Wat is zwaartekracht?

image_pdf

17 juni 1988

Zo, goedenavond vrienden. Ja, u weet het, wij weten ook niet alles, we kunnen fouten maken en we verwachten van u dat u zelf nadenkt. Ons onderwerp is eigenlijk een vraag vanavond, zoals u gemerkt hebt:

‘Wat is eigenlijk zwaartekracht?’

Nu zou je dat heel eenvoudig kunnen beantwoorden en zeggen: dat is de kracht waardoor je met je voetjes op de grond blijft staan, en dan zou de vraag beantwoord zijn. Maar in feite hebben we te maken met een gehele reeks van werkingen en krachten en ik zal proberen dat zo eenvoudig mogelijk in de inleiding te schetsen. Hebt u verdere interesse, dan kunt u altijd na de pauze vragen stellen.

Wanneer je een gyroscoop hebt, dat is een vliegwieltje, weet u wel, dat draait en dan blijft het overeind staan, het houdt zijn evenwicht dus, dan denken de meeste mensen daarbij niet aan zwaartekracht, en toch zien we een eigenaardig verschijnsel: Wanneer we namelijk de druk van een opzetpunt, want het draait in een steun natuurlijk, gaan meten, dan wordt hij iets zwaarder, niet lichter, zwaarder. Kennelijk is hier dus een versnelde beweging, waardoor het eigen gewicht van de massa iets hoger wordt, en je zou juist verwachten dat hij iets minder zou worden.

Wanneer we kijken bijvoorbeeld bij een hoge toren en we gaan daar met een schietlood langs, dan ontstaat een lichte afwijking van de rechte lijn. De toren heeft kennelijk zelf een soort aantrekkingskracht.

Dat planeten aantrekkingskracht hebben, dat demonstreert de aarde natuurlijk, maar als u ze op de maan ziet huppelen, dan blijkt dat daar de zwaartekracht veel minder is. De eigen massa van de maan is ook minder en we komen dus tot de conclusie dat massa met zwaartekracht in verband staat. Maar dat gaat altijd over lichamen die in beweging zijn.

Bij de aarde hebben we te maken met een drievoudige beweging. De eerste is de eigen rotatie van de aarde, waarbij nog verschuivingen ontstaan t.a.v. de zeer zware en dichte aardkern en de buitenschors en dan de atmosfeer, die hebben allemaal verschillende omlooptijden. Maar we krijgen dan ook te maken met de omloop rond de zon. En daarnaast krijgen we nog eens te maken met de beweging van de zon door de ruimte, een zeg maar praktisch parabolische baan, ofschoon ze misschien over miljoenen jaren een zeer uitgerekt ovaal zou gaan betekenen. En ook die beweging speelt kennelijk een rol.

Wat ik u nu ga zeggen, is iets wat ik niet kan bewijzen. Je moet het dus gewoon zien als een soort werkstelling. De ruimte zelf die wij ledig noemen, is in zichzelf een krachtveld. In dat krachtveld kunnen zich massa’s die dichter zijn, bewegen. Wanneer ze geen eigen veld hebben, gebeurt er verder niets. Maar is hun eigen veld groot, dan worden ze daardoor beïnvloed. Nu hangt de grootte van het veld niet alleen af van de eigen massa, maar ook van de snelheid. Wanneer je een kogel neemt en je zou die kunnen opvoeren in snelheid tot, zeg, 9/10 van de lichtsnelheid, dan zou ze een massa bezitten groter dan die van de aarde.  En dat wil zeggen dat ze dan ook velden veroorzaakt. Die velden die hebben indirect te maken met de tijd, want ook de tijdsduur, of moet ik zeggen de reactiesequentie, verandert voor alles wat daar zich op zou bevinden, maar gelijktijdig dus wordt de aantrekkingskracht plus het bewegingsbehoud aanmerkelijk vergroot. Ik hoop dat ik tot zover nog eenvoudig en duidelijk genoeg ben gebleven. Als het niet zo is, roept u alstublieft: ho!, want anders zit ik voor niemand te praten, dat vind ik ook niet leuk.

Wanneer we nu zeggen ‘zwaartekracht’, dan zouden we eigenlijk kunnen zeggen: Zwaartekracht is gelieerd aan tijd en massa. Daar waar de zwaartekracht groter wordt, wordt de tijd langer, dus trager. Wanneer we onze planeet voor zouden kunnen stellen – laten we het even doen – die, zeg, het twintigvoudige aan omvang heeft, aan massa heeft van de aarde, een gelijke rotatie en een uiteraard snellere omloopbaan rond de zon, dan zou er uit voortvloeien dat wat voor u een seconde is, voor de mensen die daar zouden leven waarschijnlijk 1   9/10 minuut zou betekenen. Een heel groot verschil dus. En als ú daar zou komen met uw eigen reactie, dan zou u zeggen: wat..zijn..die..mensen traaaag…, want dat gaat allemaal veel te langzaam.

U zou het ook kunnen zien aan de voortplanting van trillingen in de atmosfeer. Die zouden ook anders zijn, er zouden veel minder hoge tonen in voorkomen. Waarom? Omdat die massa zoveel groter is, ontstaat er een veel grotere zwaartekracht. Die zwaartekracht betekent een wisselwerking tussen het eigen veld dat de massa genereert en het massaveld, waaruit massa gegenereerd wordt dus, dat ze doorsnijdt. Hierdoor ontstaat een vertraging van tijd. Dat is een absolute relatie. Ik kan er geen formules voor geven omdat we wat dat betreft niet erg sterk zijn. Maar in de praktijk zou je het heel globaal kunnen zeggen, ongeveer: Massa gedeeld door 2    1/10 geeft aan: tijdseenheid.

En wanneer snelheid eraan wordt toegevoegd, dan wordt de massa groter, dus vanzelf ook de tijdseenheid. Het klinkt krankzinnig, hè. Het is zo doodeenvoudig: ‘Zwaartekracht, wat is zwaartekracht? Zwaartekracht is datgene dat je beste schoteltje of kopje breekt als je het toevallig bij de afwas laat vallen’.

Maar het is een zeer complex proces. Want als er geen eigen veld zou zijn – er bestaan enkele kleinere satellieten die praktisch geen eigen veld hebben – dan blijkt dat zwaartekracht dan ook helemaal niets te zeggen heeft. Hebben we daarentegen te maken, het bestaat ook, met veel kleinere massa’s dus, maar met een veel groter eigen veld, dan komen we zelfs op den duur bij zwarte gaten terecht. Waarom? Waar het veld groot is, is de wisselwerking tussen veld en kosmisch veld aanmerkelijk hoger en ontstaat daardoor een aantrekkingskracht naar de kern, het centrum dus, van de massa.

Nou, dan kan ik u verder nog vertellen: Zwaartekracht kan dus in vele gevallen verminderd worden. En wat blijkt? Sterke magnetische invloeden kunnen zwaartekrachtverhoudingen beïnvloeden. Het meest eenvoudige voorbeeld kent u wel: dat is dus een magneet met een fluctuerend magnetisch veld, waardoor die tussen noord- en zuidpool voortdurend wisselt. Daar kun je een betrekkelijk zware schaal van metaal bovenop zetten, die blijft er bovenop dobberen, die zakt niet naar beneden.

