Wegen en mogelijkheden tot zelfkennis

14 oktober 1968

De wegen tot zelfkennis zijn theoretisch vele, praktisch zeer weinige. Mogelijkheden tot zelfkennis zijn er vele, maar voor uzelf zijn het er praktisch maar enkele. Zelfkennis is nl. niet zoals men denkt, het vergelijken van het “ik” met allerhande maatstaven buiten dit “ik”. U kunt bv. uw eigen karakter ontleden en trachten dit Freudiaans te verklaren. Misschien voelt u meer voor de psychologie van Jung en dan kunt u weer een andere verklaring vinden, maar met die verklaring staat u niet verder. Het gaat er niet om dat u constateert waarom ben ik zoals ik denk te zijn. Het gaat erom dat u constateert “wat ben ik”” en de eenvoudigste weg om die zelfkennis te bereiken bestaat eigenlijk maar uit een paar geer simpele dingen, die iedereen gemakkelijk kan volbrengen.

  1. Vraag u aan het einde van elke dag af: “wat heb ik vandaag goed gedaan”. “wat heb ik verkeerd gedaan”? Wanneer u zegt dat heb ik bijzonder goed gedaan, vraag u af waarom u dat zo bijzonder goed vindt. Vindt u dat u iets bijzonders verkeerd hebt gedaan, vraag u af waarom u dat verkeerd vindt. Op deze wijze leert u niet alleen uw eigen gedrag bezien, maar u leert bovendien de maatstaven beseffen die u aanlegt aan het leven.
  2. Het is natuurlijk belangrijk dat u eerlijk bent. Eerlijk zijn tegenover jezelf is moeilijk genoeg, niet zo moeilijk misschien als eerlijk zijn tegenover anderen, maar het valt velen toch zwaar. Die eerlijkheid gebiedt u toe te geven, niet wat u meent dat u zou moeten denken, maar wat u denkt. Wanneer wij op deze manier nagaan hoe wij denken, eerlijk dus, “wat prikkelt mijn aandacht, waarom reageer ik”, dan zullen wij ontdekken dat wij tot op zekere hoogte gedrevenen zijn. We worden beheerst, zeker als mens, door het milieu. Wanneer we wat verder nadenken dan blijkt zelfs op een gegeven ogenblik dat oorzaak en gevolg weliswaar een kosmische wet is, maar dat de waarde, de betekenis van de oorzaak eigenlijk niet uit het gevolg voortkomt, maar uit onszelf. Dat wijzelf door het milieu bepaald worden in onze reacties en ons denken, zodat in feite het milieu voor ons een grote mate van oorzakelijkheid heeft ten aanzien van onze ervaring. Dat zijn dingen die u misschien niet zo graag toegeeft.

Wij zijn mensen geschapen door God, kroon der schepping, en wij hebben nu eenmaal een bepaalde wet en een bepaalde manier van leven en anders kan het niet. Dat is oneerlijkheid weet u. Het is een grove oneerlijkheid wanneer je beweert dat jij als mens natuurlijk zondig bent, en klein in de ogen van God, maar wel gaat bepalen wat een ander volgens jou denken, zou moeten doen en wanneer hij het niet doet, zegt dat hij tegen Gods wil handelt. Het is dwaas, om niet te zeggen verwerpelijk, wanneer een mens probeert om de stellingen, het denken, het geloof van een ander af te breken, alleen maar om te bewijzen hoezeer hijzelf gelijk heeft. En de meesten doen dat. Het is dwaasheid om stellingen te prediken die je zelf niet gelooft. Het is dwaasheid anderen om en ‘t wille van hun bestwil, zo zegt men dat immers, een leugen te vertellen. Realiseer u dat, dan zult u anderen niet meer beoordelen. En het niet meer beoordelen van anderen is de uitschakeling van een subjectieve maatstaf die meer invloed heeft op uw eigen wezen en daarmee op het begrip van uzelf dat u beseft. Want alles wat u bij anderen veroordeelt, kunt u bij uzelf wel goedpraten, maar u gaat er in geloven op een gegeven ogenblik en dan ontstaat er een schuldbewustzijn. Dat schuldbewustzijn komt dus niet voort uit de erkenningen, dus verkeerd, voor jezelf zou je het wel aanvaardbaar vinden maar bij anderen vindt je het, om welke redenen ook, niet aangenaam. Je hebt daarom gezegd dat is slecht. Je vindt het eigenlijk niet slecht, maar het is slecht als die andere het doet. Maar je kunt jezelf niet meer aan dat oordeel onttrekken. Je bouwt suggestief voor jezelf een wereldbeoordeling op die vervalst is, door de wijze waarop je, uit eigen belang in feite, te subjectief de wereld probeert te beoordelen.

