De wereld en haar achtergronden

uit de cursus ‘De wereld en haar achtergronden’ (hoofdstuk 10) – juli 1987

De wereld en haar achtergronden

Voordat de kastelein roept “Sluitingstijd” hebben wij nog juist de tijd voor een cursus. Ik wil dan graag nog een overzicht geven en de titel is die van de cursus.

Wanneer we het geheel van de ontwikkeling van de mensheid en van de wereld zien ontdekken we, dat er perioden zijn vanaf de Hypoporeeën (?) tot zeg maar de Atlantiërs tot en met, waarbij de beschaving in feit magisch genoemd kan worden. Daarna krijgen we een verandering, we krijgen een oligarchische structuur. Er komt handel en je zou dan moeten spreken van een kerkelijke structuur. Dat loopt dan verder tot ongeveer 400 v. Chr. waarna we geconfronteerd worden met de filosofische systemen en ontwikkelingen die wederom worden afgewisseld door een kerkelijk magische structuur. Daarna krijgen we de vrijheid van denken. Dat begint eigenlijk een beetje met de encyclopedisten in Frankrijk. We zien dat daardoor het materialisme hand over hand toeneemt.

Kijken we naar de moderne tijd, dan zien we dat bepaalde magische elementen steeds een grotere rol gaan spelen. Op het eerste gezicht ben je geneigd te zeggen, Dat is dan een soort golfbeweging zonder meer. Maar de zuivere magie vindt in de priesterlijke structuur wel degelijk ook haar bevestiging en wordt nog gepraktiseerd tot ongeveer 200 v. Chr. Daarna verslapt het een beetje.

Wanneer we kijken naar de kerkelijke structuren die dan weer de uiteindelijk meer animistische, magische ontwikkelingen aflossen, dan zien we dat die kerkelijke structuren ook oorspronkelijk magisch geestelijk zijnde langzaam maar zeker hiërarchisch materialistisch zijn geworden.

Wat is er dan aan het veranderen? In het verleden hebben we altijd te maken gehad met een zich ontwikkelend specialisme. Magie was een specialisme dat weer uiteenviel in genezingsmagie, bezweringsmagie, evocatiemagie enz.  In de kerken hadden we oorspronkelijk te maken met goden die spraken door orakels, waarzeggerijen, we hadden te maken met wat je een eerste vorm van psychiatrie en een voorloper van de biechtstoel kunt noemen. Daarnaast kregen we te maken met natuurgeneeskunde die ook in kerkelijk verband eigenlijk ontstaan is en zich ontwikkeld heeft tot een zekere vorm.

Daarna ontdekken we eigenlijk dat alles steeds weer zeer specialistisch en eenzijdig is. Zelfs wanneer u kijkt naar het karakter van de verschillende kerkelijke groepen in deze tijd moet het een beschouwer toch opvallen, dat ze in hun benadering van de mens, van God en van zichzelf van een zeer grote mate van eenzijdigheid blijk geven. Maar datzelfde vinden we bij de materialisten, bij de filosofen en bij de wetenschap. De eenzijdigheid is eigenlijk overal a.h.w. ingewoekerd.

Als u naar uw moderne tijd kijkt, hoeveel specialisten treffen we daar niet aan? Het is tegenwoordig zo dat als je hoofdpijn hebt dan ga je natuurlijk eerst naar een gewone dokter. Die bekijkt je en zegt, ik kan de oorzaak niet vinden. Hij stuurt je naar de internist, die er ook geen raad mee weet en hij stuurt je weer naar een ander. Misschien kom je uiteindelijk terecht bij een chiropodist die zegt; ja, het komt van je platvoeten. Dan krijg je steunzolen maar je houdt je hoofdpijn. Ik wil maar zeggen deze mensen bekijken het allemaal vanuit een zeer specifiek standpunt.

Wat zien we nu in de hedendaagse geneeskunde ik gebruik dit als voorbeeld, want we kunnen dit op elk ander terrein ook eigenlijk constateren dingen die oorspronkelijk als onmogelijk en krankzinnig en verwerpelijk werden beschouwd, zoals acupunctuur, drukpunctuur, alle andere daarbij behorende dingen, het gebruik van minimale stimulatiestoffen in oplossingen, zoals in een andere wijze van genezingen, het is langzaam maar zeker ingeburgerd.

Men beschouwt het niet meer als iets dat zonder meer verwerpelijk is omdat het niet past in het kader van zeg maar de leer, van het systeem. Zo dadelijk zien we dat we ook de menselijke geest, de mentaliteit steeds meer gaan betrekken bij genezingsprocessen. We hebben op het ogenblik al een bepaalde richting in de psychosomatica. Deze mensen zijn heel vaak geneigd om ook te denken aan mogelijkheden en facetten, die tegenwoordig nog paranormaal heten. Er begint dus langzaam maar zeker een synthese te ontstaan, waarbij allerlei zaken toch in een verband worden gebracht.

Zelfs in natuurwetenschappen blijkt op het ogenblik, dat je met zuiver specialisten altijd ergens weer vastloopt, maar dat, als er iemand is die alle verschillende specialismen kan overzien, – er zijn al dergelijke groepen ingesteld in bepaalde grote concerns, het niet alleen mogelijk is om te voorkomen dat bepaalde onderzoekingen vele malen gedaan worden, maar dat je gelijktijdig ook de een de tip kunt geven, die uit de onderzoeken van de ander voortkomt. We gaan dus in de richting van een synthese.

Wanneer die samenvoeging verder doorgaat kan ze nooit halthouden bij de zuiver materiële zaken alleen. Zoals in de geneeskunde al is gebleken, dat alleen al de psychische en mentale con­ditie van de patiënt van groot belang is voor de wijze, waarop het genezingsproces zich voltrekt, de mogelijkheden zelfs die men bij voorbeeld bij chirurgie heeft, dan moet je toch toegeven: we gaan een kant uit, waarbij de geest en de geestelijke kwaliteiten, datgene wat altijd een beetje als kerkelijk terrein is beschouwd, mee wordt betrokken in datgene wat wetenschap heet, wat te maken heeft met stoffelijke ontwikkelingen, maar dankzij deze toevoeging van nieuwe mogelijkheden en gegevens juist weer zoveel verder kan komen.

De ontwikkeling is er dus één waarbij, als u het voorbeeld tenminste aanvaardbaar hebt gevonden, blijkt, dat we een richting uitgaan van samenvoeging. Die samenvoeging zal allereerst natuurlijk plaatsvinden op die gebieden, die er het meest van kunnen winnen. Dat lijkt mij dan te zijn politiek, strategie, maar al heel snel ook het zakenleven. Indirect krijgen we dan ook nog de geldhandel erbij, die wel degelijk aan een dergelijke gemeenschappelijkheid en uitwisseling van gegevens op zeer korte termijn ontzettend veel zou hebben.

