Wat kunnen we doen met het leven

3 september 1961 

Als je je gaat afvragen: Wat doe ik eigenlijk met mijn leven? Dan kom je meestal tot de conclusie, dat het leven bestaat uit een hele hoop kleinigheden. Toch droom je van grote dingen. Er is geen mens, die ervan droomt, dat hij elke dag een dubbeltje zal kunnen sparen, zijn hele leven lang. Wel droomt men ervan de honderdduizend te hebben of een miljoen te erven. Je droomt er niet van om elke keer een klein onbelangrijk feit te leren. Maar je droomt er wel van, dat je plotseling geestelijk bewust zult zijn en nu eens alles weten,.. wat er in de wereld is. De mens, die er zo over denkt, moet wel tot de conclusie komen, dat hij eigenlijk heel weinig met zijn leven doet en er heel weinig aan heeft. Maar, is dat wel waar? Dan kunnen we natuurlijk weer beginnen met de bekende gelijkenissen. Het strand bestaat uit vele korreltjes zand. En oceaan, vele druppels water. De wereld, hele reeksen van moleculen. En zo ga je verder. Ik wil daar maar mee zeggen, dat de kleine dingen het belangrijkste zijn. Want uit de kleine dingen is een leven opgebouwd. Uit de kleine dingen is het geheel van de maatschappij opgebouwd. Uit die kleine en onbelangrijke punten, die schijnbaar te nederig en te praktisch zijn om er aandacht aan te besteden, is je gehele geestelijke bewustwording opgebouwd. En wanneer je zo begint na te denken, kom je vanzelf tot een beetje andere conclusie. Dan ga je niet alleen maar zeggen: Wat kan ik doen met mijn leven? Maar dan ga je je afvragen: Hoe werk ik het meest praktisch met mijn leven? Want ik doe er wat mee. Ik beleef voortdurend allerhande kleinigheden. Gaan we nu luisteren, naar de mensen, die grote eisen stellen, dan vertellen ze je onmiddellijk:”Je moet komen tot algehele onthechting; je moet komen tot absolute eenheid met de geest; je moet komen tot absolute harmonie.” Dat is allemaal waar. Maar met even goede reden en even goede zin kan ik tot u zeggen”: U moet eigenlijk de gehele wereld leren kennen, dus wandel nu eens van de noordpool naar de zuidpool.” Dan zegt u: “Dat kan ik niet.” Evenmin kunt u al die grote doelen onmiddellijk verwerkelijken. U moet het eigenlijk schrede voor schrede opbouwen en rusten, wanneer er tijd is. U leeft, u wilt graag bewust worden? Goed. Uw leven bestaat uit duizend kleinigheden, nietwaar. Realiseer eens wat die zijn. Denk niet aan het grote, aan het belangrijke. Denk almaar aan het eenvoudige gebeuren. Zeg niet: Dit is belangrijk, of dit is niet zo belangrijk. Er zijn zo ontzettend veel mensen, die de belangrijkheid zoeken in het onbegrijpelijke of in het wereldvreemde. Dat is dwaas. Er zijn ontzettend veel mensen, die menen dat zij zich alleen maar kunnen baseren op de praktijk, de realiteit, zoals je die kunt zien met allebei je ogen en vastpakken met allebei je handen. Dat is al een even grote dwaasheid. Want de werkelijkheid, waarin u leeft, dat wat uw leven is, is niet belangrijk of onbelangrijk, het is. En je waardeert het natuurlijk, Maar die waardering doet er niets aan af of toe. Of u een schilderij mooi vindt of lelijk, het is een schilderij en het blijft een schilderij. Zo gaat het met uw eigen persoonlijkheid ook. U bent wat u bent.  Uw leven is wat het is. En dan kun je streven en je kunt er ontzettend veel mee doen, dat ben ik met u eens. Maar dat kun je nooit doen door het grote nu maar eens even als doel te gaan stellen, Weet u, soms kun je natuurlijk een aardig eind op weg komen. Maar dan gaat het je net als een kind, dat te veel gasgevulde luchtballonnetjes vasthoudt. Je zweeft de lucht in, maar waar kom je terecht? Waar val je neer? Dat weet je niet. Nu zal niemand zeggen:”Nu ja, dat kind reist misschien wel naar Parijs toe. Het is goed, dat het eens Parijs ziet. Laat het maar aan die luchtballonnen bengelen.” Helemaal niet. U zegt: “Naar beneden halen, onmiddellijk! Het mag de lucht niet in.” Zo zouden we eigenlijk ook met de mensen moeten spreken. Natuurlijk, er zijn veel grote doelen. Maar de mens moet heel goed begrijpen, dat om het leven tot een bewustwording te maken je het in het kleine moet zoeken. In de kleine dingen. Dan zeggen ze: “Ja natuurlijk, het is belangrijk, dat we de volmaaktheid bereiken in het kleine.” Neen, ook dat is niet belangrijk. Belangrijk