Hier blijkt dus alweer dat we eigenlijk een stap verder moeten gaan dan alleen maar de eerlijkheid ten aanzien van onze gedachten en ten aanzien van ons oordeel. We zouden ook eerlijk moeten zijn in onze daden. Die eerlijkheid is voor een mens geloof, geloof is in deze tijd een van de moeilijkste dingen. Eerlijk zijn met woorden kost niet zoveel, eerlijk zijn met daden gaat wel wanneer de consequenties niet te groot zijn, maar volledig reëel zeggen: dit is mijn waarheid die leef ik, dat is erg moeilijk. Toch is voor iemand die tot zelfkennis wil komen dit alles haast onvermijdelijk. Vergeet één ding niet: De wereld is uw spiegel.

Wanneer ik tot u spreek, hoort u niet alles wat ik zeg. Er zijn er onder u zelfs die verstaan alleen datgene wat zij wensen dat ik zou zeggen, onverschillig wat ik zeg. Die mensen zoeken zichzelf. Maar nu zoekt u uzelf niet, u probeert objectief te zijn. U interpreteert, u interpreteert wat u ziet, wat u hoort, wat er gebeurt, wat u leest. Alles interpreteert u. Wat uit die wereld tot u spreekt, is iets wat in uzelf leeft. En daarmee is het noodzakelijk dat al hetgeen wat je aan kwaads in de wereld vindt onmiddellijk beschouwt in betrekking tot jezelf. Ik vind die dingen kwaad, waarom? Wat is mijn reden? Laat ik het zo zeggen: de losbandigheid van de jeugd gaat ons te ver. Dat is heel goed, dat kan waar zijn. U bent niet jong meer en u bent niet losbandig. U vindt dat het te ver gaat. U ziet daar allerhande dingen gemene en slechte, misschien veel meer dan er zijn, waarom? Bent u jaloers op die jeugd, hebt u het gevoel dat u nu voor niets allerhande dingen hebt gedaan in uw leven tegen uw zin in misschien? Waarom? Op die manier leer je jezelf kennen. Spiegel je in die wereld. Al wat je denkt over de wereld ben je zelf. Maar wanneer u zover komt dat u dat durft doen, durft accepteren dan zult u ontdekken dat de weg tot de zelfkennis eigenlijk niet moeilijk is.

De hele wereld maakt me voortdurend duidelijk wat ik werkelijk ben. Ik weet wat ik werkelijk ben. Al mijn ideeën van schuld, van bezit, van belangrijkheid, van machteloosheid al die dingen zijn eigenlijk mijn interpretatie van iets, mijn vertaling van allerhande gevoelens waar ik anders geen raad mee weet. Laat mij die gevoelens erkennen. En dan kan ik beginnen met bewustwording.

Ik ben. Ik ben wat?

Ik ben een mens. Wat geloof ik te zijn? Let wel, ik maak een verschil tussen wat ik ben, wat constateer ik zeker te zijn, en wat geloof ik te zijn? Wat voel ik te zijn? Dan kunt u bv. antwoorden: ik ben een geest die leeft in een stoffelijk omhulsel. Waarom ben ik nu, zoals ik ben? Waarom? Er moet een reden zijn voor mijn bestaan, er moet een reden zijn daarvoor. Wat denk ik daarvan? Het zijn allemaal kleinigheden. De meeste mensen die zichzelf willen vinden die beginnen met zich een groot doel te stellen. Die zeggen: wij gaan naar God, de eeuwige waarheid. Mijn waarde vrienden, God is ontzettend ver weg, zolang ge zegt ik moet naar God toegaan dus, komt u er nooit. Ja u schept haast onbewust een steeds grotere afstand. Ja Gods goedheid, daarmee bedoel je, ik hoef zo goed niet te zijn als God het maar is, Christusliefde, ja hij was de Christus hij kon dat doen, maar wij zijn maar eenvoudige mensen. U weet het misschien zelf niet maar op die manier schept u een afstand. U moet niet ver weg kijken. U moet niet beginnen met te zeggen: wat is mijn einddoel. U moet beginnen met bouwen. Bouw in de naam van een God waarin je gelooft. Bouw in de naam van de mens waarin je gelooft, desnoods als je niet in een God gelooft maar bouw!

