Weet je wel

image_pdf

9 mei 1980

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk dus zelf goed na over alles wat wij bespreken.

“Weet je wel.” Waarop u denkt: wat? Maar dat is nu juist de vraag. Wanneer wij kijken naar het totale gebeuren in deze dagen, zo valt op dat er ontzettend veel mensen zijn die met een enorme zelfoverschatting een macht hanteren waarvoor zij in feiten niet geheel geschikt zijn. Nu is dit niet zo heel erg, want de meeste mensen doen uiteindelijk werk waarvoor zij niet geheel geschikt zijn. Alleen de acteurs kun je mogelijk uitzonderen en zelfs onder hen zijn er meer, die het beter als politici zouden doen. Want dan hebben zij in ieder geval altijd inkomen en een volle zaal.

Maar wie beseft dit? Vandaar dat de kern van onze vraag neerkomt op een: wat weet je eigenlijk van jezelf? Wat weet je van je wereld en van de werkelijke omstandigheden? Want geestelijk bewust zijn en worden is natuurlijk schitterend, maar wanneer je zo geestelijk hoog bewust boven de wereld zweeft, kan de wereld ondertussen naar zijn oude moeder gaan. U bent daarboven dan immers verheven? Zeker. Tot u terugkeert tot de feiten van de wereld, waarin ook u uiteindelijk nog moet leven. En dan wordt het ofwel een enorme noodlanding dan wel bent u voorgoed in de stof verdwaald.

Wij hebben nu eenmaal te maken met de wereld waarin wij leven en ons gehele geestelijke leven moet voortdurend ook in contact blijven staan met die wereld. Wij kunnen ons niet terugtrekken uit die wereld, ook niet uit de werkelijkheid omtrent onszelf. Juist dit is een van de belangrijke punten, waar de meeste mensen nogal eens over weglopen. Zij zeggen: deze of gene heeft een minderwaardigheidscomplex… En gaan over tot de orde van de dag zonder de betekenis van een dergelijke vaststelling te begrijpen.

Er is eens een kleine man geweest, geplaagd door maagklachten, die mede beroemd is geworden door zijn houding: hand tussen de jas op de pijnlijke plaats van zijn dikke buik: Napoleon. Ook deze man leed aan een minderwaardigheidscomplex, deels veroorzaakt door zijn omvang, deels ook door het feit dat hij uit een heel arme familie stamde en zo met zijn medeofficieren en hun wijze van leven niet mee kon doen. Uit deze man met zijn complexen is in feite een van de meer bekende dictators gegroeid. Want de enige weg die hij vond om zijn meerwaardigheid toch aan te tonen, bestond uit een aantonen dat hij de meerdere van anderen kon zijn door gebruik te maken van zijn aanleg en tot een militair genie te worden, iemand die sterker was dan ieder ander.

Dergelijke geniën bestaan er nog steeds in de wereld. Ook al lopen zij niet met hun hand in hun jas. Het zijn toch mensen die kennelijk op aarde niet geheel op hun plaats denken te zijn. Wil je een beeld geven van dergelijke mensen, dan blijken zij vaak enig kind te zijn geweest of door hun broers en zusters nogal gepest te zijn. Heel vaak is het een type van moeders mooiste, zoekende in de wereld naar de adoratie die ook thuis verkregen werd of gewenst werd. Maar die krijg je natuurlijk zomaar niet. Deze mensen worden vaak misdadigers of komen in een inrichting terecht. Maar degenen onder hen die hun doel, erkenning, ernstig nastreven brengen het vaak ver en worden dan minister-president van de een of andere staat of komen in een groot bedrijf. Zolang eenieder nu maar lacht om hun grapjes en hen gelijk geeft, zijn het overigens de liefste en de beste mensen, die je je maar denken kunt. Maar oh wee wanneer je tegen hen in gaat. Dan zullen zij je met alle middelen en zo gemeen pesten, dat zelfs hun moeder zal moeten toegeven, dat de betrokkene het thuis nooit zo erg heeft gemaakt.

Dergelijke dingen bestaan op aarde en spelen vaak een grote rol. Moeten wij daarvoor dan maar blind zijn? Moeten wij blind zijn ook voor de fouten van de gemeenschap, onze eigen fouten? Moeten wij blind zijn ook voor onze eigen afwijkingen? En lach nu niet, want wie van u heeft geen enkele afwijking? Trouwens, volgens een groot deel van de goegemeente is het feit dat u hier aanwezig bent op zich reeds een afwijking. U wist dat mogelijk niet, maar toch is dat zo. Uw afwijking behoort dan thuis onder het sektarisme en dat is het enige wat door vele zich braaf achtende mensen nog meer wordt verafschuwd dan seksisme.

Ons geestelijk leven is opgebouwd uit een geestelijk weten inclusief een taak. Wij willen immers ons bewustzijn uitbreiden en al wat daarmee samenhangt, is voor ons een taak. Daarnaast bestaat ons stoffelijk wezen, waarmee wij moeten leren leven en het gebruik van onze stoffelijke mogelijkheden tot oriëntatie. Zolang wij daarbij alleen gebonden blijven aan onze stoffelijke oriëntatiemogelijkheden is er in feite niet veel aan de hand. De bewustwordingswaarden komen dan als vanzelf wel uit het leven voort. Maar op het ogenblik dat wij onze geestelijke en mentale denkbeelden proberen om te zetten in een ideaal, een idealisme zonder meer, wordt het gevaarlijk.