is, dat je in de kleine dingen het beste doet, wat je kunt. Meer niet. Dat is alles, wat nodig is voor je bewustwording. Meer heb je niet nodig. En nu gaan we de vraag nog eens bekijken: Wat kan ik met mijn leven doen? In de eerste plaats kan ik proberen zo praktisch, mogelijk alles zo goed mogelijk te doen. Dus volgens mijn eigen normen en mijn eigen bewustzijn zo goed mogelijk te handelen. Dat bevordert mijn bewustwording. In de tweede plaats kan ik proberen om niets hoe vreemd het ook is of hoe onbelangrijk het schijnt te veronachtzamen. Ik mag er niet aan voorbijgaan. Ik moet het mij realiseren, ik moet proberen te weten, wat het waard is. Ik moet ook dat mede in mijn reeks van handelingen en bewustwordingen betrekken. Op die manier bereik je wat. Want als je in het leven met een soort van hink-stapsprong van het ene “belangrijke” gebeuren naar het andere “belangrijke” gebeuren heen huppelt, dan stap je over de werkelijk belangrijke dingen heen. Het gaat er immers niet om in een leven zo snel of zoveel mogelijk te bereiken. Het gaat er om zo volmaakt, zo evenwichtig mogelijk te bereiken. En dat kunnen we alleen, wanneer we alles gebruiken, wat de wereld ons geeft. Wanneer we alles egaliseren, wat die wereld ons geeft. Nu zult u zeggen: “Goed, maar is dat leven dan alleen maar een stoffelijk leven? Natuurlijk niet, dat weet u wel. Is het dan alleen een geestelijk leven? Ook dat is het niet. In feite zou je moeten zeggen: De mens is oneindig, is oneindigheid. Mens, dat is alleen maar de aanduiding van een bepaalde verschijningsvorm, waaraan wij een zekere bewustwordingscyclus erkennen. In deze zin zijn planten en dieren van heden mens, want zij zullen eens mens worden. En dan zijn geesten, die allang zijn opgegaan in de grote kosmos ook mens, want zij zijn mens geweest. Allen hebben zij in het kleine, schrede na schrede de bewustwording gevonden.Ga het maar eens na. Vraag u eens af: Waarom waren de wijzen in de tempel verwonderd over Jezus? Omdat hij wijzer was dan zij? Ach, dat is een christelijke mythe; Neen, omdat hij verstandiger was dan zij, omdat hij het kleine opmerkte. Dat krijg je vandaag aan de dag nog weleens. Je hebt wel eens, dat er verteld wordt over Jonas in de walvis. En dat een kleine jongen zegt: “Ja, maar hoe kan dat nu, want hij heeft toch maar een klein keelgat.” Dan zegt men: “Het was een potvis.” Heeft een potvis dan een groot keelgat? Dat kind leert wat. Het leert niet alleen wat over de godsdienst en het wonder, het leert ook wat van natuurlijke historie. Het leert verder elk verhaal te toetsen op zijn aanvaardbaarheid. Het zoekt naar achtergronden. Op diezelfde manier kunt u in uw leven verder komen. Uw bewustwording door alle fasen heen is voortdurend het aanvaarden van elk klein detail, wat er zich voordoet. Dan heb je je last en je zorgen, dat geef ik graag toe. Je hebt je vreugde. Maar al die dingen zijn ook uit kleinigheden opgebouwd. Zal ik u een voorbeeld geven? Wanneer u bv. een Fl. 100.000 krijgt, dan bent u er blij mee. Maar bent u blij omdat het Fl. 100.000 is? Of omdat dit u in staat stelt bepaalde dingen, waarnaar u hunkert, te verwerkelijken? Of dit nu zekerheid is, een centje opzij voor de oude dag, een wereldreis, het bezit van luxe dingen, dat doet er niet toe. Het zijn allemaal kleine dingen, momenten van je hele leven, die in dit verlangen samenstromen en daardoor kan het een vreugde zijn. En zo kan het evenzeer een vloek worden, wanneer je juist die dingen niet begeert en het dus alleen maar een last is, die op je wordt gelegd. Op deze manier kun je een eind verder komen. Want als je steeds alle kleine dingen gaat begrijpen, dan begrijp je :waarom je bent, zoals je bent, waarom Je leeft, zoals je leeft. Dan weet je ook, waar je faalt, waar je werkelijk faalt. Er zijn mensen, die zeggen:”Ja, wij zijn zondig,” Akkoord, u bent zondig, als u dat wilt. Dat is uw eigen bewustzijn. Ze zeggen: “We zijn slecht.” Maar wanneer bent u dan zondig, of wanneer bent u slecht? Bent u dat alleen maar op het ogenblik, dat u zich dat realiseert? Neen. Het is het resultaat van hele reeksen van kleine, onbelangrijke handelingen, die uiteindelijk voeren tot dat ene feit, dat u niet verwerken kunt. En dan zegt u: “Ik ben zondig.” Dan zegt u: “Ja, maar dit is eigenlijk slecht.” Soms zegt u: “Nu voel ik mij zo hoog verheven. Ik ben eens een ogenblik in contact met de kosmos.” Waar komt dat vandaan? Denkt u nu werkelijk: dat het een ontrukt zijn aan de wereld is? Neen, het is de continuïteit van leven. Honderden en duizenden kleine feiten in uw leven, vanaf een ademhaling en een tik van de klok tot het weer en de vochtigheidsgraad in de lucht hebben daaraan medegewerkt. Die tezamen hebben dit opgebouwd. Het verschijnsel, dat u zo intens ervaart is alleen maar een erkennen van iets, wat uit het kleine is samengekomen. En zo gaat het in de geest precies hetzelfde. Het zijn de kleine dingen, waaruit het leven is opgebouwd. Wanneer je wat met het leven wilt doen moet je dus beginnen op de kleine dingen te letten. En wat kun je dan doen? In de eerste plaats – ik heb het al gezegd – begrijp je meer. Het inzicht, dat je krijgt in de kleine dingen, dat is een begrip, een realiteit, die je voor jezelf verwerkelijkt, waardoor je in staat bent aan de hand van het kleine toekomstige ontwikkelingen te bepalen. Je kunt zeggen: “Zo wordt het…” En je moet niet alleen maar afwachten of het misschien zo zal worden. Je hebt het niet overschat en je hebt het niet onderschat, want dit is de reeks van gebeurtenissen, die daartoe voert.” Wat dat betreft is een hond soms verstandiger dan een mens. Dat klinkt misschien gek. Maar als een hond ziet, dat je je jas en je schoenen aantrekt, dan zegt hij: “Die mens gaat uit. Ik wil ook uit, dus ga ik dansen en springen. Neemt hij de riem, dan is het in orde.” Een simpele redenering. Maar in die simpele redenering zijn verschillende dingen met elkaar gecombineerd. Wat brengen ze met zich mee? Vreugde, verwachting, eventueel bevrediging. Zo moet je menselijk ook zijn, zo moet je geestelijk ook zijn. Je moet uit het kleine een weten omtrent mogelijkheden opbouwen. Je moet de belangrijke punten leren erkennen in het bestaan. En heb je dat gedaan, dan moet je leren niet bang te zijn. Niet af te wijken van het normale, wanneer je het maar even kunt voorkomen. Je hebt een norm; die norm is je wereld, Aan die norm moet je je vasthouden. Je moet die norm begrijpen en gebruiken. Je moet weten: Dit is de basis van mijn bestaan. Van hieruit alleen kan ik iets opbouwen. Dat kan ik niet doen door plotseling een streng omhoog te maken, want ik val naar beneden toe. Ik moet van feit na feit een piramide stapelen en dan kan ik mij daarop verheffen; en dan sta ik gelijktijdig in een hooggeestelijk bewustzijn en toch op de basis, op de norm, die voor mij noodzakelijk was in deze uitingsvorm. Wat kan ik nog meer doen? Ik kan mijzelf hervormen, zoals dat heet. Als je je bewust bent van alles wat je lichaam doet, dan kun je je lichaam beheersen, dan kun je fouten, die in dat lichaam zijn, eenvoudig wegwerken. Dan kun je dat dwingen tot een perfectie volgens jouw opvattingen. Zo is het met je bewustzijn. Wanneer je weet hoe je bewustzijn werkt en reageert, dan kun je je geheugen trainen, totdat er niets meer is, wat je ontgaat. Totdat je met één blik een hele etalage overziet en je precies vertellen kunt wat er allemaal in staat, en wat voor prijs het heeft. Maar ook de rest van het leven, zodat je uit de vele beelden van het leven steeds weer een climax kunt opbouwen van begrip; zo is het en anders niet. Wat denkt u, dat u nu kunt doen met dit leven, dat u op het ogenblik hebt? Ik bedoel: met deze fase, deze stoffelijke fase? Denkt u, dat u plotseling hoogbewust zult worden? Dan hebt u het fout, U kunt proberen geestelijk te groeien, maar dat is alles. U kunt proberen u bewust te worden van God, ongetwijfeld. Maar dat kunt u alleen, wanneer u van het begin af aan van de kleine feiten uitgaat. We horen altijd spreken over de grote wonderen en de grote wonderdoeners. En dan wordt er verteld van Jezus, die dan toch maar de verlosser was. Maar niemand vertelt hoe hij er toe gekomen is. Niemand vertelt hoe dit kind, schrede na schrede, gebeuren na gebeuren tot man werd reeds met deze tendens. Het was een opbouw. Die opbouw is verder gegaan. En zeker, dan krijgen wij de herrijzenis, dan krijgen we de verandering van de materie in een ander trillingsgehalte en daardoor onhoudbaarheid van een aardse toestand op de duur. Maar dat is