Begin de kleine delen van je bestaan te beseffen. Begin je a.h.w. afzijdig te houden van het willen beoordelen en besturen van die buitenwereld. Want dat is ook zoiets verschrikkelijks. Het is zo gemakkelijk van waaruit u zit te zeggen: ach dat is voor deze of gene wel goed, het is natuurlijk prettig dat hij of zij dat moet dragen, maar het is goed voor de bewustwording. Daar moet u niet aan beginnen, dat weet u niet. En u kunt niet zeggen: “ach die mensen hebben meer dan ze nodig hebben, er is geen verplichting voor ons om daar wat te doen”, want u weet niet of ze werkelijk genoeg hebben. Je moet niet zeggen oh die mensen worden er rijk van, van de verkoop van hun zaakje van wat dan ook. U weet het immers niet, misschien gaan ze er wel aan failliet. U weet het niet. Waarom oordeelt u dan. Oordeel niet, en kijk naar uzelf zoals je jezelf gereflecteerd ziet in je medemensen. Wat denken die medemensen, wat doen ze, zijn ze goed voor je, zijn ze slecht voor je, wat zegt die wereld je, wat keur je af in die wereld, wat keur je goed? Dat zijn de dingen die je omtrent jezelf moet constateren.

Dan zeg ik er zijn vele wegen tot bewustwording natuurlijk. Er bestaat een meditatieve weg die o.a. de Yoga bevat en vooral wel in de Karma-Yoga en de Raja-Yoga, de koninklijke weg, sterk tot uiting komt. Maar hebt u wel tijd om te mediteren. Hebt u de instelling, de neiging om te mediteren of niet? Als u die niet hebt dan hoeft u aan zo’n weg niet te beginnen. Er zijn wegen van uitwisseling van mening, van confrontatie van meningen, zoals in bepaalde loges bv. Het kan heel goed zijn wanneer u het type bent dat open staat voor de argumenten van anderen, dat u er van leren wilt, dat u zichzelf terug gaat vinden in die anderen. En ook bereid is om, zonder zelfverheffing, wat uzelf is met die ander te delen. Dat is een hele goede weg, maar als u denkt dat u er beter van moet worden, of u doet het voor uw aanzien, blijf er dan a.u.b. liever weg. Voor uw bewustwording en bereiking van zelfkennis, neen, daar heeft u niet veel kans. Andere wegen: ja contemplatie, bepaalde kloosters hebben contemplatieve beschouwingen waarbij inderdaad een grote mate van zelfkennis bereikt kan worden wanneer nl. die bereiking niet te niet wordt gedaan door het idee dat men door te streven meer is dan een ander. U merkt het al, wegen te over. En wat zijn de mogelijkheden? De mogelijkheden liggen enerzijds in de ervaring van de mens, anderzijds in zijn reactie op de wereld.

Ik zal proberen dat duidelijker te maken. Wanneer u nooit wijn gedronken hebt hoe kunt u dan zeggen dat wijn goed is of slecht, of ze lekker smaakt of niet lekker voor u. Als u nooit eens op een naturistenstrand bent geweest, hoe kunt u dan zeggen dat het ongezond of gezond is? U weet er immers niets van, dat zijn van die dingen waar u rekening mee moet houden. Je oordeelt maar al te snel als mens over iets waar je niets van af weet. Men oordeelt over wat er in Biafra is gebeurd, wat er in Kenia, in Rusland gebeurt, maar weet men hoe de situatie daar is? Men weet het niet, men oordeelt alleen maar daarom moet je dus eerst ervaringen hebben. Je kunt eigenlijk alleen maar jezelf leren kennen en de waarheid, zelfs omtrent de wereld, uit die dingen die jezelf hebt doorgemaakt. Dat is het eerste.