Dan krijgen wij het gevoel dat wij meer waard zijn omdat wij een ideaal hebben. Dan wordt het gevaarlijk, zeker wanneer wij daardoor mede trachten bepaalde gevoelens van minderwaardigheid te compenseren. Feitelijk is daarvan natuurlijk niets waar. Wat meer is: wij weten niet eens of ons ideaal – wat vertaald, droombeeld betekent – wel iets te maken heeft met onze werkelijkheid. Wij weten zelfs niet, of onze idealen waar te maken zijn, ook al zijn er altijd weer mensen genoeg, die het met ons eens schijnen te zijn en beweren dat het kan.

Denk maar eens aan de mensen die beweren dat, wanneer wij allen maar goede christenen zouden zijn, wij zelfs op aarde al in een hemel zouden leven. Mijn antwoord aan hen luidt: gezien de genade, die de christen uit Christus dood meent te verwerven, meent hij zich kennelijk ontslagen van de plicht voor anderen dan zichzelf die hemel op aarde na te streven.

De houding van die christenen is ten aanzien van de wereld altijd enigszins papaal. En zoals u weet, komt dit woord van papa, vader. Papaal is dus in feite een zich zien als het vaderlijke element, dat geen verantwoording aan de anderen, de kinderen, verschuldigd is. En aangezien er een vader is die meer vader schijnt te zijn omdat hij nooit getrouwd is, beroept men zich bij zijn streven om eigen wil zo voort te zetten op alle vaderlijke elementen en in bepaalde kringen veelal op de Paus.  Deze heilige Vader is dan ook volkomen bereid om volgens de beste tradities zijn eigen inzichten aan anderen, voor hun eigen bestwil met alle middelen waarover hij beschikt op te leggen.

Helaas is hij niet de enige paternalist op deze wereld. Er zijn zoveel mensen, die een eigen geloof hebben, een eigen overtuiging, een eigen systeem en dan de mensen toeroepen dat alles in orde komt wanneer men hen maar volgt, dat zij zelfs de aarde goed zullen maken – en dit toch in de praktijk duidelijk niet kunnen. De enige die iets voor ons werkelijk in orde kan maken, zijn wij zelf, want wij zijn de enigen die in staat zijn elk gevoel van meer- en minderwaardigheid in onszelf uit te roeien.

Wij kunnen gaan begrijpen dat je alleen door mens te zijn volgens onze eigen inhouden, normen en waarden in staat kan zijn, de gelijke te worden van alle mensen en wat dat betreft zelfs van alle lichtende geesten. Want ook een lichtende geest kan niet meer doen dan zichzelf zijn en zichzelf zijnde en blijvende, harmonisch samengaan met alle anderen die anders zijn. Dat is nu eenmaal de basis van de kosmische harmonie en de kosmische werkelijkheid. Wat een geloof is. Zeker. U kunt het niet bewijzen en ook ik niet. Maar volgens al wat ik weet en  kan waarnemen is dit zo.

Dit beseffende zal men tot zichzelf zeggen dat het beter is alle complexen als meerder- en minderwaardigheid maar even terzijde te stellen. Je moet immers proberen te begrijpen dat je, zoals je bent, je enige werkelijke waarde, mogelijkheid en betekenis omvat. Er zijn heel wat mensen, die er anders over schijnen te denken. Maar nader bezien blijken juist dit de mensen te zijn die de gehele wereld wel willen aanvoeren, maar geen weg weten met zichzelf.

En wanneer mensen zelfs geen weg weten met zichzelf, hoe kunnen zij dan wel de weg weten voor de gehele wereld? Hoe kunnen die mensen dan gaan uitmaken wat goed of kwaad is voor anderen? Hoe kan men dit terecht doen, wanneer men niet eens vrede kan vinden met zichzelf? Vaak hoor je juist dergelijke mensen beweren: maar God zegt mij… Ik vrees echter dat dergelijke mensen die spreken uit de naam van God juist die God kans ontnemen iets te zeggen, omdat zij uit zijn naam al zoveel beweren dat God niet meer aan het woord komt. Want tegen de tijd dat alles ten einde komt en zij hun laatste woorden van vermaning kwijt zijn, is het met de wereld al afgelopen.

Mensen beroepen zich altijd weer op God, op het heilige ideaal, de economische noodzaak, de politieke haalbaarheid enz. Maar zij vergeten dat wij, op het ogenblik dat men dit doet, onszelf ontkennen. Wanneer je echter juist handelt, heb je geen uitvluchten nodig. Dan behoef je voor jezelf niets goed te praten. Dan behoef je je niet tegenover die wereld te verdedigen, omdat je beseft: ik ben mijzelf, wat ik gedaan heb is juist en als jullie het er dan niet mee eens zijn spijt mij dit alleen voor jullie, maar kwalijk zal ik het je niet nemen.