langzaam gekomen, dat gaat niet ineens. Men denkt dat Jezus ineens begon met wonderen te doen. Wel neen, dat had hij voor die tijd ook al geleerd. Men denkt, dat Boeddha zo ineens is gaan zitten mediteren onder de Bodhiboom en …. hup, daar was de bewustwording. Stop even! Degenen, die weten dat hij gedoold heeft, realiseren zich vaak niet hoe lang die dooltocht geduurd heeft. Die heeft ettelijke decaden geduurd. Decaden van jaren, Hij heeft daarbij alle dingen geprobeerd, die er maar te vinden waren onder de zon. Hij is de bedelaar geweest, die langs de dorpen ging met een bedelnap. Hij is de Yogi geweest, die in meditatie zat, hij is de magiër geweest, die de geesten opriep. Hij is kluizenaar geweest en eenvoudig sjouwerman in de grote stad. Hij is overal gegaan. Hij heeft alle dingen gedaan en heeft ze allemaal gerealiseerd. En eerst daardoor werd zijn bewustwording mogelijk. Zo kunt u uit het kleine ongetwijfeld een grote bewustwording opbouwen. Maar wij kunnen niet zonder het kleine. Wat kan ik doen met mijn leven? Alles ! Alles wat ik wil en meer dan dat, wanneer ik durf beginnen met die kleine, schijnbaar onbelangrijke dingen, die niet meetellen, Wanneer ik durf beginnen met mij te realiseren, wat ik werkelijk ben en wat ik werkelijk doe en waarom ik het doe. Er is geen pad, dat de mens ter bewustwording niet kan gaan, indien hij begint langs de weg van het kleine. Soms wordt het ons gemakkelijker gemaakt. Dan vinden we een weg, die voor ons uitgetekend is. Maar ook dan kan die weg alleen gegaan worden langs het kleine. Alleen weet je dan de uitzichtpunten, de kentekenen, waarnaar je kunt uitzien op je pad. Maar meer niet. Je moet zelf gaan. Je moet opbouwen uit het kleine. Alle bewustwording is een voortdurend samenvloeien van de kleine, onbelangrijke gebeurtenissen, die onze bewustwording vormen, die ons bewustzijn voor plotselinge veranderingen stellen, die in feite geleidelijk zijn. Ik kan u nog een voorbeeld geven. Er komt ineens een Taifoen, een wervelstorm, een tornado, een orkaan. Dat denkt u tenminste. Maar wanneer u het had gadegeslagen, dan had u net als een zeeman, die zegt:”He”, de vochtigheidsgraad is hoog geworden, gelijktijdig is de luchtdruk ontzettend aan het dalen, dat klopt niet, er komt dadelijk een daverende storm, “dan had u dat ook kunnen weten. Het had u niet behoeven te verrassen. Die kleine, onmerkbare veranderingen van minuut tot minuut, die hebben tezamen de toestand gemaakt, waaruit de tornado komt, die een hele stad wegvaagt. De kleine onbelangrijke punten van uw leven kunnen tezamen de bewustwording vormen, waardoor u zich voorgoed onttrekt aan elk aards bestaan en grote geestelijke vrijheid vindt. Die kunnen u brengen tot het punt, waar u meester bent van de stof en zelfs van de lagere geesten. Maar ze kunnen u ook brengen tot die onbegrepen oneindigheid van mismoedigheid, die wij dan het diepste duister noemen. U kunt met uw leven doen, wat u wilt, u kunt ervan maken wat u wilt, wanneer u de bouwstenen maar niet veronachtzaamt. Maar degenen, die te ver willen grijpen, die het kleine terzijde willen gooien als onbelangrijk en alleen naar het grote zoeken, als kinderen, die dwalen in een gevaarlijk oerwoud, vol met verscheurende dieren en giftige slangen, die staan elke keer voor een verrassing.

Elke keer gaat het precies anders, dan ze, hadden gedacht. Of het gaat niet goed of het valt tegen. “We zijn zo mismoedig.” Je had het kunnen weten. Je had ervan bewust kunnen zijn, je had dit kunnen beheersen en het had anders kunnen gaan, indien je bij het kleine begonnen was. Wanneer je plotseling mismoedig of hopeloos wordt, omdat het niet verder meer gaat, dan is dat niet alleen de kwestie van een ogenblikkelijke toestand. Het wordt opgebouwd, punt na punt, beetje na beetje, die kleine ogenblikken van de dag, die u meent te verdromen, of die u met een schijnbaar onbelangrijk babbeltje doorbrengt, Uit de kleine feiten groeit het leven. Wie de kleine feiten leert beheersen en begrijpen, beheerst het leven. Wie het leven beheerst, heeft absolute bewustwording. Wie absolute bewustwording heeft, kan voor zichzelf de harmonie scheppen, die noodzakelijk is om de Schepper te leren kennen.

*Geeft een lichaam noodzakelijkerwijze geestelijk bewustzijn aan?

