opgegaan.

Men vraagt naar de zin van het leven. Kan een boterbloem zeggen waarom ze een boterbloem is ? Waarom ze groeit, vrucht draagt, verwelkt. Ik denk het niet. Nu ik zoek naar de werkelijkheid, ontdek ik dat mijn besef veel minder is dan een boterbloem op de hele aarde. Maar de bloem voedt zich uit de aarde. Ze leeft, werkt, draagt mee aan de instandhouding van de atmosfeer van de aarde. Zij koestert zich in de warmte van de aarde, in de warmte van de zon. Zij reageert op de magnetische velden van die aarde. Zij laat zich beroeren door de wind. Zij ervaart jaargetijden en weet niet wat het is, maar is er deel van.

De persoonlijkheid die we denken te zijn, is onbelangrijk. Maar wat we zijn in de werkelijkheid, is onmisbaar. Alle dingen zijn tesamen het onkenbare, het onnoembare. De zin van het 1even is deel zijn van het onkenbare, van het onnoembare. Leven ís behoren tot het onkenbare, het onnoembare.

Kracht is alleen maar de normale uitwisseling die tussen alle dingen bestaat. Wanneer je denkt, straal je gedachten uit. Wanneer de plant groeit, zet ze stoffen om in andere stoffen. Het waarom van die dingen is in wezen, dat we behoren tot het geheel.

Achter alle gedachten, achter alle gevoelens, ligt de stilte en die stilte is het bestaan, is het leven, niets meer dan stilte.

Toen Mozes op de Sinaï was, sprak de Heer tot hem “en Hij was als een suizelende stilte”. Hoe kun je beter omschrijven wat leven is dan met diezelfde woorden …

Wanneer er een Heer en een God is, leeft Hij in mij, leeft Hij in jullie, leeft Hij in alle dingen, maar Hij wordt pas kenbaar in de stilte. En dat is leven, dat wat leeft in mij, wat leeft in jullie, wat leeft in alles.

Wanneer alles zwijgt, wanneer alles stil wordt, dan blijft dat ene over : leven, bestaan, dat zichzelf niet hoeft te omschrijven, te rechtvaardigen, maar dat is, zonder grens, zonder omschrijving, maar volledig en sterk. Omhullend, verslindend bijna, en toch rust. Het is de rust die het leven in zijn geheel vormt, waaruit de verdeeldheid voortkomt die het beleven mogelijk maakt. Het is de stilte, de rust, die verstoord werd toen wij begonnen te denken en te leven. Het is diezelfde stilte waarnaar wij terugkeren.

Dat wat ik was, zal ik altijd zijn, want ik was deel van de stilte en ik blijf deel van de stilte. Maar al wat tussen stilte en stilte ligt en leven wordt genoemd, is alleen maar de weg van de beheerste stilte en de erkenning van de beheersende stilte.

Ik heb het jullie gezegd : ik moet speuren achter woorden, verder speuren dan gevoelens en dan kan ik jullie alleen nog maar een deel geven van dat beetje stilte en rust dat ik al beleef, dat ik al geworden ben. Men vraagt zich af : waarom zoek je naar het antwoord op een dergelijke vraag ? Ik kan alleen maar antwoorden : omdat het deze vraag is die staat tussen mij en het absolute. Ik weet dat ze niet oplosbaar is met de middelen die ik nu ken, met het wezen dat ik nu ben, dus moet ik ervan verliezen. Ik zal er afstand van moeten doen, nog verder. Maar ik moet die vraag beantwoorden, niet met woorden, niet met weten, niet met logica, maar met een gevoel dat in zichzelf verstilt, tot het eindelijk omvat.

Ik denk dat wat voor mij geldt voor jullie moet gelden. We hebben zo veel gemeen. Ondanks alle schijnbare verschillen zijn wij zozeer verwant met elkaar, dat ik denk dat ook voor jullie die vraag steeds weer zal rijzen ‑ en jullie zullen moeten leren haar te absorberen tot ze verstilt en in een laatste gevoel wordt tot een rust waaruit je leeft. Levend en niet-levend. Wetend en niet‑wetend. Gelijktijdigheid die toch gelijk ordening is, erkenning en vergetelheid. Omdat – waar alle dingen elkaar oplossen – er niets meer overblijft dat betekenis heeft buiten het feit van het voelen : ik ben deel van het bestaan.