Maar ja, dat is natuurlijk te pijnlijk. Wanneer de mensen ons niet aanvaarden zoals wij onszelf zien, voelen wij ons immers de minderen van die andere mensen? Wanneer wij ons de minderen voelen van anderen moeten wij, juist omdat zij evenals wijzelf niet geheel in onszelf geloven, bewijzen dat wij toch wel degelijk meer waard zijn. Dat is een probleem dat alleen maar kan bestaan op uw wereld omdat wij uitgaan van illusies en niet van de feiten. Ik kan het allemaal wel begrijpen. Daar gaat het verder niet om.

Ik kan begrijpen dat menige Surinamer zich in de Nederlandse maatschappij de mindere voelt. Niet dat hij dit werkelijk is, maar hij voelt dit zo. En wanneer hij dus in conflict komt met een van hen, die hem dit minderwaardigheidscomplex bezorgen, iemand van de blanke gemeenschap, dan zal hij eerder geneigd zijn een mes te trekken wanneer er een geschil ontstaat. Dat is zijn manier om te laten zien, dat hij meer waard is. Maar dit meerderwaardig zijn in een conflict, door het met een mes te beslissen, is gelijktijdig een aanduiden van zijn minderwaardigheid als mens. Zolang de man dit niet kan begrijpen, goed, jammer voor hem.. Maar dat betekent nog niet dat wij ons dan maar moeten gaan aanpassen aan hetgeen hij is. Je moet je gedrag niet aanpassen aan hetgeen een ander is, je moet je leven, werken en gedragingen altijd en allereerst aanpassen aan datgene wat je zelf bent en wel door je gedrag steeds meer in overeenstemming te doen zijn met je aanvaarding van je eigen wezen en de conclusies en consequenties, die je daaruit trekt.

De situatie op het ogenblik in uw wereld is wel wat wonderlijk. Tito bv. is juist naar onze kant gekomen. De arme Josip moet nu weer opnieuw beginnen. De wereld heeft zijn heengaan officieel betreurd. Waarom eigenlijk? Josip Broz was uiteindelijk niet veel meer dan een beroepsrevolutionair. Hij heeft gewerkt, heeft misdaden begaan en was een partizanenleider die toevallig aan de “goede” kant stond. Hij had net zo goed aan de andere kant kunnen vechten, wanneer hij zijn stage als revolutionair toevallig in Duitsland en niet in Rusland had doorgemaakt – wat gezien de omstandigheden zeer wel mogelijk zou zijn geweest.

Wat maakt die man dan in de ogen van bijna de gehele wereld zo uitzonderlijk? Wanneer je goed kijkt, blijkt dat er maar een punt is waarop deze man, deze zich noemende Tito  waarlijk van belang was in de wereld: Hij was zichzelf. Hij ging niet links en niet rechts, manoeuvreerde voorzichtig en wilde niemand onnodig op de tenen trappen. Maar hij zag een samenleving op een bepaalde wijze en zag ook zijn eigen plaats en taak daarin op een zeer bepaalde wijze. Daaraan hield hij zich. Hij vroeg zich niet af, of dit nu goed of mogelijk kwaad zou zijn, Hij sprak eenvoudig steeds weer: zo ben ik, dus zo moet het. En zo is het titoïsme ontstaan De gehele wereld kan dan met treurige gezichten aan de groeve staan, maar de echte Tito hebben zij niet gekend; een prettig, maar vaak ongeduldig en dan meedogenloos mens die een goede vriend was voor al zijn vrienden zolang die hem niet in de weg stonden.

De werkelijkheid is wel, dat de zelfstandigheid van die man meer waard is geweest voor de wereld dan alle geweld van de Russische niesbui of van de Amerikaanse pinda. Want die zijn zichzelf niet. Zij spelen een belangenspel. Zij zijn niet zichzelf, zoals in bepaalde perioden zelfs Stalin eens was. Eerder zijn zij figuren, die gespeeld worden door een systeem, marionetten van een zelfgeschapen illusie waaraan  zij zich niet meer kunnen onttrekken en waardoor zij een groot deel van hun eigen persoonlijkheid en wezen voortdurend opofferen aan op zich niet belangrijke uiterlijkheden.

Mensen kortom, die voortdurend gedreven worden door de angst voor minderwaardigheid en dit compenseren door in vlagen van meerwaardigheid uit te barsten. Iets, wat dan verdacht veel op vrijheidsberoving van anderen en dictatuur gelijkt. Vandaar ook de grote angst van deze mensen voor kritiek en de wijze waarop zij daarop reageren. Niet, dat de uitgeoefende kritiek altijd terecht of altijd ten onrechte zou zijn. Zij zien dit eenvoudig als een aantasting van hun schijn van meerwaardigheid, die zij innerlijk als niet bestaand erkennen Zij vrezen als het ware op de proef gesteld en dan ontmaskerd te worden. Zoals het geval is met Jimmy. De man is heus zo kwaad nog niet, ook al heeft hij nu niet bepaald een ideale familie – men zwijgt daar gemeenlijk over. Het is maar goed, dat Jimmy geen lieve vrouwke is, anders zat zijn broer op het ogenblik beeldjes te verkopen in een zelfgeschapen Amerikaans Lourdes. Nu licht hij de mensen alleen maar op met souvenirs aan de president. Iets, wat niet voor een zolang aanhoudende mogelijkheid tot grote omzet garant staat.