In de tweede plaats zou ik willen zeggen, bij de ervaring heeft de mens maar al te vaak de neiging om zich verplicht te voelen tot een zekere trouw bv.: Hij is nu eenmaal mijn vriend, dus moet ik het door de vingers kijken. Het is nu eenmaal mijn kerk en daarom moet ik dat aanvaarden. Het te nu eenmaal mijn partij en daarom moet ik, ze verdedigen. Kijk als u zo begint komt u natuurlijk nergens, de mogelijkheden tot bewustwording liggen in de feiten, maar die feiten moeten dan eerst eerlijk erkend worden. Oordeel over de dingen die u kent. Onthoudt je van een oordeel over hetgeen je niet kent. Aanvaardt ook niet zonder meer het oordeel van experts, experts zijn over het algemeen degenen die over een grotere vocabulaire beschikken om hun ontdekking en vergissingen uit te drukken. Dus gewoon: leef met wat je zelf weet. Breid uw ervaring uit. Wanneer iemand u zegt dat u van koffie hartkloppingen krijgt dan kunt u zeggen, nou ja ik vind koffie niet interessant. Dan zegt u ook niet dat het wel waar is of niet waar is, of u probeert het eens een keer en als u er dan hartkloppingen zou van krijgen, kunt u zeggen, ja voor hem is het waar, voor een ander hoeft het niet waar te zijn. Op die manier kun je alleen je eigen positie in het leven bepalen. U ziet die ervaring is dus van buitengewoon groot belang en je kunt die ervaring niet zonder meer limiteren. De limiet van de ervaring, die voor een mens aanvaardbaar en nodig is, ligt nl. niet in een algemene maatstaf maar in die mens zelf.

Er zijn ervaringen waar ik nu zodanig van terugschrik dat in feite geen reële belevingsmogelijkheid bestaat, dan zou ik dwaas zijn om daarmee te beginnen. Wanneer ik bang ben voor pijn dan moet ik niet expres mijzelf gaan geselen, want dan kom ik er niet verder mee, dan moet ik er wat voor gaan verzinnen om het aanvaardbaar te maken. Dat heeft geen nut. Maar als ik toevallig pijn heb, dan kan ik eigenlijk eens nagaan wat het betekent, hoe er ik op reageer, dan weet ik meer. Hier komen we dan vanzelf weer in de richting van de gedachtewereld.

Ervaring wordt bepaald door denken. Veelvuldige ervaring schept een eigen persoonlijkheid die reageert op harmonische gedachten. U denkt aan God als een man met een witte baard. Duizend mensen denken aan God als de man met een witte baard. Zij doen dat laat ons zeggen een uur per dag. Als we zeggen 10.000 manuren per dag. 10.000 manuren per dag zijn ook astraal een bepaalde eenheid energie. Die energie krijgt vorm. Wanneer op een gegeven ogenblik ongeveer een 1.000.000 manuren bereikt is, ontstaat een zelfstandig beeldje dat reageert als een dergelijke God. Maar er zit wel een moeilijkheid bij die u misschien niet begrijpt. Wanneer ik zo’n God creëer dan heeft die God, voor mij afhankelijk voor zijn bestaan, van mij als zijn gelovige, een van vele. Wanneer ik zeg dat God goed is, dan moet die kracht vaak kwaad scheppen om goed te kunnen zijn, en daardoor onze dank en aandacht te verdienen. Ik zeg niet dat dat zo is ten aanzien van de werkelijke oerkracht, de werkelijke Godheid. Maar veel van de dingen die de mens schept zijn wel zo. Wanneer ik mij Jezus ga voorstellen als een verlosser uit de wereldse ellende dan schep ik een beeld dat niets met de Christus, met Jezus te maken heeft. Maar dat beeld is voor mij Jezus, in het Christendom ga ik naar die Jezus toe steeds, maar die Jezus die moet iets hebben om mij van te verlossen, zijn mogelijkheid hier tot verlossen is zeer beperkt dat begrijpt u wel, want hij is mijn schepping in feite. Daarom zou hij mij problemen geven, zorgen en kwalen waarvan hij mij wel verlossen kan. Zodat hij zijn wezen als verlosser kan uiten. Juist daarom is het heel erg belangrijk dat u met uw gedachten niet te veel uitgaat van concrete beelden. Dat is goed wanneer we macht willen gebruiken. In bepaalde vormen van magie is het zelfs noodzakelijk dat je een dergelijke schim, een dergelijke gestalte opbouwt. Maar als je jezelf wilt leren kennen dan moet je daar niet mee beginnen. Want die kracht gaat op mij reageren. Ik ga een verkeerd beeld krijgen van mijzelf en van de werkelijkheid. Dus beheers je gedachten en bouw je in Godsnaam geen concrete beelden op van hogere machten, zelfs wanneer dat een liefdevolle geest, of geestelijke geleider is. Als je hem zelf opbouwt, kan hij alleen datgene zijn wat je hem maakt. En wanneer u zegt dat hij u iets geeft dan moet hij een situatie scheppen waarin dat geven mogelijk is, anders bestaat hij niet meer. Dat is de drang van zelfbehoud. Wees bereid om vaag te geloven.