Zou je een eenpolige magneet kunnen creëren, dan zou je zelfs in staat zijn om zo’n ding eenvoudig naar de maan te schieten, of nog verder weg als je wilt. Een van de principes van ruimteaandrijving, er zijn er verschillende – o, tussen twee haakjes, laten we in de vragen niet over ruimtevaart gaan kletsen, vooral niet over exterrestrialen – maar er zijn dus aandrijvingen die inderdaad gebaseerd zijn op het feit dat je een magneet kunt maken met een aan het einde zeer sterke uitstraling, een zeer sterke velduittreding, waarbij het veld onmiddellijk naar een mantel wordt teruggeleid en de andere pool binnen de mantel zich bevindt, zodat naar buiten toe alleen die ene pool werkzaam is. Dat zijn, zeg maar, een soort elektromagneten, en daarmee kan men zich in de ruimte aanmerkelijk beter verplaatsen dan u zich zou kunnen voorstellen.

Dan zou je zeggen: wanneer je nou helemaal in de lege ruimte bent, dan heb je dus geen tegenveld en niets waartegen je je afzet, werkt de aandrijving toch. Waarom? Omdat deze aandrijving, inclusief de massa van het ruimteschip zelf dus, een stuwkracht veroorzaakt. Er wordt namelijk gezocht naar een magnetisch evenwicht van de gehele massa in overeenstemming met massa en snelheid. Daar waar deze verstoord wordt, ontstaat een beweging die de poging inhoudt tot compenseren van die extra uitstraling. Nou ja, zo werken ze daarmee.

Wanneer je je afvraagt of het mogelijk is om zwaartekracht op te heffen, dan kom je niet alleen maar terecht bij allerhande technische zaken. Een van de meest bekende dingen, dat zijn die Tibetaanse lama’s, weet u wel; die lieten zich inmetselen, in een klein betrekkelijk verblijf, maar met een tamelijk hoog dak. En daar hadden ze dan een leren bank in, en dan hoorde je maar: ‘Klets, klets, klets’, en de mensen die buiten liepen die zeiden dan: de heilige man is bezig om te leren vliegen. Degenen die dat dachten, zagen ze meestal vliegen, want er waren heel wat heilige mannen die het heel prettig vonden om zo goed gevoed en geamuseerd te worden en die dus met een stokje op het hout stonden te slaan of op het leer, zodat het buiten voldoende kletste…

Maar aan de andere kant blijkt dat, wanneer je een bepaalde geestesinstelling hebt, je aanmerkelijk de zwaartekracht kunt verlichten. Je kunt ze niet helemáál ongedaan maken misschien, maar je kunt ze voor een deel neutraliseren. Op het toneel kunt u proeven zien van mensen die dus met één vinger onder de oksel door twee mensen worden opgetild. Wat hoort daarbij? Concentratie en adembeheersing, die twee dingen horen erbij. Dan zegt iedereen: ‘ja, hoe kan dat?; dat moet een truc zijn.’ De enige truc die erbij zit, is deze: Je maakt contact met de eigen uitstraling van de persoon, de persoon produceert namelijk ook een soort veld om zich heen, alleen noemen we dat dan aura, omdat het in verschillende frequenties voorkomt. Wanneer wij nu gelijktijdig adem innemen en uitnemen, dan vergroten we daarmee zuurstoftoevoer en door onze concentratie ook onze eigen energie. We verhogen dus het energetisch gehalte van de persoon die we optillen en daardoor kúnnen we hem zo, hup, optillen. Datzelfde kunnen we ook doen met een tafel of een stoel of iets anders. Dan blijkt dus dat denken en gedachtekracht in zichzelf ook een soort veld, waarvan de uitstraling een beetje meetbaar is – denk maar aan de werking van een encefalograaf bijvoorbeeld – is in staat te denken om trillingen uit te sturen die ongeveer werken als een eenpolig magnetisch veld. Ze werken als het ware de zwaartekracht tegen en zouden ze sterk genoeg zijn, dan zouden ze de zwaartekracht op kunnen heffen.

Er zijn verhalen uit het verleden, en ook nog wel uit het zeer nabije verleden, van mensen die in staat waren om te leviteren, zich in de lucht te verheffen zonder enige steun. En dan zeg je: ‘Ja, de zwaartekracht zou dat onmogelijk moeten maken’. Dan moet je dus kijken, wat gebeurt er dan? Nou, elke keer blijkt dat deze mensen zich in een soort toestand van mystieke verrukking of van trance bevinden. Dat is punt één. Punt twee: op dat ogenblik zijn ze zich niet van hun lichaam als zodanig bewust. Dat schijnt een belangrijke factor te zijn. De gehele nadruk van hun levensenergie ligt in hun uitstraling en dan kunnen ze inderdaad aardig zweven. Zelfs, hoe heette dat medium ook al weer, Hume geloof ik, David Hume. Die zweefde op een gegeven ogenblik en het was toch klaarlichte dag, tijdens een seance het ene raam uit en het andere binnen. Ja, dat was nog geen zo materialistische tijd dat iemand onmiddellijk zei: ‘Kun je meteen aan de buitenkant de glazen even wassen?’ Dat zouden ze tegenwoordig onmiddellijk doen, denk ik. Maar dat kon alleen door die toestand waarin hij verkeerde. En dan kom ik weer tot een conclusie – als u mij niet kwalijk neemt dat ik het zodanig noem, want het is allemaal onbewezen wat ik zeg: Bij een toestand van zeer intense concentratie, waarbij het geheel van het denkvermogen, inclusief een groot gedeelte van het geestelijk vermogen, op niet materiële zaken is gericht, ontstaat een straling die de massa vermindert en daardoor in feite de binding met de aarde verandert. Let wel: verandert, dus niet opheft.

Want als iemand zou leviteren, laten we zeggen dat ik hier zou leviteren, nu, met dit lichaam – niet dat ik het zal doen, je moet oude zaken goed in stand houden, antiek moet je beschermen – en ik zou leviteren zónder dat er een binding met de aarde was, weet u wel wat er dan zou gebeuren? Dan zou ik met een ontstellende vaart verdwijnen, want de aarde draait, maar als ik los sta van het veld van de aarde, dan blijf ík staan en de aarde draait onder mij door. Het duurt 24 uur voordat het medium terug is en dan kun je zeggen: ja, is hij nu onder water gebleven? Nee, hij heeft een luchtje geschept…

Maar als je zwaartekracht op die manier kunt verminderen, dan is er een overeenkomst te vinden met die wisselende magneetstraling waarop die schaal drijft, met de eenpolige magneet die stuwkracht veroorzaakt. De mens draagt dus psychisch in zich een gelijksoortig mechanisme. En als we dat mechanisme nou een keer verder proberen te vertalen, dan komen we tot de conclusie dat mensen die blij en opgewekt zijn, die niet bezig zijn met zichzelf, maar gewoon met de natuur of met de mensen, die hebben een zeer veerkrachtige stap. Dan zeg je: ja, hoe komen ze eraan? Nou, dat is levenslust, spierkracht. Nee, in vele gevallen is het doodgewoon dat ze een klein beetje lichter worden. Dat is dus een vermageringskuur zonder uiterlijke gevolgen.

Ik heb een hele hoop voorbeelden gegeven. Alles bij elkaar maakt het volgens mij mijn stelling wel aanvaardbaar. Datgene wat wij ruimte noemen, is eenvoudig een geheel van krachten, waarbinnen materie kan ontstaan en waarbij een wisselwerking tussen deze krachten, het rustend veld en de materie wordt aangegaan. Hierdoor ontstaan allerhande verschijnselen, waaronder tijd, magnetische velden en zwaartekracht. Wanneer een kleine massa in werveling komt, dan krijgen we een magnetische storm, m.a.w. je kunt niet zien waar het vandaan komt, maar er is wel een wervelend magnetisch veld. Hebben we te maken met een gróte massa, dan krijgen we te maken met een dicht magneetveld, een andere tijdssequentie binnen dat veld plus voor de planeet zelf, een zeer sterke wisselwerking met dat veld daaromheen.