Wat ik hier zeg, is waar. Jimmy Carter denkt dat hij met alle middelen moet proberen president te blijven, zogenaamd voor het welzijn van land, maar in feite uit angst snel terug te vallen tot een positie die hem tot minder zou maken dan hij nu is. En toch, is een Jimmy Carter dan werkelijk meer waard omdat de mensen hem mister president noemen? Is hij dan werkelijk opeens minder waard wanneer hij zich weer met het zakenleven, de industrie bezig gaat houden of weer moet terugkeren naar intriges en politiek op lager niveau? Indien de heer Carter zichzelf kent en zich van zichzelf bewust is, kan de positie hem geen laars schelen. Dan doet hij wat hij juist acht en zegt: na mij de zondvloed, want ik moet allereerst mijzelf zijn en waarmaken, anders kan ik voor anderen nooit wezenlijk iets betekenen. Iets wat voor alle echte en zgn. staatslieden geldt, maar wat onder ons gezegd en gezwegen de laatste tijd praktisch alleen Tito feitelijk heeft gedaan als enige in de gehele westelijke wereld, in het gehele Oostblok ook. En dat wil iets zeggen.

Mogelijk ergert u zich nu wat en vraagt u zich af, wat voor een eigenaardige mixture u nu wordt voorgelegd. U vraagt zich bovenal waarschijnlijk af, wat aan dit alles nu geestelijk moet zijn. Het geestelijk element in dit alles is echter veel groter dan u denkt. Wanneer je niet jezelf bent, ben je niets. Wanneer je dat wat je bent verloochent om meer te schijnen, maak je in feite jezelf tot minder dan je zou kunnen zijn. Wanneer je steeds gedreven wordt door het gevoel dat jij maatschappelijk of anderszins minder waard bent dan een ander ben je een dwaas, die zichzelf en mogelijk ook een deel van zijn omgeving ten gronde zal gaan richten. Wanneer je dan bovendien jezelf probeert voor te houden dat je meerderwaardig bent en op de duur mogelijk zelfs oprecht gelooft dat je dit bent, ben je bovendien bezig jezelf te vernietigen. Dat zijn eenvoudigweg feiten. Leeft u mogelijk alleen maar op aarde om mee te spelen in een illusiespel? Leeft u alleen voor de fantasmagorie van belangrijkheid? Of voelt u dat u mogelijk op aarde leeft om u bewust te worden, om meer uzelf te worden dan u reeds waart, meer bewust uzelf te leren zijn vooral? Dit is dan de zin van deze samenvatting van allerhande onderwerpen die wij door omstandigheden niet allen afzonderlijk en helemaal kunnen behandelen.

Dat is ook de reden dat wij, ondanks alle aangesneden punten, een geestelijk onderwerp mogen noemen. Leven in de wereld is goed. Het is niet werkelijk zo slecht. Zeker, u had het anders gewild. Maar waarom eigenlijk? U hebt de wereld mede zelf gemaakt, zoals zij voor u is of schijnt. Van die wereld, waarin u leeft, moet u uitgaan. En dan niet volgens hetgeen u in die wereld had willen zijn of worden, maar van hetgeen u op dit ogenblik waar kunt maken van uzelf. Leven is een leerproces. Sommige mensen denken dat het leven langzaam maar zeker tot oud leer wordt, taai brokkelig en droog. Maar het leven is in feite een voortdurend en door alles verwezen worden naar jezelf. Dat wat je zelf bent en wat te maken heeft met je innerlijk wezen en je harmonie heeft ook te maken met je mogelijkheden.

U hebt in uzelf verschillende soorten van energie, kracht, levenskracht en alles wat daarbij te pas komt. Wanneer deze krachten in u harmonisch zijn, hebt u daardoor een enorme pushing power, iets wat persoonlijkheid is en meer; een ook voor anderen kenbare duidelijke aanwezigheid. Die aanwezigheid hangt dan niet alleen maar af van de erkenning die de wereld u geeft. Zij hangt vooral af van hetgeen u bent en uw invloed is het grootste en het rustigste wanneer u een harmonisch mens bent. Hoe harmonischer u wordt, hoe zuiverder en sterker ook het geheel van hetgeen u werkelijk bent zich in de wereld kan manifesteren. En hoe vollediger en harmonischer, u ook al wat u ervaart, herleidt tot het voor u een bewust ervaren aanvulling is van uw geestelijke tekorten aan ervarings- en communicatiemogelijkheden. Wanneer je het zo beziet, is het voorgaande zo gek nog niet en is dit wel degelijk een zeer geestelijk onderwerp. O, ik weet het, er zijn op het ogenblik allerhande zaken die in uw denken een rol spelen.

De rellen in Amsterdam daveren in uw denken nog na. Wanneer je die echter eerlijk en goed beziet, dan zeg je: Ach, eigenlijk waren het niets anders dan samenvoegingen van enormiteiten begaan aan beide zijden. Want ik geloof niet dat men een dergelijke rel zonder meer wilde. Degenen die daarachter stonden, hadden meer willen brengen en meer willen bereiken. Ik geloof ook niet dat de gevestigde orde een dergelijke rel heeft gewenst en dat nog juist op het ogenblik dat zij door folkloristische gebruiken haar eigen belangrijkheid weer eens probeerde te bevestigen.