Er wordt wel gesteld, dat Jezus’ lichaamsbouw een andere was dan die van normale mensen. Dat is natuurlijk niet juist. Want zou Hij, wanneer zijn lichaamsbouw werkelijk anders was, vanaf de geboorte niet gezien zijn als een ander of vreemd wezen? Zou men hem besneden hebben in de tempel? Misgeboorten e.d., wezens die afwijken van het, normale, worden door het menselijk ras uitgestoten. Of ze worden gezien als minderwaardig, en zeker niet als volwaardig beschouwd. Het gevolg is, dat wij beginnen met te concluderen, dat Jezus lichaamsbouw gelijk was aan die der mensen. Toch weten wij, dat hij een aantal kentekenen vertoonde, die een gewoon mens niet vertoont. Is dat een afwijking van bouw? Neen, het is een perfectie van bouw. Dus het lichaam kan in overeenstemming met een geestelijk bewust zijn, dat incarneert, inderdaad in zijn vormen dit bewustzijn ten dele weerspiegelen, o.a. door een hogere graad van volmaaktheid, van vormgeving t.o.v. het normale, zonder kenbare afwijking daarvan. Indien wij het vanuit dat standpunt bezien, dan rijst ons onmiddellijk een tweede vraag: Kan een mens dan, wanneer zijn bewustwording verder gaat, zijn lichaam daaraan aanpassen? Dan ben ik geneigd er onmiddellijk een vraag achteraan te zetten: Wanneer de chauffeur beter leert rijden, verandert dan de auto? Neen, hoogstens datgene, wat hij met de wagen kan doen. Wanneer de geest bewuster wordt, kan ze met het lichaam meer doen. Ze kan het misschien meer beheersen, maar ze kan het niet veranderen. Dat is ook redelijk. Een lichaam is een voertuig, Het is niet het wezen van de geest. Natuurlijk, de zorg en het wezen van de eigenaar van een auto zien wij ook weerspiegeld. De een heeft een wagen, die gedeukt is en gebutst, die onder de stof zit en waar de verf af is; de ander heeft een wagen, die misschien ouder is, maar nog altijd goed in de, lak zit, goed verzorgd is, schoon, helder. Bij de een is de motor vervuild, onverzorgd, slaat eens een keer over; bij de ander loopt hij als….”een machientje”. Ik kan het niet beter zeggen. De persoonlijkheid zal zich dus in het lichaam wel kunnen weerspiegelen t.a.v. de mogelijkheid van verzorging. Maar die bestaat voor de geest lang niet onbegrensd. Per slot van rekening kan de geest natuurlijk de stof meester. Ik heb mij laten vertellen, dat er jongelui zijn in de VS., die een heel oude wagen nemen en uit afval soms een voertuig construeren, dat de jaloezie van menige weggebruiker zal opwekken door zijn prestatie en zijn vermogen. Dat kan de geest ook. Maar zij moet altijd gebruik maken van de aanwezige bouwstenen. Ze kan niet iets nieuws scheppen. De vraag, die dan onwillekeurig ook weer gaat rijzen: Zal een meer bewust mens dan ook minder ziek zijn? Die kunnen wij hier wel bevestigend beantwoorden, omdat de meer bewuste mens in staat is de oorzaken van ziekten te vermijden of te herkennen en op te heffen in het begin, zonder ze te laten voortwoekeren zonder einde. Kan een geestelijke bewustwording een verbetering van een ziektetoestand betekenen? Natuurlijk, dat kan. Want het bewustzijn, dat meester is over de stof, kan leren, ongeacht de kwalen, een zo gunstig mogelijk gebruik van dat lichaam te maken en daardoor de kwalen althans niet te stimuleren, veelal langzaam terug te dringen. Dan begint vanzelf het grote raadsel, dat bij bv. z.g. gebedsgenezingen plaats vindt: Kan een ziekte opeens verdwijnen? Uit het bewustzijn van de mens wel, uit zijn lichaam niet. Maar het bewustzijn heeft vaak een zeer grote rol in onvolmaaktheden en ziekten van het lichaam. Het resultaat is duidelijk, Wanneer het bewustzijn grotendeels aansprakelijk is voor de ziekte en ik neem uit het bewustzijn het ziektebeeld weg, dan zijn de verschijnselen, die overblijven zo miniem, dat het lijkt alsof de ziekte wonderdadig genezen is. Doordat er geen geestelijke nadruk op het ziekteverschijnsel meer wordt gelegd, zal de verdere genezing dan ook gemakkelijker zijn. Een andere vraag, die u zoudt kunnen stellen: Wanneer ik nu geestelijk beter word, word ik dan mooier? Als dat zo was, dan zouden veel vrouwen ongetwijfeld hun best doen om buitengewoon mooi te zijn. Het is goedkoper dan Elisabeth Arden. Maar het feit, dat dit niet het geval is, bewijst ons wel, dat een mens niet “mooier” kan worden, dus zijn lichaamsvormen kan veranderen bv. Wat kun je wel doen? Je kunt de uitstraling van het lichaam, waarin de geest wel een groot aandeel heeft, veranderen en zo de impressie, die het maakt op een ander. Er zijn mensen, die wanneer je ze bekijkt betrekkelijk onharmonisch zijn gebouwd. Zij zijn dan niet zo mooi, zo knap. Toch zeg je onmiddellijk: “He”, die zijn sympathiek, wat aardig, wat prettig.” En tenslotte zeg je ook: mooi. Dan jok je eigenlijk, onbewust. Want dan spreek je niet over de indruk, die een bepaalde vorm op je heeft