Dan gaan we van daaruit toch ook verder, dacht ik, in de richting van de kerken. Want tegen de feiten kun je toch moeilijk vechten. Er zijn natuurlijk altijd, mensen die het proberen. Er is zelfs een dominee die uitroept dat de verdorvenheid van het volk gestraft wordt doordat God aids heeft gezonden. Ik wist niet dat God ook in een USA-laboratorium werkte. Dergelijke dingen zullen steeds meer tot het verleden gaan behoren.

De mens heeft behoefte aan een geestelijke achtergrond. Hij heeft behoefte aan een juister inzicht in zijn eigen persoonlijkheid en eventueel ook in zijn voorgeschiedenis. Hij heeft zeker ook groot belang bij het erkennen van de tijdelijkheid van zijn materiële toestand. Iets wat uiteindelijk alleen maar een fase is in een ontwikkeling en niet de enige en beslissende ontwikkeling, waardoor zijn lot voor alle eeuwigheid bepaald wordt.

Ik dacht, dat we daardoor zouden kunnen groeien naar een veel grotere eenheid bij de mensheid en een, zij het zeer langzaam, afsterven van allerlei vooroordelen en op den duur misschien zelfs het verdwijnen van het gebruik van idealen, godsdienstige slogans en dergelijke ter zelfrechtvaardiging, door diegenen, die zo graag macht willen hebben Je zou dan moeten denken aan een versmelting van alle zaken Maar dat houdt bij voorbeeld in, dat ook in de Islam, ook in het Christendom begrippen als reïncarnatie moeten worden gehanteerd en a.h.w. in het systeem moeten worden ingepast.

Het houdt anderzijds in dat de ontwikkelingsfase die een cumulatief bewustzijn te zien geeft ook bij de Hindoes zou moeten worden aanvaard. Dus niet:” O, daar staat een tijger laat ik ervan afblijven, het kan mijn opa zijn.”

Alle leerstellingen hebben iets goeds te brengen. Waarom niet de methodiek van zen ook toegepast in het Christendom? En waarom niet de openheid, de wereldopenheid van het Christendom toegepast in het Zen? Waarom niet de wereldverbondenheid van de Islam overgedragen naar het Boeddhisme? En omgekeerd de erkenning van het zinloze van vele dingen uit het Boeddhisme overhevelen naar de Islam? Ik zeg niet, dat de godsdiensten zullen sterven. Maar ze moeten zich veranderen of ze worden uiteindelijk enigszins belachelijke sekten.

Ze kunnen blijven bestaan, maar ze moeten naar elkaar toe groeien. Ze moeten als het ware de verschillende uitdrukking worden, die men in een bepaald milieu en door een bepaald soort mensen geeft, aan een algemeen begrip dat over de gehele wereld steeds sterker wordt.

Een dergelijke geestelijke ontwikkeling zal bovendien de ontwikkeling van alle paranormale begaafdheden of hoe we het moeten noemen, de werking en de mogelijkheden van de innerlijke kracht, de kracht van de geest aanmerkelijk bevorderen omdat er geen taboe meer op rust. Het zou betekenen, dat kinderen zich veel gemakkelijker kunnen ontwikkelen en dat niet meer door de maatschappij hun meestal in principe in de eerste jaren aanwezige paranormale kwaliteiten eenvoudig worden onderdrukt of worden afgedaan met een: “Fantaseer niet en lieg niet.”

Je zou op die manier een mensheid kunnen krijgen die uiteindelijk open staat voor de waarden van de geest, maar nu niet meer in een eenzijdigheid, maar in een algemene erkenning van de mogelijkheden en gelijktijdig toch met een persoonlijk, vanuit het ik, bepaald reageren op die mogelijkheden. De achtergronden op aarde (die hebben we u redelijk uitvoerig uiteengezet in verschillende lezingen) hangen samen met allerlei grote entiteiten, de bezielers van planeten en sterren met de wisselwerking die in het Al bestaan, de verschillende velden en magnetische stormen die er zich door bewegen en die ook wel degelijk invloed hebben op uw wijze van reageren en beleven als mens. Wanneer we daar bovenuit kunnen komen wordt als vanzelf ook duidelijker met welke waarden van buitenaf we te maken hebben.

Nu voel je je bevangen door een of andere stemming en je weet niet waar ze vandaan komt, dan besef je waarmee ze in verband staat. Dit zou kunnen voeren tot een veel grotere vrijheid voor de mens. Want een achtergrond waarin ieder waarlijk zichzelf kan zijn, ook wanneer dat misschien maatschappelijk nog steeds gebonden is aan bepaalde regels, brengt met zich mee dat ieder zich kan ontwikkelen tot de top van zijn eigen mogelijkheden. Daar waar de mens gaat begrijpen: het is belangrijk dat ik juist weet hoe ik moet zijn, hoe ik moet reageren en niet wat anderen mij vertellen wat moet, wat in mij leeft, daar kan ook elke mens de top van zijn maatschappelijke prestatie bereiken. Hij kan daarnaast zijn grootste harmonie bereiken en zijn meest intense zelfkennis.

Dan zullen de mensen veel meer dan nu op het ogenblik het geval is, zich bezig gaan houden met de vraag: Wie en wat ben ik? Wat drijft mij, welke krachten voel ik in en rond mij? De versmelting van werelden die – zij het misschien een honderd of duizend jaar mogelijk is – zou kunnen voeren tot een totaal nieuwe ontwikkelingsfase, ja, uiteindelijk tot een totaal nieuwe mensheid.

Teruggaande zien wij dat het specialisme noodzakelijk was om te kunnen doordringen tot de mogelijkheden, de waarden die voor de eenvoudige mens anders niet voorstelbaar waren. De godsdienst was noodzakelijk om een kader te scheppen, waarbinnen die mens kon leven en gebruik maken van al wat nog aan magische mogelijkheden voor hem bestonden. Daarna werd het noodzakelijk om de materiële mogelijkheden en verhoudingen aan te passen aan datgene wat er geestelijk bestond.

Dat daarmee een golf van materialisme over de wereld komt, nou ja goed. Iedereen wil meer hebben. De een wil ingewijde worden en de ander miljonair. Uiteindelijk zijn ze beiden gelijk. Alleen wil de een het materieel uitdrukken en de ander in een geestelijke verhevenheid. Maar men wil boven anderen staan.

Dat verleden heeft ons veel geleerd. We hebben bv. geleerd dat strijd op aarde nooit is uit te schakelen. Strijd is integrerend deel van de ontwikkeling van de mensheid. Alleen, die strijd kan verplaatst worden. We hebben bijvoorbeeld gezien dat de hete oorlog overging in koude oorlog. Wat in feite alleen wil zeggen een strijd op politiek en economisch gebied, die niet meer door wapens behoeft te worden uitgedrukt.