Vraag niet naar verklaringen en definities van uw geloof. Vraag naar verklaring en definities van de waarheid omtrent uzelf. Vele mensen leven met gedachten in een wereld die zou moeten zijn: Ze zeggen bv. deze zaal zou vol moeten zijn met duizenden mensen, daar zou een stilte moeten heersen dat elk woord als een goudstuk kan vallen en meeklinken, er zou een sfeer moeten zijn lichtend en sterk dat iedereen hem kan zien, maar hij is er niet. Op een soortgelijke manier denkt u vaak over datgene wat er moet gebeuren voor uw land, voor uw stad, voor uzelf. Zo zou het moeten zijn, is een van de meest gevaarlijke rattenvallen waarin de kracht van zelferkenning gewurgd wordt. Weet u waarom? Door te denken aan wat zou moeten zijn, vergeten we te denken aan wat is. We hebben te maken met wat is, wat wijzelf zijn in de wereld, en wat de wereld is voor ons, wat wij kunnen leren omtrent onszelf uit die wereld, niet met wat er zou moeten zijn.

Kunt u dus een beetje vager zijn in uw geloof, dat lijkt meer concreet meer reëel in uw benadering van de werkelijkheid. Dan staat u ook weer dichter bij zelfkennis, dat is een van de vele mogelijkheden om een zelferkenning te bereiken.

Misschien is het goed daar een paar algemene waarheden aan vast te knopen

  1. Niets bezit ik werkelijk, wat ik werkelijk bezit kan ik niet verliezen. Dan bezit ik alleen werkelijk wat ik in mijzelf erken en als een weten in mijzelf draag, dat is alles.
  2. Onthoudt elke dag is sterven, elke minuut die voorbij is, wordt begraven in de herinnering. De dood is niets anders dan een voortzetting hiervan. Wanneer u leven kunt met het voortdurend verdwijnen achter u van de mogelijkheden van het heden dan moet u ook niet bang zijn van de dood, dat zou dwaas zijn.
  3. Mijn waarde in de wereld ligt niet in wat ik heb, wat anderen mij noemen, maar in wat ik in wezen ben. Dit alleen bepaalt mijn waarde. Laat mij mijn waarde dan bepalen door te zijn op een bepaalde wijze, niet door mij te beroemen op wat in feite niet deel is van mijzelf.

Dan heeft u hier misschien ook iets aan wanneer u esoterisch wilt streven. Hij die in de innerlijke weg zijn doel vooropstelt, gaat dwaalwegen. Hij die zichzelf schoolt totdat het doel in hem ontstaat, heeft het doel reeds bereikt wanneer hij het erkent. Ook al beseft hij dat pas later. Wie zichzelf wil kennen moet bereid zijn om te leren, niet omdat het gezag van anderen belangrijk is, maar omdat een voortdurende vernieuwing in eigen denken en houding noodzakelijk is, wil het “ik” in staat zijn zichzelf waarlijk te beseffen. Dat is ook voor de esoterici van belang.

Er zijn twee krachten die ons gelijkelijk kunnen bewegen, schoonheid en wijsheid. Hij die denkt: wijsheid is kostbaarder dan diamant, waar heeft dat mee te maken? Dat is een sublimale herinnering die ineens naar voren treedt. In ieder geval, wijsheid en schoonheid. Schoonheid is een gevoelsmatige erkenning. Schoonheid bestaat niet door scholing, of appreciatie van schoonheid, doordat men leert haar te zien. Schoonheid is het gevoel dat in ons wordt gewekt, meer niet. Schoonheid is ons antwoord op het andere, en daar waar wij persoonlijk schoonheid vinden, definiëren we een deel van onszelf. Wijsheid is het vermogen om het vele terug te brengen tot het weinige. Ik kan u een heel betoog houden over elke weg afzonderlijk die bestaat voor bewustwording. Ik kan uitgaan van de Rozenkruisers. Maçonnerie, Theosofie, Mystieke systemen van India enz. Maar als ik alles moet herleiden en ik wil de wijsheid vinden die in die kennis verborgen ligt, dan is het antwoord eigenlijk dit: Alle wegen kunnen tot hetzelfde doel, dezelfde zelfkennis voeren, wanneer de mens niet het systeem dient maar de waarheid zoekt. Dat is dan wijsheid, begrijpt u?