Aangezien zonnen over het algemeen groter en meer energie bevattend zijn dan planeten, zal de zon in een zonnestelsel gemeenlijk domineren. D.w.z. dat ze driekwart van de tijdsfase voor de planeten eigenlijk door het eigen veld en uitstraling bepaalt. En dat alleen een verschil in massa en snelheid – want snelheid is in feite een vorm van massa zoals u begrepen hebt – dan zal ze dan dus een eigen relatie aan kunnen gaan nog extra met de dingen, met de velden dus die in de ruimte bestaan. Daar waar fijne materie in de ruimte aanwezig is – en fijne materie in de ruimte, dat loopt van ongeveer 1 atoom per kubieke kilometer tot ongeveer 200, 300 atomen per kubieke kilometer, anders dan gaan we weer over kosmisch stof praten – dan kunnen we zeggen: ‘Alles heeft dus zijn eigen tijd, zijn eigen krachtsverhouding en zijn eigen zwaartekracht. Deze worden bepaald door de relatie met het kosmisch veld waarin de beweging plaatsvindt’.

En als we dat nu eventjes – ja, dat is het laatste hoor, dan bent u er van af van de inleiding, dan kunt u zelf aan het woord komen, dan wordt het veel interessanter, dat weet ik – maar hebt u wel eens gedacht aan een atoom, een aantal dingen die daar rondzwerven rond een kern. En dan weten we tegenwoordig wel, al die deeltjes bestaan uit energie, het zijn energiewervelingen, die zich naar buiten toe als een geheel als materie voordoen. Maar goed, hoe zou het nou zijn als je bijvoorbeeld op een elektron zou leven? De tijd zou onmetelijk snel gaan, één seconde dat zou een kwestie worden van eeuwen. Waarom? Omdat het atoom gebonden is aan zijn relatie met het aardveld en via het aardveld met het kosmische veld. De eigen massa is echter groter dan je zou veronderstellen door de snelheid van de beweging. Kunt u me volgen? En dat houdt in dat wanneer wij een atoom hebben dat op aarde op een bepaalde manier bestaat en reageert en we zouden dat overbrengen naar een planeet buiten het zonnestelsel, daar de reacties van het atoom zijn eigen omloopsnelheid, zelfs de banen van de elektronen gewijzigd zouden zijn. Materie wordt in haar structuur mede bepaald door de verhoudingen die bestaan tussen massa en beweging plus het kosmisch veld. En het eindresultaat is dus dat alles in feite draait om het verschijnsel dat wij kennen als ‘de zwaartekracht’, daar deze zelfs de kleinste delen in hun werking en hun omloop kan beïnvloeden.

Nu, en daar heb ik de inleiding mee uitgesproken. Ik heb geprobeerd het geval zo compleet mogelijk te maken zonder ingewikkeld te worden. Dan kunt u ingewikkelde vragen gaan bedenken, dan krijgt u ook ingewikkelde antwoorden. U kunt ze ook eenvoudig houden en dan doe ik mijn best om niet ingewikkeld te worden, zonder dat ik daar natuurlijk helemaal in kan slagen. Maar tot die tijd zou ik u willen aanraden, denk erover na wat u wilt vragen en als het kan, stel het op schrift, dan is er veel minder kans op misvattingen of wat dan ook.

Vragen

Blij te zien dat u er nog bent. Ik vermoed dat u door de zwaartekracht geketend bent. En we gaan nu kijken wat u erover te zeggen hebt. Dan beginnen we maar met de schriftelijk ingekomen vragen.

  • Wat verstaat u onder massa en is uw zienswijze daaromtrent identiek aan de aardwetenschappelijke zienswijze?

Niet totaal. Massa is voor mij een conglomeraat van krachten op een zodanige wijze zich manifesterend dat, naar buiten toe, de schijn van vastheid ontstaat.

  • Wat verstaat u onder een eigen veld; is dat in tegenstelling tot een magnetisch veld of zwaartekrachtveld?

Een eigen veld t.a.v. een bepaalde massa is in feite het daaraan inherente eigen stralingsveld, ongeacht of dit van zuiver energetische, magnetische of van andere geaardheid is, en dus de relatie bepaalt tussen deze massa, plus de uitstraling, en omringende velden, krachten of andere massa’s.

  • Wat bepaalt of een massa een in verhouding groot of klein veld heeft in verhouding tot die massa?

Dat is moeilijk om dat eenvoudig te zeggen. Ik zal het proberen. De kracht van een veld – ongeacht of dit magnetisch of anders is – van een bepaalde massa wordt bepaald door de dichtheid van die massa plus de snelheid van haar verplaatsing, waarbij bovendien het tijdselement zoals werkende óp de massa mede als een factor gerekend kan worden. En dat is toch al tamelijk ingewikkeld, vrees ik. Heel simpel gezegd: de grootte van een massa wordt niet bepaald door haar omvang, maar door de hoeveelheid materie, of als materie zich manifesterende energie die ze bevat, plus de snelheid van haar beweging en de daaruit voortkomende eigen veldproductie, ongeacht van welke aard.

  • Mag een elektron als een elektromagnetische draaikolk met een interne snelheid van het licht beschouwd worden en ontstaat hierdoor de massa van het elektron?

Ja, wanneer u werkt met de snelheid van het licht, dan zitten we in moeilijkheden. In feite is het ongeveer anderhalve keer de lichtsnelheid waarmee de werveling zich beweegt en vanuit uw standpunt is er dus een voortdurende vibratie. Maar het elektron heeft dus een hoeveelheid energie ín zich opgesloten, welke in een zo snelle gesloten rotatie zich beweegt, dat daardoor naar buiten een schijn van vastheid ontstaat. Daar echter bij het elektron en verschillende andere kleinste delen de huid naar buiten toe betrekkelijk teer is, kan ze zich ontbinden in energie. En deze energie kan door de gerichtheid van haar beweging dan wederom het herontstaan van een soortgelijke werveling ten gevolge hebben, dan wel een oplossing in de omgeving, waarbij dan andere atomen en moleculen deze kracht absorberen, meestal in de vorm van straling of hitte.

  • Supersnelle beweging verandert energie van een lichaam. Is dit zo en is materie bevroren energie volgens de formule: E=mc2?

Nu ja, bevroren energie, dan zou je toch wel een beetje erg veel kou nodig hebben, vrees ik. Maar goed, als u een beetje de bibberatie wilt hebben in de zomermaanden… We zouden kúnnen stellen dat massa in feite energie is die in zichzelf tot een gesloten vibratie en uitwisseling van beweging is gekomen, waardoor zij t.a.v. de omgeving een schijn van zelfstandigheid heeft verworven.

  • Is dat geconcentreerde energie werveling dan, in het platte veld?

Als je het op een plat veld uitzet, ja, dan zou je kunnen zeggen het is een concentratie van energie, omdat de eigen dichtheid van energie aanmerkelijk groter is dan die van de omgeving en dóór de relatie met de omgeving de werveling ontstaat.

  • Einstein gaf een formule voor de afhankelijkheid van de massa van de snelheid en wel: massa bij een bepaalde snelheid is de massa in rusttoestand gedeeld door de wortel uit één min snelheidskwadraat gedeeld door lichtsnelheid in het kwadraat. (- Ja). Is dit de relatie die past in uw theorie?