Het lijkt erg somber, dat dat zo is, maar het is een stap vooruit. Het is een verplaatsen van de strijd naar een ander terrein. Wat er op het ogenblik gebeurt, bijvoorbeeld met Rusland, is toch eigenlijk ook zoiets. Deze mensen willen nu eindelijk eens een economie zelf tot stand brengen in hun systeem, die vergelijkbaar is in haar prestaties en mogelijkheden met alle andere economische systemen die er op aarde bestaan. Men wil liever de wapens laten rusten omdat men beseft dat ware grootheid tegenwoordig niet meer met wapens veroverd kan worden.

Waarom niet een stap verder? De geestelijke vrijheid. Het is toch eigenlijk krankzinnig, dat in die landen, die zich voortdurend bezighouden met God, die overlopen van allerlei filosofische systemen, er maar heel weinig plaats is geweest voor onpartijdig onderzoek van paranormale fenomenen, terwijl in de Sovjet-Unie er een aantal universiteiten zijn, die zich daarin specialiseren. En dat in de Verenigde Staten een paar onderzoekcentra kunnen bestaan dankzij het feit, dat ze via het Pentagon in feite gefinancierd worden.

Maar wat komt er in Nederland eigenlijk terecht van dat onderzoek van het occulte, van het paranormale? Het blijft allemaal gebonden aan een systeem. Want we moeten een leerstoel hebben en als je een leerstoel wilt hebben mag je bepaalde dingen wel en andere dingen niet zeggen. Je moet vooral niet tegen kerkelijke of politieke schenen schoppen. Dientengevolge wordt de helft van de resultaten in feite verduisterd. Die wordt opzij gelegd in de akte, daar zullen we later nog weleens naar kijken. Klaar, niemand kijkt er meer naar. Dat zijn de feiten. Zelfs nog van dit ogenblik.

Maar wanneer dit verder gaat zoals de huidige tendens aangeeft, dan kunnen we niet spreken over een wereld die ineens harmonie en vrede kent, we kunnen niet spreken over een wereld waarin de strijd wegvalt. Maar we kunnen wel gaan spreken over een wereld, waarin het element van strijd, van naijver, van als het ware jezelf aftekenen tegenover anderen, een ander karakter krijgt. Daar, waar geestelijke waarden en de mentale waarde een steeds belangrijker rol gaan spelen, waar de persoonlijke ontwikkeling en vrijheid wordt beseft als noodzakelijk om een sociale, een economische ontwikkeling aan de gang te houden, daar kun je verwachten dat de mensheid haar totale gedragsmodes van het ogenblik steeds verder gaat wijzigen. Er zal enig materialisme blijven bestaan, maar het zal niet meer domineren. Er zal natuurlijk allerlei idealisme blijven bestaan, maar het zal een redelijk idealisme zijn, dat voortdurend zichzelf toetst aan de mogelijkheden en aan de feiten en niet, zoals tegenwoordig maar al te vaak gebeurt, blindelings op hol slaat.

Ik wil u geen wereld tekenen van perfecte harmonie, van broeders en zusters, Bruderlein und Schwesterlein, jaja. Dat klinkt allemaal heel mooi maar dat ontaardt ook in ruzie. Maar gewoon een wereld, waarin langzaam maar zeker de facetten van het mens zijn een andere nadruk krijgen. Niet het uitschakelen van een menselijke ontwikkeling, dat is denk ik de eerste twee era’s niet mogelijk. Dat zijn de tijdperken van ongeveer 20.000 jaar.

Die menselijke vorm blijft bestaan. Ze zal zich aanpassen natuurlijk. Uiteindelijk, als de mensen steeds meer voor de tv gaan zitten dan krijgt het nageslacht dikkere zitvlakken. En als mensen denken dat hersenen het alleen doen en ze hun hele leven alleen maar bezig zijn met overpeinzingen, dan krijgen we een hele generatie eihoofden. Misschien dat er mensen met een duim komen, die er zo sterk en zo krachtig is als je nu hebt, omdat dat ding nodig is om op knoppen te drukken. Dat is allemaal denkbaar. Maar die dingen zijn niet belangrijk.

Of ze nu werkelijk in de toekomst allemaal kaal zijn of niet, wat interesseert het u. De enige die daar misschien van droomt als ideaal, is de man die haargroeimiddelen aan de man probeert te brengen. Realiseer je gewoon dat die uiterlijke vorm natuurlijk zal veranderen.

Ik denk dat als u 15 generaties na deze komt en u zou terug kunnen komen in deze vorm en dit lichaam, dat u zegt ik kan geen ademhalen. Ik word hier ziek. Terwijl u ziet dat de anderen heel rustig adem lopen te halen en lopen te trimmen enz. Want de mens past zich aan, het menselijk lichaam ook.

Wanneer je jezelf als deel van een eeuwigheid gaat beseffen, je gaat jezelf als het ware aanpassen aan de tijdelijkheid van het stoffelijk bestaan in het geheel van je bestaan, dan denk ik ook dat de behoefte om zich door nageslacht a.h.w. een soort eeuwigheid te verzekeren ook voor een groot deel wegvalt. De overbevolking zal teruglopen bv. Gelijktijdig de vermindering van behoefte aan winst en meer behoefte om jezelf te zijn, om jezelf zo volledig mogelijk waar te maken, zou kunnen voeren tot een veel rationeler gebruik van alle hulpbronnen waarover de mens op deze wereld beschikt. Het is niet alleen maar een geestelijk iets wat er gebeurt.

De achtergronden van de wereld hebben ons duidelijk gemaakt, dat daar, waar een synthese uiteindelijk op gang komt en mogelijk is, het geheel van de gedragsregels verandert, het geheel van de persoonlijke benadering van leven, van innerlijke en uiterlijke waarden zich wijzigt. Natuurlijk, dan zullen we in het begin toch nog altijd weer met economische eenheden worden geconfronteerd. Dan krijgen we bv. het Eurazisch continent als een economische eenheid tegenover het Amerikaanse continent en het Afrikaans continent met misschien het Australisch continent als blokken. Natuurlijk.

Blokvorming is iets waar politici ontzettend veel aan doen. Deze mensen zouden voor de eeuwigheid willen bouwen en daarom grijpen ze naar een blokkendoos. Het ligt er allemaal in. Het is bijna onvermijdelijk dat we met steeds meer zogenaamde blokvormingen te maken krijgen. Het nationalisme, dat zich nog steeds zo krampachtig verdedigt, zal steeds meer nederlagen moeten incasseren omdat je niet gelijktijdig bv. Europeaan kunt zijn en toch preferent Nederlander, Fransman, Duitser of wat anders. Dat betekent dus dat een dergelijke ontwikkeling bijna onvermijdelijk is. Maar dan ga je ook begrijpen dat je uiteindelijk elkaar toch nodig hebt.

Japan kan natuurlijk in Azië en Europa nog heel veel producten kwijt, maar het is op zijn productie aangewezen. Want de welvaart zonder die productie is voor de eilanden niet mogelijk. Dus zullen ze a.h.w. moeten integreren met in het begin bv. China. Later met het Aziatisch continent en indirect dus ook met het Europees continent. Want in het Amerikaanse continent krijgen ze vandaag of morgen enorme concurrentie juist van de armere landen waarin op het ogenblik specialistische industrieën worden opgebouwd.