Wijsheid betekent dat wij de omslachtige formulering van onze wereld en van onszelf proberen te herleiden tot iets simpel. Nu weet ik dat in een normaal spraakgebruik natuurlijk niet altijd opgaat. Je kunt natuurlijk heel kort het volgende tegen iemand vertalen: Het spijt me dat ik op het ogenblik niet in staat ben madame, om geheel volgens uw verlangen u te bedienen, maar ik hoop dat u binnen enige dagen nog eens hier langs zult komen, dan hoop ik ondertussen mijn maatregelen getroffen te hebben en te beschikken over hetgeen u van node hebt. U zou ook kunnen denken “plof”. Dat kun je niet zeggen. Maar wanneer je gaat realiseren dat je dergelijke formules niet gebruikt omdat je ze meent, maar alleen omdat je op een heel beleefde manier probeert een ander te laten voelen dat hij beter naar de maan kan lopen, dan wordt het wel tijd dat je je eens gaat afvragen: waarom reageer ik zo op die mensen. Zo wordt wijsheid geboren. Wijsheid en schoonheid samen geven ons dus gevoel + een zekere beredeneerde vereenvoudiging van het kennen.

Wanneer het gevoel en het vereenvoudigd begrip samensmelten, dan krijgen we daarmee, zonder het te weten misschien, de omschrijving van datgene wat ons wezen is. En ons wezen als mens en als geest, uit de mens voortgekomen of door de menselijke sfeer gegaan, is de kern van eigenlijk een soort behoefte aan liefde en een geven van liefde, het nodig zijn en nodig hebben, als je het nog eenvoudiger wilt zeggen: Dit is de kern van ons bestaan, maar die kunnen we alleen in balans brengen wanneer we die wijsheid, die schoonheid gebruiken om ons te oriënteren. Op deze manier is de mogelijkheid tot zelferkenning zo groot dat je zou kunnen zeggen er is geen snellere weg te vinden. Wijsheid, vereenvoudiging en de eerlijkheid om de vereenvoudiging ook eerlijk te maken al is het maar voor mijzelf. Erkenning van schoonheid, van wat goed is a.h.w. zonder dat ik me er druk over maak, waarom. Alleen omdat ik voel dat het goed is. Deze dingen samen bepalen voor mijn wezen nl. niet alleen het liefhebben en bemind worden bij wijze van spreken in de abstracte zin hoofdzakelijk, maar ze bepalen voor mij ook iets anders. Mijzelf, zoals ik mij beleef en mijn wereld zoals ik deze erken. De verhouding van de zelferkenning wordt dus in de liefde het sterkste uitgedrukt.

Dan hebt u hier dus eigenlijk zo’n beetje alles wat je zeggen kunt over de mogelijkheden en wegen tot bewustwording. Nu is het heel eenvoudig om een paar regels te geven. Gij zult en gij zult niet. Het spijt me wanneer ik u dergelijke regels geef dan ben ik bijna zeker dat ze voor enkele van u onjuist zijn en daarom kan ik ze beter niet geven. Als je probeert iets te algemeen uit te drukken, druk je het verkeerd uit. Vooral wanneer het om regels gaat. Hij die voor allen rechtvaardig probeert te zijn, zal onrechtvaardig zijn tegenover velen, dat zijn van die dingen. Dus laten we a.u.b. niet gaan praten over de regels. Zo moet het, laten we praten over zo kan het.