Zij past enigszins in datgene wat ik u heb verteld, maar niet volledig, zoals u begrepen zult hebben. Maar dat komt, omdat ik ook geen beperking van snelheid ken tot de lichtsnelheid; die grens kan wel degelijk overschreden worden. Wat dan ontstaat is vanuit úw standpunt een verdwijnen uit uw ruimte, dat is waar, maar de overschrijding van die snelheid ontstaat soms en heeft inderdaad dan invloed over de massa. Je zou daarnaast kunnen zeggen: Wanneer een stofmassa zoals ú die kent, een versnelling krijgt die groter is dan die van de lichtsnelheid, dan dijt ze a.h.w. uit zonder haar samenhang te veranderen, totdat zij een zeer groot gedeelte van de bekende ruimte schijnt te omvatten. Maar bij vermindering van snelheid keert ze terug naar één punt ín het geheel van de buiten haar liggende massa.

  • Maar haar massa wordt dan niet oneindig…

De massa wordt niet oneindig. ‘Oneindig’ is een begrip dat gehanteerd wordt om de onzekerheid van begrenzing aan te geven die op bepaalde gebieden bestaat. ‘Oneindig’ bestaat zelfs niet voor uw ruimte, tenzij u wilt zeggen dat ze een wat sferoïde structuur vertoont en dat daardoor eigenlijk schijnbaar die ruimte oneindig is, omdat je, langs de begrenzing daarvan gaande, altijd weer op hetzelfde punt terugkomt. Maar je kunt dus niet zeggen: ‘Oneindig bestaat’. ‘Oneindig’ bestaat alleen in een bepaalde relatie en kan alleen dáár voorkomen waar beweging wordt omschreven die zich in een besloten baan beweegt.

  • Bevat alle materie restenergie en is restenergie nodig om nieuwe materie te scheppen?

Materie is gebonden energie. Bij elke omzetting van de ene vorm van gebonden energie in een andere vorm van gebonden energie ontstaat een klein verlies. Als u dit restenergie wilt noemen, is het mij wel. Deze energie blijft rustend en behoort over het algemeen niet meer tot de structuur van hetgeen ú als uw heelal beschouwt, maar bevindt zich a.h.w. een dimensie daarnaast. Wanneer de beweging afneemt in uw eigen heelal, wordt daardoor een impuls gegeven, want bij vertraging van beweging komt resterende bewegingsenergie eveneens vrij. En ontstaat dus weer beweging in het rustend energetisch veld dat in die andere dimensie berust en dat is dan de herschepping.

  • De tijd op tien kilometer hoogte boven de aarde blijkt twee miljoenste seconde te verschillen. De aarde is achter. Is de ruimte hier meer gekromd en wordt zwaartekracht ook veroorzaakt door een kromming van de ruimte?

Ja, laat ik het eerst zo zeggen: Wanneer u zich bevindt op een bepaalde hoogte boven de aarde, is de werking van het aardmagnetisch veld én zwaartekrachtveld in verhouding minder. Hierdoor ontstaat een verandering van tijdsregistratie. Zeker wanneer die tijdsregistratie door het geval van actieve deeltjes wordt gemeten, dus in zoverre hebt u gelijk. Wanneer we spreken over ‘gekromd’, dan moeten we begrijpen dat elke beweging die een werveling is, in feite gekromd is. Alle materie bestaat dus door een kromming in de ruimte. En als zodanig kun je ook alles wat als kenbaar verschijnsel optreedt als een kromming omschrijven.

  • Misschien wordt er bedoeld de kromming van een baan om een kern?

Wanneer je dat zegt, dan ga je uit van een relatie en in dat geval bestaat er géén kromming, omdat de baan een binding tussen twee delen betekent, welke op basis van beider massa en energie plaatsvindt en bij een variant daarvan zich kan wijzigen en dus niet een werkelijke absolute kromming betekent en heel vaak zelfs een peervormig karakter krijgt – een gestrekt elliptische vorm – als je het in twee dimensies wilt uitdrukken tenminste en uiteindelijk zelfs kan overgaan in een schijnbare parabool.

  • Dan is er toch sprake van weliswaar geen vaste kromming, maar een kromming bepaald door die twee massa’s, die elkaar…

Waar massa is, bestaat kromming, omdat massa, in zich zelve een kromming zijnde, het bestaan van een rechte lijn voor zichzelf onmogelijk maakt. Een rechte lijn die door materie gevolgd zou worden – en dan bedoel ik een theoretisch rechte lijn en niet een zogenaamd rechte lijn – zou inhouden, dat de eigen werveling afneemt en daarbij een ontbinding in energetische bestanddelen volgt.

  • Trekt een massief lichaam de ruimte met zich zodanig mee dat hierdoor de afbuiging van het licht veroorzaakt wordt?

Wanneer een zeer grote massa straling produceert, en zoals u weet is licht een straling welke pas kenbaar wordt op het ogenblik dat ze een tussenstof treft en daarin vibratie veroorzaakt. Maar wanneer wij dus te maken hebben met een zeer grote massa die straling veroorzaakt, dan zal elke energie die wordt uitgezonden, inclusief dus, zeg maar, de kleine deeltjes die licht veroorzaken, aan die buiging mede onderhevig zijn. De afbuiging van licht ontstaat dus inderdaad door de aanwezigheid van een massa die gelijktijdig de delen produceert waaruit het licht uiteindelijk resulteert en deze delen in zichzelf kan absorberen, geheel of gedeeltelijk, op het ogenblik dat ze om zijn gezet in trillingsvormen.

  • Wordt hierdoor ook de afbuiging van het licht dat langs de zon gaat, veroorzaakt? De stralingen van het licht gaan langs de zon en dan komt er een afbuiging.

Ja, als je dat heel precies wilt zeggen, dan is het natuurlijk niet goed zoals we dat nu gesteld hebben. Maar je kunt zeggen: Omdat er een enorm uitwisselingsproces is tussen betrekkelijk eenvoudige atomen uit een zwaar verdichte kern naar een atmosfeer ontstaat, ontstaat een betrekkelijk grote hoeveelheid straling, welke straling in kleinste deeltjes door de versnelling die zij hebben, een afbuigend veld veroorzaakt, hetwelk invloed kan hebben op lichtpartikels die in die buurt aanwezig zijn.

  • Een appel valt op de grond; de restenergie is met E=mc2 afgenomen en de appel komt nu in een tragere tijd, zet dit om in een bewegingsenergie en daardoor valt de appel sneller. Kun je nu zeggen dat de appel eigenlijk de tijd inhoudt?

Nee, dat kun je niet zeggen. En dat is ook heel eenvoudig. Als u naar boven kijkt en u denkt: dat ding valt, heeft u hem al op uw hoofd. Tijd is namelijk een registratie van opeenvolgende belevingsmomenten. En als zodanig is tijd dus niet uit te drukken als zodanig, behalve wanneer je werkt met de menselijke maatstaven daarvoor. Wanneer u zou spreken van duur, dan komen we op een ander terrein terecht. U kunt zeggen: wanneer een appel valt, bepaalt hij daarmede zijn relatie in duur tot het geheel. Dat kun je wel zeggen, maar je kunt dus niet zeggen, dat hij de tijd inhoudt. Voldoende? Arme Newton, hè? Maar ja, goed, of je nou Isaac zegt of Izak, dat maakt weinig verschil uit.

  • Recent is hier gezegd dat zwaartekrachtwerking ontstaat door verspringing van elektronen in hun baan. Hoe zit dat?