Als je het zo bekijkt zeg je: ik zie a.h.w. die blokvorming als onvermijdelijk en ze zal waarschijnlijk al op de helft van de volgende eeuw zich sterk gaan aftekenen. Voor die tijd komen er nog wat mislukkingen, maar daaraan bent u gewend. Per slot van rekening de volkerenbond was een praatcollege, de EEG dreigt het te worden. Beiden leefden op kosten van de gemeenschappen die ze zeiden te dienen, terwijl ze in feite alleen maar een belasting vormden. Er is zoiets nodig. Je kunt niet meer zonder.

Zo is het ook met geestelijke dingen. De jeugd van tegenwoordig heeft een heel andere benadering van het leven maar ook van zichzelf dan anderen. Wanneer je nu die oude regels blijft handhaven dan bereik je alleen maar, dat niet alleen de kloof tussen de generaties te groot wordt, neen, je bereikt ook dat steeds meer van de jongeren, vooral degenen die minder weerstand hebben, hopeloos worden. Dan krijg je een toenemend aantal zelfmoorden enz. enz. Dat is toch ook de bedoeling niet.

Je moet je aanpassen bij de werkelijke noden van nieuwe generaties. Maar dat betekent dat de oude zekerheden en de oude wetten allemaal op de tocht staan. Als we nu zien hoeveel op het ogenblik al, zelfs soms op zwendel gebaseerde of op zelfbedrog gebaseerde leringen, goede gevolgen kunnen hebben, omdat ze de mens met het geestelijk bestaan, met zijn eigen ik, met zekerheden confronteren, die je ergens anders niet vindt, dan kunnen we daar wel uit afleiden, dat dat verder zal gaan. Dat is onvermijdelijk.

Maar in het sektarisme zullen de mensen zoeken naar iets, wat niet alleen maar een zekerheid pretendeert te geven maar ook waarmaakt. Althans voor de mens zelf waarmaakt wat het pretendeert te zijn. Als je tot een sekte behoort en je bent er werkelijk gelukkig mee dan is dat heerlijk. Maar als jou het eeuwige leven wordt beloofd en je ziet al je oudere medeleden afsterven dan komt er toch een ogenblik, dat je niet tegen jezelf zegt: maar ik ben uitverkoren, ik blijf leven tot het laatste oordeel. Dat is heel begrijpelijk.

Er wordt dus gezocht naar die richtingen, waar op welke manier dan ook een geestelijke bewustwording, een zelferkenning, ook een mogelijkheid tot zelfexpressie is gelegen. Daarvoor zijn de mensen vaak bereid enorm veel offers te brengen en enorm veel beperkingen ook verder te accepteren. Wijst dat er niet op, dat de geestelijke inhoud, de geestelijke ontwikkeling, het vinden van een zekere innerlijke vrede, een innerlijk verdergaan, een gevoel van harmonie t.a.v. de kosmos misschien, veel belangrijker is dan het precies passen in het stramien, dat door de ouderen is geweven uit twee wereldoorlogen, die ze uiteindelijk zelf niet hebben gewild maar wel mede hebben veroorzaakt.

We moeten realist blijven. Een Aquariustijdperk, waarin alle mensen als geestelijk verheven wezens in een absolute harmonie samengaan, is eenvoudig een nachtmerrie. Want daarmee zou het doel van het menszijn wegvallen. Mens zijn heeft uiteindelijk ten doel ervaring op te doen, bewuster te worden. Dat kan nooit als er alleen maar zoete harmonie is.

Laat ik het zo zeggen wanneer je je hele leven met fondant wordt opgevoed zou je toch graag iets pittigers willen hebben, of het nou een gebraden biefstuk is, bij wijze van spreken, of een portie Spaanse peper. Die zoetheid moet u niet verwachten van de toekomst. Maar de wereld dwingt de mensheid a.h.w. om op een andere wijze te gaan leven. Dat kan ze alleen als ze eerst leert op een andere wijze innerlijk te leven en te beleven.

De mens moet doordringen tot dat, wat hij is. Leren te beseffen hoe hij deel is van misschien een hele keten van levens en moet op grond daarvan in staat zijn om zijn werkelijke ik steeds meer toegang te geven tot de beperkingen van het stoffelijk ego en de mogelijkheden daarvan.

Ik ben ervan overtuigd, dat de wereld haar taak als leerschool uitstekend vervult. Ik ben ervan overtuigd, dat er nog heel wat lijden en nood zal zijn voor de mensen in de komende tijd. Maar ik weet ook, dat dat onvermijdelijk is. Zoals de pijn bij de geboorte niet alleen de moeder treft maar ook het kind. Datgene, wat naar voren gaat komen, wordt uit de pijn geboren van de maatschappelijke verandering, uit de pijnlijke noodzaak toe te geven, wat je werkelijk bent en wat je werkelijk kunt.

Alle strijd, alle natuurrampen en alle ellende die er verder bij te pas komen zijn uiteindelijk niets anders dan de geboorteweeën van de nieuwe tijd. Laten we elkaar niet bedriegen door te zeggen: Maar voor mij zal het harmonisch verlopen. U zult moeten leren uw eigen innerlijke krachtbronnen aan te spreken, uw innerlijk begrip te hanteren om de, voor u, juiste weg te vinden. Als u dat niet kunt, liggen er voor u allerlei problemen.

Maar waar u in staat bent steeds meer gebruik te maken van uw innerlijke kracht, steeds meer te beseffen, wat de zin is van het bestaan en de noodzaak, waardoor u tot dit stoffelijk bestaan bent gekomen, daar zult u ook steeds meer leren vrij te zijn en in deze vrijheid zult u de vrijheid van de komende geslachten mede verzekeren en daardoor de werkelijke bloei en ontwikkeling van de mensheid.

En de wereld? Ach, de wereld is ergens vaak een weerkaatsing van datgene wat op haar leeft. Ze beïnvloedt natuurlijk al uw leven, dat is duidelijk. Maar het leven beïnvloedt ook haar. Daar, waar de harmonie groter wordt, zal de aarde opnieuw gaan bloeien. Daar zal opnieuw de woestijn vrucht gaan dragen. Daar zullen opnieuw alle moeilijkheden en stormen in een zodanig kader samenkomen, dat ze voor de mens en voor het leven een gunstige en niet alleen maar een vernietigende indruk en invloed hebben.