Beide partijen hebben geblunderd. Goed, nu moet er een zondebok gevonden worden. Of is het een zondenhaan? De VARA heeft fout gedaan. Daar zal over worden gesproken in de kamer en dit geval zal er wel niet veel van de besprekingen binnenskamers blijven, want eenieder meent kennelijk uit het gebeuren voor zich nog enig voordeel te kunnen putten. Aan de andere kant – en vergeef mij, dat ik deze vraag stel – waarom moet men dan met alle geweld zeggen dat men wel republikein mag zijn mits men “Oranje Boven” zingt. Dat vloekt toch met elkaar. En waarom stelt men dan zo nadrukkelijk, dat de feestvreugde niet verstoord mag worden? Een feestvreugde die verstoord wordt, blijft onecht en verstoord, of men daarin nu uiterlijk meedoet of niet. En wanneer er dan onvrede bestaat in een gemeenschap, zo ligt dit ook aan die gemeenschap en niet aan de een of andere partij die dit ruchtbaar maakt en daarbij mogelijk bewust of onbewust het vuurtje nog wat opstookt.

Zeker, er wordt nu veel over gepraat, Maar waarom praat men over die dingen? Omdat men innerlijk niet beter is dan degenen die geweld pleegden, omdat men onzeker is. Maar men probeert meer zekerheid te vinden door te doelen op een bewind dat de eigen wensen in daden omzet en toch gelijktijdig alle verantwoordelijkheid daarvan op zich neemt. Dan stemt men of neemt zich voor te stemmen op VVD, CDA of welke letterkombinatie dan ook, om zo de machtscombinatie in de richting van eigen gewenst optreden te draaien. Maar op dit gebied geldt wel dat, welke combinatie u ook draait, u er zelf altijd in draait. Waarom zoveel over de macht nadenken?

Wanneer u iets heeft tegen de huidige sociale verhouding, vraag u dan eens af welke dingen u zelf, door uw eigen wezen, door oprechter uzelf te zijn en eerlijker te zijn tegenover anderen, daaraan zelf mogelijk iets kunt veranderen. Want die mogelijkheid bestaat wel degelijk. Maar ja… dan moeten wij zoveel illusies opgeven. Illusies die ook bij ons feitelijk wel als zodanig bekend zijn, maar die men zozeer wenst dat men alle feiten eenvoudig uit eigen bewustzijn probeert te verdringen.

U wilt feiten? In uw land zijn minder dan 3.000.000 werkers – dus de mensen, die het gehele inkomen van het volk feitelijk verdienen. Zij worden geregeerd met iets minder dan 4.000.000 ambtenaren, die dus hun geld krijgen dankzij het geld, dat ontnomen wordt aan degenen die werken. Men hoort in deze dagen wel eens, dat men daaraan toch iets moet doen. Maar, zo roept men uit, wij kunnen niet, want gelijktijdig moeten wij arbeidsplaatsen scheppen. Op zich is dit natuurlijk een heel mooie stelling. Maar wanneer je dan al werkgelegenheid wilt scheppen, dien je dit te doen door meer industrieën op te zetten en niet door meer beambten en ambtenaren aan te stellen. Want anders maak je de spoeling alleen maar dunner – indien u begrijpt hoe ik dit bedoel. Maar de regeerders zullen al snel zeggen dat dit laatste niet haalbaar is. Want men moet toch eigen belangrijkheid en roep van veel-wetendheid handhaven en daarvoor heeft men nu eenmaal een grote bureaucratie van node.

Met andere woorden: degenen die in deze richting verdergaan zijn in feite degenen die zichzelf erkennen als niet waardevol genoeg innerlijk en ten aanzien van de gemeenschap, dat nog zinrijk is zonder de steun van een enorme achterban van goed gedocumenteerde mensen die mogelijk ook verder nog goed geïnformeerd zijn. Ofschoon dit laatste vaak vraagwaardig is. Bekijk dit alles eens ernstig en vraag u dan eens eerlijk af, wat dit toch voor een soort maatschappij is. Wat is het voor een maatschappij die kennelijk vooral behoefte heeft aan zekerheden”? Dat kan alleen een maatschappij zijn die niet meer bereid is te erkennen dat de mens zelf in staat is voor zichzelf zekerheid te verschaffen wanneer men dit werkelijk wenst.

Men roept dan uit dat alles wat een gemeenschappelijke zekerheid wil vervangen door persoon1ijke aansprakelijkheid weg moet, moet vervallen. En of men dan verder beweert dat dit Gods wil is, men er een inch Allah aan toevoegt of het formuleert volgens het systeem en de daarin voorkomende noodzaken maakt dan verder geen steek uit. Want het gaat niet om de rationalisering die voor een afschuiven van de persoonlijke aansprakelijkheden wordt aangedragen, het is het wezen van de mens zelf dat voor het uiteindelijke resultaat beslissend is. Indien de mensen ingaan tegen het totaal van hun eigen mogelijke geestelijke harmonieën, vernietigen zij zichzelf door hun zoeken naar een denkbeeldige zekerheid. Weet u wel? Men brengt zichzelf en mogelijk de gehele wereld om alleen maar uit angst de mindere te zijn van een ander of de onjuistheid van eigen droombeelden te moeten toegeven.