Nou, dat is eigenlijk een beetje moeilijk om dat simpel te zeggen, maar je krijgt dus een voortdurende baanverspringing of wijziging van omloopbaan, zou je ook kunnen zeggen, bij elektronen, waarbij overigens de tussenliggende ruimte niet doorlopen wordt, maar alleen van het ene baanmoment naar het andere baanmoment gewisseld wordt. Er vindt dus een uitwisseling plaats van energie, waarbij die energie op het éne ogenblik hier is en het volgende ogenblik dáár. Hierdoor ontstaat een verschuiving van kracht, welke in zekere zin bijdraagt tot de uitstraling welke de wisselwerking met de ruimte – of de daarin aanwezige rustende energie, zou je moeten zeggen – plus het zwaartekrachtverschijnsel mede bepaalt. En daarnaast van invloed kan zijn op het tijdservaren, zoals het mogelijk is aan de oppervlakte van een materieel geheel.

  • Nu zijn er bijvoorbeeld ook andere deeltjes als protonen, dus geen elektronen, die ook een massa hebben…

Ik gebruik elektronen als de eenvoudigste en meest gebruikelijke term. Zoals u weet, zijn er zeer vele kleine deeltjes en zeer veel daarvan zijn aanmerkelijk kleiner dan een elektron. Al die deeltjes echter beschikken over dezelfde eigenschappen van materie, namelijk werveling van energie en productie daardoor van een eigen veldrelatie met alle andere soortgelijke of grotere wervelingen die zich daarbuiten bevinden. Dus daarom formuleer je het zo en dan zeg je het eenvoudig. En iedereen weet tegenwoordig wat een elektron is, ofschoon sommige mensen denken dat het een controleur is van een elektriciteitsmaatschappij. Maar als we op de kleinste deeltjestheorie willen ingaan, dan moeten we er rekening mee houden dat in elk atoom tenminste twintig maar meestal meer dan zeventig verschillende kleine bestanddelen zijn, die worden samengevoegd tot onder meer elektronen, protonen, antiprotonen enz., neutronen, noem maar op.

  • Dat zijn de zogeheten ‘quarks’ of zijn het nog kleinere delen?

Quarks zijn geen deeltjes. Quarks zijn verschijnselen die door verspringen of lichtsnelle verplaatsing van deeltjes worden veroorzaakt.

  • Wat verstaat u onder een antiproton?

Een antiproton is een deeltje dat in omvang en functie gelijk lijkt aan een proton, maar een tegengestelde lading heeft of, anders gezegd, een tegengestelde werveling in feite.

  • Er wordt al lange tijd gezocht naar een perpetuum mobile, een apparaat, een constructie die zijn eigen voortbeweging verzorgt, zonder toegevoegde energie. Is dit i.v.m. zwaartekracht wel uitvoerbaar?

Volledig uitvoerbaar lijkt het me niet, maar er zijn een aantal systemen denkbaar, waarbij de energie die verbruikt wordt, gelijktijdig voor een zeer groot gedeelte weer wordt opgewekt, zodat je een schijnbaar perpetuum mobile krijgt, waarbij de toegevoegde energie over zeer lange tijd verbruikt wordt. Maar daarbij moeten we dan rekening houden met het feit dat geen wrijvingsverliezen moeten optreden, omdat anders een perpetuum mobile niet haalbaar is.

  • U zei dat een atoom op aarde andere eigenschappen heeft dan ver weg in de kosmos (- Ja). Toch toont men in sterren dezelfde elementen aan als op aarde d.m.v. spectroscopen Hoe zit dat?

Nu, dat is heel eenvoudig. Uw waarneming vindt vanuit de aarde af plaats en is in feite het resultaat van een spectroscopische analyse, waarbij dus het licht a.h.w. gespreid wordt door een prisma en u leest dan elementen af. Dat deze bestaan buiten het zonnestelsel, is ongetwijfeld juist. Dat hun kwaliteiten en onderlinge bindingen en relaties identiek zijn aan die op aarde, is daarmee echter niet vast te stellen.

  • Zijn het dan andere elementen?

Het zijn geen ándere elementen, omdat als element beschreven wordt: een bepaalde binding tussen kern en een reeks omloopbanen waardoor een bepaald atoomgewicht wordt bereikt plus een zekere eigen kwaliteit van het atoom. Maar op het ogenblik dat we dus in die omloopbanen het een en ander veranderen, ontstaat een andere reactie. Neem een heel eenvoudig ding: Wanneer je dus te maken hebt met stralingsenergie, dan kun je met radium niets beginnen, maar met producten die je door selectie van onderdelen eruit haalt, kun je wel wat bereiken. Uraan 2-38 is niet zo erg belangrijk, maar er zijn er een aantal die een iets kleiner gewicht hebben: 2-35 en die zijn wel belangrijk, vooral voor de ondergang van de wereld als sommige politici hun zin krijgen. Dus op aarde bestaat dit al en toch is het in feite hetzelfde element. Nu is het enige wat ik zeg dat de wijze waarop de banen en vooral de omloopbanen – de kernsamenstelling varieert meestal niet zo sterk – op andere planeten, onder andere zonnen dus, functioneert, de eigenschappen van het element licht wijzigt.

  • Ja, oké, het element is intern (of “in de kern”?) hetzelfde, maar de vorm of de structuur van het element, de aggregatietoestand of iets dergelijks, die zal anders zijn…

Nu ja, goed, laten we het erbij, anders dan komen we later nog met stoom-atomen en ijsatomen die eigenlijk precies hetzelfde zijn en waarbij alleen dus de moleculaire rotatie, want het gaat in dit geval om moleculen, de moleculaire rotatie bij de één hoog, bij de ander zeer laag is. En dat wil zeggen dat de onderlinge bewegingsbeïnvloeding veel intenser kan worden, omdat ze gelijk blijft, vandaar de vaste vorm van de aggregaatstoestand ijs en de schijnbaar amorfe binding die in stoom ontstaat.

  • Is hetgeen u in de inleiding vertelde beperkt tot hetgeen in ons zonnestelsel plaatsvindt? Gelden in andere stelsels mogelijk andere verhoudingen en wat is een grensgebied, wat doet de zonnestelsels scheiden?

In de eerste plaats, wat ik u verteld hebt, is dermate eenvoudig, vereenvoudigd, laat ik het zo zeggen, en algemeen, dat het voor het geheel voor úw sterrennevel als van kracht zijnde kan gelden behoudens, in het centrum van het melkwegstelsel, waar nogal een groot aantal reuzen elkaar onderling beïnvloedt en dat heeft natuurlijk invloed op de structuur van de materie en de uitwisselingstoestanden die dan mogelijk zijn. Ja, wat moet je er verder eigenlijk van zeggen? Ik geloof niet dat je kunt zeggen: de wetten zijn ánders, maar de resultaten van de wetten zijn anders doordat andere energieverhoudingen bestaan en andere wisselwerkingen.

  • Wat is het grensgebied dan, wat doet de twee onderscheiden tot elkaar?

Wat sterren van elkaar scheidt: in uw melkwegstelsel is het onderscheid tussen de zonnen over het algemeen alleen de energiereserve waarover ze beschikken en de daardoor ontstane dijing en invanging van materie uit de ruimte plus de wisselwerkingen in de zon zelve, waardoor haar stralingselement(?) en eventueel haar stabiliteit bepaald wordt. Dat zijn dus de enige werkelijke verschillen. Maar je kunt zeggen, wanneer je in een nieuwere nevel gaat kijken bijvoorbeeld, dan zijn díe zonnen in feite roterende massa’s met een zeer geringe vaste kern en die kern moet eerst ontstaan. We krijgen dan zonnen die langzaam naar binnen toevallen en die een enorme stralingsactiviteit hebben, maar niet de gelijke stralingssterkte naar buiten toe. En daar zou je dan een grens kunnen trekken, zou je zeggen: ja, dáár lopen de wetten dus anders, omdat de zonnen anders van structuur zijn.