Aan het einde van deze cursus wilde ik u juist op deze punten wijzen. U bent deel van een proces, waarin de overgang van het specialistisch benaderen van problemen tot de synthese, waarin de problemen in hun wezen a.h.w. benaderd kunnen worden. Dit bent u aan het meemaken. Dit is deel van uw heden. Of u erin past of niet, het maakt weinig uit. Het proces is onomkeerbaar, onophoudbaar. Dan komt er een ogenblik, dat u waarschijnlijk al in de sferen zult zeggen: Ja, al het schijnbare lijden en onrecht, dat de wereld miljoenen jaren schijnt te hebben overspoeld, heeft ten doel gehad deze als een diamant fonkelende mensheid te produceren, die het licht van de Eeuwige weerkaatst en in zich schijnt te dragen. Deel te hebben aan een dergelijk proces is geen last maar een zegen, wanneer je het begrijpt.

Als u commentaar hebt of vragen t.a.v. deze laatste les dan kunt u nu uw gang gaan.

Vragen

  • Direct persoonlijk leed of ziekte, wat heeft dat dan te maken met de evolutie op zich?

Persoonlijk leed is over het algemeen iets, wat geboren wordt uit een onjuiste wereldvoorstelling of een onjuiste erkenning van eigen kwaliteiten.

Ziekte en ziekteprocessen zijn uiteraard voor een deel stoffe­lijke processen. Maar die stoffelijke processen kunnen voor een groot gedeelte worden afgeremd door de geest of ze kunnen door de onevenwichtigheid van de psyche worden bevorderd. Ik zeg u niet, dat u elke ziekte kunt overwinnen. Maar ik zeg u wel, dat u de gevolgen en de wijze, waarop u een ziekte onder­gaat voor een groot gedeelte zelf in de hand hebt. Dat betekent gewoon, dat je moet leren leven met de mogelijkheden, die je op elk ogenblik hebt en dat je moet leren begrijpen, dat alles een zekere zinrijkheid heeft. Dat het leed, de ziekte e.d., de pijn misschien, maar nevenverschijnselen zijn die kunnen worden overspoeld door de harmonie, die je toch in jezelf kunt opwekken, de kracht die je in en rond jezelf toch steeds weer voelt. Dan kunnen er schijn­bare wonderen gebeuren. Schijnbaar, omdat de processen heel anders, beter en sneller verlopen dan iedereen had durven hopen of ver­wachten. Maar eigenlijk geen wonderen, omdat de krachten van het eigen ik en de geest zeer sterk zijn, wanneer met gaat om al datgene, wat in de stof wordt beleefd en wat eventueel aan falen in het stoffelijk voertuig is ontstaan.

  • Binnen hoeveel tijd zal men wat minder consumptiegericht denken?

Ik denk, dat het consumptiegericht denken in feite al is afgenomen. Het is niet meer een consumptiegericht denken, het is een als vanzelfsprekend aannemen, dat bepaalde stoffelijke facetten nu eenmaal horen bij het leven. Maar de nadruk die eraan wordt gegeven wordt steeds minder. Wanneer u zich dat realiseert zult u met mij eens zijn, dat het consumptiegericht denken reeds nu in feite aan het afnemen is en dat zeer waarschijnlijk ongeacht de verbeterde verkoop en suggestietechnieken over een jaar of 30 al, het consumptiepatroon bepaald wordt door behoefte en niet meer door van buiten toegevoegde illusies, stimuli suggesties. Als je eenmaal zo ver bent kun je zeggen, nou, dan gaat het hard achter­uit met het consumptiegericht leven en denken.

Ja vrienden, ik geloof dat het tijd wordt om te sluiten. Het is ons, die u deze cursus gegeven hebben, een genoegen geweest uw reacties daarop te zien. Niet dat ze altijd even gunstig waren. Maar ze hebben ongetwijfeld voor u bijgedragen tot een nadere precisiering van uw eigen standpunt. Dat is erg belangrijk. Als ik kijk naar al datgene, wat aan mogelijkheden is neergelegd in deze lessen, dan heb ik het gevoel, dat niet alleen nu maar misschien ook later nog, mensen bepaalde uitspraken of bepaalde gezegden zullen zien als sleutels, waardoor zij zichzelf bewuster kunnen gaan bewegen in een wereld, die ze dan misschien nog niet begrijpen maar in ieder geval beter aanvaarden.

Ik hoop, dat deze verwachting niet beschaamd zal worden en wil u danken voor de mogelijkheden, die u ons hebt gegeven om op deze manier dit onderwerp toch te behandelen.

Godsdiensten

Ik wou nog een keer wat zeggen over godsdiensten. Dat is misschien toch wel leuk. Weet u wat het leuke is van een godsdienst? Zodra een godsdienst sterk genoeg is geworden, verklaart ze onmiddellijk, dat de goden van de oude godsdiensten demonen zijn. Dat is ook heel begrijpelijk. Uw duivel is bijvoorbeeld niets anders dan de grote Pan, de natuurgod. Vandaar dat hij horens heeft.

Een Christen zou zich misschien eens kunnen afvragen wie heeft die duivel horens gegeven? Dat komt gewoon daar vandaan. Het is wel gek dat nu ze van hem een duivel hebben gemaakt, zij zelf tegenover iedereen die anders denkt, steeds bokkiger worden. Je zou er gewoon een sik van krijgen.

Bij godsdiensten zien we verder ook, dat ze alle middelen gebruiken om hun eigen onaantastbaarheid te verzekeren. Dat zijn ook van die leuke dingen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Islam zoals Khomeiny die bekijkt, dan betekent dat in feite: iedereen, die bereid is zich dood te vechten en zo naar het Paradijs te gaan, verdoemt iedereen, die het niet doet. Degenen die dan bovendien nog tegen de regels van het geloof zondigt, die moet je dan maar uitroeien.

Uitroeien is trouwens iets, dat heel vreemd is, dat gebeurt altijd in de naam van God, van de naastenliefde, van de sociale noodzaak of iets anders. En weet u waarom? Hoe minder zeker men is van datgene, wat men als een onfeilbare waarheid predikt, hoe meer men geneigd is om elke tegenstander maar de keel af te snijden of op andere min of meer rituele wijze het leven uit te helpen. Want dan kan men in ieder geval de macht behouden, die men ondanks zijn eigen twijfels aan zijn eigen waarheid, toch zozeer liefheeft.

Als je dan ziet hoe kerken eigenlijk ontaarden. Sommige kerken worden gewoon internationals. Neem bv. de Moonies. U weet toch wat de Moonies zijn? Dat zijn de volgelingen van Moon. Hij is nog geel ook, je zou dus kunnen zingen Yellow Moon. Maar het is geen Sweet Hawaï, want het is een ijzeren discipline, die wordt geëist van de gelovigen. Als ze heel erg braaf en lief zijn geweest mogen ze uiteindelijk trouwen. Als ze dan nog braver en liever zijn geweest en vooral voldoende hebben opgebracht, dan mogen ze, zij het op eigen kosten, naar Korea of naar Japan. Op beide plaatsen gebeurt het nog weleens, waar een massahuwelijk wordt gesloten door de heer Moon in hoogst eigen persoon. Sorry, het gebeurt de laatste tijd niet meer, maar het is lange tijd wel gebeurd.