gemaakt, maar over de indruk, die een bepaalde geest op je heeft gemaakt in een vorm, waardoor zij zich uit. Dus schijnbaar zal er wat kunnen veranderen door een verbetering van bewustzijn, maar nooit geheel feitelijk. De geest moet altijd bouwen met wat ze heeft. Een tegenwerping, die hierop zou kunnen worden gemaakt: Maar als een mens nu eens komt tot volmaakte harmonie, wat gebeurt er dan? Dan is hij geen mens meer. Dan kan hij niet meer als mens bestaan. De vorm menszijn zeker in de vorm, waarin u haar kent, maar ook in vele van de vormen, waarin wij in onze werelden haar ook kennen is inherent aan een zekere innerlijke onevenwichtigheid. Op het ogenblik, dat er perfecte harmonie bestaat, bestaat de mens niet. Als u zich dit realiseert, dan wordt dus de vraag: Kan een mens perfect harmonisch zijn? ook al ontkennend beantwoord. Een mens kan van het mensdom uit evolueren tot een perfecte harmonie, maar verliest daarbij de kwaliteiten, die ons ertoe brengen hem “mens” te noemen. Want hij is niet meer deel van een enkele bewustwordingscyclus, naar van het totaal van de Schepping. Zo kunnen we dan nog wel even doorgaan. Maar heeft het zin? Waar het om gaat, is dit: Heeft de geest kracht? Ja. Heeft ze macht over de stof? Ja. Kan zij die stof veranderen? Slechts in zoverre de stof daartoe de mogelijkheden biedt. Daar hebt u het antwoord op uw vraag. Daar hebt u het antwoord op de vraag, die in de titel van het onderwerp word gesteld. Alle dingen zijn mogelijk bij God, zegt de mens. Inderdaad, bij God. Maar wanneer God de mens lichamelijk totaal zou veranderen, dan zou Hij daarmee het wezen van de mens tevens veranderen en dus zijn persoonlijkheid. En als zodanig kan niet een mens wonderdadig veranderen. De opmerking: Vele mensen zijn dus schuld aan hun eigen kwalen en feilen, is ongetwijfeld waar. Velen, maar niet allen. De opmerking: Vaak zal een psychische moeilijkheid of een fout in het bewustzijn in verband staan met stoffelijke kwalen, is volledig juist, want als de bestuurder van het voertuig niet oplet, zich niet houdt aan de regels, het voertuig overbelast, dan wel daarmede handelt op een wijze, die hem doet vluchten voor mogelijke consequenties, dan zal het voertuig daaronder te lijden hebben. En dat is bij de geest zeker sterker in verhouding tot het lichaam dan het is….laten we zeggen bij de chauffeur t.o.v. zijn auto. Zolang je leeft in de stof, is er sprake van een perfecte binding tussen stof en geest, vanuit het stof menselijk standpunt. Deze binding houdt niet in, dat beide noodgedwongen aan elkaar identiek moeten worden. Dit is onmogelijk, ze behoren tot verschillende ontwikkelingscycli.

*Is het juist, dat er door invloeden van buitenaf een lichaam toch schadelijke invloeden kan ondergaan? Of is het zo, dat bij een bewuste mens vanuit het bewustzijn deze schadelijke invloeden onderkend worden en er dus tegen gewaakt wordt, dat het stoflichaam deze schadelijke invloeden ondergaat?

Dat laatste is natuurlijk mogelijk. Neemt u maar een heel eenvoudig voorbeeld. Als u kunt timmeren, zult u wel uitkijken, hoe u met de hamer op de spijker slaat, opdat u niet op uw vingers slaat. Kijkt u niet uit en slaat u op uw vingers, dan hebt u de schadelijke gevolgen van een uiterlijke invloed, n.l. het hanteren van een massa met een zekere versnelling zonder in staat te zijn haar volledig te richten. Voert u dat even door op geestelijk terrein. De geest hanteert de stof en de beleving in de ervaring van de stof. Als de geest tezamen met die stof iets in beroering brengt, wat ze niet kan beheersen, dan zal ze zich daaraan bezeren en is ze als zodanig door omstandigheden van buitenaf naar waar ze zelf mee te maken heeft, want anders gebeurt het niet dus schadelijk beïnvloed geworden. De vraag: Is een geest, die zich bewust is, nu zeggen we niet “perfect bewust”, want dan weten we, dat het geen mens meer is maar een geest, die zich volbewust is geworden zo’n beetje, is die in staat om schadelijke invloeden af te weren? Natuurlijk. Wanneer je verstand hebt van explosieven en je ziet, dat er een lont brandt en dat je hem niet meer kunt uitmaken, dan loop je weg en verberg je je ergens in een greppel. Je doet je oren en ogen dicht en je hoopt er het beste van. Dan kom je er meestal zonder schade af, omdat je het weet. Maar een ander, die denkt, dat er alleen maar een sigarettenpeukje ligt te smeulen, die voelt zich plotseling verheven tot zeer ijle sferen. Heel simpel en heel drastisch: Het weten, het erkennen, in het bewustzijn van de geest opgesloten, maakt het mogelijk vele schadelijke gevolgen te voorkomen. Het niet weten, niet kennen of niet willen weten of niet willen erkennen leidt er dus toe, dat risico’s worden genomen, die feitelijk te groot zijn, waardoor stoffelijke schade van buitenaf zal kunnen ontstaan.