Is dit geen grote dwaasheid? En zo is het met een beroep op de goddelijke wil ook gelegen. Ik  weet het, God is een geloofszaak. Je moet maar vertrouwen dat Hij er is. Maar er is iets, ook al weten wij dan niet precies wat. Wanneer wij geloven dat God in staat is de hemel en de aarde te scheppen, zo is Hij ook wel in staat om orde te scheppen en allen te bestraffen, die hem ongehoorzaam zijn of zelfs alle ongehoorzaamheid onmogelijk te maken. Waar of niet? Indien die God dus iets wil, zal het vanzelf wel gebeuren of tenminste door gevolgen duide1ijk worden. Indien God zegt dat Israël morgen onaantastbaar moet zijn, zo zal er wel de een of andere ziekte onder de Arabieren uitbreken of iets dergelijks. Desnoods slaat de bliksem opeens in in alle olievelden of iets dergelijks. Daar behoeven wij dan toch niets aan te doen? Op het ogenblik dat wij stellen dat God almachtig is en die God gelijktijdig gebruiken als rechtvaardiging voor onzen daden, klopt er volgens mij iets niet. Wanneer de mensen stellen dat zij Gods Wil moeten verdedigen, zeggen zij in feite, dat zij nog meer zijn dan die God. Want die kan het kennelijk dan zelf niet. Anders had hij daarvoor die mensen niet nodig.

Een raar verhaal, nietwaar? Pijnlijk, godslasterlijk zelfs volgens sommigen. Maar is het dan niet redelijk dit zo te stellen? Eke verklaring voor het feit, dat God het nu eenmaal zo geregeld heeft, dat de mensen zijn wil op aarde ten uitvoer moeten brengen, riekt op zijn minst sterk naar een rationalisatie, waarbij het erkende wezen van God eenvoudig en heel onlogisch buiten spel wordt gezet, zodra het gaat om het gezag van bepaalde mensen. Dit is even onredelijk als de stelling, dat de massa vanzelf tot een algehele revolutie van de arbeidende stand zal graviteren. Indien dit waar is zijn allerhande intriges en propagandamethoden geheel onnodig.

Indien de sociale systemen, die men in sommige kringen als een onomstotelijk menselijke waarheid beschouwt, dit inderdaad zijn en zo goed zijn als men denkt, komt de revolutie wel vanzelf en zal niets en niemand die tegen kunnen houden. Wat in de mens werkelijk ligt, kan je niet remmen. Zaken die je de mensen  moet opleggen, maken duidelijk dat er ergens iets niet klopt. Dus wanneer wij beweren dat God of iets anders, bv. het systeem soms nodig heeft om het tegen alle weerstand in waar te maken, zijn wij grote leugenaars, bedriegen wij onszelf. Wij proberen in feite ons eigen gevoel van minderwaardigheid van onszelf of  hetgeen wij geloven teniet te doen door de Almacht er bij te halen en zo een meerwaardigheid te scheppen voor onszelf en ons geloof of systeem die wij niet feitelijk waar zullen kunnen maken.

Neen, God is dood. De overlijdensacte is mede getekend door de gelovigen. De kracht die achter het beeld van God schuilt, leeft. Maar het mannetje met de baard, dat toornig, na-ijverig en algoed tegelijk is, is dood. De duif is kennelijk werkloos en voert mogelijk op het binnenhof wanneer er weer een toerist met voer voorbijkomt en het kruis wordt overal aan de wand getekend door mensen die niet meer weten, waarover zij spreken. Het symbool van God is dood omdat de mensen zelf dit door hen geschapen beeld door hun daden vermoord hebben. Maar dat mag je natuurlijk weer niet zeggen. Want de mensen bedoelen het zo goed. Maar ik zeg u dat God voortdurend en overal aanwezig is. Ik zeg u dat de levende kracht feitelijk en overal zich manifesteert. Indien wij echter die kracht werkelijk ervaren, zo zal dit niet zijn als iets dat ons leidt, maar eerder als iets wat ons opeens duidelijk wordt, waardoor wij opeens zien dat wij ook waarlijk onszelf kinnen zijn.

Harmonie is de weg naar die God. En harmonie kan alleen bestaan wanneer innerlijk besef en actie met elkaar in overeenstemming zijn en steeds weer met elkaar gepaard gaan. Want een mens zonder actie is geen werkelijke mens. En een mens zonder innerlijke harmonie kan nooit beseffen hoe zijn actie zal moeten passen in het geheel van het zijnde zoals hijzelf dit ervaart. Wat gevaarlijke stellingen zijn, zeker. Ik besef dit zeer goed. Maar zijn die gevaarlijke stellingen dan werkelijk zo gevaarlijk? Is het wezenlijk gevaarlijker te spreken over de noodzaak jezelf te zijn dan te spreken over bv. de vrijheid en de democratie, die er geen van beide zijn? Of ons te beroepen op een partij voor de arbeid die de werkeloosheid bevorderd, dan wel op een Christelijk-Democratisch Appel, dat een zo grote gaping vertoont tussen woorden en daden, dat het zelfs voor zijn eigen volgelingen een roepende in de woestijn zou moeten zijn, indien dezen maar meer naar daden zien en minder op mooie woorden zouden letten. Kan de paus aan dit alles iets veranderen? Of het moderamen? Of misschien de een of andere opwekkingsprediker – dat pepmiddel voor een verouderend christendom dat zijn prestaties langzaam maar zeker ziet verminderen?