Dan vraag je je eigenlijk af: wat denkt die Moon nou over alle anderen. Nu, hij zegt: Ja maar wij, wij zijn de ware familie van God en alle anderen zijn uitgeworpenen, ongelukkigen. Ik weet het nog niet. Ben je een ongelukkige omdat je niet gelooft in de onfeilbaarheid van een meneer, die zich miljonair maakt door van de gelovigen discipline te eisen. Het is een wonderlijke zaak.

Dan heb je de mensen, die zo heerlijk kunnen vechten over zaken die eigenlijk geen mens interesseert. Weet u dat er hier in Nederland werkelijk een compleet klein godsdienstoorlogje heeft gewoed tussen de volgelingen van twee predikers, die voortdurend maar bezig waren over die ene vraag: hoeveel engelen er op de punt van een naald zouden kunnen dansen. Nou ja, ik zou zeggen: één dat is meer dan genoeg. Want als je er een naald in steekt dan is het of “Oeps”, of het is “Plof”. Maar ja, die mensen zijn zo opgeblazen, dat ze denken dat dat belangrijk is.

Er zijn mensen, die voortdurend bezig zijn over het leerstuk de marialogie. Of de moeder van Jezus nu werkelijk een uitverkoren persoonlijkheid is of niet. Wat interesseert het je? Neem me niet kwalijk dat ik dat zo zeg. Al je leeft zoals Jezus het geleerd heeft, dan kom je er vanzelf. Dan heb je Maria niet nodig. Als je dat niet doet, vraag ik me af of Maria er iets aan kan doen. Natuurlijk, dat mag je niet zeggen. De Heilige Maagd moet je vereren. Ik kan begrijpen, nietwaar, in zo’n celibataire priestergemeenschap moet je tenminste een vrouw hebben die je mag vereren, waarvan je de afbeelding voortdurend bij je kunt hebben.

Waarom zijn de mensen altijd zo bezig. Waarom probeert bv. elke kerk politiek te bedrijven? Politiek is de kunst van het haalbare, zegt men. De kunst van het haalbare berust op de leugen, die je de kiezer vertelt en het compromis, waarmee je je eigen baan zeker stelt. Dat is dus absoluut onchristelijk. Het is gebaseerd op onwaarheid, het is gebaseerd op eigenbelang en het is bovendien nog als je het eerlijk meent, gebaseerd op een enorme betweterigheid. Ik weet niet of een kerk, die gelooft in bv. naastenliefde of in de onbelangrijkheid van stoffelijke zaken zoals elders, zich wel met dergelijke dingen bezig mag houden.

Nee, ik heb zo echt het gevoel, als je kijkt naar kerken, naar godsdiensten, dat het voortdurend is, let op mijn woorden, niet op mijn daden. Aan de andere kant denk ik, dat de stichters het andersom hebben bedoeld geen woorden maar daden.

Kun je een godsdienst belijden zonder haar te leven? Ongetwijfeld. Als je maar voldoende bijdraagt voor goede zaken enz. dan mag dat allemaal wel. Maar laten we het dan anders stellen kun je een waar volgeling zijn van Jezus, van de Boeddha, van Mohammed of wie dan ook, als je niet in de praktijk waarmaakt wat hij geleerd heeft

Er zijn natuurlijk ook mensen die dit een beetje verkeerd bekijken. Er was eens een dame die een horizontaal beroep had. Toen zeiden ze tegen haar; “Hoe kun jij dat nou doen als Christen?” Toen zei ze: “Nou, heb ik mijn naaste lief of niet?” Ergens had ze natuurlijk wel gelijk in zoverre, dat ze probeerde om de mensen inderdaad gelukkiger achter te laten dan ze geweest waren, maar aan de andere kant stond daartegenover, dat ze hen altijd veel armer achterliet dan ze zelf bedoeld hadden.

Dan zit je in een moeilijk parket. Maar ik denk toch dat zo iemand nog dichter bij de waarheid zit dan iemand, die voortdurend Bijbelspreuken spuit en ondertussen zich verhardt tegenover alle problemen van zijn medemensen.

Ik heb eens iemand horen zeggen. De kerk is het imprimatur op de onverschilligheid gegeven op grond van getrouwheid aan de leer. Ik denk dat dat waar is. Heel veel mensen kijken naar wat denk je en niet naar wat doe je. Toch dacht ik, dat alles wat je doet veel belangrijker is. Je kunt jezelf zijn, je kunt vanuit jezelf proberen, datgene waar te maken en te geven, wat naar jouw idee voor anderen belangrijk kan zijn. Dan moet je niet vragen, hoe doe je het of waarom doe je het, maar je moet je gewoon afvragen: doe je het met goede bedoelingen? Dan heb ik het gevoel, dat je beantwoordt aan het mededogen van de Boeddha, de naastenliefde van Jezus en zelfs aan de edelmoedigheid die Mohammed toch ook van zijn volgelingen eiste. Dan zit je goed.

Maar dat betekent dat er eisen worden gesteld. En die eisen zijn vaak veel zwaarder dan vele mensen lief is. Het is veel gemakkelijker om je terug te trekken en met een gevoel van eigengerechtigheid door God in een a.h.w. gegeven meerwaardigheid anderen te reguleren. Met de beste bedoelingen natuurlijk, maar wel tot voldoening van je eigen persoonlijkheid. Dan komen er ogenblikken, dat wat je zelf wilt en wat je weet wat je moet doen, met elkaar in strijd komt. Dan is de keuze die je maakt, de meest belangrijke die je maken kunt. Dat heeft niets meer te maken met godsdienst. Dat heeft alleen nog maar te maken met God.

God dienen is een heel mooi idee. Maar dien je God met gezangen? Ik weet het niet, maar een God die zaken als hardrock heeft toegelaten, kan volgens mij in de trage psalmenzang van vele gelovigen niet al te veel bevrediging vinden. Het is een verkrachting van elk muzikaal idee. Ik kan me voorstellen dat een muzikale God zich verlustigt aan het Gregoriaans, maar dan gelijktijdig ziet welke fouten de zangers maar al te vaak aankleven.

Een mens moet een geheel zijn. De leer die gegeven is helpt je daartoe. Ook de Christelijke leer, zeker. Maar het is iets wat je zelf moet doen. Niet iets wat je plaatsvervangend kunt laten doen. Oh, ik wil natuurlijk niet het bloed van het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt en al die dingen meer, ineens volledig ontwaarden. Maar aan de andere kant, denkt u nou werkelijk dat iemand die zegt: “nou ja, dat kan best, want Hij heeft toch voor ons geleden” dan later nog het voordeel krijgt waarop hij rekent?

Trouwens, doodgaan vind ik helemaal een leuk ding. Het heeft misschien weinig met godsdienst te maken. Ofschoon godsdienst voortdurend bezig is om de dood te maken tot een poort naar de eeuwige zaligheid voor allen die goedgekeurd zijn en eeuwige martelingen en pijn voor allen die ze minder goed kan waarderen.