Wanneer je zoekt naar de vraag ‘wat is leven’, dan zie je het lot van de eenling, het lot van de volkeren, het lot van zonnen en planeten. We zien hoe het lot niets anders is dan het onvermogen gelijktijdig alle dingen te aanvaarden en waar te maken in jezelf. Wat jullie zijn, is het resultaat van een hele lange reeks belevingen en wat jullie zullen worden, is bepaald door een hele lange reeks van belevingen plus jullie beleven van het heden. Er is geen noodlot dat dwingt, maar er is ons onvermogen ons los te maken van onze eenzijdigheden, onze conflicten, onze vragen en onze antwoorden. Wij denken te zijn ‑ en denkende om­schrijven we het zijn dat niet is – want dat wat is, is zozeer deel van onszelf, dat we het niet omschrijven kunnen. Wat wij lot noemen, is onze strijd om enerzijds deel te zijn van alles en anderzijds zelf te zijn tegenover alles. Het is deze strijdigheid die ons noodlot, ons leven en beleven meebepaalt. Maar daarachter, achter alle rumoer, alle strijd, alle slagen en alle mislukking, ligt de stilte.

Daar ligt de stilte, de kracht misschien, maar dan niet geuit. Een siddering die het nog ophoudt en verstilt tot niets en dan werkelijk wordt.

Hoe kan ik mijn emoties met jullie delen ? Ik voel en ik denk en keer terug tot een vorm waarin voelen en denken noodzakelijk zijn. Eigenlijk ben ik niet geheel mezelf, alleen maar een deel, maar toch moet ik jullie het geheel proberen te geven, wat ik ben en wat in mij leeft. Een bijna onmogelijke taak, tenzij wij de stilte kunnen vinden, de rust, waarbij we niet meer vragen, waarbij we niet meer omschrijven, definiëren, uitdrukken, maar alleen nog maar bestaan.

Als we dit bestaan kunnen beleven in deze rust, zijn wij alle kracht en niet geuit, zijn wij alle vreugde en alle smart, niet meer geuit maar vervlochten tot een vaagheid. Als we daaruit terugkeren, dan zijn wij geladen met het deel van de kracht dat wij kunnen omvangen, zijn wij doordrenkt met een deel van de vreugde die wij niet kunnen uitdrukken, zijn wij gesterkt met een zekerheid, die in geen gedachte weer te geven is. Dat is het begin.

Uit al jullie worstelend, kloppend, pulserend, zoekend leven, bestaan, komt deze kracht, komt deze vrede, komt deze eenheid, komt de stilte, waaruit de rijkdom van het bestaan opeens een nieuwe betekenis krijgt.

Dat is het wat ik tracht met jullie te delen. Dat is het waarmee ik probeer ‑ ondanks alles ‑ jullie iets te laten voelen van de werkelijke vrede, de werkelijke kracht.

Ik kan jullie de stilte niet geven. Ik kan jullie slechts zeggen dat ze in jullie bestaat en overal.

Ik kan jullie de kracht niet geven. Ik kan alleen zeggen dat wie erin opgaat, de volledigheid ervan ook later in nieuwe beperkingen aan zich ervaart.

Ik kan jullie geen wijsheid geven, want wijsheid sterft waar woorden en gedachten de kern der dingen niet meer raken. Maar ik kan proberen met jullie te delen wat in mij leeft.

Neem daarvan wat je bevatten kunt en word je zo ten minste iets beter van jezelf bewust. Of misschien kom zo ver dat je jezelf, de problemen van jezelf, vergeet en daardoor de kracht vindt in juistheid te leven en te werken.

Meer kan ik jullie niet geven. Ik geef jullie mijzelf, de kern van mijn inhoud – en het is minder dan een druppel water in de oceaan van de werkelijkheid.

Moge het jullie toch tot heil zijn.