  • Is er dus eigenlijk een stuk niemandsland?

Nee, tenzij u de lege ruimte bedoelt. En in de lege ruimte komen we op een gegeven ogenblik aan een punt, waar energie niet meer als een nog in beweging te brengend geheel aanwezig is, dus daar hebben we werkelijk met een schijnbaar niet te maken. En in dat schijnbaar niet zijn geen acties en reacties mogelijk, maar dat bestaat dus tussen heelallen, zeg maar.

  • In het heelal zelf is geen sprake van een energieloze ruimte?

Nee, er is geen sprake van een energieloze ruimte. De eigenschap van elk heelal is de aanwezigheid van een in zich dormant veld, hetwelk door ontstaan van beweging energie overdraagt aan die beweging en ín die beweging een vormgelijkheid probeert te veroorzaken met de eigen structuur, die meestal bolvormig of ongeveer bolvormig zal zijn.

  • Bestaan er ook meer heelallen?

Ja, er bestaan er heel veel. Iemand heeft eens een keer gezegd: ‘Er is sprake van 63 heelallen, die rond een kern draaien, waar geen énkele aanwezigheid of energie constateerbaar is. En déze in zichzelf schijnt de bron te zijn van deze heelallen, maar ik heb dat persoonlijk nooit kunnen constateren en kan het u dus alleen als van horen zeggen verder geven.

  • Die 63 heelallen, waar u het over heeft, kunnen elkaar dan, denk ik, nooit door zwaartekracht beïnvloeden, omdat er geen gezamenlijk kosmisch veld is, omdat daar tussenin niks is.

Dat is inderdaad waar, ja. Maar ze hebben wel een beweging in ruimte en deze schijnbaar ledige ruimte is een krachtveld, d.w.z. dat ze bepaalde varianten in de kracht kunnen veroorzaken en zo wél aansprakelijk kunnen worden gesteld voor vooral in de randgebieden vaak optredende stormen van stof, van magnetische wervelstormen en wat dies meer zij, dus een reeks verschijnselen van straling kunnen beïnvloeden, zoals de maan bij wijze van spreken de getijden van de zee beïnvloedt.

  • Instortende sterren creëren enorme zwaartekracht. Vrijgemaakte restenergie veroorzaakt formidabele kosmische gebeurtenissen. Is dat zo?

Ja en nee. Wanneer je aanneemt dat tussen sterren – en dan denken we over afstanden tot dertig lichtjaar hoor, veel verder moet je niet gaan – onderlinge relaties kennen, dan zal de ineenstorting van een ster, die daardoor een enorme dichtheid verkrijgt en heel waarschijnlijk daardoor bovendien een te sterk eigen zwaartekrachtveld gaat creëren, zal invloed hebben op de relatie van de sterren onderling en daarbij een verandering in hun reacties of in hun ritme kunnen veroorzaken. En deze kunnen dan indirect dus weer van invloed zijn voor gebeurtenissen op planeten en het ontstaan van allerhande verschijnselen. Voldoende?  Door verandering van zwaartekracht is er een evenredige versnelling of vertraging van tijd.  Ja.

  • Is dit de sleutel om in de tijd te reizen en geldt dit op de aarde of juist op aarde?

Ja, dat geldt eigenlijk wel overal, maar de grote moeilijkheid is dat je om die snelheid te verkrijgen, die snelheidsvergroting dus, je u niet mag bevinden binnen een atmosfeer en dat je vanuit de reis die je gemaakt hebt, dus alleen kunt terugkeren naar dezelfde atmosfeer waaruit je bent gekomen op een ander tijdstip, maar dat je niet in staat bent om dat tijdstip volledig te berekenen, zodat bijvoorbeeld de tijdmachine van Wells in feite ondenkbaar is en alle varianten die er op bedacht zijn sindsdien. Wat wél reëel is, is de zogenaamde lichtspiegel uit een ander Science-fictionachtig werk, waarbij wordt gesteld dat wanneer je licht na een bepaalde tijd zou kunnen opvangen en concentreren en gebundeld terugzenden naar de wereld, het daarin aanwezige beeld het beeld zou zijn uit het verleden, en dat klopt inderdaad. Alleen is het onmogelijk om het te doen, maar ja, dat is weer wat anders.

  • Bestaat er ook antizwaartekracht, zoals er ook antimaterie bestaat?

Er bestaat geen antizwaartekracht, in die zin dat wanneer je terecht komt in een gebied met omgekeerde zwaartekracht, de ervaring zwaartekracht behouden blijft, alleen de gerichtheid daarvan anders is. Antizwaartekracht is ook zwaartekracht, alleen anders gericht.

  • Ja, is er afstoting i.p.v. aantrekking?

Dát zou mogelijk zijn. Als u dus van een bepaalde vorm van uitstraling gebruik zou maken, dan zou u de ruimte invliegen en als u dan praatgraag bent, kunt u eindelijk eens naar believen zwammen in de ruimte…. Dat zou eigenlijk ook betekenen dat deeltjes niet stabiel kunnen zijn, want antizwaartekracht zou ze uit elkaar spatten…

  • Dat kan ik niet volgen, het spijt mij. U zegt dus hier, dat als er een antizwaartekracht zou zijn, de deeltjes uit elkaar zouden spatten?

Ja, omdat de krachten van elkaar áf werkend zijn.

  • Nee, weet u wat dan zou ontstaan? Een rotatieverandering van de kleinste delen, door welke rotatieverandering de kwaliteit van de materie zou veranderen in antimaterie. Dat wel, maar het blijft wel bij elkaar.

Ja, dus het blijft aantrekkend.

  • Zwaartekracht is, of ze nu anti is of wat u noemt ‘normaal’, is zwaartekracht en d.w.z. dat de invloed van die zwaartekracht op de structuur van materie blijft bestaan.

Nou, misschien is de vraag hierom gesteld dat de andere krachten kennelijk zowel afstotende als aantrekkende werkingen hebben; bij de elektrische kracht bijvoorbeeld is ook afstoting mogelijk; zoals twee polen van gelijke soort bij elkaar komen, dan stoten ze elkaar af en bij zwaartekracht is dat nooit geconstateerd. Bij zwaartekracht is het nooit geconstateerd, omdat men nooit in een veld terecht is gekomen dat u als antizwaartekracht zou kunnen omschrijven. En de kans dat u dat in de nabijheid van de aarde zou ontmoeten, lijkt me de eerste zeven, acht miljoen jaar tamelijk onwaarschijnlijk. Daarna is de zon weer in een ander deel van de ruimte aangekomen op haar baan en daar zou de mogelijkheid eventueel ontstaan, maar daar hebben de wetenschappers van vandaag niets aan. En het is heel waarschijnlijk dat de aardse wetenschap dan doder is dan de Sauriërs.

  • Denkt Einstein nu in de geest nóg zo over zijn relativiteitstheorieën en deelt de geest zijn visie of zaten er nog fundamentele vergissingen in? Zijn algemene relativiteitstheorie geeft bijvoorbeeld geen oplossing voor het vraagstuk van de oorzaak van de zwaartekracht.

Als je Einstein zelf het zou vragen, zou hij zeggen: het is een lemma, het is een werkstelling, en als uitgangspunt tot verder onderzoek is het absoluut juist. Maar als een eindconclusie die al omschrijvend is, is het a priori onjuist, omdat dat in de wetenschap nooit kan bestaan. Je kunt namelijk nooit een totale omschrijving geven die volledig juist is en altijd juist zal blijven.