Wanneer ik met anderen gezamenlijk tot een bewustwording wil komen dan moet ik beginnen met gezag te erkennen, niet omdat dat gezag verdiend is of noodzakelijk of omdat ik het ermee eens ben, maar omdat de harmonie in een groep in een kring., in een stad, volk, land alleen bepaald kan worden wanneer er iets is dat als een soort clearinghouse een soort uitwisselingspost, een transformator dient voor de vele zaken die zonder dit gezag met elkaar strijdig zijn. Ik moet dus gezag aanvaarden. In de aanvaarding van dit gezag moet ik mij in alle dingen, die niet mijzelf direct raken en betrekken, dus ook niet datgene wat bezit, of wereld, of wat de mensen ervan denken betreft, onderwerpen. Niet omdat ik het moet, maar omdat ik het wil. Anders dan moet ik niet bij die groep blijven, dan hoor ik er niet bij. Wanneer ik dit gezag heb erkend, dan moet ik verder op dit gezag mijn invloed uitoefenen door positief te helpen de onjuistheden van het gezag a.h.w. duidelijk, kenbaar te maken. Ik kan dit doen door mijn eigen fouten ten aanzien van het gezag, duidelijk te maken en de reden waarom ze in mij objectief bestaan, zelfkennis en gelijktijdig harmonie en samenwerking bevorderd. Dan zal ik naast gezag, verplichting moeten erkennen. Naarmate ik meer mij verplicht gevoel tegenover de wereld, tegenover het andere, zal voor mij het gemakkelijker worden te bepalen wat ik wel en niet wil. Wanneer je niet hoeft, wanneer het niet nodig is dan ben je zo buitengewoon royaal. Maar het is gemakkelijk om mooie dingen te beloven wanneer je er zelf niet aan gebonden bent. Wanneer je iets goed wil doen, deel wilt zijn van iets goed, moet je dus ook een verplichting scheppen, dan weet je hoe je er werkelijk tegenover staat.

Dan moet ik verder begrijpen dat kennis nooit gelijk staat met bewustzijn. Dat is altijd een punt dat velen pijnlijk beroert. Waarom vertelde ze vroeger altijd moppen over verstrooide professors? Waar beweert men zelfs tegenwoordig nog dat vele geleerden wereldvreemd zijn? Omdat ze in een specialisatie staan, als levensdoel voor hen bestaat er niets anders. De wetenschapsmens ziet alleen de wetenschap. Bij beroept zich op die kennis en het resultaat is dat hij steeds minder beseft van de wereld en ook steeds minder van zichzelf. Dan wil ik er niet eens over spreken dat veel kennis eigenlijk een reeks van veronderstellingen is, gesteld als feit welke later onjuist blijkt te zijn en dan door andere stellingen worden vervangen, die eveneens zeker heten te zijn, totdat ook daarvan de onjuistheid bewezen is. We kunnen zeggen dat is het proces van de wetenschap. Maar wetenschap is heel iets ander dan kennis. Wetenschap is een ontwikkelingsproces. Maar de mens die in het wetenschapsproces werkt, is iemand die werkt met kennis, die kennis is zijn doel. De wetenschap is het systeem waarin bij werkt daarmee, dat bepaalt zijn eenzijdigheid. Dus we kunnen niet zeggen: kennis is iets, ik heb het in de boeken gelezen. Ik heb het zo vaak gehoord van die en die en van de geest ook nog, dat zijn allemaal geen bewijzen, dat zijn aansporingen om je eigen standpunt te bepalen, maar kennis is pas werkelijk voor de bewustwording en voor de erkenning van het “ik” van belang, wanneer wij de moed hebben ze in twijfel te trekken. Wanneer een medicus altijd met een bepaalde procedure veel succes heeft en hij verklaart ze op een bepaalde manier, dan kan er een ogenblik komen waarop hij moet zeggen: en toch is het niet juist. Dat is nu precies de manier van denken waardoor je ook met je gewone kennis, wat je meent te weten (vele van u menen dingen te weten die niet waar zijn, eerlijk blijven) dus vastlopen, omdat je bang bent je af te vragen of het ook anders kan. Kennis krijgt pas voor zelfkennis en voor de praktijk betekenis, wanneer u ze als uitgangspunt durft gebruiken voor een zelfstandig onderzoek of een zelfstandig denken, vooral op die punten die voor uzelf van belang zijn.

Wil je jezelf leren kennen, moet je vanuit jezelf leven, maar dan moet je dus, zelfs wanneer je een gezag aanvaardt en desnoods een leergezag aanvaardt, zolang het voor jou dragelijk is, anders zeg je: ik ga opzij ik blijf erbuiten; moet je elke stelling a.h.w. op zichzelf durven onderzoeken. Wat ik daarnet over God zei, vonden sommigen onder u bijna Godlasterend. Dat is het niet, want het heeft helemaal niets te maken met de werkelijke God. Het heeft wel wat te maken met de afgoden die mensen bouwen nietwaar?