Lieve mensen, wees nu eens eerlijk. Indien er een God is, een Christus is, dan moet dit toch allereerst iets zijn wat in jezelf spreekt? Dus niet iets waarop je je beroepen moet, waarin je geloven moet, maar iets wat er gewoonweg is.

Wanneer er een wet is en een kracht die geldt voor de totale schepping, bestaat die toch in jou en in ieder ander? Dan behoef je niet te strijden over de juiste weg. En indien er een werkelijkheid is die niet strookt met het beeld dat wij ons maken van ideaal of geloof, moeten wij dan maar met alle kracht en desnoods door het onderdrukken en doden van anderen, proberen onze dromen alsnog uiterlijk waar te maken?

Weet u, de mens moet leren op eigen benen te staan. Dat is voor hem geestelijk en materieel het beste. Dat is dus heel iets anders dan het ideaal van een mens die, overeind gehouden door een sociaal stel steunzolen van de wieg tot het graf, in zekerheid voort kan strompelen zonder ooit te ontdekken wie en wat hijzelf is en wat  vanuit hem mogelijk is of kan worden gemaakt.

O, dat vindt men niet netjes, dat weet ik. Dat behoort er niet bij in deze tijd. Je moet je verzekeren. Maar kan een verzekering u de zekerheid geven die u innerlijk niet bezit? Wanneer je in jezelf zeker bent, voorkom je praktisch alle ongelukken wel en kun je de gevolgen daarvan ook zelf wel aan. Dan heb je geen verzekeringen nodig. Maar ja, wanneer je verzekerd bent, trek je je natuurlijk van de gevolgen van je onachtzaamheid minder aan. Je wentelt een groot deel van de werkelijke gevolgen op anderen af en meent dus je gang te kunnen gaan. Dat is het verschil.

Wanneer je innerlijk zeker bent van de kracht die in je leeft, weet je ook de juiste weg te kiezen vanuit jezelf en in een aanvaarding van de volkomen gelijkheid van alle anderen in de schepping. Hoogstens denk je, de anderen beziende, wel eens: nu ja, zij zijn zich van zichzelf nog niet geheel bewust. Maar wanneer je de zekerheid en daarmee de verzekeringen zoekt van een geloof, een ideaal, afstand doet dus van je eigen persoonlijkheid en aansprakelijkheden, dan ben je een op afstand gestuurd robotmensje aan het worden. Een wezen dat zijn ervaringen niet meer kan verwerken omdat deze deels betrekking hebben op de eigen innerlijke onevenwichtigheden, de verwaarlozing van de eigen innerlijke mogelijkheden, de voortdurende ontkenning van de behoefte aan een eigen en innerlijke ontwikkeling.

Kom, meen nu niet dat u allemaal zo pessimistisch moet zijn. Er zitten er enkelen bij met een gezicht van: als het zo is, kunnen wij maar beter meteen ons  overlijden aanvragen. Luister nu eens even. U zit hier. Dat wil zeggen dat u in ieder geval een poging doet, wat zelfstandiger te worden en dat u bereid bent op zijn tijd ook eens te luisteren naar een mening, die de uwe niet is. Dat u de moed daartoe bezit, geeft reeds blijk van tenminste enige erkenning van de verborgen waarden in het eigen ik. U hebt nog geen gevoel van innerlijke zekerheid en harmonie.

Misschien voelt u zich onbewust minderwaardig en probeert u dit hier te compenseren. Misschien wil u graag behoren tot een selecte geestelijke groep en dat is de Orde natuurlijk. Mogelijk wilt u daaraan enige meerwaardigheid ontlenen. U hebt dit echter niet nodig. De Orde is alleen maar een nevenverschijnsel in uw ontwikkeling en kan daarin nooit de hoofdzaak zijn. U bent zelf, als mens in staat u steeds af te vragen, wat juist is. Dus niet, wat beter had kunnen zijn of wat anders had moeten zijn.

U bent wel degelijk in staat u elke keer weer de vraag te stellen: Wat is het meest juiste dat op het ogenblik – aanvaardende wat is – voor mij bestaat? Wanneer u alleen maar denkt over dit punt, bent u in ieder geval alweer een stapje dichter gekomen bij een geestelijk bewustzijn. Dan zegt u ook niet meer dat anderen ongelijk hebben, maar stelt u alleen dat u voor uzelf juist dient te handelen ongeacht de kosten. Dan vraagt u zichzelf ook niet meer af of u meer kunt worden dan u zelf bent. Nu wilt u misschien voor uw omgeving, geestelijke of materieel meer worden. Maar dat interesseert u dan niet meer. Wat u dan wilt, is alleen maar uzelf zijn, uw eigen waarheid leven. En dit kunt u. Denk nu niet wanneer het in het verleden anders geweest was, stond ik er nu beter voor.  U zou niet zijn wat u nu bent zonder dit verleden en u dient uit te gaan van hetgeen u nu bent en wat de wereld nu is. Denk niet: wanneer ik alvast maar eens wist hoe het morgen gaat, zou ik vele dingen misschien beter gaan doen. Want door vandaag uzelf te zijn, bepaalt u de grootst mogelijke juistheid voor uzelf, geestelijk en daarnaast waarschijnlijk ook materieel en mede ten aanzien van morgen.