GEESTELIJK STREVEN

Geestelijk streven, zolang je op de wereld leeft, moet noodzakelijkerwijze ook een stoffelijk streven zijn. Men kan niet stoffelijk streven, zonder dat de geest daarbij betrokken is. Omgekeerd is het onmogelijk geestelijk te streven, zonder dit stoffelijk te uiten. Slechts een mens, die vergevorderd is op het pad der bewustwording, is in staat om een geestelijk en een stoffelijk bewustzijn te splitsen en deze waarden, eerlijk en oprecht, als gescheiden van elkaar te ervaren. Kan men dit, dan zullen de daden, die onvermijdelijk zijn en toch niet stroken met de eigen geestelijke bewustwording, stoffelijk volbracht worden, zonder dat men daar geestelijk deel aan heeft of daar enige emotie van overhoudt, of dit mee doormaakt. De doorsneemens kan dit niet. En daarom is een misschien zeer verstandig woord, dat eens door een denker werd gesproken: “Alle werk van de geest begint in de stof.” Nu zou ik er parafraserend aan willen toevoegen: “Er is meer geestelijk bewustzijn uit zweetdruppels geboren dan uit bibliotheken vol boeken.” Dat is logisch. Wanneer de geest naar bewustzijn streeft of wanneer wij naar geestelijk bewustzijn streven en wij zijn in de stof, dan is onze enige mogelijkheid om ons wezen tot uitdrukking te brengen: werken en handelen ín die stof. Hoe u dat doet, is niet belangrijk. De waarden van de tijden verschillen zoveel ten opzichte van elkaar, dat het erg moeilijk is om van een concreet goed of van een concreet kwaad te gaan spreken. Ons eigen bewustzijn is daarin onze beste waardemeter. Maar… één ding is zeker: Je kunt niets geestelijk volbrengen zonder het stoffelijk te uiten. Op het ogenblik dat je geestelijk bewustzijn en je stoffelijke uiting met elkaar in strijd zijn, ben je een levende leugen. Een leugen als zodanig is een ontkenning van een bewustwording of…. een negatieve bewustwording. Soms kan uit het negatieve ook wel degelijk het positieve, het goede groeien; dus een vergroting van bewustzijn. Maar dan zal toch eerst het negatieve door een positieve reeks van bewustwordingen moeten zijn gecompenseerd. Evenwicht moet een mens kennen, ongeacht hoe zijn streven is gericht en waar hij zijn bewustzijn zoekt. Wij moeten ons ook niet voorstellen, dat we alleen maar de toren en de hoogte van bewustzijn goed kunnen bereiken, waarbij wij lichamelijk dus ons volledig onthechten aan al hetgeen niet met de geest strookt. Als we zo denken, dan beroven wij het leven van tenminste de helft van zijn waarde. De geest, die alleen ten goede strevende niet kan komen tot een erkenning, van de stoffelijke feiten, die voor haar bewustwording toch mede in het leven zijn gelegd, zal te hoog grijpen. Ik weet niet, of u wel eens een toren of een stapel hebt gezien, die op te smalle basis staat. Ze is zeer wankel en valt om. Hetzelfde gebeurt, wanneer je deze onevenwichtigheid in jezelf veroorzaakt, wanneer je geestelijke bewustwording wordt een eenzijdig streven, Eenzijdigheid is een grote fout, die altijd weer wordt gemaakt. Daarom lijkt het van mijn standpunt uit althans zeer verstandig om de praktijk steeds weer te zien als: handelen naar ons bewustzijn, zonder daarbij stoffelijke of zelfs dierlijke normen uit te schakelen, zonder daarbij te trachten ons te onttrekken aan de maatschappij, aan haar vermakelijkheden zowel als aan haar zorgen, aan haar onaangenaamheden zowel als aan haar lusten, maar gelijktijdig beseffend met welk doel wij dit alles doormaken, menig mens handelt op een onverstandige manier. Hij zegt: “Volgens mijn geestelijk bewustzijn is het voor mij noodzakelijk bepaalde punten te leren, te ervaren; daarnaar ga ik streven.” Dat is volkomen juist, mits wij dit zien als een aanvulling van hetgeen het leven ons normaal te leren geeft. De mens, die weigert dit te leren of probeert zich eraan te onttrekken, zal daarom neemt u mij de uitdrukking niet kwalijk met zijn neus op de slijpsteen worden gehouden, tot hij erkent, dat deze andere mogelijkheden er zijn. Dat is noodzakelijk, want anders word je je niet werkelijk bewust. Men kan geen beeld tekenen met een kleur. Doet men het met varianten van een kleur, dan zal het over het algemeen aan helderheid en kleurigheid nog veel ontberen; dan zal het aan diepte en uitdrukking te kort schieten. Eerst wanneer wij meerdere pigmenten op ons palet kunnen mengen, zijn wij in staat een beeld te scheppen, dat indrukken geeft van een werkelijkheid. Wat doet de geest met haar bewustwording? Doet ze eigenlijk iets anders dan een deel van het Goddelijke op het doek van haar eigen wezen impregneren, vastleggen en erin stempelen, totdat het onuitwisbaar erin staat? Moet je dan zeggen: “Nu ga ik alleen