Je moet werkelijk de moed hebben om een beetje een buitenbeentje te zijn, wil je jezelf zijn. Uw wereld is gericht op de normalisering van het individu. En wat die normalisering betekent dat hoef ik u niet te vertellen dat betekent dat op het laatst de baby’s geboren worden met een afdruk op het billetje din 67 standaardmaat, standaarduitvoering, standaardgeloof, standaardmoraal enz. Uw maatschappij moet dat wel, zonder dat kan die massa niet functioneren met haar centraal gezag. Maar dat wil ook zeggen dat wanneer u bewustwording zoekt, wanneer u uzelf zoekt te leren kennen en niet meer wenst te geloven dat zus en zo kleding u behoorlijk maken kan en elke weerstand overwinnen. Wanneer u die dingen nu niet wilt geloven dan moet u toch zelf na gaan denken. Wat is waar, wat kan ik ermee doen? Hoe, leef ik ermee? Als je dan al die boekenwijsheid hebt onderzocht, die punten die voor jou belangrijk zijn, niet theorietjes, maar de dingen waar je mee te maken hebt waar je in je leven op baseert, dan kom je vanzelf in de richting van wijsheid en vooral van zelfkennis. Dan gaat u begrijpen waarom u vaak liever de kennis van een ander aanvaardt, omdat het uw verantwoording wegneemt. Het is Gods wil, dat het dit en dat… roepen ze uit. Daarmee bedoelen ze: wij vinden die maatregelen juist, maar als het verkeerd gaat is het Gods wil, hebben wij niets mee te maken. Probeert u aan een dergelijk afschuifsyndroom te ontkomen. Probeer te ontkomen aan die steeds verder wrekende poging tot normalisering, tot aanpassing van een sleursysteem. Dan leert u uzelf kennen. Wees niet bang voor moeilijkheden en weerstanden maar overwin ze. Dan leert u uzelf kennen. Beklaag u niet, maar probeer steeds weer moed te vinden om verder te gaan, om meer te zijn, om beter te zijn, en meer te bereiken. Dan leert u uzelf kennen. En u bent veel meer dan u denkt te zijn. U kunt veel meer dan u denkt. Als er in een zaal vol lammen plotseling brand uitbreekt, loopt 90% op eigen kracht naar buiten. Dat heeft Tijl Uilenspiegel zelfs al eens bewezen. Wanneer mensen machteloos zijn en ze kunnen niets en ze laten de hele wereld rond zich afslachten en hun eigen mensen worden aangetast, dan kunnen ze ineens vechten als leeuwen, dan is het meestal te laat. Dat gaat met geestelijke krachten ook.

Een ander kan genezen, kan werken met geestelijke kracht. U kunt het niet. U bent machteloos, totdat de nood aan de man komt. Op het ogenblik dat u niet meer weet waar u naartoe wilt. U staat op de grens van zelfmoord, dan komt er ineens een stem en dan bent u wel helderhorend. Ziet u dat bedrog omtrent uw eigen prestatievermogen, uiterste prestatievermogen vooral, is ook een vorm van zelfbedrog. Dat ontdekken hoort ook bij zelfkennis. U kunt veel meer, u bent veel meer, maar dan moet u eerst af van de normalisering. Van het vaste geloof, van het idee dat u het beter weet dan iedereen of dat iedereen het beter weet dan u. Dan moet u enerzijds in die wereld gezag durven aanvaarden, samenwerking moet u durven en kunnen geven, eerlijk en oprecht en anders zeggen “ik kan niet” maar dan ook geen eisen meer stellen. En dan u afvragen elke dag, wat heb ik vandaag goed gedaan, wat heb ik vandaag kwaad gedaan? Waarom vond ik het eigenlijk zo goed? Waarom vond ik het eigenlijk zo kwaad, dan leert u uzelf kennen zonder enige twijfel. De mens die zichzelf leert kennen, leert op de duur God kennen die in hem woont, maar dat is voor u althans voorlopig, bijkomstigheid.

Ik hoop dat u zult nadenken over hetgeen ik gezegd heb. En dat u, als het kan, in de praktijk ook uw zelfkennis een beetje probeert te verhogen, al is het alleen maar als een experiment. U hoeft niet aan te nemen dat wat ik gezegd heb, juist is. Maar u kunt tenminste niet met zekerheid zeggen dat het onjuist is. Probeer het dan en ik ben ervan overtuigd dat ieder van u op zijn eigen wijze de juistheid van het door mij gestelde zal bewijzen.