De dood is eigenlijk de poort naar een besef van je persoonlijke werkelijkheid. In hoeveel godsdiensten vind je dat terug? Wanneer je sterft houdt de mogelijkheid om tegen jezelf te liegen op. Al het andere, dromen en alles, het zijn bijkomstigheden, dat mag. Daarom zijn er zoveel sfeertjes. Daar je moet eerst aanvaarden wat je bent. Dan mag je pas dromen.

Dat is heel wat anders dan “het gerecht”. Ik vind dat altijd iets voor een burgermaaltijd. Ga je dood en wat komt er dan? Het Gerecht. Soep vooraf. Maar een gerecht veronderstelt rechtvaardigheid. Maar kan rechtvaardigheid bestaan, waar niet alles mee in aanmerking wordt genomen? Alle omstandigheden, alle kwaliteiten, alle mogelijkheden. Al datgene, wat je ertoe heeft gebracht, te zijn in het leven wat je bent geweest. Maar ik denk dat die rechtvaardigheid ook eist dat je dat aan jezelf toegeeft. Dat is natuurlijk een pijnlijk punt. Op een gegeven ogenblik kom je misschien in een hemelse wereld. Je ziet daar een heel mooie engel staan en je wilt heel nederig daarvoor buigen. Dan zegt een ander tegen je: “Joh, waarom zou je dat doen, het is een oorwurm geweest.” En dan te zeggen: Wanneer die zo lichtend is tegenover mij, verdient hij mijn buiging” nou, dat vraagt nogal wat. Daar wordt nooit over gepraat.

De Egyptenaren waren ook gek. Dan zit je daar. Eerst moet je ook nog alle wachtwoorden kennen. Waarom? Want je gaat naar het hemelse gerecht. Waarom eerst al die slangen, die leeuwen en schorpioenen? Je klautert je dus het lazarus en dan sta je daar tussen twee en veertig enorme rechters. Dan moet je precies vertellen wat de waarheid is. Je krijgt de vragen te beantwoorden. Kijk, dat is natuurlijk allemaal een beetje onzinnig, het is magisch gedoe.

Maar een ding treft me en dat is, wanneer de weegschaal in balans is of bijna in balans, dan komt altijd de hemelkoe zeg maar en die legt een Veer der Genade aan de kant van de goede daden. Waarom? Omdat datgene, wat je bewust goed doet, altijd veel zwaarder telt dan wat je onbewust verkeerd hebt gedaan. Waar vinden we dat in de godsdienst terug?

Zonde? Zonde is vastgesteld door de mens. Er is een tijd geweest, dat het zonde was als een meisje gemengd ging zwemmen. Als de pastoor er maar aan dacht zat hij al te kwispelstaarten Dat kon gewoon niet. Zonde. Zondag niet naar de kerk gaan? Op zondag gaan dansen in plaats van te luisteren naar die mooie toespraak van de dominee van 2 1/2 uur? Zonde. Dan kom je in de hel. En als je in die hel terecht, komt zie je dus waarschijnlijk diezelfde dominee en moet je toch naar zijn preek luisteren.

Hoe komen ze aan die denkbeelden Hoe komt een Mr Moon erbij om uit te roepen dat de eeuwige kwelling zeker is voor iedereen, die niet tot zijn familie behoort? Hoe komen ze erbij? Hoe komen ze erbij om bij voorbeeld zoals Paulus uit te roepen: ”Dwingt hen om in te gaan.” terwijl Jezus juist heeft gezegd: “Verkondig de boodschap en als ze niet willen luisteren, dan ga je maar een eindje verder”. Ja, zegt Paulus, “dan loop ik me helemaal het lazarus zeker. Ik grijp hun bij de kippennek en ik schop ze het hemelrijk in, potverdomme.”

Het klinkt misschien als een parodie, maar het heeft een ernstige achtergrond. Dan denk ik ook, als ik al die godsdiensten bij elkaar zie, hoe kunnen mensen zo verliefd zijn op systemen Er bestaan hele wetenschappen, die gebaseerd zijn op uitleg en verklaring van het onbewezene. Theologie. Ik kan de mensen begrijpen, ze willen precies weten hoe ze het moeten verklaren. Maar ze weten niet wat het betekent. Hoe kunnen ze het dan goed verklaren? Dan nemen ze maar aan, dat wat zij denken dat het betekent, juist is. Als je dat in een laboratorium zou doen, zou de hele zaak regelmatig in elkaar klappen.

Een natuurkundige, die op die manier zijn problemen zou be­naderen, zou wel een bromfiets lijken, plof plof plof. Maar neen, wij eten het. Of zoals mijn vriend Henri zei: “Theoloog? Theo liegt nog steeds”. Maar niet bewust. Die is ervan overtuigd dat hij de waarheid heeft. Hij begrijpt alleen één ding niet, dat de waarheid alomvattend is en dat je niet het ene deel waar kunt noe­men daarvan en het andere deel verwerpen, want dat bestaat ook.

Alles is waarheid. Het vinden van de harmonie en de waarheid, dat is hetgeen waar het op aan komt. Maar ja, waar moet je dan met al die hogescholen naar toe. In mijn tijd heb ik dat meegemaakt. En dat vond ik zo zielig. Dan gingen die jongens naar het seminarie. Dan dacht je: nou, dat kan wel leuk worden, want het woord semen zit erin. Maar nee hoor, daar werden ze opgevoed tot vrome droogklootjes die meer in sportiviteit, koude baden en boetedoeningen probeerden af te reageren en die niet zelf nadachten, omdat ze zo veel gedachten van anderen kregen, dat ze er niet aan toe kwamen om zich af te vragen wat is er. Dan bleef er alleen het gevoel over: Ja, maar ik moet toch uitverkoren zijn. Dan voelden ze zich ook uitverkoren.

Het is misschien beroerd om het te zeggen: ik heb een broer gehad, die heeft op zo’n geval gezeten. Toen op een gegeven ogenblik was hij gewijd en mocht hij de eerste mis opdragen Toen zeiden ze: jaja, je broer de neomist. Ik denk, nou dat is nog waar ook, nu is Neo de mist in. Er deugde geen pest meer van die vent. Toen kwam hij thuis en wou hij ook nog dat we Oom zeiden tegen hem. Toen ik tegen mijn broer niet Oom wou zeggen, was ik dus een ketter. Verwerpelijk Ik werd goedertierend door mijn jongere broer toegesproken die zei: “Ach, aanvaard het nu allemaal maar, want de Heer wil het zo.”

Toen heb ik me ook afgevraagd, welke Heer? Een God die alles schept, die alles mogelijk maakt, heeft die de zaak ingedeeld? Dat zou ik een verdomd gemene situatie vinden, stel u voor, een welwillend familievader geeft aan zijn familie een feestmaaltijd. Daar staat een fantastisch lekkere, mooi opgemaakte taart. “Jongen” zegt hij,” je mag van alles eten maar van die taart blijf je af.” “Ja, maar dan verdroogt hij, vader.” Daar gaat het niet om, het is het principe. Nu, ik zou dan principieel een stuk van die taart gepikt hebben.