Dus wees nu niet zo pessimistisch. Jullie staan er nog heel voor. U staat er tenminste heel wat beter voor dan die mensen die eelt hebben op hun knieën, maar nog meer vroom eelt op hun hart terwijl hun tong al lang is gespleten van de vele gebeden die zij mompelen terwijl zij zich in gedachten al bezighouden met de vraag of zij morgen nu boontjes of appeltjes zullen eten. U voelt deze laatste woorden als een soort parodie. Dat is het niet. Er zijn echt mensen die zo bezig zijn. Hun stem leest uit de Bijbel en dan niet een passend stuk, maar verder waar wij gisteren gebleven zijn. En wanneer dat toevallig de lijst van  de geslachten is, is afwijken zelfs zeer begrijpelijk, want die dreun   is maar vervelend om te horen. Want volgens mij dien je God beter door je af vragen wat je morgen moet eten dan door een lege formule op te dreunen, die toch zijn betekenis door veelvuldige herhalingen voor jou al lang heeft verloren. Zoals je volgens mij de ware geest Gods eerder zult vinden door te pogen een zo juist mogelijke harmonie te scheppen voor jezelf en voor anderen dan door het lezen van een heel hoofdstuk uit de Bijbel. Wat je nodig hebt is gewoonweg jezelf te zijn. En als u hier bent, neem ik aan, dat u daarmee tenminste een heel klein beetje daarmee een begin wilt maken.

Maakt u werkelijk dit begin, dan zult u het volgende leren: Geestelijke bewustwording is mede gebonden aan de houding, die je in de materie aanneemt. Al datgene wat wij in overeenstemming met onze best erkende innerlijke waarheid tot stand brengen, is een geestelijk winstpunt, dat voor ons een grotere mogelijkheid tot harmonie met meer delen van de geest zal inhouden. En dit is een werkelijkheid, die ook na de dood voortbestaat.

Wanneer wij verder gaan met ons leven met een respect voor eenieder, ongeacht hun beroep, stand, ras, wijze van denken, politieke overtuiging en zelfs zijn daden, dan zullen wij daardoor ook de mogelijkheid vinden steeds meer in onszelf en de anderen datgene te erkennen wat voor ons werkelijk belangrijk is. Het gevolg is een geestelijke harmonie, waarbij wij een steeds groter deel van de wereld kunnen aanvaarden als deel van onszelf en daardoor ook steeds juister kunnen beseffen en reageren in het geheel van die wereld, in het geheel van alle mogelijkheden en behoeften. Zodat wij, door meer onszelf te zijn, ook meer betekenis kunnen geven aan al datgene, waarvan wij deel uitmaken. Want dat is het enige wat werkelijk belangrijk is. En dit is de waarheid, weet je wel?

  • Is het voortdurend beoordelen en veroordelen van anderen werkelijk mede een bedekken van eigen feilen?

Over het algemeen wel. Je kunt niet zeggen dat het altijd en zonder meer het geval zal zijn. Maar over het algemeen zal men voortdurend een ander veroordelen omdat deze iets uit of doet wat men voor zich niet durft aanvaarden. Onze grootste vijanden zijn steeds weer degenen die iets tonen wat in ons innerlijk waarheid is, maar voortdurend verwerpen uit angst meer te moeten presteren of meer verantwoordelijkheid te moeten nemen of zelfs meer aan inkomen te moeten verliezen dan wij aanvaardbaar achten.

Wanneer u goed geluisterd hebt, zult u zien, dat ik het een en ander over minderwaardigheid en meerwaardigheidsgevoel heb gezegd. U zult ook ontdekt hebben dat ik het een en ander heb gezegd over recente en actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen.

Vergeet dan niet, dat ik dit alles geplaatst heb in het enig juiste kader vanuit ons standpunt: het kader van de geestelijke bewustwording, het kader van de geestelijke ontplooiing en bevrijding van het eigen ik, die de enige wezenlijke en werkelijke mogelijkheid is voor een geest, die probeert de volle vrijheid en rust van het opgaan in het totaal te benaderen. Ik heb u wederom gewezen op het feit dat wat u denkt en zegt op aarde in een directe samenhang staat met hetgeen u geestelijk bent en geestelijk zult kunnen bereiken.

Ik hoop, dat u vooral over dit laatste niet zonder meer zult heen zien. Want daarmee heb ik u ook duidelijk gemaakt, dat u ook reeds nu volwaardig bent, wanneer u dit zelf maar wilt beseffen en dat u deze volheid en volwaardigheid kunt uitbreiden indien u maar leert, meer uzelf te zijn.

image_pdf