met die kleur werken”? Degene, die dat doet, krijgt te maken met reïncarnatie. Want de bewustwording vraagt veelzijdigheid. Weigert men deze veelzijdigheid in een leven door te maken, dan zal men vóór het beeld correct is voor elke afzonderlijke kleur desnoods terug moeten keren, tot toch een geheel is gegroeid, dat volledig in overeenstemming is met Gods werkelijkheid, Al wat er is in stof en in geest is deel van Gods werkelijkheid, maar kan nooit het geheel van Gods werkelijkheid zijn. Het is juist daarom, dat wij wereld na wereld beleven, dat wij sfeer na sfeer betreden en dat wij steeds weer staan voor andere omstandigheden, voor andere bewustwordingen. Zolang je in de stof bent, moet je over geestelijk streven spreken als iets, wat verder ligt dan je eigen wereld. Dat is logisch. Want je geest gaat verder dan die wereld, maar je stof blijft daar achter; tenminste in de vorm, waarin je ze kent. Het resultaat is, dat men meestal wil zoeken buiten het leven. Maar ligt uw geest buiten het leven? Neen, het is de kern van uw wezen. Als kern van uw wezen zult ge die geest volledig ook in het stoffelijke moeten laten delen. Men zal zich afvragen: Wat kan ik dan doen voor mijn bewustwording, wanneer ik die wereld toch maar moet ondergaan? Ons oefenen is gelijkmoedigheid. Gelijkmoedigheid betekent evenwichtigheid. Niet een onderschatten van zorgen of een overschatten van vreugde. De rede speelt in de menselijke bewustwording een zeer grote rol. Men kan daaraan niet ontkomen. Alleen er zijn bepaalde dingen, ook in het stoffelijk leven, die bovenredelijk zijn, omdat zij verder gaan dan de rede zich een beeld en een voorstelling kan vormen. Het is voor de bewustwording niet noodzakelijk, dat je die dingen op aarde begrijpt; wel dat je ze leert aanvaarden. Een kind begrijpt misschien niet, waarom het de handen van de kachel moet aflaten. Er zijn mensen die niet begrijpen, waarom ze eerst naar links en dan naar rechts moeten uitkijken of omgekeerd, wanneer ze oversteken. (Dat ligt er naar aan in welk land je bent.) Maar doe je het niet, dan maak je met de schadelijke gevolgen kennis. Verwerp nooit iets, omdat je het niet begrijpt. Maar probeer je bewustwording zo in te richten, dat je langzaam maar zeker de reden ook van deze schijnbaar onredelijke dingen leert bevatten, leert beseffen. En dan is er nog een ding belangrijk voor een geestelijke bewustwording. Dat is geloof. Ik had het over het bovenredelijke. Er zijn bepaalde achtergronden, die noodzakelijk zijn voor je leven en die je in de wereld niet kunt vinden. Zoek die rustig in een geloof. Maak dat geloof zo redelijk mogelijk. Laat het je niet vervreemden van het leven, maar je beleving, je werken in de wereld intensifiëren, opdat je volheid van ervaring daarin zult vinden en zo de uiteindelijke bewustwording, die noodzakelijk is. Doet men dit, dan kan men daarmede ongetwijfeld in één leven meer bereiken dan slechts een ontvlieden aan de stof. Men kan zelfs een snel verlaten van elk vormbewustzijn en daarmede de grotere vrijheid van meeromvattende werelden voor zich verwerven. Wil men geestelijke bewustwording in dit kader zien en gebruiken als een praktische, ook stoffelijk te verwerkelijken waarde, dan zal men later met vreugde constateren, dat de eenheid stofgeest van een menselijk leven niet slechts de basis was voor een geestelijke bewustwording, maar het eigen wezen uitbreidde, zodat het een groter deel van het Goddelijke in zich kan bevatten. U vindt het vreemd, dat ik hier en daar erg de nadruk heb gelegd op de praktijk, op het stoffelijke, op het redelijke? Dat was noodzakelijk, vrienden. Juist wanneer wij ons bezig houden met abstracties, met stellingen, die niet met het dagelijks leven in verband staan, dan bestaat wel eens het gevaar, dat je de werkelijkheid te veel uit het oog verliest. Wij moeten geestelijk werken en streven, natuurlijk. Hetgeen wij kunnen leren over hetgeen buiten het direct kenbare ligt, kan ons helpen om het kenbare, het stoffelijke, te begrijpen. Het kan ons een weg tonen, waardoor wij in het leven verder kunnen konen. Maar op het ogenblik, dat wij menen, dat die leringen het enig belangrijke zijn en daardoor de praktijk verwaarlozen, maken wij zelfs de leringen waardeloos en ons eigen leven erbij. Die consequenties kun je natuurlijk niet aanvaarden. Dat is onmogelijk. Dus moest ik deze conclusies wel trekken. Denkt u nu niet, dat deze reeks van beschouwingen vanuit kosmisch standpunt waardeloos is. Integendeel. Ze is zeer waardevol, wanneer u de feiten wilt gebruiken om u een begrip van de wereld te maken; een begrip, dat u zal leiden bij alle handelingen, die u in de stof volbrengt.