  • Heeft Nigel Calder waardevolle fundamentele inzichten geleverd m.b.t. inzicht in de zwaartekracht of in natuurwetenschappen in het algemeen en gaat hij inderdaad verder dan Einstein of is hij een fantast, of wellicht wordt hij door geestelijke wetenschappers, ex-wetenschappers, geïnspireerd?

Laten we het zo zeggen: ‘Een goed wetenschapsmens is een fantast die zijn fantasieën voortdurend aan de werkelijkheid toetst’. Dat geldt voor Calder, ongeacht datgene wat anderen van hem denken dus.

  • Wat zijn de belangrijkste bijdragen van Tesla aan de moderne natuurwetenschappen? Hij meende dat de elektromagnetische golven de basis voor materie, energie en in feite alle verschijnselen in het heelal vormen. Is dat juist?

Hij kwam dichter bij de waarheid dan de meesten. En het is alleen jammer dat bepaalde van zijn apparaten nooit bewaard zijn gebleven in de juiste vorm, want hij had namelijk een methode gevonden om een schijnbaar perpetuum mobile onder meer te construeren. Ik zeg hierbij schijnbaar, omdat uit de omgeving energie werd opgenomen, maar de beweging in zichzelf daardoor continu was zonder toevoeging van kenbare brandstoffen.

  • U zegt: ‘Hij zat dichter bij de werkelijkheid dan de huidige wetenschap’. Dat betekent dus dat de zwaartekracht gebaseerd is op elektromagnetische werkingen.

Niet alleen.

  • Ja, u sprak over massa en tijd en velden.

Inderdaad. Het is dus een samenhang van een groot aantal factoren en als je dat nou eenvoudig wilt herleiden tot elektromagnetisch, is het niet helemaal juist. Maar aan de andere kant lijkt het me juister dan de benadering, die zover mij bekend – dat moet ik erbij zeggen – op het ogenblik wetenschappelijk hierbij bestaat, omdat men te maken heeft in de wetenschap met een zeker fundamentalisme, waarbij men in feite nog steeds probeert om Newtons denken in moderne vorm aan te vullen, zodat het een kosmisch geldend geheel zou worden en niet begrijpt dat de constatering van het verschijnsel niet impliceert dat de uitleg daarvan zonder meer en volledig juist is.

  • Het zoeken naar een unificatietheorie, dat lijkt niet zo goed?

Dat lijkt mij niet zo goed, zolang men daarbij uitgaat van een aantal werkstellingen uit het verleden die in zichzelf nimmer volledig als juist bewezen zijn.

  • De Boeddha behandelt in een der drie Pitaka’s, de zogenaamde Abhidhammapitaka, de 24 wetten die de natuurwerkingen verklaren. Gaat het hier om een diepere, mogelijk nog betere verklaarwijze dan de huidige wetenschappen doen?

Ik geloof niet dat je mystiek en wetenschap met elkaar kunt vergelijken. Een mystiek redelijk juiste verklaring kan wetenschappelijk een ónjuiste zijn en een juiste wetenschappelijke verklaring kan doordat ze geen rekening houdt met innerlijke krachten, waarden en bovennatuurlijke machten, eveneens onjuist zijn, wanneer we de werkelijkheid daarmee vergelijken. Ik geloof dus niet dat je hier de zaak kunt vergelijken, of u moet zeggen: ‘Het is een appel en een peer en ik hou meer van een peer dan van een appel’. Dan heeft u natuurlijk gelijk.

  • Natuurkundigen postuleerden eens de stilstaande ether als drager van lichtgolven. Is dat juist en is dat hetzelfde als het kosmisch veld?

Nee, dat is niet hetzelfde. De wereldether is in feite door zijn oorsprong een stelling uit het verre verleden. Ze werd al gehanteerd in de Egyptische, de Griekse en zelfs enigszins in de Babylonische periode, de Perzische periode ook nog, zodat gezegd kan worden: Hier zocht men naar een verklaring voor het alomvattend element waarbinnen de kenbare verschijnselen zich konden afspelen. En als zóver beschouwd, is het natuurlijk wel juist. Maar een ether kan niet stilstaan wanneer er verschijnselen in zijn, omdat een stilstaande ether zou impliceren dat de verschijnselen haar doordringen zonder daarbij haar te beïnvloeden. En het is juist de wisselwerking tussen het kosmisch veld en alle andere bewegingen en velden die daarbinnen aanwezig zijn, waardoor een continu bestaan en voortdurende ontwikkeling mogelijk wordt, terwijl gelijktijdig door het afsterven van een aantal van de bewegingen, het veld zelf zichzelf in stand houdt. Maar het evenwicht dat daarin bestaat, is dus niet een gelijkblijvend evenwicht, maar een voortdurend variërend evenwicht, waarbij echter de som der factoren altijd gelijk blijft.

  • Is over het water lopen meer een kwestie van de zwaartekracht overwinnen of meer een kwestie van beheersing en welke beheersing precies? Pogingen in deze mislukten telkenmale (!).

Ja, u wist niet waar de paaltjes stonden. Lopen over water kan alleen dan, wanneer je jezelf a.h.w. volledig losmaakt van je eigen wereldvoorstelling en daarvoor een eigen wereldvoorstelling in de plaats brengt. Er ontstaat dan een mystiek verschijnsel, waarbij de mens onaantastbaar wordt voor een aantal verschijnselen en gelijktijdig zich kan bewegen op het niveau dat hij zelf vaststelt. Het ligt dus in dezelfde grootorde als de werkelijk vliegende lama’s of de gelumpa’s bijvoorbeeld, die met een zeer lichte tred lopen, zodat van hen werd gezegd dat zelfs een grashalm onder hun voeten niet doorboog. En lopen over water is eenvoudig jezelf in je relatie tot de massa zodanig veranderen dat de oppervlaktespanning door jou niet meer doorbroken kan worden – tout simple.

  • Bestaat er in de astrale wereld ook nog een soort zwaartekracht met wellicht geheel andere wetmatigheden; iedere planeet heeft toch zijn eigen astrale wereld die haar omringt?

Dat komt, omdat een astrale wereld altijd het resultaat is van een aantal gedachten en dus de weerspiegeling is van een voorstellingswereld die om een planeet bestaat. Zónder dit bestaat er geen astrale wereld. Er kunnen wel uitstralingen bestaan, maar die worden dan georigineerd door een persoonlijkheid die zich in een bepaalde planeet bevindt en vertoont dan niet de grote verschillen die in feite uw begrip wereld en astrale wereld, bestaande tegenstellingen dus, zou inhouden.

  • Kennen de wervelingen en velden, die volgens ODV-spreker de basis der materie vormen, een bezielende of geestelijke tegenhanger?

Nou vraagt u mij iets wat ik eigenlijk niet weet. Kijk, een geest is in zichzelf ook energie, waarbij het bewustzijn bepaald wordt door de potentiaalverschillen die binnen het naar buiten afgesloten geheel bestaan, waardoor de wisselwerking met andere buiten het ik bestaande vormen dus mede wordt bepaald, evenals de reactiemogelijkheid. Ik ben geneigd om te zeggen, er bestaat enige verwantschap, maar met zekerheid durf ik het niet te zeggen.

  • Kennen atomen en moleculen een bezielende tegenhanger?