God heeft de hele schepping gegeven. We moeten ermee leven en er gelukkig mee zijn. We gaan naar de godsdiensten kijken, vrienden.

God heeft ons een feestmaal van levende waarden gegeven, maar denk erom, van de soep mag u niet eten want dat is niet goed. Van de kip moet u afblijven. U moogt dan eventueel de schorseneren eten, maar de asperges heeft God uitverkoren als bijzondere gave, die mogen u alleen door zijn vertegenwoordigers worden toegediend Op vrijdag mag u wel zoute haring eten, maar u mag niet drinken voor de dorst.

Ik vind het reuzeleuk een moslim mag, dat weet u waarschijnlijk, 4 wettige vrouwen hebben. Dat vind ik erg royaal van Mohammed. Want, hij heeft gezegd je mag er 4 hebben. Hij heeft de mannen waarschijnlijk een tikje overschat, als je het mij vraagt. Maar wat zegt hij dan? Ze moeten elk een eigen huis hebben, je moet ze elk volledig gelijk behandelen. Dan vraag ik me ook af. Wanneer denkt de man dan ik neem er wat bij? Ik ben er met één getrouwd en die is zo langzaam maar zeker toch wel sleets, dus ik neem er wat jongs bij. En om dan die oude net zo te behandelen als de jonge, dat vond ik te moeilijk hoor. Als je dat dan niet 2 keer maar je hebt het 4 keer. Oef! Dat is gewoon het onmogelijke vragen. Dat is precies hetzelfde als die feestmaaltijd.

Er zijn zo veel van die dingen bij. Trouwens, ik vraag me eigenlijk af: waarom hebben ze die twee soera’s, de soera’s van de koe genoemd in de Koran. Ik vermoed dat het is omdat daaruit alle uitleggers van Mohammeds leer hun gelijk plegen te melken.

Het is een beetje gemeen als je het allemaal zo zegt. Maar onder ons gezegd en gezwegen: bent u religieus? U moogt wat mij betreft vroom zijn. Dat wil zeggen, in uw hart een relatie proberen aan te gaan met de Schepper waarvan u voelt dat Hij bestaat. Daar is niets op tegen. Maar op het ogenblik, dat u door anderen laat vertellen met welke woorden u tegen hem moet spreken, dan deugt het niet meer.

Ik had een vriendje, die had een vader. Die vader haalde hem nooit aan. Die vond het noodzakelijk, dat hij werd aangesproken met “Mijnheer”. De kinderen moesten ook staan aan tafel. Zitten was voor de ouderen. Kunt u de tijd nagaan, wie zou dat nu nog nemen? Maar in mijn tijd was dat zo. Die jongen haatte zijn vader.

Een God, die ook zo zou zijn, zou je die kunnen liefhebben, werkelijk liefhebben? Je mag tegen hem opkijken, je mag alles van hem verwachten, best. Maar diep in je hart denk je: kreng, ik word ook eens oud en dan zal ik ook zitten.

Dat is nu juist datgene wat volgens mij fout is. Laat je nooit in zo’n situatie manoeuvreren, dat je tegen hetgeen je voelt dat juist en goed is in moet gaan, omdat een ander zegt dat het Gods wil is. Of dat het zo hoort. Wees jezelf. Leef jezelf. Als je God wil dienen neem dan geen godsdienst, maar vraag je af; wat is God in mij? Wat voel ik dat die God van mij zou verlangen? En doe dat. Dan denk ik, dat u veel dichter staat bij de God dan al diegenen, die Hem zo voortdurend in het openbaar aanprijzen en aanroepen. Want als ik sommige predikers bekijk vanuit mijn huidige wereld, denk ik nog weleens wat had Jezus toch eigenlijk gelijk toen hij zei: Gij gepleisterde graven.

Nu moet u mij dat niet euvel duiden. Natuurlijk, als je een geloof hebt, ga je gang. Je moet het zelf weten. Maar wanneer u innerlijk het gevoel hebt, dat het niet helemaal klopt, ga dan eens een keer uw eigen weg en probeer uw God te vinden i.p.v. de regels van buiten te leren, die anderen u hebben opgelegd.

Daar wou ik het bij laten. Gelegenheid tot protest is aanwezig. Dan gaan we over tot de afsluiting. U geeft een onderwerp.

  • Geboorte

Je wordt geboren. Is het niet een sterven? Een weggaan uit een wereldzee, waarin je dreef vol van gedachten met een weten om­trent het verleden? Is het niet een pijnlijk sterven en een herbo­ren zijn in het onbegrepen heden en wereld, o zo koud, zo hel, dat ze haast pijn betekent. Geboren worden is het pijnlijk weer begin­nen aan een nieuw bestaan en als je sterft, dan in het sterven kon­digt zich geboorte aan van een andere wereld die je moet beleven, waar­in je pijnlijk of tevreden verdergaat totdat ook daar misschien tot onbesef gedreven de klok van sterven voor je slaat en je op­nieuw op aarde moet leven en zo steeds verder voort moet gaan. Want altijd word je voortgedreven door onvolkomenheid en waan, tot al in jou tesaam geweven tot een besef van werkelijkheid, ge­boorte en het sterven overbodig je geleidt tot werkelijkheid, tot weten en tot waarlijk leven. En is die eenheid je gegeven, er is dan geen geboorte meer. Geen sterven en geen vergaan. Dan is al­leen in t’Al beseffen, albeseffend voortbestaan en zo door alle tijd tesaam te trekken in een moment het AL te zijn, wetend, Ik ben een deel van alles. Ben ik nu groot of ben ik klein? Het AL spreekt ook in mij en alle dingen weerkaatsen in datgene, wat ik nu besef. Ik ben een deel van Al en Al zou niet zichzelve zijn, wan­neer ik niet zou voortbestaan. Misschien zeg je dan, door dit laat­ste sterven, door in ‘t geheel nu op te gaan, heb ik voor het eerst het ware leven, het waar bestaan mogen beërven. Misschien niet de geboorte die u zich hebt voorgesteld, maar aan de andere kant, de waarheid, die spreekt in elke geestelijke en stoffelijke geboorte en die weerkaatst wordt in elk geestelijk en stoffelijk denken te sterven. Want in deze beide facetten is de enige waarheid gelegen, die voor alle wezens gelijk is en die blijft voortbestaan tot het ogenblik, dat we de waarheid zijn ge­worden de waarheid als deel van ons zijn ervaren en zo onze be­stemming hebben vervuld naar ik aanneem.

Mag de vernieuwing u zo treffen, dat u ze in vreugde kunt beleven en aanvaarden. Maar doet ze pijn, denk erom, waar de pijn is geweest laat de vreugde zich ook weer zien.