Zover mij bekend niet, maar dat wil heel weinig zeggen, omdat ik met de studie daarvan nimmer met persoonlijkheden in aanraking ben gekomen; dat betekent nog niet dat ze bestaan of kúnnen bestaan. Het feit dat ze een gelijkheid van reactie en samenstelling kennen, pleit er echter voor, dat er buiten hen ergens een schema bestaat – of een persoonlijkheid – die als het ware bezielend, vormend, optreedt vóór deze kleinste delen. Ik heb ze echter nooit ontmoet en durf er dus niets over te zeggen.

  • Kent de interstellaire ruimte, het geheel dus, een bezielende tegenhanger?

Zover mij bekend niet. Maar nu vraagt u dus aan iemand die op aarde staat, of hij even de leefomstandigheden op een planeet bij Vega wil omschrijven. En u begrijpt dat is ook erg moeilijk of je moet fantaseren. Ik wil wel fantaseren voor u, maar het lijkt mij zo weinig nut hebben.

  • Hoe vergaat het enkele groten zoals Newton, Kepler, Galileï, Edison in de geest; zijn ze nog met dezelfde bezigheden, interesses bezig, en hebben zij hun aardse kennis nog wel paraat?

U noemt genieën, en dergelijke genieën staan niet stil. Ze zijn dus niet meer wat ze waren. Wanneer ze echter zich op aarde willen manifesteren, kunnen ze tot op zekere hoogte, maar nooit volledig, beschikken over het arsenaal waarop ze op het ogenblik van hun overgang beschikt hebben, omdat ze terug kunnen keren tot deze beperktheid. En daarin kunnen ze dan nog andere varianten injecteren uit een totaalbewustzijn, maar dat is ook aan bepaalde regels en beperkingen verbonden.

  • Hoe kunnen ze dan verder evolueren op dat natuurkundig gebied?

Ik denk dat de meeste natuurkundigen die overgaan al heel snel vanuit menselijk standpunt mystici worden. En dát is hun vooruitgang: het zien van relaties en samenhangen waar je als mens niet over nadenkt, omdat ze niet zichtbaar kunnen worden gemaakt, maar die voor de geest volkomen reëel en direct constateerbaar en beleefbaar zijn. En dat is dan wat u noemt hun evolutie.

  • Kan de wetenschap, natuurwetenschap, geodesie e.d. veel leren van uw wereld, waar ze concreet wat aan heeft, bijvoorbeeld ook omtrent de binnenkant van de aarde of omtrent de oceanen?

Ze kan er ongetwijfeld wel wat van leren, maar ik geloof dat wat de wetenschap kan leren van de geest, vooral is dat er andere benaderingen bestaan dan die welke voor de wetenschap op het ogenblik de gangbare en natuurlijke zijn. Het is dus eenvoudig ontdekken dat er meerdere denksporen bestaan dan het ene wat men op grond van onderricht enz. enz. pleegt te volgen. Ik zal u één aardig voorbeeld geven: er is een boek geweest en dat ging dus over chemische samenstellingen en daar stond een foute formule in. En dat is gepubliceerd in 1894 en dat is altijd als zekerheid aangenomen, gezien het gezag van degene die het publiceerde, tot 1937, toen iemand de zaak na ging rekenen en ontdekte dat de man zich met 2 decimalen had vergist in zijn berekening. Al die tijd heeft men dus wetenschappelijk gewerkt met onjuiste gegevens. Het opvallende is dat men desondanks tot resultaten is gekomen en het is aan te nemen dat degenen die ze dan op grond van de oude theorieën aannemelijk maakten, verklaarden en publiceerden, daarbij eenvoudig hun gegevens hebben aangepast aan het hetgeen ze meenden te weten, waarbij die 2 decimalen dus a.h.w. weggeredeneerd werden.

Zo vrienden, dan zijn we nu toch werkelijk een beetje aan het einde gekomen, dacht ik. Ik hoop dat u al uw vragen gesteld hebt; ik heb tussendoor zoveel mondelinge reacties beantwoord dat ik aan mag nemen dat het meeste wel is afgehandeld. Ik zou daarom graag willen sluiten.

We hebben nu gesproken over de vraag: ‘Wat is zwaartekracht?’ En we hadden over heel wat andere dingen eveneens kunnen praten, bijvoorbeeld: Hoe ontstaat werkelijk elektriciteit?; wat is de grondoorzaak? Niet alleen het mechanische proces, maar de werkelijke grondoorzaak.

De mens leeft in een wereld, waarin hij met een aantal zekerheden denkt om te gaan en die hij ook als zekerheden hanteert, terwijl hij de achtergronden in feite niet kent. Heel veel in het leven is in feite als een auto, waarbij de bestuurder weet hoe hij haar bedienen moet, maar niet hoe de motor functioneert. En dit is ook t.a.v. uzelf het geval: u weet ongetwijfeld veel over uw lichaam. U kunt veel weten over uw psyche en de verschillende processen daarin. U kunt een aantal theorieën koesteren omtrent uw geest en al datgene wat ermee samenhangt. Maar de werkelijke samenhangen, de werkelijke oorzaak van leven, van bezieling kent u in feite niet. Het is goed voor de mens te beseffen dat hij leeft in een wereld, waarin zijn schijnbare zekerheden berusten op onverklaarbaarheden. Juist het besef dat je niet zeker kunt zijn, onverschillig van wat, kan je ertoe brengen na te denken over alle veranderingen en verschijnselen zonder ze onmiddellijk in te passen in een bestaand systeem.

De ontwikkeling van de mens is gebaseerd op zijn ervaring plus de innerlijke processen, waarbij die ervaring verwerkt wordt. Zolang je die ervaring alleen wilt verwerken op grond van datgene wat volgens anderen juist is of reeds vaststaat, zul je steeds weer in hetzelfde slop terechtkomen. Dan zijn er doodlopende straten.

Onze geest is belangrijker dan we denken, onze intuïtie, onze dromen zeggen veel meer over de werkelijkheid dan we geneigd zijn toe te geven. En zolang we deze werelden als mens op aarde niet willen aanvaarden, zullen we verwijderd blijven van veel waarheden omtrent de materie en veel erkenningen omtrent de geest. Daarom zijn deze vragen belangrijk en daarom geef ik er ook de aandacht aan, die ik ook deze avond zo goed mogelijk heb geschonken.

Leer begrijpen dat je leeft in een wereld die wel beheersbaar is, maar die in zijn wezen nog steeds onverklaarbaar is. En beschouw jezelf als een deel ervan. Probeer niet jezelf en jezelf te verklaren, want je zult altijd weer in misvattingen terechtkomen. Probeer bewust jezelf te beleven en laat die beleving dan de basis zijn van waaruit je tot daden, tot leven, tot ervaren komt. Dat is de weg die een mens moet volgen om werkelijk bewust te worden, werkelijke vrede te kennen en zelfs rond zich al datgene uit te stralen, wat voor anderen alleen maar een chimaera lijkt misschien, maar wat wanneer het tot stand komt, wezenlijke vrede is, omdat het vrede des harten is, wezenlijke erkenning van de medemens is, omdat het de basis van verwantschap is, innerlijk erkend en daardoor maakt tot datgene wat tegenwoordig met een miskraam van woorden nog steeds naastenliefde wordt genoemd.

Laten we beseffen dat we vanuit onszelf, alleen in stilte door onszelf te beleven, meer kunnen begrijpen omtrent de kosmos, meer kunnen beseffen omtrent ook de stoffelijke processen die we proberen te interpreteren, dan alleen op grond van materiële kennis mogelijk is. Want ín ons ligt de sleutel tot het begrip en waar het begrip niet aanwezig is, is de kennis alleen maar een dodelijk wapen dat we ook tegen onszelf richten.

Vrienden, ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf